Page 1

KRING JAARGANG 26

1

i

INHOUD

.

Hein Bergé:

HEIN BERGÉ: BOSSCHENAAR VAN DE EEUW ............ 1 NIEUW MILLENNIUM,

Bosschenaar van de Eeuw

NIEUWE VORMGEVING ........................ 2 1

MEESTERS VAN HET ZUIDEN BAROKSCHILDERS RONDOM RUBENS .... ......... 3

LUC VAN GENT ONTHULT KLEIN MONUMENT ... " ........... .............. 4 OOGGETUIGEN VAN DE GESCHIEDENIS ................. .................... 5 100 JAAR MARIËNBURG .................... 6

BOSSCHE BIEREN .... ................. ....... ..... 8 LAAT DE STAD HAAR EIGEN GESCHIEDENIS VERTELLEN ......... .. ....... 9 foto : Gerdie de Zeeuw

VOEL JE DIE LUCHTBOGEN? ............. ... 10

Vanwege zijn grote verdiensten voor de stad 's-Hertogenbosch is mr. Hein Bergé onlangs uitgeroepen tot Bosschenaar van de Eeuw. Bergés uitverkiezing werd in de laatste week van de vorige eeuw bekendgemaakt tijdens Zondagseditie, de maandelijkse debatmiddag van het Brabants Dagblad en Theater Bis.

DOOR DE BOMEN DEN BOSCH ZIEN .11

De heer Bergé werd gekozen uit 34 genomineerden. De jury noemt Bergé de 'vlaggendrager en als het moest de straatvechter' in de strijd voor het behoud van de Bossche binnenstad. Ook was hij tegen het dempen van de Binnendieze.

HERMAN MOERKERK "EEN GROOT KUNSTENAAR" ............. 13 MOEDER TRUUS ......................... .... .... 14 BOSCHLOGIE CAFÉ ............................. 15 TEKORT AAN VRIJWILLIGERS ZORG VAN BESTUUR .......................... 15 DE SINT-JAN EN ZIJN OSSENHUIDEN 16 IN MEMORIAM ...................... ........... 16

Kringnieuws januari 2000

De uitgave van dit vernieuwde Kringnieuws was niet mogelijk geweest zonder financiële bijdrage van Jacques Stienstra. ,

1


Nieuw millennium,

11

nieuwe vormgeving De redactie van het Kringnieuws heeft in de tweede helft van 1999 besloten om de totale vormgeving van het blad te wijzigen. Jack van Elten (sinds '91 lid van de redactie, interim voorzitter van september '98 tot december '99 en verantwoordelijk voor de opmaak) en Nathalie van den Heuvel (sinds '99 lid van de redactie geworden naar aanleiding van een oproep in het Kringnieuws waarin gevraagd werd naar iemand die kon helpen met de opmaak van het blad) zijn hiermee aan de slag gegaan. Het uitgangspunten van de nieuwe vormgeving is de leesbaarheid van het blad geweest.

Il Il Il •

Il

-

-

-

-

U kunt nu bij ieder artikel een icoon (symbool) vinden dat de aard van het verhaal aangeeft. De uitleg van deze iconen zullen zeker in het begin van de nieuwe vormgeving nog in ieder nieuwe editie terug te vinden zijn. Ook naar de keuze van de gebruikte fonts is uitgebreid gekeken. Er is gekozen voor zeer duidelijke lettertypes (Dutch en Humanist). Veel trouwe lezers bewaren het Kringnieuws in een map. De mogelijkheid om het blad te perforeren blijft daarom natuurlijk behouden. Het Kringnieuws heeft in zijn geheel een moderne uitstraling gekregen.

De redactie heeft verder in twee eerdere edities gezocht naar enthousiaste en vooral ook kritische lezers die een lezerspanel gaan vormen. Dit panel is inmiddels samengesteld uit acht personen. Zij zullen aan de hand van een vragenlijst hun mening geven over.verschillende aspecten van het Kringnieuws. De uitkomst hiervan is voor de redactie zeer waardevol, want hierdoor kan de kwaliteit van het blad geoptimaliseerd worden. De redactie hoopt dat de nieuwe vomgeving bijdraagt aan een positieve uitstraling van de Kring "Vrienden van 's-Hertogenbosch" en dat u het blad met nog meer plezier gaat lezen.

25-jarig jubileum

Bossche historie

moette nou toch 's kijke

12,5-jarig jubileum

Bossche personages

nader bekeken

aankondiging

Ingezonden brieven

boekbespreking

lezerspanel

Bosch nieuws

lezingen

)

a m

van de redactie van de voorzitter/het bestuur

) /

~--

...... _" __

···------...... .. __

--~" ... ._.,,.

·~--"- ... ...," " ..... .,._.._ ::.;.:_--:::::;,;:!!;':.-,:_ -~

"

0) 0)

-

(advertentie)

Handboekbinden - boekrestauratie beginnerscursus boekbinden

Stephan Pas Mgr. Prinsenstraat 35 5211 LN 's-hertogenbosch Telefoon 073 - 612 07 46 2

Kringnieuws januari 2000


Meesters van het zuiden

Il

Barokschilders rondom Rubens

Theodoor van Thulden 1606-1669

Jacob Jordaens 1593-1678

Tentoonstelling 5 februari t/m 7 mei 2000

Een aanzienlijk deel van ons land - het gebied beneden de rivieren - vormde eeuwenlang, los van alle staatkundige ontwikkelingen, een culturele eenheid met het zuiden. Het gebied van het huidige Noord-Brabant was actief betrokken bij de Zuid-Nederlandse cultuur. Drie kunstenaars afkomstig uit dit gebied speelden een vooraanstaande rol in de ontwikkeling, popularisering en verspreiding van de Vlaamse barok. Het zijn Abraham van

De voorjaarstentoonstelling van het Noordbrabants Museum, die op 4 februari 2000 door de ambassadeur van BelgiĂŤ wordt geopend, is gewijd aan een van de speerpunten van het beleid, de ZuidNederlandse barokschilderkunst. Rubens, van Dyck, Jordaens en hun leerlingen zijn vertegenwoordigd met monumentale, kleurrijke schilderijen. De werken zijn in bruikleen afgestaan door musea in zes Europese landen en de Verenigde Staten, waaronder ook een bruikleen van Paleis Huis ten Bosch. De tentoonstelling heeft tot doel de ZuidNederlandse component van onze nationale cultuur te herwaarderen. De Zuid-Nederlandse barokschilderkunst staat momenteel volop in de aandacht. In ons land heeft de Vlaamse barok lange tijd in de schaduw gestaan van de Hollandse School, die eveneens in de eerste helft van de zeventiende eeuw zijn bloeitijd beleefde. In onze musea zijn de Zuid-Nederlandse schilders nauwelijks te vinden, of worden ze stiefmoederlijk behandeld. Kringnieuws januari 2000

.

Diepenbeeck, ('s-Hertogenbosch 1596 1675 Antwerpen), Theodoor van Tuiden (1606 's-Hertogenbosch 1669) en Thomas Willeboirts Bosschaert (Bergen op Zoom 1614 - 1654 Antwerpen). Lange tijd leefden deze kunstenaars "in de schaduw van Rubens". Inmiddels hebben zij. na recent kunsthistorisch onderzoek, een eigen gezicht gekregen. Het is daarom tijd dat hun oeuvre wordt gepresenteerd.

Jan van Boeckhorst 1604-1668

3


Il

Luc van Gent onthult

klein monument

Op verschillende plaatsen in de stad zijn stenen ingemetseld met een typisch Bossche zegswijze. Het bewaren van deze uitspraken is één van de activiteiten van de werkgroep Het Kleine Monument. De uitspraken zijn verzameld door de bekende Bosschenaar Domien van Gent. Zijn broer, Luc van Gent, onthulde onlangs aan de Annaplaats de steen met de inscriptie: dè ge dè nie deur hèt.

Luc van Gent haalt herinneringen aan zijn

de steen aan de Annaplaats is bij fakkellicht onthuld

Domien van Gent (1917-1979) stelde als kunstpromotor, organisator, verzamelaar en criticus zijn leven in dienst van de muze. Hij had het plan om op die plaatsen in de stad waar veel mensen voorbij kwamen een steentje aan te brengen met daarop een typisch Bossche zegswijze. De werkgroep 'Het Kleine Monument' van de Kring heeft dit idee de laatste jaren gestalte gegeven. Zij stimuleert de adoptie van een steen met een spreuk. Al zeventien zegswijzen leverden een bijdrage aan het bewaren van Bossche uitspraken. En binnenkort komen er nog drie bij. Het Kleine Monument Het Kleine Monument is één van de werkgroepen van de Kring "Vrienden van 's-Hertogenbosch". De werkgroep legt zich toe op het bewaren van kleine monumenten en het toevoegen van zulke monumenten. Kijk bijvoorbeeld eens in de Marktstraat naar de gevel tegenover de Moriaan. Daar is een tegeltableau aangebracht met een voorstelling van hertog Hendrik 1 van Brabant. Dat tegeltableau was in de loop der jaren aardig verloederd, overgeschilderd, vuil en nauwelijks herkenbaar. Door de inspanning van de werkgroep zijn de tegels schoongemaakt en nu staat er 's avonds een schijnwerper op. De werkgroep heeft ook het initiatief genomen om kanonnen op het Vughter Bastion te plaatsen. En voor het Hof van Zevenbergen staat nu een klein bronzen beeld van een jeugdige Karel V. Deze Habsburgse keizer heeft als jonge man van ongeveer zeventien jaar hier gelogeerd.

De werkgroep ziet zich vooral als coördinator van activiteiten. Ideeën bij elkaar brengen, financiers zoeken, mensen enthousiast maken om een plan uit te voeren. Dit zijn ook de ingrediënten die gebruikt zijn om de stenen met Domien van Gents Bossche zegswijzen te plaatsen. Domien van Gent heeft aan de Annaplaats gewoond. De bewoners van het appartementengebouw Annabelle's aan de Annaplaats hebben daarom besloten ook een spreuk in hun gevel te laten plaatsen Zij kozen voor de tekst 'dè ge dè nie deur hèt'. Bij fakkellicht onthulde Domiens broer Luc van Gent de steen op 19 november van het afgelopen jaar. Dè ge dè nie deur hèt Er ontsta.an rond zo'n spreuk weer nieuwe anekdotes. Die dragen ertoe bij dat de zegswijze in het dialect niet verloren gaat. Piet Hellings, een bewoner van Annabelle's, vertelt ov~r wat zich afspeelt rond de pas onthulde tekst. Luister maar: Een Bosschenaar leidt vrienden uit een andere provincie rond door de stad. Ze komen ook langs de Annaplaats. De gast vraagt: Wat staat daar? De gastheer antwoordt: Dat je dat niet door hebt. Een dubbelzinnig antwoord. Nog een situatie: toeristen menen nog wel eens dat ze via de Annaplaats de Hervormde kerk op het Kerkpleintje kunnen bereiken. De spreuk confronteert hen met de onmogelijkheid van deze route: 'dè ge dè nie deur hèt'.

Marjan Vonk

broer Domien op

4

Kringnieuws januari 2000


Ooggetuigen van de geschiedenis wie het niet heeft meegemaakt. Van Gent heeft verschillende mensen aan het woord gelaten: van oud-verzetsstrijders via 'gewone' burgers naar bezetters en bevrijders. Het is knap dat hij hen zoveel interessants heeft ontfutseld. Het is niet altijd even gemakkelijk geweest mensen op te sporen, laat staan hen hun verhaal te laten vertellen. Soms gebeurde dat overigens indirect, bijvoorbeeld via dagboekaantekeningen . Bovendien zullen al die verhalen ongelijksoortig zijn geweest. Het is de verdienste van Van Gent dat hij er eenheid in heeft weten aan te brengen zonder te tornen aan de eigenheid van de verhalen.

Volderstraatje 24 mei 1940

Eind oktober 1999 verscheen bij Boekhandel Adr. Heinen te 's-Hertogenbosch een nieuw boek van Luc van Gent. Het heet Ooggetuigen in het licht van 2000. De ondertitel luidt Verhalen van Bosschenaren en anderen 1940 2000. Het geĂŻllustreerde werk kost f 24,50. Half december is de tweede druk verschenen.

Bekende en nieuwe verhalen en foto's Via de verhalen komen we opnieuw heel wat te weten over het verzet in 's-Hertogenbosch en de mensen die erin werkten. Het is ondoenlijk hier al die namen te noemen, leest u hiervoor het boek zelf maar. Bijzonder zijn ook de 'kleine', persoonlijk getinte verhalen: over de bom die per ongeluk verkeerd terecht kwam en zo 'verantwoordelijk' werd voor een huwelijk; over de bizarre tocht van een soldaat vanuit Noord-Frankrijk terug naar huis. We lezen ook over bekende zaken, als de moord op 'De Kin', de dood

In zijn voorwoord zegt Luc van Gent dat de verhalen gaan over mensen die voor, tijdens of na de Tweede Wereldoorlog iets hebben meegemaakt waarover ze boeiend konden vertellen. Namens hen heeft Luc van Gent deze verhalen op papier gezet. Daaraan heeft hij zijn eigen gedachten toegevoegd. Juist omdat die oorlog onuitwisbaar is voor hen die hem meegemaak hebben . Maar ook voor naoorlogse generaties heeft hij gekeken naar de toekomst. Niet voor niets luidt een van de motto's van AndrĂŠ Gide: 'Ik houd van het verleden, maar ik verkies de toekomst.' Oral history Het boek bevat veertien hoofdstukken . In elk ervan wordt een boeiend verhaal verteld, zodat zo'n beetje de hele Tweede Wereldoorlog behandeld wordt. 'Oral history' noemen de Engelsen dat en voor mij is dit een spannende manier van geschiedenis bedrijven. Sommige verhalen zijn al bekend, soms ten dele; andere zijn helemaal nieuw voor

Kringnieuws januari 2000

van kapelaan Koopmans en de moeizame bevrijding van de stad . Vele zwart-wit foto's sieren het boek. Ook hiervoor geldt: sommige zijn overbekend, andere zijn verrassend nieuw. Het zwartwit van de foto's past uitstekend bij de sfeer van het boek. Ooggetuigen in het licht van 2000 is een bijzonder boeiend en soms ontroerend boek. Het is zeer leesbaar en zelfs op een aantal plaatsen spannend. Het is een boek dat niet alleen de ouderen onder ons aan zal spreken, maar vooral ook de jonge mensen. Voor deze laatsten geeft het een fraai beeld van een zwarte episode uit onze geschiedenis. Hopelijk draagt het ook bij aan de optimistische toekomstvisie van schrijver Luc van Gent. Hij denkt dat we niet afglijden naar een nieuw dieptepunt in onze beschaving. Ik hoop het met hem . Het zal duidelijk zijn: u mag nu allen naar de boekhandel om het boek te kopen. U zult er geen spijt van krijgen.

vierjarig Luukje in de voordeur van de Peperstraat 29 (nu : nr. 1)

Nik de Vries 5


100 jaar Mariënburg gebouwd. In het eerste gebouw werd de kweekschool gehuisvest waar inen externe studentes lerares basisonderwijs hoopten te worden. In het andere gebouw kregen de vrouwelijke studenten een opleiding tot lerares huishoudkunde. Op enkele zaterdagen in november van het vorig jaar was het gebouw geopend om Bosschenaren een kans te geven het klooster nog eens van binnen te bekijken. Voor mij als oudleerlinge een mooie gelegenheid om jeugdherinneringen op te halen". en mijn blik te verruimen want nu gingen er deuren open die vroeger voor mij en andere buitenstaanders gesloten bleven ...

blik op het fraaie kapelletje met in de verte de zwarte madonna foto's: Marijke Jennen

6

Het klooster Mariënburg bestond in 1999 precies 100 jaar. Een eeuw lang ligt het prachtige gebouwencomplex statig aan de oevers van de Dommel. De gebouwen naast het klooster werden respectievelijk in 1925 en in 1931

Rondleiding Samen met nog 55 (!) anderen betreed ik op zaterdag 27 november jl. klooster Mariënburg. Het klooster is nog altijd het centrum van de Zusters van J.M.J. Nederland, tot op de dag van vandaag . We worden bij de ingang hartelijk begroet. We bevinden ons nu in dat gedeelte van het klooster waar studenten in het verleden nooit mochten komen . Maar ook hier hebben nieuwe ideeën hun intrede gedaan en gelukkig mogen we anno 1999 genieten van de nog altijd rijke aankleding van het interieur. Door de hoge gangen begeven we ons allereerst naar het oudste gedeelte van het klooster (1899) dat bestaat uit een lange gang met diverse spreekkamers. Deze werden vroeger veel gebruikt. Hier ontvingen de zusters in het verleden hun familie omdat voor de jaren vijftig een bezoek aan 'thuis' voor hen verboden was. Maar ook nu nog komen familieleden van de zusters op bezoek en worden ze in deze spreekkamers ontvangen. Het oude gedeelte gaat over in een nieuwere afdeling die jaren later gereed kwam (1926) en waar de echte gewelvenbouw nog te bewonderen valt. Door een zijingang laat onze gids, zuster Louise van Laarhoven, ons de machtige tuin zien die achter het gebouw gesitueerd is. Vroeger kon je vanuit de school de gebouwen en scholen van de Zusters van J.M.J. vanuit de Pastelstraat zien. Die gebouwen zijn nu allemaal verdwenen en de achterzijde van het Mariënburgcomplex Kringnieuws januari 2000

_)


grenst nu onmiddellijk aan de Uilenburg. Desalniettemin krijgt de bezoeker een prima idee van de grote beschutte tuinen waar zelfs in november de rododendron nog bloeit.

het gezelschap met zuster Louise (op de voorgrond) bekijkt aandachtig de gebouwen

Kantlijn van zuster Louise De bewoonsters van Mariënburg zijn Zusters van J.M.J. Zij vormen een gemeenschap van actieve vrouwelijke religieuzen. De orde is in het begin van de vorige eeuw gesticht door P. Mathias Wolf s.j" die als missionaris werkzaam was in Nederland. (Culemborg, Nijmegen) Hij was van mening dat onderwijs noodzakelijk was voor de emancipatie van de Nederlandse katholieken. Niet alleen voor jongens maar ook voor meisjes. Hij zag dat als dé nood van zijn tijd. Jonge vrouwen die dat doel wilden dienen sloten zich aaneen en vormden de eerste gemeenschap van Zusters van J.M.J ., in die tijd ook wel Pedagogie Chrétienne genoemd . Later, als nieuwe noden zich aandienen, probeerde en probeert de J.M.J.-gemeenschap ook daar een antwoord op te geven. Er zijn op dit moment 1434 zusters van J.M.J.: Nederlandse, Indonesische en Indiase. Ze leven en werken in Nederland, Indonesië (sinds 1898), India (sinds 1904), Rome (sinds 1931) en Ghana (sinds 1991). Kringnieuws januari 2000

Een klein kapelletje Eenmaal weer binnen toont zuster Louise ons enkele woonvertrekken van de zusters die nog steeds in Mariënburg wonen. Prachtige ruime kamers waar men gezellig met elkaar kan eten, en waar men ook in de vrije tijd elkaars gezelschap kan opzoeken. Dan vervolgt het gezelschap zijn weg naar boven en toont zuster Louise ons een bijzonder kapelletje waar slechts plaats is voor een tiental mensen. Hier bevindt zich de 'zwarte madonna' een replica van het Mariabeeldje uit de Molenstraat in Nijmegen. Deze replica is afkomstig uit het klooster Mariënbosch in Nijmegen en kreeg in 1995 een plaats in Mariënburg. Wie het kleine kapelletje betreedt voelt meteen de mystieke sfeer die nog verhoogd wordt door de aanwezigheid van enkel ikonen. Een echt juweeltje! Vervolgens lopen we door de lange gangen naar de echte kapel, die dateert uit 1899 en die vroeger een schitterend interieur bezat in neo-gotische stijl met beelden van Van der Geld. "We hebben er driftig aan meegewerkt begin zestiger jaren om die stijl geweld aan te doen", zegt zuster Louise spijtig. Ook het koor en het orgel werden in 1964 veranderd. Verder ging de kleur grijs in die jaren de boventoon voeren. Maar voor de opmerkzame bezoeker heeft de kapel nog altijd veel te bieden . Zo zijn er schitterend gebrandschilderde ramen van Daan Wiltschut. Ook kwamen bij de renovatie na 1993 weer prachtige natuurstenen kruisjes en schitterende deuren tevoorschijn. Momenteel probeert men op Mariënburg een fraai authentiek Mariabeeld te laten restaureren. Te zijner tijd wordt dat teruggeplaatst in de kapel.

tweede uitbouw werd in 1929 gerealiseerd. Tegenwoordig wordt dit complex gebruikt voor samenkomsten en vergaderingen van sociaal-maatschappelijke organisaties. Ook de tuin achter dit complex ademt een bijzondere sfeer, al was het alleen al door de perelaar, een unieke bomengroep uit 1929, die helemaal geleid wordt door steundraden en een van de drie perelaars in ons land is" Alle bezoekers zijn zeer onder de indruk van het gebodene en stellen zuster Louise tal van vragen die ze op haar eigen vakkundige manier weet te beantwoorden. Zuster Louise van Laarhoven was jarenlang docente geschiedenis op de Kweekschool. Nog later werd ze GeneraalOverste van alle J.M.J.-congregaties. Momenteel is ze actief als archivaris en heeft op dat punt nog heel wat te doen! Misschien dat we in een volgend interview met haar nog eens kunnen terugkomen op een aantal belangrijke ontwikkelingen die zich in de afgelopen eeuw op Mariënburg afspeelden. Na afloop van de bezichtiging deden de vele bezoekers zich nog tegoed aan een heerlijk kopje koffie en beantwoordden zuster Louise en zuster let Bruysten de vele vragen die er bij de bezoekers gerezen waren. In ieder geval was het voor mij een onvergetelijke terugblik op een bepaalde periode in mijn leven. Gerdie de Zeeuw-Nieuwenhuis

Noviciaat Na de kapel krijgen we de tuin achter dit gebouw te zien. Hier bevinden zich ook de gebouwen die vroeger bestemd waren voor jonge novicen en postulanten. Het gebouwencomplex dateert uit 1898 en de de zwarte madonna

·

7


BOSSCHE BIEREN

Buiten het bekende feit dat binnen de stadsgrenzen één van de grootste bierbrouwerijen ter wereld zijn huisvestiging heeft mag sinds enige maanden 's-Hertogenbosch zich verheugen in het feit dat er weer twee nieuwe Bossche bieren op de markt verschenen zijn. Daarbij moet meteen worden opgemerkt dat één bier echt in het hart van de stad wordt gebrouwen en het andere in de Meierij. Uitbesteding heet dat in vaktermen. In het verleden heeft onze stad vele bierbrouwerijen gekend. Deze hele geschiedenis is prachtig weergegeven in het boek van Paul van Dun '.Acht eeuwen uit een goed vat'. Dit mag nu al als standaardwerk te boek staan. Tot enkele jaren geleden kende men hier ook nog Bossche Tripel, de Wildeman en het Wit Voetje. Deze drie speciaalbieren waren exclusief voor de Bossche markt. Alhoewel de Wildeman ook zeer goed aansloeg bij Café de Wildeman in Amsterdam.

Op 9 september 1999 is Jan van Kollenburg op de markt gekomen met 't Kolleke. Dit bier wordt in zijn eigen huisbrouwerij in de kelder van zijn Bar Le Duc gebrouwen . De introductie kende een grote belangstelling van zowel de (vak)pers als bierliefhebbers. Het unieke is ook dat dit bier alleen maar van de tap te verkrijgen is. Eerlijkheidshalve moet ook wel vermeld worden dat bij de introductie de kwaliteit niet helemaal perfect was. Maar dat mag de pret niet drukken en ik kan eenieder aanbevelen eens bij Jan dit bier te gaan proeven. Op 23 november 1999 zag Het Bossche Bier van Peter Bergmans het licht. Deze

Bier van hoqe 1lis1îni ~L

heivisting op d':!

fles. Gebrouwen en ~­ boueld door l~lerbrou­ werij ·0e _, Home· te K.1ntsheuv~I in opdracht

eigenaar van de Mitra-slijterij op Orthen, miste een echt Bosch bier op de markt na het wegvallen van de eerder genoemde drie speciaalbieren. Met een goed recept en een ontwerp voor een goed etiket is dit op de fles verkrijgbaar. Dat op dit etiket nu ook nog een Binnendieze-tafereel staat, is een extra hommage aan zijn adres. In ieder geval heb ik symbolisch het eerste exemplaar aan de heer Van der Eerden gegeven namens de Bossche bevolking. Ook daar kan een onthulling van Wim Kok niet aan tippen.

Rob Hoogeboom

Aunbevolcn drinlm~mpern­ tuu r 120c. Koel en don~r bewaren. ln~red!Cmen:

Pilsmout-

cammelmout. donllermout. Snoz-hop. ~ i s1 en wmer.

en naar recept 1,1an:

--

hl0 --

OH bier bevm bezinksel vnn iÏSI. rijR mm virnmlne li Laat dit ach1er In de fles.

fü "'

?.1anr het kan ooR zonder bezwaar ~nunl~I worden. Uitschenken In een schoon ~aal~las.

Biercm. s 7.5%"t"ol.alc. f>ierbrouwer!j

Sint Servattumus ~

Inhoud '53/75 c.l. Stat ie ~ld

Schijndel

25/75 e t,

(advertentie)

Wij staan bekend om onze grote collectie boeken over onze stad. Ook de Meierij van 's-Hertogenbosch, onze provincie en geschiedenis in het algemeen is bij ons goed vertegenwoordigd. Het is de moeite waard eens om bij ons binnen te stappen.

Ätfi: Htfntn BOEKHANDEL

Kerkstraat 23-27, 521 1 KO's-Hertogenbosch. Tel. (073) 613 00 12, fax (073) 612 09 90. E-mail: adr.heinen@pi.net

8

Kringnieuws januari 2000


Laat de stad haar eigen

geschiedenis vertellen Gemeente streeft naar meer gebundelde cultuurhistorische presentatie Cultuurhistorie is in 's-Hertogenbosch rijkelijk aanwezig. Op talloze plekken in de stad kunnen bewoners en bezoekers ervan genieten. Verschillende organisaties dragen vanuit hun eigen achtergrond zorg voor conservering, wetenschappelijke onderbouwing, documentatie en presentatie van (delen van) de stadsgeschiedenis. Om een krachtige, meer samenhangende presentatie te bewerkstelligen, streeft de gemeente naar een bundeling van al deze initiatieven. Een nog op te zetten projectbureau moet dit alles gaan coördineren. Veel initiatieven 's-Hertogenbosch heeft op cultuurhistorisch gebied veel te bieden. De stad bezit veel historische bronnen, objecten en gebouwen. Bezoekers kunnen beschikken over een breed scala aan cultuurhistorische producten. Niet voor niets genieten jaarlijks weer grote aantallen mensen van binnen en buiten de stad van de vele aspecten van de boeiende geschiedenis. Verschillende instellingen en organisaties dragen ieder op hun eigen wijze de cultuurhistorie uit. Hierbij valt ondermeer te denken aan de diverse activiteiten van de Kring "Vrienden van 's-Hertogenbosch" en haar aanverwante stichtingen, de thematentoonstellingen van het Noordbrabants Museum en museum Het Kruithuis en de educatie- en onderzoeksprogramma's van het Stadsarchief en de Afdeling Bouwhistorie, Archeologie en Monumenten van de gemeente. Een onmisbaar stimulerend element hierbij is de sterke betrokkenheid van de Bossche bevolking bij de stadelijke cultuurhistorie. Gevaar van versnippering Het naast elkaar bestaan van verschillende organisaties die zich bezighouden met de cultuurhistorische aspecten van de stad brengt gevaren met zich mee. Ze houden zich allen bezig met een of meer aspecten en vertellen ieder afzonderlijk hun eigen verhaal. Dit leidt onherroepelijk tot versnippering en een onoverzichtelijk aanbod van cultuurhistorische producten. Daarnaast is een aantal publiekstrekkers vaak in hoge mate afhankelijk van vrijwilKringnieuws januari 2000

ligers, hetgeen de continuïteit op langere termijn in gevaar kan brengen. Tenslotte besteden de musea momenteel relatief te weinig aandacht aan de stedelijke historie. Om te komen tot een meer gestructureerde presentatie heeft de gemeente 's-Hertogenbosch een onderzoek laten uitvoeren naar de manier waarop de rijke historie van de stad 's-Hertogenbosch op een meer samenhange.nde wijze kan worden gepresenteerd. Toekomstplannen Volgens de opstellers van het rapport moeten musea en cultuurhistorische initiatieven in de stad meer worden ingebed in de moderne stedelijke samenleving. Het uitgangspunt moet zijn dat de cultuurhistorie een van de aspecten van de moderne stad is. De verschillende organisaties dienen met hun activiteiten een bijdrage te leveren aan het vergroten van het inzicht dat cultuurhistorie niet los kan worden gezien van haar hedendaagse omgeving. In feite moet de stad haar eigen verhaal kunnen vertellen. De stad is immers het tastbare collectieve geheugen dat de herinnering aan vroegere generaties Bosschenaren en hun stad levend houdt; een stad met vele verhalen en gezichten. Daarom is het van groot belang dat historische objecten en gebouwen zoveel mogelijk in de eigen stedelijke context worden gepresenteerd. Ze verworden dan niet tot museale fossielen die voor veel mensen verborgen blijven, maar het blijven sporen die welhaast vanzelfsprekend verwijzen naar het rijke verleden. Langs deze weg zal de cultuurhistorie de Bossche bevolking en de talloze bezoekers van buiten de stad steeds weer blijven boeien en hen stimuleren andere cultuurhistorische producten uit het brede Bossche aanbod tot zich te nemen. Stedelijk knooppunt Een mooi idee, maar hoe stel je de mensen in staat de verschillende cultuurhistorische fragmenten in de juiste context te plaatsen? Het rapport voorziet in de ontwikkeling van een historisch stedelijk knooppunt. Dit instituut moet deel gaan uitmaken van een toekomstig bezoekerscentrum . Het historisch knooppunt moet een aansprekende overzichtspresentatie ontwikkelen van de Bossche geschiedenis. Een soort

!I kapstok, die zowel geschikt is voor mensen die slechts oppervlakkig kennis willen maken met de geschiedenis, als mensen die dieper in het verleden van 's-Hertogenbosch willen duiken. Daarnaast moet het knooppunt hét cultuurhistorisch informatiepunt van de stad worden. Sturing vanuit een coördinerend projectbureau Het historisch knooppunt moet worden ontwikkeld door een nieuw op te richten projectbureau dat ook de samenwerking tussen de verschillende cultuurhistorische organisaties en instellingen moet gaan bevorderen. Doel is het creëren van een breed draagvlak, zodat alle stedelijke participanten een eigen bijdrage kunnen leveren aan een samenhangende presentatie van de Bossche geschiedenis. Daartoe kunnen bijvoorbeeld jaarlijks aansprekende thema's worden geselecteerd waarop de aanbieders van cultuurhistorische producten op hun eigen wijze kunnen inspelen. Voorwaarde is wel dat elke partij zijn eigen identiteit kan behouden en zijn eigen deskundigheid kan inzetten om de cultuurhistorie uit te dragen. Aart Bogers en Jan Korsten Noot:

1. Swart, K. en R. van Steen, in samenwerking met Totems Communications bv, Eindrapport. De presentatie van de stedelijke geschiedenis van 's-Hertogenbosch, Gemeente 's-Hertogenbosch ('s-Hertogenbosch 17 mei 1999).

9


Voel je die luchtbogen? Niet aanraken In de bouwloods staan een aantal van de oorspronkelijke beelden van de Sint-Jan. 'Niet aanraken' vermeldt een bordje. Natuurlijk niet, maar vanavond gelden andere regels. Bezoekers tasten voorzichtig de beelden af en constateren wat de gevolgen zijn van de voortdurende erosie. Ze voelen ook hoe glad en nieuw de gipsen imitaties zijn. De constructie van de Sint-Jan met de kenmerkende luchtbogen krijgt alle aandacht Er is in de loods een luchtboog nagebouwd. Er staat ook een maquette van de kerk. Ooit door fraters in elkaar gezet, nadat ze de onderdelen hadden gezaagd uit het hout van sigarenkistjes. Vooral die maquette geeft een goed idee hoe de Sint Jan eruit ziet. 'Moet je voelen, hier zit zo'n luchtboog, daar zitten die beeldjes op'. Aan de hand van de maquette en de echte beelden, waterspuwers en sluitstenen krijgen de bezoekers een indruk van de vorm en de bouw van de kathedraal. De gidsen vertellen intussen voor een gretig gehoor over de historie van de kerk en over allerlei details. de doopvont wordt zorgvuldig afgetast

Laat mensen met een visuele handicap iets zien van de schoonheid en de sfeer van onze kathedraal. Dat was de opdracht van de vier gidsen van de Sint-Jan. Een speciale activiteit waarbij het accent moest liggen op het bevoelen van de beelden, op de lengte van het schip en de omvang van de pilaren. Samen met Ben Klazing van de Nederlandse Bond van Blinden en Slechtzienden is een rondleiding tot stand gekomen die door de bezoekers hoog gewaardeerd werd. Op een regenachtige en koude novemberavond leiden de gidsen van de Sint Jan een bijzondere groep gasten door de kathedraal. Blinden en slechtzienden uit de stad en de provincie zijn uitgenodigd voor een rondleiding die is aangepast aan hun handicap. Zestien mensen hebben gereageerd . Een aantal van hen hebben een begeleider meegenomen. Zij lopen met een gids in kleine groepjes door de bouwloods en later door de kerk. 10

Verschillende schoenen In de kerk wordt het verhaal verder verteld. De afstand tussen de koepel en de toren is op de maquette toch maar een kort stukje. Laten we die afstand nu eens lopen. Als je je passen telt, dan weet je een beetje hoe groot de Sint Jan is. Hoor je hoe de stemmen nagalmen? Dat geeft dat ook aan hoe enorm groot deze ruimte is. En voel eens hoe dik zo'n pilaar is. De doopvont trekt veel belangstelling. Het koperen waterbekken wordt gedragen door acht figuren, waaronder blinden met een stok. Ze hebben allemaal verschillende schoenen aan, constateert één van de gasten. Op deze wandeling krijg je oog voor details die je anders ontgaan. Die details zijn ook te vinden in de grafstenen in de vloer van de kerk en het reliëf rond het liturgisch centrum. De dieren van de kerststal Niet alleen de gidsen van de Sint-Jan werken mee, ook Huub Finkers, de bedenker en uitvoerder van de kerststal is aanwezig. Hij heeft eerder op de avond de bezoekers namens het kerkbestuur welkom geheten. Nu heeft hij een extra verrassing. De kerststal is in aanbouw, daar is

nog niet veel van te zien. Maar de dieren staan achter het koor al te wachten op hun definitieve plek. Die dieren zijn voor een groot deel afkomstig uit dierentuinen. Als er daar een dier overlijdt, krijgt Huub Finkers nogal eens een telefoontje. Medewerkers van de dierentuin vinden het prettig als een geliefd dier een plekje krijgt in de Bossche kerststal. Dat gebeurt overigens lang niet altijd. Het dier moet in de collectie passen en de financiën spelen ook een rol. Het prepareren van een kameel bijvoorbeeld kost enkele duizenden guldens. Alle dieren die tot de collectie behoren zijn aanwezig, vanaf de zwarte poes die het begin van de collectie markeert tot het babykameeltje dat twee jaar geleden is aangekocht. Dat betekent dat je nu op je gemak kunt voelen hoe een koe eruit ziet, een leeuw en hoe geribbeld de horens van een schaap zijn. Zelfs het strepenpatroon van de vacht van een zebra kun je voelen, als je heel getrainde vingers hebt. De gidsen zijn even enthousiast als de bezoekers. 'Heb je wel eens een krokodil gezien? Geef me een hand, dan breng ik je er naar toe.' De enige die het niet zo leuk vindt is een geleidehond. Af en toe klinkt een waarschuwend geblaf. Zo'n grote kameel, is die wel te vertrouwen?

Orgelconcert Aan het einde van de rondleiding verzorgt Maurice Pirenne een klein concert op het grote orgel. Steeds luider klinken de variaties op adventsmuziek uit 1634, het jaar dat het orgel voor het eerst bespeeld is. De rondleiding eindigt weer in de bouwloods. Eerst naar de kraan. De dieren van de kerststal zijn enkele dagen geleden bespoten met een insectendodende stof. Dat gebeurt ieder jaar en is noodzakelijk om de beesten goed te conserveren . Die stof is weliswaar na een dag of twee uitgewerkt, maar voor alle zekerheid wast iedereen nog eens extra de handen. Dan is er koffie met koek. De reacties van de gasten zijn onverdeeld positief. Fijn om de beelden van de Sint-Jan eens in het echt 'te zien', en de sfeer van de kerk, daar krijg je toch veel van mee. Ook de rondleiders zijn tevreden. Volgend jaar bedenken we weer iets speciaals, zie je initiatiefnemer Ad Kranenburg denken . Marjan Vonk Kringnieuws januari 2000

)

)


Il

Door de bomen Den Bosch zien <1>

De Markt HÊt centrum van 's-Hertogenbosch wordt gevormd door de driehoekige Markt of Mèrt, zoals echte Bosschenaren zeggen, het oudste plekje van de stad. Recht tegenover nr. 1 (het stadhuis) staat het 3,5 meter hoge standbeeld van Jeroen Bosch, dat in 1930 door August Falise is gemaakt. Dat is dan ook de plaats waar wij onze rondleiding onder leiding van de geboren en getogen Bosschenaar en stadsgids Jan van Haaren (63) gaan beginnen. Overigens stond op deze plaats vroeger een lange paal met daar boven op een kaak (een soort kooi), waarin overspelige vrouwen tot lering ende vermaeck werden tentoongesteld. De dames zitten er nu niet meer, dus kijken we omhoog, zoals je bij een stadswandeling eigenlijk altijd moet doen, naar de Hollands-classicistische gevel van het uit 1670 daterende stadhuis. Het carillon in de toren telt 35 klokken en is elke woensdag van 10 tot 11 uur te beluisteren . Vanaf de stichting van 's-Hertogenbosch, in 1185, hebben op deze plaats drie woonhuizen gestaan welke 200 jaar later zijn samengevoegd tot een stadhuis. Dit oorspronkelijke raadhuis is evenwel in 1669 door brand geteisterd. Wie het huidige representatieve deel van het stadhuis wil zien (het interieur is grotendeels 18e eeuws), loopt (alleen tijdens kantooruren) de trappen even op en draait aan de vergulde knop die prins Amadeiro aan het gemeentebestuur heeft geschonken en vraagt aan de bode (rechts van de ingang) of hij even een kijkje mag nemen. Soms is het mogelijk niet alleen de hal met de schilderingen van Antoon Derkinderen te zien, maar ook de balustrade van de vierschaar te passeren, links een gangetje door te gaan, trapje op, en dan hangt daar, eveneens links, een schilderij van de oorspronkelijke Markt en het oude stadhuis. Op de terugweg gaan we weer door de hal met de schilderingen van Derkinderen en kijken dan ook even naar de spreuken boven de deuren. Die zijn bedacht door een scheidende gemeentesecretaris. Nou

Kringnieuws januari 2000

'

,

11


ja, bedacht, hij heeft ze uit z'n succesagenda overgeschreven.

Buiten het stadhuis Eenmaal buiten gaan we voor een al dan niet alcoholische versnapering de onderliggende (en begin 20ste eeuw herontdekte) Raadskelder binnen. Rechts naast de ingang is een folderrek waaruit we (voor onze gasten) een gratis brochure halen. Daarin kunnen we lezen dat hier vroeger onder meer een gevangenis was gevestigd. Boven de bar is een luik dat uitkomt op de plaats waar destijds de verdachten voor de rechtbank stonden. U raadt het: als ze lastig werden was een rukje aan een touw voldoende om ze weer in de bajes te doen belanden en konden de heren in alle rust verder hun recht spreken. Na onze verpozing in de Raadskelder gaan we weer naar buiten en kijken even naar de gedenksteen naast de ingang, die na de Eerste Wereldoorlog door dankbare Belgische vluchtelingen is nagelaten. Links van de stadhuistrap staat trouwens nóg een gedenksteen. Deze herinnert aan het bezoek van de Britse premier Chamberlain in 1939 aan Hitler. Men was zo dankbaar voor het (pseudo) vredesverdrag dat Chamberlain meebracht, dat dát feit ook een heuse gedenksteen waardig werd geacht. Tijdens de bezettingsjaren heeft het toenmalige gemeentebestuur om de bezetters niet nodeloos tegen zich in het harnas te jagen deze gedenksteen op eigen initiatief grotendeels onleesbaar gemaakt.

Langs de Markt We steken nu de weg over en werpen nog een blik op het stadhuis met onder het stadswapen 'de Perdjes' (het zijn er vier, draaien elk half uur hun rondjes, en zijn o.a. gemaakt door Jacob Roman, de hofarchitect van stadhouder Willem 111). We slenteren naar links en kijken naar de gevels van de panden naast het stadhuis. De eerste winkelgevel die onze aandacht vraagt is die van Bally met een 17e eeuwse trapgevel en boven de ramen zogenoemde wenkbrauwen, waardoor het regenwater niet naar binnen kon stromen. Een stukje verder staat het oude (zeer deftige) sociëteitsgebouw van De Zwarte Arend. Hun naamgever staat op de gevel 12

klapwiekend klaar om uit te vliegen. Doodjammer dat in dit prachtige pand nu een ramsjzaak is gevestigd. Daarnaast ligt het café De Blauwe Druif. Aan de letters A E 1 0 U (de vijf vocalen) op de gevel kunnen we zien dat hier vroeger de stadsdrukkerij was gevestigd. Vlak daar in de buurt is een gebouw met een oude spuitfles in de muur. Niet moeilijk te raden dat daar vroeger een apotheek was gevestigd . Iets verder op de hoek van de Kerkstraat (want bakkerijen mochten in het verleden, vanwege brandgevaar alleen op een hoek staan) was tot voor kort de bakkerij van Tonnie de Groot. Vanwege de hoge kosten van een bedrijf aan de Markt heeft deze bakkerij recentelijk zijn deuren (helaas) moeten sluiten . Op de plek waar nu de Kleine Winst is, woonde vroeger ene mevrouw Aleid van der Mynnen. Beter bekend als de moeder van omstreeks 1450 geboren Jeroen Bosch. De jonge schilder heeft hier zijn kinderjaren gesleten en waarschijnlijk zijn eerste onbeholpen tekeningetjes gemaakt. Een plaat onder de etalage rechts herinnert daar nog aan. Omdat we ons nu tot de Markt beperken, laten we de Hinthamerstraat links liggen, maar kijken wel even naar het fenomeen dat twee winkels daar allebei de mythische eenhoorn buiten hebben hangen. Bij een apotheek kun je daar nog iets bij voorstellen, maar bij een fotozaak".? We passeren het vroegere postkantoor, nu hotel Centra!. en zien daarnaast boven aan de witte gevel Het Vergulde Duifke, een particuliere gedenksteen naar aanleiding van de bevrijding in 1945. Daarnaast is 't Root Cruys gevestigd, waar de inmiddels volwassen Jeroen Bosch destijds zijn atelier had. Naast dit pand was ooit het toenmalige café Trianon, van waaruit op zondag het eerste elftal van de voetbalvereniging BVV met supporters voor hun uitwedstrijden vertrok en werden uitgezwaaid door zowat de hele stad. In de daarnaast liggende Febo was aan het begin van de vorige eeuw de eerste bioscoop van 's-Hertogenbosch gevestigd, Chicago heette die.

Moriaan We komen nu bij de Moriaan, waarin thans het VVV zit. Dit was het eerste ste-

nen huis van de stad en het heeft maar een haartje gescheeld of het was halverwege deze eeuw aan onbesuisde vernieuwingsdrang ten onder gegaan. Het is nog niet eens zo lang geleden dat in de kelders marktkramen werden opgeslagen! Het oorspronkelijke gebouw dateert uit begin 13de eeuw en heeft (natuurlijk) een hele schare bewoners gehad onder wie zelfs een bisschop. De raampjes van het ronde torentje op de hoek zijn zodanig geplaatst dat de wachter van daaruit in alle zijstraatjes van de Markt kon kijken of er onraad te bespeuren viel. We slaan links de hoek om, werpen een blik op de platte Sint-Jan (een geschenk van tevreden aannemers) en zien op de Pensmarkt links, nu een café, de Oude Stadswaag. Inderdaad werd hier in vroeger tijden gewikt en gewogen . Links daarvan was in de veertiger jaren van de vorige eeuw de sigarenzaak van de heer Van den Bosch gevestigd. De man was in 1948 zo blij met het landskampioenschap van BVV dat hij een en ander in zijn gevel heeft vereeuwigd. Kijk maar! Daarnaast, waar nu Perry Sport zit, was in het verleden de Bossche Lakenhal (Gewandhuis) gevestigd. Strategisch tegenover het Stadhuis, zodat de ambtenaren niet ver behoefden te lopen om de daar plaatsvindende nering in - soms kostbare - stoffen te controleren . Vanaf deze plaats ook kunnen we een blik werpen op het naast het stadhuis gelegen smalste huisje van de Markt: de Schietspijp. Smal ja, maar ook -zoals meestal bij dat soort huizen- erg diep. Tenslotte kijken we nog even naar rechts, op de Schapenmarkt, waar voor de 'oude' V & D een hardstenen zuil met een leeuw erop staat. De hardstenen paal is alles wat er nog over is van de oude waterput die vroeger de Markt sierde. Wat er nu op die plaats staat is een hedendaags bouwsel van enkele leerlingen van een Technische School. De gouden leeuw is het restant van een gelijknamige herberg op deze plaats, waar Napoleon in 1810 een uiltje heeft geknapt. Zijn mening: wat een prachtige en grote Markt heeft deze stad!

Care! de Groot Kringnieuws januari 2000

)

)


Il

HERMAN MOERKERK

''een groot kunstenaar'' hadden daar een winkel in band en garen. Het pand heette oorspronkelijk 'De Papegaij' en is inmiddels verdwenen. Het pand werd al in 1560 zo genoemd. In 1896 ging Moerkerk naar het gymnasium in Sittard, waar hij de schoolkrant van tekeningen voorzag.

Ter gelegenheid van het 80-jarig bestaan van het Jeroen Boschcollege te 's-Hertogenbosch is op 21 november 1999 door burgemeester Rombouts de 'schilderijen' expositie van Herman Moerkerk officieel geopend door diens alom bekende tekening, waar burgemeester F.J. van Lanschot met een baby op schoot , met de tekst "Dè-me-dè op 't scheije van de mert nog gebeure mot, junkske"" dè za'k nooit vergete".!" zichtbaar te maken. De baby was in 1941 de 50.000ste inwoner van 's-Hertogenbosch. De Bossche baby van toen is de nu 58~jarige heer F.J. van den Bersselaar (geboren 4 september 1944), een van de genodigden. Ook was onder de vele genodigden de dochter van Herman Moerkerk, de nu 85-jarige mevrouw Kamerbeek-Moerkerk. Zij heeft vele malen de expositie bezocht die tot 3 december heeft geduurd. Ze vertelde over haar vader, hoe hij werkte en hoe hij was, ze was zichtbaar in haar schik. Bij de inname van de werken van Moerkerk kwamen bij de brengers hele verhalen los, hoe ze aan deze schilderijen waren gekomen, zoals ruilen en karweitjes in huis bij Moerkerk opknappen en dergelijke. De meeste werken waren door particulieren ingebracht; slechts enkele kwamen uit het depot van het Noordbrabants Museum, waar er nog meer opgeslagen liggen. Op de expositie zelf kwamen ook nog mensen met schilderstukken om ze te Kringnieuws januari 2000

laten bekijken, en ook weer met dezelfde verhalen, van hoe men eraan gekomen was. Gidsen van de Kring "Vrienden van 's-Hertogenbosch" waren evenals vijf jaar geleden gevraagd om als suppoost te fungeren. Dat trok mij als 's-Hertogenboschverzamelaar wel aan. Ik heb altijd gedacht dat Herman Moerkerk alleen maar spotprenten maakte, maar hij heeft ook stadsgezichten uit Haarlem en tekeningen van mensengezichten gemaakt. Ook Guus Ong (een zoon van dokter Ong) had tekeningen hangen, vooral bekende 'Koppen' van Bosschenaren; onder andere Janus Kiep, Jan Bosmans, Marietje v.d. Ven-Boelens en Daan Houdijk. Ook de Sint-Janskerk op de golvende mensenmassa en Jeroen Bosch op de Markt tussen de" bekende Bossche figuren. In een vitrine lag het boekje 'Spul van Rul' (uitdrukkingen van Bossche kneupen) dat Jan Bruens in 1976 heeft geschreven, en waar Guus Ong de tekeningen maakte. Ook hing er werk van oud-leerlingen. Het was een afwisselende tentoonstelling die meer dan 1000 bezoekers van buitenaf heeft getrokken, naast leerlingen en docenten ook nog zo'n 500 personen, niet gek toch! Wie was Herman Moerkerk? Hij werd 2 maart 1879 geboren op de Markt 87 naast de Moriaan. Zijn ouders

Op 2 augustus 1900 trouwde hij in Maastricht met Henriëtte Marie Julie Adrienne, Allard. Het paar ging in de Vughterstraat 162 in 's-Hertogenbosch wonen (de latere woning van Hendrik de Laat). Hij hield tentoonstellingen in binnen- en buitenland. In 1921 verhuisde Moerkerk naar de Brugstraat 1. Moerkerk was in die tijd ontwerper van en leidinggever aan diverse optochten, en lid van de gemeenteraad. In 1921, bij het 150-jarig bestaan van de Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant, illustreerde Moerkerk vele rubrieken feestelijk. Tussen 1922 en 1927 schreef hij vier Oeteldonkse revues, waar hij de costuums voor wierp en ook de regie over voerde. Hij bleef bezig met ontwerpen en tekeningen maken voor diverse opdrachtgevers. In 1927 werd hij benoemd als artistiek medewerker voor de Katholieke Illustratie, die haar kantoor had in Haarlem, waarheen hij een jaar later verhuisde. Maar zijn aandacht blijft toch bij 's-Hertogenbosch en vooral de politiek, waar dan ook regelmatig zijn spotprenten in kranten verschijnen. De bekendste prenten zijn natuurlijk die over de nieuw te bouwen Veemarkt, zoals: "Leerke Plezeerke" en "Trekke Manus"" trrekke"" !" Voor vele boeken maakt hij de tekeningen. Bij zijn 70ste verjaardag in 1949 werd Herman Moerkerk geridderd in de Orde van Oranje-Nassau . Herman Moerkerk overleed op 23 augustus 1949 te Haarlem.

Jo Hendriks, Verzamelaars Hertog Jan

Ansicht: verzameling Jo Hendriks

13


Moeder Truus In 1898 geboren in Den Haag, maar opgegroeid in Made-Drimmelen. Om zich verder te ontplooien komt Teuntje naar 's-Hertogenbosch en Teuntje wordt Truus. Zij komt eerst in dienst bij de familie van Rijsdorp in de Kempenlandstraat en later bij dr. Dooijer in de Nieuwstraat. Deze was even als Truus den Dunnen van protestantse huize, zoals dat vroeger werd uitgedrukt. Dit alles speelt zich in het begin van de jaren twintig . Wanneer ze dan ook Jan Bosmans leert kennen (Jan Il genoemd ter onderscheiding van zijn vader Jan 1) en zij zich tot elkaar aangetrokken voelen, groeit er iets moois tussen Jan en Truus. Zowel in de liefde als zakelijk. Terwijl Truus en Jan zich voorbereiden op een huwelijk blijkt het toch wenselijk, dat Truus katholiek zou worden. Rond 1926 neemt Jan 1 'café Keizershof' over aan de Postelstraat 10 en nemen Jan Il en Truus 't Pumpke over van een zekere heer Tillemans, dat toen een wateren vuurhuis was. 't Pumpke wordt dan een echt café. Kompleet met carnavalsclub de Kikvorschen, die onder de hoede van Truus grote bekendheid gaat genieten, zowel in Nederland als daarbuiten. Rond 1960 zijn zij, vanwege sanering van de buurt, genoodzaakt te stoppen aan de Hoge Nieuwstraat. De sanering vond plaats in verband met de nieuwbouw van het Grootziekengasthuis. In die periode heeft hun zoon Jan 111 al het café Hart van Brabant aan de Parade en laat zijn belangen door zijn ouders behar-

tigen. Jan Il tobt dan al met zijn gezondheid. Jan 111 begint aan de Parade een tweede café en dit café krijgt de naam 't Pumpke. Daar was voor de Kikvorschen geen plaats meer. Moeder Truus biedt uitkomst en de Kikvorschen vinden in het Hart van Brabant hun thuis. Dit is nu de kracht van een goede moeder. Op dat punt had 'moeder Truus' uitstraling. Ze was op een sympathieke manier dominant en dwong zo respect af. Na de dood van mevrouw Van de Mortel, die de titel had van 'Moeder van Oeteldonk la Grande Dame' werd moeder Truus met deze titel geëerd als 'Moeder van de Kikvorschen la Grande Dame' en terecht. In 1965 krijgt de familie een tegenslag. Jan Il komt te overlijden. Gesteund door Jan 111 trekt moeder Truus zich terug uit het zakenleven en het Hart van Brabant wordt afgestoten. Ze is hier dan nog bijna dagelijks te vinden tussen haar Kikvorschen . Moeder Truus, ooit voorgesteld aan Koningin Beatrix, heeft ook de zilveren Jeroen Bosch-penning ontvangen, alsmede de gouden speld van de Oeteldonkse Club en de gouden speld van de Bam bergers. Een jaar na het overlijden van moeder Truus, in 1981, komt er een naar haar genoemde onderscheiding de 'zilveren moeder Truus Poffer'. Deze wordt jaarlijks uitgereikt en wordt door de ontvangers zeer gewaardeerd. Mede omdat deze vrouw uitgroeide van een meisje tot 'La Grande Dame'.

poppententoonstelling in het Kringhuis najaar 1986 foto : Jack van Etten

)

J. van Haaren

Namens alle redactieleden wens ik u een gelukkig, gezellig en gezond jaar 2000 toe! Met veel creativiteit van de lezers, want als u ons attendeert op leuk Bosch nieuws, of zelf een boeiend artikel op diskette+print aanlevert, zijn wij in staat u nog een pakkender Kringnieuws aan te reiken. Alleen dan blijft het Kringnieuws ook in de komende eeuw een blad voor, door en van lezers! We kijken met spanning uit naar uw reactie en zullen onze postbus goed in de gaten houden! Gerdie de Zeeuw-Nieuwenhuis 14

Kringnieuws januari 2000


IJ

Tekort aan vrijwilligers

zorg van bestuur Nagenoeg alle activiteiten van de Kring worden uitgevoerd door vrijwilligers. Dat geldt niet alleen voor rondleidingen en baliewerk, dat geldt ook voor de coördinatie, de administratie en andere belangrijke functies.

Er is een toenemende belangstelling voor het cultuurhistorisch erfgoed van onze stad. Dat is merkbaar op een aantal fronten. De gemeente en andere organisaties vragen de Kring mee te denken in de ontwikkeling van cultuurhistorisch beleid en cultuurhistorische evenementen. Bosschenaren en nietBosschenaren nemen in grote getale deel aan activiteiten van de Kring. De vaartochten op de Binnendieze waren het afgelopen seizoen weer nagenoeg volgeboekt. Er is veel belangstelling voor stadswandelingen en rondleidingen in historische gebouwen. Die toenemende belangstelling vraagt een antwoord. Een belangrijke zorg van het bestuur is: hoe komen we aan genoeg mensen die samen met ons dat antwoord vorm willen geven?

De Kring telt ongeveer 1900 leden, daarvan zijn er bijna 250 actief binnen de Kring. Dat laatste aantal is niet meer genoeg. Er is dringend behoefte aan leden die als vrijwilliger mee willen helpen de activiteiten van de Kring verder uit te bouwen. De inzet van vrijwilligers is nodig op een aantal terreinen. U heeft in het Kringnieuws vermoedelijk al eens een oproep gelezen. We zoeken mensen die iets willen uitzoeken en bestuderen, leden voor de verschillende werkgroepen en nieuwe gidsen, zoals schippers voor de Binnendieze en toren- en stadsgidsen. Wij vragen inzet, u krijgt de noodzakelijke opleiding, of dat nu gaat om een computercursus of om een opleiding tot schipper of torengids. De Kring wil vrijwilligers ook op een andere manier zo goed mogelijk begeleiden. Het aantal medewerkers is inmiddels zo groot geworden dat een

vorm van personeelsbeleid, dat bij ons dan uiteraard vrijwilligersbeleid is, noodzakelijk is. Komend seizoen wordt meer expliciet aandacht geschonken aan de ontwikkeling van dit vrijwilligersbeleid. Daarbij komen zaken als introductie, begeleiding, interne informatie en communicatie aan de orde. En natuurlijk is er af en toe iets aardigs, de jaarlijkse vrijwilligersdag bijvoorbeeld. Als voorzitter doe ik een dringend beroep op u als lid, om tijd vrij te maken voor de Kring. De mensen die reeds actief zijn, zullen het met me eens zijn: werken bij de Kring is leuk. Actief zijn op een manier die aansluit bij de eigen belangstelling of eigen mogelijkheden is bevredigend. Samen een activiteit voorbereiden of iets uitzoeken is vaak inspirerend. Als je mensen iets laat zien van de schoonheid van onze stad krijg je daar iets voor terug. Mensen een waardevolle middag bezorgen leidt tot gezamenlijk enthousiasme. Aarzel niet en meld u!

Cor Gillhaus, voorzitter

Boschlogie Café Sinds enige tijd is er in de Knillispoort een mooi Bosch gebeuren aan het opbloeien. Na een wat aarzelende start is het Boschlogie Café inmiddels een succesvol idee gebleken. Toch maar weer bedankt Peter-Jan.

Ook in het nieuwe millennium gaan we door op de ingeslagen weg. Op zaterdag 5 februari aanstaande is de schrijver van dit artikel gevraagd een lezing te geven over het ontstaan van een van zijn favoriete hobby's, de Binnendieze.

De inmiddels ingeslagen weg, het houden van een thema, heeft zich mogen verheugen in een grote belangstelling. De Bossche Bol door Frans van Gaal, het carnavalslied door Coen Free om er een paar te noemen, wekken de nieuwsgierigheid van vele Boschlogen en niet-Boschlogen. Want voor iedere belangstellende is het Café en zeker de Knillispoort een open huis.

Met behulp van foto's, (kranten)artikelen, boeken, objecten en een cd-rom worden het ontstaan en de bevlieging van de hobby nog meer kleur gegeven. Maar het verhaal erachter van Café Anders tot Nort Lammers, van Bert Bartels tot een verzoekschrift aan de burgemeester om te mogen trouwen op de Binnendieze tot een geboortekaartje, is een, al zeg ik het zelf, prachtig, kleurrijk verhaal.

Kringnieuws januari 2000

En noteer ook alvast in uw agenda de eerste zaterdag van maart, carnavalszaterdag: dit wordt meteen een soort van Open Boschlogiemodule van Carnaval. Muziek is zeker aanwezig en de klets zal hoogtij vieren. Ook de eerste zaterdag van april zal naar alle waarschijnlijkheid een verrassend thema gaan brengen. Mocht een ieder een thema willen invullen, schroom niet dit kenbaar te maken bij de organisatie van de Boschlogiecursus. Rob Hoogeboom

15


SECRETARIAAT VAN KRING "VRIENDEN VAN 'S-HERTOGENBOSCH"

In memoriam

POSTBUS 1162 5200 BE 'S-HERTOGENBOSCH

Op 70-jarige leeftijd is onze collega-stadgids Jan de Bruijn na langdurig ziek zijn op 6 december jl. overleden.

KRINGHUIS: KRUISSTRAAT 34

Ik heb Jan leren kennen als een serieus -en zeer integer mens. Tijdens onze opleiding tot stadsgids hebben wij diverse reizen in binnen- en buitenland gemaakt met een klein groepje cursisten. Hierover was hij altijd zeer enthousiast. De voorbereidingen voor deze reizen maakten wij meestal samen.

'S-HERTOGENBOSCH TELEFOON ............... ....... 073 - 613 50 98 TELEFAX """ .... " .. "" .. ..... 073- 614 60 21

OPENINGSTIJDEN:

Wij verliezen aan hem een zeer goede stadsgids. Wij wensen zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen, heel veel sterkte voor de komende tijd. Chrétien Geertzen, Collega stadsgids

- MAANDAG VAN 13 .00 TOT 17 .00 UUR - DINSDAG TOT EN MET ZATERDAG VAN 10.00 - 17 .00 UUR - ZON- EN FEESTDAGEN VAN 12.00 - 17.00 UUR - BOVENDIEN OP DONDERDAG VAN 17.00 - 20.00 UUR

BETALINGEN

De Sint-Jan en

Il

zijn ossenhuiden Het verhaal over de Sint-Jan, die zou zijn gebouwd op ossenhuiden houdt de Sint-Jansgidsen al lang bezig. Misschien kan ik nog wat meer verwarring scheppen door er een ander licht op te werpen. Romeinen en andere volkeren gebruikten al lederen geldstukken voordat, goud, zilver en brons tot munten werden geslagen. In onze stad heeft de kerkfabriek van de Sint-Jan ook een tijd lang haar toevlucht moeten nemen tot leer (van ossenhuiden) om de bouwlieden te kunnen betalen. Op de achterzijde van deze lederen munten stond het geraamte van een mens afgebeeld met een doodskist onder de arm. Deze voorstelling verwijst naar het feit dat begrafenissen in de kerk geld opbrachten, waarna het mogelijk was, dat de bouwlieden hun lederen munten successievelijk konden inwisselen voor geldstukken. De overlevering dat onze Sint-Jan op ossenhuiden is gegrondvest moet dus louter metaforisch worden verstaan. Ton Vogel

Kopij voor het eerstvolgende Kringnieuws dient uiterlijk vrijdag 18 februari 2000 te worden ingeleverd bij Secretariaat Kringnieuws, Postbus 1162, 5200 BE 's-Hertogenbosch of bezorgt te worden in het Kringhuis.

16

- POSTGIRO 3.119.716 - JAARLIJKSE BIJDRAGE MINIMAAL - JEUGDLEDEN f 15,-

f 27,-

KRING-NIEUWS IS HET ZES MAAL PER JAAR VERSCHIJNEND TIJDSCHRIFT VAN DE KRING "VRIENDEN VAN 'S-HERTOGENBOSCH" . REDACTIE: AART BOGERS, JACK VAN ELTEN, CAREL DE GROOT, THEO VAN HERWIJNEN, NATHALIE VAN DEN HEUVEL, INGE OPHELDERS (SECRETARIS), JAN KORSTEN, FRANS VAN SUNDERT, MARJAN VONK, NIK DE VRIES EN GERDIE DE ZEEUW-NIEUWENHUIS (VOORZITTER) .

AAN DIT NUMMER WERKTEN VERDER MEE: CHRÉTIEN GEERTZEN, COR GILLHAUS, J. VAN HAAREN, JO HENDRIKS, ROB HOOGENBOOM EN TON VOOGEL

REDACTIE-ADRES: SECRETARIAAT KRINGNIEUWS POSTBUS 1162 5200 BE 'S-HERTOGENBOSCH

VORMGEVING: JACK VAN ELTEN EN NATHALIE VAN DEN HEUVEL

DRUK: DE REGENBOOG B.V. 'S-HERTOGENBOSCH OPLAGE 2000 STUKS

NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG WORDEN OVERGENOMEN ZONDER SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN DE REDACTIE.

.

Kringnieuws jaó'Uari 2000

)


KRING JAARGANG 26

Excursie:

Naar de Vlaamse abdijen Postel, Tongerlo en Averbode Inleiding Dat de naam Postelstraat afkomstig is van een middeleeuws refugiehuis in deze straat van de toenmalige priorij van Pastel (gelegen vlakbij de Nederlands-Belgische grens onder Reusel), ligt voor de hand. 's-Hertogenbosch heeft vele refugiehuizen gekend. Op een kaartje bij een artikel van ir. A. van Drunen (zie boek: Van Bos tot Stad) tel ik 8 refugiehuizen, waaronder dat van het reeds genoemde Pastel in de Postelstraat, maar ook het Refugiehuis van de abdij van Tongerlo (1541-1587) in de St.Jorisstraat/Spinhuiswal. Van oorsprong waren refugiehuizen bedoeld als toevluchtsoorden in oorlogstijd voor de bewoners van kloosters, gelegen in het agrarisch gebied. In vredestijd deden echter deze tehuizen ook dienst als het "stadshuis" van het klooster waar allerlei zaken en transacties werden gedaan en waar ook het archief werd bewaard. Voor het "huys van Pastel" lag de nadruk op het laatste. Het was eigenlijk meer een uithof, dit is een boerenbedrijf, dat diende als opslag-, verkoop-, en doorvoercentrum van de opbrengsten van de kloosterdomeinen. We moeten hierbij bedenken, dat deze oudste vestiging toen buiten de stadsmuren was gelegen. Overigens was de toenmalige priorij van Pastel ook zelf een soort uithof van de abdij van Floreffe, gelegen in de Belgische provincie Namen. Pastel is een voorbeeld van de aloude relaties tussen 's-Hertogenbosch en menige Vlaamse abdij. Er waren nog andere banden tussen 's-Hertogenbosch en de abdijen en klosters dan via de refugiehuizen. Bij de oprichting van het bisdom 's-Hertogenbosch werd in de bulle van 11 b-Kringnieuws januari 2000

maart 1561 de abdij van Tongerlo met al zijn hoeven en akkers toegekend aan het nieuwe bisdom: de eerste bisschop van 's-Hertogenbosch Sonnius was dus tevens abt van Tongerlo. De reden hiervoor was overigens zeer proza誰sch: het ging in feite om de inkomsten van de abdij, die konden worden aangewend voor het inrichten van het nieuwe bisdom. Deze oneigenlijke toestand heeft dan ook maar enige decennia geduurd. In 1588 werd deze situatie ongedaan gemaakt. De relaties tussen het bisdom 's-Hertogenbosch en de abdij bleven tot op heden vriendschappelijk. De hechte banden met de abdijen van Pastel en Tongerlo bleken ook uit het feit, dat deze Norbertijnen vele parochies bedienden in het Brabantse, zoals in Helmond, Asten en Someren (vanuit Pastel) en Tilburg, Waalwijk, Drunen, Haaren en Hapert-Hoogeloon (vanuit Tongerlo). De abdijen zelf, waartoe ook Averbode mag worden gerekend, waren centra van religie en cultuur in het Vlaamse land. Alles bijeen genomen, is er best aanleiding om als Kring eens een bezoek te brengen aan de genoemde abdijen: Pastel, Tongerlo en Averbode. Bij iedere abdij krijgen we een uitvoerige toelichting en rondleiding (alleen mogelijk voor groepen). Op het eind van de dag is er dan nog tijd om een bezoek te brengen aan het oudste en mijn inziens mooiste begijnhof van het Vlaamse land: het begijnhof van Diest. Een korte beschrijving van de abdijen en van het begijnhof volgt nu.

De abdij van Postel De abdij van Pastel wordt, evenals die van Tongerlo en Averbode, bewoond door de

Norbertijnen, de "witheren". Het is dezelfde orde als die van de abdij van Heeswijk. Het ontstaan van de Norbertijnerorde dateert van 1121. De stichting van Pastel gaat terug tot de 12e eeuw. Pastel kreeg vanuit de abdij van Floreffe de taak om te dienen als hoeveklooster, dat wil zeggen : de ontginning en cultivering van de streek. In 1610 wordt Pastel een onafhankelijke Vlaamse abdij. Deze verzelfstandiging kwam tot stand met de hulp van de bisschop van 's-Hertogenbosch en met steun van de landvoogden Albrecht en Isabella. Van 1797 tot 1847 zijn de Witheren van de abdij verdreven geweest (Franse Revolutie). De abdijgebouwen werden verkocht en deels gesloopt. In de jaren 1940-1977 heeft een intensieve restauratie van de abdij plaatsgevonden, inclusief een modelboerderij met veestapel en een kaasmakerij. De abdij is te midden van fraaie bossen gelegen nabij de Nederlands-Belgische grens. De Romaanse kerk is het oudste deel: deze kerk werd ingewijd in 1190. Andere abdijgebouwen dateren uit de 18e eeuw. De abdij bezit een zeer waardevolle bibliotheek: 40.000 boeken, waaronder 54 wiegedrukken en een collectie oude gravures (o.a. van D端rer over de Apocalyps). Er is voorzien in een uitvoerige rondleiding door de abdij. We bezoeken dan ook zeker de bibliotheek. De abdij van Tongerloo Tongerlo is een zeer grote abdij met vele gebouwen rond een immens grote binnenruimte. Deze beroemde abdij ligt als het ware verschanst achter een gracht. De abdij is gesticht in 1133 en heeft een lange periode van bloei gekend. Ook hier b-1


moesten in 1796 de kanunniken vluchten naar Nederland wegens de Franse Revolutie. Pas in 1837 werd de abdij opnieuw bewoond. Een gedeelte van de gebouwen is in 1929 afgebrand en later weer hersteld. De abdij bestaat uit gebouwen uit verschillende perioden en dus ook verschillende stijlen: op de eerste plaats het Romaanse voorportaal, waarboven drie nissen in Gotische stijl; op het binnenplein een gedeelte in Vlaamse Renaissancestijl (16e eeuw). Hoeven en schuren dateren uit de 1'7e eeuw. Het Abtshuis in prachtige klassieke stijl dateert uit de 18e eeuw. Het minst fraaie gebouw, de abdijkerk, werd in de 19e eeuw gebouwd. In 1956 heeft men een apart gebouw opgetrokken om een beroemd, zeer groot schilderstuk permanent te kunnen tentoonstellen, namelijk een kopie van Het Laatste Avondmaal, dat Leonardo da Vinci tussen 1495 en 1498 schilderde op een muur van het Santa-Maria-delle-Grazieklooster in Milaan. Deze zeer getrouwe kopie werd 20 jaar later door één van zijn leerlingen, Andrea Solario, vervaardigd. Het kunstwerk, reeds bewonderd door Rubens en Van Dijck, bleef ongeschonden tijdens twee branden (1657 en 1929). Wij gaan dit beroemde schilderij zeker bekijken en krijgen daarbij de nodige toelichting.

De abdij van Averbode De derde abdij, die we op deze excursiedag bezoeken, is de abdij van Averbode, eveneens een centrum van religieuze en culturele uitstraling. De abdij is gelegen in een beboste streek op het raakpunt van drie provincies: Antwerpen, Limburg en Brabant. De abdij is gesticht in de jaren 1134-1135 vanuit de Sint Michelsabdij van Antwerpen . De abdij is van oudsher bekend om haar uitgeverij, èn om haar mooie abdijkerk, als U tenminste van Barok houdt. De kerk is groots van afmetingen (vergelijk het eens met die van Postel). In de kerk bevinden zich ook 17e eeuwse, rijk gebeeldhouwde koorgestoelten. In 1942 woedde in de abdij een grote brand. De gebouwen van de prelatuur (ambtsgebied van een prelaat) zijn fraai herbouwd in de stijl van de 18e eeuw. Op het kloosterkerkhof ligt de beroemde Vlaamse schrijver Ernest Claes (18851968, geboren te Zichem) begraven. Om half 6 in de namiddag kunnen we in de abdijkerk de Vespers bijwonen. Het begijnhof te dienst Het gaat hier om één van de belangrijkste begijnhoven van België, opgericht in de 2

13e eeuw. Men komt binnen via een fraie poort in barokstijl ( 1671 ). De huizen, gelegen in rechte kavels in dit vrij grote begijnhof, hebben mooie gevels met nissen ; ze dateren uit de 16e, 17e en 18e eeuw. De kerk uit de 14e eeuw is gebouwd in Brabantse gotiekstijl. U proeft de sfeer van dit begijnhof het beste door zo maar wat rond te dwalen door de straten.

De excursie op zaterdag 8 april 2000 Voor het bezoek aan de abdijen en aan het begijnhof in Diest hebben we een interessant dagprogramma kunnen opstellen. We zorgen voor een comfortabele bus en goede gidsen voor de rondleidingen. Een koffie met vlaai, een warme maaltijd op de middag en een stevige avondboterham in Diest zijn inbegrepen. Het PROGRAMMA is als volgt: 8.00 uur Vertrek vanaf station 's-Hertogenbosch- Oost. Over Tilburg-Hilvarenbeek-Reusel naar Postel. 9.00-9.30 Koffie (+) in het gasthof van abdij Postel. 9.30 -11.00 Rondleiding Abdij. 11.00 -11.30 Van Postel over Retie Geel naar Tongerlo. 11.30 -12 .15 Bezoek Abdij Tongerlo deel 1: bezoek aan Het Laatste Avondmaal. 12.15-14.00 Lunch in het gasthof van de abdij. 14.00- 15.30 Bezoek Abdij Tongerlo deel 2. 15.30- 16.00 Van Tongerlo naar Averbode. 16.00- 17.30 Bezoek Abdij Averbode met rondleiding. 17.30- 18.15 Vespers in de abdijkerk van Averbode. 18.15- 18.30 Van Averbode naar Diest. 18.30- 19.00 Wandeling over Begijnhof Diest

19.00- 20.00

Boterham met hesp en koffie in Gasthof 1618 op het Begijnhof. 20.00- ±21.45 Van Diest over Turnhout Tilburg naar 's-Hertogenbosch. De kosten voor deze excursie zijn all-in :

f 95,- per persoon. (buskosten: f 20,-; koffie met gebak in Postel f 8,-; hoofdmaaltijd 3 gangen incl. 1 drank f 30,-; avondboterham in Diest : f 13,50; entree's + gidsen: f 13,50 en voorbereidingskosten + fooien + verzekering en administratiekosten f 10,-). Op het moment van verschijnen van dit nummer van het Kringnieuws wordt de inschrijving opengesteld. Behandeling geschiedt op volgorde van ontvangst van inschrijving. Inschrijving kan uitsluitend via het hier onderstaande inschrijfformulier (uitknippen of overschrijven). U betaalt pas na ontvangst van een acceptgirokaart. (dan per omgaande insturen). Na ontvangst van het bedrag bent U officieel ingeschreven. Maximaal aantal personen: 70. Wacht dus niet te lang met opgeven.

Lezing Als voorbereiding op de excursie van 8 april hebben wij twee deskundige inleiders bereid gevonden, om op woensdag 5 april twee korte inleidingen te geven, resp. Dr. Jan Peijnenburg, archivaris van het Bisdom, over de relaties van het Bisdom 's-Hertogenbosch met de Vlaamse abdijen, en Dr. Louis van de Meerendonk, historicus en kloosterling van de Norbertijnerabdij van Heeswijk over de orde van de Norbertijnen. De lezingen vinden plaats om 20 uur in de Azijnfabriek aan de Berthaniestraat en zijn uiteraard voor iedereen gratis toegankelijk, ook voor de niet-meegaanders. Werkgroep Lezingen Excursies en Fietstochten (LEF) Vincent Verberk.

r--------------------------------------------------------------- ---------e Inschrijfformulier voor de excursie Vlaamse abdijen zaterdag 8 april 2000 Naam: " """""""""" " " " "." " ". " "" ." " . Voornaam:""""""""." ."". """". """ " " .". Adres:.. .. ..................... .. ............ .. ... ....... Tel.nr.: ........... " ....................... " ..... " ......... . Lidmaatschapsnummer: """" " """" """ Schrijft zich bij deze in voor de excursie met """. perso(on)(en) Hij/Zij zal het verschuldigde bedrag ad f 95, - per persoon direct overmaken na ontvangst van de accept-girokaart. Datum: ."" ... ""."." .. "" .""" " """"" " ""

Handtekening, " "" " .. " ." ".". """"" " """".

Sturen naar: Kring Vrienden van 's-Hertogenbosch,Postbus 1162, 5200 BE 's-Hertogenbosch b-Kringnieuws januari 2000

Kringnieuws 2000 01 26 153  

Kringnieuws januari 2000

Advertisement