Page 1

Naam: De Clercq Thomas Studentennummer: r0302269 Opleidingsonderdeel: Initiatie in de Onderzoekspraktijk: Politieke en Sociale Wetenschappen Academiejaar: 2011-2012

Eindpaper 3: Effecten van het Sint-Michielsakkoord op de huidige Belgische staat


Inhoud Inhoud ...................................................................................................................................................... 2 Lijst met tabellen ...................................................................................................................................... 3 1.

Inleiding ................................................................................................................................ 4

2.

Conceptueel kader ............................................................................................................... 6

3.

Sint-Michielsakkoord: Vlaamse eisen? ................................................................................. 6 3.1.

Vlaams-nationalisme: toen en nu ............................................................................................. 6

3.2.

Unie of regio? ........................................................................................................................... 7

Tabel: Vergelijking natiebewustzijn-items in ISPO-vragenlijst. 1992 vs. 2010 (voor Vlaanderen). ....... 8 4.

BelgiĂŤ: wat nu?..................................................................................................................... 8

5.

Het Sint-Michielsakkoord: een schets .................................................................................. 9

6.

Besluit ................................................................................................................................ 11

7.

Referenties ......................................................................................................................... 13

2


Lijst met tabellen Tabel: Vergelijking natiebewustzijn-items in ISPO-vragenlijst. 1992 vs. 2010 (voor Vlaanderen)………..8

3


1. Inleiding De vierde staatshervorming van België vond plaats in 1993. Deze staatshervorming wordt ook wel het Sint-Michielsakkoord genoemd, omdat het is getekend op 29 september, feestdag van Sint-Michiels. Deze verhandeling zal gaan over de effecten die het akkoord uit 1993 nog steeds heeft op de huidige Belgische staat, en de problemen die hieruit voortkomen. Het Sint-Michielsakkoord werd gesloten door de toenmalige regeringspartijen (CVP/ PSC en SP/PS), met de steun van de VU en de Groenen. Het is de overgang voor België van unitaire naar federale staat. 35 grondwetsartikelen werden aangepast, waaronder ook artikel 1. Dit luidde voortaan: België is een federale Staat, samengesteld uit de gemeenschappen en de gewesten.” De opdeling in gemeenschappen en gewesten is de basis voor de huidige federale staat (Bouveroux, 1993). Dit was de vierde van ondertussen zes staatshervormingen, waarbij elk akkoord een resultaat was van compromissen tussen eerder Vlaamsvoelende eisen en een Waalse drang naar een groter Brussel en een sterker België. In wat volgt, wordt er onderzocht of het Sint-Michielsakkoord een blijvende invloed heeft gehad of eerder een groter probleem veroorzaakte, waardoor nieuwe staatshervormingen nodig bleken. Het akkoord bevat veel onderdelen, compromissen tussen de verschillende partijen en ideologieën. Waren deze compromissen allemaal even goed? Zijn er toen oplossingen gevonden die we nu als negatief ervaren? Lagen er basissen van huidige conflicten in het akkoord van 1993? De basisvraag van deze paper luidt dan ook: “Ondervinden we nu problemen of voordelen van het SintMichielsakkoord, de vierde staatshervorming, gesloten in 1993?” De Vlaamsgezinde invalshoek van de VU had ook een invloed op de toenmalige akkoorden. Zo krijgen de deelstaten veel bevoegdheden door de federalisering van de staat. Verkozenen hebben niet langer een dubbelmandaat in het Belgische parlement en het parlement van de deelstaatregering, de deelstaatregeringen worden voortaan rechtstreeks verkozen. Ook verdragen sluiten, indien ze onder geregionaliseerde bevoegdheden vallen, is toegelaten voor de deelstaten (Alen, et al., 1993). Plaats- en grondgebonden aangelegenheden, kortweg “materies”, vallen voortaan onder de bevoegdheid van de gewesten. Deze bevatten: ruimtelijke ordening, leefmilieu, huisvesting, economie, tewerkstellingsbeleid, e.d. (Bouveroux, 1993). Deze overhevelingen van bevoegdheden zijn thans niet volledig. Zo is mobiliteit wel een deelstaatbevoegdheid, de luchthavens en NMBS blijven onder de macht van de federale regering. Een ander voorbeeld is energie. De distributie en productie wordt een deelstaatbevoegdheid, kernenergie daarentegen is daar een uitzondering op. 4


De drie gewesten bestaan als structuur naast de drie gemeenschappen. De Vlaamse, Franse en Duitse gemeenschap hebben als bevoegdheid “persoonsgebonden zaken”. Zoals daar zijn: onderwijs, volksgezondheid, gezinsbeleid e.d. Om deze duale en moeilijke structuur te vergemakkelijken werd er in Vlaanderen gekozen om deze te bundelen in de Vlaamse regering. Ondanks deze vergemakkelijking is efficiënt bestuur nog steeds moeilijk. Er bestaat geen statuut dat een inwoner van België definieert als Vlaming, Waal of Brusselaar. Elke burger van België mag zich identificeren met welke taalgroep hij/zij wil. Gewesten en gemeenschappen kunnen enkel een aangepast beleid voeren door zich te focussen op de instellingen in de eigen taalgemeenschap (Scholsem, 1998). De provincie Brabant werd ook opgesplitst in Vlaams- en Waals-Brabant. Dit om de gewesten te kunnen voltrekken zonder een dubbelgewest in het centrum van het land te creëren. We kunnen dus zeker zeggen dat het akkoord van de vierde staatshervorming een stap in de richting van een doorgedreven autonomie voor de deelstaten. Was dit het begin van het einde van België? Gaf dit een aanleiding tot een huidige Vlaamse drang naar autonomie? In de Belgische politiek zijn er tegenstellingen tussen de eisen van Vlamingen en Walen. Deze waren er altijd. Deze eisen zijn lang niet altijd dezelfde gebleven. Sommige zijn ingewilligd tijdens een akkoord, andere zijn opgeborgen wegens de onhaalbaarheid van die eisen. Zijn er voor de huidige Vlaamse eisen een basis te vinden in het Sint-Michielsakkoord? Vlaams-nationalisme en de Belgische politiek gaan niet altijd hand in hand met elkaar. Leidde het Sint-Michielsakkoord tot een sterker Vlaams gevoel? Sommigen durven zelfs twijfelen of België zou moeten voortbestaan. Welke meerwaarde heeft de Belgische staat nu nog? Belgische politiek is er een van compromissen. Dit gaat soms ten koste van sterke argumenten en standpunten. Is het Sint-Michielsakkoord meer dan een compromis en een afzwakking van oorspronkelijke eisen?

5


2. Conceptueel kader Het eerste begrip dat een definiëring behoeft is “Vlaams-nationalisme”. Een omstreden en heel geladen term, dat in veel bronnen een andere definitie krijgt. Vlaams-nationalisme is buiten het streven naar onafhankelijkheid ook een onderbouwde ideologie. Zo is het communautarisme een gedeelde eigenschap in de gedachtegang. Communautarisme is het idee dat “de mens slechts in verbondenheid met de (nationale) gemeenschap tot ontplooiing kan komen.” Dit idee is een fundamenteel verschil tussen mensen met een Vlaams gevoel en Vlaams-nationalisten (De Wever & Vrints, 2008). Vervolgens zijn er de termen “gewesten” en “gemeenschappen”, wat we kunnen omschrijven als de federale structuur van België. België is opgedeeld in 3 gewesten, gebiedsgebonden overheid heet dat. Deze gewesten zijn: het Vlaams gewest, het Waals gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Federalisme is een staatsvorm die voortkomt uit een gecentraliseerd bestuur, met bevoegdheden voor deelstaten in die federale staat. Hoewel België een federale staat is die bevoegdheden van de federale staat zal overbrengen naar de deelstaten, is dit niet de oorspronkelijke idee van een federale staat. Federeren is namelijk ‘samenvoegen’, en dus deelstaten die

3. Sint-Michielsakkoord: Vlaamse eisen? Eén van de basisvragen van deze verhandeling is of er voor de huidige Vlaamse eisen een basis te vinden is in het Sint-Michielsakkoord. Het kortste antwoord op deze vraag is “Ja”. Het huidige Vlaamse gevoel wordt gekenmerkt door een sterke drang naar autonomie, zelfbestuur en ontvoogding. Het SintMichielsakkoord is gebaseerd op de federalisering van België, een grotere autonomie voor de deelstaten. Verder in deze verhandeling staat beschreven waarom dit akkoord de Vlaamse eisen verder doordreef tot op de dag van vandaag. 3.1. Vlaams-nationalisme: toen en nu Heeft dit akkoord dan ook geleid tot een sterker Vlaams gevoel? Men kan met zekerheid stellen dat het Sint-Michielsakkoord een belangrijk moment was voor het Vlaams-nationalisme. Er is toen veel bereikt om de autonomie van de deelstaten te garanderen. Ook de opkomst van het Vlaams Blok in die tijd leidde tot een groter aandeel van de bevolking dat Vlaamsvoelend en zelfs Vlaamsgezind werd. Het Vlaams Blok bereikte delen van de bevolking die de Volksunie en zijn voorgangers nooit hadden kunnen bereiken (Maddens B. , 2009). Men zou kunnen stellen dat deze evolutie leidde tot een nog grotere drang naar autonomie. “Elke stap naar meer Vlaanderen lijkt automatisch het perspectief op nieuwe stappen te openen.” (De Wever B. , 2006). Voor het grootste deel van de Vlaams-nationalisten 6


is dit zeker waar, een ander deel legt zich neer bij deze vorderingen en stelt geen verdere eisen. Om deze denktrend echter verder door te voeren is het aangewezen om enkele kenmerken van het Vlaamsnationalisme uit te lichten. Het ‘thuisvoelen’ in de Vlaamse samenleving is zeer belangrijk om een Vlaams gevoel te definiëren (de Roover & Ponette, 2000). Door dit gevoel van thuishoren is een Vlaamse identiteit mogelijk en zal deze zich ook manifesteren in de eisen gesteld door Vlaamsvoelende partijen. Heeft deze identiteit een basis, of is het meer een subjectief samenhorigheidsgevoel? Er bestaat zeker niet zoiets als een “gemiddelde Vlaming”, wie van deze eigenschappen afwijkt wordt niet beschouwd als een “niet-Vlaming”. Er bestaan wel verschillende punten die Vlamingen kunnen definiëren, typische eigenschappen van de regio en de mensen die er in wonen. Een gedeelde omgeving en taal, specifieke voorkeuren die men kan terugvinden bij de meerderheid van de Vlamingen (de Roover & Ponette, 2000). Dit Vlaamse gevoel creëert bij een deel van de Vlamingen een streven naar onafhankelijkheid dat in het huidige staatsvorm niet te bereiken valt. Deze staatsvorm, zoals we die nu kennen, heeft voor- en tegenstanders. Voorstanders van het federalisme stellen dat bepaalde zaken en beleidsplannen beter geregeld worden op federaal vlak dan op regionaal. Tegenstanders argumenteren dan dat, wat er ook federaal geregeld wordt, de ingewikkelde structuur altijd nefast zal zijn voor een sterke en efficiënte werking van het land. Ook heerst er een gevoel van wanbeleid op federaal vlak, mede door de financiële transfers van noord naar zuid. “Men kan het wellicht zo stellen dat er in Vlaanderen een groeiende afkeer merkbaar was voor het Franstalig en Waals profetariaat van het traditioneel Belgische systeem.” (Todts, 1995). Dit stelde Herman Todts al in 1995, en de situatie is na twee staatshervormingen nog steeds hetzelfde. Door deze spanningen tussen beide landsdelen is efficiënt samenwerken niet evident. België wordt veel aangehaald als het voorbeeld waar natie en staat niet hoeven samen te vallen. De realiteit is echter anders. “Dit is wat er gebeurt als je de bevolking een onnatuurlijke staat probeert op te dringen. Zonder een gevoel van nationale identiteit zijn democratie en publieke moraal ten dode opgeschreven.” (Stuer, 2007). De spanningen, zoals hiervoor vermeld, leiden consequent tot ideologische problemen op federaal vlak, waar die zich minder manifesteren op regionaal vlak. Is de oplossing een verder doorgedreven regionalisme, of eerder terug naar een unitaire staat? Voordelen van beide zijn snel te vinden. 3.2. Unie of regio? Een voordeel van zowel een unitaire staat, als van een onafhankelijkheid van beide landsdelen is dat de liefde voor de eigen staat groter kan zijn. In Vlaanderen, Wallonië of België, wat de staat in de toekomst 7


ook zal zijn, er zal terug een gevoel van eenheid kunnen bloeien in de natie. Belgicisten verwijten Vlaams-nationalisten vaak onverdraagzaamheid en kortzichtigheid (Dierickx, 2002). Dit kan vreemd zijn, aangezien Belgicisten evengoed nationalisten zijn, de focus ligt enkel anders. Is Vlaamsnationalisme dan zo kortzichtig? Of enkel een andere focus op wat een natie voor iemand kan betekenen? Op veel vlakken is de huidige Belgische staat, een organisch gegroeid federalisme, lang niet zo efficiënt als een federale staat kan zijn (Stuer, 2007). Het natiegevoel bij Vlamingen lag ten tijde van het Sint-Michielsakkoord anders. In onderstaande tabel kunnen we zien dat “het Vlaamse gevoel”, voor zover dat meetbaar is, toch nog significant gestegen is na het Sint-Michielsakkoord. Het Sint-Michielsakkoord was dus geenszins een volledige oplossing. Heel veel Vlamingen werden net gesterkt in hun Vlaamsgezinde gevoel door de dingen die men bereikt heeft in 1993. Zoals hiervoor vernoemd citaat van Bart De Wever stelt, elke stap naar een onafhankelijk Vlaanderen zal leiden tot verdere stappen. De vijf punten in de postelectorale vragenlijst van het Instituut voor Sociaal en Politiek Opinieonderzoek die volgens professor Maddens enigszins objectief het Vlaamse gevoel kunnen meten, staan in onderstaande tabel. Een vergelijking wordt gemaakt tussen 1992, voor het Sint-Michielsakkoord, en 2010, het meest recente postelectoraal onderzoek. Tabel: Vergelijking natiebewustzijn-items in ISPO-vragenlijst. 1992 vs. 2010 (voor Vlaanderen).

1992 2010 0.445 0.792 0.555 0.208 2 0.221 / 0.779 / 3 0.433 0.759 0.567 0.241 4 0.489 0.628 0.511 0.372 5 0.292 / 0.708 / Data afkomstig van: Ambts, Swyngedouw, & Billiet, 2010 & Maddens, Beerten, & Billiet, 1994 1

Deelstaat moet over alles beslissen België moet over alles beslissen Op termijn moet België verdwijnen Op termijn moet het Belgische beleidsniveau opnieuw versterkt worden De sociale zekerheid moet helemaal Vlaams worden De sociale zekerheid moet helemaal Belgisch blijven Eerder identificatie met deelstaat Eerder identificatie met België Verdedigen van belangen van Vlamingen Verdedigen van belangen van Belgen

4. België: wat nu? Heeft de huidige Belgische staat nog een meerwaarde? Eerst en vooral is er de manier van beleidsvoering. In een federale staat is compromisvorming noodzakelijk, en er wordt toch een gevoel van verbondenheid aan gekoppeld. De hoeveelheid conflicten op federaal niveau is kleiner door het oplossen van bepaalde problemen op gewestniveau. Het beleid zit ook dichter op de materie, waardoor 8


er efficiënter kan worden opgetreden bij eventuele problemen. Wat op gewestniveau wordt beslist, hoeft niet meer te gebeuren op federaal vlak, waardoor er sneller gewerkt kan worden. De democratie is ook sterker aangezien de burger kan kiezen wij hem/haar vertegenwoordigd op zowel gewestelijk als federaal vlak (Dewachter W. , 2003). De sociale zekerheid is een belangrijke bevoegdheid, die op dit moment nog volledig federaal wordt geregeld. Het is een symbooldossier geworden, waarin Vlaams-nationalistische politici ernaar streven dit systeem te splitsen. De sociale zekerheid is een van de sterkere federale bevoegdheden, die splitsen zou een kantelpunt zijn op weg naar Vlaamse autonomie. Deze sociale zekerheid is een zogenaamde geldstroom van noord naar zuid, van Vlaanderen naar Wallonië. Dit komt omdat er in Vlaanderen minder werklozen zijn dan in Wallonië, en Vlamingen dus meer sociale zekerheidsbijdragen afdragen dan Walen (Vaes, 1998). De sociale zekerheid in het algemeen opsplitsen zou grote gevolgen hebben. Op korte termijn zou het Vlaamse gewest een gigantisch overschot hebben in de kas van de sociale zekerheid. In het Waalse gewest daarentegen, zou de armoede onmiddellijk stijgen. Feit blijft dat, voor federale staten, geldstromen het bestaan van de staat bestendigen en verzekeren. Zoals hiervoor al besproken kent de Vlaming een sterkere Vlaamse identiteit dan een Waal zich een Waalse identiteit aanmeet. Deze identificatie versterkte enkel door de jaren heen. Sommige onderzoekers stellen dat de jarenlange culturele minderwaardigheid van de Vlaamse identiteit hier een grote rol speelt (De Winter, Frognier, & Billiet, 1998). Maar, zo wordt er ook gesteld, is dit idee in de huidige staat al achterhaald. “Er is dus een ontkoppeling tussen de controle over de staat en het collectieve bewustzijn: de hefbomen van de staat zijn steeds meer in handen van de Vlamingen gekomen, maar deze laatsten voelen zich (nog) niet thuis in deze staat, terwijl de Franstaligen zich nog altijd identificeren met een staat die zij weliswaar hebben geschapen en bemand, maar waarin zij geen dominante invloed meer uitoefenen.” (De Winter, Frognier, & Billiet, 1998).

5.

Het Sint-Michielsakkoord: een schets

Een andere vraag die men zich kan stellen is of het Sint-Michielsakkoord louter een compromis is of net een doorbraak in de besluitvorming in België. Op het eerste zicht kan men denken dat dit akkoord een kantelpunt was voor de Belgische samenleving. Wanneer men echter de evolutie bekijken die de voorstellen hebben doorgemaakt, ziet men dat wat in het begin op tafel lag, lang het akkoord niet haalde. Het regeerakkoord van regering Martens VIII stelde dat de vierde staatshervorming, later pas het Sint-Michielsakkoord genoemd, volgende punten moest omvatten: “toekennen van het internationaal verdragsrecht aan gemeenschappen en gewesten, het overhevelen van restbevoegdheden van de 9


federale overheid naar de gemeenschappen en de gewesten, het instellen van rechtstreekse verkiezingen voor de Gemeenschaps- en Gewestraden, de hervorming van het tweekamerstelsel en van de Senaat en het invoeren van een legislatuurparlement en legislatuurregering” (Clement, D'Hondt, Van Crombrugge, & Vanderveeren, 1993). Zes maanden later startte de regering met staatshervorming nummer drie. Door de gevoelige kwesties komt men niet tot een akkoord. Een Gemengde Parlementaire Commissie wordt ingeroepen, met aan het hoofd de toenmalige ministers van Institutionele Hervormingen (Jean-Luc Dehaene en Philippe Moureaux). Deze commissie brengt verslagen uit over welke punten de politici uit beide landsdelen het eens zijn en welke niet. “In juni-juli 1990 onderneemt de Gemengde Parlementaire Commissie een nieuwe poging om een consensus te bereiken. … De oppositiepartijen haken dan vrij snel af. Zij zijn van mening dat deze tweede poging weinig zal uithalen en in feite niet meer is dan een schaamlapje voor de meerderheidspartijen om de derde fase te laten aanslepen.” (Clement, D'Hondt, Van Crombrugge, & Vanderveeren, 1993). Of het falen van deze tweede poging te wijten is aan het afhaken van de oppositie of dit net de oppositie gelijk geeft laat men in het midden. Hierna doet minister Moureaux een poging om een regeringsconclaaf te organiseren. Minister Dehaene weigert echter, deze wenst eerst een begroting op te stellen voor het jaar 1991. De GPC zat op het vlak van internationale betrekkingen ongeveer op dezelfde lijn, en hiermee werd dus gestart om de vierde staatshervorming te voltrekken. Deze materie wordt behandeld door de werkgroep Alen, genoemd naar de toenmalige secretaris van de ministerraad André Alen. Het verslag dat deze werkgroep uiteindelijk brengt is jammer genoeg niets meer dan een verzameling van standpunten. Jean-Luc Dehaene brengt hierna een nota uit over de rechtstreekse verkiezingen en hervormingen zoals hiervoor vermeld. Deze is onaanvaarbaar voor een aantal Franstalige politici, waardoor de vierde staatshervorming lijkt stil te staan. Wilfried Martens kondigt hierna aan dat hij zelf initiatief zal nemen. Deze leidt tot een miniem akkoord, wat niet meer is dan een compromis van alle mogelijke standpunten. Het grootste voorbeeld van het compromis-gehalte van dit akkoord is de kieskring BrusselHalle-Vilvoorde. De scheiding tussen Vlaams- en Waals-Brabant leidde tot een steigerende FDF en andere, kleinere, unionistische partijen. Deze eisten een herziening van de grenzen van het gewest Brussel. Om zowel de misnoegde Franstaligen te sussen, als een opportunistische zet van de Vlamingen te voltrekken, werd er gekozen om de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde te bestendigen. Er werd namelijk uitgegaan van de perceptie dat de Vlamingen in Brussel er niet in zouden slagen op 10


eigen kracht afgevaardigden aan te duiden (Distelmans, 2002). Vanuit een later standpunt bekeken leidde deze kieskring Men kan dus besluiten dat het Sint-Michielsakkoord inderdaad louter een compromis is, waar grote standpunten op tafel lagen, onverenigbaar bleken en uiteindelijk een tussenweg moest worden gezocht. Dit is een manier van besturen die al jaren in België wordt toegepast. Deze pacificatiebesluitvorming voorkomt een breuk van het land en zoekt oplossingen waar iedereen zich in kan vinden. Dat deze oplossingen minder daadkrachtig zijn is een nadeel van deze bestuursmethode (Dewachter W. , 2001).

6. Besluit We kunnen met zekerheid stellen dat het Sint-Michielsakkoord een invloed heeft op de huidige Belgische samenleving. Eerst en vooral leven we nog steeds in een federale staat, die toen is ingesteld als werkende staatsvorm. Wanneer we kijken naar de akkoorden die onlangs zijn gesloten rond de zesde staatshervorming, dan zien we verscheidene elementen terugkeren, met de Vlaamse drang naar autonomie op kop. Ook de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, waarvan het bestendigen in 1993 een toegift was ten voordele van het FDF, is een voorbeeld van de wederkerigheid van de Belgische politiek (Distelmans, 2002). Nu deze kieskring is opgeheven kan men de woede van het FDF begrijpen, aangezien zij dit indertijd als ‘troostprijs’ kregen. Een federaal België heeft weinig tot geen toekomst. We moeten terug naar een unitaire staat. Welke die staat is, Vlaanderen of België, daar valt nu nog geen antwoord op te geven. Ideologisch zal dit voor iedereen anders zijn, nu en in de toekomst. Wat partijen zoals de N-VA zullen bereiken in de toekomst op vlak van autonomie is nog maar de vraag. Als deze denktrend zich verderzet, zullen meer en meer Vlamingen pleiten voor een meer autonoom Vlaanderen. Meer dan ooit kan men zich vragen stellen bij de toekomst van België. Dat het Sint-Michielsakkoord een blijvende invloed heeft is dus zeker waar. Dat het een afbreuk heeft gedaan aan de Belgische politiek en enkel problemen veroorzaakte zeker niet. Het was een akkoord dat de spreekwoordelijke bal aan het rollen bracht in de richting van een autonoom Vlaanderen. Is een Vlaming nog trots op de staat waarin hij/zij leeft? Een natiegevoel dat niet meer samenvalt met de staatsvorm waarin we leven is gedoemd tot mislukken. De vergelijking tussen België en een gedwongen huwelijk in moeilijkheden is al meermaals gemaakt. Wat startte als een natie waarin één bevolkingsgroep moest leven onder een complete dominantie van de andere, met een minderwaardigheidsperceptie die leidde tot grote protestbewegingen en een gefundeerd Vlaams gevoel, 11


mondde uit tot een permanente ruzie tussen gelijkwaardige en quasi-autonome gemeenschappen. Een ideologische breuk op politiek vlak zal altijd leiden tot compromissen en halfslachtige akkoorden. Veel Vlamingen zijn het beu om als ‘melkkoe’ behandeld te worden. Solidariteit is meer dan transfers. Op dit moment kennen we enkel transfers van noord naar zuid, geen berekende solidariteit, geen controle op het gebruik van dat geld en al helemaal geen responsabilisering. Het wordt dringend tijd dat de gemeenschappen zelf verantwoording moeten afleggen voor het beleid dat ze voeren. Een draagvlak voor een onafhankelijk Vlaanderen is er op dit moment nog niet overal, maar dat de huidige situatie niet houdbaar is, is meer dan duidelijk. De weg naar meer autonomie ligt open, aan de bevolking en de politici om die te bewandelen.

12


7. Referenties Alen, A., Clement, J., Craenen, G., Peeters, P., Rimanque, K., Suetens, L., et al. (1993). Het federale België na de vierde staatshervorming. (A. Alen, & L. Suetens, Éds.) Brugge: Die Keure. Ambts, K., Swyngedouw, M., & Billiet, J. (2010). De structurele en culturele kenmerken van het stemgedrag in Vlaanderen. Leuven: Instituut voor Sociaal en Politiek Opinieonderzoek. Beukeleirs, M. (2006). Is het Vlaams nationalisme etnisch of republiekeins? Onderzoek naar het Vlaamse identiteitsdiscours in documenten van de IJzerbedevaart en de IJzerwake. Leuven: Katholieke Universiteit Leuven: Faculteit Sociale Wetenschappen, Opleiding Sociologie. Bouveroux, J. (1993). Het St.-Michielsakkoord. Antwerpen: Standaard Uitgeverij. Clement, J., D'Hondt, H., Van Crombrugge, J., & Vanderveeren, C. (1993). Het Sint-Michielsakkoord en zijn achtergronden. Antwerpen: Maklu. Coulenberg Groep. (1996). Cost of non-Belgium, De meerwaarde van het federale België. Brussel: Roularta Books. de Roover, P., & Ponette, E. (2000). Vlaamse identiteit. Een standpunt. Dans L. Abicht, L. Baeck, R. Bauer, L. Beheydt, Y. vanden Berghe, B. Bouckaert, et al., Hoe Vlaams zijn de Vlamingen? (pp. 9-21). Leuven: Davidsfonds. De Wever, B. (2006). Ceterum censeo Belgica delenda est. Dans C. Devos (Éd.), Ménage à trois (pp. 207-221). Gent: Academia Press. De Wever, B., & Vrints, A. (2008). Vlaams-nationalisme. Natievorming, ideologie en politieke stroming. Dans L. Sanders, & C. Devos, Politieke ideologieën (pp. 319-380). Antwerpen: Standaard Uitgeverij. De Winter, L., Frognier, A.-P., & Billiet, J. (1998). Zijn er nog Belgen? Dans M. Swyngedouw, & M. Martiniello (Éds.), Belgische toestanden (pp. 98-112). Antwerpen: Standaard Uitgeverij. Dewachter, W. (2001). De mythe van de parlementaire democratie. Leuven: Acco. Dewachter, W. (2003). Federalisme onder conditities van pariteit en particratie. Leuven: KULeuven, Afdeling Politicologie. Dierickx, L. (2002). Nationalisme onder het mes. Antwerpen: Fantom. 13


Distelmans, B. (2002). Het Sint-Michielsakkoord: versterking van de Vlaamse voogdij en nieuwe maatregelen ter bescherming van de Franstalige minderheden in de Rand. Dans J. Koppen, B. Distelmans, & R. Janssens, Taalfaciliteiten in de rand (pp. 87-103). Brussel: VUBPress. Jagers, J. (2006). De Stem van het Volk! Populisme als concept getest bij de Vlaamse politieke partijen. Antwerpen: Universiteit Antwerpen, Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen. Maddens, B. (2009). Omfloerst separatisme? Van de vijf resoluties tot de Maddens-strategie. Kapellen: Uitgeverij Pelckmans. Maddens, B., Beerten, R., & Billiet, J. (1994). O Dierbaar België? Het natiebewustzijn van Vlamingen en Walen. Leuven: Departement Sociologie/Sociologisch Onderzoeksinstituut K.U.Leuven. Scholsem, J.-C. (1998). Het nieuwe federale België. Dans M. Swyngedouw, & M. Martiniello (Éds.), Belgische toestanden (pp. 83-90). Antwerpen: Standaard Uitgeverij. Stuer, V. (2007). Eenheid in bescheidenheid. Dans G. Buelens, J. Goossens, & D. Van Reybrouck, Waar België voor staat, een toekomstvisie (pp. 89-100). Antwerpen: Meulenhoff. Todts, H. (1995). Federalisme, het einde? Leuven: Davidsfonds. Vaes, B. (1998). Naar een scheiding van de sociale zekerheid? Dans M. Swyngedouw, & M. Martiniello (Éds.), Belgische toestanden (pp. 136-142). Antwerpen: Standaard Uitgeverij.

14


Effecten Sint-Michiels  

Effecten van het Sint-Michielsakkoord op de huidige Belgische staat

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you