Issuu on Google+

Van Stad Maken naar Stad Zijn: Een Manifest met 200 Publieke Ontwikkelaars

2014

www.stipo.nl contact@stipo.nl


2

Manifest Wat worden de komende jaren de leidende thema’s voor de ontwikkeling van de stad? Wat moeten we doen om langdurige kwaliteit, ziel, gelaagdheid en publieke kwaliteit te blijven realiseren? Deze waarden blijven, de weg ernaar toe verandert. We zien nieuwe verhoudingen, nieuwe vakgebieden, andere werkwijzen. Tegen de achtergrond van de omslag van ‘Stad Maken’ naar ‘Stad Zijn’ zien we vijf dominante thema’s voor de komende vijf jaar: vertrekken vanuit maatschappelijke kracht en economische waardeketens

met coalities investeren in de stad op ooghoogte, plinten, placemaking en de beleving van de stad

organiseren van nieuwe investeerdersnetwerken: NIMB€

ruimte voor publieke ontwikkelaars

werken vanuit co-creatie en zelforganisatie

200 publieke ontwikkelaars Dit Manifest is gemaakt met 200 netwerkpartners, in de geest “publieke ontwikkelaars”, die Stipo in november 2013 bijeenbracht bij haar 20-jarig bestaan. We spraken als professionals en co-makers over de belangrijkste thema’s voor de stedelijke ontwikkeling in de komende vijf jaar. Een gezelschap van vernieuwende denkers en doeners uit heel Nederland, dwars door vakdisciplines en organisaties. De dialoog, waarin verleden, heden en toekomst werden verbonden, verschaft nieuwe antwoorden en inzichten op actuele vraagstukken. Zie het verslag en een filmimpressie op www.stipo.nl.


3


4

Vooraf: van ‘Stad Maken’ naar ‘Stad Zijn’ Het werkveld van de stad verschuift van ‘Stad Maken’, dat de afgelopen decennia dominant was, naar ‘Stad Zijn’. Nieuwbouw stond centraal bij ‘Stad Maken’. Dit blijft een onderdeel van de opgave, maar is niet meer dominant in de stedelijke ontwikkeling. ‘Stad Zijn’ is nadrukkelijk niet hetzelfde als beheren. Het vraagt nog altijd om ontwikkeling, maar wel op een geheel andere manier. ‘Stad Zijn’ is een nieuw metier:

STAD MAKEN

Waarom

Kwantiteit, woningtekorten, groei.

STAD ZIJN Kwaliteit, economie, gezondheid, internationale positie.

Wat

Nieuwbouw in weilanden / leeggemaakte binnenstedelijke gebieden.

Permanent ontwikkelen bestaande stedelijke structuren.

Wie

Overzichtelijk: gemeente, ontwikkelaars, corporaties.

Complex: netwerken van duizenden gebruikers en tientallen investeerders.

Hoe Disciplines Sturing

Hink-stap-sprong en planmatig: denken, maken, beheren.

Ruimtelijk eerst. Economisch en sociaal later.

Overheid heeft leidende rol bij ideevorming en realisatie.

Fluïde en organisch: al doende leren en strategie en actie afwisselen. Economisch, sociaal en ruimtelijk tegelijk, nieuwe verknopingen. Co-creatie en zelforganisatie.


5

“Bij het 20-jarig bestaan van Stipo keken 200 publieke ontwikkelaars vooruit. Het gezelschap van vernieuwende denkers en doeners sprak in tien workshops over nieuwe leidende thema’s voor stedelijke en regionale ontwikkeling in de komende vijf jaar. Dit manifest is ontstaan uit hun bijdragen.”


6

1. Vertrekken vanuit maatschappelijke kracht en economische waardeketens “Stad Zijn” kent vastgoedontwikkeling nog steeds als deel van de opgave, maar het is niet meer het vertrekpunt. Het begint bij de gebruikers, hun energie en activiteiten, economische clusters en netwerken: software voor hardware. De komende periode staat het mobiliseren van maatschappelijke kracht en economische waardeketens voorop. Een pleidooi voor ruimte voor zelforganisatie, gebiedsondernemingen, onderwijs, thuisgevoel en economische netwerkbenadering. Nodig uit tot zelforganisatie - De energieke samenleving vraagt om actief creëren van ruimte: voor de

energie, snelheid en innovatiekracht die in de samenleving aanwezig is. Professionals kunnen helpen om die zelforganisatie te mobiliseren en te laten ontplooien, zowel op stedelijk als op gebiedsniveau, en om de energie van bewoners, ondernemers, instellingen, grote bedrijven te verbinden met wat voor de strategie van de hele stad belangrijk is. Sturen op zelforganisatie is niet hetzelfde als op je handen zitten; het is samen met je netwerkpartners in co-creatie de urgente en meest kansrijke thema’s kiezen en daar initiatief voor uitnodigen.

Zet gebiedsondernemingen op - Op wijkniveau zijn gebiedsondernemingen nodig die zich niet beperken tot de grenzen van organisaties. Ze bundelen krachten met andere organisaties. De leefwereld van de burgers en ondernemers is uitgangspunt, vóór de systeemwereld van organisaties, maar met het doel om de investeringen uit beide werelden te bundelen. Actieve, flexibele en integere professionals geven opbouwwerk, jongerenwerk in aandachtswijken en algemeen maatschappelijk werk nieuwe inhoud en betekenis. Geen afbraak, want dat is penny wise en pound foolish, maar wel anders. Opbouwwerk wordt verbinder van organisaties en burgers; maatschappelijk werk werkt oplossingsgericht met de Er-Op-Af methodiek. Een groter effect wordt mogelijk met alle eerstelijns functies integraal voor de wijk in één entiteit in een gebiedsonderneming die met een algemene opdracht werkt zoals Buurtzorg dat ook doet.

Neem vertrouwen, thuisgevoel en stadspsychologie als basis - De eerste voorwaarde voor een

gelijkwaardige omgang van professionals en burgers is vertrouwen. In succesvolle processen krijgt iedereen gedeeld belang: een buurt waar mensen zich thuis voelen. Denken vanuit thuisgevoel gaat uit van de wil en pit van bewoners om het zelf te doen, haalt barrières weg en maakt een ander en vruchtbaar gesprek mogelijk over een gezamenlijke en gedeelde toekomst. Netwerken in een wijk vragen om positief onderhoud door wat goed gaat ‘water te geven’. Wat fout gaat moet eerst worden begrepen, om daarna te bepalen of er moet worden ‘gewied’, ‘gesnoeid’ of van ‘kunstmest voorzien’.

Koppel onderwijs aan de stad - Bedrijven, overheid en zorginstellingen kunnen maatschappelijke

kracht mobiliseren, maar ook onderwijsinstellingen kunnen dat. Het verbinden van de onderwijsketen met het oplossen van problemen van de stad schept een band tussen vers arbeidspotentieel en de stad, die een langetermijnperspectief oplevert voor de student / scholier. Studenten en scholieren maken zich vertrouwd met moderne vormen van kennismobilisatie uit de samenlevingen met wisselwerking en samenhang daartussen.

Vertrek vanuit economische waardeketens - De economie wordt steeds meer netwerkgericht. Het

redeneren vanuit de bestaande waardeketens, die snappen, versterken en ruimte verschaffen wordt minstens zo belangrijk als het binnen halen van nieuwe bedrijven. Waardeketens van bedenken, maken en produceren gaan door nieuwe technologie meer door elkaar lopen en er ontstaat een nieuwe maakindustrie. Voor ondernemers is het belangrijk de partners in de waardeketen op loopafstand te treffen. Gebouw- en gebiedsontwikkeling moet aan de economische kant vertrekken vanuit de waardeketens, niet vanuit het vastgoed.


7

“In de Buurtonderneming Westrand in Roosendaal werken bewoners, maatschappelijk werk, corporatie, gemeente en opbouwwerk integraal samen. Ze bundelen hun krachten om te blijven investeren in de aandachtswijken. Het perspectief van de buurt, de leefwereld, staat daarbij centraal.�


8

2. Met coalities investeren in de stad op ooghoogte, plinten, placemaking en de beleving van de stad “Stad Zijn” maakt de beleving van de bestaande stad tot een centraal thema: de stad op ooghoogte. Zowel in binnensteden als in wijken en werkgebieden wordt de beleving belangrijker. Ook de netwerkeconomie draagt bij aan nieuwe interesse in de stad. Investeren in de stad op ooghoogte is investeren in werkelijke duurzaamheid en flexibiliteit door de decennia heen, investeren in de economische kracht van gebieden, investeren in de beleefde kwaliteit. Ontwikkel coalities voor plintenaanpak van binnensteden en woongebieden - De Stad op Ooghoogte

komt niet vanzelf goed. Het winkeloppervlak neemt af door ander koopgedrag (internet), het werken verandert. Leegstand is negatief voor de beleving van het publieke domein. Er is een specifieke aanpak nodig in kwetsbare gebieden als binnensteden, binnenstedelijke bedrijfsterreinen en in aandachtswijken. Voor drukke steden is een plintenaanpak juist een middel om bezoekersstromen te spreiden. De aanpak moet zich richten op nieuwe winkelformules en horeca, werkruimtes voor makers, maar heel nadrukkelijk ook gewoon goed wonen en maatschappelijke functies in de plint. De inrichting en het beheer van de openbare ruimte moeten mee doen en de voetganger boven de verkeerstechniek plaatsen. Een breed trottoir bevordert de vorming van semi-privéruimtes, de hybride zone, die bewoners en bezoekers als aangenaam en menselijk ervaren. Plintenaanpak doe je niet alleen maar bij uitstek in coalities met vastgoedeigenaren en gebruikers.

Geef ruimte voor Placemaking - Placemaking is een belangrijk onderdeel van de Stad op Ooghoogte en

de beleving op straat. Placemaking gaat over het zien, activeren, en managen van “ontmoetingsplekken” in de openbare ruimte, zoals pleinen, markten, (delen van) wijken, campussen, stations en openbare gebouwen. Centraal bij placemaking staat de “community”, de mensen die dagelijks samen acteren in de openbare ruimte: de bewoners, de ondernemers en de bezoekers van het gebied. Elk gebied kent “aanstekelijke dwazen” die de weg wijzen. Zij kennen het gebied en de mensen in het gebied als geen ander. Het belangrijkste wat de overheid kan doen is hen uitnodigen en ruimte voor ze creëren.

Sneller doen, geef zelf het goede voorbeeld – Publieke partijen hebben een slag te maken om veel

sneller te doen en niet te blijven hangen in praten. De slechtste plinten zijn vaak in overheidskantoren, de lelijkste braakliggende terreinen in publieke handen. Het begint ermee dat gemeenten, woningcorporaties, zorgvoorzieningen en onderwijs het goede voorbeeld geven. In samenwerking met pop-up stores en ROC’s (door inzet van leerlingbouwplaatsen en stages) moeten leegstaande panden worden geactiveerd. Proeftuinen met tijdelijke functies, zoals in ZOHO (Zomerhofkwartier Rotterdam), leveren veel ervaring op. De regelvrijheid maakt combinaties van “events”, wonen, winkelen en maken (bedrijvigheid) mogelijk: “innovation districts” met interactie tussen uiteenlopende ruimtegebruikers en effect op de sociale en fysieke omgeving.

Stel de menselijke maat centraal in de strategie voor de langere termijn - De Stad op Ooghoogte is onderdeel van een internationale beweging, met nieuwe begrippen als New Urbanism, Walkable Cities, The City at Eye Level, placemaking en kindvriendelijke steden. Stockholm heeft bijvoorbeeld de Walkable City als leidraad, de verkeer- en vervoerafdeling van Parijs heeft een switch gemaakt van ‘traffic’ naar ‘beleving’. Het doen moet worden verbonden aan een strategie voor de langere termijn, die de menselijke maat, de voetganger op straat, de beleving in de openbare ruimte centraal stelt in de hele stedelijke aanpak.


9

“Het open source boek The City at Eye Level is ontstaan uit de plintenaanpak voor de binnenstad Rotterdam. Veertig co-auteurs, landelijk en internationaal, droegen bij aan een nieuwe methodiek voor de stad op ooghoogte. Sindsdien is die via plintengames toegepast in onder andere Stockholm en Amsterdam.�


10

3. Werken vanuit Co-creatie en Zelforganisatie “Stad Zijn” is netwerkgericht en relationeel. Gemeentelijke overheden en instellingen laten de komende jaren vertrouwde rolpatronen los en zoeken andere wegen. Co-creatie en zelforganisatie zijn cruciaal om met complexe netwerken tot daadwerkelijke beweging in de stad te komen. Specifiek staan gemeenten nu voor de grote opgave om verantwoordelijkheden voor de zorg over te nemen van het rijk, deze totaal te verbouwen en daarin ruimte te geven aan zelforganisatie. Dit vergt een andere organisatie en mentaliteit van gemeentelijke professionals, professionele hulpverleners en van publieke actoren. Stedelijke ontwikkeling op uitnodiging - Sturen op zelforganisatie is in onze visie: in co-creatie met het

veld definiëren wat de belangrijkste vraagstukken zijn en die agenderen. Vervolgens niet zelf de (dan meestal verkeerde) oplossing te gaan bedenken en willen uitvoeren, maar initiatiefnemers uit het veld via prijsvragen (social challenges) uitnodigen om zich in te tekenen. Daarna per voorstel heel secuur kijken welke bundeling van energie en investeringen er mogelijk is, ook met derde partners, om tot versnelling en vermenigvuldiging te komen. Dat nieuwe principe noemen we stedelijke ontwikkeling op uitnodiging en is toepasbaar in het sociale, economische en fysieke domein.

Totaal nieuwe rollen - De overheid kan (maar dat hoeft niet) de partij zijn die dit proces organiseert,

afhankelijk van de hoeveelheid initiatief, de andere partners en de opgave. Waar nodig, en altijd situationeel, kan de overheid dit aan nieuwe (meest eenmalige, niet structurele) financieringsvormen koppelen, zoals zachte leningen, deelnames, revolving fondsen. Maar er is meer mogelijk, zoals het creëren van ruimte in regelgeving of het (tijdelijk of langduriger) inzetten van eigen leegstaand vastgoed als asset voor nieuwe initiatiefnemers. Bij de beoordeling moeten zowel de financiële als de maatschappelijke waardecreatie een rol spelen.

Grenzen aan zelforganisatie? - Burgers pakken al veel zaken op voor buurt, wijk en onderlinge hulp. Maar

er is een grens aan wat je van burgers kunt vragen. Ze kunnen de dienstverlening van professionele organisaties niet eenvoudig en kosteloos overnemen. Er blijven duidelijke verantwoordelijkheden voor overheden en publieke partners. Een ander niveau van dienstverlening wordt onvermijdelijk, maar wordt dat geaccepteerd? Hoe wordt professioneel geleide kinderopvang acceptabel verbonden met opvang van ouders zelf?

Publieke ontwikkelaars en wijkteams - Publieke ontwikkelaars (zie vijfde deel) zoeken naar de

verbindingen op gebiedsniveau. In wijken zetten nieuwe Wijkteams energie van groepen en hun initiatiefnemers in voor de stad. Met een brede opdracht en ‘makelaarsfunctie’ luisteren ze naar inwoners, bedrijven en instellingen en vertalen dat naar de gewenste inzet van professionals. De persoonlijke betrokkenheid van wijkteams stimuleert initiatieven van burgers, die de vrijheid behouden om wel of niet te participeren.

Gezamenlijke investeringsagenda - Zelforganisatie van burgers en ondernemers vereist dat gemeentelijke

overheden duidelijk zijn over de eigen verantwoordelijkheden en taken en over die van burgers. Zij moeten open staan voor verschuivingen daartussen en daarvoor mogelijkheden scheppen. Door de zelforganisatie een gelijke informatiepositie te geven (transparantie in geldstromen) versterkt de lokale inzet zich. Om niet te verzanden in een losse grabbelton van initiatieven moet er een gezamenlijk vraagstuk of urgentie zijn met een globaal langere termijn streefbeeld. Een breed gedragen agenda wordt dan de motor van coproducties, waarbij allerlei vormen van uitvoeringsorganisaties mogelijk zijn: coöperaties, bewonersbedrijven, wijkondernemingen, maatschappelijke investeerders, overheden.


11

“Gemeente Albrandswaard is als regiegemeente een van de landelijke koplopers in zelforganisatie. Eerst werden in co-creatie met een groot netwerk de kernopgaven gedefinieerd, daarna werden via prijsvragen nieuwe initiatieven ontlokt. Er zijn nu tal van initiatieven, van groot tot klein, van ondernemers en bewoners.�


12

4. Organiseren van nieuwe investeerdersnetwerken (NIMB€) “Stad Zijn” brengt een nieuw, meer versnipperd investeringsveld met zich mee. Traditionele investeerders als overheid en woningcorporaties hebben minder investeringsgeld. Daardoor ontstaat ruimte voor nieuwe investeerders, zowel van boven (grote bedrijven), opzij (bestaande en nieuwe investeerders) als van onderaf (social enterprise). Het gaat om zorgverzekeraars, energiebedrijven, arbeidsbureaus, grote werkgevers, vermogende families, databedrijven, mobiliteitsbedrijven, etnische en religieuze geldstromen, coöperatieven – om enkele te noemen – die zich inzetten voor de opgaven van de stad. Bundelingen van deze nieuwe investeerders, economische kringlopen en ketens leidt tot NIMB€: Nieuwe Investeringen Met Bestaande Euro’s. Creëer nieuwe ontwikkelmodellen - “Het geld is op” – hoorden we de laatste tijd zo vaak. Het traditionele

investeringsmodel van grond- of gebiedsexploitaties, “het badkuipmodel” van eerst veel investeren en na lange tijd met winst eruit stappen, werkt in veel gevallen inderdaad niet meer. Maar een gemiddelde wijk van 4.000 huishoudens heeft nog altijd een opgeteld jaarlijks inkomen van 160 mln euro. Dat geld geven zij uit aan hypotheek of huur, data, energie, zorg, eten, mobiliteit. Door die bestaande waarde- en geldstromen slimmer in te zetten is het mogelijk exploitatie, beheer en ontwikkeling op nieuwe wijze aan elkaar te koppelen.

Verover een divers veld - Nieuwe investeerders in de stad komen uit zeer diverse netwerken. Transities in

zorg, arbeid, onderwijs en duurzaamheid leiden tot een veranderend, deels groeiend, belang van partijen om zich met stedelijke ontwikkeling te bemoeien. Maar ook in sport, verkeer, cultuur en religie ontstaan nieuwe belangen voor bestaande en nieuwe partijen om in de stad te investeren. Ontwikkelingen als big data, met partijen als Cisco en IBM, veroveren de komende jaren een plek in de stedelijke ontwikkeling. Investeerders zijn soms groot, soms klein. Bewoners, bedrijven, maatschappelijke instellingen ontwikkelen zich ook steeds vaker tot investeerder in een gebied, soms uit idealisme, vaak ook vanuit de ontwikkeling van een nieuw verdienmodel.

Verbind waardestromen aan opgaven - Vitale steden verbinden financiële middelen met elkaar, laten

inzetbare budgetten slim met elkaar meeliften en gunnen elkaar een deel van de maatschappelijke winst. Het gaat om het verknopen van investeringen, energie van burgers en de markt en om het matchen van de geld- en waardestromen uit de systeem- en uit de leefwereld. Uitdagingen en prijsvragen worden afgeleid uit prioriteiten per gebied. Maatschappelijke initiatieven worden versneld door maatschappelijke businesscases uit te lokken. Maatschappelijke waardecreatie van initiatieven maken gebieden duurzamer, sterker en aantrekkelijker. Het vindingrijk benutten van geldstromen en verknopen van geldstromen zijn de kernwoorden.

Ruimte en spelregels voor technologie en data - Een belangrijk onderdeel van NIMB€ zijn de

nieuwe investeringen vanuit technologie en data. Hier is vooral ruimte nodig voor de energie, snelheid en innovatiekracht die er in de samenleving zit, zoals coöperaties voor energie en zorg, en organisaties die met technologie werken aan de omslag van bezit naar gebruik. Naast ruimte zijn ook duidelijke spelregels nodig. Iedereen die inschrijft op het uitvoeren van stadstaken deelt actief kennis, diensten, technologische vindingen en bouwt op elkaars kennis voort. Open innovatie en open source zijn voorwaarden voor een vitale stad.

Bestuurlijke vernieuwing en allianties - Vanuit bestuurlijke vernieuwing zullen er nieuwe allianties gaan

ontstaan. Die leiden tot organiserend vermogen van bestaande en nieuwe partijen om een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid te nemen voor publieke kwaliteit. Voor bestuurders vereist dit dat ze het nut van zelfreflectie inzien (kritisch) en beseffen dat samenwerken energie en resultaat geeft. Besturen is mensenwerk; daarom zijn de gunfactor, het verdiepen in elkaars rol en persoonlijke voorkeuren cruciaal.


13

“Leegstand van gemeentelijk en corporatievastgoed blijkt een belangrijke kans voor maatschappelijke initiatieven, maakindustrie en startende ondernemers. Tussentijd Rotterdam heeft inmiddels 20 panden beschikbaar gesteld. De invulling wordt zo gekozen dat hij bijdraagt aan het gebouw, gebied en stad.�


14

5. Ruimte voor Publieke Ontwikkelaars “Stad Zijn” maakt dat niet meer één of enkele partijen de logische trekker zijn van de stedelijke ontwikkeling. Er is behoefte aan een nieuwe diersoort: de publieke ontwikkelaar. Dit kan een groot bedrijf, een sociaal ondernemer, een bevlogen projectleider, en een bewoner zijn; degene die het netwerk weet te mobiliseren en die het initiatief neemt, die werkt vanuit passie, empathie en liefde voor de stad. Wie regelt publieke kwaliteit? - Ingrijpende veranderingen in de financiële en sociaal-economische

verhoudingen tussen bedrijfsleven, overheid en publiek hebben grote gevolgen voor stedelijke en regionale ontwikkeling, en daarmee voor de ‘publieke zaak’. Die staat onder druk, maar er ontstaan ook nieuwe mogelijkheden. Met het terugvallen van gemeenten, corporaties en ontwikkelaars is er niet meer één logische organisatie die de ontwikkeling initieert. Wie regelt dan wel publieke kwaliteit?

De publieke ontwikkelaar - Wij zien de intrede van de publieke ontwikkelaar. Dit is een stadsontwikkelaar

(in de breedste zin van het woord) die vanuit de menselijke schaal initieert, in balans met vele betrokkenen, belanghebbenden en verantwoordelijken in stedelijke ontwikkeling. De publieke ontwikkelaar verbindt de ‘stad op ooghoogte’, dynamiek van ruimtegebruikers, het buurtgevoel en de beleving van de stad met stedelijke potenties en agglomeratiekracht. De publieke ontwikkelaar schept samenhang, legt verbanden en brengt groepen en initiatiefnemers bij elkaar.

Al doende denken - De publieke ontwikkelaar mobiliseert energie en kennis over de stad van bewoners,

ondernemers, ruimtegebruikers, investeerders en instituties. Hij deelt kennis open source. Hij doorsnijdt en combineert disciplines, bouwt uit en past toe. Samen met publieke en private partners spoort hij de grootste urgenties en kansen op. Hij stelt altijd maatwerk voorop. Hij activeert openbare ruimte met ‘placemaking’ tot veelzijdige plekken. Hij is transparant over inspanningen, vereiste middelen en opbrengsten. De publieke ontwikkelaar denkt en werkt integraal en verbindt netwerken. Als verbinder doorbreekt hij scheidslijnen tussen sociale portefeuilles, budgetten en vastgoedbelangen. Hij schakelt van groot naar klein, van korte naar lange termijn, en omgekeerd. Snelle successen maken energie vrij voor de lange termijn.

Inzetten op relatie, relatie, relatie - Vroeger was het locatie, locatie, locatie. Nu is het relatie, relatie, relatie.

Eerst langer durende relaties opbouwen, en dat leidt dan pas tot nieuwe, onverwachte matches. De publieke ontwikkelaar speelt in op de nieuwe opstelling van gemeenten, woningcorporaties en andere ontwikkelpartners: meer gericht op samenwerking, meer voeling met burgers, durf tonen en vrijheid geven. Samen werken ze vanuit passie en toewijding voor de stad. De publieke ontwikkelaar helpt professionals en politici om bestaande (controle)systemen los te laten en om samen met co-makers uit de samenleving ambities te formuleren en een koers voor langere termijn uit te stippelen. Initiatieven van professionals en burgers bepalen de route. Hun bijdragen worden werkenderwijs zichtbaar, gedeeld met anderen en omgezet in nieuwe kennis.

Sociale innovatie - De missie van de publiek ontwikkelaar is een stad die meer energie oplevert dan verbruikt,

zowel in letterlijke als overdrachtelijke zin. De stadsproblematiek ligt open voor nieuwe oplossingen en richtingen met kansen en mogelijkheden die buiten de geijkte banen liggen. Toepassing van nieuwe technologie, sociale innovatie en creativiteit stimuleren een continu leerproces.

Ontwerpdenken - Methodes van ontwerpdenken, zoals de Stipo-aanpak, zijn nodig om het betrekken

van een groot netwerk van comakers te combineren met werkelijke sociale, economische en fysieke vernieuwing. Ontwerpdenken is het toepassen van het ontwerpend onderzoek en het ontwerpend creëren op maatschappelijke stedelijke vraagstukken en het inzetten van ontwerpmethodiek op het proces. Het voorkomt dat het meepraten en meedoen door velen leidt tot grijze soep. Publieke ontwikkelaars zijn ontwerpdenkers.


15

“ZOHO (Zomerhofkwartier) Rotterdam is inmiddels een gebied voor de maakindustrie. De leegstand is benut voor een nieuw cluster in de economische waardeketen van het maken. In tien maanden is via pitches en selectie op deze keten 80% van de leegstand gevuld.�


Stipo Rotterdam Zomerhofstraat 84 3032 CM Rotterdam Stipo Amsterdam Winthontstraat 7 1013 BR Amsterdam Phone Rotterdam 010-2041590 Phone Amsterdam 020-4233690 Email contact@stipo.nl Web www.stipo.nl


Stipo Manifest 2014