Issuu on Google+

Op werkbezoek bij...

Helma lodders:

kwaliteitsprojecten

Frank de Grave op werkbezoek bij de Bergman Clinics

‘Competentiegerichte opleiding goed voor Nederlandse gezondheidszorg’

Drie kwaliteitsprojecten onder de loep

Orde van Medisch Specialisten

Vijftiende jaargang

april 2011

2

De Grave: ‘De OMS komt op voor de randvoorwaarden waaronder medisch specialisten hun werk doen’


2

Inhoud

10

14

6

Stem mee over de nieuwe naam voor Ordenieuws Het volgende nummer van Ordenieuws verschijnt onder een nieuwe naam. Als lid kunt u hierover meestemmen! U leest er meer over in de eerstvolgende e-mailnieuwsbrief.

Inhoud interview

frank de grave bezoekt De Bergman Clinics

Ordenieuws • april 2011 • nummer 2

Medisch specialisten werken in uiteenlopende settings. Om meer zicht te krijgen op de unieke kenmerken van deze settings, heeft Frank de Grave de komende tijd flink wat werkbezoeken in zijn agenda staan. Op woensdag 23 februari schoof hij aan bij vader (Wim) en zoon (Bart) Malenstein die de Bergman Clinics aansturen.

6

3

hoofdredactioneel bart heesen

5

column Orde op zaken Janko de Jonge

De Medisch Specialist die… 9 Hoe om te gaan met mogelijke arbeidsongeschiktheid bij een maat die door wil werken tot zijn 65ste maar die tot zijn 60ste tegen arbeidsongeschiktheid is verzekerd? 10 Kwaliteitsprojecten onder de loep Vorig jaar verscheen de Kwaliteitsspecial van Ordenieuws: Kwaliteit. Ook dit jaar staat kwaliteit onverminderd hoog op de agenda van de wetenschappelijke verenigingen en de OMS.

11 TV-serie over de medisch specialist succesvol 12

Uit het nieuws Op haar website plaatst de OMS regelmatig actuele nieuwsberichten. In deze rubriek een korte samenvatting van het nieuws van de afgelopen maanden.

interview 14 ‘Competentiegerichte opleiding goed voor Nederlandse gezondheidszorg’ Helma Lodders 16 Agenda en Colofon


3

Het zal u niet ontgaan zijn. Na alle discussie die er vorig jaar geweest is over de positie en honorering van de medisch specialisten vrij beroep, dreigen nu de medisch specialisten in de universitaire centra het spreekwoordelijke kind van de rekening te worden. De OMS en De Jonge Orde hebben zich samen sterk gemaakt om de cao-voorstellen van de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) van tafel te krijgen en dat is gelukt. Voorlopig kunnen we de aandacht richten op de mogelijke pensioenovergang van de UMC-medewerkers. In het nieuwsoverzicht (pagina 13) leest u meer over deze en andere actuele onderwerpen. Onze voorzitter Frank de Grave is duidelijk hét gezicht geworden van de OMS. In interviews in Skipr, Mednet, Rabobank Zorgscoop en SC zet hij keer op keer helder uiteen waar de OMS voor staat en wat ons standpunt is in tal van actuele kwesties. In diverse landelijke publieksmedia weet hij steeds de nadruk te leggen op waar het de medisch specialisten in de kern om gaat: het behoud van de kwaliteit van de medisch specialistische zorg in Nederland. De Grave is echter ook een man die er op uit trekt en zelf zijn licht wil opsteken. Om meer zicht te krijgen op de uiteenlopende settings waarin medisch specialisten hun werk verrichten, legt Frank de Grave de komende tijd flink wat werkbezoeken af. Op 23 februari stond de Bergman Clinics in Naarden op het programma. De redactie van Ordenieuws was erbij en maakte een reportage. U vindt het verslag op pagina 6. Op pagina 14 aandacht voor nog een werkbezoek. Namelijk dat van Helma Lodders, Tweede Kamerlid voor de VVD. Zij nam een kijkje bij de dagelijkse opleidingspraktijk in het MCH Westeinde en was aangenaam verrast door wat zij daar aantrof.

Namens de OMS wens ik u weer veel leesplezier. Bart Heesen directeur Orde van Medisch Specialisten

Hoofdredactioneel Ordenieuws • april 2011 • nummer 2

Verder in deze editie van Ordenieuws aandacht voor drie kwaliteitsprojecten (pagina 10), voor het hot item ‘disfunctioneren’; een onderwerp dat centraal stond tijdens de beleidsbijeenkomst van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie (NVN), voor de plaats van goodwill bij toetreding tot en uitbreiding van een maatschap en voor de kwestie arbeidsongeschiktheidsverzekering bij medisch specialisten van 60 jaar en ouder.


FINANCIEEL ADVISEURS VOOR MEDISCH SPECIALISTEN Sibbing & Wateler is een onafhankelijk financieel adviesbureau, gespecialiseerd in de praktijkbegeleiding van vrije medische beroepsbeoefenaren, waaronder medisch specialisten. Wij bieden u een gevarieerd dienstenpakket voor al uw financiĂŤle zaken, nu en in de toekomst.

Telefoon: (0318) 544 044 - www.sibbing.nl

U zet zich in voor de kwaliteit van de medisch-specialistische zorg. Maar wie zet zich in voor u? De Orde van Medisch Specialisten staat voor de individuele en collectieve belangen van alle medisch specialisten. Ongeacht uw specialisme of de setting waarin u werkt. Wij zetten ons dagelijks in voor de kwaliteit van de medisch-specialistische zorg en de randvoorwaarden die daarbij noodzakelijk zijn. Bij ons is uw belang in specialistische handen. Word daarom lid van de OMS en profiteer van gratis persoonlijke juridische dienstverlening, rechtsbijstand en ondersteuning bij financiĂŤle vraagstukken. Ontvang korting op onder andere trainingen, symposia en verzekeringen en ontvang gratis Medisch Contact en Ordenieuws. Kijk op www.orde.nl of bel de infodesk 030 - 28 23 666 voor meer informatie of om lid te worden. Adv_A5liggend_vdef_B.indd 1

www.orde.nl | 030 - 28 23 666

11-04-11 16:00


Orde op zaken

5

Afgelopen jaar stond in het teken van het behoud van het vrije beroep en de arts-patiëntrelatie. En loon naar werken dan? Daar is, na invoering van het uurtarief in 2008, helaas niets van terecht gekomen. Verklaarbare maar ongewenste verschillen tussen medisch specialismen hebben geleid tot grote onrust in ziekenhuizen. Keert de rust terug nu de verantwoordelijkheid voor een evenredige verdeling van de omzet bij de medisch specialisten in een collectief komt te liggen? Er moeten afspraken gemaakt worden binnen het collectief, met de raad van bestuur, met zorgverzekeraars enzovoorts. De OMS zal op 16 juni een leidraad presenteren ‘Het witte boek deel IV’.

Maar waar het de komende jaren vooral over zal gaan is de kwaliteit van zorg. Verantwoording afleggen over medisch handelen en kiezen voor betere zorg! Niet het volume aan zorg maar de geleverde prestatie wordt geleidelijk aan belangrijker, ook in de wijze waarop de gezondheidszorg wordt bekostigd. Hoe is het in uw ziekenhuis gesteld met de organisatie rondom kwaliteit? Is er een control cyclus? Is er in uw maatschap iemand verantwoordelijk voor kwaliteit? En hoe zit dat bestuurlijk, bij de raad van bestuur en bij de raad van toezicht? Als u op een van bovenstaande vragen het antwoord niet weet, hebt u nog maar kort de tijd om orde op zaken te stellen. Janko de Jonge voorzitter Kamer Vrij Beroep

Ordenieuws • april 2011 • nummer 2

Veel zal neerkomen op de flexibiliteit en solidariteit van de medisch specialisten in de ziekenhuizen. Als oud-stafvoorzitter weet ik dat je het aantal collega’s dat zich wil inzetten voor het gemeenschappelijk belang op een hand kunt tellen. Kiezen tussen de tennisbaan of een vergaderzaaltje is voor velen niet moeilijk. Toch zal het - in de aanloop naar bijna volledige prestatiebekostiging met vrije honorariumtarieven - noodzakelijk zijn dat meer medisch specialisten zich bewust worden van het feit dat ze daadwerkelijk deel uitmaken van een onderneming: de maatschap waarin ze werken én de ziekenhuisorganisatie waarvoor ze medeverantwoordelijkheid dragen. Het eigen vermogen van het ziekenhuis is van belang om te kunnen investeren, om bij de bank geld te kunnen lenen. Veel banken vragen nu al commitment van de medische staf bij het verstrekken van leningen. Kostenbewaking is niet alleen een verantwoordelijkheid van de raad van bestuur maar ook van ons, medisch specialisten. Bij vrije honorariumtarieven moet u immers met uw raad van bestuur gaan onderhandelen over de prijs voor uw prestatie. Het is dus ook in uw eigen belang dat de financiële marge van uw ziekenhuis zal verbeteren en niet blijft hangen op een schamele 1-2 procent. Leest u überhaupt weleens het jaarverslag van uw eigen ziekenhuis?


6

Ordenieuws • april 2011 • nummer 2

‘Géén concessies als het gaat om kwaliteit’


7

Wim en Bart Malenstein in gesprek met Frank de Grave

Medisch specialisten werken in uiteenlopende settings. Om meer zicht te krijgen op de unieke kenmerken van deze settings, heeft Frank de Grave de komende tijd flink wat werkbezoeken in zijn agenda staan. Op woensdag 23 februari schuift hij aan bij vader (Wim) en zoon (Bart) Malenstein die Bergman Clinics aansturen. Het is één van de zelfstandige behandelcentra (zbc) die zich met hand en tand verzetten tegen het groeiplafond van de overheid. Maar het is ook een van de settings waar specialisten floreren. Wim Malenstein zegt in 1992 de transportwereld vaarwel om zich in 1994 samen met een bevriend en gerespecteerd specialist met hart en ziel in te zetten voor de doorstart van de Bergman Kliniek voor plastische chirurgie in Blaricum. Met de komst van het nieuwe zorgstelsel weet de familie Malenstein gerenommeerde specialisten én de nodige cliënten aan zich te binden. Sinds 2006 breiden ze, in ruim vijf jaar, het werkterrein uit van esthetische chirurgie naar ‘inwendige zorg’ en ‘houding en beweging’. De Grave is benieuwd hoe die groei tot stand gekomen is. ‘We hebben ons op verschillende disciplines sterk gespecialiseerd. In feite pakken wij de specialisaties op die veel ziekenhuizen zelf niet meer kunnen of willen organiseren omdat ze

al druk genoeg zijn met complexe operaties en de spoedeisende hulp’, aldus Wim Malenstein. Geen concessies Met een veelheid aan specialismen en vooraanstaande specialisten - verdeeld over acht vestigingen in Amsterdam, Bilthoven, Den Haag, Heerenveen en Naarden - is Bergman Clinics een bestseller en de grootste keten van gespecialiseerde klinieken in Nederland. Sinds 2005 kan iedere zorgverzekerde er in principe zonder wachttijden terecht. Eenmaal binnen transformeert de patiënt naar cliënt. Klantgerichtheid is hier geen loos begrip. ‘Wat verklaart het succes van de formule?’,

vraagt De Grave. ‘We geloven dat persoonlijke aandacht, professionele, snelle service en een prettige omgeving bijdragen aan het herstelproces’, vertelt Bart Malenstein. ‘We doen geen concessies als het gaat om kwaliteit. Daarnaast hebben we een aantal bekende, aansprekende specialisten hier in huis, zoals de orthopeden Cor van der Hart, Henk van der Hoeven en Maarten van der List. Overigens werken we samen met het AMC, het UMCU en het Flevoziekenhuis.’ Onmisbare positie ‘Hier’ is de Kliniek voor houding en beweging in Naarden, waar ook het hoofdkantoor van Bergman Clinics zetelt en Frank de Grave een uitgebreide rondleiding krijgt. Tijdens die rondleiding hoort hij hoe het voormalige hoofdkantoor van handelsconcern Hagemeyer in enkele maanden tijd werd omgetoverd tot een state of the art kliniek, met vier digitale OK’s, een grote recovery en 40 luxe privékamers. De Grave laat zich tevens informeren over het concept achter de Bergman Clinics dat gebaseerd is op Redefining Health Care van Michael Porter. Deze Engelse hoogleraar voorspelde dat het centraal zetten

Ordenieuws • april 2011 • nummer 2

frank de grave bezoekt Bergman Clinics


Ordenieuws • april 2011 • nummer 2

8

van de patiënt - en niet de aanbieder of de verzekeraar - de inrichting van het zorgstelsel een beter perspectief biedt. Wim Malenstein legt uit dat zbc’s, naast ziekenhuizen en gezondheidscentra, inmiddels een onmisbare positie in de zorgmarkt hebben veroverd; dat blijkt uit het visiedocument (2010) van Zelfstandige Klinieken Nederland (ZKN). Onderzoek van Boer & Croon wijst bovendien uit dat zbc’s in staat zijn om snelle, kleinschalige en hoogkwalitatieve zorg te bieden tegen een prijs die gemiddeld vijftien procent lager ligt. Daarmee kan volgens dit bureau 800 miljoen aan zorgkosten worden bespaard tot en met 2012. ‘De truc?’, wil De Grave weten. ‘Geen truc’, antwoordt Bart Malenstein. ‘We hebben veel minder overhead door een efficiënte en kleinschalige inrichting van de klinieken.’

beperken tot 2,5 procent, zbc’s zijn daar niet van uitgezonderd. De Grave vraagt hoe de Malensteins daar over denken: ‘Het druist lijnrecht in tegen de plannen van de circa driehonderd zbc’s om de gezamenlijke omzet in 2012 op te schroeven van 335 naar 650 miljoen euro. Een bijkomend pijnpunt is dat de minister haar budgettering per instelling zou gaan baseren op de omzetten van enkele jaren terug. Toen waren er veel minder zbc’s en was de omzet een stuk lager. De mogelijke budgettering staat verdere groei van zbc’s in de weg. Buitengewoon vervelend, want ik heb de stellige indruk dat we in een grote behoefte voorzien. Ook voor onze klinieken is het jammer want we hebben gerichte plannen; bijvoorbeeld voor een centraal borstkankercentrum waar alle zorg – van diagnose tot en met nazorg – geïntegreerd is.’

Groeiplafond

Quality

Tijdens de rondleiding is Frank de Grave zichtbaar onder de indruk, maar hij weet ook dat Bergman Clinics worstelt met het ‘groeiplafond’ van minister Schippers. Die wil de jaarlijkse groei van ziekenhuiszorg

Aan de vergadertafel praten De Grave en vader en zoon Malenstein verder over die groeiplannen, maar ook over dbc-tarieven, concurrentieprikkels, de rol van overheid en verzekeraars, kwaliteitsbewaking en

de ‘ideale’ werkverdeling tussen reguliere zorgcentra, ziekenhuizen en zbc’s. ‘Voor de Orde van Medisch Specialisten maakt het niet uit waar specialisten hun werk doen’, zegt De Grave, die net als zijn gastheren quality driven care voorop stelt. ‘De OMS gaat niet over de groei van de gezondheidszorg in Nederland. Maar de OMS komt wel op voor de randvoorwaarden waaronder medisch specialisten hun werk doen. Zij moeten - ongeacht de setting waar zij werken - in staat zijn hun werk zo goed mogelijk te doen en de kans krijgen hun vak verder te ontwikkelen.’ De Grave besluit zijn werkbezoek met de opmerking dat de OMS zich sterk maakt voor het bewaken van de kwaliteit van het zorgsysteem. ‘Het zijn de specialisten die aan kunnen geven welke kwaliteitsnormen daarbij gehanteerd moeten worden. Ook de specialisten in zbc’s kunnen daar aan bijdragen.’


De Medisch Specialist die…

9

Leden van de OMS kunnen rekenen op deskundig individueel advies op juridisch en financieel terrein. Vragen kunt u voorleggen aan onze infodesk. Deze is telefonisch te bereiken op 030 - 28 23 666 of via infodesk@orde.nl. In Ordenieuws lichten we binnengekomen vragen nader toe.

...tot zijn 65ste door wil werken maar die tot zijn 60ste tegen arbeidsongeschiktheid is verzekerd?

Maatschapovereenkomst De rechten en plichten die tussen maten gelden, zijn vastgelegd in de maatschapovereenkomst. In de meeste maatschapovereenkomsten staat dat maten verplicht zijn zich te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Maar meestal wordt daar geen ‘eindleeftijd’ bij genoemd. Hier valt uit af te leiden dat de verzekering in ieder geval in stand gehouden moet worden gedurende de deelname aan de maatschap. Nu dat echter niet specifiek wordt vermeld, zijn de medisch specialisten vrij beroepsbeoefenaren daar vrij in. Er zijn dan ook legio medisch specialisten met een arbeidsongeschiktheidsverzekering die afloopt op hun 60ste.

Kunnen de andere maten eisen dat hun collega zich (her) verzekert? Herverzekeren en controle Kunnen de andere maten eisen dat hun collega zich (her)verzekert? Dit levert mogelijk een financiële belasting op die niet opweegt tegen het risico om arbeidsongeschikt te raken. Vaak is het een bewuste keuze om zich ‘maar’ tot het 60ste levensjaar te verzekeren. Raakt de medisch specialist onverhoopt nadien arbeidsongeschikt, dan is deze in staat de financiële gevolgen daarvan zelf op te vangen. Maar dan rijst de vraag hóe een zekere controle uit te oefenen bij arbeidsongeschiktheid na het 60ste jaar. Moeten de maten afgaan op de informatie van hun zieke collega? Om het onderlinge vertrouwen niet in gevaar te brengen en conflictsituaties te voorkomen, adviseerde de jurist van de OMS de volgende tekst op te nemen in het contract:

‘Partijen verbinden zich, ten minste totdat zij de zestigjarige leeftijd hebben bereikt, een verzekering te sluiten tegen de financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid door ziekte en/of ongeval, en zijn gehouden deze verzekeringen in stand te houden, of voor zover zodanige verzekering reeds gesloten mocht zijn, deze onverminderd in stand te houden. In het geval dat de verzekering niet doorloopt na het bereiken van de zestigjarige leeftijd zullen de andere partijen, indien deze partij na zijn 60ste wegens ziekte en/of arbeidsongeschiktheid afwezig is, gerechtigd zijn een externe deskundige aan te wijzen die de gestelde ziekte en/of arbeidsongeschiktheid zal onderzoeken, en die tevens een uitspraak doet ten aanzien van het - te verwachten - herstelproces. De zieke/arbeidsongeschikte partij dient hier verplicht aan mee te werken, bij gebreke waarvan partijen gerechtigd zullen zijn nadere stappen te ondernemen.’ Deze tekst is opgesteld conform de wensen van de betreffende maatschap en in hun nieuwe maatschapovereenkomst opgenomen. Afwijkingen en aanvullingen zijn uiteraard denkbaar. Maar de tekst kan wellicht ook voor andere maatschappen als leidraad dienen. Vragen naar aanleiding van bovenstaande informatie? Neem dan contact op met de infodesk: 030 - 28 23 666.

Ordenieuws • april 2011 • nummer 2

Een medisch specialist geeft aan dat een van zijn maten tot zijn 60ste is verzekerd tegen arbeidongeschiktheid. Deze maat is echter van plan om tot zijn 65ste in de maatschap te blijven. De vraag is hoe de maatschap o m moet gaan met een mogelijke arbeidsongeschiktheid van deze maat na zijn 60ste. Is het mogelijk hem te verplichten zich langer te verzekeren? En zo niet, hoe zit het dan met - onafhankelijke - controles bij en van eventuele arbeidsongeschiktheid?


10

2 Nederlandse Vereniging

Vorig jaar verscheen de Kwaliteitsspecial van Ordenieuws: Kwaliteit. Ook dit jaar staat kwaliteit onverminderd hoog op de agenda van de wetenschappelijke verenigingen en de OMS. In deze editie van Ordenieuws presenteren we weer drie nieuwe kwaliteitsprojecten.

Ordenieuws • april 2011 • nummer 2

1 Nederlandse Vereniging voor Neurologie (NVN)  Richtlijn Postanoxisch coma Een postanoxisch coma is een frequent voorkomend probleem. Het coma wordt veroorzaakt door globale anoxie of ischemie van de hersenen, met tijdelijk functieverlies of (vaker) blijvende cerebrale schade als gevolg. De meest voorkomende oorzaak is een circulatiestilstand. Andere oorzaken zijn onder andere ernstige en langdurige hypotensie of hypoxemie, veroorzaakt door respiratoire insufficiëntie, bijna-verdrinking en verhanging. Over het algemeen is de prognose somber: circa 70% van deze patiënten komt niet meer bij bewustzijn. In 2002 bleek uit twee klinische trials dat behandeling met hypothermie een absolute toename van een gunstige uitkomst kon bewerkstelligen van ongeveer 15%. Behandeling met hypothermie is inmiddels in de meeste Nederlandse klinieken ingevoerd.

Duidelijk is dat zowel zónder als mét hypothermiebehandeling een hoog percentage patiënten met een postanoxisch coma een slechte uitkomst heeft. Daardoor doet zich de vraag voor hoe patiënten met een slechte uitkomst geïdentificeerd kunnen worden, zodat bij hen de behandeling kan worden gestaakt. Hierbij is het van groot belang dat de conclusie ‘slechte uitkomst’ niet ten onrechte wordt getrokken, om te voorkomen dat de behandeling wordt gestaakt bij patiënten die een reële kans op herstel hebben. In deze richtlijn wordt ingegaan op welke factoren betrouwbare vroege voorspellers zijn van een slechte uitkomst bij postanoxisch coma. Aan deze richtlijn wordt ook een Richtlijn Educatie Programma verbonden.

voor Maag, Darm Lever artsen (NVMDL)   Richtlijn gastro oesofageale refluxziekte Gastro-oesofageale refluxziekte (GORZ) is een zeer frequent voorkomende aandoening die gekenmerkt wordt door de aanwezigheid van symptomen van gastrooesofageale reflux en/of de aanwezigheid van mucosale schade in de distale slokdarm. De diagnostiek en behandeling van GORZ spelen zich voor het grootste deel af in de eerstelijns gezondheidszorg. De ter beschikking staande therapie in de vorm van H2-receptor- antagonisten en protonpompremmers is zo effectief en kent zo weinig bijwerkingen dat slechts in een klein deel van de gevallen tot verwijzing naar een MDL-arts behoeft te worden besloten. Wanneer een patiënt met (vermoede) GORZ naar een MDL-arts wordt verwezen is dit meestal omdat het resultaat van de medicamenteuze therapie als teleurstellend wordt ervaren. Op de geraadpleegde MDL-arts rust de taak vast stellen of de diagnose GORZ juist is, te analyseren waarom het effect van de behandeling teleurstellend was en, indien mogelijk, een meer effectieve behandeling in te stellen. Deze richtlijn beoogt een leidraad te verschaffen voor de diagnostiek en behandeling van patiënten met (vermoede) GORZ in de praktijk van de MDL-arts. Het beleid bij Barrett-metaplasie is in de richtlijn buiten beschouwing gelaten.


11

3  Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie (NVvN)  Richtlijn voor de  behandeling van hydrocephalus bij kinderen onder de 2 jaar

TV-serie over de medisch specialist succesvol In Ordenieuws is de afgelopen maanden regelmatig aandacht besteed aan de tv-serie ‘De medisch specialist, als dokter en mens’. Deze achtdelige serie is met medewerking van de Orde van Medisch Specialisten tot stand gekomen en werd uitgezonden bij RTL4 tussen 6 december 2010 en 31 januari 2011. Zowel de omroep, als de producenten, als de hoofdrolspelers beschouwen dit tv-avontuur als geslaagd. Tijd om te bekijken wat deze serie ons gebracht heeft. De reacties op de eerste aflevering waren meteen positief. Een recensent in de Spits schreef dat de titel niets te raden overliet en zijn belofte waarmaakte: ‘We weten dat de dokter ook een mens van vlees en bloed is. Maar na het zien van dit programma, realiseer je je dat toch net even meer.’ Het Financiële Dagblad van 11 december 2010 meldde dat de serie eigenlijk een prime time tijdstip verdiende. Kijkcijfers Ook de kijkcijfers gaven alle reden tot optimisme. De eerste aflevering werd door ruim 390.000 mensen bekeken en vervolgens steeg het gemiddelde kijkcijfer over de acht afleveringen naar 414.000 kijkers. Volgens RTL4 is dit verrassend hoog, temeer omdat de publiciteit rond de serie niet overdadig was. In totaal hebben we met de serie ruim 3 miljoen mensen bereikt. Hoofdrolspelers Maar hoe was het om aan de serie mee te werken? Op deze vragen gaven de hoofdrolspelers (vaatchirurg Anco Vahl, longarst Mariska Koster, plastisch chirurg Daniëlle Derks, kinderarts Paul Brand en gynaecoloog Carina Hilders) unaniem als antwoord dat het bijzonder leuk was om te doen. Het gefilmd worden viel hen mee, ze leerden op een andere manier naar hun vak kijken en de reacties waren positief. In hun ogen heeft de serie zeker bijgedragen aan een gunstige beeldvorming over de medisch specialist. Ook de betrokken ziekenhuizen waren overwegend positief. Door de communicatie in regionale media werden ook zij in de spotlights gezet. Geslaagd debuut Al met al was het voor alle partijen een geslaagd debuut. RTL 4 heeft besloten om de serie in het voorjaar 2011 te gaan herhalen, in de weekenden rond 12.00 uur. De OMS verkent inmiddels de mogelijkheden om een vervolg te geven aan het profileren van medisch specialisten.

Ordenieuws • april 2011 • nummer 2

De incidentie van congenitale of vroeg ontstane hydrocephalus is 3 op 1000 geboortes per jaar. In Nederland betreft dit enkele honderden jonge kinderen per jaar. De behandeling van hydrocephalus met een shunt kent een hoog complicatierisico: 30-50 procent van de shunts moet binnen het eerste jaar na implantatie worden verwijderd of gereviseerd vanwege obstructie, disconnectie, malpositie of infectie. Het gemiddelde infectiepercentage ligt rond de 10 procent maar loopt uiteen van 2-20 procent in de verschillende centra. Iedere complicatie lijkt een effect te hebben op de zich ontwikkelende hersenen. In bepaalde gevallen bestaat een alternatieve therapie met endoscopische ventriculocisternostomie (endoscopic third ventriculostomy of ETV). Er blijven echter vragen bestaan rondom het indicatiegebied voor deze behandeling en de prognose na ETV. De psychomotore ontwikkeling van de patiënt is enerzijds afhankelijk van de onderliggende oorzaak en anderzijds van de behandeling. Er is geen eenduidige follow-up en begeleiding beschreven in de literatuur. Omdat de patiëntenpopulatie erg divers is vallen veel patiënten buiten bestaande richtlijnen. Dit leidt ertoe dat de begeleiding afhankelijk is van het initiatief van de behandelende arts, de ouders en de structuur van de opvang in de woonomgeving. Deze richtlijn geeft een leidraad voor de dagelijkse praktijk van de behandeling van hydrocephalus bij 0-2 jarigen. Door het algemene karakter leent de richtlijn zich goed voor de formulering van beroepsspecifieke richtlijnen en biedt de richtlijn aanknopingspunten voor bijvoorbeeld lokale (instituut- of regiogebonden) protocollen en/of zorgafspraken.


12

Uit het nieuws

In deze rubriek geven wij u een korte samenvatting van het nieuws van de afgelopen maanden. Voor een volledig nieuwsoverzicht verwijzen wij u naar www.orde.nl.

10 maart 2011

OMS: wissel gegevens bevoegdheidsbeperkingen uit Op 10 maart hebben Tweede Kamerleden van CDA en PvdA vragen gesteld aan minster Schippers van VWS over het internationaal uitwisselen van gegevens over bevoegdheidsbeperkingen. Eind 2010 al heeft de KNMG gepleit voor het actief uitwisselen van deze informatie door de bevoegde autoriteiten van de Europese landen. Zo kan worden voorkomen dat geschorste artsen in het buitenland verder werken. In Nederland is inmiddels een wetswijziging ingediend. Die regelt dat in het buitenland opgelegde maatregelen die invloed hebben op de uitoefening van het beroep, aangetekend kunnen worden in het BIG-register. De OMS steunt het initiatief van de KNMG.

die onze positie aan de onderhandelingstafel hebben verstevigd. Ook is massaal gereageerd op de petitie die vier dagen lang online stond op de website van de OMS en De Jonge Orde. Op 21 maart zijn maar liefst 2.150 handtekeningen van universitair medisch specialisten en aios tegen de NFU-voorstellen overhandigd aan de onderhandelaars van de UMC’s. Eerst zal nu de overgang van pensioenfonds ABP naar PfZW (voorheen PGGM) met de medewerkers in de UMC’s worden besproken. Pas als daar duidelijkheid over is gaan de NFU en de centrales verder praten over loonontwikkeling en de vernieuwingsagenda. Kijk voor het laatste nieuws over de cao-onderhandelingen op www.orde.nl en www. dejongeorde.nl.

CAO UMC-verslechteringsvoorstellen NFU van tafel De verslechteringsvoorstellen van de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) voor de CAO UMC zijn van tafel. Onder druk van vele handtekeningen van universitair medisch specialisten, aios en andere medewerkers in UMC’s heeft de NFU haar plannen ingetrokken.

Ordenieuws • april 2011 • nummer 2

U kunt de leidraad downloaden van onze website: www.orde.nl.

1 april 2011

Eerste advies NZa over vaststelling instellingsbudget en ruimte voor productieverschuivingen

21 maart 2011

De OMS en De Jonge Orde hebben daarmee hun doel bereikt. Zij gaven in februari al aan dat de voorstellen van de NFU van de onderhandelingstafel moesten omdat deze een enorme verslechtering van de  arbeidsvoorwaarden inhielden.  De universitair medisch specialisten en de aios hebben duidelijk laten weten dat ze de NFUvoorstellen onacceptabel vinden. Dit bleek onder meer uit de grote opkomst bij de door de centrales georganiseerde ledenvergaderingen. De OMS heeft een groot aantal nieuwe leden mogen verwelkomen

‘Leidraad doelmatig voorschrijven van geneesmiddelen’. De uitgave ondersteunt medisch specialisten bij hun keuzes rond het voorschrijven van geneesmiddelen. De wetenschappelijke verenigingen en de OMS hebben de uitgave samen ontwikkeld, conform de afspraken met minister Edith Schippers om de kosten voor medicijngebruik de komende jaren te verminderen. VWS-minister Edith Schippers moest helaas op het laatste moment verstek laten gaan. Namens haar ontving drs. L.A.M. (Leon) van Halder, directeur-generaal Curatieve Zorg, uit handen van OMS-voorzitter Frank de Grave, de eerste ‘Leidraad doelmatig voorschrijven van geneesmiddelen’.

28 maart 2011

DG van Halder ontvangt Leidraad doelmatig voorschrijven Goedkoop waar het kan, duur als het moet. Dat is het algemene uitgangspunt van de

Op 1 april 2011 stuurde de NZa een brief aan minister Schippers. De brief beschrijft de wijze waarop de NZa omzetplafonds per instelling wil vaststellen. Ook is op hoofdlijnen uitgewerkt hoe rekening kan worden gehouden met productieverschuivingen. De NZa stelt dat de historische omzet als grondslag voor het vaststellen van omzetplafonds per instelling de voorkeur verdient boven fte’s als basis. Om vervolgens binnen het beheersmodel zoveel mogelijk dynamiek te faciliteren kan jaarlijks een deel van het macrokader hiervoor worden gereserveerd. De NZa stelt voor daar de 2,5% groeiruimte voor te reserveren. De NZa stelt dat deze gereserveerde groeiruimte aan de hand van nog vast te stellen criteria gedurende én na afloop van het betreffende jaar kan worden verdeeld. De OMS stelt zich op het standpunt dat de zorgverzekeraars verantwoordelijk zijn voor de contractering van de zorg en het feit dat de gecontracteerde zorg binnen het macrokader blijft.


Van ABP naar PfZW?

13

Leden van de OMS en De Jonge Orde werkzaam in de umc’s zullen daarover moeten besluiten!

6 april 2011

NVZ stemt in met het tekenen van het ‘specialistenakkoord’ De algemene vergadering van de NVZ vereniging van ziekenhuizen (NVZ) stemde op 6 april in met het tekenen van het hoofdlijnenakkoord bekostiging vrijgevestigd medisch specialisten. Het akkoord voorziet in een beheerste groei om overschrijdingen door de medisch specialisten te voorkomen. Op 26 januari besloten de NVZ-leden het akkoord aan te houden. De algemene vergadering wilde eerst toezeggingen van de minister over een beheerste overgang naar een stelsel van prestatiebekostiging. Helderheid over de vergrote risicodragendheid van zorgverzekeraars was daarbij een voorwaarde. Deze helderheid heeft de minister gegeven in de brief ‘ Zorg die loont’ van 14 maart. Daarin kondigt de minister aan dat zorgverzekeraars meer risico gaan dragen. Wel liggen er in de onderhandelingen met het ministerie nog een aantal belangrijke punten op tafel. Desondanks constateren de NVZ-leden dat de koppeling met het medisch-specialistenakkoord van 26 januari kan worden losgelaten.

Vijf jaar is er overleg gevoerd tussen de pensioenfondsen ABP, PGGM de werknemersorganisaties en de Nederlandse Federatie van UMC’s over een overgang van pensioenfonds ABP naar Pensioenfonds Zorg & Welzijn (voorheen PGGM) voor de medewerkers in de UMC’s. Eind maart hebben de werknemersorganisaties en de NFU een principeakkoord bereikt om per 1 januari 2012 deze overstap te maken. De leden van de OMS en de leden van De Jonge Orde zullen een uitspraak moeten doen over dit akkoord. Tot 28 april 2011 kunnen zij stemmen op www.orde.nl of www.dejongeorde.nl. In 2006 spraken de bij het principeakkoord betrokken partijen de wens uit om aangesloten te worden bij PGGM, inmiddels Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PfZW). Daarvoor was een aantal belangrijke redenen: • Er zijn veel personeelsmutaties tussen de UMC’s , algemene ziekenhuizen en andere instellingen in de zorg. Overdracht van pensioenrechten verloopt daarbij niet altijd soepel. • Aios die vanwege hun opleiding van ziekenhuis wisselen, hebben veel last bij het overdragen van rechten. • De hogere pensioenpremie van het ABP ten opzichte van die van het PfZW heeft een negatief effect op de concurrentiepositie van de UMC’s in vergelijking met de algemene ziekenhuizen. • Bij samenwerkingsverbanden en/of fusies met andere zorginstellingen vormen de verschillen tussen premie en verzekeringsvoorwaarden vaak een beletsel. Gevolgen overgang Voor UMC-medewerkers betekent de overgang niet dat zij een groot verschil zullen zien op hun salarisstrook. Voor het merendeel van de UMC-medewerkers zal de pensioenpremie iets worden verlaagd en zullen de pensioenaanspraken iets worden verhoogd. Het standpunt van de OMS is van meet af aan geweest, dat door de eventuele overgang geen rechten verloren mogen gaan en daarnaast geen netto achteruitgang in het inkomen mag ontstaan. Als rekening wordt gehouden met de hogere pensioenopbouw, is hieraan voldaan. Ledenraadpleging Per UMC is een tweetal voorlichtingsbijeenkomsten gehouden. Daarnaast hebben de OMS en De Jonge Orde informatie op hun site gezet en nieuwsbrieven gestuurd over de gevolgen van deze overstap. De werknemersorganisaties hebben vastgesteld dat het pakket PfZW goed vergelijkbaar is met het huidige ABP-pakket. Tot 28 april 2011 kunnen leden aangeven of zij akkoord gaan of niet. Waardeoverdracht Mochten de leden van de werknemersorganisaties instemmen met een overgang, dan gaan alle medewerkers in de UMC’s per 1 januari 2012 over naar het pensioenfonds PfZW. Vanaf die datum bouwen de UMC-medewerkers bij dit fonds nieuwe rechten op. In de loop van 2012 zal aan elke deelnemer individueel worden gevraagd of zij waardeoverdracht willen laten plaatsvinden van het ABP naar het PfZW. Iedere medewerker heeft het recht om dat zelf te bepalen. Kijk voor meer informatie op www.orde.nl of www.dejongeorde.nl.

Ordenieuws • april 2011 • nummer 2

Het kan niet zo zijn dat gecontracteerde zorg die door de medisch specialisten wordt geleverd en gedeclareerd achteraf niet tot uitkering komt omdat het budget op is.


14

Op 24 februari jongstleden bracht Helma Lodders, Tweede Kamerlid voor de VVD, een werkbezoek aan MCH Westeinde in Den Haag. Doel was een nadere kennismaking met de praktijk van de opleiding tot medisch specialist. Ze was aangenaam verrast door de kwaliteit van de begeleiding en de aandacht voor competenties. De OMS regelde het werkbezoek en de redactie van Ordenieuws vroeg haar of en hoe haar beeld van de opleiding tot medisch specialist veranderd was.

Helma Lodders:

‘Competentiegerichte opleiding goed voor Nederlandse gezondheidszorg’ Als lid van de Tweede Kamer heeft Helma Lodders onder meer ‘opleidingen in de zorgsector’ in haar portefeuille. Reden om zich grondig te verdiepen in de verschillende beroepsgroepen en bijbehorende opleidingsstructuren. Ze benaderde de OMS met de vraag of het mogelijk was een werkbezoek voor haar te regelen. Het Medisch Centrum Haaglanden (MCH) bood haar graag een kijkje in de opleidingskeuken. Samen met twee medewerkers woonde ze om half acht ’s ochtends de overdracht bij, kreeg een rondleiding langs de afdelingen interne geneeskunde, chirurgie, radiologie en gynaecologie, en sprak daar met opleiders en aios.

Ordenieuws • april 2011 • nummer 2

Welk beeld had u van de opleiding tot medisch specialist vóór het werkbezoek? ‘Een beeld dat waarschijnlijk meer mensen hebben: medisch specialisten-in-opleiding zijn vooral erg druk. Ze maken veel uren en verrichten veel werkzaamheden. Ik had het idee dat er weinig tijd over zou blijven voor goede begeleiding. Dat beeld is in positieve zin bijgesteld na mijn bezoek aan MCH Westeinde.’ Wat is u het meest bijgebleven van dit bezoek? ‘De aandacht die er is voor competentiegericht onderwijs binnen de opleiding tot

medisch specialist. Daar was ik aangenaam door verrast. Na de overdracht tussen de nacht- en dagdienst kregen we uitleg over het elektronische portfolio waar alle aios mee werken. In dit e-portfolio is het competentieprofiel van de aios heel inzichtelijk gemaakt. Het is voor zowel opleider als aios duidelijk hoe de ontwikkeling van de competenties verloopt; waarin de aios competent is en waarin (nog) niet. Iets anders wat me is bijgebleven, is het Etalageproject. Een project waarbij ziekenhuizen hun opleidingsplaatsen in de etalage kunnen zetten zodat aios een goed geïnformeerde keuze kunnen maken. Dat past goed bij de visie van de VVD: eigen verantwoordelijkheid van ziekenhuizen om hoogwaardige opleidingsplaatsen te ontwikkelen en deze zichtbaar te maken. En de mogelijkheid voor aios om een weloverwogen keuze te maken voor een opleidingsplek die bij hen past.’ Heeft u ook knelpunten gehoord? ‘Ja, op de afdeling gynaecologie sprak ik een aios die me uitlegde hoe lastig het in de praktijk is om een kloppend rooster te maken dat voldoet aan de regels van de Arbeidstijdenwet. Ik heb daar inmiddels vragen over gesteld tijdens het algemeen overleg met de minister. Een ander signaal dat ik oppikte ging over het Opleidingsfonds. Dit is de subsidieregeling waaruit

de opleiding tot medisch specialist wordt bekostigd. De geldstroom loopt via de instelling. Veel aios vinden het systeem star. Zij kunnen namelijk slechts een keer per jaar hun opleidingsschema aanpassen. Ad hoc-wijzigingen, bijvoorbeeld door persoonlijke omstandigheden, worden hierdoor erg moeilijk. Ook dit onderwerp heb ik aangekaart bij de minister.’ Wat is uw beeld nu van de opleiding tot medisch specialist? ‘Mijn indruk is dat in dit ziekenhuis erg veel gedaan wordt om de opleiding kwalitatief goed vorm te geven en de aios te begeleiden. Ik heb niet gezien hoe dat in andere ziekenhuizen gaat maar wat ik hoorde is dat het in veel ziekenhuizen niet anders is. Sommige ziekenhuizen leggen zelf geld toe op de opleiding. Dat betekent dat ziekenhuizen over het algemeen echt voor de kwaliteit van de opleiding gaan en dat vind ik een goed teken. Verder ben ik echt verrast door de vele aandacht die er binnen de opleiding is voor competenties. Dat is heel positief want als er signalen zijn van misstanden bij specialisten dan spelen communicatie, samenwerking, coördinatie of attitude bijna altijd een rol. Het competentiegerichte opleiden van medisch specialisten is dus goed nieuws voor de gezondheidszorg in Nederland.’


Nieuwe VMS-praktijkgids ‘Veilige zorg voor zieke kinderen’

Het VMS Veiligheidsprogramma ondersteunt 93 deelnemende ziekenhuizen om per 31 december 2012 geaccrediteerd te zijn/een gecertificeerd Veiligheidsmanagementsysteem te hebben, waarmee de risico’s op onbedoelde vermijdbare schade bij patiënten optimaal kunnen worden beheerst. Het programma is mede een initiatief van de Orde van Medisch Specialisten, NVZ vereniging van ziekenhuizen, de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) en Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN).

Op 21 april organiseerde het VMS Veiligheidsprogramma de werkconferentie ‘Kinderen veilig in het ziekenhuis’. Dit ter gelegenheid van het uitkomen van de praktijkgids ‘Veilige zorg voor zieke kinderen’. Het VMS Veiligheidsprogramma bouwt met de praktijkgids voort op de tien bestaande praktijkgidsen, die primair gericht zijn op volwassenen. Voor kinderen zijn er bij een aantal thema’s bijzondere risico’s en aandachtspunten. Voor de toespitsing van deze thema’s op kinderen hebben experts interventies ter verbetering van de zorg voor zieke kinderen geformuleerd. Deze interventies zijn te vinden in de praktijkgids ‘Veilige zorg voor zieke kinderen’ en zijn bedoeld als implementatieadviezen om vermijdbare schade in de ziekenhuizen te helpen voorkomen.

15

In de kindergids zijn de volgende zes thema’s van het VMS Veiligheidsprogramma specifiek voor kinderen van 0 tot 18 jaar uitgewerkt: • high Risk Medicatie: klaarmaken en toedienen van parenteralia; • medicatieverificatie bij opname en ontslag; • verwisseling van en bij patiënten; • voorkomen van lijnsepsis en behandeling van ernstige sepsis; • vroege herkenning en behandeling van de vitaal bedreigde patiënt; • vroege herkenning en behandeling van pijn. Het VMS Veiligheidsprogramma kent tien thema’s. Vier thema’s zijn in deze kindergids niet opgenomen, omdat de problematiek van deze thema’s niet of nauwelijks op kinderen van toepassing is. Meer informatie is te vinden op www.vmszorg.nl.

Er zijn maar weinig vrouwelijke medisch specialisten zichtbaar betrokken bij de OMS. Zowel in de algemene ledenvergadering als binnen de verschillende bestuurlijke gremia. Om te onderzoeken hoe dat komt en hoe daar verandering in te brengen, nam de OMS het initiatief om informeel in gesprek te gaan met een aantal vrouwelijk specialisten. Op donderdagavond 7 april 2011 vond in de

Domus Medica de eerste bijeenkomst plaats tussen Frank de Grave en Bart Heesen van de OMS en acht vrouwelijke medisch specialisten. De bijeenkomst leverde een intensieve discussie op en een conclusie: voor veel vrouwelijke medisch specialisten is de ‘OMScultuur’ niet erg aantrekkelijk. De bevinden zullen in het OMS-bestuur

worden besproken en daarbij zal ook worden gekeken hoe deze cultuur aantrekkelijker te maken voor vrouwen. De groep van acht vrouwelijke medisch specialisten gaat hierbij als klankboord voor het OMS-bestuur fungeren. Er zijn inmiddels twee vervolgafspraken gepland op 30 juni en 20 oktober. Wij houden u op de hoogte.

Ordenieuws • april 2011 • nummer 2

OMS wil aantrekkelijker worden voor vrouwelijke medisch specialist


16

mw. mr. W.R. Kastelein belicht de juridische kant van disfunctioneren

Disfunctioneren is een belangrijk aandachtspunt voor medisch specialisten. Tijdens een beleidsbijeenkomst van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie (NVN) op 17 maart 2011 stond dit onderwerp centraal. De aanwezigen zochten samen naar antwoorden op de vragen: hoe ontstaat disfunctioneren, wat is eraan te doen en hoe is dit te voorkomen? Als eenmaal sprake is van ernstig en structureel disfunctioneren, blijken lijmpogingen in de praktijk niet zinvol en is ‘scheiden’ meestal de enige optie.

Disfunctioneren: wat kunnen en moeten neurologen daarmee? ‘Disfunctioneren: wat kunnen en moeten neurologen daarmee?’ Met het oog op kwaliteit van zorg en de ambities van de NVN zoals vastgelegd in de Strategienota, wil de NVN dit vraagstuk samen met de OMS aanpakken. Vier deskundigen – respectievelijk een ziekenhuisdirecteur, een stafvoorzitter, een advocaat en de voorzitter van de commissie Individueel Functioneren Medisch Specialisten (IFMS) van de OMS – geven op 17 maart aan de hand van praktijkvoorbeelden vanuit verschillende invalshoeken hun visie op dit thema.

Ordenieuws • april 2011 • nummer 2

Oorzaak en risico’s Er is sprake van disfunctioneren wanneer de patiëntenzorg ernstig en structureel gevaar loopt. De oorzaak is te vinden in communicatie- en gedragsproblemen binnen en buiten de vakgroep/maatschap, het medisch-inhoudelijk handelen of een combinatie. Het probleem ontstaat vaak in veranderingssituaties zoals fusies en reorganisaties. Bovendien is leeftijd een risicofactor.

Signaleren Een ‘niet-pluisgevoel’, kwaliteitsvisitatie, complicatieregistratie, toename van klachten, conflicten en andere calamiteiten kunnen disfunctioneren vroegtijdig aan het licht brengen. Daarnaast kunnen medisch specialisten zich uitspreken over het functioneren van een collega, hoewel dit in de praktijk erg lastig blijkt te zijn.

‘Disfunctioneren ontstaat vaak in veranderingssituaties zoals fusie en reorganisatie.’ Voorkómen Een nieuwe collega moet passen binnen de maatschap/vakgroep. Een zorgvuldige aanstellingsprocedure waarbij referenties worden nagetrokken en eventueel een assessment wordt ingezet, is daarom van groot belang. Bij veranderingen zoals fusies, kan een strakke ondersteuning preventief werken. Het vastleggen van afspraken over samenwerking en verant-

woording kan medisch specialisten een handvat bieden om elkaar aan te spreken en zich over elkaar uit te spreken. Daarnaast zijn functioneringsgesprekken met maatschappen/vakgroepen en individuele medisch specialisten aan te bevelen, evenals periodiek overleg over kwaliteitsbewaking en transparantie rond de conclusies van kwaliteitsvisitaties. IFMS is op zich geen instrument om disfunctioneren aan te pakken, maar vervult wel een signaalfunctie: IFMS stopt waar disfunctioneren begint. Aanpak Wordt disfunctioneren eenmaal buiten de maatschap of afdeling aanhangig gemaakt, dan is een onomkeerbaar traject ingezet vanwege de vertrouwensbreuk die dan is ontstaan. Een lijmpoging is meestal weinig zinvol en uit elkaar gaan is dan de enige optie. Het verdient aanbeveling om, naast een jurist voor de bewaking van de procedures, een (externe) vakgenoot van de vermeend disfunctionerende medisch specialist toe te voegen aan de onderzoekscommissie. De wetenschappelijke vereniging zou daarbij een rol kunnen vervullen. De NVN gaat dit verder uitwerken.


17 Het KNMG Studentenplatform signaleerde in 2006 dat veel coassistenten last hebben van seksuele intimidatie. Nu, vier jaar later blijkt het probleem onverminderd groot. Het Studentenplatform heeft alle geneeskundestudenten opgeroepen melding te maken van seksuele intimidatie. Ook gaat het Studentenplatform in gesprek met onderwijsmakers om dit probleem effectief aan te pakken.

KNMG Studentenplatform wil aanpak seksuele intimidatie coassistenten In 2006 bleek uit de jaarlijkse enquête van het KNMG Studentenplatform onder coassistenten dat 21 procent van de ondervraagden zich wel eens seksueel geïntimideerd voelt. Hierbij gaat het om opmerkingen over het uiterlijk, het stellen van persoonlijke vragen over seksualiteit, maar ook om ongewenst lichamelijk contact. De ‘daders’ van seksuele intimidatie zijn meestal mannen. Dit kunnen docenten, stafleden en arts-assistenten zijn, maar ook patiënten en zelfs medestudenten. Reden voor het Studentenplatform om een ‘stappenplan tot evaluatie en implementatie aanbevelingen meldingsprocedure bij seksuele intimidatie van coassistenten’ te ontwikkelen. Doel van dit stappenplan was ervoor te zorgen dat er op iedere faculteit

een goede methode voor het melden van seksuele intimidatie zou worden geïmplementeerd en dat studenten zouden worden ingelicht over de meldingsprocedure. Het stappenplan is daartoe aangeboden aan de opleidingsdirecteuren van de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) en het Discipline Orgaan Medische Wetenschappen (DMW). Uit recent onderzoek van de Universiteit Maastricht* blijkt echter dat het aantal gevallen van seksuele intimidatie onder coassistenten nog even groot is als in 2006. In hoeverre betere rapportage hierbij een rol speelt, is nog niet duidelijk. Het KNMG Studentenplatform wil in gesprek met onderwijsmakers NFU en DMW om de acties

van de afgelopen vijf jaar te evalueren en na te gaan welke acties nodig zijn om dit probleem effectief aan te pakken. Daarnaast heeft het Studentenplatform studenten opgeroepen om seksuele intimidatie toch vooral te melden. Ook de OMS is van mening dat dit probleem effectief aangepakt moet worden en roept medisch specialisten op bij te dragen aan een goede werksfeer voor studenten en al het mogelijke te ondernemen om te zorgen dat seksuele intimidatie niet meer voorkomt. *http://medischcontact.artsennet.nl/Tijdschriftartikel/Onderzoek-naar-seksuele-intimidatie-bij-coassistenten-Geneeskunde-in-Maastricht.htm

Uit contacten met onze leden proeven wij hier en daar twijfels om juist nu te komen tot toetreding tot een specialistenmaatschap in verband met betaling van goodwill. Daarnaast wordt iets meer dan voorheen, gedubd binnen maatschappen over uitbreiden of niet. Ofwel: bieden de te verwachten tariefafspraken nog voldoende basis voor een gezond winstniveau, ook na toetreding door nieuwe collega’s ? Met het bereikte onderhandelingsresultaat bekostiging vrij gevestigde medisch specialisten, blijft het ondernemerschap van de medisch specialist gehandhaafd. Hiermee blijft goodwillbetaling ook bij in- en uittreding in maatschappen van kracht. Uiteraard dient rekening te worden gehouden met door de NZa opgelegde en aangekondigde kortingsmaatregelen. Immers, uitschieters in honoraria zullen in de toekomst niet meer

aan de orde zijn, waardoor bovenmatige goodwill voor toetreders financieel niet haalbaar zal zijn. In de komende maanden wordt nadere invulling gegeven aan het onderhandelingsresultaat. Goodwill dient gelijke pas met deze invulling te houden. Kortom: goodwill hoeft in beginsel dus geen belemmering te zijn voor een keuze tot toetreding of uitbreiding.

De vraag van maatschappen die twijfelen over uitbreiding is niet eenvoudig te beantwoorden. Daar waar de werkdruk structureel hoog is en het winstniveau duidelijk voldoende ruimte biedt voor uitbreiding, ligt het voor de hand deze beslissing nu te nemen. Als de situatie minder evident is, dan is het te overwegen de ontwikkelingen dit jaar op zowel macro- als op ziekenhuisniveau te bezien en daarna pas de knoop door te hakken. Bij vragen: neem contact op met de infodesk via (030) 28 23 666 of infodesk@orde.nl.

Ordenieuws • april 2011 • nummer 2

goodwill


18

COLOFON

Agenda 2011

Ordenieuws is een uitgave

De agenda biedt een overzicht van bijeenkomsten, congressen en andere belangrijke data die interessant kunnen zijn voor iedere medisch specialist.

van de Orde van Medisch Specialisten en verschijnt zes keer per jaar in een oplage van 11.300 exemplaren

Redactie-adres

Afdeling Communicatie en Informatie Postbus 20057 3502 LB Utrecht (030) 28 23 672 communicatie@orde.nl

Eindredactie

Afdeling Communicatie en Informatie, OMS

Redactie en

bladcoördinatie

Tekstbureau De Nieuwe Lijn, Rotterdam

Medewerkers

aan dit nummer

Theo Captijn (fotograaf)

cursusaanbod Academie voor medisch specialisten Duaal leiderschap voor duo’s 16 mei (5 aaneengesloten dagdelen en een terugkomdag)

Organiseren en managen maatschap/vakgroep

Mei

14 mei AIOSdag Op 14 mei 2011 organiseren De Jonge Orde, de Orde van Medisch Specialisten en de LVAG voor de 18e maal de landelijke AIOSdag. Aios kunnen zich hier in één dag op de hoogte stellen van alles wat zij moeten weten als aankomend medisch specialist. Een uitstekende voorbereiding op de volgende stap naar medisch specialist! Dus kom op 14 mei 2011 naar de landelijke AIOSdag. Kijk voor meer info op www.dejongeorde.nl Juni

24 mei van 9.30 – 17.00 uur

Medisch management in het ziekenhuis 24 mei van 9.30 – 17.00 uur

Mediationtraining 24 mei (2 dagen)

Als zorgverlener vitaal in zorg en privé 25 mei van 9.30 – 17.00 uur

16 juni Presentatie Het Witte Boek deel IV

Tijdsbesparend vergaderen

Het Witte Boek deel IV nadert zijn voltooiing. Het boek geeft een overzicht van de veranderingen, richtlijnen en adviezen over de inrichting, werking en afspraken omtrent het lokaal collectief, declaraties en budgetten. Het Witte Boek zal op 16 juni 2011 tijdens een symposium in de Domus Medica gepresenteerd worden. Over de nadere invulling van deze dag zullen we u berichten.

26 mei van 9.30 – 17.00 uur

Time en stressmanagement 7 juni van 9.30 – 17.00 uur http://academie.artsennet.nl

Vormgeving

IJzersterk, Rotterdam

Druk

Van As, Oud Beijerland

Advertentieverkoop

Crossadvertising (010) 74 21 023

gezondheidszorg@crossadvertising.nl Overnemen van de inhoud, geheel of gedeeltelijk, is toegestaan Ordenieuws • april 2011 • nummer 2

mits met bronvermelding.

ISSN: 1572-252X Kijk voor het laatste nieuws op www.orde.nl

LANDELIJKE AIOSDAG VOOR AANKOMEND MEDISCH SPECIALISTEN ZATERDAG 14 MEI 2011 www.dejongeorde.nl/aiosdag


[Advertorial]

19

Gaat u de uitdaging aan?

‘Wist u dat werkplezier belangrijker is dan vaak wordt aangenomen?’

Wist u dat werkplezier belangrijker is dan vaak wordt aangenomen? Organisaties die sturen op werkplezier en investeren in de bevlogenheid van de medewerkers blijken succesvol te zijn. Een bevlogen medewerker is energiek, werkt met toewijding, is vitaal en beschikt over een flinke dosis incasseringsvermogen. De prestaties zijn daardoor beter. Uit diverse onderzoeken blijkt dat plezier en bevlogenheid een grote positieve invloed op arbeidsproductiviteit hebben. En dus ook op verzuim. Sturen op werkplezier is daarom effectiever dan het verminderen van werkstress. Richt u zich op uw energiebronnen. Wat motiveert u? Vaak zijn dit factoren als inspraak, feedback, ontplooiingskansen en teamgeest. Counseling en adviesbureau ICAS geeft drie tips voor het vergroten van werkplezier: Herken kwaliteiten en zet die in

www.movir.nl

Werkplezier ontstaat als u bijzondere kwaliteiten van uzelf en van anderen bewust benut. Dat lijkt een open deur, maar de praktijk leert dat veel professionals het lastig vinden om specifieke kernkwaliteiten (en bijbehorende valkuilen, uitdagingen en allergieën) te herkennen en te benoemen.

Geef aandacht aan complimenten In tegenstelling tot wat veel mensen denken, leidt negatieve kritiek (op anderen of op uzelf) niet per definitie tot betere werkprestaties. Waardering heeft daarentegen wel positieve invloed op prestaties. Oefen uzelf niet alleen in het geven van complimenten, maar leer ze ook in ontvangst te nemen. Minder leuke klussen horen er bij Medici hebben vaak bewust gekozen voor hun vak. De ondernemerstaken er omheen, worden vaak minder toegejuicht. Onderzoek mogelijkheden om hiermee om te gaan. Wellicht kunt u werkzaamheden delegeren of op een andere manier uitvoeren. En als dat niet mogelijk blijkt, accepteer dan dat uw werk deels ook uit lastige klussen bestaat. Neem wel de verantwoordelijkheid voor de consequenties. Dus misschien toch maar eens inschrijven voor die cursus functioneringsgesprekken of u gaan verdiepen in dat nieuwe softwarepakket. Gaat u de uitdaging aan en wilt u nog meer plezier in uw werk? Movir ondersteunt u. 24 uur per dag, 7 dagen per week kunnen verzekerden en eventuele gezinsleden kosteloos gebruikmaken van de telefonische en online diensten van ICAS. De counselors en coaches brengen u graag dichter bij antwoorden op uw vragen. Ook kunnen zij u helpen bij het benutten van mogelijkheden en het verder ontwikkelen van vaardigheden. Zij kunnen u begeleiden bij het vinden van een aanpak die voor u werkt!

Ordenieuws • april 2011 • nummer 2

De behoeften in onze maatschappij veranderen; we willen een betere balans tussen privé en werk. Dat geldt ook voor medisch specialisten. Jonge medici geven duidelijk aan minder te willen werken. Maar door de vergrijzing verlaten veel collega’s het werkveld. En dus zal met minder capaciteit hetzelfde werk gedaan moeten worden. Bovendien worden steeds hogere eisen aan kwaliteit gesteld. De druk op medisch specialisten neemt daardoor toe. Hoe zorgen we er samen voor dat we optimale zorg kunnen blijven bieden zonder het welzijn van de medici uit het oog te verliezen?


Wij halen alles uit de kast om uw patiĂŤnten in beweging te houden...

www.biometcareconcepts.nl


Ordenieuws 2, 2011