Issuu on Google+

Kring Nieuws UITGAVE VAN KRING

VRIENDEN VAN ’S‑HERTOGENBOSCH

JAARGANG 36 NUMMER 6 NOVEMBER 2010

Voorwoord 2 Vlaggenmast 3 In memoriam

4

Open Monumentendag 2010 5 Parade 12(1) 6 Mevrouw Verheijen

8

Sint Nicolaas in Den Bosch 9 Bewakers van het culturele erfgoed 10 Vrijwilligersdag 2010

12

Opleidingen dit winterseizoen 13 Kennismaking nieuwe Kringleden 15 René Vogels 25 jaar molenaar

16

Geslaagd jubileumconcert

17

Van wie bende gij d’r eentje? 18 Beeld van Eloy

20

Frederik Hendrik

geboren


V I Voorwoord

Geboren

Nik de Vries

Vorige week was ik op vakantie in Macedonië. De hoofdstad Skopje heeft op een of andere manier wel iets van ’s-Hertogenbosch. Dwars door de stad loopt de rivier de Vardar, niet te vergelijken met onze Binnendieze. Maar aan weerszijden van die Vardar zien we twee verschillende gezichten van de stad die door een aardbeving in 1963 voor een groot deel verwoest werd. Aan de ene kant lopen we door een modern gedeelte; het stelt niet veel voor, op een grote uitzondering na: het staat er vol beelden. Onze gids vertelde dat de regering 200 miljoen euro beschikbaar heeft gesteld voor openbare kunst. Ik werd ter plaatse jaloers en dacht: als in zo’n arm land zo’n gigantisch bedrag kan worden uitgetrokken voor kunst, waarom moet er dan in een rijk land als het onze bijna eenzelfde bedrag bezuinigd worden op kunst en cultuur? Aan de andere kant van de Vardar bevindt zich de oude stad: veel is er nog authentiek. En daarin lijkt Skopje meer op onze stad, overigens dankzij de inzet van vooral twee belangrijke mannen in de jaren ’60. Zonder hen zou ’s-Hertogenbosch een doodse stad zijn geworden. Ook hier zien we beelden in overvloed. Plots moest ik toen denken aan de onvolprezen werkgroep Het Kleine Monument van de Kring. Door de tomeloze inzet van deze club wordt veel cultureel erfgoed voor de stad behouden. Nu is weer een oude vlaggemast opgeknapt en op een mooie plaats bij het station neergezet. Verder leer je van zo’n week bescheidenheid: wat zijn de mensen daar trots op hun land. En wat bereiken ze soms met heel weinig middelen. Daarom een oproep. Het plaatsje Bitola heeft een tabaksmuseum. ’s-Hertogenbosch heeft een rijke traditie op het gebied van sigaren maken. Als er leden zijn, die iets kunnen missen op het gebied van tabak, zorg ik ervoor dat die spullen namens de Kring naar dat museum gaan.

Iets anders: bij dit KringNieuws vindt u de winterfolder van de Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch. De PRgroep heeft een aantal activiteiten opgenomen waar ze veel publiciteit aan wil geven. Vandaar het verzoek om de folder na lezing niet weg te gooien, maar door te geven aan vrienden, bekenden of familie, of op te hangen in de gemeenschappelijk ruimte van een appartementencomplex, in een buurthuis. Tot slot wens ik u weer veel lees- en kijkplezier.

Foto voorpagina: Jack van Elten.

2

KringNieuws november 2010, jaargang 36 nummer 6

Fredrik Hendrik


V

Vlaggenmast Toine Janssen

Op het Stationsplein in ’s-Hertogenbosch is een vlaggenmast teruggekeerd die nog hoorde bij het oude – tweede – Bossche station van architect Cuypers. Dit station werd in 1896 gebouwd en tijdens de Tweede Wereldoorlog in 1944 verwoest. De mast, met een voetstuk met gietijzeren leeuwen, kreeg ook nog een plek voor het nieuwe – derde – station van architect Van Ravesteijn. Toen het bedrijf Barten opdracht kreeg dat station in 1996 te slopen, ontfermde directeur Wil Barten zich over de mast. Barten heeft de in zijn opdracht gerestaureerde mast nu aan de gemeente geschonken. Zondag 3 oktober werd de mast ‘onthuld’.

Detail prentbriefkaart. De mast bij het station van Van Ravensteijn.

Met veel voldoening las ik dit berichtje in het Brabants Dagblad. Dank aan het aannemingsbedrijf Barten en aan de werkgroep Klein Monument van de Kring, die ervoor gezorgd hebben dat de mast weer een plekje gekregen heeft op het Stationsplein. Aanvankelijk stonden aan weerszijden van het station van Van Ravesteijn uit 1952 twee vlaggenmasten met een voetstuk met gietijzeren leeuwen. Omstreeks 1980 verdween er een, maar de laatste bleef staan tot aan de sloop van het station en werd daarna tijdelijk bij het noodstation aan de Boschveldweg geplaatst. Bij het gereedkomen van

het nieuwe station, eind 1997, verdween ook die mast met voet van het plein. Op oude foto’s van het vooroorlogse Stationsplein kon ik echter nergens twee vlaggenmasten ontdekken. Er stond weliswaar een vlaggenmast midden op het dak van het hoofdgebouw, maar niet op het plein. Daar bevonden zich wel drie groenstroken. In de middelste stond de vaas van Vreugde en in de buitenste twee stonden twee meerarmige lantaarnpalen. Het voetstuk van die lantaarnpalen heeft gietijzeren leeuwen, zo is te zien op een oude foto. Ik vermoed dat de nu teruggeplaatste vlaggenmast ooit het voetstuk van een lantaarnpaal geweest is en vanaf 1952 heeft gediend als vlaggenmast. En dan ‘hoort’ het voetstuk als onderdeel van vlaggenmast en lantaarnpaal bij het station. Prentbriefkaarten: Toine Janssen foto’s: Jack van Elten

De vernieuwde vlaggenmast bij het station.

KringNieuws november 2010, jaargang 36 nummer 6

3


I O In memoriam Cok Bekker (1935 – 2010)

Open Monumenten

Harry Soors

Op 6 oktober j.l is stadsgids en objectgids Cok Bekker overleden. Samen met Cok heb ik de opleiding Stadsgids 1995-1997 met goed gevolg mogen afsluiten en met ons totaal 24 andere gidsen.

Tijdens de opleiding heb ik Cok leren kennen als een zeer bevlogen man, die voor zichzelf hoge eisen stelde en zeer fanatiek de diverse lessen volgde. Een leuk voorval herinner ik mij nog als de dag van gisteren. Er werd namelijk een dictee gegeven over een bepaald onderwerp Toen de uitslag hiervan bekend gemaakt werd, viel de waardering voor Cok naar zijn idee erg tegen en hij stelde dat hij vroeger op de middelbare school altijd een zeer goed punt voor dictee kreeg en dus niet kon begrijpen dat dit nu niet het geval was! Later toen hij als coördinator werd aangesteld kon hij op een zeer goede manier de soms turbulente gidsenvergaderingen uitstekend en soms met strakke hand leiden. Zijn herkenbare stemgeluid en zijn brede belangstelling waren kenmerkend. Helaas kreeg hij problemen met zijn gezondheid en moest hij regelmatig naar het ziekenhuis voor nier- dialyse. Gelukkig kreeg hij na verloop van tijd een donornier, maar deze transplantatie heeft niet gebracht wat hij ervan verwachtte. Gezien zijn gezondheid werd er een tweede coördinator aangesteld namelijk Bob Heijnen en dit duo heeft tot grote tevredenheid van de gidsen zeer goed gefunctioneerd, Cok zat vol met ideeën en hij is de man geweest die de eerste gezondheids-wandeling vorm heeft gegeven. Ook heeft hij samen met mij de kloosterwandeling van wijlen Jan de Bruijn weer nieuw leven ingeblazen mede door het initiatief van onze oud-voorzitter Cor Gillhaus. Als uitvloeisel hiervan werd de werkgroep Kerken en Kloosters opgericht en we hebben samen heel wat uurtjes doorgebracht bij rector Peijnenburg in het Bisschoppelijke archief. Ook was Cok de stimulerende kracht als vertegenwoordiger voor de Kring bij de organisatie van de diverse Open Monumentendagen in samenwerking met het Stadsarchief. De laatste tijd moest hij noodgedwongen diverse van zijn geliefde activiteiten voor de Kring opzeggen,daar het voor hem lichamelijk niet meer mogelijk was. Wel is hij tot op het laatst nog lid gebleven van onze werkgroep Kerken en Kloosters en tijdens de laatste vergadering op 6 september jl.heeft hij officieel afscheid genomen waarbij onze voorzitter Paul Calis hem als dank voor zijn talloze werkzaamheden voor de Kring nog een boek heeft overhandigd. Wie had kunnen denken dat hij een maand later zou overlijden! Kortom in Cok verliezen we een zeer bevlogen en sympathieke collega en wij wensen Corrie en zijn kinderen en kleinkinderen alle sterkte toe om dit verlies te kunnen dragen. A Dieu beste Cok !!

4

KringNieuws november 2010, jaargang 36 nummer 6

Open Monumentendag begint op 11 september 2010 in de Muzerije en het eindigt voor ons op dezelfde plaats. De officiële opening valt samen met de open dag van het compleet verbouwde centrum voor kunst en cultuur. Tot slot kijken we er naar een toneelstuk van Picos.

Rond 10 uur is het al aardig druk in het gebouw van de Muzerije aan de Hinthamerstraat, recht tegenover de Sint-Jan. Mensen zijn nieuwsgierig naar hoe het er allemaal uitziet. Vorig jaar nog waren de werkzaamheden in volle gang en konden we een kijkje nemen ‘op de bouw’. Nu is het klaar. De Muzerije is erg mooi geworden: het is een fraai voorbeeld van samengaan van oud en nieuw. Belangrijk is natuurlijk dat er nu goed gewerkt kan worden, waarbij de verschillende disciplines elkaar niet meer storen. Interim-directrice mevrouw Ledding is zichtbaar trots op haar gebouw. Architect Hans van Heeswijk heeft er iets bijzonders van gemaakt. Dan opent wethouder Huib van Olden de Monumentendag. Er is voor de opening van de Open Monumentendag, met als thema De smaak van de 19de eeuw, flink uitgepakt. Een heuse Salon de Variété, zoals die rond 1900 bestond, wordt aan het publiek getoond: acrobatiek met Marcel en Janine, pikante dans, een goochelact van Samatha. De artiesten zijn gekleed en gedragen zich alsof ze met een tijdmachine ruim een eeuw vooruit zijn gestuurd.


ndag 2010 Nik de Vries

Exposities in het Kruithuis.

Verbouwde en gerestaureerde Muzerije.

19e-eeuws interieur St. Jorisstraat 22.

Op pad Dan is het tijd om op weg te gaan. Tevoren hebben we een route uitgestippeld. We beginnen bij de plebanie van de Sint-Jan, gebouwd in 1854 na het herstel van het bisdom een jaar eerder. Het staat op de hoek van de Parade en de Choorstraat. We worden er vriendelijk ontvangen en lopen rond in de ruimten op de begane grond. Een van de meest opvallende zaken zijn de ramen in Tudorstijl. Via een bezoekje aan de kapel van de zusters van de Choorstraat belanden we in het voormalig gymnasium aan het Nachtegaalslaantje. Ook dit pand dateert uit 1854: de neoclassicistische stijl past prima bij het oorspronkelijke doel: leerlingen onder andere de klassieken bijbrengen. Nu biedt het pand onderdak aan Vanderven & Vanderven Oriental Art. Ook het antiek uit vooral China en Japan harmonieert schitterend met het in stijl gerestaureerde gebouw. We steken even door de binnenstad, waar we op een terrasje een kleine lunchpauze inlassen, naar de Citadel. Daar volgen we een interessante lezing door dr.

Joost Welten over het militaire leven in de 19de eeuw en bekijken we de expositie van foto’s, die de Bossche amateurfotograaf Dolf van Engelen eind 19de eeuw maakte. Diens glasnegatieven heeft het archief onlangs verworven. Het is heel bijzonder ’s-Hertogenbosch te zien zoals het eruit zag meer dan een eeuw geleden. Dan is het tijd voor het Groot Ziekengasthuis. Daar bekijken we de maquette die een beeld geeft van hoe het GZG-terrein ingericht gaat worden na het vertrek van het ziekenhuis en de sloop van een groot deel ervan. We leren dat er alleen nog maar plannen zijn, dat veel nog niet 100% vaststaat. Het ziet er wel bijzonder uit. Na een vergeefse wandeling naar de Watertoren – wachttijd meer dan een uur en dat vonden we te lang, er stond nog meer op het programma – belanden we in de koffie- en theewinkel In de Drij Swarte Mollen in de Hinthamerstraat. Het is lang geleden dat we hier waren en dat geldt ook voor een man die vertelde dat hij in zijn jeugd, ruim 30 jaar geleden, in de buurt had gewoond. Hij vertelt dat vroeger bij het koffiebranden een penetrante geur in de buurt hing en dat de was vuiler binnen kwam dan voor het wassen. Een korte uitleg over de historie van de Drie Mollen en een prima beker Bossche koffie stemmen iedereen tevreden. En dan gaan we terug naar de Muzerije. We lopen er rond, maken foto’s en besluiten de dag met een toneelvoorstelling door Picos, de theatergroep van de Muzerije, over het Marktoproer in 1891. Het toneelstuk is vormgegeven als een rechtszaak over deze kwestie. Politiemensen hebben zich verrijkt met marktgelden en lijken daarmee aanvankelijk weg te komen. Maar volhardende marktkooplieden zorgen ervoor dat er een eind komt aan de kwalijke praktijken. Het toneelstuk is gebaseerd op werkelijke gebeurtenissen. Slot Open Monumentendag 2010 is opnieuw zeer geslaagd te noemen. De organisatie is er weer in geslaagd een mooi geheel te presenteren met ‘oude bekenden’ en ‘nieuwe’ panden. Onze belangstelling ging vooral uit naar die laatste categorie. En ook vrijwilligers van de Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch hebben zich wederom ingezet om alles in goede banen te leiden. Een compliment voor ieder die zich op een of andere wijze heeft ingezet.

Fotos: Ed Hupkens

KringNieuws november 2010, jaargang 36 nummer 6

5


P

Parade 12(1)

Medio 2011 hoopt de Kring wederom voor de laatste keer te verhuizen en zich definitief te gaan vestigen aan de Parade. Onlangs is daartoe het monumentale pand Parade 12 aangekocht.

De geschiedenis van het Kringhuis laat een veelvoud aan lokaliteiten zien. Na de oprichting van de Kring in 1973 duurde het nog acht jaar voordat een eigen huisvesting werd gevonden. Het rond 1900 gebouwde pand Stationsweg 29 werd het eerste onderkomen. Aanvankelijk was daar het sigarenmagazijn House Bouquet gevestigd, maar nadat dit ophield te bestaan werd het pand verhuurd aan de Kring. In 1985 verhuisde de Kring naar de 2e Korenstraat 18 in een pand dat bekend stond als de Put. Weer later, in 1996, werd onderdak gevonden in het pand aan de Visstraat 42b, dat eigendom was van de heer Den Otter van de nabij gelegen lunchroom. In 2001 werd het beheer van het Prentenmuseum in de Verwersstraat aan de Kring toegekend. Ook het secretariaat, het reserveringsbureau en de kaartverkoop vonden daar toen onderdak. In datzelfde jaar werd Molenstraat 27b aangekocht voor de overige activiteiten. Lombardje Door de aangekondigde sluiting van het Prentenmuseum in 2006 ontstond de noodzaak om naar een nieuwe lokaliteit uit te kijken. Deze werd gevonden in de Lombardpassage, waarna Molenstraat 27b weer werd verkocht. In het Lombardje is gestreefd om een Kringhuis te realiseren dat bij wijze van spreken als ‘woonkamer’ voor alle leden moest gaan functioneren. Bijna alle activiteiten werden hier ondergebracht met uitzondering van de vaste balies in de Molenstraat en een nieuwe verkoopbalie in het Theater aan de Parade. Tijdens de laatste Ledenvergadering werd bekend gemaakt dat de Kring weer gaat verhuizen en zich nu definitief gaat vestigen

6

KringNieuws november 2010, jaargang 36 nummer 6

Nik de Vries en Gerard ter Steege in het pand Parade 12. Een pand met een historische uitstraling, dat past bij heemkundekring en bovendien is gelegen aan een van de mooiste pleinen van het land.

Parade 12 Het huidige pand dateert van 1858. In de achtergevel vinden we nog een steen met dat jaartal. Volgens historische bronnen is er al bebouwing vanaf de 14de eeuw. Het huis van 1858 heeft oorspronkelijk een woonbestemming. Later komt er een elektrotechnisch bedrijf in en tot enkele jaren geleden dient het als kantoorruimte van het Waterleidingbedrijf OostBrabant. Daarna worden er pogingen ondernomen het te verbouwen tot luxe hotel. Daarbij zijn gruwelijke ingrepen gepleegd in het gebouw. Gelukkig zijn originele elementen bewaard gebleven, zodat deze bij de verbouwing opnieuw ingepast kunnen worden.


Parade 12 is een rijksmonument. Het is gebouwd in een eclectische stijl: van verschillende bouwstijlen zijn elementen overgenomen en samengevoegd tot een nieuw geheel. De gevels zijn opgetrokken in schoon metselwerk met een deels hardstenen, deels gepleisterde plint. Opvallend is aan de voorkant een smeedijzeren hekwerk boven de voordeur. De ramen zijn een vroeg voorbeeld van T-indeling. Ter wille van de symmetrie zijn aan de zijkant vier imitatievensters als blindnis aangebracht. Na de verbouwing zal ook de zij-ingang aan de Lange Putstraat weer gebruikt kunnen worden. Binnen straalt het pand oude grandeur uit: een brede gang met marmer op de vloer, hoge plafonds met mooi stucwerk, paneeldeuren, een statige trap. Als het straks gerestaureerd is, zal elke bezoeker onder de indruk zijn. Aan de achterzijde, aan de Lange Putstraat, stond aanvankelijk een koetshuis. Dat is rond 1984 gesloopt en vervangen door een fraai voorbeeld van Bossche School architectuur naar een ontwerp van architect H. van der Laan. Binnen treffen we een typerende vierkante open binnentuin, waaromheen de ruimtes zijn gesitueerd. Waarom een nieuw pand? De voorzitter over de komende verhuizing: “ Dat wij de Lombardpassage gaan verlaten heeft te maken met de bereikbaarheid, de uitstraling en het gegeven dat de Kring er als het ware is uitgegroeid. Door de aankoop van het pand Parade 12 voorkomt de Kring dat het historische karakter van dat statige pand door onverantwoord verbouwen geweld wordt aangedaan en ten onder gaat aan verpaupering. Het is de bedoeling van de Kring om het pand volledig in zijn oude luister terug te brengen.” Wie nu met een historisch gevoel door het pand loopt, krijgt de tranen in de ogen bij het

zien van deplorabele toestand waarin het verkeert. Het laat zich raden dat een ingrijpende renovatie nodig is om het pand weer het aanzien te geven dat erbij hoort. Het bestuur gaat zich eerst buigen over de uitgebrachte offertes en luisteren naar de adviezen van de BAM. Het is de verwachting dat na de keuze voor het bouwbedrijf de gehele verbouwing ongeveer een half jaar in beslag gaat nemen. Maar daarna moet de Kring beschikken over een Kringhuis waar alle activiteiten bijeen kunnen worden gebracht. De balie in het Theater aan de Parade verhuist ook naar de overkant. Op de begane grond komen de balie met een winkel, het secretariaat, het reserveringsbureau, de planning en een omvangrijke bibliotheek. Op de eerste verdieping komen verschillende leslokalen en vergaderruimten. De karakteristieke zolder met een balkenstructuur wordt voorlopig ongemoeid gelaten maar biedt wel gebruiksmogelijkheden naar de toekomst toe. Het is de wens van het bestuur om medio september 2011 het nieuw Kringhuis in gebruik te kunnen nemen. Voor de vrijwilligers en de leden moet dit een multifunctionele ontmoetingsplaats worden. De gasten en bezoekers van de stad moeten hier terecht kunnen voor alle informatie over de stad, de Kringactiviteiten en voor het kopen van een kaartje. Met de bisschop als buurman krijgt de Kring straks een huisvesting met een allure en uitstraling waarop een actieve heemkundekring met recht trots kan zijn. Zodra de verbouwing start, houdt de redactie van KringNieuws u op de hoogte. In de komende nummers leest en ziet u er dus meer over. Foto’s: Jack van Elten

KringNieuws november 2010, jaargang 36 nummer 6

7


MS Mevrouw Verheijen

Nik de Vries

In het Bossche Stadsarchief bevinden zich onder andere kranten uit 1810. In het Journal du Département des Bouches du Rhin van 30 oktober van dat jaar kwam ik het volgende berichtje tegen:

NECROLOGIE Mevrouw Verheijen is niet mee!!!!!! Helaas! Zoo onbestendig is dan al het ondermaansche, dat noch jeugd noch schoonheid, noch rijke noch gezonde voor den dag van morgen kunnen instaan! Mevrouw Verheijen egtgenoote van den Maire van ’sHertogenbosch, genietende alle de voordeelen des levens, is door eene beroerte overvallen, in den schoonsten bloeij haarer jaren, schitterende door de aanminnigste bevalligheden, in eenen schilderagtigen staat van gezondheid, op het onverwachts in het graf gestort, nalaatende een gemaal die niet te troosten is een gemaal die zij in den hoogsten graad beminde en die haar tot aanbiddens toe lief had, wijders eene familie in traanen zwemmende over dit smertelijk verlies, en eene geheele stad in de diepste rouw gedompeld. Elisabeth Egidia Verheijen is op 8 februari 1779 gedoopt in de Bossche Sint-Jan als dochter van Fredericus van der Heijden en Maria Meulenberg. In 1803 is ze weduwe geworden na het overlijden van Henrich Duyn, die als matroos op 26 februari op Curaçao wordt begraven. De begrafenisondernemer op Curaçao bevestigt dit door middel van een uitgebreide brief. Op 16 augustus 1806 treden Arnoldus Gerbrandus Verheijen en Elisabeth in het huwelijk. Hij is afkomstig uit Loon op Zand, gedoopt op 30 oktober 1770, en van gegoede komaf. Zijn vader is Johannes Baptist Verheijen, zijn moeder vrouwe Maria Cornelia van Grootvelt. Het huwelijk komt niet zonder slag of stoot tot stand. De vader van de bruidegom weigert toestemming te geven. Het Bossche stadsbestuur geeft hem dan een week tijd om met bezwaren naar voren te komen, maar dat gebeurt uiteindelijk niet. Misschien vindt vader een matrozenweduwe beneden de stand van zijn zoon. Maar de liefde overwint. Helaas mogen ze maar vier jaar een paar zijn. Er worden geen kinderen geboren. Elisabeth mocht maar 31 jaar worden. Mr. A.G. Verheijen is maire/burgemeester van ’s-Hertogenbosch van 1810 tot 1848. Op 12 juli 1857 overlijdt Verheijen, “Kommandeur der Orde van den Nederlandschen Leeuw, oud lid der Eerste Kamer der Staten Generaal, oud burgemeester dezer stad, zonder beroep, weduwnaar van vrouwe Elisabeth Egidia van der Heijden, in den ouderdom van 86 jaren, wonende Verwersstraat wijk E 374”.

8

KringNieuws november 2010, jaargang 36 nummer 6

Sint-Nicolaas in ’s

Verslag PNHC, maandag 30 november 1909 Op zondag 29 november 1909 ten 12 uur verzamelden zich 2500 kinderen onder toezicht van de leden van de Vereeniging Koninginnedag op de Paradeplaats met het muziekcorps der Koninklijke Nederlandsche Sigarenfabrieken der Heeren Eugene Goulmy & Baar toog men in optocht naar de aanlegplaats der Rotterdamsche boot (hoek Handelskade - Zuid-Willemsvaart), want daar zou de stoomboot die Sint Nicolaas met zich voerde, aanleggen. Juist op tijd, om 1 uur, kwam de prachtige salonboot

‘Stad Rotterdam’ welwillend door de firma J & A Van der Schuijt afgestaan en die den Heiligen Man in de Noordzee van een der groote zeebooten had overgenomen, rijk gepavoiseerd en met de Spaansche vlag op den voorsteven in zicht, opgewacht door duizenden en nog eens duizenden toeschouwers. Een gejubel brak onder de kinderen los en aanstonds klonk uit de honderden keeltjes, met begeleiding der muziek over den waterspiegel den Heiligen Man tegen het kinderlied: ‘Ziet daar komt de stoomboot van Spanje weer aan, Zij brengt ons St. Nicolaas,wij zien hem al staan; Hoe huppelt zijn paardje het dek op en neer. Hoe waaien die wimpels daar henen en weer.’ Langzaam en statig voer de stoomboot op de stad aan. Sint Nicolaas in plechtig gewaad met den staf in den hand, voor op het dek gezeten op zijn prachtigen schimmel met naast hem zijn twee zwarten knechten. En hoe meer de boot de stad naderde, hoe grooter het gejubel, en alle bekende kinderliedjes werden den Heiligen Kindervriend toegezongen, als: ‘Sinterklaas kapoentje Rijd wat in mijn schoentje, Rijd wat in mijn laarsje Dank je Sinterklaasje.’ En ginds hoorde men: ‘Sinterklaasje bom, bom, bom. Rijd wat, in mijn regenton, enz.’


s-Hertogenbosch Nauwelijks was de boot aangemeerd en Sint Nicolaas de boot afgereden of wederom luide hoera’s gewuif met handjes en petjes en hoedjes en de vreugde steeg ten top, toen alle kinderen de zware kisten en koffers, waarmede zij was beladen, van de stoomboot zagen afdragen.

Sint-Nicolaas bezoekt ’s-Hertogenbosch uit het prentenboek Sint Nicolaas reis door Nederland 1876.

Aankomst SintNicolaas bij het stadhuis, 29 november 1936

De kleinen begrepen dat daarin wel zouden zijn de lekkernijen en geschenken door den Heiligen Man voor hen meegebracht. Nadat al die koffers en kisten waren geladen op eenen grooten wagen bespannen met twee prachtige paarden, en Sint Nicolaas door den president van Koninginnedag den heer W. Suijling, namens de talrijke kinderen was welkom geheeten, stelde men zich in optocht. Met de muziek aan het hoofd, Sint Nicolaas in het midden met achter hem de zwaar beladen wagen met geschenken, trok men onder fijnen motregen, die intusschen nederviel doch geen afbreuk deed aan de feestelijke stemming, stadwaarts. De tocht door de stad was waarlijk een zegetocht. Overal langs den weg stond het zwart van de menschen; voor de ramen stonden overal de vaders en moeders met hunne kleintjes, die den heiligen man beschroomd toewuifden om eerst, wanneer hij voorbij was, het gezichtje tot een lachje te plooien. Aan het stadhuis werd halt gehouden. Hier steeg de Heilige Man van zijn paard. Statig beklom hij de trappen van het gemeentehuis en zetelde zich voor de pui om daar af te wachten de brave kinderen en hun geschenken uit te reiken. Nadat met begeleiding van de muziek door de kinderen eenige Sinterklaasliedjes waren gezongen, kreeg ieder kind een heerlijken man van taaitaai met een mooi prentenboek. De extra geschenken, een 400-tal, die zouden worden verloot bestonden in: kinderpakjes, kleine biljarts, kegelspellen, tollen, harmonica’s, teekendoozen, bouwdoozen, chocolade, prenten- en leesboeken, pijpjes, speculaas, worsten, bons voor steenkolen, dassen, schorten, doeken, naaidoozen, hoedjes, baretten, lapjes voor jurkjes, serviezen, schrijfgarnituren enzovoorts, te veel om op te noemen. Wegens het slechte weder, de regen viel hoe langer hoe meer, kon de verloting van geschenken, jammer genoeg geen voortgang hebben, en die werd later in het openbaar gehouden in de achterzaal van café Place Royale. Toen der kinderen allen taaitaai en prentenboeken waren uitgedeeld, nam de Heilige Man, door de commissieleden daarheen geleid, zijn intrek in het hotel ‘ de Gouden Leeuw’ alwaar de Spaansche vlag was uitgestoken, Hem ter eere. Hier werd hem door de

vereeniging Koninginnedag nogmaals dank gebracht voor zijn goedheid om Den Bosch te bezoeken en werd hulde gebracht aan de firma Van der Schuijt voor het beschikbaar stellen harer prachtige boot, aan het lid der vereeniging Koninginnedag, den heer Jan Krijbolder, die wel het meest het bezoek van St. Nicolaas aan Den Bosch had weten te bewerken en den secretaris der vereeniging voor zijn goede bedoelingen. Aan de Vereeniging Koninginnedag past hier zeker wel wederom een woord van hulde voor het organiseeren van dit kinderfeest, dat gister zooveel hartjes gelukkig heeft gemaakt, en die voor de zooveelste maal heeft getoond te kunnen wat zij wil. Niet minder hulde aan de verschillende gevers der geschenken, die zoo rijkelijk voor den dag zijn gekomen, en allen die hebben bijgedragen om dit kinderfeest, het weder buiten rekening gelaten, zoo goed te doen slagen. De uitslag der verloting zal in deze courant morgen nader worden bekend gemaakt. De cadeaux kunnen ook morgen worden afgehaald in de groote zaal der Societeit casino om 6 uur ’s avonds door de jongens en te 7 uur door de meisjes. In de vitrines der heeren Pierre Weijnen en A.C. Verhees prijken reeds welgeslaagde foto’s van de aankomst van St. Nicolaas Foto’s: Fotobureau Het Zuiden, collectie Stadarchief

KringNieuws november 2010, jaargang 36 nummer 6

9


B

Bewakers van het culturele erfgoed (slot) W Een serie artikelen over de werkgroepen van de Kring die samen het Kenniscentrum (KC) vormen

Heraldiek is de (hulp)wetenschap die zich bezig houdt met de betekenis van wapens op schilden. Om duidelijk te maken welke ridder in de Middeleeuwen zich verschool onder een harnas en helm of om aan te geven tot welke partij men behoorde werden door middel van kleuren en symbolen versieringen aangebracht op de schilden. Het gebruik van die afbeeldingen op wapens was aan allerlei afspraken gebonden. Naast vooral adellijke families, bisdommen en kloosters werd het na de riddertijd eveneens een goed gebruik dat ook staten, steden en gegoede burgers ter onderscheiding een eigen wapen gingen voeren.

Het oude Bossche station met ingekleurde wapenschilden.

Op woensdag 20 februari 2002 werd de eerste bijeenkomst gehouden van de nieuwe Werkgroep Heraldiek van de Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch. Als doelstelling van deze werkgroep werd gekozen voor: ‘Het inventariseren en bestuderen van de heraldiek in het algemeen en binnen de gemeente ’s-Hertogenbosch in het bijzonder’ onder het motto: ‘Heraldiek steengoed’. De werkgroep bestaat thans uit de leden René Vroomen (voorzitter), Martien Veekens (secretaris), William Coolen, Ine de Bresser, Wilhelmine Bouwman en sinds kort Gert Beuving. De wapenstenen op het spoorwegstation Al geruime tijd is de Werkgroep Heraldiek bezig met het realiseren van het rapport De Wapenschilden van de drie Bossche stations/Heraldische sporen in steen. Na de voltooiing zal het rapport worden aangeboden aan het gemeentebestuur en de afdeling Bouwhistorie, Archeologie en Monumentenzorg en aan de directie

10

KringNieuws november 2010, jaargang 36 nummer 6

van de Nederlandse Spoorwegen. Ondertussen is er al een concept-inventarisatie van de wapenstenen, die nog aanwezig zijn op het huidige Bossche station. Tijdens verschillende vergaderingen is dit concept in details besproken en waar nodig aangepast. Met verscheidene instanties werd contact gelegd: Stadsarchief ’s-Hertogenbosch, Brabants Historisch Informatie Centrum, Utrechts Archief (NS). Enkele fotografen ( Jan Gielisse, Paul Kriele en Gerard Monté) zorgden voor prachtige opnamen van de wapenstenen. Via Theo van de Sanden van het Utrechts Archief werden fraaie opnamen in zwart-wit verkregen. William Coolen zorgde voor veel bruikbaar tekst- en illustratiemateriaal. In het rapport zullen door de werkgroep enkele suggesties worden gedaan, die tot een historisch en heraldisch verantwoorde aanpassing (met name betreffende een her-inkleuring) van de huidige wapenstenen nabij en rondom het station moeten leiden. Als basis voor de kleuren van de provinciewapens is uitgegaan van Nederlandsche Gemeentewapens door mr. W.J. Baron d’Ablaing van Giessenburg (april 1887). Er zal een wapenbeschrijving worden geformuleerd zoals die oorspronkelijk is vastgelegd en in de literatuur is terug te vinden. De herschildering van de wapenstenen moet gebeuren zoals in deze beschrijvingen staat aangegeven. De rechterpagina’s in het rapport tonen de verantwoorde en geïllustreerde beschrijvingen en de linkerpagina’s de op A4-grootte getekende wapenstenen in de gewenste kleuren, die tevens als werktekeningen dienst kunnen doen. In het rapport worden de exacte plaatsen vermeld waar de wapenstenen zich momenteel bevinden. De wapenstenen in het rapport worden genummerd in de volgorde vanaf het hoofdgebouw via de vleugel, het portaal en de zuiltjes. Wapens op de grafzerken in de Sint‑Catharinakerk Ton Wetzer is voornemens om ook de grafzerken in de Sint-Catharinakerk in zijn Bossche Encyclopedie te beschrijven. Daarbij komen naast beknopte genealogieën van de overledenen ook de eventuele wapens aan bod. De Werkgroep Heraldiek is gevraagd de heraldische bijdrage te leveren. Wapenbord uit de Evangelisch-Lutherse kerk in de Verwersstraat William Coolen zal te zijner tijd een artikel schrijven over dit wapenbord van Günther van Holstein-Beck voor het Heraldisch Tijdschrift. Het wapenbord is in het bezit van het Noordbrabants Museum.


Werkgroep Heraldiek Martien Veekens

Het stadswapen van ‘s-Hertogenbosch

Wapensteen van de voormalige Vughterpoort De Werkgroep Heraldiek heeft contact gezocht met de Werkgroep Het Kleine Monument met het verzoek tot plaatsing van een plaquette bij de steen met het Rijkswapen van de oude stadspoort, aanwezig in de muur achter het Noordbrabants Museum, bij het Bogaardenstraatje. Waarschijnlijk wordt de steen uit de muur gehaald en krijgt deze een nieuwe plaats, waarna de werkgroep voor een bijpassende tekst gaat zorgen. De wapenschilderingen in de kapel van het voormalig klooster van de Ongeschoeide Karmelietessen in de Clarastraat. Een vraag daarover door mevrouw dr. Denise de Costa heeft de werkgroep op het spoor gezet, dat leidde naar enkele adellijke families als De Brouchoven de Bergeyck (met name Graaf Florimond) en Gillès de Pélichy. In de Extra Editie van het KringNieuws van juni 2010, werd onder de titel Wapens in het klooster van de Theresiaantjes reeds een publicatie hierover verzorgd. Het project JBAC: Gulden Vlies 1481 René Vroomen, voorzitter van de werkgroep, heeft gesprekken gevoerd met Thomas Vriens en Joop Thissen over de wapenborden van de ridders van het Gulden Vlies uit 1481. De werkgroep gaat de heraldische beschrijvingen behorend bij de wapenborden achterhalen en vastleggen.

De leden van de Werkgroep Heraldiek. V.l.n.r: Martien Veekens (Bergeijk), René Vroomen (Echt), Ine de Bresser (Den Bosch), William Coolen (Berkel-Enschot) en Gert Beuving (Veghel). Wilhelmine Bouwman (Den Bosch)

Lakzegels waarvan fragmenten zijn gevonden in Bossche beerputten Een nieuw verzoek tot medewerking kwam van de Werkgroep Archeologie. Deze werkgroep werkt samen met de BAM. De stadsarcheoloog Ronald van Genabeek heeft ondersteuning gevraagd bij het nader onderzoeken van lakzegels, waarvan fragmenten zijn gevonden in Bossche beerputten. Verdere onderzoeksterreinen De werkgroep heeft nog vele plannen en onderwerpen waaraan in de toekomst enige aandacht kan worden besteed. Wij noemen er enkele: • de zuiltjes op de Parade, • de heraldiek in het Zwanenbroedershuis, • de heraldiek in de Sint-Janskathedraal, • de heraldiek in het Stadhuis. Heraldische stadswandelingen Van meet af aan zijn er ook plannen geweest voor het realiseren van heraldische stadswandelingen. Deze zijn speciaal gericht op de gebouwen in de stad die versierd zijn met gevelstenen en/of uithangborden. Tijdens deze wandelingen kan kennis worden opgedaan over de heraldiek in het algemeen en die van de stad in het bijzonder. Cursus Heraldiek in ’s-Hertogenbosch tbv Boschlogie III Enige tijd geleden is er gesproken over de medewerking van de werkgroep bij het opzetten van een module Heraldiek voor de cursus Boschlogie III. Als daar in het voorjaar van 2011 voldoende belangstelling voor bestaat, zijn leden van de werkgroep bereid om hieraan hun medewerking te verlenen. Tenslotte Voortdurend wordt veel tijd besteed aan het bestuderen van het rijke scala aan literatuur die de heraldiek tot onderwerp heeft. Heeft men aan belangstellenden kopieën uitgereikt van artikelen over de heraldieke en houdt men elkaar op de hoogte van heraldisch interessante momenten (onder andere aankondigingen van tentoonstellingen). Regelmatig worden afspraken gemaakt over de aanwezigheid tijdens heraldische bijeenkomsten waar leden van de werkgroep een nuttige aanvulling kunnen zijn. Verder blijft men open staan voor projecten waarmee de werkgroep actief bezig kan zijn om de heraldiek in de gemeente ’s-Hertogenbosch verder te ontrafelen.

KringNieuws november 2010, jaargang 36 nummer 6

11


V

Vrijwilligersdag 2010

Foto’s Ellie de Vries

12

KringNieuws november 2010, jaargang 36 nummer 6


O

Opleidingen dit winterseizoen Gerard ter Steege

Iedere vrijwilligersorganisatie kent naast de dagelijkse zorg voor de vrijwilligers ook de zorg voor het op peil houden van een verantwoord vrijwilligersbestand. Ook het bestuur van de Kring kent deze zorgen. Het winterseizoen is bij uitstek de gelegenheid om nieuwe vrijwilligers op te gaan leiden voor één van de vele taken die bij of door de Kring worden verzorgd. In het achter ons liggende winterseizoen zijn zes torengidsen opgeleid, die ondertussen allemaal het certificaat hebben behaald. In het komende winterseizoen staan twee belangrijke opleidingen op de rol. De opleiding voor stadsgids en die voor schippergids zijn in oktober van start gegaan. Het initiatief voor het opstarten van een cursus ligt bij het bestuur, daarbij geadviseerd door de betrokken coördinatoren. De laatste opleiding voor stadsgids dateerde al weer uit 2006 toen dertig nieuwe stadsgidsen zijn opgeleid. Ook bij de schippers was een jaartje overgeslagen maar heeft men de draad nu weer opgepakt. Beide opleidingen worden aangestuurd door een opleidingsteam. Voor de stadsgidsen bestaat dit team uit Pien Barendregt, Trudy Kuipers en Ton Govaars in de praktijk bijgestaan door ervaren stadsgidsen als mentoren. Dick de Rooy is de opleidingscoördinator bij de Binnendieze. Hij wordt hierbij ondersteund door Gerry Brullemans, Johan Strang en Henk Janssens. Bij het praktische vaargedeelte worden een aantal ervaren schippers als instructeur ingezet. Beide opleidingen kennen een theorie en een praktijk gedeelte.

Stadsgidsen Omdat het al weer een aantal jaren was geleden dat de opleiding voor stadsgidsen was gegeven is eerst het opleidingstraject geëvalueerd en zijn enkele wijzigingen aangebracht. Niet langer een opleiding van twee jaar omdat is gekozen voor strengere toelatingseisen. Een eerste vereiste om te worden toegelaten tot de opleiding is de eis dat de cursussen Boschlogie 1 en 2 met succes zijn gevolgd. In het verlengde hiervan

moet een toelatingstoets worden gemaakt, waarbij het behalen van een voldoende nodig is om door de selectieprocedure te komen. De huidige opleiding bestaat uiteindelijk uit 10 cursisten. Naast het volgen van vijf modules wordt ook verwacht dat veel via zelfstudie wordt aangeleerd. De modules die worden verzorgd zijn: De historie van ’s-Hertogenbosch en het Hertogdom Brabant; De Sint Jan, kerken en de kloosters; Vestingstad/Waterstad; Bouwhistorie en architectuur en de module Jeroen Bosch. Deze laatste module wordt samen met de schippers in opleiding gevolgd en ook ingepast in het programma van de na- en bijscholing stadsgidsen (en schippers). In het praktijkgedeelte wordt eerst samen met mentoren de stad verkend. In het volgende stadium oefenen de gidsen met elkaar onder het toeziende oog van de mentor. In het laatste stadium is de cursist actief in de stad met ervaren gidsen. Het belangrijkste doel van de opleiding en van het opleidingsteam is om alle cursisten de opleiding met goed gevolg te laten doorlopen. Uiteindelijk moeten de cursisten in staat zijn om als zelfstandige stadsgids de gasten op een correcte wijze kennis te laten maken met de vele facetten van onze historische stad. Schippers In het komende winterseizoen volgen veertien kandidaten de opleiding schippergids Binnendieze. Na een oproep in de Bossche Omroep hadden zich vele belangstellenden gemeld. Bij deze selectieprocedure is vooral gelet op geschiktheid, beschikbaarheid en sociale vaardigheden. In de beslotenheid van de boot moet de schippergids in staat zijn om probleemloos door de smalle waterstromen te varen en daarbij tegelijkertijd de gasten op een verantwoorde wijze te kunnen gidsen. Bij de theorie is veel aandacht voor de historie van de stad en verder staan de waterlopen

KringNieuws november 2010, jaargang 36 nummer 6

13


O K van de Binnendieze centraal. De geschiedenis van de restauratie van de Binnendieze (1973-1998) neemt daarbij een vooraanstaande plaats in. In de praktijk zitten de cursisten iedere week op het water. Weer of geen weer, kou en regen moeten worden getrotseerd om het varen volledig onder de knie te krijgen. De instructeurs leren de aspiranten om met de boten te manoeuvreren zonder de muren te raken, lastige bochten te nemen, te keren in een nauwe doorgang, achteruit te varen en een boot af te meren. Alle fijne kneepjes van het schippersvak worden geoefend om voldoende vaardigheid te krijgen. Na verloop van tijd wordt over het theoriegedeelte een toets afgenomen, waarvoor een voldoende moet worden gehaald. Daarna begint het lastigste deel van de opleiding, het combineren van het varen en het gidsen door de waterlopen. Uiteindelijk moet bij een ‘proeve van bekwaamheid’ en voor het gidsen en voor het varen een voldoende worden gehaald. Pas daarna kan de cursist als aspirant schipper aan de slag bij de start van het vaarseizoen medio april 2011. Het bezitten van het ‘Klein Vaarbewijs’ is een ‘must’ voor alle schippers die varen op de Binnendieze.

Beide opleidingen vragen van de cursisten veel doorzettingsvermogen, oplettendheid en zelfleerzaamheid. Dit is nodig om aan het eind van de opleiding het zo zeer gewenste certificaat in ontvangst te kunnen nemen. De Kring gaat bij al haar activiteiten voor kwaliteit. Een eis, die de lat hoog legt. Maar met de beschikbaarheid van gekwalificeerde opleidingteams is dit geen brug te ver.

Foto’s: Ed Hupkens, Gerard ter Steege

14

KringNieuws november 2010, jaargang 36 nummer 6

Kennismaking nieu

In het verleden hield het Kringbestuur op gezette tijden een kennismakingsbijeenkomst voor nieuwe Kringleden. Deze activiteit werd op een gegeven moment stopgezet. Afgelopen juni vond een doorstart van dit gebeuren plaats. Onlangs kon voor de tweede keer een groep nieuwe Kringleden zich op de hoogte laten stellen van de activiteiten van de Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch.

22 nieuwe Kringleden maakten eind september hun opwachting in het Kringhuis aan het Lombardje. Namens het Kringbestuur waren Antoinette de Vries en Peter van Gurp aanwezig, Jos Holland vertegenwoordigde het Kenniscentrum. Inleiding en afsluiting waren in handen van Jos Holland. In de presentatie van Antoinette de Vries stonden vooral de vragen ‘Wat is de Kring?’ en ‘Waar ben ik in terecht gekomen?’ centraal. Kring Vrienden is een professionele vrijwilligers­ organisatie, met – kortweg omschreven – als doelstelling: bijdragen aan het behoud van het culturele erfgoed van ’s-Hertogenbosch. Er staan bijna 3.000 personen ingeschreven als lid, van wie er ongeveer 375 actieve vrijwilligers zijn. Organisatorisch kent de Kring een ‘nat bedrijf’ (vaartochten Binnendieze en Singelgracht), een ‘droog bedrijf’ (stadswandelingen en objectrondleidingen), het Kenniscentrum (14 werkgroepen) en de ondersteuning (balies, gastvrouwen/gastheren, administratie). Peter van Gurp beantwoordde vooral vragen van het aandachtig luisterende en actieve publiek. Daarnaast ging hij in op de rol van de Kring als vraagbaak en adviseur van de gemeentelijke en provinciale overheid en andere cultuurhistorische organisaties. Organisatie Kring De officiële naam van het ‘nat bedrijf’ is Vaarbedrijf Binnendieze. Qua personele organisatie bestaat het uit de bedrijfsleiding (ook wel ‘waterleiding’ genoemd), baliemedewerkers, technische dienst, schippers en instructeurs. Er wordt met 17 open boten (kleine van 12 en grote van 16 personen) gevaren op de Binnendieze in en onder de middeleeuwse binnenstad en op de Singelgracht. Vanaf komende wintertijd gaat

Profiel van een vrijwilliger: - cultuurhistorische belangstelling - interesse voor/verknocht aan ’s-Hertogenbosch - hoeft geen geboren Bosschenaar te zijn - moet voldoende beschikbaar zijn - is sociaal vaardig, kan in teamverband werken - deskundigheid op specifiek gebied is meegenomen.


uwe Kringleden Ed Hupkens

Inleider Jos Holland verwelkomt nieuwe leden.

er ook gevaren worden op de Dommel, richting Kasteel Maurick. Daartoe is een grotere, dichte salonboot besteld.

Antoinette de Vries.

Het ‘droog bedrijf’ bestaat uit baliemedewerkers, stads- en objectgidsen en de planning en ondersteuning. Stadsgidsen nemen groepen mensen mee op een wandeling om de mooiste plekken van ’s-Hertogenbosch te laten zien. Objectgidsen verzorgen rondleidingen in cultuurhistorische objecten, zoals de Sint-Jan en de Sint-Janstoren, Sint-Jansmuseum, Sint-Cathrienkerk, Stadhuis, Citadel, Kruithuis, Zwanenbroedershuis, kerk Bokhoven, Begraafplaats Orthen.

Peter van Gurp.

Het Kenniscentrum (KC) zorgt voor de afstemming van de activiteiten van de (cultuurhistorische) werkgroepen. Het KC initieert en coördineert de communicatie tussen de werkgroepen en het Kringbestuur. Werkgroepen reageren op plannen en initiatieven van de gemeente, eigenaren en ontwikkelaars. Zij stellen toekomstgerichte plannen op, participeren in overleg- en adviescommissies, adviseren het Kringbestuur en andere organisaties. Er zijn 14 werkgroepen: Verzamelaars, Het Kleine Monument, Openbare Ruimte, Kerken en Kloosters, Industrieel Erfgoed, Empel, Heraldiek, Toponymie, Bouwplannen, Binnendieze, Vestingwerken, Molens, Archeologie en Jeroen Bosch. Vrijwilligers kunnen zich bijscholen via de cursussen Boschlogie I, II en III. Daarnaast kennen de stads-, object- en schippergidsen hun eigen, interne opleidingen en bijscholingen. De ondersteuning verleent uitlopende diensten, zoals het verkopen van vaartochten en wandelingen via de Kringbalies aan de Parade 23 en de Molenstraat 15A. In de Kringwinkel zijn tientallen boeken en tijdschriften te koop. Vrijwilligers verwerken reserveringen en boekingen, stellen (groeps) arrangementen op. In het Kringhuis dragen de gastvrouwen en -heren er zorg voor, dat vergaderingen en presentaties op een rolletje verlopen. Opgericht in 1973, is de Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch een bloeiende en groeiende club van vrijwilligers. De Kring fungeert vaak als vraagbaak en adviseur vanwege de grote expertise van de vele vrijwilligers. De Kring heeft geen commerciële en politieke belangen. Wilt u als Kringlid ook eens een kennismakingsbijeenkomst bijwonen, meldt u zich dan aan. Dat kan per mail algemeen@kringvrienden.nl of telefonisch 073 - 612 49 18.

KringNieuws november 2010, jaargang 36 nummer 6

15


R

René Vogels 25 jaar molenaar

In 1976 werd Het Gilde van Vrijwillige Molenaars opgericht. Men was tot het besef gekomen dat het voor het behoud van molens ook nodig was om goede molenaars op te leiden. Een molenaar draagt grote verantwoordelijkheid; een gerestaureerde molen vertegenwoordigt vaak een aanzienlijke waarde en goed beheer is een eerste vereiste. Het Gilde van Vrijwillige molenaars verzorgt de opleiding voor nieuwe molenaars. Voor deze opleiding staat minimaal 2 jaar; onderdeel van deze opleiding is een aantal praktijkstages. Als je eenmaal dit diploma hebt kun je op alle molens in Nederland molenaar worden.

Peter van den Dungen Elke zaterdag van 9 tot 12 uur is de molen in Rosmalen te bezichtigen. Samen met Piet Lemmens houdt hij die molen draaiend. René vindt molenaar een heel mooi vak, dat nooit gaat vervelen. Hij heeft een beetje ‘de klap van de molenwiek’ gekregen. Een molen is niet alleen technisch een interessant object, maar ook de plaats van de molen in de (middeleeuwse) samenleving is

een bron van onuitputtelijke studie. Hij geniet van de wind die door de molen raast, het kraken en piepen; een molen -vooral een houten- voelt als een soort van zeilschip, dat reageert op de wind. René weet ook veel van de maatschappelijke en culturele kant van molens; zo kan hij inmiddels zo’n 300 familienamen noemen, die iets met molens te maken hebben: smulders, mueller, mulder, meulenreek enzovoorts. Vanuit het fenomeen molens is hij de geschiedenis beter gaan begrijpen. Hij is erg onder de indruk van de organisatie die nodig was om de Schermer en de Beemster te bemalen. Dat speelde lang geleden in het begin van de 17e eeuw. In 1980 begon René Vogels met deze opleiding. In 1984 sloot hij de opleiding af met het diploma en het jaar daarop begon hij als molenaar op de molen in Rosmalen. Hij is daar dit jaar 25 jaar mee bezig. “Voor dat je het weet ben je 25 jaar molenaar”. Ooit is dit begonnen als een hobby maar het is nu een beetje uit de klauwen gelopen. Inmiddels leidt hij ook nieuwe molenaars op. De belangstelling voor het molenaarsvak groeit nog steeds.

16

KringNieuws november 2010, jaargang 36 nummer 6

Hij vindt het nog steeds een heel leuke hobby en hij geeft zijn kennis ook graag door anderen; eenmaal een onderwijsman altijd een onderwijsman. Zijn liefde voor de Rosmalense molen is ook heel goed te begrijpen: hij heeft zijn vrouw in Rosmalen leren kennen, heeft lesgegeven aan de Sparrenburg MAVO en was jaren trainer van basketbalvereniging The Black Eagles. Foto’s: Peter van den Dungen


G

Geslaagd jubileumconcert Gerard ter Steege

Het was druk zaterdagavond 30 oktober in het sfeervolle Jheronimus Bosch Art Centrum tijdens het concert bij gelegenheid van het tienjarig bestaan van het Binnendiezekoor.

Het Binnendiezekoor met spreekstalmeester Sander van de Geel. Rechtsboven: de dirigenten Theo Kroon, Fred van de Grint en Cora van Rijn.

De organisatie had naast het eigen koor drie gerenommeerde koren - CantáRos, Vught Vocaal en het Rosmalens Mannenkoor - uitgenodigd om het slot van het jubileum een waardige apotheose te geven.“Tien jaar geleden hebben de initiatiefnemers vast niet gedacht dat het Binnendiezekoor in 2010 een jubileumconcert zou organiseren en nog wel in de voormalige St. Jacobskerk in de Hinthamerstraat“, aldus de voorzitter, Bernadette Woerdman. De huidige dirigent van het koor, Theo Kroon, typeerde de start als ‘een verzameling schippers die liedjes zongen’. In de loop van de tijd is het onder zijn leiding verder ontwikkeld, met nu ook meerstemmige liederen op het programma. De zangtechniek is sterk verbeterd en bovendien is de nodige ervaring opgedaan tijdens optredens in de stad en ver daarbuiten. Enkele hoogtepunten in het tienjarig bestaan waren het optreden vanuit de boten in het Voldersgat terwijl de koningin door de Grote Hekel kwam aanvaren, het bezoek en de concerten in Trier, maar het meest indrukwekkende was het zingen voor de bevrijders van de stad. Gevarieerd programma Tijdens het jubileumconcert werd een zeer gevarieerd programma aan de vele bezoekers voorgeschoteld. Sander van de Gevel wist een en ander op een speelse wijze aan elkaar te praten. Het Binnendiezekoor opende verrassend het programma met een ‘Entree Binnendiezekoor’, een compositie van Theo Kroon. Verder zongen de koorleden verschillende liederen uit hun repertoire waaronder ‘Van Hekel tot Hellegat’ en ‘Goeie Ouwe Binnendiest’. Het koor ‘CantáRos’ kent zijn oorsprong vanuit het ensemble Dubbel

Zes. Het zong voornamelijk klassieke, moderne en Barbershopachtige nummers. Opvallend was het lied van Paul Cadow ‘Drei epigramme 1-2-3’, een technisch lastig nummer dat uitstekend werd vertolkt. Vught Vocaal had nummers gekozen over de liefde, de natuur en over het water. Dit koor sloot zijn bijdrage af met het lied ‘The saucy sailor’. Een lied dat gaat over een meisje dat zich laat verleiden door een ruwe zeebonk. Het Rosmalens Mannenkoor manifesteerde zich als een hedendaags koor met een eigen identiteit. Met Nederlandse en buitenlandse liederen wist het de zaal op een uitstekende wijze te boeien. Het concert werd beëindigd met een gezamenlijk optreden van de vier koren. Vol enthousiasme en samen met een enthousiast publiek werd het overbekende ‘Dat gaat naar Den Bosch toe, Zoete Lieve Gerritje’ gezongen. Maar ook met het bekende ‘Glory, Glory Hallelujah’ uit John Brown deed de zaal graag mee. Met een applaus bedankt het publiek de koren voor het programma en waren er natuurlijk bloemen. Na afloop van het concert was er nog gelegenheid voor de aanwezigen om na te genieten onder het genot van een drankje. Het Binnendiezekoor kan terugzien op een geslaagd jubileumconcert. Het blijft aan de weg timmeren of varen en richt zich daarbij alweer op de toekomst. Op het verlanglijstje staan een bezoek aan Leuven en zingen tijdens Maritiem 2011. Het repertoire wordt steeds verder uitgebreid met als belangrijkste doel om de leden het zangplezier te laten behouden. “Dat valt niet altijd mee, want koorlid zijn vraagt veel van de leden” volgens Bernadette. Foto’s: Ed Hupkes

KringNieuws november 2010, jaargang 36 nummer 6

17


V

Van wie bende gij d’r eentje? Ed Hupkens

Op dinsdagmiddag 23 september 2010 heeft de werkgroep Het Kleine Monument van de Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch wederom drie spreukenstenen onthuld. Het drietal gevelstenen bevat typische Bossche uitspraken, die terug te voeren zijn op Domien van Gent. De werkgroep streeft ernaar om panden te voorzien van een Bossche zegswijze. Bij de stenen spreuken gaat het in feite om een lijst van Domien van Gent met uitdrukkingen in het Bossche dialect. Hij had het plan opgevat om overal in de stad een muursteen aan te brengen met daarop een typisch Bosch gezegde. Op recommandatie van Het Kleine Monument hebben in de afgelopen 20 jaar bijna 40 eigenaren hun woning of bedrijfspand voorzien van een Bossche spreuk in steen. De nieuwe, pas verschenen, ludieke speurwandeltocht Sint-Janswandeling voert langs een aantal van de spreukenstenen. Een tweede wandeltocht, de Havenroute, komt binnenkort uit en voert eveneens langs enkele spreukenstenen. Beide wandelroutes zijn verkrijgbaar bij de Kringbalies en de VVV.

bij de steenhouwers,” lichtte hij in onvolprezen Bosch dialect toe. Roger Schouten kreeg van Nort Lammers een buukske over Domien van Gent èn de Sint-Janswandeling uitgereikt. Samen met zijn vriendin Michelle Willems verrichtte Schouten de onthulling, op de muursteen staat ‘spul van de rul’. Marcel Ploegmakers was aanwezig met zijn prachtig gerestaureerde ijscokar de Rul, de uitgedeelde ijsjes gingen er prima in. Lammers: “Spul van de Rul past vergimmes goed bij Roger zelves en ôk bij den Peer.” De plechtigheid werd besloten met een brandewijntje met suiker.

Het spul van de Rul smaakte als vanouds.

18

Spul van de Rul De start van de onthulling van de spreukenstenen vond plaats op Handelskade 13-14, bij Populier Tuinmeubelen van Roger Schouten. Volgens Nort Lammers, voorzitter van Het Kleine Monument, is een gevelsteen niet alleen waardevol voor de werkgroep en de stad, maar ook voor de steenhouwers. “Want als je zo’n steen op je façade hebt, dan behoor je

KringNieuws november 2010, jaargang 36 nummer 6


Van wie bende gij d’r eentje? Het gezelschap wandelde vervolgens naar Kruisbroedersstraatje 17, waar Bert Vennix woont. “Beste Bert, een echte Bosschenaar,” begon Nort hier zijn toespraak. “Ge kent heel veul mense; maar van wie bende gij d’r eentje? Bert is er ene van Vennix. Ge wit wel, van den dieje.” De in 1935 geboren Bert liet een oorkonde uit 1942 zien, ter gelegenheid van de viering van het 25-jarig huwelijk van zijn ouders Bert en Truus Vennix-Smulders. Ook Bert ontving van Nort het boekje Oe gotte kèk daor met informatie over Domien van Gent èn de Sint-Janswandeling. Samen met Nort verrichtte Bert de onthulling van de steen met de spreuk ‘van wie bende gij d’r eentje?’ Ook hier werd de ceremonie afgesloten met een brandewijntje met suiker.

Nort Lameers feliciteert Roger Schouten. Bert Vennix met spreukensteen en oorkonde. Nort Lammers en het echtpaar SpermonMarijnen.

Ochèrrem Aan de Beurdsestraat 2 woont het echtpaar Jacques en Renée Spermon-Marijnen. Renée is onder meer bekend als voorzitter van Bewonersvereniging leefbare Binnenstad en van de gemeentelijke en provinciale politiek. Zij wilde een spreuk, die aan haar moeder zou herinneren. Na de toespraak van Nort en de overhandiging van boekje en Sint-Janswandeling, verrichtte het echtpaar de onthulling. Op de muursteen staat: Ochèrrem, het herinnert aan het stopwoordje van de moeder van Renée, die “Ochèrrem” zei als er iets was voorgevallen. Nort Lammers las een gedicht voor: Beste Jacques en Renée De Beurzenkiet is niet meer Verdwenen in de geschiedenis van de Hertogstad vroeger leefde het dialect zo echt daarom is het zo te prijzen dat jullie hier het weer terugbrengen Ochèrrem het Bossche dialect gaat dood, behalve in steen. Pelikaanfontein Aan het einde van de drie onthullingen nam Nort Lammers de gelegenheid te baat om een toelichting te geven op het gegeven, dat ’s-Hertogenbosch er een nieuw pleintje bij krijgt: Mariaplaats of Bogardenplaats. Dit pleintje komt aan de Weversplaats, en gaat grenzen aan de uitbreiding van het Noordbrabants Museum. De naam Mariaplaats is in beeld vanwege het feit dat de Plechtige en Stille Mariaomgang er langs komt. Maar wellicht wordt het de naam Bogardenplaats, vanwege het middeleeuwse Bogardenklooster waarvan afgelopen zomer de fundamenten zijn opgegraven. Op het plein is ruimte gereserveerd voor de natuurstenen,

sterk verwaarloosde fontein, die jarenlang op het Bastion Baselaar aan de Hekellaan heeft gestaan, en nu in renovatie is. Het Kleine Monument heeft zich 22 jaar ingezet om herstel en terugkeer van de fontein te realiseren. Pas de laatste twee jaar kwam er schot in de zaak, mede dankzij bouwhistoricus Harry Boekweit van de BAM. De onder de naam Pelikaanfontein bekend staande springbron was een geschenk aan de stad van de firma Lamers & Indemans (later Interpharm). Herplaatsing van de fontein wordt verwacht eind 2012, begin 2013. Na deze toelichting nodigde het echtpaar Renée en Jacques Spermon-Marijnen de gasten uit in hun woning, waar zij werden onthaald op hapjes en drankjes. Foto’s: Ed Hupkes

KringNieuws november 2010, jaargang 36 nummer 6

19


B

Beeld van Eloy Geert Donkers

Aan de gevel van een statig huis aan het Julianaplein bevindt zich een beeldje van Sint-Eloy (of Eloi of Eligius). De goudsmid Carel Teulings liet de panden Julianaplein 15 en 17 in het begin van de 20ste eeuw bouwen door architect J. Dony. Aan de achterzijde van de woningen, aan de Mayweg, lag de werkplaats van Teulings. Hier werden liturgische voorwerpen voor de katholieke kerk gemaakt, maar ook onderdelen voor de klederdracht van boerinnen uit de Meierij. Het was kennelijk een florerend bedrijf.

Beeld Julianaplein.

Beeld Van der Does de Willeboissingel.

De patroonheilige van de edelsmeden was Sint-Eloy. Vandaar het beeld van deze heilige aan de gevel. Het is gehakt uit natuursteen en is ongeveer 85 cm hoog. Eloy werd rond 590 geboren in de buurt van Limoges in Frankrijk. Hij was eerst hoefsmid en werd daarna goudsmid en muntmeester aan het Merovingische hof. Na de dood van koning Dagobert verliet hij het hof. Hij werd priester en in 641 bisschop van Noyon en Doornik. Hij predikte het christendom onder andere in Vlaanderen. In 660 stierf hij. Volgens een legende had Eloy een knecht die bij lastige paarden de poot eraf haalde, het hoefijzer eronder plaatste en de poot er weer aanzette. De knecht in het verhaal was Christus. Eloy zou tijdens zijn leven prachtige reliekschrijnen voor een aantal heiligen gesmeed hebben. Eloy wordt traditioneel uitgebeeld in bisschoppelijk ornaat. Als attribuut draagt hij meestal een hamer, een tang, een hoefijzer of aambeeld. De hamer heeft soms een kroontje. Helaas heeft het beeld van Eloy aan het Julianaplein zijn attributen verloren. Een foto van enkele decennia geleden laat zien dat Eloy in de linkerhand een bisschopsstaf draagt en rechts een hamer met een kroontje. De maker van het beeldje wordt alom als onbekend vermeld. Aan een van de pilaren in de kathedrale kerk van Sint-Jan is ook een Eloy of Eligius geplaatst. Het is een beeld uit het atelier van Hendrik van der Geld. Een vergelijking met het beeldje aan het Julianaplein levert wel een heel verrassende overeenkomst op. Zowel de uitbeelding van de heilige als de plooival in de gewaden zijn identiek. Alleen is het beeld in de SintJan beduidend groter. Nu kon men in een neogotisch atelier met een bepaalde techniek een beeld vergroten of verkleinen al naar gelang de wens van de klant. Het beeldje van Eloy aan het Julianaplein zou zo maar uit het atelier van Hendrik van der Geld afkomstig kunnen zijn. Het verdient ook daarom een spoedige restauratie. Ook aan de Van der Does de Willeboissingel 61 vestigde zich een goudsmid. C. Lucassen begon hier in 1915 zijn bedrijf en liet als teken van zijn ambacht een beeld van Sint-Eloy aan de gevel aanbrengen. Eloy is afgebeeld als bisschop met een merkwaardig wapenschildje in de hand. Op het schildje is Eloys attribuut, een hamer met kroontje, te zien. Foto’s: Nik de Vries

KringNieuws is het minimaal zes maal per jaar verschijnend tijdschrift van Kring Vrienden van ’s‑Hertogenbosch. Redactie: Nik de Vries (voorzitter), Peter van den Dungen, Ed Hupkens, Jan Korsten, Gerard ter Steege, Ellie de Vries (fotografie) en Johan Strang (bestuur). Vormgeving: Egbert van den Berg en Jack van Elten Redactie-adres: Secretariaat KringNieuws Postbus 1162, 5200 BE ’s‑Hertogenbosch E-mail: redactie@kringvrienden.nl Druk: Opmeer drukkerij bv, Den Haag Oplage 3.050 stuks Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen zonder schriftelijke toestemming van de redactie. De redactie heeft getracht alle rechthebbenden van het illustratiemateriaal te achterhalen. Personen of instanties die desondanks van mening zijn aan deze uitgave aanspraken te kunnen ontlenen wordt verzocht om contact op te nemen met de redactie.

Secretariaat Postbus 1162 5200 BE ’s‑Hertogenbosch E-mail: algemeen@kringvrienden.nl Internet: www.kringvrienden.nl Betalingen: ING Bank 3119716 Jaarlijkse bijdrage minimaal € 17,50 Kringhuis Lombardpassage 14 Kringbalie Parade 23 (Theater aan de Parade) Telefoon 073 - 613 50 98 Telefax

073 - 614 60 21

Ma. gesloten Di. tot en met za. van 10.00 - 17.00 uur, zon- en feestdagen van 12.00 - 16.00 uur.

20

KringNieuws november 2010, jaargang 36 nummer 6


KringNieuws november 2010