Page 1

Urologen over hun imago

Onderhandelingen cao UMC

‘To sell the product is to be the product’

Met het mes op tafel en een borrel na afloop

Orde van Medisch Specialisten • Vijftiende jaargang • juli

2011

3

Katrien Hendriks over Het Witte Boek deel IV:

‘Zoek de samenwerking’

 linisch geriater K noodzakelijk in zorg voor kwetsbare ouderen


2

Inhoud

10

16

6

Inhoud

En de nieuwe naam wordt….. Het was een close call, de uitkomsten tussen Magazine voor Medisch Specialisten en De Specialist lagen vlak bij elkaar. Beide namen kregen ongeveer een kwart van de stemmen. Circa 44 procent van de 191 respondenten kwam met een eigen suggestie waaronder: TeleGrave, Arts zonder Auto en MediSein. Met twee procent voorsprong is uw keus gevallen op... De Specialist

interview

Het Witte Boek deel IV

De Specialist • juli 2011 • nummer 3

Sinds medio vorig jaar hebben de medisch specialisten de nodige veranderingen op zich af zien komen. Reden voor de OMS om een nieuw deel van Het Witte Boek uit te brengen waarin alle organisatorische en financiële wijzigingen op een rij worden gezet. Een beleidsmedewerker van de OMS, twee medisch specialisten en een expert op het gebied van rekenmodellen geven tekst en uitleg.

6

hoofdredactioneel 3 bart heesen column joep dörr 5 De specialist van morgen moet vandaag opgeleid worden! De AIOS die… 9 …met zwangerschapsverlof gaat en zich afvraagt of onregelmatigheidstoeslag (ORT) en/of toeslag onregelmatige dienst (TOD) worden doorbetaald tijdens het verlof. 10 Urologen over hun imago ‘To sell the product is to be the product’ 12

Klinisch geriater noodzakelijk in zorg voor kwetsbare ouderen

14

In het nieuws Wat werd er onlangs in de media door en over medisch specialisten gemeld? Een overzicht …

interview 16 Met het mes op tafel en een borrel na afloop Dick Hamaker, onderhandelaar arbeidsvoorwaarden, en Dirk Kramer, arbeidsvoorwaardencoördinator NFU geven een kijkje in de keuken van de CAO UMC-onderhandelingen. 18 Agenda en Colofon


3

Verder in dit nummer (opnieuw) aandacht voor het imago van de medisch specialist. Frank de Grave bezocht de ledenvergadering van de Nederlandse Vereniging van Urologen en was getuige van een hilarisch spektakel waarin één ding duidelijk werd: een imago valt te manipuleren maar het loont om dicht bij jezelf te blijven. Overigens blijkt het wel mee te vallen met het imago van de medisch specialist. Matthijs van Nieuwkerk noemt de internist zelfs een ‘hippe nerd’ in een speciale variant van zijn programma DWDD (zie p. 12). In dit nummer hebben we de nieuwsrubriek iets aangepast. Geen overzicht meer van wat u ook al op onze website kunt lezen maar aandacht voor wat medisch specialisten zeggen of wat er over hen gezegd wordt in de media (zie p. 14). En ten slotte de naamsverandering: het werd een nek-aan-nekrace tussen Magazine voor Medisch Specialisten en de Specialist. De uitslag prijkt al op de cover. Ik wens u namens de bureaumedewerkers weer veel leesplezier en alvast een mooie zomer! Bart Heesen directeur Orde van Medisch Specialisten

De Specialist • juli 2011 • nummer 3

Hoofdredactioneel

De afgelopen maanden stonden in het teken van Het Witte Boek deel IV. Als u dit nummer van De Specialist op de mat of in de bus vindt, heeft het symposium over dit nieuwe deel reeds plaatsgevonden. In De Specialist besteden we er eveneens ruim aandacht aan. Met het uitwerken van het onderhandelingsresultaat in de consequenties voor de praktijk, wil de OMS haar rol als belangenbehartiger van medisch specialisten ook in praktische zin waarmaken. We hopen dat de richtlijnen, de uitleg en de inzichten die deel IV u biedt, een bruikbaar handvat hebben opgeleverd om met het instellingsbestuur tot goede afspraken te komen rondom het omzetplafond. Het belangrijkste is, zoals mijn collega Katrien Hendriks al zegt, om de samenwerking te zoeken en niet de confrontatie. Ook onderling moeten de medisch specialisten op een lijn zien te komen over de verdeling van het omzetplafond. En ook daarbij hopen we dat Het Witte Boek u tot hulp kan zijn.


FINANCIEEL ADVISEURS VOOR MEDISCH SPECIALISTEN Sibbing & Wateler is een onafhankelijk financieel adviesbureau, gespecialiseerd in de praktijkbegeleiding van vrije medische beroepsbeoefenaren, waaronder medisch specialisten. Wij bieden u een gevarieerd dienstenpakket voor al uw financiĂŤle zaken, nu en in de toekomst.

Telefoon: (0318) 544 044 - www.sibbing.nl

De Medisch Specialist, als dokter en mens RTL 4 heeft besloten om de succesvolle tv-serie over medisch specialisten te herhalen. Deze achtdelige serie, die met medewerking van de OMS tot stand kwam, werd eerder uitgezonden in de winter van 2010-2011. De serie wordt herhaald van 3 juli tot en met 21 augustus op zondagochtend. De starttijden wisselen tussen ca. 10:20 en 10:40. De OMS zal hier opnieuw via verschillende media aandacht aan besteden.


De specialist van morgen moet vandaag opgeleid worden!

5

De vraag naar medisch-specialistische zorg neemt de komende jaren verder toe. Niet alleen door veranderingen in de samenleving maar ook door ontwikkelingen op het gebied van medische diagnostiek en behandelingen. De vraag is welke consequenties dat heeft voor het aantal op te leiden specialisten en voor de structuur en inhoud van de opleidingen. Voor het aantal op te leiden specialisten zijn verschillende scenario’s bedacht, zoals het loslaten van de numerus fixus, uitbreiding van het aantal opleidingsplaatsen of een overschot aan medisch specialisten met een systeem van gereguleerde marktwerking. Daarnaast zal de zogenaamde verticale substitutie, de overdracht van medisch-specialistische werkzaamheden aan andere beroepsgroepen (nurse practitioners en physician assistents), van invloed kunnen zijn op het benodigde aantal opleidingsplaatsen.

Binnen veel specialismen worden aandachtsgebieden, verdiepingsstages, differentiatiestages en subspecialisaties ontwikkeld. Deze ontwikkeling is door de toenemende complexiteit van de medisch-specialistische zorg onontkoombaar. Maar tegelijkertijd dreigt een brede visie op de zorg voor patiënten door generalisten verloren te gaan. De grenzen tussen specialismen vervagen door medisch-inhoudelijke ontwikkelingen en multidisciplinaire samenwerkingsverbanden. Dat kan ertoe leiden dat een deel van de opleiding bij andere specialismen wordt gevolgd. Ook de concentratie en spreiding van zorg zal gevolgen hebben voor de opleidingen. Complexe zorg wordt steeds meer geconcentreerd in een beperkt aantal ziekenhuizen terwijl de niet-complexe zorg behalve in ziekenhuizen ook in ZBC’s geboden wordt. Deze (medisch inhoudelijke) ontwikkelingen, de implementatie van het Kaderbesluit en de voorstellen die gedaan zijn door verschillende betrokken partijen roepen tal van vragen op. Vragen die beantwoord moeten worden door medisch specialisten en aios. Daarom is in de Raad Opleiding van de OMS afgesproken om in het najaar een ‘invitational conference’ te organiseren over de opleiding van de medisch specialist van morgen. Wij houden u daarover op de hoogte via de Nieuwsbrief en de website van de OMS. Joep Dörr voorzitter Raad Opleidingen

De Specialist • juli 2011 • nummer 3

Joep Dörr voorzitter Raad Opleidingen

Met het nieuwe Kaderbesluit (2011) is de inhoud van de opleiding aangepast aan de eisen die onze maatschappij aan medisch specialisten stelt. De essentie van de modernisering is het competentiegerichte opleiden. De opleiding in de medische kerncompetentie staat uiteraard centraal. Voor een stevige positie van de medisch specialist in de moderne maatschappij is het opleiden tot een medisch expert echter niet voldoende. Ook communiceren, samenwerken, kennis van de organisatie van de zorg en oog voor maatschappelijke belangen dienen een prominente plaats in de opleiding te krijgen. Als gevolg van deze nieuwe opleidingseisen neemt de aios steeds minder deel aan het productieproces en besteden opleiders steeds meer tijd aan het opleiden. Om dit laatste mogelijk te maken ligt het voor de hand opleidingsteams te compenseren voor hun inspanningen.


De Specialist • juli 2011 • nummer 3

6

‘Zoek de samenwerking’


Sinds medio vorig jaar hebben de vrijgevestigde medisch specialisten de nodige veranderingen op zich af zien komen. Reden voor de OMS om een nieuw deel van Het Witte Boek uit te brengen waarin alle organisatorische en financiële wijzigingen op een rij worden gezet. Een beleidsmedewerker van de OMS, twee medisch specialisten en een expert op het gebied van rekenmodellen geven tekst en uitleg.

Het eerste Witte Boek dat de OMS uitgaf, verscheen in 2002 bij de introductie van de DBC’s. Inmiddels is Het Witte Boek een begrip geworden onder de vrijgevestigde medisch specialisten. Na de perikelen van 2010 en het uiteindelijke onderhandelingsresultaat ‘bekostiging medisch specialisten 2012-2014’, werd het tijd de wijzigingen op te nemen in een nieuwe uitgave: Het Witte Boek deel IV. Dit nieuwe deel, dat op 16 juni werd gepresenteerd in de Domus Medica, geeft een overzicht van alle veranderingen per 2012 en de aanloop daar naartoe. Het boek biedt uitleg en praktische adviezen bij het oprichten van een lokaal collectief, de budgetverdeling en relevante thema’s bij de onderhandeling met het instellingsbestuur. Katrien Hendriks, beleidsmedewerker bij de OMS en intensief betrokken bij de totstandkoming van dit nieuwe deel: ‘Medisch specialisten kunnen Het Witte Boek gebruiken bij

‘Binnenkort besluiten we over het verdelingsmodel’

het maken van hun afspraken met de raad van bestuur maar ook binnen het collectief dat zij oprichten. De OMS wil met dit boek niet de inhoud van de afspraken bepalen - dat moeten de medisch specialisten zelf doen - maar aangeven welke onderwerpen op de agenda moeten staan en welke keuzemogelijkheden er zijn.’ Budgetteringsysteem Een van de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de huidige situatie is dat er vanaf 2012 een budgetteringssysteem komt. De NZa stelt per instelling een omzetplafond voor honoraria vast op basis van het macrobudgettair kader zorg. Hendriks: ‘Het omzetplafond voor de medisch specialisten wordt onder voorwaarden door de raad van bestuur overgedragen aan het collectief van de medisch specialisten. Voorwaarde

Mike Hogervorst, chirurg bij Gelre Ziekenhuizen en voorzitter van de stafmaatschap locatie Apeldoorn, nam deel aan een OMS-werkgroep budgetverdeling achter de voordeur. De stafmaatschap bestaat al sinds 1995 en verenigt alle vrijgevestigde specialisten van de locatie Apeldoorn. De staf ontvangt de honoraria van de specialisten. Een deel hiervan wordt achtergehouden voor exploitatiekosten, knelpunten en voor het ‘opplussen’ van specialisten die onder een bepaald minimum uitkomen. Een speciaal systeem is ingebouwd om te voorkomen dat hier misbruik van wordt gemaakt. Hogervorst: ‘Vorig jaar is een capaciteitscommissie geïnstalleerd die de uitgangspunten definieert voor de berekening van de normatieve formatie van een maatschap. Dat is nodig om het garantieinkomen vast te kunnen stellen. Ook kijkt deze commissie naar andere financierings-

7

De hand reiken In deze complexe situatie wil de OMS, als belangenbehartiger van de medisch

stromen, bijvoorbeeld uit wetenschappelijk onderzoek of diensten voor huisartsen. Aan de hand van deze gegevens willen we een verdelingsmodel uitpuzzelen. De stafmaatschap heeft gekeken naar het werklastmodel dat uit gaat van harmonisatie. Dat wil zeggen dat het budget gelijkelijk wordt verdeeld onder de specialisten. Minpuntje van dit model is dat de productie en kostenbeheersing een minder prominente rol spelen. Door het model iets aan te passen en productieprikkels toe te voegen hebben we er een Apeldoorn-model van gemaakt. Het geraamte staat inmiddels, binnenkort gaan we er een besluit over nemen. Met de raad van bestuur zijn we in gesprek over het omzetplafond; het vaste en variabele deel. We hebben afgesproken dat we onze eigen onderhandeling voortzetten en dat we daar waar we er niet uitkomen alsnog Het Witte Boek er bij pakken.’

De Specialist • juli 2011 • nummer 3

Het Witte Boek deel IV

is dat die specialisten zich verenigen in zo’n collectief en afspraken maken met het instellingsbestuur over de productie die zij leveren. Het omzetplafond bestaat uit een vast en een variabel deel. Het vaste deel wordt op basis van productieafspraken met de raad van bestuur overgeheveld aan het collectief van medisch specialisten. Het overige gedeelte is variabel (15-25 procent) en wordt op basis van bijvoorbeeld kwaliteitsafspraken verdeeld. Het collectief krijgt dit deel alleen als zij voldoet aan de randvoorwaarden. Het collectief moet dus niet alleen over kwantiteit met het instellingsbestuur onderhandelen maar ook over kwaliteit. Daar komt bij dat de specialisten onderling afspraken moeten maken over de verdeling van het omzetplafond.’ Om het nog wat ingewikkelder te maken is er sprake van een overgang van declaratiesystematiek op basis van DBC’s naar DOTzorgproducten (DBC’s op weg naar transparantie). ‘Een lastige onderhandelingspositie voor de specialisten’, vindt Hendriks, ‘het is vooraf moeilijk in te schatten hoe de huidige DBC-productie zich verhoudt tot de DOT-productie en of de nieuwe tarieven dekkend zijn.’


8

specialisten, haar leden met raad en daad ter zijde staan. ‘Behalve dat we de afgelopen maanden druk bezig zijn geweest met de tekst van Het Witte Boek deel IV, houden we op uitnodiging van medische staven presentaties over de belangrijkste wijzigingen’, vertelt Hendriks. ‘We adviseren over collectiefvorming en de juridische consequenties van de verschillende opties. We leggen uit waarom en waarover de medisch specialisten met de raden van bestuur moeten onderhandelen; hoe ze zelf de regie kunnen houden over de aanvullende randvoorwaarden voor het variabele deel en dat het belangrijk is na te denken over het monitoren van de gemaakte afspraken. Als OMS adviseren we nadrukkelijk om te zoeken naar het gezamenlijk belang van medisch specialisten en raad van bestuur. Dit is niet de tijd voor confrontaties maar juist om elkaar de hand te reiken en er alles aan te doen om er samen zo goed mogelijk uit te komen. Het Witte Boek kan daarbij een houvast bieden.’ Verdeling omzetplafond

De Specialist • juli 2011 • nummer 3

Een hoofdstuk apart vormt de verdeling van het omzetplafond tussen de leden van

‘Budgetverdeling doet beroep op onderlinge solidariteit’

het collectief. Om de collectieven hierbij te ondersteunen, is de OMS een samenwerking aangegaan met LOGEX. LOGEX is een medisch rekencentrum dat sinds de introductie van het DBC-stelsel werkzaam is voor medisch specialisten. Koen Luijckx, partner bij LOGEX: ‘Omdat we al langere tijd onderzoek doen en analyses maken voor maatschappen en ziekenhuizen hebben we voor vrijwel alle specialismen een benchmark ontwikkeld. Deze benchmarks fungeren als objectief referentiekader voor de prestaties en resultaten van maatschappen. Vanuit die benchmarks zijn we een model gaan ontwikkelen om de budgetten te verdelen. Per specialisme hebben we aan de hand van de benchmark een normpraktijk vastgesteld; neem bijvoorbeeld de gemiddelde jaarproductie van een oogarts. Op die manier kun je het aantal normpraktijken in een ziekenhuis in kaart brengen en op basis daarvan het budget verdelen. Stel een maatschap is goed voor vijf normpraktijken. De maatschap beslist zelf hoeveel fte ze daarop in willen zetten. Met vier fte moeten ze harder werken maar gaat het inkomen omhoog. Met zes fte daalt het inkomen maar hebben de specialisten meer vrije tijd.’

Warry van Gelder is als arts klinische chemie verbonden aan het Albert Schweitzer Ziekenhuis en tevens voorzitter van de coöperatie van medisch specialisten die bestaat uit 181 leden. Ook hij nam deel aan de OMS-werkgroep die zich richtte op budgetverdelingsmodellen. Van Gelder: ‘We hebben naar drie modellen gekeken. Het werklastmodel dat uitgaat van een verdeling per fte op basis van werklast. Iedere specialist met dezelfde werklast krijgt daarbij hetzelfde honorarium. Een model dat uitgaat van differentiatie: daarbij wordt het budget verdeeld conform de omzet van de vakgroep. Dat model sluit het beste aan bij de huidige situatie. En het model van LOGEX, dat zich tussen deze twee uitersten bevindt. LOGEX gaat uit van een verdelingsmodel op basis van prestatie ten opzichte van de landelijke benchmark voor dat specialisme. Daarmee haalt het benchmarkmodel de angel uit het budgetteringsysteem omdat er ruimte blijft voor inkomen naar omzet en dus naar werk. Met de introductie van de DOT gaan we daar in 2015 weer naar terug.

Differentiëren of harmoniseren Het model van LOGEX laat ruimte voor omzetverschillen tussen medisch specialisten. Een bewuste keuze, zegt Luijckx: ‘Wij hebben een model ontwikkeld waarin differentiatie mogelijk is. Daardoor blijft er een prestatieprikkel op productie en efficiency en kunnen maatschappen zelf invloed uitoefenen op hoe ze hun praktijk organiseren. Bovendien slaat dit model de brug naar de situatie vanaf 2015 waarin prestatiebekostiging weer maatgevend is voor het inkomen van medisch specialisten.’ In Het Witte Boek deel IV worden het benchmarkmodel en het werklastmodel uitgelegd. Het werklastmodel gaat uit van harmonisatie op basis van een interne werklastmeting: iedereen met gelijke werklast verdient in principe hetzelfde. Hendriks: ‘Er zijn veel meer modellen maar wij hebben ervoor gekozen om deze twee modellen nader toe te lichten. Daarmee laten we zien welke fundamentele keuzen er zijn als het gaat om de verdeling ‘achter de voordeur’. We willen het niet nog moeilijker maken dan het is maar inzicht geven in de mogelijke opties en de consequenties daarvan.’

Het Witte Boek heeft de geest rijp gemaakt om hier ook intern mee aan de slag te gaan. We hebben deze drie modellen in de algemene ledenvergadering van de coöperatie besproken en willen voor de zomervakantie een model kiezen. Vooral bij de onderlinge gesprekken binnen het collectief is Het Witte Boek handig. De budgetverdeling doet een beroep op de onderlinge solidariteit van medisch specialisten. Die ís er maar staat ook onder druk omdat we de laatste jaren veel over ons heen hebben gekregen en er nog veel onzekerheden zijn. Dat maakt dit ook tot een lastig proces. Het Witte Boek helpt om de keuzes transparant te maken. Het gaat in op een aantal rekenmodellen en biedt een handvat bij het uitwerken van vragen zoals: Wat is de definitie van een fte? Hoe gaan we om met kostentoerekening en disutility? Ook bij het vaststellen van de thema’s die we mee willen nemen in de onderhandeling over het variabele deel, zal Het Witte Boek ons zeker behulpzaam zijn.’


9

De aios die… Leden van de OMS en DJO kunnen rekenen op deskundig individueel advies op juridisch, financieel en organisatorisch terrein. Vragen kunt u voorleggen aan de infodesk. Deze is telefonisch te bereiken op (030) 282 36 66 of via infodesk@orde.nl. In De Specialist lichten we binnengekomen vragen nader toe.

…met zwangerschapsverlof gaat en zich afvraagt of onregelmatigheidstoeslag (ORT) en/of toeslag onregelmatige dienst (TOD) worden doorbetaald tijdens het verlof.

Op grond van de CAO Ziekenhuizen heeft de werknemer gedurende de periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof recht op doorbetaling van het loon. Loon is het salaris vermeerderd met vaste toeslagen, zoals de ORT. De toeslagen worden berekend op maandbasis over een referteperiode van zes maanden. De CAO GGZ kent dezelfde regeling. De CAO UMC bepaalt eveneens dat gedurende het zwangerschaps- en bevallingsverlof aanspraak bestaat op doorbetaling van het loon, waaronder wordt verstaan: de som van het salaris en toelagen. Om de hoogte van de TOD tijdens het zwangerschaps- en bevallingsverlof te kunnen vaststellen, wordt een referteperiode van 12 maanden gehanteerd. Diensten De CAO Ziekenhuizen bepaalt echter dat aan de zwangere werknemer na de derde maand van de zwangerschap geen onregelmatige dienst wordt opgedragen, tenzij de werknemer hiertegen geen bezwaar maakt. Tevens bepalen de CAO Zieken-

huizen en CAO GGZ dat aan de zwangere werknemer na de derde maand van de zwangerschap geen bereikbaarheids-, aanwezigheids,- of consignatiedienst wordt opgedragen, tenzij de werknemer hiertegen geen bezwaar maakt. De CAO UMC kent een dergelijke bepaling niet. Hier moet de Arbeidstijdenwet uitkomst bieden. Deze bepaalt dat de zwangere medewerker na de derde maand van de zwangerschap niet verplicht kan worden tot het doen van nachtdiensten. Tevens geldt op grond van de Arbeidstijdenwet dat de zwangere werknemer recht heeft op een regelmatig arbeidspatroon. ORT/TOD Voor het recht op ORT tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof betekent dit dat, als in het half jaar (CAO Ziekenhuizen en CAO GGZ) vóór de ingangsdatum van het zwangerschaps- en bevallingsverlof onregelmatige diensten worden gedraaid, er tijdens het verlof recht op ORT bestaat. Indien de zwangere ervoor kiest geen onregelmatige diensten te draaien, dan zal tijdens de referteperiode van 6 maanden voorafgaand aan het verlof geen sprake zijn van ORT. In dat geval bestaat er ook tijdens het zwangerschaps- en bevallingsverlof geen recht op ORT. Voor de CAO UMC geldt een referteperiode van 12 maanden. Dit betekent

dat er sprake kan zijn van een beduidend lagere TOD. Ook in enkele uitspraken van het Europese Hof van Justitie wordt bovenstaande lijn bevestigd. De conclusie is dat aanspraak kan worden gemaakt op ORT/TOD tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof, mits daadwerkelijk onregelmatige diensten zijn gedraaid gedurende de refererteperiode voorafgaand aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof. Er is geen verplichting om diensten te blijven doen na de derde maand van zwangerschap. Folder De Jonge Orde heeft een folder ‘Aios: zwangerschap en bevalling’ gemaakt, waarin wordt ingegaan op de rechten en plichten van de zwangere aios. Tevens zijn hierin enkele praktische handvatten opgenomen. Vragen naar aanleiding van bovenstaande informatie? Neem dan contact op met de infodesk: (030) 282 36 66.

De Specialist • juli 2011 • nummer 3

De Jonge Orde krijgt regelmatig de vraag of ook de onregelmatigheidstoeslag (ORT) en/of toeslag onregelmatige dienst (TOD) worden doorbetaald gedurende de periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof. Hoe zit dit in elkaar?


De Specialist • juli 2011 • nummer 3

10

‘To sell the product is to be the product’


Urologen over hun imago

Tijdens haar ledenvergadering op 20 mei 2011 in Nieuwegein, besteedde de NVU ruim aandacht aan het imago van de uroloog. Onder het motto ‘Urologen werpen hun grijze deken af’ debatteerden de forumleden - waaronder Frank de Grave - over de vraag hoe erg het gesteld is met dit imago en hoe dit te verbeteren valt. Voordat het debat echter van start gaat, zet de lezing van imagogoeroe prof. dr. Wilco Fröger de kwestie op scherp….

Het knoopje van Clooney ‘To sell the product is to be the product’ luidt de eerste oneliner van de vermaarde goeroe. In het drie kwartier durende, flitsende optreden zullen er nog vele volgen, gelardeerd met anekdotes over de Amerikaanse jetset. Van de kus tussen Madonna en Britney Spears (zorgvuldig geënsceneerd door haar mediateam en goed voor 47 miljoen dollar) tot het overhemd van George Clooney waarvan het bovenste knoopje altijd open staat (dames, doet u de rest?). De boodschap is duidelijk: een image is te manipuleren. Zet een bril op en je maakt een andere indruk. Hoe moeten urologen hun imago opvijzelen? Het gaat, volgens de professor, niet om hun kwaliteit en expertise, want die staat buiten kijf. Maar blijkbaar is dat niet voldoende. In de zoektocht naar het gewenste imago is authenticiteit het sleutelwoord: dicht bij jezelf blijven. Urologen moeten het niet hebben van jong en sexy maar van betrouwbaarheid. Dát biedt een aanknopingspunt om het merk urologie te verstevigen. Maar het levert tegelijkertijd een probleem op want wij leven in een wereld van toenemend wantrouwen. Ook deskundigen worden niet zomaar vertrouwd. Urologen,

en medisch specialisten in het algemeen, moeten de hand reiken, meent Fröger, de patiënt uitnodigen tot vertrouwen. President Obama begreep dat; met Yes we can reikte hij het Amerikaanse volk de hand. Dus: kom uit die ivoren toren, ga naast uw patiënt staan en deel uw kennis op alle mogelijke manieren. Duur urologisch onderzoek Dat authenticiteit loont, is de les van Monica Lewinsky die haar eigen verhaal wilde vertellen en de filmrechten voor veel geld verkocht aan de BBC. ‘En daarmee werd dit voorval misschien wel het duurste urologisch onderzoek aller tijden’, grapt de professor. Dames en heren, of het nou door de hond of de kat is, u wórdt gebeten, waarschuwt hij aan het eind van zijn one man show. En dat klopt, want aan het eind van het liedje blijkt prof. dr. W. Fröger helemaal geen internationale imago-expert te zijn maar de zanger Rob Janszen. Een artiest die ons aan den lijve doet ervaren hoe je een imago kunt manipuleren. Opel Kadett In de forumdiscussie die volgt hebben zitting: Jeltje de Bij (aios urologie); Chris Bangma (voorzitter NVU); Ferdinand Helmann van Porter Novelli en Frank de Grave namens de OMS. Paul Kil, voorzitter commissie Externe Betrekkingen van de NVU, leidt het debat. In reactie op de stelling: ‘De uroloog is de Opel onder de specialisten’, stelt De Grave: ‘Op zich is er niks mis met het imago van de Opel. Sterker nog, de Opel Kadett is lange tijd de best verkochte auto in Nederland geweest. Maar de vraag is natuurlijk of u blij bent met dat imago en als dat niet zo is dan moet u dat veranderen. Overigens speelt het thema ook bij medisch specialisten in het algemeen. Bij de OMS zijn we zelfs bezig geweest met een tv-serie om het beeld van de specialist in positieve zin bij te stellen.’ De Grave wijst op de uitslag van de imago-enquete: ‘Vanuit de huisartsen weten we dat ze urologen vakbekwame specialisten vinden maar dat hun inlevingsvermogen soms tekort schiet. Dat is iets waar u wat mee kunt. Als man van boven de 55 behoor ik tot uw potentiële patiëntengroep en kan ik me daar wel iets bij voorstellen. Urologische problemen zijn geen onderwerp waar je makkelijk over praat. Je voelt je

De Specialist • juli 2011 • nummer 3

De discussie rondom het imago van de uroloog dateert al van 19 juni 2007 toen in Elsevier een artikel verscheen onder de kop ‘Loodgieters van de vergrijzing’. Uit een enquête die de Nederlandse Vereniging voor Urologen (NVU) vorig jaar hield onder huisartsen en medisch specialisten blijkt het mee te vallen met het imago van urologen; het komt overeen met het beeld van medisch specialisten in het algemeen. Uit de enquête blijkt verder dat zowel huisartsen als collega-specialisten onbekend zijn met de verschillende vakgebieden binnen de urologie. Ook wijst de enquête uit dat urologen geen echte teamspelers zijn en dat er winst valt te behalen als het om de communicatie gaat. Voordat de forumleden zich buigen over deze uitkomsten en de vraag hoe urologen de grijze deken van zich af moeten werpen, is het woord aan Wilco Fröger, een internationaal expert op het gebied van imago en identiteit.

11


12

kwetsbaar als patiënt. Communicatie en een vertrouwensrelatie zijn dan van groot belang.’ De boodschap ‘blijf dicht bij jezelf’ van professor Fröger alias Rob Janszen spreekt De Grave wel aan: ‘Als je de reputatie van een Jaguar wilt, gedraag je dan niet als een Fiat Panda.’ Grijze oude man Jeltje de Bij stelt dat het imago van de uroloog nog steeds overeenkomt met de doelgroep: een grijze oude man. ‘Maar in werkelijkheid klopt dat beeld niet meer. Veel urologen zijn jonge vrouwen. En het vakgebied omvat ook fertiliteitproblematiek en kinderurologie. Bij huisartsen is dat helaas onvoldoende bekend.’ Een laatste tip van Ferdinand Helmann luidt: ‘Zorg voor goede pr. Dat kan door een visie te hebben op de rol van urologen in de maatschappij en die uit te dragen in relevante maatschappelijke debatten.’ En dat is een tip waar alle medisch specialisten mee uit de voeten kunnen.

Internisten:

hippe nerds Ook tijdens de jaarlijkse Internistendagen 2011, die gehouden werden van 13 tot 15 april, stond ‘imago’ op de agenda. Matthijs van Nieuwkerk leidde een speciale variant van zijn populaire programma: De Internist Draait Door. Aan tafel zitten: Elsken van der Wall, hoogleraar UMC Utrecht, Bas Leerink, lid van de Raad van Bestuur van zorgverzekeraar Menzis, Frank de Grave, voormalig minister en voorzitter van de Orde van Medisch Specialisten, Maarten Ploeg, directeur van Diabetesvereniging Nederland en Marcel Levi, voorzitter van de Raad van Bestuur van het AMC. Met het imago(probleem) van de internist komt de discussie direct op gang. Levi stelt dat de internist als de nerd onder de specialisten wordt gezien. Van der Wal licht toe: ‘Dat komt omdat internisten eindeloos analyseren voordat een diagnose volgt. We willen nou eenmaal graag weten waarom het kalium 3,6 is en niet 3,8. Dat wordt als stoffig gezien’. ‘Nou, ik vind je anders behoorlijk sexy’, is Van Nieuwkerks directe repliek, gevolgd door luide bijval van de zaal. Na een geanimeerde discussie concludeert Van Nieuwkerk dat internisten eigenlijk de slimste jongetjes van de klas zijn en dat nerds tegenwoordig tot de hipste mensen behoren. Kijk maar naar Silicon Valley. ‘Eigenlijk is interne geneeskunde hèt vak’, beaamt Levi, onder luid applaus van de zaal.

Klinisch geriater noodzakelijk in zorg voor kwetsbare ouderen Als gevolg van de vergrijzing neemt het aantal kwetsbare ouderen binnen de GGZ toe. Het gaat om een patiëntengroep bij wie de psychiatrische problematiek voorop staat maar daarnaast somatische comorbiditeiten heeft. De zorg voor deze groep is heterogeen georganiseerd. Met het project ‘Geriatrische zorg binnen de GGZ’ doet de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie (NVKG) onderzoek naar de rol van de klinisch geriater in de zorg aan deze patiënten.

De Specialist • juli 2011 • nummer 3

De afdeling Ondersteuning Professionele Kwaliteit van de OMS ondersteunde de werkgroep klinisch geriaters bij het beant-

woorden van de vraagstelling: Hoe moet de geriatrische zorg aan kwetsbare ouderen waarbij psychiatrische problematiek op de voorgrond staat georganiseerd (en geoptimaliseerd) worden? En wat is de rol van de klinisch geriater in de zorg aan kwetsbare ouderen in de GGZ? Probleemstelling Om deze (beleids-) vragen te kunnen beantwoorden is gebruik gemaakt van de methode van Fischer. Volgens Fischer kan beleid alleen succesvol geïmplementeerd worden wanneer deze (oplossing) logisch voortkomt uit de probleemdefiniëring en verwachtingen van stakeholders. Door heel nadrukkelijk bij de probleemstelling stil te staan, is het vinden van de juiste oplossing gemakkelijk. Zo voorkom je fouten van de derde orde (de juiste oplossing voor het verkeerde probleem). Bij elkaar zijn dertien interviews afgenomen om de probleemstelling helder te krijgen, onder andere bij GGZ-instellingsbesturen, medische beroepsgroepen, VWS, zorgverzekeraars en een patiëntenvereniging. Noodzakelijke rol De geïnterviewden onderstrepen de noodzakelijke rol van de klinisch geriater in de zorg aan kwetsbare ouderen binnen de GGZ. Het is belangrijk dat de klinisch geriater laagdrempelig op continue basis beschikbaar is en intensief samenwerkt met de ouderenpsychiater. Het project bevindt zich nu in de implementatiefase. In het najaar volgt een invitational.


Weet u al wat het convenant voor uw maatschap gaat betekenen ? Bijna alle staven nemen voor de ontwikkeling van het nieuwe verdienmodel een adviesbureau in de arm. Natuurlijk kunt u voor veilig kiezen en de gebaande paden volgen. U kunt ook de regie in eigen hand nemen. Als u op zoek bent naar een oplossing, die haarfijn aansluit bij de situatie van uw ziekenhuis, neem dan eens contact op met ons. Wij hebben te bieden: • Uitstekende procesbegeleiding, op basis van 20 jaar ervaring met advisering aan specialisten en management in ziekenhuizen; • Een volwaardige adviesgroep, waarin alle kennis op relevante deelterreinen aanwezig is; • Een onafhankelijke, eigen visie op het convenant, die oog heeft voor de mogelijkheden en kansen die deze ontwikkeling biedt.

Wilhelminalaan 1 3732 GJ De Bilt Postbus 36 3730 AA De Bilt

Indien u geïnteresseerd bent in de mogelijkheden voor uw (staf)maatschap, dan kunt u contact opnemen met de heer drs. D.T. (Douwe) de Vries via telefoonnummer 030 252 54 00 of via ddevries@raadgevers.nl.

Telefoon 030 252 54 00 Telefax 030 220 27 95 info@raadgevers.nl www.raadgevers.nl


14

In het nieuws

Wat werd er onlangs in de media door en over medisch specialisten gemeld? Een overzicht …

de leidraad doelmatig voorschrijven, een publiekscampagne in het leven was geroepen.’ Minister Edith Schippers van VWS zou die volgens hem nog steeds kunnen starten. Mednet voerde de peiling uit naar aanleiding van de presentatie van de Leidraad doelmatig voorschrijven van geneesmiddelen van de OMS.

3 mei op www.orde.nl:

Orde uit zorgen over DOT bij DBC Onderhoud

Zorgvisie mei 2011 en www.orde.nl 11 mei 2011:

Aantal beoordelingsgesprekken bij medisch specialisten neemt toe

Mednet april 2011

De Specialist • juli 2011 • nummer 3

Artsen voelen belemmering bij voorschrijven Meer dan de helft van de huisartsen en medisch specialisten voelt zich bij het voorschrijven van de meest geschikte medicatie op een of andere manier belemmerd. Dat blijkt uit een peiling van Mednet waaraan meer dan 230 artsen meededen. Ruim 46 procent van de artsen voelt zich beperkt door het beleid van de zorgverzekeraars en ruim 9 procent door het inkoopbeleid van het ziekenhuis. Bijna 80 procent denkt positief over de haalbaarheid van generiek voorschrijven. De meeste artsen zeggen ook al generiek voor te schrijven. Toch laten artsen zich bij de keuze voor een geneesmiddel vooral leiden door werkzaamheid, bijwerkingen, ervaringen met het middel en gebruiksgemak voor de patiënt. Veel artsen vrezen dat het er door generiek voorschrijven voor de patiënt niet overzichtelijker op wordt, blijkt uit de peiling. Voorzitter Marcel Daniëls van de Raad Kwaliteit van de Orde van Medisch Specialisten (OMS), herkent dit: ‘Het zou mooi zijn geweest als er naast de introductie van

Functioneringsgesprekken zijn een heel normaal fenomeen in veel bedrijfssectoren. Maar niet bij de medisch specialisten. Dat meldt Zorgvisie onlangs in haar meiuitgave. Marcel Daniëls, voorzitter Kwaliteit bij de OMS is verrast over de negatieve toon in het artikel. ‘Het Individueel Functioneren Medisch Specialisten (IFMS) is een instrument dat steeds succesvoller wordt’, aldus Daniëls ‘Twintig procent deelname in 2009, een jaar na de invoering, was een mooi resultaat. En we zijn inmiddels al een stuk verder.’ Momenteel verzamelt de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) de gegevens over deelname in 2010. Op 1 juni worden deze gegevens openbaar. De IGZ ziet nu al een stijging in het percentage van de ziekenhuizen die meedoen. ‘Vrijwel alle ziekenhuizen zijn aan de slag met IFMS of een andere vorm van het beoordelen van het individueel functioneren’, aldus de woordvoerder van de IGZ. De OMS en de IGZ zullen de komende jaren de deelname aan IFMS intensief monitoren. ‘De doelstelling is natuurlijk dat iedere medisch specialist beoordeeld wordt op zijn of haar functioneren’, aldus Daniëls.

De OMS heeft haar bezorgdheid over de nieuwe ziekenhuisbekostiging DOT (dbc’s op weg naar transparantie) geuit in een brief aan DBC Onderhoud. Alhoewel de brief niet openbaar is, wil OMS-woordvoerder Saskia van Kleef wel toelichten dat het gaat om ‘bepaalde zaken die niet kloppen en andere zaken die niet op tijd klaar zijn’. Zo zitten er fouten in de DOT-zorgproducten. De fouten hebben te maken met het vaststellen van de juiste normtijden. Daarnaast was afgesproken dat de Nederlandse Zorgautoriteit haar visie zou geven over hoe de verschillende medisch specialisten ‘specialisme-overstijgende’ DOT-producten moeten afstemmen. Dat is nog niet gebeurd.

30 mei 2011 op www.nza.nl:

NZa werkt prestatiebekostiging ziekenhuizen uit Het ministerie van VWS wil vanaf 2012 prestatiebekostiging invoeren in de ziekenhuissector. Over de maatregelen die voor deze stelselwijziging nodig zijn, heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de afgelopen maanden intensief overleg gevoerd met de verschillende brancheorganisaties. Op 1 juni is het hele pakket tijdens een consultatiebijeenkomst met de sector besproken. De reacties worden verwerkt in een verantwoordingsdocument – dat 1 juli wordt ge-


Schouder aan schouder voor kwaliteit

15

Website Kwaliteitskoepel gelanceerd

Met trots lanceerde de Kwaliteitskoepel Medisch Specialisten i.o. op 8 juni de website www.kwaliteitskoepel.nl. Deze website bundelt alle bestaande richtlijnen voor medisch-specialistische zorg in een overzichtelijke kwaliteitsbibliotheek. Verder zijn er actuele berichten te vinden over de kwaliteit van de medisch specialistische zorg. In de toekomst zullen ook andere kwaliteitsinstrumenten, zoals normen en indicatoren een plek krijgen op de website. De Kwaliteitskoepel Medisch Specialisten i.o. is een initiatief van de 29 wetenschappelijke verenigingen en de OMS, voortgekomen uit het streven om samen te werken aan toetsbare en transparante zorg. Op 8 juni opende Frank Bosch (voorzitter NIV) en Rob Tollenaar (vicevoorzitter NVVH) de website van de Kwaliteitskoepel door de URL te overhandigen aan een aantal leden van de vaste Kamercommissie Volksgezondheid en in het Havenziekenhuis in Rotterdam aan de medische staf en vertegenwoordigers van de zorgverzekeraars. Marcel Daniëls, voorzitter raad Kwaliteit, is opgetogen over de website: ‘Op deze manier laten medisch specialisten gezamenlijk zien wat er allemaal gebeurt op het gebied van Kwaliteit. Daarnaast is het een prachtig voorbeeld van de samenwerking tussen de verschillende specialismen en de OMS. Samen sterk voor kwaliteit is hierbij het motto.’ Forse kwaliteitsimpuls De Kwaliteitskoepel i.o. richt zich op het bundelen, ontwikkelen en ontsluiten van kwaliteitsinstrumenten. Dit zorgt voor een krachtig samenwerkingsverband en een forse kwaliteitsimpuls voor de medisch-specialistische zorg in Nederland. Een speciale commissie (‘de Taskforce’) zet zich namens de wetenschappelijke verenigingen en de OMS in voor de oprichting van de Kwaliteitskoepel. Bernard Uitdehaag (neuroloog), lid van de taskforce: ‘De Kwaliteitskoepel i.o. laat zien hoe wij, wetenschappelijke verenigingen en de OMS, schouder aan schouder staan voor de kwaliteit van zorg.’ Ook andere taskforce-leden zijn positief over het initiatief. Nicole Holman (intensivist) geeft aan dat ‘de website van de Kwaliteitskoepel de gidsfunctie is voor elke medisch specialist. Ik sta dagelijks op de IC en kan via de kwaliteitsbibliotheek op de website van de Kwaliteitskoepel snel de benodigde richtlijnen vinden.’ Groeimodel De website van de Kwaliteitskoepel (www.kwaliteitskoepel.nl) hanteert een groeimodel zodat ook andere kwaliteitsinstrumenten via de site beschikbaar komen. Naast bijvoorbeeld normen en indicatoren worden samenvattingen gemaakt van de huidige richtlijnen. Verder werken de wetenschappelijke verenigingen en de OMS aan de vormgeving van het samenwerkingsverband. De Kwaliteitskoepel heeft de ambitie om gesprekspartner te zijn van patiëntenorganisaties, overheid, verzekeraars en andere stakeholders als het gaat om de kwaliteit van medisch-specialistische zorg.

De Specialist • juli 2011 • nummer 3

publiceerd – waarin de NZa definitieve keuzes voor de overgangsmaatregelen maakt. Een transitiemodel voor 2012 en 2013 moet de financiële gevolgen van de verschillende veranderingen voor de ziekenhuizen dempen. Naast de prestatiebekostiging wordt per 2012 een verbeterd declaratiesysteem voor ziekenhuizen ingevoerd en wordt het segment voor vrije prijsonderhandelingen van 34 uitgebreid naar 70 procent. De NZa stelt een transitiebedrag per instelling vast, waarin het verschil tussen de schaduwomzet in 2012 volgens het oude budgetsysteem en de nieuwe omzet op basis van prestatiebekostiging grotendeels verrekend wordt. Verder werkt de NZa in het model uit welke zorg zich niet leent voor bekostiging in DBC’s. Die wordt geheel of gedeeltelijk via vaste vergoedingen betaald. Het gaat dan bijvoorbeeld om donoruitnameteams, traumahelikopters en brandwondenzorg. De NZa stelt op basis van afspraken tussen de minister van VWS met de Orde van Medisch Specialisten, van 2012 tot en met 2014 per instelling een omzetplafond vast voor de honoraria van de vrijgevestigd medisch specialisten. Twee procent van het macrobedrag van € 2 miljard wil de NZa reserveren voor de honoraria van vrijgevestigde specialisten bij snelgroeiende zorgaanbieders en nieuwkomers in de ziekenhuissector. De bedoeling is dat er in het eindmodel, als prestatiebekostiging volledig is ingevoerd, één integraal tarief komt voor prestaties waar verzekeraars en ziekenhuizen over onderhandelen waarin alle kosten van de ziekenhuizen zijn meegenomen. Dus ook die voor de inventaris en gebouwen (kapitaallasten) en de honoraria van de medisch specialisten.


16

Onderhandelen over cao’s is een continu proces. Is de ene cao afgesloten, dan beginnen de eerste gesprekken over verbeteringsmogelijkheden voor de volgende cao al weer. Dit geldt al helemaal voor de CAO UMC. Dick Hamaker, onderhandelaar arbeidsvoorwaarden OMS, en Dirk Kramer, arbeidsvoorwaardencoördinator NFU, over heisessies en snel schakelen.

Met het mes op tafel en een borrel na afloop

De Specialist • juli 2011 • nummer 3

‘De cao-onderhandelingen zijn het sluitstuk van een langdurig proces’, zegt Dirk Kramer. Kramer zit al ruim 20 jaar aan tafel bij cao-onderhandelingen, voorheen ‘aan de andere kant’ voor de vakbeweging, inmiddels zo’n acht jaar voor de Nederlandse Federatie van Universitair medische centra (NFU). ‘De vorige cao duurde drie jaar. In die looptijd ben je al bezig met de nieuwe cao’, vult Dick Hamaker aan. Hamaker, sinds acht jaar onderhandelaar arbeidsvoorwaarden bij de OMS, vertegenwoordigt de belangen van de Centrale van Middelbare

en Hogere Functionarissen (CMHF) waar ook de OMS onder valt. Snel schakelen In de afgelopen maanden zaten de heren geregeld bij elkaar aan tafel voor de onderhandelingen over de nieuwe CAO UMC. Kramer: ‘Wat vrij uniek is, is dat in de overleggen vier van de acht ‘huizen’ direct vertegenwoordigd zijn (zie kader Aan tafel). De andere bestuurders worden vaak tijdens de schorsingen geraadpleegd.

Zo kunnen we snel schakelen. Bijzonder is ook dat wij samen een eenheid willen vormen qua arbeidsvoorwaardenontwikkeling. We hebben bijvoorbeeld ook een gemeenschappelijke ziektekostenverzekeraar, functiewaarderingssysteem en gemeenschappelijke arbeidsmarktprojecten. Onze grondregel is dat UMC’s elkaar niet beconcurreren op arbeidsvoorwaarden. Bij de cao-onderhandelingen is ons doel: één concern-cao met duidelijke basisafspraken voor alle UMC’s.’


Vernieuwingsagenda Om tot het eindbod voor de nieuwe cao UMC (zie kader Eindbod) te komen vonden vijf officiële rondes plaats. Kramer: ‘We wilden in de nieuwe cao een flinke stap maken met de vernieuwingsagenda, daarom vonden er daarnaast twee werkgroepvergaderingen plaats. Eerder hadden we al samen een visie bepaald via sessies ‘op de hei’ van anderhalve dag. Van daaruit hebben we onderhandeld.’ Hamaker vult aan: ‘Het belangrijkste doel van de vernieuwingsagenda is dat werknemers binnen de organisaties de dialoog aangaan op het gebied van sociaal beleid. Hoe zit je in je werk? Wat is de tijdsdruk? Beschik je over de juiste instrumenten om het werk goed uit te voeren? Een behoorlijk cultuuromslag in de toch hiërarchisch georganiseerde UMC’s, ook voor de medisch specialisten.’ Naast de officiële rondes en de ‘heisessies’ is er ook geregeld informeel contact geweest, vertelt Hamaker. ‘Dit is het zogenaamde onderwaterproces waarbij je wederzijds inzicht probeert te krijgen en voorstellen afstemt.’

Eindbod Op 11 mei 2011 legde de NFU de werknemerscentrales een eindbod voor een nieuwe cao UMC voor. Het bod houdt onder meer in dat op 1 augustus 2011 het salaris wordt verhoogd met 1 procent en per 1 augustus 2012 met 1,6 procent. Naast de salarisverhogingen wordt per 1 december 2012 een eenmalige uitkering van 0,25 procent over het salaris toegekend, met een bodem van € 75. Het persoonlijk budget wordt op 1 januari 2013 verhoogd van 1 procent naar 1,3 procent. Verder zijn afspraken gemaakt over de vernieuwingsagenda. De looptijd van het eindbod van de NFU is 25 maanden, tot 1 april 2013. Op het moment van schrijven is nog niet bekend of de leden het aanbod geaccepteerd hebben. Bezoek voor meer informatie: www.orde.nl.

17

Vakmensen Hoewel er vaak stevig onderhandeld wordt, zijn de contacten onderling goed. Hamaker: ‘Het beeld is dat er veel ruzie is bij dit soort onderhandelingen, maar dat komt zelden voor. Policy is dat je allen vakmensen bent en al gaat het er soms scherp aan toe, we drinken gerust nog samen een borrel na afloop.’ Kramer: ‘De vakbondsleden zijn uiteindelijk onze medewerkers. Het is dan ook cruciaal dat we er samen goed uitkomen.’

Dirk Kramer en Dick Hamaker

Ondanks de goede contacten liepen de onderhandelingen in maart stuk. Kramer: ‘Belangrijke punten voor ons waren de aanscherping van de regelingen rond onregelmatigheidstoeslagen en afspraken over de loonsverhoging – de vorige cao heeft door de financiële crisis onverwacht duur uitgepakt.’ Dit viel niet helemaal in goede aarde. Hamaker: ‘We moesten teveel inleveren. Nadat we het land in zijn geweest, is het voorstel van tafel gehaald.’ In het nieuwe voorstel kunnen de centrales zich wel vinden. ‘Er ligt nu gezien de situatie een goed bod, we denken niet dat er meer uit te halen is.’

Aan tafel Tijdens de cao-onderhandelingen zitten in totaal 18 mensen aan tafel. De delegatie van de NFU bestaat uit drie bestuurders en de voorzitter van het directeurenoverleg P&O, ondersteund door twee beleidsmedewerkers en twee medewerkers van het NFU-bureau, waaronder Kramer. De delegatie aan de werknemerskant bestaat uit acht afgevaardigden van de vier werknemerscentrales. Gezamenlijk vertegenwoordigen de centrales de belangen van alle werknemers bij de UMC’s. ‘Dat is soms best moeilijk, want verpleegkundigen willen andere dingen dan bijvoorbeeld specialisten. Aan de onderhandelingen gaat een heel traject vooraf om met voorstellen te komen die voor alle werknemers interessant zijn’, aldus Hamaker.

De Specialist • juli 2011 • nummer 3

Nieuw voorstel


18

COLOFON

cursusaanbod Academie voor medisch specialisten Management voor Medici

De Specialist is een uitgave van de Orde van Medisch Specialisten en verschijnt zes keer per jaar in een oplage van 11.300 exemplaren

Redactie-adres

Afdeling Communicatie en Informatie

Management voor Medici 05 september- 15 mei 2012 Ermelo

Management voor vakgroep of afdeling 15-16 september Utrecht of omgeving

Eerste hulp bij een (dreigende) klacht

Ziekenhuis financiën (uitgebreid)

08 september van 14.00 tot 18.00 uur Utrecht

22 september - 09 februari van 13.30 tot 20.30 uur Utrecht

http://academie.artsennet.nl

Postbus 20057 3502 LB Utrecht (030) 28 23 672 communicatie@orde.nl

Eindredactie

Afdeling Communicatie en Informatie, OMS

Redactie en

bladcoördinatie

Tekstbureau De Nieuwe Lijn, Rotterdam

Medewerkers

aan dit nummer

Theo Captein (fotograaf) René Verleg (fotograaf)

Vormgeving

IJzersterk, Rotterdam

Druk

Van As, Oud Beijerland

Advertentieverkoop

Crossadvertising (010) 74 21 023

gezondheidszorg@crossadvertising.nl Overnemen van de inhoud, geheel of gedeeltelijk, De Specialist • juli 2011 • nummer 3

is toegestaan mits met bronvermelding.

ISSN: 1572-252X Kijk voor het laatste nieuws op www.orde.nl

Enquête arbeidsduur aios en anios Op 1 augustus 2011 wordt het Arbeidstijdenbesluit gewijzigd. Aios gaan daarmee van een 52-urige werkweek naar een 48-urige werkweek. De Jonge Orde onderzoekt momenteel hoeveel uren aios en anios gemiddeld per week maken en of ziekenhuizen al voorbereidingen treffen om de gevolgen van het nieuwe Arbeidstijdenbesluit op de vangen. Het nieuwe Arbeidstijdenbesluit betekent voor aios dat de gemiddelde werkweek in een periode van 26 achtereenvolgende weken bij aanwezigheidsdiensten naar 48 uur gaat. Nu is deze werkweek nog gemiddeld 52 uur. In de CAO Ziekenhuizen en de CAO GGZ wordt voor aios een werkweek van 48 uur de norm. In de CAO UMC is de gemiddelde werkweek 46 uur. Voor anios is de gemiddelde werkweek in al deze cao’s 36 uur. De Jonge Orde onderzoekt momenteel via een enquête hoeveel uren aios en anios werken en of de huidige norm gehaald wordt. Ook onderzoekt De Jonge Orde of de ziekenhuizen en instellingen al voorbereidingen aan het treffen zijn voor de aanpassing per 1 augustus 2011. Mogelijk heeft dit consequenties voor het doen van diensten en de organisatie van de zorg. Via het Meldpunt! van De Jonge Orde zijn daar inmiddels vragen over gesteld.

Met de resultaten van de enquête zal De Jonge Orde een brochure maken waarin de resultaten samen met een uitleg over de arbeidstijden gepubliceerd zullen worden. Ook zal hierin aandacht besteed worden aan de overeenkomsten en de verschillen tussen aios en anios. Meer weten over arbeidstijden en andere belangrijke zaken voor aios en anios? Voor meer informatie kijk op www.dejongeorde.nl.


[Advertorial]

19

Onderzoekers zien veel verbeterpunten voor werk gynaecologen

‘De uitkomsten van dit onderzoek geven ons inzicht in de mogelijkheden van een effectieve aanpak in het re-integratieproces.’

www.movir.nl

Uit een eerder onderzoek van TNO in samenwerking met de beroepsorganisatie NVOG (2006) blijkt dat de werksituatie in de operatiekamer flink verbeterd kan worden. Belangrijke fysieke knelpunten zijn onder andere langdurige statische houdingen, extreme standen van gewrichten en ongunstige krachtuitoefening. De hoge taakprecisie en werkdruk maken het werk nog zwaarder. ‘Met deze interventie richten we ons op het terugdringen van de fysieke belasting en de werkdruk van gynaecologen’ aldus de onderzoekers Margriet Formanoy (TNO) en Jacqueline Bos (BBO). ‘Dit is niet alleen bevorderlijk voor de gezondheid van de gynaecoloog, maar heeft ook een positief effect op de taakprecisie waardoor de kans op claims door fouten kan worden teruggedrongen.’ Een van de conclusies van de enquête is dat gynaecologen hun fysieke, cognitieve, emotionele en mentale vermogens maximaal aanspreken tijdens het werk. ‘Waarschijnlijk een gevolg van hun bevlogenheid.’ stelt Formanoy. ‘Gynaecologen zijn

zich er niet of onvoldoende van bewust dat ze een hoog risico op fysieke klachten lopen als ze hun werkwijze niet veranderen. Veel gynaecologen nemen onvoldoende rust om van zwaar werk te herstellen en delegeren zelden tot nooit taken om de fysieke belasting te verminderen.’ Het observatieonderzoek in verschillende ziekenhuizen leverde een goed beeld op van de risico’s op klachten aan het bewegingsapparaat. ‘Op basis hiervan hebben we een top 10 samengesteld met oplossingsrichtingen, die gewogen zijn op aspecten als haalbaarheid, ergonomie en efficiëntie. Deze hebben we vervolgens besproken met een aantal gynaecologen om de oplossingsrichtingen op bijvoorbeeld draagvlak en praktische toepasbaarheid te beoordelen’, vertelt Bos. De resultaten van het onderzoek worden op dit moment verwerkt in een wetenschappelijk document. Hierin komen ook de tastbare adviezen hoe gynaecologen de risico’s kunnen verminderen. ‘Deze adviezen dragen niet alleen bij aan het voorkomen van arbeidsongeschiktheid.’ vertelt Movir-directeur Louis van Drunen. ‘De uitkomsten van dit onderzoek geven ons ook inzicht in de mogelijkheden van een effectieve aanpak in het re-integratieproces.’

De Specialist • juli 2011 • nummer 3

De onderzoekers van TNO en BosBedrijfsOefentherapie (BBO) hebben een goed beeld gekregen van de risico’s op klachten bij gynaecologen tijdens de uitoefening van het beroep. In opdracht van arbeidsongeschiktheidsverzekeraar Movir presenteren zij na de zomer tastbare adviezen om de fysieke belasting en werkdruk bij gynaecologen te verminderen.


Er is meer in het leven dan een Volvo. De trend zetten in plaats van volgen. Schoonheid zien en waarderen. Een goede eerste indruk krijgen, die overtroffen wordt als u beter kijkt. Omgeven zijn door inspiratie. Daarom rijdt u de Volvo V60 Driv .

DE VOLVO V60 DRIV . NU BIJ DE VOLVO-DEALER. Ga naar volvocars.nl

Volvo V60 v.a. € 35.495 incl. btw, excl. kosten rijklaarmaken, verwijderingsbijdrage. Leasen v.a. € 669 p.m., excl. btw en brandstof, o.b.v. Full Operational Lease, 60 mnd, 20.000 km p.j., Volvo Car Lease: 0345-68 87 80 (kantooruren). Wijzigingen voorbehouden.

Gem. verbruik: 4,5 - 10,2 l/100 km (22,2 - 9,8 km/l), gem. CO2-uitstoot resp. 119 - 237 g/km.

DE VOLVO V60

volvocars.nl

Volvo. for life

De Specialist nummer 3 2011  

De Specialist nummer 3 2011

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you