Page 1

Kring Nieuws UITGAVE VAN KRING

VRIENDEN VAN ’S‑HERTOGENBOSCH

JAARGANG 39 NUMMER 1 FEBRUARI 2013

Vooraf 2 Een groene boot

3

Zoete Lieve Gerritje, zijn leven, zijn vonnis en zijn dood 4 Wedstrijd 6 Bossche Broek geeft unieke vondst prijs

7

Bossche klokken (4)

8

Restauratie van de Grasso

9

Antwerpen Anders: met LEF naar de Scheldestad 13 De hertogen van Brabant (3) 14 De zwarte panter

15

Een nadere kennismaking (4) 16 Hier staoi ik dan (7)

17

Een gefortificeerd etentje

18

JBAC viert feest

20

Korte berichten

21

Nieuwe lichting Vestingboschlogen 22 Uit de Oude doos

23

We waren er weer dichtbij… 24 Paradepaardjes 25 Vreemde soldaten

26

Opdrachtgevers Jheronimus Bosch

27

Beeld van Maria

28

Winter in het

Bossche Broek


V E Vooraf

Nik de Vries Namens de redactie feliciteer ik u, leden van de Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch. Immers, dit jaar vieren we het 40-jarig bestaan van de Kring en dat betekent dat u als vrienden mee jubileert. In dit nummer vindt u een uitnodiging voor het Open Kringhuis op 10 maart: alle leden zijn welkom in het prachtige Kringhuis aan de Parade. Hoewel KringNieuws pas 39 jaar bestaat, vieren we het jubileum gewoon mee. Natuurlijk heeft de redactie ook wat plannetjes. In dit nummer vindt u de eerste foto, behorend bij een zogenaamde ladderwedstrijd. Weet u waar de foto gemaakt is, dan doet u zomaar mee voor een leuke prijs. En aan het eind van het jaar verloten we nog een prijs onder degenen die de meeste goede antwoorden hebben gegeven. Daarnaast starten we een kleine rubriek Uit de oude doos. Hierin treft u steeds een artikel uit het verleden van het KringNieuws. We hebben hier nog een ander idee mee, maar daarvoor moeten we de penningmeester nog eens heel lief aankijken… Verder in dit nummer een aantal bekende rubrieken: Hier staoi ik, Beeld van…, De hertogen van Brabant en de bouw van de Sint-Jan, Bossche klokken. De werkgroep WINDE heeft een uitgebreid artikel gestuurd over de restauratie van de Grasso. De werkgroep LEF nodigt u uit mee te gaan naar Antwerpen. Er is de nodige aandacht voor Jheronimus Bosch. Daarnaast treft u een aantal gevarieerde artikelen, voor elk wat wils. Uiteraard is de redactie altijd op zoek naar pakkende verhalen over ’s-Hertogenbosch. Als u er een weet, aarzel niet en mail het naar ons. Geen tijd of zin om te schrijven: laat het ons weten en iemand van de redactie komt graag langs om uw verhaal op te nemen. Uiterste datum van inleveren voor het volgende nummer is 1 maart. Ik wens u opnieuw veel kijk- en leesplezier.

Foto voorpagina: Ellie de Vries Naar aanleiding van de vondst van vuurstenen uit het mesolithicum trokken we Het Bossche Broek in. Daar maakte Ellie de sfeerfoto van de voorpagina. Elders in dit nummer vindt u een artikel over de vuursteenvondst.

2

KringNieuws februari 2013, jaargang 39 nummer 1

Een groene boot

Een van de vele aantrekkelijke zaken die ’s-Hertogenbosch rijk is, is het natuurgebied Het Bossche Broek, grenzend aan de Bossche binnenstad. Daarnaast zijn er kleinere natuurgebieden als de Moerputten en de Heinis. In deze gebieden, en ook elders, zijn nog steeds restanten van het beleg van 1629 door Frederik Hendrik zichtbaar. Soms voor iedereen die rondkijkt, soms met wat meer moeite, soms vrijwel verborgen. Stichting De Groene Vesting beijvert zich deze Linie levend te houden en te maken. Reden voor KringNieuws om een bootgesprek aan te gaan met drie heren die een verschillende inkijk beloven te bieden. Bioloog Rob de Vrind is uiteraard de man van de biologische aspecten, Roderick van de Mortel, voormalig wethouder in ’s-Hertogenbosch en nu burgemeester van Vught, vertegenwoordigt de bestuurlijke laag en historicus Henk Smeets werpt al vele jaren geschiedkundige blikken op Vught en omgeving. De boot wordt bestuurd door Gerard ter Steege, foto’s worden gemaakt door Ellie de Vries en Michele van den Heuvel completeert het selecte groepje.

Rob de Vrind trapt af met de opmerking dat zaken rond het beleg tot nu toe vooral een Bosch ‘feestje’ zijn geweest. Hij wil er graag meer gemeenten bij betrekken: de Linie ligt ook op het grondgebied van Vught en Sint-Michielsgestel. Het betreft een groot buitengebied vol natuurschoon en cultuurhistorie. Daarnaast is het op geomorfologisch gebied het mekka van Nederland, naast Nijmegen. Net als de Binnendieze en de historische binnenstad van ’s-Hertogenbosch heeft ook de Linie een grote toeristische potentie. “Als je een groene gemeente hebt als Vught, willen er veel mensen wonen en dat zorgt voor economische voorspoed,” aldus Rob. Vught erbij Henk Smeets beaamt het beeld van het Bossche feestje. Het stuk over Vught is het minst uitgewerkt en dat is jammer. Er is in Vught veel documentatie over het beleg en de vesting. “In het Vughts Historisch Museum proberen we het beeld van 1629 duidelijk te maken, vooral met behulp van prenten en goede kaarten. Met name de kaart van de belegering Expugnatio Sylvae Ducis uit 1631 is behoorlijk betrouwbaar en zeer gedetailleerd en daarmee zijn veel sporen te vinden,” vertelt Henk. Hij gaat verder: “In Vught zelf zijn – op het eerste gezicht - relatief weinig sporen aangetroffen, behalve enkele wegen die nog steeds hetzelfde lopen, de Lambertustoren en uiteraard Kasteel Maurick. Een belangrijke opdracht is het terugvinden van sporen op de Vughtse Hei.”


Ed Hupkens en Nik de Vries

Van links naar rechts: Rob de Vrind, Roderick van de Mortel en Henk Smeets.

Roderick van de Mortel gaat hierop in: “In de Gement zijn misschien nog heipalen van de dijk aanwezig. Daarnaast is er een nieuw reliëf van een redoute in de Moerputten gevonden.” Ook op de Vughtse Hei zijn resten van redouten herontdekt: de Drie Gesusters. Dat gebeurde via de kaart en aanvullende hoogtemetingen.

Henrick, Boschdwinger, Wezelwinner, prince van Oranje. In 1984 gaf uitgeverij Distel een door Coen Free van commentaar voorziene editie hiervan uit. De Vughtse Hei is weliswaar slechts een klein gebied, maar is uiterst belangrijk voor de cultuurhistorie, niet alleen van ’s-Hertogenbosch en Vught, maar van heel Nederland. Binnenkort verschijnt een boek over de historie en de natuur van de Vughtse Hei. Een kleine discussie ontbrandt als we het gaan hebben over samenwerking. Bij de ontwikkeling van Maurick is er al sprake van samenwerking tussen de gemeente Vught en de Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch. Hopelijk mondt die samenwerking uit in een rustpunt voor de boot van de Kring die over de Dommel heen en weer vaart. Het allerbelangrijkste is in dezen samenwerking binnen de regio. “We gaan ons als regio profileren, dat is heel belangrijk,” aldus een bevlogen Roderick van de Mortel. Kernwoord hierbij is volgens hem: bezieling. Mensen in de drie betrokken gemeenten moet duidelijk gemaakt worden hoe spannend het verder ontwikkelen van de Linie, de Groene Vesting, ook voor hen is. Alleen door bezielde samenwerking kunnen we een toeristische attractie van Europees formaat ontwikkelen. Als het aan de drie gasten op de boot ligt,

We gaan ons als regio profileren, dat is heel belangrijk! Vughtse Hei Als we het hebben over het belang van de regio voor Europa, kunnen we haast niet om de Vughtse Hei heen. Na de inname van ’s-Hertogenbosch in 1629 heeft hier een feesttent gestaan, waar talloze belangrijke heren (en dames) uit heel Europa hun opwachting maakten. “Aller ogen van Europa waren gericht op de Vughtse Hei,” geeft Roderick aan. “Daarna werden de legerplaatsen overspoeld door noordelijke toeristen. Deze mensen waren nieuwsgierig naar het mooie ’s-Hertogenbosch, toen de tweede stad van de Nederlanden.” Kunstenaars hebben het beleg en de inname van ’s-Hertogenbosch vereeuwigd. Een voorbeeld is een schilderij van Paulus (Pauwels) van Hillegaert, dat beschouwd kan worden als een persfoto avant la lettre. Ook een schrijver als Joost van den Vondel deed verslag van het beleg. In 1629 verscheen in Amsterdam diens Zegesang ter eere van Frederick

gaat deze ontwikkeling zo snel mogelijk van start. Wie gaan de kar trekken? Ligt hier een schone nieuwe taak voor de Kring? We bedanken Rob de Vrind, Roderick van de Mortel en Henk Smeets voor hun enthousiaste bijdragen aan het bootgesprek. De Stichting De Groene Vesting is een initiatief van bewoners van ‘s-Hertogenbosch en omstreken om de Linie van Frederik Hendrik uit 1629 rond de stad weer zichtbaar en beleefbaar te maken en te houden. Via de site – www.degroenevesting.nl – kunt u zelf op onderzoek uitgaan en ontdekken wat er zoal op en rond de Linie in 1629 speelde, wat er nu te beleven is en wat er in de nabije toekomst nog te gebeuren staat. Een van de initiatieven van De Groene Vesting is het ontwikkelen van wandelingen die delen van de historische Linie zichtbaar en invoelbaar maken. Foto: Ellie de Vries

KringNieuws februari 2013, jaargang 39 nummer 1

3


Z

Zoete Lieve Gerritje, zijn leven, zijn vonn Zoete Lieve Gerritje houdt de gemoederen nog steeds bezig. Was hij/zij een boerinnetje uit de Meierij, een soldatenhoertje of een ter dood veroordeelde crimineel? In het boek Banditisme in de Franse tijd, profiel van de Grote Nederlandse Bende 1790 - 1799 van Florike Egmond, een uitgave van de Bataafse Leeuw uit 1986, worden kort de bendeleden beschreven. In de tijd 1790 - 1799 opereert er een netwerk van roversbenden in Holland en Brabant. Een van die groepen is de Hollandse Bende, die vooral in 1798 ook regelmatig in Brabant op rooftocht gaat. Een van de leden is Gerrit Geessinck (in het vonnis Geesing). Als je het boek van Florike Egmond leest, wijst alles er op dat Gerrit Geessinck hoogstwaarschijnlijk onze ‘Zoete Lieve Gerritje’ is.

‘Onze’ Zoete Lieve Gerritje bij de opstapplaats van de Binnendieze­ tochten.

4

Zijn leven Gerrit Geessinck is geboren in 1779 als zoon van een schildersbaas. Hij heeft vele beroepen uitgeoefend, zoals schildersknecht, bediende bij een makelaar en een wijnkoopman en handelaar (vooral op kermissen) in textiel. Hij leeft een losbandig leven, ligt voortdurend overhoop met zijn vader en steelt zelfs van zijn moeder haar gouden ketting en geld. Al snel raakt hij op het slechte pad. Zijn bijnamen zijn: Gerrit de Croaat, Lekkere Gerrit, de kleine jongen (omdat hij klein en tenger was) en Mietje van Wageningen. Tijdens een bijeenkomst in de Groningse Kelder in Amsterdam verschijnt Gerrit in een “fijne blaauwe lakense jas, witte vest met geele streepen, een doek met bloemen om de hals, een hoed met groen omtrokken op het hoofd, een rotting in en twee ringen aan de hand”. Hij komt ook bijna alle dagen in de herberg De Vergulde Druif. In het voorjaar van 1798 wordt hij daar waarschijnlijk voor de Hollandse Bende gerekruteerd. De bende opereert in verschillende samenstelling en pleegt in anderhalf jaar tijd zeker 30 roofovervallen waarbij Gerrit er zeker aan twaalf medeplichtig is. In het vonnis zijn er zeven bewezen geacht. In de zomer van 1798 heeft de bende haar werkterrein in de omgeving van ‘s-Hertogenbosch. In herberg de Pettelaer verschaft de waardin, Clasine van de Pettelaer, de boeven onderdak Boerderijen in de omgeving moeten het ontgelden. De bendeleden hebben na gedane arbeid wel eens zin in een verzetje. Gerrit treedt vaak op als travestiet. De gerechtsprotocollen in Banditisme in de Franse tijd melden hierover: “Ook in de herberg bij Den Bosch was Geesinck weer degene die de meeste grappen maakte en comedie speelde. Hij

KringNieuws februari 2013, jaargang 39 nummer 1

De bende opereert in ver en pleegt in anderhalf trok bijvoorbeeld vrouwenkleding aan en liep rond met een mand met eieren aan de arm intussen schertsend en lachend.” In december 1798 grijpt de politie Gerrit in Amsterdam in zijn kraag. Hij wordt verhoord, maar zwijgt in alle talen; pas op de morgen van zijn terechtstelling legt hij een korte bekentenis af. Zijn vonnis en dood Een beknopte samenvatting, in huidig Nederlands, uit het sententieboek van het Stadsarchief Amsterdam Bij het comité van Justitie te Amsterdam is ten volle gebleken, dat Gerrit Geesing, 20 jaar en geboren in Amsterdam, deel heeft uitgemaakt van een bende en medeplichtig was aan gewelddadige overvallen die deze bende pleegde.


nis en zijn dood Gerry Brullemans – Hij is medeplichtig bevonden aan een gewelddadige overval in de nacht van 14 op 15 juni 1798 in het veerhuis Den Tempel, tussen Mook en Grave. Buit was niet zo groot. Gerrit krijgt wel 4 à 5 zijden doeken. – Hij is medeplichtig bevonden aan een zeer gewelddadige overval bij Adriana Vermeer (83), in de buurt van Zwijndrecht in de nacht van 21 op 22 juli 1798. Om de sleutels van het kabinet in handen te krijgen, hebben twee van de bendeleden haar de keel dichtgeknepen, een mes op de keel gezet en met de dood bedreigd. Daarna een touw strak om haar nek gebonden en een kussen in de mond gestopt. Daarna werd zij zwaar lichamelijk mishandeld. Buit was weinig geld en veel linnengoed. – Hij is medeplichtig bevonden aan de roofoverval op Arend van der Touw op Roosenburg in de nacht van 10 op 11 augustus 1798. Arend, zijn vrouw en kinderen en ook de bedienden worden in de kelder opgesloten. In kasten en kisten vinden ze hun buit: 1500 à 1600 gulden en diverse gouden en zilveren voorwerpen. Ook stelen ze kleding. – Hij is medeplichtig bevonden aan de gewelddadige overval bij Mees Dekkers in Loon op Zand in de nacht van 16 op 17 augustus 1798. De vrouw van Mees wordt aan handen en voeten gebonden en meegenomen naar de slaapkamer waar de dochter

rschillende samenstelling f jaar tijd zeker 30 roofovervallen. en een nichtje slapen die ook worden vastgebonden. De dochter wordt losgemaakt om het geld van haar vader aan te wijzen. Terwijl de dochter weg is, wordt het nichtje op brute wijze verkracht door twee bendeleden. Doordat een buurman, die ’s nachts tussen 1 en 2 uur langs het huis kwam, alarm sloeg, zijn de rovers op de vlucht geslagen. Ze nemen gouden en zilveren sieraden en voorwerpen mee. De bewoners laten ze vastgebonden achter. – Hij is medeplichtig aan de roofoverval op de gezusters Johanna en Hendrien Dirks van Griensloon, op Den Dungen nabij ‘s-Hertogenbosch in de nacht van 18 op 19 augustus 1798. Een van de zussen is daarbij vreselijk mishandeld met een stuk hout. De rovers gaan er vandoor met Goud, Zilver en andere goederen (kant en zijde), maar ook met ruim 1000 gulden (volgens het boek van Florike zou er minstens 4000 gulden zijn buitgemaakt).

– Hij is medeplichtig aan de roofoverval bij Jan de Waal nabij Zeist in de nacht van 25 op 26 september 1798. De aanwezige boerenknechten worden aan handen en voeten gebonden en samen met de bewoners in de kelder opgesloten. De bendeleden doorzoeken het huis en de zolder, waarbij ze kisten en kasten hebben opengebroken en daarbij veel rommel gemaakt. De buit bestaat uit goederen, gelden (minstens 500 gulden), linnen en gouden en zilveren voorwerpen. – Hij is medeplichtig aan een inbraak in een winkelpand op de hoek van de Kalverstraat en de Luciasteeg in Amsterdam in de nacht van 23 op 24 oktober 1798. De buit bedraagt enkel een paar witte zijde kousen. Van alle gepleegde feiten heeft Gerrit zijn aandeel gekregen, behalve van de laatste inbraak. Aangezien het dus is bewezen, dat de bende waartoe de gevangene behoort, zich zodanig heeft gedragen dat men de feiten, ondanks alle mogelijk voorzorgsmaatregelen, niet heeft kunnen voorkomen en dat in een land van goede Justitie waar veiligheid van bezittingen en bescherming van personen het voornaamste doel van de maatschappij zijn, het ten zeerste noodzakelijk is dat deze en soortgelijke misdaden ten strengste worden tegengegaan en ter afschrikking streng worden gestraft. Zo heeft het Comité van Justitie in naam van het Bataafse Volk, de eis van de Procureur van de Gemeente en de verdediging van de gevangene gehoord hebbende, besloten om de gevangene zoals is geëist te veroordelen tot de dood. Hij zal op het schavot voor het Huis der Gemeente ‘met de koorde aan de galge worden gestraft dat er de dood navolgt’. Nadat het lichaam enige tijd is tentoongesteld zal het worden begraven op het Pestkerkhof buiten deze stad. Aldus geaccordeerd 22 januari 1800 door alle leden van het comité en uitgesproken 25 januari 1800. Ondertekend door de President Procureur der Gemeente en al de leden van het Comité van Justitie Conclusie Ik ben van mening, dat deze Gerrit voor 90% onze ‘Zoete Lieve Gerritje’ is. De woorden van het liedje dat wij allemaal wel kennen, krijgen nu een heel andere betekenis, maar zijn gezien de tekst hierboven wel correct. Foto: Ellie de Vries Bronnen: Sententieboek Stadsarchief Amsterdam Banditisme in de Franse tijd, profiel van de Grote Nederlandse Bende 1790 - 1799 van Florike Egmond.

KringNieuws februari 2013, jaargang 39 nummer 1

5


WB Wedstrijd

Bossche Broek geeft un

Nik de Vries

Omdat de Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch dit jaar 40 jaar wordt, lijkt het de redactie van KringNieuws leuk een doorlopende wedstrijd te lanceren. Het wordt een ladderwedstrijd: sommige lezers zullen de term wel herkennen.

Wat is de bedoeling? Elk nummer plaatsen we een foto van een detail van een gebouw, een deel van een bouwwerk, een opschrift of iets dergelijks. Alle foto’s zijn gemaakt in de Bossche binnenstad en het Zand. Aan u de taak ons te melden waar de foto gemaakt is. Dat kan via de mail van de redactie of via het Kringhuis (ter attentie van de redactie van KringNieuws) voor 2 maart. U kunt, als

u dat leuk vindt, uw inzending vergezeld doen gaan van een verhaaltje dat te maken heeft met het gebouw. Uit de goede inzendingen trekken we een winnaar (m/v) en die krijgt een prijs. In het volgende nummer geven we de oplossing door middel van een grotere foto en krijgt u de nieuwe opgave. Aan het eind van het jaar, dus na zes afleveringen, kijken we wie de meeste goede inzendingen heeft gepleegd en dan verloten we opnieuw een – iets grotere – prijs. Als het idee aanslaat, gaan we ook in 2014 en volgende jaren gewoon door. We wensen u veel plezier en succes! Foto: Ellie de Vries

6

KringNieuws februari 2013, jaargang 39 nummer 1

Ed Hupkens

Op 1 november 2012 heeft archeoloog Stefan Molenaar van de afdeling Bouwhistorie, Archeologie en Monumenten (BAM) een bijzondere vondst gedaan. Tijdens de aanleg van een amfibieënpoel langs de Sterrenbosweg in het Bossche Broek heeft hij fragmenten van bewerkte vuursteen aangetroffen. Het is aannemelijk, dat de vondsten dateren uit het mesolithicum en tussen de zevenduizend en negenduizend jaar oud zijn. Als er werkzaamheden in het Bossche Broek uitgevoerd moeten worden, wordt vooraf eerst archeologisch onderzoek verricht (standaardprocedure). In de buurt van een aan te leggen amfibieënpoel aan de Sterrenbosweg, is ooit een schat aan Karolingische munten gevonden. Desondanks heeft het gebied op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart een lage verwachting. Daarom was het archeologisch onderzoek beperkt tot een controle van de ontgraving. Bij zijn komst ter plaatse zag Stefan Molenaar grillig gevormde plekken/vlekken. “In eerste instantie dacht ik niet aan grondsporen; met een bats heb ik enkele lagen modder afgeschaafd, zodat je een mooi egale oppervlakte krijgt”, geeft Stefan aan. Plotseling hoorde hij een tik van de schop, en er kwam een vuursteentje (1 x 2 cm) tevoorschijn. Bij nader onderzoek bleek het een artefact te zijn, een niet door de natuur gevormd object. “Vuursteen is van een glasachtige samenstelling, waarmee je scherpe randen krijgt als je erop slaat. Bovendien is het goed aan te scherpen. Bewerkte vuursteen is zeer bruikbaar als (snij)gereedschap, bijvoorbeeld voor het schrapen van huiden, maar ook kun je er pijlpunten van maken”, licht Stefan toe.

Antropogeen Hoe kun je nu zien dat hier sprake is van een antropogeen, een door mensen gemaakt, object? Dorsaal (rugzijde) waren plekken waarneembaar, waar andere vuursteenfragmenten op systematische wijze waren afgeslagen. Ventraal (buikzijde) was een slagbult aanwezig; het slagvlak is het punt waarop geslagen wordt, de resultante is een slagbult. “Met neusvet kun je een slagbult glimmend maken”, demonstreert Stefan. Als je met een houten voorwerp (zoals een gewei) afslaat, krijg je een kleine slagbult; dat wordt een ‘zachte percussie’ genoemd. Sla je met een steen af, dan krijg je een grovere, grotere slagbult (‘harde percussie’). In het tijdvak paleolithicum (300.000 tot 10.000 jaar v. Chr.) kwamen naast zachte percussies vooral harde percussies voor, met korte en gedrongen slagbulten. In de periode daarna (mesolithicum) zag je meer zachte percussies, met ‘klingen’: hierbij is de lengte groter dan de breedte. Maar al vanaf circa 35.000 jaar v. Chr. (laat-paleolithicum) werden her en der klingen


nieke vondst prijs in het Bossche Broek voor. De vuurstenen zijn door mensen langs de Maas verzameld, in de vorm van zogeheten ‘Maaseitjes’. Jagers-verzamelaars waren de gebruikers van vuursteen, hun leven hing er letterlijk van af. Jagers-verzamelaars uit het mesolithicum kenden het Bossche Broek waarschijnlijk erg goed. Voor hen was het een aantrekkelijk gebied door de ruime aanwezigheid van voedsel in de vorm van vissen, vogels en kleine zoogdieren. Vanuit een (tijdelijk) basiskamp gingen groepjes mannen op jacht, de vrouwen verzamelden fruit, knollen en noten. De gevonden vuursteenfragmenten zijn, na gebruik, in het Bossche Broek weggegooid. Herwaardering verwachtingskaart De archeologen waren verrast door de vondst. Vuursteen is voor ‘s-Hertogenbosch op zich niet uniek, de vindplaats in het Bossche Broek is dat wel. De archeologische verwachtingskaart van de BAM kent

Vuursteen is van een glasachtige samenstelling, waarmee je scherpe randen krijgt als je erop slaat. BAMarcheoloog Stefan Molenaar.

Dorsaalzijde eerste vuursteenvondst.

vervaardigd. Typerend voor het mesolithicum zijn de zogenaamde microlithen, kleine fragmenten vuursteen die gebruikt werden om een pijl mee te bewapenen. Hierdoor waren ook de kleinere vuursteenbrokken bruikbaar voor verwerking. Heel bijzonder Tijdens zijn studie archeologie in Leiden had Stefan Molenaar veel met vuursteen gewerkt; in een fractie van een seconde herkende hij het geluid van de tik tegen de schop en het daarna opgeraapte fragment. Hij belde stadsarcheoloog Ronald van Genabeek van de BAM, die direct voor overleg naar het Bossche Broek kwam. Zij besloten tot het maken van meer kijkgaten. Er kwamen meer vuurstenen tevoorschijn, gevonden op ongeveer 20 cm onder het huidige maaiveld. De archeologen troffen verder een intacte bodem aan, dat wil zeggen dat de bodem stabiel was met een goede doorstroming van het hemelwater. De bodemgrond was niet door grondbewerking verstoord of verplaatst geweest. Daardoor konden de vondsten op hun oorspronkelijke plek verzameld worden. Vuursteen (bestaat vooral uit siliciumoxide) komt van nature niet

het gebied een lage verwachting toe. Gelet op de nu aangetroffen resten van bewerkt vuursteen, zal echter opnieuw bekeken moeten worden of ook elders in het Bossche Broek mesolithische vindplaatsen te verwachten zijn. Ook het landschapsbeeld van het terrein behoeft mogelijk bijstelling. “Wellicht bestaat de ondergrond uit een geaccidenteerd landschap, met hoogteverschillen die niet groter dan 50 cm zijn, met vele kreekjes en waterlopen. Een gebied dat veel flora en fauna aantrok en dus ook aanlokkelijk werd voor (tijdelijke) bewoning van jagers-verzamelaars”, aldus Molenaar. Hij vermoedt dat de toppen van de oorspronkelijke streek op enige momenten zijn afgegraven en afgevlakt, met als resultaat het huidige beeld van het Bossche Broek: een laaggelegen, drassig moerasgebied. Wellicht wordt het in de toekomst mogelijk om via moderne hoogtemetingen (vanuit een vliegtuig) het aanvankelijke landschap te achterhalen. Gebieden die nu weinig verwachting hebben, kunnen dan op deze wijze aangevuld en genuanceerd worden. Foto’s: Ed Hupkens

KringNieuws februari 2013, jaargang 39 nummer 1

7


B

Bossche klokken (4)

Februari 2013, wellicht bent u al weer gewend aan dat nieuwe jaartal. Bij de aankoop van tweedehands auto’s, maar ook van antiek, munten, postzegels of huizen houden we het jaartal in de gaten. Bij jubilea en andere historisch interessante gebeurtenissen zijn die getallen ook belangrijk. Ook op klokken spelen jaartallen een kenmerkende rol. Op vrijwel alle klokken staan als vaste gegevens de naam van de gieter en het gietjaar vermeld. Nadere aanduidingen als dag en uur komen we niet tegen. De menselijke maat vraagt niet om eeuwaanduidingen. Binnen de gietersroutine is een tijdsverslag in uren en minuten ‘binnenshuis’ voor de bedrijfsvoering wel interessant, buiten de beroepsgroep niet. Vergelijkbaar met de wijnbouwersmeldingen op fles zijn de jaargangen bepalend. Die duiden op een zekere kwaliteit.

Carillon Stadhuis.

Klankzuiver In de klokkengieterswereld wordt de kwaliteit beter met de jaren. De vaardigheden van een klokkengieter groeien door ontwikkeling uit ervaring. De klank van de klok is daarbij uiteraard een belangrijk item. ‘Natuurtonen’ worden als aangenaam ervaren, ook al worden die in weerwil van de naam grotendeels cultureel als gangbaar bepaald. Zo is bijvoorbeeld oosterse en Afrikaanse muziek in de loop der tijden anders gaan klinken dan westerse muziek.

Werkgroep Klokken kunnen merkbare invloed hebben op de materiaaleigenschappen van brons, en dus op de klank(en). Voor de fijnproevers: daar moet je dan wel oor voor hebben. Van Wou en Moer Het jaartal op de Mariaklok in de torenspits van het stadhuis – 1372 - in ’s-Hertogenbosch is meteen ook het startjaar van ’s-Hertogenbosch als gerenommeerde klokkengietersstad. Bijna 200 jaar nam de stad een vooraanstaande positie in in de klokkengieterswereld. Een nog steeds klinkende gietersnaam uit de 15de eeuw is die van Gobelinus Moer of Moor. Wijd en zijd leverde hij klokken: Arnhem, Gdansk in Polen, Saint Omer en Doui in Frankrijk stonden op zijn klantenlijst. Maar ook Bokhoven en ’s-Hertogenbosch. Stadsgenoot en ook klokkengieter was Geert van Wou. Zijn naam dwong eveneens alom respect af. Met trots meldt Utrecht nog steeds in de Domtoren een aantal Van Wou-klokken te bezitten. Collegiaal goten Gobelinus en Geert twee luidklokken voor de Eusebiuskerk in Arnhem met wisselende gietersmeldingen “Van Wou/Moer”en “Moer/Van Wou”. Later verhuisde Geert van Wou uit concurrentieoverwegingen naar Kampen.

Bijna 200 jaar nam de stad een vooraanstaande positie in in de klokkengieterswereld. In ’s-Hertogenbosch leeft zijn naam voort in een straatnaam: de Geert van Woustraat. Verrassenderwijs is Gobelinus Moer die eer nooit toebedeeld. Het Jheronimus Bosch Art Centre bezit nog een klok van Gobelinus, gegoten in 1482. Kleinzoon Jan Moor goot in 1552 een klok voor de Antonius Abtkerk in Bokhoven en in 1562 een klok voor de SintCatrienkerk in ‘s-Hertogenbosch.

Toren Bokhoven. Klokken in of aan gebouwen moeten dus klankzuiver klinken, maar ook samenklinken met gelui van klokken in de buurt. Bij beiaarden is het een voorwaarde om als muzikaal instrument een rol te kunnen spelen. Niet alleen de slagtonen, maar ook alle meeklinkende boventonen moeten welluidend bij elkaar passen. Dat vraagt om grote, speciale vaardigheden. Zeker ook daar waar beiaarden in de open lucht hangen. Weersomstandigheden

8

KringNieuws februari 2013, jaargang 39 nummer 1

Klinkende namen en klokken uit een roemrijk verleden. Het beluisteren dus extra de moeite waard. Wijn van een goed jaar kenmerkt zich door een mooie afdronk, mooie klokken kennen we aan hun zuivere ‘nazingen’. Geniet ervan! Foto’s: Jan de Bont


R

Restauratie van de Grasso

Het Grasso fabriekscomplex, gebouwd in 1912-1913 in Overgangsarchitectuur naar een ontwerp van de Tilburgse architect F.C. de Beer, wordt thans grondig gerestaureerd. Eigenaar is sinds 1998 de gemeente ’s-Hertogenbosch die de gebouwen voor dertien miljoen gulden aankocht. Kreeg het complex in dat jaar de status van gemeentelijk monument, in 2001 werd het opgenomen in het rijksmonumentenregister. Beschermd zijn het hoofdkantoor en achterliggende bebouwing en de fabriekshallen. Buiten de bescherming vallen de hal van de expeditie, het voormalig magazijn van Grasso International en de vleugel aan hal 3, een deel daarvan in de volksmond ook wel ‘woonhuis’ genoemd, met het daarnaast gelegen voormalig kantoor van Prevesco. De opdracht tot de restauratie is verleend door de gemeente ’s-Hertogenbosch. De restauratie wordt uitgevoerd door aannemer Nico de Bont. Het toezicht is in handen van de afdeling BAM (Bouwhistorie, Archeologie en Monumenten) van de gemeente ’s-Hertogenbosch.

Enorme schade aan de voorgevel van hal 1 van de fabriek. (Fotopersbureau Het Zuiden, oktober 1944, Stadsarchief ’s-Hertogenbosch). Zwaar beschadigde delen van het hoofdkantoor en fabriek. (Fotopersbureau Het Zuiden, oktober 1944, stadsarchief ’s-Hertogenbosch).

Oorlogsschade Tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog kende het fabriekscomplex een weinig bewogen geschiedenis. Hieraan kwam een abrupt einde toen de geallieerden in oktober 1944 bij hun opmars een offensief lanceerden met als doel ’s-Hertogenbosch te bevrijden. De Duitsers trokken zich terug op het Grassoterrein, maar moesten zich, na een aantal dagen strijd, terugtrekken. De ravage bleek groot: delen van het hoofdkantoor en fabrieken waren zwaar beschadigd. Direct na de bevrijding ging de aandacht van Grasso allereerst uit naar het herstellen van de schade in de fabrieken, zoals het repareren van bewerkingsmachines. Zo werd weer enigszins het productieproces op gang gebracht, want de vraag naar Grassoproducten groeide snel. Om die reden werd het herstel van de oorlogsschade aan de buitenzijde van het Grassocomplex pas in het voorjaar van 1945 opgepakt. Voor de restauratie van het metselwerk nam

Bertie Geerts Grasso in mei van dat jaar de in Vught woonachtige metselaar H. Dona in dienst. Onder zijn leiding werd samen met andere werknemers het beton- en metselwerk van hoofdkantoor en fabriek zo goed als mogelijk hersteld. De restauratie werd in 1947 afgerond. De restauratie anno 2012 Onder de huidige restauratie wordt verstaan het gefaseerd herstellen van de voorgevel en de buitenmuren ten zuiden en noorden (Koestraat) van de fabriek. Hoewel ook het dak van de fabriek opnieuw wordt geïsoleerd en waar nodig vernieuwd, valt dit niet onder de restauratie.

De voorgevel Bij de restauratie in 1945 werd veel ijzer verwerkt in het sierwerk op de gevel. Het ijzer is in de loop der jaren gaan roesten. Door roest (oxidatie) zet ijzer uit. Het gevolg is duidelijk te zien in de gevel: scheuren in beton- en metselwerk. Dat betekent dat het ijzer in de constructie verwijderd en vervangen moet worden. Een tijdrovend en arbeidsintensief karwei. Ook het ijzerwerk rondom de raamkozijnen vertoont roestvorming. De ijzeren balken boven de ramen en delen van het ijzeren raamframe zullen vervangen worden. Delen van het frame die nog intact zijn, worden opnieuw voorzien van een beschermlaag tegen roest. De ontstane scheuren worden opengehakt, waarna verankering en het opnieuw dichtmetselen volgt. Dit geldt ook voor het sierwerk op de gevel, dat nadien nog afgesmeerd wordt. Daarnaast worden zoveel als mogelijk slechte en beschadigde stenen in de gevel vervangen. Het betonen sierwerk is weggehakt en het ijzer verwijderd. Het sierwerk zal opnieuw worden gereconstrueerd.

KringNieuws februari 2013, jaargang 39 nummer 1

9


R

De pvc regenafvoer zal worden verwijderd en vervangen door een zinken regenafvoer, terwijl twee vergaarbakken opnieuw worden gemaakt naar het origineel.

Detail luchtfoto 1947. Na het voltooien van de restauratie gaf de directie van Grasso de KLM opdracht tot het maken van deze luchtopname. (KLMAerocarto). Scheuren zijn uitgehakt naast een ijzeren raamframe.

slechte financiĂŤle positie van de aannemer. Zo kon hij niet, of niet op tijd, verscheidene bouwmaterialen aanvoeren. Om vertraging van de bouw te voorkomen werden de bouwelementen niet in hardsteen uitgevoerd, wat oorspronkelijk de bedoeling was, maar in beton. Nadat het sierwerk op de gevel is afgewerkt en/of afgesmeerd, zal het worden gekeimd in de kleur van zandsteen (licht oker). Een behandeling die het sierwerk op de gevel oorspronkelijk ook heeft ondergaan. Restanten daarvan zijn nog deels op het huidige sierwerk zichtbaar.

Nadat een gedeelte van de gevel als proef met water onder druk is gereinigd, wordt deze door de BAM beoordeeld. Wordt het resultaat goed bevonden, dan zal de complete gevel deze behandeling ondergaan. Daarna worden de nieuwe ingemetselde stenen op kleur gebracht, waardoor ze (bijna) niet meer van de oude te onderscheiden zullen zijn. Behalve beton is er ook hardsteen in de voorgevel verwerkt. Een voorbeeld daarvan zijn de elementen in de gevel van hal 2 (robothal, aan weerszijden boven de ramen) en delen van enkele waterlijsten in de gevel van hal 1 (mechanische afdeling/voormalig magazijn) en de gevel van hal 3 (voormalige Prevesco hal). De reden waarom beide bouwmaterialen naast elkaar gebruikt zijn, moet gezocht worden in de perikelen tijdens de bouw in 1912-1913. Een verslag van de bouwwerkzaamheden uit die tijd spreekt over de Muren zuidzijde en noordzijde (Koestraat) De buitenmuren aan de zuid- en noordzijde van de fabriek ondergaan dezelfde behandeling. Stalen plaatsteunen die dienen tot borging van interne kranen worden verwijderd waarna de beschadigde stenen vervangen worden.

IJzeren (roestige) balk boven een raamwerk.

10

KringNieuws februari 2013, jaargang 39 nummer 1

Auteur Bertie Geerts (1964) is sinds 1981 werkzaam bij Gea Grasso, thans als kwaliteitsinspecteur en meettechnicus. Daarnaast is hij op vrijwillige basis bedrijfshistoricus en archivaris van Royal Gea Grasso Holding NV. Tevens auteur (mede auteur) van het jubileumboek Grensverleggend, 150 jaar Grasso en van verschillende boeken over de dorpen Engelen en Bokhoven, waaronder Engelen, grensdorp aan de Dieze.


van de daken van hal 1 en 3 werden gewijzigd. In 1986 startte men met de vernieuwing van het dak van hal 3. In 1990 werd een helft van het dak van hal 1 vernieuwd. Hoewel het in de bedoeling lag ook de laatste helft van dit dak te vernieuwen en de stalen spantconstructie te wijzigen, is dit er nooit van gekomen. Een van de redenen was de overname van Grasso door GEA in die tijd. Voor de nieuwe eigenaar had de vernieuwing van het dak destijds geen prioriteit. Thans heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed aan deze oorspronkelijke dakconstructie een hoge monumentale waarde gegeven. Daarnaast zal het dakbeschot van hal 2 deels worden vernieuwd waarbij de koepel boven de voormalige ‘natte hoek’ wordt verwijderd. Van de middenkoepel worden de oude glasplaten en golfplaten verwijderd en vervangen door nieuwe lichtdoorlatende platen. Het betonnen sierwerk is weggehakt en het ijzer verwijderd. Het sierwerk zal worden gereconstrueerd.

Een voorbeeld van het herstellen van een scheur in de zuidelijke buitenmuur van de fabriek. De nieuwe stenen worden later bijgekleurd.

Resten van een eerdere behandeling van keimen (licht oker) zijn deels nog aanwezig op het huidige sierwerk.

Overigens worden niet alle beschadigde stenen vervangen. Beschadigingen die het gevolg zijn van granaatinslagen tijdens de Tweede Wereldoorlog zullen onaangeroerd blijven. De oorlogsschade is onder meer zichtbaar in de vierde travee van de zuidelijke buitenmuur van de fabriek. Direct na de oorlog waren deze beschadigingen niet belangrijk genoeg om te herstellen, omdat de aandacht uit ging naar de restauratie van de voorzijde van het complex. Thans hebben deze beschadigingen een cultuurhistorische waarde. Ook hier geldt dat de muren met water onder druk gereinigd worden en dat de nieuw ingemetselde stenen worden bijgekleurd. De sierlijsten op de zuidelijke en noordelijke buitenmuren zullen over de volle lengte (100 meter) van de fabriek worden doorgetrokken. Het dak Eind jaren tachtig van de vorige eeuw liet Grasso de daken van de fabriek gefaseerd vernieuwen. Ieder opvolgend jaar werd een helft van een dak vernieuwd waarbij de stalen spantconstructies boven de zijbeuken Het dak van de drie hallen wordt van buitenaf voorzien van isolatieplaten waarover een bitumen dakbedekking wordt aangebracht. De transparante kunststofplaten die in hal 1 en hal 3 het daglicht doorlaten, zullen worden vervangen door nieuwe transparante platen. De restauratie loopt parallel aan de interne verbouwingen van de fabriek, uitgevoerd door aannemer Hazenberg. Als dit jaar beide projecten zijn afgerond, is dit precies honderd jaar nadat de nieuwbouw van de fabriek werd opgeleverd. Dat was in augustus 1913.

KringNieuws februari 2013, jaargang 39 nummer 1

11


R A

Antwerpen Ander De werkgroep L(ezingen)E(xcursies)F(ietstochten) organiseert op donderdag 21 maart een bezoek aan Antwerpen. Bij voldoende belangstelling wordt de excursie herhaald op donderdag 18 april. U brengt een bezoek aan het Museum Aan de Stroom (MAS), maakt met een gids een wandeling door de joodse wijk, gebruikt daar een koosjere, warme lunch en u krijgt tijd om zelf in de oude wijk rond de kathedraal te wandelen.

Het MAS is een ontwerp van het Nederlandse bureau Neutelings Riedijk Architecten. Hun ‘stapelhuis’ werd uitgekozen uit 55 inzendingen uit de hele wereld. Het museum staat op de plek van het vroegere Hanzehuis, een 16de-eeuwse opslagplaats. Het MAS is bekleed met rode Indische zandsteen. De platen hebben vier kleur­ schakeringen, die via een uitgekiend patroon zijn verdeeld. Het MAS bundelt de collecties van het voormalig Etnografisch Museum, het Nationaal Scheepvaartmuseum en het Volkskundemuseum. Onder leiding van een gids volgt u de zogenaamde Quick-tour door het MAS: u bezoekt de themazalen Wereldstad en Wereldhaven en via de glaspartijen geniet u van een groots uitzicht op stad en haven, met

Resten van granaatinslagen in de vierde travee van de zuidelijke buitenmuur.

De voorste (oostelijke) helft van het dak van hal-1 herbergt nog de oorspronkelijke stalen spantconstructie

Tot slot Grasso is thans een modern innovatief bedrijf dat dit jaar gehuisvest zal zijn in een gerestaureerd monumentaal pand. Op zich is dat al bijzonder. Nemen we daarin mee dat Henri Grasso het fabriekscomplex destijds heeft laten bouwen ter uitbreiding van de koeltechniek en het produceren van koelcompressoren, waar het bedrijf thans nog steeds actief in is, dan wordt iets bijzonders tot iets unieks, zelfs in landelijk opzicht.

Groots uitzicht op stad e met als hoogtepunt he als hoogtepunt het panorama vanaf het dakterras. In Antwerpen wonen ongeveer 20.000 orthodoxe joden, geconcentreerd in de wijk naast de diamantwijk, op enkele minuten loopafstand van het Centraal Station. De wijk noemt men daarom wel Joods Antwerpen. Antwerpen hoort met New York, London, Bnei Brak en Jeruzalem tot de grootste gemeenschappen van ultra-orthodoxe

Foto’s: Stadsarchief, KLM Aerocarto en Bertie Geerts

Regels begijnhof.

12

KringNieuws februari 2013, jaargang 39 nummer 1


rs: met LEF naar de Scheldestad Werkgroep LEF Het programma van de reis ziet er als volgt uit (eventuele wijzigingen voorbehouden): 08.00 uur 09.30 uur 10.00 uur 11.30 uur 12.00 uur 13.30 uur 15.30 uur 16.00 uur 18.00 uur 19.30 uur Het MAS in Antwerpen.

joden ter wereld. Tientallen synagogen, scholen, liefdadigheidsinstellingen en verenigingen zorgen voor een omgeving, waarin deze joden, als zij dat willen,

vertrek bus NS-station, ‘s-Hertogenbosch-Oost. koffie/thee+muffin in Café Storm in het MAS. bezoek en rondleiding door het MAS, Quick-tour. per bus naar Restaurant Hoffy’s. koosjere warme lunch (3 gangen) met uitleg joodse spijswetten. wandeling met een stadsgids door de joodse wijk. per bus naar de Groenplaats, gelegen ten zuiden van de kathedraal. tijd om zelf de oude stad te verkennen. vertrek per bus; voor onderweg: twee belegde broodjes en een flesje Spa. aankomst ‘s-Hertogenbosch, NS-station Oost.

en haven, et panorama vanaf het dakterras. Straatbeeld joodse wijk.

afgezonderd van de niet-joodse wereld kunnen leven. Wat is zo bijzonder aan godsdienst, gebruiken, levens­ gewoonten en feesten van deze joodse Antwerpenaren? Op deze en andere vragen krijgt u een antwoord. In het sobere, stijlvolle restaurant Hoffy’s, waarin het accent ligt op de koosjere (volgens de joodse spijswetten ingerichte) keuken, gebaseerd op eenvoudige middelen en verfijnde smaak, gebruikt u een warme lunch (3 gangen), tijdens welke u uitleg krijgt over de joodse spijswetten. Aan het eind van het bezoek krijgt u tijd om zelf deze mooie, oude stad te verkennen. Ingang begijnhof.

Inschrijving en deelname U kunt voor deze reis inschrijven aan de balie van de Kring Vrienden, Parade 12 te ’s-Hertogenbosch; het inschrijfformulier kan ook op verzoek worden toegestuurd. Telefoonnummer Kringbalie 073-613 50 98. Attentie: de uiterste inschrijfdatum voor de reis van 21 maart is donderdag 21 februari en die voor 18 april is maandag 18 maart (dus elke keer een maand vóór vertrek). Vermeld duidelijk namen, adres, telefoonnummer (06-nummer, indien aanwezig), en/ of emailadres, lidmaatschapsnummer Kring, speciale wensen zoals dieet (soort). De deelnameprijs per persoon voor deze reis bedraagt € 85. Na ontvangst van uw inschrijving ontvangt u een bevestiging met nota, in de bus krijgt u een infomapje met stadsplattegrond. Foto’s: Johan Strang

KringNieuws februari 2013, jaargang 39 nummer 1

13


D

De hertogen van Brabant (3)

Reeds tijdens het leven van Jan III zijn zijn drie zonen overleden. Alleen zijn dochter - Johanna - blijft in leven. De wens van Jan III is, dat Brabant niet opgedeeld wordt en daarom wordt voor zijn dood nog besloten, dat Johanna (1322 – 1406) hem als hertogin van Brabant zal opvolgen en dat zij zal trouwen met Wenceslas, de zoon van de koning van Bohemen. Pas na de dood van haar eerste echtgenoot, Willem IV van Holland, in 1345 trouwt Johanna met Wenceslas. Het huwelijk blijft kinderloos.

De SintVictorskroon in de Sacraments­ kapel van de Sint-Jan.

14

Door onenigheid met haar schoonbroer Lodewijk II van Male, vlucht Johanna in 1356 naar ’s-Hertogenbosch. Uit dankbaarheid voor de goede behandeling die zij daar krijgt, schenkt zij de stad haar hertogelijk wapen met de leeuwen van Brabant en Limburg. Deze worden opgenomen in het wapen van de stad, dat toen alleen maar een gouden boom droeg. Men staat inmiddels aan de vooravond van de bouw van een nieuwe kerk: de gotische Sint-Jan. In 1366 wordt - naast Johannes de Evangelist - Maria genoemd als tweede patroonheilige van deze kerk. In die periode wordt ook het mirakelbeeld van Maria gevonden en wordt de Sint-Jan een bedevaartskerk. Intussen probeert hertogin Johanna haar taak zo goed mogelijk te vervullen, maar dat valt haar niet mee. Zij krijgt steun van Filips de Stoute van Bourgondië en samen met hem brengt zij een officieel bezoek aan ‘s-Hertogenbosch in 1372. In 1406 sterft Johanna op 84-jarige leeftijd. Als herinnering aan haar heeft men haar op een wimberg aan de Sint-Jan een plaats gegeven. Deze wimberg is nu te zien in het SintJansmuseum.

KringNieuws februari 2013, jaargang 39 nummer 1

Resy Rabou Opvolging? Maar wie moet/mag haar nu opvolgen? De hertog van Gelre heeft al met begerige ogen naar Brabant gekeken, maar ook de hertog van Bourgondië laat zich niet onbetuigd. Na veel geharrewar en door toedoen van de Brabantse steden wordt uiteindelijk besloten, dat het hertogdom Brabant wordt toegewezen aan Anton (1384 – 1415), de tweede zoon van Filips van Bourgondië en Margaretha van Male, een tante van Johanna. Als Anton aan het bewind komt, is de schatkist zo goed als leeg vanwege de oorlog tegen Gelre door Filips van Bourgondië. Anton heeft het niet gemakkelijk en om aan geld te komen moet hij juwelen en kostbaar servies van Johanna verkopen. Opnieuw wordt de strijd tegen Gelre aangebonden en hertog Anton zorgt zelf voor wapenlieden en er wordt proviand ingekocht: boter en kaas, 16 ½ mud tarwe, 80 mud rogge, 8.000 gerookte bokkingen, 23 ossen… Maar helaas moet Anton de strijd tegen Gelre opgeven. Als hij zijn broer Jan zonder Vrees te hulp schiet - tijdens een gevecht in de 100-jarige oorlog - sneuvelt Anton tijdens de slag bij Azincourt op 25 oktober 1415. Hij is pas 31 jaar. Jan IV Zijn opvolger wordt zijn zoon: hertog Jan IV (1403 – 1427). Deze huwt in 1418 op 15-jarige leeftijd met de 17-jarige Jacoba van Beieren. Daarbij speelt Jan zonder Vrees - zoon van Filips van Bourgondië - een duidelijk bemiddelende rol. Jan van Brabant is echter een man, die weinig belangstelling heeft voor politiek en liever op herten gaat jagen dan zijn vrouw bijstaan met haar problemen in haar andere gebieden: Holland, Zeeland en Henegouwen. 1419: rampjaar voor ’s-Hertogenbosch . Een grote brand breekt uit. Maar in plaats dat Jan IV naar ’s-Hertogenbosch gaat om zijn volk te troosten, verlaat hij heimelijk de stad om zijn hofhouding te gaan reorganiseren ten nadele van zijn vrouw Jacoba… Aan de Sint-Jan wordt gestaag doorgewerkt en inmiddels is een groot deel van het hoogkoor klaar. Het huwelijk van Jan loopt op de klippen en er ontstaat een conflict tussen Jan IV en de vriend van Jacoba, hertog Humfred van Gloucester uit Engeland. De Bosschenaren gaan uiteindelijk mee ten strijde ten gunste van Jan IV en veroveren daarbij de SintVictorskroon, die nu nog te bewonderen valt in de Sacramentskapel van de Sint-Jan. In 1427 sterft Jan IV, 24 jaar jong. Hij wordt als hertog van Brabant opgevolgd door zijn broer Philips van St.Pol (1404 – 1430). Deze sterft onverwacht in 1430 op weg naar zijn bruid… Foto: Ellie de Vries


D

De zwarte panter

Sommigen onder u zullen bij bovenstaande titel denken aan een fameuze voetbalkeeper, maar deze heeft niets met ‘s-Hertogenbosch te maken. Nee, de titel hoort bij een lezing die prof. dr. Jos Koldeweij op 24 oktober 2012 gaf in het goed gevulde Jheronimus Bosch Art Center (JBAC). De volledige titel van zijn voordracht was De zwarte panter van Jheronimus Bosch.

Nik de Vries Uit de onderschildering wordt duidelijk dat bij een drieluik tegelijk gewerkt werd aan alle drie de luiken. Als we dat constateren, kan het niet anders dan dat er een nauwe samenwerking moet zijn geweest in het atelier. Was er mogelijk sprake van een ‘merk’ Jeroen Bosch?

De zwarte panter blijkt zich schuil te houden onder een tafel, die gedragen wordt door twee halfnaakten. De tafel is afgebeeld op het rechterluik van het Antoniusdrieluik in Lissabon. Het dier is beter te zien op een infrarood foto, maar opvallend is het dat de afbeelding daar afwijkt van die op het schilderij zelf.

Detail van het Antoniusdrieluik in Lissabon. Tussen de naakten is een panter geschilderd.

Op zoek naar Bosch Al enkele jaren is het Research and Conservation Project aan de gang. Hiermee proberen deskundigen antwoorden te vinden op de vele vragen die (het werk van) Jheronimus Bosch oproept. Hiertoe worden systematisch alle werken van Bosch op dezelfde wijze onderzocht, vastgelegd op verschillende manieren en de resultaten worden bestudeerd. We zouden graag veel willen weten van Bosch, meer dan tot nu toe in archieven gevonden is. Waar bevond zich zijn atelier? Hoeveel leerlingen had de schilder? Hoe waren de arbeidsverhoudingen? Was er een vorm van samenwerking met ooms, neven, vader, grootvader? Al vrij snel na de dood van Bosch in 1516 begint de mystificatie. Zo kennen we prenten van hem, maar die dateren uit de 16de eeuw, van na zijn dood. Met het project wordt gezocht naar de lagen onder het schilderij. Via infrarood kunnen we de eerste schilderlaag en de grondering vastleggen. Alle foto’s moeten op identieke wijze gemaakt worden, zodat de schilderijen perfect vergeleken kunnen worden. De opnamen zijn zo scherp, dat tot op het kleinste detail in gezoomd kan worden, zodat heel kleine nuances zichtbaar worden. Het doel is antwoord te kunnen geven op de vraag hoe het werkproces in zijn gang is gegaan. Hierdoor is het mogelijk erachter te komen welke panelen een creatief proces laten zien – en dat betekent mogelijk een eerste versie – en bij welke er sprake is van een kopie: een technische invulling. Philips de Schone Zo bestelt Philips de Schone in 1502 een Laatste Oordeel, dat groter moest worden dan Bosch tot dan geschilderd had. Philips wil het stuk zo snel mogelijk in bezit hebben, dus worden gezellen en leerlingen aan het werk gezet in het atelier. Jheronimus kan de finishing touch aanbrengen. Het werk hangt in Wenen.

Wenen en Rotterdam Een ander werk van Bosch dat in Wenen hangt, is de Kruisdraging. Dit paneeltje is aan voor- en achterzijde beschilderd. Uit onderzoek blijkt dat het is ingekort. Uit een reconstructie op basis van visuele elementen op het paneel zoals het nu is blijkt dat hier waarschijnlijk sprake is van een linkerluik van een drieluik. Wat is er met de andere luiken gebeurd? In Rotterdam hangt de Ark van Noach. Door lagen onder elkaar te bestuderen is duidelijk geworden dat er drie versies zijn (geweest). In de eerste versie – de onderliggende – overspoelt de vloedgolf mens en dier, die worstelen om te overleven. In de tweede versie zitten de dieren al in de boot van Noach. In de derde en definitieve versie is de ark gestrand; de dieren verlaten de boot. Door deze lezing is opnieuw duidelijk geworden hoe complex het werk van Jheronimus Bosch is. Telkens als deskundigen een antwoord denken te hebben, komt er weer een nieuwe vraag naar boven. Gelukkig laten mensen als Koldeweij zien hoe de stand van zaken is bij het onderzoek. Hij heeft dat op een boeiende wijze gedaan. Uw scribent is nu al nieuwsgierig naar de volgende lezing, oktober 2013.

KringNieuws februari 2013, jaargang 39 nummer 1

15


E

Een nadere kennismaking (4)

KringNieuws verzorgt al meer dan 25 jaar informatie voor en over de Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch en de stad ’s-Hertogenbosch. In de loop van die tijd heeft het blad zich ontwikkeld tot een volwaardig verenigingsblad. Ook hebben binnen de redactie tal van wisselingen plaats gevonden. Helaas zijn ook enkele leden de redactie te vroeg ontvallen zoals Gerdi de Zeeuw en Egbert van de Berg. Het langst zittende lid van de redactie is Jack van Elten. Jack is al meer dan 20 jaar de vormgever van het blad en heeft ook de ontwikkeling van het blad van nabij meegemaakt. Reden om hem aan de hand van vijf vragen aan de lezers voor te stellen.

1) Wie is Jack van Elten? Ik ben geboren in de Van Meerwijkstraat in Orthen. Tegenwoordig is dat de Pastoor Schoutenstraat. Vroeger was er vaak verwarring met de Meerwijkweg in Empel, vandaar de naamsverandering. Aan Sint Lucas in Boxtel ben ik afgestudeerd in de reclametechnieken. Daarna heb ik gewerkt in de belettering en lichtreclame en zes jaar bij een Bossche repro op de afdeling vormgeving-desktop publishing. Vanaf 1992 werk ik zelfstandig vanuit mijn eigen reclamebureau. Intussen ben ik gelukkig getrouwd en heb ik twee kinderen (10 en 14 jaar). Naast mijn passie voor de stad heb ik zo’n tien jaar geleden ook mijn modelspoorpassie weer de vrije loop gelaten en inmiddels ligt er zo’n slordige 135 strekkende meter spoorrails door de tuin. 2) Wat heb je met ’s-Hertogenbosch? Ik ben van mening dat ’s-Hertogenbosch de mooiste stad van het land is. Ik ben verknocht aan de stad en hoop er nog lang van te kunnen genieten. De kleinschaligheid van het historische centrum heeft iets intiems en is ook mede bepalend voor de sfeer in de stad. Maar de stad in zijn algemeenheid vind ik bruisend en blijvend aantrekkelijk.

Redactie 3) Wat doe je bij de Kring? Mijn vader was met lidnummer 139 al vroeg lid van de Kring en behoorde zelfs tot de eerste lichting gediplomeerde stadsgidsen. Als in die tijd één lid van de familie lid was van de Kring, was gelijk de hele familie lid. Zo heb ik medio 1973 met de Kring mijn eerste vaartocht op de Binnendieze gemaakt in een geboomd bootje van de gemeente. In het eerste Kringhuis aan de Stationsweg werd ik meegezogen in het enthousiasme van mijn vader voor de vereniging en heb ik regelmatig de beide etalages ingericht. In 1984 en 1985 heb ik meegewerkt aan de voorbereidingen van de ’s-Hertogenwandeling in het kader van ’s-Hertogenbosch 800. In die tijd heb ik ook op zondagen rondleidingen verzorgd in de toren van de Sint-Jan. De kaartverkoop was toen nog vanuit een caravan op de Parade. Vanaf 1991 ben ik lid van de redactie van het KringNieuws en ik werd toen ook zelf lid van de Kring. 4) Wat is je rol in de redactie? Bij de redactie zorg ik voor de vorm en uitvoering van het KringNieuws. De schrijvende redactieleden verzorgen samen met de ingezonden artikelen de inhoud van het blad. Om een actueel blad te kunnen maken wordt zo kort mogelijk voor de verschijningsdatum alle kopij en beeldmateriaal bij mij aangeleverd. Tijdens de vormgevingsvergadering – samen met overige redactieleden – en de dagen daarna is het passen en meten om alle artikelen en bijbehorend illustratiemateriaal zodanig in te passen en samen te stellen dat het uiteindelijk een aantrekkelijk en leesbaar verenigingsblad wordt. Na een eindfiat van de hoofdredacteur en het bestuur gaat het blad naar de drukker om uiteindelijk bij de leden in de bus te komen. 5) Hoe zie je de toekomst van het KringNieuws? In de huidige moeilijke economische tijd is het belangrijk om het KringNieuws voor wat betreft de kwaliteit en de oplage te stabiliseren. Daarbij blijf ik mij wel kritisch opstellen ten aanzien van de vormgeving en de presentatie. Het KringNieuws is het visitekaartje van de Kring. Niet alleen voor de leden van onze vereniging maar ook daarbuiten. De redactie moet ervoor zorgen dat het blad blijft aansluiten bij de Kring en bij onze stad. Tijdig vernieuwen en aansluiten op gewijzigde omstandigheden zal daarom blijvend een belangrijk aandachtspunt zijn. Zo zou het mooi zijn als we het KringNieuws in de toekomst niet alleen in gedrukte vorm aan kunnen bieden maar ook als digitaal magazine, zodat we ook animatie en bewegende beelden toe kunnen voegen. Foto: Ellie de Vries

16

KringNieuws februari 2013, jaargang 39 nummer 1


H

Hier staoi ik dan (7) Sjef Brummer

Lonkend naar het beeld van Janus en Bet aan de Vismarkt, mijmer ik nog even terug in de tijd. Ik herinner me de leuke anekdotes van Janus en Bet in het Bossche dialect, waarbij met gevoel voor humor bekende Bosschenaren en plaatselijke gebeurtenissen op de korrel werden genomen. Maar liefst vijftien jaar lang publiceerde de Bossche Omroep ieder week het door Henk Teulings geschreven Ut gebèt van Janus en Bet. Nog nagenietend aan deze goede oude tijd zetten we onze tocht voort richting de Lepelstraat en de Vismarkt. Voor zover ik weet het enige straatje in ‘s-Hertogenbosch met twee straatnamen, op één van de straatnaambordjes is zelfs nog in de oude spelling “Vischmarkt” te lezen. Ik laveer op de Visstraat door de vele voorbijrazende fietsers, ongewild gaat mijn blik richting de statige

Ik laveer op de Visstraat door de vele voorbijrazende fietsers… pilaren van de Wilhelminabrug, waarbij de sierlijke bomen met hangende takken over rivier de Dommel in het oog springen. In de verte zie ik het station liggen, de toegangspoort voor de vele toeristen die een dagje ‘s-Hertogenbosch doen. Ze worden verwelkomd door het prestigieuze beeld van de Draak, al ruim honderd jaar een schitterende blikvanger op het Stationsplein. Het beeld uit 1903 is een nalatenschap van de in 1894 overleden Commissaris van de Koningin jhr. mr. P.J. Bosch van Drakestein. Het huidige station is overigens pas het vierde station van ’s-Hertogenbosch, en het valt te betwijfelen of het er was geweest als het (tweede) station van Eduard Cuypers in de Tweede Wereldoorlog door de bombardementen niet was vernield. Als je rondom het station om je heen kijkt, zie je op de Koninginnenlaan, Oranje Nassaulaan en Koningsweg schitterende gebouwen staan. Deze gebouwen waren de eerste panden die na de invoering van de Vestingwet in 1874 buiten de stadsmuren werden gebouwd. Het waren de rijke Bossche notabelen die de drukte, de vervuiling en ziekte-epidemieën in de oude stad als eersten ontvluchtte. Terug naar de Lepelstraat, die zijn naam dankt aan de ‘(molen)lepel’ die als maat diende om het graan te wegen. In het verlengde van de Lepelstraat ligt de Molenstraat, waarbij gelijk het vermoeden opkomt dat hier vroeger een molen kan hebben gestaan. Op de kruising aan het einde van de Lepelstraat zien we schuin links op een verlaagd plateau naast de Binnendieze het beeld van Zoete Lieve Gerritje staan.

Ze is afgebeeld als boerendochter die met een vette haan naar de Bossche markt gaat. De legende vertelt echter dat het gaat over ene Gerrit, een gevaarlijke bandiet die de Meierij onveilig maakte. Wanneer hij op rooftocht ging was “de eerste boer de beste” die hij tegenkwam de pineut. Met de geroofde buit ging Gerrit dan samen met zijn kornuiten feestvieren, waarbij hij steevast verkleed als boerendochter met een mandje om zijn arm een brandewijn met suiker dronk. Zute Lieve Gerritje Hier staoi ik dan, Zute Lieve Gerritje en kèk oe lachend aon Zing ik oew liedje, ben mar tege de brugleuning gaon staon Ik waar wir te lang blijve hange in de kroeg Brandewijn mee suiker, ‘t is ok nooit genoeg Deur d’n drank nie zô stevig meer op m’n bene Kan ik van jou nog ’n paor knake lene? Wie zouw dè ok al wir betaole, zute lieve meid? ‘k heb ginne cent meer te makke, ben alles kwijt Deze keer: gin Eersten Boer d’n Beste op m’n pad laot ok mar zitte, heb ok eigenlijk wel genoeg gehad Ik gif oe nog mar ‘nne knipôôg, hôôp dè ge dè ziet ‘tis al ‘n bietje laot, tijd om terug te gaon naor de kiet Foto’s: Ellie de Vries

KringNieuws februari 2013, jaargang 39 nummer 1

17


E

Een gefortificeerd etentje

Op 29 november 2012 hield de werkgroep Vestingwerken van de Kring Vrienden een Diner Fortifié. Zo’n veertig Vestingboschlogen maakten hun opwachting in De Mensa van het Koning Willem I College (KWIC), waar het diner zou worden gehouden. Tussen de vier gangen van het feestmaal door – bereid en uitgeserveerd door leerlingen van het KWIC – hield Bas Bevaart van de werkgroep Vestingwerken een driegangenlezing over het Fort Blauwe Sluis. Een zeer geslaagde activiteit van een van de Kringwerkgroepen, waarbij ‘maag’ en ‘hoofd’ op voortreffelijke wijze afwisselend werden bediend.

Presentatie Fort Blauwe Sluis door Bas Bevaart.

Al ruim 16 jaar is de doelstelling van de werkgroep Vestingwerken: het bevorderen van de instandhouding en de herkenbaarheid van de vesting en de Stelling van ’s-Hertogenbosch, de daarbij behorende militairhistorische infrastructuur en overblijfselen van de belegeringswerken van het Beleg van 1629. Op tal van manieren is de werkgroep met zijn missie bezig. Een van de meest succesvolle formules om kennis over de vesting en de Stelling van ’s-Hertogenbosch over te dragen, is toch wel de module Vestingwerken van Boschlogie III. Het is een cursus met een behoorlijke dosis theorie, vier praktijkgerichte excursies naar vestingbouwkundige objecten en een onderzoeksopdracht waarmee in beginsel elke deelnemer het geheel dient af te ronden. De cursisten presenteren hun werkstuk tijdens de laatste cursusbijeenkomst. Alleen de kandidaat die een scriptie heeft gemaakt en gepresenteerd, mag zich na afloop Vestingboschloog noemen. De

Je krijgt zo veel positieve reacties van cursisten, voor ons is dit erg stim Vestingboschlogen vormen een hechte groep, die op dit moment uit ongeveer 125 leden bestaat. Een keer per jaar maken zij een vestingexcursie, ze houden een studiedag of genieten van een Diner Fortifié. De werkgroep brengt het informatiebulletin NVVB (Nieuws Voor VestingBoschlogen) uit, dat vier keer per jaar verschijnt. Intermezzo Volgens de 85-jarige Jan van Ee (de laatste kazerneadjudant van de Koning Willem I kazerne en medeoprichter van de werkgroep Vestingwerken) is De Mensa de voormalige sportzaal. De zware balken met rails voor de ringen en klimtouwen, zijn behouden gebleven. Het gros van de aanwezigen bestaat uit vijftig- en zestigplussers; drie recent benoemde Vestingboschlogen zijn relatief jong: Minke Koolen (35), Janine van Oyen (45) en Jeffrey Bents (36). Alle

18

KringNieuws februari 2013, jaargang 39 nummer 1

drie hebben grote belangstelling voor geschiedenis in het algemeen en voor de historie van ‘s-Hertogenbosch in het bijzonder. “De meeste mensen kijken vooruit, of naar links en rechts; niemand die naar boven kijkt, dat laatste leer je op Boschlogie”, aldus Minke. De woorden ‘enthousiasme’ en ‘dynamisch’ vallen enkele keren, als het over de werkgroep Vestingwerken gaat. “Je krijgt zo veel positieve reacties van cursisten, voor ons is dit erg stimulerend”, vertelt Jan van den Berg, de sinds kort aangetreden voorzitter van de werkgroep.

Boschlogie staat alom bekend als een unieke opleiding voor iedereen, die geïnteresseerd is in de cultuurhistorie van de stad ’s-Hertogenbosch. De module Vestingwerken maakt deel uit van Boschlogie III.


Ed Hupkens

Fort aan de Blauwe Sluis anno 1850. (Foto Stadsarchief)

mulerend. Diner Fortifie in De Mensa.

Sluizencomplex In drie rondes, tussen de gangen van het diner door, hield werkgroepslid Bas Bevaart een presentatie over het Fort Blauwe Sluis. Al eeuwen lang zijn er sluizen geweest in de buurtschap Gewande om het overtollige water van onder meer het waterschap Het Hoog Hemaal op de Maas te kunnen lozen. Het dijkgehucht Gewande behoorde tot de gemeente Empel en Meerwijk, tot die in 1971 bij de gemeente ’s-Hertogenbosch werd gevoegd. In 1309 stelde hertog Jan II van Brabant het bestuursstatuut (charter) voor de Polder van der Eigen vast. Daarin wordt bij de beschrijving van de poldergrenzen een sluis te Gewande genoemd. Aangenomen wordt dat het de sluis in de monding van de Hertogswetering betrof. De uitwatering geschiedde via een eenvoudige, houten sluis. De naam Blauwe Sluis werd toen nog niet gebruikt, dat kwam pas in 1768. Toen kreeg de sluis onderdorpels van Naamse steen. De gebruikte, blauwkleurige hardsteen gaf de nieuwe sluis zijn naam. De nieuwe sluis bestond uit twee kokers, beide voorzien van een deur. In het metselwerk van de noordelijke vleugel is een natuurstenen peilschaal opgenomen. Waarschijnlijk is deze in 1856 geplaatst. De sluis in waterloop de Rode Wetering werd Rode Sluis genoemd. In 1864 kwam het eerste stoomgemaal dat op de Maas waterde in gebruik. Sindsdien verloren de oude sluizen deels hun functie. Die verviel geheel toen in 1934 Gemaal Caners en in 1941 het Hertogsgemaal (met de Nieuwe of Kokersluis) de lozingstaak overnamen. De oude sluizen zijn in 1979, in het kader van de dijkverhogingen, dichtgemetseld en deels in het dijklichaam opgenomen. Vanaf 1979 heeft het nieuwe Gemaal Gewande alle uitwateringsfuncties overgenomen. De Blauwe Sluis is nu rijksmonument, de sluis bezit cultuurhistorische waarden als bijzondere uitdrukking van zowel een geografischlandschappelijke als militair-historische ontwikkeling.

Gemaal Caners werd in 1982 een museumgemaal en in 2007, na renovatie, opnieuw geopend. In het Hertogsgemaal is sinds 1999 het Archeologisch en Paleontologisch Museum Hertogsgemaal gevestigd. Nog een derde sluis was aanwezig, een inwaterings- of bevloeiingssluis (1906). In 1953 werd hier Gemaal Ploegmakers gebouwd (sloop in 1979). Fort Blauwe Sluis Gezien de mogelijkheid om vanuit Gewande de omliggende polders te inunderen, waren de sluizen ook militair-strategisch van groot belang. Al tijdens de Gelderse Oorlogen (1502 – 1543) werd ter plaatse in 1511/12 een blokhuis gebouwd. Blokhuis is een oude benaming van een klein verdedigingswerk dat strategisch was geplaatst om een doorgang te bewaken. Het blokhuis in Gewande was een voorpost van de vesting ’s-Hertogenbosch. Dit werd overbodig na het Verdrag van Venlo (1543) en raakte in verval. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd in 1582/83 een aarden schans aangelegd. In 1748/49 werd het fort herbouwd, vermoedelijk naar een ontwerp van de ingenieurs de Roij en Pierlinck. Tevens werd het uitgebreid met twee halfbastions met gebroken courtine en een tussenliggend ravelijn, aan de keelzijde was het afgesloten door middel van een geknikte wal. Verder had het fort een natte gracht. Rond het fort werden palissaden en andere belemmeringen aangebracht, zoals bepaalde soorten begroeiingen. In 1852 werd het opnieuw gerenoveerd, er kwamen barbetten langs de borstweringen. Er werd een ronde, stenen toren gebouwd met droge gracht, de toren diende als reduit en voor de plaatsing van geschut. Door de uitvinding en inzet van krachtige brisantgranaten, werd de functie van zelfstandige forten sterk ondergraven. In 1886 werd Fort Blauwe Sluis gedeclassificeerd, in 1920 werd het opgeheven. De strategische positie van het fort: bescherming van de aldaar gelegen inundatiesluizen, controle van de Maas en van de accespost op de Maasdijk. Fort Blauwe Sluis maakte – sinds 1697 – deel uit van het Zuiderfrontier (na 1874 Zuiderwaterlinie). Hoewel het fort in 1925 werd gesloopt, bevinden er zich nog ondergrondse restanten van in de voortuin van de familie Vorstenbosch. Aan het eind van dit zeer geslaagde Diner Fortifié bedankte voorzitter Jan van de Berg de twee organisatoren, Lieve Lockefeer en Mieke Kolster. Ook de naar voren gehaalde, complete keukenbrigade kreeg een hartelijk applaus. Foto’s: Ed Hupkens en Stadsarchief

KringNieuws februari 2013, jaargang 39 nummer 1

19


J

JBAC viert feest Als je jaren geleden 50 jaar getrouwd was, kwam burgemeester Ton Rombouts op bezoek. Nu er steeds meer stellen dat jubileum halen, komt hij pas vanaf 60 jaar. Op 15 december echter is hij present bij het feest in het Jheronimus Bosch Art Center (JBAC), dat 5 jaar bestaat. Volgens Rombouts een blikken of houten jubileum. Maar omdat hij trots is op wat er via en met het JBAC allemaal is gebeurd, is hij gekomen. Hij is niet alleen. Iedereen die een beetje of veel meetelt in het culturele wereldje van ’s-Hertogenbosch is aanwezig.

Ton Rombouts bekijkt het eerste exemplaar van het jubileumboek samen met Jo Timmermans.

20

Vincent Verstappen leidt de aanwezigen door het programma. Naast sprekers is er ruim tijd voor muziek uit de tijd van de grote Bossche schilder. De heer en mevrouw Hartman spelen laatmiddeleeuwse melodieën op doedelzak en trekzak en zelfs op mondharp. Elk nummer wordt humoristisch ingeleid door oud-tandarts Hartman. Vrijwilligers Telkens weer wordt verteld hoe belangrijk de vrijwilligers zijn voor het JBAC. “Zij zijn het echte hart van het centrum,” zo betoogt Willeke Cornelissen, medewerkster van het JBAC. Ze geeft een kort overzicht van de eerste vijf jaar, te beginnen met de plannen die al in 1967 gestalte hebben gekregen. De grote tentoonstelling rond Jheronimus Bosch in het Noordbrabants Museum, toen nog gevestigd in de oude Sint-Jacob, zet een aantal mensen aan het denken. Uiteindelijk zal het duren tot 26 maart 2007 tot de officiële opening van het nieuwe centrum plaatsvindt door Pieter van Vollenhoven. Sindsdien is het uitgegroeid tot de spil in het Boschonderzoek. Alle schilderijen hangen in prachtige reproducties op, er is een enorme bibliotheek – de grootste ter wereld! -, er zijn congressen gehouden, er is een hoogleraar benoemd. Daarnaast is het JBAC een levend bewijs van de nawerking van Bosch: elk jaar is er een tentoonstelling van een kunstenaar die beïnvloed is door het werk van de schilder. Tot slot mag niet onvermeld blijven dat het JBAC tal van publicaties heeft verzorgd, van wetenschappelijke werken tot een kinderboek. Vanavond wordt opnieuw een boek ten doop gehouden Ruimte voor Jheronimus Bosch, onder redactie van een zestal schrijvers. Het eerste exemplaar wordt door initiatiefnemer van het JBAC, Jo Timmermans, overhandigd aan de burgemeester. Terug naar de vrijwilligers: zij worden allemaal op het podium geroepen met een rode roos in de hand. Die rozen geven ze aan de directeur van het centrum Gerdy Wilbers. Daarbij woren reacties van de vrijwilligers voorgedragen: “complimenten voor Gerdy voor haar inzet op de achtergrond”, “complimenten voor Gerdy, omdat ze zoveel boeken voor de bibliotheek koopt”, “zoveel plezier met een oude schilder kun je alleen

KringNieuws februari 2013, jaargang 39 nummer 1

maar beleven als hij een geniale man als Jeroen is”, “ze hebben de stad haar beroemdste zoon terug gegeven” en “ik ben er trots op te werken op een plaats die uitgegroeid is tot een wereldwijd beroemd centrum”. Voordracht Het formele deel van de avond wordt afgesloten door dr. Eric de Bruyn, die op zijn onnavolgbare wijze een voordracht houdt over De verborgen kantjes van Jheronimus Bosch. Hij begint met de vraag: wat weten we niet? Het eerste antwoord luidt: we weten niet hoe hij eruit zag. De tekeningen die we van hem hebben, dateren van na zijn dood. Wel heeft hij zichzelf afgebeeld op zijn werken. Zo is hij de oude marskramer die achterom kijkt op een van de buitenluiken van de Hooiwagen. Op het linkerpaneel van het Antoniusdrieluik is hij een van de helpers die de heilige helpen: hij is de enige leek onder de monniken.

Zoveel plezier met een ou maar beleven als h We weten ook niet hoe zijn vrouw Aleid van de Meervenne eruit zag. Heeft hij ook haar ergens afgebeeld? Jheronimus Bosch blijkt allerlei dingen verborgen te hebben in zijn schilderijen. Het is verschrikkelijk leuk die te ontdekken. Zo is op het middenpaneel van het Antoniusdrieluik een grote brand te zien. Door de toren zie je een ‘tau’ (Griekse letter ‘t’), het teken van Antonius. Op het middenpaneel staat een man in het water met tussen zijn armen een reusachtige uil. Bij scherp zoeken zie wat verborgen is: de man omarmt de uil niet, want zijn rechterhand raakt de uil niet aan, maar zijn armen geven een gebaar van hoe groot iets is. En waar staat die grote uil dan voor? Vooruit: mannen met grote uilen… Ook de Aanbidding blijkt een verrassing te herbergen op het middenpaneel. Daar staat op de achtergrond een vierde koning. Is hij de antichrist? Zijn hele lijf is blank, maar zijn gezicht is verbrand. Waarom? Een volgend stapje is het zien van verbanden tussen verborgen zaken. Zo zijn op het middenpaneel van de Tuin der lusten een heleboel zeeridders aan het zwemmen achter een gebouw. Ze zwemmen met rode ballen. Elders zwemmen er met blauwe ballen. Opnieuw bij Antonius zien we links in de lucht een duivel die een zeeridder is, hier met vleugels die op


K

Nik de Vries

Korte berichten

Vacature WINDE

ude schilder kun je alleen hij een geniale man als Jeroen is. Alle vrijwilligers van het JBAC geven een rode roos aan Gerdy Wilbers.

een vis zit. Hij valt aan met een vis. Zo heeft een van de rondrijdende mannen op de Tuin ook een vis onder de arm. En tenslotte zien we zeeridders op de Antoniusverzoeking van een navolger van Bosch. Zeeridders zouden negatief geïnterpreteerd kunnen worden. Tot slot wijst De Bruyn op nog iets leuks: dubbelbeelden. Zo is op het linkerpaneel van de Tuin een rots te zien, die een gezicht is (Salvador Dali gebruikt hetzelfde gezicht in zijn schilderij van de Slaap). Rechts op de Tuin zien we een boommens, maar deze is tevens een gans met de nek naar beneden. Op de Hooiwagen in het Prado zien we een luitspeler, wiens rechterarm eindigt in een paardenschedel; de Escorialversie van dit schilderij heeft een gewone arm. En op het Hiëronymuswerk in Gent zien we een rots op de achtergrond. Links boven zien we een monsterkop. Ook de boomstam is een monsterkop die de heilige aanvalt. Zo zou Eric de Bruyn nog lang kunnen doorgaan, maar zijn tijd zit erop. We wachten gewoon op een nieuwe gelegenheid hem te horen. En toen was het tijd voor de drankjes en de hapjes en de sociale contacten, de netwerken. Al met al hebben we een bijzondere avond mee mogen maken. Op naar het volgende lustrumfeest.

De werkgroep Industrieel Erfgoed (WINDE) van de Kring Vrienden zoekt enkele kandidaten ter versterking van de groep. Wat vragen we? – Affiniteit met en interesse in industrieel erfgoed en industriële archeologie. – Goede beheersing van de Nederlandse taal. – Door werkgroepleden aangeleverd bronmateriaal kritisch bestuderen en vervolgens een samenvatting aanleveren in Word aan het werkgroeplid dat zorg draagt voor het inpassen van dat materiaal in de Atlas Industrieel Erfgoed ’s-Hertogenbosch. – Samenwerken in een team van negen mensen. – Ook samenwerken in kleiner teamverband. – Zes maal per jaar op dinsdagmiddag vergaderen met de hele werkgroep. – De benodigde tijd voor deze functie is afhankelijk van de hoeveelheid aangeleverd bronmateriaal en wordt geschat op enkele uren per week. – De stad ’s-Hertogenbosch een warm hart toedragen. Wat bieden we? – Werken in een informele sfeer bij de werkgroep. – Uitdagend vrijwilligerswerk. Belangstellenden kunnen contact opnemen met de voorzitter van de werkgroep WINDE, de heer Paul de Wildt (via Kringhuis).

Open Dag Kring Vrienden Redactie De Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch is van en voor de Bosschenaren. De Kring Vrienden bestaat in 2013 40 jaar. Wij willen u daarom op een bijzondere wijze de mogelijkheid bieden om een bezoek te brengen aan ons gerestaureerde monument aan de Parade 12. Dankzij de adviezen van Bouwhistorie, Archeologie en Monumenten zijn wij in staat geweest dit pand in ere te herstellen. Wij zijn trots op ons monumentale Kringhuis, zijn authentieke uitstraling en eeuwenoude historie. Het fungeert als thuisbasis voor onze toegewijde vrijwilligers. De Kring Vrienden organiseert daarom op 10 maart 2013 een Open Dag. Op deze dag presenteren de werkgroepen van het Kenniscentrum, de schippers en de stadsgidsen zich aan de Bosschenaren. De Open Dag begint om 12.00 uur en eindigt om 18.00 uur.

Foto’s: Ellie de Vries

KringNieuws februari 2013, jaargang 39 nummer 1

21


M

Nieuwe lichting Vestingboschlogen

Uit handen van Jan van den Berg, voorzitter van de werkgroep Vestingwerken van de Kring, mochten tien cursisten het fel begeerde certificaat Vestingboschloog in ontvangst nemen. De presentatie van hun werkstukken werd op woensdagavond 12 december 2012 in het Kringhuis gehouden. In een korte terugblik op de afgelopen cursus haalde voorzitter Jan van den Berg de doelstelling van de module Vestingwerken binnen Boschlogie III nog eens aan: “Het verschaffen van inzicht in het ontstaan en in acht eeuwen groei van de Vesting ’s-Hertogenbosch, waarvoor vele militaire versterkingen zijn gebouwd in de wijde omgeving van de stad, van Lith en Crèvecoeur tot Esch en Boxtel”. Het theoretische gedeelte (twee ochtenden) startte met een inleiding in de vestingbouwkundige terminologie. De deelnemers maakten zich nieuwe termen en begrippen eigen, zoals ravelijn, hoornwerk, barbette, reduit, saillant. De cursisten kwamen er ook snel achter dat een banket, beer, envelop, keel en monnik vestingbouwtechnisch een andere inhoud

Richard van Huijsteden.

22

De presentaties Er zijn zeven presentaties gehouden, met uiteenlopende onderwerpen. Na elke presentatie gaf een lid van de werkgroep Vestingwerken een korte feedback. De eerste presentatie droeg de titel Geertruidenberg. Meer Hollands dan Brabants? Tal van Hollandse en Brabantse historische

Vele militaire versterkingen zijn gebouwd in de van de stad, van Lith en hebben dan de gebruikelijk bekende betekenis. Naast de theorie zijn er vier praktisch gerichte excursies naar vestingbouwkundige objecten geweest. Dit cursusjaar konden de cursisten deelnemen aan een vestingfietstocht, die begon bij Fort Isabella en eindigde – na verkenning van delen van de Stelling van ‘s-Hertogenbosch – bij Fort Orthen. De tweede excursie was een vestingwandeling; de start was bij de Citadel, waarna door de vesting werd gewandeld en enkele bastions werden bezocht. Het doel van de derde excursie was een bezoek aan de Stelling Asperen en het Fort aan de Nieuwe Steeg. Het fort ligt fraai gelegen tussen Herwijnen en Gellicum. Sinds de afronding van de restauratie in het voorjaar 2012 staat dit vestingwerk

Jan van den Berg en Martine Jansen.

ook bekend onder de naam Geofort. Stelling Asperen en Fort bij de Nieuwe Steeg zijn onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De laatste excursie was naar de vesting Naarden. Zij vormt het meest noordelijke deel van de Hollandse Waterlinie. De vesting Naarden is een uniek en gaaf gebleven monument van 17de-eeuwse Hollandse verdedigingskunst. Ter afronding van de cursus schrijven de deelnemers een werkstuk en presenteren het tijdens de laatste cursusbijeenkomst. Deelname aan dit laatste onderdeel van de module is vrijwillig; alleen degene die een werkstuk heeft gemaakt en gepresenteerd, mag zich na afloop Vestingboschloog noemen.

De Nieuwe Hollandse Waterlinie was een verdedigingslinie, waarbij water het verdedigingswapen was. Als de vijand eraan kwam, konden stroken land onder water gezet worden (inundatie). Het land werd daardoor moeilijk begaanbaar. De linie loopt van Muiden tot de Biesbosch en bestaat uit 46 forten en 5 vestingsteden. Ruim duizend militaire en waterbouwkundige objecten zijn door deze linie verbonden in een omliggend en open landschap. De linie deed dienst van 1815 tot 1940.

KringNieuws februari 2013, jaargang 39 nummer 1

feiten en anekdotes passeerden de revue. De tweede presentatie had de Vesting Heusden als onderwerp. Ontstaan, ontwikkeling, historie en toekomstplannen betreffende de vesting kwamen aan bod. De derde presen­ tatie was getiteld Vestingwerken ’s-Hertogenbosch. Het profiel van de stad Cartografisch bekeken. De cursist had als cartograaf moderne kaarten gemaakt van de Bossche vestingwerken. Hij wilde aantonen hoe omvang­ rijk de Stelling van ’s-Hertogenbosch is geweest, er zitten waarschijnlijk nog veel restanten ervan onder de grond. De presentatie Vestingstad Woudrichem ging over ontstaan, ontwikkeling en historie van de vestingstad Woudrichem. De vijfde presentatie had als onderwerp De Brabantse Waterlinie in relatie tot Menno van Coehoorn. Uitgebreid werd ingegaan op de frontieren, het door Menno van Coehoorn bedachte en ontworpen stelsels van linies langs de grenzen van de jonge Republiek. Illustratief toegelicht met mooie (lucht) foto’s van de vesting(en)steden in het Zuidelijk Frontier. Opvallend bij de vestingstad ‘s-Hertogenbosch zijn de omvangrijke verdedigingswerken die in het buitengebied zijn aangelegd. De zesde presentatie was getiteld De vesting als vijand. Samenleven tijdens het beleg van 1629, waarbij de nadruk lag bij de vraag op welke wijzen de Bossche bevolking een ruim vier maanden durend beleg overleefde. Daarbij werd tevens aandacht geschonken


O

Uit de Oude doos

Ed Hupkens

Wat denkt u...

Jeroen Lijdsman. aan allerlei tegenstellingen in de stad, zoals de verschillende opvattingen tussen bisschop Ophovius en die van militair gouverneur Van Grobbendonck over de verdediging en overgave van de stad. De laatste presentatie was getiteld Simon Stevin. Deze wiskundige en ingenieur, afkomstig uit

wijde omgeving n Crèvecoeur tot Esch en Boxtel. Brugge, was een zeer veelzijdige man. Hij vond onder andere het decimale stelsel voor breuken uit en gaf de vestingbouw een wiskundige grondslag met zijn publicatie De Stercktenbouwing. Hij richtte aan de Leidse universiteit een opleiding voor vestingbouwkundigen op, de Duytsche Mathematique, waarbij de op te leiden ingenieurs in de Nederlandse taal werden onderwezen. Dat was iets bijzonders, omdat in die tijd wetenschap werd gegeven in het Latijn. Stevin heeft vele begrippen en termen in het Nederlands geïntroduceerd, zoals wiskunde, evenredigheid, natuurkunde, evenaar, scheikunde, evenwijdig, loodrecht, wijsbegeerte. De derde (door Richard van Huijsteeden), zesde ( Jeroen Lijdsman) en zevende presentatie (Martine Jansen) vielen op door hun inhoud en presentatievorm. De auteurs kregen van de cursusleiding het advies verder onderzoek te plegen. De certificaten Vestingboschloog werden uitgereikt aan: Truus van de Aa-Mols, Annelies Vliexs-Grijs, Harrie van Engelen, Richard van Huijsteeden, Ans van Houwelingen, Toosje Steenbruggen, Marianne Sluiter, Tom Sluiter, Jeroen Lijdsman en Martine Jansen. Na de uitreiking werd de bijeenkomst feestelijk afgesloten met een hapje en een drankje.

Denkt U nu echt dat een Kring-Nieuws zomaar ontstaat? Nee toch! Het is wel eens leuk te weten wat er zoal voor komt kijken. Allen die er bij betrokken zijn vanafhet prille begin tot aan het moment dat het Kring-Nieuws in de bus valt, zijn belangrijk te noemen. Gelukkig zijn we nu in het bezit van een aantal enthousiaste en deskundige Kring­leden (citaat van onze voorzitter NortLam­mers) die de redactie zijn gaan vormen. Over de werkzaamheden welke zij verzet­ ten komen we op een later tijdstip nog wel eens terug. Zij zitten aan het begin van het totale proces en het leek ons wel eens leuk om wat te schrijven over de medewerkers die in ac­tie komen nadat ons KringNieuws door de drukker worden afgeleverd.

Voorafgaand zijn er door de medewer­kers van het Kringhuis de bandjes al ge­vouwen en van een plakkertje voorzien. Dan volgt het zogenaamde “inpakken”. Nog éénmaal wordt het Kring-Nieuws (in de lengte) gevouwen en worden de adresbandjes om het gevouwen blad ge­schoven, bandjes worden van een adres voorzien en uitgesorteerd op postcode voor “tante Post” (heet ze nog wel zo na de pri­vatisering...?). Maar niet alleen voor “tante Post”... in onze Kring hebben we ook een grote groep vrijwilligers (enkele meer kan geen kwaad!) die een “wijkje” bezorgen voor hun rekening nemen en daardoor de Kring “lichtelijk” subsidiëren... wat over een heel jaar gezien toch een aanzienlijk bedrag is! Het is daarom dat wij deze “laatste jaar gezien toch een aanzienlijk bedrag is! Het is daarom dat wij deze “laatste groep” het eerst aan bod lieten komen. Zij verdienen niet alleen onze grote oprechte dank, maar ook niet weinig “pegulanten” voor onze penningmeester. De Redactie uit KringNieuws 2, 1992

Foto’s: Ed Hupkens

KringNieuws februari 2013, jaargang 39 nummer 1

23


W

We waren er weer dichtbij… Telkenjare reikt de provincie Noord-Brabant de zogenaamde Monumentenprijs uit. Dat gebeurt op thema, na voordrachten uit de samenleving. De Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch heeft al enkele malen zo’n voordracht gedaan.

Jan Ram in de Hinthamerstraat (2007, thema: monumentale winkelpanden) en de Verkadefabriek (2011, thema: gebouwen tot vermaak) vielen zo al in de prijzen. Het initiatief voor de voordracht ligt bij de werkgroep Bouwplannen, die het bestuur hierin adviseert. De werkgroep kon dit jaar echter geen keuze maken tussen twee gebouwen binnen het thema ‘gebouwen voor gezondheidszorg’ en heeft daarom voorgesteld ze allebei maar te nomineren met de gedachte dat de jury het dan maar moest uitzoeken. Het betreft het Psychiatrisch ziekenhuis Reinier van Arkel in de Hinthamerstraat en de apotheek De Eenhoorn aan de Markt. Prijsuitreiking Op 21 november 2012 heeft de prijsuitreiking plaatsgevonden in de monumentale Markiezenhof in Bergen op Zoom aan het westelijke eind van Noord-Brabant. Er was op het laatste nippertje een telefoontje gekomen van de Stichting Monumentenprijs Noord-Brabant, dat zij hadden opgemerkt dat er van de Kring nog geen inschrijving was gekomen. Dat wekte natuurlijk enig optimisme en ook zoveel nieuwsgierigheid dat ondergetekende en Cees Roodnat toch naar de prijsuitreiking zijn getogen. En dat bleek niet voor niets geweest te zijn. Opnieuw is de Monumentenprijs Noord-Brabant in ’s-Hertogenbosch terecht gekomen, zij het echter niet bij een door de Kring, maar door anderen genomineerd gebouw. De prijs ging deze keer naar het voormalige ziekenhuis Joannes de Deo in de Papenhulst. Toch heeft de voordracht van de Kring tot een succes geleid, want naast de hoofdprijs zijn er ook twee eervolle vermeldingen vergeven. Eén daarvan is in de wacht gesleept door de Apotheek De Eenhoorn.

Apotheek De Eenhoorn aan de Bossche Markt.

24

Ook in 2012 heeft de Kring een voordracht gedaan aan de Stichting Monumentenprijs Noord-Brabant voor de jaarlijkse prijs. In het nabije verleden is dat al twee keer een winnende voordracht gebleken. De bakkerswinkel

KringNieuws februari 2013, jaargang 39 nummer 1

Uit het juryrapport: “De Eenhoorn verdient een bijzondere vermelding als een zeer geslaagd voorbeeld van aanpassing van een apotheek aan nieuwe tijden, waarbij respect is getoond door het monumentale een functie te geven in een eigentijdse apotheek.” Het betreft een middeleeuws pand, een19e-eeuwse winkelpui en een authentieke interieur. Bijzondere waardering gaat uit naar het feit dat de huidige eigenaar er in is geslaagd vele waardevolle interieurelementen te behouden. ’s-Hertogenbosch kan weer dubbel trots zijn op zijn historische binnenstad met zijn vele monumenten, waarvan er dus al meer met een prijs of een eervolle vermelding zijn bekroond. Foto: Ellie de Vries


P

Paradepaardjes Bestuur

Kring 40 jaar Op 21 maart 1973 is de Vereniging “Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch” notarieel opgericht, dit jaar dus 40 jaar geleden. We willen dit jubileum niet ongemerkt voorbij laten gaan. Om te beginnen zal er in dit kader op 10 maart 2013 een open huis zijn. Hieronder leest u daar meer over. Ook het KringNieuws zal in dit jaar aan dit heuglijke feit aandacht geven. Ongetwijfeld hoort u over dit jubileum in dit jaar meer. Open Huis Op zondag 10 maart 2013 houdt de Kring van 12.00 tot 18.00 uur een Open Dag. Op die dag zal het Kringhuis aan de Parade 12 in ’s-Hertogenbosch voor iedereen geopend zijn. De Kring zal dan al haar activiteiten laten zien en toelichten. We nodigen u van harte uit om dit Open Dag te bezoeken. Zie ook het stukje elders in dit nummer.

Op zondag 10 maart 2013 houdt de Kring een Open Dag. Beleidsplan In het KringNieuws van mei 2012 hebben we aangekondigd dat de Kring voornemens is om een beleidsplan te maken. Hierin zullen onderwerpen aan de orde komen als: hoe staat de Kring er voor, wat verwachten we voor de toekomst (korte en middellange termijn), mogelijke nieuwe ontwikkelingen, wat doen we goed, wat kan beter of anders, en dergelijke. Besloten is om het opstellen van het beleidsplan zoveel mogelijk zelf te doen. In eerste instantie is een kleine werkgroep gevormd uit leden/vrijwilligers van de Kring. Deze werkgroep heeft van het bestuur opdracht gekregen een startnotitie te maken. We prijzen ons gelukkig dat deze leden/vrijwilligers bereid waren deze taak op zich te nemen. Zij zijn met grote inzet en deskundigheid aan het werk gegaan. De werkgroep heeft begin december 2012 een advies uitgebracht aan het bestuur. Daarin is - kort gezegd - aangegeven op welke wijze het beleidsplan kan worden opgesteld. Het bestuur heeft kortgeleden het advies van de werkgroep volledig overgenomen. Op basis hiervan wordt nu een nieuwe projectgroep gevormd uit leden/vrijwilligers die het beleidsplan daadwerkelijk zal gaan maken. Ook dit zal zoveel mogelijk in eigen beheer gebeuren. Wel zal hierbij Erfgoed Brabant worden betrokken, vooral omdat deze organisatie veel ervaring heeft bij het opstellen van

beleidsplannen voor en ten behoeve van instellingen en organisaties die zich met cultuurhistorie bezig houden. We streven er naar om het beleidsplan in de ALV van dit jaar te presenteren. Virtuele wandelingen en vaartochten In het KringNieuws van mei 2012 hebben we bericht dat de Kring virtuele vaartochten en - mogelijkerwijze ook virtuele stadswandelingen wil gaan aanbieden. Dat voornemen is uitgewerkt en intussen is er een volledig nieuwe virtuele vaartocht over de Binnendieze én een nieuwe virtuele stadswandeling beschikbaar. In samenwerking met een andere organisatie in ’s-Hertogenbosch - Bossche Film & Video Amateurs (BOFA) - is een videofilm van een vaartocht over de Binnendieze en van een stadswandeling gemaakt. Deze kunnen worden gepresenteerd aan verschillende doelgroepen waarbij de schipper-gids respectievelijk de stadsgids het bijbehorende verhaal vertelt. Dit is vooral bedoeld voor mensen die niet (meer) in staat zijn om aan een vaartocht of stadswandeling deel te nemen, zoals mensen in verzorgings- en verpleeghuizen in ’s-Hertogenbosch en in de regio. Daarnaast zullen deze videofilms bruikbaar zijn bij het opleiden van nieuwe stads- en schipper-gidsen. Foto: Ellie de Vries

KringNieuws februari 2013, jaargang 39 nummer 1

25


V

Vreemde soldaten Het gebeurt niet elke dag dat er een boek geschreven wordt door drie mensen die elkaar voor het schrijven nauwelijks kenden. Het is ook uniek dat drie Vestingboschlogen na hun module Vestingwerken doorlopen te hebben, verder gaan met een masterstudie. Op 4 december 2012 hebben we de doop meegemaakt van zo’n bijzonder boek. Charles Marchant, Peter de Laat en Hans van Hulsel schreven het boek Vreemde soldaten in de stad en raakten zo bevriend met elkaar.

Nik de Vries maar nu moet er een boek van gemaakt worden: wat voor formaat, welk lettertype, hoe groot? De heren krijgen hulp bij de spelling en bij de moeilijke termen: een meelezer zegt wat ze niet snapt en dat moet dan verklaard worden. Welke foto’s komen erbij?

Charles Limonard heeft ons geïnspireerd en de kriebels gegeven. De bijeenkomst begint goed met koffie en een chocolade bol. We zijn bij een bijzondere gebeurtenis. Het boek dat aangeboden gaat worden gaat over de invloed van soldaten in de stad halverwege de 18de eeuw. Gekscherend wordt gezegd dat het geschreven is door de ‘drie musketiers’. De inleider gewaagt van twee zaken die hem zijn opgevallen: officieren moesten het salaris voorschieten en declareerden soms te veel en die salarissen bleven heel lang gelijk. Totstandkoming van het boek Peter de Laat vertelt over het begin: vanuit de module Vestingwerken van Boschlogie III is een masterclass gestart met de opdracht een publiceerbare studie te schrijven van minstens 50 bladzijden die ook nieuwe inzichten biedt. Charles Marchant is daarbij de aanjager, die door de andere twee soms afgeremd moet worden. Hans van Hulsel is de computerdeskudige en Peter zelf houdt het overzicht. Hans vertelt dat de drie veel hulp krijgen, vooral vanuit het Bossche Stadsarchief. Ze starten aanvankelijk enthousiast met de hele 18de eeuw, maar dat blijkt te veelomvattend en zo beperken ze zich tot het midden van die eeuw. Om alles te kunnen lezen volgen ze een cursus paleografie. Charles gaat verder: alles is op zeker moment gearchiveerd en staat op een rijtje,

Nu, na meer dan twee jaar en dik 400 uur de man, is het boek af. “We hebben besloten even af te kicken en opnieuw te beginnen,” zo besluit Charles het verhaal. Aanbieding Het eerste exemplaar van het boek wordt vervolgens aangeboden aan Charles Limonard. Dit heeft hij te danken aan zijn kennis en enthousiasme bij de module Vestingwerken: “Je hebt ons geïnspireerd en de kriebels gegeven.” Charles Limonard vindt het een grote eer als oudvoorzitter van de werkgroep Vestingwerken van de Kring het eerst exemplaar te ontvangen. Volgens hem hebben de drie mannen de module gevolgd in 2009. Het doel van die module is enerzijds kennis van boschlogen verdiepen en anderzijds de deelnemers aan te zetten zelf kennis te vergaren en een klein onderzoek te doen. Op de vraag waarom dit alleen bij Vestingwerken gebeurt, geeft Charles een dubbel antwoord: je moet een voldoende breed onderwerp kiezen voor het maken van een werkstuk en de module moet een bepaalde lengte hebben om de cursisten een aantal zaterdagen te enthousiasmeren. En dat is bij Peter, Charles en Hans zeker gelukt. De redactie wenst de heren geluk met hun boek en succes met het vervolg. Foto’s: Ellie de Vries

26

KringNieuws februari 2013, jaargang 39 nummer 1


O

Opdrachtgevers Jheronimus Bosch

Het Jheronimus Bosch Art Center (JBAC) organiseerde van 16 tot en met 18 september 2012 met steun van opdrachtgevers en donateurs het derde internationale congres over Jheronimus Bosch. Er werden in totaal 27 kunsthistorici, wetenschappers en hoogleraren uitgenodigd uit elf verschillende landen als VS, Israël, Portugal, België en Nederland. Door hen werden lezingen verzorgd voor ruim 100 geïnteresseerden. Door hun kennis en onderzoek proberen ze nieuwe inzichten te brengen in de wereld van Bosch. Het thema was: Jeroen Bosch zijn opdrachtgevers en zijn publiek. Wat we weten en wat we zouden willen weten. Het congres werd dinsdagavond afgesloten met een publiekslezing door dr. Eric de Bruyn.

Detail van De aanbidding der Koningen in het Prado met knielende opdrachtgever.

Eric de Bruyn, gastpreker uit Antwerpen, lid van de Wetenschappelijke Raad van het JBAC en schrijver van het boek De vergeten taal van Jheronimus Bosch, spreekt enthousiast de vele geïnteresseerden toe. Hij geeft een samenvatting van de bevindingen en conclusies van onderzoekers en wetenschappers naar het werk van Bosch van de afgelopen tien jaar. Met moderne technieken als röntgen, infrarood en daglichtfotografie onderzocht men de ontwikkeling van zijn werk. Door analyses van de materialen, houtsoorten, jaarringen, de schildertechniek en ondertekeningen probeert men antwoord op vragen te krijgen. Een van die vragen is of Jeroen Bosch uitsluitend in opdracht werkte of dat hij ook op eigen initiatief schilderde. Welke invloedrijke personen waren betrokken bij zijn werk? Waren het vooral religieuze werken die aangekocht werden door kloosters of juist niet? Opdrachtgevers Een van de zaken die aan de orde zijn gekomen op het congres was de vraag wie de opdrachtgevers van Jheronimus Bosch waren. Soms kwam men tijdens het onderzoek onderschilderingen tegen die een beeld lieten zien van opdrachtgevers en ook vond men hen wel zichtbaar afgebeeld. Opvallend daarbij is dat opdrachtgevers dan vaak afgebeeld werden met een patroonheilige. Op het werk Ecce Homo, dat in Boston te bewonderen valt, staan Peter van Os, zijn vrouw en zijn schoonfamilie afgebeeld. Peter van Os was rond 1500 stadssecretaris van ’s-Hertogenbosch. Hij wordt begeleid door Sint-Petrus. Zijn vrouw Henrixke van

Michele van den Heuvel Langel kreeg als begeleidster de H. Catharina, omdat er geen H. Henrica bestaat. Schoonvader Franco van Langel en zijn zoon Jan worden bijgestaan door Johannes de Evangelist en Franco’s vrouw Heilwich Hendriksdochter van der Rullen en haar dochters zijn ook aanwezig. Heeft Peter van Os, net als Jheronimus Bosch lid van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap, dit schilderij besteld? In het Prado in Madrid hangt het werk De aanbidding der Koningen met op het middenpaneel Caspar, Balthazar en Melchior die geschenken geven aan Christus. Op de zijpanelen zijn de opdrachtgevers uitgebeeld met hun patroonheiligen zoals links Petrus Scheyfve met de heilige Petrus en rechts Agnes de Gramme met de heilige Agnes. Via het afgebeelde familiewapen werden deze opdrachtgevers opgespoord als een Antwerps echtpaar in de lakenhandel. De vader van Petrus was een belangrijk man in het Antwerpse gemeentebestuur. Hieruit en uit andere voorbeelden blijkt dat Bosch verkeerde in zeer hoge kringen en daaruit ook opdrachten ontving. Conclusies Uit veel onderzoek blijkt dat we de voornaamste opdrachtgevers moeten zoeken bij rijke patriciërs en edellieden. Dit is niet verwonderlijk omdat deze welgestelde adel en hogere burgerij uit met name Vlaanderen over de financiële middelen beschikten. Er zijn geen bewijzen dat kloosters stukken gekocht zouden hebben. Of Bosch alleen op bestelling werkte, weet men niet. Wel is duidelijk dat hij naast paneelschilderingen later ook op doek is gaan werken, mogelijk om de werken meer toegankelijk en minder kostbaar te maken. Jheronimus Bosch schilderde veel triptieken. Ook hier rijst de vraag wat de functie hiervan was. Waren het louter altaarstukken of juist panelen die moesten dienen als discussiestuk voor in de wintermaanden waar men zijn interpretaties op los kon laten. Zoals zijn werk met al de symboliek ook heden ten dage nog doet? Jheronimus Bosch blijkt nog steeds een der meest ondoorgrondelijke schilders te zijn en blijft de gemoederen beheersen. Maar juist dat maakt hem zo interessant. In opmaat naar het Jeroen Bosch jaar in 2016 zal er dan ook weer een congres gehouden worden met mogelijk nog meer bevindingen.

KringNieuws februari 2013, jaargang 39 nummer 1

27


B

Beeld van Maria Geert Donkers

In de Lepelstraat bevindt zich een kleine kapel met een Mariabeeld. Maria is staande afgebeeld met het Christuskind dat op haar linkerarm zit. Maria draagt in haar rechterhand een stafje en op het hoofd een kroon. Het is een van de vele Mariabeelden die in de stad te zien zijn.

KringNieuws is het minimaal zes maal per jaar verschijnend tijdschrift van Kring Vrienden van ’s‑Hertogenbosch. Redactie: Nik de Vries (voorzitter), Michele van den

Zo’n staande madonna is een van de manieren waarop Maria in de loop der tijden werd afgebeeld. Een statige, afstandelijke Maria met kind had zijn oorsprong in de vroege Oosterse kerk: de zogenaamde Hodigitria, de ‘Geleidster op de weg’. Dat beeld werd in het westen overgenomen, maar evolueerde naar een toegankelijk beeld van een moeder met kind. Het Mariabeeld en het kapelletje in de Lepelstraat kennen een merkwaardige geschiedenis. Die geschiedenis begon in 1825 toen twee heren, Pompe en Frijhoff, een pand in de Lepelstraat kochten om er een distilleerderij te beginnen. Op de binnenplaats van het pand vonden zij onder het vuil een beeld van Maria met kind. Het kopje van het kind ontbrak. Het beeld was gegoten in cementsteen. Het beeld moet omstreeks dat jaar gemaakt zijn, omdat de techniek van het cementgieten toen pas bekend was.

Heuvel, Ed Hupkens, Jan Korsten, Gerard ter

Het Mariabeeld bleef jarenlang onopgemerkt op de binnenplaats staan. In 1866 voltrok zich echter een ramp in de stad. Een cholera-epidemie maakte veel slachtoffers. Om een spoedig einde van de epidemie te bewerkstelligen liepen de Bosschenaren al biddend de route van de Stille Omgang, de zogenaamde Beeweg. Voor het beeld van ‘O. L. Vrouw tussen de tonnekes’, zoals het beeld in de volksmond heette, werd een kleine omweg gemaakt. Sindsdien liep de Beeweg door de Lepelstraat. In 1944 bij de bevrijding van ’s-Hertogenbosch werd het beeld beschadigd. Beeldhouwer Jacques de Bresser restaureerde het beeld. In 1950 werd het in een kapelletje geplaatst. Vandalen beschadigden het beeld ernstig in 1977. Beeldhouwer George Piretti herstelde het toen onder supervisie van De Bresser.

Niets uit een editie mag worden gekopieerd

Op de hoek Visstraat/Lepelstraat werd in 1986 een nieuw bankgebouw gerealiseerd. Architect Frans van Dillen had in zijn plannen gelukkig rekening gehouden met het Mariakapelletje. Een nieuwe kapel was opgenomen in het project. De kapel bleek echter te onopvallend in het straatbeeld. Deze onderging daarom in 1995 een verbouwing, zodat het een niet te missen onderdeel van de straat werd. In de stad werden op veel locaties beelden van Maria geplaatst. Enkele voorbeelden vindt men in deze omgeving. Op de hoek van de Lepelstraat en de Sint-Jansstraat bevindt zich een zittende Maria met kind. In de Postelstraat zit Maria alleen als ‘Regina Pacis’ en op de hoek Korenbrugstraat/Kruisstraat staat een Maria met kind. Al deze beelden stammen uit de jaren ‘80 van de vorige eeuw en zijn gemaakt door de Vughtse beeldhouwer H. Suyskens. Ze bevinden zich allemaal langs de route van de omgang.

Steege, Ellie de Vries (fotografie) en Johan Strang (bestuur). Vormgeving: Jack van Elten Redactie-adres: Secretariaat KringNieuws Postbus 1162, 5200 BE ’s‑Hertogenbosch E-mail: redactie@kringvrienden.nl Oplage 2.400 stuks

of elders gepubliceerd zonder uitdrukkelijke toestemming van Kring Vrienden en de redactie; dit geldt ook voor het in enige vorm elektronisch beschikbaar stellen. De redactie heeft getracht alle rechthebbenden van het illustratiemateriaal te achterhalen. Personen of instanties die desondanks van mening zijn aan deze uitgave aanspraken te kunnen ontlenen wordt verzocht om contact op te nemen met de redactie.

Secretariaat Postbus 1162 5200 BE ’s‑Hertogenbosch E-mail: algemeen@kringvrienden.nl Internet: www.kringvrienden.nl Betalingen: ING Bank 3119716 Jaarlijkse bijdrage minimaal € 17,50 Kringhuis en Kringbalie Parade 12 Telefoon 073 - 613 50 98

Foto’s: Ellie de Vries

Telefax

073 - 614 60 21

Bronnen: Bossche Encyclopedie; H. Molhuysen, Oe Gotte kek dao

Ma. gesloten Di. tot en met za. van 10.00 - 17.00 uur zon- en feestdagen van 12.00 - 15.00 uur

28

KringNieuws februari 2013, jaargang 39 nummer 1

KringNieuws januari 2013  

Verenigingsblad van Kring Vrienden van 's-Hertogenbosch

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you