Page 1

Maandblad van Tot Heil des Volks Evangelisatie, hulpverlening en profetisch geluid | februari 2015 | jaargang 78 | 910

Hoe belangrijk ben ik?

Navolging of zelfontplooing Zending: macht of liefde?


De Oogst februari 2015 Inhoud

inhoud

THEMA Zijn wij echt bereid Christus te volgen?

4

4 Navolging of zelfontplooiing Hans Frinsel

7 Nijntje en Goliath Marieke Schouten

8 Weg uit de wildernis Getuigenis van Thony

12 Herstel voor het Koninkrijk Israël Gertjan de Jong

Thony: ‘Wonderlijk hoe God mij geholpen heeft.’

8

14 Elke dag? Arie Ambachtsheer

15 Blik naar boven! Herman Paul THEMA De wereld is Gods akker en de mens is Gods medearbeider

16

16 Zelfontplooiing als scheppingsopdracht Henk van den Belt

18 ‘Domme’ immigranten Kim ter Berghe

20 Geen vrucht zonder Wijnstok Oscar Lohuis

22 De Vermaning Krijn de Jong THEMA Bij zelfverloochening ­denken we zelden aan mannen

24

Veel mensen wilen vrucht zonder de Wijnstok

20

24 Hoe belangrijk ben ik? Kim ter Berghe

26 Islam-zendelingen brengen eigen evangelie Filip Uijl

27 Marienburger Allee 43, Berlijn

30

Gert-Jan Segers

28 Loven, danken, bidden, smeken Bart Wallet

30 Zending: macht of liefde? Marten Visser

32 De mens als cyborg Jaap Spaans

Is zending kolonialisme?


Hoofdredactioneel Gertjan de Jong De Oogst januari 2015

Het grote gebod: wees succesvol! Denk aan je imago! Zorg dat je carrière maakt! Ontwikkel, ontplooi jezelf! En vergeet niet om te doen of het allemaal vanzelf gaat, dus maak een ontspannen indruk! Dit soort boodschappen krijgen we vandaag voortdurend op ons afgevuurd. Het grote gebod is tegenwoordig: wees succesvol! En het tweede, daaraan gelijk: wees gelukkig! Psychologe Nienke Wijnants schreef pas op Hetgoedeleven.com: ‘Vroeger werden niet-succesvolle mensen “ongefortuneerd” genoemd. Daar zat een element van pech in. Dat was vervelend, maar tenminste niet je eigen schuld. Tegenwoordig zijn niet-succesvolle mensen losers, want alle voorwaarden voor een succesvol leven lijken voorhanden.’ Dit brengt de voortdurende angst mee om af te zakken tot het loser-kamp, het moeras van stumpers en schlemielen. Filosoof Alain de Botton bedacht er een mooie term voor: statusangst. Ook Rik Torfs, rector van de Katholieke Universiteit Leuven, heeft bedenkingen bij de huidige succesdwang. ‘Een mens verliest het recht om doodgewoon te zijn, niet bijzonder aantrekkelijk, een beetje saai misschien, niet meteen barstend van talent’, zo schreef hij enige tijd geleden in Trouw. ‘We moeten almaar beter worden. De kennismaatschappij evolueert razendsnel, bazuinen specialisten rond. En beelden worden getoond van succesvolle mensen aan de rand van genadeloos blauwe zwembaden, terwijl ze voltijds bezig zijn met zich gelukkig voelen.’

Grote leugen Die succes- en geluksdwang is dodelijk vermoeiend. In dat licht is Christus’ oproep tot zelfverloochening heel bevrijdend. Oké, het woord ‘zelfverloochening’

De oogst

Uitgave Oogst Publicaties Onderdeel van Stichting ‘Tot Heil des Volks’, sinds 1855 actief in evangelisatie-arbeid en hulpverlening. Redactie Eveline de Boer (eindredacteur) Gertjan de Jong (hoofdredacteur) Krijn de Jong (redacteur) Vormgeving, opmaak en druk Buijten & Schipperheijn, Amsterdam i.s.m. Aperta, Hilversum Omslag en stockfoto’s Dreamstime

klinkt zwaar, loodzwaar. Het is geen woord dat doet denken aan vrijheid en vreugde. Maar klopt dat idee met de Bijbel? Christus zei: ‘Mijn last is licht en Mijn juk is zacht.’ En Johannes schreef: ‘Gods geboden zijn niet zwaar.’ De grootste leugen van de duivel is misschien wel dat liefde zwaarder is dan egoïsme. Dat het loodzwaar is om je ik-gerichtheid opzij te zetten en vanuit liefde te leven. In werkelijkheid is het precies andersom. Egoïsme is een loodzware last, waaraan je uiteindelijk bezwijkt. Christus’ oproep tot zelfverloochening is een uitnodiging tot vrijheid en het volle leven. Om op te staan uit je egograf. In zijn indrukwekkende boek ‘Navolging’ schrijft Dietrich Bonhoeffer: ‘Het gebod van Jezus is hard wie er zich tegen verzet, maar zacht voor wie zich er gewillig aan overgeeft. (…) Jezus vraagt niet het onmogelijke of onmenselijke: Zijn gebod wil nooit leven vernietigen, maar leven bewaren, sterken, genezen. Navolging is een vreugde.’ Al die succes- en geluksdominees mogen we negeren, met hun mooie carrièrepraatjes. Ze proberen alleen maar hun eigen sterfelijkheid te overschreeuwen. Tevergeefs. Want sterven doen we allemaal, vroeg of laat. En wat heb je dan aan een glanzende carrière? Beter kun je je richten op echte bloei en groei. En op de bron daarvan. ‘Niet ik, maar Christus leeft in mij.’ gertjan de jonG Hoofdredacteur De Oogst gertjandejong@totheildesvolks.nl

Jaargang 78 | nummer 910 | februari 2015

Medewerkers: Arie Ambachtsheer Henk van den Belt Kim ter Berghe Pieter de Boer Hans Frinsel Oscar Lohuis Herman Paul Marieke Schouten Gert-Jan Segers Jaap Spaans Filip Uijl Marten Visser Bart Wallet

Redactie en administratie Oogst Publicaties, O.Z. Voorburgwal 241, 1012 EZ Amsterdam. www.totheildesvolks.nl 020 344 6310 info@deoogst.nl 020 420 2394 De Oogst is voor visueel gehandicapten ook verkrijgbaar in gesproken vorm. Nadere informatie bij de CBB, Christelijke Bibliotheek voor Blinden en Slechtzienden te Ermelo.

0341 565 499. Abonnement De Oogst kost € 22,50 per jaar inclusief verzendkosten. Nieuwe abonnees kunnen zich aanmelden via de coupon elders in dit blad of via www.totheildesvolks.nl

3


4

De Oogst februari 2015 Thema Hans Frinsel

Navolging of zelfontplooiing ‘Volg gij Mij!’ Deze bekende woorden van de Here Jezus aan Petrus (Joh. 21:19) hebben mij altijd geïntrigeerd, maar ook wel benauwd. Durf ik dat? Het is een verregaande, radicale opdracht tot navolging, zeker als je die in context bekijkt. Blijft er nog wat over voor jezelf of van jezelf?

In onze tijd ligt het zwaartepunt op ‘zelfontplooiing’. Werken aan ontplooiing van ons door God gegeven potentieel is een goede en Bijbelse zaak. De reformatie onderstreepte dat: ontwikkelen van en werken met de talenten die je hebt gekregen ten dienste van God en de medemens. Het ligt ten grondslag aan de protestantse werkethiek. Ontplooiing is goed. Bij ‘zelfontplooiing’ stuiten we echter op een probleem en dat zit in het voorvoegsel ‘zelf’. De sterk geïndividualiseerde westerse samenleving stelt het individu centraal. ‘Het gaat om jou: jij moet je kunnen ontwikkelen en tot je volle potentieel komen, op de manier die jij fijn vindt. Het gaat immers om jouw geluk.’ Toch krijg je niet de indruk dat hierdoor het geluk toeneemt. Op relationeel gebied gaat er zoveel mis, zeker wanneer een relatie de ‘zelfontplooiing’ in de weg staat. Hoe vaak hoor je niet van mensen die gaan scheiden, omdat ‘hij of zij’ niet aan zichzelf toekwam, zichzelf niet kon ontplooien binnen die relatie. De implicatie lijkt te zijn dat je je doel mist als je je niet volkomen naar eigen inzicht kunt ontplooien.

De westerse samenleving stelt het individu centraal Kan het zijn dat er in deze ‘zelfontplooiing’ een fundamentele weeffout zit? Het ‘zelf’ staat centraal, met zijn wensen, eisen en ‘recht op geluk’. De leugen waar de duivel Eva mee verleidde was dat ze beperkt werd in haar zelfontplooiing door een achterlijk gebod van God. Het potentieel van de mens was nog zoveel groter, wilde hij haar laten geloven. God dienen is goed, maar het moet niet te ver gaan. Hij wil toch in de eerste plaats dat jij zélf gelukkig bent?

Angst voor Gods leiding? Recent las ik twee zendingsboeken. Het eerste vertelde het verhaal van de zendingsgeschiedenis in Guinée-Bissau, het andere was een autobiografie van een oud-collega die hier heeft gewerkt. Het werk begon onder zware omstandigheden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Wat mij opviel in de verhalen van die eerste zendelingen (verscheidene

daarvan heb ik persoonlijk gekend) was de bereidheid om alles op te geven voor Christus: carrières, banen, maatschappelijke positie, zelfs het uitzicht op een huwelijk, en gehoor te geven aan de roeping van Christus. Die roeping kwam heel persoonlijk en heel duidelijk, maar het vergde telkens een worsteling om Hem daarin onvoorwaardelijk te volgen. Durven wij tegenwoordig misschien niet zo nadrukkelijk meer te vragen om Gods leiding in ons leven, uit angst dat Hij ons een kant op zal leiden die wij niet willen?

We zijn niet geroepen tot het ervaren van het ‘maximale mogelijk geluk’ Ik heb die roeping in mijn eigen leven ook ervaren. Als ik ergens van overtuigd ben, dan is het dat God mij in 1972 heel duidelijk en persoonlijk riep om de zending in te gaan, terwijl er ook andere aantrekkelijke mogelijkheden waren, zelfs in de dienst van God. En zeker, ik heb later ook wel geworsteld met de verleiding tot twijfel of ik toch niet beter voor een maatschappelijke carrière had kunnen kiezen. Zou dat mijn geluk groter gemaakt hebben? Welk geluk? We zijn niet geroepen tot het ervaren van het ‘maximale mogelijk geluk’ naar wereldse maatstaven.

Volgen naar het kruis Dat blijkt zo duidelijk uit het ‘Volg gij Mij’ aan Petrus. Als Jezus deze woorden uitspreekt terwijl ze samen ontbijten op het strand, valt de overeenkomst op – maar ook het contrast – met het laatste Avondmaal. Jezus had Zijn discipelen gezegd: ‘Waar Ik heenga, kunt gij Mij nu niet volgen, maar gij zult later volgen’ (Joh. 13:36). Het is duidelijk uit de reactie van Petrus dat de Here Jezus over Zijn kruisweg sprak. Petrus is zelfverzekerd: hij is bereid zijn leven op het spel te zetten voor de Here. Jezus laat de discipelen weten dat zij Hem allemaal in de steek zullen laten (Mat. 26:31). Maar Petrus acht zich sterker dan de anderen: ‘Al zouden allen aanstoot aan U nemen, ik nooit!’ (v. 33). Wat een zelfbedrog! Ook hier speelde het ‘zelf’ de


Thema Hans Frinsel De Oogst februari 2015

Zijn wij echt bereid Christus te volgen? 

hoofdrol. Hij vergelijkt zich met de anderen en denkt steviger in zijn schoenen te staan. Hij was een leider en zou zijn moed tonen! Maar juist hij verloochent Christus drie keer, ondanks de waarschuwing vooraf dat hij dat zou doen. We kunnen niet tegen onszelf op! Op het strand spreekt Jezus hem aan op die overmoed door hem te confronteren met zijn eigen vergelijking met de andere discipelen. ‘Petrus, hebt gij mij waarlijk lief, meer dan dezen?’ Petrus is beschaamd en bedroefd. Zeker, ze waren allemaal weggerend bij de gevangenneming en alleen Johannes en hij waren op afstand gevolgd. Maar in tegenstelling tot Petrus had Johannes Jezus niet verloochend. Hij weet dat hij hopeloos heeft gefaald. Dan herstelt Christus hem in zijn positie en hernieuwt zijn roeping.

Vervlogen ambitie Maar vervolgens geeft de Here Jezus aan hoe radicaal die navolging zal en moet zijn. ‘Toen je jong was, omgordde je jezelf en ging je waar je wilde. Als je oud geworden bent, zal een ander je omgorden en je brengen waar je niet wilt.’ Hij zal uiteindelijk dus toch volgen naar het kruis! Dat was een harde boodschap. Hoe anders hadden ze zich dat een paar jaar eerder voorgesteld! Ze waren de vertrouwelingen van de beloofde Messias. Ze verwachtten dat Hij als Koning zou regeren. Zeker,

FOTO ARIE AMBACHTSHEER

ze volgden hem om Zijn woorden van leven, maar op de achtergrond was er toch ook de ambitie van een indrukwekkende carrière. Ze kibbelden zelfs over hun positie: wie de eerste plaats zou hebben. Zelfontplooiing speelde ook bij hen een rol.

Zelfontplooiing speelde ook bij de discipelen een rol Als Petrus wordt geconfronteerd met die lastige ‘kruiscarrière’ die Christus voor hem heeft uitgestippeld, wil hij zich weer vergelijken met de anderen. Hoe zit het met hen? Hoeven zij dat offer niet te brengen? Hebben zij wel recht op een aangename carrière? Offers brengen en gaan waar je liever niet wilt zijn, voelt nooit fijn aan. We vinden dat we recht hebben op een aangenaam leven, op zelfbeschikking, op zelfontplooiing. ‘Maar hij dan?’ wil Petrus weten, en hij wijst op Johannes. ‘Indien Ik wil dat hij blijft totdat Ik kom, wat gaat het u aan? Volg gij Mij!’ Dit is wat Christus van ons allen vraagt. Dat wil niet zeggen dat we onze gaven en talenten niet mogen ontplooien. Integendeel: dat is een algemeen geldende opdracht. Maar zijn die gaven en talenten overgegeven aan Christus? Om het op een ouderwetse manier te zeggen: ‘Hebben we alles op het

5


6

De Oogst februari 2015 Thema Hans Frinsel

altaar gelegd?’ Stippelen we onze eigen carrière uit? Bepalen we in alles zelf onze keuzes? Of zoeken we in al deze zaken Gods leiding en Gods eer? Geloven we nog dat Hij ons wil leiden? Of durven we niet meer om Zijn leiding te bidden uit angst voor een opdracht die niet past bij onze eigen voorkeur?

Gaan waar je liever niet wilt zijn, voelt nooit fijn aan Iemand die echt tot eer van Christus wil leven, zal nooit tegenover God claimen dat hij of zij recht heeft op zelfontplooiing. De ontplooiing die we moeten nastreven is die ontplooiing waardoor Christus volledig wordt gezien en geëerd in ons leven. Dat kan alleen als we volkomen overgegeven zijn aan Hem: al ons potentieel, al onze gaven, al wat we hebben. Is Hij ons doel, of gaat het ons alleen om Gods hulp voor een aangenaam leven hier op aarde? Wat moeten we dan zeggen tegen degenen die om Christus’ wil worden vervolgd? Waar is hun recht op zelfontplooiing? Zij houden ons een spiegel voor: er is maar één zaak die telt: dat Christus gestalte krijgt in ons leven, dat Zijn leven tot ontplooiing komt in ons leven. ‘Volg gij Mij!’ Die radicale uitspraak voert heel ver. Maar zonder zulk volgen verwordt de boodschap van Christus tot een holle klank.

Navolgen of imiteren? Sommigen vinden navolging een lastig onderwerp, omdat het elke vrijblijvendheid uitsluit. Of men weet niet wat men ermee aan moet, omdat ‘leiderschap’, het huidige populaire thema, veel aantrekkelijker klinkt. Anderen hebben moeite met dat begrip, omdat het

soms eenzijdig geïnterpreteerd wordt als ‘imiteren van Christus’, Zijn voorbeeld volgen. Het is waar: wij kunnen Zijn voorbeeld niet volgen in eigen kracht. Het is Christus in ons die het willen en het werken in ons werkt. Door de Heilige Geest geeft Hij ons kracht Zijn wil te doen en Zijn weg te gaan. Toch is er ook een plaats voor het volgen van Zijn voorbeeld. Christus’ leven en lijden moeten een spiegel voor ons zijn, een maat waaraan wij onze eigen daden moeten meten. Zijn wij bereid Hem te volgen, zelfs daar waar we liever niet gaan’? Paulus roept de gelovigen op zijn ‘navolgers’ te worden, zoals hij dat van Christus is (1 Kor. 11:1). Het woord dat hij gebruikt betekent ‘iemand die imiteert of nadoet’. Volgen wij in de voetstappen van Christus?

Wij kunnen Christus’ voorbeeld niet volgen in eigen kracht Onze samenleving stelt de mens en zijn verlangens centraal en helaas lijkt de kerk haar boodschap daarbij aan te passen in een evangelie van ‘zelfontplooiing’. Des te moeilijker wordt het om in zo’n omgeving Christus werkelijk te volgen. Het komt er nu op aan. Er komen moeilijke tijden aan voor christenen. Navolging gaat wat kosten. Dat roept wellicht vragen op: ‘Waarom kan het niet anders? Waarom ik?’ De echte navolger van Jezus accepteert Zijn antwoord: ‘Wat gaat dat jou aan? Volg jij Mij!’ Hans Frinsel Zendeling, werkt in Guinée-Bissau


Dichtbij Marieke Schouten De Oogst februari 2015

DE bewaarschool

Nijntje en Goliath ‘Wat ik zo mooi vind aan de spelinloop is het speelse en vredige karakter’, zegt Marieke Schouten. Ze is student Sociaal Pedagogisch Werk en loopt stage bij de spelinloop van De Bewaarschool in Amsterdam-Noord. Hieronder geeft ze een kijkje achter de schermen.

Bij de spelinloop komen elke woensdagochtend verschillende vrouwen met hun jonge kinderen. Ze komen naar ons buurtcentrum om te knutselen, te spelen, een boekje te lezen, muziek te maken. Moeders komen ook om bij te praten met andere moeders. Vrijwilliger Gonda en ik zijn er op zo’n inloopmorgen rond negen uur. We halen al het speelgoed uit de kast, zetten het klaar en zetten een grote pot met koffie en thee. Rond half tien druppelen de eerste moeders met kinderen binnen. Ik merk dat kinderen zich vaak al helemaal thuis voelen

Herstel gewone leven De Bewaarschool is actief in verschillende wijken in Amsterdam met buurtgericht kinder- en gezinswerk. Bij het opstarten van de Bewaarschool hebben we ons laten inspireren door prof. dr. Wim ter Horst, hoogleraar in de orthopedagogiek en schrijver van het boek ‘Herstel van het gewone leven’. Wij willen gezinnen weer bewust maken van ‘het gewone leven’. Wij willen een veilige plek bieden waar kinderen en ouders/verzorgers zich thuis voelen, liefde en erkenning vinden, relaties kunnen opbouwen en nieuwe uitdagingen en plezier vinden. Een plek waar kinderen en verzorgers toekomstperspectief en richtingsbesef kunnen (her)vinden. Dit alles door juist aan te sluiten bij het ‘kleine’, het ‘gewone’: het samen spelen, vieren, eten en drinken, genieten, zijn. Voor meer info zie: www.debewaarschool.nl.

bij ons; ze herkennen ons en de meeste kinderen lopen gelijk op het speelgoed af – nog voordat hun moeders ook maar hun jassen konden uittrekken. Het ene moment speel ik even met een kind en het andere moment heb ik een leuk gesprekje met een moeder. Gesprekken met moeders zijn heel divers: we praten over het werk van vader, de (islamitische) school van de kinderen of ik leg uit waarom ik stage loop bij De Bewaarschool.

Geklingel van jewelste Rond kwart over tien gaan we met z’n allen aan tafel zitten om het zelf meegebrachte fruit met elkaar op te eten. Daarna lezen we vaak een boekje. De ene week is dat bijvoorbeeld een boekje van Nijntje en de andere week over David en de reus Goliath. We lezen bewust voor uit zowel christelijke als niet-christelijke boekjes. We werken aan de hand van thema’s, nu hebben we net vijf weken aan het thema ‘Muziek’ gewerkt en daarvoor werkten we met het thema ‘Eten en Drinken’. We zoeken dan boekjes, knutselwerkjes en liedjes rondom dit thema uit. Nadat we een boekje gelezen hebben, gaan we vaak knutselen. Zo maakten we pas verschillende muziekinstrumentjes met de kinderen. En straks hopen we een kleine, eenvoudige lampion te maken. Na het knutselwerkje hebben de kinderen een halfuurtje de tijd om te spelen. Ter afsluiting zingen we met elkaar wat liedjes. Dat is telkens weer een feest, want de

Samen liedjes zingen is een feest.

kinderen vinden het erg leuk om met muziekinstrumentjes te spelen. Het is dan een geklingel van jewelste. Daarna is het alweer tijd om te gaan voor de kinderen en gaan wij opruimen.

Gesprekken met moeders zijn heel divers Wat ik zo mooi vind aan de spel­ inloop is het speelse en vredige karakter. Soms zie je kinderen helemaal opfleuren en uit hun schulp kruipen. Je merkt ook dat moeders open over hun leven durven te praten. Blijkbaar mogen wij dan die veiligheid bieden die de moeders en kinderen nodig hebben. Daar ben ik dankbaar voor en het motiveert mij om er echt voor deze moeders en kinderen te zijn. Ik hoop dat ik zo iets van Gods trouw mag laten zien.

7


8

De Oogst februari 2015 Interview Gertjan de Jong

Weg uit de wildernis Zo’n anderhalf jaar geleden werd Thony (19) zich bewust van zijn homoseksuele gevoelens. Hij begon te daten met andere jongens en mannen. Hij leerde de gay scene kennen en stortte zich vol overgave in het uitgaansleven – tot zijn leven een onverwachte wending nam.

Ik was anders dan andere jongetjes, dat werd al vroeg duidelijk. Zo speelde ik graag met de barbies van mijn zusje. In groep vijf mochten we verkleed naar school gaan. Ik verkleedde mij als vrouw, in een jurk en met hakschoenen. Ik was me van geen kwaad bewust – het woord ‘travestiet’ kende ik niet eens – maar mijn moeder heeft er veel commentaar op gehad. Het was een christelijke school en andere ouders vonden dat mijn kledingkeuze niet van God was. Als tiener had ik wel eens een relatie met een meisje, voor zover je dat op die leeftijd een relatie kunt noemen. Zo’n meisje zag ik dan als pronkstuk, op een paar uitzonderingen na, voor wie ik echte gevoelens had. Ik herinner me dat ik één keer heb gezoend met een meisje. Ik werd er kotsmisselijk van en dacht: ik zal wel aseksueel zijn. Op de middelbare school werd ik mij pas echt bewust van mijn homoseksuele gevoelens. Een jongen die aanvoelde dat ik die gevoelens had, vertelde mij op een dag dat hij op jongens viel. Ik dacht: nu kan ik niet achterblijven, ik moet ook eerlijk voor mijn gevoelens uitkomen.

Het daten werkte verslavend voor mij Ik wilde in contact komen met andere homojongens en schreef mij in bij een datingsite voor homo’s. Mijn ouders ontdekten al snel waar ik mee bezig was. Mijn telefoon moest namelijk gereset worden; zelf had ik daar geen verstand van, dat moest mijn vader maar doen. Hij was er net een paar minuten mee bezig en toen riep hij: ‘Tony, kom eens naar beneden. We moeten praten.’ Wat bleek: op mijn telefoon zag mijn vader allemaal berichtjes binnenkomen van mannen van die datingsite. Mijn ouders reageerden niet echt afwijzend, maar konden mij ook niet echt richting geven. Ze hadden nog geen duidelijke visie ontwikkeld op homoseksualiteit. Er brak een periode van veel daten aan. Elke week had ik wel twee dates. Het was nog vrij onschuldig; met zo’n date dronk ik gewoon wat in de stad, meer niet. Ik vond het heel spannend: Wat voor type zou het zijn? Zou het klikken? Zou hij mij aantrekkelijk vinden? Ik wilde het ‘gay wereldje’ graag leren kennen. Mijn eerste echte relatie duurde welgeteld één

week. Ik zette op facebook dat ik een vriend had en kreeg veel positieve reacties. Het daten werkte verslavend voor mij. Als het klikte, vond ik dat leuk, maar al snel had ik weer behoefte aan nieuwe spanning en ging ik opnieuw daten. Zo ging de ene relatie over in de andere. Het ging mij nooit om die ander, het ging om mijn eigen behoefte aan bevestiging en spanning.

Gay uitgaansleven Ik begon ervaringen op te doen in het gay uitgaans­ leven. De eerste keer in een homodisco vond ik fan­ tastisch. Ik voelde me er helemaal thuis, te midden van soortgenoten. Ik genoot van de sfeer, maar ging ook over mijn eigen grenzen. Onder invloed van alcohol en drugs deed ik dingen die ik eigenlijk niet wilde. Weer kreeg ik een nieuwe relatie. Mijn nieuwe vriend was heel fel gekant tegen het christelijk geloof. Hij vond het geloof dom, achterlijk, ouderwets en bekrompen. Onder invloed van hem begon ik mijn geloof steeds meer aan de kant te drukken, al lukte het niet om het helemaal los te laten. De relatie met die vriend was de meeste seksuele relatie die ik heb gehad. Vooral omdat hij er behoefte aan had; zelf verlangde ik vooral naar emotionele affectie. Als we seksueel contact hadden, kwamen er steeds weer Bijbelteksten in mijn gedachten, zoals die tekst uit Romeinen 1 over ‘mannen die met mannen schandelijkheid bedrijven’. Ik keek steeds door Gods ogen naar wat ik aan het doen was, dat kon ik niet zomaar uitzetten. Mijn vriend had ‘medicijnen’ die hij opsnoof met een rietje. ‘Dat moet van de dokter’, zei hij. Ik was erg naïef en geloofde alles. Later besefte ik dat hij gewoon cocaïne snoof. Zelf begon ik na verloop van tijd ook met drugs te experimenteren. Niet dat mijn vriend mij drogeerde, ik was er zelf nieuwsgierig naar. Na ongeveer twee maanden gaf de relatie mij geen voldoening meer en ben ik vreemdgegaan. Zodra mijn vriend daar lucht van kreeg, dumpte hij mij. Ik was er niet bijzonder kapot van, ik had mijn gevoel uitgezet. Daarna brak de heftigste periode aan, ik stortte mij helemaal in het gay uitgaansleven. Ik leerde Paul (gefingeerde naam, red.) kennen, een dertiger met een eigen horecazaak. Hij had veel meegemaakt


Interview Gertjan de Jong De Oogst februari 2015

Thony: ‘Ik wil graag getuigen van Gods werk en anderen daarmee bemoedigen en helpen.’

en had behoefte aan een vaste relatie. Paul hoopte steeds op een relatie met mij en daar maakte ik misbruik van. Hij reed mij naar discotheken, betaalde mijn sigaretten, kleding, et cetera. Thuis nam de spanning toe. Mijn ouders hadden een totaal andere levensstijl. Zaterdagavond stond ik mijn haar op te föhnen voor de disco, terwijl mijn ouders dan al naar bed gingen, omdat ze uitgerust wilden zijn voor de kerk. Op een gegeven moment ging het niet meer en heb ik twee weken bij Paul ingewoond.

Mijn garderobe met dameskleding bleef maar groeien In diezelfde tijd kreeg ik steeds meer interesse in travestie. Ik ging steeds meer make-up gebruiken, want ik dacht echt dat het me mooier maakte. Later begreep ik dat ik toen ‘de joker van Goes’ werd genoemd. Ik ging steeds vaker als uit als ‘vrouw’ en mijn garderobe met dameskleding bleef maar groeien. In deze periode wilde ik me laten ombouwen tot vrouw. Ik was al zover dat ik naar de huisarts was geweest voor een verwijsbrief naar het genderteam. Ik had daar een afspraak gemaakt voor een intakegesprek.

Drank en drugs Ik begon het uitgaansleven buiten Zeeland te ontdekken. Eerst in Amsterdam, maar dat viel me tegen. Ik hoorde dat Antwerpen ook een gay scene had. Met Paul ging ik er naartoe. Die gay scene daar was veel meer gericht op extravagante kledingstijl en excentriek uiterlijk, dat sprak me erg aan. Met

FOTO’s HANNEKE SPAN

Paul ging ik er elk weekend naartoe. Eerst bezochten we dan een bekende gay discotheek en daarna een afterparty op een andere plek, dat feest duurde tot zo’n 11 uur ‘s ochtends. Om het vol te houden gebruikte ik GHB en XTC. Door het drugsgebruik verloor ik mijn schaamte. Op het podium deed ik allerlei ordinaire dansen in een damesbroekje. Mensen joelden en klapten, ik voelde me heel wat. Het dansen en dat extravagante vond ik geweldig. De sfeer op de afterparty was echter veel grimmiger en donkerder. Het voelde of satan zelf in dat gebouw zat. Iedereen was er bedwelmd door drank en drugs. Boven waren hokjes die bedoeld waren om seks met elkaar te hebben. Je zag er ­oudere mannen op zoek naar ‘jonge snoepjes’. Ik droomde ervan om fotomodel te worden. Ik deed verschillende fotoshoots om een portfolio samen te stellen. Ook hiervoor liet ik Paul rijden, ik maakte misbruik van zijn goedheid en zijn hoop om een relatie met mij te krijgen. Alles draaide om mij. In de kerk kwam ik niet meer. Satan kreeg mij steeds meer in de macht. Wel is het zo dat ik nooit hardop heb gezegd: ‘God, ik zeg U vaarwel.’ Grote vloeken heb ik nooit kunnen uitspreken.

Genoeg Tijdens het Pinksterweekend van 2014 waren Paul en ik weer in Antwerpen geweest. We vonden het allebei prachtig. We verlangden naar meer. Terug in Goes zag ik op mijn telefoon berichtjes voorbijkomen over een gay feest in Brussel. Paul kon eigenlijk niet, hij moest de volgende dag weer werken. Maar dat interesseerde mij geen lor. Ik manipuleerde hem, zodat hij uiteindelijk overstag ging. Ik deed

9


10

De Oogst februari 2015 Interview Gertjan de Jong

een ordinaire outfit aan en we stapten in de auto naar Brussel. Ik had gehoopt op een extravagant feest met mannen in uitzinnige kledij, maar dat viel tegen. In die club in Brussel zag je vooral mannen van dertig- en veertigplus in blote bast. Ze zaten aan je te friemelen alsof je een object was. Overal zat het mudvol. Zelfs het toilet, je had niet eens ruimte om je behoefte te doen. Je zag hoe mannen op allerlei manieren hun lusten op elkaar uitleefden. Ik realiseerde me: dit is gewoon dierlijk, beestachtig. Het was of God in mijn binnenste sprak: Nu is de grens bereikt, je hebt genoeg van deze ellende gezien. Tegen Paul zei ik: ‘Haal de auto, ik moet weg hier.’ Vanaf die dag ben ik nooit meer naar een gay club gegaan, ik kon en wilde het gewoon niet meer. Het is een wonder dat het nooit echt fout is gegaan. Zo vaak balanceerde ik op het randje, zo vaak had ik verkracht kunnen worden. Ik gebruikte allerlei drugs door elkaar, ik wist totaal niet wat ik deed, levensgevaarlijk eigenlijk. Vanaf dat moment ging ik weer met mijn ouders mee naar de kerk. Maar ik had nog niet echt gebroken met mijn oude leven. Dat ik niet meer naar gay clubs ging, kwam vooral voort uit mijn eigen weerzin, al besef ik nu dat dat al het begin was van Gods werk in mij. Mijn moeder getuigde in de kerk dat ik ‘helemaal veranderd’ was. Mensen spraken mij bemoedigend toe, maar ik dacht: ho, dit gaat veel te snel – ik ben nog steeds homo, mijn geaardheid is niet veranderd.

Nieuwe relatie Na een paar weken kreeg ik weer een relatie met een jongen. Het voelde heel anders dan al mijn eerdere relaties, die alleen maar waren gebaseerd op status en geld. Deze jongen hield echt van me, hij was

Different Different biedt psychopastorale begeleiding aan christenen die te maken hebben met homoseksuele gevoelens. Ook begeleiden we familieleden en vrienden, geven we lezingen, workshops en cursussen. Voor meer informatie zie www.different.nl of bel ons: 020-6256797.

oprecht en trouw. Ook respecteerde hij mijn geloof, hij steunde mij er zelfs in! Het voelde zo mooi, zo puur, ik kon bijna niet geloven dat God tegen deze relatie kon zijn. Ik dacht: mijn leven is zo veranderd en nu komt deze jongen op mijn pad – dit moet wel van God zijn. En toch. Diep vanbinnen voelde ik me toch niet helemaal gelukkig, er zat nog altijd een bepaalde onrust in mij. Ik merkte dat ik de relatie toch niet kon verantwoorden tegenover God. Zodra ik die relatie met die jongen kreeg, las ik niet meer in de Bijbel en bad ik niet meer. Ik wilde wel, maar ik kon het niet, omdat ik me schijnheilig voelde. De relatie ervoer ik als een barrière tussen God en mij. Dit gevoel werd steeds sterker en uiteindelijk sprak God heel duidelijk in mijn hart dat ik de relatie moest beëindigen. Ik zag er enorm tegenop, want menselijk gezien was onze relatie perfect. Ook wist ik dat ik hem enorm veel pijn zou doen door het uit te maken, maar ik zag het echt als opdracht van God. Ik heb de relatie toen beëindigd. Het is wonderlijk hoe God me erbij heeft geholpen. Ik heb nooit meer heimwee gehad naar die relatie en heb geen moment spijt gehad.

God sprak in mijn hart dat ik de relatie moest beëindigen Ik besefte dat het een beslissing was voor mijn hele leven. Nooit zal, kan, mag en wil ik nog een liefdesrelatie aangaan met iemand van hetzelfde geslacht. God wilde dat ik weer volledig van Hem zou zijn en dat ik voor Hem leef. Nu heb ik weer echt rust, vrede, liefde en hoop voor de toekomst. In de wereld vind je dat niet. Afgelopen jaar was ik diep vanbinnen altijd onrustig, want in de gay scene draait het alleen maar om ‘zien’ en ‘gezien worden’. Alles draait er om uiterlijk, status, geld en seks. Het is een wereld waar je het verstand volledig uitschakelt en alleen maar handelt vanuit een soort dierlijk instinct. Ik ben mijn hemelse Vader dankbaar dat Hij me uit die wereld heeft verlost. De tegenstelling tussen mijn leven toen en nu wordt heel duidelijk beschreven in 1 Korinthe 6 vers 10 en 11: ‘Dwaalt niet; noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch ontuchtigen, noch die bij mannen liggen, noch dieven, noch gierigaards, noch dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het Koninkrijk Gods beërven. En dit waart gij sommigen; maar gij zijt afgewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd, in den Naam van den Heere Jezus, en door den Geest onzes Gods.’ Als ik in bed lig, word ik soms helemaal warm van binnen als ik bedenk hoe het zou zijn als we later bij de Vader in de hemel zullen zijn. Voordat ik in deze periode belandde, vond ik de hemel alleen prettig omdat ik daarmee de hel ontliep. Het was me dus niet echt om God te doen. Nu is dat helemaal anders en daar ben ik enorm dankbaar voor.

Rust en liefde Eerst droomde ik van een carrière in de showbizz. Zo ben ik ver gekomen in de voorselectie van ‘De


Column Kim ter Berghe De Oogst oktober 2014

roze wildernis’, een programma van Arie Boomsma waarin jonge homo’s met hun vader op survivalkamp gaan. Mijn vader heeft uiteindelijk afgezegd, hij heeft een eigen zaak en had teveel werk liggen. Nu ben ik heel blij dat het niet is doorgegaan. Ik werk nog steeds in de kledingzaak, waar ik veel bijzondere gesprekken heb. Mensen zeggen: ‘Eerst zag je er zo apart en excentriek uit, waarom heb je nu zo’n andere uitstraling?’ Een mooie kans om mijn getuigenis te vertellen! Ik merk dat ik in de winkel anderen tot zegen mag zijn, zo zijn er ouderen en eenzamen die geregeld langskomen voor een praatje. Ik voel mij aangetrokken tot kwetsbare mensen. Eerst was ik van plan na mijn vwo een modeopleiding te volgen, ik zag een mooie carrière in de modewereld voor me. Door alles wat ik heb meegemaakt, heb ik mijn vwo-examen niet gehaald. Een paar maanden geleden ging ik weer leren voor een herexamen Duits. Het lukte echter niet om mij ertoe te zetten, ik voelde heel veel onrust. Ik ben ervoor gaan bidden. God maakte mij duidelijk dat een diploma mij in verleiding zou brengen om de normale, maatschappelijke weg te gaan. Hij had een ander pad voor mij in gedachten. Ik vroeg: ‘Heer, wilt U echt niet dat ik mijn vwo afmaak, zodat ik zelfs geen startkwalificatie heb voor de maatschappij?’ Hij bevestigde: ‘Ja, want zo is het makkelijker om volledig afhankelijk van Mij te leven.’ Ik verlang ernaar om iets met evangelisatie of zending te doen. Vroeger droomde ik van een groot huis, dure spullen en een mooie auto. Dat is nu helemaal weg. Als je Gods liefde leert kennen, verandert alles. Het is niet zo dat mijn homoseksuele gevoelens

nu helemaal weg zijn. Een mooie jongen kan nog steeds mijn aandacht trekken, maar ik laat me er niet door meeslepen. God kan die gevoelens ten goede gebruiken. Door die gevoelens heb ik een bepaalde gevoeligheid. Nu al merk ik dat God anderen op mijn pad brengt die worstelen met homoseksuele gevoelens voor wie ik iets mag betekenen. Het kan zijn dat God een vrouw op mijn pad brengt, maar ik ga er nu vanuit dat ik vrijgezel blijf. Ook dat kan God gebruiken: als vrijgezel heb je veel tijd en energie om iets te betekenen in het Koninkrijk van God. Wat ik precies ga doen? Ik geloof dat God dat vanzelf duidelijk maakt. Eerst dacht ik: ik moet zo snel mogelijk aan de slag en gaan evangeliseren in de Shelter in Amsterdam of het Bijbelhuis in Antwerpen. Maar ik heb geleerd dat ik eerst rust moet nemen om te bidden en God te zoeken. Zelf heeft het mij bemoedigd om in De Oogst getuigenissen te lezen van christenen over hun omgang met homoseksuele gevoelens. Dat is ook mijn drijfveer om nu mijn verhaal te vertellen: het is niet dat ik mezelf zo belangrijk vind, maar omdat ik wil getuigen van Gods werk en anderen daarmee wil bemoedigen en helpen. De afgelopen periode is moeilijk geweest, maar ik zie het als een les die ik nodig had. Het heeft me uiteindelijk dichter bij God gebracht. Van mensen om mij heen hoor ik dat ik nu weer rust en liefde in mijn ogen heb in plaats van angst en wanhoop. Ik mag nu een kind zijn van de levende God! Thony staat open voor vragen en reacties n.a.v. dit interview. Zijn e-mailadres is op te vragen via info@deoogst.nl.

Meer dan boos Mijn dochter kon niet lopen. Vroeger wel, voordat ze ziek werd. Maar na weken in het ziekenhuis kon ze niet eens meer kruipen. Toen ze thuiskwam, ontdekte ze dat twee baby’s uit de buurt tijdens haar afwezigheid hadden leren lopen. Die baby’s wel en zij niet – dat was niet acceptabel. Met haar ene nog werkende arm trok ze zich op aan een karretje. Na zich weken voortgesleept te hebben, leerde ze weer rechtop staan en al snel daarna rende ze weer rond. Dit tot grote verbazing van de fysiotherapeut, die ons niet had durven beloven dat ze ooit weer zelf zou kunnen lopen. Het was een combinatie van frustratie over haar beperking en

de liefde voor vrijheid die haar aanspoorde om te oefenen. Deze dubbele ‘drive’ heeft ze daarna nog vaak nodig gehad. Binnenkort moet ze voor de vierde keer leren lopen, na een serie pijnlijke operaties.

die verbitterd achter toetsenborden typen dat het nooit meer goed komt en mensen die hun leven lang vechten om verval tegen te gaan en daar Goddank soms ook in slagen.

Frustratie, de overtuiging dat de gang van zaken niet acceptabel is, is vaak de motor die mensen in beweging zet. Er is echter ook iets ander nodig. Een innerlijke overtuiging van wat wel goed is, een verlangen naar iets beters, liefde voor recht en vrijheid. Met alleen boosheid kom je er niet.

Veel mensen zijn boos omdat onze vrijheden bedreigd worden door moslimterroristen. Velen zijn zelfs boos genoeg om de straat op te gaan. Ik hoop dat we als gelovigen aan deze boosheid iets toe te voegen hebben. Namelijk de liefde voor vrijheid en vrede en het vuur om deze te verdedigen zolang dat nodig is. Tot Heil van het volk.

Boosheid brengt mensen in beweging, liefde geeft die boosheid richting en houdt het vuur brandend. Het is het verschil tussen mensen

Kim ter Berghe Missiologe, werkt in Oost-Azië.

11


12

De Oogst februari 2015 Dichtbij Gertjan de Jong

De sikkenberg

Herstel voor het Koninkrijk Israël ‘Heere, zult U in deze tijd voor Israël het Koninkrijk weer herstellen?’ vragen de discipelen in Handelingen 1:6 aan Jezus. Was dit een domme vraag – want Israël heeft ‘afgedaan’ – of juist een uitermate slimme vraag? Prediker en evangelist Kees van Velzen heeft er uitgebreid studie naar gedaan en deelde zijn inzichten op christelijk recreatiepark De Sikkenberg. Hieronder een weergave van zijn lezing.

Het herstel van het Koninkrijk voor Israël is een thema dat me erg bezighoudt. Het heeft namelijk zoveel consequenties voor deze tijd en hoe we kijken naar de wereld. Ik heb niet de pretentie dat ik alles wat in de wereld gebeurt precies kan duiden, maar ik geloof dat de Bijbel ons veel te zeggen heeft over de tijd waarin wij nu leven. In Handelingen 1:3 lees je dat Jezus sprak over de dingen ‘die het Koninkrijk van God betreffen’. In het volgende vers geeft Hij de opdracht aan Zijn discipelen om in Jeruzalem te blijven tot ze gedoopt worden met de Heilige Geest. Dat is goed te begrijpen, ze moeten wachten tot ze met de Geest bekrachtigd worden om het

Christelijk recreatiepark De ­Sikkenberg vormt een ideale uitvalsbasis voor fietsers en wandelaars en is een gezellige camping voor het hele gezin. Elke zomer hebben we kinder- en jeugdactiviteiten en studies en concerten voor volwassenen. Voor boekingen en meer info: www.sikkenberg.nl 0599-661144.

Evangelie te kunnen verkondigen. Het is echter heel opmerkelijk dat de discipelen vervolgens deze vraag stellen: ‘Heere, zult U in deze tijd voor Israël het Koninkrijk weer herstellen?’

Domme vraag? De discipelen gebruiken hier hetzelfde woord als Jezus in Handelingen 1:3, tes basileias tou theou, het Koninkrijk Gods. Alleen passen de discipelen dit toe op Israël! Cruciaal is deze vraag: stellen de discipelen een domme vraag – ze hebben nog altijd niet begrepen dat Israël heeft ‘afgedaan’ als uitverkoren volk – of stellen ze juist een uitermate slimme vraag? Het antwoord van Jezus is intrigerend, Hij zegt: ‘Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft.’ Hij zegt dus niet: wat een domme vraag! Nee, Hij geeft juist het belang ervan aan, maar maakt duidelijk dat het antwoord nog verborgen is. In 70 na Christus werd de tempel van Jeruzalem door de Romeinen verwoest, dus ogenschijnlijk was de vraag van de discipelen toen niet meer relevant. In 125 na Christus kwamen de Romeinen opnieuw en werd Jeruzalem helemaal omgeploegd, dus de vraag van de discipelen leek toen nog minder aan de orde. Sinds 1948 is hun vraag echter weer relevant geworden! In dat jaar is namelijk het ‘koninkrijk’, de staat Israël opgericht.

De ‘tijden en gelegenheden’, waarover Jezus sprak, zijn bezig in vervulling te gaan. Het Evangelie is eerst verkondigd in Israël en ging vanaf daar de hele wereld over. Nu zie je dat de Blijde Boodschap weer terugkeert naar Israël. Dat gaat vooraf aan het herstel van het Koninkrijk van Israël, waarvan de Vader heeft gezegd: dat is in Mijn macht, dat is Mijn prioriteit (zie Hand. 1:7). Al aan het begin van de Bijbel wordt dit goddelijke principe duidelijk. In Genesis 12:3 zegt God tegen Abram, de aartsvader van Israël: ‘Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.’ Het is Gods bedoeling de wereld te zegenen door Israël heen. Israël is een soort trechter waardoor Zijn Zegen tot ons komt.

Dromen en visioenen Als we verder lezen in het boek Handelingen, wordt het nog fascinerender. In Handelingen 2 lees je hoe Petrus een preek houdt na de vervulling met de Geest op de Pinksterdag. Hij wijst erop dat de profetie van Joël in vervulling gaat en haalt een gedeelte uit Joël 2 aan, vanaf vers 28: ‘Daarna zal het geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees: uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw ouderen zullen dromen dromen, uw jongemannen zullen visioenen zien. Ja, zelfs op de dienaren en op de


Dichtbij Gertjan de Jong De Oogst februari 2015

De Olijfberg in Jeruzalem

dienaressen zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten. Ik zal wondertekenen geven aan de hemel en op de aarde: bloed en vuur en rookzuilen. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voor die dag van de HEERE komt, die grote en ontzagwekkende. Het zal geschieden dat ieder die de Naam van de HEERE zal aanroepen, behouden zal worden.’ Hier, aan het begin van Joël 2:32, stopt Petrus met citeren uit de profeet Joël. Hij stopt bewust bij die woorden, omdat die aansluiten bij zijn oproep tot bekering. Interessant genoeg gaat de profetie in Joël 2:32 verder, je leest daar: ‘Want op de berg Sion en in Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HEERE gezegd heeft, namelijk bij hen die ontkomen zijn, die de HEERE roepen zal.’

De ogen van het volk Israël zullen opengaan In Joël 3 gaat de profetie nog verder, het is bijna huiveringwekkend om te lezen wat daar staat: ‘Want zie, in die dagen en

in die tijd, als Ik een omkeer zal brengen in de gevangenschap van Juda en Jeruzalem, zal Ik alle heidenvolken bijeenbrengen en hen doen afdalen naar het dal van Josafat.’ Over welke tijd gaat dit? Dit gaat over de tijd na Pinksteren. Ik geloof dat deze profetie in 1948 in vervulling begon te gaan, het slaat op deze tijd! Het dal van Josafat is het tegenwoordige Kidrondal, de afscheiding tussen de stad Jeruzalem en de Olijfberg. Hier in Joël staat dus dat alle volken naar dat dal gebracht worden. ‘Daar zal Ik met hen een rechtszaak voeren’, zegt God, ‘vanwege Mijn volk en Mijn eigendom Israël dat zij onder de heidenvolken verstrooid hebben. Mijn land hebben zij verdeeld. Zij hebben het lot geworpen over Mijn volk. Zij gaven een jongen voor een hoer; zij verkochten een meisje voor wijn, zodat zij konden drinken.’ God gaat dus in het gericht met de volken over de manier waarop zij met het volk en het land Israël zijn omgegaan. Het is Zijn land en Zijn volk, en de volken kunnen en mogen daar niet mee doen wat zij willen!

Jeruzalem Wat doen we hier als kerken mee? We moeten bidden voor de vrede van Jeruzalem en voor een krachtige doorwerking van het Evangelie! In Lucas 13:34 lees je dat Christus huilt om Jeruzalem: ‘Jeruzalem, Jeruzalem, u die de profeten doodt en stenigt die naar u toe gezonden zijn, hoe vaak heb Ik uw kinderen bijeen willen brengen, op de wijze waarop een hen haar kuikens bijeenbrengt onder haar vleugels, maar u hebt niet gewild! Zie, uw huis wordt als een woestenij voor u achtergelaten. Want Ik zeg u: U zult Mij van nu af aan niet zien, totdat u zegt: Gezegend is Hij Die komt in de Naam van de Heere!’ Dat laatste vers wijst op de grote ommekeer bij Israël die aanstaande is. Je leest erover in Zacharia 12:10: ‘Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en van de gebeden uitstorten. Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben.’ De ogen van het volk Israël zullen opengaan. Daar mogen we voor bidden en naar uitzien!

13


14

De Oogst februari 2015 Dichtbij Arie Ambachtsheer

AHA

Elke dag? Het was een saaie ochtend in het inloopcentrum voor dak- en thuislozen van AHA op de ­Oudezijds Voorburgwal 125. Nauwelijks bezoek en geen enkel gesprek vlotte. De uren verlopen stroperiger dan normaal. Op zo’n dag verlang je naar iets opmerkelijks, iets v­ errassends.

Even later komen, vrijwel tegelijkertijd, twee jonge vrouwen binnen. De eerste brutaal opererend, de tweede schuchter vragend of ze wel binnen mag komen. Maar beiden hebben hetzelfde verzoek: ‘Kunnen jullie ons aan onderdak helpen voor de komende nacht?’ Andere bezoekers luisteren vol belangstelling mee en komen direct met goede suggesties. We zoeken nog wat informatie bij elkaar en al snel is de eerste vrouw op weg door Amsterdam met adressen voor mogelijke opvang. Zij wordt daarbij vergezeld door een van onze medewerkers. Voor de tweede, wel zeer jonge dame kiezen we voor een telefonisch rondje. Al bellend kom je dan steeds meer aan de weet over de verlegen vrouw, die zich nog steeds niet op haar gemak voelt. Ze is weggelopen uit de opvang in een grote stad in het westen van ons land, had conflicten met de leiding, enzovoort. Terloops merkt ze nog op dat ze door haar moeder, die prostitueerde voor drugs, was afgestaan aan Nederlandse pleegouders. Ons belrondje levert niks op: géén vrij bed te vinden bij een van de Amsterdamse opvangcentra. Totdat uiteindelijk een goed bekend staande instantie vraagt of ze haar zelf even aan de telefoon kunnen krijgen. De oplossing lijkt nabij. Ze doet haar verhaal vol overgave. Maar opeens legt ze pardoes de hoorn op het toestel. Verbinding verbroken! De laatste boodschap die ze meekreeg werd zo hard uitgesproken, dat het ook voor ons goed te volgen was: ‘Of je keert terug, of je leert op straat

te leven. Succes ermee.’ Ogenschijnlijk raakt het haar niet. Ze merkt vervolgens tamelijk nuchter op: ‘Dan is een fiets ook wel voldoende om mijn probleem tijdelijk op te lossen. Ik heb wel eens vaker een nacht gefietst in plaats van te gaan slapen!’ Een onzinnig voorstel. Al doorpratend komen we op Utrecht. Daar had ze nog wel kennissen wonen die haar uit de brand kunnen helpen. Maar ook daar kent ze, vanuit het verleden, de weg heel goed in het opvangcircuit. De namen die ze noemt, blijken – na een korte check – te kloppen. En zo wordt, ten einde raad, besloten om haar op de trein te zetten richting de Domstad.

Bijzonder gesprek Als we samen richting Centraal Station wandelen, ontspint zich een bijzonder gesprek. ‘Bent u christelijk?’ ‘Ja’, antwoord ik en ik leg kort uit wat het geloof voor mij betekent. ‘Kent u Opwekking?’ ‘Ja, je bedoelt zeker die liedjes?’ ‘Míjn lievelingslied is nummer 518’, zegt ze glimlachend. ‘Dat zing ik als ik het niet meer zie zitten, dus dat is best wel vaak.’ Ik loop mee tot aan de trein, om er zeker van te zijn dat ze Amsterdam verlaat. Ze zwaait me na en in mij welt een gevoel op van ongelooflijk veel onmacht en verdriet. Het zal je kind maar wezen. Heer, help haar! Thuisgekomen loop ik loodzwaar naar de boekenkast en vis daar de liederenbundel van Opwekking uit. Nummer 518, zong zij vaak. De tekst snijdt door mij heen.

Heer, U doorgrondt en kent mij, / want in de moederschoot / ben ik door U geweven... (refrein) Heer, U bent altijd bij mij, / U legt uw handen op mij / en U bent voor mij / en naast mij / en om mij heen. / Heer, U bent altijd bij mij, / U legt uw handen op mij / en U bent voor mij / en naast mij / en om mij heen, / elke dag.

Elke dag? Ja, elke dag! Ongeloof­lijk om dat te zingen in zo’n situatie. Een beter gebed kon ik haar niet toebidden. Eerlijk gezegd is het ook voor mij een Godsgeschenk. Gekregen van een thuisloze op een schijnbaar troosteloze dag. Die avond en nacht gaat er geen telefoon. Dat betekent dat ze onderdak heeft gevonden. Anders zou ze van zich laten horen. Geen dag is als vrijwilliger te voorspellen, laat staan als dakloze. Maar nummer 518 is tot onze beschikking. Voor iedereen. Elke dag! Dit verhaal is eerder onder donateurs van AHA bekendgemaakt.

Arie Ambachtsheer Vrijwilliger bij AHA, het inloop voor dak- en thuislozen van stichting Tot Heil des Volks.

www.aha-dagopvang.nl.


Thema Herman Paul De Oogst februari 2015

Blik naar boven! ‘Vrouw, wees eens wat zelfverzekerder!’ kopte Intermediair Magazine vorig jaar. Zulke koppen heeft het carrièretijdschrift wel vaker. Op allerlei manieren prent het blad zijn lezers in dat ze succesvol moeten zijn en voor zichzelf moeten opkomen. ‘Zelfontplooiing’ heet dat: telkens een stapje vooruit zetten, puttend uit je eigen bronnen en werkend aan je eigen idealen. Wie zichzelf niet ontplooit, is een loser. Onlangs dacht ik een halfjaar lang over zulke zelfontplooiing na, in het kader van een nascholingscursus voor predikanten. Ik had het thema voorgesteld, omdat bladen als de Intermediair en zelfhulpboeken in de AKO-top-10 zo vaak over zelfontplooiing schrijven. Ik vroeg me af: Wat valt daar christelijk gesproken over te zeggen? Heeft zelfontplooiing iets te maken met wat calvinisten het woekeren met je talenten noemen? Of is zelfontplooiing zoals aangeprezen in de bladen een alternatieve religie die het zicht belemmert op het Evangelie? Uiteraard werden we het niet eens – de vijf docenten en pakweg veertig dominees die in Groningen de collegebankjes vulden. Toch overheersten kritische geluiden. Wie zoveel van zichzelf verwacht, komt vroeg of laat bedrogen uit, zeiden diverse collega’s. Laat de Belgische psychiater Paul Verhaeghe in zijn boek Identiteit niet overtuigend zien dat de samenleving ziek wordt als mensen alleen maar aan ‘ik’ kunnen denken? En wordt het ‘ik’ ook zelf niet ziek als het de ‘ander’ naar het tweede plan manoeuvreert?

Leven op genadebrood Anderen brachten daar tegenin dat de kerk niet zoveel recht van spreken heeft, omdat ze eeuwenlang het ‘ik’ heeft gekleineerd. Altijd is het in de kerk over naastenliefde en dienstbaarheid gegaan; nooit heeft ze een stimulans gegeven tot gezonde ontwikke-

ling van het ‘ik’. Geen wonder dan dat zelfontplooiing nu met beide handen aangegrepen wordt – er valt na eeuwen christendom heel wat schade te herstellen. Ergens tussen deze beide extremen kwamen, denk ik, de meeste deelnemers tot hun eigen, genuanceerde oordeel over de voors en tegens van zelfontplooiing. Zelf werd ik het meest geraakt door de socioloog Anthony Giddens, die in zijn boek Modernity and SelfIdentity een rake typering van het verschijnsel biedt, en door de theoloog David Kelsey. Die laatste spreekt over een leven op genadebrood, in geleende tijd, bij de gratie van iemand die zijn leven gaf voor anderen.

Is zelfontplooiing een alternatieve religie geworden? Terwijl zelfontplooiing de blik naar binnen richt – wie ben ik in mijn diepste zelf en wat wil ik met mijn leven? – daagt Kelsey zijn lezers uit hun blik omhoog te slaan. Stel dat ons leven een geschenk is in plaats van een product, een schepping van God in plaats van een project van eigen makelij, wat zou dat voor een verschil maken? Moeten we dan niet eerder afhankelijkheid leren dan zelfverzekerdheid? (Voor de liefhebbers: Eccentric Existence heet het boek van Kelsey, in twee dikke delen.) Uiteraard kwam het gesprek in Groningen ook op de catechese van de kerk. Veel predikanten zijn gewend om bij de Bijbel en de

christelijke traditie te beginnen. Pas in tweede instantie passen ze deze toe op het alledaagse leven. Deze cursus draaide de volgorde om. Neem een thema dat iedereen bezighoudt en laat daarover het licht van het Evangelie eens schijnen. (Dit doet aan de prioriteit van Gods Woord niets af.) Aardig vond ik daarom de reactie van diverse predikanten: ‘Hier ga ik zondag in de dienst iets over zeggen. Want volgens mij houdt dit gemeenteleden bezig!’ Inderdaad: als het christelijk geloof in de wereld van alledag een verschil kan maken, laten we de Intermediair en de Bijbel dan maar eens concreet naast elkaar leggen. Herman Paul Bijzonder hoogleraar secularisatie­ studies aan de Rijksuniversiteit Groningen en mederedacteur van ‘Zelfontplooiing: een theologische peiling’ (Boekencentrum, 2015). Deze column stond eerder in het Leids Kerkblad.

15


16

De Oogst februari 2015 Thema Henk van den Belt

Zelfontplooiing als scheppingsopdracht ‘De geheimen der luchtstromen zou hij weten te vatten, en de wind zou hem eenmaal dragen, zoals hij nu de vogelen droeg; de wetten van licht en geluid zou hij gaan opsporen, opdat zijn stem eens rond de aarde zou gaan, sneller dan thans het geluid van de donder door het heelal.’

Zo beschrijft Wolf Meesters in De Bijbel, behandeld voor jonge mensen Adam in het paradijs. Ik herinner mij de schok toen ik dat als tiener las. Ik had wel een bepaalde voorstelling van het paradijs, maar vliegtuigen, radio en televisie hoorden daar niet bij. Deze jongerenbijbel is geschreven in de theologische traditie van het neocalvinisme. Vanuit die traditie valt op het thema van de zelfontplooiing een verrassend licht tegenover de primaire reactie van christenen dat zij tegen zelfontplooiing en voor zelfverloochening zijn.

Scheppingstaak Klaas Schilder was predikant in de Gereformeerde Kerken in Nederland en aanvoerder van een verzetsbeweging in die kerk die in 1944 leidde tot de vorming van de ‘Gereformeerde Kerken (onderhoudende art. 31)’, later ‘vrijgemaakt’ geheten. In zijn belangrijke boek Christus en cultuur (1932 en 1948) schrijft hij ook over de zelfontplooiing. Hij stelt dat de mensheid tot taak heeft om alle in de schepping aanwezige krachten te ontdekken en te ontplooien, net zoals later Wolf Meesters in zijn jongerenbijbel. De wereld is Gods akker en de mens is Gods medearbeider. Cultuur komt van het Latijnse werkwoord colere en dat betekent bebouwen, en dat is precies de opdracht die God aan Adam gaf. God wil dat de mens creatief meewerkt aan de voltooiing van de schepping. Dat is cultuur. Maar de mens is niet alleen ar-

beider, hij is zelf ook een deel van de akker en moet dus ook zichzelf ontplooien. ‘En in de zelfontplooiing, de zelf-cultuur, bekwaamt hij zich voor ’t groeiend werk, en laat zijn God toe ook hem zelf als werkzamen akker te genieten.’ De mens die zijn gaven en talenten ontplooit, laat God aan het werk in zijn of haar leven. Wie passief is en uit angst zijn talenten begraaft, zondigt tegen God. Christelijke zelfontplooiing staat tussen schepping en voleinding. De mens ontdekt en ontplooit wat in de schepping verborgen ligt en biedt het met zichzelf aan God aan.

Bevrijde schepping De lijn van schepping naar voleinding roept meteen wel de vraag op waar de zonde en de genade gebleven zijn. Wij zijn Adam en Eva niet meer. Helaas! Juist daarom schrijft Schilder over Christus en de cultuur. Hij gaat terug naar het verloren paradijs waar de mens als ambtsdrager de opdracht krijgt om de wereld tot voltooiing te brengen. Die opdracht noemt hij het cultuurmandaat. Christus is de tweede Adam, die het werk van de eerste Adam herhaalt en herstelt. Midden in de wereldgeschiedenis, tussen het begin en het einde, tussen schepping en oordeel, is Christus gekomen om het oordeel van de verdoemenis te ontdoen en in vrijspraak om te zetten. Christus komt niet alleen om de toorn van God te stillen, maar ook om de nieuwe mensheid toe te bereiden tot de dienst van God.

Hij verbindt het einde van de wereld met het begin. Christus schept door de Geest een nieuwe mens, een gave mens, een wedergeboren mens. De Messias maakt de mensen weer zo als ze in den beginne waren: mensen van God.

Er is met de schepping als zodanig niets mis Het mooie van Schilders positie is dat hij zo de schepping en de verlossing bij elkaar houdt. Christus is niet gekomen om ons uit de wereld te verlossen, maar om ons met de wereld te verlossen van de bezettende machten van de boze. De verlossing is geen nieuwe schepping, maar een bevrijding van de schepping uit de greep van het kwaad. Er is met de schepping als zodanig niets mis, het kwaad is er bijgekomen en zit er niet ingebakken. Daarom is het ook een vergissing om de zelfontplooiing alleen maar negatief te duiden. Als ik Christus als Verlosser leer kennen, word ik pas echt een echt mens zoals God het heeft bedoeld en mag ik ontdekken welke gaven God mij heeft gegeven.

Dikke IK Bij de moderne zelfontplooiing die zich overal in de cultuur aan ons opdringt, is de mens een soort projectontwikkelaar van zijn eigen dikke IK. Maar bij de christelijke zelfontplooiing gaat het niet om het ego, maar om de eer van God in het gewone dagelijkse leven. De mens is akker van Gods Geest


Thema Henk van den Belt De Oogst februari 2015

De wereld is Gods akker en de mens is Gods medearbeider.

en kan alleen tot zijn doel komen als de Geest hem aan Christus verbindt. In tegenstelling tot de piëtistische of bevindelijke varianten van de gereformeerde traditie benadrukt Schilder dat de mens zelf ingeschakeld wordt. De mens is Gods medewerker. Het boek van Schilder heeft destijds nogal wat kritiek opgeroepen. De hervormde theologen Kornelis Heiko Miskotte en Oepke Noordmans maakten fel bezwaar tegen het feit dat Schilder en andere neocalvinisten een onmiddellijke verbinding leggen tussen Jezus Christus en de politiek, de maatschappij en de cultuur. Er is te weinig afstand tussen Schepper en schepsel. Bij Schilder wordt het kruis van Christus een omweg naar de wereld. Die kritiek geeft te denken. Je kunt inderdaad in optimisme over deze wereld vergeten dat het christelijke geloof een boodschap van genade en verlossing is. Het is mooi om van de schepping naar de herschepping te gaan, maar voor je het weet ga je met een grote boog om het kruis heen.

Schilder zelf heeft dat gevaar wel gezien en in de tweede druk kritiek op de eerste versie verwerkt, maar hij wil de kloof tussen Schepper en schepping niet te groot maken. Christus is juist in de wereld gekomen. Christus is als Messias van boven naar beneden is gekomen om hier beneden Gods werk in de geschiedenis te verrichten. Het kruis is geen omweg naar de cultuur, maar het is de kortste – de weg van God – naar het herstel van de verloren schepping.

Genade Het is voor de communicatie van het Evangelie, in een cultuur die zich kenmerkt door zelfontplooiing, belangrijk te laten zien hoe je daar vanuit het Evangelie van Christus over kunt spreken. Je mag de passie voor zelfontplooiing misschien wel ontmaskeren als een vorm van egoïsme, maar daar mag het niet bij blijven. Er zit ook een opening in voor de boodschap van het Evangelie van het Koninkrijk. Het is niet goed om de ingeschapen menselijke neiging om dingen in de schepping te ontdekken en te ontwikkelen te veroordelen.

Het is beter om het streven naar zelfontplooiing te interpreteren als verlangen naar volmaaktheid, naar God en zo verbinden aan de boodschap van het Evangelie. Zelfontplooiing is een opdracht, maar het geheim van de christelijke zelfontplooiing is dat je het niet zelf hoeft te doen, omdat het een kwestie van Gods genade is. De mens is niet maakbaar, maar breekbaar en kwetsbaar. Het leven is geen project, maar een geschenk. Je mag het uitpakken, eruit halen wat erin zit, sola gratia. Henk van den belt Bijzonder hoogleraar Gereformeerde Godgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Meer lezen? Een uitgebreide versie van dit artikel verschijnt binnenkort in: Zelfontplooiing. Een theologische peiling, Herman Paul en Wouter Slob (red.), Zoetermeer: Boekencentrum, 2015.

17


18

De Oogst februari 2015 Actueel Kim ter Berghe

‘Domme’ immigranten Als ik een top tien moet maken van mijn minst favoriete plekken, dan staan daar zeker een aantal immigratiekantoren in. Als vreemdeling ben je echter wel op deze instantie aangewezen.

Een protesterende immigrant

Om te beginnen is een immigratiekantoor bijna altijd het lelijkste gebouw in de wijde omgeving. De geesteloze loketjes, zonder een greintje privacy, worden bemand door de minst vriendelijke mensen die er zo gauw te vinden waren in de krochten van de arbeidsmarkt. Er zijn stoelen, maar nooit genoeg voor de menigten die er elke werkdag samendrommen, in de meestal vergeefse hoop dat ze deze keer wel precies alle juiste papieren, stempeltjes, kopietjes en zegeltjes hebben die nodig zijn om weer een paar maanden extra

legaal verblijf te kunnen bemachtigen. Mannen met zorgelijke blikken verdringen zich om de schrijftafeltjes met ondoorgrondelijke formulieren in talen die ze niet kunnen lezen. Moeders proberen tevergeefs hun kroost rustig te houden tijdens het urenlange wachten, bij gebrek aan zitruimte leunend op centrale verwarmingen en vensterbanken.

Schreeuwen Afgelopen week was het weer zo ver. Mijn visum was bijna afgelopen, dus toog ik op maandagoch-

tend al voor openingstijd naar de immigratiebunker. Hoe lager je nummertje, hoe beter. Ik vervoegde me bij het schrijftafeltje.

Mannen met zorgelijke blikken verdringen zich om schrijftafeltjes Naast me stonden mannen met een wat slordig voorkomen, die me van Arabische komaf leken. Ze zuchtten, mompelden wat met elkaar en kwamen er duidelijk niet uit. Na wat tevergeefs bladeren in hun paspoorten, riepen ze er


Actueel Kim ter Berghe De Oogst februari 2015

een ‘hulp’ bij, zo iemand met een oranje vestje en een badge die een paar woorden Engels spreekt. Het is een mondiaal verschijnsel dat mensen die een bepaalde taal niet verstaan, behandeld worden als ongehoorzame kinderen waar tegen je steeds harder moet schreeuwen totdat ze het wel begrijpen. ‘NAME! What is your NAME!’ tetterde de vrouw, die duidelijk geïrriteerd op het formulier wees. Ze bogen hun hoofden en wachtten tot de vrouw weer wegliep.

Je moet maar hopen dat iemand je genadig is ‘You need help?’ vroeg ik. ‘Arabic?’ was de wedervraag. ‘Sorry, no Arabic.’, zei ik. ‘Where are you from?’ Dat begrepen ze. Ze kwamen uit Syrië. Maar verder kwamen we niet. Ik wees naar het formulier en naar de goede plekken in hun paspoort. Hier moet je achternaam. Hier je paspoortnummer. Ze schreven het echter niet op, maar gebaarden ongemakkelijk naar mijn pen. Het was ze niet om mijn pen te doen, er lag er nog wel een. Maar ze konden niet schrijven. Of misschien alleen Arabisch. Kon ik het formulier voor hen invullen?

Vernederend Het is een van de vele kleine tragedies die zich afspelen in een immigratiekantoor. Mannen die in hun eigen land een plek hadden in de maatschappij komen ontworteld door oorlog naar een ander land. Daar zijn ze afhankelijk van de hulp van mensen die hen zien als half debiel, want zelfs de meest eenvoudige taken zijn onbegrijpelijk geworden. En je moet maar hopen dat iemand je genadig is. Genade die je eigenlijk liever niet wilt. Want als je in je eigen land gewend was te werken voor de kost, dan is het een hele stap terug om je hand op te moeten houden bij niet al te vriendelijke instanties. Zo ontmoette ik in het ziekenhuis een professor informatica, ook afkomstig uit het Midden-Oosten, die de hoofdverpleegkundige van de interna-

tionale kliniek aansprak. Deze uiterst beschaafde man verzocht de verpleegkundige in vloeiend Engels hem in contact te brengen met de personeelsmanager. Hij wilde graag spreken over een eventuele baan. Zonder hem aan te kijken sprak de verpleegkundige op kille toon: ‘U kunt zich melden bij het maatschappelijk werk’, en liep verder. De professor liep achter haar aan, terwijl hij haar er beleefd op wees dat hij graag weer aan het werk wilde en daarom de personeelsmanager wilde spreken. De verpleegkundige bleef tegen mij praten of hij niet bestond en toen ze hem niet meer kon negeren, herhaalde ze dat hij zich bij het maatschappelijk werk mocht melden. Het deed me pijn het vernederende tafereel aan te zien. Ik weet een beetje hoe het is om voor domme buitenlander door te gaan en altijd gelimiteerd te worden door taalbarrières en cultureel onbegrip. Deze man wilde geen genade. Hij wilde werken voor zijn geld en weer zijn waardigheid als professor hervinden. Toch had hij genade nodig. Want hij kon zijn doel niet bereiken zonder hulp van mensen die daar geen persoonlijk belang bij hadden. Mensen die een extra mijl voor hem wilden gaan om hem te helpen de barrières in het nieuwe land te overwinnen.

Voorbeeldige burgers? Er zijn honderdduizenden immigranten en vluchtelingen in Nederland. En er zullen er ongetwijfeld nog veel bijkomen. De onrust in de wereld neemt immers nog niet bepaald af, en evenmin de schrijnende verschillen tussen arm en rijk.

De schrijnende verschillen tussen arm en rijk nemen niet bepaald af

Het is logisch dat het voor maatschappelijke onrust zorgt. De mensen die komen zijn natuurlijk niet allemaal voorbeeldige bur-

gers. Waar christenen zich inzetten voor immigranten is zeker onderscheidingsvermogen nodig. Er zijn genoeg verhalen van immigranten die misbruik maken van de goeiigheid van anderen. Toch volstaat het niet elke asielzoeker als potentiële crimineel te behandelen. Zeker niet als christen. President Obama, die in de VS soortgelijke immigratiespanningen het hoofd moet bieden als in Nederland, verwoordde het onlangs zo: ‘De Schrift zegt dat we de vreemdeling niet mogen verdrukken, want we kennen het hart van de vreemdelingen. Wij zijn ook vreemdelingen geweest.’ Hij refereerde daarmee aan Exodus 23 en aan het feit dat bijna alle Amerikanen of immigrant zijn of afstammen van immigranten die de afgelopen tweehonderd jaar dat continent hebben bevolkt. Dat feit zou moeten nopen tot barmhartigheid. Voor ons geldt hetzelfde. Wij zijn ook vreemdelingen en pelgrims. Ook als Nederlanders in Nederland horen christenen bij een ander Koninkrijk en komen ze daarmee soms buiten de wereld te staan. We weten, als het goed is, hoe het voelt om vreemdeling te zijn.

Als het goed is weten we hoe het voelt om vreemdeling te zijn Vreemdelingen hebben genade nodig. Niet het soort genade dat hen afhankelijk maakt van instanties en hun voor altijd in de rol van zielige buitenlander drukt. Maar het soort genade dat begrip heeft voor de kwetsbaarheid van het vreemdeling zijn. Van de barrières die overwonnen moeten worden. Van het verlangen naar menselijke waardigheid en veiligheid. Het soort genade dat een extra mijl wil gaan om iemand te helpen een plek te vinden. Het soort genade dat zegt ‘je mag bij ons horen’, net zoals we zelf door genade bij het volk van God ingelijfd zijn. Kim ter Berghe Missiologe, werkt in Oost-Azië

19


20

De Oogst februari 2015 Thema Oscar Lohuis

Geen vrucht zonder Wijnstok Hoe verhoudt het westerse ideaal van zelfontplooiing zich tot het Evangelie en de navolging van Christus? Het is goed om te bedenken dat ook God onze ontplooiing op het oog heeft. Die ontplooiing is echter fundamenteel anders dan de afgod van persoonlijk succes en verwezen­lijking van jezelf, waarvoor massa’s mensen in de westerse cultuur neerbuigen.

God wil graag dat wij groeien en bloeien. Jezus heeft ons geleerd onze talenten niet in de grond te stoppen, maar ze in te zetten, met alle risico’s van dien. Het is niet voor niets dat de joods-christelijke cultuur de meest welvarende cultuur van de wereld is geworden. Dat komt door de werkethiek die de Bijbel leert. Luiheid, gemakzucht en middelmatigheid worden in de Bijbel afgekeurd. Het is een deugd om hard te werken. Werk hoort bij ons mens-zijn en is niet een noodzakelijk kwaad. Werk was er al voor de zondeval. Van lekker bezig zijn en je creativiteit ontwikkelen wordt niemand minder. We zijn gemaakt naar het beeld van God, en dat uit zich ook vooral hierin dat wij creatief mogen zijn. Onder onze handen mogen dingen ontstaan. Dit alles

Johannes 15 vers 1-5 Ik ben de ware Wijnstok en Mijn Vader is de Wijngaardenier. 2 Elke rank die in Mij geen vrucht draagt, neemt Hij weg; en elke rank die vrucht draagt, reinigt Hij, opdat zij meer vrucht draagt. 3 U bent al rein vanwege het woord dat Ik tot u gesproken heb. 4 Blijf in Mij, en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet in de wijnstok blijft, zo ook u niet, als u niet in Mij blijft. 5 Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen. 1

heeft ook met zelfontplooiing te maken. We lezen in de Bijbel: ‘In alle moeitevolle arbeid zal voordeel zijn’ (Spr. 14:23).

Pro Deo Soms is werk echter wel frustrerend. De aarde brengt ook doornen en distels voort. Soms breekt het werk ons bij de handen af. Maar toch geven wij niet op. Werken hoort bij het leven, bij wie wij zijn als mensen. Als christen dien je God met je werk. Daarom loop je de kantjes er niet vanaf. Je wilt je best doen, tot eer van God. Dat leidt ook tot meer zelfontplooiing. Je komt erachter dat vrijheid en zelfdiscipline twee kanten zijn van dezelfde medaille. Ik durf zelfs te beweren dat wanneer iemand christen wordt de kwaliteit van zijn of haar leven omhoog gaat. Je komt meer uit de verf, omdat je een roepingsbesef krijgt. Je leert zelfs om je belangeloos in te zetten voor anderen, in de gezindheid van Christus. Hoe mooi is dat! Mensen zijn soms verbaasd over wat ze anderen Pro Deo zien doen voor hun naaste. Gods doel met ons is dat we meer op Christus gaan lijken. Daar zijn wij toe bestemd en alles in ons leven werkt daaraan mee. Dat is de ultieme zelfontplooiing, worden als Christus. De plooien, de rimpels, de zonden en morele gebreken, die verdwijnen steeds meer. Ook al vervalt de uiterlijke mens, ook al krijg je meer rimpels van buiten, de innerlijke mens wordt van dag tot dag vernieuwd. Het geloof in Christus verbindt

je ook aan een heleboel broeders en zusters in het geloof. Daardoor ga je meer in gemeenschap leven en groeien je sociale vaardigheden. Kortom, de navolging van Christus is goed voor je geestelijke leven, je emotionele leven, je sociale leven, je arbeidsleven en dus voor je hele persoonlijke ontwikkeling. Zelfontplooiing is zonder meer een vrucht van het vrezen van God en navolgen en Christus. Onze God en Vader wordt verheerlijkt als wij veel vrucht dragen.

Afgod Dat ‘vrucht dragen’ is echter wat anders dan ‘persoonlijk succes’. Persoonlijk succes en de verwezenlijking van jezelf is in de westerse cultuur een afgod geworden waar massa’s mensen voor neerbuigen. Het grote motto en de alom gehoorde slogan is dat je moet ontdekken wat past bij jezelf en moet doen wat je eigen hart je ingeeft. Als je het zelf maar fijn vindt en als jij er een goed gevoel bij hebt, dan is het goed. Het ‘zelf’ is de norm geworden voor de manier van denken en handelen. Authenticiteit heeft de plaats ingenomen van integriteit. De vraag voor veel mensen is niet of het rechtvaardig is om op een bepaalde manier te denken of te handelen, maar of het goed voelt, in het eigen hart. Als je dat volgt, ben je heel authentiek. We zijn vergeten dat mensen authentiek egoïstisch kunnen zijn, oprecht misleid, met hun hele hart grote zondaars.


Thema Oscar Lohuis De Oogst februari 2015

‘Blijf in Mij.’

Het grote probleem in de westerse cultuur is dat de basis voor echte zelfontplooiing is losgelaten. Die basis is de vreze des Heren. Echte zelfontplooiing vindt plaats als mensen zichzelf leren vergeten en zich gaan richten op hun God en naaste. Dat is opnieuw de grote paradox van het leven.

Wie ‘iemand’ wil worden wordt metterdaad minder mens Mensen die ‘iemand willen worden’ worden metterdaad minder mens. Wanneer mensen er keihard naar gaan streven om hogerop te komen, ten koste van anderen, verliezen ze juist het belangrijkste in de zelfontplooiing, namelijk de ootmoed, de nederigheid en de integriteit. Maar mensen die hun leven verliezen, in de navolging van Christus, die vinden het juist!

Nationale ramp Het is een nationale ramp van ongekende omvang dat miljoenen

FOTO ARIE AMBACHTSHEER

in ons land God vaarwel hebben gezegd. Het Koninkrijk der Nederlanden is als geen ander land in de wereld ontstaan uit de Reformatie van de zestiende eeuw. Het motto daarvan was ‘terug naar de Bijbel’. Nu God wordt losgelaten, verdwijnen waarden als onzelfzuchtigheid, nederigheid, dienstbaarheid, vergevingsgezindheid, volharding, geloof, hoop en liefde naar de achtergrond. Liberale filosofen en politici willen ons doen geloven dat wij onze voorspoed en welvaart, onze vrijheid en democratie te danken hebben aan de Verlichting en het moderne verlichtingsdenken. Dat is niet waar. Veel van onze echte ontplooiing en beschaving hebben wij te danken aan de Bijbel en de joods-christelijke cultuur die daaruit voortkomt. Het verlichtingsdenken vormt in veel opzichten juist een bedreiging. De zogenaamde vrijheid waarin je kunt doen en laten wat je zelf wilt, is eerder gebondenheid dan vrijheid. Dan gaan mensen het

hebben over bijvoorbeeld het verworven recht op prostitutie, waarbij een heel volk blind wordt voor het schrijnende onrecht dat daarmee gepaard gaat. Een vrucht van de secularisatie is het verworven recht om je eigen kind in de baarmoeder te doden tot en met de 24e week of zelfs daarna. Met als gevolg bloed aan onze handen en schade aan de ziel die nooit meer verdwijnt. Mensen menen het recht te hebben anderen te kwetsen, onder het mom van vrijheid van meningsuiting. Alsof degenen die vooral de spot met gelovigen of hooggeplaatsten weten te drijven zichzelf echt hebben ontplooid. Wat een vrijheid! Mensen willen de vrucht zonder aan de Wijnstok verbonden te zijn. Dat leidt tot wrange vruchten. Alleen in Christus is echte vrucht.

Oscar Lohuis Prediker en evangelist, zie ook www.goednieuwsbediening.nl.

21


22

De Oogst februari 2015 Kerken in Amsterdam Krijn de Jong

De Vermaning In 1921 werd het gebied over het IJ opgeslokt door de stad Amsterdam. Een zevental dorpjes wordt sindsdien belaagd door stedelijke hoogbouw: Amsterdam-Noord. In een van deze dorpen, Nieuwendam, staat een Doopsgezind kerkje dat doorgaat voor het kleinste kerkje van Amsterdam. We gaan kijken of we erin passen.

Het Doopsgezinde kerkje in Nieuwendam

Als we bij Amsterdam de Zeeburgertunnel door zijn, begint het me te duizelen. Om de paar minuten zien we een totaal verschillend landschap. Net door de tunnel komen we langs een uitgebreid volkstuinencomplex. Dan zien we plotseling weer hoge flats. Even later draaien we de Nieuwendammerdijk op. Je kijkt je ogen uit. Een lange rij van die prachtige Zaanse houten geveltjes staan tegen elkaar aangeplakt langs een smalle dijk.

FOTO DE OOGST

Helaas is de dijk verder vergeven van geparkeerd blik. Plotseling zien we rechts een enorm neogotisch kerkgebouw. Het ijzeren hek is gesloten en dat niet alleen, er hangt een hangslot om de spijlen. Het hek is echt dicht. Er stappen net een paar mensen in een geparkeerde auto. Ik doe mijn raampje open en vraag: ‘Is dit een katholieke kerk?’ ‘Was’, is het korte antwoord. Daar was ik al bang voor. Zo’n honderd meter verderop slaan we rechtsaf

het Meerpad op. Daar staat ons kerkje. Een houten huisje. ‘Doopsgezinde Gemeente’ lezen we op de gevel. Doopsgezinden noemen hun kerkgebouw ‘De Vermaning’. Je wordt er gemaand Christus te volgen.

College kerkgeschiedenis In de kerk brandt licht. De organist en de koster zijn aanwezig. Omdat het nog wat aan de vroege kant is, verwijzen ze ons naar ‘de Bolder’, een naast-


Kerken in Amsterdam Krijn de Jong De Oogst februari 2015

gelegen gebouwtje. We kunnen er kennismaken met andere vroege kerkgangers en koffie drinken. Een van de aanwezigen valt onmiddellijk op. Het is een wat oudere dame. Ze straalt vriendelijkheid en waardigheid uit. Ze heeft wat aantekeningen voor zich liggen, die ze nog snel even doorneemt. Ze heeft grijs opgestoken haar, ze is in het zwart gekleed met een witte bloes. Aan de bloes zit een soort sjaaltje, waardoor het lijkt of ze een eenvoudige toga draagt. Dat moet de predikante zijn.

Ze straalt vriendelijkheid en waardigheid uit We maken kennis. Als we een vraag stellen over het portret van Menno Simons, dat tegenover ons aan de muur hangt, geeft ze gelijk een klein college doopsgezinde kerkgeschiedenis. Ze vertelt over de verhouding kerk en staat, over machtsmisbruik, over doopsgezinden die vluchtten naar Waterland, omdat ze daar veiliger waren. Ze vertelt over de martelaren, die ook op dat portret van Menno Simons staan afgebeeld. Ze vertelt ook over de Antwerpse liederkens die op een soort straatmelodieën gezongen werden, om de vervolgers te misleiden. Ze vertelt het allemaal met zoveel passie en frisheid, dat het lijkt alsof de gebeurtenissen die ze ons meedeelt twee weken geleden hebben plaatsgevonden. Op een gegeven moment moet ik haar eraan herinneren dat het tijd is. De dienst moet beginnen.

Rust en eenvoud Het interieur van het kerkje is oogstrelend. We bevinden ons in een soort grote huiskamer. De houten vloer is ossenbloedrood. Het rondgebogen plafond is vaalblauw, de houten balken en de wanden zijn groen en crème. De boogramen laten genoeg, maar niet te veel licht binnen. Alles straalt rust en eenvoud uit. De kerkgangers zitten op houten stoelen met rieten matten. Er kunnen nog wel wat mensen bij. We

zijn met veertien volwassenen en twee kinderen. Die twee kinderen horen er wel heel duidelijk bij. Zij mogen, nadat we welkom zijn geheten, twee kaarsen aansteken. Een van de kaarsen gaat straks met de kinderen mee als ze naar hun eigen ruimte gaan. Bij het aansteken van de kaarsen horen we woorden uit Psalm 27: ‘De Here is mijn licht en mijn heil, voor wie zou ik vrezen?’ Er staan bekertjes water op tafel. De kinderen mogen eruit drinken. Maar hoe kun je drinken als je je arm niet zou kunnen buigen? Ze hebben het vrij snel in de gaten. Dan moet je elkaar te drinken geven. Na het votum zingen we een lied, nou ja, zingen? Waarom zijn die liederen uit dat nieuwe liedboek eigenlijk zo onzingbaar? Aan de organist lag het niet. Hij deed er alles aan om ons te ondersteunen. Ook Geert, mijn metgezel, die wekelijks op een mannenkoor de zangkunst beoefent, krijgt het niet echt voor elkaar.

Overdenking Van de preek is werk gemaakt. Het onderwerp is afgestemd op het thema van de landelijke gebedsweek. ‘Dorst?’ is het thema. Het daarbij leidend Bijbelgedeelte is het eerste gedeelte van Johannes 4, het gesprek van Jezus met de vrouw bij de put. De predikant heeft vanmorgen voor twee andere hoofdstukken gekozen. Ook over water. We lezen eerst het uitnodigende hoofdstuk, Jesaja 55. ‘O alle gij dorstigen, komt tot de wateren…’, daarna lezen we Johannes 2 over het eerste wonder dat Jezus verrichtte: water wordt wijn.

Eerlijk gezegd zijn we heel veel op onszelf gericht ‘Te midden van alle politieke hectiek zoemt Johannes in op een bruiloft. “En op de derde dag was er een bruiloft te Kana in Galilea.” Wij zijn hier samengekomen om toe te geven aan ons verlangen, maar eerlijk gezegd zijn we heel veel op onszelf gericht.

Het leven is er wel, maar je voelt je er niet mee verbonden. Op de derde dag klinkt er een klacht van de mensen: er is wijn tekort. Als mensen iets tekortkomen, klinkt de vraag: “Wilt U ons helpen?” Jezus geeft een bevreemdend antwoord: “Wat is er tussen u en Mij?” Maar Maria geeft niet op om in Jezus te geloven. De moeder laat zien dat, ook als iets niet gebeurt, we vertrouwen moeten hebben. We moeten ons niet laten regeren door die oerdrift van ons. “Als God dat toelaat, dan bestaat Hij niet.” Maria gelooft Jezus op Zijn woord. “Mijn uur is nog niet gekomen”, zegt Jezus. Wanneer is Zijn uur dan wel gekomen? Dat lezen we in Johannes 13. Het paasfeest is op komst.’

Wonderlijke mix Na de dienst gaan we opnieuw naar de Bolder voor koffie. Geert is in druk gesprek verwikkeld met een echtpaar dat na acht jaar vandaag weer voor het eerst de kerk bezoekt. Ik ben in gesprek met een ander echtpaar. Hij komt uit de vrijzinnigenbond, zij uit de PKN. Ze hebben samen hun plek gevonden bij de Doopsgezinden. ‘Je kunt hier vrijzinnig en rechtzinnig zijn.’ Een wonderlijke mix. Bij de Doopsgezinden mag je je geloof zelf invullen. Vriendelijkheid, verdraagzaamheid en behulpzaamheid lijken de bindende factoren.

Je kunt hier vrijzinnig en rechtzinnig zijn Als we de deur uitstappen, hebben we uitzicht op die grote katholieke kerk. Afgestoten als kerkgebouw. Wonderlijk dat dit kleine houten kerkje wel stand gehouden heeft. Als we wegrijden, komen we een paar straten verder op een heel ruim kruispunt. Daar zie ik de Kruiskerk, daar komt de multiculturele gemeente van ‘Hoop voor Noord’ samen. Die gaan zo lekker aan de maaltijd. Een ritje door Amsterdam-Noord is een korte les actuele kerkgeschiedenis.

23


24

De Oogst februari 2015 Thema Kim ter Berghe

Hoe belangrijk ben ik? Er zijn veel modetermen met ‘zelf’ erin: jezelf ontplooien, jezelf verwezenlijken, zelfbewust, zelfbeschikking, zelfvertrouwen, dicht bij jezelf blijven, werken aan jezelf, trouw zijn aan jezelf, zelfstandig, zelfaanvaarding, zelfhulp en natuurlijk selfie. Het woord zelfverloochening steekt daar wat bleekjes bij af. Mensen hebben er veelal negatieve associaties mee. Waarom laat Jezus alle bovengenoemde waarden links liggen en roept Hij op tot het laatste?

Denkend aan zelfverloochening, zie ik een vrouw voor me die vermoeid staat te sloven in de keuken terwijl haar man en kinderen voor de tv hangen. Of een vrouw die een glanzende carrière opgeeft om fulltime luiers te gaan verschonen. Of een vrouw die in een meningsverschil met haar man haar eigen wensen aan de kant zet en zich zwijgzaam voegt naar de wil van haar man. Ik denk dat velen soortgelijke associaties hebben. Bij zelfverloochening denken we zelden aan mannen. Ik denk dat als ik op straat aan mensen zou vragen aan wie ze denken bij het woord zelfverloochening, dat het meest gehoorde antwoord zou zijn: ‘Mijn moeder.’ Maar deze vorm van zelfverloochening blijkt slecht te combine-

ren met het moderne leven, waar vrouwen volop kansen hebben en die ook willen benutten. Jezelf tegelijk willen ontplooien dan wel moeten verloochenen leidt bij veel vrouwen tot burn-out, verwarring over wie ze zijn, gevoelens van minderwaardigheid en allerlei andere ellende.

Bij zelfverloochening denken we zelden aan mannen Sla een christelijk vrouwenblad op en je struikelt er letterlijk over. De kern van een getuigenis was altijd dat Jezus iemand, na een periode van geestelijke worsteling, redde van zijn zonden. Getuigenissen in christelijke vrouwenbladen gaan te-

genwoordig voor het merendeel echter over hoe Jezus vrouwen, na een periode van emotionele worsteling, redt van hun slechte zelfbeeld, hen leert zichzelf te accepteren en hoe ze daarna echt zichzelf hebben gevonden. Zelfverloochening (als in ‘geen grenzen stellen’ of ‘niet voor jezelf opkomen’) wordt gezien als de oorzaak van een probleem, en zelfacceptatie en zelfontplooiing als de oplossing.

Vrouwen in de keuken Hiermee wordt denk ik de plank misgeslagen, zowel wat betreft de bedoelingen van Jezus als ook wat de juiste weg is voor christenen om te groeien in geestelijke volwassenheid. Als Jezus zegt dat we onszelf moeten verloochenen, is dat ongetwijfeld een radicale uitspraak met verstrekkende gevolgen, en iets wat zeker te maken heeft met offers brengen.

Het volgen van Jezus wordt je eerste prioriteit

Zijn Jezus’ woorden bedoeld om vrouwen in de keuken te houden?

Maar ik betwijfel ten zeerste of Jezus dit voornamelijk zei om vrouwen in de keuken te houden (denk aan Martha en Maria) of om huwelijkse geschillen te beslechten in het voordeel van de man. En al helemaal niet om vrouwen emotioneel naar de afgrond te helpen. In de eerste plaats zegt Jezus dit tegen allen die Hem willen volgen, mannen en vrouwen. Hij gaf


Thema Kim ter Berghe De Oogst februari 2015

FOTO ARIE AMBACHTSHEER

Zelf het voorbeeld. De Bijbel zegt dat Jezus het gelijk zijn met God niet zag als iets dat Hij koste wat het kost moest vasthouden, maar dat Hij Zichzelf heeft ‘ontledigd’, ofwel tot niets heeft gemaakt. Dat Hij als een dienaar werd, en Zichzelf vernederde en gehoorzaam werd tot de dood (Fil. 2:6-8). Als Hij ons vraagt om onszelf te verloochenen, dan vraagt Hij ons om Zijn voorbeeld te volgen. Door Zijn geboorte als menselijk kindje legde Hij Zijn goddelijke majesteit aan de kant. Als we als christen opnieuw geboren worden, gebeurt eigenlijk hetzelfde. En elke dag waarop we onszelf verloochenen en ons kruis opnemen, gaan we door hetzelfde proces. We leggen alles wat we de moeite waard vinden in ons leven op een hoop en geven het aan God. Onze talenten, opleidingen, status, familie, netwerk, bezit, baan en alles wat we bereikt hebben. We beginnen een nieuw leven. Sommige dingen laten we voorgoed achter, andere worden geheiligd en op een nieuwe manier door God gebruikt. Geld bijvoorbeeld. Sommigen zullen het moeten achterlaten, zoals Jezus vroeg van de rijke jongeling. Anderen gaan het gebruiken in het dienen van God en anderen. In beide gevallen verloochen je jezelf. Je laat los wat je hebt en het volgen van Jezus wordt je eerste prioriteit.

Geestelijke zelfverwennerij De populaire christelijk-therapeutische benadering, van vrouwen in het bijzonder, is enorm ik-gericht. Gedeeltelijk is dat terecht. Beschadigde mensen moeten leren hoe kostbaar en geliefd ze zijn door God en Zijn Zoon die stierf om ons te redden. Daarvoor moeten we kijken naar onszelf, onder ogen zien wie we zijn en ons verwonderen over hoe God ons ziet.

De populaire christelijktherapeutische benadering is enorm ik-gericht Aan de andere kant moet dat niet leiden tot een soort geestelijke zelfverwennerij. Het lijkt wel of we soms blijven steken bij wat een beginpunt zou moeten zijn. Voor God zijn we belangrijk. Maar we moeten niet belangrijk zijn voor onszelf. Omdat God ons de status van koningskinderen heeft gegeven is het niet langer nodig om uitgebreid onszelf te gaan ontdekken of dwangmatig onszelf te moeten ontplooien. Hij vindt ons belangrijk, dat is genoeg. Jezus wist wie Hij was. Hij legde dat vrijwillig af. En uiteindelijk heeft God Hem de hoogste plaats gegeven, de Naam boven alle namen. Als wij weten wie we zijn, hoeven we niet meer krampachtig vast te houden aan onze dromen

om iets te worden of iets te doen. We kunnen met een gerust hart onszelf verliezen, Jezus volgen, en vertrouwen op wat Hij zei dat wie zijn leven verliest het zal vinden.

God vindt ons belangrijk, dat is genoeg Jezus gebruikt het voorbeeld van de graankorrel. Als hij niet wordt gezaaid, blijft hij een graankorrel. Als hij wel wordt gezaaid, sterft hij, wordt een plant en draagt vrucht. Dat is het leven met Jezus. Je verliest je eigen kleine miezerige leventje en je krijgt er iets veel beters voor terug. Kim ter Berghe Missiologe, werkt in Oost-Azië

Leestips voor persoonlijke studie

• Mattheüs 25:14-30 (Gelijkenis van de talenten)

• Lucas 9:23-26 ( Jezelf verloochenen) • Johannes 12:23-27 (Graankorrel moet sterven)

• Filippenzen 2:1-11 (Christus volgen in dienstbaarheid)

25


26

De Oogst februari 2015 Christenvervolging Filip Uijl

Eigen evangelie van islampredikers Nikolaï Koetsjkov heeft maar één verlangen: mensen vertellen over Jezus. Samen met zijn vrouw is hij als evangelistenechtpaar uitgezonden naar een gebied in Kirgizië.

Nikolaï steevast of hij met de herders mag bidden. Met de lege handpalm voor zich uit, zoals moslims gewend zijn te bidden, bidt Nikolaï tot God. Hij eindigt in Jezus’ Naam zijn gebed. De mensen zijn diep onder de indruk. ‘Het lijkt of je echt met God praat’, zeggen ze. In veel tenten wordt Nikolaï uitgenodigd vaker te komen. Hij laat er Nieuwe Testamenten, Bijbelse kalenders en andere materialen achter. Nikolaï gaat in gesprek met islampredikers en geeft hun een evangelie. FOTO FRIEDENSSTIMME

Ze wonen in een eenvoudige woning aan het Issyk Kul meer. Dat meer, aan alle kanten omgeven door bergen, is een van de toeristische trekpleisters van het land. In de bergen en hoogvlakten rondom wonen de eenvoudige Kirgiezen in hun joerten (traditionele, ronde tenten). Zij houden schapen en paarden en zijn nagenoeg zelfvoorzienend. Deze mensen zoekt Nikolaï op. Meestal wordt hij met open armen ontvangen. De mensen halen hun kinderen erbij en iedereen die rond de joert loopt, wordt uitgenodigd binnen te komen. Hij spreekt met hen over de Bijbel, vertelt over Jezus die als de Goede Herder naar verloren schapen zoekt. Het Bijbelse tafereel van de herder die ’s avonds de schapen telt voordat ze de kooi in gaan, speelt zich in Kirgizië nog dagelijks op vele berghellingen af. Het is herkenbaar voor de Kirgiezen, die al eeuwenlang gewend zijn aan hun herdersleven. Aan het eind van zijn bezoeken vraagt

Islampredikers De laatste tijd is Nikolaï Koetsjkov niet meer de enige die dit werk doet. Steeds vaker ontmoet hij op deze eenzame plaatsen andere ‘evangelisten’. Het zijn Kirgizische jongemannen die doorgaans in Saoedi-Arabië Koranscholen hebben bezocht. Eenmaal teruggekeerd in hun eigen land zijn het fanatieke verkondigers van de islam. Ze zien ernaar uit dat hun land weer wordt bekeerd tot de oude islamitische wortels. De meeste Kirgiezen zijn slechts nominaal islamitisch en dat is die ‘islam-evangelisten’ een doorn in het oog.

Je ziet steeds meer islamitische kleding in het straatbeeld De Kirgiezen staan ervoor open om zich te bekeren tot de radicale islam. Door de instabiliteit van het land zijn de mensen op zoek naar houvast. De islamitische evangelisten wijzen de Kirgiezen erop dat een ‘echte Kirgies’ een vroom moslim is. Omdat de hele cultuur islamitische sporen bevat en de mensen zichzelf ook als moslim zien, spreekt dit aan.

Je ziet steeds meer islamitische kleding in het straatbeeld, mensen gaan halal eten en bezoeken met regelmaat de moskee. Vrede in hun hart vinden ze er echter niet. ‘Omdat Jezus vrede – echte vrede – geeft, zoek ik deze mensen op. En daarom ga ik door’, zegt Nikolaï Koetsjkov. ‘Ik moet me haasten, want ik denk dat ik nog maar weinig tijd heb om hier ongestraft het Evangelie te brengen.’ Filip Uijl Voorlichter bij stichting Friedens­ stimme, die christenen in de voormalige Sovjet-Unie ondersteunt.

Islamitische evangelisten In alle landen van Centraal-Azië zie je ze steeds meer: islamitische evangelisten. In de dorpen en steden worden in de moskee jonge mannen gerekruteerd om met financiering te gaan studeren aan een islamschool in Saoedi-Arabië. Eenmaal aangekomen op de islamschool, worden ze uitgebreid en diepgaand onderwezen in de islam, apologetiek van de islam en in de andere godsdiensten die in hun land aanwezig zijn. Doel is om bij terugkeer in het thuisland daar de radicale islam te prediken. Daar slagen zij goed in. Veel burgers zijn gevoelig voor de boodschap die de moslimevangelisten brengen. Christenen in deze landen zijn echter bezorgd. Zij brengen een andere boodschap, maar zijn klein in getal en hun toekomst is onzeker. Toch houden ze goede moed: Gods Woord is niet geketend (2 Tim. 2:9) en Hij gaat door met Zijn werk.


Overdenking Gert-Jan Segers De Oogst februari 2015

Marienburger Allee 43, Berlijn Op mijn bureau in de Kamer staat een brok van de Berlijnse Muur. Gekocht voor 8,75 euro. De prijs die Berlijn zelf heeft betaald voor haar vrijheid is heel wat hoger geweest. Bijna zestig jaar lang heeft deze stad geleden onder collectieve waanzin, voordat ze haar vrijheid weer een beetje terug had. Maar zelfs nu hangt de lange schaduw van het verleden nog over deze stad.

Het zijn de kleine verhalen van gewone mensen die het grote, dramatische verhaal vertellen. Zoals in het Joodse Museum een amateurfilmpje van een Joodse familie die in 1934 voor het laatst vakantie vierde in hun buitenhuis. Een met potlood geschreven brief van een man die in een trein vol huilende en schreeuwende mensen naar Auschwitz zat. ‘En niemand weet wat ons daar te wachten staat.’ Vlakbij een resterend stuk Muur hangt de foto van een tiener die een ander groot verhaal vertelt, namelijk dat die in het voorjaar van 1989 een vluchtpoging naar West-Berlijn waagde en daarbij werd doodgeschoten. Beelden van een OostDuitse grenswachter die een lijk wegdraagt. Deze stad heeft een onvoorstelbaar hoge prijs betaald voor de terreur van eerst het nationaal-socialisme en daarna het communisme.

Meehobbelen Het blijft verbijsterend om te bedenken dat de meeste mensen altijd en overal mee blijken te hobbelen, waar de meute dan ook maar naartoe gaat. In de PrinzAlbrecht-Strasse 8, waar ooit de Gestapo was gehuisvest, is nu een museum dat dat zichtbaar maakt.

Het was gehoorzaamheid die tot de dood van miljoenen leidde Er is een filmpje te zien van het Neurenberger Tribunaal. Daarin zei een Duitse generaal: ‘Mijn

Berlijnse muur

schuld is mijn ­gehoorzaamheid.’ Vijftien jaar later klonk in Jeruzalem diezelfde verontschuldiging uit de mond van Adolf Eichman. Het was gehoorzaamheid die tot de dood van miljoenen leidde. Het was ook diezelfde ambtelijke loyaliteit die van een gewone Oost-Duitse man een grenswachter maakte. En toen op 9 november 1989 de grens openging en drommen Oost-Berlijners onder de Brandenburger Tor aan hem voorbijtrokken, zag je de verbijstering in de ogen van deze grenswachter, die wist dat zijn loyaliteit niets meer waard was.

Bonhoeffer In een buitenwijk van Berlijn staat, aan de Marienburger Allee 43, een groot herenhuis, met een tuin met hoge dennenbomen. Dit is het huis waar Dietrich Bonhoeffer op 5 april 1943 werd gearresteerd. Ik stond ervoor, dankbaar voor het getuigenis van een man die heeft laten zien dat

wij geen willoze wezens zijn die alleen maar kunnen meedrijven met de stroom van de geschiedenis. Staand voor zijn huis bedacht ik dat ook goedheid en heldhaftigheid gewoon mensenwerk is. Van een Duitse man, woonachtig aan de Marienburger Allee. De geschiedenis is het werk van mensen van vlees en bloed. Het werk van soms kwaadaardige mensen. Van mensen die zich meestal conformeren aan de meerderheid, ook als die kwaad wil. Maar de geschiedenis is ook het werk van enkelingen die de rug rechten als de rest door de knieën gaat. En boven alles is de geschiedenis het werk van de Man die gehoorzaam was tot de dood aan het kruis, zodat de rest van de wereld gered kon worden. Wij zijn bevrijde mensen. Laten we die vrijheid gebruiken om het goede te doen. Gert-Jan Segers Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie

27


28

De Oogst februari 2015 Israël Bart Wallet

Loven, danken, bidden, smeken Vanaf het moment dat het licht begint te worden, mag een jood zijn ochtendgebed gaan uitspreken. Dat is een vaststaand eeuwenoud gebed in het Hebreeuws en joden over de hele wereld bidden allemaal ’s ochtends precies hetzelfde. Als ‘heel Israël’ richten zij zich tot God. Wat valt er uit dit ‘ochtendgebed’ allemaal te leren?

Het ochtendgebed vraagt tijd en toewijding.

In de christelijke traditie zijn er ook vaste ochtendgebeden, vooral voor kinderen. Toch wordt daar al snel gestimuleerd dat kinderen leren om met eigen woorden te bidden. In het jodendom is het echter precies andersom: het vaststaande gebed is verplicht – en als je wilt, mag je daar natuurlijk nog eigen woorden en gedachten aan verbinden. Die mogen echter nooit in plaats van het vaste gebed komen. Waarom is dat zo? Daar zijn ten

minste drie redenen voor. De eerste is dat in de vaststaande gebeden alle elementen besloten liggen: God wordt gedankt, geloofd, gebeden. God krijgt de eer en aanbidding die Hem toekomt. Je zou dat zomaar kunnen vergeten, als je zelf aan tobben bent. De tweede reden is het besef van gemeenschap: je bidt nooit alleen, maar altijd samen met héél Israël. Je bidt daarom niet alleen voor jezelf, maar voor heel Gods volk. Evenzo bidden al die ande-

ren ook voor jou. De derde reden is misschien nog het belangrijkste: het jodendom gelooft dat het ochtendgebed een bijbels gebod is. Het staat je daarom niet vrij om je gebed af te laten hangen van of je er zelf behoefte aan hebt en wat je zelf precies wil. God vraagt het van je – daarom doe je het. Het jodendom kent drie vaste gebeden: voor de ochtend, de middag en de avond. De hele dag is zo ingebed in het gebed. De


Israël Bart Wallet De Oogst februari 2015

dag wordt aan God opgedragen in het gebed. Tegelijkertijd wijst het gebed je ook de richting. In het gebed zijn allerlei psalmen en andere bijbelteksten opgenomen die je herinneren aan Gods goede geboden, je wijzen op je naaste en je oproepen Gods eer op het oog te hebben.

Kennis van God en kennis over jezelf gaan zo hand in hand De drie vaste gebeden kennen volgens het jodendom twee achtergronden. De eerste is dat elk van de drie gebeden door een andere patriarch, aartsvader, is ingesteld. Het ochtendgebed is zo door Abraham ingesteld. Dat wordt afgeleid uit Genesis 22:3: ‘Toen stond Abraham ’s morgens vroeg op.’ Waarom stond hij zo vroeg op? Omdat hij eerst nog moest bidden. Op het moment van nood en vertwijfeling bij Abraham, als hij de onverklaarbare opdracht heeft gekregen met zijn zoon Izaäk naar de berg Moria te gaan, begint de aartsvader met het ochtendgebed. Sindsdien is dat voortgezet. Uiteraard – zo zeggen de rabbijnen – is de tekst van het gebed in de loop van de tijd wel gewijzigd. De tweede achtergrond is dat de gebeden worden gehouden op het moment dat in de Tempel het ochtend-, middag- en avondoffer werd gebracht. Het gebed liep daarmee gelijk op met de offers en na het wegvallen van de Tempel in het jaar 70 na Christus nemen deze gebeden zelfs de functie van de offers over. Via het gebed wordt verzoening gevraagd over de zonden van Israël. In het gebed is de Tempel nog aanwezig. Dat blijkt ook uit de inhoud van de gebeden: daarin zitten tal van verwijzingen naar de offers uit de Tempeldienst.

naar de synagoge om het samen met anderen te bidden, maar thuis mag het ook alleen worden gezegd. Het ochtendgebed kent vijf onderdelen. Het eerste zijn de ‘ochtendzegeningen’, waarin God wordt geloofd dat Hij na de nacht ons het leven weer schenkt. Vervolgens wordt een selectie van lezingen uit de Bijbel en de joodse traditie gezegd die gaan over de offers in de Tempel. Zo realiseer je je wat bidden is: offeren voor God.

Zo realiseer je je wat bidden is: offeren voor God Het derde onderdeel wordt Pesoekee de-zimra genoemd, dat zijn de Psalmen 100, 145-150 en diverse gebeden die uit meerdere bijbelteksten zijn samengesteld. Dit onderdeel wordt besloten met het ‘Lied bij de zee’ uit Exodus 15. Het vierde onderdeel (barechoe) zou je het centrale onderdeel van het ochtendgebed kunnen noemen: het hart ervan wordt gevormd door het Sjema, de geloofsbelijdenis in de eenheid van God uit Deuteronomium 6, het staande Amida-gebed waarbij in negentien korte zinnen God wordt geloofd en ten slotte het Tachanoen: smeekgebed. Net zozeer als de lofprijzing van God is ook de boetedoening over onze zonden een vast onderdeel van elk gebed. Het smeekgebed moet gezegd worden met het hoofd rustend op de linkerhand. Zo wordt er gebogen voor God. In de Bijbel valt men altijd met het gezicht op de grond als er een ontmoeting is met God na een zonde. Het slotdeel kent op maandag, donderdag en sjabbat (zaterdag) een lezing uit de Tora volgens het vaststaande rooster en enkele afsluitende gebeden.

Het ochtendgebed

Krant en gebed

Hoe ziet dat ochtendgebed er nu uit? Het is geen gebed dat je snel even kunt afraffelen, of staande aan je ochtendtafel nog snel even zegt. Het vraagt tijd en toewijding. Als het even kan, ga je

Het is duidelijk: de Bijbel zelf levert het grootste gedeelte aan van de inhoud van het ochtendgebed. Vooral de psalmen nemen daarbij een grote plaats in. Opvallend is hoezeer de gebeden voor de dag

en voor het hier en nu ingebed zijn in eerst de lofprijzing op God Zelf en daarnaast de schuldbelijdenis over de eigen zonden. Kennis van God en kennis over jezelf gaan zo hand in hand. De negentiende-eeuwse filosoof Hegel heeft eens gezegd dat in de moderne tijd de ochtendkrant de plaats heeft ingenomen van het ochtendgebed. En inderdaad, vaak verdringt het vluchtige nieuws van onze eigen tijd de diepe grondtonen van Gods tijd. Het joodse ochtendgebed roept iedereen op de juiste keuze te maken: de dag beginnen met God te danken, te loven, te bidden, jezelf klein te maken en je aan Hem toe te vertrouwen. Dan ontvang je de dag werkelijk uit Gods hand. Bart Wallet Historicus, gespecialiseerd in de ­geschiedenis van het jodendom

Het ochtendgebed Geprezen U, Eeuwige onze God, Koning van de wereld, Die mij geen slaaf heeft gemaakt (…) Die mij naar Zijn wil heeft gemaakt. Die blinden ziende maakt, Die naakten kleedt, Die gevangenen vrijmaakt, Die gebukten opricht. Die de aarde over het water heeft uitgespreid, Die voor mij alles maakt wat ik nodig heb. Die de mens richting geeft in zijn gaan. Die Israël uitrust met sterkte. Die Israël met roem bekroont. Die de vermoeide kracht geeft. Die de slaap van mijn ogen verwijdert En de sluimer van mijn oogleden.

(vertaling naar Jitschak Dasberg)

LUISTER- EN KIJKTIP Door op YouTube te zoeken op het woord ‘shacharit’ zijn er allerlei filmpjes te vinden waarin het ochtendgebed wordt gedemonstreerd, vaak met Engelse uitleg, zowel vanuit de orthodoxe, conservatieve als de liberale (reform-)tradities.

29


30

De Oogst februari 2015 Zending Marten Visser

Zending: macht of liefde? Zending is een gevaarlijke bezigheid. Westerse christenen gebruiken hun invloed en hun geld om dingen te veranderen in het buitenland. Is dat geen kolonialisme? Hoe durven we!

Vanuit het perspectief van het uitzendende land is er inderdaad een fors probleem. Want het is niet zeldzaam dat zending koloniale trekjes vertoont. Er worden massabijeenkomsten belegd, al of niet met onrealistische beloften van genezing, met buitenlandse sprekers. ‘Wees’huizen vangen kinderen op die beter bij hun familie zouden kunnen verblijven.

Zending kan koloniale trekjes vertonen Theologen proberen studenten op de bijbelschool de zegeningen van de bijbelkritiek bij te brengen. Jeugdgroepen verven een kerkje, terwijl de plaatselijke schilder die het voor 1% van de kosten had kunnen doen, werkeloos is. Nationale christenen worden in dienst genomen om kerken te planten naar de ideeën van de geldschieter. Een kerkgenootschap begint met een programma voor vrouwengroepen dat door buitenlandse donors bedacht is. Het is goed dat Nederlandse christenen erover nadenken of de mensen en de projecten die zij overwegen te ondersteunen, zulke koloniale trekjes hebben. Kolonialisme verdient geen steun. Maar het is belangrijk om daarmee niet alle zending problematisch te maken. Er is volop niet-koloniale zending die steun verdient. Bovendien is zendingskolonialisme vanuit het perspectief van de nationale kerk slechts een randverschijnsel.

Randverschijnsel Zending die zich koloniaal opstelt, zorgt er zelf voor dat zij randverschijnsel wordt. Er wordt een klein koninkrijkje opgebouwd rond de zendingswerker, maar er is geen impact op de kerk en op de maatschappij. Koloniale zendelingen zijn dan ook een – terechte – reden voor nadenkende christenen in het thuisland om zich op te winden, maar vallen grotendeels buiten het gezichtsveld van de nationale kerk. Om een voorbeeld te geven: in Thailand zijn ongeveer 2500 Thaise predikanten en kerkelijk werkers. Er zijn ongeveer 1250 zendelingen. Als er een lijst gemaakt zou worden van de honderd meest invloedrijkste christenen in Thailand, vermoed ik dat er hooguit vijf zendelingen op zouden komen te staan – en niet één koloniale zendeling. Zendelingen in het algemeen en koloniale zendelingen in het bijzonder hebben gewoon niet zoveel invloed als zij zelf denken en hun thuisland vreest.

Kolonialisme komt voort uit machtsongelijkheid Je zou zelfs kunnen zeggen dat de angst voor kolonialisme kolonialistisch denken verraadt. Zij schrijft namelijk aan witte zendelingen de macht toe om de inboorlingen onder de duim te houden. En die macht hebben ze echt niet. De nationale kerk heeft leiders die weten wat ze willen en hoe ze dat moeten bereiken. Zendelingen kunnen dat ondersteunen, maar het is heel onwaarschijnlijk dat ze daar grote invloed op uitoefenen.

Een andere reden waarom de angst voor de koloniale invloed van de zending niet overdreven moet worden, is dat de grootste kerkgroei vrijwel altijd daar plaatsvindt waar geen zendelingen zijn. De evangelisten en kerkplanters die de grootste vrucht op hun prediking zien, hebben vaak wel de invloed van zendelingen ondergaan, maar zij hebben zich uit hun invloedssfeer losgemaakt. Op die manier raakten ze de buitenlandse ‘geur’ kwijt, waardoor ze veel effectiever onder hun landgenoten kunnen werken. Ook hierdoor krijgt kolonialisme niet de gelegenheid een belangrijke invloed op de nationale kerk uit te oefenen. De eerste reden om je niet lam te laten slaan door de angst voor koloniale zending is dus dat de nationale kerk stevig in haar schoenen staat. Maar er is ook nog een andere reden, en dat is dat zending niet koloniaal hoeft te zijn.

Steunwaardig Kolonialisme komt voort uit machtsongelijkheid. Vroeger ging dat vaak ook over politiek en kennis. Het belangrijkste gebied waar kolonialisme nu nog op de loer blijft liggen, is financiën. Bijna alle voorbeelden aan het begin van dit artikel komen daaruit voort. Op verschillende manieren kan echter voorkomen worden dat zending door de inzet van geld koloniaal wordt. En zulke zending is steunwaardig. Hier volgen een paar vuistregels. Stuur mensen, geen geld. Zending begint met een persoonlijke opdracht: ‘Ga


Zending Marten Visser De Oogst februari 2015

Zending moet altijd persoonlijk blijven.

heen!’ Die kan nooit vervangen worden door ‘maak geld over!’ Zendelingen die geen zak geld bij zich hebben, hebben simpelweg niet de mogelijkeid zich koloniaal op te stellen. Het zijn klungelaars die langzamerhand het respect en vertrouwen van de mensen om hen heen moeten winnen. En omdat God het dwaze van deze wereld heeft uitgekozen om het wijze te beschamen, is dat niet zo’n slecht uitgangspunt. Als je mensen stuurt, vervul dan niet een positie (bijv. in een bijbelschool) waarvoor het instituut zelf niet de financiën heeft om die te vervullen. Als je dat wel doet, gebruik je ­financiën om kenniskolonialisme te plegen. Help niet de kerk overzee, maar de niet-kerk. Dat wil zeggen: richt je niet vooral op het ontwikkelen van de nationale kerk, maar richt je vooral op de verkondiging van het Evangelie aan degenen die Jezus nog niet kennen. Hoe goed je bedoe-

lingen ook zijn, je financiën maken een partnerkerk al gauw afhankelijk van je. Als je het Evangelie brengt, gemeenten sticht, en die gemeenten dan zo snel mogelijk onder nationale leiding in nationale kerkgenootschappen laat functioneren, voorkom je dat. Laat de zending een zekere mate van onafhankelijkheid houden ten opzichte van de nationale kerk. Dat geeft ook de nationale kerk maximale vrijheid zich te ontwikkelen zonder een bepaalde kant op gestuurd te worden door geldstromen vanuit de zending.

Persoonlijk Het gevaar van kolonialisme in de zending is reëel. Maar we moeten niet vergeten dat de zending een geweldige kracht ten goede is. Door de zending is het Evangelie verbreid over de wereld en via de zending hebben ontelbare mensen eeuwig leven ontvangen. Recent onderzoek heeft laten zien dat de protestantse zending ook

de grootste motor geweest is voor de verbreiding van vrijheid en democratie in de wereld. Praten over gevaren die er kleven aan ­zending, is dus een beetje als praten over het gevaar van water. Het is geen onzin, maar zending (of water) afschaffen is een rampzalig alternatief.

De grootste kerkgroei vindt vrijwel altijd plaats waar geen zendelingen zijn Liefde uit zich in persoonlijke relaties. Gods liefde kan dus ook niet aan deze wereld gecommuniceerd worden buiten persoonlijke relaties om. Daarom moet zending altijd persoonlijk blijven: mensen zonder machtspositie geven Gods liefde door. Daar zit het leven in. Dat overwint uiteindelijk elk kolonialisme. Marten Visser Kerkplanter in Thailand, zie ook www.vissers.me.

31


32

De Oogst februari 2015 Samenleving Jaap Spaans

De mens als cyborg Al 25 jaar wordt er in De Oogst regelmatig gepubliceerd over de invloed van computertechnologie op individu en samenleving. We belichtten onderwerpen als chiptechnologie, biometrische identificatie, robotica en gebruik van sociale media, en benoemden zowel de voordelen als de nadelen. Nu komt er een nieuwe opzienbarende ontwikkeling snel op ons af: cyborg. Ofwel de versmelting van technologie en lichaam.

Rond 1935 werd de leugendetector (polygraaf) ontwikkeld, bedoeld voor waarheidsvinding. Op basis van gestelde vragen registreert het apparaat door middel van elektroden lichamelijke reacties, zoals bloeddruk, hartslag, ademhaling, huid- en spierspanning en zweetproductie. Leugendetectors kunnen bijvoorbeeld worden ingezet om te toetsen of vragen over achtergronden en integriteit naar waarheid worden beantwoord. In de Verenigde Staten wordt de technologie intensief gebruikt en bij de rechtspraak wordt waarde gehecht aan de testresultaten. Naast voorstanders zijn er deskundigen die vraagtekens plaatsen bij de betrouwbaarheid van de leugendetector. Er zijn technieken om de meetresultaten te beïnvloeden. Ook de lichamelijke toestand van degene die wordt getest kan van invloed zijn. Hoewel minder gebruikt dan in de VS, winnen leugendetectietests ook in Europa aan populariteit. Het uitgangspunt dat emoties lichamelijke reacties oproepen, wordt ook steeds vaker gebruikt bij andere technologische toepassingen. De gezondheidszorg loopt voorop bij diagnostiek, behandeling en preventie. Andere maatschappelijke sectoren, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid en rechtshandhaving, zullen snel volgen.

Van mens tot cyborg Ons hart is een goed voorbeeld om te illustreren dat er bij mensen

een verband kan zijn tussen het stressmechanisme en hart- en vaatziekten. De Hartstichting publiceerde er begin 2014 een uitgebreide en goed onderbouwde studie over: ‘Stress en hart- en vaatziekten. Verbanden in kaart gebracht’. Daarin beschrijven gerenommeerde medici en andere wetenschappers de invloed van stress, angst en depressie op hart en bloedvaten en andere lichaamsfuncties. Zij wijzen bijvoorbeeld op de langdurige fysiologische reacties op angst en chronisch piekeren, waaraan steeds meer mensen in onze complexe samenleving lijden. Tevens benadrukken zij het belang van spanningsregulatie, zoals omgaan met piekstress. Omdat hartonderzoeken vaak momentopnames zijn in een medische omgeving, worden nieuwe methodes gebruikt om metingen te verrichten over langere periodes bij voorkeur in de leef- en werkomgeving, waar stress het meest toeslaat. De meetresultaten worden geregistreerd en kunnen worden doorgezonden voor nadere analyse en diagnostiek. Meetapparatuur wordt steeds handzamer en gebruiksvriendelijker.

De slag om ons lichaam Ik haalde als voorbeeld bewust het hartonderzoek aan, omdat het verband tussen krachtige emoties en lichamelijke reacties niet alleen wetenschappelijk is aangetoond, maar ook wordt beschreven in de Bijbel. In Psalm 38 lezen we

over een moeizame periode in het leven van koning David: ‘Ik ben uitgeput, volslagen verbrijzeld. Ik brul het uit vanwege het bonzen van mijn hart’ (vs. 9). Ook uit de beschrijving van de geestelijke strijd die onze Heiland voerde in Getsemané, kunnen we opmaken dat angst heftige lichamelijke reacties kan oproepen (Luc. 22:44). De relatie tussen lichaam en technologie bestaat al geruime tijd. Door de introductie van pacemakers en interne defibrillatoren (ICD) zijn mensenlevens gered of is de kwaliteit van leven verbeterd. Dat geldt ook voor andere medische specialismen, zoals de revalidatiegeneeskunde. Door de ontwikkeling van chip- en nanotechnologie zal er de komende jaren steeds meer aandacht komen voor zorg op afstand (telezorg en

Intieme technologie De publicatie ‘Intieme technologie, de slag om ons lichaam’ is te downloaden via de website van het Rathenau Instituut: www.rathenau.nl/uploads/tx_tferathenau/ Intieme_Technologie_-_de_slag_om_ ons_lichaam_en_gedrag.pdf. In deze publicatie van het Amsterdam Medisch Centrum is meer te lezen over diepe hersenstimulatie als behandelmethode voor bewegingsstoornissen: www.amc.nl/ web/Zorg/Patient/Afspraak-op-de-polikliniek/Polikliniek-Neurochirurgie/Patienteninformatie/Diepe-hersenstimulatie-bijbewegingsstoornissen.htm.


Samenleving Jaap Spaans De Oogst februari 2015

Leugendetectors worden in de VS intensief gebruikt en winnen in Europa aan populariteit.

telemonitoring), een niet meer te stoppen ontwikkeling. Het Rathenau Instituut (www. rathenau.nl) is een organisatie die ontwikkelingen in wetenschap en technologie onderzoekt en de overheid adviseert. In een fascinerende publicatie uit 2014 ‘Intieme technologie. De slag om ons lichaam en gedrag’, worden de praktische en ethische gevolgen beschreven van deze ontwikkeling. Hoofdstuk 3 ‘De mens als machine’ zal velen aan het denken zetten. Ik heb nog nooit een christen ontmoet die principiële bezwaren had tegen implantatie van een levensreddende pacemaker.

Meer zorg op afstand is niet te stoppen Bezinning op de huidige ontwikkeling is echter gewenst, want de versmelting van mens en technologie zal ook ingrijpende ethische gevolgen hebben. De voordelen zijn vele, zoals een betere begeleiding van chronisch zieken, kortere ziekenhuisopnames, hogere levensverwachting en verbetering van de efficiency. Er zijn echter ook zwaarwegende nadelen, zoals misbruik van persoonsgegevens, de hoge kosten van systemen en ethische dilemma’s zoals selectiecriteria en de vraag waar de grenzen liggen van maakbaarheid. Diepe hersenstimulatie is

zo’n onderwerp dat vragen zal oproepen. Door middel van een elektrische stimulator (een soort pacemaker) worden gebieden in de hersenen gestimuleerd. Ernstige hersenaandoeningen en bewegingsstoornissen kunnen daarmee worden behandeld. Het mag duidelijk zijn dat het hier om ingrijpende afwegingen en beslissingen gaat.

De ervaring leert dat dergelijke systemen niet voor honderd procent te beveiligen zijn tegen intern misbruik (lekken) of cybercriminaliteit. Ervaringen van de afgelopen jaren voorspellen weinig goeds.

Zorg in beweging

De revolutie bij de medische technologie kan voor velen positieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van leven en de levensverwachting. Als marktwerking echter te dominant wordt in de zorg, kan dat ook een spanningsveld opleveren. In toenemende mate zullen beslissingen over kostbare behandelmethodes worden bepaald op grond van selectiecriteria, bijvoorbeeld leeftijd, persoonlijke situatie of financiële draagkracht. Die discussie bestaat al, maar zal intensiveren. Computersystemen zullen in staat zijn automatisch diagnoses te stellen, waardoor de verhouding tussen arts en patiënt ingrijpend kan veranderen. Steeds vaker klinkt de roep om over deze gevoelige onderwerpen een maatschappelijk debat te houden. Dat lijkt mij zinnig en zeer gewenst.

We leven in een tijd van grote veranderingen in de gezondheidszorg. Door de financiële crisis en factoren als marktwerking en vergrijzing neemt de druk op het solidariteitsbeginsel toe. Innovatie op het gebied van medische technologie zal onvermijdelijk leiden tot druk op de zorgbudgetten. Het zijn vaak kostbare ingrepen en behandelingen. Gebruik van moderne meetapparatuur zal de intensiteit van de informatieverwerking stimuleren. Al die informatie wordt opgeslagen in medische dossiers van zorgverleners, apothekers, overheden en uitvoeringsorganisaties. Optimale beschikbaarheid van informatie kan in noodsituaties levens redden, maar levert ook een veiligheidsrisico op. Het gaat hier om medische informatie die in wetgeving als ‘bijzonder’ of ‘gevoelig’ wordt aangemerkt en waaraan bij verwerking extra veiligheidseisen worden gesteld.

Waar liggen de grenzen liggen van maakbaarheid?

Jaap Spaans Schrijver en publicist, zie ook www.jaapspaans.net.

33


34

De Oogst februari 2015 Boek Pieter de Boer

Verrassende inleiding op Bijbelboeken Theoloog Maarten Hertoghs heeft een reeks Bijbelstudies die hij in zijn gemeente hield verwerkt in een tweetal boeken. Over alle Bijbelboeken schreef hij een korte inleiding, waarin hij de belangrijkste onderwerpen behandelt. De periode waarin een Bijbelboek is geschreven, wie de auteur is en de doelgroep komen aan de orde. De tekst bevat verhelderende schema’s en tabellen, zoals de opstelling van de stammen rond de tabernakel zoals beschreven in Numeri 1. Hierdoor is in één oogopslag duidelijk dat de priesters en Levieten midden tussen de andere stammen woonden, direct naast de tabernakel. Een ander voorbeeld is de tabel met het verschil in volgorde van de oudtestamentische Bijbelboeken ten opzichte van de Tenach. Ook verrassend is de tabel waarin de

Romeinenbrief qua onderwerpen naast de Galatenbrief wordt gezet, waarin opvallende overeenkomsten naar voren komen. De insteek van de auteur is een verademing. Hij vermeldt zoveel mogelijk bijbelgetrouwe gegevens en de laat de Bijbelkritiek voor zover mogelijk buiten beschouwing. Anderzijds geeft hij wel eerlijk aan welke passages nog niet opgehelderd zijn. Deze inleidende boeken zijn vooral geschikt als een praktische verdieping van de Bijbel, zonder alle mogelijke discussies te behandelen die er door theologen over worden gevoerd. Het geheel, bij elkaar maar liefst 442 pagina’s, is prettig leesbaar. Kortom, een goed en handig middel om de hele Bijbel beter te leren kennen.

Titel

Inleiding op de boeken van het Oude Testament & Inleiding op de boeken van het Nieuwe Testament Omvang 260 & 182 pagina’s Prijs € 16,95 & € 14,95 Uitgever Maatkamp, Zelhem, 2014 ISBN 978 94 91706196 & 978 94 91706219

Pieter de Boer

Ja, ik wil een abonnement op De Oogst! Ik neem een jaarabonnement (22,50 euro per jaar) en kies voor welkomstgeschenk nummer : Ik geef een jaarabonnement cadeau (eenmalig 22,50 euro). Ik neem een gratis proefabonnement van drie maanden. Ik geef iemand een exemplaar van De Oogst cadeau. Mijn gegevens: M/V

Maarten Hertoghs e.a.

Welkomstcadeaus bij een jaarabonnement 1. Gratis wandeling met De Wandelende Tak, www.ontmoetamsteranders.nl 2. Dat jij nog leeft! Het levensverhaal van Rooie Bram, internaatsjongen, drugsdealer en hulpverlener. 3. Eva. Het verhaal een ex-prostituee en haar nieuwe leven samen met God. 4. Tijdloze bureaukalender in de lijn van FEM! (Ark Media). Met mooie uitspraken van vrouwen, inspirerende oneliners, zegenbeden en quotes.

Naam

1

Straat Postcode

Plaats

Telefoon

2

Geb.datum

3 4

E-mail

IBAN-rekeningnummer Datum

Handtekening

Ik ontvang graag de e-mailnieuwsbrief van: Tot Heil des Volks De Wandelende Tak Scharlaken Koord De Sikkenberg Shelter Youth Hostel Ministry

Opgeven kan ook via www.deoogst.nl Deze bon kunt u gratis (zonder postzegel) opsturen naar: Waypoint Urk

Ik geef een cadeau-abonnement of een gratis exemplaar aan: M/V

Naam

Telefoon

Abonneren sept 2014.indd 1

Tot Heil des Volks Antwoordnummer 9389 1000 XH AMSTERDAM Aan het einde van het abonnementsjaar wordt uw abonnement automatisch verlengd, tenzij u een maand van tevoren het abonnement opzegt. Cadeauen proefabonnementen worden niet automatisch verlengd. Door ondertekening van dit formulier geeft u toestemming aan Stichting Tot Heil des Volks (incassant-ID NL97ZZZ405302330000) om een eenmalige of doorlopende incasso-opdracht van het abonnementsgeld naar uw bank te sturen en aan uw bank om deze afschrijving comform de opdracht van Tot Heil des Volks uit te voeren.

Straat Postcode

Waypoint Kampen

Plaats E-mail

Tot Heil des Volks incasseert in de laatste week van elke maand. Als u het niet eens bent met deze afschrijving, kunt u deze binnen 8 weken eenvoudig laten terugboeken door contact op te nemen met uw bank.

04-08-14 11:35


Tot Heil des Volks De Oogst februari 2015

dank voor uw steun

tot heil des volks

Hoofdkantoor

Evangelisatie, hulpverlening en profetisch geluid O.Z. Voorburgwal 241, 1012 EZ Amsterdam 020 344 6310 020 420 2394 info@totheildesvolks.nl www.totheildesvolks.nl facebook.com/totheildesvolks twitter.com/thdvamsterdam Bereikbaar: ma.-do. 9.00-16.30 uur (behalve de lunch); vr. 9.00-12.30 uur.

De Shelter

Youth Hostel Ministry 020 422 6670 info@youthhostelministry.org www.youthhostelministry.org facebook.com/shelteryouth.hostelministry Shelters twitter.com/shelterams The Shelter City Barndesteeg 21, 1012 BV Amsterdam 020 625 3230 020 623 2282 city@shelter.nl www.shelter.nl The Shelter Jordan Bloemstraat 179, 1016 LA Amsterdam 020 624 4717 020 627 6137 jordan@shelter.nl www.shelter.nl

Scharlaken Koord

Straatwerk, preventie en hulp­verlening rond prostitutie Barndesteeg 25, 1012 BV Amsterdam 020 622 6897 020 330 2224 info@scharlakenkoord.nl www.scharlakenkoord.nl twitter.com/bewareloverboys Preventiewerk 020 626 0845 info@bewareofloverboys.nl www.preventiescharlakenkoord.nl Second Step Tweedehandskleding en accessoires Willemsstraat 39, 1015 HW Amsterdam 020 622 6897 secondstep@thdv.nl www.secondstepshop.nl

CHAP

0527 690 073 info@waypoint-urk.nl www.waypoint-urk.nl twitter.com/waypointurk Kringloop Waypoint Vliestroom 21, 8321 EG Urk 0527 239 924 kringloop@waypoint-urk.nl www.kringloopwaypoint.nl facebook.com/kringloopwaypoint

Waypoint Kampen

Verslavingszorg en preventie Boven Nieuwstraat 105-1, 8261 HC Kampen 038 331 6660 info@waypoint-kampen.nl www.waypoint-kampen.nl facebook.com/waypointkampen twitter.com/waypoint_kampen twitter.com/thecapekampen Winkel Waypoint Kampen Tweedehandskleding en accessoires Oudestraat 136, Kampen info@waypoint-kampen.nl www.waypoint-kampen.nl

De Sikkenberg

Christelijk recreatiepark Sikkenbergweg 7, 9591 TD Onstwedde 0599 661 144 info@sikkenberg.nl www.sikkenberg.nl facebook.com/sikkenberg twitter.com/sikkenberg

AHA

Dagopvang voor dak- en thuislozen O.Z. Voorburgwal 125, 1012 EP Amsterdam 020 627 4422 info@aha-dagopvang.nl www.aha-dagopvang.nl

De Bewaarschool

Buurtgericht kinderwerk O.Z. Voorburgwal 241, 1012 EZ Amsterdam 020 344 6310 info@debewaarschool.nl www.debewaarschool.nl

De Wandelende Tak

Christelijke hulpverlening bij seksverslaving Goudsbloemstraat 38, 1015 JR Amsterdam 020 420 9203 info@chap-nederland.nl www.chap-nederland.nl www.ben-ik-seksverslaafd.nl

Stadswandelingen en fietstochten in (de regio) Amsterdam O.Z. Voorburgwal 241, 1012 EZ Amsterdam 020 344 6310 info@ontmoetamsterdamanders.nl www.ontmoetamsterdamanders.nl facebook.com/ontmoetamsterdamanders twitter.com/gidsmatthijs

Different

Habakuk.nu

Christelijke hulpverlening rond ­seksuele identiteit en relaties Goudsbloemstraat 38, 1015 JR Amsterdam 020 625 6797 info@different.nl www.different.nl

Een helder christelijk geluid 020 344 6310 info@habakuk.nu www.habakuk.nu twitter.com/habakuknu

Waypoint Urk

Verslavingzorg en preventie De Noord 8, 8321 BA Urk

U vindt ons op sociale media

Onder dank ontvingen wij in december 2014 de volgende giften: Algemeen 128.929,29 AHA 6.692,42 CHAP 1.181,50 Different 6.150,54 Habakuk 145,00 Jan de Liefde Instituut 25,00 Kerstviering 375,00 Kinderwerk De Bewaarschool 1.340,00 De Oogst 309,29 Scharlaken Koord Amsterdam 24.946,84 Scharlaken Koord Nederland 1.048,25 Scharlaken Koord Kledingatelier 122,00 The Shelter City 40,00 Wandelende Tak 41,50 Waypoint Kampen 5.974,80 Waypoint Twenterand 20,00 Waypoint Urk 27.833,35 Youth Hostel Ministry 1.305,00  ---------Totaal € 206.479,78  ----------

testament en giften Testament Wilt u onze stichting testamentair gedenken? De tenaamstelling dient te luiden: Stichting Tot Heil des Volks te Amsterdam. De stichting bezit rechtsgeldigheid en is ingeschreven in het stichtingenregister bij de Kamer van Koophandel, dossiernummer 40530233. Giften Stichting Tot Heil des Volks Bankrekening 104944 IBAN code: NL34INGB0000104944 De stichting beschikt over een ANBI-verklaring. Giften en abonnementsbetalingen b ­ uiten Europa ABN-Amro te Amsterdam: 4667.85.992 t.n.v.: Stichting Tot Heil des Volks, Amsterdam IBAN code: NL38ABNA0466785992 BIC code: ABNANL2A (Beide codes vermelden)

Mochten er in deze publicatie afbeeldingen staan waaraan rechten kunnen ­worden ontleend, dan verzoeken we u contact op te nemen met de uitgever.

35


De Oogst februari 2015 Boek uitgelicht

AHA | project van Tot Heil des Volks

De Wandelende Tak | project van Tot Heil des Volks

Dagopvang voor dak- en thuislozen

Wandelt of fietst u ook een keer mee?

Veel mensen in onze samenleving missen de warmte van een ‘thuis’. Ze voelen zich eenzaam en buitengesloten. Bij AHA bieden we hun een huiskamer, een plek om tot zichzelf te komen en een mogelijkheid om het Evangelie van Jezus Christus te horen.

We hebben een ruim aanbod aan wandelingen en fietstochten waar u zich direct voor in kunt schrijven via onze website. Voor groepen vanaf 8 personen kunt u een wandeling aanvragen die speciaal voor u op maat is gemaakt.

Help mee!

Ingeplande wandelingen

Bid voor alle bezoekers Geef een gift Nodig ons uit voor een presentatie Word vrijwilliger

18 februari - Amsterdam in WOII 21 februari - Grachtenwandeling 24 februari - Amsterdam in WOII 12 maart - Jordaanwandeling

Bij een groep vanaf 8 personen mag u als organisator gratis mee!

AHA

De Wandelende Tak

Dagopvang voor dak- en thuislozen

Ontmoet Amsterdam anders!

Oudezijds Voorburgwal 125, A’dam info@aha-dagopvang.nl ww.aha-dagopvang.nl

telefoonnummer: (020) 344 63 10 info@ontmoetamsterdamanders.nl www.ontmoetamsterdamanders.nl

Scharlaken Koord | project van Tot Heil des Volks

De Sikkenberg | project van Tot Heil des Volks

Gezocht: maatjes (v) Scharlaken Koord heeft haar werkterrein in de regio’s Amsterdam en Haarlem en houdt zich onder andere bezig met maatschappelijk werk en straatwerk voor vrouwen die werken in de prostitutie. Voor deze vrouwen zijn wij op zoek naar maatjes.

Kijk voor de vacature op www.totheildesvolks.nl/vrijwilligers reageren kan tot 1 maart 2015

gastsprekers 2015 Meivakantie David en Angela Sies Matthijs en Annedien Hoogenboom Zomer Bert en Christa Noteboom Kees en Ans van Velzen Henk en Elly Blankespoor Jacques en Annette Brunt Bastin en Colinde Romijn Peter en Madeleine Hazenoot Matthijs Langeraar

Scharlaken Koord Straatwerk, preventie en hulpverlening rond prostitutie

christelijk recreatiepark

telefoonnummer: (020) 622 68 97 info@scharlakenkoord.nl www.scharlakenkoord.nl

Sikkenbergweg 7, Onstwedde info@sikkenberg.nl www.sikkenberg.nl

De Sikkenberg

Profile for THDV

De Oogst februari 2015  

De Oogst februari 2015  

Profile for thdv
Advertisement