Issuu on Google+

UITGAVE VAN KRING "VRIENDEN VAN 'S-HERTOGENBOSCH" JAARGANG 21 - NUMMER 1 - JANUARI 1995

(je{utl(jg 1995 ...•........ .........•

"

............. " .. " .. ,." .... .-" ... " " .. .

STAP INDE GOEDE RICHTING (20)

Secretariaat van KRING "VRIENDEN 'S-HERTOGENBOSCH" Postbus 1162 5200 BE 's-Hertogenbosch

VAN

J

KRINGHUIS Tweede Korenstraatje 18 's-Hertogenbosch Telefoon 073 - 13 5098 Telefax 073 - 146021 Openingstijden: Maandag t/m zaterdag van 10.00-17.00uur Zon- en feestdagen van 12.00- 17.00 uur bovendien op donderdag van 18.00- 21.00 uur BETALINGEN - Postgiro3.119.716 - Bank van Lanschot rek.nr. 22.51.91.202 - Jaarlijkse bijdrage minimaal f25,- Jeugdleden f 15,-

1995! Meestal wordt er nog even achterom gekeken .... Meestal ontdek je dan dingen die we ons hadden voorgenomen... Meestal zijn er aanwijsbare redenen waarom iets NIET is gebeurd ... Meestal wordt er aan de dingen die wel zijn gebeurd niet zoveel aandacht meer geschonken! Dat schijnt menselijk te zijn, zoals men dat zo mooi en "heftig" weet te zeggen! Toch is het op zijn minst zinvol alles nog even de revue te laten passeren. Zomaar in Uw eigen gedachten! Het was een bewogen jaar over de gehele linie, in de wereld, in ons land, in onze stad.

Wat ook noodzaak is en blijft, is dat wij niet alleen een Kring, maar ook een Kring Vrienden blijven! Vrienden door dik en dun, te pas en te onpas. Dat is op zich een behoorlijke opgave waarvoor ons aller inzet gewenst is. Onze vrijwilligsters en vrijwilligers zowel bij de "Kring" als bij de "Binnendieze" geven daartoe keer op keer het goede voorbeeld! Laten we ook in 1995 stappen blijven zetten in de goede richting! Veel leesgenot en een gelukkig maar vooral gezond 1995! Jan Bruijstens

1995 Langzaam maar zeker schrijden wij in de richting van de eeuwwisseling. Maar eerst 1995. Het lijkt erop of alles om je heen steeds moeilijker wordt. Mogelijk is "moeilijk" niet het juiste woord. Niet-gemakkelijker is positiever te verstaan, maar praktisch hetzelfde, het klinkt wat sympathieker. Die positieve houding hebben wij ook in onze Kring nodig. Er veranderd nogal wat, ook in onze Kring! Dat is kennelijk een noodzaak.

-.J.

n.· ..··..

·.·.·.·· . __n_.-_•.·.-.E .·.·..·..·.•·.K .·_·.·.·.·.···".v N _··.-. . : ..•. , .•. ~ ..... . .t ........... . . <o • • ~." ....... "~"".

"

..... "

•••••

<-. •• ••••• >......

Van de redactie Agenda Van de bestuurstafel Cursussen en lezingen Excursies Ledenenquête Van de werkgroepen Moette nou toch's kijke Bossche Historie

.

.. ' - - ·- "......

..~--

1 en8 2 2 3

4 5 7 9 10


VAN'DEBESTUURSTAFEL·~·

.•...... ·...•. " .•. .-,., •... ,;- .... ~'9..: .......•••" .. " ...• " ••.•. ; .... " ............ ,,.,,,..,, ,, .•...•... __._;~ ... ,.,.-.,,, ......."

01-01 22-01 23-01

Nieuwjaarsbijeenkomst 1995. Bevrijdingsfietstocht 12.00 uur. Lezing "Zuidelijke Waterlinie" Stadsarchief - aanvang 20.00 uur. 20-02 Lezing "Brabantse Boerderijen" Stadsarchief - aanvang 20.00 uur. 26/27/ Carnaval 28-02 Kringhuis gesloten! 21-05 Eéndaagse excursie naar Zwolle. 23-09 Tweedaagse excursie naar Trier. Data en bijzonderheden van onderstaande activiteiten elders in dit Kring-Nieuws: Stadswandelingen, T orenrondleidingen, Zwanenbroedershuis, Stadhuis, Citadel, Vaartochten Binnendieze en Bosch Culinair Wandelen.

Kring-Nieuws is het zes maal per jaar verschijnend tijdschrift van de Kring "Vrienden van 's-Hertogenbosch." Redactie: Harry Blankert, Jan Bruijstens (voorzitter), Jack van Elten, Theo van Herwijnen, Jan Kleijne, Ati Linders (secretaris) en John Vermulst. Aan dit nummer werkten mede Kok de Bekker, Piet de Bock, Jo Hendriks, Hein Kurvers, Nort Lammers, Frans Peters, J.A.G.M. van Roosmalen, Ad van Zantvliet, J.J. van Veldhuizen en Vincent Verberk Redactie-adres: Secretariaat Kring-Nieuws Postbus 1162 5200 BE 's-Hertogenbosch Vormgeving: Jan Bruijstens, Jack van Elten en Ati Linders Druk: Printex 's-Hertogenbosch Oplage 1500 stuks Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen zonder schriftelijke toestemming van de redactie.

.

MEDEDELINGEN Sluiting Kringhuis In verband met Carnaval is het Kringhuis gesloten op zondag 26, maandag 27 en dinsdag 28 februari. Verkoop artikelen in Kringhuis Sinds begin december wordt bij de verkoop van artikelen in het Kringhuis gebruik gemaakt van een kassa. Dat betekent dat u automatisch een gespecificeerde rekening krijgt. Een en ander betekent ook dat het aantal te verkopen produkten de komende tijd uitgebreid kan worden. Bij het komende Kring-Nieuws ontvangt u een volledig overzicht van de artikelen die in het Kringhuis verkrijgbaar zijn. Sinds het vorige Kring-Nieuws (november 1994) is het volgende artikel in verkoop genomen: Rond de Geerlingse Brug, Herinneringen van Jan van Dijk. Prijs: /30,-. Januari-aanbieding voor leden In de maand januari zijn de beide uitgaven die de Kring ter gelegenheid van de viering van de 50-jarige bevrijding heeft uitgebracht tegen een bijzondere prijs te koop . De fietstocht Welsh Divisie Route en de wandelroute Bossche Monumenten: herinnering aan de Tweede Wereldoorlog zijn tesamen voor f 2,-verkrijgbaar (normale prijs f 4,-) tegen inlevering van bon A ledenkaart 1995. Dus: hoe eerder de contributie voor 199 5 is betaald ... Bedenk wel: op= op. Aktie behoud stationsoverkappingen Voor de laatste stand van zaken bent u aangewezen op de plaatselijke media. In het kringhuis is uiteraard ook alle informatie te raadplegen. Bij het ter perse gaan van dit KringNieuws kan in ieder geval een klein succesje worden gemeld. De Commissie voor Beroeps en bezwaarschriften van het Ministerie van WVC (inmiddels van Cultuur) heeft de minister geadviseerd zijn besluit "opnieuw te doen plaatsvinden". Dit betekent dat aan staatssecretaris Nuis dringend wordt geadviseerd het eerder genomen besluit waarbij de kap van het Ie perron c.a. niet werd aangewezen als rijksmonument, te herzien. Een citaat: "Uit de bestreden beschikking blijkt dat het hele monument beschermenswaardig is. De normale systematiek van de wet is dat bij aanwijzing van een com-

...• .. ...• .-. ................ w; •• , •• , ." ........... ..: .••.;;w>,...,.." .. " .• •~ ........ :.;"-~~

plex alleen die gedeelten wordt uitgezonderd, die op zich niet beschermenswaardig zijn. De beschikking bevat geen motivering waarom de bescherming beperkt is gebleven tot de overkapping van het 2e perron. De beschikking is op dit punt derhalve niet kenbaar en dus onvoldoende gemotiveerd." De commissie concludeert voorts dat "het enkele aanwijzen van het onderhavige complex als beschermd monument niet zal leiden tot een zodanige aantasting van de exploitatiemogelijkheden van het complex dat reeds op die grond het belang van appellanten (o.a. Kring die aanwijzing als rijksmonument wensen) van minder gewicht moet worden geacht dan de met de plaatsing te dienen belangen". Naar onze mening genoeg aanknopinw'punten voor de gemeente 's-Hertogt. bosch om in aktie te komen en eens te reageren op onze verzoeken tot overleg en herbezinning. De handtekeningen-aktie kent inmiddels 1.720 ondertekenaars!

J

STADSPROMOTIONELE EN TOERISTISCHE

ACTIVITEITEN Ook in het nieuwe jaar organiseert onze Kring weer enige activiteiten die zowel voor Bosschenaren als voor toeristen interessant kunnen zijn. Stadswandeling Op woensdag 4 januari organiseren we een stadswandeling door onze oude, hio ) rische binnenstad. Deze wandeling duurt ca. 1,5 uur en start om 14.00 uur in het Kringhuis. Kosten: f 4,- per persoon; kinderen t/m 12 jaar: f 2,- per persoon. Uiteraard kunt u ook een BON STADSWANDELING van uw lidmaatschapskaart 1994 of 1995 inleveren in het Kringhuis: U krijgt dan een gratis deelnemersbewijs. Torenrondleiding Op woensdag 4 januari organiseren we om 14.00 uur een rondleiding op de Westtoren van de Sint-Janskathedraal. Maximaal: 25 deelnemers. Bij te grote belangstelling organiseren we om 14.30 uur een tweede rondleiding. Duur: ca. 5 kwartier. Kaartverkoop aan de voet van de toren. Kosten: f 4,- per persoon; kinderen tiro 12 jaar f 2,- per persoon. Uiteraard kunt u de BON TORENRONDLEIDING


van uw lidmaatschapskaart 1994of1995 inleveren voor een gratis kaartje.

Zwanenbroedershuis Gratis rondleidingen voor individuele bezoekers elke vrijdag tussen 11.00 en 15.00 uur. Bij speciale gelegenheden kan het komen te vervallen. Informeer daarom altijd eerst in het Kringhuis. Duur: ca. 1 uur. Stadhuis Op verzoek van ons Gemeentebestuur organiseren we elke donderdagavond om 19.00 uur een gratis rondleiding van ca. 1 uur. Deze rondleidingen vinden echter uitsluitend plaats bij voldoende deelname (minimaal 5 personen). U moet zich daarom vóór 11.00 uur aanmelden bij het Gemeentelijk Voorlichtingscentrum: 073 1 "5755.

..._, Citadel Op de zaterdagen 7en21januarien11 en 25 februari vinden rondleidingen van 4 á 5 kwartier plaats door de Citadel/Rijksarchief. Aanvang: 11.00 uur. Kaartverkoop in het Kringhuis (dus NIET op de Citadel). Kosten: f 4 ,- per persoon; kinderen t/m 12 jaar: f 2,- per persoon. Ook hiervoor kunt u in het Kringhuis gratis kaartjes verkrijgen door inlevering van uw BON CITADEL van uw lidmaatschapskaart 1994 of1995. Vaartochten Binnendieze Vanaf zaterdag 22 april (tevens viering 10-jarig bestaan van de tochten) tot en met zondag 1 oktober wordt er weer gevaren op de Binnendieze. Reeds nu kunnen aanvra"~u hiervoor ingediend worden in het mghuis. Er wordt in 1995 gevaren van dinsdag tot en met zondag op elk heel uur tussen 11.00 en 17 .00 uur. Bovendien op maandag tussen 14. 00 en 17.00 uur. De duur blijft ca. 50 minuten. Tarief: f 6,- per persoon; kinderen t/m 12 jaar: f 2,50 per persoon. Reserveren kan uitsluitend tot 4 weken van tevoren met de verplichting minimaal 2 weken tevoren betaald te hebben. Een aparte belevenis zijn de avondtochten op de Binnendieze. Kosten hiervan zijn f l 50,- per boot (maximaal 16 personen). Afvaarten zijn mogelijk in de periode tussen 1 mei en 23 september 1995. Ook de aanvragen hiervoor moeten minimaal 4 weken tevoren schriftelijk of per fax worden ingediend. Bosch Culinair Wan delen Ook in 1995 vinden er weer Culinaire wandelingen plaats. Bij sommige groepen wordt er ook een vaartocht op de Binnen-

dieze ingepast. De zgn. "vrije" wandelingen vinden plaats op de zondagen 22 j anuari, 19 februari, 26 maart, 21 mei, 18 juni, 17 september, 22 oktober en 19 november. Vanaf heden zijn nieuwe folders hieroververkrijgbaar in het Kringhuis. Opgave hiervoor dient te geschieden bij de heer J. Rijnaarts (tel/fax: 073 - 219484).

daarna krijgt u, als u tenminste weinig inleidingen hebt verzuimd, het certificaat. Uit de onlangs middels een steekproef gehouden enquête is gebleken dat er onder de leden veel interesse bestaat om aan de cursus deel te nemen. Bent u geïnteresseerd, haal dan een inschrijfformulier in het Kringhuis. Dit is uw kans!

CURSUSSEN EN LEZINGEN

Vanwege de vele zeer positieve reacties op de cursus Boschlogie, is het plan geboren om te starten met een vervolgcursus. Afgelopen najaar is hiermede voorzichtig gestart. Een vijftigtal personen, die allen reeds het certificaat Boschlogie in bezit hadden, hebben op uitnodiging de vervolgcursus - Boschlogie II- gevolgd. Op 17 december jl. was de afsluiting. Waarom op uitnodiging? Nagenoeg iedereen wil meteen aan Boschlogie II beginnen. Om alle Boschlogen een eerlijke kans te geven, zijn wij gestart met het uitnodigen van de allereerste deelnemers. Op deze manier komen alle geïnteresseerden aan de beurt. Voorwaarde is echter om de eerste cursus Boschlogie met goed resultaat te hebben gevolgd. In het voorjaar 1995 start de tweede cursus van Boschlogie IL Ook hiervoor zijn reeds uitnodigingen verstuurd. Helaas zijn diverse cursisten Boschlogie 1 van het eerste uur inmiddels verhuisd, waardoor zij geen uitnodiging hebben ontvangen. Bent u een van deze mensen of kent u enkele van deze mensen, dan graag een berichtje naar het Kringhuis. Een uitnodiging kan dan alsnog worden verzonden.

Boschlogie 1 en II Ja, Boschlogie en niet Bosselogie. Op 3 december hebben weer ruim negentig personen het certificaat Boschloog uitgereikt gekregen. Ook deze groep was weer zeer enthousiast en vinden het een beetje jammer dat 't afgelopen is. U weet het misschien niet, maar er lopen nu ruim 300 Boschlogen rond. Een deel van hen zijn actief geworden binnen de Kring, bijv. als projectgids, schipper, torengids, kringhuismedewerk(st)er, enz. Al met al een geweldig resultaat. Bij Knillis aan de stamtafel is het idee geboren. Daar zaten en ik spreek nu over 1989 Coen Free, Peter-Jan van der Heijden en Nort Lammers samen een beetje te filosoferen over hoe je veel Bosschenaren kunt interesseren voor de geschiedenis van hun eigen stad. En aangezien Coen Free het MBO-College achter zich had en Peter-Jan van der Heijden het Stadsarchief en zijn eigen geweldige kennis over 's-Hertogenbosch, en Nort Lammers toen voorzitter was van de Kring, waren ze het samen gauw eens en is met vereende krachten gewerkt aan de realisatie. De cursus Boschlogie was een feit. Nu 4 jaar later al bijna 350 Boschlogen. In februari start er weer een nieuwe cursus. Daar hebben zich al ruim 60 personen voor opgegeven. Voor diegenen, die nog niet weten wat de cursus Boschlogie inhoudt, het volgende. Op zaterdagmorgen van 10.00 - 12.00 uur krijgt u gedurende _ 3 maanden, steeds weer op een andere locatie, en meestal door andere mensen, van alles te horen over 'sHertogenbosch. Ik noem een aantal onderwerpen: De Sint Jan, de restauratie van de Sint-Jan, de Citadel, moderne bouwkunst, de Binnendieze, het Zwanenbroedershuis, het Noordbrabants Museum, een stadswandeling, sociale aspecten van de stad, literatuur, de archieven, het Stadhuis, 's-Hertogenbosch als garnizoensstad, en op de laatste morgen een soort speurtocht;

Kok de Bekker

De Zuidelijke Waterlinie Lezing door de heer Cor Gillhaus op maandag 23 januari aanstaande in het Stadsarchief. Aanvang 20.00 uur. Deze, ook wel de Zuid Nederlandse Waterlinie genoemd, loopt ongeveer van Moerdijk - Geertruidenberg- Heusden - 'sHertogenbosch naar Grave. Deze waterlinie in samenwerking met de Hollandse Waterlinie, vormde een geducht obstakel voor vijandelijke legers, die vanuit België en/ofFrankrijk het Hart van Holland wilde veroveren. Vooral in de 18e en 19e eeuw hebben deze beide linies gefunctioneerd. De heer Gillhaus is o.a. bestuurslid van de Stichting Menno van Coehoorn. Deze stichting houdt zich bezig met het in stand


houden, restaureren, enz. van vestingen. De heer Gillhaus heeft onlangs de cursus Boschlogie gevolgd en gaat zeer binnenkort mede rondleidingen verzorgen op de Citadel in onze stad. Ook een vesting. En of onze Citadel toen ook deel uitmaakte van de Zuidelijke Waterlinie zal hij ons zeker uit de doeken doen. Wij hopen op een grote opkomst. Tot 23 januari. Kok de Bekker

Brabantse boerderijen Het komt, juicht de Boerderijenstichting, als geroepen. Men heeft het dan over het onlangs verschenen boek van Dr. ir. Sjef Hendrikx: "Brabantse boerderijen. Beleven, bewonen en bewaren". Sjef Hendrikx is landschapsconsulent. Hij was jarenlang werkzaam bij Staatsbosbeheer, afdeling Noord-Brabant, waar hij ten nauwste was betrokken bij de ruilverkavelingen. Thans is hij binnen hetzelfde Ministerie van Landbouw werkzaam bij het Informatie- en kenniscentrum van de Directie Natuurbeheer. In het kader van deze functie is Sjef Hendrikx projectleider van het momenteel lopende Belevingsonderzoek Cultuurhistorie 's-Hertogenbosch, waarbij ook de Kring "Vrienden van 's-Hertogenbosch" nauw is betrokken. De in Den Dungen wonende SjefHendrikx (in een boerderij van 1684!) is bestuurslid van Brabants Heem en (uiteraard) lid van de Kring. De auteur komt zijn recente boek toelichten op een lezingavond in het Stadsarchief voor de Kring op maandag 20 februari. Aanvang 20.00 uur Het beloofd een zeer interessante avond te worden. Vincent V erberk

EXCURSIES Naar Zwolle Het ligt in het voornemen om op zondag 21mei1995 een ééndaagse excursie te organiseren naar Zwolle, met onderweg een kort bezoek aan de romeinse opgravingen aan de Waalkant in Nijmegen. Dit is een vooraankondiging. Wij hebben een goed entree bij de Vereniging Vrienden van de Stadskern Zwolle. In nauw overleg met hen wordt een interessant inhoudelijk programma opgesteld.

Op dit moment wordt volstaan met een kort visitekaartje van Zwolle. Zwolle is hoofdstad van de provincie Overijssel. Telt bijna 100.000 inwoners, vergelijkbaar met 's-Hertogenbosch. Gesticht in de 9e eeuw na Christus; in 1230 stadsrechten. De stervormige grachtengordel en het nog geheel middeleeuwse stratenpatroon maakt Zwolle tot één interessant historisch monument. Zwolle's "gouden eeuw" viel in de 15e eeuw. Een groot aantal monumentale gebouwen dateert uit deze "gouden eeuw". Een speciale monumentemoute is uitgezet in de stad. In het volgende nummer van het KringNieuws wordt uitvoeriger ingegaan op Zwolle en op de inhoud en andere zaken rond deze excursie. Noteert u vast de datum in uw agenda: "zondag 21 mei 1995 naar Zwolle met de Kring". Vincent Verberk

Gaan we naar Trier? Met enige regelmaat vang je in de wandelgangen op: waarom gaan we niet eens op excursie naar Trier? Het is toch een zusterstad van 's-Hertogenbosch en bovendien op zich alleszins de moeite waard. Ook in de onlangs gehouden enquête onder de Kringleden wordt meermalen Trier als suggestie voor een excursie genoemd. Ons antwoord als bestuur is: ja, graag! Er is echter mogelijk een probleem: je doet het niet in één dag, wel in twee dagen. Dit betekent wel, behalve een vrij lange aanrijroute, uiteraard ook een overnachting, en dat betekent weer hogere kosten. Toch denken wij, datje dit idee niet voor je uit moet blijven schuiven. We hebben ons daarom eens georiënteerd over de mogelijkheid van een tweedaagse excursie naarTrier. Het mogelijke scenario is als volgt: We vertrekken op zaterdag 23 september 1995 (deze datum is wel serieus bedoeld) met luxe bus om 08.00 uur uit Den Bosch en komen dam met een ingelaste koffiestop om ongeveer 12.30 à 13.00 uur in Trier aan. Bij eigen lunchvoorziening (broodjes in de bus) kunnen we dan al snel ons programma aanpakken, waarbij de benen zeker gestrekt zullen worden! De avondmaaltijd is dan bij de excursieprijs inbegrepen, alsook een overnachting met ontbijt in een hotel in de stad. Ook de hele zondag hebben we dan nog voor ons. Een middagmaal op zondag is dan ook inbegrepen in de excursieprijs. Om 20.00 uur 's

avonds vertrekt de bus dan terug naar huis. Aankomst± 24.00 uur. De inhoud van het programma moet nog concreet worden ingevuld. Of dat kan? Zeker weten! Trier is de oudste stad van Duitsland; werd al inhetjaar 14 vóór Christus door de Romeinse keizer Augustus gesticht. Geen plaats benoorden de Alpen heeft zulke grootse Romeinse resten als Trier: de Porta Nigra, de Basilica, de Romeinse Keizerthermen, het Romeinse Amfitheater, de Barbarathermen, etc. Trier is ook een belangrijke bisschopsstad geweest, zo belangrijk dat de aartsbisschop in de 14e eeuw ook de wereldlijke macht naar zich toetrok als Kurfürst. Aan de religieuze kant zien we in Trier dan ook een romaanse Domkerk uit de 11 e en 12e eeuw (de oudste Domkerk van Duitsland), en een gotische Liebfrauenkirche uit 1270. Trier is dus alleszins de moeite waar } De kosten volgens het gegeven scenario (busreis, overnachting, twee maaltijden) komt op een voorzichtig geschatte prijs liggende tussen de f 225 ,- tot f 25 0,- per persoon. Als bestuur kunnen we ons met de organisatie van een dergelijke reis niet permitteren om builen te vallen. Vandaar dat we thans eerst een peiling houden, of er voldoende belangstelling is voor deze excursie. De inhoud van deze excursie zullen we dan zorgvuldig invullen, in nauw overleg ook met de gemeente die uiteraard zeer goede relaties heeft met Trier. Dringende vraag dus: laat degenen, die wel iets voelt voor een dergelijke excursie binnen de gegeven contouren, dit ons vóór 1 februari a.s. weten. Een telefoontj1 ) f een briefje) naar het Kringhuis is voldoende. Het verplicht u nog tot niets; wél gaan we dan ervan uit, dat uw bericht serieus bedoeld is, anders zijn we nog nergens. Ik zou het doen! En vergeet u niet te melden! Vincent Verberk

Fietstochten Opzondag22januari(vertrek 12.00uur) fietsen we met belangstellenden de bevrijdingstocht, (folder in het Kringhuis), speciaal uitgezet t.g.v. 50-jaar bevreiding. Op zondag 14 mei fietsen we met de echte volhouders een lange, maar mooie fietstocht naar het Slot Loevensteijn bij Woudrichem. Begin maar vast te oefenen. Voorts is het voornemen om, nu op een doordeweekse dag een fietstocht, wellicht tezamen met niet-fietsers een boottocht, naar Heusden te gaan.


",'

. •.. .. ... .,"... " ......... ,..... , .. ,,-;,;. .... :...:.:.. . "

IN DE BAN VAN DE KRING EENENQUETE ONDERDEKRINGLEDEN. In de algemene ledenvergadering van december 1993 presenteerde het NRIT uit Breda de resultaten van een gevraagd organisatie-onderzoek naar de Kring. Dat onderzoek was vooral gericht op drie zaken: het herformuleren van de hoofddoelstellingen van de Kring en de onderlinge samenhang. hoe komt de Kring naar buiten over? hoe functioneert de interne organisatie? In de Beleidsnota van het Bestuur naar aanleiding van dit onderzoek, kondigde het Bestuur aan een mondelinge enquête te (T<>an houden onder de Kringleden op basis , 1 een steekproef. Thans zijn de resultaten bekend van deze enquête. Het is een steekproef, waarbij ieder tiende lid uit het ledenbestand is getrokken ter ondervraging. Het is een mondelinge enquête van 48 vragen; tijdsduur van de ondervraging: 3 kwartier. De ondervraging zelf geschiedde door studenten van de Hogeschool 's-Hertogenbosch. De zogenaamde response (de mee-doeners) is 76%. Het leverde 1lObruikbareenquêtes op. In het rapport zelf wordt de techniek van de enquête verantwoord. Begin januari verschijnt het volledige verslag van de enquête onder de titel: ~ "In de ban van de Kring".

3. 4 8% van de Kringleden is in de stad geboren; 52% niet; voor deze laatste groep geldt dit ook voor hun ouders en die van hun partners. De Kring bestaat dus bepaald niet uitsluitend uit "rasechte", geboren en getogen Bosschenaren. 4. Van de Kringleden, die in de stad wonen, heeft 97% altijd, hetzij zelf, hetzij de partner, meer dan 5 jaar in de stad gewoond. Bij degenen, die niet in de stad wonen, heeft 56% 5 jaar oflanger in de stad gewoond. De 44%, die nooit in de stad gewoond hebben of minder dan 5 jaar, heeft kennelijk andere motieven gehad om lid te worden van de Kring. 5. Ongeveer 1/3 van de leden is minder dan 5 jaar lid van de Kring, ruim 1/3 deel 5-10 jaar en ruim 30% 10 jaar of langer lid van de Kring. De instroom kent dus een gelijkmatige verdeling over de leeftijdsklassen. 6. 45% (34% in de stad, 11 % erbuiten) neemt deel aan het verenigingsleven. 15% zegt niet deel te nemen, maar dit wel te willen doen. 7. Het genoten onderwijs staat op een vrij hoog niveau; 89% heeft middelbaar onderwijs genoten; 47% zelfs hoger (beroeps-)onderwijs. 60% leest naast het Brabants Dagblad ook nog een of meerdere landelijke dagbladen.

8. 36% van de ondervraagden is lid van andere cultuur-historische verenigingen. Zelfs 10% is lid van de Boschboom. 9. Van de ondervraagden heeft 72% een goede tot zeer goede kennis van de stad; zelfs 92% van de leden heeft belangstelling voor de geschiedenis van de stad. 10. Ook heeft men een vrij goede kennis van de Kring: 77% van degenen, die in de stad wonen, scoren goed tot zeer goed. 11. De eerdergenoemde Beleidsnota van het Bestuur is slechts door 15% gelezen. Na een goede uitleg verklaren echter de ondervraagden zich unaniem accoord met de 3 hoofddoelstellingen van de Kring. Een lichte nadruk wordt gelegd op doelstelling 3: pleiten en overleggen met andere instanties. Van degenen, die buiten wonen, legt 24% wat meernadruk op doelstelling 2: de toeristische activiteiten. 12. Ongeveer 1/4 deel van de ondervraagden zegt actief bezig te willen zijn met één van de doelstellingen: 70% hiervan behoort tot de leeftijdsgroep 51-64 jarigen. Er is dus een redelijke mate van potentie aanwezig binnen de Kring, die actief wil gaan deelnemen aan de verschillende activiteiten.

Thans volstaan we met de belangrijkste conclusies in een notedop:

HET LEZEN VAN HET KRING-NIEUWS 1. De gemiddelde leeftijd van de Kringleden is vrij hoog te noemen; 73% van de Kringleden zijn boven de 50 jaar; in de totale gemeente 's-Hertogenbosch is dit percentage 27%. De Kring telt 38% 65-jarigen en ouder (de gemeente 13%). 2. Van de Kringleden woont rond 70% in de stad; ongeveer 20% woont in de overige gemeenten van het Stadsgewest 's-Hertogenbosch, rond 10% woont buiten het Stadsgewest. Van de 65-j arigen en ouder woont 85% in de stad: van de 51-64 jarigen woont 34% in de gemeenten van het Stadsgewest (eerdere suburbanisatie?).

Woont in de stad

Woont niet in de stad 45 40 35

30+-~~~~~~~·

30

25+-~~~~~~~

25

20+-~--.""'"'~~~4

20

,--,

.--

1-

f-

H

f--

t-

H

H

f-

f--

H

H

f-

1-

!----'

H

f-

.----

15

r10

0

'ö 0

" ';il.

r" t:

el)

:g

ü

·;;:

... u

·;;;

0

1ii

'<;

·;;;

u

·s

" " B 1ii >"' >"' "~ .s u .s" " ';il. " ';il. ';il. <.>

~

<.>

t:

~

.8

.0

B

~

.0

~

.8

CJ ·ä0

" ';il.

.!!!'

.fj 1ii >"' .0"~ ~

ig ·ä

... u

·;;;

1ii

.s"

.8

';il.

> "~ ';il.

B

... u ·~

ü

1 .~ ·=1ii" u

.0

~

~

.8


WÄNDJfiESTUURSTAFiL"'"""' f ..

"n>}~~>*." ",.,.,.'9N-,<~., ••. ", ••••. ".<•. " ..•.,., ••.• - •.••~.........., ... N.<>0.~'0 ..........

ow.-..•

··•-'''~"'"' '' ""'" ·· · ·-,•~··m · , ·· ·· ·· ··' ·~wr ,__, _ _ w

...<-. •• >;« .-, >,;;.. , ,.,,,",.,4,."" ....." .. . ........ -,,,,,,,,," . . ........ ..:.,

13. De bezoekfrequentie aan het Kringhuis is bepaald niet hoog: 60% bezoekt slechts gemiddeld éénmaal per jaar het Kringhuis of zelfs nog minder. Ongeveer 2/3 deel koopt iets in het Kringhuis. De ontvangst in het Kringhuis vinden de bezoekers vriendelijk (88%). Ruim 90% vindt dat er voldoende informatie wordt verstrekt. 14. Het Kring-Nieuws wordt intensief gelezen: 61 % leest intensief. Slechts 3% leest het blad nooit. 3/4 deel van de ondervraagden zijn goed te spreken over het blad. Bij degenen, die het blad vrij matig vinden, zien we duidelijke verschillen in leeftijdsgroepen: 50 jaar en jonger vindt het voor 32-3 8% matig, de 51-64 jarigen voor 22-13% en de 65 jaar en ouder voor 11-16%. 15. De cursus Boschlogie is een bestseller: 86% kent de cursus; 18% heeft de cursus reeds gevolgd. Nog 42% (± 500 Ie-

.«<. .

.:.~.,., , " ,,,,

~

•• ,,,.. •. ,•,,,,,,,,.< •• ••• .••• .f............... .. ,, ..•.. " ...• ..... ,,,,,",,.«< .....,, ..".

den) wil de cursus alsnog volgen. 21 % weet het nog niet. De verdeling van degenen, die willen volgen, over de leeftijdsgroepen is 1/3, 1/3, 1/3. Een kwart deel woont buiten de stad, waarvan 80% in de overige stadsgewestgemeenten. 16. 85% van de ondervraagden is goed op de hoogte van de werkgroepen. 26% (± 300 leden) wilt meer weten over de werkgroepen, "om wellicht hieraan te gaan deelnemen". Ten aanzien van de projectgroepen, wil 53% meer informatie (beneden de 65 jaar zelfs 60%).

'"

~·~·==«=~·-=<><~.

,"."

.,, • •••••" "•·"'·"···'•"'"""'"" " "

--.· ··· · ·~ ,··

•.•• ••·••·••""-'<0·"'"'"" ••

"'' "''

'"''''"··"~

niet, 51-64 jarigen 76% nier en 65 jaar en ouder 57% niet. Van degenen, die wel meegaan, is 81 % tevreden. Men heeft voorkeur voor excursies met een duidelijk inhoudelijk thema. 19. De 50-jarigen en jonger bezoekt voor 96% nooit de lezingen van de Kring; 51-64 jarigen voor 66% nooit, en 65 jaar en ouder voor 52% nooit. Van degenen, die de lezingen bezoeken, is 88% tevreden. Men heeft graag onderwerpen, die over de stad 's-Hertogenbosch gaan.

17. De ledenvergaderingen worden tamelijk slecht bezocht: 83% komt nooit (50 jaar en jonger: 95%; 51-64 jarigen: 75%; 65 jaar en ouder: 69%).

20. Voor 85% van de leden beantwoordt de Kring aan het oorspronkelijke motief om lid te worden. 15% zegt nee (±200 leden). Deze zijn de potentiële afvallers.

18. Rond de 70% neemt nooit deel aan de excursies; ook hier verschil in leeftijdsgroepen: 50 jaar en jonger 83%

Het volledige rapport omvat rond de 50 tabellen en grafieken met toelichtende tekst. Vincent Verberk

Aantekeningen van het bestuur bij de uitkomsten van de enquête onder de Kringleden. 1. Wegens het nagenoeg ontbreken van de jongere leeftijdsgroepen is bijzondere aandacht voor de groep< 50 jaar van belang. Het is zowel voor de werving van leden als voor het optreden van de Kring naar buiten van belang daarmee rekening te houden. Wellicht moeten we gaan denken over activiteiten, die afgestemd zijn op bepaalde doelgroepen en leeftijdsgroepen, met daarbij behorende aangepaste tijden.

2. Het ledenbestand kent een gevarieerde opbouw als we kijken naar de herkomst van de leden. Er is een grote groep "geboren en soms ook getogen, Bosschenaren", ongeacht de huidige woonplaats. (48%) Daarnaast is er een groep "nieuwe Bosschenaren", d.w.z. zelf niet in de stad geboren en vaak ook de ouders niet! (52%) Van de ondervraagden die nooit in de stad gewoond hebben en de partner ook niet, heeft ongeveer 20% familie in de stad wonen; bij de ondervraagden die zelf minder dan 5 jaar in de stad gewoond hebben (en er dus nu niet meer wonen) heeft 40% familie in de stad wonen. Voor de Kring is het zaak te appelleren aan het emotionele aspekt van "Bosschenaar" ("ons kent ons"; "wil de echte Bossche-

naar opstaan", enz.) maar daar voorzichtig mee te zijn. Er is immers een grote groep - toenemend in aantal - die wordt aangesproken op door eigen ervaring (wonen, werk, kennissen, bezoeken) opgebouwde interesse en enige voorliefde voor onze stad. Die interesse is aanknopingspunt. Dat is een ander accent dan het wat verongelijkt aandoende en kritiekloze "kijk wij Bosschenaren, na Amsterdam de mooiste stad van " "". Er liggen wellicht ook kansen bij het aansluiten bij "inburgeringsprogramma's" voor nieuwkomers in de stad. Het aantal niet-nederlanders bedraagt overigens in de stad 6,1%.

3. Aandacht is nodig voor degenen die te kennen hebben gegeven dat zij op een of andere wijze actief willen gaan deelnemen aan het verenigingsleven. Op grond van de antwoorden op vragen hieromtrent kan een schatting gemaakt worden dat het gaat om 15 à 20% van het aantal leden; dit is 200 à 250 leden. Dit vraagt enerzijds om bezinning op de toch wat gesloten structuur en

cultuur rond werkgroepen (hoe groot, hoe toegankelijk, enz.), anderzijds om met meer openheid kanalen te scheppen voor een groter verenigingsaanbod voor activiteiten op terrein van heemkunde. 36% van de ondervraagden is ook lid van een andere cultuur-historische vereniging; 10% is lid van de Boschboom. Dit houdt in dat bij een geschat Ie& ) tal van de Boschboom op 500, ongeveer een 1/4 tot 115 leden van de Kring ZlJn. 4. Het vrij geringe gebruik van de wandelgidsjes van de Kring door de eigen leden voor het maken van wandelingen door de stad vraagt om extra stimulansen. 5. Het zich unaniem akkoord verklaren met de drie hoofddoelstellingen van de Kring is de aandacht waard. Dit geldt ook voor de enige mate van accentuering die gelegd wordt bij doelstelling 3: overleg en pleiten bij instanties. 6. Het moet een hart onder de riem zijn voor de vrijwilligers van het Kringhuis dat men vol lof is over ontvangst en informatie-verstrekking. Bedenkelijker


is echter dat zo velen zo weinig frequent het Kringhuis bezoeken. Er ligt hier een groot terrein braak. Aandacht is nodig voor verhoging van de attractiviteit van het Kringhuis. Zie notitie over uitbouw winkelfunktie. (agendapunt wijziging begroting 1995). 7. De vraag is of gezien het belang dat gehecht wordt aan het Kring- Nieuws en de functie die het in de interne communicatie vervult, niet meer aandacht en geld aan de aantrekkelijkheid en wellicht frequentie moet worden gegeven. De kritiek van de 'jongeren" is ter harte te nemen. 8. De zeer bekende cursussen Boschlogie kan nog zeer veel kandidaten verwachten, verspreid over verschillende leeftijdgroepen. Ook van buiten de stad bestaat veel belangstelling. De vraag is of wij zo lang een "wachtlijst" moeten aanhouden. Dat kan namelijk leden teleurstellen. Denk ook aan concurrentie! Is het niet beter, gelet op de doelgroep de opzet en kapaciteit

daarop aan te passen, b.v. ook een cursus overdag door de week, enz.

voorkeur voor zgn. thematische onderwerpen.

9. Voor de werkgroepen zou het KringNieuws een zeer belangrijk comrnunikatie-rniddel met de overige leden moeten zijn. Ruim 26% van de ondervraagden (zelfs 50% van 51-64 jarigen in de stad) wil meer weten over de werkgroepen "om wellicht deel te nemen". De struktuur van de werkgroepen zelf is niet tot onvoldoende gericht op deze comrnunikatie.

13. Het is de moeite waard om na te gaan of de lezingen o.a. in de onderwerpen aantrekkelijker gemaakt kunnen worden voor de jongere groepen. Voorkeur voor bezig zijn met de eigen stad. Zie ook relatie met zgn. "vrijwilligersavonden"; bezoek aan tentoonstellingen, enz.

10. Belangrijk is goede informatie te verstrekken over projekten en projektgroepen. De belangstelling bij de jongste leeftijdsgroepen hiervoor is beduidend.

11. De attraktiviteit van de ledenvergaderingen dient te worden verhoogd. De representativiteit van de vergadering is nauwelijks aanwezig. 12. De aantrekkelijkheid van de excursies verdient verhoging. Er is duidelijk

14. Ongeveer 15% van de leden (200) zeggen dat de kring voor hen niet meer beantwoordt aan het oorspronkelijke motief om lid te worden. Dit zijn potentiele afvallers. Aandachtsgroepen hierbij zijn dan de 51-64 jarigen: 24% zegt "nee" en van degenen uit de stad die niet aktiefzijn in het verenigingsleven zegt 25 % "nee". Dit neemt niet weg dat 85% tevreden is: l.150vande 1.360!

Het Bestuur

Zie pagina 12 onderaan!

HET KLEINE MONUMENT

DE WINDE

De werkgroep "Het Kleine Monument" is weer van start gegaan per 30 augustus 1994.

In tegenstelling tot wat er in het vorige nummer werd beloofd, om één van de daarin genoemde bedrijven uitvoerig te beschrijven, volgt echter eerst een industrie, waarover de "Winde" zich ook heeft ontfermd: De Sigarenindustrie.

Tot begin 1992 heeft deze werkgroep uitstekend gefunctioneerd en zich met allei kleine, doch waardevolle monumenten bezig gehouden, met als hoogtepunten: het herplaatsen van het beeld van Sint-Pieter en het laten maken van enige affuiten voor de kanonnen op het Bastion Vught. Beide voorbeelden zijn met behulp van enkele organisaties en individuele personen gerealiseerd. Dat is ook het kenmerk van "Het Kleine Monument": zoeken naar medewerking bij de Gemeente, bij particulieren en bij allerlei organisaties. Een andere bekende activiteit was: de uitreiking van een koperen plaquette t.b.v. een ondernemer, die met zorg voor cultuur-historische kenmerken van zijn zaak, heeft verbouwd, vernieuwd en gerestaureerd. Hiervoor werden uitgekozen: 1. Het beeldje van Pastoor de Kroon. 2. De Wapenborden van de Ridders van het Gulden Vlies.

3. Uitreiking van de plaquette. Tot slot: Nu het boekwerkje van Hennie v.d. Heijden-Molhuysen is verschenen met de titel "Oe gotte, kèk daor" heeft de werkgroep het idee van Dornien v. Gent zaliger weer opgepakt om op allerlei plekken in de stad pakkende Bossche gezegdes te laten aanbrengen. De eerste steen zit al ingemetseld met de tekst: "'t Is klik veur d'n bult 'theet net gespuld." Zou het niet leuk zijn de eerste verdwenen stenen van Dornien van Gent weer eens opnieuw te latén verschijnen en bijvoorbeeld in de muur van het Kringhhuis te laten inmetselen? Wie van de Kring-Nieuws-lezers heeft over dit onderwerp nog interessante ideeën aan te dragen? Het Kleine Monument houdt zich aanbevolen. Nort Lamrners

Zo rond de twintiger jaren van de vorige eeuw is men begonnen een nadere invulling aan "de tabak" te geven. Eerst was pijproken en pruimen de hoofdmoot, maar langzamerhand ging men over tot het maken van sigaren. In 1826 was de Duitser Lehmkuhl in Kampen begonnen met een sigarenfabriek. De sigarenindustrie verspreidde zich in de 19e eeuw over geheel Nederland. Enkele plaatsen die bekend waren om deze industrie waren: Kampen, Groningen, Wageningen, Druten, Eindhoven en 's-Hertogenbosch. Maar in de 20e eeuw was vooral NoordBrabant het gebied waar de sigaar gemaakt werd. In 's-Hertogenbosch waren in het begin van deze eeuw zestien sigarenfabrieken bekend, waarvan E. Goulmy en Baar, M.


NANDEWERKGROEPÊN,," '''""'·'··•••'• • •••••rn~•· • "•••»<",.-,,,,,,'>..,.;.:.. .- ,.,{,,,,,,," .,,•. ,,".A,,,,',,.-.,.- • .- • .- •.•• .-.T. , ,,,.,, ,..,," ... ,," ••••••• û

"'""""~'

...':o= . M-,oO,,,

,,,,_,, -,,,.,.;,< . ..

KOHl!it<LIJKC HEPERLAHDSCHE S'<:i!IREt<FA!IRIEKEK fUQf':HE GO!lll'\Y & SAAR

Azijnman, Gebr. Houtman, Wed. Gostelie en Ant. Sweens-Houtman de grootsten waren. De sigarenindustrie telde toen veel thuiswerkers en ook kinderen hebben jarenlang mee gewerkt in dit vak. In 1894 werd het Tabakswerkersgilde "St.-Petrus" opgericht. Dit gilde was een

vakvereniging uit de R.K. Werkliedenbond. Er verscheen ook een vakblad, de "Tabakswerker". in 1903 telde het gilde 27 5 leden. In 1903 was er een spoorwegstaking, en uit solidariteit hebben drie sigarenfabrieken daaraan meegedaan: v.d. Pas, Wed. Gostelie en Goulmy en Baar (op de laatste fabriek staakten 120 man.)

• •••.•• ~ .. '!..:.;,,;,J.;•••• >>..,

'

••.. ~

't HERTOGEMBOSCH

Zo is er nog veel meer te vertellen over de sigarenindustrie. De "Winde" is op zoek naar meer gegevens. Indien u thuis nog wat heeft liggen, gedenkboeken, artikelen etc. wilt U dan contact opnemen met P.de Bock, telefoon 04192-19196 Ad v. Zantvliet

VERSLAG VAN DE LEDENVERGADERING OP 11DECEMBER1994 (HOTEL CENTRAL) De voorzi tteropende om 14. 00 uur voor ongeveer 70 leden de vergadering. Het eerste gedeelte: Lezing van prof. dr. Nissen Het eerste deel van de vergadering was gereserveerd voor een lezing van prof. dr. P. Nissen, die op 14 oktober jl. het ambt aanvaardde van hoogleraar "Cultuur in Brabant" aan de Katholieke Universiteit Brabant te Tilburg. Hij begon zijn lezing met te constateren, dat de cultuur in Brabant twee aspecten kent: nl. 1. de beeldvorming en 2. het onderzoek van de cultuur. De beeldvorming is chronologisch gezien in drie fasen in te delen. In de eerste fase, die tot ver in de negentiende eeuw duurt, bepalen mensen van buiten Brabant dat beeld. Als voorbeeld noemde

de spreker dominee Hanewinckel, die rond 1800 een beschrijving maakte van een (fictieve) reis door de Meierij. Hij karakteriseerde de Bosschenaren daarin negatief als mensen met slechte zeden en zwierige kleding, die opvielen door kwaadsprekerij en bedilzucht. Brabant komt bij Hanewinckel en ook bij andere schrijvers naar voren als een onderontwikkeld gebied, zowel in de steden als op het platteland. In de tweede fase, die in de eerste helft van de twintigste eeuw begint, wordt de beeldvorming van de cultuur door de Brabanders zelfbepaald. Personen als Mgr. Gosseens, Dr. Moller en Gerard Knuvelder erkennen, dat Brabant onderontwikkeld is, maar vinden, dat Brabant dat niet aan zichzelf te danken heeft, maar aan uitbuiting door anderen. Daartegenover staat volgens hen de goede volksaard

van de Brabander: hij is vast in zijn geloof. Dr. de Brouwer merkte daar eens over op, dat Brabander en katholiek bijna synoniem zijn. Brabant is kortgehouden, maar de positieve volksaard moet beschermd worden en gaat een belangrijke rol spelen. Het is het tijdperk van Brabantia Nostra: Brabant aan ons. De derde fase begint in de jaren 60 (periode De Quay). Brabant gaat vernieuwen, wordt ontsloten en dynamischer. De steden groeien snel en ook de industrialisering neemt toe. Er ontstaat een verbrokkeld Brabant. Men vraagt zich af of er nog wel sprake is van een Brabants eigen. Tegenover de beeldvorming staat het onderzoek van de cultuur. De leerstoel "Cultuur in Brabant" wil impulsen geven aan dat onderzoek. Bewust is gekozen


is echter dat zo velen zo weinig frequent het Kringhuis bezoeken. Er ligt hier een groot terrein braak. Aandacht is nodig voor verhoging van de attractiviteit van het Kringhuis. Zie notitie overuitbouw winkelfunktie. (agendapunt wijziging begroting 1995). 7. De vraag is of gezien het belang dat gehecht wordt aan het Kring- Nieuws en de functie die het in de interne communicatie vervult, niet meer aandacht en geld aan de aantrekkelijkheid en wellicht frequentie moet worden gegeven. De kritiek van de "jongeren" is ter harte te nemen. 8. De zeer bekende cursussen Boschlogie

kan nog zeer veel kandidaten verwachten, verspreid over verschillende leeftijdgroepen. Ook van buiten de stad bestaat veel belangstelling. De vraag is of wij zo lang een "wachtlijst" moeten aanhouden. Dat kan namelijk leden teleurstellen. Denk ook aan concurrentie! Is het niet beter, gelet op de doelgroep de opzet en kapaciteit

daarop aan te passen, b.v. ook een cursus overdag door de week, enz.

voorkeur voor zgn. thematische onderwerpen.

9. Voor de werkgroepen zou het KringNieuws een zeer belangrijk cornmunikatie-rniddel met de overige leden moeten zijn. Ruim 26% van de ondervraagden (zelfs 50% van 51-64 jarigen in de stad) wil meer weten over de werkgroepen "om wellicht deel te nemen". De struktuurvan de werkgroepen zelfis niet tot onvoldoende gericht op deze cornmunikatie.

13. Het is de moeite waard om na te gaan of

10. Belangrijk is goede informatie te vers-

trekken over projekten en projektgroepen. De belangstelling bij de jongste leeftijdsgroepen hiervoor is beduidend. 11. De attraktiviteit van de ledenvergade-

ringen dient te worden verhoogd. De representativiteit van de vergadering is nauwelijks aanwezig. 12. De aantrekkelijkheid van de excursies verdient verhoging. Er is duidelijk

de lezingen o.a. in de onderwerpen aantrekkelijker gemaakt kunnen worden voor de jongere groepen. Voorkeur voor bezig zijn met de eigen stad. Zie ook relatie met zgn. "vrijwilligersavonden"; bezoek aan tentoonstellingen, enz. 14. Ongeveer 15% van de leden (200) zeg-

gen dat de kring voor hen niet meer beantwoordt aan het oorspronkelijke motief om lid te worden. Dit zijn potentiele afvallers. Aandachtsgroepen hierbij zijn dan de 51-64 jarigen: 24% zegt "nee" en van degenen uit de stad die niet aktief zijn in het verenigingsleven zegt 25% "nee". Dit neemt niet weg dat 85% tevreden is: 1.150 van de 1.360! Het Bestuur

Zie pagina 12 onderaan!

·······.·.·~··········~···· '!ÄN:!~l.{WE~!{~~Q~~.~~;

HET KLEINE MONUMENT

DE WINDE

De werkgroep "Het Kleine Monument" is weer van start gegaan per 30 augustus 1994.

In tegenstelling tot wat er in het vorige nummer werd beloofd, om één van de daarin genoemde bedrijven uitvoerig te beschrijven, volgt echter eerst een industrie, waarover de "Winde" zich ook heeft ontfermd: De Sigarenindustrie.

Tot begin 1992 heeft deze werkgroep uitstekend gefunctioneerd en zich met altlei kleine, doch waardevolle monumenten bezig gehouden, met als hoogtepunten: het herplaatsen van het beeld van Sint-Pieter en het laten maken van enige affuiten voor de kanonnen op het Bastion Vught. Beide voorbeelden zijn met behulp van enkele organisaties en individuele personen gerealiseerd. Dat is ook het kenmerk van "Het Kleine Monument": zoeken naar medewerking bij de Gemeente, bij particulieren en bij allerlei organisaties. Een andere bekende activiteit was: de uitreiking van een koperen plaquette t.b.v. een ondernemer, die met zorg voor cultuur-historische kenmerken van zijn zaak, heeft verbouwd, vernieuwd en gerestaureerd. Hiervoor werden uitgekozen: 1. Het beeldje van Pastoor de Kroon. 2. De Wapenborden van de Ridders van het Gulden Vlies.

3. Uitreiking van de plaquette. Tot slot: Nu het boekwerkje van Hennie v.d. Heijden-Molhuysen is verschenen met de titel "Oe gotte, kèk daor" heeft de werkgroep het idee van Dornien v. Gent zaliger weer opgepakt om op allerlei plekken in de stad pakkende Bossche gezegdes te laten aanbrengen. De eerste steen zit al ingemetseld met de tekst: '"t Is klik veur d'n bult 'theet net gespuid." Zou het niet leuk zijn de eerste verdwenen stenen van Dornien van Gent weer eens opnieuw te latén verschijnen en bijvoorbeeld in de muur van het Kringhhuis te laten inmetselen? Wie van de Kring-Nieuws-lezers heeft over dit onderwerp nog interessante ideeën aan te dragen? Het Kleine Monument houdt zich aanbevolen. Nort Larnmers

Zo rond de twintiger jaren van de vorige eeuw is men begonnen een nadere invulling aan "de tabak" te geven. Eerst was pijproken en pruimen de hoofdmoot, maar langzamerhand ging men over tot het maken van sigaren. In 1826 was de Duitser Lehrnkuhl in Kampen begonnen met een sigarenfabriek. De sigarenindustrie verspreidde zich in de 19e eeuw over geheel Nederland. Enkele plaatsen die bekend waren om deze industrie waren: Kampen, Groningen, Wageningen, Druten, Eindhoven en 's-Hertogenbosch. Maar in de 20e eeuw was vooral NoordBrabant het gebied waar de sigaar gemaakt werd. In 's-Hertogenbosch waren in het begin van deze eeuw zestien sigarenfabrieken bekend, waarvan E. Goulmy en Baar, M .


-.

·.·.o . ·.".·..·E. . .:P. ·.·.•.E.·..'.""'.N . . •.·.... .· ,..,,.,.. ~"~,. ".."..,,,·=·~·-·: ·-w""•.".,.. =~··-·· ···-····· ······~··,·-· ==~•-r·=~-."._"" .,.,,".,~

fY~NP~)Y~ . RK . · .·.·. ·..·.··. ·.G . ·.-....R .. .~.

0

• •_ " . " , _

-· . ' .. -

.. ..... ··----·-··'-··''·· =·····'""""'"''°' ... ··-·············"···"• ... " .. .-,... ,..-~•.. ..:--....:.<

······-~·-"···•····-<·'·"'·- .............<".-.-......<.-...... " .... -. .. x~ .•...•.•. ..::" .....;z.• . ~.;..~" ......••"

; .... " .-. .•

_.~··=·~~ ···~··;

~.; ..............., ...~ •••••..:..w1•. ".:r.-.~ ... .J

r-·- - · · · - -

KOKlH~llJKE H!'OERLllHDSCHf S•GRRENfA!IÎ!IEf(EH EUGl!HF. ûOULl'IY & ltf\RR

Azijnman, Gebr. Houtman, Wed. Gostelie en Ant. Sweens-Houtman de grootsten waren. De sigarenindustrie telde toen veel thuiswerkers en ook kinderen hebben jarenlang mee gewerkt in dit vak. In 1894 werd het Tabakswerkersgilde "St.-Petrus" opgericht. Dit gilde was een

vakvereniging uit de RK. Werkliedenbond. Er verscheen ook een vakblad, de "Tabakswerker". in 1903 telde het gilde 27 5 leden. In 1903 was er een spoorwegstaking, en uit solidariteit hebben drie sigarenfabrieken daaraan meegedaan: v.d. Pas, Wed. Gostelie en Goulmy en Baar (op de laatste fabriek staakten 120 man.)

'< ttER'?'OGEK80SCH

Zo is er nog veel meer te vertellen over de sigarenindustrie. De "Winde" is op zoek naar meer gegevens. Indien u thuis nog wat heeft liggen, gedenkboeken, artikelen etc. wilt U dan contact opnemen met P.de Bock, telefoon 04192-19196 Ad v. Zantvliet

VERSLAG VAN DE LEDENVERGADERING OP 11DECEMBER1994 (HOTEL CENTRAL) De voorzitter opende om 14. 00 uur voor ongeveer 70 leden de vergadering. Het eerste gedeelte: Lezing van prof. dr. Nissen Het eerste deel van de vergadering was gereserveerd voor een lezing van prof. dr. P. Nissen, die op 14 oktober jl. het ambt aanvaardde van hoogleraar "Cultuur in Brabant" aan de Katholieke Universiteit Brabant te Tilburg. Hij begon zijn lezing met te constateren, dat de cultuur in Brabant twee aspecten kent: nl. 1. de beeldvorming en 2. het onderzoek van de cultuur. De beeldvorming is chronologisch gezien in drie fasen in te delen. In de eerste fase, die tot ver in de negentiende eeuw duurt, bepalen mensen van buiten Brabant dat beeld. Als voorbeeld noemde

de spreker dominee Hanewinckel, die rond 1800 een beschrijving maakte van een (fictieve) reis door de Meierij. Hij karakteriseerde de Bosschenaren daarin negatief als mensen met slechte zeden en zwierige kleding, die opvielen door kwaadsprekerij en bedilzucht. Brabant komt bij Hanewinckel en ook bij andere schrijvers naar voren als een onderontwikkeld gebied, zowel in de steden als op het platteland. In de tweede fase, die in de eerste helft van de twintigste eeuw begint, wordt de beeldvorming van de cultuur door de Brabanders zelfbepaald. Personen als Mgr. Gosseens, Dr. Moller en Gerard Knuvelder erkennen, dat Brabant onderontwikkeld is, maar vinden, dat Brabant dat niet aan zichzelf te danken heeft, maar aan uitbuiting door anderen. Daartegenover staat volgens hen de goede volksaard

van de Brabander: hij is vast in zijn geloof. Dr. de Brouwer merkte daar eens over op, dat Brabander en katholiek bijna synoniem zijn. Brabant is kortgehouden, maar de positieve volksaard moet beschermd worden en gaat een belangrijke rol spelen. Het is het tijdperk van Brabantia Nostra: Brabant aan ons. De derde fase begint in de jaren 60 (periode De Quay). Brabant gaat vernieuwen, wordt ontsloten en dynamischer. De steden groeien snel en ook de industrialisering neemt toe. Er ontstaat een verbrokkeld Brabant. Men vraagt zich af ofernogwel sprake is van een Brabants eigen. Tegenover de beeldvorming staat het onderzoek van de cultuur. De leerstoel "Cultuur in Brabant" wil impulsen geven aan dat onderzoek. Bewust is gekozen


:,......... ",~~

..

;-

..

·-· -'----·'·· ..-. . ~; ~ .·... ./. __ , ;:;...,.,~ ., ;,

;

voor cultuur in Brabant en niet voor Brabantse cultuur, dus cultuur van Brabant. Enerzijds hebben immers de verschillende delen van de huidige provincie elk hun eigen historie en dus cultuur (Meierij, Baronie van Breda, Land van Heusden (vroeger Hollands) en Land van Ravenstein). Anderzijds dienen we als we Brabant opvatten als het oude hertogdom ook rekening te houden met onze zuiderburen, de Belgische provincie Brabant. Onder cultuur dienen we in dit verband te verstaan: de volkscultuur ofwel de cultuur van het dagelijks leven. Bij het onderzoek wordt getracht antwoorden te vinden op vragen als: Hoe leefden de mensen, hoe woonden ze, hoe was de indeling van het huis, hoe richtten ze hun dagelijks leven in, hoe feestten ze, hoe ontspanden ze zich?

het Sint-Nicolaasfeest rond 1800 niet alleen in de steden maar ook op het platteland werd gevierd. Ook heeft hij in zijn beschrijving aandacht besteed aan de religieuze aankleding van het woonhuis. Hanewinckel heeft daar als niet-katholiek anders tegenaan gekeken als de katholieke geschiedschrijvers, omdat voor hen een aantal zaken zo vanzelfsprekend was, dat zij deze niet beschreven. Na afloop van de lezing deelde de voorzitter mee, dat hij hoopte, dat de lezing van prof. dr. Nissen een aantal leden geïnspireerd heeft om hun medewerking aan het onderzoek naar de feestcultuur in 's-Hertogenbosch te verlenen.

Kring, de beleidsnotitie van het bestuur, de bezoeken aan het Kringhuis, het KringNieuws, de cursus Boschlogie, de ledenvergadering en de lezingen en excursies. De uitslag van de enquete is voor het bestuur aanleiding geweest om 16 aandachtspunten voor het beleid op papier te zetten. Elders in dit KringNieuws kunt u hier meer over lezen. Het volledige enqueterapport zal op het moment dat u dit leest ter inzage liggen in het Kringhuis. Na het een uur durende betoog van Vincent Verberk volgende een uitgebreide toelichting op de begroting voor 1995 door penningmeester Jack van Uden. De gewijzigde begroting werd door de vergadering goedgekeurd.

Het tweede gedeelte: Enquete en begroting

Er wordt gestart met een onderzoek naar feestcultuur. Het onderzoek moet antwoorden geven op vragen als: welke feesten waren er, werden deze alleen in steden gehouden of ook op het platteland, werden er speciale gerechten gebruikt, was er speciale kleding (carnaval), door wie werd er gefeest (volwassenen en/ofkinderen)? Dankzij de eerdergenoemde dominee Hanewinckel weten we bijvoorbeeld, dat

In het tweede gedeelte van de vergadering was veel tijd ingeruimd voor de uitslag van de enquete die de afgelopen maanden onder Kringleden is gehouden. Bestuurslid Vincent Verberk presenteerde onder het motto "In de ban van de Kring" op duidelijke wijze de resultaten van de enquete. Er zijn in totaal 110 leden mondeling geïnterviewd. Zij kregen 48 vragen voorgelegd, die betrekking hadden op o.a. kennis van de

De aanwezige leden werd tenslotte de gelegenheid geboden om door middel van een enqueteformulier schriftelijk hun mening te geven over de herinrichting van Kerkstraat, Kerkplein en Karrenstraat. De voorzitter sloot om 17 .30 uur de vergadering.

. ... .

· ···· ~

••••• •. ;

15 december 1994 Theo van Herwijnen

MOETTE N0U TUèH.,S-.läJK.E: · -'••'-'-•••• • • •">·· '"""" '~•· -' ·•""-' '·· · ~'"'''•Y•'- ·"' '· ~-'"· '· '·'"·· ~• •• -' •

.. ,:·>~ ..... ,.0.·..... ..·.. .·"'·· ' ···· ·•••• •••• ••• •'•••••••-•>•"-''·•· '• "

ZUID-WILLEMSVAART Vroeger stonden de huizen aan de rechter kanaaldijk (dat was vanuit de stad gezien aan de overzijde van de Zuid-Willemsvaart) en aan de linker kanaaldijk.

"

) Toen de Zuid-Willemsvaart in 18221826 gegraven werd, moesten er heel wat huizen afgebroken worden ter hoogte van het Hinthamereind. Vroeger liep het Hinthamereinde vanaf de Geerlingsebrug tot de watertoren, maar de Zuid-Willemsvaart bracht hier verandering in. De panden die tussen "Kasteel in Helmond" (drankhandel Grimm) en aan de overzijde bij kapper Versteijnen moesten worden afgebroken waren onder andere De Marsman, De W olsack, In Halfmaan, De Lindeboom en De Zevengester. Aan de overzijde onder andere De geleerde Koei, De witte Wan en De Schuttersdoelen. Wat hadden de huizen vroeger toch mooie namen. Op de foto uit 1935 de ver-

Oude Kolksluis 1935

nieuwing van Sluis 0, de schuine aarde-talud werd vervangen door een betonnen wand.

(foto uit collectie Jo Hendriks)

Jo Hendriks


DE BOUW VAN DE NED.HERV.KERK TE 'S-HERTOGENBOSCH Een vervolgverhaal door J.J.van Veldhuizen. Nr.5. Zich voortzettende problemen tussen Hoofdingenieur Goekoop en ingenieur Stoelendrager. De bouw gaat gewoon door! 30 augustus 1820 schrijft Goekoop aan Stoelendrager dat de al aangebrachte dakkapellen, zichtbaar vanaf de straat, moeten worden afgebroken en vervangen door in de dakhelling liggende lichtvensters. Dit op verzoek van de president van de het werk begeleidende kerkcommissie. 1 september 1820 schrijft Stoelendrager; voor de eerste maal te horen van zo'n kerkcommissie. Hij weet niet hoever het gezag van die commissie strekt. Uit eerbied voor de persoon Goekoop heeft hij tot nu toe mondelinge opdrachten uitgevoerd. Maar het verbaasd hem dat dakkapellen op aandrang van de president van die commissie moeten worden vervangen. De bouw was reeds maanden bekend. "Is uw kennis dan zo gering dat U dat niet eerder zag. Dit alles geeft alleen blijk van uw bitterheid en is bedoeld om mij in verwarring te brengen. U vordert van mij iets wat ikniet kan doen". Nog diezelfde dag schrijft Goekoop terug. Hij vindt de motieven absurd en de uitdrukkingen beledigend. U vergeet wat uw plaats is! Ik gelast u de wegbrekingen uit te voeren voor morgenochtend acht uren, anders zal ik de zaak in loco zelf ter hand nemen. Op 1 september 1820 op het werk aanwezig: 3 aannemers, 4 onderbazen, 26 timmerlieden, 3 steenhouwers, 4 leydekkers, 3 metselaars, 3 opperlieden en 20 sjouwerlieden, 1 kar en 1 paard. Totaal 66 mannen. 2september1820 schrijft Goekoop weer aan de inspecteur Goudriaan. En meldt onaangenaamheden met Stoelendrager. Deze heeft het gebrek zijn superieur niet te erkennen en te gehoorzamen. Met die man is niet te werken zonder twist en onaangenaamheden. Zijn gedrag is ook schadelijk voor de reputatie van de Dienst en van het Corps. 3 september 1820. In verband met de onderlinge onenigheden tussen Goekoop en Stoelendrager is toch typerend voor de stijl van omgang, deze zin uit een brief van Goekoop aan Stoelendrager;"indien u aanmerkingen heeft zal ik die graag vernemen tot verbetering en indien nodig ben ik bereid tot het geven van opheldering".

De bouw van de kerk vordert gestaag. Zodat Goekoop op 6 september 1820 aan de Minister kan schrijven. De werkzaamheden aan de kerk vorderen goed. Nu kunnen wij weldra gaan prepareren het daarstellen van ameublement, orgel, predikstoel, banken, enz. Het daarvoor maken van bestek en begroting. Ik wil daarvoor voorstellen doen maar ben verlegen met het orgel. Ik en mijn personeel hebben daarvan niet de minste kennis. Er is een oud orgel uit de afgebroken Annakapel geconserveerd, maar behalve dat het te klein en onvoldoende voor de nieuwe kerk is, is het slecht en zijn veel onderdelen door ouderdom vergaan. Ik stel voor een deskundige een plan te laten maken met bestek en begroting. Voordracht: Abraham Meere Sr., Meesterorgelmaker te Utrecht. 16 september 1820. Voortgangsrapport bouw kerk. Trapmuur tegenover die van de toren, voor naar het orgel, ten volle hoogte opgemetseld. Gehele kap afgemaakt en op een vakje na ook geheel beplankt en een vierde met leyen bedekt. 213 deel grote goot met lood belegd en digtgesoldeert. Vier dakkozijnen gesteld volgens order Hoofdingenieur. De toren geheel in zijgeraamte gemaakt en gesteld met acht kolommen. Het steenhouwwerk is op het stellen der bordessen na, nagenoeg ten einde gelopen. Personeel: 3 aannemers, 3 onderbazen, 34 timmerlieden, 7 metselaars, 2 opperlieden, 12 daggelders, 3 steenhouwers, 3 loodgieters, 7 leydekkers. Totaal 74 mannen. 22 september 1820. Uit de toon van de volgende brief van Stoelendrager aan Goekoop blijkt effect van diens klachten over Stoelendrager. Deze schrijft: "tevens verzoek ik u of het u kan schikken om heden over een en ander onderwerp te spreken, dat zou mij zeer aangenaam zijn. Hetzij op het werk of dat ik mij bij uw Edelgestrenge deswegen kwam vervoegen". Hij noemt een aantal onderwerpen en eindigt met; "en hetgeen ik verder de eer zal hebben nominatief aan uw Edelgestrenge visitatie te onderwerpen" . 30 september 1820 levert architect De Greef de schets voor de kroonlijsten in de kerk. Hij hoopt dat zij duidelijk genoeg zijn en werkt duidelijk op afstand, getuige zijn opmerking; "de sprong van de pilasters uit het vlakke muurwerk, zo ik mij wel herinner, is van een halve mop. 2 october 1820. Voortgangsrapport bouw kerk. Toren met windwijzer, leyen

dakjes, bekleedsels met lood, lijstwerken en kolommen in orde, gesteld en gegrondverwd, uitgezonderd de vier poorten. Gehele kap klaar en ruim 5/6 met leyen bedekt. Regelwerk plafond der kap aangebracht en vastgespijkerd. Kroonlijsten om consistoriën in orde, ook de lijsten boven de kozijnen. De grote kroonlijst wel gemaakt, maar niet in orde, waaraan dadelijk voorzieningen in de gebreken, door onbekwame en afgezette timmerlieden geschied. Glasramen voor de consistoriën gemaakt en voor het grootste deel, die voor de grote halfronde lichtkozijnen. Trappen voorde tribune. De gebintjes voorde daken der consistoriën gemaakt om gesteld te worden. Aanleg bordes Hinthamerstraat ontbloot en daarop de eerste vijfzijdig rondgaande hardstenen treden gepla de overige ter plaatsing gereed. Personeel: 3 aannemers, 3 onderbazen, 33 timmerlieden, 19 daggelders, 3 steenhouwers, 7 leydekkers, 3 loodgieters, 3 stukadoors. Totaal 74 mannen. 4 october 1820. Van de Minister aan Goekoop. Voordracht E.Stoelendrager te verplaatsen naar het 14e District, met ingang van 1 november 1820. (het 14e Disrict is Namen.) 24 october 1820. Van Goekoop aan Stoelendrager. De Minister heeft uw verplaatsing bepaald op 1 november 1820. Hij vraagt dan diverse rapporten, onder anderen; in hoeverre aan het bestek is voldaan, en wat nog moet plaats vinden. Alle tekeningen in handen stellen van G.Immerzeel welke door mij provisioneel met den afmaak van hetzelve werk zal worden b< 28 october 1820 bericht de Minister aan Goekoop dat de machtiging binnen is voor de uitvoering van de extra werken aan de kerk. Z.M. heeft zich uitvoering van deze werken laten welgevallen, evenwel met leedwezen opgemerkt dat men daarop niet eerder indachtig is geweest en eerder is geregeld. Op 2 november 1820 stuurt Stoelendrager zijn afsluitend rapport in. Hij meldt o.a. dat op 14 maart 1820 's morgens om 7 uur de eerste steen is gelegd. Het metselwerk was klaar op 2 september 1820 des 's middags. De laatste stukken hardsteen zijn verwerkt op 27 october 1820. Het houtwerk is op schema. Verder een zeer gedetailleerde opsomming van wat gedaan is en nog te doen. - Volgende aflevering, het slot. J.J.van Veldhuizen.


.

W:<•-,;. · · ~~,.-..':\:- ·< '" <'-

.

.. ,,,,!:r<<Y' ".'"''c

_; ~ .. ' ..... i .... ,:

voor cultuur in Brabant en niet voor Brabantse cultuur, dus cultuur van Brabant. Enerzijds hebben immers de verschillende delen van de huidige provincie elk hun eigen historie en dus cultuur (Meierij, Baronie van Breda, Land van Heusden (vroeger Hollands) en Land van Ravenstein). Anderzijds dienen we als we Brabant opvatten als het oude hertogdom ook rekening te houden met onze zuiderburen, de Belgische provincie Brabant. Onder cultuur dienen we in dit verband te verstaan: de volkscultuur ofwel de cultuur van het dagelijks leven. Bij het onderzoek wordt getracht antwoorden te vinden op vragen als: Hoe leefden de mensen, hoe woonden ze, hoe was de indeling van het huis, hoe richtten ze hun dagelijks leven in, hoe feestten ze, hoe ontspanden ze zich?

het Sint-Nicolaasfeest rond 1800 niet alleen in de steden maar ook op het platteland werd gevierd. Ook heeft hij in zijn beschrijving aandacht besteed aan de religieuze aankleding van het woonhuis. Hanewinckel heeft daar als niet-katholiek anders tegenaan gekeken als de katholieke geschiedschrijvers, omdat voor hen een aantal zaken zo vanzelfsprekend was, dat zij deze niet beschreven. Na afloop van de lezing deelde de voorzitter mee, dat hij hoopte, dat de lezing van prof. dr. Nissen een aantal leden geïnspireerd heeft om hun medewerking aan het onderzoek naar de feestcultuur in 's-Hertogenbosch te verlenen.

Kring, de beleidsnotitie van het bestuur, de bezoeken aan het Kringhuis, het KringNieuws, de cursus Boschlogie, de ledenvergadering en de lezingen en excursies. De uitslag van de enquete is voor het bestuur aanleiding geweest om 16 aandachtspunten voor het beleid op papier te zetten. Elders in dit KringNieuws kunt u hier meer over lezen. Het volledige enqueterapport zal op het moment dat u dit leest ter inzage liggen in het Kringhuis. Na het een uur durende betoog van Vincent Verberk volgende een uitgebreide toelichting op de begroting voor 1995 door penningmeester Jack van Uden. De gewijzigde begroting werd door de vergadering goedgekeurd.

Het tweede gedeelte: Enquete en begroting

Er wordt gestart met een onderzoek naar feestcultuur. Het onderzoek moet antwoorden geven op vragen als: welke feesten waren er, werden deze alleen in steden gehouden of ook op het platteland, werden er speciale gerechten gebruikt, was er speciale kleding (carnaval), door wie werd er gefeest (volwassenen en/of kinderen)? Dankzij de eerdergenoemde dominee Hanewinckel weten we bijvoorbeeld, dat

In het tweede gedeelte van de vergadering was veel tijd ingeruimd voor de uitslag van de enquete die de afgelopen maanden onder Kringleden is gehouden. Bestuurslid Vincent Verberk presenteerde onder het motto "In de ban van de Kring" op duidelijke wijze de resultaten van de enquete. Er zijn in totaal 110 leden mondeling geinterviewd. Zij kregen 48 vragen voorgelegd, die betrekking hadden op o.a. kennis van de

De aanwezige leden werd tenslotte de gelegenheid geboden om door middel van een enqueteformulier schriftelijk hun mening te geven over de herinrichting van Kerkstraat, Kerkplein en Karrenstraat. De voorzitter sloot om 17 .30 uur de vergadering. 15 december 1994 Theo van Herwijnen

••••••••••••;••;•••w••••,·· · •; :···•

. \.}'

ZUID-WILLEMSVAART Vroeger stonden de huizen aan de rechter kanaaldijk (dat was vanuit de stad gezien aan de overzijde van de Zuid-Willemsvaart) en aan de linker kanaaldijk.

"

) Toen de Zuid-Willemsvaart in 18221826 gegraven werd, moesten er heel wat huizen afgebroken worden ter hoogte van het Hinthamereind. Vroeger liep het Hinthamereinde vanaf de Geerlingsebrug tot de watertoren, maar de Zuid-Willemsvaart bracht hier verandering in. De panden die tussen "Kasteel in Helmond" (drankhandel Grimm) en aan de overzijde bij kapper Versteijnen moesten worden afgebroken waren onder andere De Marsman, De W olsack, In Halfmaan, De Lindeboom en De Zevengester. Aan de overzij de onder andere De geleerde Koei, De witte Wan en De Schuttersdoelen. Wat hadden de huizen vroeger toch mooie namen. Op de foto uit 1935 de ver-

Oude Kolksluis 1935

nieuwing van Sluis 0, de schuine aarde-talud werd vervangen door een betonnen wand.

(foto uit collectie Jo Hendriks)

Jo Hendriks


DE BOUW VAN DE NED.HERV.KERK TE 'S-HERTOGENBOSCH Een vervolgverhaal door J.J.van Veldhuizen. Nr.5. Zich voortzettende problemen tussen Hoofdingenieur Goekoop en ingenieur Stoelendrager. De bouw gaat gewoon door! 30 augustus 1820 schrijft Goekoop aan Stoelendrager dat de al aangebrachte dakkapellen, zichtbaar vanaf de straat, moeten worden afgebroken en vervangen door in de dakhelling liggende lichtvensters. Dit op verzoek van de president van de het werk begeleidende kerkcommissie. 1 september 1820 schrijft Stoelendrager; voor de eerste maal te horen van zo'n kerkcommissie. Hij weet niet hoever het gezag van die commissie strekt. Uit eerbied voor de persoon Goekoop heeft hij tot nu toe mondelinge opdrachten uitgevoerd. Maar het verbaasd hem dat dakkapellen op aandrang van de president van die commissie moeten worden vervangen. De bouw was reeds maanden bekend. "Is uw kennis dan zo gering dat U dat niet eerder zag. Dit alles geeft alleen blijk van uw bitterheid en is bedoeld om mij in verwarring te brengen. U vordert van mij iets wat ikniet kan doen". Nog diezelfde dag schrijft Goekoop terug. Hij vindt de motieven absurd en de uitdrukkingen beledigend. U vergeet wat uw plaats is! Ik gelast u de wegbrekingen uit te voeren voor morgenochtend acht uren, anders zal ik de zaak in loco zelf ter hand nemen. Op 1 september 1820 op het werk aanwezig: 3 aannemers, 4 onderbazen, 26 timmerlieden, 3 steenhouwers, 4 leydekkers, 3 metselaars, 3 opperlieden en 20 sjouwerlieden, 1 kar en 1 paard. Totaal 66 mannen. 2september1820 schrijft Goekoop weer aan de inspecteur Goudriaan. En meldt onaangenaamheden met Stoelendrager. Deze heeft het gebrek zijn superieur niet te erkennen en te gehoorzamen. Met die man is niet te werken zonder twist en onaangenaamheden. Zijn gedrag is ook schadelijk voor de reputatie van de Dienst en van het Corps. 3september1820. In verband met de onderlinge onenigheden tussen Goekoop en Stoelendrager is toch typerend voor de stijl van omgang, deze zin uit een brief van Goekoop aan Stoelendrager;"indien u aanmerkingen heeft zal ik die graag vernemen tot verbetering en indien nodig ben ik bereid tot het geven van opheldering".

De bouw van de kerk vordert gestaag. Zodat Goekoop op 6 september 1820 aan de Minister kan schrijven. De werkzaamheden aan de kerk vorderen goed. Nu kunnen wij weldra gaan prepareren het daarstellen van ameublement, orgel, predikstoel, banken, enz. Het daarvoor maken van bestek en begroting. Ik wil daarvoor voorstellen doen maar ben verlegen met het orgel. Ik en mijn personeel hebben daarvan niet de minste kennis. Er is een oud orgel uit de afgebroken Annakapel geconserveerd, maar behalve dat het te klein en onvoldoende voor de nieuwe kerk is, is het slecht en zijn veel onderdelen door ouderdom vergaan. Ik stel voor een deskundige een plan te laten maken met bestek en begroting. Voordracht: Abraham Meere Sr" Meesterorgelmaker te Utrecht. 16 september 1820. Voortgangsrapport bouw kerk. Trapmuur tegenover die van de toren, voor naar het orgel, ten volle hoogte opgemetseld. Gehele kap afgemaakt en op een vakje na ook geheel beplankt en een vierde met leyen bedekt. 2/3 deel grote goot met lood belegd en digtgesoldeert. Vier dakkozijnen gesteld volgens order Hoofdingenieur. De toren geheel in zijgeraamte gemaakt en gesteld met acht kolommen. Het steenhouwwerk is op het stellen der bordessen na, nagenoeg ten einde gelopen. Personeel: 3 aannemers, 3 onderbazen, 34 timmerlieden, 7 metselaars, 2 opperlieden, 12 daggelders, 3 steenhouwers, 3 loodgieters, 7 leydekkers. Totaal 74 mannen. 22 september 1820. Uit de toon van de volgende brief van Stoelendrager aan Goekoop blijkt effect van diens klachten over Stoelendrager. Deze schrijft: "tevens verzoek ik u of het u kan schikken om heden over een en ander onderwerp te spreken, dat zou mij zeer aangenaam zijn. Hetzij op het werk of dat ik mij bij uw Edelgestrenge deswegen kwam vervoegen". Hij noemt een aantal onderwerpen en eindigt met; "en hetgeen ik verder de eer zal hebben nominatief aan uw Edelgestrenge visitatie te onderwerpen". 30 september 1820 levert architect De Greef de schets voor de kroonlijsten in de kerk. Hij hoopt dat zij duidelijk genoeg zijn en werkt duidelijk op afstand, getuige zijn opmerking; "de sprong van de pilasters uit het vlakke muurwerk, zo ik mij wel herinner, is van een halve mop. 2 october 1820. Voortgangsrapport bouw kerk. Toren met windwijzer, leyen

dakjes, bekleedsels met lood, lijstwerken en kolommen in orde, gesteld en gegrondverwd, uitgezonderd de vier poorten. Gehele kap klaar en ruim 5/6 met leyen bedekt. Regelwerk plafond der kap aangebracht en vastgespijkerd. Kroonlijsten om consistoriën in orde, ook de lijsten boven de kozijnen. De grote kroonlijst wel gemaakt, maar niet in orde, waaraan dadelijk voorzieningen in de gebreken, door onbekwame en afgezette timmerlieden geschied. Glasramen voor de consistoriën gemaakt en voor het grootste deel, die voor de grote halfronde lichtkozijnen. Trappen voor de tribune. De gebintjes voor de daken der consistoriën gemaakt om gesteld te worden. Aanleg bordes Hinthamerstraat ontbloot en daarop de eerste vijfzijdig rondgaande hardstenen treden gepla Î de overige ter plaatsing gereed. Personeel: 3 aannemers, 3 onderbazen, 33 timmerlieden, 19 daggelders, 3 steenhouwers, 7 leydekkers, 3 loodgieters, 3 stukadoors. Totaal 74 mannen. 4 october 1820. Van de Minister aan Goekoop. Voordracht E.Stoelendrager te verplaatsen naar het 14e District, met ingang van 1november1820. (het 14e Disrict is Namen.) 24 october 1820. Van Goekoop aan Stoelendrager. De Minister heeft uw verplaatsing bepaald op 1 november 1820. Hij vraagt dan diverse rapporten, onder anderen; in hoeverre aan het bestek is voldaan, en wat nog moet plaats vinden. Alle tekeningen in handen stellen van G.Immerzeel welke door mij provisioneel met den afmaak van hetzelve werk zal worden b~ 28 october 1820 bericht de Minister aan Goekoop dat de machtiging binnen is voor de uitvoering van de extra werken aan de kerk. Z.M. heeft zich uitvoering van deze werken laten welgevallen, evenwel met leedwezen opgemerkt dat men daarop niet eerder indachtig is geweest en eerder is geregeld. Op 2 november 1820 stuurt Stoelendrager zijn afsluitend rapport in. Hij meldt o.a. dat op 14 maart 1820 's morgens om 7 uur de eerste steen is gelegd. Het metselwerk was klaar op 2 september 1820 des 'smiddags. De laatste stukken hardsteen zijn verwerkt op 27 october 1820. Het houtwerk is op schema. Verder een zeer gedetailleerde opsomming van wat gedaan is en nog te doen. - Volgende aflevering, het slot. J.J.van Veldhuizen.


. BOSSCHE IiISfORiEl

-~·

•••••"••••·•••••'--'"' ' '" ''"""'y)< ............ ~Wlv.

.<..v.~.'< •••• -. •. " .••. • ,, •.,.,,,, .. n•"-.,.,.,.,.."...,.,.;. . .-,.............., ..•"""""

RECLAME-DRUKWERK VOOR EIGEN KRANT UIT VROEGER DAGEN Voorbeelden van reclame-drukwerk uit de eigen keuken van de krant van vroeger liggen niet meer voor het oprapen. De gebruikelijke gang van zaken van toen was immers, dat het al dan niet na vluchtige inzage in de prullenmand verdween. Zo vergaat het trouwens heden ten dage met dit soort ongevraagd drukwerk meestal op dezelfde manier.

~~~ = ~[mm~m~~ 1878. .ul< DB

GEABONNEERDEN

Eigenlijk is dat jammer. Want toch bevattenjuist die enkele goed bewaard gebleven stukken vaak ook nog interessante bijzonderheden over het krantenbedrijf van toen met het oog op de pershistorie van onze stad. Wij denken daarbij aan wetenswaardige gegevens omtrent het versprei,.i:"\gsgebied, de oplage-ontwikkeling, de ~ J .rerking van het ontwerp van zo'n folder, de manier van verspreiding van Bossche bladen om maar enkele aspecten van de krantenuitgeverij te noemen.

OP D'S

PROVINCIALE NOOROBRABANTSCHE

ajb.1. Zak-Almanak 1878 met het hele assortiment klein drukwerk

'a-HERTOGENBOSSCHE. COURANT, opgericht in 177L

PE ~OEKHANDELAREN

J. J. ARKESTEYN & ZOON, bevelen zich beleef<lelijk aan tot het leveren van alle soorten van

Steendruk- ge!~0n Drukwerk ALS:

Zo toont bij voorbeeld een Zak-Almanak van J.J. Arkesteyn & Zoon uit 1878 welk klein drukwerk de uitgever voor de abonnee kan verzorgen, zoals - om maar wat te noemen - zijn visite-kaartjes (afb.1).

'

:Biljetten, Pia.na, Xaa.rten, l?.ekeningen, Facturen, X wi ta.n ti ën, Wi as els, Adres-., In vi h tie-, Visite-, Trouw- en Rou wka~rten en Brie ven, een en ander met of zonder Tei:ken.-ng; roliede Registers naar alle Modellen,

BIND- en LINIËERWERK.

ajb.2. Tekening van Gérard Teulings voor het eigen reclamedrukwerk

Na 1880 zorgde Gérard Teulings (18551916) als eigenaar van "de krant van Arkesteyn" met een eigen tekening zelf voor het huis-reclame-drukwerk, waarin ongeveer dezelfde aanbiedingen voorkomen als die van afbeelding 1 (afb.2).

Veel jaren later - in 19 37 - zag de fraai uitgevoerde folder van het Noordbrabantsch Dagblad Het Huisgezin het licht (afb.3). Ze bevatte een reductie-bon voor de plaatsing van een kleine advertentie "voor den verminderden prijs van 50 et"! Moetje zo ' n annonce nu eens laten plaatsen in de rubriek "Kleintjes" van het Brabants Dagblad, nazaat van deze krant! Voor zo'n bedrag kom je trouwens nergens in ons land meer klaar.

"" .·.

·'··'"",

..

ajb.4. Krante-bandje van Het Huisgezin, waarmee het blad per post werd bezorgd


ajb. 3. Reclamefolder met reductie-bon van Het Huisgezin

Daarnaast toont deze folder het wagenpark van toen, bestaande uit vier bestelauto's, waarmee de krantenpakketten iedere dag naar de bezorgers in de provincie Noordbrabant werden gebracht.

H"t No~rd!:i<aba.11tsch O;Jgblatl "HET HUISGEZIN:" !1i'°'<!l U bijrt-r.d~to vooraee!~n b;j t!e 13:!aahin~ ur.or KLEINE A.DVfHTl:NTU.:. f:EN lf:OEH. °"ok. NlfT-AS()NNt'S var: ()1: .,. M~d. k-9.l'l h:j ir1ie,,.f}•:nu ""'" <lwter: ltOH een K!o!no Ad'1e:tf!f1~i~ pl:-.;Jt~P.u v0<.>r 1!~11 v:.••m :ndH:Jt.;r. prij$ 'IMl'l fO.SG

trttr:IAJ tff'f! ~~ ~\.:- _4'$,: :.«o;-

;p1tffe~!r. :fi'< ~" g~u.ff~rtt'ftt::t.W. 'Hl;: i ""- '@ ~:-!'-:" ,#% ~ ~~_§::~ @f.;..j,h~· lJ W -?."o/#

'YH:Pf<:mi

v<>oe . DIENST AANBIEDING

PERSONEEL- AANVRA/,G

HUUR EN VERHUUR KOOP EN VERKOOP

Daaruit is al direct afte leiden, dat Het Huisgezin geen gebruik meer maakte van de bezorging-onder-band per post, zoals in de periode 1877-1920 gebeurde (afb.4). Alleen lezers buiten het eigen verspreidingsgebied en abonnees op moeilijk bereikbare plekken binnen de regio hadden nog een postabonnement. De post kwam immers op de verst afgelegen boerderijen.

ajb.5. Folder van de Prov. Nrd-Brab. en 's-Hert.Crt

~.j~~ - :'!."'''·':,<;,;~;:

:i!'."':,

In ongeveer dezelfde tijd prees "de krant van Arkesteyn" met deze folder (afb.5) haar toonaangevende positie, stammend uit de Napoléontische tijd*, in stad en Noordbrabant aan. We zien het verspreidingsgebied met de plaatsen, waar het blad agentschappen in Noordbrabant en de Bommelerwaard had gevestigd. In volgende afleveringen gaan we dieper in op dit reclame drukwerk, afkomstig uit ons eigen kranten-archief.

J.A.G.M. vanRoosmalen

*Kring-Nieuws no. 4 - 1mei 1993 pagina 14 t/m 16

J{et vo{fedige enquêterapport ((In de ban van de 'l(ring" {igt vanaf 7januari1995 ter inzage in !Ut 'l(ringliuis !


MIJN EERSTE WERK WAS IN "DE BLAASBALG" Toen ik het artikel van Henny Molhuysen, d.d. 16 juni 1994 in het Brabants Dagblad, over de Blaesbalk of Blaasbalg had gelezen, dacht ik meteen weer terug aan de tijd in 1954 toen ik me voor mijn eerste baan moest melden bij de heer Boezeman van het Licht- en Waterbedrijf aan de Kruisstraat no. 1, te weten het voornoemde pand. Eerder, bij mijn sollicitatiegesprek op het kantoor van het Licht- en Waterbedrijf aan de Willem van Oranjelaan, werd mij gevraagd of ik katholiek was en of ik zondags naar de kerk ging, maar ook bij welke verenigingen ik was. Kennelijk gaf ik bevredigende antwoorden en dus werd ik aangenomen nadat er eerst op 23 augustus 1954 een wederzijds contract was getekend. Het loon dat ik ging verdienen als leerling ·- en waterfitter was fl. 22,08 per week van 48 uren. In 1957 was dat al opgelopen tot fl. 50,40 per week. Met dit loon trouwde ikin1959. Als jong broekje, dat net van de Ambachtschool kwam, was het wel even wennen. De meesten waren voor mij allemaal oude "mannen", die toen misschien al zo'n 30 á 40 jaar oud waren. Er waren er enkelen die beduidend ouder waren o.a. Toon v.d. Meerendonk, Jan en Driek v.d. Heyden, twee broers en Gradje van Grinsven die 'smorgens eerst het stripverhaal vertelde over "Smidje Verholen" wat hij dan, zo vroeg al, in het Brabants Dagblad gelezen had. Er werd 's-morgens veel verteld want de fitters, tegenwoordig heten ze installateurs of monteurs, moesten toch wachten tot men een voor een op rapport was geweest om het k voor die dag ofhalve dagte verkrijgen. Degenen die maar werk voor een halve dag hadden, moesten om half twee weer op rapport zijn. Het ging er gezellig aan toe in dat oude pand "De Blaasbalg'', alleen wist ik toen nog niet dat het zo heette. Het was echt een oud pand met vele vertrekken op verschillende hoogtes. Wat ik mij herinner was het oude koetshuis aan de Doode Nieuwstraat die toen door Licht en Water gebruikt werd als garage annex timmerwerkplaats. De chauffeurtimmerman was Piet van Hooft. Er waren toen niet veel auto's, alleen een luxe wagen van het merk Vauxhall voor de directie en de technische ambtenaren en een gesloten bestelwagen van het merk Opel Blitz om materiaal te rijden. Verder gingen de fitters met hun hulp, de hulpen heetten toen handlangers, met de bakfiets of de handkar op karwei.

Naast en achter dat koetshuis was een grote zanderige binnenplaats waar de kleinere soorten gasbuizen waren opgeslagen, tegenwoordig is daar de fietsenstalling van de W. en R. Ik zie dit nog steeds voor me vanuit de Doode Nieuwstraat, waar het personeel door een grote poort op deze binnenplaats kwam. Tegenover deze poort is het huidige Kringhuis, dat was toen echter de fietsenstalling van Van Niftrik. Recht voor me keek ik zo op de achterkant van de Blaasbalg. Met een trapje omhoog kwam men in een grote ruimte, volgens mij een oude keuken, deze was ingericht als werkplaats. Vanuit deze ruimte kon men weer met een trapje naar beneden en dan kwam men in een kleine ruimte waar een lange houten tafel met banken stonden. Hier moest het personeel wachten op voornoemd rapport. Daar hing een heel ouderwetse "prikklok", een tijdklok waar een papieren banderol in zat en waarop je je naam moest zetten. Door een handel over te halen verdween de naam en tegelijkertijd kwam de tijdsaanduiding bij je naam te staan. Zo wist men hoe laat je binnen was gekomen. Als ik het me goed herinner kwamen er in deze ruimte nog vier deuren uit, n.l. een voor het kantoortje van de heer Boezeman, de technisch hoofdambtenaar en de anderen voor de technische ambtenaren en opzichters. De technische ambtenaren waren de heren Butijn en Goedmakers. Vanuit enkele kamers kon men in de Kruisstraat kijken. Men had ook nog een brede gang met de voordeur uitkomend op de Kruisstraat. Aan deze gang lagen ook de bovengenoemde kamers met aan de andere zijde een kamer waar men kooklessen gaf, speciaal kooklessen op gas. Ik meen dat er op deze gang ook nog een tekenkamer was, beide kamers keken allebei uit op de Binnendieze. We gaan weer terug naar de binnenplaats waar men, vanuit de Doode Nieuwstraat komend, rechts in het grote pand een grote zanderige ruimte had waar veel gereedschap stond, zoals pompen en handtakels (z.g.n. buizenbokken) enz. Het zouden paardenstallen geweest kunnen zijn. Links van het pand kon men met een trapje de kelder in. Hier was het magazijn van klein materiaal, ook de koperen en loden buizen lagen hierop geslagen. Via een werkopdracht kon men aan de balie, waar Piet Verwegen de scepter zwaaide, materiaal bekomen. Piet was een echte KABO-man, die

je meteen lid probeerde te maken van de vakbond, wat hem meestal ook lukte. Boven waren verschillende kleine kamertjes. Op een daarvan werden gas- en watermeters gerepareerd onder leiding van Toon v.d. Meerendonk die na zijn pensionering opgevolgd werd door Harry Geurtjens, een broer van Leo Geurtjens, de beeldhouwer.

Jubilea. Als er een 12,5 of25-jarigjubileum was, dan werd de huldiging meestal gehouden in de grote werkplaats. De jubilaris met zijn familie werd dan, in het bijzijn van het gehele personeel, toegesproken door de heer Boezeman en er werd een toepasselijk kado uitgereikt. Als iedereen uitgesproken was, kwamen bij verschillende collega's muziekinstrumenten voor de dag zodat het eigenlijke feest kon beginnen. Vanuit de werkplaats trok men dan achter de muziek aan naar het café van Truuske Raymakers aan de Karrenstraat 22 op de hoek van het Eerste Korenstraatje, op de andere hoek was café Piet Blom. Bij Truuske mochten we er dan een of twee van de jubilaris pakken. Het werd altijd een gezellige boel. De "Fanfare" bestond meestal uit de volgende personen: Piet van Hooft met de trombone, Wimke den Teuling en Martien Vossen met de trompet, Piet Geene met de grote trom, Klaasje Smits met de kleine trom en Hendrik Spijkers met de bekkens. Als het erg laat werd, dan kon men er zeker van zijn dat Toontje Voormans zijn aria's ten gehore bracht. Toen kon dat allemaal nog. Weer terug naar het oude pand de "Blaasbalg" dat door de oudere collega's "de winkel" werd genoemd. Het lag heerlijk in het centrum van de stad. Met de 1,5 uur pauze, schaften werd het toen genoemd, was het gezellig. Sommigen gingen boodschappen doen, maar de meesten gingen naar huis om te eten. Iedereen kende iedereen, ik geloof dat het toen allemaal echte Bosschenaren waren, zoals Janus Kiviets, Cor v.d.Aa, Hendrik Spijkers, Joke Eekels, Herman Schreurs (het Putje), Piet den Brouwer, Jan Spermon en Jaap den Hatert, dat waren de smeden van het Licht- en Waterbedrijf. Met dit werk als gas- en waterfitter heb ik vele malen in de volksbuurt "de Pijp" gewerkt tot het in de jaren 60 gesloopt werd, toen ook heb ik mijn eerste twee boeltjes van Den Bosch gekocht n.l. van Kees Spierings "We waren nog een stadje" Jo Hendriks.


BOSSCHE HISTORIE ...............

........

,

,.

IJKLOKALEN EN IJKKANTOREN TE 'S-HERTOGENBOSCH ( 2) doorJ.J.van Veldhuizen. Voorwoord. Het toezicht op de maten en gewichten was een zaak voor de plaatselijke besturen. Deze benoemden plaatselijk ijkers. Daarvoor maakte men een keus uit goede meester-handwerks-lieden. Deskundig op het gebied van het vervaardigen van houten- of metalen maten, of van gewichten. Met de invoering van het metrieke stelsel, dat uniformiteit moest brengen in de daarvoor overal van elkaar afwijkende maten en gewichten werd het toezicht een landelijke taak. In 1820 kregen de voor het gehele land geldende bepalingen vaste vorm. De invoering van de nieuwe maten en gewichten waren voor het publiek en de fabrikanten van zeer ingrijpende aard. De overheid zag dat in en was het publiek zoveel mogelijk ter wille. Door heel geleidelijk de invoe-

IJklokaal Ridderstraat

ring van de nieuwe regels te verwezenlijken. Zo kon het in 's-Hertogenbosch gebeuren dat de ijk en herijk van maten en gewichten nog bij de ijkers aan huis was. Voor de plaats waar de ijk en herijk moest gebeuren waren er nog geen uniforme regels. Er is een publicatie van de Gedeputeerde Staten van Noord-Holland d.d. 31 januari 1822, houdende een reglement over de herijk. In artikel 10 staat: "De herijk der lengtematen en gewichten zal, zoo te Amsterdam, als in de andere woonplaatsen der andere Arrondisements- en Adjunct-ijkers, geschieden in een daartoe bestemd locaal, en nimmer aan de huizen der Arrondisements- of Adjunct-ijkers". In 's-Hertogenbosch behandelde de gemeenteraad op vrijdag 27 maart 1829 een brief van de Arrondisements-ijker van 24 maart, waarin deze kennis geeft en om publicatie vraagt, dat hij "van 1 april tot 30 ju-

publiek.s ruimte

JJ~;:;;~· r-~-- -- ---

Schaal van là 25

~-- - --------

~-----

!:-·----· ~==-_...::...:.

Plattegrond Ridderstraat 5

ni dagelijks ten zijnen huize zal vaceren tot de herijking der in 1829 en vroeger geijkte lengte- en inhoudsmaten en gewichten". Tevens behandeld men een brief van de Adjunct-ijker over hetzelfde onderwerp. Ook daarin staat als plaats van herijking; "ten zijnen huize".

Het tweede IJklokaal in 's-Hertogen bosch. Dan komt voor de tweede maal in de geschiedenis te 's-Hertogenbosch een ijklokaal in zicht. Het blijkt hetzelfde lokaal (maar iets groter) als in de periode december 1669 - januari 1676. De gemeenteraad behandeld op 25 mei 1830 een brief van de Arrondisements-ijker van 22 mei, wederom met verzoek om de vastgestelde heri;1<periode voor de stadgenoten te w: .I publiceren. "Van de 1-ste tot en met den 21-ste juny dezes jaars van des morgens negen tot twaalf ure en van des namiddags twee tot zes ure, uitgezonderd zon en feestdagen". - De plaatsbepaling is dan voor dit artikel van belang; "Ten IJkkantore in de Ridderstraat". De Adjunct-ijker is intussen op 18december1829 overleden. De werkzaamheden door de Arrondisements-ijker vanuit het ijkkantoor in de Ridderstraat hebben dan hun normale gang. Tot er van dit lokaal in 1853 een nieuw facet opduikt. Op 28 april 1853 stuurt de Stad twee brieven met als onderwerp; "Lokaal voor den IJk". Aan de Minister van Binnenlandse Zaken en de Commissaris des Konings. - Sedert jaren is nu vanwege de Stad een lokaal afgestaan voor het ijken. Daarvoor ..,riu men graag een schadeloosstelling ont ,gen en daarvoor een huurprijs vaststellen. En wanneer men daarop niet zal ingaan wil men het verder genot van dat lokaal in het vervolg weigeren. - De Commissaris des Konings wordt gevraagd om het verzoek van de Stad bij de Minister te steunen. Deze laat d.d. 13 mei 1854 weten dat hij verwacht had te worden gehoord door de Minister, en omdat dit niet is gebeurd, nu laat weten dat hij geen reden ziet het verzoek van de Stad te steunen. Voordien had de Stad nooit om een schadeloosstelling verzocht. Ook omdat de Stad geen argumenten aanvoert voor de wens nu wel huur te willen ontvangen, ook niet hoe groot dit bedrag zou moeten zijn. Wel wil hij zich zijn mening voorbehouden tot hem daarom door de Hoge Regering wordt gevraagd. Op 28 juli 1854 herhaald de Stad haar verzoek aan de Minister van Binnenlandse Zaken voor een huurprijs voor het ijklokaal.


Op 31 october 1854 behandeld de gemeenteraad een brief van Gedeputeerde Staten d.d. 20 october 1854, waarin wordt medegedeeld dat in een Koninklijk Besluit is bepaald dat ingaande 1 october 1854 aan de Arrondisements-ijker een jaarlijkse toelage wordt verstrekt van /100.- voor het huren van een ijklokaal. Met als voorwaarde voor deze huurprijs zodanige veranderingen en verbeteringen aan het ijklokaal aan te brengen als door de Arrondisements-ijker nodig zullen worden geoordeeld. Besloten wordt het dagelijks bestuur op te dragen dit uit te voeren en vooraf een begroting van de veranderingen en verbeteringen van het ijklokaal aan de gemeenteraad voor te leggen. Op 9 novembP~ 1854 wordt deze begroting ingediend. 1--le kosten f 246,16. De gemeenteraad besluit in haar vergadering van 11 november 1854 het bedrag op te nemen als post op de onvoorziene uitgaven van de begroting der plaatselijke inkomsten en uitgaven voor het jaar 1854 en daarvoor aan de Heren Gedeputeerde Staten der Provincie goedkeuring te vragen. De goedkeuring wordt verkregen en de veranderingen aangebracht. Vanaf dit moment wordt door de Gemeente jaarlijks f 100,- ontvangen voor de huur van het ijklokaal aan de Ridderstraat. Geschiktheid van IJker en IJklokaal. De ijklokalen en de ijkers werden door een Algemene Inspectie beoordeeld en naar gelang de bevindingen werden er vcv"·stellen gedaan. - Zo ook in 1869 -.

)

De ijker werd bijzonder geschikt bevonden. Het lokaal wordt beschreven te zijn in de Ridderstraat achter het stadhuis in het centrum van de stad, en door het rijk gehuurd voor f100,- 's jaars. Huurvoorwaarden zijn niet bekend. Het bestaat uit één groot vertrek met vrije toegang. Het heeft door drie ramen behoorlijk licht en lucht. Er is een afzonderlijk kantoortje en een bergplaats in het lokaal. Het kantoortje is goed en doelmatig ingericht, stevige vloer, goede weegtafels met berging voor gereedschappen, die ook in rekken geplaatst zijn. Alles zindelijk onderhouden. Een menigte hulpmiddelen voor de verificatie van maten en gewichten is in behoorlijke staat aanwezig. Kritische noot: voor de verificatie van gasmeters en weegwerktuigen zal enige meerdere ruimte nodig zijn. Het aanwezige materiaal is goed onderhouden en een inventaris van Rijksgoederen is aanwezig.

," ~ /

< :-f

i:.i

~ !/' {,·'

Pand IJkkantoor, Ridderstraat 5. Grote raam isvanl935

Ook een lijst van gemeenten met aanwijzing der zittingsdagen voor de herijk en het aantal ijkplichtigen. De ijkregisters zijn behoorlijk bijgehouden. De balansen voor de verificatie der koperen gewichten zijn voldoende nauwkeurig en gevoelig. Uit een verstrekte opgave blijkt een gemiddelde jaaropbrengst aan herijkloon van f 2950,en f 62,- aan ij kloon. De ijk van nieuwe voorwerpen zal waarschijnlijk zeer toenemen als de ijker de verkoop geheel aan de handel zou moeten overlaten. Te 's-Hertogenbosch zijn enige fabrieken van ijzeren gewichten, blikken- en ijzeren maten. Te Tilburg is één fabrikant van ijzeren- en één van koperen gewichten. Ook kwamen hier in 1868 ruim 400 stuks aarden maten van één en één-halve liter voor. De herijkreis van de ijker door de provincie gedaan vordert 100 werkdagen. Die voor' s-Hertogenbosch 20 werkdagen. Voor 94 gemeenten worden op 54 plaatsen zittingen gehouden. In het overige deel van het jaar is de ijk in het lokaal dagelijks. Tot zover het rapport van de Algemene Inspectie op 26 en 27 juni 1869.

Dan een verslag van de Inspectie in het jaar 1875. Het tegenwoordige ijklokaal is voor de sterk toenemende bezigheden te klein. Daarbij is de bruikbaarheid van het lokaal _ vermindert door het aanbrengen van houten beschotten, zodat slechts een deel van het lokaal voor de verificatie over is. Aan het nazien van weegwerktuigen of gasmeters valt in de beperkte ruimte geheel niet te denken. De Ridderstraat waaruit het lokaal licht ontvangt is 4,3 meter breed, en de hoek die het invallende licht maakt met een horizontaal vlak is ongeveer 72 graden, zodat de bergplaats en het achterste gedeelte van de ruimte voor het publiek bestemd, zeer slecht verlicht worden. Het lokaal is daarboven zeer vochtig, zodat vele instrumenten enz. door roest worden aangetast. Gelegenheid om fijne wegingen te doen bestaat er niet (fijne wegingen zijn wegingen met een grotere nauwkeurigheid, voor artsen en de goud en zilver handel). De vloer trilt bij "iedere dreuning van het gebouw". Iedere voetstap in de nabijheid der lichtramen doet de tafel bewegen.


Uitbreiding van het lokaal met aangrenzende ruimte is niet mogelijk. In hoeverre Burgemeester en Wethouders bereid en in staat zijn om een betere lokaliteit voor de ijk aan te wijzen is onbekend. Daar naar informeren, zonder de nodige machtiging, is mij niet geoorloofd. Daarvoor zou ik tevens moeten weten in hoeverre er in 's-Hertogenbosch moet worden gerekend op de ijk van weegwerktuigen en/of gasmeters. - Tot zover dit rapport. Uit het voorstaande is reeds op te maken dat het ijklokaal aan de Ridderstraat zijn langste tijd heeft gehad. De rapportage bij de inspectie van 187 5 is aanleiding voor de Inspecteur van het IJkwezen te 's-Gravenhage om op 7 november 187 5 de IJker Chef van Dienst te 's-Hertogenbosch te vragen een tekening te zenden van de oppervlakte van de gehele ruimte van het ijklokaal en de onderdelen der inrichting daarop aan te geven. De beoordeling van de geschiktheid van het ijklokaal wordt niet alleen beperkt tot 's-Hertogenbosch. Op 22 mei 1876 vraagt de Inspecteur van het IJkwezen te 's-Gravenhage aan de IJkers Chefs van Dienst te 's-Hertogenbosch, Arnhem, Leiden, Haarlem, Hoorn, Middelburg, Leeuwarden, Zwolle en Assen om een plattegrond - tekening van hun ijklokaal op verzoek van de Minister van Binnenlandse Zaken. Op de tekening moet de inrichting zijn aangeduid, waaronder de plaatsing der meubelen en hulpmiddelen enz.. Ook behoort het aantal lichtramen en de hoofdingang aangegeven te worden, benevens de noordpijl, alsmede de breedte der straat of gracht waaraan het kantoor belendende is, in cijfers. Dan blijkt het ijklokaal aan de Ridderstraat te 's-Hertogenbosch onvoldoende bevonden voor de voortzetting van de dienstuitvoering. De IJker Chef van Dienst te 's-Hertogenbosch bericht de Inspecteur van het IJkwezen te 's-Gravenhage op 10 october 1876 dat de huur van het ijklokaal aan de Ridderstraat nog niet is opgezegd. Ter informatie meldt hij dat het archief van het ijkkantoor noch het stadsarchief een huurcontract bevat. Daarbij vraagt hij hoe in deze te handelen. Op 18 october 1876 schrijft de IJker Chef van Dienst aan Burgemeester en Wethouders van 's-Hertogenbosch n.a.v. een ontvangen brief van de Minister van Binnenlandse Zaken d.d. 17 october 1876 dat de huur van het tegenwoordige ijklokaal

De voordeur Ridderstraat 5

aan de Ridderstraat alhier met ingang van 1 januari 1877 wordt opgezegd. Met het verzoek om bericht te mogen ontvangen indien men daarmee accoord gaat. 20 october 1876 laten Burgemeester en Wethouders weten daarmede in te stemmen. Op 5 december 1876 bericht de IJker Chef van Dienst aan de gemeente dat met ingang van 12 december 1876 het ijkkantoor alhier wordt verplaatst van de Ridderstraat naar de nieuwe lokalen in de Postelstraat, wijk H, No. 181, met het verzoek, ten behoeve van de bevolking een publicatie te doen uitgaan met de volgende inhoud; "Het kantoor voor den ijk van maten en gewichten alhier wordt met ingang van den 12 december e.k. verplaatst naar de Postelstraat, wijk H, No.181, alwaar voor den ijk van nieuwe voorwerpen, zal worden zitting gehouden iedere dinsdag en donderdag van 's morgens negen tot 's namiddags ĂŠĂŠn ure". Zo komt er een einde aan de bestemming ijkkantoor van het pand aan de Ridderstraat te 's-Hertogenbosch.

In een volgend artikel bekijken we nader, de keuze van het pand aan de Postelstraat als ijkkantoor. J .J. van V eldhuizen, oud - ijkmeeste1


Kringnieuws 1995 01 21 124