Page 1

Onderzoeksrapport Voor WijkNet “Van kiem tot eik� Een kwalitatief onderzoek onder bewoners in de Hoogvlietse wijk Boomgaardshoek

CVD Projectbureau Versie:

1.0

Opdrachtgever:

Herman Berkhout SWH Leen Brusselman CVD

Status:

definitief

Datum: 19 augustus 2008

Opdrachtnemer:

Ricardo Balkhoven Ruben Boers

1


2


Inhoudsopgave

Woord vooraf ...............................................................................................5 Hoofdstuk 1 Inleiding en verantwoording .......................................................................6 Hoofdstuk 2 Verkenning van de begrippen .....................................................................7 2.1 Inleiding ...........................................................................................................................7 2.2 Levensloopbestendig wonen ..........................................................................................7 2.3 Levensloopbestendige woning .......................................................................................8 2.4 Levensloopbestendige wijk ............................................................................................8 2.5 Leefbaarheid ...................................................................................................................8 2.6 Fysieke en sociale leefbaarheid .....................................................................................9 2.7 Maatschappelijke participatie .....................................................................................10

Hoofdstuk 3 Probleemstelling .........................................................................................12 3.1 Inleiding .........................................................................................................................12 3.2 Vraagstellingen .............................................................................................................12 3.3 Methodologische uitgangspunten ................................................................................13 3.4 Veld van onderzoek ......................................................................................................13 3.5 Werkwijze ......................................................................................................................14 3.6 Achtergronden respondenten ......................................................................................15

Hoofdstuk 4 Van Kiem tot Eik: onderzoeksverslag ......................................................16 4.1 Inleiding .........................................................................................................................16 4.2 Fysieke leefbaarheid .....................................................................................................16 4.3 Sociale leefbaarheid ......................................................................................................20 4.4 Maatschappelijke participatie .....................................................................................24 4.5 Lichaam en geest ..........................................................................................................27 4.6 Uitgelicht: de flats rondom BAS van der Heijden ....................................................30 4.6.1 Fysieke aspecten ..........................................................................................................31 4.6.2 Sociale aspecten ..........................................................................................................32

3


Hoofdstuk 5 Conclusies en aanbevelingen .....................................................................34 5.1 Conclusies ......................................................................................................................34 5.2 Aanbevelingen ...............................................................................................................37

Bijlagen 1 Tips van ge誰nterviewden .........................................................38 Bijlagen 2 Referenties ................................................................................41

4


Woord vooraf Dit onderzoeksrapport is geschreven in het kader van het project Servicezone Hoogvliet en in het bijzonder voor het deelproject WijkNet. Ik wil de volgende personen bedanken voor hun bijdrage aan dit onderzoek: • Peter Puik van het Opbouwwerk SWH • Ruben Boers • Noor Bertens CVD • Stuurgroep WijkNet • En natuurlijk alle geïnterviewden

5


HOOFDSTUK 1 Inleiding en verantwoording Ten grondslag aan dit onderzoek ligt een recente ontwikkeling: het zogenaamde 'levensloopbestendig wonen' en meer in het bijzonder, de levensloopbestendige wijk zoals dit is verwoord in het rapport Visie en Programma Servicezone 2008. Dit document beschrijft een dergelijke wijk als “een wijk waarin bewoners de benodigde steunfuncties vinden ter ondersteuning van het zelfstandig blijven wonen in hun eigen sociale leefomgeving, ook als zij kwetsbaar zijn vanwege ouder worden, sociale of psychiatrische problemen, handicap of anderszins”. Om dit te realiseren is besloten tot het oprichten van zogenaamde servicezones, een samenwerking tussen publieke en private partijen die werken aan de fysieke en sociale kwaliteit in de wijken. Deze samenwerking van organisaties wordt ook wel het ‘Wijksteunnetwerk’ of kortweg ‘WijkNet’ genoemd. Omdat WijkNet met een passende aanpak wil aan sluiten bij de behoeften en vragen van de bewoners, is het belangrijk deze te betrekken. Er is daarom gekozen voor het starten met een pilotwijk waarin gekeken wordt wat de behoeften zijn van de bewoners om in de wijk te willen en kunnen wonen. De wijk waarin met een dergelijke pilot begonnen is, is de wijk Boomgaardshoek. De pilot zal inzicht moeten geven op welk niveau het WijkNet zich zal moeten organiseren. Onderdeel van de pilt is het houden van een onderzoek onder bewoners van Boomgaardshoek. Dit rapport richt zich op de betekenis die mensen aan het wonen toekennen, het perspectief op veranderingen in het eigen leven (in relatie tot het wonen) en tot slot op factoren die ertoe leiden om te verhuizen. Gekeken is eveneens naar de actieve betrokkenheid van de bewoners ten aanzien van hun wijk, zowel op sociaal als fysiek niveau en hoe dit al dan niet bijdraagt aan de ervaren leefbaarheid. En tot slot is gekeken hoe de bewoners ontvangen zorg ervaren. Hier alvast een voorbode op het te komen rapport. Na deze inleiding vindt u in hoofdstuk 2 de verkenning naar een aantal gebruikte begrippen. In hoofdstuk 3 lezen we de vraagstellingen die ten grondslag liggen aan dit rapport en wordt het veld van onderzoek, de werkwijze nader verklaard evenals de achtergrond van de respondenten. In hoofdstuk 4 volgen we dan de daadwerkelijke uitkomsten van de interviews die zijn uitgewerkt in de volgorde van de vraagstellingen. Ook valt in dit hoofdstuk een nadere beschouwing lezen van het woongebied om en rondom de supermarkt de BAS van der Heijden.In hoofdstuk 5 volgen dan de conclusies en de aanbevelingen. De doelstellingen die ten grondslag liggen aan dit onderzoek zijn: • Een beeld te krijgen van de vragen die onder bewoners leven op het gebied van Wonen, Zorg en Welzijn. • Een beeld krijgen van de mogelijkheden van actief burgerschap

6


HOOFDSTUK 2 Verkenning van de begrippen 2.1 Inleiding In de loop der tijd is het begrip ‘wonen’ aan verandering onderhavig geweest. Dat wil zeggen dat het tegenwoordig aan het wonen andere eisen worden gesteld en er een andere invulling aan wordt gegeven dan bijvoorbeeld een eeuw geleden het geval was. In de literatuur hebben tevens verschillende begrippen hun intrede gedaan, zoals bijvoorbeeld ‘levensloopbestendig wonen’, ‘leefbaarheid’, ‘sociale cohesie’, etcetera. Tegenwoordig is het begrip wonen verbonden met enerzijds de duurzame beschikking over een bepaalde ruimte en anderzijds met een zekere exclusiviteit in de beschikking over de ruimte. De zogenaamde 'huishouding' kan als kleinste samenlevingsvorm worden gezien. Het begrip wonen is maatschappelijk bepaald, de wijze waarop het wonen gestalte krijgt is daardoor afhankelijk van tijd en plaats (Van der Weiden, 1993: 318-320). Volgens Van der Weiden heeft in onze Westerse samenleving het wonen een aantal specifieke kenmerken gekregen. Ten eerste heeft er langzaam een scheiding tussen wonen en werken plaatsgevonden. Deze scheiding houdt verband met de opkomst van de industriële productiewijze. Hierdoor werd het mogelijk om buitenshuis te gaan werken, waardoor het wonen in toenemende mate werd geïdentificeerd met de sfeer van vrije tijd en ontspanning. Ten tweede begon privacy in toenemende mate van belang te worden. Door de scheiding van wonen en werken heeft de privatisering van het huishoudelijk domein steeds meer gelding gekregen en is deze in de meeste Westerse landen tegenwoordig wettelijk geregeld. Ten derde is de veranderende omvang van de huishoudens van invloed geweest op het wonen. Huishoudens zijn, met name in de laatste decennia, kleiner geworden. Ten vierde is het wonen een maatschappelijke norm geworden. Dat wil zeggen dat naast het recht op wonen, er ook een verplichting tot wonen is; landloperij is in Westerse landen wettelijk verboden. Daarnaast is het wonen aan allerlei regels gebonden. Tot slot wordt wonen in toenemende mate met identificatie en representatie in verband gebracht. Door het duurzame karakter van het wonen kunnen bewoners zich met de woning en de woonomgeving identificeren. Van der Weiden (1993; 320) stelt dat de identificatie met het wonen samenhangt met het feit dat woningen en woonomgeving voor steeds grotere bevolkingsgroepen ook een representatieve functie hebben. De locatie van de woning, de woning zelf en de inrichting worden al snel gezien als indicatie voor een bepaalde status en levensstijl. 2.2 Levensloopbestendig wonen Uit het voorgaande werd duidelijk dat het wonen aan verandering onderhevig is geweest. Bovendien was te lezen hoe met het begrip ‘wonen’ eigenlijk een onderscheid aangebracht dient te worden tussen de woning zelf en de wijk waarin deze woning is geplaatst. Een recent begrip dat in de literatuur haar intrede heeft gedaan is het zogenaamde ‘levensloopbestendig wonen’. De term ‘levensloop’ verwijst naar de verschillende levensfases waarin mensen zich bevinden. Deze levensfases worden gekenmerkt door zogenaamde sleutelgebeurtenissen. Deze sleutelgebeurtenissen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit een geboorte, huwelijk, werk, ongeval, ziekte, ouderdom of sterfte. Dergelijke sleutelgebeurtenissen kunnen een nieuwe levensfase inleiden. De samenvoeging met het

7


begrip ‘bestendig’ verwijst naar de idee dat veranderende levensfasen geen belemmering mogen zijn om te kunnen (blijven) wonen in ofwel de woning dan wel de wijk. De term ‘levensloopbestendig wonen’ zorgt echter in de praktijk wel voor verwarring. Organisaties die zorg dragen voor ‘levensloop bestendig wonen’, willen zich nogal eens op een beperkte doelgroep toeleggen, namelijk personen van 55 jaar en ouder. Het gaat in deze optiek om kwetsbaren die meer zorg nodig hebben om zelfstandig te kunnen blijven wonen, in de woning of de wijk. Juist gezien richt men zich in dat geval echter niet meer op de levensloop, maar op slechts een gedeelte daarvan. In WijkNet wordt hierin duidelijk een keus gemaakt en wordt deze benoemd: het gaat hen om een samenhangend geheel van functies en professionals in een wijk, waarmee wordt bereikt dat mensen ondersteund worden in het zelfstandig wonen in een wijk. De leeftijd of aard van een beperking is daarbij niet van belang. Men heeft als doel een wijk waar nu en in de toekomst alle mogelijke ontwikkelingen opgevangen kunnen worden of het nu gaat om een vergrijzende bevolkingssamenstelling of de toestroom van jonge gezinnen. De levensloopbestendigheid komt tot uiting in het type woningen en voorzieningen in de wijk maar ook in de ontmoetingsmogelijkheden en de openbare ruimte. De wijk moet zo zijn ingericht dat iedereen er prettig kan wonen en een goede sociale cohesie kan ontstaan. Daarbij is het belangrijk dat de wijk kan inspelen op de ontwikkeling van haar bewoners. 2.3 Levensloopbestendige woning Het Kenniscentrum Wonen en Zorg heeft beschreven wat zij onder een levensloop bestendige woning verstaat. Zij stelt dat levensloopbestendige woningen (ook wel 'levensloopgeschikte woningen' genoemd) het overkoepelende begrip is voor woningen die geschikt zijn, of eenvoudig geschikt zijn te maken, voor bewoning tot op hoge leeftijd, ook in geval van fysieke handicaps of chronische ziekten van bewoners. Levensloopgeschikte woningen zijn er in verschillende gradaties en voor verschillende doelgroepen. 2.4 Levensloopbestendige wijk Het Verwey Jonker instituut stelt dat de criteria en normen waaraan een levensloopbestendige wijk dient te voldoen, betrekking hebben op wonen (voldoende aangepaste huisvesting), op de woonomgeving (toegankelijkheid) en op zorg, dienstverlening en welzijn (winkels en de benodigde zorgvoorzieningen binnen de wijk). Voor de realisering van een dergelijke wijk zijn duurzame samenwerkingsverbanden tussen verschillende partijen nodig. Ook verscheidene gemeentelijke diensten spelen hierbij een rol. Deze wijken worden ook wel aangeduid met de term ‘woonzorgzones’. In Hoogvliet spreekt vervult WijkNet deze rol. 2.5 Leefbaarheid De term ‘levensloopbestendig’ is nauw vervlochten met het begrip ‘leefbaarheid’. Deze term wordt heden ten dage veelvuldig gebruikt. Maar ook dit begrip wordt vaak op verschillende manieren geïnterpreteerd (Balkhoven en El Gharboui, 2008). Meurs waarschuwt voor dit gevaar en stelt: “leefbaarheid is zo breed dat je er niets mee kan. Het is als het woord ‘gelukkig’; iedereen streeft ernaar, maar zonder specificering is het inhoudsloos. Het

8


stuurloze karakter van de term leefbaarheid heeft tot gevolg dat iedereen ermee aan de haal kan gaan. 1 De gemeente Zoetermeer heeft onderzoek laten doen naar leefbaarheid en sociale samenhang. In haar deelbeleidsplan ‘Samenleven’ omschrijft zij leefbaarheid als volgt: “Leefbaarheid hangt heel nauw samen met sociale cohesie en is de uitkomst van het samenspel van de fysieke kwaliteit van een wijk, de sociale kwaliteit en de veiligheid van de woonomgeving”. De gemeente kent zodoende twee componenten toe aan het begrip 'leefbaarheid'; een fysieke en een sociale. Fysieke leefbaarheid gaat over de tevredenheid over de kwaliteit van de woning, van de woonomgeving (schoon en veel groen) en van de voorzieningen (toegankelijk, bereikbaar en aantrekkelijk voor ontmoeting en verblijf in wijk en buurt) . Sociale leefbaarheid gaat over de perceptie op buurtproblemen en overlast en daarnaast gevoelens van verantwoordelijkheid voor, binding met en vertrouwen in de woonomgeving. 2 2.6 Fysieke en sociale leefbaarheid In het grote stedenbeleid wordt leefbaarheid geoperationaliseerd op de volgende punten: de woning, de sociale kwaliteit van de woonomgeving, het voorzieningenniveau van de buurt en de veiligheid. In de praktijk betekent dit onder andere het behouden en onderhouden van woningen, het verzorgen van de fysieke kwaliteit van de woonomgeving waaronder het onderhoud van de groenvoorziening. Ook wordt gekeken naar het schoonhouden van de woonomgeving, zoals opruimen van (zwerf)vuil door gemeentereiniging en de zorg voor de omgang van de buurtbewoners met elkaar. En tot slot is er aandacht voor de kwaliteit en kwantiteit van het voorzieningenniveau van het basisonderwijs in de buurt, de aanwezigheid van winkels en uitgaansgelegenheden, de aanwezigheid van voorzieningen specifiek gericht op jongeren en ouderen en tot slot de aanwezigheid van politie, justitie en welzijnsinstellingen. In het WRR rapport “Burgers in de buurt” (Volke,) wordt uitgelegd hoe belangrijk de rol van ontmoetingsplaatsen is voor een buurt met betrekking tot fysieke leefbaarheid; “Een basale voorwaarde voor het ontstaan van contacten van gemeenschap is de beschikbaarheid van mensen. Zonder ontmoetingsplaatsen zal er geen ‘meeting’ zijn en dus geen ‘mating’. Een plek zoals een park, een plein of een straat kan als ontmoetingsplek dienst doen.” Wanneer er ontmoetingsplaatsen in een buurt zijn, zullen er eerder netwerken in de buurt ontstaan, waardoor mensen in de buurt afhankelijk van elkaar worden. Zo ontstaat er een gemeenschap. De sociale verhouding wordt beïnvloed door fysieke omstandigheden. Ook met betrekking tot verloedering van de buurt en criminaliteitstoename lijkt de fysieke leefbaarheid een grote rol te spelen. Volgens de zogenaamde ‘broken window’-theorie (Wilson&King,1982),”leidt fysieke wanorde, die bijvoorbeeld af te lezen is aan gebroken ruiten en leegstaande huizen, tot sociale wanorde in de vorm van vandalisme en misdaad”. De auteurs stellen dat fysieke wanorde misdaad aantrekt omdat potentiële overtreders aannemen dat het de bewoners niet interesseert wat er in de buurt gebeurd (Sampson & Raudenbush, 1999) Sociale cohesie is een begrip uit de sociologie en verwijst naar sociale samenhang in de maatschappij. Door sociologen wordt sociale cohesie ook wel omschreven als 'kleefkracht'. 1

T Meurs ,2005, Building Business, nr 8

2

Deelbeleidsplan samenleven van gemeente Zoetermeer: ‘Leefbaarheid en sociale samenhang’

9


Uit onderzoek blijkt dat hoe hechter de sociale cohesie is, hoe groter de solidariteit is in een gemeenschap (Balkhoven en El Gharboui, 2008). In de verkennende studie “Het cement van de samenleving” (Komter et al,) kunnen we lezen dat dé cohesie niet bestaat en dat het vaak gaat om een complexe opeenhoping van verschillende (sociale) verschijnselen. Het thema speelde reeds aan het eind van de 19 e eeuw. De Franse socioloog Durkheim beschreef hoe men bang was dat de samenleving door de industrialisering uiteenviel. Het betrof echter niet zozeer een uiteenvallen van de samenleving, maar eerder een proces van transformatie. Ook tegenwoordig is er sprake van ingrijpende tendensen die verandering teweeg brengen. Mondialisering, internationale migratie en een terugtredende overheid betekenen een verlies van vertrouwde patronen (Balkhoven, 2008). En waar de één stelt dat door de toenemende individualisering de sociale cohesie gevaar loopt, stelt de ander dat individualisering cohesie niet per se uit hoeft te sluiten. Er bestaan immers diverse vormen van cohesie. Het doneren van geld aan goede doelen en/of actief in het vrijwilligerswerk zijn, gelden eveneens als vormen van cohesie. In dit onderzoek wordt cohesie gezien als samenhang tussen bewoners in een woonwijk en participatie bij het samenleven in de wijk. Belangrijk is dat niet alleen de samenhang tussen bewoners van belang blijkt voor het versterken van de cohesie, maar ook de samenhang tussen de professionals onderling en de contacten tussen bewoners en professionals.3 Ook één van de conclusies uit een NIZW publicatie is dat dergelijke instanties sterk moeten samenwerken om zodoende effectief de leefbaarheid van een buurt te kunnen verbeteren.4 Organisaties die actief zijn in de wijk moeten samenwerken en over de eigen schaduw heenkijken. De overheid moedigt steeds meer eigen (particulier) initiatief aan. Meedoen en verantwoording dragen met elkaar en voor elkaar is ook het motto in de WMO ( wet maatschappelijke ondersteuning). Speerpunten van het beleid ten aanzien van de versterking van de sociale cohesie liggen vaak op het gebied van integratie. De groepen die aan de zijkant staan of daar dreigen te komen dreigen immers de sociale rust en samenhang te hinderen. Ook bewoners die voorbijgaan aan solidariteit vormen een doelgroep. Sociale cohesie kan leiden tot solidariteit, maar kan evengoed worden ervaren als sociale controle. Dat laatste kan het gevaar inhouden dat de persoonlijke vrijheid wordt beperkt. Dat kan leiden tot wantrouwen naar buitenstaanders waardoor integratie kan worden belemmerd. Maar over het algemeen wordt in de literatuur een verband gelegd tussen sociale cohesie en veiligheid. Wanneer mensen in een buurt elkaar kennen, voelt men zich over het algemeen veiliger. (Balkhoven, 2008) 2.7 Maatschappelijke participatie Maatschappelijke participatie wordt van overheidswege steeds belangrijker gevonden en is de kern van de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning). Het ministerie van VWS spreekt ook wel van de participatiewet. Ossewaarde stelt in een rapport voor Movisie hierover: Waar burgerparticipatie een politieke activiteit is, is maatschappelijke participatie een sociale -, culturele - of een arbeidsactiviteit. Voor de invoering van de WMO betekende maatschappelijke participatie voornamelijk participatie in de verzorgingsstaat, bijvoorbeeld 3 4

Erik van Marissing, Stedelijk beleid en Sociale cohesie Ard Sprinkhuizen et al, in de ban van de buurt

10


in onderwijssystemen, pensioensystemen, gezondheidssystemen etc. Deze invulling van het begrip ‘maatschappelijke participatie’ is met de komst van de WMO wat meer los gelaten. Sociale participatie is nu een gevestigd onderdeel van maatschappelijke participatie geworden. Maatschappelijke participatie is een middel tegen isolement = niet meedoen. Wanneer isolement leidt tot voor de persoon onaangename gevolgen als (psychische) ziekte, eenzaamheid en vervuiling, kan dit gezien worden als een probleem. Burgers kunnen hun eigen en elkaars isolement aanpakken door alle vormen van maatschappelijke participatie in te zetten: sociale -, culturele - en arbeidsmarktparticipatie.

11


HOOFDSTUK 3 Probleemstelling 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden in het kort de onderzoeksvragen, en methodische uitgangspunten, het veld van onderzoek en de werkwijze besproken. Dit onderzoek beoogt een beeld te geven van meningen en ideeën die bij de geïnterviewde bewoners leven als het gaat om het wonen in Boomgaardshoek. De verzamelde ervaringen en meningen in dit rapport zou voor organisaties tot een beter begrip kunnen komen van de wijk en als mogelijke basis dienen voor eventueel beleid en/of vervolgonderzoek. Er kunnen op basis van dit onderzoek geen algemeen geldende conclusies voor de wijk in zijn geheel worden getrokken. 3.2 Vraagstellingen Meerdere doelen zijn beoogd met dit onderzoek. 1. Een beeld krijgen van de vragen die onder bewoners leven op het gebied van Wonen, Zorg en Welzijn. 2. Een beeld krijgen van de mogelijkheden van actief burgerschap. De hoofdvraag van dit onderzoek is: “Wanneer is volgens de bewoners de wijk Boomgaardshoek ingericht voor elke levensfase. En welke bijdrage denken mensen hier zelf aan te kunnen leveren.” Om de hoofdvraag te kunnen beantwoorden, zijn de volgende deelvragen van belang. De vraagstellingen: • • • • •

wat is volgens de bewoners nodig om lang zelfstandig en zelfredzaam te wonen in Boomgaardshoek (zoals diensten, informatie en advies, gezondheidszorg) Hoe ervaren zij de fysieke aspecten van het wonen in Boomgaardshoek? (zoals de woning, de publieke ruimte, voorzieningen etc.) Hoe ervaren zij de sociale aspecten van het wonen in Boomgaardshoek? (zoals sociale relaties, bindingen, omgangsnormen) Hoe denken de bewoners over maatschappelijke participatie en wat moeten de condities zijn om mee te doen? (zoals inzet, meedoen aan activiteiten om het samenwonen en leven te verbeteren) Hoe ervaren bewoners nu of welke behoeften verwachten bewoners ze in de toekomst als het gaat om (gezondheids)zorg

12


3.3 Methodologische uitgangspunten Gekozen is voor kwalitatief onderzoek. Een definitie van de auteur H. Boeije is: “Kwalitatief onderzoek is de studie van onderwerpen die gaan over betekenissen die mensen geven aan hun (sociale) omgeving en hoe ze zich gedragen, met behulp van onderzoeksmethoden die het mogelijk maken het perspectief van de persoon te leren kennen”. Het gaat om de bestudering van betekenissen die bewoners toekennen aan allerlei zaken. Het wil beschrijven en als het mogelijk is verklaren. Deze methode is daarom bij uitstek geschikt om bewoners hun verhaal te laten doen. Ze geeft ruimte aan het inzichtelijk maken van hun ervaringen en wensen, zonder dat zij vooraf ‘gestuurd’ worden door voorgeschotelde antwoordcategorieën. Het aantal bevraagde personen wordt daardoor echter in sterke mate beperkt. Het is immers ondoenlijk om in de beschikbare tijd honderden personen uitgebreid te bevragen over hun ervaringen en behoeften, zoals dat in enquêtes wel gebruikelijk is. Het doel is dan ook niet om representatieve resultaten te behalen. Een enkel opgetekend verhaal kan al zo veel informatie bevatten dat deze wordt gepresenteerd in data weergave. De bewoners zijn bevraagd aan de hand van een zogenaamde onderwerpenlijst. Dat wil zeggen dat van te voren geen daadwerkelijke vragen zijn opgesteld, maar slechts onderwerpen waarover de onderzoeker wilde praten. Het verloop van het gesprek werd vervolgens bijgestuurd door de onderzoeker waar nodig, maar in principe werd de bewoner zo min mogelijk onderbroken om de ruimte te geven voor het verhaal zoals de bewoners dat wilden vertellen. De interviews hadden een informeel karakter. Omdat het in dit onderzoek gaat om gebeurtenissen die zich tijdens de levensloop van personen voor doen, is een codering en een uitwerking in tijdsdimensie een logische keus. 'Verleden, heden en toekomst' vormden de rode draad tussen de thema’s. Voor alle bewoners in elke levensfase zal de wijk toegerust moeten zijn. Het is daarom interessant te beluisteren wat respondenten over de verschillende levensgebeurtenissen in diverse levensfases zoals geboorte, beperkt raken in beweging, ouder worden, gezinsuitbreiding, huisdieren) aan ervaring en verwachting hebben. 3.4 Veld van onderzoek Boomgaardshoek is een wijk in de Rotterdamse deelgemeente Hoogvliet ten zuiden van de Groene Kruisweg. Boomgaardshoek wordt begrensd door de metrobaan in het westen, de Aveling in het zuiden, de toekomstige A4 in het oosten en de Groene Kruisweg in het noorden. Boomgaardshoek is door Rotterdam gebouwd in de jaren tachtig op het grondgebied van de toenmalige gemeente Poortugaal. Zéér tegen de wens van de overgrote meerderheid van de bewoners is Boomgaardshoek bij de gemeentelijke herindeling van 1985 bij de gemeente Rotterdam gevoegd. Dit heeft geleid tot het ontstaan van de lokale politieke partij IBP (Initiatiefgroep Boomgaardshoek en Platen), die in 2006 bij de verkiezingen van de deelraad van Hoogvliet 9 zetels kreeg (www.wikipedia.nl ). De wijk is opgericht door de gemeente Poortugaal veel nieuwe bewoners associeerden deze plaats met een dorps en meer landelijke gemeente. Vrij snel nadat de wijk was gebouwd en bewoond werd deze wijk toegevoegd aan Hoogvliet veel bewoners wilde niet in Rotterdam wonen wegens kosten en beleid en Hoogvliet had een andere connotatie dan Poortugaal.

13


aantal inwoners

Boomgaardshoek 4364

geslacht mannen vrouwen

50% 50%

leeftijd 18 tot en met 29 jaar 30 tot en met 39 jaar 40 tot en met 54 jaar 55 jaar of ouder

17% 17% 38% 29%

etnische herkomst autochtoon allochtoon waarvan Surinaams Antilliaans overig

89% 11% 4% 1% 6%

Bron: Bevolkingsregister, COS

3.5 Werkwijze Er zijn door het opbouwwerk straten door heel de wijk geselecteerd. In deze straten zijn brieven bezorgd door het opbouwwerk van SWH, waarin bewoners namens de deelgemeente werd gevraagd om medewerking aan het onderzoek. De onderzoeker heeft vervolgens in deze straten bij elk huis aangebeld totdat iemand opendeed en mee wilde werken op dat moment of later met een afspraak. Tijdens een bijeenkomst met een tal van vertegenwoordigers van organisaties is specifiek verzocht om respondenten uit bijzondere doelgroepen. Hierbij werd gedoeld op cliënten of patiënten van deze organisaties die wonen in Boomgaardshoek. Deze oproep heeft uiteindelijk geen resultaat opgeleverd. Er zijn twee respondenten gevonden die thuiszorg ontvangen wegens fysieke beperkingen. Er zijn in totaal 20 interviews afgenomen. In totaal hebben er 27 respondenten aan het onderzoek deelgenomen. Het aantal respondenten ligt hoger dan het aantal interviews omdat er 7 paren deel uitmaken van het onderzoek. De gemiddelde duur per interview bedroeg een uur. Er werd op doordeweekse dagen geworven en geïnterviewd en daarbij is bewust voor woensdag en vrijdag gekozen. Dit zijn dagen waarop veel werkende roostervrij zijn om zo ook een jongere en/of werkend deel van de bevolking te bereiken. Opvallend was in een aantal gevallen dat de heer des huizes mij verzocht het gesprek te houden met de vrouw des huizes. Mede daarom is er een oververtegenwoordiging van het aantal vrouwen onder de geïnterviewden. De gesprekken zijn digitaal opgenomen om vertekening te voorkomen. De respondenten hadden de keuze om indien gewenst de recorder uit te zetten. Niemand heeft hierom verzocht. De interviews zijn bij de respondenten thuis afgenomen. Alle interviews zijn uitgetypt om de teksten na een proces van lezing, vergelijking en verwerking te kunnen bestuderen, de begrippen te kunnen definiëren en conclusies en aanbevelingen te kunnen formuleren.

14


3.6 Achtergronden respondenten. Van de 27 respondenten zijn er 8 man en 19 vrouw. De leeftijden liggen tussen de 42 en 88 jaar. Het merendeel van de bewoners woont al lang in de wijk, namelijk 15 respondenten wonen al langer dan 15 jaar in deze wijk. Bijna alle bewoners woonden voordat zij in deze wijk woonden, in andere wijken van Rotterdam (waarvan enkelen in Hoogvliet). Van de twintig interviews zijn er 5 personen gesproken die alleenstaand zijn. De overigen (15 personen) wonen samen met een partner, daarvan 5 nog met kinderen thuis. Over de verwachte woonduur kan gezegd worden dat 13 huishoudens korter dan 10 jaar in de wijk denkt te zullen wonen. De overigen verwachten langer te zullen blijven. Iets meer dan de helft van de respondenten woont in een koophuis. Op twee na zijn alle respondenten autochtoon. Zeven bewoners bieden mantelzorg en 5 mensen doen aan vrijwilligerswerk, bijna allen doen aan burenhulp. Er zijn respondenten uit de volgende straten gesproken: Reiger, Plevier, Klaver, Klaproos, Vloedlijn, Lisdodde, Kentering, Parijs, Kamille, Erica en tot slot Karekiet.

15


HOOFDSTUK 4 Van Kiem Tot Eik: onderzoeksverslag 4.1 Inleiding In dit stuk komen de wensen en behoeften aan bod zoals die in het verleden, heden en de toekomst belangrijk waren/(zullen) zijn ten aanzien van de leefbaarheid in Boomgaardshoek. Tijdens de interviews bleek hoe nauw de aspecten ten aanzien van fysieke leefbaarheid en sociale leefbaarheid samenhangen. Daarom is in deze rapportage gekozen om beide aspecten in ĂŠĂŠn hoofdstuk onder te brengen en (kunstmatig) te verdelen in twee subparagrafen; de wensen en behoeften ten aanzien van fysieke leefbaarheid en die ten aanzien van sociale leefbaarheid. Chronologisch wordt zoveel mogelijk de volgorde van verleden, heden en toekomst aangehouden. Hierna wordt een beschrijving van betrokkenheid of participatie (inzet voor de wijk, vrijwilligerswerk, mantelzorg) gegeven. En tot slot volgt een beschrijving van de ervaringen en behoeften op het gebied van lichamelijke en/of geestelijk (gezondheids) zorg. 4.2 Fysieke leefbaarheid Om de veranderende wensen en behoeften ten aanzien van de fysieke kwaliteiten in kaart te brengen, is begonnen met de vraag wat de bewoners in het verleden aantrok aan de Boomgaardshoek. In 18 interviews werd aangegeven voor de huidige woning niet in Boomgaardshoek te wonen. Een doorslaggevende reden om te verhuizen naar de Boomgaardshoek waren voor 5 van de respondenten de subsidies op de woningen die destijds werden gegeven. We hebben de woning via een advertentie gevonden. Ze konden de woningen hier niet aan de straatstenen kwijt, het waren ook nog premiewoningen. Deze vielen onder de b-categorie, dat leverde weinig op . Toen heeft men, via een maatregel, ze gepromoveerd van B naar A en dat leverde meer subsidie op en toen liep het wel .We hadden geen voorkeur, deze woning kwam op onze weg. Het had net zo goed ergens anders kunnen staan waar dan ook. Echtpaar 60-70 jaar Het hierboven geciteerde echtpaar geeft aan dat de prijs van de woning van doorslaggevender betekenis was dan het feit dat de locatie van de woning in de wijk Boomgaardshoek gelegen was. Dit is door meerdere bewoners aangegeven. Het blijkt dat in het begin de verkoop van de huizen maar moeizaam verliep. Boomgaardshoek heeft volgens de leefbaarheidmonitor van 2005 50 % koopwoningen. Er zijn nu een aantal straten waar huurwoningen na het achterlaten van de bewoner worden verkocht. Het percentage koopwoningen zal dus stijgen. Een veel gehoorde reden waarom men destijds naar deze wijk verhuisde, is tevens dat het wooncomfort zou worden verbeterd. Men gaf daarbij aan dat men ruimer zou gaan wonen waarbij ook de aanwezigheid van een tuin werd genoemd. Twaalf respondenten kwamen uit andere delen van Rotterdam, waarvan niemand voor de huidige woning een eengezinswoning bewoonde.

16


Wij hebben voorheen nooit de kans gehad om een eengezinswoning te kopen. Ook vanwege het inkomen want dan werd de huur te hoog. En weet u eigenlijk is mijn leven pas begonnen sinds ik hier ben. Voor ons is het een heerlijkheid dat we die 10 jaar hier al hebben mogen beleven, van Schiebroek van een flatwoninkje hier naar toe. Voor het eerst een woning met een tuin. Echtpaar V60-70 M 70-80 11-7 Maar specifieke kenmerken van de wijk speelden voor andere respondenten wel degelijk een rol om zich hier te vestigen en spelen overigens nog altijd een belangrijke rol in het huidige woongenot. Zo sprak een respondent over de aanwezigheid van groene ruimtes en natuur. Een leuke groene wijk, toen en nu nog. Ik zou nergens anders in Hoogvliet willen wonen. We hebben hier een bonte specht, ijsvogeltjes, bepaalde vinkjes, vleermuizen, dan denk ik: 'dat is geweldig! Waar vind je dat?' Dame 40-50 jaar Respondenten die in het bezit waren van een hond gaven daarbij aan voldoende uitlaatmogelijkheden te hebben. Naast de groenvoorzieningen is men over het algemeen eveneens zeer tevreden met de aanwezigheid van andere voorzieningen. Men spreekt dan over de aanwezigheid van winkels, een medisch centrum, het openbaar vervoer en een Multifunctioneel Centrum (MFC). De Bas Van Der Heijden is de supermarkt in de wijk voor de dagelijkse boodschappen en hoewel volgens twee respondenten deze supermarkt niet alles heeft, zoals belangrijke dieetproducten, zijn de bewoners er tevreden mee, niet alleen qua aanbod maar ook qua bereikbaarheid. Naast de Bas van der Heijden is er ook een winkelcentrum, De Binnenban, die volgens een aantal bewoners ook op loopafstand ligt, hoewel deze wel iets verder ligt dan de Bas van der Heijden. Men geeft aan dat, naarmate de mobiliteit van mensen afneemt, deze mensen wellicht meer zijn aangewezen op slechts de Bas van der Heijden. Nou de BAS op de hoek, mooier kan het niet. Alles zit hier, ook het medische centrum. Vooral als je ouder wordt, ben je aangewezen op de BAS. We gingen voorheen nog wel naar de Binnenban maar de boodschappen worden te zwaar voor ons. Die BAS verkoopt niet alles, zoals die speciale dingen. De Albert Hein heeft meer. Daar gaan we dan met de bus naar toe. Openbaar vervoer is ook goed hier. Twee zussen 70- 90 Over het openbaar vervoer is vrijwel iedereen tevreden. Meestal refereert men dan aan twee metrostations op loopafstand. Naast het openbaar vervoer noemen bewoners met beperking ook nog de mogelijkheid van het Vervoer Op Maat. Over dit aanbod is men gedeeld enthousiast. Vervoer Op Maat wil precies weten hoe laat je opgehaald moet worden en dat is lastig met ziekenhuisonderzoek. Ik heb wel eens in de regen 90 minuten moeten wachten. Naar het ziekenhuis brengen mocht ineens niet meer van de gemeente. Ik heb nu een klantenkaart van de RTC en ik krijg een ouderentarief en ik trek dit af van de belasting. Als ik naar een ander ziekenhuis moet, ben ik wel 50 euro kwijt voor heen en terug. Het is een rommeltje met dat vervoer. Dame 70-80

17


De aanwezigheid van medische voorzieningen als huisarts, apotheek en fysiotherapeut is volgens alle respondenten in orde. Het MFC wordt vaak genoemd hoewel het merendeel van de respondenten aangeeft geen gebruik te maken van het aanbod. Toch was er ook kritiek te beluisteren op de fysieke kwaliteit van de wijk. Zo gaven vier respondenten aan graag een cafÊ te hebben gehad in de wijk, dat zou kunnen fungeren als een ontmoetingsplaats. Nou, het klinkt lullig, maar een gezellige kroeg, dat heb je hier totaal niet. Men heeft geprobeerd daar in te voorzien door de sporthal hier. Maar daar kwam toch teveel publiek van buiten de wijk en ik voelde me er niet toe aangetrokken. Eigenlijk mis ik dus wel een leuke ontmoetingsplek. Het is wel in Hoogvliet maar daar ga ik niet naar toe. Ik zou dat wel gezellig hebben gevonden. De overige voorzieningen zijn hier allemaal prima. Dame 60-70 Ook andere respondenten gaven aan dat in de wijk niet voorzien wordt in horeca, kunst en cultuur. Daarvoor gaan zij naar het centrum van Rotterdam. Drie bewoners gegeven aan dat het postkantoortje, dat onlangs is gesloten, wordt gemist. De bibliotheek wordt ervaren als klein en twee bewoners gaan daarom zelfs naar de centrale bibliotheek in Rotterdam. Een veelgenoemd punt is de staat van de openbare weg. Deze wordt volgens de respondenten niet alleen slecht onderhouden en er is tevens weinig parkeergelegenheid. Onderhoud van groen is goed maar de straten is heel slecht. Toen de kabels zijn neergelegd hebben ze het heel slecht teruggelegd. We hebben er toen over gebeld en er werd gezegd dat als het droog weer werd het wordt hersteld dat is 6 jaar geleden. Dame 50-60 Er zijn altijd parkeerproblemen. De discussies zijn soms wat gespannen. Mensen hebben hier twee tot drie auto’s per huis. En ja, dat vraagt om moeilijkheden. Helaas kunnen wij onze Smart ook niet voor de deur kwijt. Dame 40-50 Naast het onderhoud aan de openbare weg, werd ook het onderhoud aan de groenvoorzieningen aan de kaak gesteld. Men noemde dan het maaibeleid in de buurt van de Vloedlijn erg gebrekkig. Ook zijn er bewoners bij de Plevier die vinden dat het onderhoud aan het groen al lang niet is gedaan. Een verklaring voor (onder andere) dit achterstallig onderhoud die meerdere malen werd gegeven was dat men zich, als wijk, vaak wat achtergesteld voelt bij de andere wijken van de deelgemeente Hoogvliet. Ik heb het idee dat ze zich richten op de wijken die ze slopen of waar nieuwbouw komt. Dat zijn prestigeprojecten. Volgens mij hoort Boomgaardshoek nog steeds niet echt bij Hoogvliet en wel om de reden dat als wij een krantje krijgen dan gaat het altijd over Het Tussenwater nooit een stukje over deze wijk. Echtpaar 50-60 Gevraagd naar de klachtenafhandeling over de buitenruimte door de deelgemeente werd overigens, op een enkele uitzondering na, wel positief gereageerd. Liever had men echter gezien dat de deelgemeente preventief maatregelen had genomen, zodat klachtenafhandelingen niet nodig zouden zijn. 18


Tot slot is gevraagd naar de toekomstige wensen en behoeften van respondenten. Daarbij gaven bewoners aan nog niet veel te hebben nagedacht over het oud worden in relatie tot wonen. Twaalf huishoudens zien zichzelf tot het einde van hun leven in Boomgaardshoek wonen. We wensen ons hier nog een heel lange tijd. We zien ons hier oud worden en daar hebben we onze financiÍn ook op afgestemd. We hebben geen plannen om naar elders toe te gaan. Als ik mag kiezen waar ik oud kan worden, dan toch liever hier in de wijk. Ik voel me hier op mijn gemak. In andere wijken van Hoogvliet zie ik me niet oud worden. Dan vertrek ik liever uit Hoogvliet. Echtpaar 60-70 Twee respondenten willen uiteindelijk de Randstad uit. Twee anderen willen graag gelijkvloers gaan wonen, maar vermelden meteen dat daar in de wijk weinig aanbod in is. De overigen weten het nog niet. Bijna alle respondenten denken dat ze bij eventuele fysieke beperkingen hun huis zullen aanpassen, zoals met een traplift. Vaak werd door respondenten genoemd dat wanneer het eigen huis verlaten dient te worden omdat het fysiek niet haalbaar meer is om zelfstandig te wonen, het nauwelijks uitmaakt waar men komt te wonen. De verklaring daarvoor was dat men dan toch weinig meer buitenshuis zou doen. En zelfs al zou men binnen de wijk verhuizen, dan nog zou men tussen nieuwe onbekende buurtgenoten komen te wonen. Wel gaf men aan zo lang als mogelijk zelfstandig in de wijk te willen blijven wonen. Ik hoop het en als ik moeilijker ter been ben dan maken we een traplift om hier te kunnen blijven wonen. Ik word wat mij betreft hier uitgedragen. En we laten het huis aanpassen met subsidie en anders betaal ik het zelf. En voor boodschappen zitten wij hier heel gunstig. Het enige als ik niet meer goed kan lopen dan moet ik wat doen aan die drempel bij de voordeur. Dan zou ik zo met mijn scootmobiel de BAS binnen rijden. En mijn buren links of rechts kunnen dan wel wat halen. En ik kan de Albert inroepen. Misschien als de bevolking ouder wordt dat er bepaalde inloopmorgens komen in het MFC. Heer 60-70 Mensen lijken dus bereid om zelf te investeren in het zelfstandig wonen. Door respondenten werd aangegeven dat lang zelfstandig wonen in de wijk wordt bemoeilijkt door het gebrek aan serviceflats en/of zorginstellingen. In navolging van de vraag in hoeverre aan de toekomstige wensen en behoeften van de respondenten werd voldaan, werd de vraag gesteld wat er moet gebeuren om de wijk meer geschikt te maken voor jong en oud. Enkele bewoners stipten meteen aan dat jongeren hier moeilijk kunnen starten. Ik vraag me wel af waarom er zo weinig woningen voor jongeren zijn. Jongeren uit deze wijk kunnen hier niet terecht. Die moeten uiteindelijk buiten de wijk gaan wonen. Die zouden dan met zo’n levensloopbestendige wijk voorrang moeten krijgen bij huurwoningen. Je moet bij de geboorte al je kind voor een woning inschrijven anders kunnen ze het helemaal wel schudden. Echtpaar 50-60

19


Het is blijkbaar voor jongeren moeilijk om na het verlaten van het ouderlijk huis te starten in de eigen wijk. Voor de ouderen werd gewezen op het gebrek aan serviceflats, zorginstellingen en het feit dat sommige ouderen in de toekomst behoefte zullen hebben aan gelijkvloerse woningen. 4.3 Sociale leefbaarheid In het bovenstaande zijn de ervaringen ten aanzien van de fysieke leefbaarheid beschreven die het voor bewoners in meer of mindere mate aantrekkelijk maken om er te wonen. De aandacht is daarbij uitgegaan naar de openbare ruimte en de woning. In dit gedeelte zal het accent liggen op de ervaringen aangaande de sociale leefbaarheid, ofwel de sociale relaties, de bindingen en de omgangsnormen. Ook hier wordt weer zoveel als mogelijk de volgorde aangehouden van verleden, heden en toekomst. De respondenten is gevraagd in hoeverre indertijd de sociale aspecten van de wijk een rol speelden in de keuze om zich in de Boomgaardshoek te vestigen. Hierop werd een tweedeling genoteerd. Dat heeft te maken met de eerder beschreven overheveling van Boomgaardshoek van Poortugaal naar Hoogvliet. Poortugaal had eertijds een zeer positieve connotatie. De wijk Boomgaardshoek viel in eerste instantie onder Poortugaal. Men associeerde de Boomgaardshoek met 'dorps' en bovendien waren de lasten lager dan in de gemeente Rotterdam. Dit waren voor een aantal respondenten redenen om zich in de Boomgaardshoek te vestigen. Maar de overheveling van Boomgaardshoek naar Hoogvliet zorgde voor een kentering. Hoogvliet werd geassocieerd met afstand en industrie. Respondenten gaven veelal aan niets te zien in een woning in Hoogvliet en waren zeer gekant tegen deze overheveling. Ook voor bewoners die toen nog niet in Boomgaardshoek woonden, vormde deze overheveling een punt van twijfel om zich daar te vestigen. In 1981 zijn we hier komen wonen. We woonden daarvoor in Rotterdam Centrum en het werd te klein we hadden ons eerste kind die daar nog even woonde. We wilden weg wegens de gezinsuitbreiding. En Poortugaal dat klonk ons wel aardig maar dat werd later Rotterdam. We waren teleurgesteld want we wilden niet in Hoogvliet wonen. Poortugaal klonk ons nog zo dorps en de lasten gingen een eind omhoog. Het was toch iets van 400 gulden, toen best veel. Dame 50-60 Toen mijn schoonouders gingen verhuizen naar Hoogvliet dacht ik wat moet je daar doen? Het had helemaal geen goede naam en dan zo dicht bij de Shell en alles. Dame 40- 50 Redenen die door respondenten werden genoemd om toch te gaan wonen in de Boomgaardshoek (na de overheveling) waren in vier gevallen omdat er familie woonde. Het betreft twee maal ouders die in de wijk van hun kinderen zijn komen wonen. In twee gevallen was het andersom en betrof het kinderen die dichter bij hun ouders zijn komen wonen. Eenmaal gevestigd werd de Boomgaardshoek als prettig ervaren. Respondenten vertellen hoe het in het begin een kinderrijke wijk was. Sommige bewoners geven aan dat dat nu minder is en stellen dat dat een gemis is.

20


Alle bewoners wonen al lang in de wijk en zijn, op twee respondenten na, gematigd positief tot zeer tevreden over de buren en het contact met de mensen in de directe woonomgeving. Wel wordt gesteld dat toen de huizen in het begin werden opgeleverd, bewoners elkaar wel vaker opzochten. Dat kan wellicht te maken hebben met de eerdergenoemde opmerking dat het een kinderrijke wijk betrof. Of misschien met het idee dat nieuwe bewoners in een nieuwbouwwijk zich wat meer richten op het investeren in sociale relaties met de andere nieuwe bewoners. Verder heb ik in het begin, toen we hier kwamen wonen, kennismakingsavonden georganiseerd. Omdat er kerkelijk niets te doen was, waren er oecumenische bijenkomsten en we organiseerden thema-avonden. Later was daar geen behoefte meer aan en men had zijn draai gevonden. Heer 60-70 Buiten deze respondent werden er nog drie bewoners gesproken die in het begin een kerk bezochten maar dat inmiddels niet meer doen. Nog steeds spreekt men over een goed contact met de buurt. Dat kan in meer of mindere mate. Vergelijk daarvoor beide citaten. De buurt is heel leuk. Ik moet zeggen dat ik denk dat wij het getroffen hebben. Ik denk dat wij het leukste flatje hebben van alle flatjes. Alle buren van de bovengalerij, deze galerij en beneden gaan zo goed met elkaar om. Het is hier gezellig. Voor mijn buren zou ik niet weg willen. We zitten met zijn allen buiten. Mijn hond is de vriendin van de hele galerij. Elkaar altijd gedag zeggen, de boel van elkaar in de gaten houden... Laatst kwam er een buurvrouw aan mij vragen hoe het met de oude dame naast ons gaat omdat ze al een tijd die mevrouw niet had gezien. Ik denk: 'dat is goed'. De buurvrouw beneden zit ook vaak buiten, daar heb ik ook veel contact mee. Beneden woont een echtpaar dat, als ik ze spreek, het wel een uur lang gaat over de kwaaltjes. We brengen elkaar hier als het kan en nodig is naar de dokter of het ziekenhuis Dame 40-50 Elkaar opzoeken, nee daar houd ik niet van. Buren prima, we maken een praatje en je weet wat je aan elkaar hebt, maar verder nee. Geen kopjes koffie met elkaar. Maar kleine hulpvragen aan elkaar, dat zonder meer. Als we op vakantie gaan zeggen we het tegen elkaar. Er liggen geen sleutels van buren hier en andersom ook niet. We hebben geen klagen over de buren. We gaan normaal met elkaar om, anders woon je hier al niet zo lang. We kennen geen mensen die geïsoleerd wonen. Echtpaar 50-60 Uit de twee citaten blijkt dat waar de één een sterke behoefte heeft aan intensief burencontact, de ander dit liever wat beperkt houdt. Toch gaf ook deze laatste aan wel klaar te staan in geval van hulpvragen. Toch zijn er ook respondenten (twee) gesproken die wellicht wat meer contact zouden willen maar niet weten hoe zij dat aan moeten pakken. Deze mensen voelen zich geïsoleerd. Hier wordt in paragraaf 4.6 aandacht aan besteed.

21


Een andere oude dame (78) die ook alleen woont in een flatgebouw verderop (en ook beperkt is), ziet haar enige zoon en haar kleinkinderen niet meer. Ook zij gaf aan eenzaam te zijn. Daarop werd alle respondenten gevraagd of zij mensen in hun omgeving kennen die mogelijk eenzaam zijn of op een andere wijze aandacht verdienen. Maar uit de antwoorden bleek dat men vond dat er genoeg sociale controle is. Er woonde verderop een man die zijn dag en nacht omdraaide en als we hem een paar dagen niet hadden gezien, belden we wel aan om te zien of alles goed gaat. Er is best voldoende sociale controle. Ik zou wel actie ondernemen als ik denk “goh, die heb ik lang niet gezien”. Dame 40-50 Hier is er weinig isolement. Wat typisch is voor deze wijk omdat mensen hier al zo lang wonen. Wij kennen elkaar hier. Zelfs de moeder van de buurman kwam hier koffie drinken als zij op het huis paste. Wij kennen dingen van elkaar. Dat contact is dan met de direct omgeving. Verder ken ik veel gezichten en ik zie veel van mijn buren bij de supermarkt hier vlakbij... Je komt elkaar hier tegen in de tuin je praat met elkaar over de heg. We drinken koffie met elkaar als we jarig zijn en we doen soms een borreltje. Heer 60-70 Deze laatste respondent is van mening dat het goede contact tussen de bewoners samenhangt met de woonduur. Naarmate bewoners langer in de buurt wonen, lijken zij toch op te gaan in de sociale structuur van de wijk. We hebben hier weinig onenigheid. In het begin even met de nieuwe buurman, maar dat is nu ook wel goed. Misschien was dat omdat we een hechte gemeenschap zijn. Hij stelde zich al in het begin niet voor, mensen weten tegenwoordig al niet meer hoe het hoort. We hebben al meer nieuwe mensen in de buurt gehad maar de sfeer blijft toch wel hetzelfde dat maakt niet uit. Er is geen tweedeling. Dame 50-60 Toch zien enkele van de gesproken respondenten wel langzaam veranderingen optreden. Deze veranderingen hebben te maken met zogenaamde 'nieuwe groepen'. Dit zijn 'hangjongeren', 'eigenzinnigen' en 'allochtonen'. Sommige respondenten geven aan dat individuen binnen deze groepen zich incidenteel afwijkend kunnen gedragen van de normen en waarden zoals die bij de oude bewoners bestaan. Zo gaven enkele respondenten aan dat zogenaamde hangjongeren zich soms ophouden bij de bij de supermarkt Bas van der Heijden. Over hen werd gezegd: En ik zie de jongelui wel, die daar wat zitten te klooien en een jointje roken. En ik hoor dat ze wel eens wat dames lastigvallen. Heer 60-70 Het is de laatste jaren qua vernielingen wel erger geworden. Want wat ze in de vingers krijgen moet kapot, lijkt het wel. Van het huisje, bijvoorbeeld, bij het voetbalveld is het dak eraf geblazen met oud en nieuw. Ik zeg niet dat het jongens van hiervandaan zijn. Maar wat er allemaal door de jaren heen vernield is! Prullenbakken, dingen die in de fik worden gestoken, van dat soort dingen. Verder eigenlijk geen inbraak of beschadigingen aan auto´s. Wij hebben toen wel eens een aanvaring gehad met een jongen van een groep. Maar dat hebben we toen uitgesproken en eigenlijk is er na die tijd geen last meer. Het zijn jongens in 22


de leeftijd van 8 tot 16 . Dame 40-50 Een tweede groep waarover gesproken wordt, zijn de 'eigenzinnigen'. Dit zijn de zogenaamde 'nieuwe bewoners', die andere ideeën met zich meebrengen over wonen en omgangsvormen. We vinden wel dat de 3 en 4e bewoners van de huizen anders zijn dan de eerste bewoners. Sleutelen aan auto’s, onder auto’s liggen, een beetje anders is het wel... Dame II 40-50 Hoe de mensen het vuil in de containers doen. Je ziet wel eens auto’s stoppen en dumpen. Er staat ook vaak grofvuil bij die containers. Dan schaam je jezelf om visite te ontvangen5 Dame 70-80 Een respondent geeft aan jaren last te hebben gehad van buren die uiteindelijk zijn verhuisd, waarmee voor haar familie de rust begon. Van één gezin werd verteld dat deze zo veel overlast gaf dat de bewoners een gezamenlijke actie hebben ondernomen in samenwerking met de woningbouwcorporatie en de politie. Hier wonen geen asocialen. Wel in de flat boven de BAS, daar is er gisteren een uitgezet wegens huurschuld. Tja, Crooswijk gaat ook tegen de grond en dan moeten ze toch een huis hebben. In onze flat valt het wel mee... Nou, die woningen op de Akkerwinde daar gebeurt wel eens wat. Aan die lui zelf kan je het al zien dat ze asociaal zijn. Twee zussen 70-90 De derde nieuwe groep, allochtonen, wijkt eerder af door uiterlijke verschillen dan door gedragsverschillen. Enkele malen wordt opgemerkt dat er een toename is van allochtone gezinnen. Daarnaast begint de wijk nu ook wat te kleuren. Surinamers, Kaapverdianen, een Spaans gezin. Ook zijn veel huurwoningen in de verkoop gegaan. Dit heeft de sfeer niet veranderd, het is niet verhard. Mensen zijn niet bang hier voor elkaar. Heer 60-70 In de wijken met de goedkopere woningen, daar gingen veel meer buitenlanders naar toe. Ik vind dat het hier nog heel erg wit is. Toen hier die Surinaamse mevrouw kwam wonen, toen was het 'o jee, o jee' in de buurt, 'er komt een zwarte'. En dan denk ik: 'Het zijn mensen!'. Het zijn vooroordelen die de mensen dan hebben. Het kan in deze huizen die duurder zijn nooit een achterstands iemand zijn, dat gaat niet. Zelfs met subsidie moet je een redelijk inkomen hebben. Ach ze zal net iets anders zijn als dat wij gewend zijn. Echtpaar 60-70 De aanwezigheid van nieuwe groepen heeft bij geen van de respondenten geleid tot een toename van onveiligheidsgevoelens. Men is niet benauwd om elkaar aan te spreken om zaken op te lossen. Zeker zes respondenten gaven aan dat ze zelf hun problemen met elkaar 5

Meerdere bewoners klaagden over het vuil dat bij de containers weggezet werd. Deze containers staan bij de flats in de Erica en Kamille. In principe zijn ze bedoeld voor de flatbewoners, maar de flatbewoners zien een toename van vuil dat door niet-flatbewoners wordt neergelegd. Dat levert overvolle containers op en vuil dat ernaast geplaatst wordt. Het is echter niet duidelijk of er voor hen een verband met 'nieuwe bewoners' is.

23


oplossen. Angst voor andere bewoners lijkt er niet te zijn en men voelt zich veilig genoeg om andere bewoners aan te spreken. Ik ben iemand die geen blad voor z’n mond neemt. Als het me niet bevalt dan zeg ik dat. Ik sta niet altijd in mijn recht, maar als het me niet zint dan zeg ik het. Ik ben niet haatdragend. Ik wil wel redelijk leven. Er is daar iemand komen wonen, hoe moet ik het zeggen. Ik bedoel die mensen doen ook niks hè? Ze willen graag meedoen, nou, dan moeten ze ook meedoen. Ik houd het achterpad bij met onkruid er uit halen, want anders groeit het bij mij ook in de tuin. Maar ik zie de mevrouw helemaal niet. Maar als ik die mevrouw zie, dan durf ik het rustig te zeggen. Die achterkant hoort er ook bij! Dame 70-80 Alle bewoners geven desgevraagd aan zich veilig te voelen in de wijk. Wel hebben er bij enkele respondenten een inbraakpoging plaatsgevonden en in één geval is er ook daadwerkelijk ingebroken. Volgens een respondent, die bij de politie werkt, gaat dat in golven en is het nu weer rustig. Het is een poosje triest geweest er zijn pogingen tot inbraak geweest en ook echt inbraak geweest in deze straat. Toen zijn ze wel stringenter in de aanpak geworden. Meer toezicht van politie en de bron van de criminaliteit is aangepakt. Dame 40-50 Je kunt de hond uit laten en je schuifdeur open laten. Als ik naar boven ga, dan staat de tuindeur ook open. Dame 50- 60 4.4 Maatschappelijke participatie In mijn benadering heb ik gekozen voor de brede interpretatie van dit begrip, zoals eerder verwoord in hoofdstuk 2 “begripsverklaringen”. Burenhulp en mantelzorg is hierbij inbegrepen in maatschappelijke participatie. De term 'participatie' is ook voor bewoners moeilijk te definiëren. Heel duidelijk kwam tijdens de interviews naar voren dat bewoners de begrippen 'vrijwilligerswerk', 'burenhulp' en 'mantelzorg' door elkaar gebruiken. Er wordt een enkele keer bij vrijwilligerswerk gedacht aan het helpen van zieken en bejaarden. Inzet bij een sportclub, als voorleesmoeder op school of zitting in het bestuur van een zangkoor rekenden zij niet mee. Bij doorvragen bleek de mate van maatschappelijke participatie veel groter te zijn dan men zelf aanvankelijk dacht. Als het gaat om informele zorg op het niveau van burenhulp lijkt het in Boomgaardshoek zeer goed te gaan. Eén dame vertelde bij niemand terecht te kunnen voor kleine hulpvragen. De overige bewoners spreken zich tevreden tot uitermate tevreden uit over de beschikbaarheid voor elkaar. Burenhulp wel hoor, mijn zoons maken ook voor de buren de dakgoot schoon. De buurman maakt de fiets, je leent wat uit aan elkaar. Dat gebeurt allemaal. Nou ik moet wel zeggen, wij zijn hier ook net een dorp. Iedereen kent elkaar. Ik denk omdat de meeste mensen hier lang wonen. Je komt niet bij elkaar op de Koffi, maar je kent elkaar, je weet van elkaars kinderen, je groet elkaar. Je kunt bij elkaar terecht voor hulpvragen. 24


Dame 50-60 Kleine hulpvragen kunnen altijd aan elkaar gesteld worden. Wij doen dat zelf dan niet, maar als er een hond uit gelaten moet worden of iets, zeg maar, iets stoms als het gas dat uitgezet moet worden, dan doen we dat wel even. Ik heb hier een aantal sleutels van buren, ja. En omgekeerd zwerven onze sleutels ergens ook hè en op meerdere plekken. Als we kijken naar zoveel huizen die kant op en die kant op [wijst verschillende kanten op, red.] en naar de overkant, dan zijn dat op 1 uitzondering na allemaal mensen die het zelfde idee hebben over hoe je met elkaar leeft. Echtpaar 60-70 Bij gemeenschappelijke buurtactiviteiten is deelname zeer afhankelijk van persoon, gezinssamenstelling en buurt. Het Opzoomeren is een activiteit die mede gericht is op het versterken van sociale banden. Een veel genoemde opzoomeractiviteit is de kerstboom met bijbehorende kerstborrel. Het Opzoomeren lijkt afhankelijk te zijn van het enthousiasme van een enkele bewoner die wil initiëren en organiseren. Bewoners zijn wel eerder bereid tot participatie wanneer een ander initieert. Jonge ouders lijken sneller te participeren in het Opzoomeren dan personen zonder kinderen. Sommige bewoners hebben er geen interesse om activiteiten met de buren te ondernemen. Als ik het niet doe, wordt het niet georganiseerd. We doen Opzoomeren met kerst. Ik ben de initiatiefneemster. Ik heb het de laatste kerst overgegeven aan iemand. Je bent het als trekker wel eens een keer zat, je wilt ook wel eens aanhaken, dat heb ik dan. Ik zou wel meer willen doen, maar met een druk leven lukt dat niet. Ik trek nu ook de kunst- en atelierroute. Dame 40-50 Met de kerst dan krijgen we zo’n boom van de gemeente. Dit jaar was er verder geen opzoomeractie. Ik ben geen initiatiefnemer hoor, dat is de buurvrouw. Aanhaken doe ik wel. Vooral de mensen met kleine kinderen, dat is de kern. Dame 50-60 Ik doe ik veel in de direct woonomgeving ik heb alle nieuwe schuttingen gezet of gesteld. Ik houd het hele pad altijd bij en verder ben ik geen vereniging mens. Ik houd van mensen maar ik ben geen clubjesmens. Ik ken ook geen mensen die dat doen. Ik ben echt niet beroerd als het er op aan komt om te helpen. Mijn buurvrouw ging een keer door de rug heen en toen heb ik dagen haar hondje uitgelaten. Van week heb ik ze weer geholpen met haar zonnescherm ik noem dat ook vrijwilligerswerk. Maar om ergens aan te binden vind ik teveel. Als er iets in de buurt wordt georganiseerd wordt wil ik best mee doen. Als er hier rommel legt dan ben ik wel diegene die het opruimt. Zelf organiseren of het voortouw nemen daar ben ik niet de persoon voor. Echtpaar v 60-70 m 70-80 In het boven genoemde is te zien dat er mensen zijn die van alles doen in en voor de buurt, maar zich niet inspannen in clubverband of voor een organisatie of vereniging. Deze respondent spreekt over vrijwilligerswerk terwijl hij burenhulp verleent. Vrijwilligerswerk dat een structureel karakter heeft en voor een organisatie gebeurt wordt door vier respondenten momenteel verricht. Deze inzet varieert van een paar keer per jaar tot 20 uur per week. Ik ben hier gemiddeld 15 tot 20 uur per week mee bezig. Dan doe ik nog bezoekwerk in Poortugaal voor de Katholieke Kerk. En ik ga een paar keer voor in diensten in verpleeg- en 25


ziekenhuizen‌ In de politiek wordt er wel gezegd, mensen moeten langer werken. Men beseft niet hoeveel werk er eigenlijk door 55 en 65 plussers onbetaald wordt gedaan, wat anders blijft liggen. Heer 60 -70 Vrijwillige inzet heeft onder andere te maken met gezinssamenstelling, leeftijd en het al dan niet hebben van betaald werk. Opvallend vaak vertellen respondenten dit wel te hebben gedaan toen zij nog schoolgaande kinderen hadden. Veel ouders lijken bereid te zijn om zich voor de school in te zetten. En dat houdt op als de kinderen de school verlaten. Ongeveer de helft van de respondenten die zijn gesproken, hebben op de een of andere wijze in het verleden wel voor kortere of langere tijd aan vrijwilligerswerk gedaan. De meest genoemde reden voor het beÍindigen van de inzet voor vrijwilligerswerk is dat men genoeg heeft gedaan aan vrijwilligerswerk en dat het nu wel genoeg is. Een andere genoemde reden is dat men het te druk heeft met het gezin en de betaalde baan om daarnaast ook nog aan vrijwilligerswerk te doen. Ook wordt door wat oudere bewoners genoemd dat ze met de kleinkinderen bezig zijn. U wordt 150 als u al de jaren erbij krijg die wij als vrijwilliger in de sport hebben gestoken, zowel bij sportverenigingen van onszelf als die van de kinderen. We zijn dat blijven doen bij de verenigingen waar we voor Hoogvliet aan verbonden waren. Ook op school waren we voorleesmoeder, overblijfmoeder. Nu doen we niets meer en we overwegen het ook niet meer. We hebben nu een kleinkind waar we regelmatig voor oppassen. Nu zijn wij aan de beurt. Ik weet wel dat er buren zijn die zich met vrijwilligerswerk bezig houden. En er is een familie verderop zeer actief in de kerk. Echtpaar 60-70 Veel mensen zijn nu met hun kleinkinderen bezig. En ik ken niemand in de straat die vrijwilligerswerk doet. Het zijn natuurlijk ook bijna allemaal mensen die allebei werken. Mensen die samen hard werken hebben daar geen tijd voor. Ik heb zelf nooit gewerkt, daarom had ik tijd voor dat soort dingen. De meeste vrouwen die in de speeltuinvereniging werkten die hadden geen van allen een baan. En sommige mannen deden er dan een beetje naast als extra hulp. In die tijd werkten nog niet alle vrouwen. Nu gaan er steeds meer vrouwen werken. Dat heb je dan en daarom wordt het minder Echtpaar II 60-70 Ook zijn er bewoners die actief waren maar door een fysieke beperking het vrijwilligerswerk moesten staken. En er zijn ook bewoners een ziek familielid verzorgen of dit hebben gedaan en daar al hun vrije tijd in hebben gestoken. Zij zijn nu blij dat ze alle tijd voor zichzelf hebben. Dit is de zogenaamde mantelzorg. Nou, ik heb altijd achter mijn ouders aangelopen. Ik heb mijn ouders 30 jaar verzorgd. Ik heb nooit echt gewerkt, ik heb alleen maar voor die mensen gezorgd. Echtpaar V60-70 M 70-80 Ik heb ook de zorg voor mijn 95 jarige moeder vergeet dat niet. Ik ben het enigste kind, ze is hier zeker bij elkaar drie maanden per jaar. En ik ga vaak naar Duitsland naar haar toe. Echtpaar 60-70 16-7 Ook bestaat bij 1 respondent mantelzorg op burenniveau. Het gaat dan om het structureel iets doen voor een ander die beperkt is, in de buurt. Mensen hebben de neiging elkaar niet tot last te willen zijn en stellen dat als ze hulp nodig hebben, ze dit wel zullen inschakelen bij familie 26


of de thuiszorg. In slechts één geval werd van een respondent gehoord dat zij een buurvrouw heeft die mantelzorg biedt. Er woont hierboven een man alleen van 89 jaar en op de hoek woont een vrouw alleen en die helpt hem zijn ogen druppelen. En ze houdt de post van twee huizen verder in de gaten. Ik heb de sleutel ook van de buren. Iedereen heeft contact met elkaar. Hiernaast woonde een man die werd 92, kun je na gaan! We worden oud hier, goede grond hier! Twee zussen 70-90 Als we de goede sociale contacten en burenhulp die bewoners elkaar nu bieden als uitgangspunt zouden nemen, zou het er toe kunnen gaan leiden dat men elkaar op onderdelen ook wel mantelzorg zal bieden of ondersteuning geven bij een buur die een ziek wordt. Te denken is dan aan bijvoorbeeld boodschappen doen, medische hulp, etcetera. Gebaseerd op de tevredenheid over de buren en de geboden hulp en omdat veel bewoners oud willen worden in de wijk, zou men kunnen verwachten dat ook meer een beroep op elkaar zal worden gedaan als het gaat om mantelzorg. Dit is echter niet het eerste waar de bewoners aan denken. Men denkt eerder aan de inzet van professionele organisaties. Dat leidt ons naar het volgende deel dat handelt over zorg die mensen ontvangen of denken te gaan ontvangen in de toekomst. 4.5 Lichaam en geest Het merendeel van de respondenten die zijn gesproken, waren momenteel in goede gezondheid en zonder beperkingen. De gemiddelde leeftijd is 60 jaar. De jongste respondent was 41 en de oudste 87. Eén dame ontvangt thuiszorg en 1 dame krijgt een pgb ( persoonsgebonden budget) en heeft haar eigen hulp in de huishouding. Als met het stijgen van de leeftijd de zorgvraag zal toenemen, dan zal Boomgaardshoek een groei laten zien van hulpvraag in aankomende jaren. Vele bewoners vertellen dat als het nodig is, ze thuiszorg zullen aanvragen.Enkelen benadrukken dat ze dit pas doen als het niet anders kan en geven de voorkeur aan hulp van de eigen partner of familie. Als we spreken over zorg, gaat het tegenwoordig ook vaak over mantelzorg. In het stuk over participatie is hierover al één en ander gezegd. Het blijkt namelijk dat de overheid er op rekent dat als er zorg gewenst is, dat de omgeving, zoals buren en familie, ook een rol daarin spelen. Dit laatste is een kern van de zorgzame samenleving, die tot uitdrukking komt in de WMO. Wij zijn gewend zoveel mogelijk voor onszelf te zorgen. Ik heb mijn best gedaan om zo min mogelijk aanspraak te doen op voorzieningen en andere mensen. Toen ik zes weken rust moest houden wegens mijn operatie, heeft mijn man zes weken vrij kunnen nemen. Hij had nog veel vrije dagen. Toen heeft hij voor mij gezorgd. Als je mij vraagt waar ik het meest blij mee ben, dan is dat het. Ik zou zeer voorstander zijn voor wettelijk geregeld ziekteverlof, omdat zorgen voor iemand die zo een ingrijpende ervaring heeft gehad, heel intensief is.Het gaat niet alleen om het fysieke. Het is zoveel meer dan dat, het heeft zoveel dimensies. Het is eigenlijk existentieel. Als je dan iemand hebt die je kan helpen over je problemen heen, dan is dat fantastisch. Dame 40-50 Hier wordt gepleit voor het wettelijk ziekteverlof. Deze kortdurende mantelzorg zou de professionele zorg deels kunnen ontlasten en een oplossing zijn bij tekort aan medewerkers in de thuiszorg. Een respondent met ervaring met thuiszorg zegt over de toekomst: 27


We gaan dan nog liever ergens gelijkvloers wonen. En mijn dochter doet wijkverpleging en komt ons dan ook wel helpen. We komen dan een heel eind. Mijn vader krijgt nu thuishulp, maar wat een ellende het soms is. Dan komt die weer niet en dan komt die weer niet….. En verder lopen wij hem nog na. Alle hulp buiten de gewone hulp doen wij. En ik moet zeggen: de hulp van tegenwoordig is niet meer de hulp zoals het geweest is. Daarvoor liepen wij een ander familielid na. Echtpaar 50-60 Deze negatieve ervaring staat niet op zichzelf. Meer respondenten gaven aan dat 'het niet meer is wat het is geweest'. Ik heb ernstige hart- en longproblemen, een familiekwaal. En er zijn er meer in dit gebouw die zorg ontvangen. Ik heb hulp bij het aankleden en uitkleden en als ze tijd hebben een kopje koffie en dat zit er lang niet altijd meer bij, want ze hebben het druk, zeker nu in de vakantieperiode. Maar normaal zijn er wel een paar die een kopje koffie kunnen drinken. Ik ben die meiden dankbaar en zeer tevreden. Als ik hun niet had, wat zou ik dan moeten beginnen? Ik heb die zorg al in de Alfastraat gekregen. Eerst konden we het met z’n tweeën nog redden, toen kreeg ik die infarcten en toen ging het niet meer. En die hulp kregen wij snel, dat ging goed. Ik heb haast altijd dezelfde dames en soms verandert er wel wat. Alleen de laatste paar jaar zijn er dingen veranderd, ook dat ik ook wel eens andere mensen heb. Ik wil toch het liefst dezelfde gezichten. Je zou het liefst elke dag door dezelfde onder de douche gezet worden. Ik vind en met mij vermoed ik meerderen, dat de gemeentes er niet verder aan moeten afknibbelen want we kunnen gewoon niet met minder, dat kan gewoon niet. Het gaat tegenwoordig allemaal veel stroever. Een stel goede meiden zijn al weg. Hele goede hulpen die weg zijn. Er zitten er nu een paar die er echt niet zo zwaar aantrekken, nee ooh nee. Dame 70-80 Ik heb een PGB voor het werk. Mijn zoon en schoondochter komen mij op vrijdags helpen met de huishouding. Had ik hun niet dat had ik zelf moeten zoeken. Of de thuiszorg. Nou ik heb dat bij de buurman gezien, nou, als je er zo een hebt... Dat kind had een kerstkleed op bed gelegd als verschoning. Dame II 70-80 Terwijl een enkeling blij is met de hulp van een familielid, zijn er ook bewoners die er niet aan willen denken dat hun familie voor hen moet zorgen. Zij willen als het zover is professionele zorg. Daar hebben wij ons nog niet in verdiept ( man red). Ik heb er wel over nagedacht (vrouw red); als we wat gaan mankeren, wil ik dus niet dat de kinderen alle ellende op hun dak krijgen. Daar wil ik dus zelf voor zorgen …. Als het zo is dat ik geen trappen meer kan lopen, ik zeg maar wat, dan gaan we ons laten inschrijven in een serviceflat of het huis aan laten passen. Dat is niet ondenkbaar. We zouden ook wel bij buren kunnen terugvallen op bepaalde hulp. Echtpaar 60-70 Tamelijk veel respondenten hebben in het verleden mantelzorg aan familie gegeven (5 respondenten) of geven dat nu nog (4 respondenten). Nu ontvangen drie respondenten zelf structureel ondersteuning van buren of familie. Zo zijn er twee dames op hoge leeftijd (86 en 87) nog in goede gezondheid die zelfstandig wonen, maar door de ouderdom niet alles meer 28


kunnen. De ĂŠĂŠn krijgt ondersteuning van haar zoon en schoondochter die aan de overkant wonen en de grote dingen doen als ramen zemen en stofzuigen en de andere dame wordt door haar buren ondersteund. Een andere dame gebruikt haar PGB om haar zoon en schoondochter te vergoeden voor het doen van het huishouden. Op de vraag of mensen wel eens in het verleden contact hebben gehad met een welzijnsorganisatie of een zorginstelling voor diensten om thuis (beter) zelfstandig te kunnen wonen gaf slechts een enkele respondent aan dit te hebben gehad. Dit contact ging vaak niet verder dan het aanvragen van krukken of andere hulpmiddelen. Wel noemde een respondent de situatie van twee buren direct naast haar; En ze komen ook verzorging brengen in de wijk. En thuiszorg Rotterdam zit ook in Hoogvliet. Bij de buurman die dement is komen ze zoveel keer per dag voor medicijnen, om hem te wassen en hem aan en uit te kleden. En Westenstein in de andere wijk krijgt ook voor gehandicapten twee etages. Een dagbesteding zit aan de Kulk, daar gaat de buurman twee keer per week heen. Wordt 'ie opgehaald en daar heen gebracht, dat is bij de Binnenban. Dus het is er allemaal. Je moet het natuurlijk wel zelf willen maar het is er wel. De buurvrouw aan de overkant ging steeds slechter zien en die wilde meer verzorging hebben. En de kinderen hebben toen gezorgd dat ze in Westenstein kon wonen. Ze had ook op zichzelf kunnen blijven wonen maar dat wilde ze zelf niet, met zorg zoals de buurman hiernaast. Wil je het wel of wil je het niet? En er is ook Tafeltje Dekje. Ja, tegenwoordig zijn het diepvriesmaaltijden. De buurman krijgt elke dinsdag zijn maaltijden geleverd. En men kan ook bij instellingen gaan eten. Echtpaar 60-70 Deze dame noemt een aantal belangrijke aspecten als het gaat om zelfstandig wonen en zorg. 'Ten eerste', zegt ze, 'komt men de verzorging brengen'. Hiervan gaan bijna alle respondenten uit als ze zorg in de toekomst nodig hebben. Mocht het echt nodig zijn, dan rekent men op thuiszorg en wijkverpleging. Het tweede wat deze respondent noemt, is dat er een verzorgingshuis in de buurt is waar men naar toe kan. Hoewel alle bewoners lang zelfstandig in het eigen huis willen blijven, is het meest genoemde argument om het huis te verlaten dat men de verzorging in moet. Veel respondenten kunnen wel een of meerdere van deze voorzieningen noemen in Hoogvliet. Tot slot noemt de dame dat de buurvrouw wel in een voorziening wilde wonen en de buurman niet. Keuzevrijheid en persoonlijke voorkeuren bepalen dus voor een deel waar men oud en/of beperkt wil wonen. De respondent stelt dat alles er is en wijst hierbij op het professionele aanbod. De oudste respondent (88) verwoord eigenlijk de algemeen luidende visie van de bewoners over de laatste woonplek. Zolang het goed gaat blijf ik zitten en verder zien we wel. Als het echt niet meer gaat en ik moet dan zal ik verhuizen naar iets met een lift eventueel in de verzorging. Dame 80-90 Veel respondenten noemen een scootmobiel te nemen als dat nodig is en geven daarbij aan dat de wijk hier prima op is ingericht. Ook de huidige gebruikers van de scootmobiel beamen dit. Nou de BAS naast de deur en ik kan naar de binnenban met mijn scootmobiel. Dame 70-80

29


Als het nodig is kun je hier straks wel je rollator of scootmobiel door de wijk. Echtpaar 60-70 4.6 Uitgelicht: De flats rondom de BAS van de der Heijden Bij aanvang van het onderzoek werd mij door het opbouwwerk verteld dat er zorg bestaat over de bewoners die wonen in de flatjes boven en rondom de BAS. Hier vermoedt men, in vergelijking met andere delen van de wijk, meer sociale problematiek en/of problemen op andere gebieden (financieel, gezondheid). Ook werd al beschreven hoe er zorg bestaat vanuit de bewoners in andere delen van de wijk. Daarom wordt in dit rapport enige extra aandacht besteed aan dit gedeelte van de wijk. Vandaag heb ik voor het eerst rondgelopen bij de flatjes. Door bewoners uit andere buurten was ik tijdens interviews al gewezen op het onderscheidende karakter van dit gebied. Sleutelpersonen van het opbouwwerk hadden hun zorg uitgesproken over de bewoners van de flatjes. Deze straten waren ook geselecteerd voor interviews en ik wilde vandaag hiermee een begin maken. Terwijl ik richting de flatjes wandelde, viel me inderdaad op hoezeer de bebouwing zich onderscheidde van de rest van de wijk. Waar ik voorheen alleen maar eengezinswoningen had gezien, liep ik nu richting flats. Onder aan de flats lag een berg grofvuil op een hoek. Later werd me door flatbewoners verteld dat deze er al een tijd lag. Ik begon met aanbellen bij de verschillende appartementen om te vragen of men bereid was tot het houden van een interview. Ook nu viel me een onderscheid op. Waar ik voorheen zeer vriendelijk en open te woord was gestaan door bewoners, werd er nu af en toe wat wantrouwend op me gereageerd. Enkele bewoners die opendeden zagen er slecht verzorgd uit of waren veel ouder en/ of invaliden. Dat was ik tot nu nog niet tegengekomen. Tussen de flats in lag de Bas van der Heijden. Naast de Bas van der Heijden ligt het Multifunctioneel Centrum. Ook hier ben ik vandaag binnen gegaan. Binnen was het donker en gedateerd. Het leek sinds de jaren 80 niet meer veranderd te zijn. Ik vond het geheel niet erg uitnodigend eruit zien, zeker niet gezien de functie als ontmoetingsplaats. Het beeld dat me eerder was gegeven leek vandaag bevestigd te worden. Veldnotitie (25-7-2008) onderzoeker Ricardo Balkhoven In dit gedeelte van de wijk staan zes flats van twee verdiepingen. Tussen de flats in is de supermarkt Bas van der Heijden gelegen. Achter de woningen van de begane grond bevinden zich kleine tuintjes. In vergelijking met de gestructureerdheid van de rest van Boomgaardshoek met haar eengezinswoningen, ziet het er wat vager uit. Bewoners uit andere delen van de wijk spraken soms wat minzaam over dit flatgebied. Het verschil is dat er hier bijna geen flats zijn. Je komt elkaar hier tegen in de tuin, je praat met elkaar over de heg. We drinken koffie met elkaar. Als we jarig zijn doen we soms een borreltje. Je zult dat in zo’n flatje bij BAS niet tegenkomen. Ook Boomgaardshoek heeft zijn plekjes. Wij kennen dingen van elkaar . Dat contact is dan met de directe omgeving. Verder ken ik veel gezichten en ik zie veel van mijn buren bij de supermarkt hier vlakbij. Bij de flatjes bij BAS is het wel anders daar wordt regelmatig verhuisd, dat zijn huurwoningen‌. Heer 60-70 30


In deze wijk zijn alleen de huizen rond de Bas betaalbaar. Daar zitten mensen die uit de goot komen en alles en die douwen ze daar dan in. Daar gebeurt wel eens wat. Voor de rest is hier alles koop in de wijk. Echtpaar 50-60 Dit stukje van Boomgaardshoek geniet een minder goede reputatie. Maar zoals uit voorgaande beschrijvingen blijkt, spelen er ten aanzien van wonen verschillende elementen een rol, zowel op fysiek als op sociaal gebied. De vraag rijst op welke factoren dit gebied zich onderscheidt van de rest van Boomgaardshoek en in hoeverre de flatbewoners dit ook zelf ervaren. 4.6.1 Fysieke aspecten De woningen zijn voor verhuur bestemd en met name voor de lagere huurcategorie. De bewoners zijn zodoende de minder draagkrachtige. De bewoners die ik sprak gaven aan tevreden te zijn over de verhuurder. Vooral werd benadrukt dat klachten snel worden opgelost. Wel klaagt men over slechte ventilatie omdat er bijvoorbeeld in de woonkamer maar een klein raampje open kan. Het is met name de woonomgeving waar deze bewoners over klagen. Dat wil zeggen dat de bewoners zelf vinden dat zij, in vergelijking met de andere delen van de wijk, vinden dat zij in het minst mooie gedeelte wonen. Bovendien gaven de flatbewoners aan dat zij de verloedering zagen toeslaan. Zij wezen op plantenbakken die onverzorgd waren, het vuil op straat (dat volgens hen door andere wijkbewoners werd gedumpt) en het gebrek aan afstand tussen de parkeergelegenheden en de huizen (waardoor uitlaatgassen soms letterlijk de keuken in dreven). Gemeld werd dat de plantsoenendienst haar werk niet goed deed en regelmatig onkruid liet staan. Al deze factoren dragen er volgens de flatbewoners aan bij dat 'hun' buurt aan verloedering onderhevig was. Ik vind dit hele plekje rond de BAS een minpunt van de wijk. Op zich is het verder een mooie wijk. Ik dacht wel eens: “waarom doet de gemeente dat plein nou niet eens een beetje fatsoenlijker inrichten?”. Dan staan er een paar plantenbakken met halfdode planten .Maak daar nou wat leuks van. Dat kost de wereld toch niet? En zorg voor een goede vakkenindeling voor de auto’s, dat staat toch zoveel beter? Het is allemaal zo armoedig. Dan staat er een schuine boo, een paaltje dat omver is gereden. En dan denk ik: 'is dat nou de Boomgaarsdshoek?'. Dame 70-80 De flatbewoners ergeren zich dus ook aan de toenemende verloedering en zijn zich bewust van het verschil met de rest van de wijk. De vraag rijst waarom bewoners zich dan niet inzetten voor een schonere woonomgeving, zoals dat in andere delen van de wijk wel gebeurt. De verklaring ligt wellicht deels in de fysieke structuur van de omgeving. Eerder bleek uit citaten al dat bewoners in Boomgaardshoek elkaar aanspreken op gedrag. Dit gebeurt vaak op zogenaamde ontmoetingsplaatsen, zoals een tuin. Eerder gaf een respondent bijvoorbeeld aan dat buren nogal eens een praatje maken over de heg. In een flatgebouw moeten de bewoners het doen zonder deze ontmoetingsplaats. De ontmoetingsplaats in een flat kan bijvoorbeeld een galerij zijn, een lift, een trappenhuis of de plek waar de brievenbussen zich bevinden. Hier dient zich een tweedeling aan. De flatbewoners op de begane grond lopen vanaf de straatkant rechtstreeks hun huis in. Er is zodoende geen ontmoetingsplaats met de bewoners op de hogere etage. De bewoners op de begane grond hebben weliswaar een tuintje, maar deze zijn zo klein dat nauwelijks van een ontmoetingsplaats kan worden gesproken. Waar de bewoners 31


van de overige delen van de wijk dus vergemakkelijkt worden in hun sociale leefbaarheid door de aanwezigheid van ontmoetingsplaatsen, lijkt het erop dat de flatbewoners het zonder deze plekken moeten doen. De vraag rijst in hoeverre de sociale leefbaarheid hierdoor wordt aangetast. 4.6.2 Sociale aspecten Van de gesproken respondenten is het wellicht geen toeval dat de twee personen die klagen over eenzaamheid, juist in deze flats wonen en op de begane grond. De bewoners van de flats zijn vooral ouderen en alleenstaanden, ofwel de personen die zich in de zogenaamde kwetsbare categorie bevinden met betrekking tot sociale contacten. Er wonen meer ouderen. Hiernaast woont een vrouw. Haar man zit in een verzorgingshuis en daar is ze vaak. De buren aan die kant zitten de hele zomer bij hun huisje en ik zit op de hoek. Ik zie niemand, ook niet op de balkons. Of ik vroeg toevallig vorige week aan mijn buurvrouw 'wassen jullie je kleren nooit?'. Ze zegt: 'hoezo?'. Ik zeg: 'ik ben de enigste die wasgoed buiten te drogen hangt. Je maakt mij niet wijs dat iedereen een droger heeft? Dat moet je toch wel kunnen betalen!'. Er zitten toch wel een aantal mensen met een klein inkomen. Het contact is niet zo dat ik met kleine vragen direct naar de buren kan. De enige plek waar ik me eenzaam voel is hier Dame 70- 80 Een schrijnend geval was van een respondent die aangaf te vereenzamen. Er zijn geen kopjes koffie met elkaar. We groeten elkaar wel. Als er nu toch eens een boodschapje is dan mag ik die van de jehova´s bellen. Voor de rest is het een beetje eenzaam wonen. En soms voel ik me eenzaam. Ik heb geen vriendinnen meer die zijn allen overleden. Dame II 70-80 Overigens heeft de onderzoeker beide dames gestimuleerd contact met elkaar op te nemen. Hij heeft daartoe het adres en telefoonnummer van beide dames uitgewisseld. Het beeld dat er minder sociale cohesie is in het flatgebied lijkt dus inderdaad bevestigd te worden. Toch behoeft dit beeld enige nuancering. Er werd namelijk ook een flatbewoner gesproken die een andere kijk op de zaken had. Er zijn in dit onderzoek respondenten gesproken die zeer tevreden zijn en zich positief uit laten over de sociale contacten. De buurt is heel leuk ik moet zeggen ik denk dat wij het getroffen hebben, ik denk dat wij het leukste flatje hebben van alle flatjes. Alle buren van de bovengalerij deze en beneden wij gaan zo goed met elkaar om. Het is hier gezellig voor mijn buren zou ik niet weg willen. We zitten met z’n allen buiten. Mijn hond is de vriendin van de hele galerij. Elkaar altijd gedag zeggen de boel van elkaar in de gaten houden..Laatst kwam er een buurvrouw aan mij vragen hoe het met de oude dame naast ons gaat omdat ze al een tijd die mevr niet had gezien. Ik denk dat is goed. De buurvrouw beneden zit ook vaak buiten daar heb ik ook veel contact mee. Beneden woont een echtpaar dat als ik ze spreek wel een uur lang gaat over de kwaaltjes. We brengen elkaar hier als het kan en nodig is naar de dokter of het ziekenhuis. In die 32


andere flatjes zie ik nooit iemand buiten zitten Dame 40-50 In de flat goed we gaan leuk met elkaar om allemaal. Niet op de koffie maar gewoon en met het volgende flatje praten we ook mee‌ Ik heb de sleutel ook van de buren. Iedereen heeft contact met elkaar. Twee zussen 70-90 Deze fragmenten staan in schril contrast met de eerder weergegeven fragmenten waarin gewezen werd op gebrek aan communicatie tussen de flatbewoners. Hieruit kunnen we opmaken dat de sociale leefbaarheid bij de flatbewoners af zou kunnen hangen van eigen initiatief. Voor zover het multifunctioneel centrum als ontmoetingsplaats zou kunnen fungeren, werd aangegeven dat de bewoners zich in de steek gelaten voelen. Zoals eerder werd beschreven dat de bewoners voelen dat de gemeente op fysiek terrein een soort van laissez faire beleid lijkt te voeren (zoals de plantsoenendienst die half werk levert), zo lijkt dat ook op te gaan ten aanzien van ontmoetingsplaatsen als het MFC. Toen ging de leidster weg en wilde niemand het overnemen. Het is twee jaar geleden gestopt en dat was heel jammer. Er wordt voor oudere nu niets meer georganiseerd in het MFC op biljarten na. De schilder en tekenclub is ook weg. Er was veel animo. Nu zit ik hele dagen thuis en probeer ik hier te knutselen. Handwerk kaarten maken. Naar de kerk ga ik ook niet meer. Dame 70- 80 De oudere flatbewoners geven overigens aan dat zij volledig willen participeren in de wijk. Een respondent gaf bijvoorbeeld specifiek aan geen ontmoetingsplaats te willen voor alleen ouderen. Het is dat ik de thuiszorg heb anders zou ik echt in sociaal isolement zitten. Nou zou ik ook niet gaan naar een ouderensoos of zo hoor. . Ik zou er verder geen gebruik van maken. Ik ben geen clubjesmens dan maar liever op mijzelf. Dat gezeur van die ouwetjes Dame II 70-80

33


HOOFDSTUK 5 Conclusies en aanbevelingen 5.1 Conclusies De hoofdvraag van dit onderzoek is: “Wanneer is volgens de bewoners de wijk Boomgaardshoek ingericht voor elke levensfase. En welke bijdrage denken mensen hier zelf aan te kunnen leveren.” Deze hoofdvraag wordt beantwoord, door antwoord te gegeven op de volgende deelvragen. Hoe ervaren de bewoners de fysieke aspecten van het wonen in Boomgaardshoek? (zoals de woning, de publieke ruimte, voorzieningen etc.) De bewoners zijn tevreden met hun wijk en wonen hier gemiddeld al lang. Op een enkele bewoner na woonden alle bewoners al in Rotterdam voordat zij zich in Boomgaardshoek vestigde. Het merendeel wil hier oud worden of is dat al. Alle bewoners blijken ook tevreden te zijn over hun eigen woning. De huurders van de flats klagen wel over slechte ventilatie. Voorzieningen zijn op orde. Er zijn ook ergernissen die per klein deel van de wijk verschillend zijn maar nimmer de leefbaarheid ernstig aantast. Zo vinden de bewoners bij de flats rondom de BAS dat er in de buitenruimte om hen heen wel wat verloedering toeslaat. We kunnen stellen dat de (buiten)ruimte in het flatgebied zich op meerder fronten onderscheidt van de rest van de wijk. Er zijn bij alle respondenten samen zeer beperkt wensen als het om wonen gaat. Belangrijk aandachtspunt is om jongeren in hun eigen woonomgeving te kunnen laten starten. Als jongeren in de buurt van ouders willen wonen zou dit voor nodige mantelzorg in de toekomst een positieve invloed kunnen hebben. Voor ouderen zou aandacht kunnen komen voor meer gelijkvloers woningaanbod. Hoe ervaren de bewoners de sociale aspecten van het wonen in Boomgaardshoek? (zoals sociale relaties, bindingen, omgangsnormen) Het merendeel van de respondenten is tevreden met hun buren en de sociale contacten. Hoe diep de sociale contacten gaan is per respondent verschillend. Waar de één wat afstandelijker blijft naar zijn buurtgenoten, verdiepen anderen de sociale contacten. Wel geven de respondenten aan klaar te staan voor elkaar wanneer hulp geboden dient te worden. Zeker 18 respondenten zeggen dat er sociale controle is. Twee respondenten hebben aangegeven zich eenzaam te voelen. Deze respondenten wonen in het flatgebied. Het is zo dat bewoners in dit gebied met minder fysieke ontmoetingsruimten moeten doen, zoals tuinen, waardoor het sociale contact meer zwaarder op eigen initiatief rust. Het multifunctionele centrum dat als ontmoetingsplaats zou kunnen dienen, lijkt weinig uitnodigend te zijn. Er zijn geen flatbewoners gesproken die gebruik maken van het centrum, ook niet degenen die vertellen te vereenzamen. De twee zussen wonen samen in één flat op verschillende etages en ontmoetten op die manier verschillende mensen. Het feit dat zij ook nog kinderen hadden die elders in de wijk woonden, zorgde ervoor dat zij mobiel bleven, ook in hun sociale contacten De aanwezigheid of komst van zogenaamde nieuwe groepen, zoals hangjeugd allochtonen en “eigenzinnigen” dreigt de sociale rust te verstoren, maar tot nu toe is dat nog niet in ernstige mate gebeurd. Voor zover er sprake is van verstoringen, ondernemen de bewoners zelf actie om dit te bespreken en op te lossen. Het beeld dat de flatbewoners zich niet druk maken om 34


hun omgeving wordt weersproken tijdens de interviews. Zij stellen een gedeelte van de bewoners van de overige delen van de wijk mede verantwoordelijk voor de toename van een deel van het vuil op straat. Mensen voelen zich veilig in deze wijk. Er zijn respondenten die spreken over inbraakpogingen en een incidentele geslaagde inbraak het leidt niet tot een verslechtering van het subjectieve veiligheidsgevoel. Hoe denken de bewoners over maatschappelijke participatie en wat moeten de condities zijn om mee te doen? (zoals inzet, meedoen aan activiteiten om het samenwonen en leven te verbeteren) Bewoners doen allen op eigen wijze in meer of mindere mate mee en nemen zo een rol in de samenleving als het gaat om participatie. In de wijk lijkt burenhulp voor de meeste bewoners vanzelfsprekend en aanwezig. In een aantal straten wordt aan Opzoomeren gedaan en vooral bewoners met kinderen stellen hier prijs op. Initiatiefnemers vinden en ondersteunen blijft belangrijk. Enkele respondenten deden aan vrijwillige inzet in het verleden en zijn nu toe aan andere taken. Sommige bewoners willen geen structurele inzet plegen. Hebben nooit aan vrijwilligerswerk gedaan en zullen dat ook nooit doen. Enkele bewoners hebben een mindere ervaring met het vrijwilligerswerk en vinden bijvoorbeeld dat er teveel aan ze getrokken werd voor meer inzet en gaven op. Ook zijn er bewoners die zeggen dat als ze meer tijd zouden hebben, wel aan vrijwillige inzet te zullen doen, omdat het in hun levensvisie past dat te doen. De vergrijzing zal het aantal mantelzorgers in de wijk doen toenemen, al dan niet ondersteund door hun buren, maar zeker is dat het merendeel van de respondenten indien dat nodig is professionele hulp zullen inroepen. Veelgenoemde condities waaronder mensen meer aan vrijwillige inzet willen doen: meer tijd hebben en dat men wel wil meedoen aan buurtactiviteiten maar niet zelf het initiatief wil nemen. Er is weinig onbenut potentieel voor vrijwillige inzet onder de gesproken respondenten. Hoe ervaren bewoners nu of welke behoeften verwachten bewoners ze in de toekomst als het gaat om (gezondheids)zorg? Veel respondenten verkeren in goede gezondheid ook op hoge leeftijd. Het overgrote merendeel heeft nog geen contact gehad met een zorg- of welzijnsinstelling anders dan een ziekenhuis Mensen zijn niet zo bezig met zorgvragen als ze gezond zijn. En er lijkt veel vertrouwen te zijn in oplossingen als het zover is. Vier respondenten hebben serieuze gezondheidsklachten waarvan er slechts 1 hulp van de thuiszorg ontvangt. De respondenten die direct of indirect met de thuiszorg hebben te maken vinden dat de veranderingen van de laatste tijd niet positief zijn. Mensen willen lang zelfstandig blijven wonen en bijvoorkeur in eerste instantie met hulp van de eigen omgeving.Een enkeling wil die omgeving juist niet tot last zijn. Het huis zal door velen worden aangepast en een scootmobiel nemen als de mobiliteit achteruitgaat. En een enkele respondent maakt gebruik van Vervoer op Maat als het om grote afstanden gaat. Ook over deze vorm van vervoer is men verdeeld tevreden. Veel bewoners vertrouwen erop dat als het nodig is dat ze thuiszorg krijgen. Het lijkt erop dat men als het gaat om informatie en advies op dit gebied men goed de weg weet. De toenemende vergrijzing zou ertoe kunnen leiden dat de behoefte aan formele en informele zorg zal toenemen, zoals thuiszorg, mantelzorg of burenhulp. Wat is volgens de bewoners nodig om lang zelfstandig en zelfredzaam te wonen in Boomgaardshoek? (zoals diensten, informatie en advies, gezondheidszorg) Zoals duidelijk zal zijn uit bovenstaande is deze vraag niet eenduidig te beantwoorden. Het antwoord op deze vraag loopt dan ook als rode draad heen door de eerdere antwoorden.

35


Ter afsluiting nog een korte opsomming van alle redenen om te komen, te blijven in of te vertrekken uit Boomgaardshoek: • • • • • • • • • • • • • • • •

Betaalbare ( gesubsidieerde) woningen Eengezinswoningen Veel groen Dichtbij de oude Maas en de Rhoonse Grienden Goed openbaar vervoer Een wijk met dorpse sfeer Een rustige wijk Een veilige wijk Familie die al woonde in de wijk Kinderrijk Wooncomfort Gezinsuitbreiding Betaalbaar aan een woning te komen Aanbod openbaar vervoer naar het centrum Bestaand sociaal netwerk niet willen opgeven. Prima wijk met scootmobiel

Redenen om te verhuizen: • Als het niet anders kan wegens fysiek en/of mentale beperkingen • Het huis wordt te groot • Kinderen zijn het huis uit • Familie achterna • Randstad uit en landelijk wonen • Gelijkvloers willen wonen • Een huis met een tuin willen • Het huis is niet aan te passen

36


5.2 Aanbevelingen Starterswoningen Veranderende levensfasen mogen in een levensloopbestendige wijk geen belemmering zijn om te kunnen blijven wonen in de wijk. Een veranderende levensfase is die van het ouderlijke huis verlaten en voor het eerst op jezelf wonen. Dat is nu waarschijnlijk onvoldoende mogelijk. Meer aanbod in starterwoningen voor jongeren kan hier de oplossing zijn. Waarbij jongeren uit de wijk wel de voorkeur genieten. Als jongeren in de buurt van hun ouders willen wonen, zou dit voor de nodige mantelzorg in de toekomst een positieve invloed kunnen hebben. Gelijkvloerse woningen Als door omstandigheden de wens of noodzaak ontstaat bij bewoners gelijkvloers te gaan wonen, dan lijkt ook hier het aanbod beperkt. Op deze wijze kunnen mensen die minder mobiel worden toch langer in de wijk blijven wonen. Belangrijk is hier dan rekening te houden met diversiteit in prijscategorieën. Het creëren van ontmoetingsplaatsen Waar bij het overgrote deel van de wijk ontmoetingen “vanzelf”ontstaan door voor- en achtertuinen, lijkt bij de flats, zoals bij de BAS, dit minder spontaan voor te komen. Deze ontmoetingsplaatsen zijn belangrijk voor sociaal contact en netwerk. Daarom is het aan te bevelen bij het flatgebied rondom de BAS om ontmoetingsplaatsen te creëren, waar ontmoetingen op een natuurlijke wijze kunnen ontstaan. Ook lijkt het MFC (Multi Functioneel Centrum) in zijn huidige staat en aanbod deze rol niet te vervullen. Renovatie en herdefiniëren van het MFC lijkt wenselijk. Mensen maken de Stad en/of Voordeurfunctionaris De signalen lijken er op te wijzen dat extra aandacht aan de bewoners wonend in een flat in de Boomgaarsdhoek gewenst is. Hoewel er zeker positieve ervaringen zijn gemeld door bewoners van de flats rondom de BAS, is er ook sprake van eenzaamheid en isolement. De beschikbare methodiek waarbij een inventarisatie en aanpak op grotere schaal ingezet kan worden is die van Mensen maken de Stad. De Voordeurfunctionaris zou zich kunnen richten op: o Versterken van het systeem van voegsignalering. Eerder en beter zicht krijgen op de problemen die nu vermoed worden. o Het verbeteren van de individuele problematische situaties van huishoudens. o De onderlinge betrokkenheid in de wijk bevorderen en versterken. o Het creëren van een vitalere buurt door het in kaart brengen en mobiliseren van de talenten en vaardigheden die aanwezig zijn en signaleren. Initiatiefnemers voor (wijk)activiteiten vinden en ondersteunen Een deel van maatschappelijke participatie bestaat uit buurtactiviteiten. Veel bewoners lijken bereid incidenteel wel mee te willen doen, “aan te willen haken”. Verantwoordelijk zijn en initiatief nemen gaat de meesten te ver. Dat betekent dat als er initiatiefnemers zijn deze op hulp van overige bewoners kunnen rekenen. Het vinden van deze initiatiefnemers is een taak voor professionals. Samen met de gevonden initiatiefnemers zoeken naar de bewoners die incidenteel willen participeren is ook een professionele taak. Ook bestaande initiatiefnemers zouden op meer ondersteuning moeten kunnen rekenen, zodat de initiatiefnemers gemotiveerd 37


en ge誰nspireerd blijven. Om participatie te intensiveren en te borgen blijft professionele inzet nodig. Vraaggericht werken Meningen en behoeften verschillen per buurt, per straat en soms zelfs per individu. Deze diversiteit vraagt om een goede overweging van plannen en oplossingen gericht op de specifieke problemen en wensen. Ook is het daarom aan te bevelen om bij nieuwe initiatieven kleinschalig te starten. Aanbevelingen die ge誰nterviewden hebben gegeven aan de opdrachtgevers van dit onderzoek, zijn opgenomen in bijlage 1.

38


BIJLAGE 1 Tips van geïnterviewden Nou toch wel meer aanpak van de hangjeugd en meer toezicht erop. Voordat het echt de spuigaten gaat uitlopen. Het lijkt wel of het steeds gekker gaat worden. Het is soms echt niet leuk meer de rotzooi die ze achterlaten. Flessen die ze laten liggen, die worden kapot gegooid. En dan loop jij er met je hond. En ik, iemand die daar woont, kon met de hond naar de dierenarts. Dame 50-6 Nou, hier in dit buurtje is het wel veilig. Maar twee weken geleden stond van één van de kinderen een fiets bij de bewaakte fietsenstalling door de weeks en op de dag. Ze kwam een keer laat uit school, maar toen was de stalling dicht. Dus ze wil maandag de fiets halen, fiets weg. Aan de ketting, daar moeten ze toch wel eens naar kijken. Het is nog steeds vrij parkeren ook op het grote winkelcentrum daar zijn we wel heel erg blij mee. Echtpaar 60-70 Kom de buitenruimte of groenvoorzieningen eens aanpakken. En ja het parkeren wordt steeds moeizamer. Dat komt omdat de kinderen van de scholen hier vlakbij tegenwoordig met de auto naar school worden gebracht Echtpaar 60-70 Soms denk ik wel, ze mogen wel eens maaien. Het staat wel eens hoog. Een theater zou wel fijn zijn. Daar moet je voor naar Schiedam of Vlaardingen, Rotterdam. Spijkenisse heb je dat natuurlijk ook wel. Naar Schiedam is tegenwoordig heel makkelijk. Voor de rest is hier alles. Echtpaar 60-70 16-7 De sfeer is veranderd. Er wordt wel wat opgeknapt maar er is ook een boel verpauperd, zoals de stoeptegels alles ligt een beetje dwars. Het groen het wordt steeds minder de bruggen het hout is verrot het verpauperd gewoon. Verder ben ik wel tevreden. Een paar goede, fatsoenlijke restaurants zijn er niet. We gaan altijd naar Rotterdam, Delft of Den Haag om uit te eten. De bibliotheek is erg klein hier. Ach, voor gezelligheid moet je ook niet in Rotterdam zijn. Kijk eens avonds naar de Coolsingel. Ik ga liever naar Antwerpen. De gemiddelde mens in Hoogvliet zal er ook wel geen behoefte aan hebben. Echtpaar V60-70 M 70-80 Wat jammer is, is dat je bang bent dat de buurt gaat verpauperen. We hebben drie buren in de naaste omgeving die, tja, zo hoog het onkruid. Zulke bergen. Vestia zou daar wel toezicht op mogen houden. Een onderhoudsplicht van tuinen zou geen kwaad kunnen. Het is toch heerlijk als je door de wijk wandelt om te kunnen genieten van de tuinen. Het is jammer dat mensen die graag een tuin zouden hebben, deze moeilijk krijgen. En dat er mensen zijn die dan een huis nemen en krijgen met een tuin, die er niet om geven. Meer toezicht van de politie op de jongeren. Wij hebben er weinig last van, maar de mensen die hier vooraan wonen ja. De jeugd vernielde bijvoorbeeld die abri om de hoek. Maar ja de jeugd houdt niet van dingen die mooi en heel zijn. Als je in het weekend ziet wat daar allemaal ligt aan bierflessen de honden van de mensen kunnen hier niet liggen van het glas dat daar ligt. Waar is dat voor nodig maar ja de Bas is hier voor de deur, lekker dichtbij. Daar kunnen ze makkelijk die pakjes drank kopen. En ik heb er verder geen last van maar de volgende dag is het één en al troep daar. Ik zie de deelgemeente het elke dag weghalen Dame 40-50

39


Parkeerproblemen zijn er. Er zou een herindeling kunnen worden gemaakt. Ze hebben de wipkippen hier weggehaald. Het is toch heerlijk als kinderen in hun eigen omgeving hun gang kunnen gaan. Plassen, een pleister, een snoepje alles in de buurt. Even aanbellen bij een vreemde omdat je kind moet plassen gaat dan niet. Maak ook eens een ouderwetse speeltuin hier in de wijk. Wij voelen ons hier wel eens vergeten in Boomgaardshoek. Veel aandacht gaat naar de sloopwijken enz. Het is een beetje het verdom hoekje. Het loopt daar wel denken ze. Doe eens wat aan de bestrating. Dat is nooit neergelegd. Meer met jongeren, meer met ouderen. Dame 40-50 Nou meer voor Vestia dat ze zorgen dat we meer kunnen ventileren in deze huizen. Onderhoud doen ze goed en snel. Dame 50-60 De straten de bestrating. Ik mis een pinautomaat je kan wel bij BAS maar dan moet je wel in de rij gaan staan. Ik ga naar de stad voor andere inkopen dan de dagelijkse boodschappen. Dame 70-80 Dat er weer een leuke crea club komt. Dat er weer wat te doen is. Voor ouderen is er niks. De buitenruimte is wel eens rommelig geweest maar de gemeente reageert wel snel. Dat gratis nummer bellen gaat wel. Echtpaar 50-60 Meestal is het zo, dat als je dingen aandraagt of aankaart, komt het op de grote hoop. Ik heb het idee dat ze zich richten op de wijken die ze slopen of waar nieuwbouw komt. Dat zijn prestigeprojecten. Volgens mij hoort Boomgaardshoek nog steeds niet echt bij Hoogvliet en wel om de reden dat als wij een krantje krijgen, dan gaat het altijd over het tussenwater nooit een stukje over deze wijk. Ik vraag me wel af waarom er zo weinig woningen voor jongeren zijn. Jongeren uit deze wijk kunnen hier niet terecht die moeten uiteindelijk buiten de wijk gaan wonen. Die zouden dan met een dergelijk levensloopbestendige wijk voorrang moeten krijgen bij huurwoningen. Je moet bij de geboorte al je kind voor een woning inschrijven anders kunnen ze het helemaal wel schudden. Er zijn in Hoogvliet veel te weinig fatsoenlijke sociaal woningbouw huizen. In deze wijk zijn alleen de huizen rond de Bas betaalbaar. Daar zitten mensen die uit de goot komen en alles en die douwen ze daar dan in. Daar gebeurd wel eens wat. Voor de rest is hier alles koop in de wijk. Ach, men heeft het wel over hangjeugd. Ttja, die staan wel eens daar bij BAS maar we zijn zelf ook jong geweest. Er wordt geklaagd over rotzooi. Maar zet er dan meer vuilnisbakken en leeg ze ook elke dag. Er wordt in andere wijken voor jeugd veel gedaan. Het lijkt wel of er problemen moeten zijn voordat er hier een jeugdhonk komt. Nee, voor de allochtonen jongeren wordt meer gedaan. Maar als er jongeren zijn op een plek verlicht het goed, richt de plek samen in met die jongeren Echtpaar 40-50 V) Ik vind alleen dat het gras het maaibeleid zwaar achterloopt.(M) Er is een bepaald beleid in Hoogvliet om te zorgen dat het gras langer wordt. En dan noemen ze dat ecologisch verantwoord maaien. (V) slaat nergens op. (M) Dat laten ze meters hoog groeien dat ziet er in het begin wel leuk uit maar voor de mensen met hooikoorts is dat een ramp. Maar op een gegeven moment wordt het wel gemaaid maar dan blijft het liggen en dan gaat het allemaal opbalen. (V) Als er al een ergernis is dan is het wel dat maaibeleid. (M) Regelmatig komt de schoonmaakdienst voorbij rijden. Qua groen zit je toch wel goed in deze streek. Het is heel open en heel veel ruimte. Echtpaar 40-50

40


Ze mogen wel meer toezicht houden. Ik woon al 23 jaar hier met veel plezier. In Hoogvliet is de leefbaarheid goed. Meer toezicht van de politie is wel nodig. Er is laatst bij mij ingebroken en dat gebeurt meer in de wijk. Dat is gebeurd, terwijl we sliepen heeft die inbreker mijn oude videocamera meegenomen en 3 pakjes shag. Zijn eigen shag lag op de grond. Ik ben lid geweest van een schietvereniging en had drie wapens in huis. Die gozer had me niet wakker moeten maken………. Echtpaar 60-70

41


BIJLAGE 2

REFERENTIES A.E. Komter, J. Burgers & G. Engbersen,Het Cement van de Samenleving, Amsterdam University Press,Amsterdam,2000

Anne van Veenen,Op het scherpst van de snede,Dr Gradus Hendriks Stichting,Den Haag,2004 Arum, S. van, R. Engbersen, A. Sprinkhuizen en G. van den Brink,Leefbaarheid als ambacht, NIZW, Utrecht, 2006 Astrid Huygen, Freek de Meere, En, heb je ook een vraag?, Verweij Jonker Insituut,Utrecht,2006 Balkhoven en El Gharboui, Samen leven en samen wonen in een krachtwijk, Rotterdam, 2008 B. Vรถlker, Burgers in de buurt. Samenleven in school, wijk en vereniging Amsterdam University Press, Amsterdam 2005 Boer, N. de, R. Engbersen, M. Lodewijks, J. de Smet, J. de Wild,Kansen Pakken, NIZW, Utrecht, 2005 C.A. Hazeu, N.G.J. Boonstra, M. Jager-Vreugdenhil, P. Winsemius, Buurtinitiatieven en buurtbeleid in Nederland anno 2004,WWR,Den Haag 2005 Deben, L., J. M. van der Weiden (red.), Sociologie en gebouwde omgeving Van Loghum Slaterus, . Deventer:1982 Kees Fortuin,Peter van der Graaf,De Stad verhaalt van de Stad,Verweij Jonker Instituu,Utrecht,2006 Maarten Davelaar,Freek de Meere,Tot achter de voordeur, Verweij Jonker Instituut,Utrecht,2006 Marissing, E. van, G. Bolt & R. van Kempen, Stedelijk beleid en sociale cohesie in twee herstructureringswijken. Nieuw-Hoograven, Utrecht en Bouwlust, Den Haag, Habiforum, Gouda,2004 Reijendorp,A,Stadswijk,Nai, Rotterdam,2004 Sprinkhuizen, A., R. Engbersen, P. Vlaar, In de ban van de Buurt, NIZW, Utrecht, 2003 Talja Blokland, Goeie buren houden zich op d'r eigen. Buurt, gemeenschap en sociale relaties in de stad,Dr Gradus Hendrik Stichting,Den Haag, 2005

Visie en Programma 2008 servicezone Rotterdam Hoogvliet.

42

onderzoeksverslag boomgaardshoek van kiem tot eik  

een kwalitatief onderzoek in de wijk Boomgaardhoek in Hoogvliet. Een onderzoek naar levensloopbestendigwonen Verricht door Ricardo Balkhove...

Advertisement