Page 1

Een reisverslag van onze deelname aan de Amsterdam Dakar Challenge 2016

Team 635 Dakar Amsterdam Dakar Challenge 2016

Randy Visser


Reisverslag Amsterdam Dakar Challenge 2016 – Team 635 Dakar Voorwoord “Hoe zijn jullie hier op gekomen?” Het is een vraag die we de afgelopen maanden veel hebben gehoord. We kennen de Challenge al jaren en hebben enkele edities gevolgd. Net als veel mensen die onze trip hebben gevolgd leek iets dergelijks ons ontzettend gaaf. Beide gek van auto’s, autorijden en ‘roadtrippen’, maar er was altijd wel een reden om het niet te doen. Werk, financiële redenen of te veel organisatorisch en voorbereidend werk, NEE zeggen is erg makkelijk. In het voorjaar van 2016 werd het duidelijk dat deze editie het toch echt moest gaan worden. Eerst met drie man, later samen, gingen we aan de slag en kregen we de smaak te pakken. Nu, zo net na de reis, kan het advies alleen maar zijn; doe het! We hebben intens genoten, mooie dingen gezien en ons geen moment onveilig gevoeld. Trek de stoute schoenen aan en ga! Dit reisverslag is een dag tot dag samenvatting van onze belevenissen. Alvast bedankt voor het lezen en veel plezier!


Dag 1: Amsterdam – Jaux (FR) Vertrek uit Amsterdam, familie en vrienden zijn naar Amsterdam Noord gekomen om afscheid van ons te nemen. Een regenachtige, gure ochtend, dat moet de komende weken toch ook anders kunnen. Alle deelnemers hebben zich hier verzameld voor het gezamenlijke vertrek. Enkele auto’s kennen we al van de Barreldag, de eerste meeting ongeveer een maand voor vertrek, maar de meesten zien we vandaag voor het eerst. Willem en Irma van team De Boertjes hebben we op ons afscheidsfeest bij De IJsendijker in Purmerend al ontmoet, dus dat was een leuk weerzien. De spanning loopt op, en na de briefing van de organisatie is het dan zover, we vetrekken in konvooi achter de Ford Thunderbird van de organisatie naar Hazeldonk, waar een tweede afscheidsgelegenheid is voor de Zuiderlingen. We rollen met een gangetje van 90 over de Nederlandse snelweg en de sfeer zit er lekker in. Het zien van een eindeloze sliert van versierde en gepimpte barrels in de spiegels is geweldig. In Hazeldonk bleken Frans en Lia, de ouders van Randy ook achter het konvooi te zijn aan gereden, die konden nog geen afscheid nemen natuurlijk. Na een korte lunch bij het welbekende restaurant de Gouden Bogen, de laatste Mac in weken, vertrekken we definitief. Er ontstaan kleine groepjes, maar wij rijden alleen richting onze eerste geplande stop rond Orleans. Het gaat lekker, we rijden 120 / 130 km/h, het weer is opgeknapt en het is rustig op de weg. Tot we vlak voor een tankstop wat vermogensverlies lijken te merken. De auto begint te horten en te stoten en loopt op drie cilinders. We halen het tankstation nog, maar daar zien we een flinke rookwolk onder de motorkap vandaan komen. We zien en ruiken het al snel, de gehele motorruimte zit onder de diesel!! Een verstuiverleiding is gebroken, waarschijnlijk door trillingen. Shit, we hebben aan alles gedacht en we hebben van alles mee, maar hier hebben we niet op gerekend. We zijn al snel out of options en besluiten de ANWB in te schakelen. Na drie kwartier verschijnt de beruchte Depannage. De vriendelijke jongen probeert ons nog op weg te helpen door de leiding om te buigen en af te knijpen, maar de druk om de leiding blijkt te hoog, dit gaat niet werken. De Toyota op zijn auto gaat eraf en maakt plaats voor de Musso. Daar zitten we dan, nog geen 500 km onderweg, op de achterbank van een Iveco Daily, op weg naar een depot even zonder inspiratie. Het is zaterdagavond 18:00 en de Fransen staan niet echt bekend om hun werklust in het weekend. Tom schakelt het thuisfront in. In Nederland wordt druk geregeld en gebeld met als resultaat dat Holger Schram naar De Nollen rijdt in Heerhugowaard, waar Leo Sintebin hem aan een paar hogedrukleidingen van een Mercedes helpt. Holger is hierna samen met Toms vader Ron naar Jaux gereden, waar wij intussen probeerden wat te slapen in een – overigens bijzonder slecht – hotel. De challenge is begonnen!!


Dag 2 Jaux – Daimiel Rond 02:00 in de nacht komen Holger en Ron aan bij ons hotel, we rijden met z’n vieren naar het depot en gaan sleutelen. Na een uurtje is het voor elkaar en na een korte proefrit terug naar het hotel besluiten we de gok te wagen en op pad te gaan. Vanaf 03:30 rijden we om en om in stints van 300 a 400 km zo diep mogelijk Frankrijk in. Het probleem lijkt opgelost, we verliezen wel wat vloeistof maar dat is geen diesel en zolang de Musso het doet rijden we door. Rond een uur of 21:30 besluiten we er mee te stoppen, 1600 km verderop ver voorbij Madrid. We liggen een flink stuk voor op andere teams die normale rijdagen hebben gehad, wat ons wat speling geeft mochten we weer een probleem krijgen. We kiezen een goed hotel uit en genieten van onze welverdiende rust.

DE AUTO SsangYong Musso 2.3 TD High Roof uit 2000.

Uiteindelijk is onze keuze op deze auto gevallen omdat SsangYong Mercedes motoren gebruikt en de afschrijving hoog is. We konden de auto voor relatief weinig kopen, maar waren niet bang om lang naar onderdelen te hoeven zoeken. Absolute aanrader, schakelbare 4wd met hoge en lage gearing, goede zit en volop ruimte. Het polyester dak heeft wel wat kopzorgen veroorzaakt bij het maken van het dakrek, maar met een beetje handigheid is dat goed .

Dag 3 Daimiel – Sotogrande We hebben gisteren meters gemaakt, dus we kunnen vandaag wat rustiger aan doen. We hebben op Facebook gelezen dat Willem en Irma met twee Mercedessen in Valdepenas zitten, een kilometer of vijftien verderop. Team Mancave met de Landrover, door ons al snel omgedoopt tot Team Daktent, zitten ook in de buurt. Deze mannen kwamen we bij het tankstation waar we met pech stonden nog even tegen. De rest lijkt achter ons te zitten, een geruststellend gevoel. We zoeken de snelweg weer op en gaan richting de Costa del Sol. Andalusië is prachtig, mooie bergen en goede, bochtige snelwegen. Aan de Costa wordt het drukker en kunnen we meerdere kanten op. We besluiten de boulevard te pakken. We slaan nog even wat boodschappen in en lunchen met een stokbroodje bij de supermarkt. Ruim 25 graden, dat gaat de goede kant op!! Bijtijds arriveren we in Sotogrande, de meet-up voor de overtocht naar Afrika. Alle teams moeten zich hier vandaag melden in verband met de Ferry tickets. Als derde of vierde team komen we aan. De Bronnies met hun Golf 3 Variant zijn er al en Pascal en Cynthia met hun oranje Opel Frontera zijn net aangekomen. We tanken, halen genoeg euro’s uit de muur om Afrika door te komen en nemen een welverdiend biertje. Daarna eten we met Patrick en Pascal van The Mean Green Machine, gouden gasten uit het zuiden des lands. Niet te laat naar bed want morgen staat ons een lange dag te wachten. Dag 4 Sotogrande – Fez (te) Vroeg vertrekken we uit ons hotel, we rijden in konvooi naar Algeciras, waar de Ferry naar de Spaanse enclave Ceuta vandaan vertrekt. Ruim 20 auto’s in het donker in konvooi, het blijft een gaaf gezicht. We kunnen al snel de Ferry op en de overtocht duurt minder dan een uur. In Ceuta rijden we nog een paar kilometers voordat de grens van Marokko wordt bereikt. We zijn in Afrika!! Vrouwen met enorme pakketten op hun rug lopen heen en weer over de grens, waarschijnlijk koopwaar


omdat Ceuta een belastingparadijs is. De grensperikelen duren even, een aantal mensen in de groep zijn hier duidelijk niet aan gewend want een aantal teams loopt nogal gespannen en chaotisch in de rondte. Wij blijven rustig in de Musso zitten, alles regelt zich vanzelf wel is onze overtuiging. We regelen de benodigde stempels en raken aan de andere kant van de grens weer aan de praat met een aantal andere teams. Ook Willem en Irma komen we hier weer tegen. Zij zijn de afgelopen dagen met Motus Holland (Marco en Stephan met hun Mercedes E300TD met 984.000 km op de klok) en team MASDakar (Anja en Sean met hun Mercedes C200 CDI) opgetrokken. De snelle stationwagens hebben ons in Europa ook al een paar keer ingehaald maar toen bleef het bij korte contacten over de 27MC. Anja vraagt ons om met hun mee te rijden en een groep te vormen. Zij hadden nog een 4X4 nodig. Later bleek dat ze ons ook wel aardige jongens vonden, gelukkig was het ze niet alleen om onze Musso te doen ;-) Met vier auto’s rijden we naar de eerste Marokkaanse stop in Fez. Een camping met bungalows. We besluiten een huisje te huren en hebben een gezellige avond.

Dag 5 Fez – Missour Het roadbook schrijft meerdere routes voor, wij besluiten voor de meest extreme te gaan. Een lange, hoge bergpas, want daar komen we voor. Met vier auto’s gaan we die kant op. Onderweg lijkt de Musso toch wel wat meer te lekken dan de afgelopen dagen, dus we besluiten de koelslang los te halen en opnieuw te bevestigen met wat black gasket en (magische) rescue tape. Prima opgelost door Tom, want het heeft de hele reis gehouden. We duiken de pas op, een geweldige weg met prachtige vergezichten. Het doet Randy denken aan de Death Road in Bolivia, een smalle weg aan een steile afgrond, hier moet je niet naar beneden kletteren! Dan roept Anja over het bakkie dat onze Musso begint te roken. Nee he… Tom vervangt het retourslangetje van de verstuivers met een stuk ruitenwissersproeierslang (galgje?) en we rijden weer door. Na enkele kilometers komen we de Foresters van Team Holiday Ice tegen. Zij hebben


iemand gesproken en hebben gehoord dat de pas is gesloten. Wij besluiten ook om te draaien, nu is er nog tijd om een alternatieve route te pakken. Rijden we door komen we midden in de nacht aan. Marco en Stephan gokken het erop en rijden met een aantal andere teams wel door. Achteraf bleek het goed te doen te zijn, die sneeuw viel mee. Wij rijden de pas naar beneden en kiezen voor een route om de berg heen. De pas naar beneden wordt in rap tempo beslecht terwijl Tom en Anja op het dak van de Musso van het uitzicht genieten. Die volle jerrycans moet dat dakrek dus wel kunnen houden, een geruststellende gedachte! De route om de berg heen is een paar honderd kilometer om maar geweldig! Eindeloze wegen over kale, weidse vlaktes met niets om ons heen. Er staat ruim 110 km/h op de klok en we genieten met volle teugen. Ook op deze route komen we sneeuw tegen, iedereen wist niet hoe snel hij de auto uit moest om een ander eens even lekker in te peperen. De schemering valt in en na een kwartier gaan de daklichten aan. Mooi, dan hebben we die niet voor niets gemonteerd!! Wij navigeren verder en na een aantal tientallen kilometers belanden we in het donker op een bergpas. Tom de navigatie in de hand, Randy het stuur. De rallycommando’s worden uit de kast gehaald en met al onze Colin McRae 3, Drift en andere PlayStation ervaring knallen we de pas op alsof het niets is. De Musso moet bergop een beetje op gang blijven, dus af en toe wachten we op de rest. We komen laat in de avond aan in Hotel Baroudi waar we een Tajine voorgeschoteld krijgen en een niet zo frisse kamer. We besluiten het smoezelige beddengoed te laten voor wat het is en duiken in onze slaapzak het bed niet in maar op. Moe maar voldaan!!

Dag 6 Missour – Merzouga We gaan weer met de vier teams op stap en besluiten de off-road route te nemen naar Merzouga, geweldig!! Een goede gravelweg waarover we met ruim 100 km/h konden knallen. De zijwaartse wind en het stof dat van de auto’s kwam gaven een echt Le Dakar plaatje. Op een gegeven moment raken we wat verdwaald en staan we in een rivierbedding. Voor de Musso geen probleem, maar de stationwagens waarmee we rijden komen niet veel verder. We besluiten om te keren en een andere route te zoeken. Voornamelijk over asfalt rijden we vervolgens richting Merzouga. We hebben een paar grotere steden gezien en zijn ergens gestopt om wat te kopen. Sean en Anja krijgen verderop een lekke band, wat heet, een serieuze klapband. Na het vervangen van de band doemen al snel de eerste zandduinen op, het beginnetje van de Sahara. We rijden een kilometertje of 30 over onverhard naar deze duinen toe en komen op een grote onverharde vlakte waarbij we nog enkele sprintjes trekken met de E 300 TD, gewoon omdat het kan. We stoppen op de eerste camping van onze stop. In het Saharazand, tussen de kamelen krijgen we wederom Tajine voorgeschoteld en bouwen we ons kamp op.


Dag 7 Merzouga – Zagora Vanaf de camping gaan we op pad naar Zagora, een plek waar een rustdag is gepland. Bij een tankstop komen we team Holiday Ice tegen, het team met de drie Subaru Foresters. Zij hebben een probleempje, want de pompbediende heeft twee van hun auto’s met diesel gevuld. Redelijk dom, want een beetje autokenner weet dat Subaru pas sinds een paar jaar diesels bouwt, maar de pompbediende zal een zware nacht hebben gehad. Wij tanken wel de goede brandstof en gaan weer op pad, maar een irritante verkoper blokkeert de weg voor Marco en Stephan en in een poging om om de verkoper heen te rijden raakt Stephan een laag muurtje. Dit muurtje bleek de Mercedes niet goed gezind. Een klein tuutje bovenop de radiator breekt af en slaat lek. Gelukkig hebben veel tankstations hier ook een smeerput dus de E-Klasse wordt op de smeerput gereden. Na vakkundig McGuiverren kan de Mercedes na een uurtje of anderhalf weer op pad, rustig aan dus geen off road meer vandaag voor hen. De andere drie auto’s besluiten nog een omweggetje te maken. Een stenen pad dat al snel te heftig wordt voor de Audi van Willem en Irma. Zij besluiten om te keren en over de asfaltweg naar het hotel te rijden. Sean en Anja gokken het erop en volgen onze hoge Musso. Willem en Irma hadden een goede inschatting gemaakt, deze weg is voor een lage station niet geschikt. Sean en Tom sturen de C200 over het puntige pad terwijl Anja enigszins gestrest bij Randy in de SsangYong is gaan zitten. En ja, ze zei het echt, ‘zit ik ook eens in een echte auto.’


3,5 uur en 4 kilometer later bereiken we, wederom in het donker, de asfaltweg weer. Slimme keuze? Nee. Avontuurlijk, jazeker!! Het hitteschild onder de Mercedes loopt tegen de cardan aan en wordt dus even wat verbogen en we rijden richting Zagora. Nog voor de stad komen gasten op brommertjes naast ons rijden en laten op hun telefoon foto’s zien van de A4 van Willem en Irma. Zij staan blijkbaar in de garage. Wij moeten daar ook heen komen. We vertrouwen het niet helemaal en besluiten het advies in de wind te slaan. We rijden door naar het hotel en zien daar wel wat er met Willem in Irma is gebeurd. Niets ernstigs gelukkig zo blijkt al snel. De jongens zijn van de lokale garage en helpen veel rallyteams met hun auto’s. Willem en Irma hebben slechts besloten hun Audi te laten verhogen na het avontuur van vandaag. Een slimme keuze, want de grondspeling van de Audi was lager dan die van menig McDonalds bezoekende Honda Civic. De dag erop besluiten ook de andere twee Mercedessen hun auto te laten verhogen, alsmede een aantal andere teams. Ook ons wordt geadviseerd onze Musso te verhogen, maar nadat Randy een monteur er op wees dat hij zowat op z’n knieën onder onze auto door kon lopen zag hij zelf toch ook wel in dat hij ons niet zo gek kreeg. Dag 8 Rustdag Zagora We besluiten bij de bekende garage een stuk brandstofslang te kopen voor het geval dat het ruitenwisserslangetje het begeeft. Een eurootje armer hebben we de slang aan onze voorraad toegevoegd. Randy koopt een tulband voor de komende Sahara dagen en we eten kebab in een restaurant. Vooral Sean en Randy beginnen wat ongeduldig te worden, zo’n rustdag is niks voor ons, rijden willen we!! Dag 9 Zagora – Tata Vanuit Zagora schreef het routeboek twee opties voor. Een route over de weg en een extreme route met waypoints over Dakar pistes. Wij besluiten voor het laatste te gaan en nemen afstand van onze groep, zij besluiten de verharde route te pakken. We sluiten ons aan bij een grote groep challengers


en gaan de waypoints opzoeken. De route begint prachtig met zand- en gravelpaden en gaat op een gegeven moment over in een stenen weg zoals wij die al kennen. De lagere auto’s komen hier maar moeilijk doorheen en in combinatie met de grootte van de groep is het resultaat dat de gang er niet echt in zit. We lunchen aan de rand van een berg in the middle of nowhere. Heel bijzonder in Marokko is dat je kilometers land geen hutje of huisje kunt zien, maar dat er altijd mensen zijn. Zo ook tijdens de lunch, na een half uurtje komen er drie kinderen aangelopen, Joost mag weten waarvandaan maar wij kunnen zover we kijken geen spoor van beschaving ontdekken. We rijden door en later in de middag maken wij de balans op. Onze groep stationwagens heeft besloten de route van vandaag wat te verlengen. Het roadbook schreef voor vandaag een route voor van ruim 200 km met daarna twee langere dagen. Daarom zijn zij verder doorgereden om de twee langere dagen wat in te korten. Hoe gezellig deze groep ook is, we zijn enigszins ongeduldig geraakt en besluiten de club gedag te zeggen en het asfalt op te duiken. In 2,5 uur tijd leggen we de 270 km af om aansluiting te vinden met Motus Holland, De Boertjes en MAS Dakar. Zij zitten in Tata op een camping en in het licht van onze daklampen zetten ook wij onze tent hier op. Een niet zo heel gelukkige palmboom eindigt zijn eenzame bestaan in ons kampvuur.

Dag 10 Tata- Icht Bij daglicht zien we de camping, mooi plekkie! We duiken Tata even in om te pinnen en gaan op weg naar Icht. We nemen een onverharde B-weg en genieten van de prachtige omgeving. Onderweg hebben Anja en Sean wederom een lekke band linksachter. Met een proppensetje repareren we de band en rijden we weer verder. We komen in een oase met een dorp, erg mooi. Vrouwen wassen hier de kleding in de rivier en er is volop bedrijvigheid. We eindigen de dag op camping Borj Birmane en zetten vroeg in de middag het kamp op. Mooie dag om de was te doen. ’s Avonds maken we een wandeling in de omgeving van de camping in het licht van de niet-zo-super supermaan.


Dag 11 Icht – Tan Tan Het roadbook schrijft een rustdag in Icht voor, maar wij besluiten alvast een stuk naar de kust te rijden. De rijdagen richting de Westelijke Sahara zijn lang en we hebben niet zoveel behoefte aan wederom een rustdag. De komende dagen staan in het teken van kilometers maken, op naar Mauretanië. Onderweg is Tom blij met ons zelfontworpen Car-Attachable Toilet Seat 3000, ergens langs de N1 groeit volgend jaar een boom. De camping in Tan Tan is er eentje van het type winderig en sfeerloos. Inmiddels is het opzetten van de tenten routine en met de doorreis-instelling in het achterhoofd nemen we de stinkende zeelucht, harde ondergrond en koude wind voor lief. Koken zien we hier niet zo zitten dus we eten in een nabij gelegen hotel waar Stephan en Marco een kamer hebben geboekt. Detail: Zij hebben geen tent dus op de campings die zij meepakken slapen ze op een veldbed in de buitenlucht. Dag 12 Tan Tan - Boujdour We duiken de nationale weg weer op, de uitgestrekte en toch wat saaie Westelijke Sahara door. We maken foto’s op een klif en bij een oude vastgelopen boot. Bij een checkpoint worden we aangesproken door een Britse motorrijder. Paul Mackletow is een half jaar vrij van z’n werk (lucky bastard) en heeft besloten Afrika in te duiken met zijn BMW F650 GS Dakar. Hij vertelt ons dat de twee bruggen in Laayoune zijn ingestort een week of twee geleden, na hevige regenval. Daarom is hij nu op de weg terug om een omweg te nemen. Paul brengt ons aan het twijfelen. Wij hebben geen bord gezien en de agenten bij de checkpoint hebben ons ook niets verteld dus wij durven de gok eigenlijk wel te nemen. Gokken we mis dan verspelen we anderhalve dag met omrijden. Paul blijkt niet helemaal in z’n element en geveld te zijn door Loneliness, hij zit effe in een dipje. Hij vraagt of hij de komende dagen aan mag haken en besluit ons te volgen richting Laayoune. Op een gegeven moment komen we een splitsing tegen, geloof het of niet maar dat is op deze weg een gebeurtenis. Met de ingestorte bruggen nog in het achterhoofd stoppen we even voor overleg onderling in met Paul. We zien hier alle auto’s de afslag nemen en Willem merkt een piepklein bordje op met pijlen naar rechts. Op een gegeven moment stopt een Nederlandse Fiat 500 met twee meiden er in. Deze avontuurlijke toppers zijn op reis vanuit Spanje, enigszins per toeval in Marokko beland en zijn op hun weg terug vanaf de Sahara. Zij bevestigen het instorten van de bruggen. Er is ter plaatse een omleiding ingesteld maar die is slecht begaanbaar. We kunnen het beste hier afslaan, dan moet het goed gaan. Strak langs de kust rijden we uiteindelijk door Laayoune naar Boujdour. Hier zoeken we een camping en zetten we de tenten weer op. Randy heeft er de kracht niet meer voor en verkiest de auto boven de tent.


Dag 13 Boujdour – Dakhla Daar gaan we weer, another day on the N1. Hoewel overdonderd door de enorme hoeveelheid niets en de grootte van deze uitgestrekte, dorre vlaktes beginnen we ons nu een beetje te vervelen. Het is op een bepaalde manier wel mooi, maar ook wel wat saai. Je komt gewoon niets tegen, zelfs geen mensen meer die van nergens, voor niets onderweg naar nergens zijn zoals we tot nu toe wel dagelijks hebben gezien. Daarbij komt ook nog eens dat je niet even de weg af kunt duiken voor een stukje off-road. Jarenlang gesteggel tussen Marokko en de Arabische Democratische Republiek Sahara over dit stuk land heeft geresulteerd in een ruim 266.000km2 groot mijnenveld en daar rijden we al een paar dagen doorheen. Paul rijdt ook met ons mee. Hij heeft vandaag het goede idee opgevat om de actieradius van zijn motor proefondervindelijk te onderzoeken. Hij wil simpelweg weten hoeveel kilometer zijn GS kan rijden voordat hij over moet gaan op het leeggieten van jerrycans. Hoewel hij dat ons inziens beter in Engeland had kunnen doen, besluiten we hem toch even te helpen als zijn motor na een checkpoint niet meer wil starten. Het leegrijden van de tank heeft zijn filters verstopt. We duwen hem naar een veilige plek en besluiten door de rijden, wij hebben tenslotte ook onze eigen reis! We bereiken Dakhla, een levendige en tamelijk verwesterde stad op een schiereiland. Dit is onze laatste stop voor Mauritanië. ’s Avonds in het prima hotel ontmoeten we Sidi Yoba, de gids die ons bij de komende grensovergang gaat begeleiden. Na een briefing van Sidi en het bijeenrapen van de bijna 400 euro die voor deze grensovergang nodig zijn duiken we de stad in om te eten. Anja koopt een “jurk” om de Islamitische Republiek Mauritanië bedekt te kunnen betreden.


Dag 14 Dakhla – Nouadhibou Om 05:00 ’s morgens verzamelen alle teams zich voor het gezamenlijke vertrek naar Mauritanië. Sidi heeft gisteren verteld dat we gezamenlijk tanken, dus niet iedereen heeft een volle tank. Nu blijkt echter dat de meeste stations rond een uurtje of 8 pas opengaan, dus tanken zit er nog effe niet in. Eenmaal het tankstation bereikt blijkt MAS Dakar weer een lekke band te hebben, rechtsachter dit keer. Snel verwisselen, want er staan ruim 20 auto’s te wachten. We komen aan bij de Marokkaanse kant van de grens. Hoewel Sidi vooraf duidelijk heeft gemeld dat we in de auto moeten blijven wachten tot een beambte naar ons toekomt om ons op te halen. Deze simpele boodschap blijkt voor sommigen toch te moeilijk want nog geen 20 seconden na aankomst loopt de helft al buiten de auto. We lopen lekker gezamenlijk te fitten op deze ongeduldjes en besluiten zelf de leuning achterover te zetten en de 28e bus Pringles soldaat te maken. Een beambte meldt zich aan het portier, vraagt Randy mee te lopen en nog geen minuut later komt Randy terug met al het papierwerk voor de auto in orde. Heerlijk. De afgelopen dagen was ons reeds opgevallen dat tussen Marokko en Mauritanië een stuk niemandsland zit. Omdat er verder niet zoveel te zien is hebben we grootse plannen gemaakt om dit stuk land te annexeren en om te dopen tot Peoples Republic of C… nouja, laat ook maar… Het stuk niemandsland wordt bezet door soldaten van de Arabische Democratisch Republiek Sahara. Toch iets meer tegenstand voor ons grote annexatieplan dan vooraf ingecalculeerd. Achteraf Wiki-en leert me dat deze ADRS net als Marokko de gehele Westelijke Sahara claimt. De ADRS wordt door 84 staten erkend, maar Marokko eist het overgrote deel op. Het stuk niemandsland dat we nu kruisen is een stuk ‘vrije zone’ waarover niemand dus wettelijk iets te zeggen heeft, maar de ADRS schijnt hier de dienst uit te maken. Dat maakt dat we geen grens overschrijden, geen paspoortcontrole hebben en feitelijk niet eens in een land rijden, maar een stuk tussen Marokko en Mauritanië moeten overbruggen waar werkelijk niemand zich druk om maakt. De weg houdt op, je kijkt maar hoe je aan de andere kant komt. Via een stenen pand met puntige hobbels en diepe kuilen bereiken we de Mauritaanse grens. Urenlang wachten later melden we ons in een kantoortje met redelijk moderne apparatuur. Onze fingerprints worden afgenomen, foto’s worden gemaakt en een visum wordt in ons paspoort geplakt. Verderop moeten we nog met de autopapieren wat formaliteiten afhandelen en een uur of vier later zijn de grensperikelen achterwege. We rijden in colonne door naar Nouadhibou, alwaar een camping aan zee onze volgende overnachtingsplaats is. Dag 15 Nouadhibou – Parc National de Banc d’Arguin Twee weken onderweg, het licht doet ons ontwaken. Iedere groep van vier of vijf auto’s krijgt een gids toegewezen waarmee we de komende dagen de Sahara gaan doorkruisen. Stephan en Marco zijn in 2012 al met de Challenge mee geweest en kennen gids Dahid nog goed. Sidi wijst daarom op verzoek de goed Engels sprekende en bovendien in Nederland woonachtig geweest zijnde Dahid aan ons toe. Een aardige kerel die de avond ervoor al vol vreugde aankondigde liever in een “Toerkenbak” dan in een Land Rover de tocht door Mauritanië te maken. Juist, Dahid nam plaats in de Mercedes van Sean en Anja. Voordat we enkele dagen de wildernis in zouden trekken moesten we nog even wat inkopen doen. Nu bij daglicht valt het onderweg naar de binnenstad op wat een intense puinhoop het is in dit land. De auto’s zijn, veel erger nog dan in Marokko, echt rijdende wrakken. Wij zien in de standaardklasse op de autocross echt betere auto’s rijden. Daarnaast ligt overal vuilnis. Afvalverwerking kennen ze hier niet. Dorpen bestaan uit pallets, afdekzeil, golfplaten en enkele onafgebouwde huis bestaand uit celbetonblokken met als luxe optie een vloer. Een dak zit er zelden op. Onveilig voelen we ons niet, we worden immers begeleid door het Mauritaanse leger die met twee Toyota Landcruiser Hiluxxen


de weg vakkundig vrij maken. Met hevige armgebaren wordt het verkeer voor en achter ons duidelijk gesommeerd ‘op te sodemieteren.’ Het werkt, want al het verkeer duikt prompt de berm in. Pas op, de Amsterdam Dakar Challenge komt er aan. Beeeetje beschamend, maar stiekem wel erg gaaf! Nadat de teams in Nouadhibou water en brandstof hebben ingeslagen (de Musso is omgedoopt tot brandstoftransporttruck voor enkele andere teams) rijden we richting het zand. Onderweg wordt bij een dorp gestopt. Dahid koopt hier een geit. Het beestje wordt gegrepen, aan zijn poot mee gerukt en onder luidkeels gekrijs afgemaakt. Eenmaal leeggebloed wordt het kadaver aan de zijgevel van een van de vele nooit afgemaakte bouwwerken gehangen en gevild. Het wordt in kleinere stukken gehakt, in een zak gestopt en in een van de HiLuxxen gegooid. Zo, de gidsen hebben vanavond wat te eten. Na 100 km rijden we de weg af. De banden worden afgelaten tot 1,5 bar, wij besluiten vanwege ons hoge gewicht eigenwijs te zijn en tot 2 bar te gaan. Achteraf een goede keuze. Het konvooi wordt in kleinere groepen opgedeeld en wij rijden met ons vaste clubje de woestijn in. We rijden achter de C200 van Sean en Anja met daarin gids Dahid. We halen al snel de andere groepen in want we rijden een stuk harder. Na de lunchpauze vertrekken we dan ook ruim na de rest, dan kunnen we een beetje bijtrekken en hoeven we niet op anderen te wachten. De overmoedigheid had toegeslagen. Na enkele kilometers slaat de C200 vast in het zand. Het ging prachtig maar hard en onbezonnen, bovendien zaten we veel te dicht op elkaar. Achter de C200 reden Marco en Stephan, zij moesten uitwijken voor Sean en Anja en kozen voor rechts. Een grote hobbel deed de E-Klasse vliegen als een Messerschmidt en ook wij kwamen met vier wielen los. De Audi zag geen andere optie en volgde ons. Het onderstel van de bonkige Musso gaf geen krimp, maar de Audi en E-Klasse bleken niet op dit werk gebouwd. De Mercedes had een gat in de radiator te groot om ter plekke te repareren en de Audi had een lekke band en een scheur in de carterpan. De blikken van de militairen in de HiLux achter ons spraken boekdelen; amateurs! Willem sleepte de E-Klasse het resterende stuk door de woestijn. De sterke 2.8 V6 Quattro was zelfs met een aanhanger moeilijk bij te houden voor de zware Musso. Redelijk snel kwamen we aan bij de overnachtingsplaats. Een door een halfronde duin beschut stuk woestijn waarin we de auto’s in een cirkel parkeerde. Wat een magische plek, tenten opzetten dan maar. Stephan en Marco vertrokken met Sidi zonder hun Mercedes naar de stad, op zoek naar een nieuwe radiator en de rest ging slapen. Ook team Mancave had problemen met hun Discovery, problemen die ernstig op een lekke koppakking leken. De scheur in de aluminium carterpan van de A4 Quattro werd door Tom met de deksel van het blik Unox Tomatensoep vakkundig dichtgelijmd.


Dag 16 Parc National de Banc d’Arguin – Parc National de Banc d’Arguin Dag twee in The Middle of Niks. Het ronken van de 3 liter turbodiesel maakt ons wakker terwijl het nog donker is. Blijkbaar hebben Marco en Stephan een nieuwe radiator geregeld. Er is hevig overleg over wat te doen, de weg opduiken en proberen het volgende doel te halen of de auto hier achter te laten en zelfs in de brand te steken. Ook team Mancave met de Land Rover Discovery is die overwegingen aan het maken. Wij wachten op een besluit en gaan als allerlaatste weg. De E-Klasse en de Disco gaan de weg op, wij rijden door, de geplande route door de zandbak af. We rijden de hele dag in wisselende condities. Van mul zand tot stevige vlaktes, van brede paden tot onberoerde stukken met begroeiing. Onze toilet-engineering bewijst zich voor een tweede maal, want hier midden in de woestijn zijn geen voorzieningen. We rijden over het strand naar de volgende campsite. Randy heeft de auto maar weer eens gebruikt als hotelkamer en de rest zet de tenten op.

Dag 17 Parc National de Banc d’Arguin - Nouakchott We rijden vroeg weg, het grootste deel van de etappe vandaag gaat over het strand. We rijden door het dorpje naar de plek van de strandopgang. Veel kinderen verzamelen zich weer rond de auto’s, een terugkerend fenomeen. De Golf 3 Variant van de Bronnies waagt als eerste de doorsteek van het dorp naar het zand. Een stuk van ongeveer 100 meter met mul zand waar een flinke aanloop aan voorafgaat. De truc is om de opgang te benaderen vanaf rechts, dus met de opgang aan de linkerhand. Daarna middels een driekwart cirkel een zo lang mogelijke aanloop creëren en volgas de opgang op te duiken. Eigenlijk alle auto’s gaan er redelijk vlekkeloos doorheen, totdat de C200 van MAS Dakar komt. De turbo lijkt dienst te weigeren en het ontbreekt de Mercedes aan powerrr. Sidi ziet het al gebeuren terwijl de Mercedes nog in het dorp rijdt en schudt zijn hoofd. Hij blijkt ervaren te zijn want inderdaad, de Mercedes redt het niet. De Team 635 rijplaten bieden soelaas. Wij duiken als allerlaatste het strand op en hebben zo’n gang dat we aan de andere kant bijna de zee in duiken, maar we corrigeren bijtijds. Rijden met de auto op het strand is een unieke beleving. De truc is zo dicht mogelijk langs de waterlijn te rijden, want daar is het oppervlak het vlakst en het zand het hardst. Er zijn echter grenzen, want Randy pakt het staartje van een golf mee en heeft het stuur 90 graden linksom in zijn handen om een ongeplande afslag rechtsaf naar bestemming zee te voorkomen. Even schrikken, maar wel gaaf. Kilometers lang rijden we met ongeveer 80 km/h over het strand, geweldig! MAS Dakar heeft nog steeds gids Dahid in de auto. Hij stuurt Anja door het zeewier en de Mercedes komt net achter de vloedlijn vast te staan. Het tij stijgt dus we moeten snel handelen, maar de Monster Musso trekt de getergde Mercedes uit de branding. Kilometers later zien we een auto in zee staan. Je ziet hier echter zoveel gekke dingen dat we er eigenlijk niet eens van opkijken. De stap van een omgevallen truck, naar een 7 meter hoge met hooi beladen pick-up, naar een leeg gesloopt casco midden in de woestijn, naar tenslotte een auto in zee is snel gemaakt. Het duurt een seconde of twee voordat we beseffen dat het de Mercedes van MAS Dakar is die tot ver boven de motorkap in het zoute water staat. We horen Anja op de 27MC “wij hebben een groot probleem” roepen en we schieten beide in de rescue mode. We rijden snel naar de plek des onheils en stoppen ongeveer 50 meter ervoor, om te voorkomen dat ook wij onze auto aan de Atlantische Oceaan moeten doneren. Tom roept over de 27MC nog dat Anja en Sean paspoorten, geld en andere belangrijke papieren moeten pakken. Gids Dahid zit binnen no-time op het dak van de C-Klasse, achteraf bleek dat hij niet kan zwemmen. Anja komt moeilijk uit de auto maar wurmt


zich los. Met man en macht proberen we de Musso op te lijnen om de C200 uit de zee te trekken, maar we krijgen het niet voor elkaar. Andere teams komen nu ook bij de plek aan en we knopen alle sleepkabels aan elkaar om een zo lang mogelijk elastiek te kunnen maken. Wat Randy in de Musso ook probeert, de 4WD krijgt de Mercedes niet los. Intussen is ook team Slabroek Dakar gearriveerd. Zij zetten hun sterke Isuzu Trooper tussen de Mercedes en de Musso en met twee trekkende beulen krijgen we de Mercedes uit de zee. Het kost iedereen een paar minuutjes om van de schrik te bekomen maar iedereen is veilig en dat is toch het belangrijkste. Tom constateert redelijk snel dat een klapband (ja, weer een band) de oorzaak moet zijn geweest. Anja is niet in een golf gereden, maar de auto ging ineens haaks rechtsaf. De auto start niet meer en wordt met een trekstang door de Trooper naar de camping gebracht. Wat een dag‌.

Eenmaal op de camping zien we de E-Klasse en de Disco weer staan. Zij zijn over de weg gekomen en hebben het gehaald. De Land Rover zal hier zijn waterloo vinden maar de Mercedes zal doorgaan. Paul en Hans van team Mancave stappen bij Marco en Stephan in voor het restant van de reis. De toppers van de Mean Green Machine Pascal en Patrick melden zich bij de C-Klasse. Het gezamenlijk doel is snel duidelijk zonder dat er ook maar een moment over gesproken wordt, deze auto gaat weer rijden. Redelijk snel wordt een waterslag uitgesloten, maar de auto wil niet starten. Pascal en Patrick hebben een OBD2 lezer mee dus het plan is om de auto uit te lezen. Uiteraard heeft Mercedes bedacht een andere stekker te hanteren, dus Tom gaat aan de slag om een verloopstekker te maken en met succes. Na enkele uren hebben de mannen de auto, weliswaar in noodloop, aan de praat en wordt uiteindelijk de oorzaak gevonden. De luchtmassameter lijkt te voorkomen dat de motor aanslaat. Na wat pielen rijdt de Mercedes weer een rondje over de camping. Bekleding zeiknat, elektrische ramen kapot, radio stuk en alle andere elektrische apparatuur in de auto niet meer werkend, maar dat is niet interessant! Dit ding gaat Gambia halen! Door alle tumult zien we nu eigenlijk pas op wat voor een camping we staan. Een prachtige plek aan de oceaan met goed eten, Bavaria Malt bier van 8 euro per blikje en een sterrenhemel van heb-ikjou-daar.


Dag 18 Nouakchott – St. Louis Vroeg op, vandaag staat de grensovergang van Senegal op het programma. In konvooi rijden we naar een pompstation midden in de stad. De Land Rover zal hier worden achtergelaten, de koppakking zal niet worden vervangen, te tijdrovend, te duur en voor een te korte periode. De Mercedes van Sean en Anja loopt, maar de koppeling weigert druk op te bouwen. Shit… Snel handelen, dat ding gaat achter de Audi 100 Quattro van Zwitsers Michael en Patrizio. Onderweg trappen Sean en Anja vaak de koppeling in en eenmaal bij het pompstation werkt het ding weer. Top! Het is even wachten totdat de Land Rover is vertrokken naar zijn voor Paul en Hans laatste rustplaats. Zij stappen in bij Marco en Stephan in de E-Klasse, voor de gelegenheid omgedoopt tot De Taxi. Wachtend hier langs de weg zie je van alles langskomen. Heel veel Mercedes trucks uit de vroege jaren ’60 trekken hier de containers uit de nabij gelegen haven. De gekste dingen rijden langs, ladingen van meters hoog of breed of pick-ups met 12 man in de bak, en wij betrappen onszelf nog steeds op het snel en sluw omdoen van de gordel bij het benaderen van een checkpoint, alsof ze daar op letten...

We rijden dwars door de stad op weg naar de grenspost van Diama. Het leger doet weer zijn uiterste best om het overige verkeer zo wreed mogelijk van de weg de duwen en kruisingen worden afgezet. We rijden door een industrieel gebied met grote petrochemische bedrijven. De weg naar de grens is slecht en de goden zijn Sean en Anja niet goed gezind. Anja rijdt in een pothole vlak voor een checkpoint. Het fusee rechtsvoor breekt en het wiel staat haaks op de auto. Op zich zou dat in een uurtje of vier met Afrikaanse handigheid opgelost kunnen worden, maar met 20 andere auto’s hijgend in de nek en een deadline aan de grens besluiten Anja en Sean dat de reis er voor hen op zit. De C-Klasse wordt leeggehaald en blijft hier achter. De kentekenplaten worden er af geschroefd en Sean en Anja nemen plaats in de Audi 100 bij de Cunning Stunts, of was het nou de Stunning Cunts, ik weet het niet meer. Wij noemen ze de RENNLEITUNG, naar het bordje achterop hun patserbak. Een National Park met veel water, flamingo’s en krokodillen scheidt Mauritanië hier van Senegal. De wegen bestaan uit wasbordjes, enorm irritant rijden wanneer je langzaam rijdt. De truc is hier om 80+ te rijden, dan merk je er niks meer van. We schieten wederom in Rally stand en Tom zet zijn concentratie op scherp en het stuur tussen zijn tanden, föhnen met die Musso! De grens met Senegal is een zandpad met twee slagbomen en wat vage figuren. De organisatie van de Amsterdam Dakar Challenge staat ons hier op te wachten, zij reizen het laatste stuk van de trip met ons mee. In Mauritanië zijn we zo klaar, zo lang als het binnenkomen duurde, zo snel is het vertrek geregeld. Aan de Senegalese kant duurt het allemaal wat langer. Veel kinderen komen hier naar de grenspost en bedelen tot ze…, nee, ze wegen al niet veel. Het is schrijnend om te zien, de kindjes zijn uitgemergeld en zichtbaar arm, maar we geven ze niets. We hebben deze reis een hoop geleerd over Afrika en goede doelen. Dorpen waar weinig tot geen westerlingen komen hebben leuke, vriendelijke mensen en kinderen met oprechte interesse en blijdschap voor en in je bezoek. Andere dorpen echter staat een auto met blanken er in gelijk aan het krijgen van cadeaus. Zonder te kijken grissen de kinderen spullen uit je handen, niet wetende wat je ze geeft, wat zoiets waard is of wat ze er mee kunnen. Het leveren van een tegenprestatie om iets te kunnen bemachtigen zit hier


simpelweg niet in het systeem. Daarom geven we ook deze kinderen geen cadeaus, een enkeling wil wel iets ruilen en dat kunnen wij dan wel weer waarderen. Direct achter het hek van de grenspost wordt een voetbalwedstrijd gespeeld. Leuke pot, zo wachtend op je paspoort. Vanaf de grensport rijden we naar de Zebrabar bij St. Louis. Het is al donker als we aankomen en we zijn moe, dus onder luid gemopper zetten we de tenten op. Tom bereikt zelfs het punt dat hij liever op de grond in slaap valt dan dat hij verder moet met het opzetten van zijn tent. Even goed slapen dan zijn we morgen weer het mannetje!

Dag 19 St. Louis – Dakar Ontbijtje, tenten afbreken en gaan met die banaan. Een aap probeert nog brutaal wat spullen van Team Slabroek te jatten maar slaagt er niet in. Het afbreken van de tenten loopt net zo voorspoedig als het opzetten gisterenavond, dus de achterklep van de Musso gaat open, de stokken gaan uit de tent en volgens de Prop Maar Raak voor een Knaak methode worden de tenten in de auto gestouwd. No Time to Waste, want we moeten volgens de getijdentabel over het strand naar Dakar, te laat vertrekken is te weinig tijd! We rijden enkele kilometers over de weg naar de strandopgang. Deze is een meter of 300 breed, dus de tweewielaangedreven auto’s hebben het hier zwaar. Slechts enkelen redden het om zonder hulp de branding te bereiken. Marco waagt zich er het eerste aan en neemt een flinke aanloop, hij knalt met hoge snelheid het strand op maar de zware taxi graaft zich vast. De Musso doet het fluitend. We rijden over het strand richting Dakar. Het trucje kennen we inmiddels, maar de Musso is erg zwaar. Voor ons rijdt de Frontera van Cynthia en Pascal en Cynthia heeft er zin in vandaag, ze heeft de vaart er behoorlijk in. Randy moet z’n best doen om aan te haken zonder dat de Musso bij iedere duin loskomt vanwege een gebrek aan demping. Na een kilometer of 40 bereiken we een plaats waar men letterlijk gif in de zee stort. Het is een opgehoogd stuk grond met een pijp waarboven vrachtwagens hun bak leegkiepen en de stortpijp doet de rest. In het roadbook staat deze plaats vermeldt en het


advies is om er bovenlangs omheen te rijden. De CitroÍn Xsara van de familie Winter heeft het geprobeerd, maar staat hopeloos vast op het strand. Ze hebben even op hulp moeten wachten want ze gingen er op het strand als een haas vandoor. De Musso heeft de Xsara bovenlangs proberen te trekken maar uiteindelijk besloot iedereen om onder de gifpijp door, door het zeewater naar de andere kant van de stortplaats te rijden. Wij als laatste, want wij hadden de Xsara en de Mercedes te slepen. The Mean Green Machine, de Samurai en de Vitara sloten zich voor het laatste deel aan bij ons, de A4 en de Taxi. Vanwege het oponthoud bij de gifstortplaats berekende Tom een kortere route, in plaats van 80 km naar Dakar over het strand, 40 over het strand en 40 over het asfalt. Via het bakkie riep Tom dit plan om en iedereen stemde er mee in. Eenmaal bij het plaatsje gekomen zochten we met de hoge Musso naar een goede plaats om het dorp in te rijden vanaf het strand en de asfaltweg te bereiken. De doorgang die we voor ogen hadden bleek niet geschikt, want er zat een kuil van bijna twee meter diep direct na het strand. Randy stopte de Musso en beide hoorde we een sissend geluid. Even dachten we aan een lekke band of radiator, maar het bleek de intercooler van de E-Klasse, die ons uit angst om vast te zitten vol gas voorbij spoot. Zij hadden het gat niet gezien‌ 2 ton aan Mercedes en vier man, op dit moment allen passagier, vlogen voor de tweede maal deze reis door de lucht. Met een flinke klap kwam de Taxi neer. Passagier Paul met een sneetje in zijn hoofd, de rest ongedeerd. Willem kon zijn Audi net op tijd stoppen en een enkeltje achterklep voorkomen. Wat een klap, dit was het dan. Of toch niet, een inspectie wees al snel uit dat er eigenlijk helemaal niets stuk was! Een en ander was verbogen, maar de Mercedes die al bijna 1 miljoen kilometer onder zich door liet gaan gaf geen krimp. Nu dat ding nog uit dat gat krijgen. Binnen korte tijd verzamelde de inwoners van het dorp zich bij de auto en was de auto er uit. Intussen probeerde Willem zijn Audi om te draaien, met maximale stuuruitslag gaf hij een klein dotje gas en pats, aandrijving weg. Dat kon er ook nog wel bij zo vlak voor het einde!!


Irma belde met de finish er daarvandaan kwam hulp. Het was echter even wachten. De kinderen in dit dorp waren vrolijk en wilde met ons op de foto. Er hing een leuke, gezellige sfeer in het dorp, echt een plek waar je anders nooit zou komen. Totdat een van de deelnemers een aantal pennen weg gaf, met de beste bedoelingen van de wereld. De sfeer sloeg snel om en alle kinderen zonder pen vroegen nu om cadeaus. De wereld in het klein, introduceer je ongelijkheid, introduceer je gezeur, jammer!! Dan duurt wachten lang, jengelende kinderen aan de auto met hun handen overal, de hulp kon ons niet snel genoeg komen. Ook de 40+ graden deed een flinke duit in de zak. Hulp arriveerde en de Audi werd naar de finish gesleept, Willem en Irma hebben de finish gehaald met een kapotte aandrijfas! De overige auto’s zijn hierna doorgereden en hebben ook de finish gehaald. Een koud biertje (of twee) stonden op ons te wachten. Een gevoel van euforie, we hebben het gehaald!! Wat een laatste dag, wat een verhalen.


Dag 20 Rustdag Dakar Heerlijk geslapen in een hutje, na een SUPER Steak du Boeuf gisterenavond. Vandaag staat in het teken van het zwembad. Om geld en water te kopen zijn we nog een flink stuk gaan rijden. Senegal is een mooi land met vriendelijke mensen. De vrouwen zijn hier stuk voor stuk prachtig gekleed in kleurige kledij. Dorpen zijn ook hier niet met veel voorzieningen uitgerust, smerig en vol afval, maar het leeft en is er gezellig.


Dag 21 Dakar - Banjul Al vroeg vertrekken we vanaf het fijne resort. Veel oude challenge teams hebben hier op de muren geschreven, zo ook wij. We hebben ook een Team 635 shirt als souvenir in de bar opgehangen, Team 635 goes global! Vandaag staat de grensovergang met Gambia en de boot naar Banjul op het programma. We eindigen deze trip in Banjul omdat Senegal geen import van auto’s ouder dan 8 jaar toestaat en omdat de goede doelen die we steunen in Gambia gevestigd zijn. De Ferry naar Banjul is een onbetrouwbare, hij kent geen dienstregeling, valt nog wel eens uit en aan maximale belading heeft nog nooit iemand gedacht. Genoeg redenen dus om vroeg te vertrekken, je weet maar nooit wat zo’n dag je brengt! De grens met Gambia bereiken we na ruim 300 km. We zijn met drie auto’s vooruit gereden, de A4, de Taxi en wij. Bij de grens staat een aantal leden van de organisatie ons op te wachten. De grensformaliteiten stellen hier niet zo veel voor, we zijn er dan ook zo doorheen. Een beambte neemt al je gegevens over en schrijft ze in een groot boek, we vragen ons af of daar ooit nog iemand in kijkt. Wel grappig, dit was de eerste keer dat we ons medisch paspoort moesten tonen. Ook werd onze temperatuur gemeten door middel van een laser op het voorhoofd. Volksgezondheid staat bij de president nogal hoog in het vaandel en aanstaande woensdag zijn hier verkiezingen… De ferry bereiken we al snel. Slechts een uurtje wachten en we mogen op de boot. Hij is een beetje te vergelijken met het pontje Buitenhuizen over het Noordhollands kanaal, iets kleiner nog. Waar we in het soms overgereguleerde Nederland besluiten dat het na een autootje of 8 á 10 en een man of


50 wel mooi is geweest, vertrekt de Ferry hier pas als hij vol is. Dat wil zeggen, geen plaats meer om te staan. Wel efficiënt. In Banjul is een mooi hotel geregeld, hier kunnen we even heerlijk bijkomen van ons avontuur. Gambia is toeristisch, veel Nederlanders en Engelsen vieren hier hun vakantie. De stad is overspoeld met taxi’s, duizenden, tienduizenden. De bevolking is vriendelijk, opgewekt en benaderbaar. Het zit ons wel even goed, wij duiken het zwembad in en we nemen een goudgele rakker ter hand! ’s Avonds werd er een BBQ georganiseerd en kregen we met een grote camera van de Gambiaanse televisie op ons gericht een certificaat overhandigd, als dank voor onze bijdrage aan dit land. Dag 22 t/m 24 The End De zaterdag besluiten we vroeg de auto veilingklaar te maken. Nu is het nog niet zo warm en we hebben nog wel even wat te doen voordat we die circa 300 kilo meegezeulde spullen kwijt zijn. Nou, dat valt wel mee! Eenmaal bij de auto bleek deze al te blinken, een jongen van het hotel had hem gewassen. We mochten zelf weten wat we hem ervoor gaven. Deze beste jongen is een paar tentjes, stoelen en een slaapzak rijker. Al snel verzamelde zich anderen rond de auto, iedereen wilde wel wat hebben. Dat is toch wel de les van deze reis. Wij Westerlingen hebben een bepaalde levenswijze. Op een of andere manier proberen we die middels ontwikkelingshulp aan anderen over te dragen of op te dringen. We zijn echter niet met elkaar te vergelijken. Zonder te willen generaliseren kun je stellen dat wij erg hard werken voor onze welvaart, in Afrika leeft men anders. Men is eerder tevreden, werkt voor hetgeen hij of zij in stand wil houden en is daarmee gelukkig. Anderen hebben niets, maar hebben schrijnend genoeg ook niet de kansen. Het een is niet beter dan het ander, maar we zijn twee niet te vergelijken maatschappijen. In delen waar veel Westerlingen komen en medelijden tonen, is men zo gewend geraakt aan het krijgen dat het ophouden van de hand eenvoudiger is en meer voor de hand ligt dan een leveren van een prestatie in ruil voor spullen of geld. Dat is de mensen ook niet kwalijk te nemen. Wij kozen voor een andere methode. Je mag van alles van ons hebben, maar wat heb je er voor over? Sommigen lopen weg, snappen de boodschap niet of zien het niet zitten. Anderen gaan het gesprek met je aan en zoeken naar een oplossing. Binnen no-time hebben we mensen gelukkig gemaakt met onze spullen, want dat de spullen daar goed van pas komen staat buiten kijf. Het besef echter, dat ook wij hard moeten werken om over deze goederen te beschikken, dat zit er niet bij iedereen in. Zondag stond de veiling van de auto’s op het programma. Een Jeep Cherokee ging er met de absolute hoofdprijs vandoor, de Amerikaan leverde ruim 4800 euro op voor de plaatselijke foundations. Onze Musso deed het erg goed. Slechts vier van de ruim 20 auto’s hadden een hogere opbrengst. Na een werkelijke fabuleuze speech van Tom startte het bieden vanaf 50.000,- dalassi (1 euro is 46 dalassi). Pas bij 110.000,- dal stopte het bieden en hadden we een gelukkige koper. Een zeer goede opbrengst, zo’n 2400,- euro, welke rechtstreeks naar The Solar Foundation gaat. Hiermee steunen we een project dat ervoor zorgt dat scholen en andere belangrijke openbare gebouwen worden voorzien van zonne-energie. Want schone energie en goede educatie, dát is voor iedereen uiteindelijk een goede ontwikkeling.

We hebben een geweldige ervaring gehad, nieuwe vrienden gemaakt, onze eigen vriendschap versterkt, mooie dingen gezien, onze kijk op de wereld veranderd en een reis gemaakt om nooit te vergeten. Nooit twijfelen om zoiets te doen, pak je spullen, koop een auto en ga! Ook als je niet zo handig bent als Tom, maar wel zo onhandig bent als Randy, GA! De Challenge laat geen deelnemers


achter, er is altijd wel iemand die je kan helpen en dat is een geweldig gevoel. En koop een Musso, want op dat ding zijn we toch wel een beetje verliefd geraakt. Bedankt voor het lezen. Randy.

Reisverslag dakar team 635  

Een dag tot dag verslag van ons Amsterdam Dakar avontuur in november 2016.