Issuu on Google+


Eerste druk 2012 The History Press The Mill, Brimscombe Port, Stroud, Gloucestershire, GL5 2QG Verenigd Koninkrijk www.thehistorypress.co.uk www.uitgeverijtempus.be Š Chris Weymeis, 2012 Alle rechten voorbehouden. Alle rechten op reproductie, vertaling en adaptatie, zelfs gedeeltelijk en onder gelijk welke vorm, zijn voorbehouden voor alle landen. The right of Chris Weymeis to be identified as the Author of this work has been asserted in accordance with the Copyrights, Designs and Patents Act 1988. All rights reserved. No part of this book may be reprinted or reproduced or utilised in any form or by any electronic, mechanical or other means, now known or hereafter invented, including photocopying and recording, or in any information storage or retrieval system, without the permission in writing from the Publishers. British Library Cataloguing in Publication Data. A catalogue record for this book is available from the British Library. isbn 978 1 84588 678 3 nur 693


VAN EEKHOUTPOORT TOT IEPERSTRAAT deel

2: E-I

C HR IS W EYM EI S


Inhoud Eekhoutpoort 9 Eekhoutstraat 9 Eiermarkt 12 Eiland 13 Elf-Julistraat 15 Elisabeth Zorghestraat 15 Engelsestraat 17 Engelstraat 19 Essenboomstraat 21 Ezelstraat 22 Fonteinstraat 34 Freren Fonteinstraat 37 Ganzenplein 38 Ganzenstraat 40 Gapaardstraat 45 Garenmarkt 46 Garsoenstraat 48 Geernaartstraat 49 Geerolfstraat 49 Geerwijnstraat 51 Geldmuntstraat 54 Genthof 55 Gentpoortstraat 58 Gentpoortvest 59 Gevangenisstraat 62 Gieterijstraat 63 Giststraat 63 Gloribusstraat 63 Goezeputstraat 65 Gotje 68 Gouden-Handrei 70 Gouden-Handstraat 72

Goudsmedenstraat 74 Grauwwerkersstraat 74 Greinschuurstraat 76 Groenerei 78 Groenestraat 80 Groeninge 81 Gruuthusestraat 83 Guido Gezellelaan 85 Guido Gezelleplein 87 Guido Gezellewarande 88 Gulden-Vlieslaan 88 Haanstraat 89 Haarakkerstraat 90 Hallestraat 92 Hauwerstraat 94 Heilige-Geeststraat 94 Helmstraat 96 Hemelrijk 97 Hendrik Consciencelaan 99 Hertsbergestraat 100 Hoedenmakersstraat 101 Hoefijzerlaan 103 Hoogste van Brugge 105 Hoogstraat 105 Hoogstuk 117 Hooistraat 119 Hoornstraat 122 Hugo Losschaertstraat 123 Hugo Verrieststraat 125 Huidenvettersplein 126 Ieperstraat 127


Opgedragen aan mijn kinderen en kleinkinderen


Woord vooraf Het enthousiasme waarmee het eerste deel van de zesdelige reeks “Brugge. Van Academiestraat tot Zwijnstraat” door de Bruggelingen werd ontvangen, schiep moed om dit tweede deel neer te pennen. Het eerste deel handelde over de straten met de beginletters van A tot en met D. Dit keer zijn de letters E tot en met I aan de beurt of van Eekhoutpoort tot Ieperstraat. Het concept van het eerste deel blijft gehandhaafd. Opnieuw ging ik op zoek naar de grote en kleine geschiedenissen van de straten. Daarbij werd ook de mens, bekend of onbekend, niet vergeten en evenmin de “petites histoires”. Het past ook dit keer om een aantal mensen te bedanken. Dat zijn allereerst de verantwoordelijken van het weekblad Brugsch Handelsblad en zijn lezers die mij al bijna drie jaar de kans geven om wekelijks aandacht te besteden aan een of andere Brugse straat. Bijzondere dank gaat uit naar de bruikleengevers van illustratiemateriaal. Dat zijn in het bijzonder Jan Vernieuwe en Jaak A. Rau, maar ook Jacques De Blauwe, Nico Blontrock en vele anderen. Mijn dank gaat uit naar Marc Ryckaert die de tekst inhoudelijk heeft nagelezen en mij illustratiemateriaal bezorgde, alsook naar Luc Verstraete die eveneens de tekst heeft nagelezen. Tot slot dank aan Uitgeverij Tempus - The History Press en Anabel De Vetter die mij de kans geven om dit werk uit te geven. Chris Weymeis 20 oktober 2012

7


8


Eekhoutpoort

In de Eekhoutpoort waren ook een deel van de gebouwen van het Brugsch Handelsblad gevestigd. (foto Bruggeblog)

De Eekhoutpoort is een doodlopende straat die via een poort vanuit de Eekhoutstraat toegankelijk is. Die poort is een overblijfsel van de Eekhoutabdij wat duidelijk blijkt uit het nu bijna onleesbare opschrift: “Sancte Augustine canon vitae canonicae ora pro nobis Deum. 1790”.

Eekhoutstraat De naam Eekhoutstraat verwijst naar de abdij van de Reguliere Kanunniken van Sint-Augustinus, ook bekend als de Eekhoutabdij of Sint-Bartholomeusabdij. Aan de basis ervan ligt Everelmus, een kluizenaar die omstreeks 1050 ten zuiden van de Dijver woonde en er een kapelletje bouwde. Hij inspireerde enkele vrome lieden om op die plek en mogelijk nog vóór 1100 een bidhuis te bouwen, toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw, Bartholomeus en Willibrord. De gemeenschap, bestaande uit broeders en zusters, trad omstreeks 1146 toe tot de orde van de Reguliere Kanunniken van Sint-Augustinus van Arrouaise. Hoewel een dubbelklooster toen geen zeldzaamheid was, kwam het in 1149 toch tot een splitsing. De broeders bleven in Brugge, terwijl de zusters naar Odegem (Steenbrugge) trokken. Daar stond een priorij van de Doornikse Sint-Maartensabdij en een kapel toegewijd aan Sint-Trudo. De zusters namen de kapel in gebruik en gaven hun 9


nieuwe onderkomen de naam Sint-Trudoklooster. Eén eeuw later werden de banden die nog tussen de Eekhoutabdij en de Sint-Trudoabdij bestonden, definitief doorgeknipt. Over de oudste bouwgeschiedenis van de Eekhoutabdij is weinig bekend. Op het einde van de 13de eeuw kreeg de abdijkerk een nieuw koor, maar echt vlot verliep de bouw niet want ruim een eeuw later was het koor nog niet afgewerkt. In het eerste kwart van de 15de eeuw werden een nieuwe slaapzaal, refter en kapittelzaal gebouwd, maar in de 16de eeuw bleken Zo zag een onbekende tekenaar de Eekhoutabdij kort voor de abdijgebouwen dan ze op het einde van de 18de eeuw werd afgebroken. (foto weer te ruim. De gemeenSteinmetzkabinet, Stedelijke Musea Brugge) schap telde toen geen tien kanunniken en bijna geen novicen. In 1541 en 1565 werd zelfs overwogen om met de Duinenabdij in Koksijde te fuseren, maar het bleef bij plannen. De Eekhoutabdij overleefde nauwelijks het Calvinistische bewind in Brugge (15781584). De kanunniken moesten de abdij verlaten die later werd geplunderd. In de 17de eeuw kende de abdij een zekere heropleving maar in 1796 werd de abdij verbeurd verklaard en werd ze met de grond gelijkgemaakt. Tijdens archeologische opgravingen in het begin van de jaren 1990 werden op de hoek van de Eekhoutstraat en de Willemstraat archeologische fragmenten van een klokbeker aangetroffen. Ze dateren van het einde van de Nieuwe Steentijd of zo’n tweeduizend jaar vóór Christus. Ze zijn tot zover bekend het oudste bewijs van menselijke aanwezigheid in de Brugse binnenstad.

10


Tijdens archeologische opgravingen in de jaren 1990 in de Eekhoutstraat en Garenmarkt werden onder andere houten leerlooierskuipen aangetroffen. (foto Raakvlak)

Leerlooiers Andere archeologische vondsten in de Eekhoutstraat en de aanpalende Garenmarkt wezen dan weer op activiteiten van leerlooiers. Die beoefenden hun ambacht bij voorkeur in een vochtig milieu, gedomineerd door al dan niet natuurlijke takken van de Reie en gegraven grachten. Vooral de aanwezigheid van de Eekhoutrei en de Houtrei (Pandrei) was belangrijk. Historisch onderzoek beschreven door archeologe Bieke Hillewaert toont aan dat al v贸贸r 1300, maar vooral in de 14de en 15de eeuw het zwaartepunt van de Brugse leerlooiersactiviteiten hier waren gevestigd. De vondsten bestonden vooral uit vaste installaties zoals houten kuipen bedoeld als preparatie- en looibaden. Er werd ook los gereedschap aangetroffen zoals een smeedijzeren haak waarmee de huiden mogelijk uit de kuipen werden gehaald en een schraapijzer. Uit de verspreiding van de kuipen over het terrein kon worden opgemaakt dat de kuipen mogelijk op een soort binnenplein waren geplaatst. Opvallende vondsten waren de duizenden hoornpitten en enkele afgedankte leerlooierskuipen. Zij stonden her en der over het terrein verspreid en waren al dan niet gevuld. Het is bekend dat aan de huiden die de leerlooiers te verwerken kregen nog de hoorns en een deel van de schedel van het geslachte dier vastzaten. Mogelijk dienden die als garantiemerk. Hoorns, staart en vermoedelijk ook de poten werden voor het looiproces verwijderd. 11


Tot in de 16de eeuw diende de westzijde van de Eekhoutstraat deels als achterkant van de huizen aan de Dijver, maar daar kwam verandering in. Waar zich in het begin van de 20ste eeuw het Brugsch Handelsblad kwam vestigen, kwam smidse “De Boodschap van Maria” en bakkerij “De Eenhoorn”. Andere huizen waren eigendom van ambachtslieden zoals kleermakers, linnenwevers, glazenmakers, kuipers, droogscheerders en anderen.

Eiermarkt Het kruispunt gevormd door de Kuipersstraat, de Sint-Jakobsstraat en de Geldmuntstraat heette oorspronkelijk “Ten Berghpoele” verwijzend naar een moeras of poel die er lag. Het was een serieuze plas want volgens Albert Schouteet in zijn boek over de Brugse straatnamen kon men er in verdrinken en werden er soms lichamen van geëxecuteerde misdadigers in geworpen.

In 1912 werd de pomp van Pieter Pepers op de Eiermarkt verplaatst opdat tram 3 er gemakkelijker zou kunnen voorbijrijden. 12

De naam Bergpoel was in gebruik tot begin de jaren 1600, maar ondertussen raakte ook Eiermarkt ingeburgerd. Die naam verwijst naar het Boterhuis die er zeker al in 1288 stond en dat kort na 1580 werd afgebroken wegens te bouwvallig. Ondertussen was het huidige Boterhuis tussen de Sint-Jakobsstraat en de Naaldenstraat al enige tijd in gebruik. Op de Eiermakt werden niet enkel zuivelproducten verkocht. Op 19 oktober 1742 vaardigde het stadsbestuur een hallegebod uit voor de openbare


verkoop van aardappelen, bonen, erwten, appelen en peren. Die mochten niet langer op de Eiermarkt verkocht worden, maar wel op het Sint-Jansplein. De Eiermarkt onderging enkele belangrijke wijzigingen. Tussen het plein en de Markt stonden twee kapellen: de Sint-Kristoffelkapel (kant Eiermarkt), waar in 1127 de uitvaartdienst van graaf Karel de Goede plaatsvond, en daartegenaan gebouwd de Sint-Joriskapel (kant Markt). Beide kapellen werden in 1786 afgebroken. In de plaats kwamen er in 1820 huizen met gepleisterde gevels. Later werd een deel daarvan met gevels in neostijlen aangepast. In 1859 werd de rooilijn van de Markt naar de Geldmuntstraat toe aangepast waardoor de Eiermarkt een ruimere oppervlakte kreeg. De arduinen waterpomp, bekroond met leeuwen en het Brugse stadswapen, op het pleintje dateert van 1756 en werd gekapt door beeldhouwer Pieter Pepers. De pomp werd in 1912 verplaatst omwille van het tracé van tram 3 die van 1913 tot 1951 voorbij de Eiermarkt reed. Aan de Eiermarkt zijn twee bekende Bruggelingen verbonden. De eerste is kroniekschrijver Joseph Van Walleghem die er als mercenier omstreeks 1786 een florissante winkel van lintjes, parels en ander kleingoed openhield. Tien jaren van zijn kroniek (1787-1797) zijn gepubliceerd. De tweede is Achiel Van Acker die van 1934 tot 1938 in het huis De Beer (nummer 5) zijn boekenantiquariaat “De Boekuil” openhield. In 1936 werd er uitgeverij “De Garve” gesticht door de vriendengroep die bekend werd als de Maffia. Leden ervan waren onder andere Richard Minne, Ger Schmook, Hugo Vrielinck, Lode Zielens en nog vele anderen. In 1938 was het al gedaan met de uitgeverij, maar ook met “De Boekuil” omdat Van Acker zijn boekhandel niet meer kon combineren met zijn succesrijke politieke carrière.

Eiland Als men “eiland” strikt interpreteert als een gebied dat aan alle zijden door water wordt omringd, dan telt Brugge nog altijd enkele eilanden. Zelfs de Brugse binnenstad is al ruim zevenhonderd jaar een eiland sinds circa 1300 de huidige stadsomwalling werd aangelegd en de stad door een binnen- en buitengracht wordt omringd. Ook binnen de stadswallen waren en zijn er nog altijd gebieden die beantwoorden aan de beschrijving van een eiland. Denk maar aan de Burg en omgeving die begrensd wordt door de reien langs de Steenhouwersdijk, Groene Rei, Sint-Annarei, Spiegelrei en Kraanrei, die laatste weliswaar overwelfd!

13


In 1985 werd het Eiland volledig heraangelegd. (foto Verzameling auteur)

De straatnaam Eiland vinden we op het einde van de Oostmeers. Het straatje loopt dood op het Capucienenreitje en de Westmeers is de enige straat die er op uitkomt. De kaart van Marcus Gerards (1562) maakt veel duidelijk. Het Eiland was ten oosten begrensd door het Minnewater, ten zuiden door de vesting, ten westen door het spui of spei en ten noorden door een zijarm van de Reie. Op dat eiland lag grotendeels het Brugse Begijnhof. Om het Eiland te bereiken, moest men de houten Oostmeersbrug of Westmeersbrug oversteken. Op het Eiland zelf lag nog een stenen boogbrug over het Capucienenreitje. Volgens opzoekwerk van André Vanhoutryve (Brugge die Scone, 1997) lagen de Oostmeersbrug en de Westmeersbrug over het reitje dat de Boterbeke met het Minnewater verbond. Dat reitje is nog altijd te zien in de Westmeers aan de voormalige mouterij Cauwe en aan de poort van het Begijnhof nabij het Sashuis. In 1430 kreeg ene Jacob Zwaertvagher opdracht om de Oostmeersbrug te vernieuwen. Er werd zelfs een speciale versteviging aangebracht om de brug te vrijwaren van slijtage door karrenwielen. Op de kaart van Marcus Gerards zien we bij het Eiland ook de Spei, bestaande uit twee raderen, die er geplaatst was om aan de hand van balken de waterstand in de binnenstad te regelen. Lange tijd herinnerde café ’t Speitje op de hoek van Eiland met de Oostmeers nog aan dat mechanisme. 14


In de onmiddellijke buurt van het Eiland stond ook de Wijngaardmolen. Het was een graanwindmolen die al in 1580 wordt vermeld. In 1826 werd de molen getroffen door een blikseminslag waarbij pachter Carolus De Coninck de dood vond. Zijn weduwe en zijn kinderen kregen toen van de stad Brugge toestemming om van huis tot huis rond te gaan om steun te vragen voor de heropbouw van de molen.

Elf-Julistraat De naam Elf-Julistraat verwijst uiteraard naar de Guldensporenslag op 11 juli 1302. De gronden tussen de Blokstraat en de Vlamingdam waarop de straat werd gecreëerd, werden oorspronkelijk ingenomen door blekerijvelden en bloemenkwekerijen. Een van de belangrijskte bedrijven die er gevestigd was, was dat van Eduard Dumon. Het nam grotendeels de terreinen van de tuin van het voormalige klooster van de Karmelietessen van Sion in. Dumon richtte in 1890 zijn bedrijf op door samenvoeging van de vroegere bloemisterijen van Edouard Leys en van de “Société Brugeoise”. Het bestond uit een 1 ha groot terrein met een twintigtal serres. In 1932 ging het horticultuurbedrijf van Dumon failliet. Het terrein werd verkaveld en er werd een nieuwe straat aangelegd, de Elf-Julistraat. De huizen langs de straat dateren grotendeels uit de jaren 1930. In 1909 lieten Eduard Dumon en zijn echtgenote Louisa Verriest naast hun bloemisterij een prestigieus herenhuis bouwen naar plannen van de Brugse architect Oscar Dumon. Dit huis op de hoek van de Elf-Julistraat en de Koningin Elisabethlaan is bij vele Bruggelingen bekend als “Het Torentje”, maar heet eigenlijk “Huis Lanceloot Blondeel”. De architect inspireerde zich op de 17de-eeuwse Brugse barokarchitectuur en ontwierp een fantasierijke gevel met een veelhoekige traptoren, trapgevels van verschillende hoogte, een zware erker en een toegang met een bordestrap en een zuilenportiekje. Op de cartouches zijn opschriften gebeiteld zoals: “Uit Kennis Kracht/Uit Kunsten Pracht”, “Kunst baart Gunst” en “Oost West/Thuis Best”.

Elisabeth Zorghestraat De Elisabeth Zorghestraat vormt de verbinding tussen de Carmersstraat en de Snaggaardstraat en behoort zeker niet tot de meest attractieve straten van Brugge. Vroeger sprak men van “Bachten ’s Carmers choor” of Kleine Carmersstraat. Over Elisabeth Zorghe, naar wie de straat is genoemd, is weinig bekend. Haar vader, Pauwel Zorghe, werd geboren in Gistel en was er griffier. Later verhuisde hij naar Brugge waar hij kerkmeester van de Onze-Lieve-Vrouwekerk werd en na zijn overlijden in 1604 werd hij in de Sacramentskapel in die kerk begraven. Het gezin Zorghe onderhield goede contacten met de zusters van de Abdij Ten Putte in 15


Het Godshuis Elisabeth Zorghe werd gesloopt voor de uitbreiding van de brouwerij Aigle-Belgica. (foto Verzameling Jaak A. Rau)

Gistel. Wanneer zij uit schrik voor de Gentse Calvinisten en hun plunderingen in 1578 de abdij verlieten, verbleven de zusters een tijdje in de woning van Pauwel Zorghe in Brugge. De Kleine Carmersstraat had in de periode vooraleer Elisabeth Zorghe er huisjes liet bouwen, geen al te goede naam. Zo bevond zich in die straat de badstoof Het Swaenken, alsook het bordeel Het Wit Huys. Beiden werden, samen met nog enkele andere huisjes, in het begin van de 17de eeuw door Elisabeth Zorghe gekocht. In 1631 kreeg ze toestemming om in de straat die nu haar naam draagt zeven huisjes te bouwen, alsook drie huisjes in de achtergelegen Rijkepijndersstraat. Samen vormden ze het godshuis of de Stichting Elisabeth Zorghe. De huisjes waren voorbehouden voor vrouwen van “diepe in de veertigh jaeren, gheboren in Vlaenderen ofte Brabant�. Ondertussen zijn de godshuisjes allemaal verdwenen. In 1921-1923 werden ze opgekocht door brouwerij De Arend, beter bekend als Aigle-Belgica, om het bedrijf uit te breiden. Als compensatie beloofde de brouwerij om nieuwe huisjes te bouwen aan de Stijn Streuvelsstraat. Daar vind men nu nog altijd het godshuis of stichting Elisabeth Zorghe, samen met nog twee andere godshuizen: De Schippers en Paruitte. Het eerste stond ook in de Elisabeth Zorghestraat en maakte deel uit van het complex van het schippersambacht aan de Potterierei. 16


In de Elisabeth Zorghestraat werd ook wat restte van het complex van het ambacht van de Schippers met de grond gelijk gemaakt voor de bouw van een hotel. (foto Jan Vernieuwe)

Naast het godshuis Elisabeth Zorghe, dicht bij de Snaggaardstraat aan, was het Fort De Poele gevestigd. Aan wie of wat het zijn naam te danken heeft, is niet bekend. Volgens onderzoek door Jaak A. Rau stond in 1835 op de plaats van het fort een huis en een brouwerij. Tien jaar later was er sprake van twee huisjes en in 1881 zelfs van drie, samen bewoond door acht personen. De leefomstandigheden moeten er allesbehalve ideaal zijn geweest want in 1900 werden onder druk van de Gezondheidscommissie saneringswerken uitgevoerd, waaronder de plaatsing van nieuwe toiletten. In 1923 werd het fort, samen met het godshuis, opgekocht door brouwerij De Arend en gesloopt.

Engelsestraat De Engelsestraat ligt in het verlengde van de Riddersstraat en loopt van de SintJansstraat tot aan de Spinolarei. De straat ligt op een van de oudste bewoningsplaatsen in Brugge want bij archeologische opgravingen in het gebied begrensd door de Engelsestraat, Sint-Jansstraat, Boudewijn Ostenstraat en Spinolarei werden sporen uit de Merovingische en de Karolingische periode (5de-9de eeuw) gevonden. Daarnaast maakte het gebied deel uit van het leenhof Splinters, een landgoed dat, zeker v贸贸r 1127, door de graaf van Vlaanderen aan een van zijn vazallen in leen was gegeven. 17


Zoals de naam laat vermoeden, verwijst de Engelsestraat naar de Engelse natie die hier in de middeleeuwen was gevestigd. In de buurt vinden we namen die naar hen verwijzen. Zo werd de plaats waar de Engelsestraat, de Riddersstraat en de SintJansstraat samenkomen, vroeger wel eens de Inghelsche Plaetse genoemd. Die naam werd ook wel eens gegeven aan het huidige SintMaartensplein, maar eigenlijk was dat het Schottenplein. Aan de oostzijde van de Engelsestraat stond, zeker al vóór 1330, het Engels weeghuis of de waag waar de Engelse kooplieden hun goeDe Brugse schilder Joseph François Ducq maakte in 1822 dit schilderen kwamen wegen. derij van Collette Versavel, echtgenote van dokter Isaac De Meyer. Hun koopwaar werd ge(foto Museum voor Schone Kunsten, Gent) lost en geladen aan de Spinolarei. Daar is in het verlengde van de Engelsestraat nog altijd de Engelse Steegere of trap te zien die naar het water leidt. Een andere verwijzing naar de Engelsen is het huis Sint-Jansstraat 15 (op de hoek met de Engelsestraat). Het draagt de naam Oud Inghelandt en verwijst naar het feit dat de Engelsen dit pand in 1585 als consulaat gebruikten. Daarvoor, van 1574 tot 1585, was dat gevestigd in het Hof van Rikenburch langs de Spiegelrei, de huidige basisschool De Spiegelrei. Waar de Engelsen zijn, zijn de Fransen nooit ver uit de buurt. Hoewel de Engelsestraat de thuisbasis van de Engelsen was, kreeg de brouwerij die vroeger in het nummer 22 gevestigd was, de naam “Het Franse Schild”! 18


In dit huis woonde ook Colette Versavel (1799-1871). Zij was de dochter van linnenhandelaar Ignace-Joseph Versavel en van Eugénie Coutteau, de dochter van de burgemeester van Torhout. In 1821 huwde Colette Versavel met de bekende Brugse dokter Isaac De Meyer (1786-1861) die dertien jaar ouder was dan zij. Van Colette Versavel bezit het Museum voor Schone Kunsten in Gent een prachtig portret geschilderd door Joseph Ducq. Dokter en boekenliefhebber Isaac De Meyer had een grote wetenschappelijke en praktische belangstelling voor verloskunde. Zo bezat hij onder andere het “Liber Trotula”, een gynaecologisch handschrift dat waarschijnlijk dateert uit het midden van de 15de eeuw en bewaard wordt in de Brugse stadsbibliotheek. Hij kreeg het boekje van zijn zoon, dokter en kunstenverzamelaar Desiré De Meyer die aan de Sint-Annarei 22 woonde.

Engelstraat De Engelstraat verbindt de Minderbroedersstraat met de Witteleertouwersstraat. Vroeger droeg de straat twee namen: Engelstraat voor het deel tussen de Minderbroedersstraat en de Zwarteleertouwersstraat en “Vuylegrippe” tussen de Zwarte- en de Witteleertouwersstraat.

De Engelstraat werd in 1985 volledig heraangelegd. (foto Verzameling auteur) 19


De straatnaam is afgeleid van het huis De Engel en die naam verwijst op zijn beurt naar “angle” of “engel” in de betekenis van hoek. Huis De Engel stond immers op de hoek van de Engel- en de Zwarteleertouwersstraat. Uit de stadsrekeningen over de periode 1432-1433 is bekend dat aan het hoekhuis een waterput – in Brugge sprak men vaak over een fontein – stond. Er werd immers een som uitbetaald aan “diversche personen ende arbeyders, backers- ende brauwersknapen, die daertoe holpen ende water droughen dat de brand ghebluscht wardt die was uypten 18en dach van octobre ten Hoye bij der fonteyne ten Inghelene…”. Met andere woorden op 18 oktober 1432 was er een brand in de Hooistraat (nu Schaarstraat) die geblust werd met water uit de put aan het hoekhuis De Engel. Echt historische panden zijn er in de straat niet te vinden. Wel dateren de zeven gerestaureerde enkelhuisjes (nummers 4 tot 16) mogelijk uit de 17de eeuw, net als het gerestaureerde pand nummer 56. De “brauwersknapen” in bovenstaande tekst over de brand in 1432 verwijzen uiteraard naar een brouwerij. In 1491 luidt het: “Een huus met datter toebehoort, gheheeten Den Inghele, twelcke eene brauwerie es, staende in de Zwarteledertauwerstrate”. In een akte van 1563 is er sprake van brouwerij ’t Zweerd, gelegen rechtover De Engel. Het ging in de 16de en 17de eeuw over een niet te kleine brouwerij want ze bezat een voorraad van vijftig tonnen of zo’n 10.000 liter bier! In 1807 kwam

Een gezicht op de gebouwen van de brouwerij ’t Zweerd in 1975. (foto Verzameling Jaak A. Rau) 20


’t Zweerd in handen van de familie Vander Ghote. Ze bleef in handen van die familie tot 1972 toen de brouwerij failliet werd verklaard. Het brouwen zelf was al in 1965 gestopt. Al in 1919 waren er problemen met de brouwerij. De weduwe van Fréderique Vander Ghote speelde toen, samen met haar broer, op de beurs en kwam daardoor in de problemen. De brouwerij produceerde bieren van hoge gisting. Zij was bekend voor de “Tripel Ouden Brugschen” (sinds 1927), de “Speciaal Gersten”, het “Christmasbier” en tafelbier van hoge gisting. Men leverde in Groot-Brugge, BIankenberge, Meetkerke en Knokke-Heist. In de jaren 1980 werden de brouwerijgebouwen bijna volledig afgebroken om een sociaal woningproject te realiseren. Alleen de bogenrij bleef bewaard, alsook een laat 19de-eeuws pand. In de salon van dit huis heeft de West-Vlaamse Gidsenkring, die in 2013 zijn vijftigjarig bestaan viert, zijn lokaal. Op 25 mei 2012 werd op de hoek van de Engelstraat en de Zwarteleertouwersstraat 49 een gerestaureerd kapelletje met Mariabeeld ingezegend. Dat gebeurde op initiatief van de vereniging Brugge-Mariastad. Het nieuwe kapelletje hing oorspronkelijk op de hoek van de brouwerij Vander Ghote, maar werd omstreeks 1968 bij de afbraak van de brouwerij in opdracht van de Brugse Maatschappij voor Huisvesting weggehaald.

Essenboomstraat De Essenboomstraat verbindt de Langestraat met de Balsemboomstraat. In de 15de eeuw was de straat bekend als Dievenhoek of Diefhoek, maar die naam heeft niets met dieven te maken. In het Middelnederlands was een “diefhoek” niets anders dan een schuine hoek. Ook de Venkelstraat is bij sommige Bruggelingen nog als Diefhoek bekend en ook die straat heeft een ferme knik in zijn straatpatroon. In de Essenboomstraat was ook een tijdje de drukkerij Jan Brito gevestigd. (foto Verzameling auteur) 21


‌

BENIEUWD NAAR DE REST VAN HET BOEK? Het is te koop in de plaatselijke boekenwinkel, supermarkt en krantenwinkel. U kunt het boek ook bestellen bij distributeur Agora (053 788700) of via het bestelformulier op www.uitgeverijtempus.be


Van Academiestraat tot Zwijnstraat deel II