Page 1

HA.LLENSIA NolrrËN r lv

STUDIEN

OVEK DE

STflD HALLE

door

fUl,-.r.

VAN DEN WEGHE .:

ZEVENDE REEKS


H

I

LENSIA NOTITIEN STUDIËN fiNNTEEKENINGEN

BEVIJSSTUKNEN

OVEK DT .STND H A

I. L

E

7fí; ('l

Í'?r {,

4Jrl t

arl

door

M.-J. VAN DEN WEG}1E

% ff#,i ;: .${ffi,

..i&ï

'i*4Ë 'sel,

*fu#Í-Í-xrf;,dÍÍ ZEVENDE REEKS

r939

"r


Een woordje vooraf

Thans verschijnt H.ALLENSIA, zersende reeks. Zw gauen wij, ander dien titel, ongeveer duizend, bladziiden gedrukten teltst, ouer de geschiedenis der stad Halle, zonder de zichten, de poftrctten en de grauuren meë te rekenen, die attoos een interessante bijzonderheid. uít het verleden van Í:lalle doen kennen. Tat heden publíceerden urij niet minder dan tachtig uerccheidene studiën ouer atl.ethande wefenschappen, die Hafie aa.nbelangen

:

gesrhied enis, topong mie, anthropony mie, g enealogie, folklore en dies meer.'t Is een schat oan kostbare inlíchtingen, zoo zegde ons onlangs een zee{ beuoegd tnan. Wij weten lzelaas ! maar al te goed, dat er zoooeel schatten bestaan, ook ap ander

gebied, die onze stoffelijke ntenschen uan uandaag onuercchillig voorbíjlaopen. Aan die menschen de gelegenheid bieden, om de oogen van hun uerstand eenigzíns te openen, was steeds ans doel, Wij schrijuen uoor de toekonast.


I.

EngeIschen en leren te Halle.

De geschiedenis levert ontelbare bewijzen van de vriendschapsbanden die de Engelschen steeds met onze voorouders hebben vereenigd, Algerneen is het geweten, dat Brugge b. v. dikwills, aan Engelsche koningen en prinsen de gastvrijheid heeft verleend, evenais Groot-Brittanje gedurende den laatsten oorlog voor zóóveel Belgen zijn poorten van liefdadigheid rekkewiijd opengezet heeft. In de voorbije eeuwen was het vooral de stad Brugge, die zich op dit gebied onderscheidde en in haar midden talrijke Britsche nederzettingera ontving, zonder de menigvuldige kloosters te noemen, die in die Vlaaursche stad door Engelschen werden gesticht.

Molanus en Raissius vermelden veel Engelsche, Schotsche, 'Welsche en Iersche heiligen, die als vluchtelingen en belijders van het geloof in ons vaderland gepredikt hebben en er een godzalig leven hebben geleid. Om kort te zijn zullen wiy' enkel opnoemen Bertuinus eerste bisschop te Othel en naderhand abt te ll{alonne (+ 693), de H. Brigida, abdis vaa Kildan in Ierland (+ 523), Winocus, gestorven in 717, en rviens lichaam naar Sint-Winoksbergen werd overgebracht. Het ware ons niet moeilijk er nog vijftig en rleer andere op te sommen, doch dit is niet het doel van ons schrijven. \Maar echter, bii onze weet, nooit over geschreven werd, is het bezoek van zooveel Engelschen en Ieren aan de stad HalÍe, vooral in de 16" eeu'tr/, en ook over hun verblijf aldaar. Deze :rotitie is nu juist aan dit onderwerp toegewijd. Eerst willen wij den lezer er aan herinneren dat Edward III, koning van Engeland in de 14" eeuw reEds, die de groote vriend E'as van lacob uan Arteuetde, en in 1328 gehuwd rnet Prinses


8Philippa, dochter van den graaf van Ftrenegouw, zich in hoogsteigen persoon heeft laten inschrijven als lid van het Broederschap van O.L. Vrouw van Halle (1). Men weet insgelijks, dat veel Engelschen Katholieken hun vaderland ontvluchtten ten gevolge der hevige vervoigingen §/aarvan zij, vanwege den wulpschen koning Flendnk VIII, het voorwerp $/aren, naar België overstaken en zelfs alhier verbleven, zooals b. v. de Karthuizers van Schene, die zicÈr te Sint Kruis bij Brugge vestigden, en aldaar het klooster bouwden gekend onder den naam van 't tlof oan Roge. Zulke gevallen loopen in 't oneindige, doch wij moeten ons beperken. Toch moeten wij het jaar 1535 vermelden, toen de eerste slachtoffers van de beruchte zielen-dictatuur van Hendrik VIII vielen : grauin uan Saftisburg, de bloedeigen tante van den wulpschaard, aisook bissehop Fischer en Sir Thomas More. Evenmin mag hier verz\vegefl worden dat Reginald Pole, zoon van Richad Pole en van de ongelukkige Margarcta uan Engeland, en Saftisburg, door Paus Jules III tot kardinaal werd verheven en later als bisschop van Canterbury stierf. W'elnu diezelÍde fteginald Pole ontmoette in April 1554, te Halle, den beroemden Belg Lodewijk Blosius (de Blois), die eerst líjfknaap §/as van Keizer Karel en later de groote Belgische mystieker werd, priester en abt van Liessies. Dus binnen de rnuren van Halle zelf had die bijeenkomst plaats. Het was Blosius, die den Nuntius Pole te Halle kwam opzoeken, ten einde de middelen te beramen, om een zending lezuieten naar de Belgische provintiën te verkrijgen" Misschien is het wel bi; die gelegenheid dat de H. Ignatius van Loyola te Halle is geweest (2). Tildens de verfijnde en wreede rnishandelingen der Katholieken onder Hendrik VIII en vooral onder diens dochter

(1) In het gulden boek op Ío1. 89 (een der beroemdste handschriÍten van het Àrchief onzer Kerk alhier) lezen wij : « de Konínc uan Ingelant met sine hugsutouw en sine kindercn >>. |ust Lips heeft gedacht hier te doen te hebben met Ftrendrik VIII, den beruchten vervolger der katholieken, díe, in zijn jarervao vgrstand, zelÍs een prachtige monstrans aan de kerk van Halle had geschonken, doch Just Lips is totaal mis. (2) Dit a1les wordt verhaald in P, Paul de BuchE. Le Père Bernard Olivier de la Compagnie de |ésus. Àntoing 1911, p. 69.


9Elisabet, heden nog onder het volk bekend onder den naam van Kwa Eette, landden zeer. veel. vrijheidslievende katholieken uit Engeland en lerland, die trouw wilden blijven aan hun geloof, te

Halle aan. Zii kwamen er in bedevaart, vergezeld van geheele familiën met vader en moeder en kinderen. Het gulden boek heeft ons vele van die naÍnen bewaard, vermits die menschen zich lieten inschrijven als leden van het broederschap.

\fl/1j hebben daarom gedacht, dat het hier de plaats was om die namen niet alleen te publiceeren Ínaaf, ook on ze door gepaste aota's beter te situeeren. Op [ol. 90 lezen wij, dat zich als lid van het broederschap liet inschrijven Mijnheere de biscap uan Ngchole ut Ingehelant (1), en onmiddetrlllk daaronder : mijnheerc de bíscop uan Liconiensis ut Inghelant, Verders Philippus BendÍose, ook Engelschman. Vanaf fol. 110 tot Ío1. L29 staat niets dan Engelschen en Ieren ingeschreven, boven de tweehonderd. Op ío1. 161 vindt men er weer een veertiental. Op fol. tr68 een tiental en verder nog al eenige op Íoi. 228' 230 en 241.. Flier laten wij die naÍnen volgen, rvant buiten Jret nut dat zij kunnen optreveren in hloot geschiedkundig opzicht, staan zij daar in ons oud gulden boek als bXinkende symbolen van rechtgeloovigheid en schilnen er heraldieke zinspreuken uit te boezemen over de kracht van ons aloud kathoficisme. Wil geven de namen in hun oorspronkelijke schrijfrvijze en rr'en zíet voegen er de mogelijke uittreggíngen bij. Zij weróen - door een op het gehoor alieen overgeschreven het genoeg persoon, die er hoewetr zeer bedreven toe scheen, toch vast de Engelsche uitspraak niet genoeg kende, o!11 vocral vreemde familienarnen op het gehoor wel te kunnen ortografieeren. Die eenigzins op de hoogte is der rnoeilijkheid zulker t"aal zal \iaht kunnen begrijpen hoe rnenige onjuístheid die schrijver moet hebben neergepend.

Folio 110. Domina Ànne Ftrungerforde soror ducissa de Feria-Angla.

(1) Galles.

'Waarschilnlilk Nicholson, graafschap

ie het Zuiden van Nouuelle-


10

Edwardus Hungerforde filius ejus. Guillelmus Codner Anglus. Johannes Chanceler Anglus. Charles Comt de Westmerlande. ( I ) Hugo Owen Cambro Britt. (2\ Nicolas de Ferry Cape. 1576le 3 février.

Folio

.il

!

111.

Georgius Biscam Anglicus, Anno 1576, 3 |ohannes Parrie Cymro. Joachimo Soyfer a Wiada A.B.D.L,F.

f.év,

T1Z. ANGLI Maria Regina Scotorum (3) ducissa de Feria Laurentius Dux Feria filius ejus Anna Conntissa de Cambria. Georgius Comes de Cambria fil. ej. Edouardus Dacre, Baro. (4)

FOIiO

Franciscus Dacre, Magdalena, domina de l\{untegue (5) Georgius en Thomas fllii elus Franciscus Chifforde. Maria Culpeper domina' (6) I

(1) Het geldt hier

Westmoreland, een

der oudste

geslachten van

Engeland.

(2) Ouen. Flier is de familie kregen den voorna"-

(3)

naam juist §eschreven. Talalke leden dier

ÉIugo.

Hoogstwaarschiinliiik Maria Stuart, die wel zelf niet in eigen persoon geweest, maar aldaar in het guldm boek werd opgeteekend door

te Halle is een harer

bewonderaars'

(4)

Eduardus Dacre, Bato. Dacte is een oud Engelsch geslacht. Men gewaagt reeds van de baronnen Dacre tijdens de Engelsche Koningen Hendrik III en Eduard III.

'Wij

(5)

Magdalena domína de Munteg*.e, Ceorgiius

et Thomas fihi

i

elus.

vermoeden dat hier spraak is van het gesiacht Monteagíe'

(6)

Cutpeper, iuister Colepepet, een familie verwant met .het

Westmoreíand,

geslacht

I

1939 1  
1939 1  
Advertisement