Issuu on Google+

Gratis voorpublicatie Agnes Holvast beschrijft in een openhartig en ontroerend boek hoe ze haar spirituele weg ontdekt door toe te treden tot een clarissenklooster. Na ruim negen jaar vertrekt ze weer en zet ze haar weg voort in de wereld. Op de dag dat ze 27 wordt, treedt Agnes Holvast toe tot een besloten klooster in Noord-Brabant, op zoek naar stilte, God en spiritualiteit. Holvast beschrijft haar leven in het klooster liefdevol. Ze besteedt veel aandacht aan haar spirituele weg naar binnen, om God en zichzelf te leren kennen. Het dagelijks leven in het klooster brengt haar veel, maar kost ook moeite. De overgave aan het kloosterleven betekent dat ze het contact met haar dierbaren moet missen, evenals intimiteit en seksualiteit. Desondanks ontwikkelt ze een sterke band met haar medebewoners. Langzamerhand ontdekt ze de zin van de dingen in zichzelf en om haar heen. Ook groeit er een bijzonder contact met mensen buiten het klooster die de kloosterkerk regelmatig bezoeken; een meisje van zes dat ze in die negen jaar ziet opgroeien, een stel woonbootbewoners en een kleine crimineel. Dit contact vormt de opmaat voor de weg naar buiten. Op een toegankelijke en lichte manier maakt u kennis met deze openhartige en bevlogen vrouw – om haar nooit meer te vergeten.

Nieuwsgierig geworden naar het hele verhaal van Agnes Holvast? Haar boek Leven met de beminde verschijnt begin mei.

www.uitgeverijtenhave.nl

www.agnesholvast.nl

Met een voorwoord van Suzanne van der Schot omslag.indd 1-2

13-01-2011 11:07:48


Agnes Holvast

Leven met de Beminde Negen jaar in een besloten klooster Gratis voorpublicatie

Verschijnt mei 2011 paperback, ca. 160 blz., ca. â‚Ź 14,90

binnenwerk.indd 1

13-01-2011 10:39:35


Š 2011, Uitgeverij Ten Have www.uitgeverijtenhave.nl Omslag Inkahootz, Amsterdam Omslagfoto Wim van de Hulst ISBN 978 90 259 6123 7 NUR 728

binnenwerk.indd 2

13-01-2011 10:39:35


Ik bereikte Megen met de buurtbus in de zomer van 1993, drie maanden nadat ik uit Zuid-Amerika was teruggekomen. Megen mag dan stadsrechten hebben, een gewone bus rijdt er niet heen, slechts een busje dat bemand wordt door vrijwilligers. Na een tochtje van een halfuur langs verschillende dorpen, over dijken en langs boerderijen en weilanden kwam ik aan. Over de ouderwetse keien liep ik naar het klooster dat aan de rand van het stadje ligt en via een bruggetje over de slotgracht bereikte ik de voordeur. Een zuster in bruin habijt – om het middel bijeengehouden door een wit koord – een witte kraag en zwarte sluier waaronder een stukje van haar haren nog te zien was, deed open. Ze riep de gastenzuster, zuster Felice, die me vriendelijk te woord stond en me mijn kamer wees die aan de kant van de straat lag en uitkeek over de kloosterboomgaard. De gastenkamers liggen in het voormalige verblijf van de buitenzusters, de zusters die dienst deden in de wereld. Alles wat in vroeger tijden met de buitenwereld te maken had, werd door hen afgehandeld zodat de andere zusters zich ongestoord aan het werk Gods konden wijden. Vandaar dat het gastenverblijf het voorstuk van het klooster vormt en van de rest van het klooster is afgeschermd. Door een dikke muur met een eiken deur waar ‘slot’ op staat (die overigens niet op slot zit) kom je in de rest van het klooster. De kerk is van beide kanten te bereiken, zoals zuster Felice mij liet zien. De kerk is ruim en rustig. Er zijn hoge gekleurde ramen en witte muren waarop slechts drie muurschilderingen te zien zijn: een jonge onschuldige Maria die met haar blote voeten op een slang staat, Jezus met zijn handen open en een stroom levend water dat uit zijn zij komt, Jozef die als een reus beschermend naast het (miniatuur)klooster staat. En natuurlijk het tabernakel in de vorm van de ark van het verbond en een heel groot houten kruisbeeld. De banken van de zusters staan in twee rijen tegenover elkaar opgesteld, zodat ze met de gezichten naar elkaar toe elkaar als het ware toezingen. Elke kant om de beurt een regel uit een psalm of hymne. De gasten zitten vooraan in de kerk en in het verlengde van de banken van de zusters. Toen ik mijn tas had uitgepakt en naar de kerk ging voor de avondviering, waren mijn vooroordelen en mijn scepsis niet van de lucht. Ik kwam in een volstrekt vreemde wereld waar zo’n zevenentwintig zusters in habijt, zowel jongeren als ouderen, bij elkaar zaten en psalmen zongen. Ik was overdonderd en probeerde dat gevoel in een hokje te duwen. Snel een oordeel klaar hebben 3

binnenwerk.indd 3

13-01-2011 10:39:35


was een van mijn onaangename eigenschappen die vroeg om transformatie. Maar het zal ook weerstand zijn geweest tegen mijn eigen verlangen waardoor ik opstandig en kritisch was. Ik vond het maar belachelijk, al die vrouwen in habijt. Dat is toch niet meer van deze tijd! Wie gaat hier nou vrijwillig zijn leven lang zitten, wie kiest er nou bewust voor om zonder relatie, seksuele intimiteit en kinderen, zonder reizen en alle andere leuke dingen waar de wereld vol van is door het leven te gaan? Dat kunnen alleen maar vrouwen zijn die niet aan de man kunnen komen, gefrustreerde vrouwen. Zo redeneerde ik. Mijn vooroordelen overleefden gelukkig niet lang. Ik had namelijk meteen de kans om de zusters te ontmoeten in een minder formele setting: de gezamenlijke meditatie in de televisiekamer. Die werd altijd door een groepje zusters gehouden, direct na de avondviering van de zaterdag, en gasten die dat wilden konden er aan meedoen. De evangelietekst van de zondag werd er besproken. Ik werd geraakt door de eenvoud van de zusters. Dit waren heel gewone vrouwen, eerlijk zoekend en zonder de pretentie dat zij de professionals waren en wij de gewone mensen die het nog moesten leren. Ik ontmoette echtheid en vriendelijkheid en ik bespeurde niets van de frustratie die ik in de kerk op de zusters geprojecteerd had. Het raakte me zo dat ik al mijn vooroordelen meteen liet varen. Omdat ik mijn weerstand liet varen kon de genade toeslaan. Ongenadig. Ik ging na de gezamenlijke meditatie naar de meditatieruimte voor de gasten. Ik kon alleen maar onbedaarlijk huilen. Het was alsof er een sluis was opengezet. Zo vreemd. Waar kwam dit nu vandaan? Zuster Felice kwam me halen om te zeggen dat iedereen al aan tafel zat. Ze nam me mee door de deur waar ‘slot’ op staat en leidde me door de zwart betegelde gang die in een vierkant om een binnentuintje loopt. Ze bracht me naar de eetzaal, refter genoemd, waar iedereen al in stilte zat te eten, op lange banken aan eiken tafels die rondom stonden. Het was een mooie sfeervolle ruimte met grote zwarte tegels op de vloer en dikke houten balken aan het plafond. Iedereen at in stilte, het gezicht naar het midden van de ruimte. Net als in de kerk keek iedereen elkaar aan, maar nu leek iedereen in stilte te mediteren en de blik naar binnen gericht te hebben. Ik liep de kring door, verlegen om mijn betraande gezicht, en ging op de plek zitten die mij werd toegewezen. Ik voelde me op een vreemde manier thuis. Alsof er een diepe zucht uit mijn binnenste ontsnapt was en ik nu kon ontspannen. 4

binnenwerk.indd 4

13-01-2011 10:39:35


De rest van het weekend werd ik steeds verder van mijn sokkel geschoven. Ik werd zo diep geraakt door een onbekende liefde, dat ik alleen maar kon huilen. Waar kwam die liefde vandaan? Ik werd geraakt in een diepte waar ik het bestaan niet van wist. Ik voelde me gekend zoals ik nog nooit gekend was. Ik voelde me omarmd en bemind in mijn gehele wezen, al mijn duistere hoekjes inbegrepen. Op een gegeven moment viel ik op mijn bed neer omdat ik gewoon niet meer op mijn benen kon staan, zo overweldigend was het gevoel van gelukzaligheid. Het zó intens, dat het een totaal nieuwe ervaring voor me was en ik wist niet wat me overkwam. Het was mijn eerste onmiskenbare ervaring van de aanwezigheid van God. Ik was verliefd. Vanaf dat moment ging ik elke maand een weekend naar het klooster en bovendien ook al mijn vakantiedagen. Ik leefde voortdurend alleen maar toe naar mijn dagen daar. De aanwezigheid die ik die eerste keer zo sterk gevoeld had, wachtte me elke keer op en stelde me nooit teleur. Telkens was het een worsteling om terug te keren in de drukte van de stad. Ik voelde me ontheemd als ik niet in het klooster was. Voor het eerst verbleekte mijn verlangen om de hele wereld af te reizen in het licht van mijn verliefdheid. Niets leek meer belangrijk vergeleken met dit ene. Nog steeds was Christus op de achtergrond. Wat ik ervoer was Gods liefde en had voor mijn gevoel niet veel te maken met Jezus. Pas het volgende voorjaar kwam ook Jezus tevoorschijn in mijn verhaal. Het was anderhalf jaar nadat ik gezegd had: ‘Oké dan, ik ben bereid om mijn vooroordelen ten opzichte van het christendom te laten varen, en ik ben bereid te zien wat het voor me kan betekenen.’ God heeft de tijd. In het voorjaar van 1994 vierde ik de Goede Week mee in het klooster. Ik gaf me over aan de liturgie en had als gast verder niets om handen. Ik had alle tijd om te mediteren op dat wat er in deze dagen herdacht werd. In de tijd tussen Palmzondag en Pasen ging ik mee in het lijden van Jezus en ging ik met hem mee naar mijn eigen duisternis en pijn. Ik werd als het ware aan de hand genomen om van de duisternis naar het Licht toe te gaan. Ik ervoer dat God sterker is dan de dood, dat het Licht het duister overwint, dat het lijden niet het laatste woord heeft. Pasen is sindsdien voor mij het grootste feest dat er is. In de vieringen van de Goede Week en Pasen zat alles wat me aantrok in het christendom, en zag ik in volle omvang waarom deze weg mijn weg was. Het diepste mysterie van het menselijk leven wordt in deze tijd gevierd. Jezus wijst 5

binnenwerk.indd 5

13-01-2011 10:39:35


de weg naar verlossing en verlichting. Pas in deze week heb ik Christus-inmij werkelijk voor het eerst ontmoet. Zo werd mijn vraag beantwoord wat Jezus voor mij betekenen kon. Hij kon mijn innerlijke leraar zijn die me aan de hand door mijn duisternis naar het Licht kon voeren! Zuster Felice, de gastenzuster, had goed door wat er met mij aan het gebeuren was. Ze was een schat van een vrouw met veel energie en betrokkenheid. Als ik haar vertelde over mijn werk met kinderen in het antroposofisch kindertehuis waar ik op dat moment werkte, kreeg ze soms tranen in haar ogen van medeleven. Ze had een immense liefde voor God en voor de mensen. Ze volgde mijn gepassioneerde zoeken met veel betrokkenheid. Later vertelde ze me dat ze vanaf het eerste moment dat ze me ontmoette had gedacht dat ik heel goed in het klooster zou passen, ‘maar ja, je had een vriend, dus ik verwierp die gedachte meteen weer’. In ieder geval vroeg ze me op een bepaald moment of ik niet gedoopt wilde worden. Ik bracht mijn twijfels in. Ik zei: ‘Ik wil wel christen zijn, in de oorspronkelijke zin van het woord, maar ik wil me niet bekennen tot enig systeem dat zich Jezus toe wil eigenen, ik wil niet toetreden tot een kerk met al zijn dogma’s en waarheidsclaims’. Ze nam me mee naar een bevriende franciscaanse kluizenaar die in een kluis langs de dijk woonde. Hij opperde dat als ik verlangde gedoopt te worden, dat ik dan toch zou moeten kiezen, en dat zijn advies dan zou zijn om gedoopt te worden binnen één van de oudste stromingen, namelijk binnen de orthodoxe kerk of de katholieke kerk. Weer stond ik voor een keuze. Een keuze is altijd beperkend omdat het andere wegen lijkt uit te sluiten. Maar als we niet kiezen blijven we stilstaan op de splitsing van de weg. Dus ging ik weer dubben. Maar vooral luisterde ik naar mijn eigen vragen. Wat wilde ik ten diepste? Wat hoorde nu bij mij? Op een gegeven moment lag ik op de gastenkamer op het bed, mijn armen achter mijn hoofd gevouwen. Ik voelde heel sterk dat ik deze stap ook wilde zetten. Ik wilde kiezen voor de katholieke kerk, omdat het klooster nu eenmaal katholiek is en ik juist in het klooster God gevonden had, of beter gezegd: me door God had laten vinden. Zodra ik de beslissing genomen had voelde ik me heel erg gelukkig, en ik zag als in een visioen water, heel veel water, en ik had dorst! *** 6

binnenwerk.indd 6

13-01-2011 10:39:35


Het was zo klaar als een klontje dat mijn geraaktheid meer dan gemiddeld was en dat er méér aan de hand was. Iedereen om me heen zag het, maar ik wilde het niet zien. Er moest eerst iets gebeuren, een aardbeving of iets dergelijks, voordat ik wakker zou worden. Een schok zoals toen ik geboren werd, toen ik als negenjarig kind van mijn vertrouwde school gehaald werd, of toen ik als achttienjarige ineens weer alleen op de wereld stond. Ik zat vast in comfortabele patronen. Het klooster was voor mijn vrije dagen, maar mijn toekomstplannen gingen voorlopig een heel andere kant uit. Mijn vriend Mark en ik besloten in het jaar dat ik regelmatig naar het klooster ging dat ik zou stoppen met de pil. We waren het er op dat moment over eens dat het wel leuk zou zijn om jong ouders te worden, hoewel het van beide kanten niet met heel veel overtuiging was. We waren uit elkaar aan het groeien en hadden elkaar niet zoveel meer te vertellen. Ik droomde in stilte van een soort religieus leven, maar dan samen met Mark en kinderen. Ik wilde een leven van eenvoud en liefde. Ik wilde een open huis voor alle kinderen die het moeilijk hadden, en ik droomde er ook over om een hele rits kinderen te adopteren. Het was echter een droom die alleen in mijn hoofd zat, en die ik niet uitsprak. Zodra de beslissing om te stoppen met de pil gevallen was, werd ik depressief. Twee maanden lang was er dikke mist in mijn hoofd en voelde ik me ontredderd. Ik had het gevoel geen hand voor ogen te kunnen zien. Hoe kon dit nu? Dit was toch wat ik wilde, eigen kinderen? Wilde ik dit niet al van jongs af aan? Waarom was ik dan nu niet blij en opgewonden met het vooruitzicht dat het kon gaan gebeuren? Waarom was mijn hart zo zwaar en donker, waarom kon ik alleen maar struikelen, twijfelen en huilen? Ik zag nergens een lichtpuntje, nergens een baken. Ik wist niet waar ik de bevrijding uit deze duisternis kon verwachten. Op een dag voelde ik me volledig verslagen. Ik zei tegen mijn vriend: ‘Ik weet het echt niet meer, wat moet ik nou?’. Hij wist het ook niet natuurlijk, hij had genoeg van die depressie met onbekende oorzaak van zijn vriendin. Hij kon me niet bereiken, dus hoe kon hij me een antwoord geven op mijn hopeloze vraag? Hij gaf me eerlijk antwoord: ‘Ik weet het ook niet, zoek het maar bij die God van jou’. Ik was woedend. Er was nergens een uitweg en ook mijn vriend hielp me niet uit mijn benarde situatie. Ik stormde in blinde drift naar de slaapkamer, smeet het wasrek van de trap en sloeg een stoel kapot. Het heftige onweer werd gevolgd door een flinke huilbui. De tranen kwamen uit het diepst van mijn wezen. En toen gebeurde het. Ik zag het baken in de mist. 7

binnenwerk.indd 7

13-01-2011 10:39:35


Ik hoorde mezelf snikken: ‘Maar ik wil gewoon naar het klooster!’ Ik luisterde verbaasd, alsof iemand anders het in mij gezegd had. Ik wist meteen dat dit het was. En zodra ik het gehoord en aanvaard had, was de mist verdwenen. Ik voelde me bevrijd, ontspannen, opgelucht, vrolijk, liefdevol, blij, zoals je je kunt voelen als de zon gaat schijnen in het voorjaar, na maanden regen en donkere luchten. Ik voelde dat ik weer kon ademen. Hetzelfde weekend nog ging ik naar het klooster en vroeg toestemming om te mogen komen. Mark liet me gaan. Omdat hij mijn besluit begreep. Omdat hij wist dat hij me niet tegen kon houden zonder me ongelukkig te maken. Omdat je een geliefde nu eenmaal nooit kunt vasthouden en je de stroom van het leven niet in de hand hebt. Omdat hij voelde dat het misschien wel goed was dat onze wegen zouden scheiden. *** Ik koos mijn zevenentwintigste verjaardag uit omdat ik een bijzondere dag zocht voor deze stap en ik nog geen voeling had met de katholieke feestdagen. Later zou ik voor stappen zoals doop, intreden, inkleding en kleine professie dagen uitkiezen uit de jaarfeesten die betekenisvol voor me waren: de doop van Jezus in de Jordaan, het feest van de kleine Theresia, de roeping van Maria (Maria boodschap) en Pinksteren- het feest van de Heilige Geest. Mijn zevenentwintigste verjaardag was ook een symbolische dag. Zevenentwintig is immers drie keer negen, een getal van volheid. Bovendien verwijst het cijfer negen naar geboorte en ook voor mij was er sprake van een nieuwe geboorte. 26 September 1994. Ik kreeg ontbijt op bed van Mark in ons appartementje in Utrecht. Beschuit met muisjes, een traditie uit zijn familie die wij hadden overgenomen. Na de koffie met taart kwamen mijn ouders me ophalen. De auto werd volgeladen met dat wat ik dacht nodig te hebben. Dat was niet veel, ik was heel radicaal geweest in het schiften van mijn spullen. Een aantal spullen liet ik bij Mark. Wat Mark niet wilde hebben, had ik weggegeven. Ook betekenisvolle spullen waar herinneringen aan kleefden. Ik wilde de weg van onthechting in volle overtuiging gaan. Ik stapte op de achterbank en zwaaide huilend naar Mark die op het balkon stond. Ik geloof dat ik de hele weg gehuild heb. Op dat moment voelde ik het afscheid zwaarder dan het verlangen naar wat me te wachten stond. 8

binnenwerk.indd 8

13-01-2011 10:39:35


Toen ik in de recreatieruimte van de zusters met behuilde ogen binnenstapte werd er Lang zal ze leven voor me gezongen. Ik voelde me vreemd. Verdrietig en blij tegelijk, maar onnoemelijk kwetsbaar. Mijn oude vorm had ik afgelegd, zoals een rups zijn cocon. De figuurlijke buitenlucht voelde vreemd aan, nog helemaal niet eigen of vertrouwd. Ik had het koud en wilde alleen maar naar mijn kamer: ik wilde alleen zijn en me in bed verstoppen. Een nieuwe geboorte zou je kunnen zeggen. Naakt en vertwijfeld als een baby die het veilige vruchtwater verlaten heeft. Na de surrealistische verjaardagsrecreatie werd ik door zuster Felice naar mijn kloostercel gebracht. Die bevond zich op de eerste verdieping, net als al de andere cellen. Een lange gang in U-vorm met aan beide zijden de kamertjes van de zusters. De kamers aan de binnenzijde keken uit op het kleine vierkante binnentuintje – de voormalig begraafplaats van het klooster – met het beeldje van de Heilige Clara, de kamers aan de buitenkant keken uit over de kloostertuin. Mijn cel lag boven de refter en keek uit over de groentetuin. Het was er klein maar gezellig. De kamer had een grof-houten deur die open ging met een ouderwetse houten deurklink, de vloer was van grove houten planken en er waren houten luikjes voor de glas-in-loodramen. Er stond een eenvoudig bureautje en een ijzeren eenpersoonsbed met springveren. Voor mijn deur lagen welkomstkaartjes van de zusters, mooie veelbetekende afbeeldingen met bemoedigende teksten op de achterzijde. Ik zou in de jaren die komen zouden vele van dit soort kaartjes voor mijn deur vinden en er ook vele bij anderen voor de deur leggen. Het voelde warm aan, in al zijn eenvoud. *** Het werk dat ik deed was eenvoudig. Pas na mijn kleine professie zou ik meer verantwoordelijkheden krijgen. Ik veegde de glimmende zwarte tegels van de kloostergangen met een grote brede bezem met een wollen doek erover. Ik wiedde onkruid. Ik rooide aardappels en plukte aardbeien. Ik maakte bedden op in het gastenverblijf. Ik schikte mooie vaasjes met bloemetjes voor de gastenkamers. Ik schilde kilo’s aardappels en maakte groenten schoon in de bijkeuken. Ik waste en droogde af. Ik mangelde lakens in de wasserij. Ik bakte hostiekoeken in de hostiebakkerij en stak hosties met een boor uit de grote stapels koeken. Ik sorteerde hosties in voor consecratie geschikte en ongeschikte. Wc’s schoonmaken hoorde niet in het rijtje, dit was werk dat voorbe9

binnenwerk.indd 9

13-01-2011 10:39:35


houden was aan de abdis. Voor zover ik weet is het zuster Felice geweest die deze gewoonte inbracht toen zij abdis was. Het was fijn om eenvoudig werk te doen omdat het mijn hoofd vrij liet voor het gebed. Het liet echter ook mijn hoofd vrij voor mijn vaak ongeordende gedachten en soms denk ik dat het me geholpen zou hebben om meteen wat meer verantwoordelijkheid te krijgen. De weg naar het klooster heb ik ervaren als een radicale weg die me in één keer in een heel klein wereldje trok. Eenvoudig werk zonder veel verantwoordelijkheid zorgde ervoor dat ik soms in een erg klein kringetje bleef ronddraaien met mijn gedachten. Ik had wekelijks mijn gesprekken met zuster Felice, die gastenzuster heette maar die ik liever gastenmoeder zou willen noemen. Juist zij die zo als een moeder was, had ook de aanspreektitel ‘moeder’ voor abdis geschrapt in de tijd dat zij die rol vervulde. Ze zei dat de abdis gewoon één van de zusters was en dus ook zuster genoemd moest worden. Nu was ze als een moeder voor mij en ik prijs me gelukkig dat zij die rol voor mij vervulde. Ze heeft me met haar oprechte meeleven, moederlijke tederheid en wijsheid door heel wat moeilijke momenten heen geholpen. Verder deed ik uiteraard mee aan het koorgebed en aan de recreaties. Het enige waar ik geen deel van uit maakte was het noviciaat en de huiskapittels, want dat was voorbehouden aan de postulanten, novicen en tijdelijk geprofesten, dan wel in het geval van de huiskapittels aan noviciaat en eeuwig geprofeste zusters. Ik deelde mijn sabbattijd met Judith, theologe, dochter van een dominee en even jong en vurig als ik. In het noviciaat waren er verder nog Leone, een postulante uit Indonesië van onze leeftijd, en twee novicen die al wat verder gevorderd waren op de weg. Judith is na een jaar bij ons weggegaan en na lange omzwervingen is ze uiteindelijk ingetreden bij de Karmelieten. Leone heeft haar eeuwige professie gedaan toen ik nog novice was, maar is uiteindelijk na haar professie vertrokken. Ook de twee novicen zijn uiteindelijk niet gebleven, ieder om haar eigen reden. Ik was nog maar een groentje in de wereld van christendom en kloosterlijke ordesregels, dus leek het vrij vanzelfsprekend dat ik ook andere kloosters zou bezoeken voordat ik tot een uiteindelijke beslissing zou komen. Ik vond het leuk en boeiend, maar ik wist vanaf het begin dat ik in Megen moest zijn en dat werd door mijn verschillende bezoeken alleen maar bevestigd. Het is te vergelij10

binnenwerk.indd 10

13-01-2011 10:39:35


ken met een verliefdheid. Je kunt niet uitleggen waarom je op deze persoon en niet op een ander verliefd bent geworden. Het is nu eenmaal zo. Ik voelde me getrokken, om maar eens een ander woord dan geroepen te gebruiken. Alsof er een onzichtbare band om mijn hart zat waar aan getrokken werd. Door wie of wat was niet te zien en niet te horen, maar het trekken was onweerstaanbaar en onuitsprekelijk reëel. Het was zacht en teder en dringend tegelijkertijd. En ik heb me laten meevoeren. Later ben ik me natuurlijk gaan afvragen waarom ik dan precies naar dit klooster getrokken werd. De enige heilige kloosterling die ik kende was Theresia van Avila, en zij was de stichteres van de orde van de ongeschoeide Karmelietessen. Ik wist helemaal niets van Clara en Franciscus, die aan de wieg stonden van deze orde. Ik ging hun levensverhaal en hun Geschriften lezen en kwam er achter dat met name Franciscus een heilige was die me erg lag. Deze man uit Assisi in Italië was onconventioneel en origineel, hij week af van de gebaande paden. Hij bezat een vurige passie en een grote tederheid, voor God, de mensen en de schepping. Hij was een speelman van God die zich volledig verloor in zijn grenzeloze liefde en zingend van die liefde door de wereld ging. Hij was een zwerver vol van mateloze vreugde en vrijgevigheid. Hij was een nar die van alles het relatieve was gaan inzien en kon lachen om wat de mensen van deze wereld dodelijk serieus namen. En hij was de broeder die zelfs dieven en rovers eer bewees in het besef dat niemand slecht en elke ziel in wezen heilig is. Franciscus preekte, zoals Jezus, met woorden maar vooral met zijn leven zelf. Zijn sterven is hier een mooi voorbeeld van. Hij wilde helemaal uitgekleed worden, en hij wilde op de kale grond gelegd worden. Zo wilde hij sterven, waarmee hij uitdrukte: naakt zijn we op aarde gekomen, naakt verlaten we de aarde. Oftewel: dit ben ik, niet meer dan een arme sloeber, ik bezit niet eens mijn eigen leven. Mijn lichaam behoort de aarde waaruit zij gemaakt is, mijn ziel behoort mijn God! Uit dit voorbeeld spreekt ook zijn vrijheid. Want als je los kunt laten, dan ben je vrij. Ik denk dat hij daarom ook zo blij en zo vol humor was. Omdat hij een vrij mens was. Hij leefde voortdurend in het besef gedragen te worden door God. Dan wordt al het andere relatief.

enter ander

Clara van Assisi was Franciscus’ eerste vrouwelijke volgeling. Ze had een ander temperament dan Franciscus, maar eenzelfde vurigheid van zoeken. 11

binnenwerk.indd 11

13-01-2011 10:39:35


Als meisje van adel bekeek ze Franciscus die op het plein voor haar ouderlijk huis met vuur over God sprak met verlangen en bewondering. Ze liep weg van huis, volgde deze vurige activist en ontwierp uiteindelijk haar eigen levensvorm die verschilde van die van Franciscus. Ze koos ervoor om met haar zusters in de beslotenheid van een klooster te leven, terwijl Franciscus zelfs geen kloosters wilde bezitten. De spiritualiteit was echter dezelfde: ‘arm de arme Christus volgen’. Armoede in de zin van het afwijzen van alle valse houvast omwille van de keuze voor het enige ware houvast: de Liefdevolle God. De besloten variant van Clara sprak me aan, omdat ik wist dat het juist deze beslotenheid was die me ervan moest weerhouden om me te verliezen in het vele en helemaal te gaan voor het ene noodzakelijke. Overigens zag de beslotenheid in mijn tijd er wel iets anders uit dan in Clara’s tijd, maar het uitgangspunt was hetzelfde. *** Ik heb erg veel gelachen met mijn medesabbatsgaste Judith. We waren soms als kleine kinderen die om alles moesten giechelen. Vooral op stille momenten in de refter tijdens de maaltijd, of tijdens de wekelijkse zangles. Natuurlijk was het ook spanning die afgereageerd moest worden. Het is namelijk best ingrijpend om ineens zo in die stilte ondergedompeld te worden als je het helemaal niet gewend bent. Maar dat was het niet alleen. Het was ook de zon die we op onze huid voelden die ons deed huppelen als jonge herten. Het was de kus van de Beminde die ons verliefd op de hele wereld deed zijn! Een kleine wereld als het klooster is erg gebaat bij een wijkplaats. Die hadden wij, de postulanten, in de stal bij de ‘schapenzuster’. De stal was een warme en gezellige plek met een heel andere sfeer dan het mooie, schone klooster. Die andere sfeer en de afwisseling deden ons goed. De schapen ritselden in het stro, in het voorjaar samen met hun lammetjes. De kloosterkatten lagen naar ons te kijken vanaf het muurtje van de schapen, hun pootjes genoeglijk onder hun lijfje gevouwen. Barend was een eenzelvige dikke kloosterkat die liever niet geaaid wilde worden. Mauwtje daarentegen, die als klein poesje aangelopen kwam en besloot bij ons te blijven, vond het heerlijk om op schoot te kruipen en als een hondje achter ons aan te lopen. Hij speelde zelfs verstoppertje met ons door zich achter bijvoorbeeld een ton te verstoppen en dan ineens te voorschijn te springen op zijn achterpoten, de nagels van zijn voor12

binnenwerk.indd 12

13-01-2011 10:39:35


poten vervaarlijk als een tijger uitgeslagen. Ik was erg op Mauwtje gesteld. In het voorjaar kregen de zwaluwen jongen in nestjes aan het plafond die ze later in de stal vliegles gaven! Het was heerlijk in die stal en het was prachtig om te zien hoe de schapenzuster verbonden was met de natuur en met haar beestenspul. Ze liet ons de kant van Franciscus zien waar hij één is met de natuur, de kant die soms in het klooster wat te weinig aandacht kreeg. Ik had het gevoel de hele wereld aan te kunnen. Ik werd zo gedragen door het licht dat ik dacht dat ik kon vliegen. Als ik van een berg zou springen, dan zou God me ongetwijfeld opvangen, zo geloofde ik. Ik herinner me een gesprek bij de toenmalige abdis. Ik kijk er enigszins beschaamd op terug. Ik zag toen een medezuster worstelen en ploeteren met iets en zei: ‘Ze heeft te weinig vertrouwen, waarom gooit ze zich niet gewoon in Gods armen’(‘zoals ik’, zei ik er net niet achteraan, maar bedoelde het wel…). Het was de onnozelheid van het kleine kind dat nog volop gekoesterd wordt en dat niet weet dat het leven ook vol obstakels kan zijn. De obstakels van daarvoor was ik volkomen vergeten nu ik in deze nieuwe dimensie terecht was gekomen. Het maakte dat ik me haast heilig voelde, alsof die liefde die door me heen stroomde mijn eigendom was. Matthea, een heel oude zuster, was een van degenen die me wat deemoed bijbracht. Op een dag zei ze tegen me: ‘Denk je dat wij zoveel beter zijn dan anderen dat wij zoveel Liefde van God mogen ervaren? Nee, het tegendeel is waar. Het is omdat wij zo zwak zijn, daarom hebben we die liefde zo nodig.’ Al snel ook ging ik heiligenlevens lezen en las ik over de tijd van dorheid, over woestijnervaringen, over de donkere nacht van de ziel. Het was voor mij onbekend terrein, ik ervoer alleen maar een sprankelende bron die onophoudelijk in me stroomde. Ik verwachtte die dorre tijd als iets dat bij de geestelijke weg hoorde, maar bij mij kwam het pas vele jaren later. Ook dankzij die heiligenlevens ging ik mezelf daardoor inderdaad als zwak zien. God beoordeelde mij nog te jong voor zulke beproevingen. Ik was als het ware nog maar een baby die zuigelingenmelk nodig had. *** Naast de vreugde was er tegelijkertijd het gemis. Het was immers een radicale overgang geweest: ‘s morgens woonde ik nog samen met mijn vriend en ‘s 13

binnenwerk.indd 13

13-01-2011 10:39:35


middags woonde ik in het klooster. Het was mogelijk geweest dankzij de abdis die mijn vurigheid begrepen had. Later heb ik wel eens gehoord dat niet iedereen het zo’n goed idee had gevonden dat ik zo uit een relatie over gestapt was naar het klooster. Zij hadden het beter gevonden als ik eerst een tijd alleen had gewoond om daarna pas de stap te zetten. Ik ben erg blij dat me dat bespaard is gebleven. Ik denk dat ik er aan kapot gegaan was, zo sterk was mijn verlangen. Ik zou dan in een situatie beland zijn waar ik het één niet meer had, namelijk de relatie, en het andere nog niet had, namelijk het klooster. Het grootste gemis was dat er niemand ‘van mij’ was. Dat er iemand was die speciaal van mij hield en wiens aandacht vooral naar mij uitging. Natuurlijk zocht dit verlangen naar een uitweg. Die vond het op verschillende manieren. Om te beginnen doordat ik, al vrij aan het begin van mijn sabbatstijd, een zuster uitkoos die ik boven de anderen liefhad. Het was de obsessieve liefde van een kind voor haar moeder, ik viel op een bepaalde manier terug in mijn kindertijd. Ik voelde me beschaamd dat dit in me gebeurde en durfde er pas veel later over te spreken. Gelukkig werd ik wel begrepen, zowel door zuster Felice als door mijn geestelijk begeleider. Ook de zuster in kwestie begreep het. Ze had heel wat met me te stellen. Ik was jaloers als ze te veel aandacht had voor andere jonge zusters, zoals een klein kind dat jaloers is als haar zusjes aandacht krijgen. Ik kon het sowieso niet verdragen als ze te weinig aandacht voor me had of als ze lange tijd geen tijd had om met me te spreken. Dan legde ik dwingende briefjes voor haar deur. Ik was heel erg bang om niet goed genoeg – en niet beminnenswaardig te zijn. Het schijnt dat het wel vaker voorkomt in het klooster. We hebben nu eenmaal allemaal thema´s uit onze jeugd die om genezing vragen. Buiten het klooster worden deze thema’s vaak uitgewerkt in een liefdesrelatie of in de relatie met een collega of de baas. Ik werkte één van mijn thema’s – het thema van het kind dat zich niet bemind en gekoesterd voelt – uit met een, gelukkig begripvolle, medezuster. Als ik erop terug kijk bewonder ik het geduld en de wijsheid van deze zuster. Ze heeft de pijn van mijn innerlijk kind gezien. Ze heeft me de kans gegeven om te helen, zonder mij verantwoordelijkheid voor mijn eigen leven af te nemen. Op een gegeven moment kregen we een ritme van eens in de zoveel tijd samen fietsen of wandelen, en daar kon ik dan naar uit kijken. Langzaam14

binnenwerk.indd 14

13-01-2011 10:39:35


aan werd ik rustiger en zekerder, en werd onze relatie dat ook. Uiteindelijk verdween mijn angst en afhankelijkheid en heeft de relatie zich ontwikkeld tot een meer gelijkwaardige vriendschap. *** De kleine professie is de derde stap in het kloosterleven. Bij de kleine professie, ook wel eenvoudige professie genoemd, leg je de eenvoudige geloften af. Het zijn dezelfde geloften die je aflegt bij je plechtige professie, namelijk de geloften van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid. Bij de eenvoudige geloften leg je deze voor drie jaar af en bij de plechtige geloften voor de duur van je leven. De drie geloften zijn samen de basis waarop je jezelf aan God toevertrouwt. Ze vormen samen de weg waarop je zegt: ik wil niet langer op de wankele basis van mijn ego mijn huisje bouwen, ik wil mijn huis op de rots – op God zelf – bouwen. Ik legde mijn eenvoudige geloften af met Pinksteren in 1999. Ik was dus al bijna vijf jaar in het klooster. Zoals gebruikelijk ging ik ook nu een week lang in retraite voorafgaand aan de plechtigheid. Ook voor mijn inkleding was ik een week in retraite geweest. De retraite was een heel andere dan die van twee jaar daarvoor. Ik heb heerlijke herinneringen aan mijn inkleding-retraite. Ik was toen smoorverliefd op God en het voorjaar in de kloostertuin met al zijn bloesem weerspiegelde zich in mijn ziel. Ik was de bruid uit het Hooglied. Nu was die weerspiegeling er niet. De natuur en ik waren twee verschillende dingen. De natuur juichte en bloeide, maar ik huilde. Ik verbleef weer in de kluis achter in de tuin, net als de eerste keer. Een klein huisje dat ooit als hostiebakkerij begonnen was. Een heel primitief verblijfje met maar één ruimte, tegels op de vloer, een open haard, gaslampjes en kaarsen, geen elektriciteit en geen stromend water. Met mooi weer zette ik de stoel en het tafeltje buiten en zat zo op de stoep tussen de bloemen te lezen en te schrijven. Tussendoor wandelde ik dan heel langzaam door de tuin. Niemand die je aanspreekt, je bent immers in retraite, je wordt geacht alleen met de novicemeesteres, jezelf, de natuur en God te spreken. Het betekent een heerlijke vakantie met God als je God dichtbij je voelt. Het betekent een kwelling als je God zoekt maar hem nergens kunt vinden, zo dat je zelfs gaat twijfelen aan zijn aanwezigheid. En dit was het geval in de retraite van mijn kleine professie. Het enige teken van God in deze week was een droom op 15

binnenwerk.indd 15

13-01-2011 10:39:35


de ochtend van de plechtigheid. Ik droomde dat ik over de dijk liep. Midden op de dijk lagen twee herten. De ene was een kind, de andere de moeder. Ik begroette ze door te zeggen: ‘dag kleintje, dag moedertje’. Ze lagen als een soort yin- en yang symbool, de ene met zijn hoofd bij de achterkant van de ander. Ze waren één. Ik heb de droom altijd als een symbool voor mijn roeping uitgelegd. Het kind staat voor het kind dat ik zelf ben. Kind van God, blij spelend op de aarde. Vertrouwend dat er voor haar gezorgd wordt en opgewonden over het leven met al zijn schoonheid en verassingen. De moeder staat voor de moeder die ik zelf ben. Het staat voor mijn ernstige, zorgende en verantwoordelijke kant. Wellicht de kant die doorgaat en zich niet ontmoedigd voelt als het licht niet meer lijkt te schijnen zoals op het moment van de droom. Het was de moeder die het roer over moest nemen op dit moment. Met het kind zorgzaam in haar kielzog. Ik heb mijn professie met volle overtuiging afgelegd, geknield op de vloer van de kerk, mijn handen in de handen van de abdis. Maar het Licht bleef uit dit keer. Broeder Theodorus ging voor. Hij deed de ondervraging en hield de overweging. De overweging was op prachtige wijze op mij van toepassing. Het evangelie dat ik gekozen had was de bruiloft te Kana. Jezus verandert water in wijn. Het water, dat was precies die armzaligheid die ik zo sterk ervoer. De wijn dat was de Geest van God, mijn vreugde en mijn leven. Het motto dat ik had gekozen was: ‘Draag mij als een zegel op je hart, als een zegel aan je arm. Want sterk als de dood is de liefde…’

16

binnenwerk.indd 16

13-01-2011 10:39:36


Gratis voorpublicatie Agnes Holvast beschrijft in een openhartig en ontroerend boek hoe ze haar spirituele weg ontdekt door toe te treden tot een clarissenklooster. Na ruim negen jaar vertrekt ze weer en zet ze haar weg voort in de wereld. Op de dag dat ze 27 wordt, treedt Agnes Holvast toe tot een besloten klooster in Noord-Brabant, op zoek naar stilte, God en spiritualiteit. Holvast beschrijft haar leven in het klooster liefdevol. Ze besteedt veel aandacht aan haar spirituele weg naar binnen, om God en zichzelf te leren kennen. Het dagelijks leven in het klooster brengt haar veel, maar kost ook moeite. De overgave aan het kloosterleven betekent dat ze het contact met haar dierbaren moet missen, evenals intimiteit en seksualiteit. Desondanks ontwikkelt ze een sterke band met haar medebewoners. Langzamerhand ontdekt ze de zin van de dingen in zichzelf en om haar heen. Ook groeit er een bijzonder contact met mensen buiten het klooster die de kloosterkerk regelmatig bezoeken; een meisje van zes dat ze in die negen jaar ziet opgroeien, een stel woonbootbewoners en een kleine crimineel. Dit contact vormt de opmaat voor de weg naar buiten. Op een toegankelijke en lichte manier maakt u kennis met deze openhartige en bevlogen vrouw – om haar nooit meer te vergeten.

Nieuwsgierig geworden naar het hele verhaal van Agnes Holvast? Haar boek Leven met de beminde verschijnt begin mei.

www.uitgeverijtenhave.nl

www.agnesholvast.nl

Met een voorwoord van Suzanne van der Schot omslag.indd 1-2

13-01-2011 11:07:48


Gratis leesfragment 'Leven met de Beminde'