Issuu on Google+

doen doen doen doen schoolplan 2012 - 2016


Inhoud

2

inleiding

5

missie en visie

7

organisatie

11

onderwijs

17

taal- en rekenbeleid

23

cultuurbeleid

27

mediatheek

30

pedagogisch klimaat

33

ondersteuning en begeleiding

39

personeelsbeleid

45

financieel beleid

51

kwaliteitsbeleid

53

arbo-beleid

56

PR en communicatie

61

schoolgegevens

66

3


Inleiding

Voor u ligt het schoolplan van Sprengeloo 2012-2016. In dit plan geven wij onze visie op de toekomst van het onderwijs op Sprengeloo weer. Het kader voor dit schoolplan is het strategisch beleidsplan van de samenwerkingsstichting de Veluwse Onderwijs­ groep en het meerjarenbeleidsplan van stichting CVO. Het doel van dit schoolplan is om met een eigen geluid te kunnen anticiperen op veranderingen. Vanaf het schooljaar 2010/2011 hanteren wij de slogan: SPRENGELOO, DOEN! Deze slogan heeft meerdere betekenissen. Ten eerste het advies: meld je aan bij Sprengeloo. En ten tweede: op Sprengeloo besteden we aandacht aan praktisch en theoretisch leren, we doen veel op Sprengeloo. Sprengeloo staat voor: samen leven, aandacht en begeleiding en maatschappelijk betrokken. Vanuit deze kernwaarden is het schoolplan geschreven. De afdelingsleiders van de school en alle medewerkers zijn actief betrokken bij het schrijven van het schoolplan. Direct of indirect door hun inbreng tijdens vergaderingen waarin thema’s uit dit schoolplan aan de orde zijn gesteld. Ook de MR heeft door haar positiefkritische houding bijgedragen aan dit plan. Het schoolplan zien we ook als een opdracht om uit te voeren. Geen document voor in de kast maar een document dat op tafel ligt en uitdaagt om van Sprengeloo een goede school te maken. We zijn ambitieus omdat we leerlingen die kwetsbaar zijn helpen bij hun ontwikkeling en vorming. Als je het beste uit de leerling wilt halen, moet je hem of haar ook het beste willen bieden. Het schoolplan moet een dynamisch instrument zijn, dat inspeelt op veranderingen. En het moet leiden tot het stellen van de juiste vragen. Om zo straks weer te komen tot een nieuw, aangepast plan. Naast dit schoolplan zijn er ook nog allerlei andere documenten die de ambities van het plan verwoorden. Denk aan de jaarlijkse activiteitenplannen en aan de schoolgids. Tot slot dank ik een ieder die een bijdrage heeft geleverd aan dit schoolplan. drs. G.J. van Dijken, directeur Sprengeloo

4

5


Missie en visie

Missie Samen leven, samen leren Sprengeloo is van huis uit protestants-christelijk. We besteden daarom aandacht aan religieuze feestdagen en vieringen en we houden dagopeningen. We willen ook een pluriforme school zijn, wat voor ons betekent dat je, als je een andere levens­ beschouwing of ander geloof hebt, ook welkom bent. Aandacht en begeleiding Bij Sprengeloo staat het leren van de leerling centraal. Omdat elke leerling anders is, bieden we passend onderwijs: we dagen hen uit naar hun beste kunnen te presteren. Daarom besteden we in ons onderwijs veel aandacht aan praktische (beroeps-) vaardigheden, zelfstandig kunnen werken en de integratie van praktijk en theorie. Maatschappelijk betrokken We willen onze leerlingen een goede culturele en maatschappelijke basis meegeven. We hebben respect en oog voor elkaar en voor onze omgeving. Zowel voor leerlingen als personeel moet de school een plezierige leef-, leer- en werkomgeving bieden. Ook hebben we aandacht voor de ouders van onze leerlingen, het vervolgonderwijs en het bedrijfsleven.

onze school is een ontmoetingsplaats voor alle levens­ beschouwelijke en culturele opvattingen

Visiestatements • ieder kind is welkom • passend onderwijs: uit iedere leerling wordt het beste gehaald • een breed scala aan studiemogelijkheden (vakken, leerwegen en sectoren) • modern en vernieuwend onderwijs dat aansluit bij de praktijk • ouderparticipatie • samenwerking in de leerlingenbegeleiding • maatschappelijke betrokkenheid • een plezierige leef-, leer- en werkomgeving • monitoren van de principes waar we voor staan; kwaliteitszorg Ieder kind is welkom Binnen de kaders van ons onderwijsondersteuningsprofiel zijn alle leerlingen welkom. Onze school is een ontmoetingsplaats voor alle levensbeschouwelijke en culturele opvattingen. De leerlingen maken kennis met verschillende levensbeschouwingen; zowel in de lessen als daarbuiten. Het aanleren van verdraagzaamheid en respect voor ieders opvatting, binnen de grenzen van maatschappelijk aanvaarde normen en waarden, beschouwen wij als een kerntaak.

6

7


Passend onderwijs Uitgangspunten voor de inrichting van het onderwijs in Sprengeloo zijn de individuele leerling, de maatschappelijke vraag naar (vak)vaardigheden en de aansluiting bij enerzijds het primair onderwijs en anderzijds de vervolgtrajecten binnen het middelbaar beroeps onderwijs (mbo) en het havo.

Samenwerking in de (leerlingen)begeleiding We bieden passende begeleiding voor elke leerling. De school speelt een belangrijke rol bij de afstemming met en de inzet van andere zorgaanbieders, zoals jeugd­ hulpverlening, maatschappelijk werk, de leerplichtambtenaar en gezondheidszorg. De leerlingenbegeleiding van Sprengeloo is beschreven in een ondersteuningsplan. Sprengeloo participeert binnen de Stichting Leerlingenzorg Apeldoorn en Regio (SLAR). Hier wordt ons ondersteunings­beleid afgestemd met het regionale beleid.

ons onderwijs is vernieuwend en

De mogelijkheden van de leerling vormen het uitgangspunt voor het leer- en ontwikkelingsproces. Elke leerling heeft recht op zorg op maat en op kwalitatief hoogstaand onderwijs, in een inspirerende, maar ook veilige omgeving. We stimuleren de ontwikkeling van eigen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid van de leerling.

modern naar inhoud,

Maatschappelijke betrokkenheid, burgerschap Maatschappelijke ontwikkelingen zijn een drijfveer voor de vormgeving van ons onderwijs. We streven ernaar de leerinhouden van de verschillende vakgebieden aan te passen aan de eisen die onze samenleving aan de jongeren stelt. De aangeleerde competenties worden waar mogelijk ook in de praktijk getoetst. De school staat hierdoor midden in de maatschappij.

didactiek

Een breed scala aan studiemogelijkheden Om recht te doen aan verschillen tussen leerlingen, biedt Sprengeloo onderwijs­ programma’s aan, die smal of breed zijn en waarin praktische (beroeps-) vaardig­ heden, zelfstandig kunnen werken en de integratie van praktijk en theorie centraal staan. Binnen de sectoren Techniek, Zorg en Welzijn en Economie bieden we vele examenprogramma’s aan. Doordat ons gebouw en de lesprogramma’s flexibel zijn ingericht, kunnen we snel inspelen op vragen uit de maatschappij. Zo ontstaan regelmatig nieuwe keuzeprogramma’s.

en methodiek

een plezierige, veilige, moderne

Modern en vernieuwend onderwijs dat aansluit bij de praktijk We zetten ons in voor optimale ontplooiingsmogelijkheden van onze leerlingen. Ons onderwijs is vernieuwend en modern naar inhoud, didactiek en methodiek. Wij richten ons daarbij, naast traditionele vakken, ook op eigenschappen en vaardigheden die nodig zijn om te kunnen functioneren in de complexe, multiculturele samenleving. Denk aan sociale en communicatieve vaardigheden, ICT-vaardigheden, gevoel voor normen en waarden, cultuurbesef, leren keuzes maken voor de nabije en verre toekomst en stage. De stage leert de leerling hoe het werkt in de praktijk van alledag en motiveert de leerling.

leeromgeving draagt bij aan de leerprestaties van onze leerlingen

Een plezierige leef-, leer- en werkomgeving Sprengeloo besteedt veel middelen en energie aan de inrichting van de school en haar omgeving. Wij denken dat een plezierige, veilige, moderne leeromgeving bijdraagt aan de leerprestaties van onze leerlingen. Wat hieraan ook bijdraagt zijn goede communicatie, aandacht voor elkaar en een goede sfeer. Monitoren van de principes waar we voor staan; kwaliteitszorg Sprengeloo formuleert binnen het kader van deze visie en de overeengekomen strategische doelen van de Stichting CVO, meetbare kwaliteitsnormen. Inspectie­ rapporten en periodieke tevredenheidsonderzoeken onder personeel, ouders en leerlingen vormen daarbij belangrijke indicatoren. We werken op basis van deze normen systematisch aan kwaliteitsverbetering. We maken hierbij gebruik van horizontale verantwoording door ‘Vensters voor verantwoording’ en aanvullende indicatoren door ‘Kwaliteitsscholen.nl’.

Ouderparticipatie Ouderparticipatie staat hoog op de agenda. Ouders en de school zetten zich gezamenlijk in voor de ontwikkeling van het kind. We informeren ouders tijdig en volledig over de voortgang van hun kinderen en werken met klankbordgroepen voor ouders. We maken afspraken met ouders over hun bijdrage aan het onderwijs en zorgen dat we hen regelmatig spreken, ook als er op het eerste gezicht niet veel te bespreken is. Ouders blijven vanzelfsprekend wel eindverantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen.

8

9


Organisatie

Stand van zaken Sprengeloo is onderdeel van de Stichting Christelijk Voortgezet Onderwijs. Samen met andere stichtingen valt Sprengeloo onder de Veluwse Onderwijsgroep. Het bevoegd gezag van de Stichting CVO is het College van Bestuur. De dagelijkse leiding van de Stichting CVO is in handen van de directeur VO. De ondersteunende diensten (Financiën, ICT, Personeel & Organisatie, PR & Communicatie en Facilitair Beheer) zijn ondergebracht in het Servicebureau (SB). Dagelijkse leiding De dagelijkse leiding van Sprengeloo is in handen van de directie, bestaande uit een directeur en drie afdelingsleiders. De directeur is eindverantwoordelijk, de afdelings­leiders leiden ieder een (deel van een) afdeling. Onderling stemmen de afdelings­leiders het beleid en de organisatie van de afdelingen op elkaar af. directeur Sprengeloo Gerjan van Dijken afdelingsleiding Ruurd Termaat Angelique Visser Francien Francke

Bovenschools neemt de directeur deel aan het managementteam van CVO. Aan dit overleg nemen ook de scholen De Heemgaard en Christelijk Lyceum deel.

medezeggenschapsraad

secretariaat

onderbouw

10

11

directie

onderwijsondersteuning

bovenbouw 1

bovenbouw 2


Uitgangspunten van beleid Sprengeloo wordt geleid op basis van de volgende uitgangspunten: • H  et uitvoeren van het beleid van de stichting is gestoeld op vertrouwen, verantwoordelijkheid en het afleggen van verantwoording. • Medewerkers en belanghebbenden dragen optimaal bij aan de resultaten van de school. • Er wordt gestuurd op resultaten door verantwoordelijkheden en bevoegdheden gekoppeld aan middelen dicht bij het primaire proces te plaatsen. • We spreken elkaar aan op het nakomen van afspraken in het kader van onze ambities.

Secties Bij de start van het schooljaar 2011-2012 zijn er zeven secties ingesteld. De indeling in secties met een bijbehorend sectieoverleg was een wens van veel docenten. We verwachten dat er zo meer samenhang ontstaat in de school.

Binnen de verschillende taakvelden zijn werkgroepen of commissies of individuele personen ingesteld en aangesteld, die een bijdrage leveren aan de uitvoering van het beleid. De directie is verantwoordelijk voor het beleid van de gehele school. Rond de gehele beleidsvorming en beleidsuitvoering werkt Sprengeloo volgens de kwaliteitscirkel van Deming (plan, do, check and act). Hierbij plan je acties voor een schooljaar, voer je deze uit, controleer je of bijstelling nodig is en vervolg je de uitvoering na eventuele aanpassingen in je planning. En dit ieder jaar opnieuw. Overleg Het overleg in Sprengeloo is vooral gericht op de leerling. Dinsdagmiddag is de vergader­middag. In de jaarplanning wordt aangegeven wie wanneer verwacht wordt bij de verschillende overlegmomenten. De wijze van overleg staat in de volgende tabel:

overleg betrokkenen directieoverleg directeur en afdelingsleiders afdelingsleidersoverleg afdelingsleiders afdelingsteamoverleg afdelingsleider en sleutelfiguren uit eigen afdeling leerlingbesprekingen mentor en docenten die lesgeven aan die groep sectieoverleg leden van de sectie ontwikkelingsgesprekken en lesbezoek lid directie met individuele werknemer overleg van werkgroepen en commissies leden werkgroep of commissie examencommissie leden examencommissie oudercommissie directie en ouders ouderpanel directie en wisselende groep ouders mentorenoverleg afdelingsleider en mentoren leerlingpanels afdelingsleider en leerlingen uit de afdeling algemene personeelsvergadering alle medewerkers van de school

12

frequentie 1 x per week 1 x per 2 weken 1 x per 2 weken het gehele jaar door, alle klassen worden regelmatig besproken 3 x per jaar 1 x per jaar divers wekelijks, met name in de maanden maart t/m juni 5 x per jaar 2 x per jaar 6 x per jaar 3 x per jaar 2 x per jaar

De volgende vakken vormen een sectie: Nederlands Wiskunde Binas Natuurkunde Biologie Techniek (onderbouw) Verzorging Talen Engels Duits Zaakvakken Aardrijkskunde Geschiedenis Maatschappijleer Levensbeschouwing Economie Mens en maatschappij Kunstvakken Tekenen Handvaardigheid Kunst en cultuur Culturele Kunstzinnige Vorming Sport en bewegen

Vrouwen in de schoolleiding Sprengeloo heeft een evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in de school­ leiding. Het streven is deze verdeling te behouden. Dit sluit aan bij het wettelijk kader (WVO artikel 32c). Bij werving en selectie zal hier blijvend aandacht voor zijn, in overleg met de algemeen directeur VO.

13


Ontwikkelpunten

Beleid 2012 - 2016

Profilering In de directe omgeving van Sprengeloo zijn twee andere scholen gevestigd: Veluws College Cortenbosch, met een vergelijkbaar onderwijsaanbod en Christelijk Lyceum, met een vmbo-TL opleiding (mavo). Hierdoor is een sterke concurrentie aanwezig.

• • • • •

Het afdelingsleidersoverleg gaat wekelijks plaatsvinden. LC-docenten worden verantwoordelijk voor een bepaald beleidsgebied. Er wordt gewerkt volgens het principe plan, do, check and act. In juni worden alle activiteitenplannen aangeleverd en de jaarplanning vastgesteld. De rol van de secties wordt groter.

Ouders van vmbo-leerlingen kiezen bij voorkeur onderwijs op een hoger niveau. Sprengeloo bedient met name leerlingen aan de onderkant qua vmbo-niveau. Om het leerlingaantal te laten stijgen, zal Sprengeloo zich moeten profileren op met name het basis- en kaderniveau van het vmbo, met daarbij de juiste didactiek en pedagogiek. Verder gaat Sprengeloo in overleg met de beide scholen afspraken maken over nauwe samenwerking. Met het Christelijk Lyceum gaan we samenwerken om leerlingen van de derde en vierde klas van de TL-opleiding (mavo) een breed vakkenaanbod te bieden. Met het VC Cortenbosch wordt gesproken om samen te werken binnen de beroepsgerichte vakken. Samenwerking onder- en bovenbouw Bij de start van het huidige schooljaar is het afdelingsleidersoverleg gestart. Dit overleg moet uitgebouwd worden en de samenwerking tussen onderbouw en bovenbouw moet verbeteren. De verbeterpunten zijn: • afstemming van activiteiten • betere aansluiting van doorlopende leerlijnen • zorgvuldige vaststelling en invulling van taken als mentoraat • leerlingbegeleiding • remediale hulp

we werken volgens het principe plan, do, check, act

Vorming klankbordgroep Voor de beleidsontwikkeling binnen Sprengeloo is er behoefte aan een klankbordgroep. De commissie doorlopende leerlijnen wordt omgevormd naar een onderwijscommissie (COOS = commissie onderwijsontwikkeling Sprengeloo). Met name de LC-docenten worden hierin betrokken. Zij worden medeverantwoordelijk voor een bepaald beleidsonderdeel, waarvoor ze als trekker gaan fungeren. Hierbij denken we bijvoorbeeld aan cultuur-, reken- en taalbeleid, doorlopende leerlijnen en ICT in het onderwijs. Betere handhaving planningscyclus De planningscyclus moet beter gehandhaafd worden. Dit betekent dat van alle betrokkenen wordt verwacht dat zij doelen stellen en een activiteitenplan aanleveren bij de directie. De directie is verantwoordelijk voor de jaarplanning. Zij zorgt voor een evenwichtige verdeling van de verschillende acties over het schooljaar. 14

15


Onderwijs

Stand van zaken Sprengeloo kent vier leerwegen: • de basisberoepsgerichte leerweg • de kaderberoepsgerichte leerweg • de gemengde leerweg • de theoretische leerweg Daarnaast bieden we ook leerwegondersteunend onderwijs (lwoo). Deze extra begeleiding is in iedere leerweg mogelijk. De eerste twee leerjaren op Sprengeloo vormen de onderbouw, hier krijgen de leerlingen een goede algemene basis. Via praktijklessen maken de leerlingen ook kennis met de verschillende richtingen die in de derde klas worden gegeven. Het derde en het vierde leerjaar noemen we de bovenbouw. In de bovenbouw wordt een definitieve keuze gemaakt voor een sector of intra-sectoraal programma en kiest de leerling een bijbehorend vakkenpakket. In de bovenbouw bieden de theoretische en gemengde leerweg een brede algemene ontwikkeling. Na de derde klas kiest de leerling binnen de theoretische leerweg voor zes of zeven vakken om een diploma te halen. Het is ook mogelijk om naast zes theorievakken examen te doen in een beroepsgericht vak. Bij de gemengde leerweg wordt er examen gedaan in vijf theorievakken en een beroepsgericht vak. Met deze leerwegen kan de leerling doorstromen naar niveau 3 en 4 van het mbo. Doorstroming naar de vierde klas van de havo is mogelijk als de leerling tenminste zes theorie­ vakken heeft waaronder wiskunde en gemiddeld een 6,8 op zijn/haar eindlijst van het schoolexamen. Een en ander wordt regionaal vastgelegd in een code voor overgang van vmbo naar havo. De leerlingen die in de bovenbouw de kaderberoepsgerichte of de basisberoeps­ gerichte leerweg volgen, kunnen kiezen uit de volgende sectoren: Zorg & Welzijn, Economie en Techniek of voor een intra-sectoraal programma Sport, Dienstverlening en Veiligheid (SDV). Het verschil tussen de beide leerwegen heeft te maken met het niveau waarop de leerling leert. De doorstroom naar het mbo niveau 1, 2, 3 of 4 is afhankelijk van het niveau van leren van de leerling. Leerjaar 4 theoretisch/gemengd 3 theoretisch/gemengd 2 TG/(kaderklas) 1 TG/(kaderklas)

16

17

kaderklas kaderklas kaderklas kader-/basisklas

basisklas basisklas basisklas basisklas


Onderbouw In de onderbouw werkt Sprengeloo met leergebieden. Voor alle vakken en leer­ gebieden zijn planners (LSP) geschreven. In de onderbouw worden, afhankelijk van het niveau, meer of minder uren praktische sectororiëntatie gegeven. Hierbij kan de leerling zich oriënteren op de verschillende mogelijkheden die er zijn binnen de sectoren Techniek, Zorg & Welzijn (waaronder SDV) en Economie.

In klas 2 en 3 gaan onze leerlingen op maatschappelijke stage. In samenwerking met Wisselwerk Apeldoorn regelen we stageplekken bij bijvoorbeeld zorginstellingen, sportclubs, speeltuinen en kinderdagverblijven. De bedoeling is dat de leerlingen kennis en vaardigheden opdoen op plekken waar ze misschien niet zo gauw komen, maar waar hun hulp wel hard nodig is.

Ons streven is de leerlingen vanuit de onderbouw zonder doublure te laten door­ stromen naar de bovenbouw (klas 3). Om dit te bereiken houden we in plaats van rapportbesprekingen kwalitatieve beoordelingsgesprekken. Deze vorm van leerlingen­ besprekingen past bij de ondersteuningsstructuur van de school. We praten niet alleen over cijfers, maar kijken naar alle mogelijkheden van de leerling. De leerlingen krijgen een advies mee naar klas 3 en stromen uit naar niveau en sector.

Ontwikkelpunten

Bovenbouw In de bovenbouw worden de leerlingen qua niveau in drie groepen verdeeld: TGL, kaderberoeps en basisberoeps. Vanaf klas 3 start de planning richting het examen en werken de leerlingen met een programma van toetsing en afsluiting (PTA). Het PTA heeft een eenduidig format voor alle vakken.

we praten niet alleen over cijfers,

Voor de leerlingen in de kaderklas of in de TGL-klas is er de mogelijkheid een zevende vak te kiezen, waardoor de slagingskansen van de leerling worden vergroot. Veel van onze examens worden digitaal aangeboden.

maar kijken naar

Het streven binnen alle sectoren is om onderwijs op maat te bieden via een werk­ plekkenstructuur. Onderwijs dat het beste past bij de leerling. Ook in de bovenbouw streven we ernaar dat leerlingen zonder doublure het examen kunnen halen.

van de leerling

alle mogelijkheden

Training van docenten De afdelingsleiders zijn verantwoordelijk voor de onderwijsinhoudelijke vormgeving, waarbij de docenten vorm en inhoud geven aan het onderwijs zelf. Binnen de afdelingen zoeken we momenteel opnieuw naar een goede balans in het onderwijs­ aanbod passend bij het huidige leerlingenaantal. Daarbij zal er extra aandacht zijn voor uitbreiding van de gereedschapskist van de docent op het gebied van didactiek, kennis van leren en vaardigheden. Hierdoor wordt de docent vaardiger en kan hij het geleerde inzetten in de lessituatie. Naast scholing wordt ook coaching en intervisie ingezet. Aanpassing onderwijsprofiel Het onderwijsprofiel van Sprengeloo staat ter discussie. Het is nu in de onderbouw nog teveel een zorgschool en in de bovenbouw te weinig vakschool. De directie zal in samenwerking met de onderwijscommissie van de school, onderzoek doen naar een beter passend onderwijsprofiel voor Sprengeloo. Aandachtspunten zijn de gemengde en theoretische leerweg en het leerwerktraject. Bij de aanname van leerlingen wordt specifiek gekeken of de leerling in staat is een diploma te gaan halen. Bij twijfel wordt er eerst uitgebreid onderzoek gedaan. Het bieden van leerwegondersteunend onderwijs betekent niet dat alle ‘zorgleerlingen’ aangenomen kunnen worden. De dakpanstructuur van de eerste twee leerjaren blijft gehandhaafd. Wel wordt onderzocht hoe deze leerlingen doorstromen naar de bovenbouw, omdat nu veel leerlingen doubleren in klas 3.

Stages Binnen Sprengeloo zien we stage als een goede mogelijkheid om leerlingen te laten ervaren hoe het er in de maatschappij aan toe gaat. Ze leren van vrijwilligers, ze ‘snuffelen’ aan wat werk inhoudt en ervaren wat je bij een beroep allemaal moet doen. Zo leren ze wat bij hen past en dat motiveert.

De praktische sectororiëntatie in de onderbouw zal beter worden afgestemd op de leerling, waarbij de keuzemogelijkheden worden beperkt en het aanbod wordt verbreed. Dat lijkt in tegenspraak met elkaar maar de intentie is dat alle leerlingen alle mogelijkheden aangeboden krijgen.

De stage binnen ons onderwijs kent de volgende opbouw: we hebben maat­schap­ pelijke stage in de klassen twee en drie. In klas 3 kennen we een oriënterende stage en in klas 4 een beroepsgerichte stage. Om de stage goed te kunnen organiseren kiezen we voor stageweken. Deze weken zijn in de jaarplanning van de school opgenomen.

18

19


Beleid 2012 - 2016

Commissie doorlopende leerlijnen Binnen Sprengeloo is in de afgelopen jaren hard gewerkt om meer samenhang te creëren tussen onderbouw en bovenbouw. Daarvoor is een commissie doorlopende leerlijnen ingesteld. Uit de rapportage zijn als ontwikkelpunten overgenomen: • onderbouw en bovenbouw beter op elkaar aansluiten; • versterken van het sectieoverleg om doorlopende leerlijnen te bevorderen; • instellen van lesbezoek en zelfonderzoek (bevragen van collega’s en leerlingen over je eigen gedrag) als onderdeel van de personeelsgesprekken en beoordelings­ gesprekken; • prioriteit geven aan het lesgeven binnen het taakbeleid. Overleg in de bovenbouw De beide afdelingsleiders zoeken naar een goede manier om overleg tussen docenten te laten plaatsvinden in de bovenbouw. Samen blijven ze de bovenbouw vormgeven zodat de structuur in de bovenbouw past bij de structuur van de onderbouw.

naast behaalde resultaten wordt er

Ontwikkelingen in de bovenbouw Binnen de sector economie zijn we bezig het intra-sectorale programma Handel en Administratie in te voeren. Het programma voor Sport, Dienstverlening en Veiligheid wordt doorontwikkeld net als de programma’s voor Techniek op maat en Zorg & Welzijn breed. Het leerwerktraject wordt alleen ingezet om leerlingen kansen te bieden om een diploma te halen, een startkwalificatie voor het vervolgonderwijs. Deze vorm van onderwijs wordt pas in het vierde leerjaar ingezet.

vooral gekeken naar de ontwikkel­ mogelijkheden van de leerling

Alle stages in de verschillende leerjaren worden beter op elkaar afgestemd en inhoudelijk verbeterd. De samenwerking met het mbo moet worden versterkt. De verschillende sectoren zullen zelf deze aansluiting met het vervolgonderwijs en het bedrijfsleven moeten profileren. Een mogelijkheid om dit te doen, is het aangaan van contractactiviteiten met verschillende bedrijven. Zij kunnen gebruikmaken van de faciliteiten die de school biedt om hun werknemers te scholen.

20

• V  oor alle vakken en leergebieden zijn er planners (onderbouw LSP en bovenbouw PTA). • De planning wordt opgenomen in een elektronische leeromgeving. • Praktische Sector Oriëntatie wordt aangepast zodat alle leerlingen zoveel mogelijk met alle sectoren in aanraking komen. • De leerlingbesprekingen zijn kwalitatief: naast behaalde resultaten wordt er vooral gekeken naar de ontwikkelmogelijkheden van de leerling, onderwijs op maat. Hiervoor gebruiken we in onderbouw en bovenbouw hetzelfde leerlingenformulier. • We blijven voor GTL en kader een 7e vak aanbieden. • Maatschappelijke stage blijft aangeboden in klas 2 en klas 3. Hierdoor wordt actief burgerschap en sociale integratie vormgegeven. Naast deze stage biedt Sprengeloo in de activiteitenweken ook veel gelegenheid voor sociale integratie. • Alle docenten breiden hun repertoire qua didactiek uit (scholing: de vijf rollen van de leraar). • De docent zorgt voor een veilig en prettig leerklimaat. • De docent heeft kennis van leren en helpt leerlingen gericht in hun leerproces. • De docent heeft kennis van de verschillende leerlingen (ondersteuningsprofiel en handelingsplan) en kan daar adequaat mee omgaan en de juiste ondersteuning bieden. • De docenten en de leerlingen maken gebruik van ICT en ICT-toepassingen in hun leren. • De verschillende algemene vaardigheden die de leerlingen moeten gebruiken binnen het onderwijs zijn algemeen bekend en de communicatie hierover is helder (schrijven van een werkstuk, gebruikmaken van informatiebronnen, maken van een collage, houden van een spreekbeurt, rekenvaardigheden, leesprotocol etc.). De eisen die hieraan gesteld worden zijn per leerjaar gelijk maar qua niveau verschillend en worden uniform toegepast. • De vaksecties geven specifiek aan hoe zij inhoud geven aan de leerlijn algemene vaardigheden en informatievaardigheden binnen hun curriculum. • Het geven van cijfers is binnen de vaksectie op elkaar afgestemd. De beoordeling gebeurt niet alleen op cijfers. • Het overgangscijfer heeft een voorspellende waarde voor het volgende leerjaar. • Het rendement van met name de derde klas en de examens moet omhoog van gemiddeld naar bovengemiddeld. • De commissie doorlopende leerlijnen wordt de commissie onderwijsontwikkeling Sprengeloo (COOS). Deze commissie bestaat uit alle LC-docenten met ieder een specifiek aandachtsgebied.

21


Taal- en rekenbeleid

Om de prestaties van leerlingen op het gebied van taal en rekenen te verbeteren, zijn vanuit de overheid richtlijnen ontwikkeld. In deze richtlijnen staat omschreven wat leerlingen moeten kunnen en kennen op bepaalde momenten in hun schoolcarrière. Deze richtlijnen zijn de zogenaamde referentieniveaus. Alle richtlijnen samen vormen het referentiekader voor taal en rekenen. Dit referentiekader vormt de basis voor doorlopende leerlijnen taal en rekenen. Het taaldomein bestaat uit: • mondelinge taalvaardigheid • leesvaardigheid • schrijfvaardigheid • begrippenlijst en taalverzorging

Het rekendomein bestaat uit: • getallen • verhoudingen • meten en meetkunde • verbanden

Bij zowel taal als rekenen zijn er vier basisniveaus (F-niveaus) binnen het referentiekader. Deze niveaus zijn gekoppeld aan de volgende vier momenten in de schoolloopbaan van elke leerling: • niveau 1F: einde van de basisschool; • niveau 2F: einde van het vmbo (basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg) en einde mbo-2 en mbo-3; • niveau 3F: einde van de havo en einde mbo-4; • niveau 4F: einde van het vwo. Werkgroep taal en rekenen Op 28 september 2010 heeft Sprengeloo een werkgroep ingesteld om een start te maken met de oriëntatie op de ‘Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen’. Doel van deze werkgroep was: • bewust worden van de noodzaak van taal- en rekenbeleid en ervaren dat er een noodzaak is om taal- en rekenbeleid te doordenken; • belang inzien dat een vernieuwd taal- en rekenbeleid een kans biedt tot verbetering van het leerrendement en onderwijsaanbod; • betrokken raken bij deze ontwikkeling en hierin verantwoordelijkheid nemen; • advies geven aan de directie over het taal- en rekenbeleid op Sprengeloo. Het lijkt wenselijk met ingang van het schooljaar 2012-2013 over te gaan tot het faciliteren van de taken ‘rekencoördinator’ en ‘taalcoördinator’, of ‘reken- en taalcoördinator’. De coördinatoren hebben zeker werk voor de komende vijf jaar. Drie jaar tot de eerste taal- en rekenexamens en twee jaar voor de nazorg. Bij het taal -en rekenbeleid zijn veel partijen betrokken: de schoolleiding, docenten, leerlingen en de werkgroep taal en rekenen. Het zou wenselijk zijn dat ook ouders en basisschoolleerkrachten een rol krijgen. 22

23


Stand van zaken

Beleid 2012 - 2016

Bij de aanname van leerlingen nemen we TPVO-toetsen af. Dit zijn taal- en reken­ toetsen om het instapniveau van de leerling te bepalen. Er vindt een dossier­analyse plaats en er worden handelingsplannen voor de leerlingen geschreven. Halverwege klas 2 doen we mee aan de Cito-toetsen en binnen de methode van wiskunde wordt specifiek aandacht besteed aan rekenonderdelen.

• T aal- en rekenbeleid krijgt vorm door goede afspraken met de verschillende secties te maken. • Binnen het lesrooster zoeken we naar extra tijd voor taal en rekenen. • Er komt een taalcoördinator en een rekencoördinator en Sprengeloo maakt gebruik van onafhankelijke taal- en rekentoetsen.

De resultaten en de conclusies van de diagnostische toetsen (2010-2011) zijn in ieder geval dat op dit moment vrijwel geen leerling in klas 2 en 3 voldoet aan de eisen van niveau 2F. Sterker nog, het overheersende beeld is dat veel leerlingen niveau 1F niet beheersen. Lezen is hierbij een positieve uitzondering. Deze toets wordt door veel leerlingen op 2F-niveau gemaakt en gehaald. Door ervaringen die opgedaan worden met de nieuwe toetsen zullen de toetsen mogelijk bijgesteld worden, maar de vakinhoudelijke thema’s zullen waarschijnlijk niet wijzigen. Dit maakt een vergelijk met het aanbod uit de methodes zeker zinvol.

om de prestaties van

Ontwikkelpunten

rekenen te

• T oevoegen van een reken- en taaluur voor de klassen 1-4. Het gaat dan vooral om elementaire rekenkundige bewerkingen, spelling, grammatica en luisteren. • Mogelijk invoeren van reken- en taalthemadagen binnen activiteitenweken om specifieke thema’s uitgebreid te behandelen. • Afstemmingsoverleg en vergelijk van methodes en didactische aanpak met leerkrachten groep 8 van verschillende basisscholen. • Prioriteiten stellen binnen de lesstof die de methodes bieden, uitgangspunt examencriteria en 2F-criteria. Binnen de sectie een doorlopend leerplan uitwerken. • Vakinhoudelijke afstemming en goede overdracht van wiskunde en Nederlands in klas 2 en 3. • Herintroduceren van een werkgroep die zich bezighoudt met het taal- en rekenbeleid binnen de school onder leiding van een coördinator die de secties aanstuurt op dit punt. • Introduceren van reken- een taaldossiers. Toetsen/remediëring etc.

24

leerlingen op het gebied van taal en verbeteren, zijn vanuit de overheid richtlijnen ontwikkeld

25


Cultuurbeleid

Bij de kunstvakken verdiepen en verbreden leerlingen hun kennismaking met kunst足 zinnige en andere culturele uitingen. Zij verkennen en onderzoeken daarbij hun eigen productieve mogelijkheden. Bovendien leren ze oog te krijgen voor kunstzinnige en culturele diversiteit in de Nederlandse samenleving en de diverse culturen in de wereld.

Stand van zaken In de onderbouw zijn er keuzes uit de kunstzinnige disciplines muziek, dans, drama en de beeldende vakken handenarbeid, tekenen, textiele werkvormen en audiovisuele vorming. De leerlingen ontwikkelen vaardigheden in het gebruik van verschillende technieken. Ze leren de mogelijkheden van de verschillende kunstzinnige disciplines gebruiken. De leerlingen verkennen verschillende functies van kunst: uitdrukken van eigen gevoelens en ervaringen, vormgeven aan verbeelding en leren communiceren door middel van beeld, geluid en (lichaams)taal. Ze leren hun kunstzinnig werk op een toegankelijke wijze aan anderen te presenteren en over het ontwerpproces te communiceren. Daarbij en bij het gebruik van bronnen wordt de computer als hulpen communicatiemiddel gebruikt. Leerlingen leren de beelden die ze om zich heen vinden in de maatschappij (denk aan computer, telefoon, reclame, tv) beter begrijpen of in ieder geval beter te plaatsen. Kennismaken met kunstuitingen Behalve zelf vormgeven, is kennismaken met de kunstzinnige en culturele uitingen van anderen van belang. Dat geldt voor het werk van medeleerlingen, maar ook voor dat van professionele kunstenaars. Bij de kunstvakken horen daarom ook bezoeken aan tentoonstellingen en uitvoeringen. Ervaringen met het eigen werk en het werk van anderen kunnen in een kunstdossier worden vastgelegd met behulp van schriftelijke, visuele of auditieve middelen. Omgaan met media In onze maatschappij zijn leerlingen overgeleverd aan beelden die ze op verschillende manieren voorgeschoteld krijgen. Op tv, op straat, op het internet, via telefoon en reclame. Leerlingen hebben er baat bij te weten hoe ze beelden moeten lezen, hoe ze beelden kunnen gebruiken en hoe ze bewust met die beelden kunnen omgaan. De kunstvakken kunnen zorgen voor een belangrijk onderdeel van de vorming van de leerlingen tot een zelfbewust mens, die zijn plek in de samenleving kent. Daar waar andere vakken leren dat er verschillende manieren zijn om tot dezelfde oplossing te komen (het antwoord op een som bijvoorbeeld), leren de leerlingen bij deze vakken dat er verschillende oplossingen zijn. 26

27


Ontwikkelpunten

Beeldende vakken Op dit moment is beeldende kunst binnen de onderbouw goed aanwezig. Er is een goede samenwerking tussen de beeldende vakken. In de onderbouw is er een eigen geschreven lesmethode die thematisch verschillende onderwerpen behandelt. Deze lessen worden in alle onderbouwklassen gegeven, met natuurlijk aanpassingen per klas en niveau.

• Een verankering van kunst- en cultuureducatie binnen Sprengeloo. • Op school zijn goede culturele activiteiten, in een doorlopende leerlijn naar de bovenbouw met CKV. • De kunstvakken hebben een brede basis in de onderbouw. In de bovenbouw is het mogelijk examen te doen in een kunstvak. • Onderzoeken welke kunstvakken examenvak worden. • Formuleren van faciliteiten, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van een cultuurcoördinator. • Onderzoeken of we verdergaan met de CJP Cultuurkaart. • Eigen schoolbudget reserveren voor kunst en cultuur. • Ouder- of leerlingenbijdrage verhogen. • Fondsen, subsidies en/of sponsoring zoeken.

Deze methode wordt per schooljaar in overleg aangepast. Het is een kader waar­ binnen de docenten naar eigen inzicht mogen variëren. In de bovenbouw is dit minder, omdat beeldende kunst daar bijna geen plek heeft. De leerlingen die beeldende vakken krijgen in de bovenbouw, maken opdrachten die gericht zijn op de richting die ze gekozen hebben. Echter, er zijn meer leerlingen die baat hebben bij beeldende vakken in de bovenbouw. Continuïteit in de kunstvakken Als de kunstvakken een vast onderdeel uitmaken van de hele lessentabel, dan is er tijd om aandacht te besteden aan het ambachtelijke, de reflectie en de inhoud van de kunst. Daarnaast is er beslist tijd nodig om de leerlingen een eigen ontwikkeling door te laten maken, door te werken aan eigen werkstukken, samen te werken aan werkstukken, te leren evalueren en presenteren. Dit alles heeft pas een duidelijke ontwikkeling als er vier jaar lang gewerkt wordt aan de vakken, al dan niet als examenvak. Voor de duidelijkheid, CKV is geen doorlopende leerlijn van tekenen, handvaardigheid of muziek. We maken graag gebruik van de mogelijkheid leerlingen in de bovenbouw te laten kiezen voor een kunstvak; de ontwikkeling die de leerlingen maken is dan eerst breed, met aandacht voor het ambacht en de theorie. Daarna gericht op één van de kunstvakken. De directie wil graag continuïteit van de kunstvakken, ook buiten de examenvakken om, voor een goede ontwikkeling van elke leerling en met extra aandacht voor de beroepsprofielen waar de kunstvakken een nog grotere toegevoegde waarde hebben. Culturele activiteiten Tot nu toe werden de meeste culturele activiteiten georganiseerd door mensen die zich bezighouden met de kunstvakken. Dit is niet noodzakelijk en het is ook aan te raden andere vakken erbij te betrekken. Zo moet het cultureel erfgoed een duidelijke plek krijgen binnen het cultuuronderwijs, de literatuur, geschiedenis etc. Dit geheel vormt een doorlopende leerlijn met het vak CKV in de bovenbouw (zoals tekenen, handvaardigheid en muziek). Een school waar culturele activiteiten een grote rol spelen, is een school waar leerlingen zich betrokken voelen bij de school en bij elkaar. 28

Beleid 2012 - 2016 Kunst- en cultuureducatie is onderdeel van het scholingsaanbod van Sprengeloo.

behalve zelf vormgeven, is kennismaken met de kunstzinnige en culturele uitingen van anderen van belang

29


Mediatheek

Stand van zaken De mediatheek wordt met name gebruikt om leerlingen toegang te geven tot allerlei informatiebronnen. Op deze wijze is de mediatheek een aanvulling op het lesaanbod van de school. Een conciĂŤrge, speciaal belast met de mediatheek, houdt toezicht.

Ontwikkelpunten Momenteel is de mediatheek alleen maar een ruimte waar onder toezicht kan worden gewerkt op een computer. De mediatheek zou naast deze functie een plek moeten zijn waar leerlingen kunnen studeren en werkstukken kunnen maken. Dat zal betekenen dat de openingstijden moeten worden aangepast en Sprengeloo met behulp van vrijwilligers toezicht in de mediatheek moet gaan regelen. Als deze randvoorwaarden gecreĂŤerd kunnen worden, kan de functie van de mediatheek inhoudelijk worden uitgebreid.

Beleid 2012 - 2016 De mediatheek wordt een ruimte om te studeren, werkstukken te maken en informatie te verzamelen via de computer.

30

31


Pedagogisch klimaat

Het pedagogisch klimaat is de manier waarop mensen in Sprengeloo met elkaar een school willen zijn, met als doel samen te leven, elkaar te ontmoeten en verder te ontwikkelen. Voor Sprengeloo betekent dit dat we elkaar zien staan, dat we samen­ werken en iets betekenen voor de wereld om ons heen. Dit doen we vanuit een christelijke identiteit. Het bieden van kansen aan een ander is prioriteit.

Stand van zaken Wat wij verwachten Sprengeloo gaat uit van het basisprincipe dat leerlingen, werknemers en ouders werken, leren en omgaan met respect voor de ander. Sprengeloo is helder in de afspraken en regels die op school gelden. Vanuit de afspraken waarin de omgang met elkaar wordt beschreven, zijn huishoudelijke regels opgesteld. De afspraken zijn verwoord in de schoolgids, op de site, in het leerlingenstatuut en op posters. Ze komen ook terug in de jaarlijkse schoolinfo. Afspraak = afspraak We verwachten van elkaar dat we ons houden aan de gemaakte afspraken. Naast de regels en afspraken die ieder jaar aan alle leerlingen worden uitgedeeld, ontvangt het personeel ook ieder jaar een protocol. De regels en afspraken worden zowel schriftelijk als digitaal aangeboden. Anti-pestbeleid In leerjaar 1 wordt in de klas onder leiding van de mentor een pestprotocol ontwikkeld. Ook in hogere leerjaren wordt er zo nodig aandacht besteed aan dit onderwerp. Pesten heeft grote invloed op het welzijn van de leerlingen. In voorkomende gevallen wordt er actief ingegrepen door docenten, mentoren en leerlingbegeleiders. Van leerlingen en ouders verwachten wij dat zij pestgedrag melden, of het nu gaat om pestgedrag tegen henzelf of tegen een klasgenoot. Contact met ouders / verzorgers Het is belangrijk voor de ontwikkeling van de leerling dat ouders/verzorgers en de school samen de zorg voor de leerling hebben. Daarom houden mentoren, leerling­ begeleiders en docenten contact met thuis via de telefoon, mail of een ontmoeting op school. Korte lijnen onderhouden en ouders aanmoedigen contact op te nemen is een basisinstelling. Iedere 5 á 6 weken heeft de mentor in de onderbouw, indien nodig, een gesprek op school met ouders/verzorgers. Incidenteel gaat een mentor op huisbezoek.

32

33


Structuur leerlingenbesprekingen Iedere periode van ongeveer 4 á 6 weken worden de leerlingen besproken in een vergadering met alle betreffende docenten. Docenten, mentoren, leerlingbegeleiders dragen van tevoren leerlingen voor. In de vergadering wordt de situatie van een leerling besproken en afgesproken welke acties er eventueel ondernomen moeten worden. Zo nodig is er een terugkoppeling naar de ouders/verzorgers. Het groeps­ handelingsplan en de individuele handelingsplannen van de leerlingen vormen de basis voor de besprekingen.

Magistergebruik Niet alleen de afwezigheid van leerlingen wordt in Magister geregistreerd. Ook de resultaten van de leerlingen bij de verschillende vakken worden erin opgenomen evenals testresultaten, afspraken met de ouders/verzorgers en opmerkingen en observaties van docenten, mentoren, leerlingbegeleiders, coördinatoren, afdelings­ leiders en school maatschappelijk werk. Dossiervorming om zo adequate onder­ steuning te kunnen geven, is hierbij het doel.

Leerlingenopvang Leerlingen die de gang van zaken in de les verstoren of die zich niet houden aan de afspraken, worden door de docent naar de leerlingenopvangruimte gestuurd. Hij/zij wordt daar opgevangen door een medewerker en krijgt daar de kans om te verwoorden wat volgens zijn/haar visie de oorzaak is van de verwijdering uit de les. De leerling gaat in de opvangruimte rustig aan het werk. Vlak voor het einde van het lesuur gaat de leerling terug naar zijn docent. Er volgt een maatregel van de docent. Dit kan zijn een (corrigerend) gesprek op dat moment of op een later tijdstip, strafwerk maken of op een ander tijdstip extra tijd op school verblijven.

Sterke punten

verzuim kan een signaal­functie hebben en duiden op sociaal-emotionele

Aan- en afwezigheid We verwachten van leerlingen dat zij volgens hun lesrooster en afspraken op school aanwezig zijn, behoudens ziekte en geoorloofd (goedgekeurd) verlof. Afwezigheid, te laat komen en verwijdering uit de les van leerlingen wordt door de docent per lesuur genoteerd via het Magister, het leerlingenadministratiesysteem.

problemen in of buiten de school

Na de digitale melding neemt de verzuim­coördinator contact op met de ouders van afwezige leerlingen. Ook bij ziekte wordt er na een dag contact opgenomen met de ouders. Mentoren/leerlingbegeleiders ondernemen de afgesproken stappen. Na negen keer te laat of afwezigheid of tussen de 9 en 16 uur verzuim, wordt er een melding gedaan naar de leerplicht­ambtenaar en volgt er een preventief gesprek op school. De verzuimmeldingen verlopen via DUO. De reden van het scherp in de gaten houden van verzuim vindt zijn oorsprong in de zorg voor de leerling. Verzuim kan een signaal­ functie hebben en duiden op sociaal-emotionele problemen in of buiten de school. Gebleken is immers dat het vroeg signaleren van kortstondig verzuim, langdurig spijbelen en voortijdig schoolverlaten kan voorkomen.

34

• M  edewerkers gaan uit van kansen en mogelijkheden van leerlingen en hebben een sterke drive leerlingen zover mogelijk te brengen. • Aanscherping van het verzuimbeleid door betere registratie, intensievere samenwerking met de leerplichtambtenaar en de aanstelling van een verzuimcoördinator op Sprengeloo leveren goede resultaten op. In twee jaar tijd is het verzuim met 40% verminderd. • Magister wordt intensief gebruikt door docenten, begeleiders en administratief personeel. • Er zijn korte contactlijnen met ouders/verzorgers. In de onderbouw door de mentorstructuur en in de bovenbouw door mentor/ leerlingbegeleiders. In de onderbouw heeft de mentor iedere 5 á 6 weken een gesprek met ouders/ verzorgers op school. • In de bovenbouw bestaat een heldere taakafbakening voor mentor/ leerling­ begeleider. Doordat zowel mentor als leerlingbegeleider een leerling in het oog houden, wordt de zorg voor een leerling geborgd. • Men is in de onderbouw zeer tevreden over de invulling van de mentorlessen en de activiteitenweken wat betreft pedagogische thema’s. • Door dossieranalyse van instromende leerlingen en aanvullende toetsing verloopt de aanvraag van LWOO-beschikkingen efficiënt.

Ontwikkelpunten • Er moet een heldere en gedragen visie voor pedagogisch handelen komen. Docenten zijn hierop aanspreekbaar. Het pedagogisch bewustzijn van een aantal docenten moet opgefrist worden. • Vanuit deze pedagogische visie moet de inrichting van de aula en algemene ruimtes worden aangepast. De komende jaren wordt hierin geïnvesteerd. • De rust en reinheid in en om het gebouw moet vergroot worden, toepassing en handhaving van regels en afspraken speelt een cruciale rol. 35


• L eerlingen kunnen meer gestimuleerd worden in verantwoordelijkheidsbesef en eigenaarschap van de school. Een zekere mate van trots om op Sprengeloo te zitten moet actief gestimuleerd worden. • Er mist een specifiek doelgroepenbeleid voor culturele groepen (kermis- en kampleerlingen, leerlingen in achterstandsmilieus). • Een heldere visie voor de positie van de gastleerlingen van het Christelijk Lyceum ontbreekt. Een mogelijkheid tot samenwerking zou onderzocht kunnen worden.

Beleid 2012 - 2016 • W  e zullen ons jaarlijks bezinnen over onze afspraken: een evaluatie aan het einde van ieder schooljaar en een presentatie van de afspraken aan het begin van ieder schooljaar. • Door te kijken naar onderwijs zal er in de personeelsgesprekken veel gesproken worden over het didactisch en pedagogisch handelen van de docent. • Door scholing (de vijf rollen van de leraar) bieden we onze medewerkers mogelijkheden om hun competenties op het gebied van begeleiden en coachen van leerlingen te verbeteren. • Alle regels en afspraken zijn voor alle betrokkenen van Sprengeloo makkelijk te vinden op de s-schijf. • Sprengeloo doet mee aan Vensters voor Verantwoording en Intensivering Schoolouderbetrokkenheid VO, in het bijzonder in relatie tot allochtone en laagopgeleide ouders. We participeren in verschillen leerkringen.

36

Sprengeloo gaat uit van het basisprincipe dat leerlingen, werknemers en ouders werken, leren en omgaan met respect voor de ander

37


Ondersteuning en begeleiding

Door veranderingen in de maatschappij en de wisselende eisen die aan jongeren worden gesteld, krijgt de school steeds meer te maken met leerlingen die dreigen vast te lopen en daarom extra ondersteuning en aandacht nodig hebben. De school vervult een belangrijke functie in het signaleren, begeleiden en vaak ook oplossen van hun problemen. Daarnaast wil Sprengeloo een veilige school zijn waar kinderen in een veilige omgeving en in een goed pedagogisch klimaat aan hun toekomst kunnen werken. Wij omschrijven onze doelstelling van ondersteuning voor de leerling als volgt: ‘Het geheel aan activiteiten, die ten doel hebben leerlingen met een hulpvraag passend te ondersteunen, zodat zij met een doorstroomkwalificatie de school verlaten.’

Stand van zaken De structuur van de leerlingbegeleiding is beschreven in het ondersteuningsplan van Sprengeloo. De structuur is erop gericht om begeleiding zo vroeg en laagdrempelig als mogelijk is in te zetten. Dit preventieve karakter komt met name tot uiting in de centrale rol van de mentor en van het Expertisepunt in school. Hier vindt niet alleen kortdurende hulpverlening plaats, maar ook de procesregie van Zorg Advies Teamcasussen wordt hier gevoerd. Daarnaast is een belangrijk speerpunt het vergroten van de professionaliteit van docenten op het gebied van de leerlingenbegeleiding. Omdat preventief werken centraal staat, zijn de competenties van de eerstelijnsfunctionaris van groot belang. In de onderbouw is ervoor gekozen te werken met een mentorenstructuur. Dit houdt in dat alle begeleiding van leerlingen in de eerste lijn bij de mentor thuishoort. In de bovenbouw zijn er naast mentoren ook leerlingbegeleiders. Zij stemmen af wie welke begeleiding op zich neemt. We vinden het belangrijk dat hulpvragen snel en accuraat opgepakt worden. Alle functionarissen binnen de leerlingen­begeleiding werken dan ook zo laagdrempelig mogelijk. Zo voorkomen we vaak dat de problematiek groter wordt, waardoor er een grotere aanspraak gemaakt wordt op de hulpverlening. Ouders spelen een belangrijke rol in de ondersteuning van onze leerlingen. Door middel van structurele en frequente oudercontacten spreken we hen aan op hun verantwoordelijkheid.

38

39


Sterke punten Het Zorg- en AdviesTeam Sprengeloo kent een schoolgebonden Zorg- en Advies Team (ZAT). Het ZAT voert de afspraken uit die in het gemeentelijk ZAT-convenant zijn vastgelegd. Binnen het Samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs werken we samen aan de instand­ houding en verbetering van de ZAT’s in de regio. Ieder jaar wordt de kwaliteit en kwantiteit van onze handelingen en afspraken geëvalueerd. Dit gebeurt zowel regionaal als schoolspecifiek. De uitkomsten hiervan leiden tot verbeter- en ontwikkelpunten voor het nieuwe schooljaar. Het ZAT-team hanteert een eigen dossiervorming die gekoppeld is aan ons leerlingenadministratiesysteem Magister.

een belangrijk speerpunt is het vergroten van de professionaliteit van

School Maatschappelijk Werk Een aantal dagen in de week is een maatschappelijk werker van Maatschappelijke Dienstverlening Veluwe (MDV) aanwezig op Sprengeloo. De maatschappelijk werker verzorgt kortdurende oplossingsgerichte therapie en ontvangt leerlingen en ouders met vragen. Daarnaast fungeert de maatschappelijk werker als consultant voor het personeel van Sprengeloo. Zo proberen we duurzaam te investeren in de professionaliteit van ons docententeam.

docenten op het gebied van de leerlingenbegeleiding

Expertisepunt Sprengeloo kent een Expertisepunt als schoolinterne voorziening. Het Expertisepunt is er voor de leerling, docent en ouder. In het Expertisepunt begeleiden we leerlingen met een leerlinggebonden financiering. Ook begeleiden we hier leerlingen die een interne indicatie hebben, bijvoorbeeld faalangstreductietraining, sociale vaardig­ heidstraining of studiebegeleiding. Het Expertisepunt is in principe van maandag 8.00 tot vrijdag 16.00 uur bemenst. Hierdoor is er altijd een plek waar leerlingen terecht kunnen voor een time-out, ondersteunende gesprekken of het inhalen van schoolwerk.

Remediale Hulp Op basis van het onderwijskundig rapport van de basisschool en de instaptoetsen van Sprengeloo verzamelen we leerlingkenmerken omtrent intelligentie en leer­ vorderingen. Deze data worden geanalyseerd door de leden van het remediale hulpteam en de dyslexiespecialist. Zo kunnen de leerlingen meteen al in het eerste schooljaar gepaste ondersteuning krijgen. De ondersteuning kan individueel ingezet worden, door de verschillende RH-leden op speciale momenten in het lesrooster, maar ook klassikaal. De begeleiding in de onder­­bouw is intensiever dan in de bovenbouw. Verder is de begeleiding in de onderbouw meer gericht op de groep, terwijl deze begeleiding in de bovenbouw meer individueel gericht is. Dyslexie Meteen bij binnenkomst screent onze dyslexiespecialist alle leerlingdossiers. Zowel leerlingen met een dyslexieverklaring als leerlingen met grote leerachterstanden op de talige domeinen kunnen van meet af aan rekenen op passende ondersteuning en compensatie. Verzuimcoördinatie Sinds januari 2010 werken we met een verzuimcoördinator. Door zeer nauwgezet contact met de leerplichtambtenaar is onopgemerkt ongeoorloofd verzuim op Sprengeloo niet meer mogelijk. Door preventieve gesprekken van de leerplicht­ ambtenaar bij signaalverzuim, hebben we een goed overzicht van potentiële ‘thuiszitters’. Hier zijn dan ook duidelijke afspraken over gemaakt. Op twee momenten per dag wordt de absentie geadministreerd. Als een leerling zonder bekende reden afwezig is, wordt er contact opgenomen met de ouders/verzorgers.

Ontwikkelpunten Studiebegeleiding De studiebegeleiding wordt op dit moment vaak ingezet als ‘huiswerkklas’. De komende jaren willen we investeren in het ‘leren leren’ als thema bij de studiebegeleiding.

Leerlingen die mogelijk in aanmerking komen voor een clusterindicatie en/of beschikking, worden opgevangen binnen ‘het voortraject’. Hier worden leerlingen en ouders begeleid naar een plekje binnen het Expertisepunt. Ook zorgt het Expertise­ punt voor het benodigde papierwerk voor de aanvraag van een beschikking.

Remediale hulp (RH) Het is belangrijk dat de mogelijkheden voor individuele leerwegondersteuning en RH in de bovenbouw beter benut worden. Communicatie speelt hierbij een rol, maar ook de beschikbare formatie. De komende jaren willen we onderzoeken op welke wijze we een functionele toepassing van de RH in de bovenbouw kunnen bewerkstelligen.

De leerkrachten van het Expertisepunt proberen met hun inbreng in de leerling­ besprekingen te investeren in de professionaliteit van docenten waar het om bijzondere doelgroepen gaat.

40

41


Ondersteuningsprofiel (was zorgprofiel) Voor ‘passend onderwijs’ is het van belang dat scholen een ondersteuningsprofiel opstellen, waarin de mogelijkheden en beperkingen van de leerlingbegeleiding inzichtelijk worden gemaakt. Sprengeloo werkt aan een profiel, samen met de andere scholen voor voortgezet onderwijs binnen het samenwerkingsverband. Kennis en vaardigheden mentoren en leerlingbegeleiders Het professioneel handelen binnen de kaders van het ondersteuningsbeleid op Sprengeloo is voor veel mentoren/leerlingbegeleiders een hele uitdaging. Het (h)erkennen van de grenzen van onze leerlingbegeleiding is hierbij een ontwikkelpunt. Handelingsplannen Het schrijven van een individueel of groepsgewijs handelingsplan is voor veel docenten nieuwe materie. Hier moet sterk in geïnvesteerd worden, ondanks dat het onderwerp is geweest van het scholingstraject ‘master of special educational needs’ dat hogeschool Windesheim in-company aangeboden heeft.

ouders spelen een

Specifieke doelgroepen Tijdens ontwikkelgesprekken met docenten blijkt dat er behoefte is aan het vergroten van de competenties voor specifieke doelgroepen. Denk hierbij aan leerlingen met gedragsproblematiek, autisme aanverwante stoornissen, complex gehandicapte kinderen en leerlingen met een ernstige vorm van dyslexie/dyscalculie.

belangrijke rol in de ondersteuning van onze leerlingen

Beleid 2012 - 2016 • • • •

J aarlijks wordt het ondersteuningsplan van Sprengeloo geactualiseerd. De taak van de mentor wordt geëvalueerd. Het Expertisepunt wordt geïmplementeerd. Rekenbeleid en taalbeleid wordt ingebed in alle vakken, met extra aandacht voor dyslexie en dyscalculie. • Scholing van docenten om goed om te gaan met specifieke doelgroepen vanuit het Expertisepunt. • Remediale hulp wordt ingezet voor alle leerlingen van Sprengeloo.

42

43


Personeelsbeleid

Stand van zaken Vanuit de missie en visie van Sprengeloo werven we medewerkers die de identiteit van de school mede kunnen dragen. Van de huidige medewerkers verwachten wij dat ze de identiteit van de school mede helpen vormgeven. Uitgangspunt voor het personeelsbeleid op Sprengeloo is ‘kijken naar onderwijs’. Het personeelsbeleid is natuurlijk in lijn met de doelen die de organisatie stelt: integraal personeelsbeleid. Binnen Sprengeloo staat het leren van de leerlingen maar ook van de docenten centraal. We willen als organisatie een lerende organisatie zijn. Het succes van Sprengeloo is in zeer grote mate afhankelijk van de mensen die in deze organisatie werken. Kijken naar onderwijs Binnen Sprengeloo denkt iedereen na over kwaliteit en leert iedereen wat het primaire proces inhoudt. ‘Kijken’ en ‘het erover hebben’ zijn sleutelbegrippen bij dit proces. Deze manier van werken zal een belangrijke bijdrage leveren aan wederzijds vertrouwen en gezamenlijk werken en aan kwaliteitsgroei. Er zijn allerlei modellen, checklists, competentiematrices en toetscriteria over kwaliteit, maar wij denken dat dat niet de essentie van kwaliteit weergeeft. Een begrip als lesbezoek dekt hier dan ook niet de lading. Liever spreken we van ‘kijken naar onderwijs’, met als doel beter te begrijpen en daardoor beter te worden en uiteindelijk het (waar)borgen van goed onderwijs. Het gaat hier niet in de eerste plaats over beoordelen van functioneren, maar het gaat vooral om gezamenlijk duiden hoe bij ons het onderwijs, het primaire proces, in elkaar zit. Dat vergt goed kijken en waarnemen, uitstellen van oordelen, verifiëren. De afdelings­ leider maakt hierbij gebruik van een format, waarbij het uitgangspunt is ‘de vijf rollen van de leraar’: • gastheer • presentator • pedagoog • didacticus • afsluiter De afdelingsleider bezoekt een klas en kijkt wat er gebeurt. Dit mede aan de hand van vooraf gestelde vragen aan leerlingen en collega’s. De docent vraagt om feedback op zijn functioneren op school. Na afloop bespreken we wat we gezien hebben, waarbij we met name kijken naar het gedrag van de leerlingen. Dit leggen we schriftelijk vast; de docent in een ontwikkelingsplan en de afdelingsleider uiteindelijk in een beoordeling. De gesprekscyclus duurt in principe drie jaar.

44

45


Deze manier van werken zal de komende jaren worden doorgezet. Om deze vijf rollen goed te leren gebruiken, zullen we ons op dit gebied ook gaan scholen. We zijn al begonnen met de vakcoach; in het schooljaar 2011-2012 volgt het management en is er een theoretische oriëntatie voor alle personeelsleden. Scholingsplan Jaarlijks wordt een scholingsplan vastgesteld, waarin wordt opgenomen hoe mede­ werkers zich professioneel ontwikkelen. De scholing is gericht op vakinhoudelijke ontwikkelingen maar ook en vooral op pedagogisch-didactische ontwikkelingen. Dit laatste wordt ook via school (verplicht) aangeboden. De ‘vijf rollen van de leraar’ is een voorbeeld van zo’n verplichte scholing. Binnen Sprengeloo is een start gemaakt met het scholen van vakcoaches in het kader van ‘Samen Scholen’ met de hogeschool Windesheim. De komende jaren pakken we deze scholing weer op om ontwikkelingen binnen Sprengeloo te bevorderen. Via het project Samen Scholen halen we jong talent binnenboord. Functiemix Voor Sprengeloo zijn de docentfuncties beschreven in competentieprofielen functies LB en LC. Deze modellen worden ook gebruikt in de ontwikkelingsgesprekken. Dit is naast het model van de vijf rollen van de leraar, het model waartoe de medewerker zich binnen zijn functie verhoudt. Binnen Sprengeloo houden we de landelijk vastgestelde gemiddelden aan en dat betekent dat bij ongewijzigd beleid vanuit de overheid het aantal functies LB en LC zal wijzigen. Voor docenten is dit aanleiding om zich richting deze profielen te ontwikkelen. Ziekte- en verzuimbeleid Op Sprengeloo is er in de afgelopen jaren steeds meer zicht gekomen op het verzuim van de medewerkers. Binnen stichting CVO is het verzuim op Sprengeloo lager dan op de zusterscholen. Wel is het kortdurend verzuim nog steeds erg hoog en ook hoger dan het landelijk gemiddelde. De medewerker meldt zich ziek bij zijn direct leidinggevende. Zo wil Sprengeloo de zorg voor zijn medewerkers gestalte geven. De medewerker komt hierdoor centraal te staan. In de gesprekken die volgen, zoeken we naar de (on)mogelijkheden van een goede en zorgvuldige re-integratie, in samenspraak met de arbodienst (bedrijfsarts), de afdeling P&O en eventueel andere deskundigen. In de periode van afwezigheid en re-integratie is de wet WIA leidend. Binnen Sprengeloo voegen we daar het Sociaal Medisch Overleg (SMO) aan toe. Hier worden de medewerkers besproken die afwezig zijn of aan het re-integreren zijn.

46

Werving en selectie De opbouw van het personeel binnen Sprengeloo kenmerkt zich door een gemiddeld hoge leeftijd. Dit is ontstaan doordat de afgelopen jaren het leerlingaantal van school is teruggelopen. De gemiddelde leeftijd is hoger dan het landelijk gemiddelde. De komende jaren betekent dit dat veel oudere medewerkers de school verlaten en gebruik gaan maken van hun pensioneringsmogelijkheden. Gevolg van deze leegloop van oudere medewerkers is dat ook veel kennis en kunde verdwijnen. Bij de werving van nieuw personeel zal er daarom aandacht moeten zijn voor een goede verdeling qua leeftijd maar ook van bevoegdheden. Daarbij zijn wij als Sprengeloo wel afhankelijk van de interne (mogelijk gedwongen) mobiliteit binnen de stichting CVO. Een evenwichtige opbouw qua leeftijd van het personeel is ook van belang voor de financiële personeelslast van de school.

Sterke punten Door de gegeven situatie van terugloop van leerlingen en de gemiddeld hogere leeftijd van de docenten is de betrokkenheid bij de afdelingen zichtbaar groot. Het percentage bevoegde docenten, oud zij-instromers, vakmensen en mensen met meerdere bevoegdheden is daardoor ook groot. De afdelingsleiders kennen hun teamleden goed doordat er weinig wisselingen zijn. Ook de inzet van 360 graden feedback met als doel: kijken naar onderwijs, werkt positief op de ontwikkeling van de docenten. Binnen Sprengeloo zijn er weer mogelijkheden tot groei naar LC. Door de lerarenbeurs pakt een deel van de docenten het studeren weer op.

Ontwikkelpunten Uitwerking ‘kijken naar onderwijs’ De uitwerking van de plannen ‘kijken naar onderwijs’ moet consistent zijn met wat de werkvloer ervaart. Communicatie hierover is van cruciaal belang. Docenten zullen in beweging moeten komen om meer dan nu actief te werken aan de eisen die aan het docentschap worden gesteld. Want de docent voor de klas doet er toe. In het algemene kader van ‘kijken naar onderwijs’ spelen feedback geven en ontvangen een grote rol. We moeten samen leren dat hiervoor een positieve grondhouding nodig is, waarbij we elkaar vertrouwen. De feedback is taakgericht en werkgerelateerd. We spreken niet over elkaar maar met elkaar. En deze positieve grondhouding vertalen we door in onze contacten met de leerlingen.

47


Functiemix en wet BIO De bekendheid met de functiemix en de wet Beroepen in het Onderwijs (BIO) moet beter in de organisatie worden neergelegd. Dit is met name een taak voor de directie. Er moet meer bekendheid komen met de gevraagde competenties van de docent en het bekwaamheidsdossier moet op orde zijn. Voor het onderwijsondersteunend personeel (OOP) moeten op stichtingsniveau competentieprofielen worden afgesproken. P&O zal daarin het voortouw nemen. Er moet geen onderscheid zijn tussen de afdelingsleiders in de te houden ontwikkel-/ beoordelingsgesprekken met collega’s. Binnen het afdelingsleidersoverleg moeten afdelingsleiders hierover communiceren. Opleiden in de School Voor de komende jaren breiden we ‘Opleiden in de School’ uit en zullen we de begeleiding van stagiaires via de vakcoaches implementeren. Er is voldoende animo bij de docenten om vakcoach te worden. Voor het coachen van docenten gaan we op zoek naar docentcoaches binnen Sprengeloo. Binnen de samenwerkingsstichting is een academie opgericht, met als doel expertise met elkaar te delen. Deze vorm van professionaliseren zal vraaggestuurd zijn en de expertise wordt vanuit het eigen personeelsbestand gegenereerd. Ziekte- en verzuimbeleid De komende jaren gaan we er binnen Sprengeloo vooral aan werken om het kort­ durende ziekteverzuim te voorkomen. Door gesprekken aan te gaan met de medewerkers die vaak kort ziek zijn, proberen we te achterhalen waardoor dit komt. We gebruiken de cijfers die we van P&O ontvangen om op grond van feiten met elkaar te spreken.

Beleid 2012 - 2016 • Inventariseren van de behoeften qua lessen en taken die ontstaan door vertrek van medewerkers. • Uitvoeren van het beleid op het gebied van Samen Scholen. • Iedere medewerker heeft ieder jaar een gesprek met zijn direct leidinggevende. • Binnen de gesprekscyclus streven we naar tenminste één lesbezoek. • De gesprekscyclus wordt afgesloten met een beoordelingsgesprek. • Het opzetten van een bekwaamheidsdossier (wet BIO) wordt ondersteund door de afdelingsleiders met behulp van een digitaal programma. • Voor het OOP worden competentieprofielen ontwikkeld door P&O op basis van bestaande landelijke profielen. • De kwaliteitstandaard voor het personeel, conform de bekwaamheidseisen, wordt verhoogd. • Datzelfde geldt voor de leden van de directie onder leiding van de directeur. • In samenwerking met P&O en de andere scholen van stichting CVO wordt een meerjarenformatieoverzicht en een meerjarenpersoneelsplanning gemaakt. • Alle medewerkers krijgen ieder jaar voor de herfstvakantie een jaartaakoverzicht. • Qua ziekteverzuim wordt ingezet op het verminderen van het frequente kortziekteverzuim. • Bij werving en selectie wordt nadruk gelegd op het binnenhalen van jong bevoegd personeel en zij-instromers. • De begeleiding van de nieuwe mensen is een taak voor iedereen binnen de school.

Werving en selectie De komende jaren zullen veel ervaren en kundige docenten de school verlaten. Hierdoor is het van belang een zorgvuldige opbouw van het personeelsbestand in de gaten te houden. Binnen de verschillende vaksecties maar ook binnen de verschillende sectoren moet de deskundigheid op peil blijven. Door de komst van al deze nieuwe mensen wordt er ook veel verwacht van de begeleiding van de nieuw­ komers. Binnen Sprengeloo zullen veel collega’s deze begeleidingstaken op zich moeten nemen. Door de samenwerking binnen de samenwerkingsstichting zijn er waarschijnlijk meer mogelijkheden voor interne mobiliteit. Ook Sprengeloo kan hiervan profiteren.

48

49


Financieel beleid

Stand van zaken De financiële kaders worden vanuit het bestuur aangereikt via de jaarlijkse (financiële) kadernota. Sprengeloo is voor haar bekostiging vrijwel geheel afhankelijk van de rijksbijdrage. De begroting per kalenderjaar is gebaseerd op het leerlingaantal op de peildatum van 1 oktober van het kalenderjaar ervoor. Sprengeloo streeft naar een sluitende begroting. Na een aantal moeilijke jaren met behoorlijke tekorten, is er door een intensieve bezuinigingsronde evenwicht tussen inkomsten en uitgaven. Doordat de gemiddelde leeftijd van het personeel hoger ligt dan landelijk, zijn de kosten voor onder andere BAPO hoger dan de bekostiging. De komende jaren zullen we ook werken aan een evenwichtige leeftijdsopbouw van het personeel. Voor een financieel stabiele situatie is het totaal aantal leerlingen van Sprengeloo van groot belang. Het streven is de instroom van nieuwe leerlingen te laten groeien van 150 naar 200 leerlingen, waardoor de ideale schoolgrootte ontstaat van 800 leerlingen. Deelbudgetten Binnen de schoolbegroting kent Sprengeloo een aantal deelbudgetten. Dit zijn hoofdzakelijk de afdelingen, sectoren en secties. Alle budgethouders krijgen via business object periodieke informatie over de besteding van het budget. Sponsorbeleid Sprengeloo kent een sponsorbeleid dat stichtingbreed is afgesproken en instemming heeft van de GMR. De hoofdlijnen van dit sponsorbeleid zijn: • Bij het aangaan van sponsoring hanteren we de checklist uit het ‘convenant scholen voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs en sponsoring’; • Er wordt alleen een sponsorcontract voorgelegd bij een structureel bedrag van € 1000,- en hoger; • Sprengeloo conformeert zich aan het convenant.

Ontwikkelpunten Inspelen op bezuinigingen De gemiddelde hoge personele lasten van dit moment drukken op de begroting. Dit heeft in het afgelopen schooljaar geleid tot drastische bezuinigingsmaatregelen. Naast een krappere personeelsformatie, hebben we hierdoor op een aantal terreinen (digitale middelen, mediatheek en schoolplein) niet de gewenste investeringen kunnen doen.

50

51


Kwaliteitsbeleid

Bovenstaande problematiek kan nog versterkt worden door de ontwikkelingen van de rijksfinanciën. Het is niet ondenkbaar dat bezuinigingen ook het voortgezet onderwijs treffen. Daarbij zijn de bezuinigingen op Passend Onderwijs al van invloed voor Sprengeloo. Investeringen in ICT Ondanks het feit dat we behoorlijk hebben moeten bezuinigen, hebben we staps­gewijs geïnvesteerd in ICT. In de komende periode wil Sprengeloo qua ICT voor het onderwijs op het gewenste niveau komen. Hierbij zijn de docenten en de secties nauw betrokken. Verdeling van leerlingen In samenspraak met de andere Apeldoornse scholen moet beleid ontwikkeld worden voor de verdeling van leerlingen binnen de gemeente. In dat verband zijn gesprekken gestart over de optimale schoolgrootte.

na een aantal

Beleid 2012 - 2016

is er door

• J aarlijks stelt Sprengeloo een schoolbegroting op, rekening houdend met de uitgangspunten die door het bestuur in de financiële kadernota zijn vastgelegd. • Per schooljaar wordt een personele planning vastgelegd in een formatieplan. • Binnen CVO wordt de opzet van het formatieplan besproken, om tot meer uniformiteit te komen. • Beleid wordt ingezet om een evenwichtiger leeftijdsopbouw in de groep medewerkers van Sprengeloo te krijgen. Hiermee hopen we op structureel lagere personeelskosten. • Materiële lasten voor huisvesting en onderhoud worden door CVO in een meerjarenplanning opgenomen. Sprengeloo vertaalt deze planning jaarlijks naar de eigen begroting. • De investeringsruimte die ontstaat, zetten we in voor ICT in het onderwijs en professionalisering van het personeel. • De bovenschoolse begroting bevat de gezamenlijk door de scholen te dragen kosten. Hierover worden jaarlijks in het MT van CVO afspraken gemaakt. Over de afdracht aan de samenwerkingsstichting wordt met het college van bestuur door de directeur VO overleg gevoerd. • De financiële stand van zaken, vastgelegd in rapportages in business objects, wordt structureel besproken door de directeur van Sprengeloo met de directeur VO van de stichting. • De rapportages naar de budgethouders zullen de komende periode worden verbeterd. • Sprengeloo hanteert het sponsorbeleid van de stichting CVO.

52

moeilijke jaren met behoorlijke tekorten, een intensieve bezuinigingsronde evenwicht tussen inkomsten en uitgaven

Stand van zaken Sprengeloo heeft al jaren systematische aandacht voor kwaliteitszorg. We nemen deel aan Vensters voor Verantwoording. Ook hebben we een abonnement op de diensten van Kwaliteitscholen.nl voor het afnemen van allerlei gevalideerde enquêtes, die gebenchmarkt kunnen worden. Jaarlijks schrijft de directeur samen met de coördinator kwaliteitszorg een (meerjaren)plan van aanpak. Zij verwerken samen de resultaten van de enquêtes en doen aanbevelingen aan de directie. De directie kiest een aantal speerpunten en bespreekt deze met de personen die actie moeten ondernemen. De resultaten worden daarna geëvalueerd en in een doe-lijst opgenomen (PDCA-cyclus). Daarnaast vergaren we informatie door gesprekken te houden met leerlingen, ouders van leerlingen, afdelingen, sectoren, secties en individuele personeelsleden. In de afdelingen vinden gesprekken plaats met een leerlingenpanel. Daarnaast is er twee keer per jaar een ouderpanel over schoolbrede zaken. Bij deze gesprekken met leerlingen en ouders en bij de enquêtes spelen de algemene tevredenheid en tevredenheid over het onderwijs een belangrijke rol. In individuele gesprekken met personeelsleden staan de persoonlijke ontwikkeling en de didactisch pedagogische houding ten opzichte van de leerling centraal (kijken naar onderwijs). De uitkomsten van de enquêtes worden gerapporteerd in de personeelsinfo, in de nieuwsbrief en op de website van Sprengeloo.

Ontwikkelpunten Meer inhoud kwaliteitsplan Sprengeloo heeft haar kwaliteitszorg wat betreft informatieverzameling goed voor elkaar. De opbrengsten, het uitwerken daarvan en het opstellen van de speerpunten kunnen nog verbeterd worden. Het jaarlijkse kwaliteitsbeleidsplan zal op dit punt meer inhoud moeten krijgen. Venster voor Verantwoording Sprengeloo neemt actief deel aan Vensters voor Verantwoording. Vanaf 17 februari 2012 staan alle gegevens online. Alle indicatoren van Venters voor Verantwoording worden regelmatig ververst en van commentaar voorzien. Dit is voor Sprengeloo nog een nieuwe opdracht die de komende jaren uitgebouwd moet worden.

53


Betere terugkoppeling De betrokkenen bij kwaliteitszorg moeten in het plan van aanpak steeds rekening houden met de gegevens die Vensters voor Verantwoording vraagt. Bovendien wordt bekeken welke enquêtes noodzakelijk zijn. Van groot belang hierbij is dat de resultaten van alle gesprekken en van het onderzoek een terugkoppeling krijgen naar alle belanghebbenden. Bij het vragen om feedback zoeken we met elkaar naar een verhoging van de deelname. Verder is het belangrijk dat kwaliteitszorg ook gaat leven bij het personeel van Sprengeloo.

Beleid 2012 - 2016 • H  et beleidsplan kwaliteitszorg wordt jaarlijks besproken en voorzien van een activiteitenplan. • De directeur en de coördinator kwaliteitszorg zorgen voor de uitvoering van dat plan. • De uitkomsten van de verschillende onderzoeken worden gerapporteerd aan de directie. • De uitkomsten worden binnen de directie besproken en leiden waar nodig tot aanpassing van het beleid. Deze beleidswijzigingen worden omgezet in speerpunten voor de komende jaren. • Door deelname aan Vensters voor Verantwoording maakt Sprengeloo deel uit van de ontwikkelingen op het gebied van kwaliteitszorg.

54

55


Arbo-beleid

Voor Sprengeloo is een belangrijk uitgangspunt dat leerlingen, personeel en ouders recht hebben op een veilige school. Een veilige school is een school waar leerlingen, ouders en personeel veilig zijn en waar zij zich veilig voelen. Deze veiligheid ontstaat door een goede fysieke en veilige omgeving, maar vooral door de wijze van omgang met elkaar. Er heerst in de school een open communicatieve sfeer, waarin zowel leerlingen als medewerkers zich gewaardeerd weten en gestimuleerd.

In samenwerking met de andere scholen binnen de stichting en in samenwerking met de arbo-medewerker van de stichting CVO, wordt gewerkt aan een gezamenlijk arbo-beleidsplan en veiligheidsbeleidsplan Sturen op verzuimgedrag Na jaren van een laag ziekteverzuim is helaas het ziekteverzuim in de periode 2009-2012 iets gestegen. De afdeling P&O van de stichting analyseert de stijging van het ziektepercentage en de frequentie. Aan de hand van deze analyse wordt, waar nodig, het beleid van de school op dit gebied bijgesteld. De afdelingsleiders en de directeur van Sprengeloo gaan meer sturen op verzuimgedrag bij de medewerkers.

Door helder veiligheidsbeleid, afspraken, regels en procedures geven wij aan dat dit niet vrijblijvend is. Afwijkend gedrag van leerlingen en personeel wordt niet getolereerd. We beschikken over een duidelijke klachtenregeling CVO. Bij het zoeken naar oplossingen wordt benadrukt dat problemen vooral besproken moeten worden met de direct betrokkenen en dat we altijd op zoek zijn naar kwaliteitsverbetering in de communicatie.

het beleid van Sprengeloo blijft

Stand van zaken

gericht op het

Op Sprengeloo is er aandacht voor arbo-beleidszaken. Er is een arbo-medewerker vanuit de overkoepelende stichting die ons adviezen geeft. We hebben een arbocoördinator en een hoofdconciërge die de arbo-zaken op schoolniveau regelen. Jaarlijks wordt er een ontruimingsoefening gehouden. Het management is getraind in het omgaan met ziekteverzuim en er is een verzuimprotocol aanwezig. Verder is er een contract met de Arbo-unie voor arbo-dienstverlening. Met een frequentie van eenmaal in de vier jaar vindt er een risico-inventarisatie en evaluatie plaats (RI&E). Hierbij worden mogelijke risico’s op arbo-gebied in kaart gebracht en planmatig aangepakt. Ook proberen we eens in de vier à vijf jaar een preventief medisch onderzoek van het personeel te laten plaatsvinden. De uitkomsten hiervan worden besproken en in een plan van aanpak vertaald richting de directie.

voorkomen en bestrijden van agressie, geweld en (seksuele) intimidatie die binnen of in de directe omgeving van de school

Bedrijfshulpverlening is op een voldoende niveau. Er is een actueel ontruimingsplan en er zijn voldoende BHV-ers. Deze worden jaarlijks geschoold en bijgeschoold.

kunnen voorkomen

Incidentenregistratie De positie van alle betrokkenen binnen het arbo-beleid moet beter ingebed worden binnen de organisatiestructuur van de school. Ook de daarbij behorende procedures en registratie van incidenten moeten beter. Sprengeloo is met ingang van het cursusjaar 2011-2012 begonnen met de incidentenregistratie via loket Incidentenregistratie-VO.

Beleid 2012 - 2016 Beleid ter preventie van ongewenst gedrag Agressie, geweld en (seksuele) intimidatie worden niet geaccepteerd. Ze hebben een enorme impact op het slachtoffer, verpesten de schoolsfeer en zijn slecht voor het werk- en leefklimaat. Een slechte sfeer heeft een negatieve invloed op de werk­ prestaties van de docenten en de studieresultaten van leerlingen. Binnen Sprengeloo respecteert iedereen elkaars integriteit. Het beleid van Sprengeloo blijft gericht op het voorkomen en bestrijden van agressie, geweld en (seksuele) intimidatie die binnen of in de directe omgeving van de school kunnen voorkomen. Hieronder vallen ook pesten en discriminatie. Daarbij is ook het signaleren en melden van kindermishandeling een professionele verplichting waaraan Sprengeloo zich wil houden. In het kader van de preventie van agressie, geweld en (seksuele) intimidatie zijn de volgende maatregelen van kracht: • Sprengeloo heeft het convenant Veilige school onderschreven. • In het leerlingenstatuut zijn de regels uit dit convenant overgenomen. • In de schoolgids wordt over de veilige school geschreven. • Aan het begin van ieder schooljaar krijgen de leerlingen en het personeel de regels en afspraken betreffende gedrag in de school.

Ontwikkelpunten Meer samenhang Het veiligheidsbeleid en het arbo-beleid hebben nog onvoldoende samenhang. Deze beleidsstukken moeten in de komende jaren een meer gezamenlijk en meer ‘levend’ document worden.

56

57


Beleid voor werkdruk en stresspreventie De directie voert een arbeidstijdenbeleid voor medewerkers in overeenstemming met de arbeidstijdenwet en het arbeidstijdenbesluit. Met de persoonlijke omstandigheden wordt zoveel mogelijk rekening gehouden. Zo wordt onder meer in het taakbeleid voor de docenten opgenomen hoeveel uur hij wordt geacht te besteden aan thuiswerk (lesvoorbereiding en correctiewerk) en overige niet-lesgebonden taken, naast de lesuren waarvoor hij is ingeroosterd.

• V  anuit de kernwaarden van Sprengeloo streven we naar een open cultuur waarin signalen in een vroeg stadium bespreekbaar zijn, zodat ook tijdig passende maatregelen genomen kunnen worden. Beleid bij incidenten Het repressief beleid voor agressie, geweld en (seksuele) intimidatie is erop gericht verdere escalatie van problemen te voor­komen. Sprengeloo biedt begeleiding aan medewerkers, leerlingen en ouders die geconfronteerd zijn met agressie, geweld en (seksuele) intimidatie. Om adequaat te kunnen handelen bij incidenten zijn de volgende maatregelen doorgevoerd: • Voor klachten over ongewenst gedrag, die men niet via de gebruikelijke weg met betrokkenen kan oplossen, is een klachtenprocedure opgesteld. Voor klachten over seksuele intimidatie zijn vertrouwenspersonen aangesteld. De vertrouwenspersoon zal zorgdragen voor een correcte behandeling van de klacht en de begeleiding van de klager en aangeklaagde in de klachtenprocedure. • In het Schoolveiligheidsplan zijn protocollen opgenomen voor de melding, registratie en behandeling van incidenten of klachten over agressie, geweld en (seksuele) intimidatie en voor de opvang van medewerkers en leerlingen bij ernstige incidenten. • De regels over schorsing en verwijdering staan duidelijk omschreven in het Leerlingenstatuut. Schorsing van personeel geschiedt volgens de geldende regels uit de CAO / BW. • Op CVO-niveau is een klokkenluidersregeling aanwezig. Arbo-beleid Het vertrekpunt voor het arbo-beleid zijn de resultaten van de RI&E, de verzuim­ begeleiding (door bedrijfsarts) en arbeidsgezondheidskundig onderzoek. De uitkomsten daarvan worden vertaald in een plan van aanpak voor de komende jaren. In 2012 zal een nieuw arbo-beleidsplan worden geschreven waarbij het uitgangspunt het CVO-beleid is. Daarin zal expliciet aandacht gegeven worden aan de positie van de preventiemedewerker binnen de organisatie.

De medewerker heeft ook een eigen verantwoordelijkheid voor de bewaking van de grenzen van zijn of haar belastbaarheid. Indien een medewerker een te hoge werkdruk ervaart, kan hij dit bij de direct leidinggevende aankaarten op basis van een onderbouwing, bijvoorbeeld een urenregistratie. Het beleid over werkdruk en stresspreventie is vastgelegd in het taakbeleid.

voor Sprengeloo is een belangrijk uitgangspunt dat leerlingen, personeel

Registratie voor onderwijsondersteunend personeel Voor het onderwijsondersteunend personeel is een nieuw systeem van vakantie- en werkurenregistratie in gebruik genomen. Om een en ander volledig helder en transparant te krijgen, wordt een notitie opgesteld, met daarin de regels en afspraken over deze registratie. Binnen CVO zal daar in 2012 nog meer duidelijkheid over worden gegeven.

en ouders recht hebben op een veilige school

Op basis van de ziekteverzuimcijfers van de afgelopen jaren, vindt eind 2012 een evaluatie plaats van het huidige ziekteverzuimbeleid en wordt dit beleid zo nodig aangepast.

58

59


PR en communicatie

Leidende motto’s: • Doe wat je zegt en zeg wat je doet. • PR is wat je elke dag in de klas doet. In de PR-uitingen van Sprengeloo maken we overtuigend en eerlijk duidelijk wat Sprengeloo te bieden heeft aan opleidingsmogelijkheden, (begeleidings)activiteiten, cultuur en identiteit. Doel hiervan is dat steeds meer leerlingen en ouders een gefundeerde keus kunnen maken voor onze school. In de externe communicatie naar leerlingen, ouders en andere belanghebbenden zijn wij helder, pro-actief en uitnodigend. We trachten ook het perspectief van de belanghebbenden in onze communicatie mee te nemen. Onze belanghebbenden zijn: • leerlingen: zowel huidige, toekomstige als ex-leerlingen • ouders/verzorgers van leerlingen • inspectie van het onderwijs, ministerie van OC&W • leerkrachten van basisscholen • vervolgonderwijs • andere scholen voor voortgezet onderwijs • stagebedrijven • buurtbewoners • begeleidings- en zorgverlenende instanties Ook de interne communicatie naar personeelsleden, andere CVO-scholen en stichtingbreed heeft onze aandacht. Wij zijn daarin informatief en vragend.

Stand van zaken Na de opsplitsing van Sprengeloo in 2007 in zelfstandige scholen onder de paraplu van CVO, is de PR weer in handen gekomen van de schoolleiding van deze scholen. Er is nauw samengewerkt deze verzelfstandiging ook PR-technisch in goede banen te leiden. Met name de overgang van Sprengeloo als drie scholen naar Sprengeloo als één vmbo-school, moest goed gecommuniceerd worden. Sprengeloo bleef bestaan, maar dan anders. Heel bewust is gekozen om de naam Sprengeloo vast te houden. Het geeft onze voorgeschiedenis aan waarin de namen van de voorgangers van Sprengeloo (Sprengeborgh en Sprengegilde) doorklinken.

61


Het geeft onze situering aan: langs een spreng, aan de Sprengenweg en nabij Het Loo. Sprengeloo in de oude setting had een grote naamsbekendheid, die we wilden vasthouden. Om Sprengeloo nieuwe stijl duidelijk te maken, is er gekozen voor een nieuw logo, website en huisstijl. Het logo representeert via de kleuren de rijkdom aan opleidingsmogelijkheden. De blokken waaruit elke letter is opgebouwd geven de bouwstenen aan waaruit ons onderwijs bestaat. De bouwstenen refereren ook aan een fundament, een basis leggen. Vanaf het schooljaar 2010/2011 hanteren wij de slogan: SPRENGELOO, DOEN! Deze slogan heeft meerdere betekenissen. Ten eerste het advies: meld je aan bij Sprengeloo. En ten tweede: op Sprengeloo besteden we aandacht aan praktisch en theoretisch leren, we doen veel op Sprengeloo.

Sterke punten Activiteiten die we elk jaar ontwikkelen voor de externe PR • Informatiefolder van Sprengeloo. In 2010 is er ook extra ingezet op de ontwikkeling van PR voor Sport, Dienstverlening en Veiligheid door een aparte informatiefolder voor SDV en een eigen beurswand. • Een folderlijn voor de vertrouwenspersoon, SMW, verschillende begeleidings­ mogelijkheden, Salon UV, restaurant, Expertisepunt in één eigen format en huisstijl. • Een open dag-poster, met daaraan gekoppeld een actie voor Sprengeloo-leerlingen om deze op goed zichtbare plekken op te hangen om zo bekendheid te geven aan de open dag. • Banners die op de datum van de open dag wijzen. • Informatieavonden voor leerlingen van groep 8 en hun ouders/verzorgers in Eerbeek, Twello, Apeldoorn (NXTLVL- avond in het ROC) en Vaassen. • Een informatieavond op Sprengeloo voor ouders van toekomstige leerlingen. • Informatie-activiteiten waarbij toekomstige leerlingen op school komen. In 2011 zijn dat de DOE-middagen. • Sinds 2010 wordt door de POVO een middag voor alle leerkrachten van groep 8 en een brugspiekdag georganiseerd. Sprengeloo participeert zowel in de POVO als in deze activiteiten. • Naar alle basisscholen sturen we een documentatiemap van Sprengeloo. • Open dag in januari. • Rondleidingen en intakegesprekken op aanvraag.

62

• V  ersturen van documentatiemappen naar decanen van andere vo-scholen voor zij-instromers in leerjaar 3. • Een zij-instroomavond. • Nauwe contacten met zusterscholen voor leerlingen die vanuit de theoretische leerweg overstappen naar de kaderberoepsgerichte leerweg. • Een persoonlijke intake van alle toekomstige Sprengeloo-leerlingen op de basisschool van herkomst. • Een button op de website voor groep 8. • Persberichten. Communicatie naar ouders Ouders van leerlingen houden wij op de hoogte via: • ouderavonden en informatieavonden (gemiddeld twee per jaar) • ontmoetingen bij de zogenaamde 10-minutengesprekken n.a.v. de rapporten • mail- en telefonisch contact • rapportenuitgifte (driemaal per jaar) • diploma-uitreikingen • een nieuwsbrief (driemaal per jaar) • de jaarlijkse schoolgids /handout per leerjaar • brieven over bijzondere situaties • de website Ook hebben ouders een inlogmogelijkheid op het leerlingvolgsysteem Magister. Communicatie naar overige belanghebbenden gebeurt veelal schriftelijk (brieven, documenten, stageboeken etc.), maar ook mondeling en in mailverkeer. Interne communicatie De interne communicatie binnen Sprengeloo verloopt via: • mondelinge berichten in de wandelgangen en overlegstructuren • informatieverstrekking op het publicatiebord • mailverkeer • een tweewekelijkse personeelsinfo • website met een aparte toegang voor het personeel • documenten op de s-schijf op het interne netwerk

63


Ontwikkelpunten

Beleid 2012 - 2016

• M  eer aandacht voor interne PR. • Het versterken van de motto’s: Sprengeloo DOEN!; Doe wat je zegt en zeg wat je doet; PR is wat je elke dag in de klas doet. • Nog meer collega’s doordringen van het nut van goede communicatie naar belanghebbenden en naar elkaar. Een heldere visie en missie dragen ertoe bij dat communicatie beter kan verlopen. Immers als je weet wat je bent, wat je wilt en wat je verwachtingen zijn, kun je daar ook helder over communiceren. • Daarnaast moet het in ieders systeem komen dat activiteiten die men onderneemt een bijzondere PR-waarde hebben. We moeten daar dan ook op een juiste manier over communiceren via de geëigende kanalen als website, nieuwsbrief en personeelsinfo. Tevens moet iedereen doordrongen zijn van de waarde van het motto: PR is wat je elke dag in de klas doet! We moeten de verschillende interne communicatiemiddelen meer op elkaar afstemmen, ook in visueel opzicht. • Ouders meer betrekken bij PR-activiteiten. • Een meer gelijkluidende stijl van communiceren in brieven naar ouders en externe partners. • Website uitbreiden met partners van Sprengeloo. • Onderzoeken in hoeverre de website aan de verwachtingen van leerlingen, ouders en belanghebbenden voldoet. • Onderzoeken in hoeverre media als Hyves en Twitter een positieve bijdrage aan PR kunnen leveren. • Leerlingen nog meer bewust laten zijn van hun rol bij het kijken naar Sprengeloo in situaties als (MAS)stage, projecten, wedstrijden en excursies. • Een nog actievere rol innemen in onze omgeving (stageadressen, opleidings- en zorginstanties en buurt) door persoonlijk contact, deelname aan projecten, wedstrijden, (MAS)stage, prestaties van SDV en door deze acties meer bekendheid te geven.

PR en communicatie is een kernactiviteit voor iedereen die verbonden is aan Sprengeloo. In samenwerking met de stichting willen we komen tot het gezamenlijk uitvoeren van beleid op dit gebied. Hierbij wil Sprengeloo wel een eigen identiteit en een eigen ‘smoel’ behouden. Het PR- en communicatiebeleid is vervat in een communicatieplan.

64

doe wat je zegt en zeg wat je doet

We willen • ons eigen imago verder verduidelijken, we willen DOEN!; • binnen het Apeldoornse Voortgezet Onderwijs onze eigen plek innemen; • goede afspraken maken over wat schooleigen is en wat we samen doen binnen de Veluwse Onderwijsgroep; • ouders betrekken bij de keuze van hun kinderen voor Sprengeloo door ze ook uit te nodigen bij de doedagen; • technieklessen geven voor groep 7 en 8 van het basisonderwijs en hierbij ook de ouders uitnodigen; • Sprengeloo profileren met een onderbouwplein.

65


Schoolgegevens SPRENGELOO

christelijke school voor vmbo Sprengenweg 81 7314 PH Apeldoorn postadres Postbus 2939 7301 EH Apeldoorn brinnummer 08SG01 telefoon (055) 357 53 00 fax (055) 355 95 24 e-mail info@sprengeloo.nl internet www.sprengeloo.nl

Colofon Verantwoordelijken bij Sprengeloo mw. A. Visser mw. M.M. Kramer dhr. G.J. van Dijken Beelden VanBinnennaarBuiten, communcatie met effect

Gegevens bevoegd gezag

Stichting Christelijk Voortgezet Onderwijs (CVO) Hoenderparkweg 61 7335 GR Apeldoorn postadres

Postbus 20250 7302 HG Apeldoorn telefoon (055) 577 97 99 e-mail info@veluwsescholengroep.nl

Tekstbewerking en vormgeving VanBinnennaarBuiten, communcatie met effect

College van Bestuur F.H. Everts (vz) Wijzigingen en zetfouten voorbehouden.

Directeur VO W. Hoetmer

66

67


68


Schoolplan 2012-2016