__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

29/05/2020 - 03/07/2020

3

1

Katja Pahnke: ‘Leiderschap sleutel tot succes High Tech Systems Center’

Amsterdam als Europese uitvalsbasis Brain Corp wil de Microsoft van robotland worden

VERSNELT CORONA DE ROBOTISERING? MECHATRONICA+MACHINEBOUW 1


Kruisrollenlagers Kruisrollenlagers kunnen grote momenten en belastingen opnemen in radiale en axiale richting. Zij stellen de constructeur in staat om compact te ontwerpen met een grote stijfheid en nauwkeurigheid in vergelijking met kegellagers of hoekcontactlagers. kruisrollenlagers zijn leverbaar van 20 tot 800mm asdiameter in diverse uitvoeringen en worden o.a. toegepast in industriĂŤle robots, bewerkingsmachines en medische apparatuur.

www.ikont.co.jp/eg/ nte@ikonet.co.jp


COLUMN REDACTIONEEL

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

Alexander Pil is hoofdredacteur van Mechatronica&Machinebouw.

Zwarte zwaan

H

et coronavirus ontwricht de economie. Veel productiebedrijven zagen zich vanwege de regels rond social distancing genoodzaakt hun fabrieken volledig stil te leggen. Inmiddels beginnen de machines en lopende banden her en der weer te draaien, maar de bezetting is nog niet op haar normale niveau. En daarmee blijft de output en dus de omzet achter. Ook al is de Covid-19-crisis (hopelijk) een zwarte zwaan, toch kun je de vraag stellen of de maakindustrie zich beter had kunnen voorbereiden. Ligt het antwoord wellicht in massale automatisering, robotisering en digitalisering? Machines en robots draaien immers gewoon door, ook als de rest van de wereld stilstaat. Nou ja, dat klinkt leuk, maar helemaal correct is het natuurlijk niet. Volledig geautomatiseerde fabrieken waar het licht uit kan omdat er geen mensen meer werken, zijn zeer uitzonderlijk. In een productieproces zijn er nu eenmaal stappen die zo lastig te automatiseren zijn dat het niet rendabel is. De flexibiliteit van het menselijk brein en het gevoel in onze handen zijn ongeëvenaard. Daardoor is zelfs een technostreber als Tesla er nog altijd niet in geslaagd om zijn fabrieken geheel autonoom te maken. Ook daar staan nog altijd operators naast de productielijnen, al is het soms slechts ter controle of om bij calamiteiten direct te kunnen ingrijpen. Automatisering en robotisering zijn zeker niet de heilige graal. Maar een hoge graad van digitalisering scheelt een slok op een borrel. Daf en Nedcar konden redelijk snel weer aan de slag, juist omdat ze door de vele robots en machines eenvoudig aan de 1,5-meterregel kunnen voldoen. Dat Daf de productie tijdelijk moest staken, had overigens ook een andere oorzaak. Er ontstond een schaarste aan sommige onderdelen. En hoe mooi je je fabriek ook hebt geautomatiseerd, dan kun je echt niet verder. Je kunt Daf daar geen verwijt maken, vind ik, want het is zeker niet het enige bedrijf dat voor de coronacrisis uit kostenoverwegingen mikte op kleine voorraden en vertrouwde op efficiënte toeleverketens met just-in-time aanvoer.

Post-corona gaat dat model ongetwijfeld op de schop. Menig producent blijkt ineens wel erg afhankelijk van die ene leverancier uit China of Noord-Italië. Ik verwacht dat veel maakbedrijven zich nu achter de oren zullen krabben en hun toeleverketens minutieus onder de loep nemen, waarbij ze dieper zullen kijken dan alleen hun eerstegraads partners. Een deel van de oplossing is dat je je onderdelen niet van één bron betrekt, maar het risico spreidt. De Deense cobotfabrikant Universal Robots had zo’n dual source-keten al ingericht en profiteerde daar dubbel van: eerst toen zijn Chinese partners in lockdown gingen en daarna toen Europese en Amerikaanse toeleveringen onder druk kwamen te staan. Die versterkte drang naar risicospreiding betekent ook dat termen als reshoring en nearshoring populairder worden in directiekamers. Wat hier de langetermijngevolgen van de pandemie zijn, is koffiedik kijken. Het zou me echter niet verbazen als in de afweging ‘maken we het hier of daar?’ het dubbeltje vaker de andere kant op valt. Lage lonen zijn interessant, maar met een lokale leverancier of een eigen fabriek om de hoek is het een stuk makkelijker schakelen. Essentieel als het om je meest kritieke onderdelen gaat. En dan is er nog het onderhoud van al die machines. Meestal worden daarvoor externe, zeer gespecialiseerde technici ingevlogen. In een tijd van reisbeperkingen en grensafsluitingen levert dat, op z’n zachtst gezegd, behoorlijk wat moeilijkheden op. ASML – een bedrijf dat vooralsnog immuun lijkt voor corona – merkt dat als het zijn engineers naar een klant stuurt: eerst twee weken in quarantaine bij aankomst, en daarna twee weken bij terugkomst. Ga er maar aan staan. Ar- en vr-oplossingen zijn weliswaar in opkomst en helpen de pijn te verzachten, maar die technologieën zijn nog lang niet volwassen genoeg om al het mensenwerk over te nemen. Iedereen kent het devies ‘never waste a good crisis’, maar je kunt je afvragen hoeveel er structureel verandert als het vaccin is gevonden en iedereen zijn normale ritme weer oppakt. Halen we dan opgelucht adem en is het business as usual?

Ligt het antwoord in massale automatisering?

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

3


7 OCTOBER 2020 IGLUU EINDHOVEN

Platinum sponsor

Sponsors

Partner

Powered by

IDEA2INDUSTRY.COM

#BCI2I


16 Thema

Persoonlijk leiderschap onmisbare schakel in succesvolle organisatie

Wat is de sleutel tot het succes van het High Tech Systems Center? ‘Technische excellentie en leiderschap’, stelt mededirecteur Katja Pahnke.

24

INHOUD OPINIE 3

Zwarte zwaan – Alexander Pil

NIEUWS 7 9 11 12

Kort nieuws NTS en Tecnotion China soepel door crisis ASML verwacht immuniteit in coronacrisis ‘Het is een race om als eerste de beste oplossing te hebben’

INTERVIEW

14 Hittech wil dat medewerkers hun eigen succes stimuleren 46 Industrie en onderzoek vinden elkaar in praktische mechatronicatrainingen

THEMA CARRIÈRE EN LEIDERSCHAP

16 Persoonlijk leiderschap onmisbare schakel in succesvolle organisatie 20 ‘Ongelooflijk mooi waartoe een gezamenlijk doel kan leiden’ 22 Werken aan iot en slimme geconnecteerde systemen, een getuigenis

THEMA ROBOTICA Thema

Robots krijgen geen corona

Luidt de coronapandemie een golf in van automatisering en robotisering? De meningen zijn verdeeld.

30

24 Robots krijgen geen corona 26 Eerst schoonmaken, dan de hele robotwereld 30 Amsterdamse verfverwijderrobot eindelijk klaar voor take-off 34 Het nieuwe normaal: automatiseer vuil, saai en gevaarlijk werk 36 Autonome robots sporen verdrinkingsslachtoffers op

ACHTERGROND OVER KWALITEIT

38 Hoe Sentech ontwikkelt en produceert op Champions League-niveau

ACHTERGROND OVER SYSTEEMENGINEERING

40 TUE doordrenkt curriculum met systeemengineering

ACHTERGROND OVER SECURITY 42 Verboden voor onbevoegden

Thema

Amsterdamse verfverwijderrobot eindelijk klaar voor take-off

Xyrec heeft alle technische uitdagingen opgelost en kan zijn robot die vliegtuigen van hun verflaag stript op de markt brengen.

3

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

EN VERDER

45 Productnieuws 50 Fedactueel 55 Colofon


NEW DATE

23 SEPTEMBER 2020 VERKADEFABRIEK ’S-HERTOGENBOSCH REGISTER NOW Keynote by

Nicolas Lehment NXP

Silver sponsor Partners Sponsors

MLCON.NL

#BCML

Powered by


+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

NIEUWS

Tempress vindt onderdak bij Innovation Industries Investeringsfonds Innovation Industries heeft Tempress aan zijn portefeuille toegevoegd. De fabrikant van oven- en depositieapparatuur voor halfgeleiders en zonnecellen staat sinds begin dit jaar op eigen benen toen het voormalige moederbedrijf Amtech geen bevredigende offertes voor het bedrijf ontving. In april 2019 kondigde Amtech het voornemen aan om al zijn zonne-energieactiviteiten af te stoten. ‘Ik ben onder de indruk van de mensen, producten en kennis bij Tempress’, zegt de nieuwe ceo Pieter de Groot. ‘Met Innovation Industries als investeerder kunnen we de ontwikkeling van onze oplossingen versnellen en ons bedrijf laten groeien met recent geintroduceerde platforms voor de halfgeleider-, zonne-energie- en speciale coatingindustrie.’ Innovation Industries is verbonden aan de vier Nederlandse technische universiteiten en onderzoeksinstituut TNO, en richt zich op hightech, medtech en agritech. Met de toevoeging van Tempress bevat de portefeuille van het fonds nu zestien bedrijven.

CITC en Tegema werken samen aan geïntegreerde fotonica-assemblage Het Chip Integration Technology Center (CITC) en Tegema hebben hun krachten gebundeld om geïntegreerde fotonica-assemblageprocessen en productieapparatuur te ontwikkelen. Het doel is om een zeer flexibel backendplatform te bouwen dat een breed scala aan geïntegreerde fotonicaverpakkingen kan verwerken. Bij gebrek aan standaardisatie vereist nieuw ontwikkelde geïntegreerde fotonicatechnologie momenteel op maat gemaakte montage- en verpakkingsoplossingen, wat leidt tot hoge kosten en risico’s. Het recent gelanceerde CITC, gevestigd op de Novio Tech Campus in Nijmegen, richt zich op geavanceerde verpakkingsoplossingen, inclusief heterogene integratie. Hieraan voegt Tegema zijn expertise toe in uiterst nauwkeurige uitlijnapparatuur, die wordt gebruikt om optische vezels aan fotonicaverpakkingen te bevestigen. In de hoop uiteindelijk de hele waardeketen af te dekken, zullen de partners binnenkort meer partijen benaderen om zich bij de samenwerking aan te sluiten.

IHC niet kopje-onder door investerend consortium Scheepswerf IHC zit al een tijdje in zwaar weer. Sinds medio vorig jaar onderzoekt het bedrijf uit Kinderdijk verschillende opties om zijn kapitaal te vergroten. Een Chinese partij zou interesse hebben in een overname van de Hollandse scheepsbouwer. Omdat ze vrezen dat hun Chinese tegenhangers dan op meer dan alleen de prijs kunnen concurreren, staken Nederlandse en Belgische baggeraars de koppen bij elkaar. Onlangs rolde daar een intentieverklaring uit voor de overname en herfinanciering van IHC. Het investerende consortium bestaat uit HAL Investments, Ackermans & Van Haaren, Merweoord en Huisman. Ze krijgen steun van de ministeries van Economische Zaken en Financiën, en kredietverzekeraar Atradius. Onderdeel van de nieuwe fase die IHC in gaat, is dat er een nieuwe topman is aangesteld. Gerben Eggink vervangt Dave Vander Heyde als ceo.

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

FME: ‘Zo snel mogelijk naar intelligente doorstart’ Ondernemers in de technologische industrie gaan een zeer zware tijd tegemoet als gevolg van de coronacrisis. Dat blijkt uit een enquête die branchevereniging FME hield onder haar lidbedrijven. Bijna de helft van de ongeveer zeshonderd deelnemende bedrijven heeft nu al te maken met een flinke omzetdaling en geeft aan ook in het derde kwartaal minimaal 20 procent en soms wel 50 procent op de omzet te moeten inleveren. Bijna 60 procent van de bedrijven komt binnen een jaar in liquiditeitsproblemen. De helft van die bedrijven zegt personele maatregelen niet te kunnen uitsluiten om een faillissement te voorkomen, als overheidsmaatregelen uitblijven. De intelligente lockdown is economisch gezien rampzalig voor de industrie, zegt FME. ‘Deze schokkende cijfers laten zien dat dat een enorme uitdaging is. Daarom hebben we zowel nu als in de toekomt mensen met de juiste skills

nodig’, stelt FME-voorzitter Ineke Dezentjé Hamming-Bluemink. ‘We moeten zorgen dat technologisch personeel behouden blijft en weer aan het werk kan, door middel van een NOW 2.0- en NOW 3.0-regeling. Ook moet er juist nu worden geïnvesteerd in innovatie en r&d.’ Het is hoog tijd dat naast de politieke focus op het ontzien van de gezondheidszorg, de focus ook op de economische belangen komt te liggen, vindt de branchevereniging. Dezentjé: ‘Gezondheid en economie zijn twee zijden van dezelfde medaille. De intelligente lockdown moet zo snel mogelijk een intelligente doorstart worden, zodat we enorme en blijvende schade bij bedrijven kunnen indammen.’

7


Hey engineer, no worries... Your top-level sensor project deserves superior quality! Let’s work together.

www.sentech.nl/iatf


+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

NIEUWS

NTS en Tecnotion China soepel door crisis Februari was zwaar, maar al in maart draaide de Chinese vestigingen van NTS en Tecnotion een topmaand. Alexander Pil

T

oen China eind januari vanwege de corona-uitbraak in lockdown moest, gingen ook bij de NTS-vestiging in Shanghai en de Tecnotion-fabriek in Suzhou de deuren op slot. Twee weken lag de productie stil. ‘We opereren in de hightechindustrie, dus we kregen snel toestemming om weer open te gaan’, vertelt Bas Kreukniet, die de Chinese NTS-branche onder zijn hoede heeft. ‘Op kantoor zaten we gelijk op ongeveer 80 procent, maar in de fabriek kwamen we niet verder dan zo’n 30 procent. Het was precies rond Chinees Nieuwjaar toen veel van onze productiemedewerkers bij hun familie waren, vaak aan de andere kant van het land. Omdat het openbaar vervoer bijna compleet stilstond, was het lastig om iedereen terug te krijgen. Steden en dorpen waren volledig afgesloten; niemand mocht er in of uit.’ Ook bij Tecnotion mochten ze snel weer aan de slag. ‘Maar wel met allerlei restricties’, benadrukt Michel Heck, directeur van de Chinese Tecnotion-site. ‘We moesten iedereen bij binnenkomst controleren. Als ze verschijnselen vertoonden, verplichtte de overheid ons dat we ze gelijk in quarantaine konden stoppen. Omdat door de drukte een dokter soms een paar dagen op zich kon laten wachten, betekende dat die ruimte ook een bed en een mobiel toilet moest bevatten. We hebben onze vergaderzaal daarvoor ingericht.’ NTS en Tecnotion mochten weliswaar hun werkzaamheden hervatten, maar niet al hun toeleveranciers kregen ook vrijstelling. ‘We hadden behoorlijk veel materiaal in ons eigen magazijn liggen, omdat de vraag naar onze lineaire motoren in de eerste

twee kwartalen traditioneel hoger is’, zegt Heck. ‘In Q4 beginnen we daarom altijd met het opbouwen van voorraad. Dat heeft ons nu gered. Ook bij onze leveranciers lagen al veel bestellingen klaar. Die konden we ophalen als ze de order voor de deur zetten en wij een half uur later langsreden.’ Voor NTS was de logistiek een van de grootste uitdagingen. Verzendingen stonden vaak een paar dagen te wachten voordat ze werden opgehaald. Er waren simpelweg te weinig transportmogelijkheden om alles weg te krijgen. ‘Veel opdrachten die normaal worden verscheept, moesten we met het vliegtuig versturen’, zegt Kreukniet.

Hamsteren

In maart gierde het bij zowel NTS als Tecnotion alweer de bocht uit. Heck: ‘We draaiden anderhalf keer een normale maandomzet. Veel klanten vertoonden hetzelfde hamstergedrag als je bij sommige consumenten ziet. Dat is natuurlijk goed voor je business, hoewel we moeten afwachten wat dat betekent voor de rest van het jaar.’ Gelukkig kan Tecnotion dat enigszins compenseren met nieuwe klanten. ‘Omdat wij onze zaakjes al zo snel op orde hadden en weer produceerden, kregen we telefoontjes van bedrijven die normaal bij onze concurrenten inkopen.’ Een terugval aan orders heeft Kreukniet ook niet gezien, zelfs niet op het dieptepunt van de crisis. ‘Het overgrote deel van wat we doen, is voor de halfgeleiderindustrie, die vaak wat verder vooruit bestelt en met commitments werkt’, vertelt Kreukniet. ‘En de opdrachten bleven gewoon binnenkomen. Als de verwachtingen kloppen,

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

Een terugval aan orders heeft NTS Shanghai niet gezien, zelfs niet op het dieptepunt van de crisis. Foto: NTS

gaan we in de maanden tot de zomer een record neerzetten.’ Om alles te kunnen leveren, bouwt NTS meer garanties in, bijvoorbeeld door meer onderdelen dan gebruikelijk op voorraad te houden. En het werkt nog nauwer samen met zijn voornamelijk Chinese toeleveranciers. ‘We moeten creatief zijn en andere bronnen benutten om toch alle benodigde componenten bij elkaar te krijgen’, zegt Kreukniet. Wat neemt Heck mee uit de crisisperiode? ‘Tecnotion werkte voor de uitbraak al aan een wereldwijde expansie om local for local onze klanten te kunnen bedienen’, antwoordt hij. ‘Ik verwacht dat de uitrol van die strategie een boost krijgt, omdat je met zo’n opzet de risico’s veel meer kunt spreiden. Als één site om wat voor reden dicht moet, kan een andere bijspringen.’

9


Providing solutions for tomorrow’s technologies www.hittech.com

10

DEVELOPMENT

+MACHINEBOUW 3 MECHATRONICA ASSEMBLY

MANUFACTURING

MATERIALS


+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

NIEUWS

ASML verwacht immuniteit in coronacrisis De coronapandemie heeft weliswaar geleid tot ruis in de toeleverketen en tot enkele operationele problemen, maar tot dusver is ASML erin geslaagd de boel op gang te houden. Ook klanten blijven enthousiast bestellen, dus is de Veldhovense machinebouwer ondanks de onzekerheid voorzichtig optimistisch. Paul van Gerven

K

ijkend naar de aandelenkoers van ASML zou je niet zeggen dat een wereldwijde pandemie donkere schaduwen werpt over de wereldeconomie. Na een korte duik midden maart zijn de aandelen van het bedrijf hersteld tot het niveau van voor corona. Zelfs het schrappen van formele financiële verwachtingen voor de rest van het jaar schrikt beleggers niet af. Dit alles is ongebruikelijk omdat de halfgeleiderindustrie van oudsher de eerste is die wordt geraakt wanneer de economische vooruitzichten dalen. Geruststellende woorden van topman Peter Wennink hebben waarschijnlijk geholpen. ‘We plannen niet voor een Armageddon-scenario, waarbij de hele wereldeconomie in een afgrond stort. Ik denk niet dat dat gaat gebeuren’, zei Wennink bij de bespreking van de eerstekwartaalresultaten met financiële analisten.

Dubbele pech

Het feit dat ASML tot dusver geen ernstige verstoringen heeft ondervonden, wekt ook vertrouwen. Reisbeperkingen en quarantainemaatregelen kunnen grote schade aanrichten aan een bedrijf dat steunt op een meerlagige toeleverketen die de hele wereld omvat. Tot dusver is slechts een beperkt aantal zendingen vertraagd. Verschillende leveranciers van ASML zijn gedwongen hun activiteiten tijdelijk te staken, maar tot dusver is

er een alternatieve leverancier of een oplossing gevonden. ‘Ik denk dat we kunnen zeggen dat de problemen die rond de sluiting opdoken, zijn opgelost’, aldus cfo Roger Dassen in een videoboodschap. In de eigen activiteiten van ASML waren wel enige ‘ongemakken’ en ‘inefficiënties’, erkende Dassen. Met de juiste veiligheidsmaatregelen zijn alle faciliteiten van het bedrijf operationeel. Klanten op de gebruikelijke manier bedienen is echter veel uitdagender. Verzendingen en upgrades in het veld staan onder druk wanneer het overschrijden van grenzen, op zijn zachtst gezegd, een gedoe is. Maar met veel creativiteit, veerkracht en toewijding heeft ASML zijn klanten naar tevredenheid kunnen bedienen, zei Dassen en hij bedankte zijn ingenieurs voor hun inzet. ‘Ze gaan verder dan wat we in deze omstandigheden van ze kunnen verwachten. Je moet bedenken dat bijvoorbeeld een ingenieur die naar een bepaalde locatie reist, bij aankomst in quarantaine moet gaan – en soms bij terugkeer weer. Er is dus dubbele pech. Desondanks zijn onze mensen toegewijd om te gaan’, zei Dassen. Daarnaast heeft ASML geëxperimenteerd met ‘virtuele, augmented reality-achtige’ technologieën om lokale teams te ondersteunen.

Klanten nerveus

Beleggers weten ook dat de halfgeleiderindustrie constant een bewegend doelwit probeert te raken en niet snel

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

ASML-topman Peter Wennink: ‘Toonaangevende klanten vertellen ons dat ze dit hele jaar een onverminderde vraag zien naar geavanceerde devices.’ op de rem zal trappen. Om door te kunnen gaan, hebben ze de euv-technologie van ASML hard nodig. ‘Toonaangevende klanten hebben ons verteld dat ze zeker dit hele jaar een onverminderde vraag zien naar geavanceerde devices’, vertelde Wennink. ‘Bedenk dat de doorlooptijd en de kwalificatieduur van lithografiesystemen de langste in de fabriek zijn en dat klanten geen wijzigingen aan hun technologie en capaciteitsuitbreidingen zullen accepteren als dat hun vermogen verlaagt om hun toonaangevende klanten te blijven bedienen.’ Recente mutaties in het orderboek van ASML weerspiegelen dit. De bestellingen voor het eerste kwartaal bedroegen 3,1 miljard dollar, een opeenvolgende stijging van 28 procent. Ongeveer de helft van dat bedrag was voor euv-machines, waardoor ASML zijn geplande euv-productiecapaciteit voor volgend jaar moet verhogen naar 45 tot 50 eenheden (tegenover 35 dit jaar). Sommige klanten worden zo nerveus dat hun euv-tools vertraging oplopen, dat ze vragen om de systemen te verzenden voordat de normale fabrieksacceptatietests zijn voltooid. Het is duidelijk dat het enige bedrijf ter wereld dat technologie van zo’n zeer strategische aard kan leveren, niet zal crashen.

11


+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

NIEUWS

‘Het is een race om als eerste de beste oplossing te hebben’ Smart Robotics vierde 1 mei zijn eerste lustrum midden in een internationale crisis. Mededirecteur Heico Sandee kijkt terug op vijf leerzame jaren, waarin het bedrijf ervoor koos om zich te richten op de logistiekmarkt. De focus verplaatst nu van enkel ontwikkeling naar een combinatie van ontwikkeling en sales. Jessica Vermeer

H

eico Sandee, mededirecteur van Smart Robotics, kijkt tevreden terug op de afgelopen vijf jaar. ‘De groeicurve was volgens verwachting en dat heeft eigenlijk verrast’, zegt hij. De ambities van het cobotuitzendbureau waren bij de aftrap hoog, zoals dat bij veel startups het geval is. ‘Als je die geplande groei inderdaad kunt

doormaken, is dat behoorlijk gaaf’, lacht Sandee. Toch blijft het spannend, zeker gezien de kosten die het bedrijf elke maand maakt, ook in coronatijd. Inmiddels zijn er zestig man in dienst en Smart Robotics groeit nog steeds. De Eindhovense startup opende begin maart in Utrecht zijn tweede vestiging. De uitbreiding heeft een heel

Focus is cruciaal. Smart Robotics richt zijn pijlen volledig op logistieke systemen.

12

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

praktische reden. ‘We zoeken de beste mensen en die wonen niet alleen in de omgeving Eindhoven’, aldus Sandee. Potentiële medewerkers met een achtergrond in de it of gaming ziten vooral in de Randstad. Inmiddels werken er acht personen vanuit het nieuwe pand. ‘Door de uitbreiding hadden we alle middelen voor op afstand werken


+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

+ + + + + + + + + +

‘Ik verwacht dat de groei na corona doorzet.’

pre-corona al op orde’, legt Sandee uit. ‘Een geluk bij een ongeluk.’ Volgens Sandee balanceren de pushen pulleffecten van de pandemie elkaar redelijk uit. ‘We zien een lichte daling ten opzichte van de verwachte sales.’ De markt voor cobots zat pre-corona in de lift. Het grote voordeel van robots en cobots is natuurlijk dat ze corona-proof zijn. Tegelijkertijd heerst er op dit moment grote onzekerheid bij klanten. ‘Ze zien in hoe de inzet van robots kan helpen tijdens een pandemie, maar het vraagt een investering die ze op dit moment niet durven te doen. Het is afwachten hoe de markt er na corona zal uitzien.’ Er ontstaat door corona wellicht een drive om meer lokaal te produceren. Nearshoring is volgens Sandee alleen maar mogelijk als er robots en cobots worden ingezet; de arbeidskosten zijn hier simpelweg te hoog. Smart Robotics is voornamelijk bezig met logistieke handelingen die al lokaal worden uitgevoerd. Sandee weet dus nog niet of hij er binnen zijn klantengroep veel van zal merken. ‘De markt was pre-corona al een tijdje aan het groeien’, zegt hij. ‘Ik verwacht dat die trend doorzet, ongeacht corona.’

Meer massa

De belangrijkste geleerde les van het eerste lustrum is volgens Sandee het kiezen van de juiste focus. ‘We wisten van het begin af aan dat we moesten focussen, maar wat ons speerpunt moest zijn, hebben we initieel opengelaten’, verklaart hij. Duidelijk was dat ze een

softwareplatform wilden ontwikkelen waarop ze makkelijker complexe cobotapplicaties konden bouwen. ‘Wat die applicaties gingen zijn, wisten we nog niet.’ Na een zoektocht naar de snelste vervolgvraag en de grootste potentie, richt Smart Robotics zijn pijlen inmiddels volledig op logistieke systemen. Terwijl veel startups worstelen om overeind te blijven in deze tijden van corona, weten Sandee en zijn team zich goed staande te houden. Smart Robotics voltooide in november een belangrijke investeringsronde met Innovation Industries, Mirai (het investeringsvehikel van Toyota) en eerdere investeerder Vanderlande. ‘Die zijn daadkrachtig en helpen ons enorm’, zegt Sandee. ‘We zaten nog in een risicovolle fase, vanuit investeringsoogpunt gezien, maar vroegen wel een dusdanig kapitaal dat ze niet over één nacht ijs gingen.’ De markt voor cobots wordt nu bezet door een aantal partijen die ongeveer even groot zijn als Smart Robotics. ‘Er komt weleens een concurrent bij, maar het valt mee’, ziet Sandee. ‘Het zijn typisch geen grote spelers.’ De grote bedrijven die wel in de markt stappen, doen dat in samenwerking met een startup. ‘Er moet nogal wat ontwikkeld worden om het voor elkaar te krijgen,’ legt Sandee uit. ‘Het is een race om als eerste de beste oplossing te hebben. Voor een groot bedrijf is het moeilijker om snel te schakelen.’ Een van de ontwikkelingen waar de markt naar snakt, is een cobot die meer kilo’s aankan. De meeste cobots kun-

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

nen maximaal tien kilo tillen. Minus het grippergewicht zijn deze geschikt voor producten tot acht kilo. Het gewicht dat een mens mag dragen, gaat volgens de Arbo-richtlijnen van 25 naar 15 kilo. ‘Dat komt in de buurt van wat een cobot kan’, stelt Sandee. Universal Robotics bracht recent een nieuw cobotmodel op de markt dat meer massa kan dragen. Sandee is sceptisch over dat ontwerp. ‘Ik heb nog geen vraagstuk gezien waar je het toe zou kunnen passen. Die cobot is korter gemaakt. Een grotere massa betekent typisch grotere dozen. De cobot moet verder kunnen reiken en dus juist langer zijn.’

Kinderschoenen

Sandee is positief gestemd over de toekomst van zijn bedrijf. ‘We hebben nu bij behoorlijk veel grote klanten de eerste robot neergezet waarmee we aan het proefdraaien zijn. Het is spannend of het ons lukt om in dit tempo door te innoveren en zo in hun behoefte te voorzien.’ Dat moet de klanten aanzetten om door te pakken en op te schalen. ‘Hoe goed dat lukt, gaat bepalen hoe we er over vijf jaar voor staan.’ Smart Robotics heeft de focus op verkoop begin 2020 verhoogd. Daarnaast wil het bedrijf flink doorgroeien in de ontwikkeling. Robotisering en logistiek staat volgens Sandee nog in de kinderschoenen. ‘Er gaan de komende tien à twintig jaar nog veel ontwikkelingen zijn in deze markt’, zegt hij. ‘We zullen dus echt een ontwikkelbedrijf blijven, naast dat we de producten aan de man gaan brengen.’

13


INTERVIEW MET STEFAN VOSSEN

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

Hittech wil dat medewerkers hun eigen succes stimuleren Trainingsprogramma’s kunnen voor elk hightechbedrijf een effectief hulpmiddel zijn om nieuw talent aan te trekken en werknemers te helpen hun vaardigheden aan te scherpen. Voor ontwikkelmanager Stefan Vossen van Hittech Multin bieden trainingen iets veel belangrijkers: een kans om je intrinsieke motivatie te ontdekken en je passie te realiseren. Collin Arocho

I

n 1994 trad Cor Heijwegen af als divisiedirecteur binnen de Hoogovens Groep. De groep bestond uit tal van bedrijven die Hoogovens – nu Tata Steel – voorzagen van gereedschappen en materialen die worden gebruikt bij de productie van ijzer, staal en aluminium. Na hun vertrek besloten Heijwegen en een paar collega’s om een eigen bedrijf te starten bestaande uit verschillende Hoogovens-leveranciers, genaamd Hoogovens Industriële Toelevering of Hit Group. In 2004 werd het omgedoopt tot Hittech Group. Tegenwoordig bestaat het bedrijf uit acht zelfbesturende, maar niet onafhankelijke divisies, beheerd door een kleine holding. Die groepen worden zeer bewust klein gehouden – minder dan honderd man – om flexibiliteit, ondernemerschap en focus op de klant te garanderen. Een van Hittechs dochterondernemingen, Hittech Multin, is gespecialiseerd in de ontwikkeling en productie van mechatronische producten voor de medische, halfgeleider-, meet- en analytische industrie. Deze producten moeten voldoen aan hoge kwaliteitseisen en bevatten kennis over nauwkeurige positionering, optica, vacuümtechnologie, reinheid en medische voorschriften. Om deze systemen te ontwikkelen, heeft de Haagse vestiging van Multin personeel nodig met een sterke technologische achtergrond en de wens om zijn vaardigheden te verbeteren door middel van training.

14

‘Het is geen wonder dat het grootste deel van de ontwikkelcapaciteit van Hittech Group onder het dak van Hittech Multin zit’, stelt ontwikkelmanager Stefan Vossen. ‘Hier werken vereist de mentaliteit en urgentie om constant te verbeteren en de bereidheid om echt met klanten in contact te komen. Daarom worden zo veel technologische ontwikkelingen van Hittech gedaan op of met inbreng van deze afdeling.’

Filosofie

Om de klantgerichte focus te behouden, streeft Hittech er voortdurend naar om de boel op te schudden en out-of-the-box te denken om zich aan te passen en beter aan te sluiten bij de behoeftes van zijn klanten. Het bedrijf hanteert niet voor niets het mantra ‘masters in improvement’. Een tool die de systeemontwikkelaar gebruikt om dit te bewerkstelligen, is training. ‘Ik heb een andere filosofie als het gaat om training’, zegt Vossen. ‘Ik heb een aantal keer gemerkt bij cursussen die ikzelf volgde dat er een groot verschil zit tus-

EMC for mechatronic engineers

Leer communiceren met elektrotechnische ingenieurs door de emc-vereisten te begrijpen en te snappen hoe u uw mechatronisch ontwerp aan de eisen laat voldoen.

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

sen de deelnemers die gemotiveerd zijn om te komen en degenen die verplicht zijn gestuurd. Als je niet intrinsiek gemotiveerd bent voor een training, zul je er waarschijnlijk niets uithalen.’ Zelf begon Vossen zijn carrière als wetenschapper bij TNO, gespecialiseerd in elektromagnetisme. Daar raakte hij geïnteresseerd in het coachen van anderen in hun professionele traject. ‘Het was een vrij steil groeipad, maar ik heb meerdere trainingen gevolgd over coaching. In deze cursussen heb ik zo veel over mezelf geleerd’, vertelt Vossen. ‘Ik ontdekte dat ik het erg leuk vind om met jongere mensen te werken en hen te helpen hun carrière verder te ontwikkelen. Toen werd ik teammanager en vond ik echt mijn passie voor het coachen en begeleiden van jong talent. En sindsdien heb ik geprobeerd daar mijn energie in te steken.’

Aan het roer

Een ander aspect van Vossens filosofie over training is dat er in zijn groep nooit een standaard programma is. Trainingsprogramma’s moeten op maat worden gemaakt, zodat ze precies bij elke medewerker passen. ‘Het komt echt neer op de behoeften van de persoon, uiteraard binnen zijn rol in het team. Ik wil dat ze ergens enthousiast over zijn en zelf beslissen’, legt Vossen uit. ‘Ik wil niet aan het roer van hun carrière zitten. Dat moet van henzelf komen, met hun eigen visie en eigen


+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

Stefan Vossen: ‘Als je niet intrinsiek gemotiveerd bent voor een training, zul je er waarschijnlijk niets uit halen.’ Foto: Fotowerkt.nl

belangen. Ik denk dat cursussen daar deel van uitmaken.’ Het lijkt erop dat de aanpak zijn vruchten afwerpt. Volgens Vossen ondergaat de productontwikkeling bij Hittech de afgelopen jaren een transitie. Toen het bedrijf werd opgericht, lag de focus op materiaalkennis en constructieprincipes, maar nu is het gericht op mechanica en mechatronica, gecombineerd met optica, elektronica en software. ‘Als bedrijf bieden we volledig geintegreerde producten. Maar met deze transitie moesten we de systeemengineering binnen de groep echt intensiveren’, stelt Vossen. ‘Deze verschuiving betekende dat we onze capaciteiten moesten aanpassen en verbeteren. Een aantal van onze ingenieurs vroeg of ze cursussen mochten doen.’

Fris perspectief

Onlangs was er zo veel belangstelling voor een training in elektromagnetische

compatibiliteit dat Hittech besloot om een bedrijfseditie van de cursus ‘EMC for mechatronic engineers’ van High Tech Institute te laten uitvoeren. ‘Als we trainingen selecteren, willen we geen standaard cursusboek. Het is belangrijk voor ons om trainingen te vinden die worden gegeven door mensen met diepe wortels en ervaring in het hightechdomein’, benadrukt Vossen. ‘Daarom hebben we ons tot High Tech Institute gewend. Hun trainingen zijn ontworpen voor en door experts uit de industrie. Dat geeft me veel vertrouwen bij het organiseren van dit soort trainingen, omdat ik weet dat de inhoud altijd betrouwbaar is.’ Een training heeft echter geen zin als het niet leidt tot resultaten en, natuurlijk, een return on investment. Hoewel dit soms moeilijk te kwantificeren is, is dat voor Vossen zonneklaar. Een specifiek moment waar hij opvallende verbeteringen heeft opgemerkt, is in de vroege stadia van systeemontwerp. Vossen:

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

‘Ik heb gezien dat onze ingenieurs vaak van een training terugkomen met een fris nieuw perspectief. Ik merk dit vooral in de beginfase van projectplanning. Zo houden de ingenieurs bij het opstellen van foutbudgetten al in een vroeg stadium rekening met meer details, met name met het oog op mogelijke emc-gerelateerde problemen. In het verleden hebben ze deze potentiële problemen misschien helemaal gemist.’ ‘Een ander voordeel dat ik toeschrijf aan mijn medewerkers die deelnemen aan trainingsprogramma’s is dat het de communicatie lijkt te bevorderen. Met name tussen engineers die in multidisciplinaire groepen werken. Ze lijken elkaars behoeftes beter te begrijpen en houden dus vanaf het begin meer rekening met elkaar. En hoewel geen enkel project gelijk perfect is, geldt: hoe beter je specificaties en voorwaarden aan het begin van een project zijn, hoe beter en soepeler het project zal verlopen.’

15


THEMA CARRIÈRE EN LEIDERSCHAP

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

Persoonlijk leiderschap onmisbare schakel in succesvolle organisatie In zijn vijfjarige bestaan heeft het High Tech Systems Center een prominente plek verworven als schakel tussen het bedrijfsleven en de academische wereld. Bedrijven werken graag met het centrum samen en onderzoekers willen graag aangesloten zijn. Wat de sleutel is tot dit succes? ‘Naast technische excellentie is dit zonder twijfel leiderschap’, stelt Katja Pahnke, mededirecteur van HTSC. Antoinette Brugman

H

et was even wennen vijf jaar geleden toen ze naast Maarten Steinbuch begon als directeur bij het High Tech Systems Center (HTSC). Katja Pahnke is van huis uit chemicus en dus geen elektrotechnicus, softwaredeskundige, werktuigbouwkundige, mechatronicus of fysicus – de mensen uit de faculteiten die HTSC samenbindt. ‘Ik kwam voor het optuigen van een nieuwe manier van samenwerken en het opzetten van een organisatie. Maar ik had te maken met allemaal slimme mensen die het vooral hadden over de inhoud en kwaliteit van onderzoek en veel minder over de manier waarop we dingen slimmer en ook commerciëler kunnen aanpakken. Dat voelde in het begin wel wat eenzaam.’ Inmiddels voelt Pahnke zich bij HTSC als een vis in het water en heeft zij vanuit persoonlijk leiderschap de activiteiten van het centrum met succes verder uitgebouwd. HTSC brengt onderzoeksactiviteiten op het gebied van complexe hightech systemen samen in één onderzoekscentrum. De organisatie is ingebed in de TU Eindhoven en combineert de expertise van de faculteiten Werktuigbouwkunde, Elektrotechniek, Wiskunde & Informatica en Technische Natuurkunde. HTSC voert multidisciplinair fundamenteel onderzoek uit en ontwerpt nieuwe concepten en prototypes in een hechte samenwerking tussen de faculteiten en het bedrijfsleven.

16

Pahnke: ‘De industrie komt bijvoorbeeld met vraagstukken naar HTSC, maar tijdens de opstart hadden we ook eigen gelden waarmee we vraagstukken met meer academische vrijheid hebben onderzocht. Onze researchers vinden dit vrije onderzoek uiteraard erg belangrijk. De industrie wil juist ook verrast worden met nieuwe ideeën, omdat daar soms onverwachte innovaties uit voortkomen die goud waard kunnen zijn. Maar ook de manier waarop we werken, heeft hierop invloed. We zeggen wel eens gekscherend: we worden betaald om buiten de lijntjes te kleuren.’ Maarten Steinbuch en Katja Pahnke kunnen goed meepraten over de inhoud, maar hebben ook oprechte interesse in hun mensen.

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

Multidisciplinaire consortia

De HTSC-structuur is opgehangen aan consortiavorming. Voorwaarde voor een consortium is dat het multidisciplinair is – er moeten meerdere faculteiten bij betrokken zijn – en dat er ook een systeemarchitectuuraspect in zit. Aan de basis van een nieuw onderzoek ligt altijd een onderzoeksvraag die aansluit bij een industriële probleemstelling. Deze werkwijze slaat aan. Het aantal onderzoeksplaatsen vanuit HTSC is in vijf jaar verdubbeld, van honderd tot boven de tweehonderd, waarvan 80 procent bezet door promo-


+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

Persoonlijk leiderschap

vendi en 20 procent door trainees van de PDEng-ontwerpersopleiding Mechatronic Systems Design. ‘Er is in de vijf jaar dat wij bestaan veel veranderd, alleen al als je kijkt naar het aannemen van onderzoekers’, vertelt Pahnke. ‘Toen wij begonnen, werden onderzoekers vanuit de universiteit met name geselecteerd op hun inhoudelijke kennis en was de vijver om uit te vissen voor nieuwe talenten groot. De faculteiten bepalen welke kandidaat qua opleiding en ervaring het best past bij een onderzoeksproject. Talent is nu veel schaarser. Eén aspect wordt steeds belangrijker: hoe zorg je er als TUE voor dat kandidaten voor jou kiezen? Ik ben ervan overtuigd dat hierin ook leiderschap een grote rol speelt.’ ‘Door je leiderschapskwaliteiten in te zetten’, vervolgt Pahnke, ‘kun je ervoor zorgen dat binnen je organisatie een inspirerende werksfeer hangt, dat je onderzoekers en medewerkers gave uitdagingen kunt bieden en dat zij de ruimte krijgen om maximaal op te bloeien. Zo zorg je ervoor dat je iedereen in zijn kracht zet. Dit is precies waar ik samen met Maarten Steinbuch hard aan werk. Dat dit effect heeft, blijkt wel: regelmatig komt het voor dat mensen aangeven dat zij voor ons willen werken. We kunnen goed meepraten over de inhoud en goed afstemmen, maar hebben ook oprechte interesse in mensen en zijn sensitief. Andere belangrijke

factoren zijn eigenaarschap, ondernemerschap en vasthoudendheid voor het bereiken van je doelen, zoals wendbaarheid om in complexe omstandigheden te manoeuvreren.’ Pahnke en Steinbuch hebben samen een groot netwerk. Bij het vormen van een multidisciplinair team bekijken ze zorgvuldig wie er qua persoonlijkheid en inhoudelijke bagage het best past. Daarnaast is er nog iets dat Pahnke heel belangrijk vindt: diversiteit. ‘Ik geloof erin dat je diversiteit nodig hebt voor maximale inspiratie en kruisbestuiving. Daarmee bedoel ik dat je bijvoorbeeld mensen moet hebben die misschien wat chaotisch zijn, maar daarbij ontzettend creatief. Daarnaast heb je ook mensen nodig die gestructureerd werken en die iets in een plan kunnen gieten, het opstarten en afmaken. De kracht van leiderschap is dat je deze diversiteit in je team brengt. Hiervoor zijn competenties van de harde, inhoudelijk kant nodig, maar zeker ook van de zachte, persoonlijke kant. Ik vind het belangrijk dat je mensen in deze complexe omgeving in hun kracht zet en dat je ze een fijne werkomgeving biedt waar ze zich aan willen binden. En dat ieder teamlid eigenaarschap neemt en commitment toont om hieraan zijn bijdrage te leveren. Als je alleen zou sturen op inhoud, dan kun je dit niet voor elkaar krijgen. Hiervoor is persoonlijk leiderschap een vereiste.’

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

‘Voor mij begint het succes van een organisatie bij persoonlijk leiderschap’, legt Pahnke uit. ‘Hiermee bedoel ik dat je jezelf als leidinggevende goed kent en goed stuurt. Je weet hoe je doelen stelt en hoe je trouw blijft aan je waarden en je handelt hiernaar. Belangrijk is ook dat je je realiseert dat je hierin een voorbeeldrol vervult en dat je die ook bewust laat zien. Als je dit uitdraagt, dan zullen mensen in een omgeving met complexe inhoudelijke vraagstellingen er eerder voor kiezen om voor jou te werken. Zo kun je door leiderschap goede mensen aan je binden en een goed team samenstellen. Als je vervolgens als team goed leiderschap toont, dan heeft dit weer positieve invloed op de organisatie als geheel en zo kun je uiteindelijk ook leiderschap tonen in het ecosysteem waar de organisatie in opereert. Deze gelaagdheid is in mijn ogen een belangrijk aspect.’ Om te zorgen voor een goede verbinding tussen de academische wereld en de industrie werkt HTSC met ‘fellows’ en programmamanagers. Pahnke: “Fellows zijn mensen uit het bedrijfsleven die in deeltijd bij HTSC werken en een boegbeeld vormen voor een specifiek gebied of domein. Het zijn echte vakmensen. Zij vormen de link met het bedrijfsleven, spelen een rol in de valorisatie van kennis en verankeren systeemdenken. Ze hebben connecties in het bedrijfsleven en kunnen de link leggen naar wetenschappers en faculteiten om nieuwe programma’s te ontwikkelen. Een van hen is bijvoorbeeld Ton Peijnenburg. Hij heeft ontzettend veel kennis over mechatronica, beheerst als geen ander het denken in systeemarchitectuur en is thuis in wat er komt kijken bij ontwerpen van systemen. Onze programmamanagers zijn de mensen die een groot consortium kunnen bouwen in een specifiek gebied, bijvoorbeeld robotica of 3d printing. Ook programmamanagers zijn mensen uit de industrie, die deels verbonden zijn aan HTSC.’ Bij het succesvol slaan van een brug tussen het bedrijfsleven en de TUE komt ook leiderschap weer om de hoek kijken, vindt Pahnke. ‘Het is belangrijk hoe je als leider omgaat met de verschillen tussen de organisaties. Maar-

17


De toekomst is dichterbij dan je denkt Je wilt vooroplopen als bedrijf, maar hoe? Daarvoor heb je specialisten nodig die meedenken op elk vlak. Creativiteit, toewijding en een heleboel knowhow: NTS helpt klanten aan de beste oplossing voor hun specifieke vraag. Wij zijn gespecialiseerd in het ontwikkelen, maken en assembleren van (opto)-mechatronische systemen, mechanische modules en kritische componenten. Onze expertises? Precisie en wendbaarheid. Van eerste ontwerp, naar prototype tot assemblage: onze veelzijdige ondersteuning helpt klanten om producten sneller te realiseren. NTS excelleert in het oplossen van complexe vraagstukken. Wij bedenken en realiseren precies die toepassing waar onze klant naar zoekt. Met onze veelzijdige kennis en ervaring versnellen we technologische innovaties.

Onze (opto-)mechatronische systemen en mechanische modules dragen bij aan toekomstige technologieën

De technologie van de toekomst? NTS brengt je dichterbij.

nts-group.nl/careers

“ASML’s Architects is an impressive book, a curious book and a book for the curious. (…) Clearly a labour of love by Raaijmakers but nonetheless an easy read.” Peter Clarke, eeNews, February 1, 2019

ORDER NOW

“Rene Raaijmakers’ book on the history of ASML is a monumental work in its depth and breadth from ASML’s beginning through 1996. (…) No tech company’s history has ever been covered to such a degree.” Dan Hutcheson, The Chips Insider, February 1, 2019

techwatchbooks.nl/architects

18

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3


THEMA CARRIÈRE EN LEIDERSCHAP

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

ten Steinbuch en ik hebben allebei in het bedrijfsleven en in een universitaire omgeving gewerkt. Zelf heb ik ook bij de toegepaste kennisorganisatie TNO gezeten. Daardoor kennen we de cultuur van deze organisaties en het veld waarin ze ageren, weten we hoe processen verlopen en hoe de innovatieketen loopt. Doordat je de organisaties kent, spreek je elkaars taal en kun je beter afstemmen en inspelen op de verschillen en bouwen op de complementaire kwaliteiten voor een gemeenschappelijk doel. De universiteit kenmerkt zich bijvoorbeeld – iets wat enorm raakt aan mijn van oorsprong Duitse waarden – door de beste te willen zijn, willen excelleren. Door de manier van werken kunnen projecten soms echter lang duren. In het bedrijfsleven willen ze ook excellent ondernemerschap tonen, maar hiervoor is soms 80 procent van het resultaat voldoende, omdat ook andere aspecten meespelen, zoals de veel hogere dynamiek en commerciële belangen. Juist door de verschillen kunnen beide werelden veel van elkaar leren en bij elkaar komen.’ Dat deze verbinding succesvol opgezet kan worden door persoonlijk leiderschap bleek bijvoorbeeld uit de opzet van het Amsystems Center, een gezamenlijk innovatiecentrum voor additive manufacturing. Pahnke: ‘Ik kende TNO heel goed en TNO zat fysiek op het terrein van de TUE – nabijheid helpt enorm. Er was al langer het idee om samen een multidisciplinaire samenwerking op te zetten, maar dit bleef vaak hangen op beleidsmatige zaken. We hebben toen samen onze schouders eronder gezet, eigenaarschap genomen en kracht en snelheid laten zien. Het Amsystems Center kwam er en in drie jaar tijd heeft dit naast veel gezamenlijke onderzoeksprojecten geleidt tot bijna twintig PhD’s en enkele Mechatronics Systems Design-ontwerpers’, vertelt Pahnke trots.

Kruisbestuiving

Dat ook grote bedrijven de meerwaarde van het multidisciplinaire karakter van de projecten binnen HTSC zien, bleek bij een project met ASML. Zij wilden een project opzetten met een totaal nieuw waferstageconcept, onder andere met behulp

Katja Pahnke: ‘Persoonlijk leiderschap begint met jezelf kennen, weten hoe je doelen stelt, hoe je trouw blijft aan je waarden en hiernaar handelen.’

van piëzoactuatoren. Hiervoor wilden ze een paar stappen terugzetten in het ontwerp van het bestaande concept, om van daaruit in volledige vrijheid een nieuw ontwerp kunnen maken. ASML stelde echter wel een voorwaarde: dit proces zou alleen succesvol kunnen verlopen als het fysiek buiten zijn muren zou worden uitgevoerd in een multidisciplinair team én op colocatie. Pahnke: ‘Bij het bespreken van de plannen van ASML zagen wij kansen om dit project onder te brengen bij Eindhoven Engine, een publiek-private onderzoeksfaciliteit op de TUE-campus die innovaties versnelt in de Brainportregio. Waar wij bij HTSC werken aan projecten die gemiddeld vier jaar duren, lopen bij Eindhoven Engine projecten waarbij kennisinstellingen – TUE, Fontys en TNO – en industrieketens zo efficiënt samenwerken dat zij innovaties versneld naar de markt brengen.’ De enorme versnelling komt bij Eindhoven Engine tot stand door te werken in een aantal parallel lopende projecten in verschillende domeinen en door de samenwerking van medewerkers uit het bedrijfsleven met onderzoekers uit de academische wereld en van kennisinstituten. Door kruisbestuiving tussen de verschillende parallelle projecten die op één gezamenlijke locatie lopen en door

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

een bepaalde manier van werken worden projecten versneld en wordt de collectieve intelligentie beter benut. Het ASML-project verloopt succesvol en toont aan dat het voor innovaties belangrijk is om uit te gaan van een andere aanpak. Pahnke legt uit: ‘Je moet onverwachte ontmoetingen organiseren tussen verschillende disciplines, maar ook tussen onderzoekers en de industrie. Een inspiratiebron was het Philips Natlab. Door mensen uit verschillende vakgebieden bij elkaar te zetten op een colocatie ontstaan verrassende dingen.’ ‘Ik ben ervan overtuigd dat wij hebben aangetoond dat de samenwerking die wij nu faciliteren vanuit HTSC een veelbelovende manier van werken is voor de toekomst. Een adaptieve, wendbare organisatie op het grensvlak van de industrie en de wetenschap, zoals ons HTSC, kan helpen om innovaties in gang te zetten en in de regio te houden. En om het talent dat je hiervoor nodig hebt aan te trekken en te behouden. Uiteindelijk wil je de juiste mensen op de juiste plek krijgen en deze mensen ook aan je binden. Dat kun je naar mijn idee alleen realiseren vanuit persoonlijk leiderschap. En ja, dat werkt uiteindelijk ook door in je team, naar je organisatie en naar het ecosysteem waarin je opereert. En dat is toch wat je wilt.’

19


THEMA CARRIÈRE EN LEIDERSCHAP

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

‘Ongelooflijk mooi waartoe een gezamenlijk doel kan leiden’ Marcel Rietkerk (45) is verantwoordelijk voor een team van 32 engineers binnen de NTS-divisie Mechatronics. Samen zorgen zij ervoor dat componenten, producten en systemen van klanten in een hoger volume kunnen worden gemaakt. De afgelopen jaren verdubbelde het team in omvang en het groeit nog steeds. ‘Mijn teamleden zijn mensen die gas willen geven en erop uit willen. We willen Champions League spelen. Soms heb je een moment dat het spannend is om een systeem werkend te krijgen, maar dan is iedereen zo gedreven dat het toch lukt.’ Daniëlla van Laarhoven

‘A

lles wat onze klanten ontwikkelen en wat onze divisie Development & Engineering ontwikkelt, is bedoeld om er uiteindelijk een serie van te bouwen’, vertelt Marcel Rietkerk, engineermanager bij NTS Mechatronics. ‘Mijn afdeling is verantwoordelijk voor de technische realisatie van series. Je hebt een model of een prototype en dat moet worden opgeschaald. Als een klant op dit moment één systeem per maand produceert en hij wil de productie opschalen en er vijftien per maand gaan produceren, betekent dat wezenlijke andere vereisten in zowel het ontwerp, de werkplek als de procesinrichting.’ ‘Wat het werken in dit team typeert, is dat je met heel diverse mensen te maken hebt, zowel binnen NTS als bij leveranciers en klanten. Binnen NTS heb je bijvoorbeeld te maken met new product logistics – zij richten de toeleverketen in. Sommige systemen die we maken, bestaan uit wel vijfentwintighonderd componenten. Die moeten allemaal worden ingekocht en tijdig worden geleverd. Het is een heel uitdagende opgave om te organiseren voor een product dat continu in ontwikkeling is.’ ‘Mijn team ontwerpt geen product, systeem of component. We dragen bij aan het optimaliseren en perfectione-

20

ren van het ontwerp zodat het geschikt is om in volume te produceren. Daarin werken we intensief samen met onze klant. We zijn verantwoordelijk voor het creëren en onderhouden van de meest efficiënt mogelijke situatie.’ ‘Het is daarom heel waardevol om een beroep te kunnen doen op mensen met praktijkkennis’, stelt Rietkerk. ‘Mensen die vanuit de praktijk weten wat maakbaar is. Wat betreft ervaring en kennis is er een heel leuke wisselwerking in het team. Er zijn teamleden met jaren technische ervaring, maar ook jonge mensen die heel behendig zijn met computers en software. Aan mij de uitdaging om ervoor te zorgen dat die kennis wordt gedeeld en dat de gewenste kruisbestuiving plaatsvindt.’

Polen

‘Voor mijzelf was de keuze voor een engineersopleiding eigenlijk heel logisch. Mijn vader zat in het vak. Toen ik was afgestudeerd als mechatronica-engineer bij Fontys Hogescholen, kreeg ik een brochure in handen van een van de technische toeleveranciers in de regio. Ik was direct enthousiast en startte er als constructeur. Uiteindelijk heb ik bij mijn eerste werkgever ook de salesengineering en de inrichting van een erp-pakket leren kennen.’

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

‘Normaal gesproken kom je als engineer niet zozeer met bedrijfsprocessen in aanraking, maar door het vanaf nul inrichten van een erp-pakket kreeg ik inzicht in alle processen die relevant zijn voor een optimale inrichting van je bedrijf. De combi tussen de techniek en bedrijfskunde heb ik daarna altijd in mijn functies behouden. Mijn tweede werkgever was een Pools bedrijf waar ik de mogelijkheid had een managementfunctie te vervullen. Dat en het feit dat ik graag een periode in het buitenland wilde wonen, gaven voor mij de doorslag om er te beginnen.’ ‘Van leven in het buitenland leer je ontzettend veel. Hoewel Polen niet heel ver van hier is, is de cultuur er echt heel anders. Werken in het buitenland is bovendien wezenlijk anders dan er op vakantie gaan. Wanneer je er werkt, leer je de cultuur pas echt kennen. Uiteindelijk heb ik er vierenhalf jaar gewoond. Op dat moment moest ik een keuze maken: of een sociaal leven opbouwen in Polen of terug naar Nederland gaan – je kunt immers niet in twee werelden blijven leven.’

Teamvorming

‘Ik heb er uiteindelijk voor gekozen om terug te gaan naar Nederland, maar ben er wel bij een heel internationaal bedrijf


+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

Marcel Rietkerk: ‘Mijn uitdaging is om ervoor te zorgen dat de teamsamenstelling klopt en dat mensen voldoende inzicht hebben in elkaars capaciteiten.’

gaan werken met vestigingen over de hele wereld. Als projectmanager heb ik productieprocessen opgezet in allerlei landen en met mensen van allerlei nationaliteiten. Het internationale karakter zie je ook terug in NTS. Dat is ook heel internationaal en heeft vestigingen in onder meer Azië en Oost-Europa. Ook de klanten van NTS zijn multinationale oem’s.’ ‘Als projectmanager heb je geen vast team, aan projecten zit een duidelijke kop en een staart. Een afdeling is aan de andere kant nooit klaar. Het was bewust mijn ambitie om een afdeling te managen. Je krijgt dan veel meer te maken met mensen, teamvorming en het organiseren van processen en rollen. Mijn team is de technische vraagbaak voor de hele organisatie. Problemen oplossen moet je leuk vinden en voor mij geldt dat je het leuk moet kunnen maken.’ ‘De diversiteit in mijn team is leuk. De uitdaging voor mij is om ervoor te zorgen dat de teamsamenstelling klopt en dat mensen voldoende inzicht hebben in elkaars capaciteiten en kenmerken. Uiteraard is niet iedereen hetzelfde. Er

zijn mensen die tot op detailniveau pakketten beheersen en er zijn mensen die wanneer een product of machine niet blijkt te werken supersterk zijn in het out-of-the-box troubleshooten en op die manier de machine toch werkend krijgen. Waar het om gaat, is dat iedereen zijn specialisme heeft maar dat iedereen ook een beetje generalist moet kunnen zijn.’

Niet micromanagen

‘De snelle groei van NTS zie je ook in mijn team’, vertelt Rietkerk. ‘De behoefte aan mensen die kunnen wat wij doen, is groot. In tweeënhalf jaar tijd is mijn team twee keer zo groot geworden. Het is ook een heel veelzijdige baan. New product introduction- en productie-engineers zijn mensen die in de praktijk staan, continu in de weer zijn met het onderhouden van contacten bij de klant, bij toeleveranciers en in de interne organisatie. Het is daardoor heel dynamisch. Bovendien krijg je te maken met een zekere mate van druk. Wanneer een systeem niet werkt, kan dat

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

geen maand duren. Die situatie moet zo snel mogelijk worden opgelost.’ ‘Soms heb je zo’n moment dat het heel spannend wordt, maar dat iedereen zo gedreven is dat het tocht lukt. Dan krijg je zo’n enorm commitment, zo’n enorme drive. Wij willen Champions League spelen. Dan moet er in een team een bepaalde flow komen. Wanneer een team een gezamenlijk doel heeft, is het ongelooflijk mooi waartoe dat kan leiden’, zegt Rietkerk trots. ‘Mensen bij NTS zijn bijzonder sterk in die gedrevenheid en collegialiteit. We schakelen snel, denken out of the box, pakken dingen snel op. We zijn heel agile, maar zijn gelijktijdig continu bezig de processen te borgen en risico’s te elimineren’, aldus Rietkerk. ‘Wat je hier krijgt, is veel vertrouwen en de kans om de handschoen op te pakken. Ik heb alleen maar professionals in mijn team en wil niet micromanagen. Mijn teamleden zijn mensen die gas willen geven en eropuit willen.’ Daniëlla van Laarhoven is tekstschrijver voor NTS.

21


THEMA CARRIÈRE EN LEIDERSCHAP

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

‘Technologie kan pas echt opkomen wanneer deze is gevalideerd in een industriële setting.’

Werken aan iot en slimme geconnecteerde systemen, een getuigenis Bij Flanders Make in Lommel, Kortrijk, Sint-Truiden en Leuven ontwikkelen onderzoekers nieuwe technologieën en nieuwe toepassingen voor intelligente robots, autonome voertuigen, onderling verbonden machines en mensgerichte productievestigingen. Zo zorgen ze ervoor dat lokale productiebedrijven aan de top blijven binnen hun markt. Applicatie-engineer Jori Winderickx vertelt over zijn boeiende onderzoek. Jori Winderickx

F

landers Make barst bijna letterlijk uit zijn voegen. Het Vlaamse onderzoekcentrum groeit en bouwt momenteel in Kortrijk een derde cocreatiecentrum rond Industrie 4.0-productie uit. Hier gaan ingenieurs en onderzoekers aan de slag met nieuwe technologieën die bedrijven binnenloodsen in de vierde industriële revolutie. Apparaten en werkcellen laten samenwerken om betere beslissingen te nemen, dat is onze uitdaging.

Slimme geconnecteerde systemen

Een autonoom voertuig kan enkel in zijn eigen omgeving kijken, within its line of sight. Een voetganger die om de hoek oversteekt, zal hij pas zien wanneer hij in de buurt komt. Ik werk aan het connecteren van datahulpbronnen met die autonome wagen. Een ander voertuig of een statische camera kan de aankomende autonome wagen waarschuwen, maar de wagen moet

22

de boodschappen ook begrijpen. Als iedereen gaat roepen: ‘We hebben iets gezien’, dan overladen we het netwerk. In dat geval zullen de boodschappen niet meer op tijd doorkomen. Om dit op te lossen, werk ik aan de communicatieprotocollen en bekijk ik de draadloze communicatie-infrastructuur. Je bekijkt eerst hoe de verbindingen gaan lopen. Je test de karakteristieken van de draadloze communicatieprotocollen om zo een idee te krijgen wat en hoe je deze best gebruikt. Niet zelden krijgen we in een testset-up te maken met een aantal nieuwe aspecten waarmee we rekening moeten houden. Bijvoorbeeld welke access points moet je voorzien en wat als je geen bereik hebt? Je krijgt verschillen in netwerkconfiguraties, enzovoorts. Dat is onderzoek!

Industrieel iot

In een geconnecteerde productieomgeving kunnen de algoritmes in de cloud draaien. Het voordeel is dat we het

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

‘De industriële omgeving vind ik boeiend en vooral de technologieën die daarbij komen kijken. Ik faciliteer onder meer een digital twin.’

productieproces kunnen optimaliseren. We lezen sensoren en bekijken hoe het proces loopt. Met algoritmes kunnen we fouten en obstakels in het proces onmiddellijk bijsturen. Je wilt ook voorspellingen doen. In een onderzoeksproject gebruiken we bijvoorbeeld de sterkte en de frequentie van trillingen om te voor-


+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

spellen wanneer een lager gaat falen. Dezelfde principes gelden eigenlijk ook voor een autonoom voertuig. De wagen voorspelt ook wat het risiconiveau is van de omgeving op zijn rijpad. Hij kan dan zijn rijgedrag meteen aanpassen. Technologie kan pas echt opkomen wanneer deze is gevalideerd in een industriële setting. Er wordt van alles beloofd en voorspeld over wat iiot voor de industriële wereld kan betekenen, maar bedrijven zitten met een probleem: hoe gaan we dit nu voor ons bedrijf uitvissen? Wat betekent dit voor mijn design en mijn assemblageproces? We zijn momenteel de iiot-cloudinfrastructuur aan het uitbouwen voor Flanders Make. Mijn collega-onderzoekers focussen op intelligente algoritmes. De modellen moeten altijd worden getest. In de testfase praten de apparaten met de cloud. Daarvoor moet hun set van componenten (opslag, Matlab/ Python-omgeving, ai-algoritmes, et cetera) eerst worden geconfigureerd in de cloud. Indien we niet een en dezelfde infrastructuur hebben, moet elk project een private cloud voor zichzelf opzetten, waarin elke ontwikkelaar gebruikt wat hij het best kent en goed kan. Dat verspilt veel kosten en tijd. Ik bouw een platform waarop je die componenten steeds eenvoudig kunt activeren waar ontwikkelaars het anders zelf zouden moeten implementeren. Wij doen dit meteen in een representatieve omgeving zoals bedrijven die ook zouden gebruiken. Een eigen omgeving in de cloud opzetten is immers veel werk voor een bedrijf. We starten dit jaar met vier interne labo’s en twee partner-labo’s bij de universiteiten die elk een project hebben aangegeven. Ik werk dus nauw samen met veel onderzoekers. Veel researchers werkten tot nog toe met lokale servers. Die staan in het lab bij wijze van spreken op vijf meter afstand van het apparaat. In een industriële setting worden de servers veelal gecentraliseerd in een datacenter. Dat bootsen we nu na waardoor je een industrieel relevant platform krijgt.

Uitdagende datastromen

De cloud heeft ‘oneindige’ rekenkracht en opslagcapaciteit. De communicatie-infrastructuur tussen de cloud en de apparaten is daarentegen niet altijd

‘In een onderzoekscentrum zit je op de eerste rij van nieuwe ontwikkelingen.’

even robuust en heeft geen oneindige capaciteit. Bij geconnecteerde fabrieken met robots en werkcellen die met elkaar en de cloud praten, wil je daarom de datastromen gaan beperken. Er is immers nog steeds een niet-robuuste connectie met de cloud. Met edge computing willen we bijvoorbeeld de datastroom gaan beperken en cloudfunctionaliteiten zoals een digital twin dichter bij het lokale netwerk brengen. Met het nieuwe 5g-netwerk zien we deze communicatie hopelijk wel verbeteren. Daarover zullen ook nog wel onderzoeksprojecten volgen. Werken in een onderzoeksomgeving geeft als voordeel dat je sneller kunt overschakelen naar het volgende onderwerp. Wij kunnen stoppen op een lager trl-niveau (technology readiness level) dan in de industrie. Als het functioneel gezien werkt, is het aan de industrie zelf om het verder tot in de puntjes uit te werken.

Herbruikbare data

Behalve naar het communicatie-aspect van data moeten we ook kijken naar de functionele eigenschappen van data. We voegen in het platform semantiek toe, zodat de data herbruikbaar kunnen zijn. Indien we niet kijken naar de betekenis van de data, zijn we gigabytes en terabytes aan het genereren die enkel bruikbaar zijn binnen één project. Wanneer we één overkoepelende structuur kunnen aanhouden, zullen deze data herbruikbaar zijn voor iedereen binnen Flanders Make en voor de industriële partners. Voor mij is dit werk heel interessant omdat er veel nieuwe technologieën zijn waar ik nu mee in aanraking kom (artificial intelligence, robotica, digital twins, augmented reality) en zo leer ik heel veel bij. In een onderzoekscentrum zit je op de eerste rij van nieuwe ontwikkelingen. Ik kijk uit naar wat er nog komt.

Jori Winderickx werkt sinds januari 2020 als applicatie-engineer bij Flanders Make te Lommel, op topics zoals de infrastructuur voor het industriële iot. Hij studeerde af in de elektronica-ict aan UHasselt-KU Leuven in 2014. In 2020 behaalde hij een doctoraat aan de KU Leuven met zijn onderzoek ‘Energy-efficient and secure implementation for the IoT’. Momenteel zet Winderickx nieuwe hardware/ software-infrastructuur op, grondleggerswerk voor nieuwe iiot-systemen voor Flanders Make. Interne gebruikers zijn hooggespecialiseerde onderzoeksingenieurs in onder meer mathematische optimalisatie, robotica, drivetrain-modellering, machine learning en learning control.

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

23


THEMA ROBOTICA

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

Robots krijgen geen corona Dat de coronacrisis een ongekende weerslag op de economie heeft, staat buiten kijf. Wat de gevolgen precies zullen zijn, daarvoor heb je een glazen bol nodig. Een van de grote struikelblokken is dat de oude indeling van de werkvloer niet langer is toegestaan. Een lopende band waar mensen schouder aan schouder hun werk doen, was al ouderwets, maar kan nu echt niet meer. Luidt de pandemie een golf in van automatisering en robotisering? Alexander Pil

D

oor de coronapandemie krijgen heel veel sectoren harde klappen. Hoewel de uitbraak (hopelijk) een exceptionele situatie is, krabben ondernemers zich achter de oren. Hadden ze hun organisatie en processen wellicht anders kunnen inrichten zodat ze beter bestand waren tegen dergelijke disrupties? Ligt het antwoord in massale robotisering? Robots worden immers niet ziek en zijn niet gebonden aan de 1,5-meterregels. Is corona dus een katalysator voor robotisering? Een voor de hand liggende plek om te beginnen, is bij ziekenhuizen en zorginstellingen. ‘We hebben contact gezocht met het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven’, vertelt Jesse Scholtes, programmamanager robotica bij het High Tech Systems Center van de TU Eindhoven. ‘Met ic-specialisten bespraken we de mogelijkheden om Hero, onze zorgrobot op basis van de Toyota HSR, in te zetten. En dan niet als een gimmick,

maar als waardevolle toevoeging. We dachten zelf aan een op afstand gecontroleerd systeem dat bijvoorbeeld temperatuurmetingen zou uitvoeren, of saturatieknijpers zou aanbrengen.’ Uit de discussies kwam naar voren dat er vooral behoefte was aan vaste camera’s om de patiënten continu centraal te kunnen monitoren. ‘Als ze daarmee het best zijn geholpen, is dat uiteraard prima’, zegt Scholtes, maar hij merkte tijdens die gesprekken dat heel weinig bekend is over de mogelijkheden van robotica. ‘Dat maakt het erg ingewikkeld om tot een nuttige applicatie te komen. Toyota zelf loopt ook tegen die barrière aan. Eerder, bij de kernramp in Fukushima, merkte het bedrijf een soortgelijke drempel bij de inzet van robots. We moeten bij meer groepen beter uitleggen wat je nou eigenlijk met een robot kunt. Er is nog veel missiewerk te doen.’ Waar Scholtes wel potentie ziet voor robotica, is in ziekenhuislogistiek.

‘Daar is de automatiseringsgraad vrij laag, terwijl agv’s een groot deel van het transport van eten, medicijnen, beddengoed en afval kunnen overnemen’, aldus Scholtes. De TU Eindhoven is nauw betrokken bij het Europese Ropod-project, dat zo’n oplossing ontwikkelt. ‘De technologie is nog niet volledig operationeel, maar in de toekomst kan dat soort robots ervoor zorgen dat het aantal intermenselijke contacten, en dus het aantal potentiële besmettingsmomenten, drastisch wordt beperkt.’ Daarmee snijdt Scholtes een heikel punt aan: op dit moment zijn autonome robots vaak nog niet volwassen genoeg óf missen ze de flexibiliteit om taken uit te voeren waarvoor ze niet zijn ontwikkeld. ‘Softwarematig worden ze steeds leniger, maar ze blijven zeer specifiek voor hun taak en hun omgeving’, weet Scholtes. ‘Robots die zichzelf kunnen herprogrammeren voor een nieuwe taak, die zitten echt nog in de researchfase.’

Kwartje gevallen

In de agro wordt de roep om automatisering steeds luider. Foto: Cerescon

24

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

Op zoek dus naar een tak van sport waar autonome robots zich al wel hebben bewezen: de schoonmaaksector. ‘In april werden schoonmaakrobots met onze navigatiesoftware gemiddeld 20 procent meer gebruikt dan in dezelfde periode vorig jaar’, vertelt Michel Spruijt, directeur van de Europese tak van Brain Corp. Dat Amerikaanse bedrijf ontwikkelt navigatiesoftware voor schoonmaakrobots die in supermarkten, winkelcentra en luchthavens de vloer schrobben.


+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

Patiëntenzorg is een lastige taak voor robots, maar agv’s zijn zeer geschikt om de logistiek in ziekenhuizen over te nemen. Foto: Ropod

‘In de winkels is het nu spitsuur om alle schappen gevuld te houden. Dat is een lastige taak om te robotiseren’, stelt Spruijt. ‘Met de tienduizend robots die met onze software rondrijden, laten we zien dat schoonmaken juist een uitgelezen taak is voor een robot. Zeker nu er extra druk staat op de beschikbaarheid van personeel wil je je mensen op de meest waardevolle manier inzetten. Dan is het zonde om ze achter een schoonmaakmachine te laten lopen, wanneer je ook de optie hebt om het autonoom te doen. Elk uur dat een medewerker niet achter zo’n apparaat loopt, kan hij vakken vullen. Of, zoals nu belangrijk is, andere oppervlaktes of winkelwagentjes schoonmaken.’ Spruijt denkt dat bij veel bedrijven het kwartje nu is gevallen. ‘Walmart heeft al veel machines met onze software. Daar zijn ze gewoon doorgegaan met de uitrol van geautomatiseerde schoonmaaksystemen’, zegt hij. ‘Ik verwacht dat andere bedrijven – als het stof weer een beetje is neergedaald – sneller bereid zijn om te investeren in

schoonmaakrobots. Ze zien de noodzaak om te automatiseren zodat ze kunnen doordraaien in het geval van een crisis.’

Hard geschrokken

Een andere sector waar de roep om robotisering luider wordt, is de agrarische industrie. Die kampt zo met haar eigen uitdagingen in deze coronatijd. Veel van het werk gebeurt nog met de hand, over het algemeen door Oost-Europese seizoensarbeiders. Door alle reisbeperkingen zaten en zitten veel boerenbedrijven met de handen in het haar. Hoe kunnen ze hun groente oogsten en hun fruit plukken zonder die goedkope handjes? ‘De sector is hard geschrokken’, vertelt Ad Vermeer. Zijn bedrijf, Cerescon, ontwikkelt een automatische aspergeoogster. ‘Al snel werd er een uitzondering gemaakt en gingen de grenzen voor deze arbeidskrachten weer open.’ Toch blijft het aanbod beperkt. ‘Ik weet dat sommige grote aspergetelers een deel van hun percelen niet eens hebben opgebed en die oogst dit seizoen laten lo-

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

pen. Niet erg voor de aspergestammen, maar uiteraard wel voor de omzet.’ Boeren realiseren zich ineens dat ze wel heel erg leunen op menskracht. ‘Door de krappe arbeidsmarkt merken ze dat al jaren. Het zat wel in hun hoofd, maar nu worden ze met hun neus op de feiten gedrukt’, zegt Vermeer. Heeft dat schokeffect al tot meer telefoontjes geleid? ‘Ja, we krijgen veel vragen en verzoeken. Helaas is Cerescon nog niet in staat om onze aspergeoogster gelijk te leveren. We zitten nog in de demonstratiefase. Maar duidelijk is wel dat iedereen steeds meer naar automatisering neigt.’ Buiten zijn eigen sector ziet Vermeer grote kansen voor automatisering. ‘Gemechaniseerde productie maakt je minder afhankelijk van de beschikbaarheid van mensen. Machines worden niet ziek, hè’, lacht hij. ‘Neem de assemblage van printplaten. In zo’n fabriek staat een batterij aan machines in een rij pcb’s te bestuken. Eén operator kan met gemak vijf of zes machines in de lucht houden. Social distancing is daar geen issue.’

25


THEMA ROBOTICA

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

Eerst schoonmaken, dan de hele robotwereld Tienduizend autonome robots in het veld; er zijn heel weinig bedrijven die zo’n grote vloot hebben rondrijden. Het Amerikaanse Brain Corp is inmiddels al zo ver. Met zijn navigatiesoftware hebben schoonmaakrobots al meer dan een miljoen mijl gereden. De ambities zijn nog groter: Brain Corp wil de Microsoft van robotland worden. Alexander Pil

S

inds medio vorig jaar heeft Brain Corp een vestiging in Amsterdam. De nieuwe branche van de Amerikaanse specialist in indoor navigatiesoftware fungeert als de Europese uitvalsbasis. Vanuit de hoofdstad ondersteunt het lokale partijen bij de implementatie van de programmatuur op autonome schoonmaakrobots en de verkoop van de machines aan eindklanten.

‘Nederland is sterk in robotica en artificial intelligence’, verklaart Michel Spruijt, directeur van de Europese Brain Corp-tak. ‘Amsterdam ligt mooi centraal, en met Schiphol om de hoek kunnen we eenvoudig in heel Europa zakendoen.’ Voorlopig is Amsterdam voor Brain Corp slechts een commerciële springplank naar de Europese markt, maar

dat zou kunnen veranderen. ‘Nadat we hier een vestiging hadden geopend, zijn we met een delegatie van Brain Corp op bezoek geweest bij de drie tu’s en de Universiteit van Amsterdam’, vertelt Spruijt. ‘Vanuit r&d en onze softwareontwikkeling is er namelijk interesse om hier ook een ontwikkelafdeling op te bouwen, naast ons grote kenniscentrum in San Diego.’ Uiteindelijk vond

Als een schoonmaakrobot een obstakel op zijn pad vindt, zoekt hij eerst naar een alternatieve route. Hij vraagt om hulp aan de operator als hij geen andere weg kan vinden.

26

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3


+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

Brain Corp heeft de schalingsstap al gezet: alle schoonmaakrobots met Brainos-brains hebben bij elkaar al meer dan een miljoen mijl gereden. Brain Corp het toen nog te vroeg voor een technologiehub in Europa, maar de plannen zijn zeker nog niet van tafel.

Walmart

Brain Corp vindt zijn oorsprong op de campus van Qualcomm in San Diego. Geen moedermaatschappij waarbij je direct aan slimme robotica denkt, maar het bedrijf investeert strategisch in interessante startups. Onder de hoede van Qualcomm kan de incubator vanaf 2009 langzaam groeien. Geestelijk vader en neurowetenschapper Eugene Izhikevich heeft echter meer ambitie. Het is zijn droom om robots in de publieke ruimte te laten opereren. In 2014 splitst de helft van zijn groep – zo’n zeventien man – af van Qualcomm en stelt Izhikevich een zeer ambitieus doel: Brain Corp moet de Microsoft van de robotica worden. In eigen beheer sleutelt de spinoff verder aan zijn navigatiealgoritmes. Twee jaar later, op de ISSA in Las Vegas, laat Brain Corp de eerste werkende robot zien op basis van zijn Brainos-software. Een grote investeringsronde in 2017 – met Qualcomm Ventures en Softbank Vision Fund als kapitaalschie-

ters – brengt het totale budget op 125 miljoen dollar. Daarna gaat het hard. Brain Corp groeit in de jaren die volgen pijlsnel, van 35 naar meer dan 350 medewerkers. ‘Veel mensen kunnen robots maken, en software bouwen lukt best met een relatief klein team’, zegt Spruijt. ‘Eén robot in het veld is ook nog simpel, maar wij mikken op grote series. Daarvoor heb je ook veel mensen nodig.’ De grote klapper komt in 2018 als Walmart kiest voor schoonmaakrobots van Tennant, die draaien op Brainos. Bij die supermarktgigant rijden inmiddels ruim tweeduizend units rond. ‘In de retail zitten we nu boven de drieduizend grotere robots. Als je alle kleinere oplossingen op basis van onze software erbij telt, zoals de autonome stofzuigers van Softbank Robotics, komen we zelfs ruim boven de tienduizend systemen in het veld. Dat is van een heel andere orde en vraagt een grote organisatie die alles onder controle kan houden en zeer regelmatig verbeterde software releaset. Wij hebben die schalingsstap al gezet.’ Een groot voordeel van die enorme installed base is dat Brain Corp kan leren uit de praktijk. Alle schoonmaakrobots met Brainos-brains hebben bij

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

elkaar al meer dan een miljoen mijl gereden. Die ervaring is zeer waardevol. ‘We zijn constant bezig om onze software te verbeteren zodat de robots beter overweg kunnen met alle situaties en moeilijke gevallen die ze in de praktijk kunnen tegenkomen’, vertelt Spruijt. ‘En we kunnen veel testen met grote hoeveelheden data die we in het veld hebben verzameld.’

Leer en herhaal

Al is de Brainos-software nog zo geavanceerd, het is toch zaak om het systeem slim te gebruiken. ‘Ik kan iedereen in vijf minuten uitleggen hoe de schoonmaakrobot werkt’, stelt Spruijt. ‘Daarbij is het wel belangrijk dat je rekening houdt met wat de robot prettig vindt. Je moet bijvoorbeeld niet al te krappe bochten nemen. En het is handig om de ruimte op te delen in zones zodat je flexibel blijft als je routes wilt aanpassen.’ Een schoonmaakrobot met Brain Corp-technologie werkt op basis van teach en repeat. Bij de start van een route scant hij een qr-code; dat is het nulpunt. Een operator rijdt dan zijn normale rondje waarbij de robot ont-

27


MVK Fusion Revolutionair: 3 modules in 1 IO-Link ventieleilanden

IO-Link drukknopsystemen

Noodstop Sleutel en keuze schakelaars

Veilige ventielen

Veilige dubbelventielen

Smart IO-Link sensoren

IO-Link analoge converters

Voetschakelaars

Veiligheids|vergrendelingen

DC motoren

IO-Link grippers

IO-Link temperatuur sensoren

Safety deur systemen

Deurschakelaars

IO-Link hubs

IO-Link inductieve sensoren

Ventielen

Veiligheidsvergrendelingen

IO-Link afstandssensor

IO-Link druksensoren

Tweehand bedieningsapparatuur

Lichtschermen

IO-Link transponder systemen

Digitale sensoren

Laserscanners

02 Safety

IO-Link

03 01

Standaard IO

IO-Link inductieve couplers

Drie basisfuncties in één module 01/ digitale standaard sensoren en -actoren 02/ digitale Safety sensoren en-actoren 03/ IO-Link De PROFINET/PROFIsafe MVK Fusion standaardiseert drie functies en maakt een één-module strategie mogelijk.

www.murrelektronik.nl


THEMA ROBOTICA

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

houdt wanneer de scrubber omhoog en omlaag gaat. De route en de acties slaat hij op en kan hij daarna zelfstandig uitvoeren als de operator hem weer voor de qr-code zet. Spruijt benadrukt dat de schoonmaakrobot toch vooral een cobot is. ‘Er is altijd een mens nodig om te controleren of de machine het goed doet. En om het vuile water weg te gooien en schoon water bij te vullen. Als er in het voorgeprogrammeerde pad een winkelwagentje in de weg staat, krijgt de operator daarvan bericht. En ook als de robot stuk is, of ergens vaststaat, verstuurt hij een notificatie. Overigens zal de robot wel eerst proberen of hij om een obstakel heen kan. Daartoe maakt hij drie keer een scan van de omgeving, op zoek naar een alternatieve route. Als de weg in die tijd weer vrij is, rijdt hij door. Maar als de blokkade blijft staan, roept hij hulp in.’ Daarom is het niet verstandig om schoon te maken tijdens bijvoorbeeld de piekmomenten in een supermarkt, of als er net tien vliegtuigen zijn geland en de vliegveldhallen volstromen. ‘De technologie kan dat wel aan en de robot zal nergens tegenaan botsen, maar efficiënt is het niet omdat hij dan vooral stilstaat. Zoek een rustig moment uit zodat er weinig verstoringen zijn en je consistent kunt schoonmaken.’

De robot zal nergens tegenaan botsen in grote drukte, maar het is efficiënter om hem in te zetten op een rustig moment.

Markten veroveren

Brain Corp is niet het enige bedrijf dat navigatiesoftware voor robots ontwikkelt. Behalve in de grootte van hun installed base onderscheiden de Amerikanen zich ook in de focus op software. ‘Sommige concurrenten maken schoonmaakmachines en proberen die nu autonoom te maken. Of ze bouwen een compleet nieuwe robot – hardware en software – die autonoom moet opereren’, weet Spruijt. Brain Corp levert zijn programmatuur aan gespecialiseerde oem’s van schoonmaakmachi-

Nu richt Brain Corp zich nog op schoonmaaksystemen en stofzuigers, maar de navigatiesoftware is ook interessant voor andere indoor robots.

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

nes. ‘Wij zijn de brains. Die focus zorgt voor software van zeer hoge kwaliteit.’ Op dit moment richt Brain Corp zich op schoonmaaksystemen en stofzuigers. Om echt de Microsoft van robotica te worden zoals topman Izhikevich ambieert, zal zijn bedrijf echter nog heel veel andere markten moeten veroveren. De eerste toepassingen ziet hij in onder meer auto delivery in supermarkten waarbij robots autonoom vanuit het magazijn naar een vakkenvuller rijden als ze daarvoor een opdracht ontvangen. Of in robots die zelfstandig door de winkel rijden en scannen welke schappen leeg zijn. Spruijt verwacht dat de eerste tests voor dergelijke systemen nog dit jaar in de VS beginnen. ‘Europa volgt later; we schalen pas op als we zeker weten dat de technologie goed werkt.’ Spruijt en zijn Europese team zijn er klaar voor om dit jaar stevig te groeien in Europa. ‘In de tweede helft van vorig jaar hebben we daarvoor de basis gelegd, nu kunnen we aan de slag. De schoonmaakrobots werken heel goed in grote supermarkten, luchthavens en winkelcentra. De Europese markt is wellicht nog groter dan de Amerikaanse. Het plan is om in Europa – via onze partners – duizenden systemen met onze software te verkopen.’

29


THEMA ROBOTICA

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

Amsterdamse verfverwijderrobot eindelijk klaar voor take-off Tweeënhalf jaar geleden had Xyrec zijn oplossing al klaar willen hebben. De robot voor het verwijderen van de verflaag op vliegtuigen bleek dusdanig complex dat engineers er meer tijd voor nodig handen. Inmiddels zijn alle technische uitdagingen opgelost en staan de klanten in rij, aldus ceo en cto Peter Boeijink. Alexander Pil

E

lk jaar worden er wereldwijd zo’n twintigduizend vliegtuigen opnieuw geverfd. Hoewel daarvoor soms commerciële of esthetische redenen zijn, zijn het vooral de strikte luchtvaartreglementen die luchtvaartmaatschappijen verplichten dit onderhoud regelmatig uit te voeren. Na een jaar of vijf à zes is de coating namelijk zijn corrosiebestendigheid verloren. Om potentieel fatale doorroestplekken te vermijden, is het dus een vereiste om vliegtuigen regelmatig van een nieuwe laklaag te voorzien. Voordat het nieuwe verfje erop kan, moet de oude laag eerst worden verwijderd. En dat is een hels karwei. Op

alle statische metalen delen is het toegestaan om chemicaliën te gebruiken. Verfoplossers dus die over het algemeen niet milieuvriendelijk zijn. De rest van het vliegtuig – alle bewegende componenten en alle kunststof onderdelen – wordt met de hand gestript: met schuurpapier en kleine handschuurmachines. Bij kleinere vliegtuigen is dat drie tot vier dagen werk. Wide body-modellen zoals een Boeing 777 staan vijf tot zeven dagen in de hangar. Bij militaire vliegtuigen kost het zelfs negen dagèn voordat alle verf eraf is. De regels schrijven voor dat het personeel tijdens zo’n monsterklus volledig is ingepakt in beschermende kleding, ook

Launching customer

Samen met kompaan Pieter van Mal zag Boeijink een kans om dit zware en smerige karwei te automatiseren. Zeer interessant ook omdat de markt zo’n

Vliegtuigen strippen van hun verflaag is een smerig klusje. De robot van het Amsterdamse Xyrec automatiseert dit proces voor 99 procent.

Xyrec heeft gekozen voor een CO2-laser, omdat die veel efficiënter verf kan wegbranden.

30

vanwege mogelijke Chroom-6-blootstelling. ‘In Nederland is dat al zwaar werk, maar stel je even voor hoe dat is in warmere regionen waar het ’s zomers makkelijk veertig graden wordt in een hangar’, schets Peter Boeijink, directeur van het Amsterdamse Xyrec, de barbaarse werkomstandigheden. ‘Dat is gewoon onmenselijk. Dus wat gebeurt er? Ze worden niet vol ingepakt en dan speel je dus met je leven.’

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3


+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

Xyrec is een kopstaartbedrijf in extremis; er staan maar twee namen op de loonlijst.

2,6 miljard dollar groot is. Na aan paar jaar van marktresearch en voorbereidende onderzoeken schoot hun bedrijf – toen nog LCR Systems geheten – in september 2015 uit de startblokken met een kapitaalinjectie van miljoenen euro’s door particuliere investeerders en RVO. Met ondersteuning van partners zoals Southwest Research Institute (systeemontwikkeling en prototype), Trumpf (laserontwikkeling en -productie) en NTS (productievoorbereiding) moest de Laser Coating Removal-robot eind 2017 op de markt zijn. ‘Vanaf het begin hebben we ervoor gekozen om geen eigen engineeringafdeling op te zetten’, vertelt Boeijink. ‘Daarvoor is het palet aan technologievraagstukken simpelweg te groot.’ Voor elk deelprobleem zocht Xyrec wereldwijd naar het beste team. ‘Ik geloof er niets van dat we al die kennis op voldoende niveau bij elkaar hadden kunnen krijgen. We besteden nu alles uit: design, productie, inkoop, alles.’ Nog altijd staan er maar twee namen op de loonlijst van Xyrec; een kopstaartbedrijf in extremis. De marktintroductie heeft langer op zich laten wachten – daarover later

meer – maar Xyrec staat op het punt een contract te sluiten met een grote Amerikaanse partij die als launching customer optreedt. Dan is het huidige businessmodel over zijn houdbaarheidsdatum heen, denkt Boeijink. Zodra de Amsterdamse verfverwijderrobot zich in de praktijk heeft bewezen, rekent hij op heel veel telefoontjes. ‘Ik heb een netwerk van een tiental bedrijven die allemaal om een oplossing zoals onze robot zitten te springen. We verwachten in het begin vooral in de VS te gaan verkopen. Daar gaat de besluitvorming sneller. De businesscase is glashelder: binnen een tot twee jaar heb je hem terugverdiend. Dat snappen Amerikanen heel goed.’ Als de sales inderdaad losbarst, zoals Boeijink verwacht, zullen er echt een paar medewerkers bij moeten om de coördinatie te verzorgen.

Driedimensionaal inlezen

De Xyrec-robot bestaat uit een kraan op een verrijdbaar platform vol elektronica en besturingskasten. Aan het begin van het proces staat het platform in de hoek van de hangar geparkeerd. Nadat het vliegtuig de hal in is gereden, wordt de robot manueel naar zijn start-

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

positie gereden en wordt hij volledig aangesloten: een voedingskabel, een dataverbinding en slangen voor waterkoeling en stikstof. Vanaf dat moment switcht hij naar autonome modus. De eerste stap daarna is zijn exacte locatie bepalen. ‘Die controle is noodzakelijk omdat de robot weliswaar naar zijn startpositie is begeleid’, legt Boeijink uit, ‘maar makkelijk een halve meter naast zijn plek in de vorige ronde kan staan.’ De locatiebepaling gebeurt op basis van lidars en reflectoren die op een aantal strategische punten in de hangar zijn opgehangen. Als de robot zich heeft georiënteerd, rijdt hij naar zijn voorgeprogrammeerde beginpunt. Uiteraard met een ruime marge ten opzichte van het vliegtuig zodat er geen kans is op botsingen. Stap twee is een tweede meting om te bepalen waar het vliegtuig staat. Ook daarvoor gebruikt Xyrec lidarscanners die tien tot twaalf markers op het vliegtuig detecteren. ‘Onder aan het platform hebben we twee lidarsystemen gemonteerd zodat we de meetdata kunnen vergelijken’, vertelt Boeijink. ‘In combinatie met de vliegtuigkarakteristieken in onze database halen we zo een nauwkeurigheid van een centimeter, op een afstand van veertig meter.’ Boeijink benadrukt dat zijn systeem het vliegtuig driedimensionaal kan inlezen, dus ook in de z-richting. ‘Dat is nodig omdat de vleugels gaan doorhangen, de druk in de hydraulische cilinders van het landingsgestel varieert of een lading in het vrachtruim de boel scheef trekt. Een kleine afwijking op het ene punt vertaalt zich een flink verschil aan de andere kant van het vliegtuig.’ Het inmeten van het vliegtuig is een van de grootste uitdagingen geweest. ‘Ook het lasersysteem en het proces om de verf te verwijderen, hebben ons de nodige hoofdbrekens gekost’, zegt Boeijink. ‘De engineers hebben aan het begin onderschat hoeveel werk het zou zijn om die drie grote uitdagingen goed te krijgen.’ Daarom slaagde Xyrec er niet in de geplande marktintroductie van eind 2017 te halen. Inmiddels zijn de engineers vijf patenten verder, zijn alle rimpels gladgestreken en staat de robot zo goed als klaar om zich te bewijzen bij de Amerikaanse launching customer.

31


Silver sponsor

Sponsors

23 SEPTEMBER 2020 VERKADEFABRIEK ’S-HERTOGENBOSCH

Powered by

Partner

SYSARCH.NL #BCSA


THEMA ROBOTICA

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

De robot stript zo’n veertig vierkante meter verf per uur.

Open scharnieren

Xyrec koos in zijn systeem voor een CO2-laser. Was een fiberlaser niet veel praktischer geweest? ‘Klopt, daarmee kun je de laserbundel inderdaad veel makkelijker naar het goede punt leiden’, licht Boeijink toe. ‘Uit een voorstudie die we tussen 2010 en 2014 deden, bleek echter dat een CO2-laser vele malen efficiënter verf kan verwijderen. Dan heb je het over een factor tien tot vijftig in vergelijking met alle andere lasertypes. Dat komt omdat de golflengte van het licht tien keer groter is. Daardoor gaat het licht niet door de verflaag heen. Alle energie komt in de verf.’ Om een hoge stripsnelheid te halen, heeft de laser een vermogen van 20 kW. Xyrec betrekt die bij het Duitse Trumpf. ‘Ze hebben veel geïnvesteerd in die laseroplossing. Formeel is het nu een catalogusproduct, maar als je goed kijkt, dan is hij eigenlijk speciaal voor ons gebouwd.’ Het nadeel van de gekozen CO2-laser is dat er een paar kubieke meter aan elektronica en besturingen nodig is om de bundel op te wekken. Dat betekent dat het laserlicht van het robotplatform naar de kop moet worden getransporteerd. ‘Ook dat was een van de kernpunten in ons vooronderzoek’, vertelt Boeijink. ‘Hoe houden we de spiegels in de acht open scharnieren van de robot uitgelijnd zodanig dat de laserbundel van acht centimeter in doorsnede steeds netjes in het hart van de volgende spiegel belandt en uiteindelijk op de juiste plek op het vliegtuig schijnt? Daarbij moet je bedenken dat de robot over al die assen beweegt en er in totaal veertien spiegels in het pad zitten die we continu dynamisch bijstellen.’ De oplossing van dit probleem is een gezamenlijke inspanning geweest van het Amerikaanse laserinstituut EWI en Xyrec-partner Southwest Research Institute. ‘Zij hebben dat samen als contractors voor ons ontwikkeld’, aldus Boeijink.

Artificial intelligence

Dan komen we bij de kern van het proces. ‘Als je vertelt dat je met een laser op een vliegtuig schiet, is de eerste reactie vaak: ben je niet bang dat je er dan een gat in brandt?’, heeft Boeijink ervaren. ‘De controle van de laserstraal is inderdaad cruciaal.’

De laserbundel is ovaal met doorsnedes van ongeveer zes en acht millimeter. Het licht verhit de verf die daardoor sublimeert. Het gas dat vrijkomt, reageert met de zuurstof en verbrandt. Elke keer als de laser over de oppervlakte sweept, verwijdert hij een paar micrometer aan verf. Tegelijk legt een camerasysteem vast hoe de situatie is. ‘Met artificial intelligence bepalen we vervolgens in realtime of dat gedeelte al klaar is of dat het nog een lading nodig heeft’, vertelt Boeijink. ‘Dat besluitvormingsproces vindt vierhonderd keer per seconde plaats. Omdat we maar zo weinig per keer verwijderen, is het niet zo heel erg als we een keer over een stukje gaan dat eigenlijk al klaar is. Liever niet natuurlijk, maar het veroorzaakt geen schade. Sowieso is onze methode superieur aan manueel schuren; dat veroorzaakt veel meer schade omdat met de hand vaak te veel verf wordt weggeschuurd.’ De laserbundel sweept tweehonderd keer per seconde over zijn bereik van dertig centimeter. Niet als een zigzag, maar steeds vanaf dezelfde kant, zodat er een gelijkmatigere energieverdeling ontstaat. Bedenk daarbij dat de robot zijn kop met 200 mm/s over het vliegtuigoppervlak laat bewegen. Boeijink: ‘Als je dat sommetje oplost, kom je erop uit dat je voor een typische laagdikte van honderdtachtig micron drie keer met de kop over dezelfde plek moet. De robot stript zo’n veertig vierkante meter verf per uur.’

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

Een bijkomende uitdaging is dat het vliegtuig natuurlijk geen mooi plat vlak is. Dat betekent dat de kop zeer nauwkeurig met alle contouren moet meebewegen. Een precisie van een paar millimeter is vereist. ‘In een achtassige reuzenrobot is dat uiteraard zeer ingewikkeld’, zegt Boeijink. Het was Southwest Reseach Institute dat Xyrec naar de oplossing leidde.

Ready for take-off

Hoe staat de Xyrec-robot er nu voor? ‘NTS heeft heel veel mechanische onderdelen voor ons gemaakt en die zijn verscheept naar de bouwlocatie van Southwest Research Institute. Inmiddels staat de robot klaar in de Xyrec-hangar. Daar in San Antonio leggen ze nu de laatste hand aan onze eerste robot’, vertelt Boeijink. Een laatste rimpel die nog moet worden gladgestreken, is de certificering. Daarvoor heeft Xyrec het Arnhemse Dekra in de arm genomen. ‘We hadden een discussie aan welke regels we nu moeten voldoen. In de uitgebreide catalogus van de World Trade Organization staan heel veel apparaten, maar geen een die vergelijkbaar is met onze oplossing. Is het een robot? Is het een agv? Is het een lasersysteem? Niemand die het met zekerheid kan zeggen, dus we moeten aan de eisen van al die apparaten voldoen.’ Maar als dat papierwerk achter de rug is, is Xyrec ready for take-off.

33


THEMA ROBOTICA

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

Het nieuwe normaal: automatiseer vuil, saai en gevaarlijk werk In een snel veranderende wereld waar het automatiseren van menselijk werk al in opkomst was, versnelt Covid-19 deze trend, onder meer door social distancing. Werken met meer afstand van elkaar zal de nieuwe norm zijn en machines zullen moeten samenwerken met mensen om ze veilig te houden, maar ook om ze aan het werk te houden. Nobleo gebruikt autonome technologie om het vuile, saaie en gevaarlijke werk van mensen te ondersteunen of soms over te nemen. Daarvoor ontwikkelt het Eindhovense ingenieursbureau robuuste en betrouwbare systemen gericht op de industrie. Rik Kruidhof César López Tim Clephas

D

e eerste automatisch geleide voertuigen (agv’s) dateren van de jaren zeventig. Een kleine vijftig jaar zijn autonome mobiele robots dus al onder ons. Vanwege de hoge kosten bleef hun gebruik lange tijd beperkt tot speciale toepassingen. Met de komst van het opensource Robot Operating System (Ros) en de steeds lagere kosten voor elektronica is de total cost of ownership voor een autonoom mobiel platform echter drastisch gedaald. Maar zoals bij alle disruptieve innovaties zijn er ook bij de Ros-stack nog steeds heel wat uitdagingen die niet worden ondervangen. In de kern is Ros een middlewareraamwerk dat verschillende softwarecomponenten niet alleen binnen één robot laat communiceren, maar ook tussen meerdere machines. Daarbij heeft de opensourcegemeenschap een groot aantal softwaremodules ontwikkeld die een breed scala aan functionaliteiten bieden voor onder meer robotlokalisatie, navigatie en datavisualisatie. Desondanks blijft het een uitdaging om robuuste robottoepassingen te ontwikkelen die voldoen aan de verwachtingen en eisen van de industrie. De meeste Ros-modules zijn voor-

34

namelijk getest in laboratoriumprototypes, zonder dat de nadruk is gelegd op robuustheid, betrouwbaarheid en andere vereisten die kenmerkend zijn voor industriële toepassingen. Daarom bouwen we bij Nobleo Ros-robotoplossingen die wel voldoen aan de meeste industriële standaarden. Een van de meest uitdagende taken van een robot is om zichzelf in zijn omgeving te lokaliseren. Een veelgebruikte methode in de opensourcegemeenschap is de zogeheten Adaptive

Nobleo en robotica

Monte Carlo Localization (AMCL). Voor de meeste industriële toepassingen is AMCL echter geen geschikte oplossing vanwege de beperkte nauwkeurigheid en de drift. Om deze problemen te tackelen, maken we bij Nobleo gebruik van een sensorfusiemodule die gegevens verwerkt van verschillende sensoren zoals lidars, inertial measurement units (imu’s), (RTK-)GPS en speciale optische sensoren zoals de optische odometer die Nobleo hielp ontwikkelen voor de Venlose starter Accerion.

Nobleo Technology is sinds 2016 actief op het gebied van autonome systemen en deed ervaring op met onder meer het bouwen van de TUE Robocup-robots, de Fontys picking challenge-robots en de begeleiding van diverse robotstartups. Tegenwoordig werkt een kernteam van meer dan tien mensen aan allerlei soorten robots. Door te investeren in een identieke architectuur voor alle robots krijgt Nobleo snel grip op nieuwe projecten. Hoewel de set met functies en bibliotheken kan variëren, hebben alle robots dezelfde bouwstenen en interfaces. Dit leidt tot stabiele en robuuste softwarecomponenten, zelfs wanneer er aan meerdere robots tegelijkertijd wordt gewerkt. Nobleo heeft tot nu toe een tiental autonome robotontwerpen geleverd. Tijdens de ontwikkeling van deze robots heeft het team ervaren waar opensource Ros-software waardevol is, maar ook waar verbetering nodig is voor praktijktoepassingen.

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3


+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

De Wasteshark is een autonome afvalinzamelboot die op basis van windrichting en gps drijvend afval van waterwegen opvangt.

Voor robotnavigatie hebben we onze eigen stack ontwikkeld en gevalideerd om onze klanten hoogwaardige oplossingen te bieden. We werken bijvoorbeeld samen met het Ros-Industrial-initiatief aan de ontwikkeling van een full coverage path planner en een multi-inzetbaar pid-controlealgoritme voor het volgen van paden, die beide in de tweede helft van dit jaar opensource zullen zijn. Daarnaast hebben we een pad-volger ontwikkeld die vooral interessant is voor grote en zware mobiele robots zoals geautomatiseerde trekkers en vorkheftrucks. Hier bieden we ook een aangepast model predictive control-algoritme (mpc) om de voertuigsnelheid dynamisch aan te passen wanneer dat nodig is.

Wasteshark

Onze nieuwste en (vaak) meest opwindende projecten zijn helaas vooralsnog confidentieel, maar we hebben in verschillende eerdere projecten het belang van onze navigatie- en lokalisatieoplossingen laten zien. Om te illustreren waar autonome mobiliteit kan helpen bij commerciële processen, hieronder enkele voorbeelden voor vuile, saaie en gevaarlijke automatiseringsklussen.

Om te beginnen, de automatisering van vuil werk. Een goed voorbeeld is de Wasteshark, een autonome afvalverzamelboot die we hebben ontwikkeld voor de Rotterdamse startup Ranmarine. Omdat het vaartuig is ondergeactueerd (geen zijwaartse stuwing), bemoeilijken sterke stromingen en wind het volgen van rechte lijnen. Deze robot maakt gebruik van RTK-GPS, lidar en versnellingsmeters om zijn positie, richting en snelheid te bepalen. De lokalisatieoplossing wordt uitgezet op de bekende kaart en het geplande pad wordt gecompenseerd voor de windrichting. Dit zorgt ervoor dat de Wasteshark al het afval ophaalt. De lidar wordt ook gebruikt om onverwachte obstakels in het water te detecteren, zodat de geplande route kan worden onderbroken totdat de weg weer vrij is. Omdat het systeem is uitgerust met een pid-regelaar, is stilstand op dit punt mogelijk. De Wasteshark zal zich gedragen alsof hij virtueel is verankerd en zijn neus op een vast punt houden, waarbij hij compenseert voor wind en stroming. Een tweede categorie waar autonome mobiele robots tot hun recht komen, is bij saai werk. Onze lokalisatieoplossing is flexibel genoeg om

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

ook indoor sensoroplossingen mogelijk te maken. Onze agv-oplossing voor magazijnen, gecombineerd met een robotarm, kan artikelen binpicken en afleveren bij de verpakkingslijn. In tegenstelling tot andere navigatietoepassingen is flexibiliteit niet het belangrijkste kenmerk in deze industrie. Robuustheid en voorspelbaarheid zijn dat wel. Vasthouden aan een gegenereerd pad is daarom onderdeel van de agv-navigatieoplossing. En dan zijn er de gevaarlijke klussen waar robots ook essentieel zijn. Nobleo heeft in samenwerking met DOW een schoonmaakrobot ontwikkeld voor de olie-, gas- en chemische industrie. Het systeem reinigt opslagtanks met een waterdruk van drieduizend bar door in horizontale banen over de verticale zijwand te rijden. Ondanks de magneten tussen de wielen resulteren de vervuilde wanden en de zwaartekracht in een aanzienlijke laterale slip. Ook hier dekt de pid-controller in onze navigatieoplossing de verstoringen af en volgt de robot de lijn die is voorgeschreven door de planner.

Samenwerking

Er is een groeiende vraag naar de automatisering van vuil, saai en gevaarlijk werk, aangezien veel industrieën nu al kampen met een tekort aan personeel en het belang van een veilige en gezonde werkomgeving op steeds meer plaatsen wordt ingezien. Dit is geen bedreiging voor banen, maar een kans voor technologie en mensen om samen te werken en efficiënter te worden. Maar vooral: om risico’s te beperken. Een belangrijk kenmerk dat we hebben ontwikkeld voor interactie met onze robots, en tussen de robots onderling, is een gedeeld ‘wereldmodel’ in de cloud. Hier kunnen gebruikers hun robots installeren en hun taken configureren. En de robots kunnen deze database gebruiken om hun acties onderling af te stemmen. Rik Kruidhof is programmaleider autonome systemen bij Nobleo. César López is senior robotontwikkelaar bij Nobleo en assistent professor op de TU Eindhoven. Tim Clephas is Ros-architect bij Nobleo.

35


THEMA ROBOTICA

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

Autonome robots sporen verdrinkingsslachtoffers op Om drenkelingen snel en veilig weer boven water te krijgen, sleutelen Hogeschool Saxion en Robor Electronics, in samenwerking met hulpdiensten, aan een nieuw concept op basis van autonome, samenwerkende robots. Een boot zoekt onder water naar de verdronken personen en geeft de locatie door aan een drone die de situatie verder in kaart brengt en alle informatie doorstuurt naar hulpprofessionals aan de waterkant. Abeje Mersha Roger Borre Oscar van Gulik Chris Jonkman Jan Schalkwijk

I

n 2018 verdronken 112 inwoners van Nederland, 27 meer dan in 2017. Dat meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek medio vorig jaar. Een zorgwekkende stijging die zich hopelijk in 2019 niet heeft doorgezet (het CBS heeft over die periode nog geen gegevens openbaargemaakt). Naast die dodelijke ongevallen zijn er nog veel meer situaties waar slachtoffers het gelukkig kunnen navertellen, vaak mede door snel ingrijpen van de hulpdiensten. Of het nu gaat om het redden van iemand in nood of het bergen van de lichamen van slachtoffers, tijd is van groot belang. Zodra er een verdrinking is

gemeld, worden de hulpdiensten gemobiliseerd om op de situatie te reageren. De reactiesnelheid en de hoeveelheid gemobiliseerde middelen zijn afhankelijk van verschillende factoren, zoals zoekgebied, weersomstandigheden en beschikbaarheid van zowel expertise als reddingsinstrumenten. Sommige verdrinkingsslachtoffers worden niet gevonden op het wateroppervlak, omdat ze volledig zijn ondergedompeld en op de bodem liggen. In dergelijke gevallen vinden ervaren duikers of vrijwilligers de lichamen pas later. Het is vervolgens een tijdrovend proces om ze daadwerkelijk terug te brengen

op het droge. Bovendien dan het een gevaarlijke klus zijn vanwege slecht zicht boven en onder water, waardoor het regelmatig gebeurt dat de slachtoffers helemaal niet worden teruggevonden. Een bijkomend en important aspect aan het terugvinden en bergen zijn de emotionele gevolgen voor de betrokken duikers en vrijwilligers.

Nauwkeurige verkenning

Redenen genoeg om op zoek te gaan naar een meer geautomatiseerde oplossing. Hulpdiensten, Robor Electronics en het lectoraat mechatronica van Hogeschool Saxion hebben daarvoor

Trusting in experience. Benefitting from innovation. Advancing sensor technology. Optimale oplossingen, afgestemd op uw behoeften: Ervaar state-of-the-art technologieën en innovaties met industriële sensoren en systemen van Pepperl+Fuchs – het maakt de weg vrij naar volledig gekoppelde productieprocessen voor de toepassingen van de toekomst. www.pepperl-fuchs.com

36

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3


+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

Een autonome boot zoekt onder water naar drenkelingen. Een drone brengt de situatie vervolgens in kaart en stuurt alle informatie naar de hulpdiensten aan de kant. de krachten gebundeld. De partners werken aan een concept op basis van heterogene en samenwerkende robots. Zo’n groep bestaat uit autonome vliegende robots (drones) en autonome bootjes die samenwerken om verdronken personen te detecteren en te lokaliseren. De robots kunnen hulpverleners assisteren bij het snel, veilig en kosteneffectief uitvoeren van hun zoekacties. De autonome boot voert eerst een nauwkeurige verkenning uit binnen een vooraf bepaald gebied. Zodra hij onder water afwijkingen detecteert die kunnen worden geclassificeerd als potentieel slachtoffer, stuurt hij de coördinaten naar de luchtrobot. De drone vliegt naar de opgegeven plek en voert een robuuste verificatie uit van zowel het doeltype als de locatie. Deze zeer betrouwbare informatie kunnen de hulpdiensten gebruiken om te bepalen wat de beste strategie is om het slachtoffer naar de kant te krijgen. De autonome boot is ontwikkeld door onderzoekers en studenten van Hogeschool Saxion en medewerkers van Robor. Het systeem is uitgerust met een Pixhawk4-autopiloot, op maat gemaakte sonarsensoren voor de mapping, GPS-RTK voor positionering, interfaces voor de communicatie met de drone en de gebruiker aan de kant, en on-board processoren om realtime doeldetectie

De boot gebruikt spinning sonar om de bodem af te speuren naar potentiële slachtoffers. en lokalisatiealgoritmes uit te voeren. Deze uitrusting is op modulaire manier ontwikkeld en kan op elke compatibele Pixhawk- of andere autopilootgebaseerde boot worden geïnstalleerd. De boot is in staat om een bepaald gebied te verkennen, de omgeving in kaart te brengen, en het doelwit te detecteren en te lokaliseren. De enige input die hij daarvoor krijgt, komt van de gebruiker (over het algemeen de hulpdiensten), die kan aangeven wat de grenzen van het zoekgebied zijn. Zodra de input is gegeven, genereert de robot een flexibele en adaptieve route die afhankelijk is van het bereik van de mappingsensoren, de gewenste resolutie van de kaart en de grootte van de boot.

Machine learning

Tijdens verkenning brengt de boot de bodem in kaart met behulp van een zogeheten spinning sonar met een breder gezichtsveld. De werking is vergelijkbaar met een spinning lidar. Die technologie op basis van licht is onder water niet betrouwbaar, wat ons heeft doen kiezen voor een range-finding sonar. Die gerichte transponder kan afstandsmetingen doen. Bij elke rotatie van de sonar voeren we een reeks dieptemetingen uit. Als de boot met een vaste snelheid vaart, verkrijgen we zo cruciale

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

informatie over de grootte van de gedetecteerde objecten onder water. De sonarbeelden worden in realtime verwerkt om nuttige informatie te extraheren die kan worden gebruikt om een eventuele anomalie te classificeren als een potentieel slachtoffer. De detectiesoftware maakt gebruikt van een cascade classifier. Dat is een machine learning-algoritme voor beeldherkenning dat we specifiek hebben getraind om mensen te identificeren in sonarafbeeldingen. Zodra de boot een potentieel slachtoffer heeft geïdentificeerd, stuurt hij de relatieve locatie naar de autonome drone. Die brengt de locatie verder in kaart en zendt alle input door naar de hulpdiensten aan de kant. Hogeschool Saxion en Robor hebben de werking van het concept inmiddels succesvol in de praktijk aangetoond. De volgende stappen omvatten volledige integratie van de autonome boot en drone, en uitgebreide praktische tests om de prestaties van het nieuwe concept te evalueren en te verbeteren. Abeje Mersha is lector unmanned robotic systems bij Hogeschool Saxion. Oscar van Gulik, Chris Jonkman en Jan Schalkwijk zijn studenten van de minor Robotics and Vision bij Saxion. Roger Borre is directeur van Robor Electronics.

37


AC H T E R G R O N D O V E R K WA L I T E I T

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

Hoe Sentech ontwikkelt en produceert op Champions League-niveau Elk bedrijf claimt kwaliteit hoog in het vaandel te hebben. Sentech is een stap verder gegaan door zich te conformeren aan het zeer veeleisende kwaliteitssysteem van de automotive-industrie. De sensorspecialist trok alle processen in de organisatie strak en profileert zich nu ook in andere markten als partner van het allerhoogste niveau. Alexander Pil

S

entech is een gecertificeerd IATF 16949-bedrijf. Die standaard van de International Automotive Task Force – vroeger bekend onder het acroniem Iso/TS – zal niet bij iedereen gelijk een belletje doen rinkelen. Een IATF-certificering is een trapje hoger dan de veel bekendere Iso 9001-kwaliteitsnorm. ‘Iso 9001 kun je vergelijken met de eredivisie, IATF is de Champions League’, verduidelijkt Marco Leeggangers, coo bij de sensorintegrator uit Nieuwkuijk. Als onderdeel van de 9001-norm zetten bedrijven nauwgezet op papier hoe ze werken. Zolang ze die processen netjes volgen, staat het resultaat vast en is de kwaliteit gewaarborgd. Voor heel veel toepassingen geeft die gestructureerde werkwijze voldoende garantie op een goed eindproduct. De automotive-industrie legt de lat echter een flink stuk hoger en heeft een pak eisen aan die norm toegevoegd om de kwaliteit nog beter te kunnen verzekeren. ‘Dan moet je denken aan de manier van ontwikkelen en produceren, de opzet van alle processen, de continue ontwikkeling van je medewerkers, blijvend verbeteren’, somt Leeggangers op. Redelijk wat bedrijven voldoen aan de Iso 9001-norm, maar als je aan de automotive-industrie wilt leveren, moet je het IATF 16949-certificaat hebben. Voor Sentech begon dat traject een paar jaar geleden

38

door de samenwerking van het Brabantse bedrijf met Daf. ‘We zijn zo’n anderhalf jaar bezig geweest om onszelf te transformeren tot een IATF-bedrijf’, vertelt Leeggangers. ‘Dat zat hem voornamelijk aan de ontwikkelkant. Tijdens de productontwikkeling leg je gelijk het productieproces vast. De IATF verplicht bijvoorbeeld dat je werkt via de APQP, de advanced product quality planning. Zo dwingt de norm je om via een gestandaardiseerde structuur een product en een proces uit te tekenen. Uiteraard met als doel dat je tegemoetkomt aan de wensen en eisen die een klant bij je neerlegt. In zo’n samenwerkingsdeal spreek je van alles af: performance-levels, logistieke inrichting, garantie, levensduur, et cetera. Door ons te houden aan alle normen en regels binnen IATF zorgen we ervoor dat we die beloftes kunnen waarmaken.’

Leercurve

De kern van IATF is dat Sentech gebruikmaakt van zogeheten core tools. Voor elke fase in de ontwikkeling zijn er methodes en gereedschappen voorgeschreven en moeten er gestandaardiseerde documenten worden opgeleverd. Leeggangers: ‘Een proces begint altijd met een haalbaarheidsstudie. Onderdeel daarvan is een fmea, een failure mode and effects analysis, waarmee je de risico’s nauwkeurig in kaart brengt. Als een

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

van die risico’s te groot wordt, moet je gelijk een inschatting maken of het design überhaupt wel haalbaar is, en zo ja, hoe je dat risico kunt indammen. Op die manier komt al in de eerste fase boven water of een eis wellicht onmogelijk te realiseren is binnen de afgesproken grenzen. Vanaf het begin ben je bezig met het analyseren en elimineren van de risico’s en ligt de focus op de zwakke punten in het design. Tijdens het hele traject zorg je ervoor dat het productieproces zo is ingericht dat je juist op die plekken de controles inbouwt.’ Sowieso is continue monitoring ingebakken in IATF 16949. ‘Als je sensorsysteem bijvoorbeeld tienduizend kilometer moet meegaan, zetten we daarvoor een testproces op’, aldus Leeggangers. ‘Al die tests en checks bij elkaar leveren cruciale input op voor het productieproces. Het hele proces monitoren we voortdurend met meetinstrumenten, waarvan we ook steeds bewijzen dat ze stabiel zijn. Voor al die stappen leveren we de vereiste documentatie op waaraan ook allerlei voorwaarden zitten.’ Regeltjes, documentjes, procedures, dat klinkt als redelijk saai werk voor een engineer. ‘Het is inderdaad een leercurve waar we doorheen moesten’, geeft Leeggangers toe. ‘Dat je als engineer niet alleen bezig bent met het bedenken van een technische oplossing, maar dat je ook


Het kwaliteitssysteem voor de automotive was jarenlang substantieel strenger dan voor andere markten, maar de IATF-regels snijden ook hout buiten die industrie. moet aantonen dat je idee de juiste kwaliteit heeft en overeenkomt met de condities die een klant bij je heeft neergelegd. Je controleert je eigen werk zodat je uiteindelijk de kwaliteit oplevert die van je wordt verwacht.’

Kleinste detail

Sentech doorliep het intensieve IATF-certificeringstraject terwijl het destijds maar een échte automotiveklant had, Daf. ‘Een behoorlijke investering’, erkent Leeggangers, ‘maar we zagen al snel dat het ons ook zou helpen bij andere partijen. Het kwaliteitssysteem voor de automotive was jarenlang substantieel strenger dan voor andere markten, maar de IATF-regels snijden ook hout buiten die industrie. Steeds vaker zien we dat veeleisende klanten allerlei documenten en procedures vragen die binnen IATF gemeengoed zijn.’ Het beste voorbeeld daarvan is de halfgeleiderwereld. Ook daar staan kwaliteit en betrouwbaarheid hoog op de wensenlijstjes. En omdat semiconbedrijven steeds vaker ontwikkeltrajecten uitbesteden, is het voor toeleveranciers cruciaal om te kunnen aantonen dat ze doen wat ze beloven. Sentech kan dan naar zijn IATF-certificaat verwijzen. ‘Omdat veel van de processen in de halfgeleiderindustrie in vacuüm verlopen, mogen de gebruikte materialen niet uitgassen’, weet Johan van den Biggelaar, senior projecten-

Sentech zit erbovenop dat zijn productiemedewerkers stipt de werkinstructies volgen en bij het minste twijfelgeval aan de bel trekken.

gineer bij Sentech. ‘Je spreekt dan met de opdrachtgever af hoe vaak je een uitgassingsrapport moet overleggen. Soms stellen ze in hun technische productdocumentatie, hun tpd, dat we voor elk product zo’n restgasanalyse moeten doen. Dat kan natuurlijk, maar dat kan flink in de papieren lopen. Als je echter kunt garanderen dat je proces niet verandert, is een periodieke controle afdoende. Zeker als je je bedenkt dat ons sensorsysteem vaak onderdeel is van een grotere module die op zijn beurt weer een rga-test moet doorstaan. Doordat we onze processen zo scherp hebben vastgelegd, gaat een klant vrijwel altijd akkoord met een interval van een half of een heel jaar.’ Uiteraard is het zaak om alle proceswijzigingen goed bij te houden. Productie-engineer John van Schaik geeft een voorbeeld: ‘Zeker bij componenten voor cleanrooms van grade 2 – een gradatie die we steeds meer voorbij zien komen – kan het kleinste detail al voor een probleem zorgen. Stel je gebruikt aceton in plaats van de voorgeschreven alcohol om een lijmoppervlak te reinigen. Allebei goede ontsmetters, dus wat maakt het uit, zou je zeggen. Maar ik noem dat een ‘oei’: een ongewenst eigen initiatief. Want later in het proces kan dat wel degelijk uitmaken. We zijn er dus heel streng op dat onze productiemedewerkers stipt de werkinstructies volgen en bij het

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

minste twijfelgeval aan de bel trekken. Dan kunnen we snel schakelen, eventueel met de klant overleggen, zodat we de juiste beslissing nemen. In de semicon en in de automotive kun je je zo’n oei niet permitteren. Bij elke aanpassing aan het proces moet je opnieuw een fmea doen om te kijken of er mogelijk een fout wordt geïntroduceerd. Die alertheid zit onder meer door IATF stevig in onze organisatie verankerd.’

Relevantie

De extreem hoge eisen die IATF voorschrijft, zijn lang niet voor alle Sentech-klanten noodzakelijk. De ‘normale’ Iso 9001-norm is voor veel opdrachten toereikend. ‘Daar hebben we weleens mee geworsteld’, zegt Leeggangers. ‘De hele IATF-procedure is zeer uitgebreid. Je wilt natuurlijk altijd kwaliteit leveren, maar als je elk project op die manier benadert, prijs je jezelf uit de markt. Als je een relatief eenvoudig sensorsysteem ontwikkelt voor een andere markt en je dwingt jezelf toch alle IATF-documentatie op te leveren, dan snijd je jezelf in de vingers.’ De oplossing is even simpel als doeltreffend. ‘In de eerste fase, tegelijk met de haalbaarheidsstudie, bepalen we welke stappen van het proces relevant zijn en welke we kunnen weglaten. Zo zitten we precies op het kwaliteitsniveau dat de klant van ons verlangt.’

39


ACHTERGROND OVER SYSTEEMENGINEERING

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

TUE doordrenkt curriculum met systeemengineering De Nederlandse hightechindustrie behoort tot de meest innovatieve ter wereld. De platte werkstructuur en sterke technische universiteiten zijn daarin cruciale ingrediënten. Maar volgens Ton Peijnenburg van het High Tech Systems Center is dat niet genoeg om de voorsprong te behouden. Om dat te bereiken, zegt hij, moeten de wetenschap en de industrie een nieuw samenwerkingsmodel ontwikkelen. Collin Arocho

H

et is een bekend gegeven dat Nederland vooroploopt op het gebied van innovatie en ontwikkeling in de hightechsector. Nederlanders gooien vooral hoge ogen met zeer geavanceerde machines – denk aan ASML, Daf en Vanderlande. Aan kop blijven is echter zeker geen vanzelfsprekendheid. Nu technologiegrootmachten zoals de VS en China hun grip op de hightech versterken, is het belangrijker dan ooit dat Ne-

derland en Europa zich aanpassen om overeind te blijven. ‘We kunnen niet achteroverleunen en wachten totdat de rest van de wereld ons bij- of zelfs inhaalt’, zegt Ton Peijnenburg, parttime fellow van het High Tech Systems Center (HTSC) aan de Technische Universiteit Eindhoven. Peijnenburg heeft de afgelopen vijfentwintig jaar samengewerkt bij een aantal van de topnamen in de Nederlandse industrie, van Philips tot Fei/Thermo Fisher en nu als plaats-

vervangend directeur technologieontwikkeling bij VDL Enabling Technologies Group. ‘We zijn in Nederland heel goed in hightech systemen en apparatuur zoals elektronenmicroscopen en wafersteppers. Waarschijnlijk de beste ter wereld. Maar we moeten goed nadenken over hoe we dat zo kunnen houden.’

Breed spectrum

Een belangrijke kwestie die het HTSC is opgevallen in de huidige

‘Er is geen boek dat de Nederlandse stijl van systeemdenken beschrijft, wat betekent dat onze universiteiten het niet expliciet kunnen onderwijzen’, zegt Ton Peijnenburg van het High Tech Systems Center.

40

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3


+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

hightechgemeenschap is dat het ontbreekt aan samenwerking tussen de technische universiteiten en een zeer belangrijk groep in het Nederlandse hightechecosysteem: de toeleveranciers. ‘Oem’s zoals ASML, Philips en Thermo Fisher weten al heel lang hun weg te vinden op de tu’s. Er lijkt echter een ernstig gebrek aan directe invloed van toeleveranciers op het wetenschappelijk onderzoek te zijn, en dat is heel jammer’, vindt Peijnenburg. Tussen die onderzoekers en toeleveranciers zijn er volgens Peijnenburg drie belangrijke verschillen die zo’n samenwerking uitdagend maken. ‘De toeleverindustrie werkt praktijkgericht, houdt zich aan taken, tijdschema’s en strikte budgetten. Aan de andere kant staan universiteiten, die van nature niet pragmatisch zijn. Ze zijn theoretisch en hun onderzoek gaat door tot in de kleinste details, iets waarvoor toeleveranciers zelden tijd hebben’, stelt Peijnenburg. Ten tweede, waar universiteiten ernaar streven hun onderzoek openbaar te maken en te publiceren, hecht de toeleverindustrie juist veel waarde aan de bescherming van haar bevindingen omdat ze over het algemeen werkt op basis van bedrijfsgeheimen. Ook daar staan de twee partijen aan de uitersten van het spectrum. Peijnenburg haast zich te zeggen dat de TUE wel een hechte band heeft met de industrie en zeker met het lokale ecosysteem. ‘De derde factor is dat sommige toeleveranciers nog terughoudend zijn om te investeren in promotieplaatsen, wat immers een kostbare aangelegenheid kan zijn’, merkt Peijnenburg op. ‘Maar als je als toeleverancier ontwikkelverantwoordelijkheid op je neemt, moet je ook in contact staan met de frontlinie van de technologie. Dit gebeurt steeds vaker en dat is een doorslaggevende reden om met universiteiten en hogescholen samen te werken en om hun onderzoek te beïnvloeden.’

Wereldtournee

Het HTSC ziet nadrukkelijk kansen om deze ontwikkeling een boost te

geven en heeft daar de afgelopen vijf jaar ook al veel in bereikt. Het doel is om een nieuw tijdperk in te luiden van systeemdenkers en systeemingenieurs op universitair niveau door vernieuwende curricula voor technische studenten te creëren. ‘We willen de mogelijkheden van TUE vergroten door de praktijkproblemen van onze industriële contacten – met nadruk ook van de toeleveranciers – binnen te halen en op te lossen’, legt Peijnenburg uit. ‘Het HTSC treedt daarbij op als makelaar en brengt meerdere bedrijven bij elkaar + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

Hightech toeleveranciers zijn ondervertegenwoordigd in de samenwerking tussen tu’s en de industrie + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

die met vergelijkbare problemen zitten. Zo kunnen zij het academische onderzoek direct beïnvloeden.’ Om een beter gevoel te krijgen van wat onderwijsprogramma’s in Nederland precies onderscheidt van die in het buitenland, gingen Peijnenburg en andere kopstukken uit het Brabantse hightechecosysteem, waaronder de TUE, Holland Innovative, TNO Esi en Brainport Development, op tournee langs drie universiteiten in de VS en Canada. ‘We wilden zien hoe deze instellingen systeemontwerp en systeemengineering onderwezen. We ontdekten dat ze allemaal gebruikmaken van wat ze een ‘engineering spine’ noemen’, vertelt Peijnenburg. ‘Elk jaar, als onderdeel van deze ruggengraat, omvat het curriculum onderdelen van systeemengineering. Dit liep uiteen van generieke onderwerpen zoals requirements, systeemmodellering en stakeholdermanagement tot domeinspecifieke onderwerpen die aansloten bij de specifieke studierichting.’

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

Rebranden

De experts constateerden duidelijk dat studenten in Noord-Amerika al in een vroeg stadium systeemengineering krijgen bijgebracht. En ondanks het onmiskenbare succes van de Nederlandse variant van systeemengineering, is daar op de technische universiteiten te weinig van terug te zien. ‘In tegenstelling tot de internationale benadering van systeemengineering, die het Incose-handboek volgt, is de Nederlandse aanpak niet goed gedocumenteerd. Er is geen boek dat onze stijl van systeemdenken beschrijft, wat betekent dat onze universiteiten het niet expliciet kunnen onderwijzen’, verduidelijkt Peijnenburg. ‘Echte systeemdenkers – het soort dat systeemeisen kan vertalen naar een architectuur, alle ingrediënten kan ontwerpen en bij elkaar kan brengen, en de ontwikkeling met succes kan sturen – die worden gekweekt bij bedrijven. Ze zijn er niet voor opgeleid op de universiteit.’ En daarmee was de missie duidelijk. ‘Het werd ons doel om te onderzoeken hoe we zo’n technische ruggengraat kunnen integreren in ons onderwijssysteem en hoe we het kunnen voorzien van het Nederlandse smaakje dat past bij ons hightechecosysteem. We hebben inmiddels ontdekt dat er in verschillende programma’s wel degelijk aandacht aan wordt besteed. Er is een zekere mate van overlap in de thema’s, maar het wordt steeds gegeven vanuit een ander perspectief’, beschrijft Peijnenburg de huidige situatie. ‘Onze hoop is om dit te transformeren en het curriculum als het ware te rebranden door praktische elementen en echte casestudy’s in te brengen, door industrie-experts, ook vanuit de toeleversector, te laten coachen, om zo een solide basis van systeemdenkers op te bouwen. We willen op zijn minst dat onze studenten afstuderen met de basisvaardigheden van systeemdenken en systeemengineering, om innovatie beter mogelijk te maken en Nederland in staat te stellen om voorop te blijven lopen.’

41


ACHTERGROND OVER SECURITY

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

Verboden voor onbevoegden In dit tijdperk van Industrie 4.0 zijn steeds meer machines in netwerken verbonden. Daarmee groeit het belang van industriële beveiliging. Niet alleen moeten we de mens bij de bediening van een machine tegen ongevallen beschermen; andersom moet de machine zelf worden beveiligd tegen hackers en andere kwaadwillenden. Manipulaties kunnen de machineveiligheid immers behoorlijk frustreren of zelfs helemaal tenietdoen. Pilz’ totale veiligheidsconcept bevat daarom steeds meer oplossingen tegen cyberaanvallen en bedieningsfouten. Alexander Pil

H

et was een opvallend openhartig bericht afgelopen november toen Pilz meldde dat de organisatie slachtoffer was geworden van een grote cyberaanval. Een maand eerder hadden de bewakingssystemen op webservers van het Duitse automatiseringsbedrijf verdachte activiteiten gesignaleerd. Al snel bleek dat hackers toegang probeerden te krijgen tot de servers en communicatiesystemen. Onmiddellijk schakelde Pilz alle netwerken en servers uit, zowel binnen het bedrijf als erbuiten, om een escalatie van de aanval te voorkomen. Een paar weken later kon Pilz opgelucht – en met enige trots – constateren dat het de aanval goed had doorstaan. De aanval was beperkt gebleven tot de kantoorsystemen. En door goede beveiliging had de industriële automatisering geen hinder ondervonden. ‘De huidige golf aanvallen tegen ons en vele andere bedrijven laten duidelijk zien dat cybercriminaliteit in toenemende mate een ernstige bedreiging vormt voor de rust en welvaart in de wereld’, zei Pilz-ceo Susanne Kunschert in de nasleep van de cyberaanval. ‘We moeten grote inspanningen leveren om ervoor te zorgen dat dit soort georganiseerde

42

misdaad beter bekend wordt en dat bedrijven, organisaties, overheid en politiek in de toekomst nauwer samenwerken om te garanderen dat anderen niet hoeven meemaken wat wij hebben meegemaakt.’ Pilz had cybersecurity en industriële beveiliging al enige tijd op de radar staan als potentiële groeimarkt, maar de hackaanval van vorig jaar drukte het bedrijf met de neus op de feiten. Met een versterkt gevoel van urgentie zet het sinds die tijd stevig in op industrial security – als uitbreiding op safety, waarop het van oudsher zijn pijlen heeft gericht. ‘Bij Pilz beschouwen we machines als potentieel gevaarlijke systemen. Daarom ontwikkelen we al jarenlang allerlei technologieën en oplossingen om gebruikers te beschermen en de risico’s in te perken’, aldus Peter Eland, director sales bij Pilz Nederland. ‘Aan de andere kant moet je machines net zo goed beschermen tegen mensen. Als je je cybersecurity niet op orde hebt, kunnen criminelen en kwaadwillenden je bedrijf heel veel schade berokkenen. Stel je maar eens voor wat er kan gebeuren als ze toegang krijgen tot de productiemachines van bijvoorbeeld Coca Cola. Een beetje knoeien met de receptuur en de imagoschade is

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

bijna niet te overzien, om maar niet te spreken over de mogelijke gevaren voor de volksgezondheid.’ Er is bedrijven dus veel aan gelegen om cybercriminelen buiten de deur te houden. ‘Wij willen ze daarmee helpen’, zegt Eland. ‘Voor Pilz is cybersecurity een horizonverbreder, maar wel een die uitstekend aansluit op onze veiligheidsfilosofie. Het is interessant te zien dat we door die uitbreiding een compleet andere markt aanboren; de invalshoek is totaal anders. En waar we vroeger vooral met de safetymannen spraken, zitten we nu veel eerder in het ontwikkelproces aan tafel.’

Rechten toekennen

Eland heeft gemerkt dat er nog weinig technologieën en producten op de markt zijn die zich richten op cybersecurity in een industriële setting. ‘Voor kantoorautomatisering is er genoeg. Ook als je de toegang tot een gebouw veilig wilt regelen, hoef je niet ver te zoeken. Voor industriële machines is het aanbod een stuk beperkter. En dat is echt een andere tak van sport, met compleet andere eisen’, weet Eland. ‘Robuustheid is voor een industriële toepassing bijvoorbeeld een belangrijke voorwaarde. Ook de link naar ma-


chineveiligheid is in kantoorautomatisering totaal niet aan de orde.’ Een derde verschil is dat de gebruikers heel anders zijn. ‘Het gaat in een fabriek verder dan alleen of je personen al dan niet toegang geeft tot een bepaalde ruimte. Als je de security echt goed wilt regelen, moet je ook het gebruik van de machines managen’, adviseert Eland. ‘Dat kan natuurlijk door geavanceerde machine-instructies met een password af te schermen. De ervaring leert echter dat die beveiliging nogal fraudegevoelig is. Binnen de kortste keren weet iedereen het wachtwoord, zeker als je een touchscreen gebruikt voor de invoer.’ Machinebouwers kunnen hun systemen beter voorzien van een geavanceerdere toegangsautorisatieoplossing, bijvoorbeeld Pitreader van Pilz. ‘Die werkt op basis van gecodeerde en unieke rfid-transpondersleutels’, legt Eland uit. ‘Als zo’n dongle ter grootte van een usb-stick in de machine wordt gestoken, weet het systeem gelijk wie de operator is en welke persoonlijke settings hij moet gebruiken. Denk aan de voorkeurstaal; handig in een internationale organisatie.’ Spannender wordt het als je ook bepaalde rechten aan die operator kunt toekennen. ‘We

leveren managementsoftware mee waarmee je kunt bepalen wie welke machine-acties mag uitvoeren. Een gewone operator mag bijvoorbeeld alleen de standaard instructies geven, maar een servicemonteur geef je toegang tot de logfiles. Voor elke sleutel kun je dat apart instellen.’ Bijkomend voordeel is dat productiebedrijven heel eenvoudig kunnen checken welke operator wat heeft gedaan. Eland: ‘Traceerbaarheid wordt steeds belangrijker. Via Pitreader kunnen managers bij calamiteiten makkelijk terugvinden waar en bij wie het is misgegaan. En omdat alles is gelogd, kunnen ze zoeken naar inefficiënties en zo de beschikbaarheid van de machines verhogen, wat uiteraard veel kosten kan besparen.’ Waarin Pilz zich onderscheidt, is de koppeling naar safety. ‘Je kunt iemand van de technische dienst het recht geven om met zijn sleutel de machine op halve snelheid te laten draaien met de deuren open. Daarmee raak je direct aan de machineveiligheid. Die link, daarin zijn we uniek. Momenteel biedt geen enkel ander bedrijf die combinatie aan’, stelt Eland.

Niet escaleren

Hoe veel beveiligingen je ook inbouwt, je kunt je systemen nooit helemaal

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

dichttimmeren. Zoals Pilz vorig jaar dus zelf aan den lijve ondervond. ‘De vraag is dan hoe snel je weer up and running kunt zijn. Welke voorzorgsmaatregelen heb je genomen om je systemen in mum van tijd weer in de lucht te hebben?’, zegt Eland. ‘Dan is het cruciaal dat een klein lek niet escaleert.’ Pilz heeft daarvoor Securitybridge ontwikkeld. Die unit beveiligt de verbinding tussen een machine en de configuratie-pc. ‘Op die manier kunnen wijzigingen alleen worden aangebracht door gebruikers die hiertoe vooraf geautoriseerd zijn. Je voorkomt dan dat hackers die op je industriële netwerk zijn binnengedrongen de boel echt in het honderd kunnen laten lopen.’ Eland merkt dat er vanuit de markt steeds meer vraag komt naar oplossingen die een brug slaan tussen safety en security. ‘Dat is niet gek, want er zijn vaak flinke risico’s verbonden aan het gebruik van machines. Fysiek voor de operators, en daarmee financieel voor de ondernemers’, aldus Eland. ‘We proberen bedrijven te helpen om bedieningsfouten te voorkomen en hun cyberveiligheid op orde te krijgen. Oplossingen zoals Pitreader en Securitybridge zijn wat dat betreft slechts het begin.’

43


jouw specialist in voedingen

De CP voedingen van Puls: efficiënt, compact, betrouwbaar, veelzijdig • Uitgangsspanning van 12V, 24V, 36V of 48V • Vermogen van 120W, 240W, 480W • Zeer hoog rendement > 95%, ook bij partiële belasting • Powerboost® van 20% en hoge piekstroom

CP5.241 32mm 120W

• Schroefaansluiting, veerklemmen of push-in terminals • DC-OK contact, remote ON/OFF • Medische, railway en redundante versie beschikbaar • Conformal coating, display in optie

CP10.241 39mm 240W

CP20.241 48 mm 480W

Solutions by Knowledge www.elipse.eu info@elipse.eu

Elipse nv TEL +32 (0)3 354 51 80

Snelle bevestiging aan Cobots triflex R COB houder: Eenvoudige energietoevoer ®

.1.

.2.

Nieuwe universele bevestiging voor energietoevoersystemen op verschillende robottypen. Een basiselement voor flexibele montage, bijvoorbeeld: 1. als voordelige klittenbandlus 2. met protectiering of 3. als aansluitelement. Veelzijdig, eenvoudig te monteren en voordelig. Voorzien van anti-slip klittenband voor een stevige grip.

.3.

igus B.V. Tel. 0346 353 932 info@igus.nl ®

igus the-chain ... moving energy made easy ®

NL-1254-COB-Halter 184x65.indd 1

44

motion plastics ... for longer life ®

29.04.20 15:50 MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3


Anybus Wireless Bolt Iot zorgt voor rechtstreekse communicatie met cloud

De nieuwe Anybus Wireless Bolt Iot van HMS Networks geeft apparaten, machines en apparatuur een internetverbinding. Deze Anybus-oplossing maakt gebruik van de nieuwste 4g lte-standaarden NB-Iot en Cat-M1. Deze nieuwe lte-standaarden zijn zogenaamde low power wan-technologieën aangepast voor de nieuwste iot-toepassingen. Dit betekent een laag stroomverbruik, lage bandbreedte (25-300 kbit/s), goede geografische dekking en lagere kosten. De innovatieve hardware-vormfactor, met zijn M50-doorlopende houder, biedt effectieve toegang tot goede cellulaire connectiviteit. Om wereldwijd inzetbaar te zijn, kan de Bolt Iot terugvallen naar 2g (gprs/Edge). Het systeem is een alles-in-een-oplossing die zowel past op stationaire als mobiele apparatuur. Sluit hem aan en configureer via Bluetooth of wlan.

Faulhaber breidt compatibiliteit IE3-encoder uit

Grote stappenmotoren met schijfmagneettechnologie leveren een extreem hoge dynamiek, vaak ook dankzij de gesloten lusregeling voor maximale prestaties en beperkt vermogensverlies in de motor. De IE3-encoder van Faulhaber is een hoogwaardige magnetische 3-kanaals encoder die kan worden gecombineerd met een breed scala aan Faulhaber-producten vanaf 22 mm doorsnede. Vanaf nu is deze encoder ook beschikbaar voor de stappenmotor modelseries DM40110R, DM52100N en DM52100R. Met een extra lengte van zo’n 13 mm biedt deze nieuwe combinatie een hoge positioneringsresolutie van wel 1024 impulsen per omwenteling, samen met krachtige versnellingsmogelijkheden in een korte en lichte behuizing. De encoder wordt aangesloten met een bandkabel; er zijn verschillende connector typen beschikbaar. Typische toepassingen voor deze combinaties zijn bijvoorbeeld in de textielindustrie en halfgeleiderindustrie, maar ook voor medische apparatuur.

Ultrasoonsensor voor ladingdetectie Met de MB2530 heeft Maxbotix een ultrasoon detector ontwikkeld speciaal voor ladingdetectie in trailers. De sensor is ook geschikt voor de detectie van pallets of de beladingsgraad van de pallets. De MB2530 combineert nauwkeurigheid met een groot meetbereik. De resolutie bedraagt één centimeter op een bereik van 50 tot 1650 cm. Door een ingebouwd filter worden eventuele verstorende reflecties van bijvoorbeeld oneffenheden in de zijwanden genegeerd. De compacte sensor van maar 2,5 cm2 oppervlakte kan eenvoudig worden geintegreerd. Voor een optimale werking is ook nog een sonarcircuit geïntegreerd die garant staat voor 100 procent detectie.

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

Nauwkeurige aansturing transportsystemen met Rotero

Sinds kort levert Rotero – als officieel vertegenwoordiger van Oriental Motor – de nieuwe CVK-serie drivers die optimaal zijn te combineren met 5-fase PKP-stappenmotoren. In deze combinatie zijn ze onder meer geschikt voor het aansturen van transportsystemen zoals toe- en afvoerbanden en etikettentransportsystemen. Kenmerkend is de hoge en lastonafhankelijke nauwkeurigheid waarmee de stoppositie wordt gerealiseerd. Deze blijft bovendien onveranderd nauwkeurig bij het transport van producten met verschillende afmetingen, aldus Rotero. De CVK-drivers zijn eenvoudig aan te sturen door het schakelen van een digitale input. Zodra het signaal op deze

input wordt weggenomen, zal de motor stoppen op een exact in te stellen afstand vanaf het moment van uitschakelen. De nauwkeurigheid bedraagt 1°, ongeacht de belasting. Het systeem heeft geen last van mogelijke wrijving, traagheid of stijfheid van de constructie en zorgt ervoor dat het product altijd met hoge precisie op het gewenste punt aankomt, ook wanneer er producten met verschillende afmetingen moeten worden getransporteerd. Via de drivers is verder de versnelling en vertraging van de motoren traploos in te stellen en een houdkoppel te realiseren bij stilstand. Het koppel zelf bedraagt maximaal 6 Nm; ook bij lage snelheden. De CVK-drivers zijn te combineren met PKP-stappenmotoren tot een trillingsarme applicatie. De motoren zijn beschikbaar in afmetingen van 28, 42 en 60 mm en een koppel van respectievelijk 0,091, 0,5 en 2,1 Nm. Verder is er keuze uit twee uitvoeringen die zich onderscheiden door de oriëntatie van de montage.

45


INTERVIEW MET ADRIAN RANKERS

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

Industrie en onderzoek vinden elkaar in praktische mechatronicatrainingen Academische inzichten op het gebied van mechatronica vertalen naar de industriële praktijk: dat is de kern van de trainingen die Mechatronics Academy aanbiedt. Adrian Rankers, naast Jan van Eijk en Maarten Steinbuch medeoprichter van dit trainingsinstituut, weet wat er speelt in het vakgebied. Hij maakt zich sterk voor het garanderen van de beste trainers, het doorontwikkelen van bestaande en het opzetten van nieuwe trainingen. Antoinette Brugman

‘D

at ik in het trainersvak ben terechtgekomen, is achteraf eigenlijk wel logisch, want onderwijs heeft me altijd getrokken’, vertelt Adrian Rankers. ‘Al op mijn vijftiende gaf ik bijles. Eerst een paar uurtjes, maar dat werden er al gauw meer. Ik herinner me dat ik de zoon van een Shell-topman bijles gaf en dat ik al snel zijn complete huiswerkbegeleiding op me nam. Dat de technische kant mij aantrok, heeft zeker ook te maken met mijn vader. Hij had ook werktuigbouwkunde gestudeerd en werkte eerst in de industrie en later als hoogleraar.’ Na afronding van zijn studie werktuigbouwkunde aan de TU Delft startte Rankers zijn loopbaan bij Philips bij het Centrum voor Fabricagetechnologie (CFT). Hij hield zich hier onder meer bezig met de dynamica en controletechnieken voor cd-spelers en wafersteppers. In de avonduren werkte hij aan zijn promotieonderzoek dat voortkwam uit dit werk.

46

Daarvan zijn later delen opgenomen in het boek ‘The design of high performance mechatronics’ van Rob Munnig Schmidt, Jan van Eijk, Georg Schitter en Rankers zelf. Naast het ontwikkel- en consultancywerk en zijn rol als groepsleider raakte hij betrokken bij het ontwikkelen van mechatronicaonderwijs voor Philips’ eigen werknemers, dat door Jan van Eijk geïnitieerd was. Ook trad hij in 2008 toe als lid van het bestuur van de Dutch Society for Precision Engineering (DSPE), waar hij tot op de dag van vandaag deel van uitmaakt.

Mechatronics Academy

Hoewel hij er met veel plezier in de techniek en het technisch management werkte, maakte Rankers na vijfentwintig jaar trouwe dienst bij Philips in 2010 toch de overstap naar het ondernemerschap. Hij wilde zich vooral gaan richten op het overdragen van zijn mechatronicakennis. Zo ontstond uit-

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

eindelijk ook het idee om samen met Jan van Eijk en Maarten Steinbuch de organisatie Mechatronics Academy op te richten. Dat hier behoefte aan was, is wel gebleken: de organisatie kan inmiddels bouwen op zestig tot zeventig trainers met een industriële achtergrond in het vakgebied. Mechatronics Academy verzorgt nu trainingen voor zo’n vierhonderd cursisten per jaar. Dit zijn zowel open trainingen als speciaal op bedrijven afgestemde in-company trainingen. ‘Wat mij aanspreekt in het vakgebied mechatronica? Dat is dat het altijd een multidisciplinaire uitdaging is waarbij je met mensen uit verschillende disciplines samenwerkt en dat de mechatronica altijd wel aanleiding geeft om je in allerlei dingen te verdiepen. Daarnaast draag ik mijn kennis over mechatronica graag over aan anderen’, vertelt Rankers enthousiast. ‘Het is daarbij essentieel je te realiseren dat de cursisten de leercurve die je zelf over meerdere jaren


++ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

doorlopen hebt nog moeten doorlopen en dat sommige zaken voor hen best moeilijk en niet evident zijn. Daar moet je als trainer oog voor hebben en de tijd voor nemen. Conform het oude gezegde van Confusius ‘I hear and I forget. I see and I remember. I do and I understand’ werken we veel met oefeningen in kleine teams. Je ziet hoe cursisten worstelen om de net geleerde theorie in praktijk te brengen en zich de materie eigen te maken, maar juist deze worsteling is een belangrijk onderdeel van het leren. Als ik ze hierin kan begeleiden, zodat ze het uiteindelijk zelf snappen, dan geeft mij dat veel voldoening.’ De trainingen die Mechatronics Academy organiseert, worden druk bezocht en krijgen goede recensies van de deelnemers. Maar dat betekent zeker niet dat je op je lauweren kunt rusten, meent Rankers. ‘We vinden het belangrijk om ons portfolio op niveau te houden, uit te breiden en om de continuïteit te waarborgen.’ Bij Mechatronics Academy zijn ze daarom continu bezig om het team van trainers op sterkte te houden. Goede trainers die ermee ophouden, omdat ze op leeftijd komen, vervangen ze door een nieuwe generatie. Hiervoor benaderen ze de beste inhoudelijk deskundigen uit het vakgebied, die ze kennen uit hun uitgebreide netwerk. Ook zorgen ze ervoor dat ze bestaande trainingen steeds aanpassen aan de nieuwste academische inzichten en technologische ontwikkelingen. Rankers: ‘We passen bestaande modules aan en ontwikkelen nieuwe. Daarnaast investeren we veel in middelen die we gebruiken tijdens de praktijkonderdelen van de trainingen. Praktijkopdrachten, zoals het werken aan opstellingen of het uitvoeren van simulaties, vormen een essentieel onderdeel. Deze opdrachten zijn onmisbaar voor de begripsvorming’, licht Rankers toe.

Nieuwe trainingen

Naast het up-to-date houden van bestaande trainingen, ontwikkelen ze bij Mechatronics Academy ook nieuwe trainingen, die voortkomen uit een behoefte in de markt. Ideeën hiervoor komen van Rankers, Van Eijk en Steinbuch

zelf, maar ook van hun trainers. Iedereen steekt bij DSPE-bijeenkomsten of bij conferenties in het vakgebied zijn voelsprieten uit om te weten wat er speelt en waar behoeftes liggen. Zo ontstaan steeds weer mooie, nieuwe trainingen. Bijvoorbeeld de training ‘Passive damping for high tech systems’, die vorig jaar van start ging en nu twee keer gedraaid heeft. ‘In ultraprecieze bewegingssystemen speelt de dynamica, zowel los als in interactie met de regeltechniek, een belangrijke rol. Daarom is er in de hedendaagse praktijk en dus ook in de verschillende cursussen veel aandacht voor het realiseren van hoge eigenfrequenties van de mechanica. Ook het begrijpen van mode shapes en de mate waarin deze door de actuator geëxciteerd dan wel door de sensor waargenomen kunnen worden, is hierbij belangrijk. Deze aanpak is en blijft essentieel, maar bij toenemende nauwkeurigheidseisen is dit niet altijd meer toereikend. Je loopt dan tegen de grens van het fysisch haalbare aan. Het bewust toevoegen van passieve demping biedt dan extra oplossingsruimte en wordt een beslissende parameter bij het bereiken van extreme specificaties.’ De nieuwe training, die ingaat op bewezen manieren om passieve demping te realiseren, slaat erg goed aan, aldus Rankers. ‘Het is een uitermate relevant thema in de precision engineering-gemeenschap. Hans Vermeulen, Kees Verbaan en Stan van der Meulen zijn de trainers. Zij beschikken over enorm veel kennis van het vakgebied. Dat er positief gereageerd wordt op de trainingen horen we ook terug in de reacties van deelnemers: ‘Excellente training’, ‘Uitstekende trainers’ en ‘Erg inspirerend’, om er een paar te noemen. Er is zelfs al interesse in deze training vanuit het buitenland’, meldt Rankers trots. Dan zijn er nog een aantal nieuwe trainingen in ontwikkeling. Vanuit de training ‘Actuation and power electronics’, die zich vooral richt op elektromechanische aandrijving, ontstond het idee om een training op te zetten die specifiek inspeelt op piëzomaterialen en hun toepassingen. Verder zijn er plannen om een training ‘Active thermal control’ op te zetten. Rankers: ‘Hoe kun

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

je in een opstelling de temperatuur en de vervormingen door warmteontwikkeling beheersbaar houden? Welke regeltechnieken kun je hiervoor inzetten? Wat zijn geschikte sensoren om met hoge precisie temperaturen en vervormingen te meten? En welke elementen kun je toepassen voor koeling of verwarming? Dat zijn allemaal vragen die aan bod zullen komen. Nu is hier in de training ‘Thermal effects in mechatronic systems’ al wel kort aandacht voor, maar het is zo’n belangrijk thema in de ultraprecisiewereld dat een aparte training hier wel op zijn plaats zou zijn.’ ‘In onze huidige training ‘Basics and design principles for ultra-clean vacuum’ ligt de nadruk vooral op moleculaire contaminatie en hoe deze te voorkomen. Daarnaast is er echter ook behoefte aan een nieuwe training ‘Particle contamination’’, vervolgt Rankers. ‘Hierin zullen we ingaan op deeltjesvervuiling in vacuüm. Anders dan bij moleculaire vervuiling − bijvoorbeeld door gasmoleculen die ingesloten zitten in een blind gat van een in vacuüm geplaatst onderdeel, via het schroefdraad naar het ultraschone vacuüm lekken en het daarmee vervuilen − gaat het hierbij om kleine stukjes materiaal. Dit kunnen bijvoorbeeld deeltjes zijn die loskomen door onderlinge wrijving tussen bewegende onderdelen van het apparaat dat in vacuüm geplaatst is. De kennis uit verschillende onderzoeken die al lopen op dit gebied zou hiervoor als leidraad kunnen dienen.’ ‘Samen met onze trainers zijn we zo continu bezig om de trainingen te verbeteren, nieuwe trainingen op te zetten en onze pool met trainers op peil te houden’, vat Rankers samen. ‘Ook blijven we investeren in ondersteunend materiaal voor onze trainingen, zodat we de theorie die we behandelen direct kunnen verbinden met de industriële praktijk. Want daarin ligt onze kracht: academische inzichten vertalen naar de industriële praktijk, zodat cursisten hun kennis direct kunnen inzetten in onze hightech industrie. Zo blijven we bezig om ons trainingspakket up-to-date te houden en de beste trainers te leveren, zodat we het predicaat ‘excellente training’ kunnen blijven waarmaken.’

47


An essential piece to the puzzle To achieve enhanced communication between units, Omron’s R&D manager Tim Foreman turns to trainings and courses. “We have some incredibly bright employees at Omron, all of them very technically gifted, be it in software, mathematics or electronics. “While especially skilled, our engineers sometimes don’t have the tools or experience to effectively convey their message. In the high tech world, that’s an essential piece to the puzzle.” From its first innovation of accurate x-ray control timers, to the magnetic strips on credit cards, early ATMs and digital blood pressure monitors used at doctor’s offices – Omron has been at it for more than eight decades. omron.nl hightechinstitute.nl/soft-skills


hightechinstitute.nl

Actuation and power electronics

SOFT SKILLS AND LEADERSHIP NE W E ONLINSE! CO U R E ONLIN ION SESS

16 – 18 November 2020 (3 consecutive days)

Effective communication for engineers (with virtual classroom)

Passive damping for high tech systems

How to be successful in the Dutch high tech work culture

23 – 25 November 2020 (3 consecutive days)

17 – 19 November 2020 (3 consecutive days)

Starts 16 June 2020 (6 sessions of 3,5 hours + e-learning)

Dynamics and modelling

26 June 2020 (1 day)

Motion control tuning

23 – 27 November 2020 (5 consecutive days)

Effective communication skills for technology professionals – part 1

Design principles for precision engineering

5 – 7 October 2020 (3 days + 1 evening)

23 – 27 November 2020 (5 consecutive days)

Time management in innovation

Experimental techniques in mechatronics

Starts 8 October 2020 (1,5 day)

30 November – 2 December 2020 (3 consecutive days)

Effective communication skills for technology professionals – part 2

Thermal effects in mechatronic systems 1 – 3 December 2020 (3 consecutive days)

9 – 11 November 2020 (3 days + 1 evening)

Presentation skills for powerful public speaking

OPTICS

11 November 2020 (1 day)

Creative thinking – short course

Modern optics for optical designers – Part 1

12 November 2020 (1 day)

Leadership skills for architects and other technical leaders Starts 16 November (2 modules of 2 days)

Applied optics in Eindhoven

23 & 24 November 2020 (2 consecutive days + 1 evening)

Starts 27 October 2020 (15 weekly afternoons)

Creative thinking – full course

24 & 25 November 2020 (2 consecutive days)

SOFTWARE

Benefit from autism in your R&D team

ELECTRONICS NE W E ONLIN UL E! MOD

NE W E ONLINSE! CO U R

Introduction to deep learning

Digital signal processing

8 October 2020 (1 day)

Object-oriented analysis and design – fast track

Design of analog electronics – analog electronics 1

12 – 15 October 2020 (4 consecutive days)

Starts 14 September 2020 (9 days in 16 weeks)

Software engineering for non-software engineers

Ultra low power for Internet of Things

Starts 29 October 2020 (2 evenings sessions)

5 & 6 November 2020 (2 consecutive days)

Multicore programming in C++

Switch-mode power supplies

2 – 4 November 2020 (3 consecutive days)

Starts 11 November 2020 (2 modules of 3 days)

Design patterns and emergent architecture

EMC for motion systems

9 – 12 November 2020 (4 consecutive days)

16 – 18 November 2020 (3 consecutive days)

Speed, Data and Ecosystems

Thermal design and cooling of electronics workshop

18 & 19 November 2020 (2 consecutive days)

18 – 20 November 2020 (3 consecutive days)

Modern C++

Design of analog electronics – analog IC design

Starts 7 April 2021 (4 days in 2 weeks)

Starts 1 February 2021 (11 days in 18 weeks)

Secure coding in C and C++

Solid State generated RF & applications

12 – 14 April 2021 (3 consecutive days)

3 – 5 March 2021 (3 consecutive days)

SYSTEM

MECHATRONICS

Design for manufacturing

Mechatronics system design – part 1

Starts 1 September 2020 (3 days in 3 weeks + assurance session)

28 September – 2 October 2020 (5 consecutive days)

System architect(ing) in Eindhoven

Advanced feedforward & learning control

28 September – 2 October 2020 (5 consecutive days)

30 September – 2 October 2020 (3 consecutive days)

System requirements engineering improvement

Mechatronics system design – part 2

1 & 2 October 2020 (2 consecutive days)

5 – 9 October 2020 (5 consecutive days)

26 – 30 October 2020 (5 consecutive days)

Metrology & calibration of mechatronic systems 27 – 29 October 2020 (3 consecutive days)

Basics & design principles for ultra-clean vacuum 2 – 5 November 2020 (4 consecutive days)

Starts 18 June 2020 (2 days virtual class, supervision + 2 days classroom) Starts 17 September 2020 (2+3 consecutive days)

24 – 26 June 2020 (3 consecutive afternoons)

Advanced motion control

Object-oriented analysis & design – blended learning Object-oriented system control automation

Advanced cooling of electronics

Starts 7 September 2020 (17 weekly Monday evenings)

NEW

Modern optics for optical designers – Part 2

Starts 11 September 2020 (15 weekly morning sessions)

Consultative selling for technology professionals

3 December 2020 (1 day)

Starts 18 September 2020 (15 weekly morning sessions)

L

NEW N IO OCAT

System architect(ing) in Leuven (Belgium) 16 – 20 November 2020 (5 consecutive days)

Introduction to SysML 4 March 2020 (1 day)

Systems modelling with SysML

12 – 15 April 2021 (4 consecutive days)

Value-cost ratio improvement by value engineering 20 & 21 May 2020 (2 consecutive days)


FEDA Next: verandering als constante Al eerder berichtte FEDActueel over de voortgang van FEDA Next. Een allesomvattende aanpak van FEDA om bedrijven bewust te maken van de impact van de veranderende wereld en handvatten te geven om hiermee om te gaan. Het laatste nieuws hierover: FEDA Next is gereed om te worden uitgerold! ‘Veel bedrijven zullen hiervoor eerst de stap moeten maken van ‘product denken’ naar ‘het leveren van oplossingen’, geeft bestuurslid Ron Verleun aan. ‘Dat gaat in een tijd van snelle technologische ontwikkelingen echter niet meer alleen. Samenwerken in de keten, kennis delen, gebruikmaken van nieuwe technologieën en tevens investeren in de benodigde mensen, zijn noodzakelijk om te overleven. Geen kleine opgave.’

FEDA Next is ontwikkeld omdat de wereld in een rap tempo verandert. Bedrijven zullen moeten nadenken over het toevoegen van waarde en hiermee een integrale rol vervullen in ‘de keten’. Met de ontwikkeling van FEDA Next ondersteunt FEDA haar leden hierbij.

Drie hoofdthema’s Binnen de focusgroep FEDA Next is hierom een drietal werkgroepen opgericht met ieder een eigen thema. 1. Verder verbeteren van het aanbod van het Business Intelligence-platform zodat er krachtige stuurinformatie ontstaat. 2. Bepalen van de waarde van ‘specifieke (digitale) events’ om leden

en marktsegmenten letterlijk met elkaar in contact te brengen. 3. De ketenaanpak stimuleren door het definiëren van markten die kansen bieden, de bijbehorende technologieën definiëren en de rol van systeemengineers en -integratoren te duiden. André Braakman: ‘Door de coronacrisis hebben de werkgroepen de beoogde activiteiten nog niet concreet kunnen maken. Achter de schermen wordt met nieuwe (communicatie)technieken echter gewerkt om de eerste stappen te zetten. Dit gaat dermate goed dat we verwachten hierover binnenkort meer te kunnen berichten.’ Meer nieuws is te vinden op www.feda.nl/next.

Nieuwe Technische Leergang:

Alles wat je moet (en wilde) weten over askoppelingen De succesvolle lijn Technische Leergangen van FEDA omvat inmiddels elf titels en er zijn alweer drie nieuwe in de maak. Een daarvan is Askoppelingen, een editie die binnenkort naar de drukker gaat. De feestelijke presentatie van de eerste uitgave zal dus niet lang meer op zich laten wachten. Ook deze Technische Leergang is gemaakt op initiatief van FEDA, die het belangrijk vindt om de markt te voorzien van professionele technische informatie. ‘Askoppelingen zijn zeer breed toegepaste aandrijfcomponenten waarover heel veel valt uit te leggen’, vertelt auteur Rob

50

van den Brink enthousiast. ‘Immers, in vrijwel alle gevallen waarbij een motor een last aandrijft, veelal via tandwielkasten en assen, worden koppelingen toegepast. Die komen we dus tegen in auto’s, machines, elektrische rolstoelen, kranen, schepen, bedenk het maar. Pas je een koppeling verkeerd toe, dan kunnen er al snel problemen opduiken, wat we met deze nieuwe uitgave natuurlijk proberen te voorkomen.’ Complete uitgave ‘Het is ongelooflijk hoeveel soorten koppelingen er zijn’, benadrukt Rob. ‘Starre, elastische, flexibele, torsiestijve, flens-, tand-, vloeistof- en

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

plaatkoppelingen, maar ook wel/ niet schakelbare, veiligheids- en vrijloopkoppelingen, et cetera. Goed selecteren, maar ook goed monteren, uitlijnen en onderhouden is bij askoppelingen cruciaal. Want alleen dan is sprake van een betrouwbare, duurzame overbrenging met een zo laag mogelijke Total Cost of Ownership. In het boekje stippen we alle technische en operationele aspecten aan en ook de betreffende regelgeving en veiligheid. Via internet wordt de inhoud bovendien digitaal ondersteund met afbeeldingen, teken- en fotomateriaal, animaties en links naar praktijkvideo’s. Kopen dus!’ www.feda.nl/shop.


Een leven lang leren bij FEDAcademie Initiatieven ontwikkelen is mooi, maar het moet wel overzichtelijk blijven. Daarom heeft FEDA een drietal goedlopende initiatieven die met ‘leren’ te maken hebben, opgenomen in een aparte stichting: FEDAcademie. Het gaat om de serie Technische Leergangen, het uitvoeren van CETOP-audits en de cursussen ‘Veilig werken met Hydrauliek’ en ‘Slangassemblage’. Twee bestuursleden houden de bijbehorende – zeer enthousiaste – werkgroepen draaiende en zoeken nog nieuwe bestuursleden om hen hierin te ondersteunen. ‘Een leven lang leren’ is een thema dat al langer de aandacht van FEDA heeft. En terecht. In een wereld waar technische ontwikkelingen snel gaan, is ‘leren’ noodzakelijk om bij te blijven. De FEDAcademie biedt hiervoor alle mogelijkheden. Technische Leergangen Ten eerste middels een serie technische leergangen die met het uitkomen van de nieuwste editie ‘Askoppelingen’ uit twaalf delen bestaat. Deze boeken beschrijven een breed scala aan onderwerpen variërend van pneumatiek en elektromotoren tot compressoren en verschillende soorten hydrauliek. Alle boeken zijn geschreven op mbo-niveau en worden niet alleen in het onderwijs toegepast. Ook medewerkers van bedrijven gebruiken de boeken om hun kennis op te frissen of juist bij te spijkeren. Marc Vissers leidt samen met Arjan Coppens de FEDAcademie en geeft aan: ‘Verder wordt op dit moment gewerkt aan een tweetal boeken over respectievelijk motion control (PLC’s) en condition monitoring. Deze zijn een meerwaarde, vandaar dat we het tempo hoog houden!’ In de nabije toekomst zullen deze boeken nog makkelijker te vinden zijn op een nieuw ingerichte website van FEDAcademie. Een korte beschrijving van de inhoud, een impressie, de prijs en uiteraard een link om te bestellen maken het binnenhalen van objectieve, up-to-date informatie bijzonder eenvoudig. CETOP Binnen het thema CETOP – de Europese overkoepelende brancheorganisatie voor hydrauliek en pneumatiek – coördineert FEDAcademie de CETOP-audits in Nederland. Deze audits dienen om verschillende opleidingen binnen zowel onderwijsinstituten als het bedrijfsleven

te beoordelen en – indien positief bevonden – CETOP te certificeren. Deze audits werden voor het eerst in 2019 gehouden en hadden toen vooral betrekking op hydrauliekbedrijven. Voor de komende tijd – na corona – staan ook audits bij pneumatiekbedrijven als SMC en Festo op de planning. De audits zijn 100% onafhankelijk en worden altijd door twee mensen gedaan; soms loopt er nog een derde persoon mee om te leren. Verder bouwt de werkgroep haar activiteiten inmiddels uit met examens voor persoonscertificeringen. Vissers: ‘Dit doen we in kleine, behapbare stappen om zo de kwaliteit optimaal te kunnen bewaken.’ Cursussen Tot slot zijn de cursussen ‘Veilig werken met Hydrauliek’ en ‘Slangassemblage’ onverminderd populair. Het bestuur van FEDAcademie werkt in dit kader samen met een grote werkgroep waarin enthousiaste mensen van acht bedrijven hebben plaatsgenomen. Ook in tijden van corona wordt er overleg gepleegd om trainingen en opleidingen verder te verbeteren en te promoten. Tevens worden op dit moment de mogelijkheden besproken om bedrijven te certificeren op het thema ‘slangassemblage’. Uiteraard is dit een lang traject waar veel juridische zaken aan de orde komen. ‘Dit willen we dus zeer zorgvuldig doorlopen om tot een degelijke, rechtsgeldige en zinvolle certificering te komen’, aldus Vissers. Hij vervolgt: ‘Je ziet het: de dynamiek van FEDAcademie is groot en daarom kunnen we ook nog wel wat extra hulp gebruiken in de vorm van nieuwe bestuursleden. Wie enthousiast is (geworden) over de verschillende thema’s, kan zich melden bij het secretariaat van FEDA. We maken je graag snel wegwijs in onze dynamische omgeving.’

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

51


FEDA-lid in the spotlight:

LINAK Actuator-Systems B.V. Toen de net afgestudeerde Bent Jensen in 1976 een lineair verstelmechanisme bedacht voor de rolstoel van een vriend, werd dit hét keerpunt voor de in 1906 opgerichte Machinefabriek Jensen. Dit familiebedrijf switchte naar de productie van lineaire actuatoren, veranderde de naam in LINAK en presteerde het om in no time een wereldwijd topmerk te worden.

LINAK telt meer dan 2400 medewerkers, is actief in 35 landen en produceert op verschillende continenten. De Benelux-vestigingen in Breda en Merelbeke, waar 27 mensen werken, staan onder leiding van directeur Bram van Meel die haarfijn uitlegt wat bepalend is voor het succes van LINAK: ‘Kwaliteit en diversiteit in de productprogramma’s en dat in combinatie met een compromisloze service en klantondersteuning. Onze elektrische lineaire actuatoren worden in heel veel verschillende branches voor diverse doeleinden toegepast. Als verstelsysteem van comfortabele (ziekenhuis)bedden bijvoorbeeld,

maar ook in systemen voor afsluiters, machineverstellingen, in landbouwwerktuigen, voertuigen, zonweringen, et cetera. Door de opmars van flexwerkplekken scoren we ook erg goed met verstelsystemen voor ergonomische bureaus. Hiervoor leveren we complete oplossingen met fraai vormgegeven (afstands)bedieningen inclusief apps voor smartphones.’ Duurzaam ontwerpen ‘Zoals het een goed familiebedrijf betaamt, steekt LINAK veel geld in ontwikkeling’, vervolgt Bram van Meel. ‘Duurzaam ontwerpen is daarbij een van de sleutelfactoren. Zo worden

onze aandrijvingen steeds milieuvriendelijker en gebruiken we bijvoorbeeld geen pvc-kabels meer. Ook proberen we onze oplossingen steeds krachtiger en efficiënter te maken.’ FEDA-lid ‘We zijn net aangesloten bij FEDA’, zegt Bram van Meel over het lidmaatschap. ‘FEDA zet onze branche goed op de kaart. Bijvoorbeeld door het organiseren van de WoTS. Daarnaast geeft FEDA specifiek aandacht aan het technisch onderwijs, wat wij erg belangrijk vinden. Prima branchevereniging dus.’ www.linak.nl

Nieuw FEDA-lid: RMF Systems

Gerben Gerken: ‘We willen een actieve rol spelen in de branche’ RMF Systems heeft een aantal dynamische jaren achter de rug waarin het bedrijf flink is gegroeid en sinds vorig jaar deel uitmaakt van het Amerikaanse bedrijf Des-Case. Met deze nieuwe moeder biedt het bedrijf het complete pakket voor het conditioneren van smeermiddelen. markt bedoelde bypass filtersysteem werd al snel ook offline in de industrie toegepast en aangevuld met een serie beluchters. Na de overname door Doedijns in 2006 ontwikkelde RMF Systems zich als zelfstandige divisie met een eigen pand en een groeiende productie- en assemblageafdeling in Waddinxveen.

RMF Systems is de merknaam geworden van het Radiale Micro Filtratiesysteem dat in de jaren ’90 is ontwikkeld bij Koppen&Lethem. Het oorspronkelijk voor de mobiele

52

Complementair Toen de strategische aanpak van Doedijns en RMF Systems verder uit elkaar kwam te liggen, is besloten tot de verkoop van RMF Systems aan Des-Case in 2018. Managing director van RMF Systems Gerben Gerken: ‘Een goede stap. Niet alleen

MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

zijn de programma’s complementair, we hebben in de nieuwe situatie ook weer meer mogelijkheden om te ontwikkelen en verder te groeien.’ Daarbij ziet Gerken ook de noodzaak om samen te werken in de keten. ‘Dat is een van de redenen dat we onlangs lid zijn geworden van FEDA. Deze branchevereniging biedt alle mogelijkheden om contact te maken met collegabedrijven en is een perfect platform om een actieve rol in de branche te spelen en kennis uit te wisselen. Op dit moment zijn we ons nog aan het oriënteren, maar na de coronacrisis hopen we snel met de andere leden kennis te maken!’


Corona versplintert glazen bollen Vlak voordat de regels met betrek­ king tot de coronacrisis écht streng werden, had ik nog een laatste interview over mijn rol als nieuwe voorzitter van FEDA. Dit type in­ terviews gaat natuurlijk vooral over mijn visie als nieuwe verte­ genwoordiger van deze prachtige branchevereniging. Je kijkt kort terug op behaalde resultaten en daarna heel bewust vooruit. De plannen stonden me haarscherp voor ogen. We gaan ons richten op thema’s als automatisering en dy­ namische sectoren zoals de proces­ techniek. We gaan invulling geven aan

De CEO en CTO hebben niets meer te vertellen, COVID-19 wel de toenemende behoefte van leden om te verenigen om een drukke en snelle wereld een beetje te compen­ seren. Jongeren enthousiasmeren. De glazen bol was bijna te klein voor al onze plannen. Maar toen drong corona binnen en spatte hij uit elkaar. Wie had zo kort geleden kunnen vermoeden dat de eerder genoemde regels elkaar in zo’n rap tempo zou­ den opvolgen. Dat fysiek samenko­ men niet meer kan en mag. Geen stevige handdruk, een klap op je schouder en een welgemeend ‘hoe gaat het?’ Geen ALV ook. Geen over­ leg in Gorinchem met de mensen die FEDA voortdurend boosten. De CEO en CTO hebben niets meer te vertel­ len, COVID­19 wel. De gebeurtenissen werken in eer­ ste instantie verlammend op ieder­ een. Onzekerheid heerst over ‘waar gaan we naartoe?’. De glazen bol laat niets zien, alleen een zwarte, beklem­ mende mist. Gelukkig duurde deze verlamming bij industrieel Neder­

Arjan Coppens land – en verder – niet lang. Zaken werden al snel digitaal opgepakt. Meetings en overleggen gaan inmid­ dels probleemloos via Skype, Teams, Zoom, Discord, TeamSpeak, BluePoint, Twitch… Er wordt gelachen en de meeste mensen vinden het inmiddels reuze efficiënt om op deze manier te overleggen. Nieuwe ontwikkelingen dus. Wel­ iswaar niet van het type dat we voor ogen hadden, maar misschien toch waardevol? Het zet me aan het nadenken. Dat efficiënte van

digitaal werken. Minder mensen in de auto op de weg, meer tijd om de dingen te doen die moeten ge­ beuren. Een digitale FEDActueel, digitale kennissessies en lezingen zijn zo gek nog niet. FEDA Next ís al digitaal en bouwen we inmiddels succesvol uit. Zie ik de mist in de glazen bol optrekken? Een stukje geloof ik. Hoewel. Misschien weet ik gewoon wel zeker dat onze plan­ nen en ambities niet zijn veranderd. De wegen die we gaan bewandelen zeker wel, en dat kunnen we.

FEDA Actueel is een productie van FEDA feda.nl MECHATRONICA+MACHINEBOUW 3

53


2020 EVENT CALENDAR

UPDA TED 23 SEPTEMBER 2020, ’S-HERTOGENBOSCH

23 SEPTEMBER 2020, ’S-HERTOGENBOSCH

7 OCTOBER 2020, EINDHOVEN

4 NOVEMBER 2020, EINDHOVEN

4 NOVEMBER 2020, EINDHOVEN

BITS&CHIPS

BENELUX RF

bits-chips.nl/events

CONFERENCE

NOVEMBER 2020, NIJMEGEN

BITS&CHIPS

INDUSTRIAL 5G CONFERENCE

DATE TO BE ANNOUNCED, EINDHOVEN


Colofon

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

VOLGENDE KEER IN

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

Mechatronica&Machinebouw is een onafhankelijk nieuwsmagazine voor mensen die werken aan slimme producten en machines. Mechatronica&Machinebouw is een publicatie van Techwatch bv in Nijmegen.

Transistorweg 7H – 6534 AT Nijmegen – tel +31 24 3503532 – info@techwatch.nl – techwatch.nl Redactie Alexander Pil – hoofdredacteur – tel +31 24 3504580 – alexander@techwatch.nl René Raaijmakers – redacteur – tel +31 24 3503065 – rene@techwatch.nl Nieke Roos – redacteur – tel +31 24 3503534 – nieke@techwatch.nl Paul van Gerven – redacteur – tel +31 24 3505028 – paul@techwatch.nl Collin Arocho – redacteur – tel +31 24 3503533 - collin@techwatch.nl Jessica Vermeer – redacteur- tel +31 24 3503534 – jessica@techwatch.nl Antoinette Brugman – redacteur – tel +31 24 3504580 - antoinette@techwatch.nl Vormgeving Justin López – grafisch ontwerper en illustrator – tel +31 24 3503532 – justin@techwatch.nl Sales, marketing en events Kim Huijing – hoofd marketing en verkoop – tel +31 24 3505195 – kim@techwatch.nl Marjolein Vissers – eventmanager – tel +31 24 3505544 – marjolein@techwatch.nl Mariska van Hoeven – marketing- en salesmedewerker – tel +31 24 3505544 – mariska@techwatch.nl Bo van Gaal – sales- en eventsmedewerker - tel +31 24 3505544 - bo@techwatch.nl Trainingen Linda van Hoeij – manager trainingen – tel +31 85 4013600 – linda.van.hoeij@hightechinstitute.nl Petry Janssen – marketing- en salesmedewerker – tel +31 85 4013601 – petry.janssen@hightechinstitute.nl Financiële administratie Mathilde van Hulzen – finance – tel +31 24 3503532 – invoices@techwatch.nl Mede mogelijk gemaakt door Ilse de Boer, Femke Veldhuis, Heleen Wammes Externe auteurs Roger Borre, Tim Clephas, Oscar van Gulik, Chris Jonkman, Rik Kruidhof, Daniëlla van Laarhoven, César López, Abeje Mersha, Jan Schalkwijk, Jori Winderickx Uitgever René Raaijmakers – tel +31 24 3503065 – rene@techwatch.nl ISSN 2213-8498 Verantwoordelijk uitgever voor België René Raaijmakers Biesheuvelstraat 1 2370 Arendonk, België

Editie 4 | 3 juli | Softwareontwikkeling

Software is inmiddels een doorslaggevende factor in de machinebouw. Natuurlijk moet de mechanica en fysica op orde zijn, maar het zijn de programmeurs die de echte intelligentie toevoegen. In aanloop naar de Software-Centric Systems Conference publiceert Mechatronica&Machinebouw een aantal interessante voorbeelden.

Drukkerij Vellendrukkerij BDU Barneveld Mechatronica&Machinebouw-lidmaatschap U kunt Mechatronica&Machinebouw gratis ontvangen op adressen in Nederland en België. Voor bedrijven is er het businesslidmaatschap, à 159 euro per jaar. Hiervoor ontvangen ze twee exemplaren van het magazine op het bedrijfsadres, en voor elk Mechatronica&machinebouw-event twee kortingscodes. Aanvragen via mechatronicamachinebouw.nl/lidmaatschap of info@techwatch.nl. Losse nummers kunt u aanvragen via info@techwatch.nl. Mechatronica&Machinebouw-lidmaatschap Premium U kunt ook Premium-lid worden van Mechatronica&Machinebouw. Dat kost 59 euro per jaar. Dan ontvangt u niet alleen het magazine, maar krijgt u ook een forse korting op toegang tot alle Mechatronica&Machinebouw-evenementen georganiseerd door Techwatch bv. Aanvragen van een Premium-lidmaatschap gaat via mechatronicamachinebouw.nl/lidmaatschap of info@techwatch.nl. Mechatronica&Machinebouw-lidmaatschappen kunnen op elk gewenst moment ingaan voor de periode van een jaar. Opzeggen tot uiterlijk één maand voor het verstrijken van de lidmaatschapsperiode. Klachten over bezorging Heeft u Mechatronica&Machinebouw niet of te laat ontvangen of heeft u andere opmerkingen over de bezorging? Laat het ons weten. Stuur een e-mail naar info@techwatch.nl. Adverteren Advertentietarieven staan vermeld op mechatronicamachinebouw.nl. Wanneer u op de hoogte gehouden wilt worden van komende thema’s en specials of voor het reserveren van advertenties, neem contact op met de afdeling sales, sales@techwatch.nl, tel +31 24 3505544. Verschijningsdata 29 mei, 3 juli, 18 september, 6 november, 4 december Copyright Alle rechten voorbehouden. (c) 2020 Techwatch bv. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. Disclaimer Uitgever en redactie betrachten uiterste zorgvuldigheid bij het maken, samenstellen en verspreiden van de informatie in Mechatronica&Machinebouw, maar kunnen op geen enkele wijze instaan voor de juistheid of volledigheid van de informatie. Uitgever en redactie aanvaarden geen aansprakelijkheid voor schade die zou kunnen ontstaan als gevolg van de publicatie van informatie in Mechatronica&Machinebouw. Columnisten en externe medewerkers schrijven op persoonlijke titel. Reacties van lezers vallen buiten de verantwoordelijkheid van uitgever en redactie. Uitgever en redactie aanvaarden geen aansprakelijkheid met betrekking tot de inhoud en ondertekening van reacties van lezers. De redactie behoudt zich het recht voor reacties niet of gedeeltelijk te plaatsen of te bewerken. Fotografie Productfoto’s zijn van fabrikanten, overige foto’s zijn van Techwatch bv (c), tenzij anders vermeld.

Editie 5 | 18 september Industriële automatisering

Met de buzz rond Smart Industry focust de markt zich op thema’s zoals security, big data, connectiviteit, ict en slimme robotica. Aan de orde komen trends, problematiek en oplossingen.

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

Denkt u een interessante bijdrage te kunnen leveren aan een van deze specials? Of heeft u input over andere relevante onderwerpen? Stuur dan een mail naar Alexander Pil (alexander@techwatch.nl). Sluiten de onderwerpen aan bij uw marketingplannen? Neem dan contact op met onze salesafdeling via sales@techwatch.nl. + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

Foto voorpagina Foto: Brain Corp

techwatch.nl

mechatronicamachinebouw.nl


High-speed diverters

Track design flexibility

Purely magnetic holding

ACOPOStrak

Ultimate Production Effectiveness www.br-automation.com/ACOPOStrak

ROI

OEE TTM

Enabling the adaptive machine. Like no other transport system.

Profile for Mechatronica&Machinebouw

Mechatronica&Machinebouw 3 | 29 mei 2020 | Robotica + Carrière en leiderschap in de hightech  

Advertisement
Advertisement
Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded