9006627626 bw fc def

Page 1

NEDERLANDS • 3e EDITIE

leeropdrachtenboek

TWEEDE FASE

Paul Merkx Everlien Flier Ruud Alers

OP NIVEAU TWEEDE FASE 3e EDITIE Op niveau tweede fase 3e editie is een methode taalvaardigheid Nederlands voor de tweede fase.

DE VOORDELEN VAN OP NIVEAU TWEEDE FASE 3e EDITIE optimale examenvoorbereiding; sterke koppeling tussen hoofdvaardigheden; veel mogelijkheden voor differentiatie; zowel modulair (per vaardigheid) als lineair (per blok) in te zetten; inzicht in leerproces; + voorbereiding op het leven na school; + volledig gelabeld volgens RTTI; + zeer complete theorie. + + + + +

tweede fase | 4 vwo Leeropdrachtenboek

Eindredactie Evelien Otte Linda Kleverlaan

4 vwo

TWEEDE FASE

Het complete materiaal bestaat uit het boek en de online startlicentie. 100% digitaal werken is ook mogelijk: kijk voor de mogelijkheden op www.thiememeulenhoff.nl.

9 789006 627626

WT ONFT Cover 4vwo.indd 1

12/06/17 10:25


Boek V3 - 4vwo.indb 336

9/06/17 10:53


Methode Taalvaardigheid Nederlands Op niveau tweede fase Leeropdrachtenboek Paul Merkx Everlien Flier Ruud Alers Eindredactie Evelien Otte Linda Kleverlaan

4 vwo

Boek V3 - 4vwo.indb 1

9/06/17 10:49


Woordenschat Vormgeving

Methodeoverzicht

Grafisch ontwerp:

Op niveau tweede fase sluit aan op Op niveau onderbouw en is op de volgende manier opgebouwd:

Studio Michelangela, Utrecht Omslag en illustraties:

Leerjaar 6 5/6v

Sproud, Sanneke Prins

Leerjaar 5 45h leerjaar 4

4b

4k

4gt

4v

Opmaak

leerjaar 3

3b

3k

3gt

3h

3v

Studio Michelangela, Utrecht

leerjaar 2

2bk

2(k)gt 2(t)h

2hv

2v

leerjaar 1

1bk

1kgt

1hv

1v

1th

Bureauredactie Bureau Sproet, Arnhem

Werkvormen

Mix: boeken + startlicentie

100 % digitaal

leerling

Leeropdrachtenboek

Leeropdrachtenboek

Leerling totaallicentie

+ startlicentie

in Schooltas

leeropdrachtenboek

+ startlicentie (in eDition)

Voor de docent is er een Docent totaallicentie.

Dyslexie In de opmaak hebben we zo veel mogelijk rekening gehouden met dyslectische leerlingen. Daarbij zijn alle teksten ingesproken en dus als audio beschikbaar.

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 62762 6 Derde druk, eerste oplage, 2017 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2017 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

Boek V3 - 4vwo.indb 2

9/06/17 10:49


1

Introductie

4

Leerstofoverzicht

6

Blok 1 Publiek en doel • verwerking • theorie

Blok 2 Structuur • verwerking • theorie

Blok 3 Argumentatie • verwerking • theorie

Blok 4 Taalverzorging

Boek V3 - 4vwo.indb 3

Woordenschat Inhoud

8 9 51 82 83 123 164 165 212

• verwerking Spelling & interpunctie • verwerking Formuleren • theorie Spelling • theorie Interpunctie • theorie Formuleren

246 247 258 270 285 291

Rubrics Schrijven

309

Rubrics Spreken en gesprekken

313

Overzicht Theorie-items

319

Register Verantwoording

324 329

9/06/17 10:49


1

Woordenschat Introductie

Over Op niveau tweede fase, 3e editie Op niveau tweede fase is een methode taalvaardigheid. Je kunt de opdrachten op verschillende manieren doorwerken. Je kunt ze ook combineren. Modulair: via de vaardigheden Je werkt langere tijd aan een vaardigheid. Bij Lezen komt theorie aan bod die je ook nodig hebt bij de andere vaardigheden. Je begint dus met Lezen: Lezen blok 1, Lezen blok 2, enzovoort. Daarna werk je bijvoordeeld de modules Schrijven door of Spreken, kijken en luisteren. Lineair: via de blokroute Je werkt blok na blok door. In één blok doe je dan verschillende vaardigheden na elkaar. Eerst Woordenschat, dan Lezen, daarna Schrijven en ten slotte Spreken, kijken en luisteren. De leerstof van de vaardigheden binnen een blok hangt met elkaar samen. In blok 1 gaat het bij alle vaardigheden om Publiek en doel en bij blok 3 om Argumenteren. Leerstofoverzicht

Lineair

Leerstofoverzicht

Module

Blok 1 Publiek en doel

Blok 2 Structuur

Blok 3 Argumentatie

Blok 4 Taalverzorging

Woordenschat

Tekstbegrip en moeilijke woorden • woordraad strategieën • woordenboek

Woorden rond tekstverbanden en -opbouw

Woorden rond ‘stellen en onderbouwen’

Spelling en interpunctie • werkwoordspelling • werkwoorden met een lastige spelling • meervoud van zelfstandige naamwoorden • verkleinwoorden • bijvoeglijke naamwoorden • woorden met een lastige spelling

Lezen

Presentatie van de tekst – Schrijfdoelen • manieren van lezen • (deel)onderwerp en hoofdgedachte • (onder)titel en tussenkopjes • alinea en kernzin • schrijfdoelen, tekstsoorten en tekstvormen, intentie schrijver • feitelijke en waarderende uitspraken

Verbanden tussen tekstdelen – Tekststructuur • verbanden en verbindingswoorden

Standpunt en argumenten • standpunt, argument en argumentatie • soorten argumenten • argumentatiestructuur: enkelvoudig, neven- en onderschikkend • argumentatieschema’s • bijzonder taalgebruik en retoriek • bijzondere woordkeus

Formuleren • helder en afwisselend formuleren • storende woordherhaling • foutieve tautologie, foutief pleonasme, dubbele ontkenning • niet-bedoelde dubbelzinnigheid en ambiguïteit • storend figuurlijk taalgebruik • overdrijving • telegramstijl; woord(en) te weinig • congruentiefout • gebruik van de lijdende vorm • tangconstructie; dat/als constructie • verkeerd aansluitende beknopte bijzin • foutieve inversie • verwijsfouten

Schrijven

Informatieve brief/mail en klachtenbrief/-mail • publiekgerichtheid, publiek in kaart brengen • inhoud en taalgebruik afstemmen op publiek • zakelijke brief of e-mail • digitale zakelijke correspondentie • opbouw formele indeling • klachtenbrief of -mail • beoordeling zakelijke brief of mail

Informerende teksten • informatiebronnen en bronvermelding • voorbereiding en schrijfplan • vormgeving en beeld • beoordelen en herschrijven van een tekst • schrijfdossier en taalportfolio • nieuwsbericht • verslag • instructie • uiteenzetting

Betoog • bruikbaarheid van informatie beoordelen • informatie verwerken • tekstvormen afstemmen op publiek • betoog en ingezonden brief • recensie • column, blog en online reactie

Spreken, kijken en luisteren

Zakelijke gesprekken • stemgebruik en non-verbale communicatie • gesprekstechnieken • feedback geven en krijgen • zakelijke gesprekken • informatief gesprek • probleemoplossend gesprek

Informerende presentatie • presentatie • interactie • spreekplan • hulpmiddelen bij een presentatie • luisteren, aantekeningen maken en vragen stellen • beoordelen presentatie

Forumdiscussie en vergadering • keuze discussieonderwerp • meningvormende discussie • probleemoplossende discussie • forumdiscussie • vergadering en overleg • beoordeling forumdiscussie en vergadering • notuleren • discussieverslag

Digitaal beschikbaar

Voorbereiding po en pws Taalbeschouwing Extra oefenmateriaal Werkwijzer Grammatica

6

• hoofdstructuur: inleiding, middenstuk en slot • tekststructuren • functies van tekstgedeelten

• • • • • • •

hoofdletters kleine letters apostrof trema liggend streepje weglatingsstreepje interpunctie

Modulair

7

Hoofdvaardigheden Je vergroot je woordenschat, die je nodig hebt voor de andere vaardigheden en het eindexamen. Lezen Je leert hoe teksten in elkaar zitten en je leert de inhoud te analyseren zodat je de teksten beter kunt begrijpen. Schrijven Je leert hoe je goede teksten kunt schrijven, zoals een blog, betoog, klachtenmail, en je leert hoe je een zakelijke brief opstelt/indeelt. Spreken, kijken en luisteren Je oefent met het houden van een presentatie, het voeren van een discussie en vergaderen. Je leert deze vaardigheden ook op waarde te schatten. Woordenschat

Ondersteunende vaardigheden Spelling & interpunctie Formuleren

Je oefent met schrijven, waarbij je de regels van spelling en interpunctie toepast. Je leert zinnen die je spreekt of schrijft logisch op te bouwen.

Digitaal beschikbaar Taalbeschouwing

Voorbereiding po en pws Extra oefenmateriaal

Werkwijzer grammatica

Je bestudeert het verschijnsel taal. Je leert bijvoorbeeld meer over taalontwikkeling, groepstalen en de afkomst van woorden. Taalbeschouwing komt ook aan bod bij de hoofdvaardigheden. Bij het maken van een profielwerkstuk en een praktische opdracht voor alle vakken heb je vaardigheden nodig die je bij Nederlands leert. In deze module kun je daarmee oefenen. Na het maken van een instaptoets kun je bij de hoofdvaardigheden extra oefenen op je eigen niveau. Daarnaast bieden wij extra opdrachten om te oefenen bij de ondersteunende vaardigheden. De belangrijkste grammaticaregels op een rij.

4

Boek V3 - 4vwo.indb 4

9/06/17 10:49


Digitaal materiaal Leerling startlicentie

Leerling totaallicentie

Docent totaallicentie

(Beoordelings)formulieren

Alle theorie

Alle onderdelen van de leerling

Alle opdrachten

startlicentie en de totaallicentie

Alle onderdelen van de startlicentie

Extra oefenmateriaal

Schooltasbestand van de complete

Antwoorden

theorie Woordenlijsten

Toetsen

Rubrics Schrijven

Lesbrieven Alles over taal

Rubrics Spreken en gesprekken

Elk jaar een nieuwe tekst met

bijbehorende (plus)opdrachten en vragen

Ingesproken leesteksten

Elk jaar een nieuwe leestoets

Kijk- en luisterfragmenten

Schooltas (pdf ) van het boek

Module taalbeschouwing

Schooltas (pdf ) van de complete theorie

Module praktische opdracht

Docentenhandleiding algemeen

en werkstuk

Docentenhandleiding per blok/module

Lijst met standaardvragen voor bij een tekst

Onderdelen module Jouw leerdoelen Een overzicht van wat je gaat leren in deze module + referentieniveau(s). Nieuwe theorie De nieuwe theorie die aan bod komt in deze module: naam + nummer. Voorkennis De theorie van een andere module in hetzelfde blok die je bij deze module ook nodig hebt. Startopdrachten Dit zijn twee opdrachten: Opdracht 1 Weten en Opdracht 2 Kunnen. Weten test je kennis van het onderwerp van de module. Bij Kunnen pas je deze kennis toe. Het doel van deze opdracht is inzicht krijgen in waar je staat aan het begin van de module. Opdrachten De ‘gewone’ opdrachten die je stap voor stap meenemen naar het gewenste eindniveau dat je uiteindelijk door het maken van de Eindopdracht kunt behalen. De theorienummers die je nodig hebt, staan erbij. Plusopdrachten Deze opdrachten geven extra verdieping of nodigen je uit anders te denken. Vaak zul je op een creatieve manier, alleen of in een groepje, aan de slag gaan. Plusopdrachten vind je bij Lezen, Schrijven, Spreken, kijken en luisteren, Spelling en Interpunctie en Formuleren. Eindopdrachten Dit zijn twee opdrachten, Weten en Kunnen, op het gewenste eindniveau. Bij Lezen bestaat het onderdeel Kunnen uit een examentekst met vragen. Bij Schrijven en bij Spreken, kijken en luisteren is het onderdeel Kunnen van de eindopdracht ook direct de eindtoets. Reflectie Een terugblik op de module en op je vorderingen. Heb je de leerdoelen behaald? Op welk niveau zit je nu? Zo nodig kun je extra oefenen met het digitale materiaal. Online voor jou/Toetsen Overzicht van het digitale materiaal en de toetsen bij deze module.

Verwijzingen 3F RTTI

Voor deze opdracht heb je een computer nodig met internetverbinding. Bij deze opdracht hoort een (beoordelings)formulier. Een verwijzing naar het referentiekader taal (3F – op weg naar 4F – 4F). Bij deze opdracht hoort een kijk- of luisterfragment. Een methodiek om de soort opdracht mee aan te geven. R: reproduceren van de leerstof, T1: leerstof toepassen in een bekende situatue, T2: leerstof toepassen in een nieuwe situatie, I: inzicht in de leerstof. Bij deze opdracht gebruik je woorden en strategieën van Woordenschat. Een opdracht over taalbeschouwing. Een plusopdracht. Deze opdracht doe je met een medeleerling. Een groepsopdracht.

5

Boek V3 - 4vwo.indb 5

9/06/17 10:49


Leerstofoverzicht

Module

Blok 1 Publiek en doel

Blok 2 Structuur

Woordenschat

Tekstbegrip en moeilijke woorden • woordraadstrategieën • woordenboek

Woorden rond tekstverbanden en -opbouw

Lezen

Presentatie van de tekst – Schrijfdoelen • manieren van lezen • (deel)onderwerp en hoofdgedachte • (onder)titel en tussenkopjes • alinea en kernzin • schrijfdoelen, tekstsoorten en tekstvormen, intentie schrijver • feitelijke en waarderende uitspraken

Verbanden tussen tekstdelen – Tekststructuur • verbanden en verbindingswoorden • hoofdstructuur: inleiding, middenstuk en slot • tekststructuren • functies van tekstgedeelten

Schrijven

Informatieve brief/mail en klachtenbrief/-mail • publiekgerichtheid, publiek in kaart brengen • inhoud en taalgebruik afstemmen op publiek • zakelijke brief of e-mail • digitale zakelijke correspondentie • opbouw formele indeling • klachtenbrief of -mail • beoordeling zakelijke brief of mail

Informerende teksten • informatiebronnen en bronvermelding • voorbereiding en schrijfplan • vormgeving en beeld • beoordelen en herschrijven van een tekst • schrijfdossier en taalportfolio • nieuwsbericht • verslag • instructie • uiteenzetting

Spreken, kijken en luisteren

Zakelijke gesprekken • stemgebruik en non-verbale communicatie • gesprekstechnieken • feedback geven en krijgen • zakelijke gesprekken • informatief gesprek • probleemoplossend gesprek

Informerende presentatie • presentatie • interactie • spreekplan • hulpmiddelen bij een presentatie • luisteren, aantekeningen maken en vragen stellen • beoordelen presentatie

Digitaal beschikbaar

Voorbereiding po en pws Taalbeschouwing Extra oefenmateriaal Werkwijzer Grammatica

6

Boek V3 - 4vwo.indb 6

9/06/17 10:49


Leerstofoverzicht

Blok 3 Argumentatie

Blok 4 Taalverzorging

Woorden rond ‘stellen en onderbouwen’

Spelling en interpunctie • werkwoordspelling • werkwoorden met een lastige spelling • meervoud van zelfstandige naamwoorden • verkleinwoorden • bijvoeglijke naamwoorden • woorden met een lastige spelling

Standpunt en argumenten • standpunt, argument en argumentatie • soorten argumenten • argumentatiestructuur: enkelvoudig, neven- en onderschikkend • argumentatieschema’s • bijzonder taalgebruik en retoriek • bijzondere woordkeus

Formuleren • helder en afwisselend formuleren • storende woordherhaling • foutieve tautologie, foutief pleonasme, dubbele ontkenning • niet-bedoelde dubbelzinnigheid en ambiguïteit • storend figuurlijk taalgebruik • overdrijving • telegramstijl; woord(en) te weinig • congruentiefout • gebruik van de lijdende vorm • tangconstructie; dat/als constructie • verkeerd aansluitende beknopte bijzin • foutieve inversie • verwijsfouten

• hoofdletters • kleine letters • apostrof • trema • liggend streepje • weglatingsstreepje • interpunctie

Betoog • bruikbaarheid van informatie beoordelen • informatie verwerken • tekstvormen afstemmen op publiek • betoog en ingezonden brief • recensie • column, blog en online reactie

Forumdiscussie en vergadering • keuze discussieonderwerp • meningvormende discussie • probleemoplossende discussie • forumdiscussie • vergadering en overleg • beoordeling forumdiscussie en vergadering • notuleren • discussieverslag

7

Boek V3 - 4vwo.indb 7

9/06/17 10:49


Woordenschat

1

1 Publiek en doel Zakelijke gesprekken en zakelijke brieven moeten voldoen aan bepaalde eisen. In een brief let je bijvoorbeeld op een goede indeling en opbouw en in een zakelijk gesprek let je extra op je houding en je taalgebruik. Bij leesvaardigheid leer je de basis hiervoor. Aan de hand van diverse teksten verzamel je kennis over de vaste indeling en publiekgerichtheid. Bij woordenschat leer je woorden die je goed kunt gebruiken bij het lezen, schrijven en spreken. Alle kennis en vaardigheden die je in dit blok opdoet, zijn niet alleen handig voor je schoolcarrière (stage, examen), maar ook daarbuiten.

O P DR ACHTE N Woordenschat Tekstbegrip en moeilijke woorden

92

Lezen Presentatie van de tekst – Schrijfdoelen

13

Schrijven Informatieve brief/mail en klachtenbrief/-mail

31

Spreken, kijken en luisteren Zakelijke gesprekken

40

THE O R IE Woordenschat Lezen Schrijven Spreken, kijken en luisteren

51 53 60 74

8

Boek V3 - 4vwo.indb 8

9/06/17 10:49


Publiek en doel en doel 1 Publiek

Woordenschat Woordenschat

Tekstbegrip en moeilijke woorden 2F

3F

2F

3F 3F

Jouw leerdoelen

Nieuwe theorie

• Strategieën toepassen voor het afleiden van woordbetekenissen. • Onderscheid maken tussen formele en informele woorden. • Woorden gebruiken uit de (beroeps)opleiding en van

[1] Woordraadstrategieën [2]

en woordenboek Formele en informele teksten

maatschappelijke aard.

De woorden van Woordenschat passen bij de inhoud van dit blok. Bij enkele vragen van de andere vaardigheden oefen je ook met woordraadstrategieën. Deze vragen herken je aan een blauw bolletje. ●

Bestudeer de theorie die in deze module centraal staat. Zie het schema hierboven. Bij het maken van de opdrachten kun je goed samenwerken in tweetallen of in een klein groepje. T2

Opdracht 1

Afleiden van woordbetekenissen

[1]

Lees de volgende tekst. Noteer de 10 vetgedrukte woorden en zet de betekenis erachter. Maak daarbij gebruik van de woordraadstrategieën. Gebruik alleen een woordenboek als je er niet uitkomt.

Framing Elisabeth Wehling schreef een boek over de invloed van taal. ‘Mensen zijn naïef over de rol die framing speelt in onze kijk op de werkelijkheid.’ Om woorden te kunnen begrijpen, stelt de Duitse linguïst, activeren onze hersens een hele voorraadkamer aan opgeslagen kennis. ‘Als je bijvoorbeeld het woord kaneel leest’, zegt ze, ‘activeert dat woord in je brein het reukcentrum – want uit ervaring weet je dat kaneel een sterke geur heeft. Lees je het woord zout, dan activeert dat woord het smaakcentrum in de hersens, want je weet uit ervaring dat zout een sterke smaak heeft.’ En daar blijft het niet bij. Associaties die we bij een bepaald woord hebben gaan met onze waarneming aan de haal. Ze plaatsen woorden en feiten niet alleen in een raamwerk, een frame, maar dat frame kan onze perceptie veranderen. Dit voorjaar verscheen haar boek Politisches Framing. Daarin haalt Wehling een experiment aan waarbij een groep proefpersonen twee zinnen te lezen kreeg: ‘John wilde het vogelhuisje repareren. Hij sloeg op de spijker toen zijn vader binnenkwam.’ Een tweede groep kreeg een net iets andere tekst te lezen: ‘John wilde het vogelhuisje repareren. Hij zocht de spijker toen zijn vader binnenkwam.’ Aan alle proefpersonen werd even later gevraagd of ze in de tekst het woord hamer hadden gelezen. Zeker, zei meer dan de helft van de eerste groep ten onrechte. In de tweede groep dacht nog altijd eenvijfde het woord hamer gelezen te hebben. Vooral het woord slaan in combinatie met spijker activeert een frame waarvan ook een hamer deel uitmaakt. Het woord is niet gevallen, maar toch aangekomen. Zo sterk werkt framing, zowel in het dagelijkse spraakgebruik als in politieke campagnes, zegt Wehling, onderzoeker aan de University of California in Berkeley, in een telefonisch interview. ‘Framing heb je nodig om dingen te begrijpen. Maar het kan twee kanten op werken, afhankelijk van de communicatieve intentie van de spreker: er kan misbruik van framing worden gemaakt, bijvoorbeeld om een bepaalde ideologische boodschap over te brengen. Maar het kan ook verhelderen.’

9

Boek V3 - 4vwo.indb 9

9/06/17 10:49


1

Woordenschat

Frames sturen onze maatschappelijke, economische en politieke oordelen, zegt Wehling. ‘Maar helaas zijn de meeste mensen nogal naïef over de grote rol die framing speelt in ons begrip van de werkelijkheid. Dat verandert de laatste tijd wel iets, maar het zou iedereen op school moeten worden bijgebracht dat onze hersenen zo functioneren.’ ‘In de Amerikaanse verkiezingen hebben beide kandidaten zich van framing bediend, maar Trump deed dat veel effectiever’, zegt Wehling. ‘Hij gebruikte klare taal en woorden die heel fysiek zijn, en die makkelijk een zintuigelijke waarneming oproepen. Het land is ziek, zei hij, het wordt vergiftigd. Ook Clinton was volgens hem ziek en labiel. Bron: Juurd Eijsvoogel, Framing, in: NRC Handelsblad.

Opdracht 2

Antoniemen

[1]

Sommige woorden onthoud je beter als je het tegengestelde woord (het antoniem) ervan kent. T2 1 Vorm 17 paren van onderstaande antoniemen. Als je er niet uitkomt, kun je de betekenisomschrijvingen raadplegen. ANTONIEM

abstract integratie collectief

neologisme

superieur

globaal expert

expliciet subjectief

ideëel

inferieur

concreet

introvert

homogeen

conservatief

altruïsme

heterogeen

emotioneel rationeel commercieel egoïsme

progressief

labiel leek

segregatie

archaïsme

gedetailleerd macrostabiel

impliciet

extravert

individueel objectief

micro-

BEGRIPSOMSCHRIJVING

behoudend – vooruitstrevend deskundige – niet-deskundige gericht op inburgering in de samenleving – gericht op afscheiding van andere groepen gezamenlijk – persoonlijk, zelfstandig groot – klein in de samenleving minder goed – voortreffelijk om winst te maken – om een betere wereld te verkrijgen onevenwichtig – stevig, standvastig op het belang van anderen gericht zijn – op het eigenbelang gericht zijn open, naar buiten gekeerd – gesloten, naar binnen gekeerd ouderwets woord – nieuwgevormd woord tot in onderdelen gaand – in grote lijnen uitdrukkelijk – erbij inbegrepen vaag – duidelijk omschreven van gelijke samenstelling – van ongelijke samenstelling waarbij de eigen voorkeur geen rol speelt, feitelijk – waarbij de eigen voorkeur, het eigen gevoel wel een rol speelt wat het gevoel betreft – wat het verstand betreft

10

Boek V3 - 4vwo.indb 10

9/06/17 10:49


1 T1

Woordenschat Woordenschat

2 Kies het juiste antoniem (zie pagina 10). Let daarbij op de context. Soms moet je het woord een beetje aanpassen, bijvoorbeeld: inferieur inferieure. a Wie een … verzekering afsluit, krijgt meestal groepskorting. b Voor het bekijken van een … organisme heb je een vergrootglas of een microscoop nodig. c De plannen van de minister van Verkeer om de files te verminderen zijn nogal … . Hij geeft niet aan hoe hij ze wil realiseren. d De Stichting … Reclame (SIRE) wil mensen wakker schudden, aan het denken zetten en laten beseffen dat bepaalde kwesties niet uit het oog verloren mogen worden. e Khaled noemt zichzelf … en stemt daarom op een rechtse partij. f Deze geluidsapparatuur is wat duurder, maar hij is dan ook van … kwaliteit. g Het lesgeven aan … klassen is gemakkelijker dan het lesgeven aan … klassen. h De twee kinderen in het gezin hebben een totaal verschillend karakter. De zoon is heel spontaan en open. Hij is een … type. De dochter is eerder … . Ze is vaak stil en kan haar gevoelens vaak slecht uiten. i Op het gebied van het omgaan met computers is mijn broer een … . Als ik problemen heb, helpt hij mij. j Onder een ‘toetsenbordterrorist’, een … uit 2016, verstaan we iemand die vanachter een computer bedreigingen en beledigingen uit. k De scherpe luchtfoto’s in het boek geven een zeer … overzicht van de omgeving. l Bij het kopen van een auto spelen niet alleen … argumenten een rol. Je gaat ook af op je eerste indruk, de associaties die je bij een merk hebt. m Het bestaan van witte en zwarte scholen bevordert de … van de verschillende bevolkingsgroepen niet. n Alleen een … persoonlijkheid kan in deze roerige tijden leiding geven aan een land. o Voor veel mensen speelt toch vooral het eigenbelang; … kom je veel minder tegen. p In het schoolreglement wordt … gesteld dat leerlingen naast rechten ook plichten hebben. q Een examinator moet de prestaties van elke kandidaat … beoordelen. Toch gebeurt het weleens dat hij zijn … oordeel laat meespelen.

Opdracht 3

Formele taal en algemeen gebruikte woorden

[2]

Als je een zakelijke brief of e-mail schrijft, probeer je je bericht zo eenvoudig en helder mogelijk uiteen te zetten. In ambtelijke stukken kom je soms te formele taal tegen: plechtige en verouderde woorden en uitdrukkingen. Vermijd al te formele taal zo veel mogelijk. T1 1 Schrijf de vetgedrukte formele woorden op en vervang ze door de algemeen gebruikte woorden die na de zinnen staan. a Laat uw offertes online accorderen waarna u indien gewenst direct een factuur kunt verzenden. b We moesten alle bescheiden tijdig bij de notaris inleveren om de koop voor het einde van de maand rond te krijgen. c Uit hoofde van haar functie was ze bevoegd tot het nemen van maatregelen zonder voorafgaand overleg. d U zult het ons bedrijf niet euvel duiden dat wij de bestelling door onvoorziene omstandigheden te laat geleverd hebben. e Blijkens de resultaten van uitvoerig onderzoek hoeft u zich geen zorgen te maken over uw gezondheid. f Wij gingen er abusievelijk van uit dat het meubilair bij het filiaal aan de Schuurmanstraat bezorgd moest worden. g We hebben u al meerdere aanmaningen gestuurd en verwachten dat u onverwijld overgaat tot betaling van het openstaande bedrag. h Teneinde aan uw verzoek te kunnen voldoen verzoeken wij u ons een kopie van uw betalingsbewijs toe te sturen.

11

Boek V3 - 4vwo.indb 11

9/06/17 10:49


Woordenschat i j k l m n o p q

1

Wij hebben nog geen reactie van u mogen ontvangen. Desalniettemin hebben wij een plaats voor u gereserveerd. Daar onze school 50 jaar bestaat, nodigen wij u uit voor een feestelijke bijeenkomst in restaurant Wientjes. Deze uitkering kan bestaan uit een restitutie van de premie of een vooraf overeengekomen bedrag. Wij hebben uw verzoek na de gestelde datum ontvangen en kunnen het bijgevolg niet in behandeling nemen. Vorig jaar is onze organisatie ingrijpend gereorganiseerd, zoals genoegzaam bekend is. Omdat het meubilair licht beschadigd kan zijn, offreren wij u kortingen tot 50 procent. Wij willen u erop wijzen dat de leverancier krachtens algemene voorwaarden heeft geleverd. Wij hopen u hiermee van dienst te zijn geweest. Graag vernemen wij van u of we u nog anderszins kunnen helpen. Kun je voor dat ouderwetse woord geen courante omschrijving geven?

Kies uit: aanbieden – bij vergissing – dus – gangbaar – genoeg – kwalijk nemen – om – omdat – onmiddellijk – op basis van – op een andere manier – op grond van – schriftelijke stukken – teruggave – toch – verklaren dat het in orde is – zoals blijkt uit. 2 a Zoek zelf vijf formele of ouderwetse woorden, bijvoorbeeld op www.onzetaal.nl en schrijf van elk woord een meer gebruikelijk synoniem op of geef een betekenisomschrijving. b Gebruik de formele woorden in zinnen, zodat de betekenis duidelijk wordt. c Wissel je zinnen uit met die van een medeleerling. Lees elkaars zinnen en raad de betekenis van de formele woorden. Als je medeleerling de betekenis niet meteen kan raden, mag hij vragen stellen. Je kunt ook hints geven of de betekenis van het woord uitbeelden.

ONLINE VOOR JOU

TOETSEN

• Woordenlijst module 1

• SO Woordenschat module 1 versie A • SO Woordenschat module 1 versie B

12

Boek V3 - 4vwo.indb 12

9/06/17 10:49


1

Publiek en doel

Lezen

Presentatie van de tekst – Schrijfdoelen 2F

3F

3F

2F

3F

2F

3F

3F

3F

Jouw leerdoelen

Nieuwe theorie

• Het onderwerp, de deelonderwerpen en de hoofdgedachte

[3]

van een tekst bepalen en deze formuleren. • De functie van de titel, de ondertitel en de tussenkopjes bepalen. • De hoofd- en bijzaken onderscheiden en de kernzinnen in een tekst herkennen. • Uit de tekst afleiden wat het schrijfdoel en de tekstsoort is en voor welk publiek de tekst is geschreven. • Verschillende feitelijke en waarderende uitspraken, standpunten en argumenten onderscheiden. • De intenties, opvattingen en gevoelens van de schrijver uit de tekst afleiden.

Vooraf

Manieren van lezen Onderwerp, deelonderwerp en hoofdgedachte [5] Titel, ondertitel en tussenkopjes [6] Alinea en kernzin [7] Citeren en eigen woorden [8] Schrijfdoelen, tekstsoorten en tekstvormen [9] Feitelijke en waarderende uitspraken [10] Intentie van de schrijver [4]

Voorkennis [1] Woordraadstrategieën

en woordenboek

13

Boek V3 - 4vwo.indb 13

9/06/17 10:49


Lezen

Startopdracht 1

1 Weten

In deze opdracht ga je na wat je al weet van de theorie in deze module. T1 1 a

Je beoordeelt de informatie op een internetsite op bruikbaarheid voor de uiteenzetting die je gaat schrijven. Welke manier van lezen pas je toe? Kies uit: oriënterend, globaal, intensief of kritisch lezen. b Hoe kun je snel zien waar de tekst die je wilt lezen over gaat? Noem drie onderdelen van een tekst uit een tijdschrift of krant. c Je maakt een samenvatting van de belangrijkste theorie voor de repetitie economie. Welke twee manieren van lezen pas je toe? d Waarom is het belangrijk ook informatie over de auteur van de tekst te weten te komen? e In een vraag bij een tekst staat het begrip nuancering. Je moet de betekenis van deze term opzoeken in Op niveau tweede fase. Welk onderdeel van het boek raadpleeg je? 2 a Welke drie tekstelementen zijn het belangrijkst om de hoofdgedachte van een tekst te bepalen? b Onderwerp en hoofdgedachte noteer je op verschillende wijzen. Licht dit toe. 3 Hieronder staan veertien begrippen die met de lay-out en inhoud van een tekst te maken hebben. Maak zeven paren van verwante begrippen, bijvoorbeeld: inspringen – alineaverdeling. Kies uit: aanhalingstekens – alinea – betrouwbaarheid – bron – citaat – deelonderwerp – inhoudsopgave – inleiding – kernzin – onderwerp – oriënteren – signaalwoord – tekstverband – tussenkopje. 4 a

Als een schrijver ... objectief uitgewerkt. Welk(e) element(en) ontbreekt/ontbreken in dit citaat? b In de vraag staat: leg uit in eigen woorden. Hoe formuleer je je antwoord? Noem twee aandachtspunten. 5 Geef twee voorbeelden van formele teksten. 6 Formuleer bij het onderwerp solliciteren ... a een feitelijke uitspraak. b een waarderende uitspraak.

Startopdracht 2

Kunnen

In deze opdracht laat je zien in hoeverre je de theorie in deze module kunt toepassen. Lees tekst 1 en 2 en beantwoord de vragen.

TEKST 1

Mensenleeftijd

Er wordt gebeld en terwijl ik naar de voordeur loop, sjokt onze bejaarde hond nieuwsgierig mee. De twee 11-jarige jochies op de stoep zijn meteen vertederd, willen hem graag aaien en vragen hoe oud hij eigenlijk is. ‘Dertien’, antwoord ik, ‘in mensenleeftijd zou dat eigenlijk eenennegentig jaar zijn, vandaar zijn grijze snuit.’ Even is het stil, dan verbijsterd: ‘Wow, heeft-ie dus de Tweede Wereldoorlog meegemaakt!’ Hilly Luteijn-Verzendaal Bron: Mensenleeftijd, in: NRC Handelsblad.

14

Boek V3 - 4vwo.indb 14

9/06/17 10:49


1 TEKST 2 1

2 5

3 10

4 15

5 20

Lezen

Hoe bomen de stadslucht kunnen vervuilen

Ze worden weleens de longen van onze aarde genoemd, een bijnaam die zeker gepast is. Bomen (en andere groene planten op het land) produceren ongeveer de helft van alle zuurstof op aarde, de rest komt voor de rekening van waterorganismen zoals algen. Maar de nabijheid van bomen kan ook een averechts effect hebben op de luchtkwaliteit, in een stad bijvoorbeeld. Het Britse National Institute for Health and Care Excellence (NICE) kwam tot deze verrassende conclusie. Bomen kunnen de luchtcirculatie vertragen en zorgen ervoor dat schadelijke deeltjes langer rond blijven zweven en uiteindelijk weer terug naar de aarde vallen, waardoor ongezonde stoffen zich in feite ophopen. Volgens het instituut is er wel een aantal factoren waarmee rekening gehouden dient te worden. Zo hangt het af van het type boom in de straten en de dikte van het gebladerte, de hoeveelheid wind en gemotoriseerd verkeer. Uiteindelijk komt het dan toch weer neer op ‘onze’ vervuilende auto’s, die hun uitlaatgassen onder het gebladerte laten hangen. En de snelheid waarmee auto’s door een wijk rijden, blijkt ook van belang, maar op een andere manier dan misschien in eerste instantie gedacht. De onderzoekers van het NICE raden namelijk als een van de eerste maatregelen aan om deze snelheidsbeperkende maatregelen zo veel mogelijk te schrappen. Met andere woorden: weg met de verkeersdrempels. Veelvuldig afremmen, maar vooral het onvermijdelijke accelereren daarna, zorgt voor onnodig veel uitstoot. Uiteindelijk komt het dus toch weer neer op de uitlaatgassen die we zelf met onze auto’s veroorzaken. Woont u dus in een lommerrijke wijk? Probeer dan zelf zo rustig en stabiel mogelijk te rijden, zonder verkwistend gas te geven. Het zal de luchtkwaliteit in uw straat ten goede komen. Bron: van redactie, Hoe bomen de stadslucht kunnen vervuilen, in: HP/De tijd.

T1 1 Noteer het belangrijkste schrijfdoel van tekst 1 en dat van tekst 2. Kies uit: activeren – amuseren – beschouwen – informeren – instrueren – overtuigen – uiteenzetten. 2 Tekst 1 is een ikje (zie bronvermelding). Wat voor teksten worden, gelet op de inhoud van tekst 1, in deze rubriek geplaatst? De vragen 3 tot en met 9 gaan over tekst 2. T2 3 Geef een synoniem of betekenisomschrijving van de volgende woorden. Let op de context. a averechts (regel 4) b lommerrijke (regel 20) 4 De titel van een tekst kan meerdere functies hebben: motiveren om verder te lezen (1), onderwerp van de tekst aanduiden (2), mening van de schrijver geven (3), hoofdgedachte weergeven (4). Welke functie(s) heeft de titel? Noteer alleen het nummer of de nummers. 5 Formuleer op basis van alinea 1 en 2 van tekst 2 één kernzin van niet meer dan 25 woorden. Gebruik in die zin het voegwoord maar. T1 6 Citeer uit alinea 2: a de zin die een verschijnsel signaleert; b de zin die dit verschijnsel verklaart. 7 Hoeveel ‘factoren waarmee rekening gehouden dient te worden’ worden in alinea 3 en 4 genoemd? 8 a Voor welk publiek is tekst 2 bestemd? b Motiveer je antwoord. Noem twee punten. T2 9 Moet je de titel Hoe bomen de stadslucht kunnen vervuilen letterlijk opvatten, gelet op de hele tekst? Licht je antwoord toe in een zin van maximaal 25 woorden.

15

Boek V3 - 4vwo.indb 15

9/06/17 10:49


Lezen

1

Lees tekst 3 en beantwoord de vragen.

TEKST 3

Schrap die aanduiding

In Samen één naam (NRC Handelsblad, 26/11) wordt gesproken over de ‘meisjesnaam’. Dit woord is kleinerend en discriminerend. Het maakt van vrouwen die hun eigen naam gebruiken een ‘meisje’ tot het moment dat zij hun mans naam gaan dragen. Ooit gehoord van een ‘jongensnaam’ voor een man die zijn eigen naam blijft gebruiken? Een vrouw heeft slechts twee namen: haar eigen naam of de naam van haar echtgenoot (m/v). Schrappen dus uit het NRC-vocabulaire, dat kleinerende begrip ‘meisjesnaam’. Jeannine Liebrand Bron : Schrap die aanduiding, in: NRC Handelsblad.

Deze tekst heb je ook nodig bij opdracht 3 van Spreken, kijken en luisteren.

T1 10 a Welke twee schrijfdoelen heeft tekst 3? b Licht je keuze toe. 11 Welke elementen kun je in tekst 3 achtereenvolgens aanwijzen? Zet de elementen in de juiste volgorde. Kies uit: argument met toelichting – conclusie – constatering – stelling. T2 12 Hoe zou je de houding van de schrijfster ten opzichte van haar onderwerp het best kunnen typeren? Kies twee mogelijkheden. A betrokken B neutraal C ironisch D kritisch E enthousiasmerend T1 13 Je vindt teksten als Schrap die aanduiding in een rubriek van een krant of tijdschrift. Tot welke tekstvorm reken je deze tekst? 14 Noteer twee aanwijzingen uit tekst 3 die duidelijk maken dat je met deze tekstvorm te maken hebt. 15 Beoordeel jezelf aan de hand van het correctiemodel. Bespreek je score met je docent en overleg welke opdrachten je kunt maken in deze module.

Opdracht 3

Tekst met vragen

[1] [3-10]

Lees tekst 4 en beantwoord de vragen.

TEKST 4 1 2

Ruim je Facebook op voor het te laat is

Je Facebook-identiteit wordt steeds belangrijker. Sollicitaties, verzekeringen, daten, een huis huren: een ongepaste foto of statusupdate kan funest zijn. Ook al is die jaren oud. Zelfs Mark Zuckerberg zette ooit dingen op Facebook waar hij zich nu voor zou generen. In 2006 stonden punkbands Fall Out Boy en My Chemical Romance bij zijn favoriete muziek. Op zijn 5 profielfoto keek hij zittend op het strand verveeld in de lens, alsof hij met zijn ouders op vakantie was. Bij interesses stond onder meer – hou je vast – domination. En zijn favoriete citaat: Never run

16

Boek V3 - 4vwo.indb 16

9/06/17 10:49


1

Lezen

out of ammo (ammunitie). Bijna iedereen heeft z’n jeugdzondes op sociale media. Een dronken avond op skivakantie, een impulsieve sneer naar een collega, enthousiast gedeelde Farmville10 prestaties. Of die keer dat je in een melige bui een sneeuwpenis maakte en ermee op de foto ging. 4 Sociale media, en Facebook in het bijzonder, hebben in de afgelopen tien jaar een transformatie ondergaan. Wat begon als een studentikoos lolletje, is nu je online visitekaartje. Maar het is voor veel mensen net zo goed al jarenlang een openbaar 15 dagboek – en niet per se met het belang van een smetteloos internetimago voorop. 5 Zoiets gold voor meerdere sociale media: Twitter stond de eerste jaren na oprichting vol met berichtjes als ‘werk #geenzin #kater’. Op Hyves waren veel gebruikers prominent lid van groepen gewijd aan elk weekend dronken worden, of potloden stelen bij IKEA. Professioneel doen deed je maar op LinkedIn. 3

20

6

25

7

30

35

8

40

45

On this day Tegenwoordig zijn we ons bewuster van ons Facebook-imago. Dat komt door eigen ervaringen en breed in de media uitgemeten schandalen, maar ook door een functie die Facebook vorig jaar introduceerde. Met ‘On This Day’ krijg je bovenaan je tijdlijn een oude statusupdate van jezelf te zien die precies zoveel jaar geleden geplaatst werd. Soms werkt het zoals Facebook wil en word je verrast door een dierbare herinnering. Maar vaak heeft het ook een ander effect. Je denkt: oei, zette ik dát toen op Facebook? In een wereld, bovendien, waarin met toenemende mate online screening, big data en gezichtsherkenning een rol spelen. ‘Denk bijvoorbeeld aan een werkgever die een sollicitant googelt, maar ook aan bedrijven en overheidsinstanties die data van sociale media scrapen’, zegt Bart Schermer, universitair docent bij het Centrum voor Recht in de Informatiemaatschappij aan de Universiteit Leiden. Vorig jaar gaf hij een college over gênante foto’s op sociale media bij de ‘Universiteit van Nederland’, het online platform met colleges van wetenschappers. Schermer nu, via de telefoon: ‘Een voorbeeld: een van de grootste verzekeringsmaatschappijen van GrootBrittannië kondigde deze maand aan de premie van een autoverzekering te willen afstellen op hoe roekeloos je Facebook-gedrag overkomt.’ Facebook blokkeerde het plan op het laatste moment (de gebouwde app kreeg bij nader inzien toch geen toegang tot gebruikersdata), maar het toont hoe belangrijk onze Facebook-identiteit is, en steeds meer wordt, voor andere onderdelen van ons leven. Doordat meer en meer apps en diensten een snelle koppeling met Facebook faciliteren, wordt die identiteit steeds breder ingezet. Wie via Airbnb op vakantie wil, wordt aangemoedigd zijn profiel te koppelen, zodat potentiële verhuurders kunnen inschatten wie ze in huis halen. En datingapp Tinder is ook gebouwd op een dikke laag Facebook: je koppelt de twee diensten aan elkaar zodat anderen je kunnen beoordelen op je profielfoto en je connecties. Kortom: wie je op Facebook bent, heeft effect op essentiële zaken als werk, wonen en relaties.

De context kan vervagen

En daar heb je zelf maar tot op zekere hoogte controle over. Het gevaarlijkst, zegt Schermer, is dat de context waarin iets geplaatst is, kan vervagen. Dat je niet weet hoe één willekeurige update of foto een eigen leven kan gaan leiden. „Tussen allerlei andere foto’s beelden valt die ene onhandige foto niet zo op,” zegt hij. „Van mij bestaan ook foto’s met een biertje en een gekke bek. 50 Zou je me niet kennen en alleen die zien, dan denk je: daar hoef ik echt geen college van.” 10 Ook Zuckerberg herzag zijn strandfoto en onhandige citaten op den duur. Daar kan hij niet meer mee aankomen, nu hij op bezoek gaat bij presidenten en zijn bedrijf moet verdedigen tegen beschuldigingen van privacyschending en kwaadaardige bedoelingen. Op de openbare profielpagina van de Facebook-oprichter vandaag de dag: keurige foto’s van een bijeenkomst in 55 Peru met tientallen wereldleiders. Een rijtje afgeronde opleidingen. Tussen zijn interesses: 9

17

Boek V3 - 4vwo.indb 17

9/06/17 10:49


Lezen

1

Radiohead, The West Wing en Plato. En bij zijn favoriete citaten staan ongevaarlijke oneliners van Picasso en Einstein. 11 Dat lijkt de enige oplossing voor iedereen die sociale media al langere tijd gebruikt en wil voorkomen dat oude bijdragen als een boemerang terugkomen: met regelmaat je eigen pagina’s 60 tegen het licht houden. Ze opschonen. Schermer: ‘Je kunt natuurlijk een digitale kluizenaar worden, maar dat is ook weer verdacht.’ Bron: Peter Zantingh, Ruim je Facebook op voor het te laat is, in: NRC Handelsblad. regel 29: scrapen (Engels: web scraping): een computertechniek waarbij software wordt gebruikt om informatie van webpagina’s te extraheren en al dan niet te analyseren

T2 1 Leid de betekenis van de volgende woorden af uit de context. a identiteit (regel 1) b funest (regel 2) c transformatie (regel 13) d faciliteren (regel 39) e essentiële (regel 44) T1 2 Formuleer in enkele woorden het onderwerp van de tekst. 3 Welke functie(s) is/zijn van toepassing op de titel? A aanbeveling doen B hoofdgedachte geven C belangstelling wekken D samenvatting geven E mening van de schrijver geven T2 4 Wat is de functie van alinea 2, in aansluiting op alinea 1? 5 In alinea 3 tot en met 5 wordt een ontwikkeling geschetst. Geef deze weer in één volledige zin van maximaal 25 woorden. Baseer je op de kernzinnen van dit tekstgedeelte. T1 6 Hoe is alinea 6 opgebouwd? Gebruik drie begrippen en zet ze in de juiste volgorde: Kies uit: argument – bewijzen – constatering – gevolgen – mening – oorzaken – toelichting. T2 7 Waarom heeft de schrijver tussenkopjes in deze tekst geplaatst? Noem twee functies. T1 8 ‘Een voorbeeld: ... Facebook-gedrag overkomt.’ (regel 33-35) Citeer een zinsgedeelte uit alinea 7 waarnaar het geciteerde voorbeeld verwijst. 9 Citeer de kernzin van alinea 8. T2 10 Zeg in eigen woorden wat de schrijver bedoelt met de opmerking dat ‘oude bijdragen als een boemerang terugkomen’ (regel 59)? T1 11 a Op welk publiek richt de schrijver zich? A mensen die een Facebook-profiel hebben gemaakt B lezers van dagblad NRC Handelsblad C jongeren die veel van sociale media gebruikmaken D ontwikkelde lezers met een rijke woordenschat b Licht je keuze toe. 12 a Wat is het belangrijkste schrijfdoel van deze tekst? b Licht je keuze toe. T2 13 In tekst 4 staat een opmerking over LinkedIn. (regel 19) Zoek uit wat de belangrijkste doelstelling van dit medium is. 14 Geef enkele concrete tips om te voorkomen dat je in de problemen komt door je Facebook-profiel.

18

Boek V3 - 4vwo.indb 18

9/06/17 10:49


1 Opdracht 4

Lezen

Tekst met vragen

[3-10]

Lees tekst 5 en beantwoord de vragen.

TEKST 5 1

5

10

2

15

3 20

4 25

5 30

35

6

40

7

Het mooie van de vrijwillige stage

Een leerling uit 5-vwo, laten we haar Emma noemen, gaat op zoek naar vrijwilligerswerk. De verplichte maatschappelijke stage voor scholieren werd begin 2015 afgeschaft, maar háár school doet er nog aan. Het is belangrijk, vindt die school, dat jongeren eens buiten hun eigen kringetje komen. Dat ze zien wat er gebeurt in de samenleving, en iets doen voor anderen. Misschien ontdekken ze waar ze goed in zijn, en komen ze op een idee voor een toekomstig beroep en helpt het hen bij hun studiekeuze. Emma weet dat die stage niet veel hoeft voor te stellen. Wat rondhangen op het kantoor van haar moeder, oppassen op een neefje en zelfs meewerken aan de schoolkrant zou ze als stage kunnen opvoeren. Ook zij zou het liefst iets gezelligs doen, met aaibare dieren of zo. Maar ze vindt dat de stage nuttig moet zijn. Zij leest in de krant vaak over verwaarloosde en vereenzaamde ouderen, over personeelsgebrek in de zorg, en besluit haar hulp aan te bieden in de ouderenzorg. Emma klopt aan bij een verzorgingshuis in de buurt. Degene die over vrijwilligerswerk gaat, is er niet, of ze morgen wil terugkomen? Diezelfde middag gaat ze langs bij enkele andere tehuizen. In het ene huis moet ze een formulier invullen (waarop ze geen reactie zal krijgen), in andere huizen wordt verwezen naar telefoonnummers of e-mailadressen van leidinggevenden die nooit opnemen of terugmailen. Veel ouderen wonen thuis, bedenkt Emma. Sommigen kunnen vast wel wat hulp gebruiken. Op een website voor vrijwilligerswerk vindt ze enkele ‘vacatures’: gezelschap bieden aan eenzame, demente ouderen. Het lijkt haar wel wat. Maar om wandelingetjes te maken, koffie in te schenken, de krant voor te lezen of spelletjes te doen, blijkt ze eerst een cursus te moeten volgen. Emma geeft het op. Haar hulp wordt kennelijk niet op prijs gesteld. Jammer, zo’n ontmoedigende ervaring. Vrijwilligerswerk, maatschappelijke stages, sociale dienstplicht, het klinkt allemaal mooi en nobel, maar het moet wel goed georganiseerd worden. Er moet iemand over ‘gaan’, op scholen en in de maatschappelijke instellingen. Dat organiseren kost weer energie, werktijd en geld. Staatssecretaris Dekker schafte de stage af opdat scholen er ‘flexibeler’ mee konden omgaan, en bespaarde zo 75 miljoen, terwijl onderzoek onder leerlingen toonde dat ze de stage leuk en nuttig vonden. Hulde aan de scholen die de stage tóch blijven organiseren. Het CDA wil jongeren na hun eindexamen verplichten tot het verlenen van diensten voor de samenleving, als tegenwicht tegen de doorschietende individualisering. Om te beginnen met werken voor defensie, later uit te breiden tot de zorg. Die nieuwe dienstplicht moet allereerst gelden voor ‘raddraaiers’ en ‘stenengooiers’, vindt CDA-leider Buma. Een beetje tucht, dat zal de boefjes leren. Daarna komen de andere jongeren aan de beurt. Ik vind het een slecht idee. Allereerst voer je via een sluipweg de militaire dienst weer in. Taakstraf is terecht voor veroordeelde jongeren; niet-criminelen mag je niet zomaar een jaar van hun leven afpakken. En als je ontsporende jongeren verplicht te werk stelt in de zorg krijgt die een geur van straf om zich heen; geen aantrekkelijke plek waar je na je opleiding wil werken.

19

Boek V3 - 4vwo.indb 19

9/06/17 10:49


Lezen

1

Dan is er het sterke argument van verdringing op de arbeidsmarkt: vrijwilligers zijn gratis, de verleiding is groot om vaste krachten te ontslaan. Leid in plaats van ‘stervensbegeleiders’ mensen op die het leven van ouderen veraangenamen, schreef ik vorige week. Betaalde krachten voor geschoold maatschappelijk werk, dat is het beste. Daarnaast is er altijd wel behoefte aan vrijwilligers die willen voorlezen of wandelen. 9 50 Er zijn meer jongeren als Emma, die best iets willen doen voor de samenleving. Helemaal als het een goede deal is. Een experiment in Amsterdam, waarbij studenten zich 10 uur per week maatschappelijk nuttig maken in ruil voor gratis woonruimte, is een succes. Het plan dat de ChristenUnie deze week lanceerde, is ook kansrijk: voer de basisbeurs weer in, én een maatschappelijke dienstplicht van een half jaar. Maar niet gratis. Jongeren zouden er zo’n 800 euro per 55 maand mee verdienen. Wellicht kunnen studenten dat half jaar uitspreiden over langere tijd één dag per week, zodat ze geen studievertraging oplopen. 10 Iets goeds doen, als studentenbaantje, waarom niet? Organiseer het goed, dat is een voorwaarde. En begin eerst eens met jongeren die zich vrijwillig aanbieden. 8 45

Aleid Truijens is schrijfster, literatuurrecensente en biografe. Bron: Aleid Truijens, Het mooie van de vrijwillige stage, in: de Volkskrant.

Deze tekst heb je ook nodig bij opdracht 13 van Schrijven.

T1 1 Noem twee functies die van toepassing zijn op de titel. 2 a Op welke manier begint de schrijfster deze tekst? T2 b Welke alinea’s horen dus bij elkaar? 3 Hoe wordt de ontmoedigende ervaring met vrijwilligerswerk (regel 29) verklaard? Noem twee punten. Formuleer je antwoord in een of meer volledige zinnen. T1 4 Citeer uit alinea 5 één waarderende uitspraak en één feitelijke uitspraak. 5 Naar aanleiding waarvan heeft de schrijfster tekst 5 geschreven? Noem twee punten. 6 ‘Ik vind het een slecht idee.’ (regel 41) a Waarnaar verwijst het in dit citaat? b In welke alinea(’s) wordt deze opvatting onderbouwd? 7 Welke alinea(‘s) vormt/vormen het slot van tekst 5? T2 8 Formuleer de hoofdgedachte van tekst 5 in één volledige zin van maximaal 25 woorden. 9 a Op welk publiek richt de schrijver zich? b Licht je keuze toe. T1 10 a Wat is het belangrijkste schrijfdoel van deze tekst? b Licht je keuze toe. I 11 ‘Emma weet ... kunnen opvoeren.’ (regel 12-15) Geef een kritische reactie op het beeld dat in dit tekstgedeelte wordt gegeven van een stage. T2 12 Stel, je wilt je verder verdiepen in het onderwerp van tekst 5, bijvoorbeeld voor een werkstuk of presentatie. Noem drie bronnen die je kunt raadplegen voor aanvullende informatie. Denk ook aan eigen onderzoek.

Plusopdracht 5

Titel, kopjes, vragen stellen, zoekopdracht

[1] [3-10]

In de volgende tekst ontbreken de titel en tussenkopjes. Lees de tekst en maak de opdrachten en vragen.

20

Boek V3 - 4vwo.indb 20

9/06/17 10:49


1 TEKST 6

Lezen

Titel

Steeds sneller steeds meer informatie verwerken, te midden een zee van aantrekkelijke afleidingen, het is voor velen onbegonnen werk. Hoe hou je bij die ‘information overload’ het hoofd koel, laverend tussen de studieboeken en de smartphone? 2 ‘Waarom kan ik, wanneer ik een tekst lees, die zo moeilijk onthouden?’ ‘Hoe kan ik maken dat 5 ik minder afgeleid word, wanneer ik studeer?’ In het Utrechtse Marinus Ruppertgebouw vuren de studenten hun vragen af op docente Michelle Vonk, die hen een study boost geeft. De antwoorden komen snel en eenduidig. ‘Als je leest, hoef je nog niet te onthouden. Dat zijn verschillende dingen.’ En wat die afleiding betreft: ‘Ligt dat niet aan je intrinsieke motivatie?’ 3 Het zijn geen onverwachte vragen voor UseClark. Al twaalf jaar biedt het bedrijf cursussen 10 aan in informatieopname, focussen, mindmappen en geheugentraining. ‘De meeste van onze klanten uit het onderwijs en de bedrijfswereld lezen te lang, zijn te snel afgeleid en verwerken de informatie moeilijk’, zegt oprichter en neuropsycholoog Mark Tigchelaar. ‘Ze willen wel info opnemen, maar kunnen niet meer. Ik zie daarin een modern analfabetisme.’ 1

Tussenkopje 1 4 15 Studenten moeten vandaag veel meer informatie verwerken dan 20 jaar geleden. Westerse

academici zien de berg vakliteratuur jaarlijks met 9 procent groeien. De gemiddelde Amerikaan verwerkt dagelijks 34 gigabyte informatie. Zulke alarmerende cijfers duiken al jaren op en inspireerden menig pessimist om er verlies in te zien: de ‘information overload’ maakt ons oppervlakkiger en dommer. 5 20 ‘Vroeger’, haalt Michelle Vonk een Harvard-onderzoek aan, ‘bedroeg de aandachtsspanne van de mens 12 seconden. Nu nog 8. Die van de goudvis is 9 seconden.’ De moraal: er is werk aan de winkel voor de studenten om de goudvis weer achter zich te laten.

Tussenkopje 2 6

Ook aan de Vlaamse universiteiten hebben zich de jongste maanden honderden studenten 25 gemeld met de vraag om advies bij het studeren. ‘Hun grootste probleem is dat ze studeren

zonder te weten wat de bedoeling van een stuk informatie is’, zei UGent-psychologe Annick Eelbode (DS 1 december). ‘Alles gaat snel. We maken het onszelf moeilijk.’ 7 ‘We belemmeren onszelf’, benadrukt Mark Tigchelaar. ‘Als je te veel activiteiten tegelijk doet, zakt je productiviteit met 40 procent. Veel factoren, zoals een drukke levensstijl en het online zijn, 30 maken kennisverwerving onnodig zwaar. Mensen zwemmen tegen de stroom in en verspillen energie die ons brein, dat 20 procent van onze energie verbruikt, nodig heeft.’

Tussenkopje 3 ‘Online life’, de roepnaam voor ons gebruik van sociale media, internet, laptops en smartphones, wordt vandaag het vaakst met de vinger gewezen. Vooral de impact op het ‘multitasken’ wordt 35 met kritische ogen gevolgd. ‘Als je twee dingen tegelijk doet, verlies je op cognitief vlak aan efficiëntie’, waarschuwt cognitief psycholoog Wouter Duyck. 9 Maar is een openstaande mailbox, terwijl je studeert, zo’n tweede activiteit? Duyck denkt van wel: er is efficiëntieverlies. Eelbode vindt van niet, zolang de student de focus zelf maar kan kiezen. 10 40 De meningen over de effecten van ‘online life’ op het brein staan vaak fors tegenover elkaar, omdat het wetenschappelijk onderzoek daarover beperkt is. Zo werd gamen lang als geestdodend beschouwd, maar blijkt uit recent onderzoek hoe goed het is voor de aandachtfunctie. Uit een andere studie bleek dat meer ‘online life’ samenvalt met minder cognitieve aandachtcapaciteit. ‘Daarin zien veel pessimisten een causaal verband, maar je kunt ook argumenteren dat 45 mensen die zich al minder goed kunnen concentreren, sneller naar Facebook gaan’, zegt Duyck. ‘Ik ben die laatste mening toegedaan.’ 8

21

Boek V3 - 4vwo.indb 21

9/06/17 10:49


Lezen

1

Tussenkopje 4 11 50

12

13 55

14 60

15

65

16

17 70

In Utrecht kiest de docent resoluut voor de heropvoeding. Hoe adequaat te noteren in een les? Hoe efficiënt te lezen? De vragen van de studenten lijken die van beginners en vaak toch die van iedereen. ‘Studerend lezen is erg lastig’, legt Michelle de jongeren uit. ‘Lees eerst een stuk tekst. Vat het dan samen. Onthouden is voor nog later. Wanneer je maar één taak uitvoert, kan de hele breincapaciteit zich daarop focussen.’ Er is immers veel informatie, we worden makkelijk afgeleid en 70 procent van wat we lezen, vergeten we binnen één dag. Ik leer hoe ik mijn oogspieren dagelijks kan trainen, hoe ik geconcentreerder en ook wat sneller kan lezen door met mijn balpen langs de regel te glijden, en waarom ‘singletasken’ te verkiezen is boven ‘multitasken’. Tussendoor geeft Vonk allerlei breintips. Papier vergt minder leesinspanning dan het scherm: het brein raakt sneller vermoeid door het blauwe licht, scrollen heeft een vertragende invloed en verandert het tekstbeeld constant. ‘En je begrijpt de informatie beter, als je er eerst een preview van doet, bijvoorbeeld door de inhoudsopgave te bestuderen.’ Annick Eelbode vindt dat de Hollandse aanpak te veel op ‘trucjes’ steunt. ‘Zo geef je de studenten de indruk dat ze het niet vanuit zichzelf moeten aanpakken, maar dat ze kunnen terugvallen op losse technieken van buitenaf. Daarmee los je geen studieprobleem op. De focus op de inhoud blijft cruciaal.’ Het Gentse studeeradvies bouwt minder op een neurowetenschappelijke dan op een psychologische visie, maar in essentie delen beide veel inzichten. De grondstelling: de informatieorgie kun je alleen maar de baas als je jezelf vooraf vragen stelt, daarna probeert te begrijpen, en pas dan gaat verankeren. ‘Ik geef hen enkele concrete regels mee’, zegt Eelbode. ‘Weet wat je in het studeren te weten wil komen, en wanneer je productiefste moment is om dat te verwerken. Wacht daarmee niet tot de examens eraan komen. En vermijd de valkuilen die je kunnen afleiden.’

Tussenkopje 5 18

‘Mijn zoon (13) mocht vorig jaar één keer per week één uur achter een aftandse computer 75 werken, met twee medeleerlingen’, zegt Wouter Duyck. ‘In dezelfde week moest hij wel een

herbarium maken. Ik ben bang dat ons onderwijs onvoorstelbaar achterloopt. Kijk, ik ben een grote fan van de klassieke talen, maar een keuze voor programmeren moet ook kunnen. Dat is cognitief even stimulerend en het bereidt veel beter voor op de kenniseconomie. Als we niets heel ingrijpends doen, zullen we overspoeld worden.’ 19 80 Hij pleit voor ‘elektronische leerplatformen’ met ‘adaptieve tests’, maar weet dat het onderwijs niet genoeg tools heeft, dat mensen niet graag veranderen, dat leerkrachten veel te weinig worden bijgeschoold. ‘En niet iedereen is even handig met nieuwe technologieën.’ 20 Breinset, een organisatie die info uit de neurowetenschappen naar het onderwijs brengt, probeert leerkrachten van dat alles bewust te maken, maar stoot op behoudende reflexen. 85 ‘Tijdgebrek is vaak het argument, terwijl bijvoorbeeld door voorkennis te activeren, het leerproces juist sneller kan’, zegt Els Dammekens. ‘We zien dat leerkrachten kinderen actiever laten meedenken via werkvormen of multimedia, maar dat proces gaat stap voor stap. Je raakt aan een mindset van een leerkracht en die is persoonlijk.’ 21 Maar zoveel progressieve eensgezindheid, dat moet toch tot verandering leiden? ‘Ofwel komt er een 90 ommezwaai, ofwel wordt het steeds erger’, denkt Mark Tigchelaar. ‘Laten we hopen dat we het kunnen aanpakken. We moeten terug naar een wereld met minder informatie, of we moeten de mensen dringend meer vaardigheden leren om er beter mee om te gaan. Want nu kunnen we dat niet.’ Bron: Peter Vantyghem, in: De Standaard. regel 8: intrinsieke motivatie: als iets dat uit jezelf komt, innerlijk regel 80: adaptieve tests: aangeboden op maat en met feedback

Deze tekst heb je ook nodig bij opdracht 5 van Schrijven.

22

Boek V3 - 4vwo.indb 22

9/06/17 10:49


1

Lezen

T2 1 Leid de betekenis van de volgende woorden af uit de context. Gebruik geen woordenboek. a study boost (regel 6) b causaal (verband) (regel 44) c cruciaal (regel 65) d essentie (regel 67) e mindset (regel 88) 2 In de tekst komt het woord cognitief vaak voor: regel 35,36,78. a Geef een omschrijving van dit woord. b Noteer een antoniem (woord met tegengestelde betekenis) van cognitief. Titel, tussenkopjes, schrijfdoel Tekst 6 heeft meer dan 1000 woorden en een duidelijke alineaverdeling. Toch nodigt de tekst niet uit tot lezen, doordat een aansprekende titel en tussenkopjes ontbreken. 3 Formuleer vijf tussenkopjes die goed passen bij het tekstgedeelte waarboven ze staan. I 4 a Bedenk een informerende titel die duidelijk maakt waar de tekst over gaat. b Bedenk ook een motiverende titel die de lezer nieuwsgierig maakt naar het vervolg. T1 5 Wat is het schrijfdoel van de auteur? T2 6 Wat heeft hij gedaan om zijn doel te bereiken? Vragen stellen en zoekopdracht 7 a Formuleer nu zelf, aan de hand van de theorie bij deze module, vijf vragen. Raadpleeg zo nodig de vragen bij eerdere opdrachten. b Bedenk zelf het antwoord op je vragen, maar noteer die op een apart blaadje. c Wissel jouw vragen uit met de vragen van een medeleerling. Schrijf de antwoorden op de vragen die je hebt gekregen op. d Bespreek met elkaar de antwoorden. Raadpleeg je docent(e) als je er niet uitkomt. T1 8 Uit welke bron komt tekst 6? Zoek uit: – om wat voor medium het gaat (krant, tijdschrift, vakblad, enzovoort); – waar dit medium de meeste lezers heeft; – waar je terechtkunt als je klachten hebt, bijvoorbeeld over de inhoud.

Plusopdracht 6

Titel, kopjes, schrijfdoel, kritisch lezen

[1] [3-10]

Lees tekst 7 en maak de opdrachten en vragen.

TEKST 7

Titel

Hoe zorg je ervoor dat mensen naar je luisteren en je serieus nemen? En hoe krijg je je zin zonder een doordrammer te zijn? De truc zit ’m in het aanleren van people skills, slimme vaardigheden die je in elke situatie – werk of privé – van pas komen. 2 Natuurlijk vinden we van onszelf dat we súpergoed luisteren, feedback op een geweldige 5 manier in ontvangst nemen en nooit onredelijk reageren tijdens gesprekken. En is er toch een akkefietje, dan is het de schuld van die ander. Toch? 3 Om een uitspraak uit grootmoeders tijd uit de kast te jassen: waar twee kijven, hebben twee schuld. Het goede nieuws: je kunt jezelf trainen om ervoor te zorgen dat jij er de mínste schuld aan hebt. Omgaan met alle soorten mensen, vanuit al jouw verschillende rollen, is iets wat je 10 jezelf kunt aanleren. Als beste vriendin, zodat je voortaan nóg beter luistert als je iets wordt verteld. Maar ook als love interest, dochter, collega en zus. 4 ‘Een van de belangrijkste communicatiemissers die we maken, is dat we onze eigen draai 1

23

Boek V3 - 4vwo.indb 23

9/06/17 10:49


Lezen

5

6

1

geven aan wat er tegen ons wordt gezegd’, zegt psycholoog Pieternel Dijkstra. ‘Informatie komt objectief binnen in ons hoofd, maar wordt tijdens de verwerking in onze hersenen gekleurd door 15 ons eigen perspectief, de vooroordelen die we over iemand hebben, de stemming waarin we verkeren. Dat heet cognitieve vertekening. Je geeft je eigen kleur aan binnenkomende informatie en reageert op een manier die losstaat van de situatie, waardoor je de plank finaal kunt misslaan. Je gesprekspartner reageert daar weer op, waardoor je langs elkaar heen praat.’ Zo zit je waarschijnlijk sneller op de kast als je een kortaf mailtje krijgt van een collega die je 20 niet hoog hebt zitten dan wanneer dezelfde mail van je vriend komt naast wie je diezelfde ochtend nog knus in bed lag. De reden: je gaat er blind vanuit dat die collega het wel slecht zal bedoelen. De oplossing zit in een neutrale, scherpe blik: wat is er nu eigenlijk echt aan de hand, wat zijn de feiten en wat maak jij er in je hoofd van? Een foefje dat valt onder people skills: vaardigheden die je helpen om te dealen met de mensen om ons heen, hoe onredelijk, irritant of 25 dwingend ze volgens jou ook zijn. Een stappenplan met vijf voorbeelden uit de praktijk. STAP 1 Kopje stap 1 De situatie: Je ligt lekker onderuit gezakt op de bank, maar op de een of andere manier komt er niet echt een gesprek op gang tussen jou en de vriendin met wie je aan het kletsen bent. 30 Wat er misgaat: Het belang van lichaamstaal wordt vaak onderschat. Je denkt misschien dat je er ontspannen en relaxed bij ligt of zit, maar in werkelijkheid straal je complete desinteresse uit. Dat staat elke vorm van een goed gesprek in de weg. De oplossing: ‘Lichaamstaal zegt vaak meer dan duizend woorden en daarom is een betrokken lichaamshouding ontzettend belangrijk tijdens gesprekken’, zegt Robert Bolton in zijn zojuist 35 verschenen boek People skills. Je lichaam licht naar je gesprekspartner toe buigen straalt meer energie en aandacht uit dan lui achteroverleunen of onderuitgezakt in je stoel zitten. Recht tegenover de ander zitten, met je linkerschouder tegenover de rechterschouder van de ander helpt om betrokkenheid uit te stralen. Probeer je houding open te houden, ofwel: ongekruiste armen en benen. Zul jij zien hoe soepel dat gesprek gaat. 40 STAP 2

7

45

50

55

60

Kopje stap 2 De situatie: Je bent met je auto op een andere auto gebotst. Na de botsing bel je je vriend. Je vertelt hem dat je een verkeersongeluk hebt gehad. ‘Hoeveel schade is er aan de auto?’ is zijn eerste reactie. Nadat je die info hebt gegeven, vraagt hij wie z’n schuld het was. Zonder het antwoord af te wachten, vervolgt hij met: ‘Niets toegeven, gewoon de verzekeraar bellen. Wacht, dan geef ik je het nummer.’ Jij: ‘Nog andere vragen?’ Hij: ‘Nee, dat was het wel zo’n beetje.’ Jij schreeuwend: ‘O, is dat zo? Mocht het je interesseren: ik lig in het ziekenhuis met twee gebroken ribben!’ Wat er misgaat: Je vriend komt in dit voorbeeld vast botter en ergerlijker over dan hij is in het echt, maar z’n reactie is kenmerkend voor veel mensen. Als iemand belt met een probleem, beginnen we vaak allerlei vragen en commentaren af te vuren. Dat klinkt als iets positiefs, want je denkt dat je op die manier je interesse toont. In werkelijkheid domineer je het hele gesprek met je onderbrekingen, waarbij je compleet voorbijgaat aan je eigenlijke rol: die van luisterend oor. De oplossing: ‘Een van de belangrijkste taken van een luisteraar is ruim baan maken voor de ander’, zegt Robert Bolton. Ofwel: laat de ander rustig z’n verhaal doen. Geef minimale aansporingen, onderbreek hem of haar niet en stel nog even geen vragen. Zwijg aandachtig en focus je puur en alleen op het luisteren. Op die manier kun je beoordelen hoe de spreker zijn of haar situatie ziet. Stel daarna gerichte open vragen, zodat je veel informatie krijgt en de ander het gesprek kan blijven sturen. Ezelsbruggetje: open vragen beginnen vaak met een W of een H (wie, wat, wanneer, waarom, waar, hoezo), gesloten vragen met een werkwoord: ben je..., ga je…?

24

Boek V3 - 4vwo.indb 24

9/06/17 10:49


1 8

STAP 3 Kopje stap 3 De situatie: Je krijgt op je vrije middag een mailtje van je baas: ‘Ik zou gisteren een dossier van je krijgen, maar ik heb niets ontvangen. Klopt dat?’ Je verschiet 65 van kleur, want je was dat dossier glad vergeten. En nu is je baas natuurlijk woedend. Je mailt hem snel een bericht vol verontschuldigingen terug en voelt je de rest van de dag ellendig. Wat er misgaat: Uit onderzoek blijkt dat mensen de neiging hebben om negatieve emoties in e-mails enorm te overdrijven. Het staat zwart op wit, dus het komt ontzettend binnen. Maar misschien is je baas helemaal niet boos, hooguit een beetje geërgerd. En maak jij je dus druk om 70 niets. De oplossing: Als je met mensen appt of mailt, ontstaan er snel misverstanden. Je ziet hun gezichten er niet bij, dus je vult zelf in hoe ze zich voelden toen ze het berichtje schreven. Probeer je niet mee te laten slepen door je eigen redeneringen, maar reageer op wat er feitelijk in de app of mail staat. Besef dat je niet binnen vijf minuten hoeft te reageren: je kunt er gerust 75 twee uurtjes overheen laten gaan. Die tijd is meestal genoeg om weer bij zinnen te komen.

9

80

85

90

95

10

Lezen

STAP 4 Kopje stap 4 De situatie: Je bent bij de kapper. Hij vraagt of je highlights wilt. Jij antwoordt dat je liever je eigen kleur houdt: ‘Een beetje in model knippen, dat is alles.’ De kapper probeert je over te halen om toch highlights te nemen: ‘Je gezicht krijgt een veel zachtere uitdrukking als ik je highlights geef. Ik was onlangs bij een kappersshow en highlights zijn het tegenwoordig helemaal. Misschien toch een ring van lichte plukjes rond je gezicht?’ Jij verlaat de kapsalon twee uur later en honderdtwintig euro lichter mét highlights. Die je niet wilde. Wat er misgaat: Manipuleren, we doen het allemaal weleens. Onbewust of bewust, zoals deze kapper. Het logische gevolg is dat we ook allemaal weleens worden gemanipuleerd. Het is extra lastig om toch bij je eigen voornemen te blijven als degene die je probeert over te halen een bepaald overwicht heeft. Omdat hij of zij er meer verstand van heeft dan jij, je pakt op je onzekere kanten of blijft pushen. Het is in zo’n geval verleidelijk om te kiezen voor de gemakkelijke weg, maar uiteindelijk heb je daar alleen jezelf mee. Met je highlights. De oplossing: Kies een bondige weigering die bestaat uit één zinnetje en gebruik alleen die zin, wat de ander ook zegt of doet: ‘Ik wil graag mijn eigen haarkleur houden.’ Spreek na elke opmerking van de ander dat zinnetje op een zachte, rustige en niet-emotionele toon uit. Probeer je niet te laten afleiden door in te gaan op punten die de ander noemt: negeer de ander niet op een onbeschofte manier, maar luister ook niet heel goed. Laat lange stiltes vallen en houd vol. Na de eerste paar keer gaat de ander zich vanzelf ongemakkelijk voelen en zal hij of zij bereid zijn op te houden met z’n onmogelijke opdracht.

STAP 5 Kopje stap 5 De situatie: Een vriendin vertelt dat er binnenkort 100 een reorganisatie komt op haar werk. Ze is doodsbang dat ze haar baan zal verliezen. Jij zegt: ‘Ik begrijp precíes wat je bedoelt. Mijn buurvrouw/ tante/schoonzus zat laatst ook in zo’n situatie.’ Wat er misgaat: Veel mensen overschatten zichzelf 105 enorm als het gaat om empathie. Ze denken: ik ben geraakt door het verhaal van mijn vriendin en leef dus met haar mee. Een misverstand, want het gaat op dat moment nog steeds over jou: jij wordt

25

Boek V3 - 4vwo.indb 25

9/06/17 10:49


Lezen

1

sentimenteel of angstig of verdrietig. Begripvol zijn heeft niets te maken met de gevoelens die jij 110 ervaart, maar met jezelf actief in de schoenen van de ander verplaatsen.

De oplossing: Vraag je af hoe jij je zou voelen als jou dit overkwam. Wat moet die ander nu doormaken? Hoe zou dat zijn? Als je dat doet, dan heb je echt contact. Je leeft jezelf in de ander in, zult dichter bij zijn of haar belevingswereld en gevoel komen en kunt daardoor veel beter inschatten waar de ander echt wat aan heeft: niet vanuit jouw vooroordelen of perspectief, maar 115 vanuit de gedachten van de ander. Daarmee help je meer dan wanneer je iemand opzadelt met jouw eigen gedachten en voorbeelden. Het biedt troost én versterkt jullie band. Bron: Fleur Baxmeier, in: Glamour.

Deze tekst heb je ook nodig opdracht 4 van Spreken, kijken en luisteren.

T2 1 Leid de betekenis van de volgende woorden af uit de context. Gebruik geen woordenboek. a manipuleren (regel 84) b pushen (regel 88) T1 2 Welk trucje gebruikt de auteur om direct de aandacht van de lezer te trekken?

T2 I T2 T1 T2 I

In tekst 7 ontbreken de titel en de kopjes bij de vijf stappen. 3 Formuleer een passend kopje bij elke stap. Formuleer elk kopje in de vorm van een advies. Bijvoorbeeld: ‘Steek je handen niet in je zakken als je presenteert.’ 4 Bedenk een uitdagende titel die inhoudelijk goed bij de tekst past. 5 a Welke twee schrijfdoelen kun je in deze tekst aanwijzen? b Licht je keuze van beide schrijfdoelen toe. 6 Op welke bronnen baseert de schrijfster zich? 7 Stel een kritische vraag over (een van) deze bronnen. 8 a In tekst 7 worden situaties beschreven die tot misverstanden leiden. Beschrijf zelf een situatie (al dan niet uit eigen ervaring). b Wissel je beschrijving uit met die van een medeleerling en bespreek met elkaar wat er in de beschreven situatie misgaat en hoe je tot een oplossing kunt komen. Lees tekst 8 eerst oriënterend en beantwoord vraag 9a en b.

TEKST 8

Productinformatie

‘People skills’ is al vijfendertig jaar verplichte kost voor iedereen die wil leren hoe je overtuigend kunt zijn, beter kunt luisteren en ruzies kunt oplossen. Miljoenen mensen lazen het en velen herlezen het om de paar jaar. Nu verschijnt dit tijdloze meesterwerk eindelijk in het Nederlands. Robert Bolton beschrijft de meest voorkomende communicatieproblemen, laat zien hoe ze onze relaties saboteren én wat je eraan kunt doen. Hij legt uit hoe je je baas kritiek kunt geven, hoe je voorkomt dat een gesprek met je puber uitloopt op een welles-nietesdiscussie en hoe je duidelijk doch vriendelijk iets kunt weigeren. Het leven zit vol uitdagende en stressvolle situaties waarin heldere en efficiënte communicatie alle verschil kan maken. Dit is het boek dat je tien jaar geleden aan jezelf had willen geven! Ontdek: Hoe je je zin kunt krijgen zonder te zeuren of agressief of dwingend over te komen. Hoe je kunt monitoren of je goed luistert. Hoe je lichaamstaal kunt interpreteren en ook zelf kunt gebruiken. Hoe in te grijpen in familieruzies, onenigheid met je geliefde en andere verhitte discussies. Bron: nrcwebwinkel.nl.

26

Boek V3 - 4vwo.indb 26

9/06/17 10:49


1

Lezen

T1 9 a Wat is het belangrijkste schrijfdoel van tekst 8? b Hoe kun je dit direct zien, zonder de tekst helemaal te lezen? c Lees de tekst nu intensief. Citeer vier woordgroepen of zinnen die duidelijk maken met welk doel deze tekst is geschreven. T2 10 a Vergelijk tekst 8 met tekst 7. Op welk punt verschilt de informatie in tekst 8 met die in tekst 7? b Welke tekst geeft onjuiste of onvolledige informatie? Motiveer je antwoord. Zoek nog een bron om zeker te zijn van je antwoord.

Eindopdracht 7

Weten

[3-10]

In deze opdracht controleer je je kennis van de theorie in deze module. T1 Bepaal of de volgende uitspraken juist of onjuist zijn. Verbeter de uitspraken die niet juist zijn. 1 Door een tekst oriënterend te lezen haal je de hoofdzaken uit die tekst. 2 Wanneer je je afvraagt of de argumentatie logisch en overtuigend is, lees je de tekst kritisch. 3 Bij globaal lezen let je ook op de verwijswoorden en de woordbetekenissen in de tekst. 4 De kernzin van een alinea staat vrijwel altijd vooraan (eerste of tweede zin). 5 Je formuleert de hoofdgedachte van een tekst in een mededelende zin. 6 Om de hoofdgedachte vast te stellen let je vooral op de titel en de inleiding. 7 De belangrijkste functie van een titel is de lezer informeren over het onderwerp van de tekst. 8 Tussenkopjes kunnen de deelonderwerpen aangeven, maar ze kunnen ook vooral de aandacht van de lezer trekken. 9 Een nieuwsbericht is een voorbeeld van een uiteenzettende tekst. 10 Een ingezonden brief is meestal betogend. 11 Om de intentie van de schrijver te bepalen let je op zijn houding ten opzichte van het onderwerp, niet op de toon die hij gebruikt. 12 Om te bepalen voor welk publiek een artikel is geschreven, kijk je goed naar de bron en de tekstvorm waarin het is verschenen.

Eindopdracht 8

Kunnen – Examentekst

[1] [3-10]

In deze opdracht pas je de vaardigheden toe die je hebt geleerd in deze module. Lees de examentekst (tekst 9) en beantwoord de vragen.

TEKST 9

Weg met Duck en Mouse?

Zou de wereld ooit van Donald Duck en Mickey Mouse afkomen? Zouden er landen zijn waar ze de Amerikaanse eend en muis niet eens kennen, nooit gekend hebben en ook niet wíllen leren kennen? Daar denk ik weleens aan als ik ’s nachts de slaap niet kan vatten of overdag niets beters te doen heb. Wat zou ervoor nodig zijn om de eend en de muis voorgoed uit de gratie te krijgen? 2 5 Kan dat gebeuren met de Duck en de Mouse, of is het met deze Disneytypes als met suiker en zout: als je er eenmaal aan gehecht bent, kun je nooit meer zonder. Deze week heb ik er eens wat langer over nagedacht, met het internet als houvast. Een helder antwoord kwam er niet, maar er werden wel grote lijnen zichtbaar. 3 Eerst dit: het stripverhaal is geen Amerikaanse uitvinding. We hadden in Europa al vroeg de 10 avonturen van de Zwitserse Monsieur Cryptogame1) en de Duitse Max en Moritz2). Die gingen echter niet eindeloos door en waren eigenlijk ook niet leuk. 4 Dan dit: de gewoonte om dieren als mensen voor te stellen is nog veel ouder dan het stripver1

27

Boek V3 - 4vwo.indb 27

9/06/17 10:49


Lezen

15

5 20

6

25

7 30

8 35

9 40

45

10

50

11

1

haal of de tekenfilm. Je trekt een kat een jasje aan en laat hem rechtop lopen et voilà. Op internet zijn prachtige reproducties te vinden van afbeeldingen met antropomorfe, op de mens lijkende, dieren uit de negentiende eeuw. Honden, ratten, katten, konijnen. Steeds komt het antropomorfe tot uiting in het rechtop gaan en de kleding. Aan uiterlijk en lichaamsbouw van de dieren zelf wordt helemaal niets veranderd. Als de waarneming niet bedriegt, zijn het de Amerikanen die met twee belangrijke vernieuwingen komen. Ze brengen stripverhalen die voortaan eindeloos doorlopen en ze brengen antropomorfe dieren die zijn gestileerd: ontdierlijkt. De eerste is Felix the Cat (circa 1920), de tweede Mickey Mouse (1928). Felix en Mickey zijn aanvankelijk nog lang niet zo ontdierlijkt als uiteindelijk haalbaar bleek. Felix the Cat is in de eerste film een gestileerde kromme kat, met een snor en gemene tandjes. Mickey Mouse had oorspronkelijk een ratachtige snoet, dunne ledematen en kleine ogen en raakte die pas in de loop van de jaren kwijt. Stephen Jay Gould heeft er in het boek A biological homage to Mickey Mouse op gewezen dat de muis steeds jonger werd en ook dat de vroegste Mickey Mouse nog helemaal niet zo’n aardig muisje was. Bekijk het op internet en bekijk en passant ook eens hoe onze eigen Tom Poes3) er begin jaren veertig bij liep. Beetje krom soms, harige vacht, een snor en onaangenaam sluwe, achterdochtige oogjes. Dat is later allemaal rechtgetrokken. Zowel Felix als Tom verloor zijn snor, Felix verloor ook zijn tanden en de hele menagerie kreeg almaar grotere ogen, inclusief oogwit. Verder verloren ze hun streken en aan het pesten en kwellen kwam een eind. Hieraan kunnen we zien dat er na de ontdierlijking al heel snel een tweede ontwikkeling in gang wordt gezet: de verlieving. Na het amuseren ontstond de behoefte aan behagen. Eerst werd van het dier meer een mens gemaakt, later werd het een uitgesproken jong mens. Kleine kinderen vinden we meestal schattig. Konrad Lorenz4) heeft ontdekt waardoor we ze schattig vinden: ze zijn voorzien van allerlei kenmerken die bij ons, geheel onbewust, maar vaak onontkoombaar, knuffel- en verzorgingsgedrag opwekken. Dat is evolutionair gezien ontzettend nuttig. De bedoelde kenmerken vatte Lorenz samen in zijn Kindchenschema: een relatief groot hoofd (dus een grote kop-rompverhouding), een rond hoofd, een mollig lichaam, korte ledematen, onzekere gang en vreemd genoeg ook grote ogen, hoewel die geen uitgesproken kenmerk zijn van baby’s, peuters en kleuters. Toch is dat waar alle cartoonisten uiteindelijk op uitkomen: die enorme ogen en de kopvergroting. Het hoofd van Donald Duck is een verdubbelde eendenkop. Tom Poes met zijn reuzenogen kreeg uiteindelijk een hoofd dat even groot is als zijn lichaam. In de natuur lijden alleen embryo’s aan dit euvel. Een deel van dit soort aanpassingen voegt niet veel meer toe aan de schattigheid die al was bereikt. Dat zou je dan heel voorzichtig de derde ontwikkeling kunnen noemen: de cartoonisten hebben ook ontwikkelingen op gang gebracht die min of meer autonoom zijn, maar die ze gretig met elkaar delen. Bijna altijd wordt één vinger in de hand weggelaten. Bijna altijd worden vrouwtjesfiguren van wimpers voorzien. Waar brengt ons deze analyse? Niet heel ver natuurlijk. Hoogstens biedt zij uitzicht op een heel verre toekomst waarin alle cartoonfiguurtjes zó op elkaar gaan lijken, dat ze niet noemenswaardig meer van elkaar verschillen. Dan en pas dan raken we de Duck en de Mouse kwijt. Bron: Karel Knip, havo-examen Nederlands, 2015-I. noot 1 Monsieur Cryptogame: in Nederland beter bekend als ‘Mijnheer Prikkebeen’, de eerste stripfiguur in de Nederlandse literatuur, getekend door Rodolphe Töpffer en voor de Nederlandse jeugd berijmd door J.J.A. Goeverneur noot 2 Max en Moritz: personages in een Duits beeldverhaal van Wilhelm Busch, een van de eerste strips noot 3 Tom Poes: personage in stripverhalen van Marten Toonder noot 4 Konrad Lorenz (1903-1989): een Oostenrijkse zoöloog en ornitholoog die het instinctieve gedrag van dieren bestudeerde

28

Boek V3 - 4vwo.indb 28

9/06/17 10:49


1

Lezen

T2 1 Leid de betekenis van de volgende woorden af uit de context. Gebruik geen woordenboek. a relatief (regel 40) b euvel (regel 46) T1 2 Op welke manier probeert de auteur de lezer vanaf het begin aan te zetten om door te lezen? Betrek in je antwoord zowel de titel als de eerste alinea. T2 3 Boven welke alinea zou het kopje Voorlopers het best passen? T1 4 Citeer de kernzin van alinea 3 en die van alinea 4. 5 Noem de drie ontwikkelingen die cartoonfiguurtjes volgens de tekst in de loop der tijden hebben doorgemaakt. 6 ‘Na het amuseren ontstond de behoefte aan behagen.’ (regel 34) Op welke manier kwam die behoefte aan behagen vooral tot uiting in stripfiguren? Stripfiguren werden ... A jonger gemaakt. B menselijker gemaakt. C mooier gemaakt. D schattiger gemaakt. 7 ‘In de natuur lijden alleen embryo’s aan dit euvel.’ (regels 45-46) Welk euvel wordt bedoeld? 8 In de tekst wordt het Kindchenschema van Lorenz beschreven. Hoe kan de relatie tussen die beschrijving en de tweede ontwikkeling het best omschreven worden? Het Kindchenschema ... A geeft een verklaring voor de tweede ontwikkeling. B noemt een gevolg van de tweede ontwikkeling. C schetst een voorwaarde voor de tweede ontwikkeling. D vormt een weerlegging bij de tweede ontwikkeling. T2 9 a ‘Dan en pas dan raken we de Duck en de Mouse kwijt.’ (regel 54) Waarom is deze zin van belang voor het geheel van de tekst? Omdat deze zin vooral ... A accentueert dat de tekst een ironische toonzetting heeft. B de kern van de tekst in een zin samenvat. C het standpunt van de tekst in andere woorden herhaalt. D van de tekst een mooi afgerond geheel maakt. b Licht je keuze toe. T1 10 a Op wat voor manier kan de tekst ‘Weg met Duck en Mouse’ het best getypeerd worden? Het is een ... A beschouwing met uiteenzettende elementen. B betoog met beschouwende elementen. C uiteenzetting met betogende elementen. b Licht je keuze toe. Betrek het onderwerp van de tekst in je antwoord. T2 11 a Zoek enkele afbeeldingen van een zelfgekozen stripfiguur. Let erop dat de drie ontwikkelingen die de auteur in zijn tekst schetst van toepassing zijn (zie vraag 5). b Wissel je afbeeldingen uit met die van medeleerlingen en licht de ontwikkelingen toe. T2 12 Ben jij het eens met de toekomstverwachting die de auteur in de laatste alinea uitspreekt? Geef je mening en onderbouw die met argumenten.

29

Boek V3 - 4vwo.indb 29

9/06/17 10:49


Lezen Na afloop

1

Wat heb ik geleerd?

Heb je de leerdoelen van deze module bereikt? Noteer van ieder leerdoel in één of enkele woorden hoe het ging.

1. Ik kan het onderwerp, de deelonderwerpen en de hoofdgedachte van een tekst bepalen en deze formuleren.

3. Ik kan de hoofd- en bijzaken onderscheiden en de kernzinnen in een tekst herkennen.

2. Ik kan de functie van de titel, de ondertitel en de tussenkopjes bepalen.

Hoe

ghing

et?

5. Ik kan verschillende feitelijke en waarderende uitspraken, standpunten en argumenten onderscheiden.

• • • •

4. Ik kan uit de tekst afleiden wat het schrijfdoel en de tekstsoort is en voor welk publiek de tekst is geschreven.

6. Ik kan de intenties, opvattingen en gevoelens van de schrijver uit de tekst afleiden.

ONLINE VOOR JOU

TOETSEN

Correctiemodel Startopdracht 2 Lezen Ingesproken leesteksten Extra oefenmateriaal Alinea en kernzin Extra oefenmateriaal Alle teksten onderscheiden

• Eindtoets Lezen module 1 versie A • Eindtoets Lezen module 1 versie B

30

Boek V3 - 4vwo.indb 30

9/06/17 10:49


NEDERLANDS • 3e EDITIE

leeropdrachtenboek

TWEEDE FASE

Paul Merkx Everlien Flier Ruud Alers

OP NIVEAU TWEEDE FASE 3e EDITIE Op niveau tweede fase 3e editie is een methode taalvaardigheid Nederlands voor de tweede fase.

DE VOORDELEN VAN OP NIVEAU TWEEDE FASE 3e EDITIE optimale examenvoorbereiding; sterke koppeling tussen hoofdvaardigheden; veel mogelijkheden voor differentiatie; zowel modulair (per vaardigheid) als lineair (per blok) in te zetten; inzicht in leerproces; + voorbereiding op het leven na school; + volledig gelabeld volgens RTTI; + zeer complete theorie. + + + + +

tweede fase | 4 vwo Leeropdrachtenboek

Eindredactie Evelien Otte Linda Kleverlaan

4 vwo

TWEEDE FASE

Het complete materiaal bestaat uit het boek en de online startlicentie. 100% digitaal werken is ook mogelijk: kijk voor de mogelijkheden op www.thiememeulenhoff.nl.

9 789006 627626

WT ONFT Cover 4vwo.indd 1

12/06/17 10:25