Page 1

Arteveldehogeschool Opleiding Bachelor in het onderwijs: Lager Onderwijs Kattenberg 9 9000 Gent

20122013

Educatief pakket openluchtmuseum Atlantikwall

Annelien Masschaele en Lien Debusschere Profileringsproject 2012-2013 1


1. INHOUDSOPGAVE 1. Inhoudsopgave………………………………………………………………………………….………………………….2 2. Voorwoord…………………………………………………………………………………….…….……………………….3 3. Leerplandoelen…………………………………………………………………………….……...……………………….5 3.1 Leerplandoelen VVKBaO…………………….……………………………………………………………………………5 3.2 Leerplandoelen OVSG………………………………………………………………………………………………………8 3.3 Leerplandoelen GO!………………………………………………………………………………………………………11 4. Voorbereidende activiteiten………………………………………………………………………………………..15 4.1 Inleidende activiteit: Inlevingsactiviteit………………………………………………………………………….15 4.1.1 Situering………………………………………………………………………………………………………….15 4.1.2 Lessuggesties …………………………………………………………………………………..…………….15 4.2 Voorbereidende activiteit: De aanleiding van de eerste wereldoorlog ……………………….…15 4.2.1 Situering………….........………………………………………………………………………………………15 4.2.2 Voorbereidende les: De oorzaak en aanleiding van de Eerste Wereldoorlog…..16 4.3 Voorbereiding bezoek…………………………………….…………..………………………………………………..18 4.3.1 Verplaatsing naar het museum……………………………………………….………………………18 4.3.2 Klaarmaken van de rugzakjes ……………………………………………….…………………………19 4.3.3 Leerlingen in groepen verdelen………………………………………………………….……………19 4.3.4 Nodige documenten tijdens het bezoek…………………………….……………………………19 4.4 Afsluitende les na het museumbezoek …………………………….……………………………………………19 5. Activiteitenfiches…………………………………………………………………………………………………………24 5.1 Activiteitenfiches voor de leerlingen………………………………………………………….………24 5.2 Activiteitenfiches voor de leerkrachten………………………………………………………………58 6. Bijlagen……………………………………………………………………………………………………………………....95 7. Bibliografie………………………………………………………………………………………………………………..124

2


2. VOORWOORD Beste leerkracht, In 2014 is het 100 jaar geleden. De Groote Oorlog. Duizenden soldaten hebben hun leven gelaten in de strijd voor hun vaderland. Gebouwen werden vernield, mensen sloegen op de vlucht. Wij hebben het niet meegemaakt, maar worden er regelmatig aan herinnerd. Overal in ons land vind je nog sporen van de oorlogen die geweest zijn. Wij vinden het belangrijk om deze herinneringen in stand te blijven houden en hebben daarom beslist om een didactisch pakket te ontwerpen voor het openluchtmuseum Atlantikwall te Raversijde. Het pakket is bedoeld voor de derde graad lager onderwijs en kan voorafgegaan worden door enkele inleidende activiteiten en afgerond worden met onze voorgestelde slotactiviteit. Waarom hebben wij gekozen voor dit pakket? Omdat wij het heel belangrijk vinden dat de verhalen en gebeurtenissen die toen plaatsgevonden hebben, niet vergeten zullen worden. Met ons pakket willen we ook het beeld dat veel mensen hebben over de Duitse soldaten wat aanpassen, want niet alle Duitse soldaten waren per definitie slecht. Het didactisch pakket bevat voorbereidingsactiviteiten, de activiteiten die tijdens het bezoek zullen uitgevoerd worden en mogelijke verwerkingsactiviteiten. De activiteiten tijdens het bezoek starten telkens met een dagboekfragment van Cyriel, een Oostendse jongen, of met een fragment van August, een Duitse Soldaat die gestationeerd is in batterij Aachen. Ook bevat het de te bereiken doelen en eindtermen uit de verschillende onderwijsnetten: VVKBaO, GO!, en OVSG. Wij wensen u veel plezier met het gebruik van ons pakket!

3


Annelien Masschaele en Lien Debusschere Laatstejaarsstudentes Bachelor in het onderwijs: Lager onderwijs aan de Arteveldehogeschool in Gent. Email: debusscherelien@gmail.com annelien_masschaele@hotmail.com

4


3. LEERPLANDOELEN 3.1 L EERPLANDOELEN VVKB A O W ERELDORIËNTATIE B A SI S AT T I D U DE S 0.1 Kinderen willen meer te weten komen over de wereld in al z’n dimensies, hier en elders, vroeger en nu. 0.2 Kinderen uiten hun verwondering over het (on)(be)grijpbare, het goede, het mooie, het mysterieuze, het verrassende … in de wereld. 0.4 Kinderen leven waardegericht. 0.5 Kinderen werken samen 0.6 Kinderen drukken zich zo verstaanbaar mogelijk uit en benoemen waar mogelijk de dingen correct. 0.7 Kinderen kunnen en durven problemen aanpakken. 0.9 Kinderen kunnen nauwkeurig waarnemen met al hun zintuigen. 0.12 Kinderen kunnen uit een aanta vaststellingen zelf conclusies trekken. 0.15 Kinderen kunnen verslag uitbrengen over hun bevindingen. M EN S EN L EV EN SO N D E R HO U D 1.1 Kinderen zien in dat mensen moeten zorgen voor hun dagelijks bestaan. 1.3 Kinderen beseffen dat samenwerking met anderen nodig is om een aantal arbeidstaken zo goed mogelijk te kunnen verrichten. 1.4 Kinderen zijn er zich van bewust dat arbeidsomstandigheden kunnen verschillen. 1.8 Kinderen beseffen dat welvaart ongelijk verdeeld is. M EN S EN M U ZI S C H E 3.8 Kinderen ontwikkelen zich tot vaardige kunstbeschouwers.

5


M EN S EN M E D EM E N S 4.5 Kinderen kunnen zich verplaatsen in de gedachten, gevoelens en waarnemingen van anderen en houden daar rekening mee. 4.9 Kinderen kunnen leiding volgen of meewerken. M EN S EN S AM EN L EV I N G 5.2 Kinderen zien in dat elke groep eigen doelen nastreeft, wat tot conflicten kan leiden. 5.11 Kinderen zien in dat (groepen van) mensen en instellingen vaak macht en/of gezag uitoefenen. M EN S EN T E C HN I EK 6.9 Kinderen weten dat mensen steeds nieuwe systemen, instrumenten en producten hebben uitgevonden en zullen uitvinden om hun werk aangenamer, beter, vaardiger, sneller, mooier, preciezer te maken. M EN S EN T I J D 8.11 Kinderen kunnen de eeuwenband en een tijdsband van de grote perioden in de Europese geschiedenis functioneel gebruiken. 8.12 kinderen zien in dat mensen, dieren, planten, objecten, opvattingen, structuren ‌ evolueren in tijd. 8.13 Kinderen zijn nieuwsgierig naar de historische ontwikkeling van planten, dieren, mensen, voorwerpen, systemen, actuele toestanden. M EN S EN RUI M T E 9.1 Kinderen ervaren en uiten dat elke (open) ruimte een indruk oproept of nalaat en dat verschillende factoren daarbij een rol spelen. 9.4 Kinderen dragen mee zorg voor de ruimten waarin ze verblijven. 9.8 Kinderen kunnen zich vlot in de ruimte oriÍnteren. 9.9 Kinderen kunnen gebruik maken van diverse voorstellingen van de ruimte. 9.10 Kinderen kunnen plaatsen en gebeurtenissen waar ze kennis mee maken vlot op een passende kaart of plattegrond terugvinden.

6


M UZISCHE

OPVOEDING

S T R EE F DO E L EN 1. De informatie die beelden bevatten, herkennen, begrijpen, interpreteren en er kritisch tegenover staan.

B EELD ( BESCHOUWE N ) 2. Bewust zijn van het feit dat beelden een zeggingskracht hebben. Dat houdt in dat kinderen: 2.2 Constateren dat beelden veel toepassingsmogelijkheden hebben in de maatschappij (bijvoorbeeld techniek, kunst, mode, media,…)

N EDERLANDS Le.2.1 Niet talige boodschappen begrijpen en interpreteren. Le.2.2.2 Talige boodschappen begrijpen in onder meer voor de leerlingen bestemde instructies voor handelingen van gevarieerde aard. Le.2.2.3 Talige boodschappen interpreteren in voor de leerlingen bestemde verhalen.

M EDIAOPVOEDING O MG A AN M E T M E DI A A LS ‘ O N T V AN G ER ’ (= R E C EP T I E F ) 02.2 Gegevens die je nodig hebt voor je doel, intensief waarnemen: er bij stilstaan, herhaald waarnemen, je erop concentreren. 02.8 In wat je waarneemt, gelijkenissen en verschillen, een patroon of een structuur herkennen.

O MG A AN M E T M E DI A A LS ‘ ZE N D E R ’ (= P RO DU CT I E F ) Z1.4 De opname- en weergaveapparatuur kennen van enkele hedendaagse audiovisuele media. Z3.3 Hedendaagse opname- en weergavetoestellen creatief kunnen bedienen. Z3.4 Apparatuur met zorg hanteren en de bedienings- en veiligheidsvoorschriften respecteren.

7


3.2 L EERPLANDOELEN OVSG W ERELDORIËNTATIE M EN S EN M AA T S C H AP P I J WO-MAA-SEV-25 De leerlingen kunnen illustreren dat welvaart zowel over de verschillende landen in de wereld als in België ongelijk verdeeld is. WO-MAA-PJV-3 De leerlingen kunnen zelf waken over het naleven van regels die zij afgesproken hebben. M EN S EN M E D EM E N S WO-MSN-SC-1.1.6 De leerlingen kunnen beschrijven wat ze voelen in een concrete situatie en kunnen illustreren dat hun gevoelens situatiegebonden zijn. WO-MSN-SC-1.3.1 De leerlingen kunnen een sociale probleem- of conflictsituatie begrijpen. W-MNS –SC-1.3.2 De leerlingen begrijpen dat samenwerken noodzakelijk kan zijn om een bepaald doel te bereiken. WO-MNS-SV-2.3.3 De leerlingen kunnen zorg dragen voor de netheid van lokalen, voorzieningen en het materiaal van anderen. WO-MNS-SV-2.3.1 De leerlingen wachten hun beurt af. WO-MNS-SV-2.3.6 De leerlingen gaan op een spontane respectvolle wijze om met leeftijdsgenoten. WO-MNS-SV-2.6.2 De leerlingen kunnen een opgelegde taak rustig uitvoeren. WO-MNS-SV-2.6.3 De leerlingen kunnen een beperkt aantal regels en afspraken nakomen. WO-MNS-SV-2.10.1 De leerlingen kunnen aangeven dat zij iets niet begrepen hebben, niet weten, niet kunnen, niet durven, of dat zij twijfelen. WO-MNS-SV-2.12.2 De leerlingen tonen een openheid om met iedereen samen te werken en samen te spelen. WO-MNS-SV-2.12.5 De leerlingen kunnen zelfstandig regels en een taakverdeling afspreken met het oog op een vlotte groepswerking bij een spel of taak.

8


M EN S EN N AT U UR WO-NAT-01.06 De leerlingen noteren hun waarnemingen op een systematische wijze. WO-NAT-07.08 De leerlingen weten dat voldoende gevarieerde voeding noodzakelijk is voor een goede gezondheid. WO-NAT-07.26 De leerlingen beseffen dat het nemen van voorzorgen de kans op ziekten en ongevallen vermindert. WO-NAT-08.01 De leerlingen dragen zorg voor hun eigen omgeving. WO-NAT-08.02 De leerlingen tonen een houding van zorg en respect voor de natuur. WO-NAT-08.04 De leerlingen beseffen dat de mens voor zijn levensbehoeften afhankelijk is van het natuurlijk leefmilieu. WO-NAT-06.10 De leerlingen bepalen de juiste windrichting met een windwijzer en een windroos.

M EN S EN RUI M T E WO-RUI-27 De leerlingen maken gebruik van de gekende pictogrammen en symbolen in een niet vertrouwde omgeving. WO-RUI-53 De leerlingen kunnen een windroos op een kaart gebruiken om van op een bepaald punt de situering van andere punten te vinden. WO-RUI-54 De leerlingen kunnen de windstreken op een kompas aflezen. WO-RUI-55 De leerlingen kunnen een kompas hanteren om de windstreken te bepalen. WO-RUI-72 De leerlingen kunnen een atlas raadplegen en enkele soorten kaarten hanteren. M EN S EN T E C HN I EK WO-TEC-01.07 De leerlingen illustreren hoe technische realisaties onder meer gebaseerd zijn op kennis over materialen of over natuurkundige verschijnselen. WO-TEC-01.21 De leerlingen illustreren dat technische realisaties evolueren en verbeteren. WO-TEC-02.04 De leerlingen gaan vaardig en correct om met materialen en gereedschappen die aangepast zijn aan hun leeftijd. M EN S EN T I J D WO-TIJD-8 De leerlingen kunnen binnen een activiteit de handelingen in chronologische volgorde verwoorden. 9


WO-TIJD-9 De leerlingen kunnen een eenvoudig, visueel voorgesteld plan stapsgewijs ontleden. WO-TIJD-50 De leerlingen kunnen eenvoudige, aan hun niveau aangepaste bronnen raadplegen om meer te weten te komen over het leven van de mensen van vroeger. WO-TIJD-51 De leerlingen kunnen aan de hand van eenvoudig, aan hun niveau aangepast bronnenmateriaal aspecten van het leven van mensen in een andere tijd reconstrueren en overeenkomsten en verschillen met het eigen leven aangeven. WO-TIJD-55 De leerlingen kunnen van een jaartal zeggen in welke eeuw dit thuishoort. WO-TIJD-63 De leerlingen betonen belangstelling voor het verleden, heden en toekomst hier en nu.

M UZISCHE

VORMING

BEELD MV-BLD-BS-5 Kinderen ervaren dat beeldelementen de zeggingskracht van een werk kunnen vergroten. MV-BLD-BS-6 Kinderen ervaren dat beelden een inhoud, betekenis of doel kunnen hebben.

N EDERLANDS L E Z EN NL-LEZ-DV-D03-01-01 De leerlingen kunnen grafische voorstellingen herkennen en onderscheiden. Ze kunnen verschillen en overeenkomsten aanduiden tussen twee of meer voorwerpen en tussen twee of meer afbeeldingen of foto's. NL-LEZ-DV-D03-02a-09 De leerlingen kunnen zich de gelezen tekst voorstellen, dit wil zeggen zich van een object, een toestand of een gebeurtenis een visueel beeld vormen. NL-LEZ-DV-D03-04a-02 De leerlingen kunnen afbeeldingen, fotos, platen, ... associĂŤren met non-fictionele teksten. NL-LEZ-DV-D03-05c-06 De leerlingen kunnen de begrippen oorzaak en gevolg correct gebruiken.

10


3.3 L EERPLANDOELEN GO! W ERELDORIテ起TATIE M EN S EN M AA T S C H AP P I J LOET SV 1.2 Tonen in hun omgang met anderen respect en waardering. ET 3.2 Beschrijven wat ze voelen en wat ze doen in een concrete situatie en kunnen illustreren dat zowel hun gedrag als hun gevoelens situatiegebonden zijn. LOET SV 3 Samenwerken met anderen in de groep, zonder onderscheid van sociale achtergrond, geslacht of etnische origine. ET 4.12 Illustreren met eigen voorbeelden dat afwijzing van of angst voor een onbekende kan verdwijnen als je die persoon beter leert kennen.

Herinneringseducatie Empathie betonen n.a.v. historische en actuele feiten en problemen in de wereld waarbij aan mensen leed berokkend werd door menselijke gedragingen als uitbuiting, onverdraagzaamheid en oorlog. Enkele memorialen (bijv. het Fort van Breendonk, de IJzertoren, plaatselijke oorlogsmonumenten 窶ヲ) en gedenkdagen (Wapenstilstand 窶ヲ) relateren aan gebeurtenissen uit het verleden. ET 4.4 Illustreren met voorbeelden dat de welvaart in eigen land ongelijk verdeeld is.

M EN S EN N AT U UR ET 1.26* Aantonen dat ze respect en zorg hebben voor de natuur vanuit het besef dat de mens voor zijn levensbehoeften afhankelijk is van het natuurlijk leefmilieu. ET 1.11 Met behulp tussenwindstreken).

van

meetinstrumenten

de

windrichting

bepalen

(ook

ET 1.16/ ET 1.17 Aangeven dat een evenwichtige voeding nodig is om te groeien, te bewegen en goed te functioneren. ET 1.19 Illustreren met een eigen voorbeeld dat het nemen van voorzorgen de kans op ongevallen vermindert.

11


M EN S EN T E C HN I EK ET 2.6. / ET 7 Van veel voorkomende en zelf vaak gebruikte technische systemen Illustreren hoe ze onder meer gebaseerd zijn op de kennis van natuurlijke verschijnselen. ET 2.5. / ET 7 Van veel voorkomende en zelf vaak gebruikte technische systemen illustreren dat ze evolueren en verbeteren.

Hoe was het vroeger? Is het systeem geëvolueerd/verbeterd? • Aantonen dat technische systemen aangepast worden i.f.v. de behoefte van de mens. • Ontdekken dat technische systemen doorheen te tijd wijzigen. • Ontdekken dat de functie van een technisch systeem en haar onderdelen kan evolueren in de tijd. • Ontdekken dat gebruikte materialen en grondstoffen wijzigen in de tijd en verklaren waarom (omwille van keuzes, behoefte die wijzigen, kennis van materialen, nieuwe technische en wetenschappelijke inzichten …). • Ontdekken welke technische principes, eigenschappen van materialen en de natuurlijke verschijnselen voor verbetering zorgen. M EN S EN T I J D ET 5.1 / ET 5.3 De tijd die ze nodig hebben voor een voor hen bekende activiteit realistisch inschatten. ET 5.8 / ET 7 Eenvoudige geschiedkundige informatie halen uit historische sporen uit de omgeving (gebouwen, straatnamen, kerkhoven, voorwerpen …). ET 5.7 Enkele historische feiten, personages, gebouwen, gebeurtenissen, toestanden …, uit de omgeving ordenen (chronologisch rangschikken en situeren) op een eeuwband (vier periodes: ‘langer geleden’, ‘19e eeuw’, ‘20e eeuw’ en ‘21e eeuw’ - 20e eeuw en begin 21e eeuw per 10 jaar indelen). ET 5.8 / ET 7 Eenvoudige informatie halen uit historische geschriften, prenten, schilderijen, foto’s, films … die handelen over de omgeving. ET 5.8 / ET 7 Aan de hand van eenvoudig, aan hun niveau aangepast bronnenmateriaal, aspecten van het leven van mensen vroeger reconstrueren. ET 5.8 / ET 7 Aan de hand van eenvoudig, aan hun niveau aangepast bronnenmateriaal verschillen en overeenkomsten aangeven tussen aspecten van het leven vroeger en nu. 12


ET 5.9 De leerlingen tonen belangstelling voor het verleden, heden en toekomst, hier en elders. M EN S EN RUI M T E OD 6.3 / ET 6.1 Mentaal een standpunt innemen (bijv. op basis van een foto de locatie en kijkrichting van de fotograaf achterhalen, wat zie je als je thuis uit het raam kijkt …): • in de klas; • in de school; • in de onmiddellijke schoolomgeving; • in de gemeente. ET 6.11 Aangeven dat op een kaart het noorden meestal bovenaan ligt. ET 6.3 De tussenrichtingen van de windstreken benoemen. ET 6.3 Proefondervindelijk vaststellen dat de naald van een kompas in normale omstandigheden steeds naar het (magnetisch) noorden wijst. ET 6.3 De windstreken aanwijzen met behulp van een kompas. ET 6.3 Zich oriënteren met behulp van een kompas. Een kaart juist richten met behulp van een kompas. ET 6.1 De plattegrond oriënteren (richten) op basis van herkenningspunten in de werkelijke ruimte en dit voor: • de klas (of een andere vertrouwde ruimte, bijv. eigen kamer); • de school (of een andere vertrouwde omgeving); • de onmiddellijke schoolomgeving; • andere omgevingen (bijv. museum, pretpark, dierentuin, metroplan, stadspark …). ET 6.1 Een route afleggen die is aangeduid … • op de plattegrond van de klas (of een andere vertrouwde ruimte, bijv. eigen kamer); • op de plattegrond van de school (of een andere vertrouwde omgeving); • op de plattegrond van de onmiddellijke schoolomgeving; • op de plattegrond van andere omgevingen (bijv. museum, pretpark, dierentuin, metroplan, stadspark …).

13


ET 6.1 Een plattegrond als hulpmiddel gebruiken om hun weg terug te vinden. ET 6.11 /ET 7 Een atlas raadplegen en, in functie van de vraag, de juiste kaart kiezen en interpreteren.

M UZISCHE

OPVOEDING

BEELD 1.3 de beeldinformatie herkennen, begrijpen, interpreteren en er kritisch tegenover staan

N EDERLANDS L E Z EN ET 3.4 / LOET LELE 2 / WO ET 7 Op een doelbewuste en efficiënte manier informatie in verschillende bronnen zoeken, selecteren en verwerken. ET 3.1 / ET 3.4 Voor hen bestemde eenvoudige schriftelijke instructies begrijpen en uitvoeren. ET 3.5 / ET 3.3 / ET 5.1- 5.4 Op basis van op hun leeftijd afgestemde narratieve en artistiekliteraire teksten: • de hoofdpersoon bepalen; • de essentie van de tekst begrijpen; • de verhaallijn volgen en begrijpen; • de verhaallijn vrij letterlijk reconstrueren; • de bedoeling, het plan en de handelingen van de hoofdpersoon bepalen; • persoonlijke gevoelens en meningen over de tekst weergeven; • werkelijkheid en fantasie onderscheiden; • waarneembare gegevens op juistheid beoordelen.

14


4. VOORBEREIDENDE ACTIVITEITEN 4.1 I NLEIDENDE ACTIVITEIT : I NLEVINGSACTIVITEIT 4.1.1 S ITUERING De soldaten en burgers hadden niet altijd zo’n goed leven gedurende de Eerste Wereldoorlog. Velen konden niet meer slapen van de angst, hadden suizende oren van de vele bommen en granaten die vielen, wachtten angstig af in de schuilkelders,… Deze activiteit wordt ingeleid vanuit de ogen van Cyriel, een 12 jarige Oostendse vissersjongen die de oorlog van dichtbij meemaakt. Hij kan niet goed slapen van de vele geluiden rondom hem.

4.1.2 L ESSUGGESTIES  Toon het schilderij van Cyriel (Bijlage 1)  Stel de leerlingen wat vragen over de jongen bv. Wie zou deze jongen zijn? Hoe oud is hij? In welke tijd zou hij leven? Hoe ziet hij er uit?  Na het stellen van de vragen, vertel je de leerlingen dat Cyriel even oud is als hen en iets bijzonders meegemaakt heeft. De Eerste Wereldoorlog.  Daarna schets je kort het verhaal van Cyriel. (Bijlage 2)  Na het fragment speel je het geluidsfragment af met de oorlogsgeluiden.  Na het beluisteren, vraag je de leerlingen welk gevoel het fragment bij hen opgeroepen heeft, welke beelden speelden zich af in hun hoofd.

4.2 V OORBEREIDENDE ACTIVI TEIT : D E AANLEIDING VAN DE EERSTE WERELDOORLOG

4.2.1 S ITUERING Tijdens deze activiteit leren de leerlingen wat meer over de aanleiding van de Eerste Wereldoorlog. Er speelde meer dan enkel de moord op Franz Ferdinant en zijn vrouw. Verschillende landen konden het niet zo goed met elkaar vinden en besloten om verbonden aan te gaan met bepaalde landen. Zo stelden ze zichzelf wat meer in veiligheid. Door middel van de spotprenten kan je dit op een leuke manier aanbrengen. In deze voorbereidende activiteit zit ook een luisteractiviteit en een atlas oefening.

15


4.2.2 V OORBEREIDENDE W ERELDOORLOG

LES :

DE

OORZAAK EN AANLEID ING VAN DE

E ERSTE

Leerplandoelen Zie hier boven vermelde leerplandoelen

Lesdoelen 1. 2. 3. 4.

Leerlingen kijken kritisch naar historische beelden en benoemen wat ze zien. De bedoeling van de spotprenten achterhalen. Collaborerende landen aanduiden op de kaart van Europa. Uitleggen waarom België die eerst neutraal was, plots toch in de oorlog verzeild raakte.

Lesfasen 1. Inleiding: De oorzaak van de Eerste Wereldoorlog ontdekken aan de hand van spotprenten begin de twintigste eeuw. 15 minuten Vooraf De leerkracht vraagt de leerlingen of iemand weet wat de oorzaak en aanleiding geweest zijn voor de Eerste Wereldoorlog. Daarna worden de spotprenten (bijlage 3 en 4) getoond van Europa begin de 20ste eeuw. Richtvragen  

Wat zie je allemaal op de prenten? Zie je een bepaalde figuur als je al deze mensen samen bekijkt? (de kaart van Europa)

Instructie Deze mensen stellen de verschillende Europese landen voor. In het begin van de twintigste eeuw was er een grimmige sfeer in Europa. De heersers wilden hun gebieden uitbreiden om machtiger te worden. Ze wilden een wereldrijk bezitten. Tijdens deze periode werden wapens ontwikkeld om elkaar te bestrijden. Dit was de oorzaak van de Eerste Wereldoorlog.

16


Richtvragen    

Weet iemand wat de aanleiding dan was voor de Eerste Wereldoorlog? Heeft iemand van jullie al eens gehoord over Franzs-Ferdinant? Wat weten jullie al over hem? Wat zou hij met de Eerste Wereldoorlog te maken hebben?

Instructie Franzs-Ferdinant was de troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije. Hij was een koud en hard man. Toen hij op 28 juni 1914 een rondrit maakte in Sarajevo met zijn vrouw, werden ze beiden doodgeschoten door Princip. Dit was de aanleiding van de Eerste Wereldoorlog. Oostenrijk-Hongarije verklaarde toen de oorlog aan Servië.

2. Kaartoefening: Wie werkt samen met wie? 20 minuten Verloop De leerlingen bekijken het filmpje van beeldbank (http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20071126_wereldoorlog01) en lossen de invuloefening (bijlage 5) in. Bij dit filmpje hoort ook een kaartoefening (bijlage 6) die de leerlingen per 2 zullen oplossen. Instructie Op het werkblad zien jullie de kaart van Europa. Het is de bedoeling dat jullie nu met de informatie die je uit het filmpje gehaald hebt, de samenwerkende landen zal aanduiden met eenzelfde kleur. Je kan je atlas als hulp gebruiken.

3. Hoe zit het nu met het neutrale België? 15 minuten Verloop Je toont de spotprent (bijlage 7) aan de leerlingen. Daarna gaan de leerlingen per 2 overleggen wat de betekenis van deze spotprent zou kunnen zijn. Na de korte brainstorm bespreek je klassikaal het verhaal van het neutrale België dat in de oorlog verzeild geraakt is. (bijlage 8)

17


Richtvragen     

Wat zie je op de spotprent? Welke woorden staan daar? Wie stelt welk land voor? Waarom trekt de hond aan de soldaat zijn jas? Hoe komt het dat België in de oorlog verzeild geraakt is?

Na deze bespreking worden de leerlingen opgedeeld in groepen. Ze gaan volgende vragen bespreken: “Waarom spreekt men van een wereldoorlog?” “Waarom spannen bepaalde landen samen?” Je eindigt de les met de conclusie dat het een wereldoorlog is omdat er zeer veel verschillende landen uit de hele wereld betrokken zijn in deze oorlog. Landen spanden samen om elkaar te helpen en sterker te staan.

4.3 V OORBEREIDING BEZOEK 4.3.1 V ERPLAATSING

NAAR HET MUSEUM

Adres: Raversyde (Atlantikwall) Nieuwpoortsesteenweg 636 8400 Oostende Tel: 059 702285 Fax: 059 514503 Email: info@raversyde.be Website: www.raversyde.be

U kunt het museum zowel per auto/bus bereiken als per fiets. Er is een parking voor auto’s en bussen voorzien. De ingang van Atlantikwall is langs de Duinenweg. Er is een wandelpad voorzien om van de parking naar de Duinenweg te gaan. Er is in het museum zelf plaats voorzien om fietsen te plaatsen. U kunt dus best langs de Duinenweg komen indien u zich met de fiets verplaatst. 18


4.3.2 K LAARMAKEN

VAN DE RUG ZAKJES

Elke opdracht heeft een rugzakje nodig met de nodige materialen. Bij opdracht 6 zijn er 2 rugzakjes nodig. Op de fiches van de leerkrachten staat telkens wat er in de rugzakjes moet zitten. Deze rugzakjes op voorhand in orde maken, zorgt voor een goede organisatie tijdens het museumbezoek. In de bijlage vind je de nummers die aan de rugzakjes moet gehangen worden. Elk rugzakje krijgt het nummer van de opdracht. (indien deze nog niet bevestigd zijn)

4.3.3 L EERLINGEN

IN GROEPEN VERDELEN

Er zijn 8 opdrachten. Omdat er wat speling zou zijn tijdens het wisselen van de opdrachten, is het aan te raden om 5 of 6 groepen te maken. Verdeel de leerlingen op voorhand in 5 of 6 groepen. In de bijlage vind je een schema waar de opdrachtenfiches staan voor elke groep. Daarop duid je telkens aan welke activiteit ze al gedaan hebben. Zo bewaar je een overzicht voor jezelf, maar ook voor de leerlingen.

4.3.4 N ODIGE

DOCU MENTEN TIJ DENS HET BEZOEK

 Inleidende tekst voor tijdens het museumbezoek. De tekst dient als inleiding voor de activiteiten. + bijhorende kaarten. (zie bijlage 9)  Afrondende tekst voor tijdens het museumbezoek. De tekst dient als afronding na de activiteiten. (zie bijlage 10)  Een vijftigtal sterren (zie bijlage 11)  opdrachtenfiches voor de groepjes (zie bijlage 12)  Overzicht van de activiteiten die de groepjes gedaan hebben en waaraan ze bezig zijn. (zie bijlage 13)  Grondplan (zie bijlage 14) (1 voor de begeleider + 1 voor elke opdracht (in rugzakjes steken) = 9 grondplannen)  Verklarende woordenlijst: In elke rugzak is er een verklarende woordenlijst nodig. (zie bijlage 15)  Het kwartet dat op het eind van de activiteit verdiend kan worden.

4.4 A FSLUITENDE LES NA HE T MUSEUMBEZOEK . Leerplandoelen Zie hier boven vermelde leerplandoelen

Lesdoelen 1. De leerlingen werken samen met elkaar aan de hand van de CLIM methode. 2. De leerlingen raadplegen verschillende informatiebronnen om hun informatie op te zoeken. 3. De leerlingen illustreren aan de hand van voorbeelden dat veel dingen nog steeds hetzelfde zijn als vroeger, maar soms ook niet en geven aan waarom. 4. Een korte presentatie geven aan de klas over de gevonden informatie. 19


Materiaal nodig voor deze activiteit   

5 computers/ laptops Boeken die over de verschillende onderwerpen gaan Eventueel verschillende informatiefiches indien er geen computers of niet voldoende computers beschikbaar zijn.

Lesfasen 1. Inleiding: Terugblik op het bezoek aan batterij Aachen. 10 minuten Verloop Je vraagt de leerlingen wat ze nog allemaal weten van het bezoek aan Batterij Aachen. Welke zaken waren nieuw voor hen, wat hebben ze allemaal bijgeleerd. Welke taken heeft een soldaat allemaal in de batterij, … Daarna vertel je hen dat ze op het eind een kwartet verdiend hebben door hun goed werk. Dit kwartet zullen we deze les nodig hebben om er iets meer mee te doen. Richtvragen        

Wat vond je van het bezoek? Wat weet je nog allemaal? Zijn er zaken die je verwonderden? Wat heb je allemaal bijgeleerd? Welke taken heeft een soldaat in de batterij? Hoe heette het geheimschrift dat de soldaten gebruiken? Wat dit enkel met strepen en punten? Wat vond je van het feestmaal van Cyriel?

20


2. Inleiding: Verdeling van de verschillende groepen en uitleggen van de opdracht. 10 minuten Vooraf De leerkracht heeft de takenkaarten al op voorhand klaargelegd zodat deze straks per groep uitgedeeld kunnen worden. Om de groepsverdeling vlot te laten verlopen kan je de leerlingen opdelen aan de hand van kleurenkaarten die hetzelfde kleur hebben als de verschillende kwartetten. Je zorgt ervoor dat er 5 groepen zijn. Verloop Je deelt de leerlingen op in 5 groepen. Per groep worden ook de verschillende taken uitgedeeld. Groepsverdeling  Bekende personen in batterij Aachen  Bunkers en ander geschut  Voertuigen  Collectiestukken  Camouflage Instructie Jullie zijn opgedeeld in 5 groepen. Iedere groep zal 1 kwartet krijgen. Ook krijgen jullie per groep een computer en zijn er verschillende boeken of infofiches beschikbaar. Het is de bedoeling dat jullie wat extra informatie zullen opzoeken over jullie kwartet onderwerp. Hiervoor krijgen jullie voldoende tijd. Na al het opzoekwerk zullen jullie een korte presentatie voorbereiden en zullen jullie even juf en meester mogen zijn. Jullie zullen namelijk de gevonden informatie presenteren aan de andere leerlingen van de klas, want zij weten natuurlijk nog niet veel over jullie kwartet. Afspraken -

Als jullie een woord tegenkomen die jullie niet kennen, dan schrijf je het op je werkblad, en zoek je in je woordenboek de uitleg op. Wie klaar is, zoekt het verschil tussen jullie voorwerpen vroeger en nu. Wie personen heeft zal extra informatie opzoeken over de personen.

21


Punten die zeker moeten voorkomen in de presentatie   

Wat is het verschil met vroeger en nu? Wie of wat zijn je personen/voorwerpen? Wat hebben deze personen/voorwerpen te maken met de Eerste Wereldoorlog?

3. Opzoeken aan de hand van verschillende bronnen (groepstaak). 50 minuten

Verloop De leerlingen zoeken extra informatie op rond hun onderwerpen. Hierbij maken ze gebruik van de pc, boeken, fiches,… Om hen op veilige sites te laten surfen kan je hen enkele sites opgeven die kindvriendelijk zijn of kan je een kinderbrowser installeren. Kinderbrowsers   

http://www.mybee.nl http://kinderbrowser.be http://www.kidiso.com/lang/nl/

Kindvriendelijke zoekrobots     

http://www.davindi.nl http://www.netwijs.nl http://wikikids.wiki.kennisnet.nl/Hoofdpagina http://www.look4.be http://www.datbedoelik.nl/indexl.php

4. Voorbereiding van de presentatie. 15 minuten Verloop Je geeft de leerlingen een 15tal minuten tijd om hun presentatie voor te bereiden. Je kan hen enkele richtlijnen geven zodat ze weten waarop je zal letten. Iedere groep krijgt een 5 tal minuten om voor te stellen.

22


Richtlijnen   

Inbreng in de presentatie. Creativiteit. Samenwerking.

5. In groep hun bevindingen presenteren. 25 minuten Verloop De leerlingen stellen hun onderwerpen voor aan de klasgenoten. Na de presentatie kan je nog wat extra achtergrondinformatie meegeven en kunnen de leerlingen als afsluiter het kwartet spelen. Indien je extra kwartetten wil, kan je deze afdrukken (zie bijlage 16).

23


5. ACTIVITEITENFICHES 5.1 A CTIVITEITENFICHES VO OR DE LEERLINGEN        

Fiche 1: Opzoek naar sporen uit het verleden Fiche 2: Link de foto met de juiste windrichting Fiche 3: Ontcijfer de code Fiche 4: Koppel het juiste silhouet aan de juiste afbeelding Fiche 5: Wat past niet in het plaatje Fiche 6: Hoe blijven we beschermd Fiche 7: Met weinig voedsel een maaltijd samenstellen Fiche 8: Conditieoefening

24


1O MINUTEN

D AGBOEKFRAGMENT A UGUST Maandag Vandaag mijn eerste dag in batterij Aachen. De andere soldaten zijn heel vriendelijk tegen me. Daarnet kreeg ik mijn uniform, een echt uniform van een soldaat. Van het witte mutsje was ik niet zo overtuigd, maar als iedereen het draagt, ik ook. Toen ik vanmiddag een rondleiding kreeg, werd net een gigantisch kanon geplaatst. Deze week zullen ze mij leren hoe ik er mee moet schieten. Een collega vertelde mij dat zo’n kanon wel 18,7 km ver kan schieten! Als dat niet indrukwekkend is? Dat zou willen zeggen dat ik de kanonskogel van hier tot in Keiem kan schieten. Met dit kanon kunnen we vijandige boten beschieten die onze haven binnendringen. Ook krijgen we dan coÜrdinaten door van onze makkers aan het IJzerfront. We moeten dan berekenen hoe we ons kanon moeten plaatsen en dan hopen dat ons projectiel de geallieerden raken. Toch hoop ik dat de oorlog snel voorbij zal zijn. Ik mis thuis en het eten is hier niet echt mijn ding.

25


O BSERVATIEVRAGEN 1. Je onderzoekt de plek waar je nu staat. Wat zien jullie dat volgens jullie te maken heeft met de oorlog? ……………………………………………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………………………………………………………

2. Kijk naar foto 1. Wat zou hier gestaan hebben? ……………………………………………………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………………………………………………………

3. Kijk naar foto 2. Waarvoor zouden de gaten in de muur dienen? Wat zou daar ingezeten hebben? ……………………………………………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………………………………………………………

4. Hoe voerden de Duitsers hun munitie aan? Kijk daarvoor ook eens naar de straat of de dijk. ……………………………………………………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………………………………………………………

5. Kijk nu naar de andere foto’s om te zien wat hier echt stond tijdens de Eerste Wereldoorlog. 26


F OTO ’ S

27


28


15 MINUTEN

D AGBOEKFRAGMENT A UGUST Dinsdag

Na 3 weken begint het leven hier wat te wennen. Alles verloopt hier rustig. Ben ik blij dat ik niet aan het front moet vechten! Ik zou er waarschijnlijk slechter aan toe geweest zijn, als ik de verhalen mag geloven. Toen we maandag naar de markt gingen om vis, kwam ik er een lokale jongen tegen. Hij zag er nog niet zo oud uit, 12 jaar, misschien 13. Ik zei hem gedag, maar zijn vader riep hem onmiddellijk bij zich. De bevolking is niet tevreden dat wij Duitsers er zijn. Ik begrijp ze, maar ik ben toch niet slecht? Ik ben ook maar een mens. Ik voer de bevelen uit die mij opgedragen zijn. De jongen vertelde mij dat zijn broer, Marcel, aan het front vocht. Vandaar de nog grotere haat voor Duitsers van de vader. Enerzijds begrijp ik hem wel. Ik denk dat ik ook zo zou reageren. De jongen was geïnteresseerd in mijn kompas. Ik heb het hem getoond. Zijn vader heeft ook zo’n kompas. De vissers gebruiken het als ze gaan varen. Ik probeer hem vanmiddag eens uit.

29


O PDRACHT Sta op de plaats van de rode bol. Leg het kompas en de windroos zoals op de foto’s staat. Daarna kijk je in welke windrichting welke foto getrokken is en kleef je deze foto bij de juiste windrichting. Ben je hiermee klaar, ga je proberen een zo identiek mogelijke foto te trekken met het fototoestel dat je in je rugzak terug kan vinden. Deze foto’s toon je straks aan de verantwoordelijke.

30


Bepaal het noorden met je kompas, en draai de rode pijl gelijk met je rode kompasnaald die het noorden aanwijst.

Leg het noorden van je windroos gelijk met het noorden van het kompas.

Kleef de juiste foto bij de juiste windrichting.

31


F OTO ’ S

32


33


15 MINUTEN

D AGBOEKFRAGMENT A UGUST Woensdag

Vandaag kreeg ik er een nieuwe taak bij. Ik sta in voor het ontcijferen van de codes die toekomen via de morse machine. Ze hebben mij een morse tabel gegeven die ik vanbuiten moet leren. Moeilijke karwei als je het mij vraagt, maar ik vind het wel spannend. Soms kunnen we ook boodschappen onderscheppen van de vijand. Zo hebben ze al enkele aanvallen kunnen verijdelen. Morse kan je op verschillende manieren gebruiken. Bij ons komt de morse toe in geluid, afwisselend lange en korte geluidssignalen, maar het kan bijvoorbeeld ook via licht. Wij moeten de code noteren en daarna vertalen a.d.h.v. onze tabel. Het decoderen moet ook heel snel gebeuren, want de zender wacht niet tot je klaar bent met alles. Ik moet dus goed bij de pinken blijven en zorgen dat ik goed uitgerust ben, zodat er niets fout loopt. Het decoderen gebeurt in een hele sterke bunker. We zitten dus veilig en wel.

34


O NTCIJFER

DE MORSETABEL

D UITSE

ZIN AAN DE HAND VAN DE

-- --- .-. --. . -. -.- --- -- -.. . .-. --.. ..- --. -- .. -. . ..- . .-. -- ..- -. .. - .. --- -. …- --- .-. -… . ..

35


M ORSETABEL

36


10 MINUTEN

D AGBOEKFRAGMENT C YRIEL Maandag

De oorlog is nu al even bezig. Ik vraag me af wanneer het gedaan zal zijn. We hebben niet veel eten en geld voor kleren is er niet. Ik moet nu Marcel zijn oude kleren dragen. Hopelijk gaat alles goed met hem, daar aan het front. Ik ben bang, want we hebben al maanden niets meer van hem gehoord. De Duitsers houden zich hier gelukkig koest. Af en toe komen ze vis kopen. Er is 1 soldaat die lijkt op Marcel. Hij werkt op het koninklijk domein dat ze nu helemaal aan het ombouwen zijn. De 2 lichttorens zijn naar beneden gehaald en de chalet is afgebrand. Ook staan daar kanonnen die vliegtuigen naar beneden kunnen halen. Die vliegtuigen kunnen echt akelige geluiden maken als ik moet slapen. Ik ben altijd bang dat er plots een bom op ons huis zal vallen en dat wij allemaal dood zullen zijn. Ook zag ik plots een soort ballon waar mensen inzaten. Het was niet echt een ronde ballon. Heel vreemd. Wat zouden ze hiermee doen?

37


O PDRACHTENBLAD Let op! Er zitten meer silhouetten dan toestellen in! Voor welke foto is er geen silhouet? ………………………………………………………………………..

FOTO

SILHOUET

NAAM

Goed zo, Werd dit toestel gebruikt in de Eerste Wereldoorlog? Waarom wel/ waarom niet? …………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………

38


39


40


41


42


43


44


10 MINUTEN

D AGBOEKFRAGMENT A UGUST Donderdag

Vandaag was een drukke dag. Veel berichten kwamen binnen die vertaald moesten worden. Mijn taak vond vandaag plaats in de bomvrije schuilplaats. Onze batterij was verplicht om zo’n schuilplaats te bouwen omdat er teveel aanvallen waren van de geallieerden. Hun wapens worden alsmaar beter en sterker waardoor wij minder veilig zitten. De oorlog is nu al even bezig en er lijkt maar geen eind aan te komen. Wanneer zal dit alles ophouden? Deze vraag speelt de laatste tijd vaak door mijn hoofd.

O PDRACHT Sta op de plaats van de rode bol. Bekijk de foto VOOR je de bunker ingaat. Op de foto staan voorwerpen die niet thuishoren in het plaatje van de Eerste Wereldoorlog. Wie van jullie kan ze allemaal vinden?

45


46


10 MINUTEN

D AGBOEKFRAGMENT C YRIEL Donderdag

Toen ik vandaag in de duinen wandelde heb ik een ontdekking gedaan die ik zo graag met Marcel wilde delen! Ik heb een bunker ontdekt die ik nog nooit eerder opgemerkt had. De bunker zat goed verstopt en moet nog maar net gebouwd zijn, want het leek nieuw. Het was helemaal overdekt met duinengras en takken waardoor hij niet opviel. Papa vertelde me dat dit camoufleren heet. Rare naam, camoufleren. De soldaten gebruiken camouflage om iets te doen opgaan in de omgeving zodat het niet meer goed zichtbaar is voor de vijand. Anders zou de bunker beschoten worden. Nu begrijp ik ook waarom Marcel een kaki uniform aan moest. Om niet op te vallen! Moest hij rondlopen met een wit pak, dan zou hij direct gezien worden aan het front en doodgeschoten worden. Ik heb Marcel nog steeds niet gehoord. Hopelijk gaat alles goed!

47


O PDRACHT A Camoufleer de bunker zodat hij opgaat in de omgeving en niet zichtbaar is voor de vijand. Wees creatief. Als de bunker gecamoufleerd is, geef je deze af aan de verantwoordelijke en krijg je rugzak B.

48


49


F OTO ’ S BIJ OPDRACHT B Bekijk de foto’s en vergelijk deze met jullie bunker. Wat zie je allemaal? Wat hadden jullie al goed? Wat zou je nog beter kunnen camoufleren?

50


51


52


10 MINUTEN

D AGBOEKFRAGMENT C YRIEL Zondag Vandaag is het een speciale dag. Marcel komt naar huis voor enkele dagen. Omdat het bijna mijn verjaardag is, gaat mama een feestmaal klaarmaken. Veel geld of voedsel hebben we niet, maar mama heeft proberen zoveel mogelijk voedselbonnen op te sparen waardoor we nu een lekkere maaltijd kunnen klaarmaken. Ik kijk er al naar uit! Na elke dag gewoon aardappelen of soep te eten, is een lekkere maaltijd meer dan welkom.

53


O PDRACHT De mama van Cyriel heeft enkele bonnen opgespaard. Hij mag zelf z’n verjaardag maaltijd samenstellen. Hij wil graag Verloren eieren in schelpen eten en als dessert lekkere poffertjes. Hieronder zie je wat hij nodig heeft en welke bonnen z’n mama nog over heeft. Duidelijk niet genoeg voor zijn lekkere maaltijden. Welke ingrediënten moet hij weglaten? Zou hij nog een lekkere maaltijd kunnen maken denk je? Waarom wel/waarom niet? B ONNEN DIE C YRIEL HEEFT : - 6 x bon 31 eieren - 1 x bon 29-30 boter - 1 x bon 32 melk - 1 x bon 32 bloem - 1 x bon 32 kaas - 1 x bon 32 reserve - 1 x 107 algemeen I NGREDIËNTEN NODIG VO OR : H OOFDGERECHT : V ERLOREN

EIEREN

IN

SCHELPEN

6 eieren, 1 eetlepel geraspte kaas, 1 eetlepel fijngestampte beschuit, een stukje boter.

D ESSERT : P OFFERTJES

100 g bloem, 40 g gist, 1 theelepel zout, 3 dl melk, circa 50 g boter, 200 g koude gekookte aardappelen, 2 eieren, 60 g suiker. 54


O PDRACHTENBLAD

1. Welke ingrediënten moet hij weglaten?

…………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………

2. Zou hij nog een lekkere Waarom wel / waarom niet?

maaltijd

kunnen

maken

denk

je?

…………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………

55


15 MINUTEN

D AGBOEKFRAGMENT A UGUST Vrijdag

Ik ben helemaal kapot. Vandaag moest een nieuwe geschutstelling gebouwd worden rond het kanon en we hadden mannen tekort. We moesten de verschillende zandzakken rond het kanon plaatsen en zo een muur vormen die ons en het kanon meer beschermt. 1 zo’n zak weegt wel 50 kilogram. Ik voel mijn armen en benen bijna niet meer. Slapen lukt niet goed, alles doet pijn. Daarom schrijf ik nog wat in mijn dagboek. Ik snak naar een rustmoment of een week vakantie zodat ik naar huis kan! Het gemis begint door te wegen. Ik hoop dat ik mijn ouders en broer snel terug zie!

56


O PDRACHT Bouw met de zandzakken een constructie zodat er 2 leerlingen/ soldaten niet meer zichtbaar zijn als ze erachter zitten. Let er op dat de zandzakken stevig gestapeld staan, zodat de constructie niet omvalt. De zandzakken ga je opheffen en NIET SLEPEN. Trek nadien een foto als bewijsmateriaal van jullie opdracht. Leg tenslotte de zandzakken terug op de plaats zoals je ze gevonden hebt.

57


5.2 A CTIVITEITENFICHES VO OR DE LEERKRACHTEN        

Fiche 1: Opzoek naar sporen uit het verleden Fiche 2: Link de foto met de juiste windrichting Fiche 3: Ontcijfer de code Fiche 4: Koppel het juiste silhouet aan de juiste afbeelding Fiche 5: Wat past niet in het plaatje Fiche 6: Hoe blijven we beschermd Fiche 7: Met weinig voedsel een maaltijd samenstellen Fiche 8: Conditieoefening

58


Op zoek naar sporen uit het verleden

FICHE 1

M ATERIAAL IN DE RUGZAK     

Opdrachtenblad Fotoblad Dagboekfragment van August Potlood Keukenwekker (tijd: 10 minuten)

W AT MOETEN DE LEERLINGEN DOEN ? Hier gaan de leerlingen op zoek gaan naar sporen uit het verleden. Wat zou hier vroeger allemaal gestaan hebben? Wat speelde zich hier 100 jaar geleden af? Ze krijgen hierbij een opdrachtenfiche en een fotofiche. De antwoorden schrijven de leerlingen op een apart opdrachtenblad en tonen ze aan jou als de timer afloopt. Het is de bedoeling dat je de antwoorden naleest en als ze correct zijn, de leerlingen een ster geeft. Leerlingen die heel veel antwoorden juist hebben en zeer goed hun best gedaan hebben, kunnen 2 sterren verdienen.

59


D AGBOEKFRAGMENT A UGUST Maandag Vandaag mijn eerste dag in batterij Aachen. De andere soldaten zijn heel vriendelijk tegen me. Daarnet kreeg ik mijn uniform, een echt uniform van een soldaat. Van het witte mutsje was ik niet zo overtuigd, maar als iedereen het draagt, ik ook. Toen ik vanmiddag een rondleiding kreeg, werd net een gigantisch kanon geplaatst. Deze week zullen ze mij leren hoe ik er mee moet schieten. Een collega vertelde mij dat zo’n kanon wel 18,7 km ver kan schieten! Als dat niet indrukwekkend is? Dat zou willen zeggen dat ik de kanonskogel van hier tot in Keiem kan schieten. Met dit kanon kunnen we vijandige boten beschieten die onze haven binnendringen. Ook krijgen we dan coÜrdinaten door van onze makkers aan het IJzerfront. We moeten dan berekenen hoe we ons kanon moeten plaatsen en dan hopen dat ons projectiel de geallieerden raken. Toch hoop ik dat de oorlog snel voorbij zal zijn. Ik mis thuis en het eten is hier niet echt mijn ding.

60


O BSERVATIEVRAGEN 1. Je onderzoekt de plek waar je nu staat. Wat zien jullie dat volgens jullie te maken heeft met de oorlog? Gaten in de muren om munitie in te leggen. Een beschermmuur Een ronde in het midden met allemaal staafjes in ‌ 2. Kijk naar foto 1. Wat zou hier gestaan hebben? Een kanon

3. Kijk naar foto 2. Waarvoor zouden de gaten in de muur dienen? Wat zou daar ingezeten hebben? In deze gaten plaatsten de Duitse soldaten hun munitie om het kanon te herladen. 4. Hoe voerden de Duitsers hun munitie aan? Kijk daarvoor ook naar de straat of de dijk. Per tram of trein 5. Kijk nu naar de andere foto’s om te zien wat hier echt stond tijdens de Eerste Wereldoorlog.

61


F OTO ’ S

62


63


Link de foto met de juiste windrichting

FICHE 2

M ATERIAAL IN DE RUGZAK       

Dagboekfragment August Foto’s in groot formaat Foto’s in klein formaat met velcro aan de ommezijde Windroos met velcro Kompas Fototoestel Keukenwekker (tijd: 15 minuten)

W AT MOETEN DE LEERLINGEN DOEN ? Hier zullen de leerlingen een van de taken van August uitvoeren, namelijk een kompas aflezen. Ze krijgen enkele foto’s in het groot en zullen eerst proberen om met het fototoestel dezelfde foto’s te trekken. Daarna zullen ze aan de hand van het stappenplan de juiste foto (klein formaat met velcro) bij de juiste windrichting kleven (op de windroos met velcro) Als de timer afloopt, zullen de leerlingen hun oplossing aan de verantwoordelijke komen tonen. Als alle windrichtingen correct zijn, verdienen de leerlingen 2 sterren. Is er een foutje, dan verdienen ze 1 ster.

64


D AGBOEKFRAGMENT A UGUST Dinsdag

Na 3 weken begint het leven hier wat te wennen. Alles verloopt hier rustig. Ben ik blij dat ik niet aan het front moet vechten! Ik zou er waarschijnlijk slechter aan toe geweest zijn, als ik de verhalen mag geloven. Toen we maandag naar de markt gingen om vis, kwam ik er een lokale jongen tegen. Hij zag er nog niet zo oud uit, 12 jaar, misschien 13. Ik zei hem gedag, maar zijn vader riep hem onmiddellijk bij zich. De bevolking is niet tevreden dat wij Duitsers er zijn. Ik begrijp ze, maar ik ben toch niet slecht? Ik ben ook maar een mens. Ik voer de bevelen uit die mij opgedragen zijn. De jongen vertelde mij dat zijn broer, Marcel, aan het front vocht. Vandaar de nog grotere haat voor Duitsers van de vader. Enerzijds begrijp ik hem wel. Ik denk dat ik ook zo zou reageren. De jongen was geïnteresseerd in mijn kompas. Ik heb het hem getoond. Zijn vader heeft ook zo’n kompas. De vissers gebruiken het als ze gaan varen. Ik probeer hem vanmiddag eens uit.

65


Bepaal het noorden met je kompas, en draai de rode pijl gelijk met je rode kompasnaald die het noorden aanwijst.

Leg het noorden van je windroos gelijk met het noorden van het kompas.

Kleef de juiste foto bij de juiste windrichting.

66


O PLOSSING

67


Ontcijfer de code

FICHE 3

M ATERIAAL IN DE RUGZAK    

Dagboekfragment van August Morse tabel Pen en papier Keukenwekker (tijd: 15 minuten)

W AT MOETEN DE LEERLINGEN DOEN ? In oorlogstijd was het heel belangrijk dat de communicatie vlot verliep, maar ook moest er opgelet worden voor de vijand, want deze luisterde ook vaak mee. Daarom hebben de soldaten een geheimschrift ontwikkeld, zodat het moeilijker werd om berichten te onderscheppen. August heeft ook zo’n boodschap. Deze boodschap staat in morse en gaan de leerlingen omzetten in het Duits. (want August was een Duitse soldaat) Als de leerlingen de zin correct hebben, krijgen ze 2 sterren. Zitten er enkele foutjes in, krijgen ze 1 ster.

68


D AGBOEKFRAGMENT A UGUST Woensdag

Vandaag kreeg ik er een nieuwe taak bij. Ik sta in voor het ontcijferen van de codes die toekomen via de morse machine. Ze hebben mij een morse tabel gegeven die ik vanbuiten moet leren. Moeilijke karwei als je het mij vraagt, maar ik vind het wel spannend. Soms kunnen we ook boodschappen onderscheppen van de vijand. Zo hebben ze al enkele aanvallen kunnen verijdelen. Morse kan je op verschillende manieren gebruiken. Bij ons komt de morse toe in geluid, afwisselend lange en korte geluidssignalen, maar het kan bijvoorbeeld ook via licht. Wij moeten de code noteren en daarna vertalen a.d.h.v. onze tabel. Het decoderen moet ook heel snel gebeuren, want de zender wacht niet tot je klaar bent met alles. Ik moet dus goed bij de pinken blijven en zorgen dat ik goed uitgerust ben, zodat er niets fout loopt. Het decoderen gebeurt in een hele sterke bunker. We zitten dus veilig en wel.

69


O NTCIJFER DE D UITSE ZIN AAN DE HAND VAN DE MORSETABEL

-- --- .-. --. . -. -.- --- -- -.. . .-. --.. ..- --. -- .. -. . ..- . .-. -- ..- -. .. - .. --- -. …- --- .-. -… . .. Morgen komt der zug mit neuer munition vorbei.

70


M ORSETABEL

71


Koppel het juiste silhouet aan de juiste afbeelding

FICHE 4

M ATERIAAL IN DE RUGZAK      

Dagboekfragment van Cyriel Silhouetten Afbeeldingen Opdrachtenblad Potlood Keukenwekker (tijd: 10 minuten)

W AT MOETEN DE LEERLINGEN DOEN ? De leerlingen krijgen allemaal silhouetten en afbeelden. Het is de bedoeling dat ze de juiste afbeelding met het juiste silhouet gaan linken en daarna de correcte naam zoeken die bij de afbeelding hoort. Ook is er een afbeelding die niet thuishoort in het rijtje.

72


D AGBOEKFRAGMENT C YRIEL Maandag

De oorlog is nu al even bezig. Ik vraag me af wanneer het gedaan zal zijn. We hebben niet veel eten en geld voor kleren is er niet. Ik moet nu Marcel zijn oude kleren dragen. Hopelijk gaat alles goed met hem, daar aan het front. Ik ben bang, want we hebben al maanden niets meer van hem gehoord. De Duitsers houden zich hier gelukkig koest. Af en toe komen ze vis kopen. Er is 1 soldaat die lijkt op Marcel. Hij werkt op het koninklijk domein dat ze nu helemaal aan het ombouwen zijn. De 2 lichttorens zijn naar beneden gehaald en de chalet is afgebrand. Ook staan daar kanonnen die vliegtuigen naar beneden kunnen halen. Die vliegtuigen kunnen echt akelige geluiden maken als ik moet slapen. Ik ben altijd bang dat er plots een bom op ons huis zal vallen en dat wij allemaal dood zullen zijn. Ook zag ik plots een soort ballon waar mensen inzaten. Het was niet echt een ronde ballon. Heel vreemd. Wat zouden ze hiermee doen?

73


O PDRACHTENBLAD Let op! Er zitten meer silhouetten dan toestellen in! Voor welke foto is er geen silhouet? E

FOTO

SILHOUET

NAAM

A

5

Luchtballon

B

4

C

6

Zeppelin De rode baron (fokker)

D

1

Tank

E

Geen

Vliegtuig uit de Tweede Wereldoorlog

Goed zo, Werd dit toestel gebruikt in de Eerste Wereldoorlog? Waarom wel/ waarom niet? Het is een vliegtuig van de Tweede Wereldoorlog. Dit kan je herkennen aan het hakenkruis/ De swastika.

74


75


76


77


78


79


80


Wat past niet in het plaatje?

FICHE 5

M ATERIAAL IN DE RUGZAK  Foto met voorwerpen op die niet thuishoren in de Eerste Wereldoorlog.  Zaklamp  Keukenwekker (tijd: 10 minuten)

W AT MOETEN DE LEERLINGEN DOEN ? De leerlingen gaan naar de bomvrije schuilplaats. Hier bracht August heel wat uren door. Voor ze naar binnen gaan, lezen ze het dagboekfragment van August en bekijken ze de foto met de voorwerpen die niet thuishoren in het plaatje. Dit doen ze aan de rode bol. Pas daarna gaan ze naar binnen en controleren ze welke voorwerpen niet thuishoren. Als de timer afgaat, komen de leerlingen de voorwerpen tonen aan de verantwoordelijke. Hebben ze minstens 5 voorwerpen, krijgen ze een ster. Vinden ze alle 7 de voorwerpen, krijgen ze 2 sterren.

81


D AGBOEKFRAGMENT A UGUST Donderdag

Vandaag was een drukke dag. Veel berichten kwamen binnen die vertaald moesten worden. Mijn taak vond vandaag plaats in de bomvrije schuilplaats. Onze batterij was verplicht om zo’n schuilplaats te bouwen omdat er teveel aanvallen waren van de geallieerden. Hun wapens worden alsmaar beter en sterker waardoor wij minder veilig zitten. De oorlog is nu al even bezig en er lijkt maar geen eind aan te komen. Wanneer zal dit alles ophouden? Deze vraag speelt de laatste tijd vaak door mijn hoofd.

82


83


Hoe blijven we beschermd?

FICHE 6

M ATERIAAL IN DE RUGZAK A     

Dagboekfragment Cyriel Vragenlijst Tekening van een bunker Kleurpotloden Keukenwekker (tijd: 15 minuten)

M ATERIAAL IN DE RUGZAK B  Foto’s van ‘onzichtbare’ bunkers

W AT MOETEN DE LEERLINGEN DOEN ? De leerlingen krijgen een prent van een bunker en kleurpotloden. Ze gaan nu zelf aan de slag en proberen hun bunker zo creatief mogelijk te camoufleren. Pas als ze hiermee klaar zijn, krijgen ze rugzak B, waarin de foto’s zitten van goed beschermde bunkers. Nadat de leerlingen opdracht B bekeken hebben, stel je hen de vragen die in bijlage zitten. Kunnen ze hier goed op antwoorden, dan verdienen ze een ster.

84


V RAGEN VOOR DE LEERKRACHT NA OPDRACHT B    

Wat herkende je allemaal in de bunkers? Hoe beschermden de soldaten zich? Hoe camoufleerden de soldaten hun bunker? Als je nu jullie bunker vergelijkt met deze van de soldaten, is hij dan goed gecamoufleerd, of zou je nog dingen veranderen?

D AGBOEKFRAGMENT C YRIEL Donderdag

Toen ik vandaag in de duinen wandelde heb ik een ontdekking gedaan die ik zo graag met Marcel wilde delen! Ik heb een bunker ontdekt die ik nog nooit eerder opgemerkt had. De bunker zat goed verstopt en moet nog maar net gebouwd zijn, want het leek nieuw. Het was helemaal overdekt met duinengras en takken waardoor hij niet opviel. Papa vertelde me dat dit camoufleren heet. Rare naam, camoufleren. De soldaten gebruiken camouflage om iets te doen opgaan in de omgeving zodat het niet meer goed zichtbaar is voor de vijand. Anders zou de bunker beschoten worden. Nu begrijp ik ook waarom Marcel een kaki uniform aan moest. Om niet op te vallen! Moest hij rondlopen met een wit pak, dan zou hij direct gezien worden aan het front en doodgeschoten worden. Ik heb Marcel nog steeds niet gehoord. Hopelijk gaat alles goed!

85


86


87


88


Met het weinige voedsel een maaltijd samenstellen.

FICHE 7

M ATERIAAL IN DE RUGZAK  Dagboekfragment van Cyriel  Keukenwekker (tijd: 10 minuten)

W AT MOETEN DE LEERLINGEN DOEN ? Restjes eten werden gespaard en er werd nog een maaltijd mee gemaakt. Dit moesten de mensen tijdens de oorlog vaak doen. Omdat Marcel naar huis komt om Cyriel z’n verjaardag te vieren, maken ze een speciale maaltijd klaar. De leerlingen zullen aan de hand van voedselbonnen een maaltijd samenstellen. Ze zullen merken dat er voedselbonnen tekort zijn. Ze vragen zich af of de maaltijd nog lekker zou zijn. Als ze de vragen goed beantwoord hebben, krijgen ze 2 sterren. Als ze een foutje gemaakt hebben, krijgen ze 1 ster.

89


D AGBOEKFRAGMENT C YRIEL Zondag Vandaag is het een speciale dag. Marcel komt naar huis voor enkele dagen. Omdat het bijna mijn verjaardag is, gaat mama een feestmaal klaarmaken. Veel geld of voedsel hebben we niet, maar mama heeft proberen zoveel mogelijk voedselbonnen op te sparen waardoor we nu een lekkere maaltijd kunnen klaarmaken. Ik kijk er al naar uit! Na elke dag gewoon aardappelen of soep te eten, is een lekkere maaltijd meer dan welkom.

90


O PDRACHT De mama van Cyriel heeft enkele bonnen opgespaard. Hij mag zelf z’n verjaardag maaltijd samenstellen. Hij wil graag Verloren eieren in schelpen eten en als dessert lekkere poffertjes. Hieronder zie je wat hij nodig heeft en welke bonnen z’n mama nog over heeft. Duidelijk niet genoeg voor zijn lekkere maaltijden. Welke ingrediënten moet hij weglaten? Zou hij nog een lekkere maaltijd kunnen maken denk je? Waarom wel/waarom niet? B ONNEN DIE C YRIEL HEEFT : - 6 x bon 31 eieren - 1 x bon 29-30 boter - 1 x bon 32 melk - 1 x bon 32 bloem - 1 x bon 32 kaas - 1 x bon 32 reserve - 1 x 107 algemeen I NGREDIËNTEN NODIG VO OR : H OOFDGERECHT : V ERLOREN

EIEREN

IN

SCHELPEN

6 eieren, 1 eetlepel geraspte kaas, 1 eetlepel fijngestampte beschuit, een stukje boter.

D ESSERT : P OFFERTJES

100 g bloem, 40 g gist, 1 theelepel zout, 3 dl melk, circa 50 g boter, 200 g koude gekookte aardappelen, 2 eieren, 60 g suiker. 91


O PDRACHTENBLAD

1. Welke ingrediĂŤnten moet hij weglaten? Beschuit 2 eieren Gist Zout

2. Zou hij nog een lekkere maaltijd kunnen maken denk je? Waarom wel / waarom niet? Het zal niet meer zo lekker zijn omdat er verschillende ingrediĂŤnten ontbreken. Dit was vaak zo in oorlogstijd. Er was geen eten in overvloed. De mensen moesten het doen met de middelen die ze kregen.

92


Conditieoefening.

FICHE 8

M ATERIAAL IN DE RUGZAK :    

Dagboekfragment August Zandzakjes Fototoestel Keukenwekker (tijd: 15 minuten)

W AT MOETEN DE LEERLINGEN DOEN ? Jullie hebben het waarschijnlijk al gezien. Hier liggen inderdaad zandzakjes. Deze zandzakken gebruikten ze om de muren te maken van loopgraven. Als je hier nog verder zult rondlopen, zal je er waarschijnlijk nog vinden. Wijs de leerlingen op deze muren, zodat ze ook de overblijfselen in het echt zien. Ook moesten de soldaten een goede conditie hebben. Daarom deden ze bijna dagelijks conditieoefeningen. Wat de leerlingen nu gaan doen, is het volgende. Ze zullen een constructie bouwen met de zandzakken, zodat er 2 leerlingen/soldaten niet meer zichtbaar zijn als ze er achter verschuild zitten. Je vraagt hen hoe ze deze best zullen stapelen om een stevige structuur te hebben, en zegt de leerlingen ook dat ze de zakjes niet mogen slepen. Enkel opheffen. Als de zakjes te zwaar zijn, dragen ze één zak per 2.

93


D AGBOEKFRAGMENT A UGUST Vrijdag

Ik ben helemaal kapot. Vandaag moest een nieuwe geschutstelling gebouwd worden rond het kanon en we hadden mannen tekort. We moesten de verschillende zandzakken rond het kanon plaatsen en zo een muur vormen die ons en het kanon meer beschermt. 1 zo’n zak weegt wel 50 kilogram. Ik voel mijn armen en benen bijna niet meer. Slapen lukt niet goed, alles doet pijn. Daarom schrijf ik nog wat in mijn dagboek. Ik snak naar een rustmoment of een week vakantie zodat ik naar huis kan! Het gemis begint door te wegen. Ik hoop dat ik mijn ouders en broer snel terug zie!

94


6. BIJLAGEN B IJLAGE 1

95


B IJLAGE 2 Cyriel is een Oostendse jongen van 12 jaar. Hij is de jongste van 3 en de zoon van vissers. Cyriels oudere broer, Marcel, is opgeroepen om als soldaat aan het front te vechten. Zijn zus Laura helpt thuis mee met haar ouders. Omdat het oorlogstijd is, hoeft Cyriel niet naar school. Zijn ouders hebben hem nodig om klusjes uit te voeren en vinden het veiliger als hij bij hen thuis is. Dagelijks trekt de jongen er op uit om karweitjes te doen voor zijn ouders vb. een voedselpakket samenstellen met de weinige bonnen die ze hebben, de broodkaart ophalen bij deken Camerlynck, zware zakken met voedsel helpen dragen met de deken,… Door zijn grote hulpvaardigheid kreeg hij soms wat extra, tot grote verblijding van zijn ouders, want de oorlog was geen pretje. Veel eten was er niet. ’s Avonds kon Cyriel soms moeilijk de slaap vatten. Allerlei nare gedachten spookten door zijn hoofd. Wat als er plots een bom op ons huis viel? Wat als mijn vader ook plots moet gaan vechten? Wat als Marcel plots sneuvelt? Wat als, wat als, wat als,… Ook de geluiden van de overvliegende vliegtuigen, vallende bommen, knallende kanonnen, maakten het er niet makkelijker op.

Daarna luisteren de leerlingen naar het geluidsfragment op de cd.

96


B IJLAGE 3

97


B IJLAGE 4

98


B IJLAGE 5 Rond 1900 is Duitsland een belangrijk land in Europa. Een land met heel veel grote fabrieken. In die fabrieken worden wapens gemaakt, waarmee Duitsland wil laten zien hoe sterk en machtig het is. Maar Duitsland is niet het enige land die wil tonen hoe machtig ze zijn. Vele andere Europese landen willen ook meer macht en er ontstaan spanningen. Om zich te beschermen gaat Frankrijk een verbond aan met ……………………………….. en ………………..…………………….. De landen spreken af dat ze elkaar helpen als er oorlog komt. Maar ook ………………………………………….. gaat een verbond aan, met Oostenrijk-Hongarije en …………………………………………………... En ook zij spreken af elkaar te zullen helpen. Op 28 juni 1914 gebeurt er iets vreselijks in de stad Sarajevo. De kroonprins van OostenrijkHongarije en zijn vrouw worden vermoord. De machthebbers in Oostenrijk-Hongarije zijn woedend. Vooral op buurland Servië. Ze denken dat de Serven achter de moordaanslag zitten. Oostenrijk-Hongarije is zo boos dat het Servië de oorlog verklaart, maar Rusland komt Servië direct helpen. Oostenrijk-Hongarije wordt dan geholpen door ………………………………………….. Duitsland verklaart direct de oorlog aan ………………………………….., Frankrijk en uiteindelijk ook ………………………………………………... Alle machtige landen van ………………………………………….. zijn nu met elkaar in oorlog. De Duitsers willen ……………………………………………….. veroveren. Het gaat heel snel en ze komen een heel eind. Maar iets te noorden van Parijs blijven de Duitsers steken. Ze worden tegengehouden door de Franse en Engelse soldaten.

99


B IJLAGE 6

100


B IJLAGE 7

101


B IJLAGE 8 Ons jonge landje (dat pas ontstaan was in 1830) werd door iedereen als een neutrale staat erkend. België trok voor niemand partij. De Duitsers wilden Frankrijk verslaan, maar hiervoor wilden ze via België naar de Franse hoofdstad Parijs. De Belgen gingen hier niet mee akkoord, en koning Albert schreef een brief aan de Duitse keizer, in een laatste poging om het onheil tegen te houden, maar zonder resultaat. Op 4 augustus 1914 vielen Duitse soldaten het neutrale België binnen. De Duitsers stoppen leek echter niet te lukken. Het Duitse leger rukte vliegensvlug op en twee maanden na de Duitse inval was België bijna volledig veroverd. De Duitsers vernielden de forten van Luik en Namen. Het Belgische leger trok zich terug rond Antwerpen, maar kon zich daar niet blijven verdedigen. Uiteindelijk trok het Belgische leger zich terug naar de laatste Belgische verdedigingslijn: de IJzer. (verwijzing naar de broer van Cyriel, Marcel, die hier vecht als soldaat)

102


B IJLAGE 9 I NLEIDING : M USEUMBEZOEK Welkom in Batterij Aachen. Een batterij, wat is dat juist? Ik heb hier een aantal batterijen mee. Welke zouden het zijn? Kleintjes of grote? Dit zijn inderdaad ook batterijen, maar batterij Aachen is een heel ander soort batterij. Batterij komt van het Franse werkwoord battre. Wie weet wat battre wil zeggen in het Nederlands? (slaan). Wel het heeft daar eigenlijk alles mee te maken. Het is een rij met allerlei geschutwapens naast elkaar zoals kanonnen, raketwapens enz. Hier in batterij Aachen is dit ook zo. Straks zullen we ontdekken welke geschutwapens er hier op Batterij Aachen gebruikt werden. Maar waarom is hier nu een batterij gemaakt geweest? Daarom keren we 100 jaar terug in de tijd. Wat is er 100 jaar geleden gebeurd in 1914? (Eerste Wereldoorlog) Duitsland voerde oorlog en wilde andere landen aanvallen. België was neutraal en deed eerst niet mee in de oorlog. Maar België was een gemakkelijk land om te gebruiken om door te steken naar Frankrijk. Zogezegd zo gedaan. Het Duitse leger rukte vliegensvlug op en twee maanden na de Duitse inval was België bijna volledig veroverd. De Duitsers vielen België binnen. Engeland kon daar echter niet mee lachen, want ze konden het niet pikken dat een neutraal land werd aangevallen. Daarom begon Engeland ook mee te doen in de oorlog tegen Duitsland. De Duitsers zaten hier dus in België en moesten zich o.a. verdedigen tegen Engeland. Daarom werd de kustlijn een verdedigingslijn tegen Engeland. We mogen dus zeker niet denken dat er hier in Batterij Aachen Belgen zaten. Er zaten hier enkel Duitse mariniers. We voelen dus aan dat het ten tijde van de oorlog niet altijd even gemakkelijk was. Zeker ook niet voor de gewone bevolking. Ze konden niet gaan werken en kregen niet veel geld. Ze kregen enkel voedselbonnen die ze dan konden ruilen in eten. Maar je mag er zeker geen luxe bij voorstellen. Vandaag zullen we zelf aan de lijve ondervinden hoe het er aan toe ging in die tijd en hoe het er hier uitzag. We zullen dit doen in groepjes. Groepjes van 5 of 6. We zullen dit doen a.d.h.v. verschillende opdrachten. Elke opdracht bevindt zich op een andere plaats. Bij elke opdracht hoort een rugzakje. Om jullie wegwijs te maken in de batterij hebben we er een kaart in de rugzakjes gestopt. Maar let op. Dit is geheim. Niemand anders mag die plattegronden zien want er staan bunkers op die je niet meer kunt zien omdat ze onder de duinen zitten. Maar die zijn er wel nog. Ik hoop dat jullie dit geheim niet verklappen en dat 103


we dus de plattegronden niet kwijt geraken. Daarom steek je ALTIJD na de opdracht de plattegrond terug in het juiste rugzakje. Er staan ook rode pijltjes langs de weg. Dit is om jullie een beetje te helpen bij het zoeken van de juiste plaats. Elke opdracht heeft een nummer van 1 tot 8. Deze zal ook uithangen op de plaats waar je moet zijn. Als je daar aangekomen bent, neem je de timer die in de rugzak zit en je zet het op de juiste tijd die op de opdrachtfiche staat. (vb.: ik neem de opdrachtfiche erbij en kijk bovenaan hoeveel minuten we krijgen bij de opdracht, hier 10minuten en ik zet de timer op 10minuten) Als het belletje afgaat, keer je terug naar de centrale plaats. We zullen straks allemaal samen naar de centrale plaats gaan. Er zal daar altijd iemand zitten. Als je de timer hebt gezet, lees je het dagboekfragment. Uit het dagboekfragment zal je al heel wat leren over het leven als marinier of hoe het er aan toe ging bij de het gewone volk. Je probeert dus zoveel mogelijk te weten te komen, want alles wat je hebt bijgeleerd, zal je nog kunnen gebruiken nadien. Je leest de opdracht en voert die zo goed mogelijk uit. Want als jullie het goed hebben, zal je een ster krijgen. Deze sterren zullen ook nadien heel belangrijk zijn. Als de opdracht klaar is, keren jullie terug. Indien je nog niet klaar bent en het wekkertje gaat af, keer je toch terug naar de centrale plaats. Deze sterren steek je in de omslag. Hou dit dus goed bij, want daarin steekt ook een opdrachtenfiche waarop wij dan aanduiden welke opdrachten je gedaan hebt. De activiteit stopt wanneer je een fluitsignaal hoort. Dan kom je zo snel mogelijk terug naar de centrale plaats.

104


105


106


2 1

107


B IJLAGE 10 S LOT

VAN HET MUSEUMBE ZOEK .

Ik hoop dat jullie heel wat bijgeleerd hebben. Ik sprak in het begin over een batterij. Ik heb toen gezegd dat een batterij verschillende soorten geschutwapens kan hebben. Welke wapens hebben jullie tegengekomen tijdens de activiteiten? (kanon) Er stonden 4 kanonnen opgesteld in batterij Aachen. Wat hebben jullie nog geleerd? - Er werd morse gebruikt om te communiceren. - Bunkers werden gecamoufleerd om zo weinig mogelijk op te vallen. - De gewone mensen hadden weinig eten om te overleven ten tijde van de oorlog. - Er werd veel gewerkt met een kompas om zich te kunnen oriĂŤnteren. - Er waren verschillende soorten vervoertuigen om te vliegen. De ene al wat efficiĂŤnter dan de andere. - De militairen moesten in goede conditie zijn om in het kamp te werken. Ik hoop dat dit jullie nu een beter beeld heeft gegeven over de batterij Aachen en over hoe ze hier leefden en hoe de gewone bevolking leefde. Jullie hebben sterren gekregen bij elke volbrachte opdracht. Deze sterren kunnen jullie nu ruilen voor een kaart uit het kwartetspel. 1 kaart uit het kwartetspel kost jullie 2 sterren. EĂŠn iemand per groep mag nu jullie sterren komen wisselen. Er zijn nog kaarten over. Deze kunnen jullie verdienen als jullie het antwoord weten op de volgende vragen. Wie het antwoord weet, steekt zijn hand zo snel mogelijk op. Daarna mogen jullie het spel spelen. Het is de bedoeling dat jullie zoveel mogelijk kwartetten vormen. Een kwartet telt 4 kaarten. Als jullie een kwartet hebben en je kunt niet meer verder, ga je neerzitten. De oorlog is gepasseerd, we moeten nu gaan samenwerken. Er zijn nog groepjes die kaarten over hebben of die kaarten te kort hebben. We zullen dit nu oplossen door 2 groepen samen te nemen of een kaart af te geven. Het is immers wapenstilstand. We moeten zien overeen te komen met elkaar.

108


B IJLAGE 11

109


B IJLAGE 12

Opdrachtenfiche: groep Opdracht 1 Opdracht 2 Opdracht 3 Opdracht 4 Opdracht 5 Opdracht 6 Opdracht 7 Opdracht 8

110


B IJLAGE 13

111


B IJLAGE 14 Artillerie: alles waarmee je op de vijand schiet Batterij: een rij met allerlei geschutwapens (zoals kanonnen bijvoorbeeld), vaak opgesteld in een rij. Een batterij werd vernoemd naar een stad of een Duitse generaal. Bezet gebied: dat is het deel van BelgiĂŤ dat tijdens de eerste wereldoorlog in handen van de Duitsers was gevallen en waar de Duitsers vier jaar lang de baas waren. Front: het front is de plaats waar gevochten wordt tussen beide kampen. Geallieerden: de tegenstanders van Duitsland Geschut: alles waarmee je op de vijand schiet Marinier: zeesoldaat Morse: geheimschrift van punt -en streeptekens Munitie: alles wat nodig is om met vuurwapens te schieten Projectiel: ding dat met grote snelheid wordt weggeschoten, bijvoorbeeld: een kogel Sneuvelen: sneuvelen is sterven aan het front, op het slagveld. De gesneuvelde soldaten liggen begraven op de militaire kerkhoven in de westhoek. Voedselbonnen: in bezet gebied hadden de mensen niet altijd voldoende te eten. Elk gezin kreeg broodbonnen of voedselbonnen. Met die bonnen ging je dan naar de winkel. Je kon alleen met die bon eten kopen.

112


B IJLAGE 15 V ERKLARENDE WOORDENLIJST Artillerie: alles waarmee je op de vijand schiet Batterij: een rij met allerlei geschutwapens (zoals kanonnen bijvoorbeeld), vaak opgesteld in een rij. Een batterij werd vernoemd naar een stad of een Duitse generaal. Bezet gebied: dat is het deel van BelgiĂŤ dat tijdens de eerste wereldoorlog in handen van de Duitsers was gevallen en waar de Duitsers vier jaar lang de baas waren. Front: het front is de plaats waar gevochten wordt tussen beide kampen. Geallieerden: de tegenstanders van Duitsland Geschut: alles waarmee je op de vijand schiet Marinier: zeesoldaat Morse: geheimschrift van punt -en streeptekens Munitie: alles wat nodig is om met vuurwapens te schieten Projectiel: ding dat met grote snelheid wordt weggeschoten, bijvoorbeeld: een kogel Sneuvelen: sneuvelen is sterven aan het front, op het slagveld. De gesneuvelde soldaten liggen begraven op de militaire kerkhoven in de westhoek. Voedselbonnen: in bezet gebied hadden de mensen niet altijd voldoende te eten. Elk gezin kreeg broodbonnen of voedselbonnen. Met die bonnen ging je dan naar de winkel. Je kon alleen met die bon eten kopen.

113


B IJLAGE 16

114


115


116


117


118


119


120


121


122


123


7. BIBLIOGRAFIE W EBSITES Bijzonder comité voor herinneringseducatie, 26/01/2011, Toetssteen, geraadpleegd op 12/01/2013, http://www.herinneringseducatie.be/ADVISEERT/Toetssteen/tabid/156/Default.aspx 2013, E. T. (2013). Kinderen in bezet gebied Lesbrief voor de leerlingen en leerkracht. Retrieved 2013 йил 11-mei from Kinderen in bezet gebied: http://terf.kindereninbezetgebied.be/voor-de-leerkracht/lesbrieven Adams, S. (2011). De Eerste Wereldoorlog. Memphis, Amerika: Ooggetuigen. Ramaeckers, L. Het gekkenhuis (oud liedje, nieuwe wijs). Amsterdam. services, O. m. (n.d.). Retrieved 2013 йил http://www.archives.gov.on.ca/en/education/grade_ten.aspx

10-april

from

volksstem, D. (1914 йил 4-augustus). De volksstem. Retrieved 2013 йил 11-april from http://i254.photobucket.com/albums/hh109/mercatus/DeVolksstem21-8-1914.jpg Chameleon, J. (2010, 4 16). voedselbonnen. Retrieved 4 28, 2013 from heetinbeeld: http://www.heeteninbeeld.nl/albums/wo2-2/slides/wo2-voedselbonnen%20voeding.html W.Trier. (1914). bibliodyssey. Retrieved 2013 йил http://bibliodyssey.blogspot.be/2008/08/dogs-of-war.html

9-april

from

blogspot:

Watou, V. (n.d.). Eerste wereldoorlog. Retrieved 2013 йил 11-april from http://vbswatou.telenet.be/opdrachten/eerstewereldoorlog/eerstewereldoorlog.htm www.wikipedia.com Bieke Debusschere, S. D. (2012 йил december). diksmuidegroepa. Retrieved 2013 йил 12april from Bezoek aan de ijzertoren: http://diksmuidegroepa.pbworks.com/w/page/63679248/Doelenlijst Wielinga, M. (2003-2012). Kookboek. Retrieved 5 30, 2013 from Wereldoorlog1418: http://www.wereldoorlog1418.nl/kookboek/ B. Plasschaert (2004), De luchtvaart tijdens de Eerste Wereldoorlog, geraadpleegd op 16 april 2013,http://kinderenwebhotel.be.previewmysite.com/WO_tijd/vliegtuig.htm J.Bonte, Balonnen tijdens Wereldoorlog 1 en 2, geraadpleegd op 17 april 2013, http://home.scarlet.be/johnny.bonte18/teksten/ballonnen/ballonnen_tijdens_wo1.htm 124


B OEKEN MAHIEU, Erwin, Oostende in de grote oorlog. Tempus, 201, 128p. GILBERT, Adrian, Wapens en oorlogvoering, Etten-Leur, 2005, 32p. KRAMER, Ann, Vrouwen en de oorlog, Etten-Leur, 2006, 32p. ADAMS, Simon, Oorlog in de loopgraven, Etten-Leur, 2006, 32p. CHIELENS, Wim, De kijkkast van Kobe, Hasselt, 2006, 93p 100 jaar luchtvaart, vervoer van mensen, Ole Steen Hansen, uitgeverij: Biblion, p.32 D. Jeffris, Vliegen: piloten en vliegtuigen, VAN GOOR, 1991, p.48. F. Dreer, De mooiste vliegtuigen, CASTERMAN, 2002, p. 29 O. S. Hansen, Vervoer van mensen, BIBLION, 2003, p.32 C. Maynard, Machtige machines: vliegtuigen, KLUITMAN, P.21 Lagrou, P. (2013). Milans groote oorlog. Pervijze, West-Vlaanderen, België: Clavis. Mahieu, E. (2011). Oorlogsgeschiedenis: Oostende in de groote oorlog. Oostende, WestVlaanderen, België: Tempus. Adams, S. (2011). De Eerste Wereldoorlog. Memphis, Amerika: Ooggetuigen. ELLEBOUDT, Alphonse en LEFÈVRE, G. Oostende onder de Duitsche bezetting, 1914-1918. Oostende, Elleboudt, 1920 BILLIET, Germain. ‘De Duitse Batterijen op de Belgische kust in 1914-18’. De Plate, XIII, 1984 DESEYN, Alex. De kust bezet 1914-1918. Brugge, Provincie West-Vlaanderen, 2007 BLONTROCK, Benny. Oostende: burgerpost onder de Duitse bezetting tijdens de 1e Wereldoorlog. Oostende, Westvlaamse Filatelistische Studiekring, 1979 DE VOS, Luc. ‘Zeebrugge en Oostende, april – mei 1918’. In: Veldslagen in de Lage Landen. Leuven, Davidsfonds, 1995 GEVAERT, Ferdinand en HUBRECHTSEN, Freddy. Oostende 14-18: Oostende onder de Duitse bezetting, 1914-1918. Koksijde, De Klaproos, 1995-1996 SCHULTZ, K. ‘The British Assault on the German Bases, Ostend and Zeebrugge’. United States Naval Institute Proceedings, V, 1929 (Adams, 2011) 125


Het Oostends oorlogsdagboek van Charles Castelein. 1914-1918. Oostende, Stadsbestuur, 1998 Oostende gedurende de Duitsche bezetting. Ostende pendant l’occupation allemande (15 octobre 1914). Oostende, De Vriese, 1914 DESEYNE, Alex. Raversijde 1914-1918: geschiedenis van de Batterij Aachen. Brugge, Provincie West-Vlaanderen, 2005 ROLF, Rudy. ‘Het domein Prins Karel als onderdeel van de Duitse kustverdediging tijdens de twee wereldoorlogen’. Vesting, 1986

P ERSONEN Mathieu De Meyer Sven De Maertelaere Gregory Verfaillie Bieke Debusschere Jozef Missinne Paul Crabbe Rudy Leys

126


Didactisch pakket atlantikwall  
Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you