Issuu on Google+

Locatietheater

De locatie dicteert verslag van expertmeeting over locatietheater NAI Rotterdam, 24 juni 2010


Locatietheater

De locatie dicteert Naar aanleiding van de tentoonstelling Ergens en Overal, samengesteld door het Theater Instituut Nederland (TIN) en de Vrede van Utrecht, organiseerde het Nederlands Architectuur Instituut (NAI) in samenwerking met het TIN een expertmeeting over de betekenis van locatie in de praktijk van architecten, theatermakers en beeldend kunstenaars. Op welke wijze zetten zij de locatie in ten behoeve van hun werk en in hoeverre verschillen deze benaderingen van elkaar? Ze zitten allemaal aan de grote tafel in het midden van de blauwe kubus die het hart vormt van de tentoonstelling Ergens en Overal, midden in de grote hal van het NAI: Ben Zwaal, oud-artistiek leider van theatergroep BEWTH, Like Bijlsma en Eileen Schreurs van SUB Office architecten, beeldend kunstenaars Kamiel Verschuren en Lucas Lenglet, installatiekunstenaar Maze de Boer en theaterregisseur Floris van Delft. Onder leiding van gespreksleiders Tanja Elstgeest (productiehuis Rotterdam) en Christel Vesters (NAI) vertellen zij allen over de rol van de locatie binnen hun diverse disciplines.

en lieten ons leiden door het stoelenplan, in plaats van door het pand. Maar toen theatre en ronde en publieksparticipatie opgeld begonnen te doen, ontstond onze vorm van locatietheater, vanuit een esthetische hartstocht voor het gebouw in al zijn ruimtelijkheid en vanuit de drang om een indringend theaterbeeld te scheppen door de samenwerking van de architectuur en de menselijke beweging.‟ De stem van de bewoner Architecten Like Bijlsma en Eileen Schreurs van het Rotterdamse bureau SUB Office bekijken „de locatie‟ vanuit een heel ander uitgangspunt. Voor hen is de locatie een ruimtelijk gegeven, de definitie van „vandaag‟, waarbij rekening moet worden gehouden met het dagelijks leven: de belangrijkste voorwaarde voor hun werk. Niet alleen de locatie dicteert, maar – veel belangrijker nog – de bewoner. Met hem en zijn beleving moet de architect rekening houden, betogen zij. De kiosk die zij bouwden in de Rotterdamse wijk het Nieuwe Westen is hier een goed voorbeeld van. De wijk bestaat uit verschillende soorten publieke ruimte, zowel representatief als informeel. Hoe verbind je die plekken met elkaar? Van de bewoners begrepen Bijlsma en Schreurs dat zij graag een kiosk wilden waar ze konden samenkomen. De kiosk kwam uiteindelijk in een park te staan: een formele, representatieve locatie die door de komst van de kiosk op een informele manier werd gebruikt. Door de kiosk op te bouwen uit elementen die overal in de negentiendeeeuwse wijk terug te vinden zijn, werd op een nieuwe manier een verbinding gelegd tussen deze kleine locatie en de rest van de wijk. En dat is belangrijk, vinden Bijlsma en Schreurs.

Foto: Marisa Manck

Gebouwen als uitgangspunt „Curieus dat ik hier ben, als theatermaker in ruste,‟ valt Ben Zwaal, artistiek leider van de voormalige bewegingstheatergroep BEWTH (1965-2005), met de deur in huis. „Maar ik ben blij dat ik nog over mijn werk mag komen vertellen.‟ BEWTH was pionier op het gebied van locatietheater en maakte specifiek architectuurtheater: gebouwen waren het uitgangspunt van de voorstellingen en dicteerden wat de groep ging doen. Maar dat is niet altijd zo geweest, vertelt Zwaal. „In 1965, toen we net begonnen, was het adagium: hoe kunnen we door beweging de ruimte zichtbaar maken? We ontwikkelden onze stukken toen nog in de studio De locatie dicteert – Expertmeeting over locatietheater

“ Het gaat om de vraag op welke schaal je denkt over de locatie waarmee je werkt! ” - Bijlsma en Schreurs

1

www.ergensenoveral.nl


Het gevolg: grote woede in de gemeenschap toen de zes meter hoge bakstenen toren voor hun ramen verrees.

Een nieuwe kijk op het publieke domein Deze vraag houdt ook beeldend kunstenaar Kamiel Verschuren bezig. Hij is een multidisciplinair kunstenaar, die veel gebruikmaakt van de openbare ruimte en het publieke domein. „Ik accepteer de vanzelfsprekendheid van een kunstwerk niet zomaar en vind dat de kunst een eigen context moet creëren waarin deze kan ontstaan.‟ Als voorbeeld noemt hij zijn opdracht voor de buitenruimte van de gevangenis in Breda. „Vroeger stond de gevangenis in het buitengebied van Breda, nu is hij helemaal opgenomen in de stad. Om de vraag naar - het maatschappelijk bepaald onderscheid wat mogelijk goed of slecht zou zijn, op scherp te stellen heb ik de openbare ruimte rondom de gevangenis doorgetrokken onder de muren van het gebouw door.‟ Dit resulteerde in een alledaags straten-plan binnen de muren van de gevangenis, met stoepen, asfalt en zelfs een bushalte. In de bushalte hangt een kaart die precies aangeeft op welke locatie je je in het onderwerp bevindt en hoe het samenhangt met de buitenruimte. Het is een kunstproject dat zich kan blijven ontwikkelen, onder invloed van ontwikkelingen in de maatschappij of de politiek. Het is dan ook per definitie niet gemaakt om de gevangenen perse te plezieren (die ook geen enkele inspraak hebben gehad in de totstandkoming) of als prestigeproject voor de gemeente, maar bestaat „voor en door zichzelf‟.

Theaterregisseur Floris van Delft, die onder andere werkt voor locatietheatergroep PeerGrouP, herkent dat. „Wij komen met grote vrachtwagens een dorp binnen en roepen naar de mensen: “Hallo, we maken even een voorstelling in uw voortuin! Dat vindt u zeker wel goed hè?” Negen van de tien keer vinden mensen dat natuurlijk helemaal niet goed, het is een grote inbreuk op hun persoonlijke leefsfeer. Als we de bewoners echter bij het ontwikkelingsproces betrekken, gaat het vaak juist ontzettend goed en is iedereen enthousiast.‟ Dat ontdekte Lucas Lenglet ook toen hij uiteindelijk wel contact ging leggen met de omwonenden. Dat wekte onder hen zoveel enthousiasme dat er uiteindelijk werd geruzied over wie Columbarium mocht gaan onderhouden. Verschuren trekt het nog breder: „Ik vind dat je als kunstenaar altijd bereikbaar moet zijn voor reacties van bewoners of het publiek en je daarvoor ook moet openstellen. Ook al maakt dat je kwetsbaar. Het kunstwerk begint pas echt te „werken‟ nadat de werkzaamheden om het daar te krijgen klaar zijn. Bovendien moet je je goed afvragen wie je publiek is: bij inspraak vertegenwoordigen mondige bewoners vaak alleen zichzelf en niet alle afwezigen.‟

“ Wij komen met grote vrachtwagens een dorp binnen en roepen naar de mensen: “Hallo, we maken even een voorstelling in uw voortuin! Dat vindt u zeker wel goed hè?”

De vraag wordt opgeworpen of bewoners eerder in verzet komen bij permanente kunstwerken of gebouwen dan bij tijdelijke theatervoorstellingen of bouwwerken in de openbare ruimte. Het is alle aanwezige kunstenaars in elk geval opgevallen dat de regelgeving rondom locaties de laatste jaren een stuk strenger is geworden en dat er een grote angst bestaat voor de vraag wie de schuld krijgt als er iets mis gaat. Volgens Kamiel Verschuren gaat deze discussie eigenlijk meer over de vraag hoe het werk er komt, hoe het wordt ingebracht in een bestaande situatie. Floris van Delft nuanceert dat: „Ik moet natuurlijk mijn eigen voorstelling kunnen maken, maar ik kan niet uit het oog verliezen dat ik afhankelijk ben van de locatie en de mensen die er wonen.‟ Voor architecten Bijlsma en Schreurs geldt dit ook, maar op een andere manier: „Mensen vragen ons zelden ergens om, maar we signaleren wel veel onderhuidse behoeftes, zoals in het geval van de kiosk. Het is onze taak die behoeftes in kaart te brengen en daar iets mee te doen.‟

- Floris van Delft - PeerGrouP Samenspraak met bewoners Installatiekunstenaar Lucas Lenglet maakt juist beelden in de openbare ruimte als inhoudelijke reactie op de problematiek van de directe omgeving. Hij vertelt over de ontwikkeling van zijn bouwwerk Columbarium, dat hij zowel bouwde in het Poolse Zamošć als in het Duitse Potsdam. De armoede en het alcoholgebruik in het Poolse plaatsje, waar hij een kunstwerk mocht maken voor de tentoonstelling Ideal city, invisible cities, maakte een dusdanige indruk op hem dat hij zich begon af te vragen wat de noodzaak was om hier kunst te maken terwijl er zo‟n behoefte aan meer basale dingen was. „Dat riep allemaal vragen op, want in de eerste plaats wil ik me niet laten beïnvloeden door het publiek en punt twee: de communicatie met kunstleken begint toch bij het esthetische‟ aldus Lenglet. Het is een vraag die steeds weer terugkomt als het om kunst in de openbare ruimte gaat. De toren kwam op een binnenplaats van een wooncomplex te staan en hoewel Lenglet had besloten de bewoners van tevoren in te lichten, is dit uiteindelijk niet gedaan. De locatie dicteert – Expertmeeting over locatietheater

Verplaatsbaar of niet? Naast de vraag welke rol omwonenden bekleden, doet zich ook een andere belangrijke vraag voor bij kunst op locatie: is dit werk onlosmakelijk verbonden aan deze locatie, of is de locatie inwisselbaar? „Ik denk altijd het eerste‟, zegt Lucas Lenglet, „maar ik kom daar vaak op terug. Ik verdiep

2

www.ergensenoveral.nl


me altijd enorm in de locatie, maar als het werk er eenmaal staat, zie ik vaak dat het toch wel verplaatsbaar is.‟

werkelijkheid, terwijl het in het theater ophoudt als het doek valt.‟ Lucas Lenglet is echter van mening dat zowel een object als een performance of theaterstuk onderdeel kan worden van het stedelijk weefsel. In alle gevallen wordt de bezoeker geconfronteerd met iets waarom hij niet heeft gevraagd en wat hij niet verwachtte. Geldt dat ook voor de architectuur? „Wij hebben te maken met echt gebruik van onze gebouwen, dat is wezenlijk anders,‟ zeggen Like Bijlsma en Eileen Schreurs van SUB Office. „Maar de kiosk waarover we het zojuist hadden, heeft wel een enorme invloed op de ruimte, en daarmee dus ook op de werkelijkheid.‟

Dat gebeurde ook bij Columbarium – in Potsdam werd een nieuwe versie van de toren gebouwd. Omdat de locatie veranderde, werden echter ook de functie en de betekenis van het werk totaal anders dan in Zamošć. De toren staat nog altijd in Potsdam en is aan de stad geschonken. De locatie van het Columbarium was inwisselbaar, maar desondanks is het werk nu onlosmakelijk verbonden met de plek in Potsdam. Verwarring creëren Maze de Boer is scenograaf en maakt tijdelijke en permanente werken in de openbare ruimte die een beroep doen op de ervaring van het publiek. „Het publiek moet het bijna altijd afmaken.‟ De Boer gaat voor zijn werk altijd uit van de historie en de context van de locatie en tentoonstelling en doet hiervoor uitvoerig (historisch) onderzoek. Maar: „De locatie vormt uiteindelijk altijd het uitgangspunt, daardoor wordt mijn werk gevormd.‟ Zo plaatste De Boer eens een hele rij touringcars voor de deur van de Rijksacademie, tijdens een open dag die besloten was. De kunstwereld raakte in verwarring: waren er zomaar duizenden mensen binnen, terwijl dat nog helemaal niet kon?

Geen eindproduct zonder voortraject De laatste presentatie komt van theaterregisseur Floris van Delft. Hij werkt onder andere voor PeerGrouP, een locatietheatergroep uit Veenhuizen die zich bedient van een gevarieerd programma van visueel en fysiek theater, meestal op locaties op het platteland. De groep geeft ook lezingen en voordrachten, en kookt: eten is een heel belangrijk onderdeel van de projecten van PeerGrouP. Elke plek kan een geschikte locatie zijn. De groep reist ernaartoe en ter plekke wordt een verhaal gevonden. Het gaat, in tegenstelling tot het werk van de andere sprekers, voor PeerGrouP vooral om dit proces voorafgaand aan de performance: hoe ontdek je hét verhaal van deze locatie en hoe creëer je een band met de bewoners? „We zoeken naar de beste manier om naar een verhaal te graven en proberen ook dit voortraject vorm te geven. Dat is een onlosmakelijk onderdeel van het gehele project,‟ aldus Van Delft. Hij vertelt over het Drentse dorpje Amen, waar al jaren geen bakker meer was. Door brood te gaan bakken voor de lokale bevolking kweekte PeerGrouP een stevige band met de bewoners en een goede sfeer om verhalen los te peuteren voor een voorstelling. Bijkomend voordeel: op deze manier werf je ook je publiek, hoewel dat niet de belangrijkste motivatie is. Het gaat om de dialoog. Is deze aanpak voorbehouden aan het platteland, of kan het ook in de stad? Met andere woorden: is ook voor de PeerGrouP de locatie inwisselbaar? Van Delft vraagt het zich af. „In de stad is je proces anders, denk ik. Bij ons dicteert de locatie het proces. De boeren van Amen gingen ons bijvoorbeeld helpen toen ze zagen hoe goed wij alles technisch voor elkaar hadden, uit respect. Ik weet niet of je dit soort respect ook kunt afdwingen in een stedelijke omgeving.‟ Hoewel misschien niet elke locatie geschikt is voor alle kunstuitingen, de vraag in hoeverre je bewonersparticipatie moet toestaan niet eenduidig te beantwoorden blijkt en de gespreksdeelnemers ook geen consensus hebben bereikt over de vraag of de locatie inwisselbaar is, zijn ze het uiteindelijk over één ding allemaal eens: locatie en kunstwerk kun je niet los van elkaar zien; ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Foto: Jochem Jurgens

Eenzelfde verwarring creëerde De Boer bij de bezoekers van het fake metrostation dat hij neerzette onder het POST CSgebouw in Amsterdam, het tijdelijke Stedelijke Museum. Mensen stonden soms minutenlang te wachten op een metro die nooit kwam. Op het moment dat zij doorkregen dat het niet om een werkelijk metrostation ging, veranderde hun functie als het ware: ze werden onderdeel van het kunstwerk: bijna een vorm van theater. Toch zou De Boer zijn werk geen theater willen noemen: „In het theater wordt vaak gebruik gemaakt van één perspectief, namelijk dat van de toeschouwer. In mijn werk wordt er op veel meer gebieden een appèl gedaan op het publiek.‟ Kamiel Verschuren ziet nog een ander verschil tussen beeldende kunst en theater op locatie. „Bij beeldende kunst is het soms niet duidelijk waar de ervaring begint of eindigt, dit in tegenstelling tot theater. De kunst die ik maak, gaat uiteindelijk deel uitmaken van de De locatie dicteert – Expertmeeting over locatietheater

3

www.ergensenoveral.nl


Locatietheater Colofon

Deze uitgave hoort bij de tentoonstelling Ergens & Overal van Theater Instituut Nederland Redactie MoreTXT - Neeltje Huirne Met dank aan Vrede van Utrecht Ontwerp en opmaak Theater Instituut Nederland Lava Graphic Design WWW.TIN.NL Sarphatistraat 53 1018 EW Amsterdam Nederland Postadres Theater Instituut Nederland Postbus 10783 1001 ET Amsterdam Nederland T 020 551 33 00 F 020 551 33 03 E info@tin.nl

De locatie dicteert – Expertmeeting over locatietheater

4

www.ergensenoveral.nl


Locatietheater: De locatie dicteert