Issuu on Google+

2. Activiteitenplan Theatermuseum

2.0 Samenvatting Theater Instituut Nederland (TIN) gaat vanaf 2013 verder als Theatermuseum. Dat zijn we al sinds 1925. In de bijna negentig jaar die volgden is een unieke collectie opgebouwd van objecten, geluid- en beelddragers, archieven en data, waarmee het verhaal kan worden verteld van het Nederlandse theater en zijn maatschappelijke context vanaf de 17de eeuw tot vandaag. Het Theatermuseum vanaf 2013 is publieksbelevenis en kenniscentrum, beide zowel fysiek als digitaal. Het is er voor publiek en makers. Alles staat er in het teken van wat mensen willen weten in plaats van wat wij ze willen vertellen. Het Theatermuseum bouwt voort op wat het TIN als - ook – erfgoedinstelling in de afgelopen jaren tot stand heeft gebracht. Ons collectiebeleid is door de visitatiecommissie geroemd als best practice. Op het gebied van digitalisering en digitale producten bevinden we ons sinds de presentatie van onze online Theaterencyclopedie in de voorhoede. En met onze reizende tentoonstellingen en educatieve presentaties hebben we bewezen een groot en divers publiek te kunnen trekken. Toch willen we als Theatermuseum weer een eigen plek, om ons sterker en herkenbaarder te profileren. Niet in een huis voor de eeuwigheid: wij blijven nomaden, zoals het theater zelf. Vanaf 2013 slaat het Theatermuseum in ieder geval tot en met 2016 zijn tenten op in het hart van het Amsterdamse stadhuis en Muziektheater, op het kruispunt van kunst en samenleving. Een fysiek museum in het publieke domein, als levende pleitbezorger van de maatschappelijke betekenis van het theater, vandaag en in het verleden. En op loopafstand van de Universiteitsbibliotheek (UB) en Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, waarmee we gaan samenwerken op het gebied van collectie en mediatheek; zodat de toegankelijkheid wordt vergroot en onze kosten omlaag gaan. In het Theatermuseum maken wij een semi-vaste opstelling met veel ruimte voor interactiviteit, die in het bijzonder gericht is op scholieren en een familiepubliek. Daarnaast is er ruimte, zowel in het stadhuisdeel als in het Muziektheater – waarmee we nauw gaan samenwerken – voor tentoonstellingen, rondleidingen achter de schermen van het theater, atelierbezoek, openbare repetities en andere activiteiten over thema’s van nu aan de hand van het theater(verleden), bedoeld voor het brede publiek van museum- en theaterbezoekers en meer specifiek ook voor de jonge generatie van studenten, makers en creatieven. Het Theatermuseum wil jaarlijks ten minste 75.000 bezoekers trekken. Daarop is ons verdienmodel gebaseerd. Wij vragen van de overheid (OCW en Amsterdam) subsidie voor de vaste kosten van personeel en collectie en voor de huisvesting. De activiteitenkosten betalen wij uit eigen inkomsten. NB: overal waar in deze aanvraag het woord ‘theater’ wordt gebruikt bedoelen we toneel, dans, mime, muziektheater, cabaret, musical, circus, poppentheater, jeugdtheater en alle (meng)vormen van deze disciplines.

Activiteitenplan Theatermuseum 1

1

www.tin.nl


2. Activiteitenplan Theatermuseum

2.1 Missie, visie en hoofddoelstelling die overal in ons land zijn verrezen - en van de eerste stukken van Vondel tot de skatedans van ISH. In rijkdom en diepgang zijn de collecties van het Theatermuseum uniek en te vergelijken met de collecties van het Victoria & Albert Museum in Londen.

Visie: wat vooraf ging... Van Tooneelmuseum naar Theatermuseum De geschiedenis van het Theatermuseum gaat terug tot 1924. Toen besloot de algemene vergadering van het Nederlandsch Tooneelverbond om zich in te gaan spannen voor de komst van een toneelmuseum. De Vereniging 'Het Tooneelmuseum' is op 28 februari 1925 opgericht. De bloei van het Toneelmuseum komt na de oorlog, wanneer een eigen museum aan de Amsterdamse Herengracht wordt betrokken en de rijksoverheid het nationale belang van het theatermuseum erkent door subsidiegever te worden. Fusies met Theater Klank en Beeld en het Internationaal Theater Instituut (ITI) en later met de Instituten voor Dans, Mime en Poppenspel leiden vanaf 1992 tot het instituut met de huidige naam: Theater Instituut Nederland.

Weg van de Herengracht In het afgelopen decennium werd steeds duidelijker dat de huisvesting aan de Herengracht weliswaar prachtig was, maar nauwelijks geschikt voor een modern museum dat zowel een ontmoetings- en studieplek voor professionals wil zijn als een educatieve instelling waar een zo breed mogelijk publiek kennis kan maken met de rijke Nederlandse theatertraditie. Met het aantreden van de nieuwe directeur Henk Scholten zijn de ontwikkelingen in een stroomversnelling gekomen. De panden aan de Herengracht werden verkocht en het museum ging experimenteren met nieuwe vormen van presentatie om te onderzoeken hoe het brede publiek het best bereikt kon worden. En met succes: met de reizende tentoonstellingen trokken we veel meer bezoek dan in het oude museum. De opbrengst van de verkoop van de grachtenpanden heeft TIN met instemming van OCW in een bestemmingsfonds ondergebracht voor het vernieuwde en op een breed publiek afgestemde Theatermuseum. Het Theatermuseum nieuwe stijl Op instigatie van het ministerie van OCW werd het TIN in 2009 sectorinstituut, hoewel het natuurlijk ook erfgoedinstelling bleef. Vanwege het nieuwe beleid van de staatssecretaris wordt de subsidie voor de sectortaken in 2012 beĂŤindigd. Mede hierdoor zijn de plannen voor hervestiging van het museum versneld ontwikkeld en gaat het TIN vanaf 2013 door als Theatermuseum. De ervaring die in de afgelopen drie jaren is opgedaan met een actievere en ook meer laagdrempelige benadering, zal in dit nieuwe museum volledig tot zijn recht komen.

De opening van de eerste tentoonstelling van het Tooneelmuseum, over Louis Bouwmeester sr., in juni 1925.

Het toneelmuseum heeft zich in die tijd ontwikkeld tot een breed theatermuseum. De collectie geeft een overzicht van de Nederlandse theatergeschiedenis van de afgelopen vierhonderd jaar: van de eerste Nederlandse schouwburg uit 1638 aan de Amsterdamse Keizersgracht tot de jongste theaters Activiteitenplan Theatermuseum

2

www.tin.nl


Visie: tien uitgangspunten 1. Spiegel van het leven zelf Vertellen, zingen, dansen en acteren zijn de oudste en de meest directe, menselijke expressievormen. Het podium is de spiegel van wat in het leven gebeurt. Theater is een metafoor voor het leven zelf, met al zijn vrolijkheid, tragiek, liefde en vermaak. Het Theatermuseum nieuwe stijl staat net als het theater in het midden van de samenleving. 2. Hoog en laag Het Theatermuseum is er voor iedereen, net zoals het theater dat is. Van Gijsbreght van Aemstel tot de Soldaat van Oranje, van Najib Amhali tot Het Nationale Ballet. Van jong tot oud, van rijk tot arm, van professional tot liefhebber en van hooggeleerd tot laag geschoold. 3. Publieksbelevenis en kenniscentrum Het Theatermuseum nieuwe stijl is een gelaagde instelling. De allerkleinsten worden meegenomen in de wereld van de verbeelding, volwassenen bezoeken er tentoonstellingen en doen mee aan activiteiten, theatermakers duiken in de archieven, studenten en wetenschappers kunnen er onderzoek doen, amateurs vinden er repertoire en ontmoeten professionals. Het Theatermuseum is publieksbelevenis en kenniscentrum in één.

6. Fysiek en digitaal Zonder kennis kun je niet beleven en zonder beleving vindt kennis geen plek om te kiemen. Er is dus maar één Theatermuseum, want in het fysieke museum worden alle bruikbare digitale middelen ingezet om de kennis en de beleving te versterken en in het digitale domein wordt voortdurend de relatie gelegd met de fysieke werkelijkheid van de collectie en de tentoonstellingen. 7. Samenwerking In een netwerksamenleving kunnen instellingen bestaan bij de gratie van de verbindingen die zij weten te leggen. Het Theatermuseum wil een netwerkmuseum zijn en daarom is het aangaan van doelgerichte (programmering, publiekswerving, ondernemen e.a.) samenwerkingsverbanden een speerpunt.

4. Heden en verleden Het Theatermuseum bewaart en ontsluit het nationale, theatrale erfgoed en verbindt zo het huidige aanbod met het verleden. Het maakt tentoonstellingen over universele, menselijke vragen en actuele sociale thema’s, met theatrale middelen en aan de hand van de collectie en de geschiedenis van de podiumkunsten.

8. Een gemeenschap Het Theatermuseum is een ontmoetingsplek. Meer een dorpsplein dan een tempel. Er is altijd activiteit. Het is er niet alleen voor gezinnen, scholieren en het algemeen publiek, maar ook voor de kenners, de wetenschappers en professionals. In het Theatermuseum maken bezoekers kennis met de makers. Het Theatermuseum vormt een gemeenschap waar liefhebbers en het brede publiek elkaar vinden.

5. Knooppunt van kennis Het Theatermuseum heeft de wijsheid niet in pacht. Het is geen zender, maar het betrekt publiek, professionals en partnerorganisaties bij het verzamelen van collectie en informatie. Het Theatermuseum is knooppunt van kennis. Het Theatermuseum is een geheugen dat we inzetten om mensen de kracht, de magie, de traditie en de maatschappelijke betekenis van theater te leren kennen en begrijpen. Vertrekpunt daarbij is wat mensen willen weten in plaats van wat wij ze willen vertellen.

Activiteitenplan Theatermuseum

3

www.tin.nl


9. Nomadisch Het Theatermuseum pleegt geen nieuwbouw, maar maakt gebruik van tijdelijk niet gebruikte ruimtes en gebouwen. Een brandweerkazerne, een kantoorgebouw, een fabriek, of in een stadhuis/muziektheater. Na een aantal (vier tot zes) jaren verhuist het museum naar een volgende plek en vernieuwt het zijn presentatie en programma. Het nomadische karakter zorgt ervoor dat de vernieuwing is ingebouwd. Zo blijft het museum actueel.

Missie Het theatermuseum engageert publiek en makers bij verleden, heden en toekomst van theater. Hoofddoelstelling Het Theatermuseum is een plek waar het publiek en de makers elkaar ontmoeten; waar je een kijkje achter de schermen kunt nemen; waar heden, verleden en toekomst van het theater met elkaar in

10. Ondernemend Het Theatermuseum is een museum dat snapt dat je niet ondernemend bent om daarmee het oude, vertrouwde programma voort te zetten, maar om producten te maken waar behoefte aan is en waar mensen dus bereid zijn aan bij te dragen. Geld verdienen is het middel, de missie is het doel. Het Theatermuseum onderneemt voor cultuur.

verband worden gebracht. Fysiek en digitaal. Het Theatermuseum is het gedeeld geheugen van alle vormen van theater. Het wil nomadisch zijn. Het is een volstrekt 21e-eeuws museum. Een plek waar dingen mogen in plaats van dat ze verboden zijn. Waar het om beleving draait en om kennis. Een plek die het theater toont als actuele en relevante kunstvorm… En dus… • Zorgt het Theatermuseum er voor dat de collectie wordt beheerd, behouden en ontsloten en dat deze actueel blijft en toegankelijk. • Zijn alle activiteiten van het Theatermuseum gericht op het actief betrekken van publiek en makers. • Is het Theatermuseum een ondernemende en innovatieve organisatie die investeert in maatschappelijke betrokkenheid bij en waardering voor het theater.

Activiteitenplan Theatermuseum

4

www.tin.nl


2. Activiteitenplan Theatermuseum

2.2 Het nationale belang van de collectie Nationaal erfgoed Ruim voor we konden schrijven en nog voor we in rotsen begonnen te krassen, vertelden mensen elkaar verhalen en voerden rituelen en dansen uit, waarmee we houvast zochten in een onbegrepen wereld. En dat is nooit veranderd. Theater is van alle tijden en van alle mensen. Niet voor niets stimuleert en ondersteunt de rijksoverheid theater in al zijn disciplines. De collectie van het Theatermuseum is vergelijkbaar met die van andere kunstdisciplines en immateriĂŤle cultuur waar de rijksoverheid verantwoordelijkheid voor neemt (zoals architectuur, film en letteren) en dus net zoals die collecties van nationaal belang. Bovendien is de collectie de enige verzameling waarin onze nationale theatergeschiedenis en opvoeringspraktijk van de afgelopen eeuwen is terug te vinden. Scenische podiumkunsten zijn de meest vergankelijke van alle kunstvormen: ze laten geen andere fysieke sporen na dan die verzameld worden door het Theatermuseum. De collectie is onze nationale theatergeschiedenis.

Topstuk uit de Theatermuseum collectie: Het kamertoneel van Baron van Slingelandt uit 1781. Het enige overgebleven kamertoneel in Europa.

Zo heeft het museum van een voorstelling een affiche, een video, foto’s, recensies, achtergrondartikelen, kostuums en teksten. Daardoor kunnen collectieonderdelen in hun theaterhistorische context worden geplaatst en hebben zij niet alleen betekenis voor een tentoonstellingspubliek dat de theatrale onderwerpen van heel veel kanten kan bekijken, maar ook voor professionele en amateurgezelschappen die hun inspiratie in het verleden willen opdoen. Ook voor de media en voor onderzoek en wetenschap is de collectie van grote waarde, zoals de hoogleraren Theaterwetenschap in mei 2011 in een gezamenlijke brief aan staatssecretaris Zijlstra nog eens onderstreepten.

Een integrale verzameling De collectie van het Theatermuseum is ontstaan uit verschillende particuliere verzamelingen die vanaf 1925 zijn ondergebracht in de Vereniging Nederlands Tooneelmuseum. De collectie bevat materialen en gegevens over alle theater- en dansgenres, van mime tot opera en van cabaret tot urban-dance. In totaal zijn er bijna een half miljoen objecten, waarvan ruim 90 procent is beschreven in de database en 50 procent is gedigitaliseerd. De collectie is de enige bron van de theater- en dansgeschiedenis van Nederland sinds de 17e eeuw.

Collectioneren Het Theatermuseum verzamelt in het kader van een collectieplan (laatstelijk vastgesteld in 2007) en collectieprofielen (idem in 2010). Wij brengen ieder seizoen de gegevens bijeen van alle in Nederland uitgebrachte theaterproducties. Van de honderd meest representatieve voorstellingen worden materialen verzameld. De keuze van deze

In de collectie zijn data over premièrevoorstellingen (inmiddels meer dan 80.000!) gekoppeld aan de diverse collectieonderdelen.

Activiteitenplan Theatermuseum

5

www.tin.nl


voorstellingen geschiedt door een commissie van deskundigen op basis van een set vaste criteria. Tevens wordt gelet op de evenredige keuze van producties naar genre. De selectie wordt jaarlijks aangevuld met producties waaraan belangrijke prijzen zijn toegekend. Belangrijk onderdeel van het bestaande collectie- en acquisitiebeleid zijn de opname van persoonlijke archieven van toonaangevende personen uit (de geschiedenis van) het Nederlandse theater. Samenvattend is het verzamelbeleid van het Theatermuseum er op gericht een representatieve collectie te krijgen die ook over honderd jaar nog laat zien hoe het theaterlandschap er honderd jaar geleden uitzag. Wat waren de belangrijke ontwikkelingen, welke trends/gewoontes waren er en welke plaats had theater in de maatschappij?

Door Apresa, een gerenommeerd bureau op het gebied van het taxeren van kunstcollecties, antiek, kostbaarheden en inboedelgoederen, is onze totale collectie geschat op een vervangingswaarde van €69.000.000. Zij geven hierbij het volgende aan:

“ De collectie van het TIN vertegenwoordigt een zeer grote waarde en is van nationaal belang door de enorme omvang, diversiteit en uniciteit van materialen, waarvan sommige in de toekomst tevens een commerciële inkomstenbron zouden kunnen vormen, maar die zich vooral onderscheidt door de hoge mate van samenhang en veelheid aan onderling gelegde verbanden. Er wordt reeds lang met opvallend veel inzicht door het Instituut gewerkt aan het toegankelijk maken van de gegevens en materialen uit de collectie, wat heeft geresulteerd in een buitengewoon hoog niveau van ontsluiting en een uiterst waardevolle digitale database die in compleetheid en toegankelijkheid zijn tijd ver vooruit is. ”

Inbedding en belang voor gebruikers Het TIN/Theatermuseum is opgenomen in het Museumregister en lid van de NMV. Het museum werkt nauw samen met andere erfgoedbeheerders op het vlak van afstemming, digitalisering en presentatie. Ook vindt uitwisseling en samenwerking plaats met buitenlandse theatermusea en bibliotheken binnen het verband van Sibmas International Association of Libraries and Museums of the Performing Arts. En er is intensief contact met de theatersector, een essentiële voorwaarde om de collectie te verwerven. Het (inter)nationaal belang van het Theatermuseum komt ook tot uitdrukking in het gebruik van de mediatheek, in de onmisbare betekenis van collectie, documentatie en archieven voor studenten, wetenschap, onderzoek en media, in de grote belangstelling van docenten en leerlingen voor educatieve producten en een tentoonstelling als Backstage en in de publieke belangstelling en waardering voor de tentoonstellingen. Niet voor niets tekenden meer dan 20.000 mensen vorig jaar een petitie tegen de dreigende teloorgang van het theatererfgoed. Een laatste bewijs van het belang van het Theatermuseum is het succes van de online Theaterencyclopedie, het digitale kenniscentrum van het Theatermuseum dat in september 2011 werd gelanceerd en in vier maanden tijd maar liefst 25.000 unieke bezoekers per maand trok.

Activiteitenplan Theatermuseum

- Taxatiebureau Apresa

6

www.tin.nl


2. Activiteitenplan Theatermuseum

2.3 Activiteiten Collectie Verzamelen, beheren, behouden en ontsluiten van collectie blijft het fundament van het Theatermuseum. In paragraaf 2.2 is al ingegaan op het collectieplan (2007) en de collectieprofielen (2010). De wijze van selecteren van nieuwe collectie werd een best practice genoemd door de visitatiecommissie sectorinstituten 2011. Ook kwaliteitszorg en veiligheid van de collectie worden goed beoordeeld.

Mediatheek: samenwerking met de UvA Het TIN beschikt over de grootste theatermediatheek van Europa. Om de fysieke bereikbaarheid van de boekencollectie ook in de toekomst te garanderen, gaan wij samenwerken met de UB/Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam. Een groot deel van onze boekencollectie is vanaf 2013 uitleenbaar en in te zien in de UB. Oudere exemplaren (voor 1945) zijn in het museumdepot opgeslagen. Leden van het Theatermuseum kunnen bij de UB (maar ook bij een bibliotheek elders in Nederland!) boeken blijven lenen en dit via de catalogus van het museum regelen. Zo worden de toegankelijkheid en de kwaliteit van dienstverlening groter, terwijl de samenwerking voor het Theatermuseum een besparing oplevert van minimaal 100.000 euro per jaar (huur mediatheekruimte en personeel).

Het collectionerings- en acquisitiebeleid blijft primair gericht op het verzamelen van data, objecten en documenten die elkaar context verschaffen. Dat sluit ook goed aan bij de inhoudelijke ambities met de Theaterencyclopedie, waar het bij uitstek gaat om de verbanden tussen de verschillende bronnen. De registratiegraad van de collectie (92%) is dusdanig hoog, dat geen speciale maatregelen nodig zijn. Op het gebied van depotaanvragen en bruiklenen verwachten wij geen substantiĂŤle verschuivingen.

Overigens biedt de samenwerking ons dankzij het wereldwijde UB netwerk (WorldCat) en de mogelijkheden van linked open data ook in digitale zin grote voordelen. Samen met onder andere EYE spreken we in 2012 met de UvA over verdere samenwerking op het gebied van beheer en beschikbaarstelling van collectie en documentatie. Dan staat ook een onderwerp als delen van depots op de agenda. Nu is dat nog niet aan de orde, omdat de voortreffelijke depots van het Theatermuseum aanzienlijk goedkoper zijn dan die van de UvA.

Doordat het Theatermuseum al vroeg begonnen is met digitaliseren, is een voorsprong opgebouwd ten opzichte van veel andere musea. Zo werden alleen al in 2010 meer dan 60.000 items gedigitaliseerd. Wij gaan er van uit dat we jaarlijks gemiddeld 25.000 items kunnen blijven digitaliseren, in eerste instantie ten behoeve van eigen (digitale) producten en tentoonstellingen. Verder richten wij ons op digitaliseren on demand. Onder meer met het oog op de verwerving van collectie, handhaaft het Theatermuseum de jaarlijkse prijzen voor scenografie, theateraffiche en theaterfotografie. Vanwege de relatie met de universiteiten/Theaterwetenschap wordt ook de jaarlijkse scriptieprijs gehandhaafd.

Activiteitenplan Theatermuseum

7

www.tin.nl


nieuw te ontwikkelen digitale diensten en producten zoals de Theaterencyclopedie, de Catalogus, een webwinkel, (museum)apps, de vacaturebank, QRcodes met link naar mobiele websites en sms services worden ook verbindende schakels met het fysieke museum. Ze verdiepen de persoonlijke betrokkenheid en beleving van de museumbezoeker, ondersteunen de dienstverlening aan studenten, onderzoekers en bezoekers en bieden scholieren infotainment en serious gaming.

Het digitale domein Vijftien jaar geleden is het TIN begonnen met de digitalisering van de collectie. Inmiddels is de helft van de objecten digitaal beschikbaar. Op het gebied van digitale architectuur en producten en de inzet van sociale media bevindt het Theatermuseum zich in de museale voorhoede: • De collectiedatabase, de digitale collectie en alle kennis en documentatie van het TIN zijn vindbaar via een moderne zoekmachine en opvraagbaar via een eigen API (Linked Open Data). Het TIN biedt widgets aan waarmee de collectie ontsloten wordt. De onderliggend ICT-infrastructuur is zeer modern en toekomstgeschikt.

Hub De website van het Theatermuseum wordt de centrale hub tot het fysieke en digitale domein. Je vindt er niet alleen alle informatie over tentoonstellingen en activiteiten en je hebt er niet alleen toegang tot de kennis die is opgeslagen in de Theaterencyclopedie, de site wordt dé toegang voor iedereen die geïnteresseerd is in heden en verleden van het Nederlandse theater. De website www.theatermuseum.nl biedt zo een actueel informatieplatform aan zowel de toevallige bezoeker als aan de gemeenschap van liefhebbers en kenners van theater. Een dergelijke site kent de Nederlandse museumwereld nog niet.

• De in september 2011 gelanceerde Theaterencyclopedie.nl is onze productiedatabase vertaald in een wiki. Er wordt actief gecommuniceerd met de gebruikers die informatie toevoegen (crowdsourcing); • In april 2012 volgt een Theatereducatiesite voor docenten.

Kennisportaal Het Theatermuseum ontwikkelt zijn digitale producten tot hét kennisportaal voor de Nederlandse theatergeschiedenis. De Theaterencyclopedie en de catalogus met zoekfunctie voor de gehele collectie staan daarin centraal. Met linked open data worden bovendien databases van derden gekoppeld aan onze eigen bestanden, zodat gebruikers toegang krijgen tot verhelderende context en verdieping. Qua technische infrastructuur en digitale architectuur zijn we hier klaar voor, een volgende stap is een intuïtieve user interface, die gerichte zoekacties uitbreidt met associaties en uitdaagt tot ontdekkingstochten door de collecties.

“ De wijze waarop TIN het contentbeheer, mede dankzij de gerealiseerde informatie architectuur, gaat vormgeven wordt door ons niet alleen gekenmerkt als toekomstvast maar ook als visionair. De ambitie om het publiek en partnerorganisaties te betrekken bij het verzamelen, verbeteren, wijzigen en aanpassen van de kennis die door TIN als erfgoed instelling wordt beheerd, is voor Nederlandse begrippen een noviteit. ”

Crowdsourcing Het Theatermuseum is een plek van interactiviteit. Met de Theaterencyclopedie hebben we positieve eerste ervaringen opgedaan met co-creatie en crowdsourcing. De komende jaren gaan we door op die weg. Bezoekers, kinderen, makers, creatieven, studenten, ze worden allemaal aangespoord om bij te dragen aan collectieontsluiting en informatieverbreding. Zo schrijven theatermakers en bezoekers mee aan hun eigen geschiedenis.

- Review Informatiearchitectuur TIN door bureau HEC

Nieuwe producten Een museum van de 21ste eeuw zorgt voor een persoonlijke benadering van zijn bezoekers en relaties. Digitale producten en diensten zijn daar door hun veelal interactieve karakter bij uitstek geschikt voor. Wij laten ze bovendien hand in hand gaan met de fysieke, levende ervaring. Bestaande en Activiteitenplan Theatermuseum

8

www.tin.nl


Auteursrecht Om collectie te kunnen presenteren moeten publicatierechten worden geregeld. Dat doet het Theatermuseum langs twee wegen. Waar dat kan worden bulkafspraken gemaakt met auteursrecht beherende organisaties over bijvoorbeeld recensies en theaterteksten. Daarnaast worden individuele afspraken gemaakt met bijvoorbeeld fotografen en vormgevers. Het is een deels onontgonnen terrein dat uitermate arbeidsintensief is, maar waarin we de afgelopen jaren goede resultaten boekten. De bestaande praktijk zal dan ook worden voortgezet.

repetities deel uitmaken van het museumprogramma. Zo maken we een museum voor en achter de schermen. Het hele museum - en dus ook de semi-vaste opstelling (zie hierna) - ondergaat regelmatig een metamorfose. Daarmee blijft het inhoudelijk en actueel en dus aantrekkelijk voor (herhaal)bezoek. Van idee tot première: semi-vaste presentatie Backstage is een succesvolle reizende tentoonstelling van het TIN die nog tot eind 2012 in theaters in het hele land duizenden scholieren zal trekken. In de huidige trouwzalen (550 m2) richten wij vanaf 2013 naar het model van Backstage een semi-vaste presentatie in, waar kinderen, volwassenen en scholen het hele proces 'van idee tot première' actief mee kunnen beleven. Het maakproces staat centraal. Van idee (inspiratie, thema, tekst) naar ontwerp (decor, kostuum, licht, geluid, locatie) en van repetitie (spel, dans, regie, choreografie) naar première (acteurs, zangers, dansers, podium, publiek).

Het fysieke museum Het Theatermuseum is nomadisch. Het zoekt regelmatig een nieuwe plek in de samenleving. We beginnen in de Amsterdamse Stopera. Waar andere musea en theaters vanuit hun beslotenheid proberen publieke ruimte en functies toe te voegen, is het publieke domein letterlijk en figuurlijk ons vertrekpunt. De entreehal, gangen, straten, parkeergarage, metrotoegang, tuinen en terrassen van het Stadhuis blijven openbaar gebied, maar worden ook Theatermuseum. Je loopt er straks over de walk of fame van prijswinnende acteurs, zangers en dansers. Affiches van voorstellingen die nu in het theater staan, worden omgeven met historisch materiaal. Er zijn videobeelden en geluidsopnamen. En je wordt er verleid om binnen verder te kijken.

Theatermakers en conservatoren werken samen aan de invulling van Backstage. Zo kan een voorstelling die op dat moment in de theaters te zien is, worden voorzien van historische voorbeelden, verhalen, objecten en de motivatie van de makers. Bezoekers ontdekken wat theater met het dagelijks leven en de samenleving te maken heeft, waarom theatermakers kiezen om een bepaald verhaal aan publiek te vertellen en hoe dat verhaal met theatrale middelen wordt gepresenteerd. Tentoonstellingen en presentaties Traditioneel stond in het museum het vak centraal, in plaats van de belangstelling van de bezoeker. Gelukkig zijn die tijden aan het veranderen. Het Theatermuseum begint met de vraag: wat kan nu betekenis hebben voor het publiek? Waar ligt de vraag en waaruit bestaat de interesse? Daarom gaan tentoonstellingen in het Theatermuseum over universele, menselijke vragen met een koppeling naar de actualiteit en een link naar het verleden.

Schetsidee van de pleinfunctie, bureau SLA

Want aan de publieke route, die voor iedereen gratis toegankelijk is, liggen de zalen en ruimtes waarvoor je een kaartje moet kopen: de huidige trouwzalen, de Boekmanzaal en de filmzaal, samen ruim 1.500 vierkante meter. Daar vinden de tentoonstellingen plaats en tal van andere activiteiten. In de hal komt het informatiecentrum met museumwinkel en horeca. En dan is er nog het Muziektheater, waar overdag rondleidingen, atelierbezoek en openbare Activiteitenplan Theatermuseum

Onze (reizende) tentoonstellingen uit de afgelopen jaren over opera (De Fundatie, 2009), de Aktie Tomaat (Amsterdam Museum, 2009), danspionier Sonia Gaskell (Joods Historisch Museum, 2009/2010), locatietheater (Ergens en Overal, reizend langs festivals, 2010/2011) en cultureel divers theater (fototentoonstelling Jean van Lingen, MC Theater/Aruba/Curaçao, 2011; en het project 9

www.tin.nl


Vice Versa over gedeelde theatergeschiedenis van Nederland en de voormalige koloniën, 2012) hadden met elkaar gemeen dat ze aspecten van de theatergeschiedenis van de afgelopen veertig jaar centraal stelden en daaraan hun actualiteit ontleenden. Nu zetten we nog een stap verder, door thema's van nu ook echt als vertrekpunt te nemen. Een eerste voorbeeld is Wie is de Nar?, een tentoonstelling die we in maart 2012 organiseren in Den Haag en die gaat over de macht, maar dan vooral over de vraag wie de macht nog een (lach)spiegel voorhoudt en welke rol het theater daar in speelt.

De reizende locatietheatertentoonstelling Ergens en Overal trok meer dan 40.000 bezoekers.

Tentoonstellingsprogramma 2013-2016 Jaarlijks organiseert het Theatermuseum één tot twee grote tentoonstellingen en een aantal kleinere presentaties. De tentoonstellingen vinden plaats in de huidige Boekmanzaal (650 m2), de kleinere presentaties en tentoonstellingen in het Muziektheater, elders in of buiten (op het plein) het huidige stadhuis en in het publieke domein. Tentoonstellingen in (de ruimtes van) het Muziektheater zullen gerelateerd worden aan opera en ballet. In de weergave van het (tentatieve) tentoonstellingsprogramma 2013-2016 beperken we ons in dit stadium tot de grotere wisseltentoonstellingen. In de keuze van kleinere tentoonstellingen en presentaties wil het Theatermuseum zo actueel mogelijk zijn. Van een aantal van de voorgenomen tentoonstellingen is een inhoudelijke schets gemaakt. Die staat in een kader. In 2013 openen we de semi-vaste presentatie Van idee tot première. We tonen Wie is de Nar? en Vice Versa (zie hiervoor) nogmaals, maar nu in eigen Activiteitenplan Theatermuseum

huis. We presenteren als kleinere tentoonstelling Theater in brand (werktitel, zie toelichting in kader). Aan het eind van het jaar openen we de eerste grote tijdelijke tentoonstelling Transformaties (zie kader; november '13-april '14)). In 2014 volgen als grote tentoonstellingen Heerlijk duurt het langst (zie kader; mei -oktober '14) en Verboden Liefdes over normen en waarden, taboes en tragedies (november '14-april '15). In 2015 voorzien we een tentoonstelling onder de werktitel Toen God verdween uit…, over dorpen en steden, gemeenschapszin en het verval daarvan (mei-oktober '15) plus een nog te bepalen tweede (november '15-april '16). In 2016 ten slotte volgt als laatste grote tentoonstelling in deze periode: Shakespeare nu, in het kader van 400 jaar overlijden van Shakespeare, een samenwerkingsproject met diverse andere (theater)musea in Europa (mei-oktober 2016). Andere activiteiten De tentoonstellingen en activiteiten in het Theatermuseum beperken zich niet tot de Boekmanzaal. Overal in het stadhuis duiken tenten, presentaties, tekstregels en kostuums op die ons prikkelen het heden te bekijken met de achterwaartse ogen van de theatergeschiedenis. De filmzaal is auditorium, locatie voor multimediale debatten en voor videoregistraties van vroeger en nu. Er is ruimte voor workshops, openbare repetities en kleinschalige (familie)voorstellingen. En in de parkeergarage onder het theater wordt met grote projecties een tentoonstelling ingericht over de onderwereld, van Vondels Lucifer tot de gedanste Inferno van Dante. Het Theatermuseum is meer dan een tentoonstellingsfabriek. Het museum betrekt mensen actief bij alle mogelijke facetten van het theatervak. Zelf kostuums of maskers maken is bijvoorbeeld niet alleen voor kinderen leuk, maar ook voor volwassenen aantrekkelijk. Dat kan straks onder andere in de ateliers van Het Nationale Ballet en De Nederlandse Opera. In de Backstage-tentoonstelling zijn digitale spellen opgenomen, zoals de ‘virtuele regisseur’ die je aanwijzingen geeft als je samen een dialoog speelt. Bezoekers kunnen kennis vergaren in tentoonstellingen, maar ook in het informatiecentrum. In de Theaterencyclopedie kunnen zij informatie opzoeken of kennis delen. Zo is het Theatermuseum publieksbelevenis en kenniscentrum, over heden en verleden, fysiek en digitaal.

10

www.tin.nl


Impressies van drie tentoonstellingen

Transformaties

Theater in brand

De kunst van het theater is de kunst van het transformeren. Maar transformeren doet iedereen en iedere transformatie is een ander masker. Iedereen speelt gedurende zijn leven meerdere rollen, in steeds andere gedaantes.

In het kader van ‘Amsterdam 2013, 400 jaar grachten’ een klassieke reconstructie van de allereerste Amsterdamse schouwburg met historisch beeldmateriaal, gedichten van voor- en tegenstanders en een brand in 3D. Een prachtig openingsspektakel van het nieuwe Theatermuseum!

Het masker transformeert ons tot superhelden, het masker stelt ons in staat identiteiten aan te nemen die wij anders graag verborgen houden. Hoe draagt het masker bij aan wie wij zijn? En waarom werd het masker vervangen door schmink, door mimiek en tenslotte door mediatraining? Een caleidoscopische tentoonstelling over de bevrijdende en misleidende werking van de transformatie, over iemand anders (willen) zijn, buitenkant en binnenkant, de metamorfose. Passend in het jaar dat het TIN zelf transformeert tot het nieuwe Theatermuseum.

‘Hoe! spreekt men van tooneel, in tijdt van Staatkrakkeelen? De eerste Amsterdamse Schouwburg (1638) wordt metafoor voor discussies over macht en kunst en de goede zeden. Over een podium voor morele lessen in de volkstaal, dat dertig jaar na de opening ingrijpend verbouwd wordt omdat er behoefte komt aan meer spektakel en dat uiteindelijk in vlammen opgaat.

Heerlijk duurt het langst Vijftig jaar musical in Nederland. Van de ‘Hollandse’ musical van Annie MG tot de grootse spektakels van Joop van den Ende. Een feest van herkenning voor een groot publiek, want naar musical ga je om te genieten. Toch was die Hollandse musical soms behoorlijk tegendraads, net als het cabaret in die tijd en satirische programma's op radio en tv. De musical van nu is vooral groots en meeslepend. Willen we geen tegengeluiden meer horen? Een tentoonstelling over stardom en reality, ontregeling en vermaak. Prent uit de Theatermuseum collectie door Simon Fokke. Brand in de stadschouwburg aan de Keizersgracht Amsterdam op 7 mei 1772.

Activiteitenplan Theatermuseum

11

www.tin.nl


2. Activiteitenplan Theatermuseum

2.4 Publiek en gebruikers Theater hoort bij onze cultuur en het Theatermuseum wil er zijn voor alle Nederlanders: jong en oud, van verschillende komaf, liefhebbers van Toneelgroep Amsterdam en van Tineke Schouten. Niet door ‘van alles voor iedereen’ te zijn, maar door verschillende ingangen tot het museum te bieden voor diverse publieksgroepen en interesses: gelaagdheid in de presentatie, multimediale toegang, en een aansprekend activiteitenprogramma.

Gelaagdheid in de presentatie Met het nieuwe Theatermuseum in de Stopera willen we in de eerste vier jaar gemiddeld ten minste 75.000 bezoekers per jaar trekken. Behalve op scholieren (15.000) ligt de focus op gezinnen, theaterliefhebbers en frequente museumbezoekers inclusief toeristen (45.000) en daarnaast op theatermakers en jonge creatieven (15.000). Onder de laatste groep verstaan we nadrukkelijk ook amateur theatermakers. Doelgroepen laten zich steeds minder kaderen en bereiken. Consumenten gedragen zich als een kameleon, de ene dag rood, de andere dag blauw. Bezoekers nemen verschillende rollen aan; vandaag ouder van een jong gezin, morgen onderdeel van een creatieve vriendengroep en op maandag een kritische professional. Het Theatermuseum speelt hierop in door de presentatie en tentoonstellingen in gelaagdheid aan te bieden. Je kunt het museum beleven zoals jij dat wilt. Het accent kan liggen op beleven, ervaren door meedoen, ontdekken, genieten of leren – in alle combinaties.

Activiteitenplan Theatermuseum

Multimediale toegang Het Theatermuseum is niet alleen fysiek maar ook digitaal toegankelijk voor een breed publiek. Met de online Theaterencyclopedie groeien we door naar 40.000 unieke bezoekers per maand (nu 25.000), inclusief het gebruik van de online catalogus door studenten, makers, onderzoekers, media en andere geïnteresseerden. Daarnaast zetten we de zeer succesvolle theatervacaturebank voort (circa 700.000 bezoeken per jaar). Dat geldt ook voor de digitale portretten van grootheden uit de theatergeschiedenis op www.eenlevenlangtheater.nl, waaraan we tot 2016 nog een twintigtal edities zullen toevoegen. In totaal verwachten we vanaf 2013 1,6 miljoen digitale bezoeken per jaar. De resultaten van onze online toegangspoorten worden gemonitord en geoptimaliseerd met behulp van Google Analytics, digitaal publieksonderzoek en regelmatige intensieve feedback bijeenkomsten met bezoekers en gebruikers.

Activiteitenprogramma Het Theatermuseum is een dynamische plek waar van alles te doen is. Het activiteitenprogramma speelt een cruciale rol in het bereiken van een breed publiek. Dat gaat van het organiseren van multimediale debatten tot de mogelijkheid om je kinderfeestje te vieren in het Theatermuseum. Het museum bedient het publiek ook mobiel, bijvoorbeeld met inspirerende theaterwandelingen op de Museumapp.

12

www.tin.nl


Binding door betrokkenheid – bouwen aan relaties Als instituut had het TIN het imago om deskundig, betrouwbaar maar ook wat gesloten te zijn. De afgelopen jaren zijn de deuren en ramen wijd open gegaan. Zo hebben we de Theaterencyclopedie bewust niet opgezet als een overzicht van de collectie en kennis van het Theatermuseum, maar gekozen voor een wiki format waarin bezoekers actief kunnen participeren. In slechts enkele maanden meldden zich al meer dan 700 cocreatoren. De komende jaren gaan we deze crowdsourcing verder uitbreiden met onder andere ratings en het ‘taggen’ van collectie-items. Ook onze (inter)actieve aanwezigheid op social media als LinkedIn, Facebook en Twitter breiden we verder uit. Daarnaast informeren we het publiek met een maandelijkse e-nieuwsbrief. Het TIN heeft circa 3.000 leden, die met name gebruik maken van de mediatheek. Deze leden kunnen straks, behalve digitaal en in het fysieke museum, ook terecht in de UB van de UvA. Het nieuwe museum gaat daarnaast supporters werven – in februari 2012 wordt daarvoor een eerste actie gestart met als doelstelling 5.000 supporters in het eerste jaar.

Vier maanden nadat de site online is, hebben zich al meer dan 700 co-creatoren gemeld op Theaterencyclopedie.nl

Activiteitenplan Theatermuseum

13

www.tin.nl


2. Activiteitenplan Theatermuseum

2.5 Educatie voor scholieren Educatie is verweven in het concept van het Theatermuseum en richtinggevend voor het publieksbeleid, met dien verstande dat educatie bij ons niet gaat over het behalen van leerdoelen, maar over wat mensen willen weten en meemaken. Dat geldt ook voor ons educatieaanbod voor scholieren. Het TIN heeft een ruime en intensieve ervaring op het gebied van theatereducatie voor scholieren. Dat begon al aan de Herengracht met speciale tentoonstellingen, rondleidingen en workshops, waarvoor (met name Amsterdamse) scholen zoveel belangstelling hadden dat er steeds vaker nee verkocht moest worden. Sinds 2009 reist de educatieve tentoonstelling Backstage langs schouwburgen in heel Nederland. Scholieren die de tentoonstelling bezoeken krijgen ook een workshop aangeboden. Zo is een nationaal netwerk opgebouwd van scholen en ckv-docenten in heel Nederland. Overigens heeft het TIN ook andere educatieve producten voor het onderwijs ontwikkeld, waaronder (in samenwerking met de SLO) een dvd over de geschiedenis van de dans. In april 2012 gaat onze nieuwe theatereducatie website voor docenten online, met daarop digitale lessen voor middelbare scholieren en een overzicht van het theatereducatie aanbod door heel Nederland. De doelgroepen van ons educatieprogramma voor scholieren zijn: • kinderen basis onderwijs • jongeren voortgezet onderwijs (alle vormen) • docenten theater/ckv voortgezet onderwijs en icc coördinatoren basisonderwijs Jaarlijks verwachten wij gemiddeld 15.000 scholieren te bereiken met de volgende activiteiten.

Activiteitenplan Theatermuseum

Een scholier volgt de verrichtingen van haar medescholieren in de repetitiesimulator van Backstage

Begeleid museumbezoek Het museum biedt dagdeelprogramma’s aan voor scholen van basis- en voortgezet onderwijs. Onder begeleiding van theatermakers gaan kinderen en jongeren aan de slag in de Backstage-tentoonstelling (semi-vaste presentatie), waar zij een persoonlijke theaterervaring (van idee tot première) krijgen geboden, terwijl ze tegelijkertijd kennis maken met de collectie en de geschiedenis van het theater. Waar mogelijk wordt een bezoek aan/rondleiding door het Muziektheater opgenomen. 14

www.tin.nl


Met een beperkter aantal scholen gaan we een intensieve samenwerking aan met langdurige educatietrajecten. Het gaat dan vooral om scholen met een profiel waarin cultuur/theater veel aandacht krijgt. Deze programma’s sluiten aan bij de onderwijsdoelstellingen van ‘Cultuur in de Spiegel’: stimuleren van zelfreflectie en inzicht krijgen in de eigen cultuur en die van anderen. De trajecten lenen zich bij uitstek voor samenwerking met andere culturele instellingen. Inmiddels zijn met het Holland Festival afspraken gemaakt om jaarlijks educatieve activiteiten rondom een aantal internationale voorstellingen in deze programma’s op te nemen.

Samenwerking, evaluatie, organisatie Het Theatermuseum heeft een landelijk netwerk binnen het onderwijs opgebouwd. Bij de ontwikkeling van activiteiten werken we samen met docenten van cultuurscholen. De programma’s worden door leerlingen getest en geëvalueerd. Met de educatieve diensten van gezelschappen en theaters werken we samen voor zowel de invulling van de Theatereducatiewebsite als de content van de digitale theater(geschiedenis)lessen. Voor informatie over personele inzet en budgettaire ruimte voor educatie verwijzen we naar hoofdstuk 3 van de aanvraag.

Informatie, scholing, digitaal lesmateriaal Met de in 2012 te lanceren Theatereducatiewebsite bieden we een interactief informatieplatform voor docenten van BO en VO, gekoppeld aan een (bij)scholingsaanbod. Via de site wordt digitaal lesmateriaal aangeboden. In 2012 twee pakketten voor het voortgezet onderwijs (Canon Nederlandse theatergeschiedenis en Maakproces theatervoorstelling), vanaf 2013 een uitgebreider aanbod met onder meer een Musical pakket voor groep 8 basisonderwijs. Ook komt het integrale aanbod van voor scholen geschikte voorstellingen op de site te staan. Met het digitale lesmateriaal verwachten we jaarlijks 100 scholen en gemiddeld 11.000 leerlingen te bereiken. Zo blijven we zichtbaar in het hele land en behouden we het netwerk van scholen en organisaties voor kunstzinnige vorming. Vanaf 2013 introduceren we de site ook binnen de pabo's en de docentenopleidingen drama en dans. Voor jaarlijks zo'n 500 vakstudenten uit het mbo, hbo en wo organiseren we introducties in het collectie- en informatiecentrum.

Activiteitenplan Theatermuseum

15

www.tin.nl


2. Activiteitenplan Theatermuseum

2.6 Wetenschappelijke functie Het Theatermuseum heeft, noch ambieert een eigen wetenschappelijke functie. Maar indirect is het museum op wetenschappelijk gebied wel degelijk actief en van betekenis. Met zijn collectie, archieven en documentatie en mede dankzij de gevorderde digitale en fysieke ontsluiting faciliteert het Theatermuseum studie en onderzoek, in binnen- en buitenland. Onze samenwerking met de UvA en met de vakgroepen Theaterwetenschap (o.a. scriptieprijs) versterkt deze rol. De gezamenlijke hoogleraren Theaterwetenschap onderstreepten nog onlangs in een brief aan staatssecretaris Zijlstra de onmisbare functie van het Theatermuseum op dit gebied.

Activiteitenplan Theatermuseum

16

www.tin.nl


2. Activiteitenplan Theatermuseum

2.7 Verdienmodel en ondernemerschap Het TIN heeft zich in de afgelopen jaren als sectorinstituut-erfgoedinstelling op diverse fronten ondernemend getoond. De verkoop op een goed moment van de panden aan de Herengracht heeft er onder meer toe geleid dat er nu een bestemmingsfonds is, waarmee de inrichting van het Theatermuseum in het stadhuis/Muziektheater en een eerste marketingoffensief kunnen worden betaald. TIN is heel succesvol geweest in het werven van inkomsten uit private en publieke (inclusief Europese) fondsen. Mede daardoor lag het eigen inkomsten percentage in 2009 en 2010 boven de 20 procent, hoewel sectorinstituten geen eigen inkomstennorm kregen opgedragen door OCW. Ook het feit dat wij, met dank aan de Gemeente Amsterdam, de komende jaren kunnen neerstrijken op een zo kansrijke en uitdagende plek als het stadhuis/Muziektheater beschouwen wij als een geslaagd staaltje van ondernemerschap. Datzelfde geldt voor de samenwerking met UB/Bijzondere Collecties die kwaliteitsverbetering en efficiencywinst oplevert. 35% zelf Het verdienmodel van het Theatermuseum is op de huidige positieve ervaringen gebaseerd. Wij gaan minimaal 35% van onze omzet zelf verdienen. Daarmee betalen we de activiteiten van het fysieke museum en de digitale producten. Voor de vaste kosten (personeel in vaste dienst, kosten overhead en kosten collectiebeheer) vragen wij een subsidie van OCW, voor de huisvestingskosten vragen wij subsidie van de Gemeente Amsterdam. Bij een jaarlijkse begroting van ongeveer 3,6 miljoen euro betekent dat een rijksbijdrage van ruim 2,1 miljoen, een gemeentelijke bijdrage van drie ton en een bijdrage uit eigen inkomsten van ruim 1,2 miljoen. Wij kiezen er voor geen verschil te maken tussen de begrotingen 2013 en 2016. Omdat wij in 2013 onze nieuwe locatie betrekken is niet precies te voorspellen hoe publieke belangstelling en eigen Activiteitenplan Theatermuseum

inkomsten zich over een periode van vier jaar zullen ontwikkelen. De inkomstenramingen zijn relatief behoudend en gekoppeld aan flexibele uitgaven. Zo houden wij de mogelijkheid om bij onverhoopt tegenvallende opbrengsten onmiddellijk in de uitgaven te snijden en desondanks (ruimschoots) boven het vereiste percentage eigen inkomsten te blijven. Wij hanteren drie categorieën van baten: • primaire publieksinkomsten uit kaartverkoop museum en activiteiten, contributie leden, opbrengsten digitale producten en diensten en opbrengsten educatieve programma's; geraamde opbrengst: 535.000 euro; • secundaire publieksinkomsten zoals netto resultaat museumwinkel (digitaal en fysiek), horeca en inkomsten uit nevenactiviteiten als verhuur ruimtes, events, kinderfeestjes, trouwen in het Theatermuseum e.d.; geraamde opbrengst: 200.000 euro; • inkomsten uit bijdragen vrienden, private fondsen, publieke fondsen, sponsoring en mecenaat; geraamde opbrengst: 565.000 euro. De belangrijkste bronnen van eigen inkomsten zijn de kaartverkoop plus educatie-inkomsten (samen 4 ton) en de inkomsten uit fondsen/sponsoring (totaal 5 ton). Locatie (hartje Amsterdam, Muziektheater trekt zelf al 200.000 bezoekers) en publieksprofiel (scholieren, families, reguliere theater- en museumbezoekers, toeristen) in combinatie met de fors gestegen belangstelling voor onze tentoonstellingen en educatieve activiteiten in de afgelopen periode maken van een jaarlijks aantal van 75.000 bezoekers een realistische raming. Dat geldt ook voor de bijdragen van private fondsen, die met hun bijdragen aan het Theatermuseum zowel het theaterveld als het museum ondersteunen. Van een aantal van die fondsen hebben wij mondeling al de 17

www.tin.nl


verzekering gekregen dat zij ons substantieel zullen steunen als althans de overheid zorgt voor een voldoende basis. Extra aandacht, ook in personele zin, zullen wij besteden aan inkomsten uit sponsoring en mecenaat. Met name voor dat laatste zien wij goede kansen. Zo onderzoeken wij op dit moment de mogelijkheid van een adoptieprogramma persoonlijke archieven, waarvoor de eerste reacties zeer hoopgevend zijn.

Activiteitenplan Theatermuseum

18

www.tin.nl


2. Activiteitenplan Theatermuseum

2.8 Marketing Met de omvorming van TIN naar Theatermuseum krijgt ook de marketing een heldere focus. Het marketingplan wordt gebaseerd op de missie, ambities en analyse van organisatie en omgeving (SWOT). Als TIN hadden we verschillende gezichten, waarbij het instituut – betrouwbaar en deskundig – beeldbepalend was. In de nader te bepalen merkwaarden voor het nieuwe Theatermuseum passen begrippen als prikkelend, creatief/origineel, vernieuwend/steeds anders en uitnodigend. Het Theatermuseum krijgt een eigen uiterlijk dat past bij die merkwaarden en de tien geformuleerde uitgangspunten. Ook in de nieuwe opzet blijft het museum nomadisch, waardoor een duidelijk herkenbare signatuur belangrijk is om een relatie met het publiek op te bouwen. Publiekswerving: een sterke basis Het TIN brengt eigen fans en relaties mee: Facebook vrienden, Twitter volgers, nieuwsbrief abonnees, mediatheekleden en uitstekende banden met theatermakers, podia, opleidingen, ontwerpers en recensenten. Meer dan 100.000 mensen bezochten de afgelopen periode onze tentoonstellingen op locatie. Daarnaast bezoeken wekelijks duizenden bezoekers onze websites zoals de Theaterencyclopedie en de eregalerij Eenlevenlangtheater. Deze bezoekers vormen de eerste communicatiedoelgroep voor het nieuwe Theatermuseum. Zij worden al vanaf het begin geïnformeerd en betrokken bij onze plannen en enthousiast gemaakt om het nieuwe museum live te komen bekijken. Ook de locatie is een sterke basis voor publiekswerving. Met De Nederlandse Opera en Het Nationale Ballet als medebewoners is interessante samenwerking mogelijk, zowel met aansprekende thema exposities voor hun publiek als in gezamenlijke promotie en educatie. Die samenwerkingsmogelijkheden gelden ook de andere theaters in de naaste omgeving (Carré, De Kleine Komedie, Nestheaters) en theaters elders in het land. Activiteitenplan Theatermuseum

Onze goede relatie met de theatersector is een belangrijke (en voor een museum unieke) pijler onder onze marketing. Zo heeft Stage Entertainment (Van den Ende) al toegezegd mee te werken aan combinatietickets voor voorstellingen en bezoek aan het Theatermuseum. Soortgelijke afspraken maken wij in VSCD-verband met een groot aantal theaters in Nederland. En exclusief in museumland zal de Podium Cadeaukaart, die te koop is bij onder meer de VVV, ANWB en AH en verder uitsluitend inwisselbaar bij theaters en concertzalen, ook geldig zijn aan de kassa van het Theatermuseum.

Wij richten ons vanzelfsprekend ook op de ‘reguliere’ museumbezoeker. Houders van de Museumkaart krijgen in het Theatermuseum gratis toegang. Wij worden partner in het samenwerkingsverband De Plantage Amsterdam, dat de informatie en marketing bundelt van musea en andere culturele instellingen in het nieuwe museumkwartier in het oostelijk deel van de Amsterdamse binnenstad.

19

www.tin.nl


De derde sterke basis voor publiekswerving zijn de scholen voor het educatieve programma en workshops. Daarover schreven we al in het hoofdstuk over educatie voor scholieren. Dynamisch programma Een belangrijk onderdeel van de marketingmix is de dynamiek van de presentaties en activiteiten in het Theatermuseum. Naast de (vaste en wisselende) tentoonstellingen komt er een breed activiteitenprogramma met een aanbod voor verschillende publieksgroepen: filmavonden, debatten en feesten voor makers en jonge creatieven, lezingen en cursussen voor liefhebbers, open podia en masterclasses voor studenten en amateurs, kinderworkshops en voorstellingen voor families in de schoolvakanties etc. Niet alleen zorgt deze dynamiek ervoor dat regelmatig nieuwe doelgroepen kunnen worden aangesproken, zij draagt ook bij aan het imago en de beleving van het Theatermuseum als een ‘plek waar het gebeurt’. Als netwerkorganisatie zullen we voor deze activiteiten samenwerken met (soms onverwachte) partners met expertise op dat terrein. Professioneel pers- en relatiebeheer In 2010 heeft het TIN geïnvesteerd in een nieuw CRM systeem dat wordt gekoppeld aan de websites, nieuwsbrieven en de kassagegevens. Met een ‘single sign-on’ kunnen leden, vrienden en bezoekers zelf hun gegevens aanvullen of wijzigen en ons laten weten waarin zij geïnteresseerd zijn, zodat wij optimaal op hun wensen kunnen aansluiten. Het systeem wordt ook gebruikt voor het beheer van professionele relaties en stakeholders (uitnodigingen openingen, speciale berichten e.d.). Op het gebied van pers- en mediarelaties heeft het TIN een sterke positie. De gemiddelde mediaaandacht voor bijvoorbeeld onze tentoonstellingen is bijzonder groot. Ook hier helpt het dat we twee werelden verbinden: die van het museum en die van de podiumkunsten. Nu we in de komende jaren nog meer een publieksvoorziening worden zullen we met name extra aandacht besteden aan televisie, radio en de ‘glossy’ media.

Activiteitenplan Theatermuseum

20

www.tin.nl


2. Activiteitenplan Theatermuseum

2.9 Organisatie Hoe steviger het fundament van de organisatie is dat de basale erfgoedtaken van collectioneren, beheren, behouden en ontsluiten uitvoert, hoe actueler en flexibeler het digitale en fysieke museum kan zijn. Het huidige TIN functioneert al op die manier en met succes: de afdelingen Programma’s en Projecten, Informatie en Educatie en Marketing en Communicatie werken voornamelijk projectmatig, terwijl Collectie en Documentatie en Bedrijfsvoering voor de procesmatige basis zorgen. De vaste organisatie van het Theatermuseum zal aanzienlijk kleiner zijn dan die van het TIN: ongeveer 20 fte tegenover bijna 38 nu. Dat betekent minder afdelingen en nog meer flexibiliteit. De huidige directie van het TIN, bestaande uit Henk Scholten als directeur/bestuurder en Pim Luiten als hoofd bedrijfsvoering/plaatsvervangend directeur, gaat ook het Theatermuseum leiden. Samen met een klein team van programmaleiders vormen zij de kernorganisatie. De programmaleiders zijn integraal verantwoordelijk voor een of meer kernactiviteiten. De kernorganisatie kan een beroep doen op een team van medewerkers, waarvan een aantal (collectie, administratie, secretariaat, ict, kaartverkoop, toezicht e.d.) vooral procesmatig werkt en een aantal vooral projectmatig (educatie, digitale producten, marketing, fondsenwerving, productie). Per project wordt aanvullende expertise ingehuurd en waar mogelijk wordt gewerkt met vrijwilligers en/of studenten (winkel, rondleidingen, toezicht e.d.).

en ook de Code Culturele Diversiteit. De Raad van Toezicht benoemt de directeur/bestuurder. Kwaliteitszorg Het Theatermuseum handhaaft vierjaarlijkse visitatie en in dat kader vierjaarlijks klanttevredenheidsonderzoek. Kwaliteitszorg komt vooral ook tot uiting in het consequent hanteren van een productcyclus: idee, marktonderzoek, product eerste fase, testen, product tweede fase, toetsen, produceren en verspreiden, evalueren, bijstellen.

Raad van Toezicht • Hans Andersson (voorzitter), zelfstandig bestuursadviseur in Rotterdam • Noraly Beyer, mediadeskundige • Walter de Boer, voorzitter Raad van Bestuur Bouwfonds • Michiel Buchel, directeur NEMO • Saskia van Dockum, directeur Het Utrechts Archief • Ivo van Hove, directeur Toneelgroep Amsterdam • Lineke Kortekaas, directeur schouwburg Het Park • Bernadette Stokvis, algemeen directeur Korzo

Code Cultural Governance Het Theatermuseum gaat door onder de bestaande rechtspersoon van het TIN. De directeur is bestuurder van de stichting. De huidige Raad van Toezicht onder voorzitterschap van Hans Andersson telt negen leden, afkomstig uit het bedrijfsleven, de museum- en archiefwereld, de media en de podiumkunsten. De komende periode zal de Raad of een apart aanbevelingscomité een grotere rol gaan spelen in de fondsenwerving. Raad van Toezicht en bestuurder hanteren de Code Cultural Governance Activiteitenplan Theatermuseum

21

www.tin.nl


Plannen Theatermuseum