Page 1

PatiĂŤntenzorg

We t e n s c h a p p e l i j k o n d e r z o e k

Positioneringsnota

Onderwijs

Opleidingen

Expertise/vraagbaak

Universitair Medisch Specialist: Thuis In Vele Markten

Bestuur en management

.


Positioneringsnota

Universitair Medisch Specialist: Thuis In Vele Markten

1 september 2005


Inhoud

1

VOORWOORD

4

2

INLEIDING

8

3

INNOVEREND PROFESSIONAL

11

4

PROFIEL

12

5

TAKEN

13

- PatiĂŤntenzorg

13

- Wetenschappelijk onderzoek

13

- Onderwijs

16

- Opleidingen

16

- Expertise/vraagbaak

17

- Bestuur en management

18

- Concluderend

18

6 COMPETENTIES

20

7

REFERENTIEKADERS

22

Extern referentiekader (wettelijke en professionele kaders)

22

- Registratie

22

- Professionele gedragsregels, standaarden en richtlijnen

22

- WGBO

22

- WMO

23

- WHW

23

- Erkenning opleiding

23

- Professioneel statuut

23

Intern referentiekader (bestuurlijke en organisatorische kaders)

24

- Organisatorisch model

24

- Bestuur, management, beleid

24

- Stafconvent

25

- Ondernemingsraad

25

8 FUNCTIONEREN ALS PROFESSIONAL

26

9

28

SAMENVATTING

10 BRONNEN, BEGRIPPEN EN VERWIJZINGEN

29

11 BEDANKT

30

3


1

Voorwoord

Voor u ligt de nota over de positie van de Universitair Medisch Specialist. Deze nota bevat de visie van de Orde van Medisch Specialisten op het huidige functioneren en de gewenste positie van medisch specialisten werkzaam in de Nederlandse Universitair Medische Centra (UMC’s). De Kamer Academische Specialisten van de Orde heeft in de zomer 2004 het initiatief genomen om deze positioneringsnota te schrijven. Hiervoor zijn bezoeken afgelegd aan de acht UMC’s en zijn gesprekken gevoerd met de besturen van de Stafconventen, met andere medisch specialisten en met leden van Raden van Bestuur. Deze input is gebruikt voor de totstandkoming van de positioneringsnota. Vervolgens is de nota onder meer besproken met vertegenwoordigers van de Stafconventen en in het bestuur van de Orde van Medisch Specialisten, alsmede neergelegd bij de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra. De nota heeft als doel de bijzondere positie van medisch specialisten in de UMC’s voor het voetlicht te brengen in een tijd dat de vele ontwikkelingen in de gezondheidszorg nieuwe kansen en uitdagingen opleveren voor de UMC’s. Marktwerking en nieuwe bekostigings- en verzekeringsvormen in de gezondheidszorg zijn voorbeelden van deze ontwikkelingen. Daarnaast worden er steeds hogere eisen gesteld aan de productiviteit van de medische centra en zal de kwaliteit van het medisch handelen beter zichtbaar moeten worden gemaakt. De opleiding tot medisch specialist en het onderwijs aan studenten zijn in een stroomversnelling gekomen door het invoeren van nieuwe opleidingseisen en curricula. Bovendien zijn de aantallen studenten en artsen in opleiding tot medisch specialist sterk toegenomen om aan de toekomstige vraag aan medische zorg te kunnen voldoen. In de positioneringsnota wordt niet op genoemde ontwikkelingen vooruit gelopen, maar wordt de cruciale rol die Universitair Medisch Specialisten vervullen in de UMC’s beschreven, nu én in de toekomst. De Kamer Academische Specialisten van de Orde dankt iedereen, die een bijdrage heeft geleverd aan de totstandkoming van deze nota. Reacties op de nota zijn van harte welkom! Prof.dr. Henri A. Verbrugh, voorzitter Kamer Academische Specialisten

4


Maya Huijberts is sinds 2000 internist-endocrinoloog. Als universitair medisch specialist combineert zij patiĂŤntenzorg, onderzoek en onderwijs. Haar specifieke aandachtsgebieden zijn neurovasculaire complicaties van diabetes en endocriene oncologie. Op het gebied van neurovasculaire complicaties van diabetes heeft het AZM een nationaal en internationaal erkende expertise. Naast patiĂŤntenzorg doet zij onderzoek naar perifeer vaatlijden en collateraalvorming bij diabetes, als ook klinische studies naar voetcomplicaties. Hierin begeleidt zij 3 promovendi. Ook is zij voor 6 uur per week coĂśrdinator van het co-schap Interne Geneeskunde, Cardiologie en Pulmonologie. Mw. dr. M.S.P. Huijberts, internist


Cock van de Velde is sinds 1982 chirurg en sinds 1987 hoogleraar. Zijn onderzoeksgebieden zijn onder meer colorectale tumoren, levermetastasen en borstkanker. We zien hem tijdens een geĂŻsoleerde leverperfusie: een techniek die in het LUMC is ontwikkeld en bij meer dan 150 patiĂŤnten is toegepast. Hierbij worden de bloedvaten van de lever tijdelijk afgesloten van de bloedsomloop van het lichaam. Hierdoor is het mogelijk om de lever te behandelen met hoge doses chemotherapeutica zonder dat de rest van het lichaam hier (fatale) schade van ondervindt. Middels onderzoek wordt deze techniek steeds verder ontwikkeld. Prof.dr. C.J.H. van de Velde, chirurg


2

Inleiding

Nederland heeft op dit moment acht academische ziekenhuizen die, zoals de naam aangeeft, nauw zijn verbonden met een universiteit. Zes ervan zijn verbonden met een openbare universiteit (in Amsterdam, Groningen, Leiden, Maastricht, Rotterdam en Utrecht) en twee met een bijzondere universiteit (de Vrije Universiteit Amsterdam en de Radboud Universiteit Nijmegen). Door bestuurlijke ‘fusies’ zijn Universitair Medische Centra (UMC’s) ontstaan, waarin de activiteiten van de oorspronkelijke academische ziekenhuizen en die van de lokale Faculteiten Geneeskunde (en Gezondheidswetenschappen of Tandheelkunde) bijeen zijn gebracht onder één bestuur1. De missie van de UMC’s is uniek. Het zijn centra waar innovatie en ontwikkeling de kernbegrippen zijn. Het gaat om innovatie en ontwikkeling in medisch wetenschappelijke zin én in de patiëntenzorg én in het onderwijs én bij de opleidingen van medische en paramedische beroepsgroepen. Het karakter van de UMC’s is daardoor anders dan die van de algemene ziekenhuizen en van andere instituten voor wetenschap en gezondheidszorg. In de UMC’s werken ruim 3.200 medisch specialisten. Dat zijn gemiddeld 400 medisch specialisten per UMC. Zij zijn daar werkzaam in een van de vier aanstellingsvormen: 1. als Medisch Specialist 2. als Universitair Medisch Specialist 3. als Hoogleraar/Medisch Specialist 4. als Hoogleraar/Hoofd Afdeling. De meeste medisch specialisten (70-80%) zijn als Universitair Medisch Specialist aangesteld. Tussen de 10-20% is (deels) als Hoogleraar/Medisch Specialist of als Hoogleraar/Hoofd Afdeling aangesteld. Samen met andere wetenschappelijk geschoolde medewerkers vormen de medisch specialisten de professionele basis van de UMC’s. De aanwezigheid en inzet van voldoende gekwalificeerde én gemotiveerde medisch specialisten is cruciaal en is zelfs een conditio sine qua non voor de realisatie van de missie van de Nederlandse UMC’s. Een integrale visie op de positie van Universitair Medisch Specialisten ontbreekt echter. In deze positioneringsnota legt de Orde van Medisch Specialisten haar visie neer op het profiel en het functioneren van de medisch specialisten werkzaam in de Nederlandse UMC’s. Aangegeven wordt waar de positie van de medisch specialisten voldoende is geborgd en waar versterking van die positie nodig is. Onder positie wordt verstaan het geheel van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden dat in beginsel behoort tot de functie van medisch specialist werkzaam in een UMC. Daarbij hoort een

8


beschrijving van een extern referentiekader - waaronder een wettelijk kader evenals een intern referentiekader binnen de UMC’s. Onderdeel van het referentiekader is een visie op de intercollegiale en bestuurlijke verhoudingen in de UMC’s en op het handelen van de Universitair Medisch Specialist in het kader van de individuele patiëntenzorg, het wetenschappelijk onderzoek en het onderwijs aan studenten en artsen in opleiding tot (medisch) specialist (AIOS)2. In de positioneringsnota wordt de medisch specialist(en) werkzaam in een UMC, ongeacht de aanstellingsvorm, aangeduid met UMS. De positie van de UMS hangt samen met het profiel van de UMC’s, zoals dat in 2004 is beschreven door de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra in Nederland (NFU) (zie publicatie ‘Van vele markten thuis’ van de NFU in september 2004 [www.nfu.nl]).

9


Jan Nouwen is sinds 2001 Coördinator Onderwijs afdeling Medische Microbiologie & Infectieziekten. Het nieuwe curriculum ‘Erasmusarts’ heeft geleid tot een frisse wind in het Rotterdamse onderwijsland. Het probleem- en patiëntgeoriënteerde curriculum trekt veel nieuwe docenten, zowel uit de preklinische als klinische vakken. Nouwen: “Het oude stoffige imago van onderwijs geven verdwijnt. Onderwijs is leuk! Studenten zijn (terecht) kritisch, willen goed onderwijs, maar zijn ook bereid zelf input te leveren om het onderwijs verder te verbeteren”. Dr. J.L. Nouwen, internist


3

Innoverend professional

Medisch specialisten zijn professionals. Volgens de definitie van prof.dr.ir. M.C.D.P. Weggeman3 zijn professionals beroepsbeoefenaren van een maatschappelijk gewaardeerd beroep waaraan een intensieve training is voorafgegaan. Professionals worden gekenmerkt door het relatief autonoom en veelal op creatieve wijze leveren van denkkracht, vakmanschap en deskundigheid ter realisering van hun eigen doelstellingen èn die van de organisatie. Professionals oefenen hun beroep uit in een grote mate van vrijheid. Het vermogen tot zelfkritiek en permanente reflectie op eigen gedrag en handelen is daarbij een onontbeerlijk kerncompetentie van een professional, zoals een medisch specialist. Professionals kunnen mede daardoor hun beroep uitoefenen in een grote mate van vrijheid. Voorts is van belang dat professionals zich onderscheiden van andere beroepsbeoefenaren vanwege het door hen gehanteerde externe referentiekader. Professionals hebben een professie, behoren tot een beroepsgroep en hebben een beroepsvereniging, waarvan zij lid behoren te zijn. Professionals laten zich leiden door de binnen hun professie ontwikkelde en gehanteerde normen en waarden omtrent de beroepsuitoefening. Deze professionele autonomie is een kernkwaliteit van de professional. De zogenoemde ‘academische vrijheid’4 die conform de wet binnen academische centra in acht moet worden genomen, past bij de UMS als professional. Binnen de groep professionals maken sommigen onderscheid tussen de ‘improviserende’ en de meer ‘routinematig werkende’ professionals. De improviserend professional produceert op basis van creativiteit, flexibiliteit en improvisatietalent voortdurend nieuwe informatie door voort te bouwen op zijn beschikbare kennis en te leren van het geleerde. Een routinematig werkend professional past op basis van ervaring en het vermogen steeds meer over hetzelfde te leren op een efficiënte en geconcentreerde wijze routinematig een bepaalde vaardigheid op hoog niveau toe en overtreft daarmee (bestaande) normen. Uit onderstaande beschrijving van de positie van de UMS volgt dat op de UMS beide kwalificaties van toepassing zijn. Er worden door UMS zowel routinematig bepaalde vaardigheden toegepast als voortgebouwd op de beschikbare kennis en geleerd van het geleerde. Gezien de missie en taken van de UMC’s ligt de nadruk op innovatie en ontwikkeling. In deze visie wordt de UMS daarom als een innoverend professional gekarakteriseerd. Een professional bij wie de drijfveer voor het handelen ligt in innovatie en ontwikkeling. Daar ligt de prioriteit.

11


4

Profiel

De UMS is Thuis In Vele Markten. Het profiel van de UMS wordt grotendeels bepaald door zijn taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Kenmerkend voor de UMS is de combinatie, de onderlinge verwevenheid en afhankelijkheid van verschillende taken. Iedere individuele UMS staat voor een combinatie van de volgende taken en werkzaamheden: patiĂŤntenzorg, wetenschappelijk onderzoek, onderwijs, opleidingen, expertise/vraagbaak en bestuur en management. De individuele UMS zal niet aan alle taken in gelijke mate deelnemen. Per UMS verschilt het takenpalet. Uiteraard spelen de individuele interesses en talenten bij de samenstelling van het takenpakket van een UMS een belangrijke rol. De onderlinge samenhang en afhankelijkheid van taken wordt op het niveau van de individuele UMS gerealiseerd.

12


5

Taken

Patiëntenzorg Bijna één miljoen Nederlanders maken jaarlijks als patiënt gebruik van de diensten van de UMS in de acht UMC’s. Patiënten komen naar het UMC ‘voor de dokter’, zij zoeken een UMS aan wie zij hun zorgvraag kunnen voorleggen en aan wie zij hun vertrouwen in de behandeling geven. De zorgvraag van die patiënten varieert van routine 2e-lijns medisch-specialistische zorg tot topklinische en topreferente zorg5. Ook zogenoemde zelfverwijzers, patiënten die zich zonder verwijzing van de huisarts melden bij de spoedeisende hulp, maken deel uit van het palet. De UMC’s die in de dichtbevolkte stedelijke gebieden liggen, hebben een toenemend aantal zelfverwijzers als patiënt. Ongeveer de helft van de patiëntenzorg in UMC’s bestaat uit topklinische en topreferente zorg. Naast de één op één behandeling (arts-patiënt) draagt de topklinische zorg en topreferente zorg in toenemende mate een multidisciplinair karakter. De UMS werken dan in multidisciplinaire teams samen met andere professionals. UMS zijn als supervisor in staat dergelijke complexe processen voor hun patiënten te organiseren en te regisseren. In het kader van de individuele patiëntenzorg doen collega’s in andere ziekenhuizen frequent een beroep op de expertise van de UMS. Van belang is dat op alle bovengenoemde zorgvelden de missie van de UMC’s, innovatie en ontwikkeling, kan worden toegepast. Zo dragen UMS bij aan de ontwikkeling van nieuwe zorgprocessen, waarbij de patiënt centraal staat. Voor de UMS is niet alleen de topklinische en topreferente zorg een bron van inspiratie en innovatie, maar ook de 2e-lijns medisch-specialistische zorg. Het hebben van basis 2e-lijns medisch-specialistische zorg is daarnaast van groot belang voor het onderwijs aan medische studenten en voor de opleiding van medisch specialisten en paramedische beroepsgroepen. Wetenschappelijk onderzoek Wetenschappelijk onderzoek is dé motor van de vernieuwing en is een kerntaak van de UMC’s. Kwalitatief en kwantitatief presteren de onderzoekers in de UMC’s bijzonder goed. Jaarlijks publiceren de acht UMC’s ruim 6.400 wetenschappelijke artikelen, die internationaal gezien gemiddeld van hoge kwaliteit zijn c.q. ruim uitsteken boven het mondiale gemiddelde (zie NFU document ‘Onderzoeker onderzocht’, 2004)6. Wetenschappelijk onderzoek is steeds meer multidisciplinair, multicenter en internationaal in aard en uitvoering. Die samenwerkingsvormen zijn zeer bevorderlijk voor het niveau van het wetenschappelijk onderzoek.

13


RenĂŠe van den Brink is sinds 2003 opleider in het AMC en is voorzitter van de Commissie Opleidingseisen namens de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie. Deze commissie verbetert de kwaliteit van de opleiding en laat deze meer aansluiten op de behoeften en vragen van deze tijd. Tijdens de opleiding worden medisch handelen, communicatie, samenwerking, kennis en wetenschap, maatschappelijk handelen, organisatie en professionaliteit beoordeeld. Jaarlijks geeft zij dopplerechocardiografisch onderwijs aan de Universiteit van Indonesia. Mw. dr. R.B.A van den Brink, cardioloog


De UMS leveren een grote bijdrage aan het wetenschappelijk onderzoek in de UMC’s. Zij vormen een cruciale wetenschappelijke schakel in het onderzoekscontinuüm, dat gaat van basale kennisontwikkeling en fundamenteel onderzoek naar innovatieve toepassing ervan in de gezondheidszorg: from bed to bench and vice versa. De UMS initiëren, organiseren, superviseren en nemen deel aan onderzoeksprojecten en dragen zo bij aan de innovatie binnen de biomedische wetenschappen evenals aan het vertalen van onderzoeksresultaten naar de praktijk. Het domein van de UMS is in het bijzonder het klinisch en het translationele onderzoek7. UMS hebben daarvoor de beschikking over de gehele wetenschappelijke infrastructuur van het UMC en die van zusterfaculteiten van hun universiteit die zij inzetten bij innovatie in de patiëntenzorg en de maatschappelijke gezondheidszorg. Deze combinatie van wetenschappelijke infrastructuur met patiëntenzorg en de inzet ervan bij maatschappelijke vragen omtrent gezondheid en ziekte is uniek voor de positie van de UMC’s en de UMS. Onderwijs De UMS hebben een belangrijke rol in het onderwijs aan zo’n 15.000 studenten en co-assistenten geneeskunde en ook, maar in mindere mate, aan studenten in de biomedische studies en de studie gezondheidswetenschappen. De betrokkenheid van UMS bij het onderwijs in de acht UMC’s is onmisbaar. UMS geven groot- en kleinschalig theoretisch onderwijs en vaardigheidsonderwijs in alle onderdelen van het curriculum. Zij inspireren als rolmodel de volgende generatie artsen en brengen hen de grondbeginselen bij van het medisch en ethisch verantwoord handelen. De huidige curricula geneeskunde hebben een duidelijke klinische oriëntatie. Deze zijn afgestemd op de landelijke eindtermen voor de opleiding tot basisarts. Het deel van het curriculum tot aan het doctoraal examen speelt zich geheel af binnen de UMC’s. Het aandeel van de UMC’s in de postdoctorale, klinische fase van het curriculum (co-assistentschappen) is groot. Ten behoeve van het onderwijs nemen UMS deel aan (multidisciplinair) overleg en structureren, organiseren en coördineren zij (delen van) het curriculum geneeskunde. De eindverantwoordelijke decaan is meestal een UMS, die deze verantwoordelijkheid uitoefent binnen het kader van de Raad van Bestuur van het UMC. Opleidingen De opleiding van de volgende generatie medisch specialisten wordt verzorgd door de huidige generatie medisch specialisten. Er zijn in Nederland ongeveer 4.750 artsen in opleiding in een van de 27 erkende medisch specialismen8. Bestaande en voorspelde tekorten in het benodigde aantal medisch specialisten hebben geleid tot drastische uitbreiding van het aantal AIOS9. UMC’s zijn

16


steeds meer de regionale spillen in de opleidingscircuits met andere ziekenhuizen en zorginstellingen. In de UMC’s vormen per specialisme de UMS de opleidersgroep voor de AIOS. Bij regionale opleidingen zijn het veelal de UMS, die optreden als coördinator van de regionale opleidingscommissie. In de UMC’s kunnen alleen UMS optreden als opleider en plaatsvervangend opleider conform de door het Centraal College Medische Specialismen (CCMS) vastgestelde eisen. Op deze wijze functioneren UMS als rolmodel voor de volgende generatie medisch specialisten. UMS dragen ook bij aan de opleiding van andere wetenschappers, huisartsen, spoedeisendehulp-artsen en aan die van diverse paramedische beroepen (o.a. nurse practitioner, physician assistent, verpleegkundigen, analisten, hygiënisten). De opleiding tot wetenschapper wordt vaak in de vorm gegoten van een promotieonderzoek onder leiding van een of meer (co)promotoren, een functie die in de UMC’s veelal door UMS wordt ingevuld. Jaarlijks vinden aan UMC’s ongeveer 800 promoties plaats, zodat UMS dus een wezenlijke rol vervullen in de opleiding van medisch wetenschappelijke onderzoekers in Nederland. Expertise/vraagbaak De UMS vertegenwoordigen een groot deel van de kennis op het gebied van ziekte en gezondheid die binnen de UMC’s beschikbaar is. Zij zijn de feitelijke ‘dragers’ van kennis in de UMC’s en de beschikbare experts op hun onderscheiden vakgebieden. Hierop wordt periodiek en structureel een beroep gedaan door ‘derden’ buiten de UMC, zowel door nationale als door internationale organisaties. Naast adviezen in de individuele patiëntenzorg participeren UMS in Raden van Advies (bijvoorbeeld de Gezondheidsraad en de Raad voor Gezondheidsonderzoek), in organen van toezicht van diverse landelijke en regionale overheden en in allerlei fondsen, stichtingen en andere organisaties. Ook de innovatieve diagnostische en farmaceutische industrie maakt vaak gebruik van de expertise van de UMS. UMS hebben zitting in het Centraal College Medische Specialismen (CCMS) en in de Medisch Specialisten Registratie Commissie (MSRC). Daarnaast spelen UMS binnen hun wetenschappelijke vereniging vaak een voorname rol zoals bij het ontwikkelen van medisch-specialistische richtlijnen en het verzorgen van bij- en nascholing van medisch specialisten en ook in de landelijke koepels de KNMG en de Orde van Medisch Specialisten. Op internationaal niveau dragen UMS onder meer bij aan de redactie en het peer-review proces van publicaties in de wetenschappelijke literatuur. UMS treden op als sprekers tijdens internationale congressen, conferenties en bijeenkomsten, zijn gastdocent van buitenlandse wetenschapsinstituten, treden op als referenten voor onderzoeksaanvragen van internationale organisaties en bij promoties in buitenlandse wetenschapsinstellingen.

17


Bestuur en management UMC’s zijn grote en complexe geïntegreerde medisch wetenschappelijke bedrijven. Veel UMC’s hebben gekozen voor het uitgangspunt dat ‘professionals in the lead’ zijn. Van oudsher zijn medisch specialisten betrokken bij het bestuur en het management van UMC’s (en hun voorgangers de academische ziekenhuizen en faculteiten geneeskunde). Die betrokkenheid is er op diverse organisatorische niveau’s in de vorm van leidinggeven aan een organisatorisch onderdeel (cluster, afdeling, sectie, unit) van het UMC en in de vorm van deelname in allerlei tijdelijke of permanente commissies, stuur-, werk- en begeleidingsgroepen binnen het UMC. Medisch specialisten aangesteld als Hoogleraren/Hoofd Afdeling geven q.q. leiding aan hun afdeling. In de meeste UMC’s zijn een of meer UMS opgenomen in de Raad van Bestuur. De UMS, georganiseerd in het Stafconvent, werken conform de wet mee aan het bestuur van het UMC. Daarnaast hebben UMS ook zitting in de Ondernemingsraad van het UMC. Buiten de UMC’s zijn UMS vaak actief betrokken bij het bestuur van hun professionele organisaties en wetenschappelijke verenigingen. Concluderend Kenmerkend is dus dat de gemiddelde UMS een combinatie van taken en verantwoordelijkheden heeft, waaronder altijd de patiëntenzorg. De patiëntenzorg is nodig voor het in stand houden van de erkenning en dus de herregistratie als medisch specialist. De onderlinge afhankelijkheid van de verschillende taken van de UMS komt ook tot uiting in de voorwaarden tot aanstelling van de UMS, zoals beschreven in de CAO AZ. Het carrièreperspectief van de UMS is divers. Doorgroei naar posities van Hoogleraar/Medisch Specialist, Hoogleraar/Hoofd Afdeling, lid Raad van Bestuur en naar vergelijkbare posities buiten de UMC’s is bijvoorbeeld mogelijk. Het geheel van taken en verantwoordelijkheden laat zien dat de UMS een cruciale bijdrage leveren aan het tot stand komen en in stand houden van de interne en externe referentiekaders, de professionele standaarden van de medisch specialisten in Nederland. Erkenning en waardering van het maatschappelijk belang van de positie van de UMS is een belangrijke voorwaarde voor het in stand houden van deze positie.

18


RenĂŠ Kahn is sinds 1993 hoogleraar psychiatrie en medisch hoofd afdeling Psychiatrie van het UMC Utrecht. Op het ogenblik geeft hij leiding aan een groot onderzoeksproject naar eerste psychose, gericht op neuro-imaging, cognitie en genetica. Hij is ook voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. We zien hem tijdens een vergadering van de divisieleiding Hersenen, waarin de afdelingen Psychiatrie, Neurologie, Neurochirurgie, Klinische Neurofysiologie, Farmacologie en Anatomie, Revalidatie en Sportgeneeskunde zijn ondergebracht. Prof.dr. R.S. Kahn, psychiater


6

Competenties

Voor het uitoefenen van de functie medisch specialist zijn competenties nodig. Die competenties zijn terug te vinden in de eindtermen van de opleiding tot basisarts en in de lijst kerncompetenties, die door het Centraal College Medische Specialismen (CCMS) voor de opleiding tot medisch specialist wordt gebruikt. De lijst van het CCMS (zie tabel) bevat een zevental competentiegebieden, namelijk: 1. Medisch handelen 2. Communicatievaardigheden 3. Samenwerking 4. Kennis en wetenschap 5. Maatschappelijk handelen 6. Organisatie 7. Professionaliteit. Voor het functioneren als UMS zou daaraan een aantal competenties moeten worden toegevoegd die betrekking hebben op wetenschappelijk onderzoek, onderwijs, opleiding, de expertise/vraagbaak-functie en op bestuur en management. Voor die domeinen bestaan echter (nog) geen vastgestelde competentieprofielen. - Voor wetenschappelijk onderzoek, onderwijs en opleiding zijn integriteit, creativiteit, doorzettingsvermogen en didactische kwaliteiten belangrijke competenties. Bij creativiteit en doorzettingsvermogen gaat het bijvoorbeeld om het kunnen vinden van nieuwe oplossingen voor bestaande medische en medisch maatschappelijke vraagstukken. Didactische vaardigheden zijn nodig om kennis en ethische standaarden efficiĂŤnt over te dragen aan de volgende generatie artsen en medisch specialisten. - Voor de expertise/vraagbaakfunctie gaat het om competenties als communicatie met en participatie in groepen deskundigen. - Voor de bestuur- en managementfunctie gaat het om competenties als groepsgericht leidinggeven, kunnen delegeren, visieontwikkeling, initiatief nemen, oordeelsvorming, besluitvaardigheid, stressbestendigheid, flexibel gedrag, kunnen onderhandelen, sociabiliteit, resultaatgerichtheid en gevoel voor de organisatie9.

20


DE COMPETENTIEGEBIEDEN VOOR DE MEDISCH SPECIALIST ZOALS VASTGESTELD DOOR HET CCMS10 1.

ten aanzien van medisch handelen: a. De specialist bezit adequate kennis en vaardigheid naar de stand van het vakgebied; b. De specialist past het diagnostisch, therapeutisch en preventief arsenaal van het vakgebied goed en waar mogelijk evidence based toe; c. De specialist levert effectieve en ethisch verantwoorde patiëntenzorg; d. De specialist vindt snel de vereiste informatie en past deze goed toe; 2. ten aanzien van communicatie: a. De specialist bouwt effectieve behandelrelaties met patiënten op; b. De specialist luistert goed en verkrijgt doelmatig relevante patiëntinformatie; c. De specialist bespreekt medische informatie goed met patiënten en desgewenst familie; d. De specialist doet adequaat mondeling en schriftelijk verslag over patiëntencasus; 3. ten aanzien van samenwerking: a. De specialist overlegt doelmatig met collegae en andere zorgverleners; b. De specialist verwijst adequaat; c. De specialist levert effectief intercollegiaal consult; d. De specialist draagt bij aan effectieve interdisciplinaire samenwerking en ketenzorg; 4. ten aanzien van kennis en wetenschap: a. De specialist beschouwt medische informatie kritisch; b. De specialist bevordert de verbreding van en ontwikkelt de wetenschappelijke vakkennis; c. De specialist ontwikkelt en onderhoudt een persoonlijk bij- en nascholingsplan;

d. De specialist bevordert de deskundigheid van studenten, aios, collegae, patiënten en andere betrokkenen bij de gezondheidszorg; 5. ten aanzien van maatschappelijk handelen: a. De specialist kent en herkent de determinanten van ziekte; b. De specialist bevordert de gezondheid van patiënten en de gemeenschap als geheel; c. De specialist handelt volgens de relevante wettelijke bepalingen; d. De specialist treedt adequaat op bij incidenten in de zorg; 6. ten aanzien van organisatie: a. De specialist organiseert het werk naar een balans in patiëntenzorg en persoonlijke ontwikkeling; b. De specialist werkt effectief en doelmatig binnen een gezondheidszorgorganisatie; c. De specialist besteedt de beschikbare middelen voor de patiëntenzorg verantwoord; d. De specialist gebruikt informatietechnologie voor optimale patiëntenzorg, en voor bij- en nascholing; 7. ten aanzien van professionaliteit: a. De specialist levert hoogstaande patiëntenzorg op integere, oprechte en betrokken wijze; b. De specialist vertoont adequaat persoonlijk en interpersoonlijk professioneel gedrag; c. De specialist kent de grenzen van de eigen competentie en handelt daar binnen; d. De specialist oefent de geneeskunde uit naar de gebruikelijke ethische normen van het beroep.

21


7

Referentiekaders

De concrete taken en competenties van de UMS staan niet op zichzelf. Iedere medisch specialist heeft, ongeacht zijn werkplaats en wijze van praktijkvoering, te maken met referentiekaders. Als referentiekaders voor de UMS worden bedoeld een geheel van afspraken en regels waaraan hij is gehouden, waarop hij kan worden aangesproken en waar hij beroep op kan doen. Soms wijken de kaders van de UMS af van die van medisch specialisten in andere centra, vaak gelden dezelfde wetten, regels en verhoudingen. In het licht van deze positioneringsnota wordt het complete omgevingsbeeld van de UMS geschetst, zowel de externe (wettelijke en professionele) kaders als de interne (bestuurlijke en organisatorische) kaders.

EXTERN REFERENTIEKADER

Registratie UMS zijn als artsen ingeschreven in het BIG-register (Beroepen in de individuele Gezondheidszorg) en als medisch specialist geregistreerd in het register van de Medisch Specialisten Registratie Commissie (MSRC). Deze registratie moet elke 5 jaar worden verlengd, na beoordeling van het aantal patiëntgebonden uren, na het gemiddeld over vijf jaar tenminste 40 uur per jaar geaccrediteerde bij- en nascholing hebben gevolgd en na het hebben deelgenomen aan het visitatieprogramma van de betreffende wetenschappelijke vereniging. Professionele gedragsregels, standaarden en richtlijnen De UMS houden zich in de omgang met patiënten, collega’s en andere personen aan de Nederlandse Artseneed, de Gedragregels voor Artsen van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) en aan de normen vastgelegd in verklaringen van internationale organisaties zoals de ‘International Code of Medical Ethics’, de ‘Declaration of Geneva’ en de ‘Declaration of Helsinki’; alle drie van de World Medical Association. Daarnaast houden de UMS zich aan regelingen, standaarden en richtlijnen van de Orde van Medisch Specialisten en van de wetenschappelijke verenigingen. Het geheel van de normen wordt wel aangeduid met het begrip ‘professionele standaard’: het geheel van kennis en ervaring dat binnen de medische beroepsgroep zelf is ontstaan en ontwikkeld11. Samen met de wettelijke regelgeving vormen deze regels het externe referentiekader in de arts-patiënt relatie en in de intercollegiale verhoudingen. WGBO In UMC’s is de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) van kracht. De behandelingsovereenkomst komt in een UMC, vanwege de dienstverbandrelatie van de UMS, formeel-juridisch tot stand tussen de patiënt en het UMC. Feitelijk echter betreffen de meeste bepalingen ook de

22


UMS, die een eigen professionele verantwoordelijkheid heeft. Een deel van deze verantwoordelijkheid is terug te vinden in het professioneel statuut. Op grond van de WGBO moet de hulpverlener bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de voor hulpverleners geldende standaard. WMO Op onderzoek dat door UMS aan mensen wordt verricht is de Wet medischwetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO) van toepassing. WHW In de UMC’s is de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW) van belang. In de WHW wordt de verantwoordelijkheid voor de geneeskundige behandeling en verzorging van de patiënten bij de hoofden van de desbetreffende afdelingen gelegd, onverminderd de verantwoordelijkheid van de Raad van Bestuur. Volgens de WHW moeten UMS wetenschappelijk geneeskundig onderwijs kunnen geven en wetenschappelijk geneeskundig onderzoek kunnen doen. De hoogleraar heeft daarnaast bijzondere rechten met betrekking tot onder meer wetenschappelijke promoties. Op grond van de WHW geldt voor het UMC, dat de zogenoemde ‘academische vrijheid’ in acht moet worden genomen. Hieronder wordt in algemene zin verstaan de bevoegdheid van de wetenschapper (lees hier: UMS) zelf te bepalen hoe wetenschappelijk onderzoek en onderwijs worden uitgevoerd. Op grond van de WHW verwerven de UMS een doctorstitel bij promotie op basis van een proefschrift aan een Nederlandse universiteit. Daarmee ontstaat tevens de erkenning dat deze UMS zelfstandig wetenschappelijk onderzoek kan initiëren en uitvoeren. Erkenning opleiding In het kader van de opleiding tot medisch specialist is de (plaatsvervangend) opleider verantwoordelijk voor de inrichting van de opleiding en is hij bevoegd en verplicht op gezette tijden een oordeel te geven over de voortgang van de opleiding van de individuele AIOS. Voor erkenning door het CCMS als opleider wordt de UMS elke 5 jaar door een Visitatiecommissie van de MSRC gevisiteerd. Belangrijk hierbij is dat bij deze visitatie de kwantiteit en de kwaliteit van de hele groep opleiders wordt beoordeeld en niet uitsluitend de kwalificaties van de (beoogd) (plaatsvervangend) opleider. Professioneel statuut Onderdeel van de CAO AZ is het professioneel statuut, waarin de verantwoordelijkheden zijn uitgewerkt van de Raad van Bestuur, het hoofd van een afdeling en de overige UMS. Het gaat hier om de verantwoordelijkheden rond de

23


taakgebieden: patiëntenzorg, opleiding, onderwijs, wetenschappelijk onderzoek. De in het professioneel statuut genoemde professionele autonomie is een grondslag voor het functioneren van de UMS. Deze grondslag moet samen met de academische vrijheid worden ‘vertaald’ naar de praktijk van alle dag, c.q. ingebed binnen de kaders van de eigen UMC (vide infra). De UMS maken deze verantwoordelijkheden in termen van productie en kwaliteit waar. Vaak werken zij daartoe samen met andere, niet-medisch geschoolde, wetenschappelijk medewerkers.

INTERN REFERENTIEKADER

Interne regelingen en bepalingen richten zich met name op het UMC zelf en zijn het interne referentiekader voor de UMS. Uiteraard mogen de externe en de interne referentiekaders niet met elkaar in strijd zijn. Organisatorisch model De mate waarin de UMS hun verantwoordelijkheden kunnen waarmaken, hangt zeer af van de bevoegdheden in het organisatorische model van het desbetreffende UMC. De facilitaire en financiële randvoorwaarden kunnen invloed hebben op de professionele autonomie en academische vrijheid van de UMS. Integrale verantwoordelijkheid met decentralisatie van de taken en bevoegdheden naar de UMS passen het beste bij de positie van de UMS als innoverend professional en bij de positie van het UMC als professionele organisatie. Het organisatorische niveau waarop die verantwoordelijkheden en bevoegdheden worden neergelegd, dient functioneel te worden beoordeeld. Dit is onder meer afhankelijk van prioriteiten ten aanzien van monodisciplinair dan wel multidisciplinair werken. Bestuur, management, beleid De bestuurlijke verhoudingen en inrichting van een UMC zijn conform de WHW uitgewerkt in een bestuursreglement. Vrijwel altijd is er sprake van een Hoogleraar/Hoofd Afdeling, die hoofd is van de medische afdeling c.q. in hiërarchische zin de leiding heeft. Ook op andere niveaus van het UMC (divisie, cluster, sectie, unit) kan sprake zijn van hiërarchie in organisatorische zin. Gezien het professionele karakter van een UMC kan de organisatie niet primair of uitsluitend op basis van hiërarchie worden aangestuurd. Een UMC staat juist voor het gezamenlijk formuleren en nastreven van gemeenschappelijke doelstellingen. Een open en zorgvuldige communicatie tussen de professionals is een voorwaarde voor het bereiken van de doelstellingen. Het uitstippelen van de missie en de strategie kan niet anders dan een coproductie zijn van management en professionals. Uiteraard dienen er keuzes te worden gemaakt ten aanzien van de koers en het beleid. Keuzes die

24


niet altijd op consensus zijn gebaseerd. Maar zonder de inbreng van de UMS bij het maken van dergelijke keuzes ontbeert het beleid van een UMC draagvlak bij degenen, die grotendeels verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van de organisatie. UMS zijn daarom betrokken bij het (medisch en) strategisch beleid, het bestuur en het management van hun organisatorische eenheid, zoals een afdeling. Het medisch en strategisch beleid van bijvoorbeeld de afdeling wordt in samenspraak met de UMS en wetenschappelijke staf van de afdeling opgesteld en door het hoofd van de afdeling vastgesteld. Het beleid van de afdeling is onderdeel van het strategische beleid van het UMC als geheel en moet daarmee zijn afgestemd. Het is het hoofd van de afdeling die ervoor zorgdraagt, dat de UMS binnen de afdeling als professionals worden betrokken bij de beleidsontwikkeling. Daarnaast ondersteunt en faciliteert het hoofd van de afdeling de UMS bij de uitvoering van het beleid. Onderdeel van deze communicatie is het voeren van zogenoemde jaargesprekken tussen UMS en de direct leidinggevende UMS. Het management van de afdeling en van het UMC kan daarom worden gekarakteriseerd als (faciliterend) missiemanagement. De inbreng van de individuele UMS als innoverend professional wordt als zodanig gewaardeerd en gerespecteerd. In algemene zin besluiten UMS in consensus en daardoor zijn zij medeverantwoordelijkheid voor die besluiten c.q. de uitvoering ervan. Bij voldoende herkenbaarheid van de doelen, het kwaliteitsbeleid en de missie kan men van de individuele UMS een persoonlijk commitment verwachten en erop vertrouwen dat de UMS zich loyaal opstelt. Stafconvent Elk UMC heeft een Stafconvent, waarvan de doelen en de wijze van organisatie van UMC tot UMC kunnen verschillen. Een UMS kan lid zijn van het Stafconvent van een UMC. Volgens de WHW heeft het Stafconvent als primaire taak mee te werken aan het bestuur van het UMC. Vanuit elke medische afdeling is in ieder geval het hoofd van de afdeling lid van het Stafconvent. Het Stafconvent is hĂŠt orgaan dat meewerkt met het UMC-bestuur aan het opstellen en vaststellen van de missie, de strategische doelen en het kwaliteitsbeleid van het UMC. Het bestuur van het UMC stelt bovendien in overleg met het Stafconvent de interne kaders vast. De betrokkenheid van de UMS bij het bestuur van het UMC wordt via dat orgaan gerealiseerd. Ondernemingsraad Elke UMC heeft een Ondernemingsraad met wettelijk vastgelegde taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Op grond van de Wet op de Ondernemingsraden kunnen ook UMS hierin zitting nemen als vertegenwoordigers van de werknemers.

25


8

Functioneren als professional

Voor UMS geldt een aantal waarborgen en vereisten om als professional te kunnen functioneren. Veel van deze waarborgen en vereisten zijn deels terug te vinden in het professioneel statuut, dat deel uitmaakt van de rechtspositieregeling van de UMS. - Die waarborgen hebben enerzijds betrekking op de professionele autonomie van de UMS en anderzijds op de organisatorische integratie van de UMS in het UMC. Zo zal het bestuur van het UMC zich moeten onthouden van directe interventies in de individuele patiëntenzorg, zodat de UMS de aan zijn zorg toevertrouwde patiënten de noodzakelijke medisch-specialistische hulp kan verlenen. De individuele UMS heeft dan ook een persoonlijke niet-overdraagbare verantwoordelijkheid in zijn relatie tot de patiënt. - UMS handelen als goed hulpverleners volgens de geldende professionele standaarden en de vigerende wet- en regelgeving. Daarbij zijn ook (medisch) beleid, regelingen en afspraken rond de patiëntenzorg van belang. - De UMS werken aan de invulling van de taken en verantwoordelijkheden van het UMC, dat als geïntegreerd medisch (wetenschappelijk) bedrijf aanspreekbaar is op het verlenen van doeltreffende, doelmatige en patiëntgerichte zorg. Het UMC kan immers op grond van de WBGO aansprakelijk worden gesteld voor fouten in de zorgverlening, ongeacht waar en door wie in het UMC gemaakt. Dit laat onverlet de eigen professionele verantwoordelijkheid van de UMS. - De UMS moet voldoen aan de vigerende kwaliteitseisen. Een aantal elementen uit de Kwaliteitswet Zorginstellingen is in het professioneel statuut vastgelegd. - Het professioneel statuut beschrijft de verantwoordelijkheden van de UMS. Ook de collectieve verantwoordelijkheden op het niveau van het UMC moeten in het professioneel statuut worden beschreven, zodat duidelijk is welke inbreng de UMS heeft en waaraan de UMS is gecommitteerd. - Het is het bestuur van het UMC dat in overleg met het Stafconvent zorgdraagt voor de benodigde personele, instrumentele en ruimtelijke voorzieningen voor patiëntenzorg, wetenschappelijk onderzoek, onderwijs en opleiding. - Tenslotte moet het professioneel statuut voor de UMS ook een nadere uitwerking geven van het begrip academische vrijheid. Ook hier gaat het om de balans tussen de professionele autonomie en een verantwoorde inbedding in het UMC.

26


Marianne de Visser is sinds 2002 vice-voorzitter van de Gezondheidsraad. Zowel gevraagd als ongevraagd advies van de Gezondheidsraad vormt een wetenschappelijke ondersteuning voor de beleidsontwikkeling. De Visser: “Vanuit de onderzoekswereld en de samenleving kunnen problemen opborrelen die bij ministeries worden opgemerkt. De Gezondheidsraad kan dan een belangrijke bijdrage leveren door de stand van wetenschap in kaart te brengen en waar nodig aandacht schenken aan ethische, maatschappelijke en juridische aspecten�. Mw. prof.dr. M. de Visser, neuroloog


9

Samenvatting

Er werken ruim 3.200 medisch specialisten in de acht Nederlandse Universitair Medische Centra. Zij vormen de medisch professionele kernen van deze centra. Het profiel van de Universitair Medisch Specialist (UMS) is die van een innoverend professional gericht op de invulling van de zes hoofdtaken van deze centra: het leveren van (top) klinische zorg aan patiënten, het geven van onderwijs aan studenten geneeskunde als docent en rolmodel, het opleiden van medisch specialisten en andere deskundigen, het verrichten van basaal en translationeel wetenschappelijk onderzoek op het gebied van ziekte en gezondheid, het beschikbaar stellen van kennis en expertise aan overheden, instellingen en bedrijven en het bijdragen aan het bestuur en management van de centra zelf. Individuele UMS zullen tijdens hun carrière accenten en prioriteiten leggen op genoemde velden, afhankelijk van de eigen interessen en competenties enerzijds en de geboden kansen anderzijds. Aanleg voor en blijvende ontwikkeling van de voor genoemde taken benodigde competenties zijn cruciaal voor het functioneren van de UMS. UMS functioneren binnen de kaders geboden door de centra waarin zij werken, waarbij respect voor de professionele autonomie en de academische vrijheid voorwaarden zijn voor de uitoefening van het beroep UMS. Daartoe zijn UMS nauw betrokken bij het formuleren van het strategische en operationele beleid binnen de medische afdelingen en, via het Stafconvent, bij dat van het UMC als geheel. De activiteiten van de UMS op alle genoemde hoofdtaken worden in materiële en immateriële zin ondersteund en worden mogelijk gemaakt door de organisatie van de UMC’s.

28


10

Bronnen, begrippen en verwijzingen

1. Het Academisch Ziekenhuis Maastricht zal binnenkort tot UMC-vorming overgaan. In de positioneringsnota wordt hier alvast vanuit gegaan. 2. AIOS ‘(arts in opleiding tot (medisch) specialist) vervangt het begrip agio (assistent-geneeskundige in opleiding). 3. Voor de definitie van een professional zie Weggeman MCDP ‘Leiding geven aan professionals, het verzilveren van creativiteit’ Kluwer, Deventer, 1992, zoals ook gehanteerd door de commissie Visser van de NVZ vereniging van ziekenhuizen (zie Visser GR et al., Ondernemend besturen. Ziekenhuismanagement van overmorgen, 1996 Van Gorcum & Comp, Assen). 4. Conform de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW) aan instellingen voor Hoger onderwijs moet in de UMC’s de academische vrijheid in acht worden genomen. 5. Topklinische zorg is die zorg waarvoor de overheid in verband met gewenste concentratie van expertise en dure infrastructuur een vergunning moet verlenen (bijv. radiotherapie, transplantatiegeneeskunde). Topreferente zorg heeft betrekking op patiënten die door de aard van hun aandoening en behandeling aangewezen zijn op c.q. verwezen worden naar gespecialiseerde centra. 6. Bron NFU-document ‘Onderzoeker onderzocht’ 2004. 7. Translationeel onderzoek: de vertaling van het fundamentele onderzoek naar de kliniek. 8. Bron aantal agio’s per 31-12-2003: MSRC. 9. Bron competenties bestuurs- en managementfuncties: A&D Consult, Gouda, 2000. 10. Bron competentiegebieden en kerncompetenties: Centraal College Medische Specialismen, Kaderbesluit. Dit besluit is gepubliceerd in de Staatscourant van 14 december 2004, nr. 241. 11. Bron Nederlandse Artseneed: een uitgave van de Commissie Herziening Artseneed, in opdracht van de Vereniging van Universiteiten in samenwerking met de Koninklijk Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst, augustus 2003. N.B. Overal waar bij de UMS ’hij’ en ’zijn’ worden vermeld, moet tevens ‘zij’ en ’haar’ worden gelezen.

29


11

Bedankt

De Orde van Medisch Specialisten wil graag onder meer de volgende personen bedanken, die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van de Positioneringsnota Universitair Medisch Specialist: Thuis In Vele Markten. Stafconvent Prof.dr. P.J.J. Sauer, kinderarts Mw. prof.dr. J.M.M. Hooymans, oogarts Mr. J.G. Pieter, secretaris Stafconvent Opinion leaders F.R. Burlage, radiotherapeut K.P. de Jong, chirurg Dr. F.B. Niessen, plastisch chirurg Dr. G.M. Rommers, revalidatie-arts A.H.M. Simons, gynaecoloog Dr. P.C. van Voorst Vader, dermatoloog

AMC

Raad van Bestuur Prof.dr. E. BriĂŤt, internist Stafconvent/Opinion leaders Prof.dr. H. Obertop, chirurg Prof.dr. M.M. Levi, internist AZM

Raad van Bestuur G.J.H.C.M. Peeters, kno-arts Drs. L.J.H.M. Brans Brabant Stafconvent Mw. Prof.dr. M. van Dieijen-Visser, klinisch chemicus Dr. R.M.M. Hupperts, neuroloog Opinion leaders Dr. R.J. van Oostenbrugge, neuroloog Dr. F. Smits, gynaecoloog

UMC ST RADBOUD

Raad van Bestuur Prof.dr. C.L.A. van Herwaarden Ing. L. Neeleman Stafconvent Prof.dr. J.G. Blickman, radioloog Prof.dr. P.M. Hoogerbrugge, kinderarts Opinion leaders Prof.dr. J.H.M. Berden, internist Prof.dr. R.P. Bleichrodt, chirurg Mw. prof.dr. D.D.M. Braat, gynaecoloog Prof.dr. F.H.M. Corstens, nucleair geneeskundige Dr. J.W. Pasman, neuroloog Dr. C.T. Postma, internist Dr. P.N.M.A. Rieu, chirurg Prof.dr. P.H.M. Spauwen, plastisch chirurg Prof.dr. P.M.J. Stuyt, internist Prof.dr. R.P.H. Veth, orthopedisch chirurg Dr. M.C. de Waal Malefijt, orthopedisch chirurg

ERASMUS MC

Raad van Bestuur Drs. W. Geerlings Stafconvent Prof.dr. J.A.N. Verhaar, orthopedisch chirurg LUMC

Stafconvent Prof.dr. R.T.W.M. Thomeer, neurochirurg J. Ringers, chirurg Opinion leaders Prof.dr. J.L. Bloem, radioloog Prof.dr. K.F.G. Rabe, longarts UMCG

Raad van Bestuur Drs. Fr.C.A. Jaspers Prof.dr. S. Poppema, patholoog

30


Prof.dr. P.E. Postmus, longarts Mw. N.I. Regensburg, oogarts Prof.dr. P.P. van Rijk, nucleair geneeskundige Dr. B.J. van Royen, orthopedisch chirurg A.H.M. Simons, gynaecoloog Mw. S.N. de Wildt, aios kindergeneeskunde R.C. Zwart, chirurg

UMC UTRECHT

Raad van Bestuur Prof.dr. G.H. Blijham, internist Stafconvent Mw. dr. A.M.G.A. de Smet, anesthesioloog Dr. R.J.B. Sakkers, orthopedisch chirurg Opinion leaders Mw. dr. P.F.A. Bakker-De Wekker, cardio-thoracaal chirurg Dr. M.J. Hendriks, radioloog

BESTUUR ORDE VAN MEDISCH SPECIALISTEN

Prof.dr. P.A.M. Vierhout, chirurg P.M. Burger, dermatoloog Dr. O.G.J.M. van Aubel, uroloog Dr. R.J.A. Diepersloot, arts microbioloog H.R. Korsten, chirurg Prof.dr. H.A. Verbrugh, arts microbioloog Dr. L.H. van Hulsteijn, internist Mw. dr. Y.M. van Kasteren, gynaecoloog

VUMC

Raad van Bestuur Drs. E.B. Mulder Stafconvent Prof.dr. C.H. Polman, neuroloog OP DE FOTO

Mw. dr. M.S.P. Huijberts, internist Prof.dr. C.J.H. van de Velde, chirurg Dr. J.L. Nouwen, internist Mw. dr. R.B.A van den Brink, cardioloog Prof.dr. R.S. Kahn, psychiater Mw. prof.dr. M. de Visser, neuroloog

MEDEWERKERS ORDE VAN MEDISCH SPECIALISTEN

S.J. van den Heuij, communicatiemedewerker Mw. mr. W.L.R. Kuipers, adviseur directie Mw. J. Lavue, secretaresse KAS Mw. E.M.T. van Rooij, communicatieadviseur Mr. A.J. Taselaar, secretaris KAS

KAMER ACADEMISCHE SPECIALISTEN

Prof.dr. H.A. Verbrugh, arts microbioloog Dr. M.H.A. Bemelmans, chirurg Mw. Dr. H. Haaxma-Reiche, neuroloog Prof.dr. Th.J.M. Helmerhorst, gynaecoloog Prof.dr. F. Hendrikse, oogarts Dr. F.Th.M. Huysmans, internist Mw. F.A.M. Klijn, psychiater P.A. van Luijt, chirurg Dr. F.J. Meijboom, kinderarts Dr. C.T. Postma, internist

31


Colofon Ontwerp: Berkhout Grafische Ontwerpen, Harmelen Fotografie: RenĂŠ Verleg, Schipluiden Uitgave: Orde van Medisch Specialisten, Utrecht Druk: Koninklijke Drukkerij De Swart, Den Haag


positioneringsnota universitair medisch specialisten  

positioneringsnota universitair medisch specialisten

Advertisement