Page 1

Als je mijn opdrachten goed uitvoert, kan je het mysterie oplossen.

Kan jij me helpen om uit te zoeken wie de mysterieuze persoon is? Alvast veel succes!

Handleiding voor het Gemeentelijk museum Melle In opdracht van: Artevelde Hogeschool Gent – Profilering – Krachtige leeromgeving Wereldoriëntatie Uitgevoerd door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck Jaar: 2011 – 2012 Geschikt voor: 4de en 5de leerjaar


INHOUDSTAFEL

1. Voorblad

p. 1

2. Inhoudstafel

p. 2

3. Voorwoord

p. 3

4. Routeplanner, vervoersmogelijkheden en prijs

p. 4 – 5

5. Horizontale samenhang

p. 6

5.1. Waarbinnen past het thema?

p. 6

5.2. Geïntegreerde leergebieden

p. 6

5.3. Differentiatie en variatie

p. 6

6. Lessen 6.1. Vooropdracht in de klas

p. 7 - 10

6.2. Tussenopdracht

p. 10 - 12

6.3. Museumbezoek

p. 13 - 25

6.3.1.Opdrachten 6.4. Verwerkingsopdracht in de klas

p. 14 – 25 p. 26 - 27

7. Bijlagen en kopieerbladen

p. 28 - 34

8. Bronnenlijst

p. 35

2 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


3. VOORWOORD Wij zijn Aurélie De Maesschalck en Jolien Stals en zijn derdejaarsstudenten Bachelor in het onderwijs: lager onderwijs aan de Arteveldehogeschool in Gent. In functie van het vak profilering moesten we een opdracht kiezen dat ons aansprak om uit te werken. Omdat wij graag creatief in de weer zijn en gebeten zijn kinderen enthousiast te maken voor geschiedenis, kozen we ervoor een educatief pakket uit te werken voor een bestaand museum. Onze keuze viel op het Gemeentelijk Museum van Melle. We wilden daar, door middel van een sterk verhaal en motiverende opdrachten, een krachtige leeromgeving creëren dat gericht is op leerlingen vanaf het 4de leerjaar. Aangezien het museum verschillende ruimtes omvat, kozen we er die drie uit waarbij we onmiddellijk een goed gevoel hadden: de woonkamer uit het begin van de 20ste eeuw, de kelder en de centrale ruimte. Deze ruimtes zouden door hun geheimzinnige sfeer ongetwijfeld ook het meest in de smaak vallen bij onze doelgroep. We zijn er, na het doorlopen van een lang proces van schrappen en herschrijven, in geslaagd een interactieve en boeiende zoektocht te ontwikkelen waarin de leerlingen zich laten meeslepen in de avonturen van Seppe en overgrootmoeder Godelieve. Samen met hen gaan ze op zoek naar de identiteit van een mysterieus lijk. Natuurlijk hebben we voor het ontwikkelen van deze handleiding kunnen rekenen op de steun van heel wat mensen. Allereerst willen we de heer Jan Olsen, de verantwoordelijke van het museum, bedanken dat we zijn museum ter beschikking kregen voor het uitwerken van ons project. Ook was hij van bij het begin enthousiast en positief ten opzichte van onze ideeën, wat de samenwerking aangenaam maakte. Verder bedanken we ook de twee lectoren van de Arteveldehogeschool, mevrouw Michiels en mevrouw De Latter. Zij hebben ons doorheen het uitwerken van de handleiding heel wat tips en goede ideeën aangereikt en we konden steeds bij hen terecht met vragen en bedenkingen. Graag willen we afronden met te zeggen dat we een ongelooflijk interessante weg hebben afgelegd en heel wat hebben bijgeleerd. We zijn blij dat we de kans hebben gekregen zo’n project te ondernemen. Geniet van een onvergetelijke en leerrijke tocht doorheen het Gemeentelijk Museum van Melle!

3 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


4. ROUTEPLANNER, VERVOERSMOGELIJKHEDEN EN PRIJS

Adres: Gemeentelijk museum Melle Brusselsesteenweg 395 9090 Melle

Heusden

Gent

Je kan het museum bereiken via de bus, trein of met eigen vervoer. - Het station van Melle ligt op minder dan 5min stappen van het museum. Een treinrit vanuit Gent Sint-Pieters kost â‚Ź1,90. (enkel) - Bus 43 - Tram 21 (tot in Melle Leeuw) vandaar verder met de bus (zie hierboven)

4 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en AurĂŠlie De Maesschalck 2011 - 2012


Indien u met eigen vervoer komt kan u deze parkeren op volgende plaatsen: 1. parking aan het gemeentehuis 2. parking aan het marktplein 3. parking aan de Carrefour 4. op de Brusselsensteenweg (vergeet uw parkeerkaart niet!)

2 1

3

5 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en AurĂŠlie De Maesschalck 2011 - 2012


5. HORIZONTALE SAMENHANG 5.1 Waarbinnen past het thema? Lessen rond: 

Het leven in de tijd van mijn overgrootmoeder (het verschil tussen vroeger en nu: levenswijze, techniek,…)

5.2 Geïntegreerde leergebieden     

Wiskunde: meten en metend rekenen en bewerkingen Nederlands: taalbeschouwing Muzische vorming: muzikale opvoeding Wereldoriëntatie: techniek en tijd Sociale vaardigheden

5.3 Differentiatie en variatie Bij het verdelen van de taken wordt er rekening gehouden met de talenten van ieder kind. De leerkracht maakt hierbij doordachte keuzes. Zo kan hij een ordelijke leerling het beste materiaalmeester maken, enz. Bij de vooropdracht kan je klassikaal strijden om het detectivediploma te behalen. In dit geval doet elk groepje één opdracht. Je kan er echter ook voor kiezen om elk groepje alle opdrachten te laten doen. De leerkracht kan ervoor kiezen om alle groepjes alle opdrachten te laten doen of elk groepje enkele opdrachten te geven. Indien er gekozen wordt voor de laatste optie zal elk groepje een paar letters van de naam van de geheimzinnige persoon cadeau krijgen zodat ze op het einde van het museumbezoek toch alle letters verzameld hebben.

6 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


6. LESSEN 6.1 Vooropdracht in de klas (50’) (Enkele dagen voor het musuembezoek) Doelen: OVSG: Wiskunde - meten ME.CLAS.2 - De lln. kunnen twee objecten vergelijken en classificeren steunend op één kwalitatieve eigenschap. BEW.TAB.30 - De lln. kunnen verschillende grafische voorstellingen van dezelfde gegevens met elkaar vergelijken en kritisch beoordelen. Nederlands - lezen: LEZ-DV-D02-10 - De leerlingen kunnen de verkennende inhoudsvragen beantwoorden indien ze vooraf worden gesteld. LEZ-DV-D03-01-05 - De leerlingen kunnen een gegeven afbeelding beoordelen op haar juistheid en volledigheid. Ze kunnen fouten verbeteren en onvolkomenheden aanvullen. VVKBaO: Wiskunde – meten en metend rekenen: MR1 – Twee dingen kwalitatief vergelijken volgens: grote, vorm, oppervlakte, … en de vergelijking verwoorden als groter, kleiner, lichter, … MR2 – Zelf strategieën ontdekken om dingen kwalitatief te vergelijken. MR6 – Dingen rangschikken op basis van een kwalitatieve vergelijking Nederlands - lezen: TB.19.1 – Nadenken over de samenhang tussen woorden en de objecten, handelingen en kenmerken waarna ze verwijzen. GO!: Wiskunde – meten: 2.2.07 – Kunnen onderzoeken of 2 figuren gelijkvormig zijn, waarbij rekening gehouden wordt met de gelijkheid van de verhoudingen van de overeenkomstige afmetingen. Nederlands – lezen: 2.2.1 – Informatie die letterlijk in de tekst voorkomt, herkennen en reproduceren: namen, eigenschappen, kenmerken, … van personen, dieren, zaken

Leermiddelen Postpakket Cd-rom + verhaal Beamer/smartboard Brief 1 en 2 van Seppe Opdrachtfiches en bijhorende materialen Vooraf Neem het postpakket uit de museumbox. Op het postpakket is er plaats voorzien (L-mapje) waar jij het adres van je eigen school kan op vermelden. In dit postpakket zit al het bijhorende materiaal voor deze vooropdracht. 7 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


Lesverloop Bekijken van filmfragment (20’) Vertel dat de postbode een postpakket heeft gebracht speciaal voor deze klas. Bekijk het pakket samen met de kinderen en wek daarbij hun nieuwsgierigheid op.  Hoe ziet het pakket eruit?  Wie is de zender?  Wat zou er in het pakket zitten?  … Maak het pakket open en beslis samen met de kinderen om de cd-rom af te spelen. Open het andere materiaal nog niet. Klasgesprek rond filmfragment - (verhaal filmfragment in bijlage) Bespreek met de kinderen wat ze zagen in de film:                

Wat vonden jullie van de film? Wat is er gebeurd in de film? Wat is een overgrootmoeder? (teken eventueel een stamboom op het bord) Hoe stond Seppe tegenover het bezoek aan zijn overgrootmoeder? Hoe zag je dit aan zijn gedrag/taalgebruik? Wat deden de ouders van Seppe vooraleer ze aan het huis van overgrootmoeder aankwamen? Wanneer is het huis van tante Godelieve gebouwd? Duid dit aan op de tijdsband. Waaraan merk je dat in het huis zelf? In welke eeuw is dat? Hoe reageerde Seppe bij het eerste contact met zijn overgrootmoeder? Wat doet hij om de tijd te doden? Hoe voelt hij zich nadat hij die grapjes heeft uitgehaald? Op welke manier veranderde Seppes gedrag en wanneer? Hoe kwam dit? Wat ontdekt Seppe op het einde van het verhaal? Wat denken jullie dat er jullie te wachten staat? Welk beeld hadden jullie eerst over overgrootmoeder Godelieve? Welk beeld over overgrootmoeder Godelieve hebben jullie op het einde van het verhaal ?

Opdracht: Opleiding tot detective (30’) De leerkracht leest de brief samen met de leerlingen. Vervolgens kijken ze samen welke opdrachten er in het pakket zitten. Deze worden in groepjes van drie of vier uitgevoerd. De volgorde waarin dit gebeurt, speelt hierbij geen rol. Ieder groepje moet elke opdracht gedaan hebben, om zo het diploma van ‘detective’ te bemachtigen. Dit diploma is het toegangsticket tot het museum. (zie bijlage) De leerkracht heeft een begeleidende functie tijdens het oplossen van de opdrachten en zorgt ervoor dat deze allemaal correct worden uitgevoerd door tips te geven waar nodig. In het pakket zit al het bijhorend materiaal. Ook vind je daarin takenkaarten voor de leerlingen. Er zijn 5 takenkaarten gemaakt. De leerkracht beslist zelf welke hij hiervan gebruikt. Niet alle kaarten dienen gebruikt te worden.

8 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


Brief 1 van Seppe: Dag iedereen, Jullie hebben zonet gezien wat mij te wachten staat, maar ik kan dit natuurlijk niet alleen oplossen. Daarom zou ik graag hebben dat jullie mij helpen om uit te zoeken wat tante Godelieves mysterieuze geheim is. Dit kunnen we alleen te weten komen door de opdrachten van mijn tante Godelieve goed uit te voeren. Maar, ik wil er natuurlijk zeker van zijn dat ik niet met watjes te maken heb. Daarom heb ik nu ook een test voor jullie. Jullie moeten mij namelijk bewijzen dat jullie echte detectives zijn! Als je de volgende enveloppe opent zal je zien wat jullie volgende opdracht is. Alvast veel succes met jullie opleiding tot detective. Seppe Opdracht 1: Ontrafel het geheim De kinderen krijgen elk een boodschap in geheimschrift en het alfabet met de bijhorende codes. Een echte detective moet in staat zijn ieder geheim te ontrafelen. Door deze opdracht kunnen de leerlingen bewijzen dat ze over deze vaardigheid beschikken. Oplossing: Opdracht volbracht Opdracht 2: Houd de dief! Er zijn heel wat diefstallen gepleegd en wie kan die beter oplossen dan een detective? Elk groepje krijgt afbeeldingen van zes voorwerpen (vaas, diamant, geld, flatscreen, Iphone, portefeuille) waarop vingerafdrukken te zien zijn. De enige manier om de daders te vinden, is door de vingerafdrukken te bestuderen en zo de juiste vingerafdruk en naam van de dief te ontdekken. Oog hebben voor details is hierbij erg belangrijk! Oplossing: Vaas: 1 Phillippe Vercouteren Diamant: 2 Martijn D’Hondt Geld: 4 Marly De Putter Tv: 3 Abdoul Mzybach Iphone: 2 Benny Botte Portefeuille: 4 Feike Welters Opdracht 3: Braintest De kinderen krijgen een reeks van vijftien foto’s van verschillende voorwerpen te zien. Elke foto wordt in een flits getoond. Het is de bedoeling dat ze nadien met hun groepje zoveel mogelijk voorwerpen opsommen. Waar zitten de detectives met een onfeilbaar geheugen? Oplossing: Een aardbei, een basketbal, een fiets, een aap, een hart, een taart, een schatkist, een verkeerskegel, een paraplu, een snor, een springtouw, een bowlingbal, een raket, een ijsje en een palmboom.

9 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


Opdracht 4: De zaak Cluedo De kinderen krijgen elk een krantenartikel waarin een moord omschreven staat. Het is hun taak als detective in wording om zo snel mogelijk de moord op te lossen door de moordenaar te ontmaskeren. Het is belangrijk dat ze dit zo snel mogelijk doen. Elk groepje krijgt tien identiteitskaarten van mogelijke verdachten. In het artikel staat er ook een omschrijving van de moordenaar. Door middel van het toetsen van de punten uit de omschrijving aan de kenmerken van de personen op de identiteitskaart, moeten ze moordenaar aanduiden en in de cel gooien. Het is de bedoeling dat de groepjes de zaak Cluedo zo snel mogelijk oplossen. Oplossing: Maescamp Robbe Brief 2 van Seppe: Dag iedereen, Jullie hebben de opdrachten tot een goed einde gebracht. Dit wil dus zeggen dat jullie geslaagd zijn als detective en dus het diploma meer dan verdiend hebben. Alvast een hele dikke proficiat. Binnen een aantal dagen zullen jullie een volgende brief krijgen met daarin alle informatie die je nodig hebt om dit raadsel verder op te lossen. Tot binnen een paar dagen! Seppe

6.2 Voorbereidende opdracht (15’) (Een dag voor het museumbezoek) Leermiddelen Brief 3 van Seppe Afsprakenkaart Rollenkaartjes Lesverloop Lees samen met de leerlingen de derde brief van Seppe. Dit is geen afzonderlijke les, maar kan tussendoor aan bod komen. Maak de nodige afspraken voor het bezoek aan het museum. Zorg ervoor dat alles duidelijk is voor de kinderen zodat je op die manier minder tijd verliest in het museum zelf.

10 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en AurĂŠlie De Maesschalck 2011 - 2012


Brief 3 van Seppe: Dag iedereen, Ik wil iedereen nog eens proficiat wensen met het behalen van het diploma van detective. Natuurlijk hebben we nu nog niet ontrafeld wat het mysterie is. Om dit te doen zullen jullie zich wel moeten verplaatsen. Op ……. (datum) om ……. (uur) worden jullie verwacht in het gemeentelijk museum van Melle om daar verder te zoeken naar het mysterie. Omdat jullie zo goed op weg zijn, heeft tante Godelieve al één tip gegeven. Heel het geheim draait om een mysterieuze man die enkele eeuwen geleden leefde. Om ervoor te zorgen dat de zoektocht verder vlot verloopt, moeten er speciale afspraken gemaakt worden. Deze afspraken krijgen jullie straks te horen. Ik verwacht jullie binnenkort in het museum. Tot daar! Seppe Afspraken voor in het museum (deze worden gemaakt bij de 3de brief van Seppe naar de klas) Maak de groepjes waarin de leerlingen moeten werken tijdens het museumbezoek vooraf in de klas. Op die manier verlies je minder tijd in het museum zelf. De aangewezen groepsgrootte is 3 à 4 leerlingen per groep. Ze worden wel 5 takenkaarten voorzien. De leerkracht beslist zelf welke hij gebruikt en of indien het nodig is, leerlingen zijn met 2 kaarten. Bijvoorbeeld: Indien er maar vier leerlingen in één groep zitten, kunnen de rollen van stiltekapitein en tijdsbewaker worden gecombineerd. Geef elk groepslid een specifieke rol die ze doorheen het museumbezoek moeten vervullen. De vijf mogelijke rollen zijn de volgende: Groepsleider * Jij leidt de groep. Je zorgt ervoor dat iedereen aan het woord/de beurt komt. * Je zorgt ervoor dat de groep aan het werk blijft. Materiaalmeester * Je bent de enige die na het krijgen van de opdracht mag verlopen om het bijhorende materiaal te nemen. Jij bent dus ook de persoon die het materiaal steeds moet terugbrengen. * Als het werk moet ingeleverd worden, doe jij dat. Stiltekapitein * Je zorgt ervoor dat de opdrachten rustig verlopen. Wanneer een groepslid teveel kabaal maakt, zeg je dat. Verslaggever * Jij schrijft het antwoord van de groep op indien dit nodig is. Tijdsbewaker *Jij houdt de tijd in het oog en wijst je groepsleden erop wanneer je in tijdsnood dreigt te komen. *Jij beslist welk soort opdracht er gemaakt kan worden. (een lange, een middellange of een korte opdracht) 11 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


Materiaal: Er is voor elke leerling ook een badge voorzien met daarop hun rol. Hierop staat hun taakbeschrijving en elke voorbeeldzinnen die ze kunnen gebruiken bij het uitvoeren van hun taak.

Verloop van het spel in het museum Elk groepje krijgt een opdrachtenperkament in een bepaalde kleur. Op het opdrachtenperkament staan er pictogrammen van 10 opdrachten: lange, middellange en korte opdrachten. Per goed afgewerkte opdracht krijgen de lln. van het groepje een letter in ruil voor hun pictogram van de opdracht. Het is de bedoeling dat de kinderen zoveel mogelijk opdrachten doen, om zoveel mogelijk letters te verzamelen. Daarmee kunnen ze de naam van de geheimzinnige persoon ontdekken en op die manier het mysterie kunnen oplossen. De leerkracht zal tijdens het bezoek security zijn. (zie taakomschrijving ( museumbezoek – uitleg museumspel – taak leerkracht) Maak de nodige afspraken met de leerlingen omtrent het museumbezoek:   

   

We stappen in het museum. We praten rustig in het museum. We hebben respect voor het materiaal. Wanneer er een bordje staat met daarop ‘niet aanraken a.u.b.’, doen we dit ook niet. Ook met het andere materiaal dat je wel mag aanraken zijn we heel voorzichtig. We luisteren naar de informatie gegeven door de gids/leerkracht/… We zetten ons in om de opdrachten zo goed mogelijk te vervullen. We werken samen: elk groepslid krijgt een bepaalde taak. Houd jullie aan deze taken! We bemoeien ons niet met de andere groepjes.

Tip: Je kan de leerlingen dit afsprakenblad eventueel laten ondertekenen. Opdracht Laat de kinderen thuis naar de werking van hun wasmachine kijken. Vertel hen dat ze dit zullen nodig hebben tijdens hun speurtocht in het museum. Bespreek samen met de kinderen de werking, het bouwmateriaal, of het energie nodig heeft en welke, de voor- en nadelen, … Opmerking In de bijlage vindt u een stappenplan voor het klaarzetten van het museum. Dit wordt gedaan door Dhr. Olsen, maar zo heeft u al een beeld van hoe het museum er vanbinnen uitziet.

12 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


6.3 Museumbezoek (120’) Vooraf Vertel aan de leerlingen dat ze de opdracht krijgen thuis een goed naar hun wasmachine te kijken. Hoe werkt dit? Hoe draait de machine? … Deze informatie hebben ze nodig tijdens het museumbezoek. Indeling museum Het museum is opgedeeld in 5 verschillende ruimtes: Het 19de eeuwse kamertje De kelder De ruimte met de wasmachines

Achtergrondinformatie (foto’s en plattegrond zie bijlage) 19de eeuwse kamertje: Deze ruimte bevat een woonkamer zoals deze eruit zag op het einde van de 19de eeuw/begin 20ste eeuw. Wanneer je er binnen komt, kom je onmiddellijk in de sfeer van deze tijdsperiode. De aanwezige materialen zijn authentiek. In de kamer vind je o.a. een Leuvense stoof, een koffiemolen, klompen, een strijkijzer, een wafelijzer, een tafel met stoelen en 19de eeuws servies,… (zie foto’s in bijlage) De kelder: Dit is een kleine en lage ruimte die hol klinkt en de leerlingen onmiddellijk in een bepaalde stemming brengt. Je vindt er een geraamte (in een glazen kist) dat vermoedelijk van een priester is die geleefd heeft tussen de 13de tot 15de eeuw. De precieze datering is niet bekend. Dit skelet is de mysterieuze ontdekken op het einde van de tocht door het museum. De ruimte met de wasmachines: Dit is eigenlijk geen aparte ruimte. Er staan 4 wasmachines. Elke machine heeft een specifieke werking die de leerlingen doorheen het museumbezoek gaan ontdekken. Verder is dit ook de ruimte waar de leerlingen een deel van de opdrachten zullen uitvoeren. Waar welke opdracht moet worden uitgevoerd, wordt aangegeven met een foto.

13 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


Uitleg museumspel Algemeen In dit spel gaan de kinderen samen met Seppe op zoek naar de naam van de geheimzinnige persoon. Er moeten verschillende opdrachten uitgevoerd worden. Dit gebeurt in kleine groepjes van drie of vier leerlingen. In het museum wordt door middel van pictogrammen aangegeven waar elke opdracht uitgevoerd moet worden. De opdrachten worden duidelijk gemaakt aan de hand van een opdrachtenperkament. Op dit opdrachtenperkament staan de 10 opdrachten aangegeven d.m.v. pictogrammen. Wanneer de leerlingen een opdracht willen doen, neemt de materiaalmeester van het groepje de overeenkomstige ketting (ketting met dezelfde prent). Zo zien de kinderen direct welke opdracht er vrij is of niet. In een doos met dezelfde afbeelding zit alle materiaal voor de opdracht. Bij enkele opdrachten hoort ook antwoordenblad. Dit ligt eveneens bij de doos. De werkbladen worden na afloop van het museumbezoek meegenomen naar de klas voor verdere verwerking. Wanneer de opdrachten goed uitgevoerd worden, moeten ze hun resultaat tonen aan de leerkracht (= security) . Hij geeft het groepje de letter in ruil voor het pictogram van de opdracht en vraagt hen hun ketting terug te hangen. Op het einde kunnen ze de naam van de geheimzinnige persoon lezen en zijn ze in hun missie geslaagd.

Taak van de leerkracht De leerkracht deelt de letters van de naam van de mysterieuze persoon uit aan de leerlingen. De leerkracht is hij de centrale figuur aan wie de groepjes hun oplossingen tonen. Pas wanneer de leerkracht de oplossing goedkeurt, krijgen ze van hem een letter. Dit blad vindt u als geheugensteun op uw werktafel in het museum. Taak security 1. Geef ieder groepje een opdrachtenperkament. 2. Geef ieder groepje een potlood en een klembord. 3. Controleer de antwoorden van de leerlingen aan de hand van de antwoordsleutels. 4. Geef de leerlingen de juiste letter en laat hen hun opdrachtenicoon in het juiste bekertje leggen (zie kleur achterkant opdrachtenperkament) 5. Geef de groep die koffie maakt het warme water (dit staat naast u) Opruimen 1. Stuur een deel van de klas naar de kelder onder begeleiding van Dhr. Olsen. 2. Start ondertussen met het andere deel van de klas het opruimen. a. Laat hen het materiaal terug in de juiste doos leggen. b. Laat de leerlingen de letters terug bij jou brengen. c. Laat de kinderen de icoontjes terug op de juiste plaats op het opdrachtenperkamen hangen. (dit zien ze door op de achterkant naar het nummer te kijken)

14 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en AurĂŠlie De Maesschalck 2011 - 2012


Opdrachtenperkament In de werkruimte liggen een aantal borden (afhankelijk van het aantal groepjes: maximum 5) met daarop een perkament. Ieder bord heeft een andere kleur zodat de groepjes makkelijk hun bord herkennen. Op het perkament staan de verschillende opdrachten die de leerlingen moeten vervullen doorheen hun zoektocht. Telkens wanneer ze een opdracht hebben volbracht, gaan ze naar de leerkracht, tonen ze het resultaat en krijgen van hem een letter. Wanneer alle opdrachten gedaan zijn, hebben de leerlingen de naam van de gezochte persoon. Het bord is ingedeeld in drie categorieën volgens de duur van de opdrachten: lange, middellange en korte opdrachten. Hoe meer opdrachten de kinderen kunnen doen, hoe meer letters ze ontdekken om zo de naam te achterhalen. Niet alle groepjes zullen even snel zijn en alle opdrachten kunnen doen, maar door de antwoorden van alle groepen samen te leggen, wordt de volledige naam zichtbaar.

Geleid verkennen van de ‘woonkamer’ en de opdrachten Verkenning van de ‘woonkamer’ : Eens in het museum start de leerkracht met het verkennen van de ruimte en het peilen naar de eerste indrukken van de kinderen. Hij doet dat door gerichte vragen te stellen:         

Welke ruimte is dit? Welke gebruiksvoorwerpen herken je? Waarvoor dienen ze? Welke gebruiksvoorwerpen herken je helemaal niet? Welke gebruiksvoorwerpen waarvan je thuis regelmatig gebruik maakt, zie je niet in deze kamer? Hoe ruikt het hier? Welke sfeer hangt er hier? Welk gevoel geeft deze ruimte jou? Welke materialen zie je vaak terugkomen? Wat vind je van de inrichting? Wat is het verschil met tegenwoordig? …  Vertel dat er opdrachten zijn die te maken hebben met het leven in de vorige eeuw maar ook opdrachten die te maken hebben met wat er in de kelder ligt.

Verkenning van de opdrachten: Leg de kinderen uit dat de dozen die ze zien staan al het materiaal bevatten dat ze nodig zullen hebben voor het maken van de opdrachten. Het icoon op de doos geeft aan over welke opdracht het gaat. Bij elke doos hangt er ook een ketting die ze moeten dragen. Zo wordt het ook voor de andere groepen duidelijk met welke opdracht elke groep bezig is. Als de ketting dus niet meer bij de doos ligt, is de opdracht al ‘bezet’. In het museum wordt met een fiche aangeduid waar elke opdracht uitgevoerd moet worden. Wijs lln. erop dat ze na elke opdracht het materiaal netjes in de doos moeten terugsteken en voor alle materiaal in het museum zorg dragen.

15 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


De opdrachtenperkamenten bevatten dezelfde icoontjes. Als ze de opdracht tot een goed einde hebben gebracht, komen ze bij de ‘security’ (een ouder of de lkt) (eventueel tonen ze het resultaat van hun werk) en krijgen ze in ruil voor het opdrachtenicoon de juiste letter. Achteraan het opdrachtenicoon staat een nummer. In de box met de letters zie je bij welk icoontje je welke letter dient te geven. De nummers corresponderen. Elk opdrachtenperkament heeft een kleur. Op de tafel van de security (staat klaar in het museum) vind je bekers met diezelfde kleur. De leerlingen moeten zelf, na afloop van hun opdracht, het opdrachtenicoon in de beker leggen met hun groepskleur. Zo kunnen de kinderen op het einde van het museumbezoek de opdrachtenperkamenten sneller terug in gereedheid brengen voor de volgende klasgroep. Na elke uitgevoerde opdracht legt elk groepje de opdrachtenketting weer bij de juiste doos. Tips bij het museumbezoek 

Neem vooraf contact op met de conservator van het museum (dhr. Olsen). Vraag hem om het museumbezoek te verrijken door inhoudelijke uitleg te geven bij de voorwerpen in de living terwijl de kinderen de opdracht van wie is de valse, de opdracht rond de wasmachines of het recept uitvoeren. Natuurlijk dient niet alles uit de living besproken te worden. Het kan beperkt worden tot de gebruiksvoorwerpen die aan bod komen bij de opdrachten (bv. kookmateriaal, klompen, wasmachines, de voorwerpen uit ‘wie is de valse’,…) Eventueel kan dhr. Olsen bij de opdracht van de wasmachines samen met de leerlingen op zoek gaan naar de voor-en nadelen ervan. Om het museumbezoek vlot te laten verlopen, gaat er best nog een tweede begeleider mee (ouder, leerkracht,…). Eén van beide kan de taak van security op zich nemen, de ander kan de groepjes (eventueel) begeleiden en een oogje in het zeil houden. De tocht door het museum is voorzien voor groepen van maximum 30 leerlingen.

16 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


6.3.1 Opdrachten Bezoek je vriend! Een gewone burger woont in Melle en gaat op bezoek bij persoon zijn vriend Leon in Gent. De leerlingen moeten aan de hand van de schaal uitrekenen hoever het is. Vervolgens moeten ze uitrekenen hoelang ze erover doen met de fiets. De leerlingen moeten zelf weten hoeveel km/uur je gemiddeld fietst. Indien ze dit niet weten mogen ze het vragen aan de leerkracht. Doelen: OVSG: Wiskunde - Meten ME.SCH.2.1 - De leerlingen kennen het begrip schaal als verkleinings-/vergrotingsfactor. Ze kunnen de schaal verwoorden en noteren: als breuk: 1/1000, 2/1. als verhouding: 1 : 1000, 2 : 1. in een metrieke schaal: 1 cm = 10 m, 1 cm = 5 mm in een lijnschaal. (begin 3de, nadruk 4de lj) ME.SCH.3 - De leerlingen kunnen de schaalaanduiding gebruiken om de reële afstand tussen twee punten te bepalen door: gebruik te maken van stroken papier (afpassen van de lijnschaal); te meten en gebruik te maken van een verhoudingstabel; te meten en te berekenen. (begin 3de, nadruk 4de lj) ME.SNEL.7 - De leerlingen kennen uit hun eigen leefwereld referentiepunten i.v.m. snelheid. (begin 3de, nadruk 4de lj) ME.SNEL.9 - De leerlingen kunnen de relatie leggen tussen afstand (afgelegde weg), tijd en gemiddelde snelheid. Ze kunnen het ontbrekende gegeven berekenen wanneer twee elementen gegeven zijn. (begin 4de, nadruk 5de lj)

VVKBaO: Wiskunde - Meten en metend rekenen MR85 – De begrippen en termen schaal, lijnschaal en breukschaal kennen en met voorbeelden uitleggen wanneer die begrippen gebruikt kunnen worden. (begin 4de leerjaar, nadruk 5de leerjaar) MR89c – In veel voorkomende situaties de relaties tussen grootheden ervaren en onderzoeken bij tijd, afstand, snelheid. (begin 4de leerjaar, nadruk 5de leerjaar) Wereldoriëntatie - Tijd 8.3 – Kinderen kunnen de tijd die ze nodig hebben voor een voor hen bekende bezigheid, realistisch inschatten. (5de – 6de leerjaar)

GO! Wiskunde - Meten 2.2.01 Lengten kunnen meten door een aangepast meetinstrument te gebruiken en het resultaat kunnen verwoorden en noteren met de meest aangewezen maat (m dm cm mm dam hm km); Een gegeven lengte kunnen afmeten. (2de graad) 2.2.03 Lengten in een gepaste eenheid kunnen schatten. De schatting kunnen controleren. (2de graad) 3.2.05 Bij een tekening met een gegeven schaal de ware grootte kunnen bepalen (3de graad) 17 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


Geef mij maar zwart zonder klontje! De leerlingen zoeken 1 of meerdere koffiemolens in het museum. In de doos vinden ze een zak koffiebonen. Ze moeten achterhalen op welke manier ze de molen moeten gebruiken. De leerlingen krijgen van de security warm water. Met dit warm water en hun gemalen koffiebonen moeten ze koffie zetten op de goede ouderwetse manier. Deze geven ze aan de leerkracht om hem tevreden te stellen. Doelen: OVSG: Wereldoriëntatie - Tijd TIJD-48 - De leerlingen kunnen verschillen in tijdsgebruik tussen vroeger en nu en hier en elders met voorbeelden illustreren. (begin 3de en 4de lj, nadruk 5de en 6de lj) VVKBaO: Wereldoriëntatie - Tijd 8.12 – Kinderen zien in dat mensen, dieren, planten, objecten, opvattingen, structuren, … evolueren in de tijd: * Met voorbeelden kunnen aantonen hoe dagelijkse gebruiksvoorwerpen, kleding, gebouwen, in de tijd evolueren. (nadruk 5de – 6de leerjaar) * Weten dat door de evolutie van techniek het leven van mensen verandert. (nadruk 5de – 6de leerjaar) * Kunnen vaststellen en uiten hoe hun levenswijze gelijkenissen en verschillen vertoont met die van kinderen uit vroegere perioden. (begin 3de – 4de leerjaar, nadruk 5de – 6de leerjaar) 6.5 – Kinderen zien in dat instrumenten evolueren en dat ze bij het eigen lichaam ontstaan.

GO! Wereldoriëntatie – Tijd: Een aantal inzichten verwerven zoals dat: de mensen vroeger anders (economisch, technologisch, sociaal en cultureel,…) leefden.

18 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


Kleine wasjes, grote wasjes! Voortaak: De kinderen moeten vooraf kijken naar de wasmachine bij hun thuis. En kunnen vertellen hoe deze werkt. De leerlingen gaan op zoek naar de wasmachines. Ze moeten raden welke wasmachine het oudst is en daarbij nummer 1 leggen. Bij de tweede oudste nummer 2 enz. Nadien openen ze de 2de envelop. Daarin zitten een aantal kaartjes met daarop de werking van de wasmachines uitgelegd. Hierop staat ook een prent en het juiste nummer en jaartal. De kinderen kunnen zich dus zelf controleren. Als ze klaar zijn, vragen ze aan de leerkracht om even te komen kijken, en geeft deze hen de juiste letter. Doelen: OVSG: wereldoriëntatie - Technologie TEC-BT-4 - De lln ondervinden door spelend om te gaan met voorwerpen, dat sommige eigenschappen mede door de omvang of vorm van het voorwerp worden bepaald: gewicht,volume (inhoud of grootte),buigzaamheid (sterkte),drijfvermogen,beweegbaarheid (scharnier, tandwiel). VVKBaO: Wereldoriëntatie - Tijd 8.12 – Kinderen zien in dat mensen, dieren, planten, objecten, opvattingen, structuren, … evolueren in de tijd: * Met voorbeelden kunnen aantonen hoe dagelijkse gebruiksvoorwerpen, kleding, gebouwen, in de tijd evolueren. (nadruk 5de – 6de leerjaar) * Weten dat door de evolutie van techniek het leven van mensen verandert. (nadruk 5de – 6de leerjaar) Wereldoriëntatie - Techniek 6.5 – Kinderen zien in dat instrumenten evolueren en dat ze bij het eigen lichaam zijn ontstaan: * In de evolutie een vervolgrelatie zien van traag naar snel, van eenvoudig naar complex, … GO! Wereldoriëntatie - Tijd Een aantal inzichten verwerven zoals dat: de mensen vroeger anders (economische, technologisch, sociaal en cultureel, …) leefden.

19 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


Ga ervoor met je boor! De leerlingen krijgen een houten plank. Ook krijgen ze een fiche met daarop de vraag: ‘Hoelang doe je erover om met een elektrische boor een gat te maken? Maak een schatting?’ Dit vullen ze in en controleren hun antwoord door het luikje op de fiche te openen. Vervolgens doen ze dezelfde opdracht voor een handmatige boor. Weer maken ze een schatting. ‘Hoelang zou het duren vooraleer je een gat geboord hebt met een handmatige boor?’ De leerlingen vullen hun antwoord in en controleren dit door een gat te boren met de handmatige boor en te meten hoelang dit duurt. Dit doen ze met behulp van een chronometer. Doelen: OVSG: Wiskunde - Meten ME.TIJD.21 - De leerlingen kunnen de tijdsduur schatten en berekenen. (begin 2de, 3de lj, nadruk 4-5 en Wereldoriëntatie: technologie) TEC-TP-13b - De leerlingen kunnen bij het maken en demonteren van een constructie, functioneel gebruikmaken van gereedschappen. VVKBaO: Wiskunde – Meten en metend rekenen MR69 – De tijd aflezen en aanduiden, de tijd noteren en tijdsaanduidingen lezen en correct interpreteren. GO! Wereldoriëntatie - Tijd: 5.1 – De tijdsduur van en tussen gebeurtenissen en ontwikkelingen schatten en nauwkeurig meten met behulp van analoge en digitale uurwerken, … Een aantal inzichten verwerven zoals dat: de mensen vroeger anders (economische, technologisch, sociaal en cultureel, …) leefden.

20 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


Breng sfeer, keer op keer! De leerlingen gaan op zoek naar de klompen. Deze klompen zijn het enige materiaal waarmee ze een percussiestuk van minstens een halve minuut in elkaar moeten steken. Ze kunnen ze aan hun handen of voeten doen, ermee op de grond tikken, de klompen tegen elkaar slaan, enz. Natuurlijk mogen ze ook gebruik maken van hun lichaam (bodypercussie). Wanneer ze klaar zijn, tonen ze het resultaat aan de leerkracht. Indien er tijd over is, tonen de groepjes op het einde van het bezoek hun percussiestukje aan elkaar. Doelen: OVSG: Wereldoriëntatie - Tijd TIJD-48 - De leerlingen kunnen verschillen in tijdsgebruik tussen vroeger en nu en hier en elders met voorbeelden illustreren. (begin 3de en 4de lj, nadruk 5de en 6de lj) Muzische vorming - Muziek MUZ-SI-3.5 - De kinderen kunnen zelf ritmische structuren bedenken en uitvoeren met instrumenten. (nadruk 1ste-6de lj) MUZ-SI-4.2 - De kinderen kunnen zelf een lied creëren. (nadruk 1ste-6de lj) VVKBaO: Muzische vorming - Muzikale opvoeding 2.1 – De klankmogelijkheden van voorwerpen (en instrumenten) onderzoeken. (vanaf 1ste – 2de leerjaar) 2.2 – Een eenvoudig ritme of eenvoudige melodie instrumentaal uitvoeren. (3de – 4de leerjaar) 9.1 – Een klank – of muziekstuk ontwerpen vanuit een buitenmuzikaal gegeven. (5de – 6de leerjaar) 12.3 – Zich verbonden voelen met anderen tijdens een groepsgerichte omgang met klank en muziek. (alle leerjaren) GO! Muzische vorming - Muziek 2.2 – Moeilijkere vormen van improvisatie ervaren en realiseren.

21 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


Boodschappen doen! De kinderen moeten om boodschappen gaan.. Deze zaken zijn producten uit de 19de-begin 20ste eeuw. Deze boogschappen mogen maximum 3 kg wegen want vroeger werden de boodschappen meestal te voet of met de fiets vervoerd. De mensen moesten dus nog een eindje stappen met de tas in de handen of op de fiets. De kinderen krijgen voorwerpen waarvan ze het gewicht moeten bepalen aan de hand van de balans. Zo moeten ze selecteren wat ze mee kunnen nemen naar huis en wat niet. De producten, hun gewicht en de optelsom wordt op een fiche geschreven. Verrijking: De kinderen moeten elk product afzonderlijk wegen en het gewicht noteren in kilogram en in gram. Op deze manier zijn de leerlingen ook bezig met het omzetten van de ene maateenheid naar de andere. Doelen: OVSG: Wiskunde - Meten ME.OBJ.2.1 - De leerlingen kunnen een lengte samenstellen uit twee of meer lengtes. Ze kunnen dit ook voor inhoud, gewicht, oppervlakte en volume. (nadruk: 3de kl, 1-2de; maar verder verwerken 3de lj) VVKBaO: Wiskunde - Meten en metend rekenen MR 63 – Het gewicht van allerlei gebruiksvoorwerpen bepalen en een bepaald gewicht afmeten. MR 81 – Kennismaken met minder gebruikelijke meetinstrumenten. (begin 4de leerjaar, nadruk 6de leerjaar) MR 88 – Toepassingen over één grootheid oplossen: gewicht. (nadruk 4de leerjaar) Wereldoriëntatie - Techniek 6.4 – Kinderen zien in dat veel voorwerpen in hun omgeving een aanvulling of verbetering zijn van menselijke functies en maken er functioneel gebruik van: * Ervaren en uiten dat zien, horen,dragen, optillen, meten, … kan worden verbeterd of aangevuld door middel van een instrument. (alle leerjaren) Wereldoriëntatie - Tijd 8.12 – Kinderen zien in dat mensen, dieren, planten, objecten, opvattingen, structuren, … evolueren in de tijd: * Met voorbeelden kunnen aantonen hoe dagelijkse gebruiksvoorwerpen, kleding, gebouwen, in de tijd evolueren. (nadruk 5de – 6de leerjaar)

GO!: Wiskunde – Meten 2.2.14 – Gewichten met een aangepast weegtoestel kunnen meten en het resultaat kunnen verwoorden en noteren met kg of g als eenheid. Een wipbalans in evenwicht brengen.

22 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


Wie is de valse? De leerlingen krijgen de opdracht om enkele huishoudelijke klusjes te doen. Ze krijgen een reeks gebruiksvoorwerpen waarmee ze hun taak moeten doen. Deze voorwerpen dateren van het begin van de 20ste eeuw. Weten de leerlingen waarvoor deze dienen? Ze krijgen een fiche met daarop een afbeelding van een gebruiksvoorwerp en drie mogelijke manieren waarvoor het gebruikt zou kunnen worden. De kinderen duiden het antwoord aan dat volgens hen juist is. Om hun antwoord te controleren laten ze hun fiche nakijken door de security. 

Afbeelding van het voorwerp om wol op te winden tot een bol: A: Dit wordt gebruikt als droogrek. B: Dit wordt gebruikt om wol op te winden tot een bol. C: Dit was ooit een paraplu. Afbeelding van de vliegenvanger: A: Dit wordt gebruikt om vliegen te vangen. B: Dit wordt gebruikt om wijn mee uit te schenken. C: Dit wordt gebruikt om een kaars in te zetten. Afbeelding van wafelijzer: A: Dit wordt gebruikt om wafels mee te bakken. B: Dit wordt gebruikt om stof uit kledij te kloppen. C: Dit wordt gebruikt om pralines te maken. Afbeelding van de wasmachine: A: Dit wordt gebruikt om bier mee te brouwen. B: Dit wordt gebruikt om te verwarmen. C: Dit wordt gebruikt om kledij mee te wassen.

Doelen: OVSG: Wereldoriëntatie - Tijd TIJD-48 - De leerlingen kunnen verschillen in tijdsgebruik tussen vroeger en nu en hier en elders met voorbeelden illustreren. (begin 3de en 4de lj, nadruk 5de en 6de lj) VVKBaO: Wereldoriëntatie - Tijd 8.12 – Kinderen zien in dat mensen, dieren, planten, objecten, opvattingen, structuren, … evolueren in de tijd: * Met voorbeelden kunnen aantonen hoe dagelijkse gebruiksvoorwerpen, kleding, gebouwen, in de tijd evolueren. (nadruk 5de – 6de leerjaar) * Vaststellen en uiten dat mensen nu andere gewoonten en gebruiken hebben dan vroeger. (5de – 6de leerjaar) * Inzien dat producten die er nu zijn, er niet altijd waren. (5de – 6de leerjaar) * Weten dat door de evolutie van de techniek het leven van de mensen verandert. (5de – 6de leerjaar) * Kunnen vaststellen en uiten hoe hun levenswijze gelijkenissen en verschillen vertoont met die van kinderen uit vroegere perioden. (5de – 6de leerjaar) GO! Wereldoriëntatie – Tijd Een aantal inzichten verwerven zoals dat: de mensen vroeger anders (economische, Handleiding Gemeentelijk Museum Melle technologisch, en cultureel, …)De leefden. Gemaakt door: sociaal Jolien Stals en Aurélie Maesschalck 2011 - 2012

23


Moeder heeft visjes gebakken! Ze krijgen een oud recept van uit het kookboek. Ook vinden ze de vertaling van dit recept. Hieruit zijn enkele belangrijke woorden weggelaten. De leerlingen moeten deze in het museum zoeken en op de juiste plaats leggen. En de juiste vertaling ervan zoeken in het andere recept.

Doelen: OVSG: Nederlands - Taalbeschouwing TBS-STRUC-06-16 - De leerlingen kunnen reflecteren op de betekenis van afleidingen in relatie tot de betekenis van het grondwoord. (begin 2de lj, nadruk 3de – 6de lj) TBS-CULT-12-05 - De leerlingen kunnen op hun niveau vreemde woorden herkennen, omschrijven en uitleggen. TBS-CULT-13-02 - De leerlingen ervaren dat taalgebruik afhangt van leeftijd, cultuur en traditie. TBS-CULT-13-05 - De leerlingen kunnen afspraken over schrift binnen andere culturen ontdekken en verwoorden. VVKBaO: Nederlands – Taalbeschouwing TB.19.3 – Nadenken over woorden en woordgroepen die belangrijk zijn voor de betekenis van de tekst. TB.19.4 – Nadenken over hoe ze betekenissen kunnen achterhalen: door de betekenis af te leiden uit de correct, door woorden te analyseren, door betekenissen op te zoeken, … GO! Nederlands – Lezen: 2.2.4 – Afleiden van de betekenis van woorden uit de context. 2.1 – Nadenken over taalsystematiek: woordniveau: betekenis van woorden: afleiding van betekenis uit de context.

24 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


Botten uit het verleden! De leerlingen ontpoppen zich tot echte archeologen. In het zand (zandbak van +/-100 X 50) liggen botjes begraven. Ze moeten deze opgraven en daarmee de beenderstructuren vormen die op de fiches afgebeeld zijn. Er mag geen enkel botje ontbreken. Ze krijgen in totaal 3 kaartjes met daarop de beenderstructuren. Hiervan kunnen ze met de botjes vanuit de bak de 3 beenderstructuren maken. Ze moeten dus echt op zoek gaan naar de juiste botjes en deze als echte archeologen opgraven met behulp van een borstel, schepjes,… De 3 gemaakte beenderstructuren komen ze vervolgens tonen in ruil voor een letter.

Doelen: OVSG: Wiskunde - meten ME.CLAS.2 - De lln. kunnen twee objecten vergelijken en classificeren steunend op één kwalitatieve eigenschap. BEW.TAB.30 - De lln. kunnen verschillende grafische voorstellingen van dezelfde gegevens met elkaar vergelijken en kritisch beoordelen. VVKBaO: Wiskunde – meten en metend rekenen: MR1 – Twee dingen kwalitatief vergelijken volgens: grote, vorm, oppervlakte, … en de vergelijking verwoorden als groter, kleiner, lichter, … MR2 – Zelf strategieën ontdekken om dingen kwalitatief te vergelijken. GO!: Wiskunde – meten: 2.2.07 – Kunnen onderzoeken of 2 figuren gelijkvormig zijn, waarbij rekening gehouden wordt met de gelijkheid van de verhoudingen van de overeenkomstige afmetingen.

25 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


Skeletpret! In een envelop vinden de leerlingen een kaartje. Dit kaartje is goed voor 30 seconden observatietijd. Tijdens deze seconden moeten ze proberen de ligging van de botten te onthouden. Ze mogen zelf kiezen hoe. (gewoon onthouden of schetsen  denker of doener) vooraleer ze dit doen, gaat één persoon per groepje op de triplexplaat die met bordverf beschilderd is, liggen. Een andere persoon van het groepje omlijnt het lichaam. Het is de bedoeling dat ze met behulp van de schets die ze maakten in de kelder, de beenderen van het menselijk lichaam op de juiste plaats leggen. Deze beenderen vinden ze in een koffertje. Doelen: OVSG: Wiskunde: Meten TEC-TP-4 - De leerlingen kunnen een ruwe schets tekenen van de constructie die ze willen maken. TEC-TP-13b - De leerlingen kunnen bij het maken en demonteren van een constructie, functioneel gebruikmaken van gereedschappen. VVKBao: Wereldoriëntatie – Techniek 6.13 – Kinderen kunnen een constructieactiviteit correct uitvoeren. GO! Wereldoriëntatie – Technologie Het zelfstandig kunnen uitvoeren van een aantal essentiële vaardigheden, het verwerven van attitudes zoals: In groep en aan de hand van een eenvoudig bouwpakket, een eenvoudige constructie maken

26 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


Afronding in het museum Alle groepjes komen terug samen in de centrale ruimte. Dit nadat ze het materiaal waarmee ze aan de slag waren terug op zijn plaats hebben gelegd (het verdere opruimen gebeurt achteraf door de verschillende groepjes). Elk groepje heeft zijn opdrachtenperkament bij zich. Indien er minimum één groepje alle opdrachten heeft gedaan en dus ook alle letters verzameld heeft, is de naam van de geheimzinnige persoon die in de kelder ligt, achterhaald. Maar, het kan altijd dat geen enkel groepje alle opdrachten heeft volbracht en dus niemand in het bezit is van alle letters. In dit geval is er een groot opdrachtenperkament voorzien om zo samen met alle kinderen de letters die reeds gevonden zijn op de juiste plaats te hangen en samen de ontbrekende letters te raden. Ze ontdekken dat de geheimzinnige persoon ‘Gysberthus’ heet. Nu het mysterie ontrafeld is, kan de klas in groepjes het geraamte van deze persoon in de kelder gaan bekijken. De leerkracht en eventueel dhr. Olsen gaan mee als begeleider. Indien de klasgroep te groot is, ga je met een halve klasgroep naar beneden terwijl de andere lln. het materiaal al opruimen o.l.v. de ouder (zie hieronder). Je kan vertellen dat de persoon leefde tussen 1300 en 1500 en dat het vermoedelijk een priester is geweest. Eventuele vragen die je kan stellen:      

In welke eeuw leefde de man? Hoeveel eeuwen geleden leefde de man? Wat is er goed bewaard gebleven? Hoe komt dit? Welke opdrachten die je deed, houden verband met het skelet? (opdracht ‘skeletpret’ en ‘opgravingingen’) . Hoe noemt iemand die opgravingen doet? Hoe klinkt je stem in deze ruimte? Hoe komt dit? …

Maak op het einde van het museumbezoek nog even tijd om Godelieves woonkamer voor een tweede maal te bekijken. Na het museumspel hebben de leerlingen immers inzichten verworven die ze voordien nog niet bezaten. Laat de kinderen bij de verschillende voorwerpen verwoorden wat volgens hen de voor-en nadelen zijn en welke gebruiksvoorwerpen er vandaag in de plaats zijn gekomen. Leg dus vooral de nadruk op het verschil tussen vroeger en nu. Het bezoek wordt in de klas afgesloten met een filmfragment waarin tante Godelieve de detectives bedankt dat ze samen met Seppe het mysterie rond de geheimzinnige persoon ontrafeld hebben. Ze zegt hen dat de kinderen werkelijk schitterend speurwerk verricht hebben en ze echt onder de indruk is van hun talent.

Opruimen Na het museumbezoek moet al het materiaal weer op de juiste plaats liggen en moeten de opdrachtenperkamenten weer gebruiksklaar gemaakt worden. Dit doen de groepjes:

27 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


    

Ze nemen het bekertje met hun groepskleur en hangen de opdrachtenicoontjes weer op de juiste plaats op hun opdrachtenperkament. De letters worden teruggeven aan de leerkracht. De opdrachtenfiches en het bijhorende materiaal worden in de juiste doos gestopt. De opdrachtkettingen worden bij de juiste doos gelegd. Afval (koffiefilters) wordt in de vuilzak aan de tafel van de security gegooid. De klembordjes worden teruggeven aan de leerkracht en de ingevulde werkblaadjes worden meegenomen naar school.

Dit doet de leerkracht: 

De letters worden op de juiste plaats gelegd in de letterdoos.

28 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


6.4 Verwerkingsopdracht in de klas (50’) Doelen: OVSG: Muzische opvoeding - Beeld BLD-OM-1.3 - Kinderen genieten ervan met de materialen te exploreren. BLD-OM-1.6 - Kinderen ervaren de mogelijkheden en beperkingen van materialen en hulpmiddelen. BLD-OM-2.2 - Kinderen onderzoeken door experimenteren de hulpmiddelen: dragers, verbindingswijzen, werktuigen. BLD-OM-2.3- Kinderen experimenteren met beeldelementen. Ze onderzoeken de mogelijkheden van kleur, vorm, volume, structuur, ritme, textuur, contrast, compositie, beweging, … VVKBaO: Muzische vorming – Beeld 6.1.2 – Zijn beleefde emoties rond een bepaald gebeuren, een onderwerp, een idee,… zo goed mogelijk onder woorden brengen. 6.2.7 – Vreugde beleven aan het creëren van werkstukken 6.2.11 – Ervaren dat eigen gevoelens en ideeën het best kunnen worden vertolkt met een creatieve aanpak en in een persoonlijke stijl. GO! Muzische vorming - Beeld 1.1 - Inzien dat een werkstuk ontstaan is door een samenhang van ideeën, gevoelens, materialen en technieken. 1.2 - Verschillende materialen en gereedschappen verkennen 1.6 – tactiele, visuele impressies, ervaringen, gevoelens en fantasieën op een beeldende manier weergeven naar eigen creatieve mogelijkheden. Leermiddelen Schoendoos Verf Penselen Tekenpapier en gekleurd papier Lijm Potloden en stiften Versieringen zoals pluimen, glitters, pijpragen, … Lesverloop Zeg tegen de kinderen dat hun schoendoos een kistje wordt. Hierin wordt materiaal gestopt waarvan ze willen dat de volgende generaties er ook plezier aan hebben. Maar omdat het materiaal voor de kinderen nu nog te belangrijk is, gaan we het (natekenen of) knutselen. Later kunnen de kinderen het materiaal dan omruilen voor de tekening of het knutselwerkje dat ze gemaakt hebben. Het kistje moeten ze natuurlijk op zolder bewaren of op een andere geheime plaats zoals Godelieve gedaan heeft met het lijk. Zo zullen de ‘archeologen van de toekomst’ ooit hun kistje vinden en dezelfde speurtocht afleggen als jouw leerlingen.

29 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


Laat de kinderen de schoendoos ook zodanig aankleden dat het hun eigen persoonlijke kistje wordt.

Tip: Laat de kinderen met materialen werken waarmee ze dit schooljaar nog niet gewerkt hebben.     

Laat de leerlingen hun persoonlijke dingen in houtskool tekenen. Laat de kinderen eerst een blad vol met wasco (in verschillende kleuren) kleuren en vervolgens hun voorwerp erin krassen. Laat de leerlingen hun persoonlijke dingen namaken in klei. Laat de leerlingen hun persoonlijke dingen namaken met papier-maché.

Gebruik dus een rijk aanbod van materialen zodat de kinderen vrij kunnen kiezen en vrij met de materialen kunnen experimenteren. Tip: Zet het kistje tijdens het schooljaar achteraan in de klas. Als er iets gebeurt op de speelplaats of in het persoonlijk leven van het kind – en deze het dit niet wil vertellen aan de klasgroep – kan het de gebeurtenis opschrijven en dit in het persoonlijk kistje steken. Afronding Bespreek wat er in het kistje van de kinderen zit en waarom deze voorwerpen voor hen zo belangrijk zijn. Extra In de bijlage wordt u een werkblad aangeboden rond de evolutie van de wasmachine. Op het werkblad staan de wasmachines die de kinderen ook in het museum gezien hebben. De antwoordsleutel vindt u eveneens in de bijlage.

30 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


7. BIJLAGEN EN KOPIEERBLADEN Foto’s museum 19de/20ste eeuwse kamertje

31 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


kelder

32 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en AurĂŠlie De Maesschalck 2011 - 2012


Wasmachines

33 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en AurĂŠlie De Maesschalck 2011 - 2012


Verhaal (filmfragment) Seppe moet van zijn ouders mee op bezoek bij zijn overgrootmoeder. Haar man is al enkele jaren gestorven en ze is nogal eenzaam. Seppe heeft er absoluut geen zin in. Het gaat er muf, oud en donker zijn en dat is wel het laatste waar hij op dit moment zin in heeft. Maar, hij heeft niks te willen. Zijn ouders staan erop dat hij meegaat! Na een lange en saaie rit met de auto komt het gezin aan in de Boswegel nummer zeven waar hij tot zijn groot ongenoegen het oude mensje al in de deuropening ziet staan. Zijn mama en papa profiteren van de laatste minuut in de auto om nog een hele waslijst aan zaken op te noemen waar Seppe zich zeker aan moet houden: met twee woorden spreken, niet ‘wippen’ met zijn stoel, niet roepen, zich niet mengen in het gesprek van de volwassenen en ga zo maar door. Daar ging hij dan, met zijn hoofd naar beneden en de schouders opgetrokken, zijn overgrootmoeder Godelieve tegemoet. Ze kwam wat dichterbij en bekeek hem met een onderzoekende blik. Een goedkeurende glimlach verscheen op haar lippen. “Oh, mijn zoetje toch, wat ben jij gegroeid! Hoe oud ben je al? Elf jaar? Amai, mijne ‘frak’! De laatste keer dat ik jou gezien heb, zat je nog in de pampers! Allez, geef je tante Godelieve eens drie dikke ‘toezen’!” “Jij bent mijn tante toch niet?!”, mompelde Seppe, waarna zijn moeder hem een waarschuwend stootje gaf in zijn zij en even kwaad naar hem keek. Hij kon dus niet anders dan ‘tante’ Godelieve drie zoenen te geven. Seppe dacht bij zichzelf: nu zal het ergste wel achter de rug zijn. Erger dan dit kan het toch niet worden?! Het hele gezin ging rond de houten tafel zitten waarop het porseleinen servies al klaarstond voor het gebak en de koffie. Seppe keek rond in de kamer en zag enkel grove houten kasten, porseleinen beelden, overal kruisbeelden en een staande klok die niets anders deed dan TIK TAK TIK TAK TIK TAK.. BOING! Klingelingeling! Nooit gedacht dat een klok me zo de stuipen op het lijf kon jagen! Bijna het antieke porseleinen kopje op de grond! Gelukkig kon tante Godelieve het net op tijd opvangen. Ze zette het met een brede glimlach terug voor de neus van Seppe. “Sorry, dat was helemaal niet de bedoeling”, stamelde hij. “Ik schrok gewoon erg van die klok. Bij ons thuis heeft die niet zo’n lange klepel en maakt die al zeker niet zoveel lawaai.” “’t Is niks mijn jongen, ik ben dat zo gewoon. Ik heb immers nooit ergens anders gewoond. ’t Is te zeggen, niemand van mijn familie heeft ooit ergens anders gewoond. Dit huis werd van generatie op generatie bewoond door de Verkercks. En nu woon ik hier dus, Godelieve Verkerck. Veel van deze dingen zijn dus heel erg oud. Kan je rekenen? Héél oud dus hé.” Seppe begint te tellen op zijn vingers. “Euhm, van 2001? Nee, misschien wel van 1999!” “Neenee, trek er nog maar 88 jaar af.” Seppe begint geconcentreerd te rekenen en besluit vol verwondering: “Wauw, van 1901 en die klok werkt nog altijd?! Mijn playstation 3 is nog maar twee jaar oud en hij is al stuk!” Godelieve lachte en schonk de koffie verder uit.

34 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


Toen ze wilden gaan zitten, hoorden ze geblaf vanuit de achtertuin. Daar was Hector! Er is altijd leven in de brouwerij met hem in de buurt. Ze deed de achterdeur open en Hector de hond stormde naar binnen, recht naar Seppe. Nadat hij zijn melk had leeggedronken, want koffie lust Seppe niet en chocomelk had tante Godelieve niet, mocht Seppe even met Hector in de tuin spelen. Na flink wat ravotten kwamen ze terug binnen want het beestje was moe, hij was niet meer van de jongsten. Hij was al jaren overgrootmoeders trouwe vriend. Het beestje nestelde zich gezellig in zijn mandje en viel onmiddellijk in een diepe slaap. Nu Seppe zijn speelkameraadje kwijt was, sloeg de verveling al snel toe. Hij begon plannetjes te beramen. Hij moest zich toch op de een of andere manier amuseren? Wat kon hij doen om wat leven in de brouwerij te brengen? Aha, hij had een idee! Hij moest glimlachen bij de gedachte dat zijn grapje zou lukken. Onopgemerkt nam hij het suikerpotje dat op tafel stond. Hij goot de suiker weg en verving het door zout. Gniffelend zette hij de ‘suiker’ terug op tafel. “Moet er nog iemand wat koffie hebben?”, vroeg Seppe. “Wat ben jij toch een attente jongeman”, glimlachte tante Godelieve. De kopjes werden opnieuw gevuld met heerlijke koffie. Nu is het de moment, dacht Seppe. “Moet er iemand een lepeltje suiker in zijn koffie? Of twee lepeltjes? Drie misschien?” Seppe stond al klaar met het lepeltje in zijn hand. “Neen, dankje schat, we drinken onze koffie zwart.” Mislukt, dacht Seppe. Maar, ik laat me niet zomaar doen. Ik vind wel iets anders om eens goed te lachen. Ja, dat is het! Hij nam zijn rugzak. Daarin zaten alle basisspulletjes dat een jongen van elf jaar nodig heeft: wat rekkertjes, een tennisbal, wat muntjes en natuurlijk zijn scheetkussen! Hij nam het kussentje voorzichtig uit zijn zak. Deze missie moest uiterst geconcentreerd gebeuren. Er mocht immers nog geen ‘scheetgeluid’ ontsnappen want dan was zijn grap weer mislukt! Seppe legde het kussen op overgrootmoeders schommelstoel. De stoel schommelde zachtjes heen en weer. Hij herrinnerde zich nog dat tante Godelieve na haar kopje koffie altijd even in haar schommelstoel ging zitten om wat te dutten. Het schommelen maakte haar rustig, zei ze altijd. “Tante, wilt u niet even in uw schommelstoel zitten? Ik heb er speciaal voor u nog wat zachte kussens ingelegd.” Hij wees uitnodigend naar de houten schommelstoel in de hoek van de kamer. “Neen, Seppetje, het is al jaren geleden dat ik in die verdomde stoel heb gezeten. Hij is niet meer stevig. En bovendien piept het hout. Ik word er knettergek van!” “Niet waar”, zie Seppe. “Daarnet maakte het geen geluid. Luister maar!” Hij sprong in de schommelstoel. Pffffrrrt, er weerklonk een luide scheet doorheen het huis van tante Godelieve. Iedereen keek op. Seppe voelde zijn hoofd rood worden. Godelieve begon luid te lachen. Eerst keek 35 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


mama kwaad, maar de lachrimpeltjes aan haar mond verraden dat ze het best grappig vond. “Euhm”, stamelde Seppe. “Trek het je niet aan Seppe, je moet dat niet ophouden. Dat verstopt de darmen.”, zei overgrootmoeder geamuseerd. Wacht maar, dacht Seppe, ik heb nog een laatste ultieme grap achter de hand. Dit moest en zou lukken, daar was geen twijfelen aan. Hij nam de muntjes uit zijn rugzak. In de les techniek had hij gezien wat er gebeurt als je mentos in een fles cola stopt. Dit kon niet mislopen. “Tante Godelieve, mag ik wat cola?” Seppe wist dat overgrootmoeder flessen cola in de kelder had staan voor als er eens iemand langskwam. “Ga jij er om in de kelder?” Dat had hij al gehoopt. Zo kon hij ongemerkt de muntjes in de fles cola doen. Hij nam de fles mee naar boven. “Overgrootmoeder, ik krijg de fles niet open. Kan jij het even doen?” “Wacht even Godelieve, ik doe het wel”, zei papa. “Neen pap, tante moet het doen.” Seppe gaf haar snel de colafles. “Het is goed Luc, ik ben blij dat Seppe mij niet als een slap oud dametje ziet. Ik zal eens bewijzen hoeveel spierballen er in deze verrimpelde armen zitten.” Ze nam de fles en draaide de dop eraf. De cola spoot er langs alle kanten uit. Iedereen schrok zich zich een bult. Tante Godelieve liet zelfs de fles vallen. “Hahahaha, het is gelukt! Eindelijk!” De geschrokken uitdrukking op mama’s gezicht maakte plaats voor een boze blik. “Seppe, wat heb jij gedaan?! Is dit jouw werk?” Seppe keek naar zijn voeten. Hij durfde zijn mama, papa en overgrootmoeder niet aan te kijken. De keuken was een echte troep. Hij moest toegeven dat hij niet zoveel plezier had beleefd aan het uitsteken van dit mopje. Seppe voelde zelfs spijt. “Het spijt me tante Godelieve”, fluisterde Seppe. “Ik wilde…” Maar hij kon zijn zin niet afmaken. Mama onderbrak hem. “Kan jij je nooit eens gedragen Seppe? Is dat nu echt teveel gevraagd? We zijn naar huis. Sorry tanteke.” Seppe dacht dat tante Godelieve het eens zou zijn met mama, maar in plaats daarvan zei ze: “Seppe, kan ik je eens spreken. Kom eens hier jongen.” Seppe keek vragend naar zijn mama. Ze knikte en gebaarde dat hij mee moest gaan. Overgrootmoeder nam hem mee naar de keuken. “Wat scheelt er nou Seppe? Waarom deed je dat?” Seppe vertelde dat hij zich verveelde en dat hij iets leuks wilde doen. Daarom had hij enkele grapjes verzonnen. Hij gaf toe dat het stom was een grap uit te halen met cola en hij beloofde het nooit meer te doen. “Het is goed Seppe, ik begrijp het. Ik ben ook jong geweest. Maar weet je, je had dat moeten zeggen tegen mij. Want ik ben niet die saaie, oude tante die je denkt dat ik ben.” Er blonken pretlichtjes in overgrootmoeders ogen. “Wat bedoel je daarmee?”, vroeg Seppe. “Wacht maar. We zullen je ouders eerst vertellen dat jullie nog wat langer blijven.” Opgewekt liep ze richting de woonkamer. … “Ja, het mag van mama en papa! Ga je me nu eindelijk vertellen wat je van plan bent tante Godelieve?” “Wel Seppe, we gaan een spel spelen.” Seppe kon zijn teleurstelling niet verbergen. Heel 36 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


even had hij gedacht dat ze echt iets spannends zouden doen. “Niet zo treurig kijken jong. Bereid je liever voor. Ik heb een opdracht voor jou. Hier in huis ligt er iets waarvan ik alleen het bestaan afweet. Maar vooraleer ik mijn geheim aan jou onthul, moet je mij overtuigen van jouw kunnen door de opdrachten die ik jou zal geven tot een goed einde te brengen.”

37 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


8. BRONNENLIJST Boek Natuniek 6, natuur en techniek voor het basisonderwijs, Karin Janssen en Bart de Koning, Thiememeulenhof, Utrecht, 2007, thema ‘Alles draait om tandwielen’, pg. 23-24-35. Marsival 2011-2012, Wereldoriëntatie, menselijk lichaam - röntgenfoto's, 9270 Sites http://users.skynet.be/museum.melle/ (site museum) http://www.minipret.nl/mirror/1191.swf (spelletje voor het wachten) http://www.technopolis.be/nl/index.php?n=4&e=48&s=393&exp=204 (Spel lichaamsdelen) http://blog.seniorennet.be/fritske3/archief.php?ID=298 (delen geraamte)

Andere Jan Olsen Levensgroot Skelet: Annelies Ghyselinck

38 Handleiding Gemeentelijk Museum Melle Gemaakt door: Jolien Stals en Aurélie De Maesschalck 2011 - 2012


Handleiding gemeentelijk museum melle  
Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you