__MAIN_TEXT__

Page 1


Laagland Boek_Havo_B.indb 184

6/06/18 11:14


Literatuur Nederlands voor de tweede fase

Laagland, literatuur lezer 4e editie Literatuurgeschiedenis leerwerkboek B

Gerrit van der Meulen

Laagland Boek_Havo_B.indb 1

4/5 havo

Willem van der Pol

6/06/18 11:13


Methodeoverzicht Laagland, literatuur & lezer, 4e editie voor de tweede fase havo/vwo bestaat uit de volgende delen: havo boeken

Laagland A Literaire ontwikkeling en begrippen 4/5 havo Laagland B Literatuurgeschiedenis 4/5 havo

digitaal met Schooltas

Laagland A Literaire ontwikkeling en begrippen 4/5 havo in Schooltas Laagland B Literatuurgeschiedenis 4/5 havo in Schooltas

vwo boeken

Laagland A Literaire ontwikkeling en begrippen 4/5/6 vwo Laagland B Literatuurgeschiedenis 4/5/6 vwo

digitaal met Schooltas

Laagland A Literaire ontwikkeling en begrippen 4/5/6 vwo in Schooltas Laagland B Literatuurgeschiedenis 4/5/6 vwo in Schooltas

ISBN 9789006371369 Vierde druk, eerste oplage, 2018 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2018

Redactie/bureauredactie Atonaal, Rineke Crama, Allingawier Vormgeving Sproud, Sanneke Prins, Haarlem

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leer­ ontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl

Opmaak Crius Group, Hulshout Omslagontwerp Sproud, Sanneke Prins, Haarlem Omslagfoto © Jan Cremer, The Sea, the Sky, the Earth, the Wind (Sky) 2005 c/o Pictoright Amsterdam 2018

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Laagland Boek_Havo_B.indb 2

6/06/18 11:13


Inhoud Introductie Periode 1

Het tijdperk van het heldenepos – de grote lijn 1 Inleiding 1.1 Achtergronden van het heldenepos 1.2 Kenmerken van het heldenepos

Module 1 Literatuur van Mesopotamië tot Rome Opdrachten Theorie 1 Mesopotamië 2 Griekenland 3 Rome

5 8 8 8 9 10 11 16 16 17

Module 2 Literatuur van de middeleeuwen 20 Opdrachten 21 Theorie 1 Historische context 34 1.1 Christelijk Europa 34 1.2 Standenmaatschappij 34 2 Culturele context 35 3 Literaire ontwikkelingen 36 3.1 Teksten en schrijvers 36 3.2 Ridderromans 37 3.2.1 Karelepiek 37 3.2.2 Arturromans 38 3.3 Dierverhaal: Van den vos Reynaerde 39 Periode 2

Het tijdperk van het toneel – de grote lijn 1 Inleiding 1.1 Achtergronden van toneel in de Nieuwe tijd 1.2 Toneel in de Nieuwe tijd: plaats, publiek en functie

40 40 40 41

Module 3 Literatuur van de zestiende en de zeventiende eeuw Opdrachten Theorie 1 Historische context 1.1 Hervorming 1.2 Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden 2 Culturele context 2.1 Humanisme 2.2 Renaissance 2.3 Burgerlijke cultuur in de Republiek 3 Literaire ontwikkelingen 3.1 Teksten en schrijvers 3.2 Toneel in de Republiek 3.2.1 Tragedie (treurspel) 3.2.2 Komisch toneel: komedie en klucht

42 43 54 54 54 55 55 55 56 57 57 58 58 58

Module 4 Literatuur van de achttiende eeuw Opdrachten Theorie 1 Historische context 2 Culturele context 3 Literaire ontwikkelingen 3.1 Teksten en schrijvers 3.1.1 Toneel in de achttiende eeuw 3.1.2 Kinderliteratuur 3.1.3 Imaginaire reisverhalen

60 61 68 68 68 68 69 69 69

Periode 3

70 70 70 71

Het tijdperk van de roman – de grote lijn 1 Inleiding 1.1 Achtergronden van de roman 1.2 Kenmerken van de roman

3

Laagland Boek_Havo_B.indb 3

6/06/18 11:13


Module 5 Literatuur van de negentiende eeuw: romantiek en realisme Opdrachten Theorie 1 Historische context 2 Culturele context 3 Literaire ontwikkelingen 3.1 Teksten en schrijvers 3.2 Romantische literatuur 3.2.1 Humor 3.2.2 Multatuli Max Havelaar 3.2.3 Beweging van Tachtig 3.3 Realistische literatuur 3.3.1 Naturalisme

74 75 85 86 87 87 88 88 88 88 89 89

Module 6 Literatuur van 1900 tot 1940 Opdrachten Theorie 1 Historische context 2 Culturele context 3 Literaire ontwikkelingen 3.1 Teksten en schrijvers 3.2 Literaire avant-garde 3.3 Modernisme 3.4 Forum en Willem Elsschot

90 91 103 103 105 105 105 106 106

Module 7 Literatuur van de periode van de jaren 50 en 60 van de twintigste eeuw Opdrachten Theorie 1 Historische context 2 Culturele context 3 Literaire ontwikkelingen 3.1 Teksten en schrijvers 3.2 Proza van de jaren 50 en 60 3.3 Poëzie van de jaren 50 en 60

108 109 126 126 128 128 129 130

Module 8 Literatuur van de periode jaren 70 tot nu Opdrachten Theorie 1 Historische context 2 Culturele context 3 Literaire ontwikkelingen 3.1 Teksten en schrijvers 3.1.1 De ‘actualiteit’ van de oorlog 3.1.2 De realistisch-psychologische literatuur 3.1.3 Poging tot engagement 3.1.4 Multiculturele literatuur 3.1.5 Postkoloniale literatuur 3.1.6 Gedichten van de jaren 70 tot nu

132 133 157 157 159 159 160 160 161 162 162 163

Werkwijzers bij het lezen voor je lijst Namen- en titelregister Begrippenregister Bronvermelding

164 174 177 180

4

Laagland Boek_Havo_B.indb 4

6/06/18 11:13


Introductie De omslagfoto van het boek dat je nu in handen hebt, is een gedeelte van een schilderij uit de reeks zeegezichten van de schrijver en schilder Jan Cremer. De Noordzee, de luchten en het laagland van Nederland zijn hier het onderwerp. De golven lijken ontembaar, opgezweept door weer en wind, en weerspiegelen de dynamiek van de lucht. We hebben als schrijvers van Laagland, literatuur & lezer, 4e editie bewust dit schilderij gekozen op de omslagen van de boeken. Het schilderij past goed bij de rijke, veelzijdige en boeiende literatuur van het Nederlandse taalgebied. Wij hopen dat jij dat ook gaat ontdekken en beleven. Laagland, literatuur & lezer, 4e editie is een volledige methode literatuur Nederlands voor de tweede fase havo en vwo. In boek B wordt de literatuurgeschiedenis van de oudste literatuur tot heden behandeld. Je leest teksten en maakt opdrachten en je bestudeert beknopte theorie over de literatuurgeschiedenis. Literatuurgeschiedenis is een domein van het schoolexamen literatuur. Het boek is ingedeeld in drie perioden: het tijdperk van het heldenepos, het tijdperk van het toneel en het tijdperk van de roman. Het boek bestaat uit acht modules. Je werkt in elke module aan de literatuurgeschiedenis uit een bepaalde tijd, bijvoorbeeld de literatuur van de jaren 70 tot nu (module 8). Je docent zal bepalen hoe je het best dit boek kunt doorwerken. Voor het schoolexamen literatuur hoef je niet de hele literatuurgeschiedenis te kennen. Daarom zal je docent keuzes uit de modules maken of jou zelf daaruit laten kiezen. Als je één, een aantal of alle modules van boek B helemaal hebt doorgewerkt, kun je literaire teksten en tekstsoorten in een bepaalde periode van de literatuurgeschiedenis plaatsen en begrijpen. Je kunt beargumenteerd reageren op deze teksten en verslag uitbrengen over je leeservaringen en leesontwikkeling. De modules helpen je bij het samenstellen van de door jou te kiezen literaire werken voor je schoolexamen (de lees- of boekenlijst). Ook op de website www.literatuurgeschiedenis.nl kun je informatie vinden. Een module begint met een overzicht van de opdrachten en de theorie van de literatuurgeschiedenis. Je ziet zo snel waar de module over gaat en hoe deze is opgebouwd. Daarna volgen opdrachten die je kunt maken. Bij veel opdrachten werk je samen. Er komen ook regelmatig opdrachten voor waarbij je een video gaat bekijken. In elke module wordt beknopt de bijbehorende theorie van de literatuurgeschiedenis aangeboden.

Verschillende soorten opdrachten Elke module in boek B bestaat uit verschillende soorten opdrachten: • Opdrachten die je alleen, samen met een medeleerling of in een groepje moet maken. • Keuzeopdrachten: opdrachten waarin je een keuze maakt over wat en hoe je die gaat uitvoeren. Ook kun je soms kiezen tussen verschillende opdrachten. • Slotopdrachten: samenvattende opdrachten waarin diverse theorie die je hebt geleerd, wordt gecombineerd. In de meeste slotopdrachten kun je een een keuze maken voor bijvoorbeeld een werkvorm. Slotopdrachten komen aan het eind van een module voor.

5

Laagland Boek_Havo_B.indb 5

6/06/18 11:13


We maken in dit boek gebruik van enkele iconen:

Bij deze opdracht wordt naar een website verwezen. Bij deze opdracht hoort een videofragment dat op de website is te vinden. Deze tekst kun je beluisteren op de website. Deze opdracht maak je samen met een medeleerling. Deze opdracht maak je in een groepje medeleerlingen.

Bij sommige opdrachten staat een QR-code. Je hebt een (gratis) QR-scanner/reader nodig op je mobiele telefoon of tablet.

Lezen voor je lijst Voor havo moet je ten minste acht literaire werken lezen. Op de website www.lezenvoordelijst.nl vind je allerlei tips voor boeken die je kunt lezen voor je lijst. De boeken worden ingedeeld naar zes leesniveaus. Je moet op je schoolexamen literatuur kunnen laten zien dat je een bepaald leesniveau hebt bereikt. Voor havo is dat minstens niveau 3. Achter in dit boek vind je een aparte afdeling Werkwijzers bij het lezen voor je lijst. Hierin staan verschillende werkwijzers, zoals de leesautobiografie en het leesverslag, die je kunt gebruiken bij het lezen van boeken voor je lijst. Blader deze werkwijzers eerst door voordat je aan een module uit dit boek begint, dan weet je wat je kunt verwachten. Vanzelfsprekend is je docent de eerst aangewezen persoon om je te helpen bij het lezen voor je lijst.

Literaire ontwikkeling en begrippen Bij dit boek hoort ook boek A over literaire ontwikkeling en begrippen, het andere subdomein van het schoolexamen literatuur. Het is belangrijk dat je de theorie uit boek A beheerst, dat je die kent en dat je die hebt leren toepassen. Met deze twee boeken, A en B, bereidt Laagland, literatuur & lezer, 4e editie jou volledig op het school­ examen literatuur voor. Wij wensen je veel succes, leeservaringen en leesplezier! Gerrit van der Meulen Willem van der Pol

6

Laagland Boek_Havo_B.indb 6

6/06/18 11:13


Laagland Boek_Havo_B.indb 7

6/06/18 11:13


PERIODE  |  1

Het tijdperk van het heldenepos – de grote lijn 1 Inleiding Het heldenepos is een genre dat overal ter wereld voorkwam: van China en India tot Zuid-Amerika en Afrika. Een heldenepos is een lang verhalend gedicht met veel nadruk op het heldhaftige. Een heldenepos is geworteld in de orale traditie: het epos werd (al of niet met muzikale begeleiding) voorgedragen en/of gezongen. Het oudst bewaard gebleven literaire werk, het Gilgamesj-epos uit Mesopotamië, is zo’n heldenepos. Voor de korte historische achtergrondschets die hier wordt gegeven, beperken we ons tot de oudheid (Mesopotamië, Griekenland, Rome) en de middeleeuwen, want vooral de heldenepen uit deze streken en perioden hebben grote invloed gehad op de Europese cultuur en literatuur. Een paar beroemde helden uit deze verhalen zijn Gilgamesj uit het Gilgamesj-epos, Achilles uit de Ilias, Roland uit het Chanson de Roland en ridders van koning Artur als Walewein en Lancelot.

1.1 Achtergronden van het heldenepos Het heldenepos kwam overal ter wereld voor. In de periode van ca. 3000 v. Chr. tot ca. 1500 n. Chr. was het heldenepos in het oude Mesopotamië, Griekenland, het Romeinse rijk en middeleeuws Europa een belangrijke tekstsoort. Het heldenepos functioneerde in een maatschappij waarin religie (geloof ) een belangrijke rol speelde in het dagelijks leven van de mensen. Het wereldbeeld van Mesopotamiërs, Grieken, Romeinen en middeleeuwers was theocentrisch. Het geloof bepaalde de kalender en gebruiken van het dagelijks leven. Mensen wisten zich verbonden met het een hogere macht van goden of een god. Zij meenden dat hun daden bepaald konden worden door een hogere macht. Goden of God kunnen ingrijpen in wereldlijke zaken. De maatschappijen waarin heldenepen functioneerden, kenmerkten zich niet alleen door een theocentrisch wereldbeeld. Deze maatschappijen hadden ook een duidelijke sociale hiërarchie met een elite (adel, aristocratie of priesterkaste), middengroepen, lagere klasse en een onderlaag van slaven of horigen. De elite had een wereldbeeld (ideologie) waarin de eigen sociale positie benadrukt werd door zaken als macht, roem (eer, prestige), (vorstelijke) afstamming, moed, strijd, dapperheid en edelmoedigheid als typerende eigenschappen van de eigen groep te benadrukken. 8

Laagland Boek_Havo_B.indb 8

6/06/18 11:13


1.2 Kenmerken van het heldenepos Een heldenepos is een lang verhalend gedicht met veel aandacht voor heldhaftige daden. Een heldenepos werd (met muzikale begeleiding) voorgedragen of gezongen voor een publiek. Het publiek van een heldenepos was de maatschappelijke elite (adel, aristocratie). Een heldenepos heeft een aantal kenmerken: 1 De dichter/voordrachtskunstenaar gebruikt in zijn taal regelmatig bepaalde vaste uitdrukkingen, vergelijkingen en traditionele formules. 2 De dichter/voordrachtskunstenaar maakt gebruik van vaste inhoudelijke verhaalelementen zoals de reis, de belangrijke ontmoeting, de feestmaaltijd, de uitdaging en het gevecht. 3 Een heldenepos heeft een betrouwbare, auctoriale vertelinstantie. 4 De hoofdpersoon (de held) van een heldenepos is meestal een jongeman van bijzondere komaf. 5 De held gaat op avontuur en dat avontuur gaat gepaard met strijd. 6 De held heeft bijzondere kwaliteiten: hij is zeer sterk of heeft een bijzondere (magische) gave. 7 Helden overtreffen hun tegenstanders altijd in kwaliteit. 8 Helden zijn zeer gevoelig voor hun eer en goede naam (reputatie). 9 Het gedrag van de helden wordt bepaald door de ideologie van de elite: macht, eer, afstamming, strijd, dapperheid en edelmoedigheid. 10 In het heldenepos spelen goden, een hogere macht of God een belangrijke, sturende rol. Belangrijke helden die nu nog bekend zijn, zijn Achilles uit de Ilias (Homerus, Griekenland), Odysseus uit de Odyssee (Homerus, Griekenland), Roland uit het Chanson de Roland (middeleeuwen) en ridders van koning Artur (middeleeuwen).

PERIODE 1 | 3000 v. Chr. – 1500

3000 v. Chr.

ca. 3200 v. Chr.

ca. 1200 v. Chr

8ste eeuw v. Chr.

Schrift in Mesopotamië

Heldenepos Gilgamesjepos op kleitabletten vastgelegd

Griekse heldenepen Ilias en Odyssee (Homerus)

476

27 v. Chr

Val van het WestRomeinse rijk, begin middeleeuwen

Begin Romeinse Keizerrijk, Augustus eerste keizer

Vanaf 5de eeuw Opkomst christendom

500

Vanaf 10de eeuw

8ste-11de eeuw

Ca. 1070-1080

13de eeuw

Verstedelijking in WestEuropa komt op gang

Feodale maatschappij komt tot ontwikkeling

Tapijt van Bayeux

Karel ende Elegast

Ca. 1450

2de helft 13de eeuw

Boekdrukkunst in Europa

Willem: Van den vos Reynaerde

9

Laagland Boek_Havo_B.indb 9

6/06/18 11:13


MODULE  |  1

Literatuur van Mesopotamië tot Rome Inleiding Deze module gaat over de literatuur uit Mesopotamië, Griekenland en Rome. Het helden­ epos van deze drie culturen staat centraal. Je begint met het maken van opdrachten. Je leest teksten, bestudeert de theorie en leert deze gericht toepassen. 10

Laagland Boek_Havo_B.indb 10

6/06/18 11:13


1  |  OPDRACHTEN

Overzicht opdrachten en theorie Module 1 bestaat uit zeven opdrachten. Pagina

• Opdracht 1 laat je kennismaken met het onderwerp van de module. 11 • De opdrachten 2 en 3 horen bij Het tijdperk van het heldenepos – de grote lijn. 11 • De opdrachten 4 , 5 en 6 horen bij Literatuur van Mesopotamië tot Rome. 13 • Opdracht 7 is een (creatieve) slotopdracht. 15 Overzicht literatuurgeschiedenis

1 Mesopotamië 2 Griekenland 3 Rome

16 16 17

Opdracht 1 Voer deze opdracht met een medeleerling uit. Bedenk vijf kenmerken van helden en/of teksten waarin helden de hoofdpersoon zijn.

Opdracht 2

theorie introductietekst

Bestudeer de introductietekst Het tijdperk van het heldenepos – de grote lijn en beantwoord met een medeleerling de vragen. 1 Vergelijk het lijstje met zelfbedachte kenmerken van helden en heldenverhalen uit opdracht 1 met de kenmerken van het heldenepos. Welke zelfbedachte kenmerken komen overeen met de kenmerken uit de introductietekst? 2 Leg uit hoe het theocentrisch wereldbeeld in een heldenepos te herkennen is. 3 Leg uit wat het verband is tussen een elite-ideologie en de gebeurtenissen in een heldenepos.

Opdracht 3

theorie introductietekst

Lees tekst 1 en beantwoord met een medeleerling de vragen.

Tekst 1 gaat over de strijd van de Grieken tegen de Trojanen. De belegering van Troje duurt al tien jaar. De Griekse god Apollo is kwaad op de Griekse legeraanvoerder Agamemnon. Agamemnon heeft als oorlogsbuit het meisje Chryseïs in bezit. Haar vader is Chryses, de Apollopriester. De priester heeft Agamemnon gevraagd zijn dochter de vrijheid te schenken. Hij is bereid een enorme losprijs voor zijn dochter Chryseïs te betalen. Agamemnon weigert echter en hij stuurt de oude priester weg. Chryses smeekt vervolgens Apollo de Grieken te straffen en de kwaad geworden god bestookt de Grieken met zijn pijlen, waardoor er pest uitbreekt in het Griekse kamp. Achilleus (Achilles) roept dan een vergadering bijeen. Hera is de zus en de vrouw van Zeus, de Griekse oppergod. Pallas Athena is ook een Griekse godin, zij is Zeus’ favoriete dochter. Atreus was de vader van Agamemnon en Menelaos. 11

Laagland Boek_Havo_B.indb 11

6/06/18 11:13


1  |  OPDRACHTEN

tekst 1

5

10

15

20

25

30

35

40

Op de tiende dag gaf Hera Achilleus de gedachte in, het krijgsvolk bijeen te roepen. Want zij was ernstig bezorgd over haar geliefde Grieken. In de vergadering stelde Achilleus voor, de ziener Kalchas te raadplegen over de oorzaak van Apollo’s toorn die hen sloeg met de pest. Zoals het nu was, zouden ze onverrichterzake naar huis moeten terugkeren, gesteld al dat ze er levend afkwamen. Op gevaar af Agamemnon tegen zich in het harnas te jagen, openbaarde de ziener toen dat de barse, krenkende afwijzing van Chryses’ verzoek Apollo vertoornd had. De god nam wraak voor zijn priester en zou de pest niet eerder doen ophouden dan dat de dochter van Chryses zonder losprijs was vrijgelaten. Agamemnon beet hem toe dat hij nog nooit iets anders dan onheilsvoorspellingen van hem gehoord had! Woedend was hij over de eis, Chryseïs te moeten teruggeven. Om de Grieken voor de ondergang te bewaren, zou hij het doen, maar hij wenste in alle geval een andere krijgsgevangene in ruil voor haar te krijgen, of er dat nu één was van Achilleus of van Ajas of wie ook. De gedachte dat Agamemnon hem Briseïs zou afnemen maakte Achilleus razend. “Waarvoor denk je eigenlijk dat ik vecht tegen die Trojanen die mij niets gedaan hebben? Toch zeker alleen voor de eer van jou en Menelaos! Dat mag je wel eens goed bedenken. Het zwaarste van de oorlog wordt door míjn handen verricht maar als het op verdelen van de buit aankomt, ga jij met het beste strijken. En nu zou je mij mijn kleine, dierbare gave ook nog afhandig maken! Als je dan maar weet dat ik er genoeg van heb en naar huis ga!” Dat prikkelde Agamemnon nog meer. Achilleus kon er gerust van door gaan, dat zou hem niet deren. Maar Briseïs zou hij zelf uit Achilleus’

45

50

55

60

65

70

75

tent komen halen, als hij haar niet goedschiks gaf. Dan zou hij eens merken wie de sterkste was! Driftig vloog Achilleus op en trok zijn zwaard uit de schede om Agamemnon te lijf te gaan . . . toen Pallas Athena uit de hemel neerdaalde, door Hera gezonden, en hem bij zijn blonde haren greep. Alleen voor Achilleus was zij zichtbaar en hij herkende haar ook dadelijk aan haar stralende ogen. Ze kalmeerde hem met de belofte dat hij eens voor deze belediging driemaal zoveel geschenken zou krijgen. “Maar”, zo waarschuwde ze hem, “Hera wenst niet dat Agamemnon en jij elkaar te lijf gaan. Met woorden mag je hem uitschelden zoveel als je maar wilt . . .” Dat deed Achilleus dan ook, al stootte hij gehoorzaam zijn zwaard weer terug in de schede. “Dronkelap met je brutale mond en je hazehart!” riep hij. “Je bent te laf om ooit mee te vechten, maar geschenken afpakken, hè, van iemand die je tegenspreekt, dat kun je! Dat kon nu wel eens uit zijn, Atreus’ zoon! Even zeker als uit deze skepter nooit meer blaren en twijgen zullen spruiten, even zeker is het, zweer ik je, dat de Grieken eenmaal Achilleus zullen missen en dat jij dan machteloos zult staan, als ze vallen onder Hektors hand! Dan zul je je opeten van berouw de dapperste van de Grieken te hebben beledigd!” Die woorden waren niet dienstig om Agamemnon milder te stemmen; zelfs Nestors wijze bemiddeling mocht niet meer baten. Tenslotte snauwde Achilleus Agamemnon toe dat hij niet zou gaan vechten over die vrouw, hij kon haar krijgen. Maar niemand moest het wagen nog iets anders bij hem te komen weghalen, dan zou hij hem . . . Uit: Sophie Ramondt, Mythen en sagen van de Griekse wereld.

12

Laagland Boek_Havo_B.indb 12

6/06/18 11:13


1  |  OPDRACHTEN

1 Is Hera op de hand van de Grieken of van de Trojanen? 2 Chryseïs was de oorlogsbuit van Agamemnon. Wie of wat is Briseïs (r. 26)? 3 In r. 26 en verder gaat Achilleus in op zijn motieven om mee te doen aan de Trojaanse oorlog. Waarom vecht Achilleus tegen de Trojanen? 4 Achilleus (Achilles) is een held. Welke kenmerkende eigenschap van een held staat in tekst 1 centraal? 5 Leg met twee concrete voorbeelden uit hoe het theocentrische wereldbeeld in tekst 1 te herkennen is. 6 Bedenk een titel voor tekst 1 die de thematiek van de tekst weergeeft.

Opdracht 4

theorie Literatuur van Mesopotamië tot Rome

Bestudeer de theorie van Literatuur van Mesopotamië tot Rome en maak een samenvatting van de stof.

Opdracht 5

theorie Literatuur van Mesopotamië tot Rome

Beantwoord met een medeleerling de vragen over de theorie van Literatuur van Mesopotamië tot Rome. 1 Noem vier kenmerken van het heldenepos die in de beschrijving van het Gilgamesj-epos te herkennen zijn. 2 Noem drie kenmerken van het heldenepos die in de beschrijving van de Odyssee te herkennen zijn. 3 Leg in eigen woorden uit wat het verschil is tussen wetenschappelijke waarheid en mythologische waarheid. 4 Zet in de juiste volgorde: catastrofe – intrige – expositio – peripeteia. 5 Leg beargumenteerd uit waarom het begrip katharsis niet thuishoort in het rijtje begrippen van vraag 4. 6 Leg uit of een evangelie wel of niet kenmerkend is voor het Oude Testament.

Opdracht 6

theorie Literatuur van Mesopotamië tot Rome

Lees tekst 2 en beantwoord met een medeleerling de vragen.

Tekst 2 gaat ook over de strijd van de Grieken tegen de Trojanen. Achilleus (Achilles) heeft uit woede over Agamemnons gedrag lange tijd niet meer tegen de Trojanen gevochten. De Grieken waren daardoor aan de verliezende hand. Patroklos, de grootste vriend van Achilleus, trok Achilles wapenrusting aan om de Trojanen in verwarring te brengen. Patroklos is in een tweegevecht gedood door Hektor, de Trojaanse aanvoerder. De dood van zijn vriend Patroklos brengt Achilles er weer toe de wapens op te nemen. Allereerst zoekt hij Hektor om de dood van Patroklos te wreken. Hektor heeft de wapenrusting van de overwonnen Patroklos aangedaan. Ares is de god van de oorlog. Hades is de onderwereld, het dodenrijk. ‘sneven’ (r. 87) betekent: sterven. De Skaiische poort is een stadspoort van Troje.

13

Laagland Boek_Havo_B.indb 13

6/06/18 11:13


1  |  OPDRACHTEN

tekst 2

5

10

15

20

25

30

35

40

45

Alleen Hektor bleef buiten de Skaiische poort staan, door zijn Noodlot gedwongen. Vanaf de muur zagen zijn vader en moeder hem en smeekten hem niet de geweldenaar Achilleus af te wachten maar zich te bergen binnen de vesting. Hektor liet zich niet overreden. Hij voelde zich schuldig aan de dood van zoveel strijdmakkers doordat hij tegen Polydamas’ raad hen de vorige avond niet binnen de muren gebracht had. Kwam hij nu terug bij de burgers, dan zou hij zich schamen . . . Achilleus naderde, gelijkend op Ares zelf, zijn geweldige speer in de aanval, zijn metalen rusting lichtend als vuur of als de opgaande zon. Toen Hektor hem zag, greep de angst hem aan en . . . hij liep weg van de poort. Achilleus sprong op hem af, zoals in het gebergte een havik zich stort op een schuwe duif (zijdelings vlucht die weg maar de havik schiet telkens weer toe met schrille kreten, buit-belust), zo achtervolgde Achilleus Hektor. Tot driemaal toe renden ze om de stadsmuren heen, langs de poorten, langs de waaiende vijgenboom, langs de bronnen van de Skamandros, de warme en koude waar de Trojaanse vrouwen en meisjes de kleren plachten te wassen, vroeger in vredestijd. Het was als een wedstrijd in snelheid van voeten en hoog was de inzet: het leven van Hektor. Apollo schonk hem kracht: hoe had hij het anders tegen de snelvoetige Achilleus volgehouden? Vanaf de Olympos zagen de goden gespannen toe. Toen ze voor de vierde maal de bronnen hadden bereikt, hield Zeus de gouden weegschaal van het Noodlot omhoog en legde aan de ene kant het leven van Hektor, aan de andere kant dat van Achilleus . . . de schaal van Hektor sloeg omlaag zoals hij zelf nu weldra naar het rijk van Hades omlaag zou moeten gaan. Nu verliet ook Apollo hem. Pallas Athena daalde af van de Olympos en deed Achilleus stilstaan om op adem te komen, hem belovend dat ze Hektor ertoe zou bewegen de strijd tegen hem te beginnen. Op Hektor trad ze toe in de gedaante van zijn broer Deïphobos die

50

55

60

65

70

75

80

85

90

hij dankbaar zag komen. Bedriegelijk wekte ze hem op nu samen tegen Achilleus stand te houden. Al spoedig zou hij ervaren dat de godin hem misleid had: zijn enige speer brak tegen Achilleus’ schild en toen hij zich omwendde naar Deïphobos om de zijne te gebruiken, was zijn broer nergens meer te bekennen . . . Nu was het hem duidelijk dat de goden hem hadden verlaten en dat zijn einde nabij was. Maar dan wilde hij tenminste niet roemloos sterven en moedig stormde hij met getrokken zwaard op Achilleus af, alle krachten gespannen. Die was hem vóór: hij wierp verwoed zijn speer en trof de enige kwetsbare plek waar Patroklos’ rusting het lichaam even bloot liet: bij de keel. Hektor stortte neer. Triomfantelijk beet Achilleus hem toe: “Je had gedacht ongestraft Patroklos van zijn wapenen te kunnen beroven omdat je mij op een veilige afstand waande! Maar ik wás er wel om hem te wreken en nu heb ik je gedood. De honden en gieren zullen jouw lijk verscheuren, terwijl aan hem de Grieken de laatste eer bewijzen.” Met zijn laatste krachten bracht Hektor uit: “Bij je leven, bij je ouders smeek ik je: laat mij niet als prooi voor de honden! Alle brons, alle goud dat je je wensen kunt zullen mijn ouders ervoor over hebben als jij hun mijn lichaam teruggeeft om te verbranden zoals het een dode toekomt.” Maar driftig en ruw was Achilleus’ antwoord: “Met huid en haar zou ik je kunnen verscheuren om wat je mij aandeed! Al geven je ouders je gewicht in goud, jou zullen ze niet op een baar bewenen, de honden krijgen je!” Stervend sprak Hektor: “Wat kon ik verwachten, ik wist dat je hart van ijzer was. Maar wees op je hoede: ik zal de toorn van de goden op jouw hoofd laten neerkomen op de dag dat Paris en Apollo jou, hoe dapper je ook bent, doen sneven bij de Skaiische poort . . .” Toen gaf hij de geest. “Sterf jij maar! Ik zal mijn dood aanvaarden als mijn uur gekomen is!” Met die woorden rukte Achilleus de speer uit de wond en trok Hektor de wapenrusting uit. Uit: Sophie Ramondt, Mythen en sagen van de Griekse wereld.

14

Laagland Boek_Havo_B.indb 14

6/06/18 11:13


1  |  OPDRACHTEN

1 De goden kiezen partij voor de Grieken of de Trojanen. Welke god is in dit fragment voor de Grieken en welke voor de Trojanen? 2 Leg beargumenteerd uit dat Hektor zich in zijn gedrag zoals beschreven in r. 56 en verder, laat leiden door de ideologie van de elite. 3 Welke eigenschap van een held staat in tekst 2 centraal in de figuur van Achilleus/Achilles? 4 Leg beargumenteerd uit of je Achilleus/Achilles een sympathieke held vindt of niet. Bekijk: Troy (2004) Hector vs Achilles op YouTube. Je kunt de QR-code hieronder scannen.

 5 Leg beargumenteerd uit of je dit een correcte verfilming van het gevecht tussen Hektor en Achilles vindt, zoals dat beschreven wordt in tekst 2, of niet.

Opdracht 7 – Slotopdracht

theorie Literatuur van Mesopotamië tot Rome

Voer deze opdracht uit met drie medeleerlingen. Bedenk en schrijf zelf een passage uit een heldenepos. Het heldenepos mag in de oudheid spelen, maar dat hoeft niet per se. De passage uit het heldenepos moet aan de volgende eisen voldoen: • minimaal een pagina A4; • een duidelijk aanwezige auctoriale vertelinstantie; • minimaal een duidelijk aanwezig vast inhoudelijk verhaalelement; • het theocentrische wereldbeeld moet herkenbaar aanwezig zijn; • de elite-ideologie moet herkenbaar aanwezig zijn. Alle groepen dragen hun heldenepospassage voor.

15

Laagland Boek_Havo_B.indb 15

6/06/18 11:13


1  |  THEORIE

Literatuur van Mesopotamië tot Rome 1 Mesopotamië Ongeveer 3200 v. Chr. werd in Mesopotamië (het gebied tussen de rivieren Eufraat en Tigris in het huidige Irak) voor het eerst het schrift gebruikt. In Mesopotamië waren steden ontstaan. Het centrum van zo’n stad was de tempel, de woning van de (stads)god. Het bezit van de tempels (grondbezit, opbrengsten van landbouw en veeteelt) moest goed geadministreerd worden. Uit deze behoefte ontstond het spijkerschrift. Het oudste in (spijker)schrift vastgelegde verhaal is het Gilgamesj-epos, een heldenepos van ongeveer 3000 versregels. De inhoud van het Gilgamesj-epos gaat als volgt:

Gilgamesj is de jonge, onbesuisde koning van de stad Oeroek. Samen met zijn vriend Enkidoe verslaat hij het monster Choembaba. Als Gilgamesj en Enkidoe terug in Oeroek de Hemelstier doden, voelt de godin Isjtar zich vernederd. Zij vervloekt Gilgamesj en de goden beslissen dat Enkidoe moet sterven. Na Enkidoes dood is Gilgamesj ontroostbaar. Hij mist zijn vriend en hij gaat op zoek naar het eeuwige leven. Na een lange reis bereikt Gilgamesj Ut-napistim, de man die de zondvloed heeft overleefd en het eeuwige leven van de goden heeft gekregen. Gilgamesj leert van hem dat hij een mens is en dus sterfelijk. Gilgamesj keert dan naar Oeroek terug en weet dat hij door stadsmuren te laten bouwen voor de veiligheid van de stad kan zorgen.

Bij het tot stand komen van de definitieve schriftelijke versie van het Gilgamesj-epos is gebruikgemaakt van oude, mondeling overgeleverde verhalen. Veel van die verhalen bevatten mythologisch materiaal. Ook in de literaire teksten van het oude Griekenland en het Romeinse rijk werd volop gebruikgemaakt van mythologisch materiaal. Een mythe is een verhaal dat kennisgeeft over de wereld en de plaats van de mens in de kosmos. Een mythe is een fantasierijk antwoord op een waaromvraag. Het antwoord op die vraag suggereert ‘waar’ te zijn, maar was geen wetenschappelijke waarheid. Een mythe wil de overmacht van het onbekende door middel van een verhaal verklaren of bedwingen. Mythen werden eerst verteld (mondelinge verteltraditie), later in teksten als een heldenepos als materiaal verwerkt.

2 Griekenland Voor de bewoners van Griekenland in de oudheid waren mythen nog een vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven. De twee heldenepen Ilias en Odyssee van Homerus (achtste eeuw v. Chr.) zijn onlosmakelijk verbonden met de mythologische wereld van de oude Grieken. Goden spelen in deze werken een belangrijke en doorslaggevende rol.

16

Laagland Boek_Havo_B.indb 16

6/06/18 11:13


1  |  THEORIE

De Ilias gaat over het langdurige Griekse beleg van Troje (Ilion). De Grieken belegeren Troje omdat de Trojaanse koningszoon Paris Helena, de vrouw van de Griekse vorst Menelaos, heeft ontvoerd. Het Griekse leger staat onder leiding van Agamemnon, de belangrijkste Griekse vorst en de broer van Menelaos. Agamemnon heeft ruzie met Achilles, de belangrijkste Griekse held. Ze ruziën over de verdeling van de krijgsbuit. Achilles weigert vanwege die ruzie nog langer te vechten. Pas als zijn vriend Patroklos is gesneuveld, grijpt Achilles weer de wapens op. Hij wreekt Patroklos en doodt Hektor, de aanvoerder van de Trojanen. De goden spelen in de Ilias een belangrijke rol. Een aantal goden kiest partij voor de Trojanen; andere goden zijn op de hand van de Grieken.

De Odyssee gaat over de Griekse held Odysseus. Door een list van Odysseus zijn de Grieken erin geslaagd Troje te veroveren. Griekse soldaten hadden zich verstopt in een groot houten paard. De niets vermoedende Trojanen sleepten dat houten paard (het beroemde Paard van Troje) hun burcht binnen. ’s Nachts verlieten de Grieken het paard en begon de verovering van de stad. Na de val van Troje gaat Odysseus terug naar Ithaka, zijn eiland waar zijn vrouw Penelope op hem wacht. De god Poseidon is woedend op Odysseus en werkt hem tegen. Pas na jarenlang rondzwerven en na vele avonturen komt Odysseus eindelijk thuis bij zijn trouwe echtgenote Penelope.

In de achtste eeuw v. Chr. ontstond in Griekenland de polis: de stadstaat. In de stadstaat Athene kwam vanaf de vijfde eeuw v. Chr. de Griekse tragedie tot bloei. Van drie tragedieschrijvers (Aischylos, Sofokles en Euripides) zijn tragedies bewaard gebleven. Het materiaal voor een tragedie was vaak een mythologische vertelling. De Griekse tragedie is een ernstig toneelstuk met een vaste opbouw. Eerst de expositio: de beschrijving van de beginsituatie en de voorgeschiedenis. De hoofdpersoon raakt vervolgens verwikkelt in de intrige, waardoor de spanning wordt opgevoerd. Problemen, conflicten en/of dilemma’s nemen toe. Na een beslissende wending (de peripeteia) eindigt de tragedie soms met een verzoening, maar vaker met de catastrofe: de ondergang van de hoofdpersoon. Het Atheense publiek kon zich inleven in de personages en meeleven. Doel van de tragedie was de katharsis: het effect van de tragedie op het publiek.

3 Rome Vanaf de zesde eeuw v. Chr. nam het Romeinse rijk de leidende positie van Griekenland over. Met keizer Augustus begon in 27 v. Chr. het Romeinse keizerrijk. Augustus gaf waarschijnlijk Vergilius opdracht om het heldenepos Aeneis te schrijven, een heldenepos met de uit Troje afkomstige Aeneas als hoofdpersoon. Dit heldenepos gaat over de mythische voorgeschiedenis van Rome. Het christendom ontstond in de periode van het Romeinse keizerrijk. De Bijbel (geschreven in het Hebreeuws, Aramees en Grieks) werd het heilige boek van de Christenen. De Bijbel bestaat uit het Oude Testament en het Nieuwe Testament. 17

Laagland Boek_Havo_B.indb 17

6/06/18 11:13


1  |  THEORIE

Het Oude Testament bevat een aantal (mythologische) verhalen, zoals de schepping van de wereld en de mens, Adam en Eva die uit het aardse paradijs worden verstoten en Noach die met zijn ark vol dieren de zondvloed overleeft. Een groot deel van het Oude Testament gaat over de geschiedenis van het joodse volk dat onder leiding van Mozes uit Egypte wordt bevrijd en naar het Beloofde Land wordt geleid. Het Nieuwe Testament is tussen 50 n. Chr. en 130 n. Chr. geschreven. Het Nieuwe Testament bevat onder andere de vier evangeliën van de vier evangelisten: Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Een evangelie is een tekst over de geboorte, het leven, de kruisdood en de opstanding van Jezus Christus. In de vijfde eeuw komt het West-Romeinse rijk ten val en beginnen de middeleeuwen.

18

Laagland Boek_Havo_B.indb 18

6/06/18 11:13


Laagland Boek_Havo_B.indb 19

6/06/18 11:13


MODULE  |  2

Literatuur van de middeleeuwen Inleiding Module 2 gaat over de literatuur in de middeleeuwen. Je begint met het maken van opdrachten. Je leest teksten, bestudeert de theorie en leert deze gericht toepassen. Het tijdperk van het heldenepos – de grote lijn en de stof van module 1 worden bekend verondersteld. 20

Laagland Boek_Havo_B.indb 20

6/06/18 11:13


Overzicht opdrachten en theorie Module 2 bestaat uit acht opdrachten. Pagina

2  |  OPDRACHTEN

• Opdracht 1 laat je kennismaken met het onderwerp en de stof van de module. 21 • De opdrachten 2 en 3 horen bij 1 Historische context en 2 Culturele context. 23 • De opdrachten 4 , 5 en 6 horen bij 3.1 Teksten en schrijvers, 3.2 Ridderromans, 3.2.1 Karelepiek en 3.2.2 Arturepiek. 26-28 • Opdracht 7 hoort bij 3.3 Dierverhaal: Van den vos Reynaerde. 31 • Opdracht 8 is de slotopdracht. 33 Overzicht literatuurgeschiedenis middeleeuwen

1 Historische context 1.1 Christelijk Europa 1.2 Standenmaatschappij 2 Culturele context 3 Literaire ontwikkelingen

34 34 34 35 36

3.1 Teksten en schrijvers 3.2 Ridderromans 3.2.1 Karelepiek 3.2.2 Arturromans 3.3 Dierverhaal: Van den vos Reynaerde

36 37 37 38 39

Opdracht 1 Lees tekst 1 en beantwoord met een medeleerling de vragen. Tekst 1 is een fragment uit Lanceloot en het hert met de witte voet.

Dit middeleeuwse verhaal begint als een hofdame met een boodschap aan het hof van de beroemde koning Artur komt. Zij wordt door haar jonkvrouw/koningin met de volgende boodschap gestuurd: de ridder die de jonkvrouw/koningin het witte voetje van een hert bezorgt, mag met die jonkvrouw/koningin trouwen. Het hert met het witte voetje bevindt zich in een ommuurd bos en het wordt bewaakt door zeven woeste leeuwen. De ridder die zijn geluk wil beproeven, krijgt een hondje mee als gids. Als eerste vertrekt Keye, maar die faalt jammerlijk. Dan vertrekt Lanceloot.

tekst 1

5

10

De geschiedenis verhaalt verder dat net rond die tijd Lanceloot bij het hof was aangekomen. Nadat hij het hele verhaal gehoord had, sprak hij kalm: ‘Geloof me, ik zal dat hondje weleens achternagaan’. Hij riep meteen zijn schildknaap, liet zich zijn wapenrusting brengen en verliet Arturs hof om zonder uitstel roem en eer te behalen. Hij was opgewekt en blij. Het koren bloeide op het veld en hij reed in een drafje, al zingend, niet te zacht en niet te hard. Hij wist niet precies waar hij naartoe moest, hij zou maar gewoon het hondje volgen.

15

20

Lanceloot reed door en nam geen rust totdat hij het dal bij de rivier bereikte. Daar zag hij hoe het hondje meteen in het water sprong. Lanceloot volgde het en gaf zijn paard de vrije teugel. Onversaagd reed hij de brede rivier in en stak hem over. Aan de overkant steeg hij af in het groene gras en wachtte tot hij en zijn paard opgedroogd waren. Toen zadelde hij het paard weer, steeg op en reed naar het bos. De weg was langer dan mijn verhaal is, neem dat maar van mij aan! Eindelijk zag Lanceloot 21

Laagland Boek_Havo_B.indb 21

6/06/18 11:13


25

2  |  OPDRACHTEN

30

35

40

45

50

55

60

65

70

het bos, maar eer hij het toegangspoortje bereikte hadden de leeuwen hem al gezien. Ze vielen hem hevig aan, maar hij verdedigde zich manmoedig met zijn zwaard, want hij was aan ze gewaagd. De leeuwen waren met z’n zevenen, en als u wilt luisteren, zal ik u vertellen hoe dat zo kwam: er was al eens eerder een ridder geweest die er drie had gedood. Hij had zich zo goed als hij kon geweerd, maar had uiteindelijk toch de dood gevonden. (Ik zeg niet dat het waar is, maar ik vertel het u zoals ik het gehoord heb.) De snelle Lanceloot hakte voortdurend op de kwaadaardige en strijdlustige leeuwen in, die niet voor hem weken. Woest om zich heen slaand begaf hij zich tussen hen in. Daardoor raakte hij op drie plaatsen ernstig gewond. Nu werd het pas echt menens! Lanceloot verdedigde zich uit alle macht en zag wel in dat hij niet veel langer kon standhouden. Toch was hij er de man niet naar om te keren en te vluchten als hij in gevaar was. Hij doodde drie van de leeuwen. De overige bleven kwaadaardig aanvallen en maakten hem het leven behoorlijk zuur, totdat hij ze na een stevige strijd allemaal gedood had. Toen ze dood op de grond lagen begon hij te jammeren over zijn verwondingen, maar dankte tevens God dat hij in leven was gebleven in de lange strijd tegen die verschrikkelijke leeuwen. Als hij niet zo sterk was geweest, had hij er niet het leven afgebracht. Lanceloot zocht zijn paard weer op en zette zijn voet in de stijgbeugel. Ondanks zijn verwondingen en zijn vermoeidheid ging hij er snel vandoor en reed het bos in. Hij was totaal uitgeput, maar hij hoorde het vogelgezang en rook de geur van kruiden, waar het bos vol mee was, en dat gaf hem zijn moed weer terug. Hij reed heen en weer onder het gezang van de vogels, dat zijn leed wat verzachtte, en keek speurend rond. Toen zag hij het hert liggen, onder een kruidnagelboom. Luister wat Lanceloot nu deed: hij gaf zijn paard de sporen. Het hert merkte dat en liep weg, achtervolgd door de gewonde Lanceloot. Maar het hondje liep nóg harder en eer Lanceloot het in de gaten kreeg, had het hondje het hert

75

80

85

90

95

100

105

110

115

120

te pakken. Nadat het dier het hert had gedood, reed Lanceloot er in volle vaart op af en sprong in het gras. Begerig sneed hij met zijn zwaard de witte voet af, waarna hij in elkaar zakte. Zijn benen konden hem niet langer dragen. Op hetzelfde moment zag Lanceloot een ridder aankomen op een groot paard. Hij verzocht hem naderbij te komen, en de witte poot van hem aan te nemen. Hij moest hem op zijn erewoord beloven dat hij die naar de jonkvrouw zou brengen, en dat hij haar tevens zou vertellen dat hijzelf, Lanceloot, zwaargewond in het bos lag. Zo gauw hij kon zou hij naar haar toe komen, maar in de tussentijd moest zij absoluut niemand anders tot man nemen. ‘Zeg haar dat ik hoop dat het haar altijd goed zal gaan en dat ik mij veel inspanningen heb getroost omwille van haar eer en deugd, waarover ik zo veel gehoord heb.’ Meteen stak Lanceloot zijn hand uit en gaf de poot aan de ridder. Had hij dat maar niet gedaan! Maar het gaat nu eenmaal altijd zoals het moet gaan. Zodra de ridder de poot van Lanceloot had aangepakt, trok hij zijn zwaard en sloeg hij Lanceloot zo hard dat die er maar net het leven afbracht. Dat was een schaamteloze daad, waarmee die ridder bar weinig eer inlegde, maar er was niets aan te doen! Hij had Lanceloot gewond aangetroffen en bracht hem nog meer letsel toe; hij vergold hem goed met kwaad, zoals dat heden ten dage zo vaak gebeurt en zoals hij dat al zo vaak had gedaan. Moge de onsterfelijke God al die booswichten afschrikken, zodat ze zich nog eens bedenken, hun slechtheid afzweren en hun leven beteren. Toen de valse ridder dacht dat hij Lanceloot tot stervens toe had verwond, reed hij weg, naar de koningin. Hij lachte uitbundig omdat het zo was afgelopen en hij zag zichzelf al als vorst. Maar voor dit verhaal uit is zal hij nog wel merken of zijn streken hem iets hebben opgeleverd. Waarom zou ik er lang over uitweiden? Toen de ridder bij de burcht van de jonkvrouw aankwam, nam een page zijn paard van hem over om het goed te verzorgen. Zelf ging de ridder de burchtzaal binnen waar hij door de vele daar aanwezige ridders en jonkvrouwen keurig werd ontvangen. Nog in het ongewisse

22

Laagland Boek_Havo_B.indb 22

6/06/18 11:13


125

130

135

wat u wilt. Ik heb hem met mijn zwaard onvoorwaardelijk veroverd op de leeuwen, die me wilden verscheuren. Daarom heb ik nu ook u veroverd, en eenieder die me dat misgunt zal daarvoor gestraft worden, zo veel inspanning heeft me het veroveren van die poot gekost.’

2  |  OPDRACHTEN

over wie hij was trad de jonkvrouw zelf naar voren om hem te begroeten. Ze ging het kasteelpark met hem in. Hoor nu wat hij deed! ‘Vrouwe,’ zei hij, ‘u hebt ten overstaan van al uw onderdanen gezworen dat u met geen enkele andere man zult trouwen dan met degene die u de witte voet van het hert zal bezorgen. Welnu, hier is hij; doe ermee

Uit: De ridders van de ronde Tafel.

1 In de tekstpassage r. 1-12 wordt duidelijk waarom Lanceloot op pad gaat. Citeer de zin waarin Lanceloots motieven duidelijk worden verwoord. 2 Leg uit dat deze motieven kenmerkend zijn voor een elite-ideologie. 3 Leg uit dat de vertelinstantie van Lanceloot en het hert met de witte voet kenmerkend is voor vertelinstanties van heldenepen. 4 Een heldenepos functioneerde tijdens de voordracht. Citeer twee passages uit Lanceloot en het hert met de witte voet die duiden op functioneren van deze tekst binnen een voordrachtsituatie. 5 Welk kenmerk van een held staat centraal in de tekstpassage r. 23-58? 6 Leg beargumenteerd uit of je Lanceloot in de tekstpassage r. 80-110 naïef en te goed van vertrouwen vindt of niet. 7 Citeer een passage uit tekstpassage r. 91-110 waar duidelijk vertellerscommentaar blijkt. 8 De valse ridder zegt in r. 128-132 dat de jonkvrouw/koningin gezworen heeft te zullen trouwen met de ridder die haar het witte voetje brengt. De valse ridder brengt haar het witte voetje, dus moet ze met hem trouwen. Welke formuleringsfout heeft de jonkvrouw/koningin in haar belofte gemaakt? 9 Geef in minimaal drie zinnen een voorspelling over de afloop van dit verhaal.

Opdracht 2

theorie 1 Historische context en 2 Culturele context

Bestudeer de theorie van 1 Historische context en 2 Culturele context en voer de opdracht uit. Hieronder staan twintig begrippen en omschrijvingen. Maak tien paren van bij elkaar horende begrippen en omschrijvingen. Wereldlijke cultuur, monniken en nonnen, één christelijke kerk, Lage landen: een verzameling gewesten, niet-feodaal recht, hiërarchische maatschappij, hoofsheid, eercultuur, ridder, reguliere geestelijkheid, verbreiding van het christelijk geloof, zelfbeheersing, reputatie, gebruik van geweld, stad, religieuze kunst, kern hoofse gedragsregels, stimuleren van geloof en leren over Bijbel en heiligen, standenmaatschappij.

Opdracht 3

theorie 1 Historische context en 2 Culturele context

Lees tekst 2 en beantwoord met een medeleerling de vragen. Tekst 2 is een fragment uit Moriaen.

Koning Artur heeft Walewein en Lancelot, twee van zijn belangrijkste ridders, op pad gestuurd. Walewein is de neef van koning Artur. Onderweg komen ze een onbekende ridder tegen. 23

Laagland Boek_Havo_B.indb 23

6/06/18 11:13


2  |  OPDRACHTEN

tekst 2

5

10

15

20

25

30

35

40

45

Volgens het verhaal vertrokken Walewein en Lancelot de volgende ochtend bij dageraad. Ze trokken door onherbergzame, woeste streken, over bergen en door dalen, op zoek naar Perceval. Maar hun inspanningen leverden niets op: ze kwamen niets over hem te weten, en dat was een hard gelag voor hen. Op de negende dag reed een ridder hen tegemoet. Hij zat op een prachtig paard en had een goede wapenrusting aan, maar hij was helemaal zwart: zijn lichaam, zijn handen en zijn hoofd – met uitzondering van zijn tanden – waren zwart als van een Moor, en ook zijn maliënkolder en schild waren zo zwart als een raaf. Toen hij Walewein en Lancelot in het oog kreeg, gaf hij zijn paard de sporen en reed hij op hen af. Nadat ze elkaar gegroet hadden, zei hij tegen Lancelot: ‘Ridder, vertel me naar waarheid wat ik wil weten, of hoed u voor mijn speer. Het is mijn gewoonte waar of wanneer ik een ridder tegenkom tegen hem te vechten (zelfs al weet ik van tevoren dat hij sterker is dan vijf man bij elkaar. Angst noch een andere reden kunnen me daarvan weerhouden) tenzij hij me de gevraagde inlichtingen verschaft. Dus, ridder, geef me op uw erewoord snel en naar waarheid antwoord op mijn vragen; anders zult u het bezuren.’ Maar Lancelot antwoordde: ‘Over mijn lijk! Geen ridder zal me dwingen iets tegen mijn zin te doen. Een dergelijke schande zal me niet overkomen. Laten we dus doen zoals u gewend bent: ik vecht liever en zal u een toontje lager laten zingen. Ik wil geen zoete broodjes bakken: vandaag nog zal ik u uw lelijke gewoonte afleren, of sterven.’ De zwarte ridder die zo nijdig tegen Lancelot sprak, bleef niet stilstaan. Vechtlustig nam hij een flinke aanloop en richtte zijn speer. Tijdens het gevecht hield heer Walewein zich afzijdig en dacht bij zichzelf – zoals het hoofse en verstandige mensen betaamt – dat het een lage en onridderlijke streek zou zijn om een ridder met meer dan één man tegelijk aan te vallen en zo te overwinnen. Maar als hij zou zien dat Lancelot in het nauw gedreven zou worden of in levensgevaar zou komen te

50

55

60

65

70

75

80

85

90

verkeren, werd het tijd in te grijpen en hem bij te staan. Walewein hield zich afzijdig, omdat hij de ridderlijke erecode niet wilde schenden. Walewein meende echter dat ze eerder de duivel dan een mens waren tegengekomen, ware het niet dat men de zwarte God had horen noemen. Als hij werkelijk de duivel of een van diens trawanten uit de hel zou zijn, had men hem in geen geval tegenstand kunnen bieden. Zijn paard was geweldig groot en zelf was hij forser dan Lancelot, maar zwart, zoals ik al eerder opmerkte. Heer Lancelot en de vreemde ridder stormden op elkaar af. Ieder van hen had een grote speer, maar die knakten als strootjes. Geen van beiden werd geveld; beiden bleven in het zadel; ze trokken hun zwaard en begonnen op elkaar in te slaan. En als God het niet verhinderd had, waren ze daar allebei dood gebleven: immers, de slagen die ze uitdeelden, waren zo hard dat niemand daarvan kon genezen. Zelfs al was het midden in een pikdonkere nacht geweest, dan nog zou men bloemen en gras hebben kunnen onderscheiden in de dichte vonkenregen die van hun helmen en zwaarden schoot. Naar mijn mening had de smid die hun zwaarden vervaardigde, geen rommel verkocht: hij zou meer rijkdom verdienen dan Arthur iemand ooit gaf voor een dergelijke prestatie. De ridder noch Lancelot wilden van wijken weten. Maar op Waleweins verzoek gingen ze uit elkaar. Walewein vond het doodzonde als een van beiden daar de dood zou vinden. Bovendien had hij gezien dat hun slagen zo fel en venijnig waren, dat een van beiden binnen korte tijd aan zijn verwondingen zou zijn bezweken. Nadat Walewein de dodelijk vermoeide kemphanen gescheiden had, richtte hij zich tot de zwarte ridder: ‘Uw handelwijze en gedrag zijn hoogst onbetamelijk; u bent daarmee op het verkeerde pad. Als u op hoofse wijze inlichtingen had gevraagd, zou deze ridder u die met alle plezier gegeven hebben, dat kan ik u in alle ernst meedelen. U handelt als een dwaas, een waanzinnige; ik ben bang

24

Laagland Boek_Havo_B.indb 24

6/06/18 11:13


95

100

110

115

120

125

130

135

140

145

150

155

160

Terwijl ze gedrieën in het open veld stonden, sprak Walewein de zwarte ridder nogmaals aan: ‘U handelt niet erg verstandig. Al is het u tot nog toe goed vergaan, u zou gemakkelijk iets kunnen aangaan waardoor u het leven erbij in schiet. Ik geef u een goede raad: vertel me wat u dwars zit. Zo mogelijk zal ik antwoord geven op de vragen die u aan deze ridder wilde stellen. Hij is immers nog nooit door iemand van zijn paard gestoten!’ ‘U hebt gelijk,’ antwoordde de zwarte. ‘Bij al degenen die de ridderschap beoefenen en vooral bij Walewein die samen met Lancelot de meest uitgelezen ridder ter wereld is (wijd en zijd wordt hun lof en eer toegezwaaid; dat heb ik tenminste over hen horen vertellen), spoor ik u aan me te vertellen of u Agloval soms kent, de broer van Perceval de Wels. Het laatste halfjaar heb ik overal rondgezworven en naar hem gevraagd. Ik heb er veel voor moeten verduren. U moet me goed- of kwaadschiks meedelen wat u over Agloval weet, anders sterf ik liever ter plekke. Laten we er geen woorden meer aan vuil maken; het heeft nu lang genoeg geduurd: zeg me wat ik wil weten, of laten we de strijd hervatten.’ Walewein moest lachen om de manier van doen van de zwarte ridder en vroeg hem: ‘Bij mijn eer, leg me eerst eens uit waarom u naar Agloval vraagt. Wat wilt u van hem? Dan zal ik u vertellen wat ik weet.’ De zwarte antwoordde onmiddellijk: ‘Agloval is mijn vader; hij verwekte mij bij mijn moeder. Ik zal duidelijker en uitvoeriger zijn.

2  |  OPDRACHTEN

105

dat één van u beiden hier het onderspit delft, tenzij u van gedachten verandert.’ ‘Hoe durft u mij zó toe te spreken,’ antwoordde de zwarte. ‘Denkt u dat ik bang ben om het tegen u beiden op te nemen, ook al hebt u zich vandaag afzijdig gehouden? Ik ga geen stap opzij, al was een van u Lancelot en de ander Arthurs neef. Die twee worden meer dan andere ridders van koning Arthur geprezen en geroemd. Ik heb dikwijls over hen horen vertellen, maar ik heb ze nog nooit gezien.’ Walewein overwoog: ‘We zouden dwaas en onverstandig zijn als we deze ridder die ons zo roemt, niet op hoofse wijze tegemoet zouden treden.’ Maar heer Lancelot wilde met alle geweld het gevecht voltooien, hetzij als winnaar, hetzij als verliezer. Walewein, die dat wel merkte, vroeg Lancelot een ogenblik te wachten: ‘Laat mij even mijn zegje doen. Dat vraag ik u als gunst, omwille van uw heer, de koning, én vanwege de trouw die u mijn vrouwe, de koningin, verschuldigd bent.’ ‘Als u het mij niet met zoveel nadruk verzocht had, zou ik me vast en zeker gewroken hebben of het onderspit gedolven hebben. Deze ridder daagde me immers zonder enige reden of noodzaak uit tot een tweekamp en overlaadde me met slagen. Maar omdat u het me bezweert, zal ik hem waarachtig niet meer lastig vallen, tenzij hij me opnieuw aanvalt. Daarom schort ik de strijd op. Ik doe dat niet uit lafheid – zo helpe me God en moge Hij me naar de eeuwige zaligheid leiden –, doch alleen en uitsluitend omdat u het me verzoekt.’

Uit: Walewein, de neef van koning Arthur.

1 Wat is het doel van Walewein en Lancelot: waarom zijn ze op pad gegaan? 2 In de passage r. 8-28 wordt de uitrusting van de zwarte ridder beschreven. Welke drie elementen van de vaste uitrusting van een ridder worden in deze passage genoemd? 3 Leg beargumenteerd uit of de beschrijving van de ridders in Moriaen wel of niet overeenkomt met de afbeelding van ridders op het Tapijt van Bayeux (zie pagina 35). 4 Welk element uit de elitecultuur en de adellijke riddercultuur staat centraal in het gedrag van Lancelot in r. 29-36? 5 Leg beargumenteerd uit waarom dit fragment uit Moriaen boeiend is voor een publiek van leden uit de tweede stand. 6 Leg beargumenteerd uit waarom dit fragment uit Moriaen leerzaam is voor (jonge) ridders. 25

Laagland Boek_Havo_B.indb 25

6/06/18 11:13


• De lezer staat centraal • Een breed en gevarieerd aanbod van zorgvuldig geselecteerde literaire teksten • Aandacht voor differentiatie • Een solide basis van literaire theorie en begrippen • Diepgaande en boeiende behandeling van de literatuurgeschiedenis • Praktisch en overzichtelijk

Literatuurgeschiedenis

Laagland, literatuur & lezer is dé methode literatuuronderwijs Nederlands voor de tweede fase van havo en vwo. Met al 20 jaar ervaring groeit Laagland mee; Laagland brengt literatuur tot leven met een rijk aanbod aan fragmenten en aansprekende opdrachten.

Laagland, literatuur lezer

Gerrit van der Meulen Willem van der Pol

Literatuur Nederlands voor de tweede fase

Laagland, literatuur lezer 4e editie Literatuurgeschiedenis leerwerkboek B

4/5 havo

leerwerkboek B

Aanbod voor havo:

4/5 havo

9 789006 371369

WT Cover Laagland 4-5 havo Boek B.indd 1

6/06/18 11:24

Profile for ThiemeMeulenhoff

Laagland, literatuur & lezer leerwerkboek 4/5 havo  

Laagland, literatuur & lezer leerwerkboek 4/5 havo