Issuu on Google+

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit voor de Waal Van Spijk tot Woudrichem inclusief de Bovenrijn LET OP, dit document heeft een schermresolutie. (Kaarten zijn derhalve niet altijd scherp leesbaar)


Begeleidingsgroep opdrachtgever: Hans Takke projectleider (Gelderland), Jan de Haan (Gelderland), Jan Willem van der Vegte (Gelderland) Carola Berkelaar (Utrecht), Regina Collignon(Ministerie van Verkeer en Waterstaat-Programmadirectie Ruimte voor de Rivier), Hermine der Nederlanden (Ministerie van Verkeer en Waterstaat-Programmadirectie Ruimte voor de Rivier) en Douwe Jan Harms (Ministerie van VROM).

Kerngroep opdrachtnemer: Jan Maurits van Linge - projectleider en Frank Stroeken - eindredactie (Terra Incognita), Alphons van Winden en Gerard Litjens (Stroming), Peter Abels (SAB) en John Mulder (Alterra).


Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit voor de Waal Van Spijk tot Woudrichem inclusief de Bovenrijn September 2009

In opdracht van: • Provincie Gelderland • Ministerie van Verkeer en Waterstaat (Programmadirectie Ruimte voor de Rivier) • Ministerie van VROM Uitgevoerd door: • Terra Incognita stedenbouw en landschapsarchitectuur, Bureau Stroming, SAB en Alterra


Voorwoord

I

In de komende decennia doen zich in het rivierenlandschap grote veranderingen

Voor het ontwikkelen van de ruimtelijke kwaliteit vind ik de creativiteit

voor. Naar aanleiding van de hoogwaters in 1993 en 1995 is de PKB Ruimte voor de

en samenwerking op lokaal niveau belangrijk.Voor hoogwaterveiligheid,

Rivier verschenen. In deze PKB zijn maatregelen benoemd om delen van Nederland

natuurontwikkeling, bedrijvigheid, bereikbaarheid, cultuurhistorie en recreatie zijn

te beschermen tegen hoogwater. Deze ruimtelijke ontwikkelingen vragen om een

integrale oplossingen nodig. Ruimtelijke kwaliteit is voor mij de gemeenschappelijke

strategie die bevordert dat ook de kwaliteit van het landschap op peil blijft. Zo kan

paraplu waaronder al deze aspecten tot elkaar worden afgewogen. De Handreikingen

ook voor toekomstige generaties een waardevol landschap gecreëerd worden. Ik heb

helpen daarbij.

het dan over ruimtelijke kwaliteit. Ik wens u veel inspiratie toe.

Maar wat is ruimtelijke kwaliteit, welke aspecten spelen een rol, waar moet op gelet

worden en wanneer wordt aan het diffuse begrip ruimtelijke kwaliteit voldaan? Deze en vele andere vragen leven bij mensen die invulling aan ruimtelijke kwaliteit willen geven. Om een antwoord te kunnen geven op deze vragen heb ik samen met de ministeries van VROM en Verkeer en Waterstaat (Programmadirectie Ruimte voor de Rivier) en de provincie Utrecht het initiatief genomen voor het opstellen van twee Handreikingen, één voor de Waal en één voor de Rijn. Beide documenten bieden aan initiatiefnemers en andere betrokkenen bij PKB-maatregelen een belangrijke bron van informatie en inspiratie om invulling te geven aan het begrip ruimtelijke kwaliteit. Maar ook

Harry Keereweer,

voor andere projecten in het rivierenlandschap zijn de Handreikingen waardevolle documenten. Deze Handreikingen zijn zo een hulpmiddel voor discussie over de voorstellen tot inrichting van het rivierenlandschap.

4

Gedeputeerde landelijk gebied en water provincie Gelderland.


D

De grote rivieren vormen de levensader van de Lage Landen. De dynamiek van

tot een drastische heroverweging van het tot dan gevoerde beleid. Men kwam tot

de Rijn, de Maas en de Schelde heeft dit deel van Europa gevormd tot wat nu is.

nieuwe conclusies: de rivieren moesten meer ruimte krijgen.

Stedelijke netwerken oriënteerden zich op de rivier – denk aan de Hanzesteden – voor andere delen van het rivierengebied zorgde het riviersysteem voor een

Met deze trendbreuk of paradigma-verschuiving vindt Nederland zich opnieuw uit.

splendid isolation. Zo was tot ver in de twintigste eeuw het komgebied van het

De verandering in denken betreft niet alleen de waterveiligheid, maar brengt ook

Land van Maas en Waal een perifeer gelegen moerasgebied.

het rivierengebied als landschap sterk in beeld. De creatie van meer ruimte voor

De afgelopen eeuwen stonden in het teken van het beteugelen van de rivieren. Rond 1450 was er een eerste min of meer gesloten stelsel rivierdijken. Van de 16e tot het midden van de 19e eeuw werd de rivier steeds verder gereguleerd.

de rivier wordt actief ingezet als aanjager van gebiedsontwikkeling. Het programma Ruimte voor de Rivier kent dan ook een stevige ambitie met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit.

Niet alleen om de vrije afvoer van water, ijs en sediment te verbeteren maar

Om de ruimtelijke kwaliteit te doorgronden zijn drie Handreikingen opgesteld:

ook om de rivier te dwingen zijn bed zo diep uit te eroderen dat scheepvaart

voor de IJssel, voor de Waal en voor de Neder-Rijn en Lek. De Handreikingen

mogelijk was. Onder de noemer normalisatie werd in de 19 en 20 eeuw

zijn plandocumenten die het gat tussen de PKB en de afzonderlijke projecten

het zomer- en winterbed steeds meer keurslijf gedwongen. Het bedwingen

proberen te vullen. Met drie verschillende Handreikingen wordt recht gedaan

van de voorheen woeste rivieren is een prestatie van formaat. Een prestatie

aan de ruimtelijke verscheidenheid van de desbetreffende riviertakken. In deze

waaraan Nederland mede zijn grote waterstaatsreputatie dankt. Al deze

Handreiking wordt de culturele en natuurlijke rijkdom van de Waal ontsloten. Ze

regulering- en normalisatierondes werden begeleid door partiële of integrale

zijn een ruggesteun voor de liefdevolle omgang met de huidige en toekomstige

rivierdijkversterkingen.

veranderingen in het Rivierengebied.

Nederland leek daarmee klaar voor wat betreft de rivierwaterveiligheid.

Dirk Sijmons

e

e

Lang waanden we ons veilig achter de hoge en stevige dijken. Tot de bijnaoverstromingen in 1993 en in 1995. De hoge waterstanden van die jaren leidden

Voorzitter van het Q-team, Kwaliteitsteam Ruimte voor de Rivier

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

5


6

Hoofdstuk 1: Inleiding

9

1.1. Doel van de Handreiking 1.2. Proces van totstandkoming 1.3. Definities 1.4. Leeswijzer 1.5. Planologische context bij het maken van de Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit 1.6 Invalshoeken voor verschillende lezers

10 10 11 11 14 14

Hoofdstuk 2. Introductie op De Waal

17

2.1 2.2 2.3 2.4

17 19 20 21

De Waal, de grootste onder de grote rivieren De Waal van oost naar west Dwarsprofiel van de Waal Het gelaagde landschap van de Waal

Hoofdstuk 3. Het verhaal van de Waal

23

1.1 1.2 3.3 3.4 3.5

24 24 27 31 36

Het driestromenland De natuurkrachten: ijs water, zand en klei De eerste bewoners in het rivierenlandschap De bedijkte Waal De Waal (bijna) beteugeld

Hoofdstuk 4. Karakteristieken en kernkwaliteiten Overzicht van kernkwaliteiten

41

4.1 4.2 4.3 4.4

Karakteristieken natuurlandschap: de Wilde Waal Karakteristieken cultuurlandschap: de Getemde Waal Karakteristieken dynamische netwerken: de Nijvere Waal Karakteristieken ruimtelijke beleving: de Weidse Waal

44 56 68 76

Kernkwaliteiten Gelderse Poort Kernkwaliteiten Middenwaal Kernkwaliteiten Benedenwaal

83 85 87

42


Inhoudsopgave Hoofdstuk 5 Ontwerpprincipes

89

Overzicht van ontwerpprincipes

90

Bijlage:

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

92 98

Kernkwaliteitenkaart van de Waal Beleid en ontwikkelingen 1 Beleidsthema’s 2 Ontwikkelingen

128 130 130 132

Literatuurlijst Deelnemers workshop Colofon

136 138 139

Versterk samenhang en eenheid van de rivier Versterk de natuurlijke dynamiek en maak haar zichtbaar Houd afwisseling in het rivierlandschap en eenheid van landschapstypen Ontwikkel economische riviergebonden activiteit met kwaliteit Maak de Waalse weidsheid beleefbaar

Hoofdstuk 6 Synthese

104 112 118

125

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

7


8


Hoofdstuk 1

D

Inleiding De ministeries van VROM en Verkeer en Waterstaat (Programmadirectie Ruimte voor de Rivier) en de provincie Gelderland hebben besloten een Handreiking op te stellen voor de Ruimtelijke Kwaliteit van de Waal. De aanleiding daarvoor is de Planologische Kernbeslissing Ruimte voor de Rivier. Er wordt inhoud gegeven aan de tweede doelstelling van Ruimte voor de Rivier, namelijk het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het rivierenlandschap. De eerste doelstelling luidt het verruimen van de afvoercapaciteit. De PKB heeft aandacht gevraagd voor de borging van ruimtelijke kwaliteit in de ontwerp- en uitvoeringsfase van rivierprojecten. De Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit gaat hier op in. Het landschapsarchitectenbureau Terra Incognita heeft deze studie uitgevoerd samen met haar partners Stroming, SAB en Alterra.

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

9


1.1 Doel van de Handreiking Het doel van de Handreiking is om ruimtelijke kwaliteit nadrukkelijk op de agenda te zetten van alle projecten en initiatieven aan en rond de Waal. De Handreiking geeft aan hoe de unieke kwaliteiten van de Waal behouden en versterkt kunnen worden en geeft sturing aan het ruimtelijke ontwerpen aan de rivier. De Handreiking wil ook inspiratie bieden voor initiatiefnemers die met ruimtelijke kwaliteit aan de slag gaan. Anderzijds biedt de Handreiking een kader om initiatieven te toetsen op hun bijdrage aan ruimtelijke kwaliteit. De initiatiefnemers lezen in de Handreiking waaraan initiatieven getoetst kunnen worden. Met het opstellen van de Handreiking wordt er naar gestreefd het begrip ruimtelijke kwaliteit zo veel mogelijk in objectieve termen aan te duiden. De Handreiking is bedoeld voor projecten in het kader van programma’s als WaalWeelde, Natura 2000 en Ruimte voor de Rivier. De Handreiking is echter ook nadrukkelijk gericht op andere projecten, zoals in het kader van recreatie, vernieuwing van rivierfronten of ontgrondingen. In de toekomst moet het vanzelfsprekend worden de Handreiking bij de start van een initiatief aan of rond de Waal te raadplegen. De Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit voor de Waal (Bovenrijn en Waal) is ontstaan in wisselwerking met de Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit voor de Rijn (Pannerdensch kanaal, Neder-Rijn en Lek) die gelijktijdig is ontwikkeld. Bij samenstelling van deze Handreiking is dankbaar gebruik gemaakt van de Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit voor de IJssel uit 2007 die als pilot voor deze Handreiking heeft gediend. Het studiegebied Het studiegebied van de Handreiking voor de Waal strekt zich uit vanaf Lobith waar de Bovenrijn Nederland binnen komt tot Woudrichem waar de Waal overgaat in de Merwede. De Bovenrijn is tot het studiegebied van de Waal gerekend omdat zij in verschijningsvorm, karakter en gebruik aansluit bij de Waal. Waar in de Handreiking algemeen geschreven wordt over de Waal, maakt de Bovenrijn daar onlosmakelijk onderdeel vanuit.

• Workshop met veertig betrokkenen in de Verdraagzaamheid in Zaltbommel

10


1.2 Proces van totstandkoming

1.3 Definities

De Handreiking is opgesteld in een samenwerking met toekomstige gebruikers, zowel toetsers als initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen. Deze interactie moet ertoe leiden dat de Handreiking in de praktijk werkbaar blijkt te zijn. Het proces om te komen tot de Handreiking is opgeknipt in drie stappen: • In de eerste stap zijn de kernkwaliteiten van de Waal scherp gesteld. Dit gebeurde mede op basis van analyses in een workshop met betrokkenen op 25 november 2008 in Zaltbommel. Ook is in deze workshop aandacht besteed aan de ambities voor de Waal waar de Handreiking op moet ingaan. De resultaten van deze stap zijn indertijd gebundeld in een werkdocument. • Vervolgens zijn ontwerpprincipes ontwikkeld. In deze stap is op 10 februari een tweede workshop georganiseerd, wederom in Zaltbommel. Op beide workshops was een breed gezelschap van circa veertig mensen aanwezig die uiterst vruchtbare bijdragen hebben geleverd aan de Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit. Na het opstellen van de ontwerpprincipes werd met de leden van het begeleidingsteam een werksessie gehouden waarin aan de hand van enkele actuele projecten de bruikbaarheid van de ontwerpprincipes werd getoetst. • Tot slot is in een derde stap de Handreiking besproken in diverse bestuurlijke gremia. Hiermee krijgt de Handreiking een bestuurlijk draagvlak.

Voor een goed en eenduidig begrip van de in de Handreiking gebruikte termen zijn definities opgesteld. Gedurende het proces bleek dit noodzakelijk omdat een algemeen wetenschappelijk kader hiervoor ontbreekt. In de Handreiking wordt onderscheid gemaakt tussen karakteristieken en kernkwaliteiten om de essentie van het landschap van de rivier te bepalen. Hierbij worden de volgende definities van de beide begrippen gehanteerd (gebaseerd op de Leidraad Rivieren Technisch Rapport Ruimtelijke kwaliteit, Rijkswaterstaat juli 2007 en de Van Dale, 1992):

Gedurende het proces is er overleg gevoerd met het Kwaliteitsteam van Rijkswaterstaat, Ruimte voor de Rivier (het zogenaamde Q-team). Daarnaast is overlegd met het Bestuurlijk Overleg Bovenrivieren (BOB). De voortgang van het project is regulier besproken met het begeleidingsteam waarin de opdrachtgevers zitting hadden (de Provincies Gelderland en Utrecht, Rijkswaterstaat (PDR) en het Ministerie van VROM).

• Ruimtelijke Kwaliteit: Overkoepelend begrip, opgebouwd uit drie bouwstenen:

gebruikskwaliteit + belevingskwaliteit + toekomstkwaliteit. Deze drie basis begrippen gelden voor alle schaalniveaus. Karakteristieken: Die aspecten van het (rivieren)landschap die haar onderscheiden van andere landschappen en rivieren. Die aspecten waaraan men herkent dat men zich in het rivierenlandschap bevindt en in welk deel daarvan. Dit zijn dus zowel positieve als negatieve aspecten. De optelsom van karakteristieken vormt de totaalbeschrijving van een landschap. Kernkwaliteiten: Kernkwaliteiten zijn die karakteristieken (of combinaties daarvan) die hoog gewaardeerd worden vanuit de trits belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde en die samen de essentie van het rivierenlandschap bepalen. De kernkwaliteiten beschrijven de ‘identiteit’ van de rivier die behouden en ontwikkeld moet worden. Ontwerpprincipes: Dit zijn principes volgens welke een voorgeschreven opgave benaderd kan worden en volgens welke een goed ontwerp kan worden gemaakt. Een ontwerpprincipe kan worden verscherpt naar ontwerpregels die concrete aanwijzingen bevatten zoals maten of plaatsaanduidingen. Ensemble: Landschappelijke eenheid of deelgebied op lokaal schaalniveau, bijvoorbeeld overeenkomende uiterwaarden of een oeverwal.

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

11


Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

Inleiding

Introductie op de Waal

Ontwikkelingsgeschiedenis

Karakteristieken en kernkwaliteiten

Ontwerpprincipes

Synthese

1. Doel van de

1. De Waal 2. Van oost naar

1. Driestromenland 2. De natuur

3. 4.

3.

Handreiking 2. Proces van totstandkoming 3. Definities 4. Leeswijzer 5. Planologoische context 6. Invalshoeken voor verschillende lezers

west Dwarsprofiel Het gelaagde landschap

4. 5.

krachten De eerste bewoners De bedijkte Waal De Waal beteugeld

Algemeen

Karakteristieken

Ambitie

Kernkwaliteiten

Ontwerpprincipes

Karakteristieken

Ambitie

Kernkwaliteiten

Ontwerpprincipes

Natuurlandschap

Cultuurlandschap

Karakteristieken

Ambitie

Kernkwaliteiten

Ontwerpprincipes Netwerken

12

Karakteristieken

Ambitie

Kernkwaliteiten

Ontwerpprincipes Beleving


1.4 Leeswijzer Opbouw van de verhaallijn Deze Handreiking bestaat uit 6 hoofdstukken die terugkijken op de historische en huidige Waal en die vooruitkijken naar de toekomstige Waal. De opbouw is samengevat in het schema in deze paragraaf. In het schema is ondermeer zichtbaar gemaakt dat de beschrijving van het rivierenlandschap is opgedeeld in vier lagen, die door het hele rapport terug komen. Hoofdstuk 2. Introductie op de Waal In dit hoofdstuk worden enkele invalshoeken voor de kijk op de Waal gepresenteerd. Het typeert de Waal in de context van het Nederlandse rivierenlandschap. Binnen de Waal worden enkele trajecten benoemd door de grootste verschillen in het lengteprofiel van de Waal te onderscheiden. Ook wordt de opbouw van het karakteristieke dwarsprofiel van de Waal toegelicht. Tot slot wordt in dit hoofdstuk de gelaagde benadering geïntroduceerd die als een rode draad door alle hoofdstukken loopt. Hoofdstuk 3. Het verhaal van de Waal Dit hoofdstuk beschrijft de chronologische geschiedenis van de rivier die nodig is om de rivier in zijn huidige vorm te begrijpen. Dit hoofdstuk kan ook als naslagwerk worden gebruikt wanneer men zicht afvraagt: Wat is de oorsprong van karakteristieken van het huidige landschap? Het hoofdstuk redeneert vanuit het verre verleden van de IJstijden tot het recente verleden van de natuurontwikkeling.

Hoofdstuk 5. Ontwerpprincipes Dit hoofdstuk vormt de gereedschapkist voor ontwerpers en initiatiefnemers. Er worden enkele ambities benoemd die uitgewerkt worden in ontwerpprincipes. De ontwerpprincipes doen uitspraken over de wijze waarop een ontwikkeling moet plaatsvinden (hoe?). Het zegt niet waar dit moet gebeuren. De ontwerpprincipes geven aan hoe de gewenste kwaliteiten in het landschap van de Waal versterkt kunnen worden. Ontwerpprincipes voor de gehele rivier vormen de basis. Indien nodig wordt onderscheid gemaakt tussen principes die geldig zijn voor delen of trajecten van de rivier. Hoofdstuk 6. Synthese Dit vormt een terugblik op de Handreiking en geeft enkele noties voor de toepassing van de Handreiking. Bijlage: Beleid en ontwikkelingen In de bijlage worden de belangrijkste beleidsthema’s beschreven.Vervolgens worden de ruimtelijke ontwikkelingen getypeerd die er op de Waal afkomen. Dit gebeurt thematisch met een staalkaart van typen projecten en ontwikkelingen, zonder volledig te zijn. Een overzicht van ambities geeft antwoord op de vraag: Waarop willen we sturen? Deze ambities zijn in het kort al in hoofdstuk 5 genoemd. De kernkwaliteiten en de ontwerpprincipes zijn overzichtelijk samengevat voorafgaand aan het betreffende hoofdstuk. De lezer vindt deze respectievelijk op pagina 42-43 en 90-91. Deze pagina’s zijn rood gemarkeerd.

Hoofdstuk 4. Karakteristieken en kernkwaliteiten In dit hoofdstuk worden allereerst de karakteristieken van de rivier benoemd. Op basis daarvan worden de kernkwaliteiten bepaald door antwoord te geven op de vraag: Wat zijn die essentiële kwaliteiten die de identiteit van de rivier bepalen en die gekoesterd dienen te worden? Dit hoofdstuk bevat kaartbeelden van de Waal en van belangrijke kwaliteiten.

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

13


1.5 Planologische context bij het maken van de Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Gedurende de ontwikkeling van de Handreiking is ingegaan op de vraag: Waarop willen de overheden sturen? Voor een deel volgt dat uit inhoudelijke analyse van het landschap van de Waal. Maar tegelijk is het van belang om zicht te hebben op ruimtelijke ontwikkelingen in het rivierengebied en op ruimtelijk beleid dat reeds is opgesteld voor het gebied. In de bijlage is een uitvoerig overzicht opgenomen van ruimtelijk beleid en van ruimtelijke ontwikkelingen. De ontwikkelingen zijn daar ook thematisch op kaart weergegeven. Hier wordt volstaan met een korte opsomming van de belangrijkste beleidsopgaven en de ontwikkelingen die hiermee te maken hebben. Vanuit het rijksbeleid en de bijbehorende wetgeving zijn de doelstellingen ‘hoogwaterveiligheid’ en ‘natuur’ leidend voor ontwikkelingen van de Waal. Deze doelen zijn gekoppeld aan het doel ‘versterking van de ruimtelijke kwaliteit’ waarbij de bescherming van het landschap en de cultuurhistorie een belangrijke rol speelt. Daarbij is voor de Waal duidelijk plek ingeruimd voor de economische ontwikkeling van watergebonden bedrijvigheid. Voor de hoogwaterveiligheid van de rivieren is de PKB Ruimte voor de Rivier van kracht die een scala van maatregelen behelst om de rivier klaar te maken voor het afvoeren van een watermassa die overeenkomt met 16.000 m3/s bij Lobith. Deze maatregelen zijn deels uitgevoerd of in uitvoering. Het gaat om uiterwaardvergraving, obstakelverwijdering en kribverlaging en incidentele dijkverlegging zoals in Lent en Munikkenland. Voor de lange termijn is er voor de rivieren een extra beleidsopgave vastgesteld (richting de 18.000 m3/s bij Lobith) in het Nationaal Waterplan uit 2008. Hiernaast is er beleid van kracht voor het beheer van de rivieren. Voor de natuurwaarden zijn onder meer de Natuurbeschermingswet (Natura 2000 gebieden), de Vogel en Habitatrichtlijn en de Ecologische Hoofdstructuur van groot belang. In een groot deel van de uiterwaarden van de Waal zijn nieuwe ontwikkelingen alleen mogelijk wanneer schade aan de beschermde natuurwaarden wordt voorkomen of gecompenseerd.

14

De Nota Ruimte van het rijk gaat expliciet in op de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. De nota richt zich op: • vergroting van de ruimtelijke diversiteit tussen de riviertakken; • handhaving en versterking van het open karakter met de karakteristieke waterfronten; • behoud en ontwikkeling van de landschappelijke, ecologische, aardkundige en cultuurhistorische waarden en de verbetering van de milieukwaliteit; • versterking van de mogelijkheden van het gebruik van hoofdvaarwegen door beroeps- en pleziervaart. In een Nationaal en Regionaal Ruimtelijk Kader is dit uitgewerkt. Hierbij is een duidelijk contrast tussen de Waal en de Neder-Rijn het uitgangspunt.Voor een groot deel van de Waal past een vernieuwingsstrategie, met onder meer realisatie van dynamische natuur. Daarnaast kunnen de mogelijkheden als hoofdvaarweg, die de Waal tot een werkrivier maken, versterkt worden.Voor Arnhem-Nijmegen zijn er doelen om de samenhang tussen stad en rivier te versterken. In het Streekplan Gelderland zijn verschillende doelen gebiedsgericht uitgewerkt.Voor cultuurhistorie is er apart nationaal (Belvedère) en provinciaal beleid. Dit is gericht op cultuurlandschappen, de rivierhistorie, op de Limes en de Nieuwe Hollandse Waterlinie en op cultuurhistorische bouwwerken en stadsfronten. WaalWeelde Langs de Waal speelt zich een bijzonder planologische project af. De Waalregio heeft op basis van het “Regioadvies” en door vaststelling van de PKB “Ruimte voor Rivier”, de ruimte gekregen om te zoeken naar alternatieve en/of aanvullende maatregelen die bijdragen aan Ruimte voor de Rivier en die een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit nastreven. Dit gebeurt in “WaalWeelde”. Het uiteindelijke resultaat van WaalWeelde is een visie, een ruimtelijk investeringsprogramma en een organisatie die een en ander kan uitvoeren. Het ruimtelijk investeringsprogramma bestaat uit maatregelen voor de korte termijn en maatregelen voor de lange termijn. “WaalWeelde” is gebaseerd op ruimtelijke kwaliteit met rivierveiligheid en economische groei. Met het oog op bescherming tegen hoogwater wordt hierbij het lange termijnperspectief uit de


PKB nagestreefd (18.000 m3/sec bij Lobith). Het plan zal bovendien voldoen aan de wettelijke verplichtingen (16.000 m3/sec in 2015). Sinds het voorjaar van 2008 voert de provincie Gelderland, op verzoek van de regio, de regie over WaalWeelde. Hiermee heeft zij betrokkenheid bij twee afzonderlijke afzonderlijke trajecten: de Handreiking en WaalWeelde. Tussen deze trajecten heeft kruisbestuiving plaatsgevonden. De leden van de begeleidingsgroep van de Handreiking hebben zorg gedragen voor afstemming en interactie met WaalWeelde. De Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal levert, nu zij is afgerond, bouwstenen voor het opstellen van de WaalWeeldevisie.

De toetser – een basis voor toetsing De Handreiking biedt een kader voor het toetsen van initiatieven op ruimtelijke kwaliteit maar is geen toetsingskader. Bent u plantoetser, dan zijn de kernkwaliteiten in hoofdstuk 4 van belang.Vervolgens kunt u uit de ontwerpprincipes beoordelingscriteria afleiden waar initiatieven in principe aan zouden moeten voldoen. De Handreiking is een gemeenschappelijke basis voor zowel initiatiefnemer als toetser waardoor communicatie over het vaak abstracte begrip ruimtelijke kwaliteit specifiek wordt gemaakt voor het rivierlandschap.

1.6 Invalshoeken voor verschillende lezers

Proces Deze Handreiking gaat over Ruimtelijke Kwaliteit en daarmee over de inhoud van planprocessen.Voor een goed proces van planning en ontwerp zijn er ook principes te geven. Hiervoor verwijzen we naar de Leidraad Rivieren ‘Technisch Rapport Ruimtelijke Kwaliteit’ dat is opgesteld door Rijkswaterstaat/ RIZA in 2008. Daarin staan naast inhoudelijke aanwijzingen voor de rivieren in het algemeen, procesmatige uitgangspunten voor ruimtelijke kwaliteit. Ook door andere organisaties, bijvoorbeeld in ‘Nederland boven Water’, wordt proceskennis beschikbaar gemaakt. Als het proces van planning en inrichting zorgvuldig wordt aangepakt, kan de Handreiking een receptuur opleveren voor ruimtelijke kwaliteit. Hierbij zal de gebruiker van deze Handreiking, zelf de vertaling moeten maken naar daadwerkelijke kwaliteit.

Ieder hoofdstuk is zelfstandig leesbaar. Daardoor kan het voorkomen dat op sommige plaatsen een (beperkte) herhaling optreedt. Het maakt het ook mogelijk om de Handreiking op verschillende manieren te lezen. Als voorbeeld worden er drie manieren uitgelicht, gericht op drie typen lezers waartoe u mogelijk behoort. De algemene lijn – begrip van de Waal Wanneer u de Handreiking van voor naar achteren leest krijgt u een overzicht van (het ontstaan van) de kwaliteiten van de rivier, uitmondend in de ambities en ontwerpprincipes die daarbij horen. Ontwerper of initiatiefnemer - inspiratie Wanneer u als ontwerper of initiatiefnemer de Handreiking raadpleegt vindt u in hoofdstuk 4 de kernkwaliteiten van de rivier. Daar kunt u in het ontwerp rekening mee houden. Uw initiatief wordt daarmee in de context van de gehele Waal geplaatst. Vervolgens biedt hoofdstuk 5 een gereedschapskist met ontwerpprincipes. U kunt als ontwerper of initiatiefnemer de principes nalopen en u zult een gedeelte ervan kunnen toepassen op het initiatief. Hiermee kan het ontwerp worden gestuurd. Het hoofdstuk 3 historie kan daarbij als naslagwerk worden gebruikt. Het is voorstelbaar dat u de Handreiking in een andere volgorde gebruikt door eerst de ontwerpprincipes op te zoeken. Deze vindt u in hoofdstuk 5. De beschrijving van karakteristieken en kwaliteiten kan zonodig als onderbouwing worden gebruikt.

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

15


16


Hoofdstuk 2

D

Introductie op de Waal 2.1 De Waal, de grootste onder de grote rivieren De Waal is de grootste en breedste rivier van Nederland. Hij wordt gevoed door de Bovenrijn die bij Lobith ons land binnenkomt en gaat na circa 80 km, over in de Merwede, op de plaats waar vroeger de Maas in de Waal uitmondde ter hoogte van Slot Loevestein. Bij het Pannerdensch Kanaal vertakt de Rijn zich in de Waal en Neder-Rijn. De Waal krijgt zijn water vooral uit regenwater, maar in voorjaar en zomer neemt het aandeel smeltwater toe. Dit smeltwater zorgt ervoor dat de rivier ook in de (na)zomer bevaarbaar is. Bij lage Rijnafvoer (< 2000 m3/sec) zorgt de stuw bij Driel, in de Neder-Rijn, er voor dat het water over de Waal (80%) en de IJssel (20%) wordt verdeeld. Stuwen zijn daarom in de Waal niet nodig. Bij toenemende afvoer wordt de stuw van Driel gestreken en verandert de afvoerverdeling. De Waal ontvangt dan 67% van de Rijnafvoer. De Waal is gemiddeld 350 à 400 meter breed. Langs een groot deel van de Waal is de kenmerkende opbouw van het riviersysteem, uiterwaard – dijk - bebouwde oeverwal - open komgebied, duidelijk herkenbaar. In het lengteprofiel kent de Waal een grote variatie. In het eerste gedeelte tot aan Nijmegen stroomt zij in brede meanders, met aan weerszijden uitgestrekte uiterwaarden die een winterbed vormen van 2 à 3 kilometer breed. Daarna volgt een licht slingerend stuk met smallere uiterwaarden, maar binnendijks liggen wel brede oeverwallen.Voorbij Tiel wordt de rivier weer bochtiger, de uiterwaarden breder en zijn de binnendijkse oeverwallen smaller. Bij Heerewaarden naderen Waal en Maas elkaar. Na Zaltbommel wordt het getij merkbaar, worden de oeverwallen nog smaller en het landschap opener. De sterk kronkelende dijken (ook in de relatief rechte trajecten) scharen regelmatig aan de rivier wat leidt tot bijzondere uitzichten. Het winterbed is hier gemiddeld 1 à 1,5 kilometer breed.

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

17


Op een aantal plaatsen reiken steden tot aan het water met een kenmerkend rivierfront. De Waal is een echte werkrivier. Kenmerkend zijn de bedrijvigheid, de scheepswerven, de vele steenfabrieken en de ontgrondingen. Ook vervult zij een belangrijke functie voor het (internationale) scheepvaartverkeer, zeker in samenhang met het Amsterdam-Rijnkanaal. Typering van andere grote rivieren in Nederland De Neder-Rijn die doorstroomt in de Lek is een middelgrote rivier; met een breedte van circa 200 meter ondergeschikt aan de Waal. Significant onderscheid met de Waal is dat de Neder-Rijn en de Lek worden gestuwd als de afvoer op de Bovenrijn minder dan 2000 m3/sec bedraagt. De rivier kent daarmee bij lage afvoer een gereguleerd regime. Alleen bij hoge afvoeren worden de stuwen gestreken en voert de rivier circa 22% van het water van de Bovenrijn af. De hoogwatersituatie van de Neder-Rijn/ Lek wordt dus niet door de stuwen beïnvloed en gedurende 50 tot 100 dagen per jaar stroomt het water wel onder vrij verval. De Neder-Rijn en de Lek zijn een rustige rivier, geen werkrivier zoals de Waal. Recreatie en pleziervaart spelen hier een veel grotere rol dan op de Waal. Er is, vooral in het midden gedeelte, een groot contrast tussen de noord- en zuidzijde van de rivier. Aan de noordzijde schuurt de rivier langs de stuwwal, in het zuiden ligt het open rivierenlandschap van de Betuwe. Bij Amerongen verlaat de rivier de stuwwal en stroomt een open landschap in, met smalle oeverwallen, uitgestrekte kommen en, voorbij Vianen, veenweidegebieden.Vanaf daar wordt ook de oeverwal veel smaller en verdicht de dijkzone met lintbebouwing. De rivier heeft hierdoor verstedelijkte randen die sterk gericht zijn op het water.

18

Kaart van de ‘grote’ rivieren.

De IJssel stroomt af naar het noorden en mondt via het Ketelmeer uit in het IJsselmeer. Zij is een smalle, sterk meanderende rivier, in een breed rivierdal dat aan beide zijden overgaat naar hogere gronden.Vooral in het zuidelijke deel ligt de rivier ingesneden, en heeft zij geen oeverwallen en kommen gevormd. De IJssel is vrij afstromend en krijgt ook bij lage Rijnafvoer voldoende water (circa 20% van de afvoer) om scheepvaart mogelijk te maken. Bij hoogwater ontvangt de IJssel circa 11% van het water van de Bovenrijn. Kenmerkend is de combinatie van beroepsvaart en recreatieve vaart. De IJssel heeft net als Neder-Rijn en Lek een meer kleinschalig en afwisselend


karakter met een sterke verwevenheid tussen binnen- en buitendijks gebied. De uiterwaarden zelf hebben een gevarieerd, veelal agrarisch karakter. Bijzonder voor de IJssel zijn de landgoederen en de Hanzesteden met markante historische rivierfronten. De Maas is een regenrivier en ontvangt haar water uit een ander stroomgebied dan de Rijn. De Maas is in het Limburgse traject een valleirivier, die ingesneden is in de Maasterrassen. Doorgaande dijkringen zijn daar niet aanwezig.Voorbij Mook stroomt de Maas het driestromenland in, parallel aan de Waal en de Neder-Rijn/Lek, met een vergelijkbaar maar fijner patroon van doorgaande dijken, oeverwallen en kommen. Vanwege het veel kleinere stroomgebied en het ontbreken van hoge bergen met gletsjers, loopt de afvoer in de zomer sterk terug, tot soms minder de 50 m3/sec. Stuwen zorgen dan voor de bevaarbaarheid. Alleen het gedeelte van de Grensmaas is vrij afstromend; de scheepvaart volgt hier het Julianakanaal. De Maasoevers zijn gemiddeld hoger dan die van de Rijn en Waal en overstromen minder vaak. Net als de IJssel is op de Maas sprake van een combinatie van beroepsvaart en recreatieve

vaart. Kenmerkend zijn ook de vele ontgrondingen met recreatieve ontwikkelingen. Langs de Limburgse Maas liggen veel dorpen en steden direct aan de rivier met een rivierfront. In het bedijkte deel ligt de bebouwing vaak verder van de rivier en zijn er dijkwoningen, net als langs de Rijn.

2.2 De Waal van oost naar west In het lengteprofiel van de Waal zijn van boven- naar benedenstrooms een drietal deeltrajecten te onderscheiden met elk een eigen karakteristiek. Deze karakteristieken zijn voor een groot deel bepaald door de ontwikkeling van de natuurlijke ondergrond. Tegelijkertijd werken ze door in het landgebruik en in de meeste andere functies die er ontwikkeld zijn. • De Gelderse Poort (Spijk – Nijmegen): recreatie in dynamische Waalbochten • Middenwaal (Nijmegen – Fort Sint Andries): bedrijvigheid aan de gestrekte Waal • Benedenwaal (Fort Sint Andries – Slot Loevestein): smalle stroomgordels langs de getijde Waal

de Lek

de Rijn

Dodewaard

Ochten Leerdam

Tiel Beneden Leeuwen

Geldermalsen

Arnhem

Gendt

Lobith Spijk

Zaltbommel

Fort Fort Pannerden

Nijmegen

Waardenburg

Herwijnen Brakel

Fort Sint Andries

Woudrichem

Slot Loevestein

Gorinchem

Pannerdensch Kanaal Bemmel

Druten

Beuningen

de Merwede

Zevenaar

Elst Andelst

Bovenrijn

de Maas

de Afgedamde Maas

Benedenwaal

Middenwaal

De Gelderse Poort Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

19


De Gelderse Poort (Lobith – Nijmegen): recreatie in dynamische Waalbochten In het bochtige riviertraject met brede oeverwallen waarbij de winterdijken ver uiteen liggen is het dynamische karakter van de rivier nog goed herkenbaar. De uiterwaarden zijn voor recreatie aantrekkelijk door dynamische natuur waarin veel (oude) steenfabrieken staan. Mooi zijn de zandduinen die in dit gebied aanzienlijke hoogtes bereiken. Uniek voor de Bovenwaal is het contrast tussen het rivierdal en de stuwwal bij Nijmegen, Arnhem en Montferland waardoor de rivier toegang heeft tot ons land: de Gelderse Poort. De Waalkade en de Waalsprong staan symbool voor de stadsregio Arnhem Nijmegen met haar bruggen als landmarks. De stuwwal als oriëntatiepunt vormt een mooie aanvulling op de dynamische beleving van het landschap die ontstaat door de grote bochten van de rivier. Het splitsingspunt tussen Rijn en Waal wordt opvallend gemarkeerd door Fort Pannerden. Middenwaal (Nijmegen – Fort Sint Andries): bedrijvigheid aan de gestrekte Waal De Middenwaal kent een vrijwel rechte rivierloop met brede oeverwallen waarbij de winterdijken minder ver uiteen liggen dan stroomopwaarts. De dijk en de oeverwal hebben een meanderend patroon dat geënt is op vroegere beddingen van de Waal. Hierdoor is er een bijzondere structuur van dijklichaam en Waal die elkaar naderen en weer afstand nemen. Op de brede oeverwallen is een ritmische reeks van dorpen ontwikkeld. Aan de zuidzijde is de oeverwal de grens tussen de rivier en een grote open kom, met enkele grote vergezichten. Aan de noordzijde zijn diverse oeverwallen te onderscheiden waardoor de kommen kleinschaliger zijn. Hier is een grote diversiteit te zien in het grondgebruik van de oeverwallen met boomteelt en fruitteelt. Er is veel economische activiteit op de oeverwal en in de uiterwaard. Tiel is in dit traject de kenmerkende stad aan de rivier. Hier eindigt het Amsterdam-Rijnkanaal. De Willem Alexanderbrug over de Waal, vormt een landmark in het landschap.

20

Benedenwaal (Fort Sint Andries – Slot Loevestein): smalle stroomgordels langs de getijdeWaal In de benedenloop krijgt de Waal haar bochtige karakter enigszins terug. De oeverwallen zijn smal en de dijken liggen continu parallel aan en vrij dicht op de rivier. De rivier staat hier zichtbaar onder invloed van de getijdebeweging van de Noordzee. De uiterwaarden zijn smal op een enkele uitzondering na. Dit is een verloop dat in de Middenwaal is ingezet. Afwijkend hieraan is bijvoorbeeld de Kil van Hurwenen, een groot natuurgebied naast een imposante arm van de Waal. Het gebied is ontstaan na doorgraving van een Waalbocht. In het landschap liggen vele relicten van de historische strijd met het water, zoals wielen en dijkverleggingen. Kenmerkend in dit deel van de Waal is de Nieuwe Hollandse Waterlinie, haaks op de Waal. Slot Loevestein is een nationale trekpleister, tegenover het vestingstadje Woudrichem en temidden van het dynamische landschap van de Waal, de afgedamde Maas en het lage Munnikenland. Zaltbommel is het stadsfront aan de rivier in dit traject waarbij de brug van de A2 en de kerktoren twee landmarks vormen.

2.3 Dwarsprofiel van de Waal Het dwarsprofiel van de Waal heeft een kenmerkende opbouw. Het is de resultante van duizenden jaren rivierdynamiek en menselijk handelen om de kracht van de rivier te beteugelen. Dit heeft geleid tot drie duidelijk herkenbare eenheden, die samen het dwarsprofiel van het rivierenlandschap vormen.

• De actieve rivier en de uiterwaarden. Hier heersen de dynamische krachten van het riviersysteem. Op kleinere schaal dan vroeger bevinden zich hier –tussen de dijken- zandige oeverwallen en kleiige uiterwaardvlakten.Vanwege de grote dynamiek waren de gebruiksmogelijkheden voor de mens beperkt. Het landschap is, afhankelijk van het gebruik, open in de landbouwgebieden en half open tot gesloten in de natuurgebieden met haar ooibossen.


• De oeverwallen. Buiten het bereik van de rivier liggen de oude oeverwallen. Ze liggen relatief hoog en hebben een lichte bodem (klei-zand mengsel). De mens is hier vanouds gaan wonen en werken en heeft hier dorpen en steden gevormd. Het landschap is er kleinschalig, soms besloten door landgoederen, bos en tuinbouw.

• De kommen.Verder van de rivier, en relatief laag liggen de kommen, met een kleiige of venige bodem. Ze zijn grootschalig ingericht, vrij open en nog steeds dunbevolkt. Lokaal worden de kommen doorsneden door oude stroomgordels; het landschap lijkt daar dan meer op het oeverwallandschap.

2.4 Het gelaagde landschap van de Waal De Waal is leesbaar als een landschap met een lange natuurlijke en cultuurlijke geschiedenis. Dit is zichtbaar wanneer het landschap in chronologie wordt gelezen. Wat is de oudste basis van dit landschap? Welk gebruik is er van gemaakt? Hoe zien we dit nu terug? Met deze invalshoek zijn een viertal lagen in het landschap van de Waal onderscheiden die bruikbaar zijn om de verschillende karakteristieken, kwaliteiten en ontwerpprincipes in te delen. Onder de categorieën natuurlandschap, cultuurlandschap en netwerken kunnen specifieke structuren onderscheiden worden. Daarnaast geeft de laag beleving een integrale kijk weer op het totale landschap. De lagen vormen een rode draad door deze Handreiking en ze zijn bruikbaar om het landschap in het kort te typeren: •

Het natuurlandschap: de Wilde Waal Dit is de natuurlijke basis van de Waal waarin nog altijd krachtige natuurlijke processen plaatsvinden.

Het cultuurlandschap: de Getemde Waal Door de eeuwen heen heeft de mens een plek veroverd. Dit is vertaald in het diverse cultuurlandschap waarbinnen de Waal getemd is.

De dynamische netwerken: de Nijvere Waal De Waal heeft als economisch netwerk grote betekenis gekregen. Dit is goed zichtbaar in de activiteiten die er in de afgelopen 200 jaar zijn ontwikkeld.

De ruimtelijke beleving: de Weidse Waal. Beleving gaat in op de waarneming en beleving van alle ruimtelijke structuren tezamen.

In de volgende hoofdstukken worden de karakteristieken en kernkwaliteiten per laag benoemd en uitgewerkt. Figuur. Dwarsdoorsnede door de stroomgordel van de Waal

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

21


22


Hoofdstuk 3

I

Het verhaal van de Waal In dit hoofdstuk wordt de ontstaansgeschiedenis van het rivierengebied en de plek die de Waal daarin inneemt chronologisch beschreven. De beschrijving begint bij de vroegste geologische ontwikkelingen, waarvan nog sporen in het gebied zijn terug te vinden. Daarna komt de geschiedenis van de mens aan de orde en de activiteiten die hij er, tot op de dag van vandaag, heeft ontplooid om het natuurlijk systeem naar zijn hand te zetten. In de recente geschiedenis heeft dit geleid tot vergaande beteugeling van de Waal en tot veranderingen in de omgeving van de rivier om te kunnen wonen en werken. De historische ontwikkeling wordt laagsgewijs beschreven. Natuurlandschap, cultuurlandschap en moderne netwerken zijn bruikbaar om een historisch perspectief te schetsen met heldere samenhangen in het landschap. Hiermee kunnen de bijzondere kwaliteiten van het landschap beter op hun waarde worden geschat.

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal â&#x20AC;˘ September 2009

23


3.1 Het driestromenland Over Waal en Rijn wordt gesproken als twee verschillende rivieren, maar ze maken onderdeel uit van hetzelfde riviersysteem. Een riviersysteem dat samen met de Maas gebruik maakt van de brede dalvlakte tussen de Veluwe en Utrechtse Heuvelrug in het noorden en de stuwwal van Nijmegen en de Brabantse zandgronden in het zuiden. Deze 15 tot 25 km brede vlakte is al tienduizenden jaren het toneel van de grote rivieren. Ze hebben er, in steeds weer veranderde patronen, hun weg gezocht, soms ieder afzonderlijk, soms interfererend met elkaar. Ten westen van de lijn Amerongen – Tiel – Oss wijken de randen van de brede vallei uiteen en stromen de rivieren het weidse laagland van West Nederland in. De rivierlopen, zowel de historische als de huidige, zijn in het landschap herkenbaar als stroomgordels, die bestaan uit een hoofdgeul met aan weerszijden een relatief hoge licht zandige oeverwal. Buiten de stroomgordel liggen de kommen, lagere gebieden met een kleiige bodem. Dit kenmerkende patroon is overal in het rivierengebied aanwezig.

Het vormt de basis waarop de mens haar activiteiten heeft ontplooid en mede daarom ook goed herkenbaar. De oeverwallen boden relatief veilige woonplekken niet te ver van de rivier. De kommen werden pas veel later ontgonnen, toen het mogelijk werd om het waterbeheer te regelen.

3.2 De natuurkrachten: ijs, water, zand en klei Nederland is al miljoenen jaren het mondingsgebied van de Rijn en de Maas.Vanuit hun brongebieden in Midden Europa voeren deze rivieren water en sediment (zand, grind en klei) af naar het Nederlandse laagland. Omdat de bodem hier - door geologische processen - langzaam daalde hebben zich dikke lagen sediment in de bodem kunnen afzetten. Zo bevindt zich onder de Betuwe een laag zand en klei van 100 tot 200 m dik die in de loop van 2 miljoen jaar door de rivieren is aangevoerd. Deze lagen spelen onder andere een rol voor de doorvoer van grondwater. Daaronder bevinden zich nog meer zand- en kleilagen, maar die zijn vooral in zee afgezet. Pas op een diepte van circa 1 km ligt vast gesteente, kalksteen uit het krijttijdperk, circa 70 miljoen jaar oud.

IJssel

Lek Nederrijn AmsterdamRijnkanaal

• Figuur: hoogtekaart van het driestromenland van Rijn,Waal en Maas Waal

Pannerdensch Kanaal

Rijnstrangen

Linge Bovenrijn

Merwede

24

Hoogtekaart van het driestromenland van Rijn, Waal en Maas

Waal

Maas


Het ijs legt de basis voor het huidige landschap De hoogteverschillen in het rivierengebied zijn gevormd door landijs dat rond 240.000 jaar geleden vanuit de Noorse bergen stroomde en in Midden Nederland tot stilstand kwam. De uit zand en klei opgebouwde bodem werd door de 300 m dikke voortschuivende gletsjers flink omgewoeld. Onder de gletsjertongen ontstonden diepe brede dalen en aan de uiteinden van het ijs bleven langgerekte heuvelruggen (stuwwallen) liggen die tot de dag van vandaag het landschap in Midden Nederland vorm geven. Na deze grote ijstijd, die 110.000 jaar duurde, werd het snel warmer; het ijs smolt en de rivieren zochten een nieuwe route tussen de stuwwallen door. Het Montferland was in die tijd nog verbonden met de stuwwal van Kleve en vormde een tientallen meters hoge barrière waar de Rijn aan de noordkant omheen stroomde via het dal van de huidige Oude IJssel. Pas tijdens de volgende en laatste ijstijd die duurde van 115.000 tot 12.000 jaar geleden, brak de barrière door en kon de Rijn via deze ‘Gelderse Poort’ het huidige rivierengebied binnen treden. De rivieren leken in die tijd in het geheel niet op de huidige Rijn, de afvoer fluctueerde veel sterker en de bedding bestond uit tientallen ondiepe lopen die samen een breed vlechtend patroon vormden. Gedurende de tienduizenden jaren die de ijstijd duurde, voerde de Rijn veel zand en grind aan en bouwde daarmee een tientallen meters dikke laag op, die zich overal in de ondergrond van het rivierengebied bevindt. Deze zandlaag speelt nu een belangrijke rol als delfstof voor de industriezandwinning. Tijdens de laatste ijstijd was het klimaat vaak ook erg droog, waardoor grote zandstormen optraden, die vooral ten zuiden van het huidige Maasdal een uitgestrekt plateau van dekzanden vormden. De noordrand van dit Brabantse plateau vormt nu de zuidelijke begrenzing van het rivierengebied en is vooral in het oosten nog steeds herkenbaar als een 3 tot 5 m hoge terrasrand. Ook binnen het rivierengebied bracht de wind soms veel zand in beweging, waardoor zich langgerekte duinruggen vormden. In het oostelijk deel van het rivierengebied (Bemmel,Valburg, Persingen en Bergharen) liggen deze nog aan het oppervlak. In het Land van Maas en Waal zijn ze zelfs tot 20 m hoog en goed herkenbaar in het landschap.

Het ontstaan van de Gelderse Poort in de ijstijden in 4 stappen. Nadat het ijs de heuvelruggen heeft gevormd (1), loopt de Rijn eerst om Montferland heen (2), waarna ze doorbreekt (3) en het huidige patroon van heuvels en rivierdalen ontstaat (4). Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

25


Ongeveer 12.000 jaar geleden brak het huidige zachte klimaat aan, het Holoceen. Het afvoerregime van de rivier normaliseerde en de Rijn kreeg een meanderende loop die min of meer op de huidige lijkt. In het oosten sneed de rivier zich eerst nog in, in de dikke zandlagen. In het westen, waar de rivier onder invloed kwam van de stijgende zeespiegel, legde de rivier zand en vooral klei neer en hoogde er het landschap langzaam op. Daarbij verlegde de rivier haar loop talloze malen en in de ondergrond bevinden zich tientallen oude stroomgordels. De grens waar de rivier van eroderend overging in sedimenterend schoof in de loop der tijd langzaam oostwaarts en uiteindelijk bevond het hele rivierengebied zich in het sedimentatiegebied. De dikte van het klei- en zandpakket dat sinds de ijstijd (12.000 jaar geleden) is afgezet bedraagt vandaag de dag in het westen, nabij Gorinchem ongeveer 10 meter, en in het oosten niet meer dan 2 meter. Het reliëf van stroomgordels, oeverwallen en kommen Als een rivier tijdens hoogwater buiten haar oevers treedt, zet zij zand en klei af. •

Hoogtekaart omgeving Tiel waarop de oude stroomgordels van de Waal (nu in gebruik bij de Linge) duidelijk zichtbaar zijn. Noordelijk van de Linge ligt nog een andere oude stroomgordel.

Het zand bezinkt op de oevers, waar het water nog snel stroomt, en de klei ver van de rivier af, waar het water bijna stilvalt. Zo ontstond het kenmerkende patroon van zandige oeverwallen en kleiige kommen dat overal in het rivierengebied is terug vinden. Iedere stroomgordel in de kaart van ‘Berendse’, bestaat uit een (oude) bedding met oeverwallen en kommen aan weerszijden. In het westen zijn veel oude stroomgordels begraven onder latere rivierafzettingen en is maar een deel nog herkenbaar in het landschap. Oostelijk van Tiel zijn alle oude gordels nog min of meer herkenbaar in het landschap. Na een overstroming bleef het water vaak lang in de kommen staan en in het westen, waar het verhang vrijwel nul was, waren de kommen altijd nat. Hier ontwikkelden zich moerasvegetaties en broekbossen, die na afsterven als veenlagen of venige klei in de bodem achterbleven. •

Opeenvolging van stroomgordels van de Rijn van oud (donkergroen 7500 BP) naar jong (oranje en rood),

Opeenvolging van stroomgordels van de Rijn van oud (donkergroen en 7500 BP) naar jong (oranje en Berendsen Universiteit Utrecht. rood). Berendse nUU

26


3.3 De eerste bewoners in het rivierenlandschap Bataven en Romeinen Al aan het einde van de ijstijd leefden er mensen in het rivierengebied; rendierjagers die als nomaden door het toendralandschap trokken. Op enkele plaatsen zijn artefacten gevonden van deze eerste bewoners. Pas 5000 jaar geleden, in het Neolithicum, raakt het rivierengebied blijvend bewoond door boeren die in kleine gehuchten woonden op de oeverwallen. In de IJzertijd (vanaf 2800 jaar geleden) raakte het gebied dichter bevolkt met Germaanse stammen, die in kleine dorpen woonden. Een belangrijke gebeurtenis in het rivierengebied, die medebepalend is geweest voor het landschap, is de komst van de Romeinen rond het begin van de jaartelling. In het rivierengebied bevond zich de noordgrens (de Limes) van hun rijk, langs de toenmalige loop van de Rijn. De Romeinen stichtten steden en brachten welvaart. In de ondergrond herinneren veel sporen aan hun aanwezigheid. Zo zijn er langs de •

Historische kaart van de Waal nabij Ochten uit 1571 (Witteroos)

Rijn resten gevonden van forten (o.a. Castra Hercules in de Meinerswijk Arnhem), waar vanuit de Limes moest worden verdedigd. Langs de Waal heeft mogelijk een fort gestaan bij Millingen, maar daar is nooit een spoor van gevonden. Wel bevond zich op de stuwwal van Nijmegen in de eerste eeuw van de jaartelling het grootste legerkamp van Nederland. Aan de voet van de heuvelrug werd Nijmegen de eerste stad van Nederland gesticht. Uit de Romeinse tijd stamt ook de naamgeving van de rivieren: Rhenus,Vahalis en Mosa. Misschien zijn de namen nog ouder, maar de Romeinen stelden ze voor het eerst op schrift. In het begin van de Romeinse tijd was de Rijn de belangrijkste loop; zij liep vanaf het huidige Schenkenschanz, via Oud Zevenaar, Huissen en Driel en dan verder langs Wijk bij Duurstede naar Utrecht en Katwijk. De Waal was in de Romeinse tijd nog kleiner, zij ontstond in de 2e eeuw voor Chr. als een afsplitsing van de Rijn. Waar het splitsingspunt precies lag is niet bekend, wel is duidelijk dat de rivier langs Lent liep en via het huidige Waaltraject naar Tiel. Vanaf daar stroomde zij verder via de huidige Lingeloop. •

Romeinse veldheer Drusus kijkt vanaf de Nijmeegse heuvelrug uit over het rivierenlandschap. De Waal was in die tijd pas net ontstaan en nog veel smaller dan nu. Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

27


De Romeinen waren de eersten die probeerden het natuurlijk systeem te beĂŻnvloeden. Door dijken aan te leggen en kanalen te graven hadden zij invloed op het patroon van de rivieren. Ook legden zij wegen aan op de oeverwallen. Met de aanleg van de zogenaamde Drususdam in de bovenloop van de Waal, probeerden zij meer water naar de Rijn te voeren in plaats van naar de Waal, die toen steeds meer water ging trekken. Een belangrijke gebeurtenis in die tijd, die wel aan de Romeinen is toegeschreven, is het ontstaan van de IJssel. Door natuurlijke ophoging was het rivierengebied in de Romeinse tijd zo hoog geworden, dat het water ten oosten van Arnhem ook naar het noorden kon gaan stromen. De jonge IJssel gebruikte het dal van de Oude IJssel die hier, tot aan die tijd, vanuit de tegenovergestelde richting, in de Rijn uitmondde. Uit recent onderzoek is gebleken dat dit waarschijnlijk een natuurlijke proces is geweest. In de 3e en 4e eeuw veranderde het klimaat en de rivieren kregen meer water af te voeren. Het rivierengebied overstroomde vaker en raakte zelfs weer grotendeels ontvolkt. De kommen raakten dan ook weer begroeid met bossen, die in de Romeinse tijd grotendeels waren gekapt, en er zette zich een dikke laag nieuwe komklei af. De Waal profiteerde van de toename in de wateraanvoer en bouwde zijn loop in de volgende eeuwen sterk uit. De nieuwe brede loop erodeerde enerzijds een groot deel van de oude stroomgordel van de pre-Waal, maar transporteerde ook veel zand en vormde daarmee brede nieuwe oeverwallen in het hele traject tussen Nijmegen en Tiel.Voorbij Tiel liep de Waal toen nog via de loop van de Linge. De Middeleeuwse Waal In het begin van de Middeleeuwen kreeg de Waal bij Tiel een nieuwe tak naar het zuiden, die langs Zaltbommel naar Gorinchem liep. De Linge kreeg steeds minder water en veranderde, nadat zij in 1307 bij Tiel werd afgedamd, in een dode loop. Bij Gorinchem behield de Linge tot in de 18e eeuw haar open verbinding met de Waal. Zonder de rivieraanvoer vanuit het oosten kon het getijdenwater vanuit de Merwede ver de Linge opdringen, waardoor het noodzakelijk was om de dijken in het westen veel meer op te hogen dan stroomopwaarts langs deze oude loop. â&#x20AC;˘

28

De verandering van het rivierenlandschap in vier stappen (prehistorie, 1200, 1620 en nu) van een natuurlijk naar een groot deels beteugeld landschap


De Waal kreeg almaar meer water te verwerken en groeide uit tot de hoofdstroom, ten koste van de Rijn. Dit had grote gevolgen voor de ontwikkeling van de stroomgordels van beide rivieren. De Waal was dynamisch, met veel sedimentatie en erosie en ontwikkelde â&#x20AC;&#x201C; vooral in het oosten - grote meanderende bochten en een brede hoge oeverwal. De Rijn werd een afbouwend riviersysteem, met weinig erosie, relatief veel sedimentatie en een vrijwel gefixeerde loop. De benedeneinden van de Waal en de Rijn (de Lek) kwamen in later eeuwen door de stijgende zeespiegel steeds meer onder invloed van de getijden. Met name de Waal kreeg te maken met de gevolgen van de Elizabethvloed in 1421, waarbij de zee tot ver in het binnenland (Gorinchem) doordrong.Voor het water was de weg naar het zeeniveau via de Waal daarna veel korter dan via de Rijn. De stroomsnelheid nam toe, waardoor de bodem zich verdiepte en de rivier zoveel water ging trekken dat de monding van de Rijn, die toen nabij Lobith van de Waal aftakte, verzandde en een dode rivier dreigde te worden. Pas met de aanleg van het Pannerdensch kanaal en het verkorten van de loop van de Rijn, kon de waterverdeling tussen beide rivieren worden gestabiliseerd.

â&#x20AC;˘

De veranderingen in waterverdeling bleken grote gevolgen te hebben voor de ontwikkelingen in de uiterwaarden en zijn bepalend geweest voor de verschillende kwaliteiten van beide rivierlopen. Ontginning van het vruchtbare land Vanuit de 8e eeuw zijn er aanwijzingen dat zich meer mensen vestigden in het rivierengebied. Onder invloed van machtige kloosters zoals Egmond, Lorsch en Arras ontgonnen boeren de stroomruggen van de Rijn, de Waal en de Lek, met vruchtbare akkers op de hoogste delen en velden (weilanden) op de overgang naar de kommen. De definitieve ontginning en ontbossing van het rivierengebied werd ingezet en er ontstond een onregelmatige blokverkaveling. Alleen de kommen waren nog te nat en daar handhaafde zich het broekbos. Nederzettingen met (stenen) kerken of kapellen rezen als paddenstoelen uit de grond en er werden doorgaande wegen aangelegd op de oeverwallen.

Kaart van dorpspolders, opgebouwd uit bedijkingen ter bescherming van een dorp of grondgebied (studie van Robbert de Koning en Ferdinand van Hemmen). Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal â&#x20AC;˘ September 2009

29


Vooral de periode tussen 1000 en 1300 was een bloeiperiode. Het klimaat was zacht en de rivieren hielden zich relatief rustig. Bij hoogwater traden de onbedijkte rivieren nog wel buiten de oevers en via laagten tussen de oeverwallen overstroomde een groot deel van het rivierengebied. Om hun akkers te beschermen tegen overstromingswater legden de boeren dwarskaden (sijtwenden) en achterkaden aan. Dat was het begin van de ontwikkeling van kerspel en dorpspolders en dat uiteindelijk leidde tot de oprichting van waterschappen. Naarmate de bevolking groeide was er behoefte aan nog meer landbouwgrond. De ontbossing nam verder toe, de drogere velden werden akkers. De oeverwal was een favoriete plek voor de bouw van kastelen en landgoederen. In de Vroege Middeleeuwen ontstond in het rivierengebied menig heerlijkheid. De heren woonden in kastelen, die veelal langs de rivieren werden gebouwd, met vaak ook gronden in de uiterwaard. Gendt, Ooij, Loenen, Doddendael, Waardenburg, Hurwenen en Slot Loevestein zijn bekende voorbeelden langs de Waal. De heren hadden vaak ook gronden in de uiterwaarden.

â&#x20AC;˘

30

Zicht op Nijmegen in 1650

â&#x20AC;˘

Zicht op Tiel in 1859 (Naber)

â&#x20AC;˘

Kastelenkaart van de Betuwe (provincie Gelderland)

Vrijwel alle vondsten van historische bebouwing liggen op de oeverwallen. Als hoogste plekken waren ze favoriet bij de vroegere bewoners. In de middeleeuwse bloeiperiode ging men meer en meer huizen en andere gebouwen van steen bouwen en werden de dorpen en steden steeds groter. De bewoning richtte zich ook meer op de rivieren, die intensief bevaren werden. Plaatsen zoals Tiel, Gorinchem en Nijmegen ontwikkelden zich tot handelssteden. Deze steden hebben een band met de rivier in de vorm van een kade of een haven. De waterkering maakt er deel uit van het stadsfront, waardoor de steden ook vanaf het water te zien zijn. Dit in tegenstelling tot de dorpen die vaak verder van de rivier liggen en achter de dijk. In de stadsfronten van de steden zijn vaak historische verdedigingswerken opgenomen die tot in de 19e eeuw nog in gebruik waren. Ook na de aanleg van de dijken vestigde de mens zich op de oeverwallen; de kommen bleven namelijk tot in de 20e eeuw moeilijk begaanbaar vanwege de gebrekkige waterhuishouding. Zo ontstond een langgerekt lint van dorpen evenwijdig aan dijken. Daar waar dorpen en woningen ook verder van de dijk af staan, is dat meestal op oudere stroomgordels, die ook hoger liggen dan hun omgeving. Overige woningen, gehuchten en boerderijen liggen, net als de dorpen, in hetzelfde langgerekte


bewoningslint op de oeverwal. Tot in het begin van de 20e eeuw waren de bewoners van het gebied vooral georiënteerd op deze oost-west verbindingen. Er was ook nog vrijwel geen verkeer mogelijk door de kommen, tussen de Maas- en Waaldorpen en tussen Waal- en Rijndorpen. Wel was er verkeer over de rivieren.

3.4 De bedijkte Waal De Waal bedijkt en aan banden gelegd Door de ontbossing in heel het stroomgebied van de Rijn nam de piekafvoer van de rivieren in de 12e en 13e eeuw weer toe, waardoor de wateroverlast steeg. De lokale dijkjes en kaden waren niet toereikend om de overstromingen het hoofd te bieden en in de 12e eeuw begon men vanuit het westen van het land met de aanleg van bandijken. Rond 1400 was het gehele rivierengebied bedijkt; inclusief de Linge. De bandijken waren in de Middeleeuwen niet overal even hoog, dat verschilde per buurtschap of dorpspolder. Voor zover bekend, varieerde de oorspronkelijke hoogte •

Dijkdoorbraken tussen Maas en Waal na 1750 (Bosatlas)

van circa 3 m tot 3,50 m. De eerste eeuwen moest de dijk ook over grote trajecten nog vaak verlegd worden omdat de rivier zijn bedding verlegde en de gehele dijk daarbij verzwolg. Zo is het karakteristieke slingerende dijkenpatroon ontstaan. Bij het terugleggen van de dijk kwam eerder ingedijkt land weer buitendijks te liggen. Dit zogenaamde uitgedijkte of oudhoevige land is vaak nu nog herkenbaar aan de perceelstructuren. Als gevolg van de dijkaanleg, overstroomden de oeverwallen niet meer, en stokte de opbouw ervan; het zand kwam vanaf die tijd vooral in de uiterwaarden terecht. Pas eind 19e eeuw zijn de bandijken flink opgehoogd en sterk verbreed.

Verwoesting huis te Oosterhout (1820)

IJsgang op de Waal bij Ochten (1785)

De bescherming tegen hoogwater betekende dat de mensen relatief veilig konden wonen in het rivierengebied. Toch was de rivier nog lang niet beteugeld. De brede bedding van de Waal kon een enorme kracht aan de dag leggen en was met name in de buitenbochten in staat om vele tientallen meters land in een jaar te verzwelgen. Zo schoven de grote meanderbochten van de Waal langzaam op en ondermijnden

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

31


zij soms de dijken. Als deze bezweken, ging dit gepaard met overstromingen en het ontstaan van kolkgaten (wielen). De grond uit zo’n kolkgat verspreidde zich over het achterland en vormde daar een laag overslaggrond. Soms verdwenen ook gebouwen of zelfs (gedeelten van) dorpen in de rivier. Met name in het oostelijk rivierengebied zijn er diverse kastelen en kerken (Erlecom, Millingen, Oosterhout) door de rivier onder de voet gelopen. Op andere plaatsen kwam de kerk, die vaak met veel moeite werd beschermd, pal aan de dijk te liggen (o.a. Oud Zevenaar, Dodewaard en Varik) of zelfs buitendijks (Kekerdom). Het verlies aan land aan de ene oever ging gepaard met landwinst aan de andere. Daar liggen de dorpen dan ver van de rivier en de kerken nog middenin het dorp. In de kleine ijstijd (tussen 1500 en 1800) nam de ijsgang op de rivier sterk toe. De Middeleeuwse dijken waren niet bestand tegen de kracht van kruiend ijs. Met vele dijkdoorbraken tot gevolg. IJsgang heeft tot in het begin van de 20e eeuw voor overstromingen gezorgd. •

Overlaat bij Spijk in werking (1955)

De sterk bewegende Waal ruimde ook vrijwel al het oude land op met daarin de ontginningssporen van voor de bedijking. Als een meanderbocht eenmaal voorbij was geschoven groeide in de slipstream ervan weer nieuw land aan, de zogenaamde op- en aanwassen. Bekende voorbeelden hiervan zijn de Millingerwaard, de Hiense Polder en de Polder van Hurwenen. In enkele uiterwaarden langs de Waal zijn nog restanten van oud land (zgn. oudhoevig land) te vinden zoals bij Doornick, Oosterhout, IJzendoorn en in zijn geheel Munnikenland bij Slot Loevestein.

32

Aanwas van de Winssense waard in de 18e en 19e eeuw.

Het ontstaan van aan- en opwassen werd door de bewoners van de betreffende oever met enthousiasme begroet. Om het proces te bespoedigen werden vaak kribben aangelegd, die de hoofdstroom van de dijk weg moesten duwen, zodat het aanwassen kon beginnen. Omdat de tegenoverliggende oever het veelal moest ontgelden als er kribben werden gelegd, is er over en weer veel getwist over deze actieve vorm van landaanwinning. Al vroeg waren er regels, zoals dat men niet mocht kribben tegenover een schaardijk, maar dat was geen garantie dat het niet gebeurde. Het nieuwe land werd na verloop van tijd ingepoot met wilgen, waardoor de aanwas nog sneller verliep


(zogenaamde rijswaarden). De knotwilgen leverden rijshout voor bescherming van dijken (ruwaar) en voor de aanleg van kribben en hoofden. Nadat de rijswaarden voldoende waren opgeslibd met vruchtbare zavel en klei, werden ze gerooid om plaats te maken voor hooi- en weilanden. Om het verlies van de oogst door zomerse overstromingen te voorkomen werden de hogere waarden vanaf de 18e eeuw omringd door een zomerdijk, die – voor de afwatering - aan de benedenstroomse zijde was voorzien van een sluis. Bij wassend water en bij de verwachting dat de polder zou overstromen, zette de waardsman de sluis open, zodat de polder via de benedenstroomse zijde kon vollopen. Hiermee voorkwam de waardsman kadebreuken. Het waterbeheer, binnendijks en buitendijks In de loop der eeuwen nam de kennis over het riviersysteem toe en ging men steeds meer voorzorgsmaatregelen nemen. Eerst gebeurde dat vooral op lokale schaal, bijvoorbeeld daar waar de rivier recht op een winterdijk afstroomde of hem bij schaardijken dreigde te ondermijnen. Al in de 17e eeuw probeerde men door •

Dijkmagazijn - Deest

het graven van nieuwe lopen (vooral in meanders, bijvoorbeeld bij Hurwenen en Erlecom) en de aanleg van kleine schuine kribben dit soort gevaar te keren. Zo is de Waal vanaf Lobith tot Nijmegen van 30 km naar 20 km ingekort. In de 18e eeuw nam het aantal overstromingen sterk toe en een van de maatregelen die indertijd werd bedacht om de wateroverlast het hoofd te bieden, was de aanleg van overlaten: lagere gedeelten in de winterdijk, waarlangs het water in tijden van een dreigende overstromingen gecontroleerd ingelaten kon worden. In de 19e eeuw werd ook de dijkbewaking systematisch ter hand genomen en werden op regelmatige afstand van elkaar dijkmagazijnen gebouwd waar materiaal lag opgeslagen dat voor de hoogwaterbestrijding nodig was. Tot in de 20e eeuw waren er dijkdoorbraken; veelal veroorzaakt door ijsgang.

Brakel voor en na de dijkverzwaring

De bandijken verdeelden het rivierenland in uiterwaarden en binnendijkse gebieden. Het binnendijkse gebied werd door het centrale gezag zodanig ingericht, dat het overtollige water via een ingewikkeld stelsel van sloten, kaden, weteringen en sluizen op de rivieren kon worden geloosd. Lokaal zijn oude stroomgordels (bijvoorbeeld Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

33


de Linge) opgenomen in dit afwateringsstelsel.Vaak was er verdeeldheid over het binnendijkse waterbeheer. Een mooi voorbeeld daarvan ligt in de oostelijke Betuwe waar zowel de ‘Rijnkanters’ als de ‘Waalkanters’ evenwijdig aan elkaar hun eigen wetering aanlegden vanaf Doornenburg tot aan de Dode Linge bij Tiel. Op de scheiding werd een weteringwal aangelegd die pas midden vorige eeuw werd geslecht. Speciale aandacht was er bij het binnendijkse waterbeheer altijd aan de kwel, die bij hoogwater onder de dijk doorsijpelde. Met name op plaatsen waar oude stroombanen onder de dijk doorliepen kon de kwel aanzienlijk zijn en zelfs de dijk ondermijnen. In deze gebieden werden kwelkades toegepast; lage binnendijkse kades, op een paar honderd meter van de winterdijk, die een komvormig gebied omgrensden. Binnen zo’n kwelkom kon het water hoog stijgen, waarmee dan tegendruk werd opgebouwd aan de achterkant van de winterdijk. Met de verbeterde waterhuishouding werden ook de kommen geschikt voor ontginning als wei- en graslanden en kregen een strookvormige verkaveling en/of een regelmatige blokverkaveling. Buitendijks nam de dynamiek van de rivier toe als gevolg van de aanleg van de dijken. De waterstanden bij hoogwater werden hoger, de stroomsnelheden namen toe en de beweeglijkheid van de bedding werd groter. Dit legde beperkingen op aan de menselijke activiteiten en het landgebruik. Pas vanaf de 19e eeuw was de mens in staat de activiteit van rivier verder in te perken door het zomerbed te normaliseren. Door toenemende afvoeren en opslibbende uiterwaarden werd een serie dijkverhogingen noodzakelijk, een proces dat tot op de dag van vandaag doorgaat. Dijkverzwaringen gingen vaak ten koste van beplanting en bebouwing aan de dijk. Anderzijds zijn de opgerichte dijken zelf ook aanleiding geweest voor bijzondere bouwvormen en beplantingen.

34

De Waal onderging een gedaanteverandering door de normalisatie. De situatie vlak voor de normalisatie bij Ewijk en daarna.

Militaire structuren in het rivierenland Ter verdediging tegen vijandelijke invallers zijn in het rivierengebied ook forten en verdedigingslinies aangelegd. Tijdens de Tachtigjarige oorlog (1568-1648) vormde de noordoever van de Waal en zuidoever van de bovenstroom van de Neder-Rijn het decor van een reeks redouts die prins Maurits in 1595 tegen de Spanjaarden had laten bouwen. Ze stonden in de uiterwaard op een terp of op de schaardijk ter verdediging van het staatse gebied. Het waren houten blokhuizen, die in de loop der eeuwen


zijn verdwenen. Namen als Ronduit herinneren nog aan deze verdedigingswerken. Tegenover Nijmegen kwam fort Knodsenburg tot stand. Relicten van de hoofdwallen van het bastion zijn deels opgenomen in de bandijk. Aan het einde van de 17e eeuw werd de Oud Hollandse Waterlinie aangelegd, die liep van Muiden, via Woerden en Gorinchem tot Heusden. Gorinchem, Woudrichem en Slot Loevestein lagen aan de oostzijde van deze linie. Na de Napoleontische tijd werd ten oosten van de Oude Waterlinie de Nieuwe Hollandse Waterlinie aangelegd.Veel bouwwerken hiervan zijn nog intakt, zoals de inlaatwerken waarlangs water in de komgebieden kon worden ingelaten, die dan als waterlinie zouden gaan fungeren. De dijk en de hoger gelegen oeverwal werd er verdedigd door middel van forten. Bij Vuren werd het gelijknamige fort gebouwd en bij Brakel een batterij. Het Munnikenland fungeerde als inundatiegebied met daarachter Slot Loevestein. In het oosten van het Waalstroomgebied ligt nog een tweede waterlinie, van veel recentere datum, de IJssellinie. Door middel van mobiele stuwen kon Rijn en Waal worden afgedamd, waardoor het IJsseldal zich zou vullen en als waterlinie kon fungeren. Langs de Waal •

‘Onze groote rivieren’ (Verkade album, 1938) toont de Waal met een groot aantal steenfabrieken in bedrijf

zijn enkele hoogwatervrije terreinen aangelegd, die als opslagplaats voor het materieel en uitvalsbasis voor het leger moesten fungeren. De IJssellinie is kort na WOII opgebouwd en pas in de loop van de zeventiger jaren ontmanteld.

3.5. De Waal (bijna) beteugeld

Fort Sint Andries, waar de Maas en Waal elkaar raken (de Man 1810)

Riviernormalisatie; om de scheepvaart te verbeteren Een belangrijke ingreep die de natuurlijke dynamiek van de Waal verder aan banden legde was de riviernormalisatie in de tweede helft van de 19e eeuw. De Waalbedding lag in die tijd nog niet vast en had een sterk wisselende breedte, ook waren er veel zandeilanden, die een hindernis vormden voor de scheepvaart. Om het scheeptransport over de rivier te bevorderen werd de rivier genormaliseerd. Zandbanken werden weggebaggerd en door de aanleg van kribben op regelmatige afstanden kon de hoofdstroom worden geconcentreerd in een loop met een vaste breedte van circa 250 m. Met name in de bochten varieert de lengte van de kribben Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

35


soms sterk, van vrijwel afwezig op de ene oever tot soms meer dan 100 meter lang op de andere. Dankzij de normalisatie kon de Waal uitgroeien tot een van de belangrijkste scheepvaartverbindingen van West Europa. Met name voor het internationale transport tussen de Rotterdamse haven en het Ruhrgebied is de Waal van groot belang. Voor het natuurlijk functioneren van de Waal had de normalisatie tot gevolg dat de loop van de rivier werd gefixeerd en de meanders tot stilstand kwamen op de plaats waar ze rond 1850 lagen. Ook het proces van erosie en sedimentatie veranderde sterk, waarbij in de uiterwaarden de sedimentatie de overhand kreeg en in de bedding de erosie. Sinds de aanleg van de kribben is het zomerbed van de rivier ter hoogte van Lobith dan ook al 2,5 m gezakt. Tegelijkertijd zijn de uiterwaarden zoâ&#x20AC;&#x2122;n 2 meter opgeslibd. In de 20e eeuw groeide de Waal uit tot de belangrijkste scheepvaartverbinding van West Europa, met name het transport naar en van Duitsland nam een enorme vlucht. Ook ontstonden er door de aanleg van kanalen in Duitsland verschillende trans-Europese vaarroutes. Om de vaarweg ook bij laagwater op diepte te houden worden er jaarrond baggerwerkzaamheden uitgevoerd in de ondiepe gedeelten (met name op de Middenwaal). Het zand dat hierbij vrijkomt wordt bovenstrooms weer teruggebracht in de rivier om de erosie aldaar het hoofd te bieden.

â&#x20AC;˘

36

Bij de riviernormalisatie in 1870 werd de hele Waal vastgelegd met kribben en lokaal ook langsdammen. De bedding kreeg daarbij zijn huidige normaalbreedte en eilanden werden in de oever opgenomen of weggebaggerd. Door het nadien ontbreken van erosie werden de uiterwaarden snel hoger. Een mooi voorbeeld is de Bloemplaat nabij Slot Loevestein, die in circa 140 jaar bijna 3 meter hoger werd. De geulen in de uiterwaard slibden vol en liggen nu het grootste deel van het jaar droog

Klei- en zandwinning; om de grondstoffenmarkt te voorzien De eerste bewoners van het rivierengebied hebben waarschijnlijk al gebruik gemaakt van de alom aanwezige klei bij het bouwen van hun huizen. In de Middeleeuwen neemt de baksteenfabricage een grote vlucht en worden er nabij kleivoorkomens veldbrandovens gebouwd waar bakstenen worden gebakken. De klei werd toen nog alleen gevonden in oude afgesneden meanders, die niet meer actief door de rivier werden gebruikt. Het rustige milieu en de grote diepte garandeerden, na jaren van sedimentatie, een dikke kleilaag.Veel oude meanders zijn dan ook weer open gegraven voor de kleiwinning en het open water en de moerassen die er liggen zijn restanten van de winning en zijn niet het restant van de oude rivierarm (een bekend voorbeeld is de Ooijse Graaf bij Erlecom). Pas met de aanleg van de zomerkades werden ook in de uiterwaarden gebieden


met rustig stroommilieu geïntroduceerd waar bij hoogwater veel klei kon bezinken. Zo rond 1900 was deze kleilaag vaak al meer dan een meter dik (veel zomerkaden werden tussen 1750 en 1800 aangelegd) en werd daarmee winbaar. In korte tijd verschenen er vele tientallen steenfabrieken in het rivierengebied, die de kleilaag afgroeven en verwerkten tot bakstenen. Deze jonge kleilagen zijn rijk aan kalk en leveren bronskleurige of gele bakstenen op. In een eeuw tijd is een aanzienlijk deel van de klei alweer uit het stroomgebied van de Waal vergraven. Omdat de aanvoer wel doorgaat zal er op termijn op rustige plekken weer een nieuwe laag zijn afgezet. Ook binnendijks in de komgebieden vindt kleiwinning plaats. Het gaat daarbij om oude kleilagen die er al honderden jaren liggen (van voor de dijkaanleg).Vanwege het lage kalkgehalte levert deze klei rode stenen op. In de ondergrond van de uiterwaarden begint op een diepte van 1 tot 2 (lokaal 5) meter overal een tientallen meters dikke zandlaag.Voor een deel is dit zand door de Waal aangevoerd, maar dieper in de bodem, bevindt zich ook zand dat door de • Kleiwinning in actie.

Oer-Rijn tijdens de ijstijd is aangevoerd. Na WOII is het zand uit het rivierengebied op steeds grotere schaal gewonnen ten behoeve van beton- en metselzand en ophoogzand. Zand wordt nu nauwelijks meer aangevoerd door de rivier doordat dit bovenstrooms bezinkt in Duitsland ten gevolge van verzakkingen door mijnbouw. Binnen Nederland erodeert zand en klei wel door de harde stroming uit de vaargeul en wordt aan de oevers gesedimenteerd. De zandwinning hoeft zich daarom, in tegenstelling tot de kleiwinning, niet te houden aan de kleinschalige structuur die de rivier in het landschap heeft achtergelaten. Daarom zijn door de zandwinning soms hele uiterwaarden vergraven en in water omgezet. De zandwinning beperkt zich niet tot buitendijks, de zandvoorkomens strekken zich immers over het hele rivierengebied uit.

• In 1956 werd voor het laatst een Steur in de Waal gevangen

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

37


Nieuwe natuur om riviernatuur weer een plek te geven De laatste 25 jaar zijn grote delen van de uiterwaarden van de Waal heringericht als natuurgebied. Een belangrijke aanzet hiervoor vormde het Plan Ooievaar, een visie op het rivierengebied, waarin voor het eerst de kansen voor grootschalig herstel van dynamische riviernatuur werden beschreven. In combinatie met de delfstoffenwinning en later ook hoogwaterbescherming en andere maatschappelijke en economische dragers werden uiterwaarden omgevormd en maakte de tot dan toe dominante landbouw plaats voor nieuwe natuur. In deze natuurontwikkelingsgebieden kwam weer ruimte voor de kenmerkende dynamische processen van het rivierengebied zoals: hydrodynamiek (peilschommelingen en stromend water), morfodynamiek (sedimentatie en erosie) en jaarrondbegrazing. Belangrijke stimuli voor het herstel waren het buiten gebruik stellen of geheel verwijderen van zomerkades en het weer openen van historische geulenpatronen door het afgraven van de afdekkende kleilaag tot op de zandige ondergrond.

Het herstel van de riviergebonden natuur in de uiterwaarden verliep verrassend snel. Met hoogwater werden zaden aangevoerd van bovenstrooms en tientallen verdwenen soorten vestigden zich er weer. Opvallend is ook het herstel van de ooibossen. 20 Jaar geleden dacht men nog dat wilgen en populieren aangeplant moesten worden omdat natuurlijke vestiging niet mogelijk zou zijn. Twee decennia later zijn deze soorten weer wijdverbreid en gaan er alweer stemmen op om de bosgroei juist te beteugelen. Ook hardhoutsoorten zoals eik, es en iep vestigen zich inmiddels zelf in het rivierengebied. Door de nieuwe natuur hebben veel uiterwaarden een metamorfose ondergaan en zijn van open graslandgebieden veranderd in halfopen mozaĂŻeklandschappen. Bekende voorbeelden zijn de Millingerwaard, de Ewijkse Plaat, de Afferdensche en Deestsche waarden en de Gamerensche waard. De waarde van deze grootschalige natuurontwikkeling is inmiddels ook onderkend in het natuurbeleid en in het kader van de realisatie van de Ecologische hoofdstructuur worden de komende jaren steeds meer uiterwaarden aan het rivierecosysteem toegevoegd. Veranderend zicht over de Waal. Doordat functies veranderden is ook het beeld van de rivier en haar uiterwaarden al vaak veranderd. Terwijl de oorsprong ligt in een dynamisch natuurgebied was het beeld van de rivier 100 jaar geleden anders. Historische atlassen tonen een beeld van open agrarische uiterwaarden met op veel plaatsen hoge begroeiing langs de oever van de rivier. In 1900 was de Waal in de helft van het rivierengebied slecht zichtbaar vanaf de dijk. De horizon werd gevormd door beplante oevers en soms ook door steenfabrieken. Later in de 20e eeuw zijn de rivieroevers en de uiterwaarden opener geworden. In de afgelopen decennia is de beplanting toegenomen en wordt er juist een evenwicht gezocht tussen natuurlijke begroeiing en openheid voor agrarische functies, voor doorstroming en voor uitzicht.Veranderende wensen ten aanzien van de natuur, het cultuurgebruik, bedrijvigheid en beleving hebben geleid tot een grote variatie in de loop van de tijd.

â&#x20AC;˘ Het Millingerduin. Symbool van natuurontwikkeling in het rivierengebied

38


â&#x20AC;˘

Kaarten van de Waal bij Ochten in 1850 en in 2008 laten het veranderende zicht op de Waal zien. Minder bos in 2008 en op deze plek veel afgravingen in de uiterwaard Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal â&#x20AC;˘ September 2009

39


40


Hoofdstuk 4

I

Karakteristieken en kernkwaliteiten van de Waal In dit hoofdstuk worden de karakteristieke kenmerken van het rivierengebied beschreven. Dit gebeurt aan de hand van lagen waaruit het landschap is opgebouwd:

• • • •

het natuurlandschap; het cultuurlandschap; de dynamische netwerken; de ruimtelijke beleving.

Karakteristieken zijn gemarkeerd in de tekst en zijn geïllustreerd met foto’s en kaarten. Uit de karakteristieken zijn kernkwaliteiten afgeleid, die de essentie van het rivierenlandschap weergegeven en die hoog gewaardeerd worden vanuit de kwaliteitsbegrippen belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde. Dit hoofdstuk begint met een overzicht van kernkwaliteiten. Het hoofdstuk besluit met kaartbeelden van de kernkwaliteiten. Hiertussen worden de karakteristieken beschreven en wordt het Waal landschap ontleed.

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

41


Overzicht kernkwaliteiten A. Het natuurlandschap: de Wilde Waal

B. Het cultuurlandschap: de Getemde Waal

Kernkwaliteit: Dynamische rivier

Kernkwaliteit: Continue dijk als belevingsas

Van de Nederlandse rivieren voert de Waal niet alleen verreweg de grootste hoeveelheid water af, zij kent ook de grootste fluctuaties in waterpeil. Dat brengt op haar beurt een uniek proces van sedimentatie en erosie in beweging. Dit is fraai waarneembaar op rivierstranden, aan de kribben, in de nevengeulen en aan de soms overstroomde en dan weer droge uiterwaarden.

Kernkwaliteit: Dynamische riviernatuur

Langs de Waal bestaan unieke riviergebonden natuurlijke levensgemeenschappen die zijn aangepast aan de hoge dynamiek van de rivier. De dynamische natuur, zowel op het land (ooibossen, struwelen, stroomdalgraslanden) als in het water (stromende nevengeulen, moerassen), en de grote diversiteit hierbinnen zijn bij uitstek kenmerkend voor de Waal. Deze natuur maakt deel uit van een internationaal rivierecosysteem.

De dijk is een continu aanwezige en doorlopende structuur. Natuurrampen en menselijke ingrepen hebben geleid tot interessante tracés die samen met de rivier een boeiend verhaal vertellen. De hoge dijk met zijn fraaie zichtlijnen is een waardevolle belevingsas.

Kernkwaliteit: Sporen van eeuwenlang leven met het water

Het landschap van de Waal kent vele oude en jonge sporen van de strijd tegen het water. Samen vertellen ze een indrukwekkende geschiedenis van de mens in het stroomgebied van de Waal.

Kernkwaliteit: Heldere en leesbare landschapstypen langs de rivier

Haaks op de Waal en parallel aan de dijk is vrijwel overal de kenmerkende reeks van landschapstypen te onderscheiden: rivier – uiterwaard – oeverwal – kom. Het leidt tot een zeer herkenbaar dwarsprofiel in het rivierenlandschap.

Kernkwaliteit: Bijzondere stedelijke fronten en dorpsilhouetten

In een regelmatig ritme zijn er enkele steden aan de Waal ontstaan met een sterke band met de rivier. In contrast met de dorpen achter de dijk en op de oeverwal, liggen Nijmegen, Tiel en Zaltbommel met het gezicht naar de rivier gekeerd.

Kernkwaliteit: Militaire hoogtepunten met nationale uitstraling

Langs de Waal zijn militaire hoogtepunten te vinden die een nationale uitstraling hebben. Voor veel Nederlanders zijn het opmerkelijke ankerpunten van de Waal.

42


C. Dynamische netwerken: de Nijvere Waal

D. Ruimtelijke Beleving: de Weidse Waal

Kernkwaliteit : Watersnelweg tussen Ruhrgebied en Rijnmond

Kernkwaliteit : De grote schaal

De Waal is de transportas voor vervoer over het water in Nederland. Dit heeft in grote mate de verschijningsvorm van de Waal bepaald. Breedte en diepte, maar ook de hoogte van de bruggen, die daarmee beeldbepalend zijn, hangen direct samen met de scheepvaartfunctie.

Kernkwaliteit : Waalse bedrijvigheid

Op de Waaloevers staan relatief veel bedrijventerreinen, met verschillende riviergebonden economische activiteiten. Daarnaast wordt er al eeuwen gebruik gemaakt van klei die door de Waal wordt aangevoerd. Langs de Waal staan actieve steenfabrieken en er zijn waardevolle resten van historische steenfabrieken te vinden.

De Waal is de grootste rivier van Nederland. Het landschap van de Waal kent grote vergezichten, en stoere afmetingen van de rivier en van de infrastructuur hier omheen. Ook in het landschap rondom de Waal is de beleving van de weidsheid een sensatie.

Kernkwaliteit: De rust en de vrijheid langs de rivier

Het contrast in grondgebruik aan weerszijden van de dijk is typisch voor de Waal. Aan een zijde bestaat een bedrijvig cultuurlandschap op de oeverwal. Aan de andere zijde overheerst de rust en de natuur van de uiterwaard. Er ligt een vrij landschap met extensief grondgebruik.

Kernkwaliteit: Struinen, uitwaaien en pootje baden

In het rivierengebied heeft zich de laatste jaren een eigentijdse vorm van recreatie ontwikkeld waarin de natuur en avontuur centraal staan. Er zijn lange afstandsroutes over de dijk en door de uiterwaarden en er kan gestruind worden buiten de paden.

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal â&#x20AC;˘ September 2009

43


4.1 Karakteristieken van het natuurlandschap: De Wilde Waal

Tiel

Gorinchem

Zaltbommel

De Benedenwaal

44


De Gelderse Poort

Druten Lent

Millingen a/d Rijn Spijk Nijmegen

Middenwaal

• De AHN (Algemene Hoogtekaart Nederland) geeft een mooi beeld van het natuurlandschap van de Waal Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

45


4.1 Natuurlandschap: de Wilde Waal In vergelijking met de andere riviertakken is de Waal de jongste en meest dynamische. Door de Waal stroomt ongeveer 2/3e deel van het Rijnwater en het debiet varieert sterk van 500 tot 9.000 m3/seconde. Er is een groot peilverschil tussen laag en hoogwater en de stroomsnelheid kan bij hoogwater oplopen tot 2 m/sec. In het westen is de getijdeninvloed van de Noordzee merkbaar. Bij hoogwater transporteert de rivier grote hoeveelheden klei en zand, waarvan het meeste tijdens hogere afvoeren. Een gedeelte van het sediment wordt in de uiterwaarden afgezet, het zand nabij de oever, de klei ver van de rivier af. De uiterwaarden hogen zo steeds verder op. De rivierdynamiek is in verschillende ontwikkelingsfasen beteugeld, maar nog steeds goed merkbaar en zonder meer een van de kernkwaliteiten van de Waal. De laatste jaren wordt er met succes in natuurontwikkelingsprojecten naar gestreefd om deze dynamiek weer tot leven te brengen. Grote delen van de uiterwaarden van de rivier zijn ook aangewezen als Ecologische Hoofdstructuur en Natura 2000 gebied. De Gelderse Poort, waar een groot deel van de Ecologische Hoofdstructuur al is gerealiseerd, is een mooi voorbeeld van hoe de dynamische natuur zich in enkele decennia kan herstellen. Rivierdynamiek is de verzamelnaam voor een groot aantal processen in en om de rivier en bestaat uit 3 componenten, die langs de Waal nog in meer of mindere mate actief zijn: • De dynamiek van het water (wisselende peilen en stroming); • De dynamiek van het sediment (erosie, sedimentatie en transport van zand en klei); • De dynamiek van planten en dieren (aan- en afvoer van voedingsstoffen, zaden en organismen).

46

• • •

Brakelse Beneden Waard (vliegerfoto DirkOomen) Drooggevallen geul in de Gamerensche Waard Ewijkse Plaat.


Dynamische rivier: dynamiek van water en sediment De vrij afstromende rivier De Waal is een vrij afstromende rivier. Dit is zichtbaar aan de waterstand die bij iedere afvoer anders is en de grote jaarlijkse schommelingen, waarbij soms de uiterwaarden geheel of gedeeltelijk overstromen. De gemiddelde afvoer in de Waal bedraagt 1.500 m3/sec. De gemeten afvoeren variëren van circa 500 m3/sec (in 1976) tot circa 9.000 m3/sec (in 1926). Het verschil in waterstand bij deze afvoeren bedraagt meer dan 9 meter.

Zomerkade

Zomerkade

Winterkade

Winterkade

Het grootste deel van het jaar ligt de rivier in zijn zomerbed. Slechts 35 dagen per jaar treedt zij buiten haar oevers en overstromen de uiterwaarden. Bij nog hogere afvoer (circa 11 dagen per jaar) zijn de uiterwaarden geheel overstroomd. De zomerkades zorgen er echter voor dat grote delen van de uiterwaarden nog veel later overstromen. Dit gebeurt gemiddeld maar eens in de 2 jaar. Laagwater treedt op als de afvoer bij Lobith onder de 1500 m3/sec zakt. De Waal voert

330 dagen per jaar 35 dagen per jaar •

Winterbed en zomerbed van de Waal

Staartjeswaard Beuningen • Waalbrug Nijmegen • Millingerduin

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

47


dan nog circa 1200 m3/sec. De rivier zakt dan steeds verder terug in het zomerbed en alle nevenwateren in de uiterwaarden drogen langzaam uit. Kenmerk van een vrij afstromende rivier is dat het water er altijd in beweging is. De stroomsnelheid is het sterkst in het zomerbed. Bij hoogwater overstromen de uiterwaarden, de stroomsnelheden zijn hier veel kleiner en lokaal staat het zelfs helemaal stil. Naast het zomerbed liggen er in de uiterwaarden tal van geulen die permanent of alleen tijdelijk water voeren en die geheel, of gedeeltelijk met het zomerbed in verbinding staan.Vanwege hun transportcapaciteit (er stroomt meer water door dan over een begroeide uiterwaard) spelen ze ook een rol bij de afvoer van hoogwatergolven. Nevengeulen ontstonden vroeger vooral wanneer de rivier zijn loop verlegde en de verlaten loop in de uiterwaarden achterbleef. Sinds de rivier is vastgelegd ontstaan er geen nieuwe nevengeulen meer en door een overschot aan sediment zijn de meeste inmiddels ook dichtgeslibd. De laatste jaren worden weer nieuwe nevengeulen gegraven, ten behoeve van hoogwaterbescherming en natuurontwikkeling.

48

• • •

Instroom uitwerwaarden tijdens opkomend hoogwater Waalkade Tiel Waalbrug Nijmegen

We kunnen onderscheid maken in de volgende typen nevengeulen: • Stromende nevengeulen; deze geulen zijn aan beide zijden aangetakt aan het zomerbed en kunnen bij alle waterstanden een (klein) deel van het rivierwater transporteren. Hun bodem ligt daarom lager dan de laagste waterstand ter plaatse en de peilschommelingen zijn gelijk aan die in de rivier.Vanwege de permanente stroming hebben de geulen een zandige bodem. Stromende nevengeulen spelen een belangrijke rol voor organismen die afhankelijk zijn van stromend water (waterplanten, opgroeiende riviervissoorten, macrofauna). De rivier is voor deze soorten vaak te diep en biedt niet de vereiste milieus; • Hoogwatergeulen; deze geulen zijn eenzijdig benedenstrooms aangetakt en stromen pas mee bij stijgende waterstanden als het rivierwater bovenstrooms over de drempel stroomt. De verbinding met de rivier zorgt ervoor dat het peil in de geul meebeweegt met dat van de rivier. Het rustige water dat wel in open verbinding staat met de rivier is een bijzonder milieu. Ook


zijn er hoogwatergeulen die geheel droogvallen bij lagere waterstanden. Hoogwatergeulen zijn als ze niet meestromen, gevuld met helder water, dat via rivierkwel aan de bovenstroomse zijde in de geul opwelt; Strangen (lokaal killen genoemd); tenslotte zijn er geulen die aan beide zijden afgesloten zijn van de rivier. Ze liggen vaak wat verder van de rivier af en vullen zich pas tijdens een hoogwater. Strangen hebben altijd een kleiige bodem en vullen na ieder hoogwater een beetje verder op. Ze zijn vaak begroeid met moerasvegetaties en langs de Benedenwaal ook met riet.

Getijdeninvloed De Benedenwaal staat onder invloed van een kleine getijdenbeweging.Via de Nieuwe Waterweg – Oude/Nieuwe Maas-Merwede dringt de getijdengolf door tot in de Benedenwaal. Tweemaal daags valt daar een smalle zone van de oevers droog bij eb en overstroomt weer bij vloed. Op flauw oplopende oevers is deze zone het breedst. Vanwege de in- en uitstroom van getijdenwater is het zomerbed in de Benedenwaal ook breder en dieper dan bovenstrooms.

• DNA van de Waal (uit RKK Gentse en Millingerwaard - Bosch en Slabbers) In de bodem van de aanwaswaarden zijn de restgeulen (lichtblauw in de rechter figuur) te vinden van de langzaam verschuivende rivier. Het patroon van deze geulen verschilt en is afhankelijk van de grootte van de meanderbocht, van licht slingerend (bovenaan) tot sterk meanderend (onderaan). In natuurontwikkelingsprojecten wordt de historische geulstructuur vaak gebruikt als basis voor het nieuwe •

Bij zeer lage afvoer is het getij zelfs merkbaar tot bij Tiel (enkele centimeters), maar benedenstrooms van Zaltbommel wordt de getijdendynamiek pas duidelijk merkbaar (circa 20 cm verschil tussen eb en vloed).Verder stroomafwaarts neemt dit toe tot circa 45 cm bij Woudrichem. Niet alleen het getij, maar ook stormvloeden dringen door tot in de Benedenwaal. De verhoging kan daar dan tot meer dan 1 meter hoger zijn dan de gemiddelde vloedhoogte. Omdat de waterstand in de Benedenwaal bij lagere en gemiddelde waterafvoeren maar weinig fluctueert (zie hierna), bevindt de getijdenzone zich hier een groot deel van het zomerhalfjaar op dezelfde hoogte, rond de 1meter NAP. Hier groeit dan ook vegetatie die afhankelijk is van de getijdenbeweging, zoals riet, dat langs de rivier alleen benedenstrooms van Zaltbommel voorkomt. De getijdenbeweging zorgt naast de dagelijkse variatie in waterstanden ook voor een aanzienlijke demping van de waterstanden bij hoogwater. De amplitudo is

Dagelijkse peilschommelingen door getij in de Benedenwaal.

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

49


benedenstrooms daarom veel kleiner dan bovenstrooms: in de Bovenwaal bij Pannerdensche Kop 9,3 meter en in de Benedenwaal bij Woudrichem maar 4,6 meter. Dit verschil wordt veroorzaakt doordat de bedding benedenstrooms ruimer is vanwege de getijdenbeweging. De eerste helft van de rivier tot aan Tiel neemt de amplitudo nog maar weinig af, vanaf Zaltbommel, gaat het sneller (zie figuur). De demping in de Benedenwaal treedt alleen op in de range van lagere afvoeren (zie figuur). Hoogwatergolven in de lagere afvoerrange, waaronder de meeste zomerhoogwaters, gaan daarom ongemerkt aan het benedenrivierengebied voorbij, terwijl deze bovenstrooms wel duidelijk merkbaar zijn. Grotere hoogwaters dringen wel in het benedenrivierengebied door. Kwelwater Een deel van het water in de uiterwaarden staat onder invloed van kwel. Wanneer rivierkwel optreedt betekent dit dat het water ververst wordt door een grondwaterstroom die vanaf de rivier naar het betreffende oppervlaktewater loopt. Rivierkwel is een belangrijke bron van koel, helder water dat de waterkwaliteit in de nevengeulen en plassen kan verbeteren, mits zich een doorgaande stroom kan instellen. Rivierkwel treedt pas op als het peil in de rivier hoger is dan in het oppervlaktewater en is het meest actief in wateren dicht bij de rivier. Ook in hoogwatergeulen treedt aan de bovenzijde rivierkwel op, waardoor het water in de geul binnen enkele dagen ververst is. Ook binnendijkse wateren kunnen onder invloed staan van kwel. Bij hoogwater is er het rivierkwel dat onder de dijk doorstroomt naar binnendijks en gebieden daar van vers water voorziet. Soms leidt dit ook tot overlast, wanneer de kwel optreedt in bebouwde gebieden. Naast kwel vanuit de rivier is er ook grondwater dat vanuit de hogere zandgronden (Veluwe en andere stuwwallen) naar het rivierengebied stoomt. Dit water is vaak honderden tot duizenden jaren onderweg geweest en welt op in de lagere delen van het rivierengebied (vooral in de kommen tussen Rijn en Waal). Dit leidt daar tot bijzondere watervegetaties.

50

â&#x20AC;˘ â&#x20AC;˘ â&#x20AC;˘

Rijswaard Ophemert na hoogwater (vliegerfoto Dirk Oomen) Hoog opgestoven zand op het Millingerduin Zandafzettingen bij Beneden Leeuwen


Groot transport en afzettingen van zand en klei De grote afvoer en de sterke stroming zorgen er voor dat de Waal veel sediment kan transporteren. Dit is goed zichtbaar aan de troebele kleur van het water. Na hoogwater ligt er op veel plaatsen een vers laagje sediment in de uiterwaarden. Klei zweeft in het water en wordt het hele jaar door meegevoerd. Tijdens hoogwater is het transport wel veel hoger, omdat de erosie en aanvoer van bovenstrooms dan veel hoger is. Jaarlijks vervoert de Waal meer dan 1 miljoen m3 klei. Zand kan de Waal ook goed vervoeren; de korrels bewegen al stuiterend over de bodem. Jaarlijks wordt circa 570.000 m3 zand doorgevoerd, waarvan verreweg het meeste tijdens hoogwater (bij een hoogwatergolf wordt tot 300.000 m3 doorgevoerd). Bij lagere afvoeren is de stroomsnelheid te gering en valt het transport van zand vrijwel stil.Vanwege de grote hoeveelheid zand die in beweging is en op de oevers ligt, wordt de Waal ook wel Zandrivier genoemd. De Waal stroomt nergens zo hard dat ze grover grind (> 2 cm) stroomafwaarts kan vervoeren. Toch ligt er hier en daar grind in de bedding, het gaat dan om oudere grindlagen die door de rivier worden aangesneden. Het zand spoelt er tussenuit en het grind blijft over. Alleen in de bochten van de Bovenwaal, waar ook de spiraalstroom actief is, is de waterbeweging zo sterk dat grind vanaf de bodem tot op de oevers kan worden vervoerd, waar het lokaal grindbanken vormt. Naast water is ook wind een transportmedium. Tijdens storm is de wind in staat om losliggend zand op te pakken en te vervoeren. Het verschijnsel treedt alleen op als aan twee voorwaarden is voldaan; een lange strijklengte van de wind over het water en een voldoende groot oppervlak waar zich op de oever droog losliggend zand bevindt. Een deel van het sediment dat door de Waal wordt meegevoerd, wordt tijdens hoogwater op de oevers neergelegd. Als water vanuit het zomerbed de uiterwaarden in stroomt, neemt de stroomsnelheid al na enkele tientallen meters sterk af. Als eerste blijft daarom zand op de oever achter, vlakbij de rivier. In de loop der jaren kan hier een metershoge zandige oeverwal ontstaan. Lokaal kan de wind vat krijgen op dit zand en kunnen er bovenop de oeverwal rivierduinen ontstaan. De klei die met het rivierwater de uiterwaarden in stroomt, bezinkt pas als het water vrijwel •

• Grindafzettingen bij de Bisonbaai in Ooij • Erosieoever bij de nevengeul van Gameren Zandafzettingen in Kaliwaal bij Beneden Leeuwen

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

51


stil valt.Verder van de rivier af, achter de oeverwal ontstaat daardoor een kleidek; de uiterwaardvlakte. Deze deken van klei vormt in de loop der jaren een steeds dikkere laag, die de zandige ondergrond (die nog stamt uit de tijd dat de rivier niet was vastgelegd) overal bedekt. In diepere gedeelten (strangen en nevengeulen) bezinkt de meeste klei en deze vullen zich daarom relatief snel op. In de uiterwaarden van de Waal zijn nog sporen te zien van de periode voor de vastlegging van de bedding met kribben, toen de sedimentatie en erosie nog veel sterker waren. Met name de aanwas van nieuw land leverde een bijzonder patroon op van zogenaamde aanwaswaarden (zie ook hoofdstuk 2). Van boven – naar benedenstrooms liggen in een aanwaswaard altijd een aantal evenwijdige geulen (restanten van het winterbed) en langzaam aflopend land (hoe jonger hoe lager). De grootte van de bocht bepaalt uiteindelijk de breedte van de uiterwaard en de vorm van de nevengeulen. Door de riviernormalisatie zijn de vormen van de toenmalige uiterwaard in de zandige ondergrond gefixeerd. Erosie Erosie is het verschijnsel waarbij zand en klei door het stromende water worden opgepakt en in transport komen. Het is zichtbaar aan de sporen die daarbij achterblijven zoals steilranden. Erosie wordt altijd in een adem genoemd met sedimentatie, maar het is een proces dat tegenwoordig nog maar weinig voorkomt langs de Waal.Voordat de rivier in de 19e eeuw werd vastgelegd met kribben, bewoog het hele zomerbed, wat met sterke erosie van de buitenbochten gepaard ging. Tegenwoordig treedt alleen nog structurele erosie op in de hoofdbedding.Vooral in de Bovenwaal wordt meer zand opgepakt dan er van bovenstrooms wordt aangevoerd, waardoor de rivierbodem gemiddeld met 1 – 2 cm per jaar zakt.Verder komt erosie alleen voor op bijzondere plekken, zoals op plaatsen waar water in de uiterwaarden een groot verval overbrugt (bijvoorbeeld bij het overstromen van een zomerkade); waarbij erosiekuilen ontstaan. Een andere veroorzaker van erosie is de golfslag die door schepen wordt opgewekt. Waar deze tegen kleiige oevers aan slaat kan soms flinke erosie optreden, waardoor kleine steilwanden ontstaan.

52

• • •

Erosieoever Staartjeswaard bij Beuningen In de kribvakken blijft veel zand achter waar de typische Waalstrandjes ontstaan (vliegerfoto Dirk Oomen) Strandjes zijn geliefde pleken voor recreatie


Kernkwaliteit: Dynamische rivier Van de Nederlandse rivieren voert de Waal niet alleen verreweg de grootste hoeveelheid water af, zij kent ook de grootste fluctuaties in waterpeil. Dat brengt op haar beurt een uniek proces van sedimentatie en erosie in beweging. De schommelingen in waterpeilen zijn goed waarneembaar op de rivierstranden, aan de kribben, in de nevengeulen en aan de soms overstroomde en dan weer droge uiterwaarden. Het veranderende uiterlijk en ritme van de Waal is kenmerkend voor de rivier. Ook het proces van sedimentatie is in geen enkele andere rivier zo goed te zien als bij de Waal.

• Strand bij Druten Waalarm bij Hurwenen

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

53


Dynamische riviernatuur De variatie in de bodemopbouw en de overstromingsfrequentie is de basis voor een groot aantal bijzondere riviergebonden leefgemeenschappen dat langs de Waal voorkomt.Veel kenmerkende soorten die er leven zijn aangepast aan de hoge dynamiek; zij kunnen tijdelijke overstromingen doorstaan of trekken zich tijdens hoogwater terug op hogere grond. Deze hoge terreinen liggen deels in de uiterwaard (steenfabrieken en vlietbergen) en deels binnendijks. Ook planten en dieren van waterrijke milieus, moeten - ook al leven ze permanent in het water- aangepast zijn aan de grillen van de rivierdynamiek met zijn peilschommelingen en wisselende stroomsnelheden. Amfibieën bijvoorbeeld trekken heen en weer tussen binnenen buitendijkse wateren om de extreme peilschommelingen in het winterbed te ontwijken. Grotere zoogdieren verlaten tijdens hoogwater massaal de uiterwaard en zoeken hun heil dan binnendijks. Kleinere zoogdieren vallen dan vaak ten prooi aan roofvogels en reigers of verdrinken. Van laag naar hoog bevindt zich in de uiterwaarden een vegetatiesequentie, beginnend bij waterplantenvegetaties en moerassen op de laagste en natste gedeelten. Hogerop de oever is de plantengroei vooral afhankelijk van de overstromingsfrequentie en de mate waarin grazers actief zijn. Zachthoutooibossen zijn dominant in gebieden met een hoge overstromingsfrequentie. Hogerop is het bos opener en liggen voedselrijke graslanden en op de hoogste zandige koppen stroomdalgraslanden. Lokaal kan hoog op de oeverwal ook hardhoutooibos groeien. Uiterwaarden zijn rijk aan vogels en amfibieën. Zoogdieren zijn voor hun voortbestaan afhankelijk van de aanwezigheid van hoogwatervrije terreinen.

54

• • •

Kwelbos in de kom Zaltbommel Konikpaarden in de Millingerwaard Natuurgebied bij Tiel Passewaaij

• • •

Gallowayrund Zwanenbloem Zachthout ooibos Millingerwaard

De natuur in de uiterwaarden van de Waal maakt bovendien deel uit van een groot internationaal rivierecosysteem, dat van de brongebieden, via tal van Duitse natuurgebieden doorloopt tot aan het estuarium in Zuidwest Nederland en uiteindelijk uitmondt in de Noordzee. De rivier is de belangrijke verbinding tussen al deze natuurgebieden. Het rivierwater voert voedingsstoffen aan van bovenstrooms en waar rivierwater in de uiterwaarden doordringt profiteren dieren en planten van deze rijkdom. De rivier is ook een belangrijk transportmiddel voor zaden. Het is


daarom van belang dat zaadbronnen (voor zowel moerasplanten, als stroomdalplanten) regelmatig door de rivier kunnen overstromen. Ook levende dieren (insecten, slakken en soms kleine zoogdieren) worden drijvend op boomstammen en grovere plantenresten door het water meegevoerd. De hierboven beschreven demping van de dynamiek van bovenstrooms naar beneden heeft ook invloed op de vegetatie in de uiterwaarden. De meest hoogdynamische soorten verdwijnen stroomafwaarts en laagdynamische soorten komen er voor in de plaats. Zo groeit riet in natuurlijke uiterwaarden pas stroomafwaarts van Zaltbommel. Bovenstrooms gelegen uiterwaarden waar de dynamiek aan banden is gelegd (bijvoorbeeld door een hoge zomerkade) herbergen vaak ook laagdynamische soorten die bijvoorbeeld voorkomen in glanshaverhooilanden.

Kernkwaliteit: Dynamische riviernatuur Langs de Waal bestaan unieke riviergebonden natuurlijke levensgemeenschappen die zijn aangepast aan de hoge dynamiek van de rivier. De dynamische natuur, zowel op het land (ooibossen, struwelen, stroomdalgraslanden) als in het water (stromende nevengeulen, moerassen), en de grote diversiteit hierbinnen vormen een belangrijk kenmerk van de Waal. Deze natuur maakt bovendien deel uit van een groot internationaal rivierecosysteem, dat vanaf de beeksystemen in de middelgebergten loopt tot aan de zee en een migratieroute is van trekvissen zoals zalm en steur.

Nevengeul Gameren • Wetland Vegetatiemozaik door grote grazers in de Millingerwaard (vliegerfoto Dirk Oomen) Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

55


4.2

Karakteristieken van het cultuurlandschap: De Getemde Waal

Tiel

Gorinchem

De Benedenwaal

56

Zaltbommel


Historische Binnensteden

Druten

Lent

Millingen a/d Rijn Spijk

Nijmegen

Middenwaal

De Gelderse Poort

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal â&#x20AC;˘ September 2009

57


4.2 Karakteristieken cultuurlandschap: de Getemde Waal De mens is al sinds duizenden jaren in het rivierengebied aanwezig en heeft het landschap grotendeels naar zijn hand kunnen zetten. De natuurlijke dynamiek werd aan banden gelegd en nieuwe elementen werden aan het rivierengebied toegevoegd, zoals de regulering van de rivier, de ontginning van het land, het wonen en werken, (de delfstoffenwinning en de scheepvaart). De oeverwallen boden vanouds de beste woonplekken en nog steeds ligt hier het merendeel van de bebouwing. In de loop der eeuwen heeft de mens de dynamiek van de rivier meer en meer beteugeld. De belangrijkste ingreep was de aanleg van de dijken, waarna er sprake was van binnen- en buitendijkse gebieden, die zich verschillend gingen ontwikkelen. De dijk werd een belangrijke verbindingsweg en groeide, na tal van dijkverzwaringen en dijkverleggingen, uit tot een markant landschapselement. Binnendijks werd veel energie gestoken in het waterbeheer, waarna de landbouw hier meer mogelijkheden kreeg. Buitendijks bleef de rivier dominant, maar wel werd de loop vastgelegd met kribben, om de scheepvaart een gegarandeerde vaarweg te bieden. De doorgaande sedimentatie buitendijks leverde in enkele eeuwen een dik kleidek op, die op grote schaal is afgegraven.

Continue dijk als belevingsas De dijk is een continu doorgaand element in het rivierengebied. De hoofdfunctie van de dijk is overal gelijk: het tegenhouden van hoogwater dat zich op ongeveer gelijke hoogten zal manifesteren. Deze continuïteit is een krachtige karakteristiek. De doorlopende winterdijken omsluiten grote gebieden (dijkringen) die hiermee veilig binnendijks komen te liggen. Dit gebeurt met bochtige tracés die ontstaan zijn door eeuwenlange aanpassingen aan de loop van de rivier en aan dijkdoorbraken die soms optraden.

58

• • •

Hoogwater tegen de winterdijk met veel kwel binnendijks Winterdijk bij Hurwenen • Kerk op hoogste punt aan schaardijk Het slingerende dijklint Ooijpolder

Langs de Waal zijn verschillen zichtbaar in het aanzien van de dijk. Dit is bijvoorbeeld afhankelijk van de nabijheid tot open water waardoor soms harde dijkbekledingen nodig zijn (schaardijken). De eigenschappen van de ondergrond maken plaatselijk zware steunbermen noodzakelijk tegen piping (ondermijning van de dijk door sterke rivierkwel die zand meevoert). Daarnaast is de leeftijd van de dijk bepalend. In het algemeen hebben oude dijken een steiler profiel dan jongere dijken die voorzien zijn


van brede en flauwe taluds. De klassieke dijk uit het collectieve geheugen heeft een smalle kruin en steile dijkhellingen van bijvoorbeeld 1:1,5. Bij Eldik ten oosten van Dodewaard bevindt zich achter een nieuwe hoge bandijk nog een oud, laag dijktraject. Ook bij Deest-Afferden ligt een karakteristiek oud dijkprofiel. Tegenwoordig is het gangbaar om taludhellingen van 1:3 te maken. De laatste jaren is ervaring opgedaan met dijken die robuust zijn en toch aantrekkelijk licht ogen, met geknikte taluds en een slanke kruin (dijkverbetering Afferden-Dreumel). De dijk vormt overal een duidelijke gebiedbegrenzing tussen een historisch cultuurlandschap op de oeverwal en een dynamisch natuur en rivierlandschap dat buitendijks op wisselende afstand van de dijk ligt. Op de dijk kan het gevarieerde landschap optimaal worden beleefd. Ook de variatie in de dijk zelf draagt daar aan bij. Variatie in de dijken ontstaat ook door het grondgebruik op en naast de dijk. Op de dijk is dat met name de verkeersfunctie. Aan de noordzijde van de Waal is de dijk bijna overal per auto begaanbaar, met uitzonderingen van kleine stukken, zoals bij Tiel en Waardenburg. Aan de zuidzijde is de afwisseling in verkeersfuncties groter. Afwisseling betekent dat er regelmatig stukken zijn zonder autoverkeer en met exclusieve ruimte voor fietsen en wandelen. In enkele gevallen leidt dit tot dijken die ogenschijnlijk niet meer een ruimtelijk continu element zijn.

Kernkwaliteit: Continue dijk als belevingsas De winterdijk, altijd voorzien van een pad of weg, is een continu aanwezige en doorlopende structuur langs de Waal. Natuurrampen en menselijke ingrepen hebben geleid tot interessante tracés van de dijk die samen met de rivier een boeiend verhaal vertellen over de ontwikkeling van het rivierenlandschap. Daarnaast is de dijk ook een cruciale belevingslijn in het rivierenland vanwege de hoogte en de fraaie zichtlijnen die hier bestaan. De continuïteit van de dijk, samen met de variatie in het landschap op en rondom de dijk, is van grote waarde. •

Dijk in de Benedenwaal • Dijk bij Heesselt • Dijk bij Waardenburg

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

59


Sporen van eeuwenlang leven met water In het rivierengebied herinneren tal van sporen aan de strijd die de bewoners hebben gevoerd tegen het water. De oudste overblijfselen zijn de “sijtwenden”, lage afleidingsdammen, waarmee men het water om de woonplaatsen en de akkers heen leidde. Natuurlijk vallen de winterdijken op en die zorgen voor de karakteristieke opdeling van het rivierengebied in binnendijks en buitendijks.Voor het waterbeheer van de buitendijkse gebieden zijn zomerdijken belangrijk, lagere dijken die gedeelten van de uiterwaarden afschermen tegen de lagere hoogwaters. De 1 tot 2 meter hoge zomerkades zorgen er voor dat de overstromingsfrequentie van de bekade uiterwaarden afname van circa 25 - 35 dagen per jaar tot maar 3 - 4 dagen per jaar. En vaak gingen er ook jaren voorbij zonder een overstroming. Soms werd een zomerkade opgewaardeerd tot bandijk en verschoof de grens tussen binnen en buitendijks gebied, bijvoorbeeld in de Ooijpolder. Op plaatsen waar de rivier dicht onderlangs de winterdijk stroomt, is de dijk extra verzwaard, zoals de schaardijken bij Erlecom en Opijnen, of heeft men de rivier soms van de dijk afgeleid door een nieuwe loop te graven.Voorbeelden daarvan zijn het Bijlands Kanaal en de doorgraving van de Ambtswaard bij Bemmel en van de meander van Hurwenen. De plaatsen waar de dijk ondanks alle inspanning toch doorbrak, zijn vaak nog te herkennen aan het bochtige dijkverloop en de doorbraakkolk (wiel) die binnen- of buitendijks ligt. Rondom de Waal zijn tientallen wielen terug te vinden. Ook binnendijks hebben de bewoners het waterbeheer naar hun hand gezet. Met name tijdens hoogwater dringt veel rivierwater (kwel) onder de dijken door. Een uitgestrekt slotenpatroon zorgt er voor dat dit water wordt afgevoerd naar de dieperliggende kom. Als de rivier laag staat, staan deze sloten meestal droog. Op plaatsen met veel kwel liggen speciale kwelkades, die het kwelwater opvangen en het als buffer lange tijd vast houden.Via de kom wordt het overtollige water via weteringen afgevoerd naar benedenstrooms in de dijkring waar gemalen het water uitslaan naar de rivier.Via bovenstrooms in de dijkring gelegen inlaatwerken kan, tijdens zomerse droogte, ook water aangevoerd worden in de kom, om het binnendijkse watersysteem door te spoelen en op peil te houden.

60

• • •

De Waaldijk bij Slijk Eeuwijk Kade van Zaltbommel Oude en nieuwe dijk bij Nieuwaal.


Sinds 15 jaar is het inzicht doorgedrongen dat de rivier niet almaar verder ingeperkt moet worden en dat de ‘strijd tegen het water’ plaats moet maken voor ‘meebewegen met het water’. Onder het motto ‘ruimte voor de rivier’ wordt meer plaats gemaakt voor het water door het graven van nevengeulen en het verlagen van uiterwaarden door klei- en zandwinning. Ook worden knelpunten in de uiterwaarden aangepakt door terpen te stroomlijnen, kades te verlagen of af te graven en flessenhalzen (plaatsen waar de winterdijken elkaar dicht naderen) te verruimen.

Kernkwaliteit: Sporen van eeuwenlang leven met het water Het landschap van de Waal kent vele oude en jonge sporen van de strijd tegen het water. Samen vertellen ze een indrukwekkende geschiedenis van de mens in het stroomgebied van de Waal, met ‘sijtwendes’, wielen, strangen, zomer- en winterdijken, kribben en de schaardijken. Door het water te reguleren werd het land geschikt om te bewerken en ontstond veilig leefgebied. Zo heeft het landschap vorm gekregen. De laatste 15 jaar staan meer in het teken van meebewegen met het water. Er worden uiterwaarden verlaagd en nevengeulen gegraven.

Inlaatwerk bekade uiterwaard bij Tiel • Ondergelopen Waalkade Tiel • Een strang langs de Waal

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

61


Heldere en leesbare landschapstypen langs de rivier Buitendijks heersen de dynamische omstandigheden van de rivier en moeten de functies zich aanpassen aan de wetmatigheden van het water. Binnendijks is de dynamiek aan banden gelegd en is wat grondgebruik betreft vrijwel alles mogelijk, met name sinds de waterhuishouding in de kommen is gereguleerd. De verdeling in oeverwallen en kommen is hier nog aanwezig. Buitendijks: spontane, dynamische natuur vervangt landbouw. Waar de landbouw buitendijks actief is, levert dat een vrij grootschalig open en weids landschap op van grazige weilanden en hier en daar, op de hoogste delen, akkers (vooral maïs). De lagere gronden zijn te dynamisch en te nat en traditioneel in gebruik als populierenbos en wilgengriend. Deze lage zones zijn voor de aanplant eerst vergraven tot rabatten, een soort wasbordstructuur van 1 meter hoge ruggen, met sloten daartussen. In grotere moerassige gebieden is er ook rietteelt geweest. Door de voortdurende opslibbing van de uiterwaarden neemt het areaal lage grond overigens steeds verder af. In veel Waaluiterwaarden heeft de landbouw de laatste decennia plaatsgemaakt voor natuurontwikkeling. Door het weer toelaten van dynamische processen ontwikkelt zich in deze uiterwaarden een riviergebonden ecosysteem waarin de natuurlijke kwaliteiten van een plek (bodemtype, overstromingsfrequentie en mate van begrazing) bepalen welke vegetaties zich ontwikkelen. Natuurontwikkeling heeft geleid tot grootschalig herstel van: ooibossen, stroomdalgraslanden, voedselrijke ruigten, moerassen en allerhande stromende milieus in nevengeulen en strangen. Het landschap in natuurontwikkelingsgebieden bestaat uit een afwisseling van open (water, moeras en grasland) en meer gesloten delen (ooibos en struweel). Overgebleven agrarische uiterwaarden zijn onder meer de bekade Winssensche Waarden, Gouverneurspolder en Grote Willemspolder.

62

• • •

Landbouw bepaalt grotendeels het binnendijkse beeld idem Zicht op stuwwal vanuit de Ooijpolder

Binnendijks: herkenbare relatie landbouw en grondsoort Op veel plaatsen is de karakteristieke indeling van oeverwal en kom in het grondgebruik nog goed te herkennen. Op de oeverwal is de lichte grond vooral


geschikt voor akkerbouw en traditioneel bevinden zich hier ook boomgaarden en boomkwekerijen (bijvoorbeeld in Opheusden). De kleinschalige verkaveling van de oeverwal is tot op de dag van vandaag bewaard gebleven. Overslaggronden zijn met name geschikt voor de tuinbouw (bijvoorbeeld Lent en Zaltbommel). Van de oeverwal naar de kom loopt het land langzaam af en neemt de zwaarte van de bodem toe van licht zandig naar steeds zwaardere klei.Vanouds liggen hier vooral weilanden en hooilanden in een relatief grootschalige verkaveling. In de laagste delen, waar het waterbeheer vroeger lastig te regelen was, liggen grienden en populierenbossen. Tegenwoordig is door de verbeterde waterhuishouding ook in de kommen akkerbouw mogelijk geworden, maar de graslanden overheersen nog steeds. Langs de Benedenwaal is er in de kom zelfs glastuinbouw, die niet meer aan grond gebonden is.

Kernkwaliteit: Heldere en leesbare landschaptypen langs de rivier Haaks op de Waal en parallel aan de dijk is vrijwel overal de kenmerkende reeks van landschapstypen te onderscheiden: rivier – uiterwaard – oeverwal – kom. Het leidt tot een zeer herkenbaar dwarsprofiel in het rivierenlandschap. Het is aantrekkelijk vanwege de steeds zichtbare en toch telkens weer iets andere opbouw. Elk landschapstype in dit dwarsprofiel heeft zijn eigen kenmerkende functies. De uiterwaarden kennen een afwisseling van natuur, graslanden en delfstofwinning. Op de oeverwal is kleinschalige boom- en fruitteelt met bewoning kernmerkend. De kommen worden gedomineerd door een grootschalig agrarisch productielandschap. De continuïteit hiervan is voor het Nederlandse rivierlandschap uniek.

Veel uiterwaarden hebben een natuurbestemming • Knotwilg grienden bij Neerijnen • Boomteelt in de omgeving van Slijk-Ewijk

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

63


Bijzondere stedelijke fronten en dorpsilhouetten Woonhuizen langs de Waal staan vooral op de oeverwallen, en in het oosten ook op de voet van de stuwwal. Dit zijn de hoge en droge plekken en hier liggen van oudsher de verbindingswegen. Hier staan van origine verspreid de voorname kastelen en landhuizen omringd met landgoederen. Gendt, Ooij, Loenen, Doddendael, Waardenburg, Hurwenen en Slot Loevestein zijn bekende voorbeelden. Van sommige zijn alleen restanten over zoals Kerkestein in Herwijnen en kasteel Munnikenland. De oeverwallen zijn nog steeds sturend in de ruimtelijke ontwikkeling. Recente woningen zijn meestal op oeverwallen gebouwd en ook geplande woninguitbreidingen (Nieuwe Kaart van Nederland) zullen op de oeverwallen plaats gaan vinden. Op deze oeverwallen vormen de dorpen en steden sinds de middeleeuwen een langgerekte reeks. Hierin is een patroon aanwezig. De belangrijkste oude kernen bevinden zich op regelmatige afstanden, namelijk een uur gaans te voet, van elkaar verwijderd. Dit is goed zichtbaar tussen Herveld en Tiel in de Middenwaal en ook in de reeks Haaften, Herwijnen,Vuren en Gorinchem. Ten zuiden van de Waal is een dergelijk patroon minder goed zichtbaar. Hier wordt het huidige beeld meer bepaald door recente bebouwing die op een aantal plekken een verdichte band vormt langs de Van Heemstraweg, parallel aan de Waal. Er is een groot verschil in de breedte van de oeverwallen langs de Waal. In het westelijk deel van de Waal zijn de oeverwallen smal en was er slechts ruimte voor een smal bebouwingslint. In het oostelijk deel van de Waal zijn de brede oeverwallen minder sturend voor het patroon van de bebouwing.

64

• • •

Buitendijkse kerk bij Kekerdom T boerderij bij Dodewaard Nieuwbouw bij Druten met uitzicht over de dijk

Huizen op dijkhoogte bij Oosterhout

In het Waallandschap is er een aanzienlijke diversiteit te zien in typen bebouwing. De grotere steden in het rivierengebied hebben altijd een band met de rivier in de vorm van een kade of een haven. Ze liggen aan het water. De dijk maakt er veelal deel uit van het stadsfront, waardoor de steden ook vanaf het water te zien zijn. Het meest opvallende stadsfront heeft Nijmegen, dat als de oudste Nederlandse stad op de rand van de stuwwal, een belangrijke relatie met de rivier heeft. Daarnaast zijn ook Tiel en Zaltbommel karakteristieke historische riviersteden. Bij nieuwbouwwijken is dat


anders. Deze liggen meestal op enige afstand tot de dijk en zijn sterker gericht op de grote verbindingswegen achterlangs de oeverwal. Verder liggen er tal dorpen en gehuchten op de oeverwal. De relatie met de dijk en de rivier is zeer verschillend. In het algemeen liggen de dorpen achter de dijk en zijn er bij dijkversterkingen in het verleden woningen verdwenen. Er zijn verschillende relaties tussen dorp en dijk zichtbaar.  In het oosten zijn de bandijken vaak aangelegd in bewoond gebied en ligt de dijk op enige afstand van het dorp (voorbeeld Doornenburg). Naar het westen wordt de dijk meer de voorkant van het dorp. In enkele gevallen staat centrale bebouwing aan de dijk of deze is goed vanaf de dijk zichtbaar. In dorpen als IJzendoorn,Varik, Haaften en Herwijnen staan de kerken hoog aan de dijk, in Kekerdom zelfs buitendijks. Langs de Benedenwaal vallen dorp en historische dijk soms zelfs samen. In Herwijnen en Nieuwaal heeft dit geleid tot een nieuwe dijk die voor de oude is geplaatst. Ook buiten de dorpen is op diverse plaatsen de dijk gebruikt voor dijkbebouwing, zowel binnen- als buitendijks. Dit zijn vaak typische asymmetrische gebouwen die het hoogteverschil naar de dijk in de woning overbruggen. Soms zijn het ook opgehoogde bouwplaatsen waar een ‘normaal’ huis bovenop is gebouwd.Verder maakt de grote dynamiek van de Waal de uiterwaarden ongeschikt voor grootschalige bebouwing. Woningen zijn er dan ook schaars en staan altijd op terpen (De Kop bij Heerewaarden), of op (voormalige) steenfabrieksterreinen (Millingen, Gendt, Ooij). Op enkele plaatsen zijn er buitendijks ook woonboten, meestal gelegen in een strang of nevengeul (bij Nijmegen en Leeuwen). In de komgebieden zijn veel grotere moderne landbouwbedrijven gebouwd. Hier is de diversiteit van bebouwing relatief klein. De Waal is een culturele grens. Het land van Maas en Waal is –aansluitend bij Noord Brabant- overwegend katholiek. De noordzijde is overwegend protestant. Dit uit zich in zaken als de Betuwse zondagsrust, het carnaval dat aan de zuidzijde van de Waal uitbundig gevierd wordt en in het verschillende uiterlijk van kerktorens die de dorpssilhouetten bepalen. •

• Terp bij Oosterhout • Waalfront van Tolkamer Waalfront Nijmegen (Panoramio)

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

65


Kernkwaliteit: Bijzondere stedelijke fronten en dorpsilhouetten In een regelmatig ritme zijn er enkele steden aan de Waal ontstaan met een sterke band met de rivier. In contrast met de dorpen achter de dijk en op de oeverwal, liggen Nijmegen,Tiel en Zaltbommel met het gezicht naar de rivier gekeerd. Dorpen liggen in het oosten vaak achter de dijk, naar het midden en westen toe vaker aan of op de dijk. Dit leidt tot interessante regionale verschillen.

â&#x20AC;˘ â&#x20AC;˘

66

Waalfront van Tiel Waalfront van Zaltbommel


Militaire hoogtepunten met nationale uitstraling Cultuurhistorische gebouwen en structuren in het landschap maken het verleden begrijpelijk. Daarnaast hebben ze een grote recreatieve waarde voor mensen met belangstelling voor dit verleden. In Nijmegen bevat de Valkhofheuvel sporen van de Romeinse overheersing van de rivieren. Een bijzondere historische structuur wordt gevormd door de militaire linies.Van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn er nog inlaatwerken, dijken en forten. Bij Vuren ligt het gelijknamige fort en bij Brakel twee batterijen. Het Munnikenland fungeerde als inundatiegebied met daarachter Slot Loevestein. Aan de noordzijde van de Waal liep een brede inundatievlakte naar de Linge en verder naar Utrecht. Slot Loevestein heeft een geschiedenis die terugloopt tot de Oude Hollandse Waterlinie. In het oosten van het Waalstroomgebied (Bemmel en Ooij) zijn er de relicten van een andere waterlinie, de IJssellinie.

Kernkwaliteit: Militaire hoogtepunten met nationale uitstraling Op verschillende plekken langs de Waal zijn militaire hoogtepunten te vinden die een nationale uitstraling hebben. Daarmee zijn het voor veel Nederlanders de ankerpunten van de Waal ofschoon ze slechts op een specifieke plek voorkomen. Dit zijn: • Slot Loevestein • De Valkhofheuvel bij Nijmegen • Fort Pannerden op de splitsing tussen Waal, Bovenrijn en Pannerdensch Kanaal • De werken van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

• Slot Loevestein • Fort Pannerden (Vincent Roelofs) Kazemat in Brakelse Benedenwaard onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlniie Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

67


4.3 Karakteristieken van de dynamische netwerken: De Nijvere Waal

Tiel

Gorinchem

De Benedenwaal Zaltbommel

68


Druten Lent Millingen a/d Rijn

Spijk

Nijmegen

Middenwaal

De Gelderse Poort

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal â&#x20AC;˘ September 2009

69


4.3 Dynamische netwerken: de Nijvere Waal Het cultuurlandschap is in de loop der eeuwen langzaam gegroeid op de natuurlijke ondergrond. Om alle nieuwe elementen met elkaar te verbinden is hier een uitgebreid netwerk van infrastructuur overheen ontstaan, dat op zijn beurt weer aanleiding geeft tot nieuwe ontwikkelingen. De infrastructuur toont typische Waalkenmerken zichtbaar in bruggen en de brede en druk bevaren vaargeul. Langs de Waal liggen verschillende soorten bedrijvigheid. Loswallen en havens maken de relatie met de scheepvaart zichtbaar. De delfstofwinning en steenfabricage leggen het verband met de natuurlijke ondergrond van het Waallandschap.

Watersnelweg tussen Ruhrgebied en Rijnmond Hoofdtransportas Waal De Waal wordt intensief gebruikt door de scheepvaart en is uitgegroeid tot de drukst bevaren scheepvaartverbinding van Europa. De rivier vormt de verbinding tussen de Randstad en een groot deel van Duitsland en Zwitserland. Het Amsterdam-Rijnkanaal en het Maas en Waalkanaal en het kanaal bij Fort Sint Andries dragen bij aan een intensief gebruikt scheepvaartnetwerk rond de Waal. Ten behoeve van de scheepvaart zijn er langs de rivier tal van voorzieningen aanwezig zoals: bakens, seinen, boeien en radarposten, en bij Nijmegen een centrale Verkeerspost. Deze voorzieningen bedienen de binnenvaart die (bulk)goederen transporteert. De rivier is in het verleden op verschillende manieren aangepast aan de scheepvaartfunctie. Over de hele lengte van de rivier liggen er kribben, die de rivier in een vast zomerbed dwingen, met een vaste breedte (de normaalbreedte). Lokaal zijn ook langsdammen aangelegd om de oevers extra te beschermen. Om een voldoende brede scheepvaartgeul te garanderen zijn in een aantal scherpe bochten vaste steenlagen (Nijmegen en Heesselt) aangelegd of bodemkribben (Erlecom), die de diepte-erosie tegengaan.

70

• • •

De Waal als belangrijke scheepvaartverbinding van Nederland (met karakteristieke kerk van Maas en Waal) Verkeerspost Maas en Waalkanaal Alexandersluis bij Tiel


Wegen en bruggen De dijk heeft tegenwoordig niet meer de verkeersfunctie die deze had tot 1900. Tegenwoordig ligt de Waal tussen een netwerk van provinciale wegen en snelwegen. Deze wegen volgen de oost-west-richting in het landschap die door de Waal is neergelegd.Veel van deze wegen kennen een lange geschiedenis, die begon als Romeinse Heerbaan of Karolingische Koningsweg. De A15 en de Van Heemstraweg liggen parallel aan de Waal. Haaks op de Waal zijn daar de A2 en de A50 die verbindingen vormen met midden en zuid Nederland. Ook spoorwegen volgen dit patroon. Markant is de recent aangelegde Betuwelijn die als IJzeren Waal goederen transporteert naar het Duitse achterland. Grote bruggen en veerponten In de tweede helft van de 19e eeuw kwamen de eerste spoorbruggen tot stand (Arnhem, Nijmegen, Zaltbommel en Gorinchem). De eerste verkeersbrug over de Waal werd in 1933 aangelegd bij Zaltbommel en in 1936 volgde de brug bij Nijmegen. Na de tweede wereldoorlog kwamen daarbij de noord-zuidverbindingen bij Gorinchem en Ewijk en een brug voor regionaal verkeer bij Tiel.Vanwege de dimensies van de Waal en van de scheepvaart op de Waal hebben ook de bruggen enorme afmetingen met opvallende boog of tuiconstructies.Vergeleken met andere rivieren zijn de Waalbruggen groot en opvallend, met als hedendaags icoon de A2 brug van Zaltbommel. Bruggen hebben tegenwoordig de veerponten grotendeels vervangen. In het verleden waren er kleine voetveren en 4 belangrijke regionale oversteekplaatsen: NijmegenLent, Druten-Ochten, Tiel-Wamel en Woudrichem-Gorinchem. In de 20e eeuw kwamen er verschillende autoveren. Tegenwoordig is alleen het veer van Brakel nog over. De laatste jaren zijn er veel recreatieve fiets- en voetgangerveren opgericht, die vooral ’s zomers varen bijvoorbeeld bij Slot Loevestein, bij Druten en in de Gelderse Poort.Vaak maken deze veren gebruik van de oude veerdammen en veerstoepen die nog in de uiterwaarden liggen.

Kribben concentreren het water in de stroomdraad en houden de rivier op diepte (vliegerfoto Dirk Oomen) • Fietsveer Millingen naar Fort Pannerden • Verkeers- en spoorbrug bij Zaltbommel Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

71


Kernkwaliteit : Watersnelweg tussen Ruhrgebied en Rijnmond De Waal is de transportas voor vervoer over het water in Nederland. Dit heeft in grote mate de verschijningsvorm van de Waal bepaald. Breedte en diepte, maar ook de hoogte van de bruggen, die daarmee beeldbepalend zijn, hangen direct samen met de scheepvaartfunctie. De scheepvaart zorgt ook voor een aantal afgeleide functies op de oevers, zoals havens en scheepswerven. Dat de loop van de Waal in de 19e eeuw is genormaliseerd (verdiept en versmald) hangt ook vooral samen met de scheepvaartfunctie. De scheepvaartfunctie draagt ook bij aan de grootse beleving van de rivier. De kribben, die de rivier voor de scheepvaart op diepte houden, geven de Waal haar kenmerkende ritme en zijn daarmee zeer bepalend voor de beleving.

72

• • •

Overnachtingshaven in Tolkamer Historische staalcontructies Vierbaks duwvaart op de Waal


Waalse bedrijvigheid Herkenbaar onderscheid riviergebonden en weggebonden bedrijvigheid Voor het aanmeren van schepen zijn langs de oever loswallen aangelegd of havens uitgegraven. Scheepswerven zijn er bij de steden (Nijmegen), of op plaatsen waar de rivier dicht bij de dijk stroomt (Millingen, Gendt, Dodewaard). Een kenmerkende aan het water gebonden industrie is de energiewinning. De centrale bij Nijmegen en de stilgelegde kerncentrale van Dodewaard maken gebruik van het Waalwater voor koeling en lozing. De centrales voeren de elektriciteit af via een uitgebreid stelsel van hoogspanningslijnen die in verschillende richtingen door dit rivierenlandschap staan. Ondanks dat de rivier de industrialisatie binnendijks geen beperkingen oplegde, bleef de bedrijvigheid ook daar tot voor kort beperkt tot lokale voorzieningen. Pas sinds de aanleg van doorgaande wegen (de Van Heemstraweg in het land van Maas en Waal en de A15 in de Betuwe) is daar verandering in gekomen. De dorpen richten zich nu ook op deze wegen en er ontwikkelen zich hier overal bedrijventerreinen. De kernen zijn als het ware omgeklapt en terwijl de rivierfronten rustiger zijn geworden en vooral recreatief interessant, zijn de binnendijkse kanten van de dorpen nu de meest bedrijvige. Steenfabricage De meest bekende vorm van industrie in het rivierengebied is de baksteenfabricage. In veel uiterwaarden liggen steenfabrieken, waarvan een aantal nog actief in productie is. Afgedankte steenfabrieken hebben vaak een andere (industriële) bestemming gekregen, zoals steenbrekerij (bij Ooij), betonfabriek (bij Vuren), metaalbewerking (bij Leeuwen) of overslag van grondstoffen en bewoning. De terreinen zijn altijd opgehoogd tot boven de hoogwaterlijn en daarom geschikt voor iedere vorm van bedrijvigheid. Een deel van de fabrieken is ingericht als monument en een enkele is vervallen tot een ruïne (bijvoorbeeld Millingen). Waardevolle restanten zijn onder meer de schoorstenen en ovenruïnes. In de Ooijpolder is het grootste aantal relicten van steenfabricage in Nederland, bewaard gebleven. •

Delfstoffenwinning in uiterwaard van de Ooijpolder • Electriciteitscentrale Nijmegen • Oude steenfabriek in de Middenwaal

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

73


Delfstoffenwinning In het rivierengebied liggen grote hoeveelheden winbare delfstoffen in de bodem. Zowel binnen- als buitendijks ligt er veel klei en zand en lokaal, met name bovenstrooms, ook wat grind. De kleiwinning heeft een groot aantal sporen achtergelaten in het landschap. Daar waar gegraven is, herinneren de laag liggende en afgevlakte terreinen aan de kleiwinning. Hier is na de winning een egale deklaag van ophoogzand en roofgrond aangebracht waar de landbouw op verder kon. Waar de kleiwinning tot onder het grondwaterniveau af heeft gegraven is het terrein vaak niet heringericht en zijn zogenaamde tichelgaten ontstaan.Vaak hebben deze nu een natuurbestemming (bijvoorbeeld de Groenlanden bij Ooij). Op een enkele plaats herinneren smalle dijkjes en smalspoor nog aan de kleine treintjes waarmee (oa. In Bemmel en bij Slot Loevestein) de klei vanuit de uiterwaard naar de fabriek werd gebracht. Inmiddels is een flink deel van de klei in de Waaluiterwaarden afgegraven. Een deel van de vergraven terreinen is na de winning weer opgevuld met zand en een dun kleidek, waar nu weer landbouw op bedreven wordt. De laatste jaren is er verandering gekomen in de wijze van herinrichting. Na het zorgvuldig afgraven van de kleilaag, komt de onderliggende reliëfrijke zandige ondergrond als nieuwe bodem aan de oppervlakte te liggen, waarop spontane natuur zich vestigt. Deze techniek wordt reliëfvolgende kleiwinning genoemd.

74

• • •

Tichelgaten voor de kleiwinning Kleiwinning Munnikenland (vliegerfoto Dirk Oomen) Zandwinning Neerrijnen waarbij oude geulpatronenen zijn hersteld

De zandwinning gaat veel grootschaliger te werk dan de kleiwinning. Met baggermolens kan tot op 30 m diepte zand gewonnen worden, waardoor er diepe plassen zijn ontstaan. Zandplassen liggen vooral in de uiterwaarden, maar lokaal ook binnendijks. Als de verschillende zandwinningen worden vergeleken dan is er onderscheid te maken in relatief kleine zandputten. Meestal is hier alleen zand gewonnen om de percelen in dezelfde uiterwaard aan te vullen waar klei was gewonnen. Daarnaast zijn er de grote zandgaten waar zand is gewonnen om in de landelijke vraag naar zand te voorzien. Met name de grotere zandgaten hebben na de winning vaak een recreatieve functie gekregen; een deel is ook ingericht als overnachtinghaven voor de beroepsvaart. Enkele zandgaten (Kaliwaal bij Leeuwen) worden ingericht als depot voor baggerspecie en andere onvermarktbare grond.


Kernkwaliteit : Waalse bedrijvigheid De goede scheepvaartmogelijkheden hebben op de Waaloevers geleid tot relatief veel bedrijventerreinen, met verschillende riviergebonden economische activiteiten. Bedrijven maken gebruik van het water van de Waal voor transport en voor koelwater. Daarnaast wordt er al eeuwen gebruik gemaakt van klei die door de Waal wordt aangevoerd. Langs de Waal staan actieve steenfabrieken en er zijn waardevolle resten van historische steenfabrieken te vinden.

• Scheepswerf Deest Voormalige steenfabriek in de Bunswaard - Beuningen

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

75


4.4 Karakteristieken van de ruimtelijke beleving: De Weidse Waal

Tiel

Gorinchem

Zaltbommel

De Benedenwaal

76


De Gelderse Poort

Middenwaal

Druten

Lent

Millingen a/d Rijn Nijmegen

Spijk

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal â&#x20AC;˘ September 2009

77


4.4 Ruimtelijke beleving: de Weidse Waal De beleving van de rivier hangt niet alleen af van gebruiksfuncties en natuurlijke patronen. Het gaat juist ook om het samenhangende beeld en hoe dit wordt beleefd met alle zintuigen. In dit onderdeel worden kenmerken besproken die met de maat en de sfeer van het Waallandschap te maken hebben en hoe de waarnemer dit kan beleven.

De grote schaal De Waal is Nederlands grootste rivier. Het wateroppervlak is groot, de stroom sterk, de overkant is altijd ver weg, de overspanningen van bruggen zijn groot en de dijken zijn hoog. De rivier is ook groot in vergelijking met de maat van oeverwallen en de bebouwing aldaar, met name ten westen van Tiel. Met zijn grote afmetingen is de slingerende en soms rechtgetrokken Waal dominant boven de omgeving. De dijk volgt een veel bochtiger tracé, gevormd door oude meanders en dijkdoorbraken uit het verleden. Raakvlakken tussen dijk en Waal leiden tot plekken met groots uitzicht. De eenduidigheid van de rivier met zijn binnen en buitendijkse gebied leidt tot spannende contrasten. Op het ene moment ervaart men de beslotenheid van een dorp, of een met ooibos begroeide strang, om na een bocht in de dijk ineens oog in oog te staan met de brede rivier, wat dan altijd een spectaculair uitzicht oplevert. De contrasten zijn extra sterk aan de noordzijde van de rivier waar de Waal regelmatig vrij dicht bij de dijk ligt. Daar is er ook de sterkste afwisseling tussen begroeide dijktrajecten en dijken met harde taluds, die de Waal in bedwang houden. Er zijn verschillen langs de Waal: in het oostelijke gebied is de beleving van contrast gekoppeld aan de grote Waalbochten die de afstanden tussen dijk en Waal gevarieerd maken. Afwisselend kan de brede Waal of een uitgestrekte uiterwaard worden beleefd. Bovendien is er hier het grote contrast tussen het rivierdal en de stuwwal. In het westelijk gebied is de oeverwal vrij smal (vooral aan de noordzijde) en is er relatief vaak uitzicht vanaf de dijk over het brede Waalwater. De afwisseling is hier kleiner.

78

• • •

De Waal bij Zaltbommel De Oude Waal bij Nijmegen - Panoramapunt op de schaardjik bij Opijnen De Brakelse Beneden Waard (vliegerfoto Dirk Oomen)


Kernkwaliteit : De grote schaal De Waal is de grootste rivier van Nederland. Het landschap van de Waal kent grote vergezichten, en stoere afmetingen van de rivier en van de infrastructuur hierom heen. Ook in het landschap rondom de is de beleving van de weidsheid een sensatie. Bijvoorbeeld in grootschalige uiterwaarden, en in de kommen die plaatselijk nog grote maten hebben.

Kribben bepalen het ritme van de Waal (Opijnen) • Zaltbommel vanaf de Waalbrug • Genieten van weidse Bovenrijn bij Spijk

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

79


De rust en de vrijheid langs de rivier. Ritme in elementen aan en om de rivier Het rivierenland langs de Waal heeft ritme. Het duidelijkste is dat voelbaar in het snelle ritme van de kribben met de strandjes ertussen. Een langzamer ritme is zichtbaar in de lome afwisseling van de opeenvolgende meanderbochten en slingerende dijken, waarachter de kopjes van dorpen zichtbaar zijn. Er is een opeenvolging van steenfabrieken, soms nog met markante schoorstenen. En als een krachtig terugkomend accent zijn er de bruggen nabij de steden Nijmegen, Tiel, Zaltbommel en Gorinchem die de oriĂŤntatie helpen. Rust buitendijks Het rivierengebied bestaat uit verschillende identiteiten aan weerszijden van de dijk. De dijk vormt de grens tussen het natuurlijke buitendijkse gebied en de gecultiveerde oeverwallen met stedelijke en agrarische dynamiek binnendijks. Door de grote en samenhangende eenheid van de rivier en zijn uiterwaarden wordt openheid, vrijheid en rust beleefd. Die eenheid is terug te vinden in het stromende water, oevers, kribben, de strangen, de beplanting, en de duidelijke begrenzing door de continue dijk. Het buitendijkse garandeert ook de afwezigheid van stedelijke bebouwing en infrastructuur. Bebouwing die er wel is, is er slechts incidenteel en sluit functioneel aan bij de rivier. Zelfs de veelbevaren rivier ervaar je niet als druk of jachtig, vanwege de ogenschijnlijk geringe snelheid waarmee de schepen door het water bewegen.

Kernkwaliteit: De rust en de vrijheid langs de rivier

â&#x20AC;˘

80

De rust en vrijheid langs de Waal

Het contrast in grondgebruik aan weerszijden van de dijk is typisch. Aan een zijde bestaat een bedrijvig cultuurlandschap op de oeverwal. Aan de andere zijde echter overheerst de rust en de natuur van de uiterwaard. Er ligt een vrij landschap dat extensief grondgebruik kent en voor recreatie zeer aantrekkelijk is. Relicten van oude functies en gebeurtenissen vormen een spannend en passend onderdeel van de open uiterwaard. De aanwezigheid van beide werelden, op zo korte afstand van elkaar, alleen gescheiden door de dijk, is een bijzondere kwaliteit van de Waal.


Struinen, uitwaaien en pootje baden Rivierrecreatie De recreant is de belangrijkste consument van het afwisselende rivierenlandschap. Met name de laatste jaren is de rivier steeds meer en meer in trek gekomen bij recreanten. Er zijn tal van routes ontwikkeld over de dijk en door de uiterwaarden, vooral voor wandelaars en fietsers.Voor de recreant is de dijk een belangrijke kwaliteit. Hij biedt de bezoekers overal een duidelijk overzicht over het gebied en voert hem langs de mooiste riviergezichten, stadsfronten en dynamische natuurgebieden in de uiterwaarden. In de uiterwaarden kan de ecotoerist de natuur beleven. Hiervoor zijn er soms paden en voorzieningen aangelegd. Op andere plekken is juist het ontbreken van paden kenmerkend waarbij er gestruind mag worden over rivierstranden en door ‘wildernis’. Het water van nevengeulen en strangen, maar vooral ook van de rivier zelf is een belangrijke trekpleister. De oevers worden intensief bezocht. Ook is het water aantrekkelijk voor de sportvisserij. Enkele grote zandplassen zijn ingericht als watersportgebied (bijvoorbeeld Bisonbaai bij Ooij en Bijland bij Tolkamer) en kennen een intensief gebruik. Hier liggen ook campings en jachthavens.Voor het overige zijn veel recreatieve voorzieningen in het rivierengebied juist kleinschalig. Er zijn kleine campings en B&B’s, terwijl hotels en grote campings relatief schaars zijn en zich beperken tot de grotere steden. De Waal zelf wordt alleen door de ervaren watersporter gebruikt, veelal op doortocht tussen grotere watersportgebieden in Nederland.

Kernkwaliteit: Struinen, uitwaaien en pootje baden In het rivierengebied heeft zich de laatste jaren een eigentijdse vorm van recreatie ontwikkeld waarin de natuur en avontuur centraal staan. Er zijn relatief veel lange afstandsroutes uitgezet over de dijk en door de uiterwaarden.

• •

De dijk als recreatieve route bij Waardenburg Genieten van het dynamische uitzicht bij Ochten

• Waterspeeltuin • De Veerstoep bij Ochten IJspret op de Oude Waal bij Nijmegen

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

81


Kernkwaliteiten: Gelderse Poort Spijk - Nijmegen

82


Heldere en leesbare landschapstypen langs de rivier

Militaire hoogtepunten met nationale uitstraling

Watersnelweg tussen Ruhrgebied en Rijnmond

Waalse bedrijvigheid

De grote schaal

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal â&#x20AC;˘ September 2009

83


Kernkwaliteiten: Middenwaal Nijmegen - Fort Sint Andries

84


Heldere en leesbare landschapstypen langs de rivier

Militaire hoogtepunten met nationale uitstraling

Watersnelweg tussen Ruhrgebied en Rijnmond

Waalse bedrijvigheid

De grote schaal

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal â&#x20AC;˘ September 2009

85


Kernkwaliteiten: Benedenwaal Fort Sint Andries - Slot Loevestein

86


Heldere en leesbare landschapstypen langs de rivier

Militaire hoogtepunten met nationale uitstraling

Watersnelweg tussen Ruhrgebied en Rijnmond

Waalse bedrijvigheid

De grote schaal

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal â&#x20AC;˘ September 2009

87


88


Hoofdstuk 5

D

Ontwerpprincipes voor de Waal Dit hoofdstuk vormt de gereedschapskist voor ontwerpers en initiatiefnemers. Er worden ontwerpprincipes geformuleerd die een uitspraak doen over hoe (en niet waar) een ontwikkeling kan plaatsvinden. Hiermee zijn de principes een concrete vertaling van ambities voor de gewenste kwaliteiten van het Waallandschap. De ontwerpprincipes geven dus antwoord op de vraag: Hoe komen we tot behoud en ontwikkeling van ruimtelijke kwaliteit? De principes worden voorafgegaan door een korte beschrijving van ambities. De ambities komen allereerst voort uit de kernkwaliteiten die de essentie van de Waal beschrijven en die verder ontwikkeld moeten worden. Daarnaast komen deze ambities voort uit het ruimtelijk beleid dat nu door overheden wordt gevolgd. Hiervoor is er een analyse van beleidsthemaâ&#x20AC;&#x2122;s en ontwikkelingen gemaakt. Het uitgebreide overzicht van beleid en ontwikkelingen is weergegeven in de bijlage. De ontwerpprincipes worden ingedeeld in vier lagen. Ze worden voorafgegaan door een principe over samenhang en eenheid op verschillende schaalniveaus.

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal â&#x20AC;˘ September 2009

89


Overzicht ontwerpprincipes

A. Natuurlandschap: Ambitie:

De Wilde Waal Versterk de natuurlijke dynamiek en maak haar zichtbaar

1. Maak goede geulen 2. Laat de rivier de uiterwaarden vaker overstromen 3. Maak de natuur robuust

Principe over de schaalniveaus â&#x20AC;˘ Versterk landschappelijke eenheden in het lengteprofiel van de rivier

90

B. Cultuurlandschap: De Getemde Waal Ambitie: Houd afwisseling in het rivierlandschap en eenheid van landschapstypen 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Versterk de landschappelijke variatie van rivier, oeverwal en kom Versterk de relatie tussen de historische stadsfronten en de Waal Bouw voort op de bestaande relatie tussen de dorpen en de dijk Ontwerp aan de continue dijk Maak cultuurhistorische structuren en relicten zichtbaar Ontwikkel historische terpen aan de Waal voor de beleving


C. Dynamische Netwerken: Ambitie:

De Nijvere Waal Ontwikkel economische riviergebonden activiteit met kwaliteit

1. Vergraaf het sediment uit de uiterwaard reliĂŤfvolgend, met aandacht voor historie en morfologie 2. Pas riviergebonden bedrijvigheid met een vitale uitstraling in de maat van de uiterwaard in 3. Pas buitendijkse infrastructuur goed in de leegte en natuurlijkheid van de uiterwaard in 4. Behoud samenhang in de kribben langs de Waal

D. Ruimtelijke Beleving: De Weidse Waal Ambitie: Maak de Waalse weidsheid beleefbaar 1. Werk aan ritme en regelmaat binnen de weidsheid van de Waal 2. Leg een recreatief netwerk aan op de schaal van de Waal 3. Maak meer recreatieve verbindingen tussen stad of dorp en de rivier mogelijk

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal â&#x20AC;˘ September 2009

91


5.1 Versterk de samenhang en eenheid van de rivier

De volgende schaalniveaus zijn aan de orde:

Ambitie: Versterk de samenhang en eenheid langs de gehele lengte van de rivier en maak onderscheid tussen identiteiten daarbinnen.

a) De identiteit van de riviertak ten opzichte van de Rijn en de Maas. Ontwerp met de kernkwaliteiten die het karakter van de Waal als geheel bepalen. Dit is weergegeven in de typering voor de verschillende lagen van de gehele rivier: • Natuurlandschap: De Wilde Waal; • Cultuurlandschap: De getemde Waal; • Dynamische Netwerken: De Nijvere Waal; • Ruimtelijke Beleving: De Weidse Waal.

Principe 1: Versterk landschappelijke eenheden langs de rivier Bouw aan een samenhangend landschap van de Waal, op verschillende schaalniveaus van de rivier. Elk stukje Waal is deel van een groter geheel dat op verschillende schaalniveaus bekeken moet worden. Het is belangrijk om dit ook te doen. Er zijn elementen van de rivier die over honderden kilometers terugkomen (zoals ooibossen) terwijl andere slechts binnen enkele kilometers een samenhang laten zien (zoals een stadsfront). Bepaal de impact en het geografische bereik van een ingreep en beschouw deze in perspectief vanuit het schaalniveau van de gehele rivier, de trajecten en de ensembles.

b) De identiteiten van drie trajecten Gelderse Poort, Middenwaal en Benedenwaal. Ontwerp met de kernkwaliteiten die het onderscheidende karakter van de Waaltrajecten bepalen. Dit zijn –van oost naar west• De Gelderse Poort: recreatie in dynamische Waalbochten; • Middenwaal: bedrijvigheid aan de gestrekte Waal; • Benedenwaal: smalle stroomgordels langs de Getijdewaal. c) De identiteiten van ensembles. Ontwerp met de kernkwaliteiten van onderscheidende landschapseenheden binnen de trajecten: de ensembles. Deze ensembles vormen een belangrijke context voor veel rivierprojecten die zelf meestal de schaal van een uiterwaard omvatten. Ze worden begrensd door stuwwal, dijken, stedelijke randen of door overgangen in het karakter van uiterwaarden. Een ingreep binnen een ensemble moet bijdragen aan vergroting van de kwaliteit van het gehele ensemble.Voorkom dat een warboel van functies en ruimtelijk beelden ontstaat binnen een ensemble, en dat de ruimtelijke eenheid van het ensemble teniet wordt gedaan.

92

Verschil in schaalniveau’s ingezoomd tot de Waal bij Gameren (Google Earth van respectievelijk 12 km, 5 km en 600 meter hoogte)


Typering van de buitendijkse ensembles van de Waal I. Uiterwaarden langs de Bovenrijn: De Bijlandt en Lobberdensche waard Groot uitgestrekt uiterwaardencomplex, door hoge zomerkade afgeschermd van de Bovenrijn.Vrijwel geheel vergraven voor kleiwinning, daarna deels heringericht tot landbouw gebied, deels ontzand en deels opgeleverd als ooibos met strangen en ondiepe plassen. De grote zandplas in de Bijland is intensief in gebruik voor recreatie. II De uiterwaarden Waalbochten, met daarlangs de Klompenwaard en de uiterwaarden van Millingen, Gendt, Erlecom, Bemmel en Ooij Complex van grote uitgestrekte uiterwaarden, alternerend aan weerszijden van de Waal, afgewisseld door (korte) gedeelten met schaardijken. Grotendeels ontkleid en heringericht als landbouwgrond (Gendt, Bemmel, Ooij) of natuurontwikkelingsgebied (Erlecom, Klompenwaard, Millingen). Andere natuurgebieden zijn gepland waardoor hier een groot rivierenpark ontstaat. Het gebied is recreatief interessant en druk bezocht.Veelal dynamische oevers met brede zandstranden en lokaal rivierduinen. Lokaal liggen uitgestrekte ooibossen.Verspreid over het gebied liggen enkele, meest kleinere zandwinplassen en er staan veel relicten van steenfabrieken. In de Klompenwaard ligt een hoogwatergeul en het Fort Pannerden. III. Stadsfront Nijmegen en Waalsprong (Lent) Fraai historisch stadsfront op de zuidoever van de Waal, op het enige contactpunt van de stuwwal aan de rivier. Markant kruispunt. Grote bruggen verbinden beide oevers. De niet bekade uiterwaarden zijn smal en grotendeels agrarisch van karakter. In de Lentse waard ligt een korte hoogwatergeul, die in de toekomst de entree vormt tot nieuw te graven hoogwatergeul in het dijkterugleggingsgebied Veur Lent. Er komt op de noordoever ook een nieuwe stad (Waalsprong). In het westelijk deel van het Nijmeegse stadsfront domineert de bedrijvigheid, met een markante elektriciteitscentrale naast de ingang van het Maas-Waal kanaal. Brede stranden langs de noordoever sieren de oevers, die in de zomer gebruikt worden door recreanten.

IV. Smalle uiterwaarden langs de Middenwaal tussen Nijmegen en Deest. : Uiterwaarden van Oosterhout, Winssen, Weurt, Beuningen en Loenen Recht riviertraject met opvallend smalle uiterwaarden en hierbinnen vrij veel strangen. De dijk komt vrijwel nergens tot aan de rivier. Uiterwaarden zijn op beperkte schaal ontkleid. Zandwinning is er alleen geweest in de bredere gedeelten van de uiterwaarden bij Weurt en Oosterhout. De zuidelijke oever is een natuurgebied dat onderhevig is aan de rivierdynamiek. Alleen de Winssense waard heeft de zomerkade nog in bedrijf met een grotendeels agrarisch gebruik. De noordelijke oever bestaat vooral uit bekade uiterwaarden in agrarisch gebruik. In de zuidelijke oever is de Ewijkse plaat opvallend, een historisch eiland in de rivier, dat pas in de 19e eeuw met de zuidelijke oever is verbonden. Bij Oosterhout, Loenen en Ewijk liggen historische landgoederen met oude loofbossen achter de dijk. Markant punt is de brug van de A15 bij Ewijk. V. Brede uiterwaarden langs de Middenwaal: uiterwaarden van Dodewaard, Afferden/Deest, Ochten, Druten en de Willemspolder Brede uitgestrekte uiterwaarden, grotendeels in agrarisch gebruik. In de Afferdensche en Deestsche waard, wordt met een hoogwatergeul natuur ontwikkeld. In de Drutensche waard, ligt de enige permanent stromende nevengeul van het hogere deel van het Waalstroomgebied.Verder zijn de zomerkades overal nog aanwezig. De uiterwaarden zijn grotendeels ontkleid en verspreid liggen er enkele kleiputtencomplexen met moerasvegetaties en zachthoutooibos. In dit traject liggen ook enkele grote zandwinplassen. Langgerekte strangen liggen vaak aan de voet van de dijk. De dijk ligt vrijwel overal ver van de rivier, behalve bij de dorpen Deest, Druten, Ochten en Beneden Leeuwen. Er is veel bedrijvigheid in de vorm van scheepswerven, steenfabrieken, een betonfabriek en overslagterreinen. Bij Dodewaard ligt de voormalige kerncentrale. De oevers bestaan afwisselend uit meestal smalle zandstranden en met steen versterkte rechte oevers zonder kribben.

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal â&#x20AC;˘ September 2009

93


Overzicht van landschappelijke eenheden langs de Waal

94


Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal â&#x20AC;˘ September 2009

95


VI. Uiterwaarden rondom de bocht van Tiel en Dreumel: de Kleine Willemspolder en uiterwaarden van Wamel, Passewaaij en Dreumel Vrij smalle, langgerekte uiterwaarden, deels in agrarisch gebruik (Kleine Willemspolder en uiterwaarden van Wamel, Zennewijnen en gedeelte van Dreumel) en deels ingericht als natuurontwikkelingsgebied (Passewaaij en gedeelte van Dreumel). Tiel ligt direct aan de rivier en heeft een Waalhaven en stadsfront, met een grote parkeerplaats ervoor. Bij het Amsterdam-Rijnkanaal, ligt een groot sluiscomplex. In de Dreumelse waard ligt een aantal kolken dat herinnert aan diverse dijkdoorbraken in de 18e en 19e eeuw. De meeste uiterwaarden zijn ontkleid en gehercultiveerd of in natuur omgezet. De Dreumelse waard is na de kleiwinning grotendeels ontzand. De bedrijvigheid is beperkt. Door de uiterwaarden lopen struinroutes. VII. Stiftsche Waarden en Heerewaarden: uiterwaarden van Ophemert en Heerewaarden. Vrij smalle, langgerekte uiterwaarden, deels in agrarisch gebruik (Heerwaarden) en deels ingericht als natuurontwikkelingsgebied (Ophemert). Deze uiterwaarden zijn deels bekaad en deels onbekaad. Opvallend zijn enkele kleine woonclusters op terpen. In het hele traject ligt de Maas parallel aan de Waal op minder dan 1 km afstand; een kanaal met sluizen verbindt beide rivieren. In de smalle landengte ligt het dorp Heerewaarden op een voormalig eiland in het Tweestromenland. Op een ander eiland liggen de overblijfselen van fortificaties van Sint Andries. De Waaloevers bestaan op enkele kribvakken na uit bredere stranden. VIII. De Benedenwaal tussen Fort Sint Andries en Hellouw: uiterwaarden van Heesselt, Gameren, Hurwenen, Neerrijnen (Rijswaard) en Haaften (Crobse waard) Na de Waalbocht bij Heesselt volgt een licht slingerend gedeelte. De brede uitgestrekte uiterwaarden zijn grotendeels in agrarisch gebruik. De zomerkades zijn nog functioneel. De Gamerensche waard is ingericht als natuurgebied met 3 nevengeulen. Op de Rijswaard na zijn de uiterwaarden grotendeels ontkleid en gehercultiveerd. Er liggen enkele diepe zandwinplassen met winterse slaapplaatsen van ganzen. De slingerende dijk raakt op een aantal plaatsen aan de rivier, wat fraaie

96

panoramapunten oplevert bij onder meer de dorpen Heesselt, Opijnen en Haaften. De historische stad Zaltbommel heeft een fraai stadsfront met een kleine haven en nog een smalle natuurlijke strook voor de kade met strandjes. IX. De Benedenwaal tussen Hellouw en de monding van de Afgedamde Maas: uiterwaarden Nieuwaal en Dalem Vrij smalle reeks van uiterwaarden in een licht slingerend gedeelte van de Waal. In dit gedeelte is de getijdendynamiek merkbaar. De rivier is breder en op de oevers verschijnt het eerste riet. Zomerdijken ontbreken. Kleiwinning heeft op beperkte schaal plaatsgevonden, zandwinning alleen nabij Vuren en in Munnikenland. De dijk heeft een licht slingerend verloop en oeverwallen ontbreken vrijwel, zodat de open kom steeds dichtbij ligt. Er is veel bebouwing op de dijk. Geheel in het westen kruist de Nieuwe Hollandse Waterlinie de Waal en liggen de forten Vuren en Brakel en het Slot Loevestein.Voorbij Brakel buigt de Waaldijk af naar het zuiden en is daar verbonden met de oude Maasdijk. Hier ligt het Munnikenland, het enige buitendijks gelegen komgebied langs de Waal.


Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal â&#x20AC;˘ September 2009

97


5.2

De Wilde Waal

Ambities voor het natuurlandschap:

Versterk de natuurlijke dynamiek en maak haar zichtbaar. Versterk de natuurlijke dynamiek en maak haar zichtbaar. Dit gaat om het inspelen op dynamische processen zoals erosie, sedimentatie, hoog en laagwater, stroming. Deze processen zijn enigszins verschillend in de Gelderse Poort, de MiddenWaal en de Benedewaal (getijdendynamiek). Processen in deze gebieden dienen hun weerslag te krijgen in de ontwikkeling van de diversiteit aan flora en fauna. Een dynamische procesbenadering biedt ruimte aan grootschalige robuuste natuurontwikkeling. Ook kweldynamiek is onderdeel van de dynamiek, als schakel tussen binnen- en buitendijks.

98


1

Principe 1 Maak goede geulen Geulen bieden ruimte aan afvoer van het rivierwater en brengen peildynamiek en stromingsdynamiek in het hele buitendijks gebied. Goed gemaakte geulen zullen ook de variatie en opbouw van het Waallandschap verbeteren. Maak dicht bij het zomerbed snelstromende oevergeulen, evenwijdig aan de rivier De stroomsnelheid van het rivierwater is het grootste in het zomerbed, in het gedeelte van de uiterwaard dicht bij de rivier. In deze zone is de kans groot dat riviergeulen leiden tot zichtbare morfologische processen zoals sedimentatie en erosie. Dit zal ook leiden tot bijzondere dynamische natuurwaarden, met spontane vegetatieontwikkeling door pioniermilieus. Maak in het winterbed gebruik van oude geulpatronen In het winterbed bij Gameren en in de Klompenwaard zijn geulen gegraven. Er zullen er in de toekomst meerdere volgen. Bij de vormgeving en dimensionering van geulen is de rivierkundige taakstelling en beoogde doorstroming van groot belang. Daarnaast dient de historische morfologie sturend te zijn: graaf geulen zo mogelijk reliëfvolgend, dus op het tracé van oude geulen. Hiermee wordt aangesloten bij een historisch beeld en veelal ook bij natuurlijke hoogteverschillen in de uiterwaard. De kans is groot dat er ook winbare klei uit oude geulen gegraven wordt. Verken bij nieuw te graven structuren of er bodemzones zijn waarin water inzijgt (zandige stroomruggen) en uittreedt. Dergelijke zones kunnen van belang zijn voor een natuurlijke watervoorziening van natuurgebieden binnen- of buitendijks. Dimensioneer groot maar wel ondergeschikt aan de maat van Waal en uiterwaard. Wanneer de rivier speelruimte heeft ontstaat er ruimte voor dynamische processen. Speelruimte ontstaat door geulen enigszins over te dimensioneren, door de maat of het aantal groter te maken dan minimaal benodigd is. Door deze ruime jas ontstaat ruimte voor opslibbing en verzanding. Dit zijn natuurlijke processen die mooie beelden en bijzondere vegetatieontwikkeling opleveren.

Zomerdijk

l

eu ng

e

nd

e om str

ve ne

el

Sn

Winterdijk

Nieuwe geul in het oude partoon

Oevergeul Gameren (Google Earth)

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

99


1

Dit neemt niet weg dat toekomstige geulsystemen dienen te passen in het landschap. Beperk de breedte van geulen zodanig dat het zomerbed van de Waal altijd als hoofdstroom zichtbaar is. Oftewel de Waal is de baas. Daarnaast dienen ze ondergeschikt te zijn aan de maat van de uiterwaard die bovendien meer uit land dan uit water hoort te bestaan. Maak geulen niet te diep, de maximale diepte is zodanig dat er bij de laagst optredende waterstand nog circa 1 m water staat. Maak grote delen ondieper, zodat delen van de geul een gedeelte van het jaar droogvallen. Hiernaast zijn er ook beperkingen vanuit het beheer van de vaargeul: gemiddeld genomen mag maximaal 3% van het debiet door een stromende nevengeul gaan. Dit is maatwerk. Tak geulen eenzijdig aan in de Benedenwaal, tweezijdig in de Middenwaal. Geulen worden veelal benedenstrooms aangetakt aan de rivier. Dergelijke hoogwatergeulen stromen alleen bij verhoogde waterstanden, de rest van het jaar bevatten ze stilstaand water. Deze eenzijdige aantakking leidt tot een karakteristieke invloed van getijdedynamiek in de Benedenwaal. Bij tweezijdige aantakking zal de dynamiek in de geul groter zijn, omdat deze nagenoeg altijd meestromend zal zijn, wat wenselijk is in de Middenwaal. De dynamiek kan leiden tot verzanding van de bovenstroomse toegang van de geul. Dit proces hoort bij het rivierensysteem en levert bijzondere natuurkwaliteiten. Er zijn ook geulen denkbaar die niet aangetakt worden. Immers dan wordt de recreatieve toegang over land niet beperkt en bijvoorbeeld in de Bovenwaal blijft dan het bochtige riviertracé intact. Ook dit is maatwerk.

100

• • •

Eenzijdig aangetakte geul bij Tiel Geulensysteem langs de Waal bij Gameren (vliegerfoto Dirk Oomen) Referentie van een strang zonder stroomdynamiek (Rijnstrangen)


2

Principe 2 Laat de rivier de uiterwaarden vaker overstromen Dynamische processen worden gevoed door de uiterwaard in aanraking te laten komen met een grote variatie in rivierwaterstanden en getijdeninvloed. Deze variatie wordt vaak gedempt door stroomruggen en zomerkades in de uiterwaard. Er zijn verschillende manieren om toegang van het rivierwater tot de uiterwaard te vergroten. Open of doorsnijd kades zodat water frequenter het winterbed kan overstromen. Door kades of een oeverwal te verlagen zullen uiterwaarden vaker overstromen. Als rivierwater vaker de uiterwaard in stroomt ontstaan er natte kommen waar water blijft staan en kan ‘uitzakken’. Daarnaast blijven er de hogere drogere delen dichter langs de rivier. Het beeld van de uiterwaard zal meer dan nu uit water gaan bestaan. Als uiterwaarden vrij kunnen overstromen, zal dit gemiddeld 10 tot 35 dagen per jaar zijn, afhankelijk van de hoogteligging. Door natuurlijke opslibbing en verlanding zal het aandeel hoogland vervolgens geleidelijk toenemen. Het blijft wenselijk om het zomerbeeld te behouden van uiterwaarden die grotendeels droog zijn met permanent water in strangen en geulen.

Frequente overstroming winterbed

Aanpassing zomerkade

Voorkom of verwijder oeverbeschoeiing Oeverbeschoeiing verhindert de dynamische hydrologische en morfologische processen aan de oever. Door deze te verwijderen ontstaat er een natuurlijker beeld in de uiterwaard. Er zijn uitzonderingen waar oeverbeschoeiing juist bijdraagt aan de beleving van de kracht van de Waal. Bijvoorbeeld bij de schaardijken van Opijnen kan het contrast tussen grillige natuur en harde constante techniek uitgangspunt zijn. Een alternatief voor het verwijderen is bijvoorbeeld om dynamiek toe te laten achter langsdammen in de binnenbocht door middel van een oevergeul. Het verwijderen of aanpassen van beschoeiingen dient uiteraard getoetst te worden aan hydraulische en morfologische randvoorwaarden.

Geul in natuurlijk relief Millingerwaard

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

101


2

Anticipeer op erosie en sedimentatie Waaldynamiek is zichtbaar aan zandduinen, zandplaten en steile taluds en slikplaten. Breng zand in contact met grote dynamiek: bij tracering van (oever)geulen kunnen zandlagen aangesneden worden die vervolgens elders worden afgezet. Laat zandplaten zo lang mogelijk liggen alvorens ze te vergraven voor rivierdoorstroming. Overdimensionering van graafwerkzaamheden zal leiden tot plekken voor sedimentatie. Tenslotte: beperk het aantal diepe zandputten waarin de dynamische zandvoorraden wegzakken door aanleg te voorkomen en door verondieping. Maak variatie in oevervormen De ideale oever bestaat niet. Een steile oever kan interessant zijn vanwege de dynamische processen die ‘met geweld’ erop zullen ingrijpen. Flauwe oevers zijn interessant vanwege de grote gradiënt die ontstaat, waarop plantensoorten makkelijk zullen vestigen. Ontwerp aan logische vormen die passen bij de morfologie van de plek (flauwe binnenbocht, steile buitenbocht) en houd rekening met dynamiek die wordt verwacht. Bij grote stromingsdynamiek en erosieve krachten is de rivier zelf de beste vormgever. Stem oeverinrichting af op specifieke dynamiek en ecologie in het intergetijdengebied. In het getijdengebied van de Benedenwaal is er dagelijkse dynamiek. Maak flauwe oevers op de hoogte van veelvoorkomende getijslag. Dit schept goede condities voor laagdynamische biotopen van onder meer riet.

102

• • •

Water krijgt de ruimte in een erosiegeul in de Staartjeswaard bij Beuningen Successievegetatie langs de Waal Ruimte voor peilfluctuatie


3

Principe 3

Maak de natuur robuust

Maak ruimte voor grootschalige dynamische natuurgebieden en verwijder de beperkingen die de ontwikkeling van een samenhangend natuurlijk systeem frustreren.

Verbinding: samenhangend natuurlijk systeem

Maak grote beheereenheden waarbinnen plaats is voor veel variatie Sluit met beheereenheden aan op het ensembleniveau. Door gebieden groot te maken zal er meer variatie binnen een gebied ontstaan. Bij variatie in hoogte en bodems ontstaat diversiteit aan biotopen en in landschapsbeelden binnen een natuurgebied. In combinatie met grote oppervlakten zal dan ook de flexibiliteit binnen natuurlijke systemen groot zijn. Er ontstaan mogelijkheden voor migratie en uitwisseling. Maak verbindingen tussen gebieden waardoor de Waal functioneert als een samenhangend natuurlijk systeem Grootschalige natuur betekent een uitdaging voor natuurbeheer. Dit moet ook in grote eenheden georganiseerd worden.Verbindingen tussen gebieden die nu niet of slecht verbonden zijn, zijn dan noodzakelijk. Hindernissen kunnen bestaan uit infrastructuur, water of bedrijventerreinen. Door knelpunten aan te pakken is het mogelijk om een ecologisch systeem te maken waarin dieren van de Biesbosch tot de Gelderse Poort kunnen migreren. Zorg voor voldoende hoogwatervrije vluchtplaatsen voor het wild en voor de grazers (5-10 % van het begraasbare oppervlak). Stem bovenstaande natuurdoelen af op de eisen die het rivierbeheer aan de uiterwaard stelt.

Samenhangende eenheden

Cultuurlijk accent in de natuurlijke uiterwaard

Ooibos in Millingen

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

103


5.3 de Getemde Waal Ambities voor het cultuurlandschap:

Houd afwisseling in het rivierlandschap en eenheid van landschapstypen Ontwikkel met respect voor cultuurhistorie en cultuurland足schap en versterk haar zichtbaarheid. Hieronder vallen een aantal ambities: Houd grote landschappelijke eenheden herkenbaar met hierbij passende functies: de kommen, de stuwwal, oeverwal, dijk(zone), uiterwaard en zomerbed die samen met de Waal een parallelle structuur vormen. Binnen dit systeem vormen de Waalfronten van Tiel, Zaltbommel en Nijmegen hoogtepunten in het lengteprofiel van de Waal. Het is belangrijk deze kwalitatief te versterken. Behoud en versterk historische structuren en relicten langs de Waal zoals steenovens, historische infrastructuur en militaire verdedigingswerken. Hier past behoud door ontwikkeling, mits ontwikkelingen de cultuurhistorische kwaliteit vergroten. Ontwikkel nieuwe woonplaatsen in de uiterwaarden terughoudend. Dit is alleen mogelijk wanneer er toegevoegde kwaliteit in het rivierenlandschap ontstaat: op historische locaties, passend in de dynamiek van de rivier en binnen de continu誰teit van rivierenlandschap.

104


1

Principe 1: Versterk de landschappelijke variatie van rivier, oeverwal en kom De reeks uiterwaard, oeverwal en kom vormt het skelet van het rivierlandschap. De verschillen in bodem, dynamiek en historie geven aanleiding tot het verder ontwikkelen van de verschillen tussen deze eenheden. Versterk het verschil tussen de natuurlijkheid en grootschaligheid van de uiterwaard en de kleinschaligheid en cultuurrijkdom van de oeverwal Het verschil in natuurlijke dynamiek tussen binnen- en buitendijks gebied is de aanleiding voor een contrast in het beeld tussen deze gebieden. Buitendijks is er een ruig natuurlijk gebied waarin agrarisch beheer (extensieve veehouderij) ondergeschikt is en gecombineerd wordt met ruimte voor natuur in en langs de percelen. Binnendijks, op de oeverwal, is er de kleinschalige variatie aan agrarische activiteiten (fruitteelt, akkerbouw, tuinbouw, boomteelt). Grondgebonden teelten, zonder teeltondersteunende voorzieningen van glas en plastic, verdienen een volwaardige plaats op de oeverwal. Ook landgoederen zullen, goed ingepast, de kleine schaal versterken.

Dijk als belevingsas Natuurlijke grootschalige uiterwaard

Kleinschalige cultuurrijke oeverwal

Grootschalige kom

Gebruik de verschillende patronen van begroeiing en beplanting om de diversiteit tussen binnen- en buitendijks te versterken Het gaat in de uiterwaard om begroeiing in plaats van beplanting. Laat spontane begroeiing de natuurlijke morfologie en gradiënten hierbinnen weerspiegelen. Op de oeverwal is beplanting met name gekoppeld aan erven en landgoederen. Versterk de ontwikkeling van beplanting en bosaanplant op de oeverwal. Dit versterkt het contrast in het dwarsprofiel. In de kom gaat het met name om de openheid met eventueel transparante wegbeplanting en grienden. Gebruik beplanting daarnaast om historische of ruimtelijke structuren te accentueren. Bijvoorbeeld grienden, struwelen en solitairen bij strangen, steenfabrieken of veerstoepen. •

Oeverwal bij Dodewaard

Kom bij Ewijk (foto Cor Graafland)

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

105


2

Principe 2 Versterk de relatie tussen de historische stadsfronten en de Waal Nijmegen,Tiel, Zaltbommel en aan het begin van de Merwede ook Woudrichem en Gorinchem zijn historische handelssteden aan de rivier. Hiervan is nog veel zichtbaar, maar de kwaliteit van het Waalfront is zeer verschillend. De kwaliteit van Waalfronten kan versterkt worden door historische kwaliteiten te koesteren. Contrast

Zic jn

htli

Zi ch tlij n

Contrast

Versterk de zichtlijnen tussen de waterfronten en de rivier De Waalfronten zijn hoogtepunten aan de rivier. Hiervan kan nog veel meer geprofiteerd worden door meer in te spelen op zicht naar de Waalfronten. Dit kan vanaf de overkant, vanaf bruggen en niet te vergeten vanaf veerpontjes naar de oude stad. Maak ook openbare oevers in het Waalfront met zicht naar de omgeving. Geef vorm aan het contrast tussen oude stad en nieuwe stad Het silhouet van het Waalfront krijgt meer charme door duidelijk contrast te maken met nieuwe stadsdelen die grenzen aan de Waal. Accentueer het oude centrum door contrast aan te brengen en door groene gordels (oude singels) te benadrukken. Koester historische gebouwen en herstel desnoods historische kades om de centra te verankeren met de Waal. Pas bebouwing in het oude Waalfront zorgvuldig in. Dit kan ook met subtiele moderne architectuur die harmonieus voortbouwt op de historische schaal en structuur van het Waalfront.

â&#x20AC;˘

106

Waalfront Zaltbommel


3

Principe 3 Bouw voort op de bestaande relatie tussen de dorpen en de dijk

Dorp naast de dijk behoud afstand tot de dijk

Op de oeverwallen zit veel bebouwing. Er zijn veel dorpen. Aan de dijk is gewenst dat niet al die dorpen zich profileren naar het buitendijks gebied. Behoud de relatie tussen stad of dorp en de dijk Ga uit van bestaande relaties tussen het dorp en de dijk. Blijf nederzetting en dijk op elkaar betrekken wanneer dit in het verleden gebeurde. Langs de Benedenwaal liggen dorpen vaak met de voorkanten naar de dijk. In de Gelderse Poort en langs de Middenwaal zijn er meer achterkanten naar de dijk of tussenvormen met enkele gebouwen aan de dijk. Laat een dorp dat op de dijk staat, niet over de dijk heen uitbreiden. De dijk blijft het dominerende element. Een dorp dat achter de dijk ligt blijft zich achter de dijk ontwikkelen. Ga hier uit van de intimiteit van de beschutte ligging achter de dijk. Bouw verder aan groene randen van dorpen die achter de dijk liggen.

Dorp aan de dijk ontwikkelt zich langs de dijk

Laat dorpen langs de dijk niet aaneengroeien, houd openheid tussen de dorpen zodat er zicht blijft naar het achterliggend agrarisch gebied op de oeverwal of in de kom.

Dorp naast de dijk bij Waardenburg

Kerk op de dijk bij Dodewaard

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

107


4

Principe 4

Ontwerp aan de continue dijk

De dijken vormen naast de rivier zelf de continue lijn in het riviergebied. Daarom moet de identiteit van de dijk prioriteit krijgen bij elke ontwikkeling.

Wiel bepaalt historisch dijktracé

Getailleerd dijkprofiel

Behoud het historische tracé van de dijk Het slingerend tracé van de dijk is getekend door doorbraken, verleggingen, aanpassingen. Bij ontwikkeling van de dijk is deze geschiedenis belangrijke bagage. Bouw zoveel mogelijk voort op de historische dijk als primaire waterkering. Sluit aan bij de historische dijkvorm met steile kruin. Kies bij een brede dijk voor een getailleerd profiel met een brede basis en een smalle en kruin. Onderzoek welk type dijk binnen het project loopt en bouw voort op een regionale typologie. Versterk de continuïteit van de dijk Maak continuïteit in het beeld van de dijkweg.Voorkom een verbrokkelde relatie waarbij de weg soms op en soms naast de dijk loopt. Maak op- en afritten ondergeschikt aan de hoofdvorm: smal en steil. Zorg voor vloeiende overgangen tussen dijkvakken. Als de verkeersfunctie van de weg op de dijk verandert (al dan niet gemotoriseerd verkeer) dient dit geen contrast tussen dijktrajecten op te leveren. Maak de winterdijk dominant en toegankelijk Houd zomerdijken en andere (historische) dijken, zowel binnendijks als buitendijks, ondergeschikt aan de winterdijk. Wanneer er gekozen wordt voor dijkverlegging zoals recent langs de Benedenwaal is gebeurd, maak dan de nieuwe winterdijk dominant in de tracering. De nieuwe dijk is de contrastlijn tussen natuurlijk buitendijks en cultuurlijk binnendijks gebied. Neem de nieuwe dijk op in een samenhangende dijkring en maak haar toegankelijk.

108

Continue dijk van de Waal


5

Principe 5 zichtbaar

Maak cultuurhistorische structuren en relicten

Cultuurhistorische relicten in het rivierenland van de Waal zijn er veel rond de dijkzone. In het buitendijkse gebied zijn ze veelal afwezig omdat door de kracht van de zich verleggende Waal veel land is verdwenen of verjongd. Er zijn diverse aanleidingen om cultuurhistorie beter zichtbaar te maken. Behoud structuren van waterbeheer en militaire waterlinies (kades, sluisjes, sijtwendes, inlaatkanalen). Maak ze zichtbaar en begrijpbaar Er zijn verschillende manieren denkbaar.Verwijder zonodig beplanting om objecten zichtbaar te maken, vanuit specifieke zichtlijnen. Zichtbaarheid kan versterkt worden door contrasten te maken met land en water: bijvoorbeeld door langs een kade een lage natte zone aan te brengen.

Waterlinie fort: publieksfunctie Oudhoevig land: Afwijkend grondgebruik

Wiel: Verhaal van doorbraak

Veerstoep: Waterdoorlatend

Maak of houd overblijfselen van de historische strijd met het water zichtbaar (wielen, dijkverleggingen). Vertel de verhalen van dramatische gebeurtenissen. In ons nette land, zonder krotten en ruines, zijn wielen zeldzame overblijfselen van natuurrampen. Wielen hebben veelal bijzondere waterkwaliteiten. Geef ruimte aan bijbehorende natuurwaarden en verlandingsprocessen. Daarnaast is zichtbaarheid en toegankelijkheid van wielen belangrijk: geef informatie, houd zicht tussen wiel en dijk en houd wielen open. Graaf ze desnoods periodiek open. Maak historische infrastructuur (kades, veerstoepen, bijzondere kribben) weer bruikbaar De beste manier om de waarde van historische infrastructuur te behouden is door het weer een gebruiksfunctie te geven. Dit geldt voor kades en veerstoepen. Het kan ook gelden voor waterstructuren zoals inlaten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

â&#x20AC;˘

Kasteellocatie in de uiterwaard

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal â&#x20AC;˘ September 2009

109


5

Maak oudhoevig land zichtbaar, bijvoorbeeld met afwijkend grondgebruik in de uiterwaard (agrarisch of recreatief) Oudhoevig land is gespaard door de dynamiek van de Waal en heeft een oud bodemarchief.Vergraving is ongewenst. Deze gebieden (bijvoorbeeld bij Brakel en Oosterhout) lenen zich voor cultuurlijk gebruik, dat de afwijkende geschiedenis accentueert. Dit kan een keurig weiland met koeien zijn. Interessanter is wellicht een publieke recreatieve functie.

110

• • •

Oudhoevig land bij Angeren Voormalige steenfabriek in de Bunswaard (Beuningen) Oudhoevig land IJzendoorn (Google Earth)


6

Principe 6 beleving

Ontwikkel historische terpen aan de Waal voor de

In het natuurlijke domein van de Waal liggen diverse plekken met historische bebouwing of met een historie van industriële activiteiten. Maak deze cultuurhistorische plekken levendig en functioneel door hergebruik en eventueel hernieuwde bouw: behoud door vernieuwing. Dit geldt bijvoorbeeld voor forten, waardsmanshuizen, steenfabriek en woonterpen.Woonfuncties zijn hier toepasselijk mits gekoppeld aan een publieke functie.

Wonen in voormalige steenfabriek Modern informatiecentrum

Behandel de gebouwen als eilanden in de natuurlijke uiterwaard Nieuwe of vernieuwde bouwwerken dienen een bescheiden plek in te nemen in de uiterwaard. Ga uit van continuïteit van de uiterwaard. De uiterwaard ‘stroomt’ eromheen. Beperk de visuele impact van de ontsluiting door uit te gaan van beperkte bereikbaarheid bij hoogwater. En bouw alleen mits de (toekomstige) hoogwaterveiligheid niet wordt belemmerd. Levendige publieke functie

Draag bij aan de publieke betekenis van de uiterwaard Maak van bebouwde plekken ook een openbare plek. Zorg voor functies die op zijn minst voor een deel attractiewaarde hebben of een publieke voorziening zijn. Maak bovendien combinaties met een publieke en toegankelijke oever aan de rivier. Maak nieuwe gebouwen onderscheidend van die in het binnendijks gebied De historische functie is richtinggevend in de vormgeving van eventuele nieuwbouw. Kies voor hoogwaardige architectuur die een relatie legt met de plek. Maak verschil met gebouwen in de dorpen.

Van steenfabriek naar theaterlocatie

Slot Loevestein

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

111


5.4

De Nijvere Waal

Ambitie voor netwerken:

Ontwikkel economische riviergebonden activiteit met kwaliteit Geef vorm aan economische activiteiten binnen een eenduidige identiteit van de Waal. De economische identiteit van de rivier brengt riviergebonden bedrijvigheid en delfstofwinning met zich mee. Geef deze functies op een Waalse wijze vorm met (toekomst)kwaliteit. Er is ruimte voor ontwikkeling, met de maat en de identiteit van het buitendijkse landschap als richtinggevende kwaliteiten. Buitendijkse infrastructuur is belangrijk voor de bereikbaarheid van aanwezige functies en is beeldbepalend. Zorg echter voor een bescheiden plek van infrastructuur in het landschap.Voorkom dat zware infrastructuur het landschapbeeld gaat domineren.

112


1

1 Vergraaf het sediment uit de uiterwaard reliëfvolgend, met aandacht voor historie en morfologie Vergraaf het sediment reliëfvolgend Klei is een hernieuwbare grondstof die door de rivier wordt aangevuld. Sedimentatie vindt vooral plaats wanneer snelstromend water stil komt te staan. Graaf het kleisediment zodanig dat de historische morfologie van het landschap wordt versterkt. Hierbij is het principe reliëfvolgend ontkleien van toepassing. Door in relatief diepe delen klei uit te graven ontstaan plekken waar klei weer makkelijk sedimenteert. Versterk hiermee de natuurlijke en historische morfologie van geulen, kommen en stroomruggen in de uiterwaard. Verken ook de mogelijkheden van onderzuiging om het patronen in de morfologie te behouden. Fasering en het sparen van enkele gebieden Faseer vergravingen met het oog op strategische kleivooraden. Deze fasering leidt ertoe dat er altijd wat hoog gelegen gebieden zullen zijn die geschikt zijn voor agrarisch gebruik. Mogelijk kan er in zulke gebieden (bijvoorbeeld de Winsense Waard en de Willemspolder) een zone parallel aan de Waal vergraven worden met het oog op ecologische continuïteit. Waak hierbij voor verstoring van de landschapsstructuur.

Delfstofwinning aansluitend bij oud geulenpatroon Zomerdijk

Winterdijk

Oude rug wordt geaccentueerd

Maak zandwinningen weer onderdeel van de karakteristieke landschapstructuur. Zandwinplassen passen –door de grote diepte en daaruit volgende vergravingswijzen - vaak slecht in de landschapsstructuur. Daarom moeten plassen na exploitatie verondiept en zo nodig verkleind, worden. Dit zorgt er ook voor dat zandsediment dat bij hoogwater verplaats wordt, niet allemaal wegzakt in diepe putten, maar dat dit kan bijdragen aan dynamische sedimentatie en erosieprocessen langs de rivier. Zorg bij verondiepen van zandwinplassen voor een diversiteit aan onderwater milieus door verschillende bodemdieptes te gebruiken. Pas op met voedselrijke grond. Dek deze af.

Reliefvolgend ontkleiien; uit inspiratieatlas Waalweelde

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

113


1

Verminder de harde beplantingsgrenzen langs afgravingen door over te schakelen op procesmatige beheervormen.Verzacht harde oevers van bestaande zandwinplassen door het vergraven en verlengen van de oever. Laat, wanneer putten te groot zijn om als natuurlijk element in het landschap te passen, de kunstmatige oorsprong zichtbaar zijn. Liever een eerlijk gebiedsvreemd lichaam dan een mislukt verbouwd lichaam. Leg eventuele nieuwe zandwinputten alleen landschapsvolgend en ecologisch verantwoord aan.

• •

114

Tichelgaten na kleiwinning geven het landschap een kleinschalig karakter Impressie uiterwaard voor en na reliefvolgende kleiwinning waarbij oud geulenpatroon zichtbaar is geworden (Geldersche Waard bij Lobberden). Ooibossen op voormalige kleiwinning


2

Principe 2 Pas riviergebonden bedrijvigheid met een vitale uitstraling in de maat van de uiterwaard in Riviergebonden bedrijvigheid past bij de Waal wanneer het zich voegt in het landschap van Waal en uiterwaard. Kwaliteit hangt samen met de relatie tussen de bouwwerken en het landschap. Daarnaast hangt kwaliteit samen de architectuur en de uitstraling van de bouwwerken. Bouw compact en met beperkte omvang Door compact en bescheiden te bouwen kan de continuïteit van de uiterwaard in het lengte profiel behouden blijven. Immers deze continuïteit van het lengte profiel en de robuuste natuur hierin is richtinggevend. Laat de uiterwaard als het ware om de bedrijvigheid heen vloeien. Riviergebonden bedrijvigheid is hierbinnen te gast.

Bedrijf onder architectuur gebouwd

Loswal

Behoud zichtlijnen tussen dorp en rivier Er dient een zo groot mogelijk contact tussen de rivier en de uiterwaard te blijven bestaan.Voorkom dat de oever van de rivier dichtslibt met langgerekte bedrijvigheid. Let in het bijzonder op zichtlijnen van en naar bijzondere plekken, zoals dorpen of zichtplekken vanaf de dijk.

Continuiteit van groene uiterwaard

Verbind met het water door loswal en waterfront Riviergebondenheid komt tot uiting in de aanwezigheid van een waterfront en een loswal. Geef hiermee vorm aan de werkidentiteit die bij de rivier hoort. Blijf wel buiten de oeverlijn om het zomerbed niet te onderbreken. Gebruik knooppunten van de Waal met transportkanalen voor bedrijvenlocaties. Maak riviergebonden architectuur Recepten voor goede architectuur zijn niet te geven. Het is een optelling van programma, plek en ambities. Ontwerp zorgvuldig aan opvallende ingrepen. Schakel een gekwalificeerde en deskundige architect in. Voorkom rommelige achterkanten door terreininrichting of afscherming. Gebruik bijvoorbeeld natuurlijk ooibos of kies voor robuuste aanplant.

Bouwen onder architectuur - referentie Cunera bv in Rhenen aan de Rijn Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

115


3

Principe 3 Pas buitendijkse infrastructuur goed in de leegte en natuurlijkheid van de uiterwaard in Buitendijks is het volume van water dat geborgen moet worden en ook de fluctuatie van hoog en laagwater bepalend. Dit hoort door te klinken in de maat en het beeld van buitendijkse functies. Interne infrastructuur die het beeld domineert past hierin niet.

Bij hoogwater bereikbaar per voetveer

Accepteer tijdelijke verminderde bereikbaarheid bij hoogwater Bewerkstellig dat buitendijkse functies zich voegen naar verminderde bereikbaarheid. Dit kan mits de veiligheid het toelaat, isolatie betekenen maar het betekent ook dat bereikbaarheid bij hoogwater moet plaatsmaken voor bereikbaarheid per water of via de lucht.Verken daarom flexibele en tijdelijke vormen van transport en van infrastructuur (bijvoorbeeld een veer of drijvende weg). Maak transparante, slanke en natuurlijke constructies Infrastructuur voor buitendijkse ontsluiting die bij hoogwater nog functioneert, loopt het risico om zeer groot en zwaar te worden uitgevoerd. Als een hoge brugverbinding werkelijk nodig is, maak dan lichte en kleine constructies. Gebruik zo veel mogelijk natuurlijke verwerende materialen voor een natuurlijke uitstraling. Opvallend contrast vanuit een functie die zelden wordt gebruikt is niet wenselijk.

â&#x20AC;˘

116

Lage weg, geen hindernis voor stroming.

â&#x20AC;˘

Trekpontje in het Rijnstrangengebied


4

Principe 4

Behoud samenhang in de kribben langs de Waal

Houd ritme en perspectief in kribben die verlaagd worden Kribben zijn noodzakelijke regulatiewerken voor de vaargeul en rivierafvoer. Bij kribverlaging zoals die voorgenomen wordt zal er een beeld ontstaan van kribben zoals dit decennia geleden zichtbaar was: laag gelegen kribben die vooral met laagwater zichtbaar zijn. Ze geven de rivier een technische uitstraling. Om een beleving van perspectief en ritme te behouden is het wenselijk om met de bakens de positie van (koppen van) kribben zichtbaar te maken. Breng samenhang en ritme tussen de bijzondere kribben die niet worden verlaagd Bijzondere kribben zijn in veel gevallen voor lokale belangen aangelegd. Het zijn daarmee cultuurhistorische accenten in de technische regulatie van de Waal. Bij veranderingen aan de Waal is de aanhechting van het krib aan de oeverwal en dijk belangrijk. Daarnaast is bij de bijzondere kribben de eenheid van belang. Deze kan bereikt worden door een gelijke behandeling van toegangswegen, verhardingen en kadehellingen.

Toekomstsituatie verlaagde kribben bij gemiddeld waterpeil (uit studie DHV) Enkele bijzondere kribben aan de Waal die het beeld gaan bepalen (idem)

Het ritme van kribben domineert. (links vliegerfoto Dirk Oomen) Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

117


5.5 De Weidse Waal Ambitie voor beleving:

Maak de Waalse weidsheid beleefbaar Verbeter de beleving van de Waal en vergroot het recreatief gebruik. De Waal is de grootste rivier van Nederland en levert een bijzondere beleving op vanaf plekken met goed zicht op de rivier.Versterk de mogelijkheden om de grote schaal, het kenmerkende ritme en de continu誰teit van het rivierenlandschap van de Waal te beleven. Dat vraagt tevens: het vergroten van de openbaarheid en (recreatieve) toegankelijkheid van het rivierenlandschap voor een divers palet aan doelgroepen. De dijk kan daar als belevingsas een leidende rol in spelen.

118


1

Principe 1 Werk aan ritme en regelmaat binnen de weidsheid van de Waal Behoud en maak desgewenst hoogtepunten op grote schaal Behandel de stedelijke Waalfronten als wenselijke hoogtepunten gedurende een reis langs de Waal. Ook havens bij de kanalen en bruggen dragen bij tot oriëntatie op hoog schaalniveau en vertellen iets over de robuustheid en grote maat van de Waal. Werk aan eenheid in de trajecten Doe recht aan de eenheid en afwisseling die de rivier zelf heeft vormgegeven en waar de mens op heeft ingespeeld. Gebruik de ritmiek die zichtbaar is en die bestaat uit de herhaling van elementen in het landschap: de kribben, de rivierbochten en de dorpen. Binnen de ritmische eenheid op trajectniveau is er ruimte voor expressie van zelfbewuste dorpen, steenfabrieken en waterstaatsingenieurs. Koester de kribben en strandjes die samen het gebit van de Waal vormen Kribben en luwtes ertussen bepalen de ruimtebeleving voor waarnemers aan de oever. Van een afstand bepalen ze ritme en perspectief. Laat de weidsheid zien Zicht over de Waal is spectaculair. Gebruik de uitzichtpunten over de Waal. Doe dit op plekken waar de dijk het zomerbed raakt en waar een knik in de dijk zorgt voor verassend uitzicht. Maak hier plekken waar passanten kunnen zitten, kijken naar de imposante maat en waar ze zich kunnen oriënteren op de omgeving. Bijvoorbeeld Opijnen, Haaften. Behoud vergezichten vanaf de dijk naar de kom en over de uiterwaard.Vanaf de dijk is de opbouw van het rivierenlandschap te beleven.

Rivier en uiterwaard gaan onder brug van Ewijk door

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

119


2

Principe 2 de Waal Paden over en langs nevengeul voor beleving dynamiek

Leg een recreatief netwerk aan op de schaal van

Maak netwerken rond de dynamiek van de Waal Maak fietsroute knooppunten en onderling verbonden wandelpaden langs de gehele Waal. Zorg ervoor dat via de Waalstranden een doorgaande wandelverbinding ontstaat. Door dit op een grote schaal te verbinden kan het ook een bijzondere aantrekkingskracht krijgen die aansluit bij de grote maat van de Waal. Bouw aan een wandel- en struinpad van Keulen tot Kinderdijk. Strandstruinpad

Fiets- en wandelnetwerk

Zorg voor routes die de dynamische kant van de rivier volop in beeld brengen. Stem daarom routes af op de variatie die aanwezig is en durf gebruik te maken van het gevarieerde winterbed dat soms onderloopt. Maak gebruik van trekpontjes of touwbruggen om verbindingen in stand te houden die de waterdynamiek niet verstoren. Bij ontwikkeling van recreatie in uiterwaarden en oevers is altijd aandacht nodig voor veiligheid. Bied ruimte voor avontuurlijke overnachtingsmogelijkheden in het gebied Bijzondere accommodaties zullen de beleving van het dynamische landschap ondersteunen. Maak hiervoor ruimte op enkele toplocaties langs de Waal. Denkbaar zijn grote en (potentieel) dynamische gebieden zoals Munnikenland, de Kil van Hurwenen, de Gelderse Poort. Daarnaast is het Waalgebied een divers gebied met vele bouwwerken, wegen en verhalen. Stimuleer bewoners om kleinschalige recreatievormen te ontwikkelen die de beleving van het Waallandschap versterken.

â&#x20AC;˘

120

Fietsen langs de Waal

â&#x20AC;˘

Wandelroute via strandjes


3

Uitzichtpunt vanaf de dijk bij Beneden Leeuwen • Op het ijs van de Oude Waal bij Nijmegen • Fietsers op de dijk bij Lobith

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

121


3

Principe 3 Maak meer recreatieve verbindingen tussen stad of dorp en de rivier mogelijk Openbare plek aan de Waal

Strandstruinpad

Nieuwbouw financiert wandelpad naar de Waal

Maak openbare en recreatieve plekken Het Waallandschap is meer dan veiligheid, transport en moeilijk toegankelijke groene vlaktes. De publieke betekenis kan veel groter worden. Zorg voor openbare paden en openbare oevers aan de Waal. Gebruik hiervoor nieuwe initiatieven. Ontwikkel een pad of recreatieve plek bij elk nieuw initiatief in de uiterwaard. Sta gebruik van nevengeulen door vaarrecreatie toe. Zonder dat hiervoor speciale voorzieningen worden aangelegd. Varieer en zoneer het recreatief gebruik Varieer en zoneer intensief en extensief gebruik tussen en binnen landschappelijke eenheden. Diversiteit aan voorzieningen is mogelijk, afgestemd op de plek en de wensen. Dicht bij de stad zijn andere voorzieningen denkbaar dan in een veraf gelegen uiterwaard. Voorkom dat zonering leidt tot compartimentering van grote uiterwaardgebieden. Werk overal aan een dooradering van recreatief gebruik. Houd ook bij kwetsbare natuur een zone langs de dijk of langs de rivier toegankelijk voor (struinende) recreanten. Ontwerp aan een ‘’familie’’ van voorzieningen die bij de Waal hoort Werk aan een catalogus van inrichtingsmaatregelen die past bij de Waal. Dit kan met name goed voor maatregelen die op terrein van een regionale overheid liggen: de dijk (van het waterschap) en in buitendijksgebied (van Rijkswaterstaat).Van een ‘familie’ is sprake wanneer er herkenbaar samenhang is tussen de vormgeving van objecten, op verschillende plekken langs de Waal.

122

Toegankelijke natuur bij Tiel


3

Enkele voorbeelden: • Maak groene parkeerplaatsen, onverhard of halfverhard, in de uiterwaard of op loopafstand ervan. Pas ze mooi in, in het landschap. • Ontwerp aan een familie van uitzichtplekken op de dijk, met dezelfde bestrating (bakstenen in Waalformaat) en gelijkvormig meubilair en zonodig een informatiebord. • Maak een Waals wegprofiel waarop plek is voor fietsverkeer. • Ontwikkel een familie van informatieborden, waarop plek is voor verhalen van de Waal.

• Uiterwaard bij Nijmegen bij de 4-daagse feesten Spelen in het zand voor de waalbrug, Nijmegen - Voetveer in Rijnstrangengebied • Struinen in de uiterwaarden Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

123


124


Hoofdstuk 6

D

Synthese

De Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit beoogt op kwaliteit te sturen, te inspireren en een basis te bieden voor toetsing van projecten die zich afspelen in het rivierengebied. De ruimtelijke ontwikkeling van lopende projecten is zeer divers. Met de kernkwaliteiten en ontwerpprincipes is een breed palet beschikbaar om aan verhoging van de ruimtelijke kwaliteit van de rivier te werken. Hoe de handreiking kan worden gebruikt, wordt in dit afsluitende hoofdstuk behandeld. Met deze Handreiking is een methodiek geleverd om de kernkwaliteiten van een plangebied te specificeren.Voor een deel zijn de kernkwaliteiten nu specifiek benoemd. Daarnaast leveren de kernkwaliteiten een agenda voor verder onderzoek binnen een project of initiatief. In het betreffende plangebied moeten, onder meer de geomorfologie, de natuur, de cultuurhistorie en de gebruiksmogelijkheden nader worden verkend. Deze verkenning moet niet alleen plaatsvinden op het niveau van het project maar ook op het niveau van het ensemble en het riviertraject waar het plangebied bij hoort. Per gebied en type ontwikkeling zullen de ambities verschillen en de ontwerpprincipes verschillend worden gebruikt. Dit kan ertoe leiden dat bijvoorbeeld principes van de Nijvere Waal voor het ene traject sturender zijn dan voor een ander traject.

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal â&#x20AC;˘ September 2009

125


Een fictief voorbeeld: Een initiatiefnemer wil in een uiterwaard in de Middenwaal een bouwstoffenhandel beginnen op een relatief hoog gelegen plek, bij een voormalige steenfabriek. Rijkswaterstaat geeft toestemming wanneer het bedrijf bij extreem hoog water tijdelijk onbereikbaar mag zijn en mits de doorstroming in de uiterwaard niet vermindert. Bovendien moet gezocht worden naar een publieke functie in combinatie met het bedrijf.

Het bedrijf voegt zich op deze wijze in de Waal en zorgt voor nieuwe Waalse Ruimtelijke Kwaliteit.

De initiatiefnemer stelt voor een oude toegangsweg iets op te hogen en van een fietspad te voorzien. Daarnaast stelt deze voor een strang uit te graven rond de ontwikkeling. De strang vormt een natuurlijke grens voor het bedrijf en versterkt het contrast in het landschap.

1. De Wilde Waal De ambities en ontwerpprincipes uit de natuurlaag zijn basaal en in veel gevallen sturend voor de principes uit de andere lagen.Voor de Waal is het zaak de natuurlijke processen goed te organiseren en een robuust systeem te verkrijgen voor de natuurkwaliteiten. Dit past goed bij het karakter van de Waal die, net als ons Noordzeestrand, bepaald wordt door de processen die hier in hevige mate bouwen aan het landschap.

Vanuit de laag natuurlandschap is van belang om de invloed op natuurwaarden en op natuurbeheer te onderzoeken. Daaruit blijkt dat vooral de verkeersbewegingen hinderlijk zijn. Daarnaast verdwijnt er hoogwatervrij terrein waarop wild zich kan terugtrekken. Voor het verkeer worden afspraken gemaakt over intensiteit van weggebruik. Daarbij wordt een loswal hersteld voor aanvoer per schip. Op een deel van het hoogwatervrije terrein wordt ooibos ontwikkeld. Het bedrijf wordt derhalve compacter ontwikkeld. Bij de inrichting wordt rekening gehouden met een luwe zijde die grenst aan een rustplek voor dieren. Vanuit het cultuurlandschap zijn vooral de restanten van de steenfabriek relevant. Nieuwbouw maakt daarom gebruik van deze restanten. De loswal wordt gelegd bij een oude veerstoep. Hier wordt ook een visplek gemaakt. De oevers blijven publiek toegankelijk zodat recreanten de weidsheid van de Waal hier kunnen beleven. Er wordt een zorgvuldig bouwplan gemaakt. De uitstraling is bedrijfsmatig maar verstoort het natuurlijk karakter van de omgeving nauwelijks. Materiaalgebruik, hoogte van de gebouwen en hekwerken worden door een architect afgestemd op de omgeving en sluiten aan bij stoere uitstraling van de Waal.

126

Vanuit de ruimtelijke kwaliteit van de rivier is het zinvol met een helikopterpositie terug te kijken naar de ontwerpprincipes en ook naar de invalshoek van de gelaagde benadering die is gevolgd. Hier volgen 4 noties die ook terug te vinden zijn in het voorbeeld:

2. De Nijvere Waal In alle ontwerpprincipes komt het begrip schaal vaak terug. De Waal is een zelfstandig gebied waarin het belangrijk is om te zorgen voor grote en vooral samenhangende ontwikkelingen. De Waal als grootste natuurgebied, als grootste regionaal park, als langste struinroute. Dit zijn kwaliteiten die horen bij schaal van de Waal. Een duidelijke identiteit die op een grote schaal beleefbaar is, is kwetsbaar bij grootschalige nieuwe ontwikkelingen. De Waal kan versnipperd raken door lokale goedbedoelde economische maar ook ecologische initiatieven. Tegelijk biedt een grote schaal van de Waal ook ruimte voor ontwikkelingen mits die zich invoegen in de grote schaal. 3. De Getemde Waal De oorsprong van de Waal ligt in een natuurlijk systeem waar de mens nog geen plek had. De cultuurhistorische betekenis ervan ligt juist in de lange aanwezigheid van de mens en in de wijze waarop hij de Waal heeft be誰nvloed, verbouwd, gebruikt en ervan heeft genoten. Alle ontwikkelingen dienen zich rekenschap te geven van deze geschiedenis. Cultuurhistorische basiskwaliteit (bijvoorbeeld behoud van historische


objecten) moet altijd worden behaald. Daarbovenop zijn er uitdagingen om meer te doen met de cultuurhistorie en met de identiteit van het landschap die door de historie is gekleurd. Hiervoor zijn diverse ontwerpprincipes benoemd. 4. De Weidse Waal De kwaliteit van de Waal zit in de grootschaligheid van het buitendijkse gebied dat rust heeft, openheid en bijzondere en afwisselende natuurwaarden. In ons land, dat vergaand verkaveld is in allerlei privĂŠdomeinen, is deze weidsheid een grote kwaliteit.

Deze Handreiking mikt op die balans, met de verschillende opgaven en ontwerpprincipes. Uiteindelijk zal het in projecten -waarin de Handreiking wordt gebruikt- gaan om maatwerk.Vanwege de plek maar zeker ook vanwege de gebruikers die er bij een specifiek project betrokken zijn. Kwaliteit zal dan ook samenhangen met de wijze waarop er een zorgvuldig proces is georganiseerd om alle belangen die er spelen op de juiste manier een plek te geven in de ontwerpen.

Het perspectief van de gebruiker Als laatste: de mens die dit alles aanschouwt. Dit bent u wellicht, gebruiker van de Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit. Uiteindelijk ligt bij u en alle andere gebruikers van de Waal de legitimatie en ook de gebruikswaarde van deze Handreiking. We hopen dat de diversiteit aan onderscheiden kwaliteiten en ontwerpprincipes aansluit bij de verscheidenheid die er ook onder gebruikers te vinden is. Twee soorten gebruikers lichten we eruit. Allereerst de waarnemer van het landschap. Dit is bijvoorbeeld de recreant die op zondag te fiets over de dijk gaat, maar ook de persoon die op dinsdagochtend in de file een waarderend oog op het rivierenlandschap werpt. In deze Handreiking is op verschillende plekken gewezen op de noodzaak om het landschap toegankelijk te maken. Dit is de manier om de maatschappelijke betekenis van de Waal nog groter te maken dan die al is. Tenslotte is er de gebruiker van de Waal. Hieronder valt ook de recreant maar zeker ook de grondeigenaar, de pachtende agrariĂŤr en de schipper die veilig in Rotterdam wil aankomen. Ook voor hen is ruimtelijke kwaliteit uitgewerkt. Ruimtelijke kwaliteit definieerden we in de inleiding als een integrale balans tussen gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde.

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal â&#x20AC;˘ September 2009

127


Kernkwaliteiten Waal Tiel

Gorinchem

Zaltbommel

De Benedenwaal

Heldere en leesbare landschapstypen langs de rivier

128


Druten

Lent

Millingen a/d Rijn Nijmegen

Spijk

De Gelderse Poort

Middenwaal

Militaire hoogtepunten met nationale uitstraling

Waalse bedrijvigheid

De grote schaal Watersnelweg tussen Ruhrgebied en Rijnmond

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal â&#x20AC;˘ September 2009

129


Bijlage:

Beleid en ontwikkelingen In deze bijlage worden de belangrijkste beleidsthema’s beschreven.Vervolgens worden de ruimtelijke ontwikkelingen getypeerd. Dit maakt duidelijk welke toekomstige ruimtelijke uitdagingen er op de Waal afkomen. Dit gebeurt thematisch met een staalkaart van typen projecten en ontwikkelingen, zonder volledig te zijn. In hoofdstuk 5 worden de ontwerpprincipes voorafgegaan door de ambities. Ze kwamen tot stand door een confrontatie van de kernkwaliteiten (hoofdstuk 4) en de ontwikkelingen beschreven in deze bijlage.

1

Beleidsthema’s

Door het op rijksniveau vastgestelde beleid met bijbehorende wetgeving zijn de doelstellingen hoogwaterveiligheid en natuur sterk leidend voor ontwikkelingen van de Waal. Deze doelstellingen zijn duidelijk gekoppeld aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit waarbij het huidige landschap en cultuurhistorie een belangrijke rol spelen. Daarbij is voor de Waal een duidelijke plek ingeruimd voor de economische ontwikkeling van watergebonden bedrijvigheid. Deze beleidsthema’s worden achtereenvolgens beschreven. Voor deze Handreiking is de relatie met de WaalWeelde van belang. Hiervoor wordt verwezen naar de inleiding waar deze relatie reeds is belicht. • Hoogwaterveiligheid (algemeen) Hoogwaterveiligheid is vertaald in de Beleidslijn Grote rivieren, die erop is gericht de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit van het rivierbed te behouden en ontwikkelingen tegen te gaan die rivierverruiming in de toekomst feitelijk onmogelijk maken. Deze beleidslijn vormt een toetsingskader voor Rijkswaterstaat voor nieuwe ontwikkelingen, waarbij een ‘nee, tenzij’-beleid geldt voor het stroomvoerende gebieden en een ‘ja, mits’-beleid voor bergende gebieden. Aanvullend zijn als uitvloeisel van de PKB Ruimte voor de Rivier verschillende projecten benoemd die extra ruimte voor de rivieren moeten creëren zodat een hoogwatergolf van 16.000 m³/s, die via de Rijn binnenstroomt, veilig kan worden

130

afgevoerd. Op langere termijn zijn vanwege klimaatverandering extra maatregelen nodig om een hoogwatergolf van 18.000 m³/s af te kunnen voeren. Op de korte termijn wordt buitendijks nieuwe ruimte gecreëerd door uiterwaardvergraving, obstakelverwijdering, kribverlaging en incidentele dijkverlegging zoals bij Lent en Munnikenland (voor 2015).Voor de lange termijn zijn aanvullende maatregelen nodig. De maatregelen voor de korte en de lange termijn samen moeten een stijging van waterstand van maximaal 120 cm op de Boven-Rijn en tussen de 60 en 100 cm op de Waal tot Nijmegen en het Pannerdensch Kanaal tegengaan.Vanaf Nijmegen gaat het om een stijging van de waterstand tussen de 60 en 100 cm. Bij Gorinchem om 120 cm. Voor de lange termijn is er vanwege hydraulische redenen geen extra afvoer te realiseren via de Neder-Rijn en de Lek. Extra afvoer wordt afgewenteld op de Waal en IJssel. Dit betekent dat op lange termijn aanvullende maatregelen voor rivierverruiming noodzakelijk zijn. • Versterken ruimtelijke kwaliteit (algemeen) De Nota Ruimte van het rijk geeft de aanzet om in het gebied van de grote rivieren zowel te werken aan behoud van de veiligheid tegen overstromingen, als aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. De nota richt zich op de volgende doelstellingen: • vergroting van de ruimtelijke diversiteit tussen de riviertakken; • handhaving en versterking van het open karakter met de karakteristieke waterfronten; • behoud en ontwikkeling van de landschappelijke, ecologische, aardkundige en cultuurhistorische waarden en de verbetering van de milieukwaliteit; • versterking van de mogelijkheden van het gebruik van hoofdvaarwegen door beroeps- en pleziervaart. In de PKB Ruimte voor de Rivier is dit uitgewerkt, mede door het opstellen van een Nationaal en Regionaal Ruimtelijk Kader. Hierin zijn voor verschillende deelgebieden in het rivierengebied koersen en bijbehorende kernopgaven voor de ruimtelijke ontwikkeling geformuleerd. Deze zijn deels al onder de thema’s hiervoor benoemd. Voor het rivierenlandschap wordt gekoerst op het benadrukken van het gebied als één


van de kerngebieden van ‘Landelijk Nederland’ waarbij een duidelijk contrast tussen de Neder-Rijn en de Waal uitgangspunt is. Langs het hele traject is de opbouw van rivier uiterwaard - bebouwde oeverwal - open komgebied als parallelle linten herkenbaar. De opgave is deze opbouw te versterken. Ter hoogte van het stadsregio Arnhem-Nijmegen zal het stedelijk en rivierkundig knooppunt op elkaar betrokken worden en met elkaar worden verzoend. Op regionaal schaalniveau is vooral het Streekplan Gelderland 2005 bepalend voor de ruimtelijke ontwikkelingen. De stedelijke ontwikkeling is volgens het Streekplan geconcentreerd rond de Stadsregio Arnhem-Nijmegen, Tiel (centrumgemeente Rivierenland) en Gorinchem. Deze zijn ook gekoppeld aan de hoofdinfrastructuur van de A15, de Betuweroute en - rond Tiel - van het Amsterdam-Rijnkanaal. Rond de rivier wordt ingezet op natuurontwikkeling en waterafvoer & waterberging in combinatie met extensivering en verweving met landbouwfuncties. Daarnaast is op veel plekken sprake van herontwikkeling van vrijkomende bedrijfslocaties (vaak voormalige en bestaande steenfabrieksterreinen). In veel projecten gaat dit samen met het versterken van stadsfronten of dorpsfronten of het versterken de attractiviteit van de plaats als geheel. Het betrekken van kunst bij gebiedsontwikkelingen is een provinciale doelstelling voor het versterken van de ruimtelijke kwaliteit.Voorbeelden zijn projecten als “Bakens aan het Water” en kunst op de dijk (Beuningen). •

Bescherming en versterking van natuurwaarden (de Wilde Waal)

Volgens de Natuurbeschermingswet worden planten, dieren en hun habitat in Natura 2000-gebieden (vogel- en habitatrichtlijngebieden) beschermd. Nieuwe ontwikkelingen zijn alleen mogelijk wanneer schade aan de beschermde waarden wordt voorkomen of gecompenseerd. Het betreft het grootste deel van de uiterwaarden van de Waal oostelijk van Tiel en een beperkt deel van de Waal westelijk van Tiel. Het ministerie van LNV en gedeputeerde staten van Gelderland zijn daarbij bevoegd gezag. Ook in het Nationaal en Regionaal Ruimtelijk Kader, die een uitwerking vormen van de PKB-ruimte voor de rivier, heeft de natuurdoelstelling een duidelijke plaats. Het meest tastbaar wordt dit in het streven om de Geldersche Poort verder te

ontwikkelen tot een grootschalig en grensoverschrijdend natuurkerngebied dat een brede staalkaart bevat van natuurdoeltypen uit het rivierengebied.Verbindingen tussen binnen- en buitendijks gebied, zoals bij park Lingezegen/de Woerdt en in de Ooijpolder de verbinding met het Reichswald (Missing Lynx/Voedel voor natuur) zijn daarbij belangrijke opgaven. Dit geldt ook voor de relatie met het Rijnstrangengebied en het Pannerdensch Kanaal. Voor een groot deel van de Waal past een vernieuwingsstrategie waarbij nieuwe ruimte wordt toegevoegd aan de rivier.Vernieuwing van de ruimtelijke kwaliteit is mogelijk door de realisatie van dynamische natuur met behoud van historische structuren. Deze dynamische natuur in de uiterwaarden moet aansluiten bij de natuurwaarden in de Gelderse Poort en de Biesbosch. Halverwege dit Waaltraject fungeert Fort Sint Andries als een belangrijk natuurkerngebied, met de verbinding naar de Maasuiterwaarden (stichting Symbiose). Bij Brakel en Slot Loevestein kunnen de ecologische samenhang en de cultuurhistorische waarde van de Nieuwe Hollandse Waterlinie worden versterkt. De Europese Kaderrichtlijn Water, uitgewerkt in de Adviesnota Schoonwater RijnWest, beoogt verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van alle grond en oppervlaktewateren in 2015 of uiterlijk 2027 door de uitvoering van (inrichtings) maatregelen. Het te bereiken doel is een Goede Ecologische Toestand (o.a. 4 biotische indicatoren); inclusief de verbindingen tussen buitendijkse wateren en binnendijkse wateren (de waterparels). Het Waterplan van de provincie Gelderland is erop gericht kansen van water voor mens en natuur te benutten. Overstroming en verdroging moet worden voorkomen en de waterkwaliteit dient te verbeteren. Vrijwel de gehele uiterwaarden van de Waal en de Neder-Rijn/Lek zijn in een uitwerking van het streekplan aangewezen als Ecologische Hoofd Structuur. Aanvullend is ten zuiden van Woudrichem in het Streekplan voor Noord-Brabant een robuuste ecologische zone gepland waar gestreefd wordt naar een inrichting die geïnspireerd is op de Nieuwe Hollandse Waterlinie. •

Bescherming landschap en cultuurhistorie (de Getemde Waal)

Archeologische waarden worden beschermd op grond van het Verdrag van Malta. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is als uitvloeisel daarvan, archeologisch onderzoek verplicht. Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

131


De Nota Belvedère stimuleert dat de cultuurhistorische identiteit richtinggevend wordt voor de inrichting van de ruimte. Speciale aandacht verdienen Bevedèregebieden zoals de Nieuwe Hollandse Waterlinie, Ooijpolder-Millingerwaard, Land van Maas en Waal, Tieler- en Culemborgerwaard en de Bommelerwaard. Ook de Limes is als cultuurhistorisch waardevol benoemd. Cultuurhistorisch belangrijke steden zijn Nijmegen, Tiel, Zaltbommel, Gorinchem en Woudrichem. De visie op de Nieuwe Hollandse Waterlinie is uitgewerkt in Panorama Kraayenhoff. Met de nota Belvoir werkt de provincie Gelderland aan gebiedsprogramma’s om de cultuurhistorische identiteit van de provincie te versterken. Een andere belangrijke cultuurnota van Gelderland is Bakens aan het water die beoogt om kunst langs de rivier te integreren in de planvorming. In de Nota Ruimte zijn Nationale Landschappen aangewezen. Langs de Waal en Rijn gaat het om de Gelderse poort, het Rivierengebied en de Nieuwe Hollandse Waterlinie.Voor deze landschappen is op rijks- en provinciaal niveau beleid geformuleerd gericht op versterking van de kernkwaliteiten. Het Nationaal en Regionaal Ruimtelijk Kader streven eveneens naar behoud van het rivierlandschap langs de Waal. Daarbij ligt het accent op behoud van de karakteristieken van het cultuurlandschap, inclusief versterking van de relaties tussen het buitendijkse en binnendijkse gebied. De Waal maakte rond Nijmegen en ten oosten daarvan onderdeel uit van de Limes, de noordwestelijke grens van het Romeinse Rijk. Het gebied bij Gorinchem, Slot Loevestein en Woudrichem (vestingdriehoek) maakte deel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en nabij Ochten eindigde de Betuwelinie - als verlengstuk van de Grebbelinie - bij de Waal . Deze cultuurhistorische waarden moeten worden geaccentueerd. Delen van de omgeving van de Waal zijn door de provincie Gelderland aangewezen als Waardevol Landschap waarbij beleid gericht op behoud van kernkwaliteiten is geformuleerd. Onderdeel daarvan is bijvoorbeeld het herbestemmen van bouwwerken kenmerkend voor rivierhistorie (dijkmagazijnen, steenfabrieken) en het zichtbaar maken van cultuurhistorische elementen (zoals kasteel IJzendoorn). • Ruimte voor economische groei (de Nijvere Waal) In het Nationaal en Regionaal Ruimtelijk Kader is economische groei gekoppeld aan ruimtelijke kwaliteit: selectieve groei en zuinig omgaan met de open ruimte is voor het rivierenlandschap het devies. Dit betekent met elkaar verzoenen van

132

de behoudsambitie voor het open rurale rivierlandschap (nationaal landschap) en de economische groeiambities, gekoppeld aan de ‘droge’ hoofdtransportassen (A2, A15, A50/A73). Deze zoekrichting zal inhoud gegeven worden door beleid gericht op versterken van de positie van de grondgebonden landbouw samen met het versterken van het profiel als stiltegebied in centraal Nederland. De regionale en subregionale kernen kunnen selectief groeien gekoppeld aan de hoofdtransportassen. De ontwikkelingen dienen tevens gericht te zijn op samenhang tussen landschapselementen, cultuurhistorische objecten en natuurterreinen door een toegankelijk netwerk te ontwikkelen. De Nieuwe Hollandsche Waterlinie speelt hier een belangrijke rol in. De Waal manifesteert zich als robuuste en weidse rivier. De steenfabrieken en de ontgrondingen in de uiterwaarden versterken het karakter van de Nijvere Waal. De realisering van waterfronten en riviergebonden bedrijvigheid is mogelijk. Het regionaal kader noemt daarbij het Knooppunt Arnhem-Nijmegen als gebied voor stedelijke waterfronten. Deze waterfronten bieden ruimte voor een hoogwaardige woonen werkomgeving die is georiënteerd op de bestaande en nieuwe riviernatuur- en parkgebieden. Binnen dit karakter van ‘werkrivier’ past het accommoderen van zand- en kleiwinning en het versterken van de mogelijkheden als hoofdvaarweg (accommoderen scheepvaart: verbeteren werven en havens, aanleg containeroverslag bij rivierknooppunten Nijmegen, Tiel, aanleg overnachtingshavens). Beide met inachtneming van een ruimtelijke kwaliteitsdoelstelling. Via de Waal lopen enkele belangrijke verbindingen voor de watersport. De verbinding met de Maas en de verbinding met de Neder-Rijn en de Lek via het AmsterdamRijnkanaal verdienen extra aandacht. In het regionaal beleid is eveneens aandacht voor het versterken van (water)recreatie zoals in Gorinchem, de Stadswaard bij Ubbergen of Bemmelse waard en in Munnikenland.

2

Ontwikkelingen

De stedelijke ontwikkeling op nationaal niveau concentreert zich rond de stadsregio Arnhem-Nijmegen. Deze regio is in de Nota Ruimte als Nationaal Stedelijk Netwerk benoemd. De stadsregio Arnhem-Nijmegen ontwikkelt zich grotendeels dwars op de rivier en volgt de belangrijke transportassen A50, A12 en A73. Op regionaal niveau is de verstedelijking voornamelijk gekoppeld aan de vervoersas


A15 en Betuweroute, parallel aan de rivier. Gorinchem ligt op deze as, onder de directe invloedssfeer van de Randstad. Tiel fungeert als centrale kern in Rivierenland. De regionale kernen en dorpen groeien richting A15, waaraan zij zich meestal in de vorm van bedrijventerreinen manifesteren. Aan de zuidzijde van de Waal ligt Zaltbommel als regionale kern op het punt waar de A2 en de rivier elkaar kruisen. De dorpen aan de rivier in het Land van Maas en Waal zijn sterk gegroeid.Vooral door de invloed van de regio Nijmegen en de verkeersroute tussen de Willem-Alexanderbrug en de A73 krijgt deze ontwikkeling een extra impuls. Voor het vervoer over water fungeert de Waal als nationale vervoersas.Vooral het deel tussen de knooppunten met het Amsterdam-Rijnkanaal en het Maas-Waalkanaal is extra druk bevaren. Natte bedrijvigheid zoekt een plek gekoppeld aan deze knooppunten. Het gebied rond de Waal blijft een belangrijk gebied voor de landbouw. De Betuwe en het Land van Maas en Waal zijn bekend om de fruitteelt. De schaalvergroting in de fruitteelt is al enige jaren gaande en zet verder door. Dit betekent minder bedrijven; het areaal neemt slechts licht af en verschuift steeds verder naar de komgebieden. Verdringing door de laanboomteelt speelt vooral in de Nederbetuwe. Daar is sprake van een duidelijke groei van de laanboomteelt. Glastuinbouw is geconcentreerd rond Zaltbommel. Direct aan de Waal zijn de ontwikkelingen gericht op het scheppen van meer ruimte voor de rivier. Naast de PKB-maatregelen zijn in het project WaalWeelde initiatieven gebundeld waar ruimte voor de rivier wordt bezien in samenhang met zand- en kleiwinning, recreatie-ontwikkeling en woningbouw.Vaak is hierbij ook sprake van herontwikkeling bedrijventerreinen en (voormalige) steenfabrieklocaties. Daarnaast zijn grote delen van de Waal aangewezen als Natura 2000 gebied. Op dit moment worden daar beheerplannen voor ontwikkeld die de gevolgen inzichtelijk maken. • Ontwikkelingen Bovenwaal De ontwikkelingen in het bovenstroomse gebied worden bepaald door het zoeken naar extra ruimte voor water in combinatie met relatief veel natuurontwikkeling. Dit gebeurt door obstakelverwijdering (Suikerdam en Polderkade naar de Zandberg) en uiterwaardvergraving in de Millingerwaard. Bij Lent is sprake van een dijkteruglegging. Deze is gecombineerd met de stedelijke ontwikkeling van Nijmegen: Uitbreiding van woongebieden langs de Waal aan de Lentse zijde (Waalsprong) en een nieuw stadsfront aan de Nijmeegse zijde. Om beide

stadsdelen beter met elkaar te verbinden zal een extra autoverbinding (stadsbrug) over de Waal worden gerealiseerd. • Ontwikkelingen Middenwaal In dit riviervak zet de PKB vooral in op kribverlaging en op termijn dijkverlegging (Heesselt en Loenen). De projecten uit WaalWeelde zetten daarentegen veel meer in op de lange termijnopgave met behulp van uiterwaardvergraving (zandwinning en kleiwinning) in combinatie met natuurontwikkeling, recreatie en woningbouw. Daarbij blijft vooral in dit deel van de Waal de landbouw een nadrukkelijke rol spelen. Woningbouw is van belang bij de herontwikkeling van hoogwatervrije terreinen. De watergerelateerde bedrijvigheid neem daarbij af. Een voorbeeld hiervan is de herontwikkeling van het steenfabrieksterrein de Bunswaard in Beuningen (EMABproject). Alleen in Druten zijn plannen voor een vernieuwd hoogwatervrij terrein westelijk van het dorp. De belangrijkste stedelijke ontwikkelingen spelen zich af rond Tiel. Het bestaand stadsfront wordt versterkt door het beperkt toevoegen van bebouwing en drijvende functies ten behoeve van wonen en recreatie (EMAB-project). Daarnaast ontwikkelt Tiel zich verder als centrum van Rivierenland; onder andere door de verdere uitbouw van de woonwijk Passewaaij en het bedrijventerrein Medel. Voor een aantal dorpen is ook sprake van plannen voor versterking van het rivierfront (Druten en Beneden-Leeuwen). • Ontwikkelingen Benedenwaal Natuurontwikkeling is gepland bij Brakel en in het gebied Munnikenland rond Slot Loevestein. Deze kansen ontstaan door kribverlaging, dijkteruglegging en uiterwaardvergraving. Bij het bedrijventerrein Avelingen en het voormalig steenfabrieksterrein van Vuren (EMAB-project) wordt dit gecombineerd met herontwikkeling van het terrein. Zaltbommel en Gorinchem zijn de belangrijkste historische stadsfronten die verder worden versterkt. In Gorinchem gaat dit samen met de versterking van de (water)recreatie. In Zaltbommel gaat dit hand in hand met herstructurering van een bedrijventerrein (EMAB-project). De ontwikkelingen zijn geillustreerd op de kaart op de volgende bladzijden. Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

133


Projecten, initiatieven en ontwikkelingen

De Benedenwaal

134

Middenwaal


De Gelderse Poort

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal â&#x20AC;˘ September 2009

135


136

Literatuurlijst

Haan, Jan de e.a.(2004). Ruimte voor de rivier. Regionaal ruimtelijk kader. Ruimtelijke kwaliteit in de beelden en opgaven.

De belangrijkste bronnen zijn:

Hemmen, F. van (2008) Recepten voor een luisterrijk wielenland

Gemeente Tiel. Okra en SAB (2006) Waalfront Tiel.

Alberts, F., e.a. (2003). Atlas, Ruimte rond de Rivier, ruimte voor de rivier

Ipv Delft (2007). Inspiratieboek bereikbaarheid buitendijks.

Berendsen, H.J.A. en E. Stouthamer, 2001: Palaeographic development of the Rhine-Meuse delta, the Netherlands, Assen.

Karelse, Martijn, e.a. (2009) Ruimtelijke Kwaliteit – Verkenning Waalkribben

Bosch Slabbers (2007). Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit IJssel.

Koning, R. de, F. van Hemmen, Alterra. (2009). Aan de Wieg van het Waterschap. Inventarisatie van dijken, kaden en watergangen.

Bosch en Slabbers (2005). Cultuurhistorie en identiteit. Bovenrivierengebied Arnhem-Schoonhoven.

Koning, Robert de,(2002). Dankzij de Dijken.

La4sale/provincie Utrecht (2008) Ruimte voor de Lek. Inspiratie en criteria voor het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit van rivierverruimende maatregelen.

Leemans, J., E. Kolff (1994). Integrale landschapsvisie voor de Gelderse rivierdijken.

Ministerie van LNV (-) Natura 2000 gebied, Loevestein, Pompveld & Kornsche boezem.

Ministerie van LNV (-) Natura 2000 gebied, Uiterwaarden Waal.

Ministerie van LNV (-) Natura 2000 gebied, Uiterwaarden Neder- Rijn.

Oranjewoud. (-). Ruimte voor recreatie langs de bovenrivieren. Projectenboek.

Projectorganisatie ruimte voor de Rivier (2002). Kaartenatlas PKB RvR Neder-Rijn en Lek.

Bosch en Slabbers (2009). Ruimtelijk kwaliteitskader Gendtse Waard Millingerwaard

Braakhekke, Wim, e.a. (2007). Inspiratieatlas WaalWeelde.

Braakhekke, Wim, e.a. (2007). Bouwen aan Nieuwe Rivieren.

Brinke, W. ten, (2005). The Dutch Rhine a restrained River.

Bruin, D. de, e.a. (1987). Ooievaar. De toekomst van het rivierengebied.

Bureau Venhuizen (2009). Ruimte voor bakens.

Bruggenkamp, J.W.C., e.a .. (1998) Deelstudie landschap eindrapportage

Blijdenstijn, R. (2005). Tastbare Tijd, Cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht.

Coeterier J.F. (1987). De waarneming en waardering van landschappen.

Deltacommissie(2008). Samen werken met water.

Feddes,Y.C., F.L. Halenbeek, (1988) Een scherpe grens. Ontwerpstudie naar de ruimtelijke kwaliteit van verzwaarde rivierdijken. Staatsbosbeheer.

Provincie Gelderland (2006). Kernkwaliteiten en omgevingscondities van de Gelderse ecologische hoofdstructuur, uitwerking streekplan 2005.

Provincie Gelderland (2006). Gebiedsplan Natuur en Landschap Gelderland


Provincie Gelderland (2006). Landschapsontwikkeling. Inspiratieboek voor denkers en doeners.

Provincie Gelderland (2006). Belvoir. Cultuurhistorisch beleid 2005-2008.

Provincie Gelderland (2008). Mooi Gelderland! Gedeeld bouwmeesterschap.

Q team, Kwaliteitsteam Ruimte voor de Rivier (2008). Jaarverslag 2006-2007.

Rademakers, J., A. Kempenaar, Grontmij Advies & Techniek. (1999) Ruimtelijke visie op de Rijntakken.

Rademakers, J.G.M., H. der Nederlanden, L. van der Linde-Dik. (1999) De Middenwaal. Een zandrivier met inhoud.

RDMZ (2002) Ruimte voor Cultuur, inventarisatie en cultuurhistorische waardenstelling van (voormalige) steenfabrieken in Gelderland.

Rijkswaterstaat (-). Maatregelen.

Rijkswaterstaat /RIZA (2007). Technisch rapport Ruimtelijke Kwaliteit, De ruimtelijke kwaliteit van veiligheidsmaatregelen voor de rivier.

Rijkswaterstaat/ RIZA en Bosch en Slabbers. (2000). Integrale verkenning benedenrivieren, deelstudie Landschap.

Rijkswaterstaat Ruimte voor de Rivier. (2008). Rivieren & Inspiratie, Ruimte voor de Rivier.

Royal Haskoning. (2008). Integrale planstudie Munnikenland; milieueffectrapport.

Schengenga, Pieter, Thijs de Zeeuw (2008). Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit gebieden Cortenoever en Voorsterklei.

Thijsse, Jac. P. (1938). Onze groote rivieren.

Terra Incognita, ism met Bureau Stroming. (2009). “Oppolderen, verkenning van mogelijkheden om met het sediment van rivieren en zee, gebieden te laten meegroeien met de stijgende zeespiegel” i.o.v. het InnovatieNetwerk.

Werkgroep Zilveren stromen. (2008) Zilveren stromen.Visie op sportvisserij, visstand en visserijbeheer op de grote rivieren.

Willemsen, Annemarieke (2009). Dorestad, een wereldstad in de middeleeuwen.

Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

137


Deelnemers workshops Op een of beide workshops waren aanwezig:

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

138

R. Gremmen Hans Venhuizen Hans ’t Hoen Liezelotte Nagtegaal Schuurman, Marije Astrid Harsveld Michael van Buren Rob Lambermont G.J.A. Sigmond Pauline Reijnen Gerard Jonkers Roelof Van Loenen Martinet Nico Arts Mark Jansen Ben Jamens Bert van Galen Ben de Vries Mathieu Schouten J.P.H. Bosch Marion van der Klok C. van Berkestijn H. Sanders Frank Harbers Robin de Haan J. de Jong Jos Karssemeijer Johan van Maanen

ANWB Bakens aan de Waal Cascade Zand-Grind te Elst DHV - project kribverlaging DHV - project kribverlaging DLG Oost DLG Oost DLG Oost FODI Gelders Genootschap Gelders landschap Gelderse Milieufederatie Gemeente Beuningen Gemeente Druten Gemeente Gorinchem Gemeente Lingewaal Gemeente Maasdriel Gemeente Nijmegen Gemeente Rijnwaarden Gemeente West Maas en Waal Hoogwaterplatform Hoogwaterplatform HSRO Kamer van Koophandel Kunst en Cultuur Gelderland LNV LTO

• • • • • • •

Radboud Vorage Douwe Jan Harms Jan Elsinga Hans Takke Jaap Ex Jan de Haan Jeuf Spits • Twan Brinkhof • John Weebers • Harry Meesters • Eckhart Heunks • Hermine der Nederlanden • Janneke van Bergen • Jos Karssemeijer • Peter Jesse • R.A.A. van Aalderen • J. Wind • Suzanne Hesseling • R. de Bruin • J. van der Meulen • Jac W. Dijk • Ferdinand van Hemmen

LTO Ministerie van VROM Ministerie van VROM Provincie Gelderland Provincie Gelderland Provincie Gelderland Radboud Universiteit- Fac of Science Radboud Universiteit- Fac of Science RWS-bouwdienst RWS-DON RWS-PDR RWS-PDR RWS-PDR RWS-PDR RWS-PDR Sportvisserij Nederland Staatsbosbeheer oost Stadsregio Arnhem Nijmegen (KAN) Van Oord Nederland Waterschap Rivierenland Watersportverbond Zelfstandig historicus


Colofon De werkzaamheden werden uitgevoerd door Terra Incognita stedenbouw en landschapsarchitectuur, Bureau Stroming SAB Alterra

De Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit voor de Waal (Spijk tot Woudrichem) werd opgesteld in opdracht van: • Provincie Gelderland • Ministerie van Verkeer en Waterstaat (Programmadirectie Ruimte voor de rivier) • Ministerie van VROM

• • • •

Contactpersoon: • Hans Takke • Provincie Gelderland - Team prioritaire programma’s - Ruimte voor de rivier • Postbus 9090 - 6800 GX - Arnhem • Tel 026 359 8369 - E-mail j.takke@prv.gelderland.nl

Contactpersoon: • Jan Maurits van Linge • Terra Incognita • Veemarktkade 8 - 5222 AE - Den Bosch • Tel 073 6238991 - E-mail janmaurits@terra-i.nl

Begeleidingsgroep opdrachtgever: • Hans Takke projectleider - provincie Gelderland • Jan de Haan - provincie Gelderland • Jan Willem van der Vegte - provincie Gelderland • Carola Berkelaar - provincie Utrecht • Regina Collignon- Ministerie van Verkeer en Waterstaat-Programmadirectie Ruimte voor de Rivier • Hermine der Nederlanden - Ministerie van Verkeer en Waterstaat-Programmadirectie Ruimte voor de Rivier • Douwe Jan Harms -Ministerie van VROM

Kerngroep opdrachtnemer: • Jan Maurits van Linge projectleider - Terra Incognita • Frank Stroeken eindredactie - Terra Incognita • Alphons van Winden - Stroming • Gerard Litjens - Stroming • Peter Abels -SAB m.m.v. • Dirk Oomen - Stroming • John Mulder - Alterra • Sander van den Helm - Terra Incognita Stagiaire WUR • Henk de Wit - Terra Incognita • Barbara van Dijk - SAB Foto’s in de handreiking zijn vrijwel allemaal gemaakt door leden van kerngroep of begeleidingsgroep. Waar andere bronnen zijn gebruikt is de fotograaf vermeld. De kaarten zijn opgesteld op basis van een regionale landschapsanalyse. Echter bij uitwerking op lokaal niveau dient nader onderzoek gedaan te worden naar kwaliteiten van het landschap. Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal • September 2009

139


Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Waal