Issuu on Google+

KRING n i e u w s uitgave van kring ‘vrienden van ’s‑Hertogenbosch’

Jaargang 29

2003

nummer 5

INHOUD Agenda............................................... 2 Reactie op Oud-strijders van Waterloo........................................... 3 Sipke en Ine van der Werf.............. 5 Louis Aartsstraat............................ 6 Rondleiding Citadel........................ 7

september 2003

nader bekeken

Kijken naar architectuur In het kader van de Dag van de architectuur 2003, op 28 juni jongstleden, organiseerde het Bosch Architectuur Initiatief (BAI) samen met de gemeente en de Kring een aantal architectuurwandelingen. De belangstelling was groot. Voor de tien geplande wandelingen hadden zich ongeveer 400 belangstellenden gemeld. De wande-

lingen voerden niet alleen door het centrum van de stad, maar ook door de buitenwijken en de verschillende dorpskernen. Eén van die wandelingen leidde belangstellenden door het Paleiskwartier en de oudere wijken Deuteren en Boschveld. Paleiskwartier

In Memoriam: Elly Diks, Alda van de Pas, Ben van de Bulk, Piet Trimbosch en Ad Brekelmans....... 8 Jo Timmermans de nieuwe voorzitter van de Kring................ 9 Ode aan Maria in het Bossche prentenmuseum............................. 10 Vrijwilligersdag 2003................... 11 De viering van Sint-Cornelius te Bokhoven................................... 12 Koninklijk ’s‑Hertogenbosch Mannenkoor.................................. 14 Voorstel voor onze kathedraal een discussiebijdrage................... 15 Gegeven den sangeren................ 16 Brabants Heem bijeen in ’s‑Hertogenbosch.......................... 17 Berichten uit de krant van 125 jaar geleden (I)....................... 18 Erfgoeddag smaakt naar meer.19 Fietstocht op herhaling.............. 20 Anna Pawlona................................ 20 Buste voor Wim............................. 20

Kringnieuws september 2003

1


Kijken naar architectuur De gemeenteraad heeft besloten een nota Architectuurbeleid op te stellen. Voordat die nota er komt, wil de gemeente eerst een debat aangaan. Zij wil niet alleen de mening van architecten, steden‑ bouwkundigen, projectontwikkelaars en bouwondernemers horen, maar ook die van de geïnteresseerde burgers. Een van de manieren om dat debat met de burger aan te gaan is samen te gaan kijken naar wat er in de loop van de geschiedenis in ’s‑Hertogenbosch gebouwd is. Op deze manier zijn de architectuurwandelingen tot stand gekomen. Wandelen èn werken Ongeveer 40 mensen hebben zich opge‑ geven voor de wandeling Paleiskwartier en ’s‑Hertogenbosch-West. Ze worden ontvangen op het informatiecentrum Paleiskwartier. De organisatie is perfect. Er staan maar liefst vijf gidsen te wachten: een architect, een stedenbouwkundige, een gids van de Kring, een vertegenwoor‑ digster van het BAI en een bewoner van de wijk. Iedere deelnemer krijgt een kaart van het gebied, een wegwerpcamera en een enquêteformulier. Het is de bedoeling dat al wandelend op een zestal locaties foto’s worden gemaakt van gebouwen en plei‑ nen die door hun markante aanwezigheid, hun schoonheid of hun lelijkheid opvallen. De deelnemers moeten die plaatsen ook schriftelijk van commentaar voorzien. En

Agenda 11-14 Bourgondisch ’s-Hertogen09-03 bosch (Parade) 13-09-03 Open Monumentendag 16-09-03 Lezing LEF, Het Rijke Roomse Leven (Azijnfabriek, 20 uur) 19-20 Internationaal Barbershop 09-03 Funfestival (binnenstad) 19-21 Maritiem ’s‑Hertogenbosch 09-03 (Havenkwartier) 27-09-03 Fietstocht LEF (start Kruithuis, 9 uur) 11-10-03 Rondleiding Citadel 14-10-03 Uilenburgconcert (opstappen Molenstraat, 21 uur) 25-10-03 Brabantse Contactdag NGV (Rijksarchief, 10 uur) 7-16 Oeteldonk 11x11 11-03 (Parade) 2

tenslotte is er dan een formulier waarop de mooiste, maar ook de lelijkste situaties omschreven worden. Ook verbeterpunten zijn welkom. Het is mooi weer, iedereen is in de juiste stemming en nadat de gebruiksaanwijzing op de cameraatjes gelezen is, gaan we op pad. Paleiskwartier Vroeger lag hier het oude bedrijventerrein Wolfsdonken. Als bedrijventerrein voldeed het niet meer, de voorzieningen waren verouderd, veel bedrijven trokken weg. De stad had ruimte nodig, voor wonen èn werken. Hier, op dit oude bedrijventerrein dicht bij het station, lag een prachtige plek om het centrum van ’s‑Hertogenbosch aan de andere zijde van het spoor uit te breiden. En omdat het toch duidelijk gescheiden is van het historische centrum deed zich een mogelijkheid voor tot meer grootschalig bouwen. In een stad als ’s‑Hertogenbosch, met een sterk historisch bewustzijn, is daar nog wel behoorlijk over gediscussieerd. Zo’n hoge toren als die van Van Lanschot, kan dat? In steden om ons heen wordt veel hoger gebouwd, zonder dat dit vragen oproept. Ongeveer 11 jaar geleden waren de stedenbouwkundige plannen voor het Paleiskwartier klaar. Er is gekozen voor een wijk met grote gebouwen, kantoren en flats, die zoveel mogelijk ieder een eigen binnenhof hebben. Dat is door de eeuwen heen een kenmerk geweest van bouwen in onze stad. Die traditie wilde men voortzetten. Langs de rand van de wijk zijn donkere kleuren gebruikt, in het centrum overheersen lichte tinten. De onderdelen zijn ingevuld door verschillen‑ de architecten. Deze moeten hun plannen toetsen aan het algemene stedenbouw‑ kundige plan. Zo is een wijk ontstaan met een duidelijke structuur en veel variatie. De wandelaars krijgen voortdurend toe‑ lichting op wat ze zien. De centraal gele‑ gen Leeghwaterlaan is een rechte weg, maar om toch een wat speels karakter te krijgen is de bebouwing asymmetrisch. Aan de ene kant strakke rechte wanden, aan de andere kant een verspringende rooilijn en wanden met verschillende raamindelingen en balkons. De doorkijk‑ jes naar de binnenhoven zijn verrassend: een spijlenhek met daarachter een groene tuin met een grote fontein. Onder die tuin

nader bekeken

zijn parkeerplaatsen aangelegd. Er staan nauwelijks auto’s in de wijk. Het meeste commentaar kreeg het nieuwe Stedelijk Gymnasium. “Een verrassing op een binnenplein” en “Jammer dat zo’n apart gebouw weggestopt is op een plein”. Maar ook “Lelijk gebouw”. Het gymnasium levert een boeiende doorkijk vanaf Het Rechte Pad. Westerpark Het nieuwe Westerpark ligt op de plaats van de voormalige sportvelden. Het ter‑ rein is laag en nat met veel waterpartijen en prachtig begroeide oevers. Het park heeft een open structuur, overal kun je om je heen kijken. Zo kijk je ook tegen de ach‑ terkant van het Koning Willem I College aan. Rommelig, vinden de wandelaars. Deuteren en Boschveld We lopen door het Westerpark naar Deuteren en Boschveld. De overgang tussen het Paleiskwartier, dat in de afgelopen ‘rijke’ periode gebouwd is, en beide naoorlogse wijken, die met een veel bescheidener budget zijn gebouwd, is groot. Ook de doelstelling verschilt. Waren Deuteren en Boschveld bedoeld voor woonruimte voor arbeidersgezinnen, het Paleiskwartier biedt vooral ruimte aan kantoren, scholen en appartementen voor gegoede burgers. De bouwprincipes van beide oude wijken in West zijn gelijk: een rechthoekig stra‑ tenplan. Rationele, sobere en degelijke bouw. Flats van vier hoog zonder lift, al dan niet met een portiek waren nieuwe oplossingen. De straat was ook de speel‑ plaats. Het idee dat iedereen een auto voor de deur had staan bestond nog niet. Veel verkeer, onveilige straten en donkere portieken vragen om nieuwe, meer op de huidige situatie gerichte oplossingen. Deuteren is zoveel mogelijk, vanuit de bestaande situatie, heringericht. De plei‑ nen zijn gescheiden in een groen gedeelte en een parkeergedeelte, sommige smalle straten zijn verboden voor auto’s. Boschveld was, toen de wijk in de vijftiger jaren was opgeleverd, een voorbeeld van moderne stedelijke architectuur. Nu denkt de gemeente erover de wijk opnieuw in te richten. Oude huizen zouden plaats moeten maken voor moderne nieuwbouw die aan de hedendaagse eisen van de woningbouw voldoet. Maar dat is geen Kringnieuws september 2003


eenvoudige opgave. De bewoningsdicht‑ heid is groot, de huizen relatief klein. Er is weinig groen. Herbouw moet voldoen aan de moderne eisen op woninggebied, de huizen moeten bijvoorbeeld ruimer zijn dan 50 jaar geleden. Er moeten minstens evenveel woningen komen, er moet groen in de wijk en het moet voor projectont‑ wikkelaars aantrekkelijk zijn, anders is de financiering onmogelijk. De architectuurwandeling: een veelheid van indrukken. Die worden uitgewisseld onder het genot van een kopje soep en een broodje in restaurant La Rive. De enquêteformulieren worden ingevuld en de wandelaars gaan naar huis. De men‑ sen van het BAI en de gemeente kunnen aan het werk. Zij maken nu eerst een over‑ zicht van alles wat vandaag door burgers gezegd en geschreven is. Dat moet, met ideeën van andere partijen, leiden tot een ‘broedboek’ voor nieuwe plannen. Tekst en foto’s: Marjan Vonk

Westerpark

ingezonden brieven

Reactie op Oud-strijders van Waterloo Het lezenswaardige artikel van Theo van Herwijnen over de oud-strijders van Waterloo te ’s‑Hertogenbosch, in het Kringnieuws van juli 2003, was voor mij een aardige verrassing. Ikzelf was namelijk al bezig -getrouwd zijnde met Thea Bechtold- met pogingen te achterhalen welke oud-­strijder van de acht afgebeelden nu Gerardus Jacobus Bechtold zou kunnen zijn. In een boekje, uitgegeven door het museum, over de door P.M. Slager (1841-1912) geschilderde portretten, wordt overigens vermeld dat het schilderij met de oud-strijders het belangrijkste bezit van het museum is.

Kringnieuws september 2003

Ook Theo van Herwijnen weet -met het respect dat ik heb voor zijn onderzoek(nog) niet te vermelden wie van de acht oud-strijders wie is. Toch zou het aardig zijn, voor de naza­ten van deze prachtig geschilderde unieke koppen, te achterha­ len wie nu wie is. Het is natuurlijk al heel knap dat de namen van 13 oud-strijders, die in aanmerking komen voor de figuren op het schilderij, door het onderzoek thans bekend zijn; althans voor zover dit valt na te gaan, schrijft Theo terecht voor‑ zichtig. Als zoeker naar de afbeelding van Gerar­dus Jacobus Bechtold is het prettig te lezen dat hij veronder­stelt, dat deze Bechtold een van de oud-strijders is, die op het schilderij is vereeuwigd. Dit laatste klopt ook wel met de verhalen, die heden

ten dage nog rondgaan in de families Bechtold. Rentmeester Het lijkt mij interessant een geschilderd portret van je ‘voorvader’ op te sporen. En daarom is de vraag of er nog nakome‑ lingen van genoemde personen karakteris‑ tieke familie­trekken herkennen -om identi‑ ficatie mogelijk te kunnen maken- terecht en aardig. Mijn vrouw en ik wagen het als Gerardus Jacobus Bechtold aan te wijzen de figuur links op de tweede rij. Met links wordt hier bedoeld, gezien vanuit degene die het schilderij bekijkt en van onder naar boven. Misschien geven andere nazaten van deze Bechtold de voorkeur aan een 3


andere oud-strijder. Wij zijn benieuwd en horen dat graag! Als aanvulling op het interessante onderzoek kan ik meede­ len, dat alle Bosschenaren met de naam Bechtold of Pechtold afstam­ men­van Johan George Bechtold die op 31 oktober 1800 in ’s‑Hertogenbosch overleed. Deze weten‑ schap verkreeg ik uit de stamboom van de familie Bechtold, opgesteld door Petrus Geer­ trudis H. Bechtold (thans wonende te Veghel). Deze stamboom begint bij genoemde Johan George Bechtold. In een ver verleden zou -aldus de over‑ levering binnen de familie Bechtold- een van de voorvaderen van de Bechtolden de rentmeester zijn geweest van de vorstbisschop van Wurzbur­g. Bij een bezoek enige jaren geleden aan een Bechtold in Gerol­stein - Hoog Eifel (D) - hebben wij heerlijke Riesling gedron­ ken, afkomstig uit de wijngaard van Mathias Bechtold. Er is ook Moezel uit een wijngaard van Erich Bechtold. Beiden zijn naza­ten van genoemde rentmeester. Deze rentmeester was de man die begonnen is met het aan‑ leggen van wijngaarden. Dominee Een ander verhaal in de familie Bechtold wil, dat één van diens nazaten dominee was in de Zwitserse stad Bern. Een van zijn zonen zou katholiek zijn geworden en hem werd daarom de deur gewezen. Zo moest hij het huis verlaten en hij zou daarom dienst hebben genomen in het Zwitserse Regiment. En met dit huurleger is vermoedelijk genoemde Johan George Bechtold in ’s‑Hertogenbosch terecht gekomen. Deze Johan George is de groot‑

vader van oud-strijder Gerardus Jacobus Bechtold, geboren in ’s‑Hertogenbosch 20 mei 1795, overleden 19 januari 1882. Deze G.J. Bechtold trouwde driemaal, zijn eerste en tweede huwelijk als Pechtold (terwijl de huwelijksakten door hem als Bechtold worden ondertekend!), maar in de derde huwe­ lijksakte is het weer Bechtold. Hij had onder anderen nog een twee jaar oudere broer Joannes Pechtold, geboren 9-2-1793 en onder de naam Bechtold vrij jong overleden op 7-1-1832. Het is zeer wel mogelijk dat beide broers in het leger hebben gediend. Zeker is dat G.J. de slag van Waterloo, in dienst bij het Holland­se leger, heeft meegemaakt. Ook is het mogelijk dat zijn twee jaar oudere broer gediend heeft in het Duits-Ooste­nrij­kse leger tegen Napoleon. Napoleon Ook gaat in de familie het verhaal dat deze G.J. Bechtold, met het leger onder Napoleon, de slag over de Berezina heeft meegemaakt. Dat was tijdens de terug‑ tocht uit Moskou van het leger van de Fransen in de strijd tegen het Russische leger van tsaar Alexander. Van het ‘grande armée’, bestaande uit een half miljoen sol‑ daten, bleven er enkele honderden over! Zou het toch zijn oudere broer geweest kunnen zijn die deze veld­tocht heeft mee‑ gemaakt? Er blijven vragen. Hoe het de legers in de Napoleontische tijd allemaal is ver­gaan kunt u lezen in een boek over Napoleon, geschreven door Jaap ter Haar in 1963. Inmiddels verscheen een zesde druk. Het boek is te vinden in de openbare bibliotheek.

advertentie

De meest verschrikkelijke veldslagen, ont‑ beringen, plunderin­gen, brandstichtingen en gruweldaden hebben de legers en ook de stedelingen en boerenbevolking in die tijden meege­maakt. Twee miljoen gesneuvelde soldaten in meer dan 80 velds­lagen! Al lezend is al de ellende en ook de dwaasheid van deze oorlo­gen en veldslagen uit deze Napoleontische tijd nauwelijks te bevatten. Uiteindelijk kwam er een einde aan met de slag van Waterloo in 1815 waar Napoleon werd verslagen. De Engelse en Duits-Oostenrijkse legers wisten samen met een betrekkelijk klein Hollands leger, onder leiding van de Prins van Oranje, Napoleon te verslaan door stand te houden bij Quatre-Bras. Op het kritieke moment kwam er hulp van 15.000 Engelse soldaten. Zo kwam Napoleon definitief ten val en kwam er een einde aan de Franse bezetting. Interessant is thans te constateren dat er in ’s‑Hertogenbosch families wonen met Zwitserse en Duitse ge­ slachtsnamen en mogelijk ‘stamvaders’ hebben die hebben behoord tot bedoeld Zwitsers Regiment en als beroepsmilitair uiteindelijk (bij het Regiment Willem II in oprichting) in de garnizoensstad ’s‑Hertogenbosch zijn gebleven. In de openbare bibliotheek kwam ik in nummer 10 uit de reeks brochures uitgegeven door­de SECTIE MILITAIRE GESCHIEDENIS na het hoofdstuk over De Bataafse en Franse tijd en het hoofd‑ stuk De jaren 1815-1874 (dus net na Napoleon) op bladzijde 42 de volgende zinnen tegen: “De militaire leiding had vooral aandacht voor de bescherming van de zuidgrens met Frankrijk. De belangrijkste garni‑ zoenen lagen dan ook in de zuidelijke Nederlanden… Dat ’s‑Hertogenbosch weer een garnizoen kreeg, was te danken aan de lig­ging van de stad aan een stra‑ tegisch belangrijke route ....... Het belang van die positie bleek vooral uit de legering van onderdelen van de laatste buiten‑ landse regimenten van beroeps­ soldaten in Nederlandse dienst. Deze Zwitserse militairen waren tot hun opheffing in 1829 onder meer in ’s‑Hertogenbosch gelegerd.” Joseph Grooten Thea Bechtold

4

Kringnieuws september 2003


Sipke en Ine van der Werf “Waarom kom je nu bij ons voor een artikel in het Kringnieuws,” is de eerste vraag die Sipke stelt. Die vraag typeert deze serie gesprekken met vrijwilligers die zich vaak jaren achter elkaar inzetten voor een Kringactiviteit waaraan zij zich verbonden voelen. Veel van deze vrijwilligers doen hun werk vanzelfsprekend, ze maken daar geen woorden over vuil. In het Kringnieuws willen we regelmatig een of twee van deze stille werkers aan u voorstellen. Sipke en Ine van der Werf kwamen veer‑ tien jaar geleden in ’s‑Hertogenbosch wonen. Om zich wat te oriënteren volgden ze een cursus Boschlogie. Ine maakte ken‑ nis met het werk van de stadsgidsen en ze gaf zich op voor de opleiding. Ze loopt nu al jaren met groepen door de stad, ze bezoekt regelmatig het Stadhuis en de Citadel. Leuk werk, vindt ze. En vooral ook: leuke collega´s. Laatst was ze met een groep mensen in het Stadhuis. Een van haar toehoorders vertelde een verre nazaat te zijn van J.F. Ridder de van der Schueren, wiens portret daar hangt. “Toen wilde ik daar eigenlijk nog wel iets meer van weten, want zo gaat dat. Je blijft nieuwsgierig. Na wat rond gevraagd te hebben kreeg ik een lange e-mail van Jan van Ee met alle gegevens die ik zocht.”

Vestingwerken De belangrijkste taak van de werk‑ groep Vestingwerken is het actief vol‑ gen van de restauratie van de vesting ’s‑Hertogenbosch. Juist omdat de ves‑ tingwerken zo beeldbepalend zijn voor de stad is een kritisch volgen van de gemeentelijke plannen van groot belang. “Met elkaar moeten we ervoor zorgen dat de historische vesting recht gedaan wordt.” Om derden de gelegenheid te geven mee te denken in het beleid ten aanzien van de vestingwerken heeft de gemeente een klankbordgroep ingesteld. In die klank‑ bordgroep zitten de verschillende monu‑ mentenorganisaties die ’s‑Hertogenbosch rijk is, maar bijvoorbeeld ook mensen die verstand hebben van de plantengroei op de vestingmuren. Sipke is een van de drie leden van de vestingwerkgroep die aan de bijeenkomsten van de klankbordgroep deelnemen. Hij bestudeert de plannen van de gemeente, zoekt bronnen na in het Stads- en Rijksarchief. Daarnaast kunnen ze natuurlijk gebruik maken van de prachtige verzameling kaarten van Jo Timmermans. “Ik kan in de klank‑ bordgroep een bijdrage leveren omdat ik inhoudelijk op de hoogte ben, maar ook omdat ik vanuit mijn vroegere werk (landschapsarchitect) veel contact had

De naam van Jan van Ee valt nog een keer. Sipke volgde na Boschlogie I en II de module vestingwerken. Jan van Ee hield een inleiding voor de Kring over de ves‑ tingwerken. Sipke dacht meteen: als deze man ooit een keer een werkgroep opricht, dan doe ik mee. In 1996 was het zover: de werkgroep Vestingwerken ging van start. Sipke werd tot zijn vreugde gevraagd en is nu één van de acht leden en secretaris van de werkgroep.

met ambtenaren.” Zo langzamerhand is er zowel vanuit de gemeente als vanuit de monumentenwerkgroepen veel waarde‑ ring ontstaan voor ieders inbreng. “De werkgroep vestingwerken is inmid‑ dels een hechte groep. We hebben twee jaar geleden gezamenlijk ons eerste lus‑ trum gevierd. En toen de gemeenteraad de verbouw van het Kruithuis afstemde, hebben we een fles champagne openge‑ trokken.”

Kringnieuws september 2003

bossche personages

LEF Ine werd enkele jaren geleden gevraagd voor de werkgroep LEF: lezingen, excur‑ sies en fietstochten. Ze doet dat naast haar werk als stadsgids. Natuurlijk is Ine betrokken bij de excursies van LEF. Ze doet ondersteunend werk. Verder neemt Ine het onderdeel fietstochten voor haar rekening. “We proberen driemaal per jaar een fietstocht te organiseren, die een beetje aansluit bij de actualiteit. Toen de werkgroep Molens van start ging, hebben wij een molenfietstocht aangeboden.” Ine zoekt een route uit, Sipke geeft advies. Hij weet vaak mooie plekjes of heeft infor‑ matie over het landschap. Dan moet de route een of twee keer gefietst worden: klopt de route, gaat de veerpont op het gewenste tijdstip en, net zo belangrijk, is er om 11 uur een café dat open is. Vooral zondags is dat soms moeilijk, veel gele‑ genheden gaan pas in de middag open en de deelnemers moeten toch ergens een kop koffie kunnen drinken. “Die voorbe‑ reiding voor de fietstochten doen we wel samen,” aldus Ine. “Verder hebben we elk onze eigen activiteiten en dat bevalt ons goed.” Kringhuis Als ik vraag hoe lang ze actief zijn, weten ze dat niet meer. Er moeten mappen opge‑ zocht worden waar wel een datum in zal staan: 1996 of 1997. “Al zo lang?” vraagt Ine zich af Omdat ze midden in de stad wonen en vaak op het Kringhuis komen, zijn er aller‑ lei kleine diensten die ze als vanzelfspre‑ kend doen. De secretaris is druk, er moet nog een bericht uit. “Dat doe ik dan even,” aldus Sipke. Ine staat ook op de reserve‑ lijst voor rondleidingen. “Als er iemand uitvalt, kan ik gemakkelijk inspringen.” Sipke en Ine zijn vol lof over de Kring. Dat vind je bijna nergens, zoveel mensen die actief zijn, zoveel saamhorigheid. Ine mist een Kringhuis waar je zo even binnen kunt lopen om andere vrijwilligers te ontmoe‑ ten. “Je werkt als stadsgids altijd alleen. Je hebt wel een groep, maar ziet nooit een collega.” Het is het fijn af en toe eens even na te praten met een collega-gids. Tekst en foto: Marjan Vonk 5


Louis Aartsstraat Op 2 augustus 2003 werd in de vernieuw‑ de Antoniegaarde een nieuwe straatnaam onthuld. De straat is vernoemd naar een van die belangrijke Bosschenaren, die we niet zouden mogen vergeten, Louis Aarts. Hij stond mede aan de wieg van de Kring “Vrienden van ’s‑Hertogenbosch”. Daarom zijn we blij dat we de toespraak, die zijn dochter Hetty bij de onthulling van de naam heeft gehouden, mogen publice‑ ren. We wensen de familie van Louis Aarts van harte geluk met deze blijk van waar‑ dering voor het vele werk dat Louis voor zijn stad ’s‑Hertogenbosch gedaan heeft. Redactie Toespraak Louis Aartsstraat Vandaag is het een belangrijke dag voor mij, voor mijn familie en voor alle bekenden. Eindelijk is het dan zover. Mijn vader Louis Aarts krijgt zijn zo verdiende straatnaam. Precies 20 jaar na zijn overlijden, 2 augus‑ tus 1983, is de dag eindelijk daar. Een spe‑ ciale dag, een dag die Bossche geschiedenis schrijft. Vandaag wordt mijn vaders naam vereeuwigd in zijn stad ’s‑Hertogenbosch in de vorm van een straatnaam. Wanneer ik vandaag nog eens terug kan gaan in de tijd en stil mag blijven staan bij de verschillende indrukwekkende zaken die mijn vader in zijn leven bewerkstelligd heeft, weet ik dat die lijst van gebeurtenis‑ sen lang is. En dat zeg ik niet zonder trots, want mijn hart is hierbij gevuld van liefde voor mijn vader die voor mij een grote liefde was en nog steeds is. Ik weet dat het al zo vaak gezegd is, maar vandaag noem ik alle gebeurtenissen waarbij hij betrokken was nog een maal op; deze kans krijg ik immers nooit meer. Mijn vader stond aan de wieg van Heemkundekring De Boschboom, Vereniging van Folklore en Dialect Rond Janus en Bet, hij was medeoprichter van onder andere Kring “Vrienden van ’s‑Hertogenbosch”, Vereniging Stille Omgang ’s‑Hertogenbosch, Den Bosch in Mei. Hij gaf de aanzet tot de oprichting van een amateur-schildersclub die de naam kreeg Het Bossche Palet. Hij nam het initiatief om begin zeventiger jaren een Vogeltjesmarkt te organiseren in Café Het Kroontje, waar nu Dansinstituut Voetisch gevestigd is. Hij was betrokken bij de organisatie van de Uilenburgse week in 1983. Hij pleitte voor oude 6

bossche personages

gebruiken zoals het organiseren op Hemelvaartsdag begin jaren ‘70 van het zogenaamde dauwtrappen: dit stond voor een zeer vroege wandeling in het Bossche Broek ’s morgens om een uur of 5. Ook vliegerwedstrijden riep hij weer in het leven. Hij was iemand die ervan hield om oude tradities te laten herleven. Hij was een van de mannen van het eerste uur bij de oprichting van de toenmalige Bossche politieke partij Knillis. Hij was een van de vechters eind jaren zestig voor het behoud van wat nu tot een toeristische trekpleis‑ ter en een beroemd historierijk water is gegroeid: de Binnendieze. Dit brengt me even terug bij een artikel in het Brabants Dagblad van 7 januari 1969, waarin verslag werd gedaan van een Binnendieze-hearing, een pleidooi voor behoud. Mijn vader pleitte toen bewogen voor het behoud van de sfeer en intimiteit die ’s‑Hertogenbosch kenmerkten. Hij sprak lyrisch over de overkluizingen die het water liefdevol omhelzen. Hij wees erop dat demping van het vernuftig waterbouwkundig systeem het begin zou zijn van het einde van de befaamde driehoekige structuur van het oude ’s‑Hertogenbosch. Hij besloot met de woorden: “De wolven huilen in het bos van de hertog.” Voor dit slotwoord kreeg hij toen een massaal applaus van alle aan‑ wezigen. Dit artikel van destijds maakt tot op de dag van vandaag op mij persoonlijk nog steeds veel indruk. Mijn vader was ook een schrijver. In de oorlogsjaren schreef hij voor het illegale studentenblad Groei. In de jaren vijftig en zestig schreef hij onder vele pseu‑ doniemen, zoals Wouter Govaerts, Peter Selie, Louis Walschot, Tijl Uilenburg, Jean Couvreur, Henri Borgerhout, enz. Enerzijds toonde hij een mens te zijn met gevoel, romantisch in zijn verhalen maar steeds zonder de werkelijkheid uit het oog te verliezen. Verhalen uit de jaren ‘50 en ‘60 zoals onder andere zijn wekelijks vervolgverhaal “De mens wikt :….” voor de toenmalige Sint Jansklokken (nu Bisdomblad), waarin zijn overigens sterke katholieke geloof steeds te proeven was en vaak ook de overhand had in het type personen die hij een hoofdrol liet spelen in zijn verhalen. Anderzijds kon hij ook heel kritisch zijn, zoals in zijn Pakkertjes die hij in de jaren 70 wekelijks voor het Stadsblad schreef. Ja, hij was een man, die

steeds oprecht en trouw bleef aan zichzelf, trouw aan zijn idealen. Hij werd zelfs de Bossche Simon Carmiggelt genoemd. Ik herinner me nog goed, dat hij van 1972 tot 1977 voor de toenmalige partij Knillis in de gemeenteraad zat. Die jaren staan in mijn gedachten gegrift. Zijn woelige poli‑ tieke jaren, jaren waarin hij liet zien dat hij ergens voor stond, dat hij een vechter was. In zijn redes, voordrachten of hoe je het ook wilt noemen tijdens een raadsver‑ gadering, kon hij fel zijn, hij kon zich er helemaal ingooien, hij zorgde er steeds voor dat hij de zaak waar hij voor ging goed beargumenteerd had. Dat was wat telde. Want in alles overheerste zijn liefde voor zijn stad en hij kon het gewoonweg niet aanzien, wanneer haar historie op welke wijze dan ook verloren zou gaan of teniet zou worden gedaan. Want eigenlijk was het toch zo: als er in zijn stad iets gebeurde, waarmee hij zich niet kon verenigen, had hij verdriet, deed zijn hart pijn en ging hij van binnen zelfs een beetje dood. Zo was Louis, zo was mijn vader. Een man met gevoel. En ik ben trots op mijn vader, nog steeds na al die jaren dat hij hier niet meer zichtbaar aanwezig is. Tien jaar geleden ijverde Frans van Gaal reeds voor een straatnaam. Hij bracht een boekje uit, met een aantal namen van Bosschenaren, die volgens hem wegens hun verdiensten in aanmerking zouden moeten komen voor een straatnaam in onze stad. Nu is het tien jaar later. Het ongelooflijke gebeurt. Ons doel is bereikt. Mijn droom is uitgeko‑ men. Zijn grote verdiensten voor zijn stad ’s‑Hertogenbosch hebben geresulteerd in de vereeuwiging van zijn naam van deze straat, hier in de Antoniegaarde. Mijn hart juicht van vreugde, geluk en is vervuld van dankbaarheid voor al degenen, die voor rea‑ lisering van de straatnaam voor mijn vader tot het laatste moment gevochten hebben. Hiermee bedoel ik met name Bosch Belang. Vanaf 30 april 2001, de dag dat ik alle frac‑ ties aanschreef en de verenigingen waarvan Kringnieuws september 2003


hij medeoprichter was en die nu nog flore‑ ren, heb ik toch wat losgemaakt bij velen. Ik ben heel blij, dat Bosch Belang de mogelijk‑ heid creëerde en vervolgens een sterke wil toonde om hiervoor te vechten. Dat zij zich hierin heeft vastgebeten vanaf het begin tot aan het einde: 15 november 2001, de dag van de positieve ontknoping van een lang gekoesterde wens. Glorieus gingen we over de eindstreep. Het was gelukt. Toen we er eigenlijk zelf al niet meer in geloofden, heb‑ ben we toch deze victorie binnengehaald. Paul, jij van Bosch Belang, heel erg bedankt. B en W bedankt, alle afgevaardigden, hier vandaag, van verenigingen en partijen, die hij heeft opgericht, alle vrienden en bekenden hier nu vertegenwoordigd in dit deel van ’s‑Hertogenbosch, geboortestad van mijn vader, ook jullie bedankt. Zonder jullie positieve ondersteuning had dit nooit tot stand kunnen komen. Louis Aarts, zijn naam zichtbaar vereeuwigd. En dat in een deel van het centrum waar hij zelf geboren en getogen is. Mooier had het toch nooit kunnen zijn. Mijn vader stierf 20 jaar geleden plotseling tijdens het uitvoeren van zijn geliefde acti‑ viteiten voor de Vereniging Stille Omgang. Omdat hij een groot Mariavereerder was in hart en ziel, wilde ik hier zichtbaar de blauw-witte mariale kleuren aan verbin‑ den. Dit was voor mij gewoonweg van‑ zelfsprekend. Ik weet zeker dat hij deze wijze van onthulling dan ook heel erg op prijs zou stellen. Louis Aarts, het vechten voor dit voor jou was het alles dubbel en dwars waard! Vanaf nu hier eindelijk jouw naam: de Louis Aartsstraat. Hetty Baksteen-Aarts

Rondleiding Citadel Alle leden van de Kring hebben recht op een gratis rondleiding in de Citadel. Gezien de geringe belangstelling hiervoor is er dit jaar nog maar een mogelijkheid van dit recht gebruik te maken. Op zater‑ dag 11 oktober vindt om 10.00 uur de laatste rondleiding plaats. Op deze dag zal ook de Schutterij actief zijn op de Citadel. C. Bekker, coördinator Citadel Kringnieuws september 2003

In Memoriam Elly Diks Veel sneller dan we hadden gedacht is op 17 juli 2003 Elly Diks overleden. Ze was al lange tijd ziek en we wisten dat alle hoop was opgegeven, maar zo vlug, nee... dat hadden we echt niet verwacht. De schok was dan ook erg groot. Elly zal in onze gedachten blijven als iemand die: vrolijk was en veel lachte, optimistisch en onafhankelijk in het leven stond, aardig en attent was voor iedereen, ook in de kleine dingen, de Kring een warm hart toedroeg, zich thuis voelde achter de balie, heel erg mopperen kon als het tegenzat, kortom: we zullen Elly om al deze dingen heel erg missen. Alle collega’s van de balie Kringhuis

Alda van de Pas 21 juli 1925 - 14 augustus 2003

Medio augustus bereikte ons het bericht van het overlijden van Alda van de Pas. Jarenlang was zij een van de trouwe, stille krach‑ ten van de Kring. Zo behoorde zij tot het groepje dat jarenlang het Kring-Nieuws verzendklaar maakte en daarna ook nog op haar fiets het in een gedeelte van de wijk Zuid ging bezorgen. Vele jaren was ze ook te vinden achter de balie van het Kringhuis. In 1985 stond ze enige maanden in de infobalie van het restauratieambachtencentrum in de voor‑ malige Sint-Josephkerk, van waaruit ze ook de daar werkzame ambachtslieden van koffie voor‑ zag. Tijdens de ‘s‑Hertogenwandeling in datzelfde jaar was ze een week lang actief in de kelder van het postkantoor om de honderden spelers en speelsters behulpzaam te zijn bij het omkleden en om ze te voorzien van een natje en een droogje. Nooit trad Alda op de voorgrond en zo zullen wij haar altijd blijven herinneren: een van de vele stille krachten die de Kring hebben gevormd tot wat ze nu is.   Alda van de Pas, tijdens de borrel, na afloop van Open Monumentendag 1987

Jan Kleyne 7


In Memoriam Ben van de Bulk 26 december 1926 –21 juli 2003

Op 21 juli overleed na een jarenlang ziekbed ons lid Ben van de Bulk. In de jaren ‘80 en ‘90 was hij op vele fronten actief bin‑ nen de Kring. Zo behoorde hij tot de allereerste groep Torengidsen en behoorde hij tot de mensen van het eerste uur in het Kringhuis. Daarnaast was hij bijvoorbeeld mede verantwoordelijk voor de inrichting van vele exposities in ons Kringhuis. In 1985 behoorde hij ook tot de eerste lich‑ ting stadsgidsen. En wie herinnert hem niet in zijn glansrol van bedelaar bij de luipoort van de Sint-Jan tijdens de ’s‑Hertogenwandeling tijdens het 800-jarig bestaan der stad? Zelfs zijn vrouw her‑ kende hem niet! En wie heeft niet meegezongen met zijn zelf geschreven teksten tijdens excursies naar bijvoorbeeld Leuven, Brugge, Mechelen en Brussel? Ben was een veelzijdig man die niet kon stilzitten en al zijn vrije tijd in de Kring stak. Ook toen hij nog werkzaam was bij de PTT: zo was hij al in 1980 lid van de werkgroep die het 10-jarig bestaan van de Kring voorbereidde! Vol enthousiasme droeg hij zo bewust bij tot het doel van de Kring: meer liefde en belangstelling kweken voor onze stad. Zo zullen wij Ben blijven herinneren voor alles wat hij voor de Kring gedaan heeft.   Jan Kleyne

Ben van de Bulk als zwer‑ ver tijdens de ‘s‑Hertogenwandeling, zomer 1985, Den Bosch 800

Piet Trimbosch

Ad Brekelmans

Piet Trimbosch is geboren in 1924. Hij werd begraven op 7 augustus 2003. Piet was vanaf de start van de vaar‑ tochten op de Binnendieze hoofd van de administratie. Bovendien verkocht hij de kaartjes. Jarenlang bewaakte hij de sleutel van het Diezehuis. Deze moest bij Piet opgehaald en weer teruggebracht worden. Tot het seizoen 1995-1996 werkte hij aan de balie.

In januari 2000 vroeg het Kringbestuur mij een voorstel te doen om te komen tot een hernieuwde stadsgidsopleiding en mijn antwoord was dat ik zoiets wel liever met meer personen wilde bestuderen. Men stelde toen voor om onder anderen Ad Brekelmans te polsen. Hij was een man uit het onderwijs en een geboren en getogen Bosschenaar. Ad wilde graag zijn medewerking verlenen en was evenals wij een groot voorstander om deze studieperiode geen cursus te noemen maar een echte opleiding. Zijn ideeën en ervaringen uit het onderwijs hebben daadwerkelijk bijge‑ dragen aan de constructie daarvan. In de opleiding was Ad de persoon die het onderdeel ‘toetsen en examens’ wilde voorzitten en hij deed dat zoals iemand uit het onderwijs gewend was. Enigszins eigenzinnig, niet al te vlug het achterste van zijn tong laten zien, en wanneer het zich aandiende graag bereid om op gepaste cynische manier te verwijzen naar de verschillen in onze opvattingen ten aanzien van het educatieve en dat ‘gedoe’ zoals hij dat noemde in het bedrijfsleven waar wij als overige commissieleden vandaan kwamen. Ad was de bedenker van het gehanteerde beoordelingsresultaat: een 5,6 is en blijft 5,6 en wordt niet afgerond op een 6. In dit idee werd hij gesteund door externe deskundigen. Vooral Ad heeft er buitengewoon van genoten toen Janus en Bet tijdens de certificaatuitreiking op humoristische wijze terugblikten op dit zo gewraakte systeem. Ad is helaas op een veel te vroege leeftijd overleden en wij verliezen in hem een bijzonder mens maar ook een vriend die graag bereid was te luisteren en constructief samen te werken. Hij verdient het te rusten in vrede.

Joos van Zantvliet

Jan Gielisse, namens de Opleiding Stadsgids 2000

8

Kringnieuws september 2003


van het bestuur

Jo Timmermans de nieuwe voorzitter van de Kring Wie is Jo Timmermans Ik ben geboren in 1949. Na de middelbare school studeerde ik electrotechniek met als bijvakken wis- en natuurkunde. Ik werd leraar op een school voor Middelbaar Beroeps Onderwijs en stapte daarna over naar het bedrijfsleven. Via een functie als hoofd ontwerpafdeling ben ik voorname‑ lijk in het buitenland werkzaam geweest met als laatste positie: directeur interna‑ tional voor Center Parcs, waarvoor ik bijna alle Nederlandse en buitenlandse parken heb ontwikkeld en gebouwd. De meeste tijd bracht ik door in vliegtui‑ gen en hotels. Ik verbleef langere tijd in het buitenland. In 1996 nam ik, na de beursgang in de 90’er jaren en daarna de verkoop van het bedrijf, afscheid om andere leuke dingen te gaan doen. Ik heb eerst een jaar helemaal niets gedaan, dan enkel gereisd met mijn part‑ ner Gerdy en de kinderen Henk en Maria. Dat was een verademing en een inhaal‑ slag voor de gemiste tijd als vader. Natuurlijk wordt er veel aan je getrokken als je zo jong al vrij op de markt komt, maar ik heb me alleen maar beziggehou‑ den met projecten die me aanspraken en die een korte doorlooptijd hadden. Denkt u daarbij aan interim bestuur van bedrijven, aan- en verkoop van bedrijven en adviseren bij grote bouwkundige en infrastructurele projecten en stedenbouw‑ kundige ontwikkelingen. Contacten met de Kring Daarnaast kreeg ik gelukkig ook meer tijd voor mijn hobby’s: het verzamelen van cartografisch materiaal over de stad ’s-Hertogenbosch en het verzamelen van speelgoedtreinen. Ik hoop met die laatste nog eens een mooi project voor de stad te kunnen ontwikkelen in combinatie met het Nederlands Cultureel Erfgoed. De hobby cartografie brachten Gerdy en mij ertoe om in 2001 het Bossche Prentenmuseum te openen. Daar ging anderhalf jaar voorbereiding aan vooraf. Uit die tijd stammen ook mijn hechte contacten met de Kring “Vrienden van ’sHertogenbosch”. Ik heb op een bijzondere manier kennis gemaakt met het bestuur en ben aansluitend adviseur geworden. In die periode ben ik ook als bestuurslid toegetreden tot de Cultuurhistorische Kringnieuws september 2003

zijn om een aantrekkelijke collectie op te bouwen. Hedendaagse kunst is nu al haast onbetaalbaar. ’s-Hertogenbosch kan zich nooit meer meten met het Van Abbe Museum in Eindhoven en De Pont in Tilburg en zou dat ook niet moeten willen. ’s-Hertogenbosch ligt meer op de histori‑ sche lijn, net als de vestingsteden Bergen op Zoom en Breda.

Vereniging ‘De Boschboom’. De intensieve samenwerking met het bestuur heeft uiteindelijk geleid tot de benoeming als voorzitter van de Kring in mei van dit jaar. Historie en toekomst Wij zijn een cultuur-historische organisa‑ tie, met de nadruk op het woord cultuur, dat een veelomvattend begrip is. Niet alleen cultuuruitingen uit het verleden, maar ook die van de toekomst vallen daaronder. We moeten koesteren wat we al hebben, maar ook oog hebben voor vernieuwing. Wat zou het prachtig zijn als we in die toekomst wat aandacht en ondersteuning kunnen geven aan vrijwilligers die de hedendaagse cultuur een warm hart toedragen. Ik denk dan bijvoorbeeld aan rondleiders en baliebe‑ zetting voor bijvoorbeeld het Keramisch centrum in de Guardianenhof in samen‑ werking met het Europees Keramisch Werkcentrum (EKWC). In dit kader zou ik er ook voor pleiten om het Museum voor Hedendaagse Kunst (MHK) om te dopen in een Museum voor Keramiek. Dan heb je een niche in de markt en een dergelijk museum sluit naadloos aan bij het EKWC, Cor Unum, de kunstacademie en de Muzerije. Ook financieel is een museum met een beperkte collectie beter haalbaar. De financiële middelen van het Museum voor Hedendaagse Kunst zullen mijns inziens in de toekomst ontoereikend

Hoewel de Kring natuurlijk kritisch moet blijven ten aanzien van haar doelstelling, mag de houding niet star zijn. Pas in een open organisatie ontstaat een win/win situatie, waar uiteindelijk de ‘stad’ en haar inwoners hun voordeel mee doen. Over de stad gesproken, ik zou het bij‑ zonder op prijs stellen als de gemeente meer zou denken in termen als ‘altstad’ voor de binnenstad en ‘neustad’ voor haar buitengebied. Traditioneel kunnen feesten als carnaval en kermis zich afspelen in de ‘altstad’, terwijl bevrijdingsfestivals en Boulevard iets meer zijn voor de ‘neustad’. De Kring “Vrienden van ’s‑Hertogenbosch” wil hier graag een adviserende rol spelen en kan dat ook door middel van de ver‑ schillende deskundige werkgroepen. Kennismaking met verschillende Kringactiviteiten In mijn kennismakingsronde bracht ik onlangs een bezoek aan de werkgroep Binnendieze. Deze werkgroep kwam met een zeer doordacht model voor een opstapplaats voor de boten in de oude Haven aan de Visstraat. Dit plan slaat twee vliegen in één klap: het vangt het hoogteverschil op voor de boten die res‑ pectievelijk binnen- of buitengaats gaan. Daarnaast draagt de opstapplaats bij aan een prachtige en zeer levendige invul‑ ling van de oude Vismarkt. De plannen voor deze opstapplaats zouden mogelijk ook nog voordelig kunnen zijn. Tevens ligt er bij de werkgroep een mooi plan om de Dieze via de waterpoort door te trekken naar het nieuwe uitbreidingsplan voor het GZG-terrein. Voorwaar een knap stukje, waar de gemeente niet aan voorbij mag gaan. Het is nog ruim op tijd om dit voorstel in te passen in het uitbreidings‑ plan. In Amsterdam heeft men hetzelfde gedaan door de ‘altstad’ te verbinden met de ‘neustad’ door middel van de IJbrug. 9


Langs mijn verdere kennismakingsronde mocht ik onlangs een tweede fietsroute ‘Fort met de fiets’ in ontvangst nemen. Opnieuw prachtig werk van en door vrijwilligers, die met beperkte middelen zo´n interessante tocht samenstelden. Ik heb hem het volgende weekend meteen gefietst. Met het prachtige weer deze zomer was dat een mooie tocht. Op veel punten herken je iets van de oude vestingstad. De fietsroute sluit bijzonder goed aan op de ongelooflijke inspanning welke de gemeente zich op dit moment getroost om de vesting opnieuw op de kaart te zetten. Een pluim voor Peter van Roosmalen en zijn team is hier, namens de Kring “Vrienden van ’s-Hertogenbosch”, op zijn plaats. De komende maanden zal ik mij verder inwerken. Ik zal de verschillende werk‑ groepen bezoeken om een indruk te krijgen van alle activiteiten binnen de Kring. Secretaris Frans van Sundert maakt hiervoor een planning. Verder is er niets nieuws onder de zon. De Kring heeft wat last van groeistuipen, die gaan gepaard met organisatorische problemen, maar ik vind het heerlijk om de vrijwilligers van de Kring daarbij te helpen. En natuurlijk ben ik dagelijks bezig om kleine zaken, die zich in elke organisatie voordoen, samen met mijn mede-bestuursleden op te lossen. De vrijwilligers Zoals al eens eerder door mij is aangege‑ ven zie ik de Kring als een zogenoemde ‘people’s business’, een organisatie door en voor leden. Bij de Kring gaat het uit‑

eindelijk om de inzet en de activiteiten van vrijwilligers. Dat het resultaat van hun werk is, dat er toeristen naar de stad komen, is voor een ieder mooi meegeno‑ men. Dat het rapportcijfer goed is blijkt uit de vele positieve reacties aan het adres van de Kring. Ook de gemeente weet de Kring te waarderen en spreekt dat ook steeds vaker uit. Die geweldige inzet van eenieder motiveert mij enorm. Er staan veel plannen op stapel die hun voedingsbodem vaak vinden in de eerder genoemde werkgroepen. Het bestuur toetst deze plannen op reali‑ teit en haalbaarheid, mede gelet op de ‘centjes’. Immers de Kring “Vrienden van ’s-Hertogenbosch” draait geheel zonder subsidie. Onze activiteiten zijn alleen mogelijk omdat het werk door vrijwilligers wordt gedaan. We hebben inkomsten uit beheertaken, rondleidingen, torenbeklim‑ mingen, stadswandelingen, vaartochten et cetera. Daarentegen moet de Kring voor de vaarconcessie op de Binnendieze een fors bedrag aan de gemeente betalen. Ik vind het onbegrijpelijk dat dit in het verleden zo is bepaald. Eigenlijk zijn de inkomsten van de vaartochten voor de vrijwilligers, zij doen immers het werk. Met dergelijke inkomsten moet je ‘ethisch’ omgaan. Ook het aantal varende bezoekers is een zaak van de Kring. Het maximum aantal bezoe‑ kers aan de Binnendieze zal vanzelf duide‑ lijk worden, bij een goede balans tussen de inzet van vrijwilligers, de kwaliteit van het product, alsmede de stilte op het water. Verhoging van het aantal varende bezoekers, zoals de gemeente wil, alleen

om meer inkomsten te genereren is onge‑ wenst en ongepast. De taak van de gemeente is een voorwaar‑ den scheppende. De gemeente doet dit op een correcte manier via de afdeling econo‑ mische zaken, waar ook de deskundigheid met betrekking tot het toeristisch beleid is ondergebracht. De gemeente moet echter niet op de uitvoeringsstoel gaan zitten. De Kring heeft bewezen over voldoende kwa‑ liteit te beschikken om invulling te geven aan de wensen van de gemeente, maar doet dat wel op haar eigen wijze. Er is nog genoeg te doen, de komende jaren. Voor het bestuur, ook allemaal vrijwilligers, staat een aantal belangrijke zaken op de agenda: het stroomlijnen van de organisatie, een evenwichtige werkver‑ deling binnen het bestuur en het aanpak‑ ken en integreren van nieuwe ideeën.

Jo Timmermans

Aankondiging

Ode aan Maria in het Bossche prentenmuseum Ter afsluiting van het jubeljaar van Maria toont het Bossche Prentenmuseum een zeer bijzondere tentoonstelling van Mariabeelden en devotieplaatjes. De heer P. Rombouts, beeldhouwer te Veldhoven, is autodidact. Hij legt zich al jaren toe op het uitbeelden van de zogen‑ de moeder, Maria Lacta. Hij gebruikt daar‑ voor oud eikenhout, afkomstig uit onder 10

andere vakwerkhuizen. Maria wordt zel‑ den zogend uitgebeeld. Een verzameling van ongeveer 25 van deze beelden kunt u in het Prentenmuseum bewonderen. De Mariabeelden worden aangevuld met een collectie devotieplaatjes die aan Maria gewijd zijn. Verzamelaar W. Arts uit Nijmegen heeft wel 25.000 devotieprentjes. Daarvan zijn ongeveer

4500 Mariaprentjes uit verschillende landen. Voor de tentoonstelling in het Prentenmuseum zijn 500 prentjes uitge‑ zocht uit Nederland, maar ook uit ZuidAmerika en de voormalige Sovjet-Unie. De tentoonstelling wordt begin oktober geopend en is te bezichtigen tot half januari 2004. Kringnieuws september 2003


Vrijwilligersdag 2003 Op zaterdag 16 augustus 2003 was het zover: de vrijwilligersdag van de Kring. Meer dan 300 vrijwilligers waren rond 18.00 uur verzameld in en rond een grote tent op de Citadel. Het Rijksarchief had ruimhartig gastvrijheid verleend, waar‑ voor onze dank. Wat veel, was mijn eerste gedachte toen ik de menigte vrijwilligers zag. Maar bedenk maar eens: gidsen in alle ‘soorten en maten’, schippers, bestuursleden, mensen die het Kringhuis beheren, secretariaatsmedewerkers, leden van vele werkgroepen, enzovoort. Dan kom je al snel aan zo’n grote club. En dat we een club vormen, bleek al snel die avond. Wat kennen veel mensen toch veel andere mensen... Het zou een informele avond worden, waarbij ontmoetingen centraal moesten staan. Daarnaast was er goed voor de inwendige mens gezorgd door middel van een heerlijk buffet en een ruime sortering dranken. De Stiefels zorgden voor sfeer‑ volle, soms lekker luidruchtige muziek.

Maar voordat we aan het eten toekwa‑ men, was er eerst een inleidinkje van Bob Heinen, voorzitter van het organisatieco‑ mité. Daarna was het woord aan de voor‑ zitter van de Kring, Jo Timmermans. Zijn belangrijkste taak bestond erin een flink aantal diploma’s uit te reiken, sommige Kringnieuws september 2003

nader bekeken

vergezeld van een hand, andere van een handkus en een enkele van drie zoenen. De volgende nieuwe torengidsen kregen van de heer Timmermans en Frans van der Smissen, coördinator van de torengidsen, hun fel begeerde papiertje: Dorien Dona, Jan van de Gevel, Dimph van Gorp, Ad de Jongh, Sonja van Rosmalen en Werner Weissmann. Daarna werden door de voorzitter samen met Wim en Wil, coördinatoren van de schippers van de Binnendieze, verse vaar‑ bewijzen uitgereikt aan Pien Barendregt, Frans Becks, Hanneke den Bieman, Gerry Brullemans, Anton van Dalen, Peter van den Dungen, Yvette Hurkens, Hans Jacobs, Maarte van Logten, Kees Maas, Frans Maas, Gabriëlle van der Meijs, Anneke Mol, Bram Valk, Henk Wels en Joop Wissen. Graag wensen we alle nieuwe torengid‑ sen en schippers-gidsen geluk met hun papiertje en veel succes met hun werk. Tot slot werd ook een nieuw lid van verdienste voorgesteld. Met algemene

concerten.” Hij kreeg de speld van ver‑ dienste op.

stemmen was Ruud Bokeloh uitverkoren. Zoals zijn certificaat vermeld: “voor zijn niet aflatende inzet en positieve instel‑ ling bij zowel Stichting Binnendieze als de Kring in het algemeen. Hij organi‑ seerde onder andere het Binnendiezekoor, Zonnebloemevenementen en Uilenburg-

En toen kon de avond echt beginnen met een daverend kanonschot van de Schutterij. Margot Scheepens, Janny Viguurs, Ruud Bokeloh en Bob Heinen, bedankt voor de prima organisatie van deze geslaagde vrijwilligersdag. Nik de Vries 11


moette nou toch’s kijke

De viering van Sint-Cornelius te Bokhoven aan te pakken. Paus Cornelius was de eerste. Als hij naar de strafplaats wordt geleid, ondergaat hij met vreugde zijn vonnis en sterft op 14 september 252 door onthoofding. Hij wordt in de cata‑ combe van Callixtus begraven.

De heerlijkheid Bokhoven aan de Maas wordt voor het eerst genoemd in een verkoopakte van 1243, waarin sprake is van een zekere Arnoldus de Buchhoven. Bokhoven was een vrije heerlijkheid, vanaf 1499 een baronie en vanaf 1640 een graafschap. De heerlijkheid werd in 1365 opgedragen aan de prins-bisschop van Luik en vervol‑ gens door verschillende geslachten van hem in leen gehouden. Het mini-staatje had ook een eigen rechtspraak, waaraan nog het voormalige ding- of regthuys uit 1631 herinnert; het is het pand Driekoningenplein 5, in 1944 grotendeels verwoest en in 1948 herbouwd.

en de doden laten begraven. Van verre kwamen de mensen om hun godsdien‑ stige plichten te vervullen. Vier zondagen Op de zondagen in september wordt in de tuin van het laat–middeleeuwse kerkje Sint-Antonius Abt te Bokhoven de gedenkdag gevierd van Sint-Cornelius. Deze heilige was paus en martelaar, en is patroon tegen vallende ziekte, jicht, kink‑ hoest, stuipen en alle zenuwlijden maar ook ziektes bij hoornvee. Tijdens de Romeinse christenvervolgingen onder leiding van keizer Gallus werd besloten om vooraanstaande christenen

22.000 leden In een schrijven van 4 augustus 1839 kreeg de in ’s‑Hertogenbosch geboren pastoor J. H. van Roosmalen (18041860) van paus Gregorius XVI officieel de goedkeuring om de relikwieën die hij had, te mogen vereren. De relikwieën in de vorm van enkele botjes van Cornelius had de pastoor gekregen van pater Wolff, jezuïet-pastoor in Nijmegen. Op de eerste dag van de bedevaart in Bokhoven, 16 september 1839, kwamen meer dan 700 gelovigen. Vanaf die dag was er ook in Bokhoven ‘eene processie ter eere van den H. Cornelius’. Na de eerste bedevaart maakten enkele inwoners van Drunen hun opwachting bij de pastoor. Deze mensen wilden een broederschap oprichten ter ere van de H. Cornelius. Op woensdag in mei 1840 trok dan ook een grote, gecombineerde processie door de velden rond Bokhoven. De broederschap telde in 1923 reeds meer dan 22.000 leden. Velen hebben in die tijd de bedevaart naar Bokhoven gemaakt. Na de Tweede Wereldoorlog zijn de proces‑ sies verdwenen, maar nog steeds komen bedevaartgangers in de septembermaand naar Bokhoven.

Bokhoven wordt Brabants In 1805 is Bokhoven bij Brabant gevoegd en in 1922 ging het dorp samen met Engelen verder als één gemeente. In 1971 kwam deze dubbele gemeente op vrijwil‑ lige basis bij ’s‑Hertogenbosch. 17de eeuw Terwijl de rest van Brabant door de protes‑ tanten werd overheerst, vormde de heer‑ lijkheid Bokhoven een katholieke enclave. Daarom konden katholieken van buiten Bokhoven hier in de kerk hun kinderen laten dopen, hun Pasen houden, trouwen 12

Kringnieuws september 2003


Overal komen ze vandaan: uit Vlijmen, Engelen, Orthen, Maren-Kessel. Op een andere dag waren gelovigen uit Boxtel, Esch en Liempde welkom en weer een andere dag die uit ’s‑Hertogenbosch en Vught. De mensen uit naburige dorpen kwamen vaak te voet.

alle vroegte in ’s‑Hertogenbosch naar de mis. Na het ontbijt werden zij bij de boot verwacht die hen naar Bokhoven voer en daar aangekomen namen zij deel aan de processie. Om drie uur in de middag moest men weer in de kerk zijn voor het rozen‑ hoedje en om vier uur begon het lof.

Per salonboot Vanuit ’s‑Hertogenbosch werd de bede‑ vaart voor de oorlog per salonboot gemaakt. Deze pelgrims waren dan vaak de hele dag in touw. Eerst ging men in

De kentering Vanaf het begin van de jaren zestig van de 20ste eeuw ging het bergafwaarts met de bedevaart. De animo bij broedermeesters en zelatricen verdween. De kerkelijke ver‑ anderingen hadden ook hun uitwerking op de jaarlijkse gang naar Bokhoven. De heiligen devalueerden (de beeldenstorm van de jaren zestig). Maar ondanks deze veranderingen is de bedevaart blijven bestaan en trekt deze jaarlijks in sep‑ tember nog ongeveer 5000 pelgrims en toeristen. Ingezonden stuk In de Provinciale Noord-Brabantsche en ’s‑Hertogenbossche Courant van 25 sep‑ tember 1936 stond een ingezonden stuk. Het laatste stukje ervan heb ik voor u overgenomen in de toen gebruikelijk taal. “Wat meer voorkomt op drukke bedevaar‑ ten, is ook hier geschiedt. Op de pastorie in Bokhoven zijn enkele gevonden voorwerpen gebracht. O.a. een damesparaplu (zwart) van verleden jaar

Kringnieuws september 2003

reeds bewaard; een lederen kindertaschje; een paar dameshandschoenen; een blauw parlemoeren rozenkrans; een kruisje met toebehooren van witte rozenkrans; en nog… een ceintuur van jurk en mantel. Nog op te zenden contributiegelden kan men gireeren aan no. 201336. Was getekend; G.C. Versteeg, pastoor. Bokhoven, 25 sept. 1936. Jo Hendriks, Verzamelaars Hertog Jan

Foto’s, ansichten en attributen uit het archief Jo Hendriks Bronnen: • Provinciale Noord-Brabantsche en ’s‑Hertogen‑ bossche Courant, 25 september 1936 • Sint Cornelius-boekje door een Pater Redemptorist. Uitgave G. Mosmans en Zoon ’s‑Hertogenbosch, 1938 • P.J. v. d. Heijden & Kees v. d. Oord, Sint Cornelius in Bokhoven, 150 jaar bedevaart 1839-1989. Uitgave kerkbestuur St. Antonius Abt, 1989 • John Damen, Bokhoven, Heerlijkheid aan de Maas. 1982 • 125 Heiligenbeelden in de St. Janskathedraal te ’s‑Hertogenbosch. 1984 • Brabants Dagblad 30 augustus 1989 • Brabants Dagblad 2 september 1989 • Brabants Dagblad september ?

13


van de werkgroepen

Koninklijk ’s‑Hertogenbosch Mannenkoor In het jaar 1903 vonden twee unieke cultuurhistorische gebeurtenissen plaats in ’s‑Hertogenbosch: de onthulling van De Draak op het Stationsplein en de oprichting van het ’s‑Hertogenbosch Mannenkoor. Onze stad kent dus nu zeer uitzonderlijke eeuwlingen. Vooral een koor dat 100 jaar bestaat is heel bijzonder. Tijdens de ledendag van de Kring op 3 mei jongstleden werd ik aangenaam ver‑ rast door het optreden van het Koninklijk ’s‑Hertogenbosch Mannenkoor. Tijdens het optreden flitsten diverse gedachten door mij heen. Zingen op dat niveau is toch anders dan zingen in het koor bij de kerstspelen van wandelsportvereniging Edison. Ook begrippen als meerstemmig, klankkleur en toonladders borrelden naar boven terwijl ik denk aan mijn lessen klassieke gitaar bij Rembrandt Gerlach en muziektheorie bij Stanley van Wel. Kortom, de liefde voor muziek zal ook voor alle koorleden bijgedragen hebben tot het

100-jarig bestaan van het mannenkoor. In het oprichtingsjaar werd er anders geleefd dan nu. Er was nog geen TV of radio. Dus men ging met de muziek mee of naar de muziek toe. Of beter nog: men ging zelf een instrument bespelen of zijn stem laten horen. In het midden van de 19de eeuw was samenzang zeer geliefd. Onze stad kende diverse koren en lieder‑ tafels zoals dat nu nog steeds het geval is. In 1853 was de Liedertafel Oefening en Uitspanning opgericht die in die periode 14

Zaterdag 4 oktober concert in de Sint‑Cathrien. Kaartverkoop is in volle gang. Op 11, 12 en 13 oktober wordt er een jubileumreis gemaakt naar Leuven. de meeste bekendheid heeft verworven. De meeste koren (kerkkoren daargelaten) bestonden uit deftige burgers uit de wat hogere middenklasse, die eigenlijk meer voor het pleziertje en het biertje bij elkaar kwamen. Het niveau lag meestal niet zo hoog. Daarnaast hadden de meeste koren geen goede dirigent die de muzikale touw‑ tjes goed in de handen hield. Maar de behoefte aan een goed en goed geleid koor was duidelijk aanwezig. Er ontstond een ander soort mannenkoor, niet uit de deftige burgerij, maar van ‘gewone’ burgers met hun zanghart op de juiste plek. In mei 1903 was op initiatief van T. van Kempen, W. van Son, J. Gommers en P. Kallenbach de oprich‑ tingsvergadering van het ’s‑Hertogenbosch Mannenkoor. Laatstgenoemde Peter Kallenbach was organist in de Sint-Jan en wilde met een ijzeren discipline een zeer goed koor neerzetten. Tot 1940 bleef Kallenbach dirigent van het koor. Prijzen Al in 1904 nam het koor deel aan een zangwedstrijd in Rotterdam, waar de eerste prijs behaald werd. In de jaren erna zouden er nog vele prijzen volgen. In die tijd was dit soort nieuws in onze hertogstad zoiets als het winnen van een Olympische medaille. De hele stad liep uit en het koor werd menigmaal ontvangen met een ware serenade door bijvoorbeeld de harmonie van Goulmy en Baar. Men trok in een grote optocht naar het Concertgebouw alwaar de huldiging plaatsvond. De reputatie van het koor snelde zo snel vooruit dat al in 1914 het predikaat Koninklijk aan de naam mocht worden toegevoegd. Men reisde heel wat af naar diverse steden in Europa om mee te doen aan concoursen. Om de roem vast te houden zijn er ook wel eens harde noten gekraakt, zowel letterlijk als figuurlijk. Daarin is de dirigent van het koor een onmisbare schakel. De eerste dirigent heeft in totaal 37 jaar leiding gegeven, de huidige dirigent, Marius Schouten, is al sinds 1973 aan het koor verbonden. In de 100 jaar van zijn

bestaan drukken slechts twee dirigenten 67 jaar hun stempel op dit koor. Na de oorlog Na de Tweede Wereldoorlog kan men gaan werken aan de viering van het 50jarig bestaan. Dat men niet alleen wat liederen kon vertolken, blijkt uit een vijftal programmaboekjes van 1946 tot 1949. Men werkte samen met andere koren, orkesten en solisten. Ik noem er een paar. In 1946 de Diepenbrock Herdenking; in 1948 een Nationaal Concert, de opera Der Barbier von Bagdad en een Bruckner Concert; in 1949 een Groot Vocaal Concert, waar men zong samen met de Koninklijke Liedertafel Gruno uit Groningen. Daarbij werden onder andere uitgevoerd Tibur van Alphons Diepenbrock, Psalm 23 van Schubert en Het lied van de vlo van Moussorgsky. In ieder geval genoeg vari‑ atie voor de oren. In die jaren stond Frans van Amelsvoort als dirigent voor het koor. In 1953 werd het hoogtepunt van het 50jarig bestaan het festijn ’s‑Hertogenbosch Muziekstad in de Casinotuin. Hierop volgend werd in 1954 een zangconcours georganiseerd, dat inmiddels een jaarlijks terugkerende traditie geworden is onder de naam Internationaal Vocalisten Concours. Dit heeft onze stad luid en duidelijk op de muzikale wereldkaart gezet. In de jaren daarna ging alles zijn gangetje, hoewel in de jaren 1950-1960 de klad er een beetje in zat. Men is blijven werken aan een goede kwaliteit en heeft in zowel binnenals buitenland veel indruk gemaakt. In 1968/1969 heeft het koor meegewerkt aan een speelfilm. In de zeventiger jaren van de vorige eeuw is het koorleven tot nieuwe bloei gekomen. De toegenomen belangstelling heeft diverse nieuwe koren opgeleverd; liedertafels werden heropge‑ richt. De laatste jaren kent onze stad de Liedertafeldag en de Barber Shopdag. De zangers komen vanuit alle windstreken om op deze dagen aanwezig te zijn. Rob Hoogeboom Werkgroep Verzamelaars Hertog Jan Bronnen: Programma: collectie Jo Hendriks Jouke Vis, Voor een talrijk publiek René Bouwman en Theo Hoogbergen, Thema vol variaties Ach Lieve Tijd ’s‑Hertogenbosch 1629-1990

Kringnieuws september 2003


bosch nieuws

Voorstel voor onze kathedraal een discussiebijdrage

Vrienden van ’s‑Hertogenbosch zijn vrien‑ den van de Sint-Jan. Het was dan ook van‑ zelfsprekend om, toch in Londen, naar het Victoria and Albertmuseum te gaan voor het oxaal. Wat een emotionele verrassing! Prachtiger dan vermoed in bloedrood, zwart en grijs marmer en met beelden van albast, waaronder een werkelijk schitterende Johannes de Evangelist, nota bene van Hendrick de Keyzer. Vier dragers die op hun schilden de geschilderde, maar weggesleten wapens van onze eerste hertog, van Albrecht en Isabella, en van ’s‑Hertogenbosch hebben getoond. Het laatste in handen van een heuse wil‑ deman. Ons oxaal: een topstuk uit de renaissance! In de Engelse kranten woedde onderwijl weer de discussie over de Elgin Marbles, de sculpturen van het Parthenon die in 1802 door graaf Thomas Elgin voor 50000 pond in Athene gekocht, naar Londen waren overgebracht. Nog steeds tot trots van het British Museum. Griekenland eist ze nu terug. Tijdens een grote opruiming, waarbij ook het oordeelspel, het hoogaltaar uit 1615 en de renaissance bisschopszetel uit de Sint-Jan werden verwijderd, verkocht het kerkbestuur in 1867 het oxaal naar Londen; voor minder dan de afbraak‑ kosten. Dit op advies van de bekende architect Pierre Cuypers, de kampioen van de neo-gotiek. Volgens hem hinderde het bouwwerk, uitgevoerd in een op heidense Kringnieuws september 2003

beginselen gestoelde stijl, een grootse doorkijk door de spitsbogige kathedraal. Een verbitterde Victor de Stuers hekelde in 1873 in zijn essay Holland op zijn smalst de verkoop en legde daarmee de grond‑ slag voor de monumentenzorg en dus voor onze Vriendenclub. Hij vergeleek het oxaal met het baldakijn van Bernini in de Sint-Pieter te Rome en had het desnoods in de Haagse Ridderzaal willen plaatsen. Ach, dacht ik in Londen, als de Elgin Marbles terug mochten gaan naar Griekenland, waarom zou dan het oxaal niet naar huis kunnen komen. En ik droomde van een herplaatsing achter het moderne altaar en voor de ooste‑ lijke vieringpijlers, waartussen nu de schola zingend haar plek vindt. Een utopie natuurlijk. Terug in ’s‑Hertogenbosch las ik over de ideeën van de nieuwe plebaan. Hoe, volgens hem, de eigentijdse buizenluchter en het koor in de huidige oratoriumachtige setting de liturgische lijn naar het hoog‑ gotische oosten breken. Hij herhaalt, als het ware, de argumentatie van Cuypers. En natuurlijk is voor onze flamboyante Sint-Jan het verticale lijnenspel, zowel architectonisch als ritueel, essentieel. Prachtig zoals de bundelpijlers schei-, muraal-, en gordelbogen met de kruisrib‑ ben verzamelen en niet gehinderd door kapitelen omhoogschieten. Vandaar dat de kathedraal, ondanks zijn 28 meter hoge gewelven, zo’n rijzige indruk maakt.

En zo kom ik bij mijn voorstel, dat de pilaarheiligen in het middenschip betreft: een elftal geestelijken, nonnen en andere maagden; een klerikaal geheel uit het Rijke Roomse Leven, aangevuld met een zeldzaam bigotte Lodewijk de Heilige en een krachteloze Christoffel. Tussen 1902 en 1905 vervaardigd in het atelier van Hendrik van der Geld aan de Oude Dieze, staan ze, één voetje een beetje over de rand, één knietje een beetje zichtbaar onder het gewaad, karakterloos stereoty‑ pe te wezen. De schalk van de gordelboog door de ruggengraat, de ogen vroom geloken. Nog slechts voor een enkeling herkenbaar aan hun attribuut en voor bijna iedereen zonder betekenis. Waarvoor dient een heilige anders dan om een inspirerend voorbeeld en een invloedrijk voorspreker in de hemel te zijn? Wel, de dertien pilaarheiligen uit het mid‑ denschip zijn echt niet dé helden om onze generaties enthousiast te maken. Ze zijn sculpturaal beneden elke maat; en ten‑ slotte detoneren ze tussen de magnifieke opstijgende lijnen van de flamboyante architectuur. Ze hinderen zoals Cuypers over het oxaal beweerde, het heerlijke verschiet, de schitterrende doorkijk van onze kathedraal. De ongeveer een halve eeuw oudere apostelbeelden van Johannes van der Ven in het hoogkoor zijn beter van kwaliteit. De kroezige krulbaard geheven, staan ze volop gebarend actief hun mannetje. Bekender als heiligen bevinden ze zich bovendien voor hun pijlers op plaatsen waar tot de Beeldenstorm van 1566, en ook weer ten tijde van het beleg van 1629, een zelfde gezelschap troonde. Drie redenen dus om hen daar te laten. Of het nu door smaakverandering was of vanwege nieuwe gedachten over de litur‑ gie, elke eeuw heeft tot nu toe een eigen Sint-Jan gehad. Ook de 21ste eeuw zal daar niet aan ontkomen. Wij blijven ver‑ anderen en dus blijft ook onze kathedraal veranderen. Laten we nadenken over het weghalen van de dertien pilaarheiligen in het mid‑ denschip. Er zullen nog 112 driedimensi‑ onale hemelbewoners in de kerk de neogotische vroomheid blijven verkondigen. Ed Hoffman 15


Gegeven den sangeren Al bijna een jaar geleden verscheen bij Adr. Heinen Uitgevers het boek Gegeven den sangeren, Meerstemmige muziek bij de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap te ’s‑Hertogenbosch in de zestiende eeuw. Schrijfster is de musicologe Véronique Roelvink. Muziek in de renaissance In de 15de en 16de eeuw speelden de Lage Landen een belangrijke rol in het muziekleven van de renaissance. ’s‑Hertogenbosch was een van de steden waar op hoog niveau gemusiceerd werd. Vooral de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap en het kapittel van Sint-Jan vormden een goede voedingsbodem voor muzikaal talent. Bekende componisten werden bijvoorbeeld voor enige tijd ingehuurd als zanger of kapel‑ meester. En dezen zaten natuurlijk niet stil. Er moet ontzettend veel muziek geschreven zijn in die tijd. Helaas is maar een fractie ervan bewaard gebleven. In Nederland worden maar op twee plaatsen koorboe‑ ken met meerstemmige muziek bewaard: in Leiden en in ’s‑Hertogenbosch. In het Zwanenbroedershuis hier ter stede liggen zeven van de dertien bekende koorboe‑ ken, voorwaar een rijk bezit. Daarnaast bevindt zich in vele archieven een schat aan informatie over het muziekleven uit de renaissance, bijvoorbeeld rekeningen. Illustre Lieve Vrouwe Broederschap De Illustre Lieve Vrouwe Broederschap werd gesticht in 1318. In dat jaar kwam ook de Mariakapel in de Sint-Jan gereed. Naast de wekelijkse Maria-aanbiddingen werden ook vier Mariafeesten en een aan‑ tal andere kerkelijke feesten gevierd met gebed en gezang. Al vanaf het begin had de Broederschap professionele zangers in dienst, aanvankelijk twee of drie, later zes tot acht. Daarnaast zongen koorknapen mee. Het geheel werd begeleid door een organist. ’s‑Hertogenbosch kende in met name de eerste helft van de 16de eeuw een enorme bloei. Daardoor was de stad aantrekkelijk voor velen. Zo kon de Broederschap ook makkelijk compo‑ nisten van naam aantrekken, zoals Petrus 16

ridder en jonkvrouw bij ‘Missa Cum Jocunditate’ van Pirre de la Rue.

Alamire, Jan van Wintelroy, Pierre de la Rue, Thomas Crecquillon en Gheerkin de Hondt. Daarnaast werkten voor de broe‑ derschap anderen van naam, bijvoorbeeld Philippus de Spina, die 35 jaar een belang‑ rijke man was: hij was priester en zanger, maar ook kopiist van muziek en andere importante tekstdocumenten, waaronder ledenlijsten. Het boek Het gaat hier te ver alles uit het schitteren‑ de boek van mevrouw Roelvink uitgebreid te bespreken. Ik zou er een heel nummer van Kringnieuws mee kunnen vullen. Daarom geef ik summier de inhoud. In het eerste deel wordt verteld over de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap, de stad en het eigen huis, met name in de 16de eeuw. Daarna komt de liturgie uit die tijd aan bod: vespers, mis en lof, hoogtijdagen, speciale gelegenheden. De processies komen langs, zowel de jaarlijkse als de incidentele. De maal‑ tijden met muziek worden besproken;

boekbespreking

de Broederschap heet niet voor niets ook Zwanenbroederschap. Tot slot is er aandacht voor de zangersgroep – intoneerders, zan‑ gers, koralen, organist en overige muzikanten-, de muzikale diena‑ ren – beierman, orgeltrapper en orgelbouwer- en de muziekinstru‑ menten: tijdens de diensten in de Sint-Jan was dat het orgel, maar in 1562 werden er vijf violen aan‑ geschaft, die uitsluitend tijdens de maaltijden bespeeld werden door de zangers! In het tweede deel besteedt Véronique Roelvink aandacht aan de geschreven en gedrukte muziek. Alle zeven handge‑ schreven koorboeken worden besproken, waarbij met name de zogenaamde Codex Smijers een bijzondere plaats krijgt. Het gaat daarbij om een koorboek uit ’s‑Hertogenbosch, dat na vele eeuwen omzwervingen weer terug kwam in onze stad. Het derde deel gaat in op enkele composties uit de koorboeken. Via een aantal afbeeldingen hier‑ uit is duidelijk te zien hoe die composties werden genoteerd. Tot slot bevat het boek liefst elf bijlagen, waarvan de laatste het meest bijzonder is. Het is een bijgeleverde CD, waarop het Egidius Kwartet, aangevuld met twee extra zangers, zeven Bossche composities ten gehore brengt. De CD is opgenomen in de Bossche Sint-Jacob en klinkt voor‑ treffelijk. De zeven composities geven een fraai beeld van wat er in de renaissance in ’s‑Hertogenbosch gecomponeerd en gezongen werd. Gegeven den sangeren is een prachtig gebonden boek vol illustraties. De vorm‑ geving is subliem. Ik draag het graag voor als kandidaat voor de 50 best verzorgde boeken van het jaar. Op de tekst valt voor mij als leek niets aan te merken. Het boek is overigens niet alleen interessant voor musicologen. Ook Bosschenaren vinden er een welkome aanvulling in op hun kennis van de stad. Gegeven den sangeren kost, inclusief CD, € 36,50 en is verkrijgbaar bij boekhandel Heinen in ’s‑Hertogenbosch en andere boekhandels. Nik de Vries Kringnieuws september 2003


nader bekeken

Brabants Heem bijeen in ’s‑Hertogenbosch Buiten loopt de temperatuur al vroeg op richting 30 graden. Het is donderdag 7 augustus 2003 en we zitten midden in een hittegolf. Het is dus prettig een kerk in te duiken. In de Sint-Jacob is het aangenaam toeven. De organisatie van de Brabants Heemdag heeft een voorzienende geest gehad. Na het inchecken wachten koffie met choco‑ lade bol, niet uit ’s‑Hertogenbosch, maar uit Gestel...

de dag wordt geopend

Liefst 116 deelnemers hebben zich ingeschreven voor deze 54ste dag van het Brabants Heem. Officieel duurt het minifestijn twee dagen, vrijdag wordt vanuit Boxtel gefietst om vooral boeren‑ erven te bekijken. De Kring “Vrienden van ’s‑Hertogenbosch” heeft zich als gastheer of –vrouw gemeld. Dat betekent onder andere een dagje ’s‑Hertogenbosch. Althans: even proeven van wat een stad als ’s‑Hertogenbosch allemaal te bieden heeft. En wie is dan een warmer pleitbe‑ zorger dan Cor Gillhaus. Hij mocht de dag openen bij ontstentenis van de nieuwe voorzitter van de Kring. Dat is Cor wel toevertrouwd: hij zit immers ook in het bestuur van Brabants Heem. Cecile Satter en Bep Meijs van het Kringhuis

Heem en ’s‑Hertogenbosch Na de terechte complimenten aan de dames van de koffie –die niet alleen deze hele dag voor natjes en droogjes zorgden, maar ook in de voorbereiding veel werk verzetten- vertelde Cor een en ander over de plannen van de Kring met de Sint-Jacob. Deze kerk was ooit het startpunt van de bedevaart naar Jacobus in Santiago de Compostella. Aanvankelijk stond er een gotische kerk die tot 1629 als zodanig dienst deed. Daarna werd er een kazerne in gevestigd. Deze kerk stond op een plaats achter de huidige kerk. Na 1629 was op de plaats van de huidige kerk een katholieke schuilkerk, mooi midden tus‑ sen de huizen. Rond 1800 wordt er een Waterstaatskerk gebouwd, die afgebroken wordt onder mgr. Prinsen. Deze werd de bouwpastoor van de huidige kerk. Tegelijk liet de monseigneur ook de huizen aan de kant van de Hinthamerstraat afbreken, zodat er een mooi zicht op zijn kerk ont‑ stond. Nu is de laatste eredienst gehouden en heeft de Kring er veel plannen mee. Hierna ging Cor in op de grote betekenis van het begrip ‘heem’, dat over gemeen‑ tegrenzen heen gaat. Als je plaats gean‑ nexeerd wordt, word je dan ook meteen inwoner van die grotere plaats of blijf je bijvoorbeeld Rosmalenaar of Empelaar? ’s‑Hertogenbosch heeft zich altijd al groot gevoeld ten opzichte van zijn omgeving: wie de stad bezat, bezat daarmee de hele Meierij, was de gedachte. Maar was dat ook zo? Een ander aandachtspunt van Brabants Heem moet zijn de zogenaamde Brabantse Stad, een samenwerking tussen vijf grote Brabantse steden: ’s‑Hertogenbosch, Eindhoven, Helmond, Tilburg en Breda. Er is veel aandacht voor de economische aspecten, maar de cultuurhistorische kant wordt geheel genegeerd. Wel aandacht voor toerisme, maar geen woord over heem en cultuur. En dat kan absoluut niet. Bossche geschiedenis De ochtend werd vooral gevuld door een lezing van ons Kringlid mevrouw Kok de Bekker. Aan de hand van een powerpointpresentatie ging zij door de geschiedenis van onze mooie stad heen. Nu eens vertelde ze over de formele geschiede‑ nis, dan weer strooide ze een anekdote

Kringnieuws september 2003

erdoorheen. Het werd zo een boeiende, vlotte en heldere voordracht. Zo kwa‑ men voorbij de stichting van de stad, de verschillende poorten, waarbij vooral de Gevangenpoort veel aandacht kreeg, de geschiedenis van de Sint-Jan. Het was te merken dat Kok veel rondleidingen in de kathedraal verzorgt. Zo had ze een aardige opmerking over de preekstoel. Ze leidde een groep kinderen rond en bij de preekstoel vroeg een van hen: “Juf, wè is dè veur een steigerke?” De bijeenkomst van de ridders van het Gulden Vlies kwam langs, de gebeurte‑ nis waarbij de latere Philips V tot ridder

Kok de Bekker praat

werd geslagen. Kok vertelde over de Zwanenbroeders en de bekendste van hen, Jeroen Bosch. Over Napoleon, die op bezoek in ’s‑Hertogenbosch de Sint-Jan teruggaf aan de katholieken, met een bis‑ schop erbij cadeau. Over de ontmanteling van de stad, tenminste wat de poorten betreft, want de muren had men nodig om droog te blijven. Op het eind moest ze haasten, want de lunch wachtte en als je Kok over haar stad laat praten... Rondwandeling Na de lunch was het tijd om naar bui‑ ten te gaan. Daar wachtten niet alleen vijf gidsen van de Kring, maar ook de hitte. De temperatuur was inmiddels de 30 graden dik gepasseerd, maar de gids van ‘onze’ groep, Harrie Soors, wist door zijn verhalen de aandacht naar de stad te verleggen. Via Hinthamerstraat gingen we naar de Sint-Jan, die we alleen van buiten te zien kregen. Op de Parade was men druk bezig met de laatste voorbereidin‑ 17


gen voor de Boulevard, maar Harrie kon er makkelijk overheen praten. De Parade rond, Kerkstraat door, naar de Markt, waar vooral aandacht was voor de panden van Jeroen Bosch (De Kleine Winst en Invito). Door het Rozemarijnstraatje naar Dieske op het Herman Moerkerkplein. Dieske die over de muren van de stad stond te wateren toen hij enige booswichten van Heusden waarnam. Op naar de schout, die onmiddellijk manschappen naar de plek des onheils stuurde en die van Heusden kon gevangen zetten. Zo heeft Dieske

de stad gered en zijn plaatsje verdiend. Harrie, je was een prima gids, maar onge‑ twijfeld hebben ook de andere vier groe‑ pen een perfecte rondleiding gehad. Slot Hierna volgde nog een dialezing over boerenerven, maar daarbij haakte uw ver‑ slaggever helaas af. Technische problemen zorgden voor teveel ruis. De Kring heeft deze dag haar beste been‑ tje voorgezet. De organisatie liep als een treintje, waarbij vele handen licht werk

maakten. Complimenten aan al die men‑ sen die de nodige vrije tijd hierin gestoken hebben. Buiten ligt de temperatuur rond 35 gra‑ den. Een laatste wandeling door de stad is nog net te doen.

Nik de Vries bossche historie

Berichten uit de krant van 125 jaar geleden (I) In deze eerste aflevering treft u berichten aan uit de Provin­ ciale Noordbrabantsche en ‘s‑Hertogenbossche Courant van de eerste maanden van 1878. Berichten uit de krant van volgende maanden zullen worden gepubliceerd in het novembernummer van het Kringnieuws. Zaterdag 5 Januari ‘s-Hertogenbosch 4 Januari Woensdagmiddag heeft zich in de Louwsche Poort alhier zekere P.M... door ophanging van ‘t leven beroofd. Veelvuldig mis­bruik van sterken drank zou de aanlei‑ ding zijn tot deze nood­lottige daad. Hij laat een hulpbehoevende weduwe na met twee kinderen. Zaterdag 19 Januari ‘s-Hertogenbosch 18 Januari Gister-avond bleef zekere H. Spuls, een man van bijna 70-jarigen leeftijd en verpleegde in ‘t gesticht voor arme oude mannen en jongens, terwijl hij een vracht‑ wagen voortduwde, plotseling dood. In een herberg aan ‘t kanaal, waar ‘t ongeluk gebeurde, binnengebracht, werd hem geneeskundige hulp gehaald, doch zonder gunstig gevolg. Het lijk is daarop naar ‘t gast­huis vervoerd. Dinsdag 5 Februari ‘s-Hertogenbosch 4 Februari Gister herdacht HENDRIK HALEWIJN mees‑ terknecht bij de firma A.C. van der Meulen & Zonen, afdeeling steenkolenhandel, den dag, waarop hij 12 1/2 jaar bij die firma in dienst was. Mocht men nu meenen dat ‘t 18

juist geen zoo’n groote bijzonderheid is, gedurende dat tijdvak bij eene patroon te dienen, dan neme men in aanmerking dat men in dat vak niet veel werklui aantreft niemand echter te na gesproken - van wie kan worden gezegd, dat zij aan hun eer‑ lijkheid tevens ijverige plichtsbetrachting paren en dat hun gedrag nimmer reden tot klagen geeft. Dit is met Halewijn ‘t geval en daarom verdient hij dat wij hiervan met een kort woord melding maken. Dat zijne patroons een goed werkman weten te waarderen, hiervan zag Halewijn ‘t be‑ wijs, toen zij hem gister, in tegenwoordig‑ heid van het geheele dienstpersoneel, ook van de andere zaken, een prachtig zilve­ren remontoir aanboden, als loon voor zijn trouwe diensten, en als aansporing tot verdere nauwgezette plichts-betrachting, waarna men nog eenigen tijd gezellig bij‑ een bleef en op het welzijn van de firma en van H. nog menig glaasje geledigd werd. ‘s-Hertogenbosch 4 Februari Verleden week heeft in een publiek huis in de Tolbrugstraat alhier een brutale oplich‑ ting plaatsgehad. Het betrof een som van bijna f 300 en een buitenman, die wellicht niet wist in welke gevaarlijke omgeving hij zich bevond, was ‘t slachtof­fer. Onze ijverige politie doet onderzoek. Zaterdag 9 Februari ‘s-Hertogenbosch 9 Februari Gaarne vestigen wij de aandacht onzer lezers op achterstaande advertentie: bede om hulp voor de weduwe Jansen, wier man verleden week jammerlijk

verdronk. Jansen was een bekwaam en trouw werkman, die door zijn patroon om zijn ijver en eerlijk­heid niet genoeg kan worden geroemd. Door een ongelukkig toeval aan de zijnen ontvallen, verkeeren zijn weduwe en hare kinderen in hulpbe‑ hoevenden toestand. Gaarne werken wij mede om haar nood te lenigen. Wij hopen dat de liefdadigheid onzer stadgenooten zich ook hier zal toonen. Zoowel als de heer Gostelie zijn ook wij bereid elke gift dankbaar in ontvangst te nemen. Zaterdag 16 Februari ‘s-Hertogenbosch 15 Februari Gevonden een gouden armband. De eer‑ lijke vinder Johan van Bamert, verpleegde in ‘t gesticht voor arme jongens, heeft van zijn vondst terstond kennis gegeven aan de politie. Zaterdag 2 Maart ‘s-Hertogenbosch 1 Maart Heden is het vijf-en-vijftig jaren geleden dat HENRICUS BLANK werkzaam is ter drukkerij van de uitgevers dezes. Onze lezers zullen zich wellicht nog herinneren dat vijf jaar geleden te zijner eere is feest‑ gevierd evenals voor J. MEERMAN, die thans reeds 56 dienstjaren telt, een jaar te voren. Ook de dag van heden is niet onopgemerkt voorbijgegaan. Beiden ver‑ dienen te dezer plaatse wel een woordje van lof voor de gehechtheid en trouw, waarmede zij meer dan een halve eeuw een en dezelfde zaak dienden. Theo van Herwijnen Kringnieuws september 2003


Erfgoeddag smaakt naar meer Op zondag 6 juli 2003 werd de eerste Bossche Erfgoeddag georganiseerd door Stichting Bosse Nova. Het initiatief kwam van het Stadsarchief ’s‑Hertogenbosch, het Noordbrabants Museum en de BAM, afdeling Bouwhistorie, Archeologie en Monumenten van de gemeente ’s‑Hertogenbosch. Die dag waren de drie genoemde instel‑ lingen van 12.00 tot 17.00 uur gratis toe‑ gankelijk voo het publiek. En dat kwam massaal toestromen. Kennelijk is er veel belangstelling voor het cultuurhistorisch erfgoed van onze stad. In elk van de drie instellingen kon de bezoeker een stempel krijgen. Bij de derde bezochte instelling konden deze drie stempels ingeruild worden voor een replica van een middel‑ eeuws lakenloodje, verbouwd als speldje. Op het loodje, een van de oudst bekende, staat de Boschboom afgebeeld. Gidsen van de Kring zorgden ervoor dat bezoekers van de ene locatie naar de andere geleid werden. Onderweg konden ze nog heel wat kwijt van hun kennis. Stadsarchief Om 12.00 uur opende wethouder Van de Mortel op het Stadsarchief de Erfgoeddag. Hij liet daarbij een brijlepel zien, afkom‑

stig uit eigen familie. Het was een zilveren lepel, waarmee vroeger brij opgeschept werd. Op het Stadsarchief was een serie foto’s te zien van Bosschenaren met hun eigen stukje erfgoed. Jongeren mochten hun stem uitbrengen: wat is volgens jullie het interessantste stuk? Daarmee werd een poging ondernomen ook jonge mensen te interesseren voor ook hun erfgoed. De voorzitter van de jongerenjury mocht zelf de prijs uitreiken en deed dat prima: kort, krachtig en duidelijk. Een voorbeeld voor veel sprekers…

deelnemers (boven), en de professio‑ nal (onder) aan het werk

Medewerkers van het Stadsarchief hadden hun lievelingsstuk mogen uitzoeken uit de omvangrijke collectie van het archief. Deze stukken vormden het tweede deel van de tentoonstelling. Zo kregen we het oudste charter van ’s‑Hertogenbosch te zien, naast een verzameling persoonlijke spul‑ letjes van Janus Borghs. BAM Misschien bij het grote publiek de minst bekende van de drie instellingen is de BAM. Hier worden onder andere opgra‑ vingen in ’s‑Hertogenbosch voorbereid, uitgevoerd en ‘afgewerkt’. Daarnaast ver‑ zorgt men publicaties over bijvoorbeeld die opgravingen. In het atelier worden scherven van potjes, schaaltjes en wat dies meer zij bij elkaar gezocht en soms tot een passend geheel gesmeed, lees: gelijmd. Er is ook een permanent tentoon‑ stellinkje van die opgravingen. Daarnaast heeft de BAM een belangrijke taak voor wat de Bossche monumenten betreft. Er wordt van de deskundigen advies verwacht bij bijvoorbeeld verbouwingen of aanwijziging tot monument van een pand. Deze dag was er achter de zalen van de BAM, in de Azijnfabriek, een soort Bossche Kunst of Kitsch. Bosschenaren toonden erfgoedspullen uit eigen bezit, vertelden daar zelf al veel over en luisterden ver‑ volgens met het ook hier massal toege‑ stroomde publiek naar wat deskundigen over de spullen te zeggen hadden. Ook hier liet wethouder Van de Mortel zien dat er in zijn familie veel moois bewaard is gebleven, bijvoorbeeld een raadslieden‑ stok, die in de 17de eeuw gebruikt werd

Kringnieuws september 2003

nader bekeken

om het publiek op afstand te houden bij een brand. Noordbrabants Museum Het Noordbrabants Museum is de instel‑ ling waar normaal al veel mensen op afkomen. Deze zondag was het extra druk. Men had de gelegenheid de nieuwe Jeroen Bosch opstelling te bekijken en een laatste blik te werpen op de tentoonstel‑ ling rond het wonderbeeld van Maria uit de Sint-Jan. Hier was onder andere een film te zien van een van de laatste Plechtige Omgangen. Veel herkenning hier bij het al wat oudere publiek. In de hal waren voorts drie voorwerpen opgesteld, een uit de collectie van elk van de drie deelnemende instellingen. Hieraan was een prijsvraag verbonden: wat stellen deze voorwerpen voor? Moeilijk, moeilijk, maar wel leuk om mee te doen, maar ook met andere deelnemers je het hoofd suf te piekeren. De eerste Bossche Erfgoeddag was een uitstekend initiatief. Hopelijk zegt het ‘eer‑ ste’ dat er meer van deze dagen volgen. Wat mij betreft: het smaakte naar meer. Volgend jaar? Nik de Vries 19


Anna Pawlona Als schipper-gids krijg je vaak te maken met aanwijzingen of mededelingen van passagiers die met je meevaren over zaken die je onderweg tegenkomt. Kort geleden voeren we met een boot op de Singelgracht toen een passagier mij attent maakte op een boom die aan de Sin­ gelgracht vlakbij de sluizen van de Grote Hekel staat. Hij vertelde dat dit een zeld‑ zame boom is die in Nederland niet vaak voorkomt. Het is een ‘Anna Pawlona’, die zijn oorsprong vindt in Japan of Rusland. Een van mijn medeschippers heeft een en ander opgezocht in een bomenencyclope‑

bosch nieuws

die en deze boom inderdaad gevonden. Hierna ben ik met onze bomendeskundige Jo Hendriks naar de bewuste boom gaan kijken. Na onderzoek door Jo kwam deze tot de conclusie dat de bewuste boom geen Anna Pawlona is, maar een gewone es. Natuurlijk zijn wij als schippers altijd blij met opmerkingen van onze passagiers. Jammer in dit geval is het dat er geen Anna Pawlona aanwezig is. F. van Belkum, schippergids bosch nieuws

Fietstocht op Buste herhaling voor Wim De fietstocht die op 24 mei jongstleden van start zou gaan, werd afgelast van‑ wege overvloedige regen. We proberen het opnieuw op zaterdag 27 september aanstaande. We vertrekken om 9 uur bij het Kruithuis, Citadellaan en gaan via Bokhoven en Berne naar Nederhemert-Zuid, alwaar een koffiestop (bij de speeltuin). Hierna maken we een wandeling van 4 km over de schans; dan is het tijd voor de lunch (soep en broodjes ter plaatse verkrijgbaar). Vervolgens nemen we het pontje naar Nederhemert-Noord en fietsen langs de Doornwaard, weer over de Maasdijk, nu in oostelijke richting. In Ammerzoden kun‑ nen we een kijkje nemen in het kasteel. Tijd voor een drankje is er ook. We hopen rond half vijf terug te zijn in ’s‑Hertogenbosch. U kunt zich voor deze tocht van onge‑ veer 40 km inschrijven op het Kringhuis. Kosten zijn € 7.00 per persoon, inclusief routekaartje, ochtendkoffie met gebak en pontje. Ine van der Werf, werkgroep LEF

bestuur@kringvriendenvanshertogenbosch.nl

Internet: www.kringvriendenvanshertogenbosch.nl

KRINGHUIS: verwersstraat 19A ’s‑Hertogenbosch Telefoon.....................073 - 613 50 98 Telefax........................073 - 614 60 21

COLOFON Openingstijden: Dinsdag tot en met zaterdag van 10.00 - 17.00 uur Zon- en feestdagen van 10.30 - 16.00 uur maandag 10.30 - 14.00 uur

BETALINGEN – Postgiro 3.119.716 – Jaarlijkse bijdrage minimaal  14,00 – Jeugdleden  7,00

KringNieuws is het zes maal per jaar verschijnend tijdschrift van de Kring “Vrienden van ’s‑Hertogenbosch”. Redactie: Theo van Herwijnen, Jan Korsten, Frans van Sundert, Marjan Vonk, Nik de Vries en Gerdie de ZeeuwNieuwenhuis (voorzitter).

Wim Sluiter de grote motor achter de nieuwe schipper-gidsen

Onder de bezielende leiding van onze super schipper-gids Wim Sluiter zijn op 5 mei jongstleden 14 nieuwe schippersgidsen geslaagd. De nieuwelingen hebben Wim Sluiter extra in het zonnetje gezet; hij kreeg een buste met een gelijkenis die er niet om liegt en die voorzien is van een heuse schipperspet. Het geheel is nu te bewonderen in het schippershonk. Jan van de Gevel schipper-gids

Kopij voor het eerstvolgende Kringnieuws dient uiterlijk woensdag 8 oktober 2003 vóór 17.00 uur te worden ingeleverd bij Secretariaat Kringnieuws, Postbus 1162, 5200 BE ’s‑Hertogenbosch. Bezorgen in het Kringhuis of e-mailen naar redactie@kringvriendenvanshertogenbosch.nl mag natuurlijk ook. Uw beeldmateriaal dient u echter nog steeds analoog aan te leveren. 20

Secretariaat van KRING “VRIENDEN VAN ’s‑Hertogenbosch” Postbus 1162 5200 BE ’s‑Hertogenbosch E-mail:

Vormgeving: Egbert van den berg en Jack van Elten

Redactie-adres: Secretariaat KringNieuws Postbus 1162 5200 BE ’s‑Hertogenbosch E-mail: redactie@kringvriendenvanshertogenbosch.nl

Druk: De Regenboog b.v. ’s‑Hertogenbosch Oplage 2350 stuks

Niets uit deze uitgave mag Worden overgenomen zonder Schriftelijke toestemming van de redactie.

Kringnieuws september 2003


Kringnieuws september 2003