Issuu on Google+

Kring Nieuws uitgave van kring

vrienden van ’s‑Hertogenbosch

Jaargang 33 nummer 6 november 2007

Voorwoord 2 Korte berichten

2

Bossche Historische Quiz

3

Stadsgidsen krijgen bijscholing

4

Korte berichten

5

Bouwstijlen: Neoclassicisme

6

Ingezonden brief

7

Den Erwtenman

8

Korte berichten

8

’s‑Hertogenbosch op de kaart gezet

9

Terug naar de Zoete Moeder

10

Korte berichten

11

Het eerste vrouwelijke raadslid van de gemeente ’s‑Hertogenbosch 12 Schatzoeken in ’s‑Hertogenbosch 16 ’s‑Hertogenbosch blijft verwonderen 17 De geschiedenis van straten en pleinen

18

Niet voor de Prins

20

Puthuis adieu…?


V K Voorwoord

Korte berichten

Voor u ligt de laatste editie van het KringNieuws van 2007. Het lijkt of de tijd is gevlogen! Aan het begin van dit jaar wisten we u te melden dat we gebruik gingen maken van ons Kringhuis in de Lombardpassage; inmiddels is dit Kringhuis uitgegroeid tot een warm ontmoetingscentrum voor vele kringleden. Ook aan activiteiten op cultuurhistorisch terrein was er in het afgelopen jaar geen gebrek. In de zes edities van KringNieuws van 2007 kon u lezen wat er allemaal voor en door kringleden werd gedaan en welke activiteiten er werden ontplooid.

Zeer geachte Redactie,

Ook dit nummer staat bol van wetenswaardigheden die de afgelopen weken hebben plaatsgevonden. Zo was er de week van de geschiedenis waar veel kringleden aan deelgenomen hebben. U leest er alles over in dit nummer.

Tineke Plettenberg schreef een lezenswaardig artikel over het eerste vrouwelijk raadslid van de stad en sprak met haar familieleden. In dit nummer treft u het eerste deel aan. Dankzij de medewerking van het Stadsarchief in ’s‑Hertogenbosch kunnen we het verhaal ook boeiend illustreren. Verder had Marjan Vonk een ontmoeting met de commissie die verantwoordelijk is voor de bijscholing van de stadsgidsen. Rob Hoogeboom doet verslag van de opening van de jongste expositie in het Prentenmuseum. En zo zijn er nog tal van andere activiteiten die onder de aandacht worden gebracht. Te merken aan de reacties die we tegenwoordig bij de redactie binnenkrijgen wordt het KringNieuws zeer uitgebreid gelezen. Dank hiervoor! In de komende maanden vragen nieuwe onderwerpen onze aandacht. Mocht u zelf een onderwerp hebben of zou u zelf wat willen schrijven voor het KringNieuws, schroom niet en laat het ons weten via email: redactie@kringvriendenvanshertogenbosch.nl De redactie wenst u veel leesplezier toe en hoopt dat u de kopij voor het januarinummer op tijd wilt aanleveren. Deze moet uiterlijk 14 december bij de redactie binnen zijn. Dus ruim voor Kerstmis en Oud en Nieuw. Namens alle redactieleden en vormgevers wens ik u Gezegende Kerstdagen en een Gelukkig, Gezond, en Voorspoedig Nieuwjaar toe!

2

Gerdie de Zeeuw-Nieuwenhuis

foto omslag Ellie de Vries KringNieuws november 2007, jaargang 33 nummer 6

Het boeiende septembernummer van KringNieuws geeft mij weer aanleiding tot enig commentaar. In de zomer van 1945, kort na de bevrijding, vond er nog een memorabel concert in het Concertgebouw plaats: een prachtig recital van klassieke vioolsonates gegeven door de grote violist Jo Juda, aan de piano begeleid door mr. J.A. Abbing, hoogbegaafd amateur-pianist. Zij hadden elkaar leren kennen in het kamp Beekvliet, waar beiden als gijzelaars zaten. Jo Juda, joods, maar in het bezit van een vervalst persoonsbewijs als niet-jood!, was al in oktober 1940 als zogenaamde Indische gijzelaar opgepakt en had in Buchenwald gezeten, waar hij voor zijn medegevangenen, maar ook voor Tsjechische gevangenen in een aangrenzende barak concerten had gegeven. In Beekvliet trof hij mr. Abbing, Officier van Justitie in ’s‑Hertogenbosch, als gijzelaar opgepakt in juli 1942. In Beekvliet hebben zij samen veel concerten gegeven. Abbing kwam al in oktober 1943 vrij, Jo Juda werd in september 1944 met alle andere Indische gijzelaars uit het kamp Vught vrijgelaten. Ik weet niet meer wie het concert in de zomer van 1945 heeft georganiseerd. Het was een onvergetelijk concert, het eerste na de bevrijding. Juda en Abbing speelden onder andere de Fruehling Sonate van Beethoven en ik, ik mocht de blaadjes omslaan. En het Concertgebouw als bioscoop: ik ging vooral graag naar ‘koiboi’-films met Tom Mix. Het Bossche publiek leefde luidruchtig met de films mee: als de held op het witte doek onverhoeds werd bedreigd, riep er een: “achter oe!”. En bij de dood van koningin Victoria in de film Entente Cordiale riep een ander: “Ze gaon allemaol doad op’ne stoel.” Met hartelijke groeten, Lodewijk van Gorkom


B

Bossche Historische Quiz

Bossche kennis werd deze herfst tweemaal gemeten. Op maandagavond 24 september 2007 vond voor de tweede maal de Grôte Bossche BQ test plaats in. Naast de 62 deelnemers in de zaal van de School voor de Toekomst, konden belangstellenden ook via internet hun kennis over de stad ’s‑Hertogenbosch (BQ) vaststellen. Winnaar Hans Goossens wist deze avond absoluut het meest van ’s‑Hertogenbosch. Deze stadsgids van de Kring slaagde erin om maar liefst 37 van de 50 vragen foutloos te beantwoorden. De gedeelde tweede plaats werd ingenomen door Margot Scheepens (ook al een stadsgids en tevens schippergids) en Harry van Haaren (gemeenteambtenaar). De vierde en de vijfde plaats waren opnieuw voor gidsen van de Kring: Bert van Coenen en Guus Smits. Ook de internet winnaar was er eentje van ons: de schippergids Ton van de Mortel. De acht deelnemers die het hoogste scoorden en de internet winnaar werden uitgenodigd om deel te nemen aan de Bossche Historische Quiz op de Avond van de Geschiedenis.

In het gebouw van de BAM (de Oude Sint-Jacobskerk) organiseerden het Stadsarchief, de afdeling Bouwhistorie Archeologie en Monumenten en de Twee Snoeken op woensdag 17 oktober een gevarieerd geschiedenisprogramma. Er werd een nieuw historisch kwartetspel gepresenteerd en professor Maarten van Rossem hield een humoristische inleiding over onze identiteit. Natuurlijk bestaat de Nederlandse identiteit niet, net zomin als de Bossche identiteit. Diverse wijken in de stad hebben een onderling verschillende identiteit. En de identiteit uit de jaren vijftig was anders dan die uit de jaren zeventig en is weer anders dan die van nu. Dé identiteit is een begrip uit vorige eeuwen toen de burgers onmondig waren en de pastoor nog alles voor het zeggen had, aldus Maarten van Rossum. En naar die tijd willen we toch niet meer terug?

3 KringNieuws november 2007, jaargang 33 nummer 6

Deelnemers aan de Bossche Historische Quiz waren Ton de Coster, Hans Goossens, Bernard van der Heijden, Ton van de Mortel, Margot Scheepens en Ruud Schouten. De vragen logen er niet om. Wat zijn Bogarden? Weet u dat dat mannelijke begijnen waren? Waar komt de naam Gasselstraat vandaan? Van Gasthuisstraat, de straat liep naar de oude ingang van het Groot Ziekengasthuis. Welke straat heette tot in de 18de eeuw Sadeleer? Bijna niemand wist het: aan de Schapenmarkt woonden vroeger vooral leerbewerkers en zadelmakers; vandaar de naam Sadeleer. De schapenmarkt kwam pas later op die plek. Ook nu was Hans Goossens de onbetwiste winnaar met dertien van de vijftien vragen goed. Ton van de Mortel was een goede tweede en Bernard van der Heijden werd derde. De avond van de geschiedenis bood verder muziek, dans, de projectie van veel oude foto’s en aandacht voor het thema van dit jaar: straten en pleinen. De middeleeuwse muziek van Drieërlei met oude instrumenten kreeg veel handen op elkaar. Marjan Vonk


S

Stadsgidsen krijgen bijscholing

Onze stadsgidsen hebben een stevige opleiding achter de rug. Maar zij willen altijd meer weten, dieper op de Bossche cultuur en historie ingaan. Om aan die behoefte te voldoen is de commissie na- en bijscholing stadsgidsen, bestaande uit Pien Barendregt, Jan Wijnhoven, Jos van Bruggen en Joop Thissen, zelf ook stadsgidsen, aan de slag gegaan.

Bastion Oranje

4

Onvoorstelbaar vinden ze het, de leden van de commissie na- en bijscholing stadsgidsen. Voor de eerstvolgende lezing over de vestingwerken hebben zich ruim 80 schippers en stadsgidsen opgegeven. En dit is een herhaling van dezelfde lezing die vorig jaar ook veel belangstelling trok. Jos: “We hebben deze lezing nog een keer aangeboden, omdat ook onder de schippers veel belangstelling voor de vestingwerken is, die zijn vorig jaar niet uitgenodigd.” Jan: “De lezing wordt verzorgd door Peter van Rosmalen, van de gemeente, samen met Ivo Scheffers en Bas van der Zwam. De vestingwerken en de restauratie zijn hun dagelijks werk. De inhoud van de lezing is dan ook van hoog niveau. We krijgen altijd veel medewerking van de gemeente, daar zijn we blij mee.”

Twee doelstellingen De commissie beoogt met haar programma twee doelen te realiseren. In de eerste plaats natuurlijk uitbreiding van de kennis van de stadsgidsen. Daarnaast wil ze de stadsgidsen een mogelijkheid bieden elkaar te ontmoeten. Het werk van de stadsgids is altijd solistisch. Pien: “Je leidt in je eentje een groep mensen rond, neemt afscheid en gaat naar huis. Regelmatig kom je onderweg een collega tegen, maar dan is er alleen gelegenheid voor een korte groet.” Gidsen kennen elkaar van de opleiding, maar daarna is er weinig onderling contact. En de gidsen van verschillende opleidingsjaren kennen elkaar nauwelijks “We zien elkaar ook op andere activiteiten van de Kring, maar dan is er altijd iets te doen.” Aan dat onderlinge contact is wel behoefte. Ervaringen uitwisselen, kennismaking hernieuwen, nieuwtjes… Na iedere activiteit van de commissie is er daarom heel bewust tijd ingeruimd voor sociaal contact. Aan het einde van de lezing bijvoorbeeld. Of na een wandeling samen naar een van de Bossche kroegen voor een kop koffie of een pilsje. Om die reden wordt de nascholing ook in de wintermaanden gegeven. Dan zijn er minder wandelingen en zien gidsen elkaar nauwelijks. En omdat het Kringbestuur dat ook vindt, betaalt het de rekening van het sociale samenzijn. Eén thema De commissie wil met haar activiteiten echt de diepte in. Ze wil meer bieden dan wat de gids al in huis heeft. Daarom is gekozen voor één thema per winterseizoen. KringNieuws november 2007, jaargang 33 nummer 6

Vorig jaar zijn de vestingwerken aan bod geweest. De opzet is steeds hetzelfde. Een inleiding door een kenner. Daarna een groepswandeling met kleine groepen om dat wat in de lezing aan de orde geweest is, nog eens met eigen ogen te bekijken. Naast de genoemde lezing van Peter van Rosmalen praat de commissie met enthousiasme over de lezing van Rob de Vrint. Samen met leerlingen van het Koning Willem I college heeft hij een virtuele kaart van ’s‑Hertogenbosch gemaakt anno 1629. De basis is een kaart van Frederik Hendrik, Expugnatio Silva Ducis, die in het stadsarchief hangt. Onvoorstelbaar wat nu in het landschap nog terug te vinden is van de verschillende verdedigingslinies die Frederik Hendrik toen heeft laten aanleggen. Een stukje dijk, een sluisje, verkleuringen in de grond. Onder de belangstellenden was ook burgemeester Rombouts. Architectuur Deze winter gaat het over architectuur. Dat onderwerp stond op het lijstje van de commissie. In een enquête onder de deelnemers van vorig jaar kwam dit onderwerp ook als eerste uit de bus. De bouwstijlen van de verschillende huizen en gebouwen in de stad, dat onderwerp is in de gidsenopleiding wat onderbelicht gebleven. Alle reden om daar extra aandacht aan te besteden. Ad de Vrieze van Design Architectuur, Harrie Boekwijt en Johan van den Eijnden van de gemeentelijke dienst Bouwhistorie, Architectuur en Monumenten hebben hun medewerking toegezegd. De architectuur


K

Korte berichten

wordt verdeeld in drie perioden en iedere inleider is specialist op dat terrein. Na een inleiding zijn steeds drie of vier wandelingen gepland, omdat er weer een grote opkomst verwacht wordt: ongeveer 75% van de actieve stadsgidsen deed afgelopen jaar mee, dat zijn gemiddeld zo’n vijftig mensen. Met zo’n grote groep een wandeling maken met veel leer-elementen is onmogelijk. Daarom gaan de inleiders enkele malen op pad. Ook nu is de bereidwilligheid van de inleiders weer groot. Eén telefoontje en er is meteen een toezegging. Joop: “We zijn daar blij mee. Ik kan me het ook wel voorstellen. Het is natuurlijk hartstikke leuk om een groep heel geïnteresseerde mensen iets te vertellen over wat jou beroepsmatig ook heel veel belang inboezemt.” Aan het eind van het seizoen krijgen de deelnemers een DVD met alle gegevens mee naar huis. Zo hebben zij meteen een goed naslagwerk.

voor vertrek bij Bastion Anthonie

Jos van Bruggen als gids

Bedrijfshulpverlening Een nieuwe activiteit van de commissie is een korte cursus bedrijfshulpverlening. Het zal je maar overkomen, je leidt als gids een groep rond en plotseling wordt er iemand onwel. Deze cursus leert stadsgidsen hoe ze een situatie in moeten schatten en hoe ze moeten handelen. “Het is beslist geen EHBO-cursus,” benadrukt Joop, die deze cursus zelf gaat geven, “maar we willen stadsgidsen wel helpen bepaalde situaties te herkennen en waar nodig adequaat hulp te vragen.” Ook voor het personeel van het Kringhuis zijn activiteiten gepland in het kader van bedrijfshulpverlening met onder andere misschien een kleine oefening in ontruiming. De commissie na- en bijscholing stadsgidsen is enthousiast. Dat kun je aan alles merken. En ze heeft een lange lijst onderwerpen in het hoofd. Zij wil onze stadsgidsen nog jaren een aantal leerzame en plezierige activiteiten bieden. Marjan Vonk Foto’s: Joop Thissen

5 Mieke Kolster is gids bij de wandeling vestingwerken

KringNieuws november 2007, jaargang 33 nummer 6

Ingezonden brief

Geachte redactie,

In het artikeltje van J. van Haaren over het Concertgebouw (KringNieuws, jaargang 33, nr. 5) is er in de laatste alinea bij de drukker waarschijnlijk iets mis gegaan, waardoor deze twee zinnen moeilijk leesbaar zijn geworden en de waarheid in het gedrang is gekomen.

Toen de voorgevel van het Concertgebouw ontplofte, bleven de zaal en de complete zijgevel van het gebouw volledig gespaard. Ons Comité Binnenstad heeft als enige zich nadrukkelijk uitgesproken en actie gevoerd om het historische gebouw te behouden en de voorgevel in zijn oorspronkelijke staat te herbouwen. Maar daar werd door niemand naar geluisterd. Integendeel. De eigenaar vond het ongeluk een prachtige gelegenheid om er complete nieuwbouw te realiseren. En het gemeentebestuur gaf hieraan alle medewerking. Uiteraard hadden wij hier niets in te zeggen. Er werd ook niet gereageerd op onze verzoeken. Met vriendelijke groet, Jan van der Eerden


B

Bouwstijlen: Neoclassicisme De empirestijl (1800-1820), genoemd naar keizer Napoleon I, vormt de overgang tussen de Lodewijkstijlen en het neoclassicisme. Onder invloed van opgravingen van onder andere een klassieke Griekse tempel in Zuid-Italië, ontstond hernieuwde belangstelling, na het classicisme, voor het oude Griekenland en zijn bouwstijlen.

wachthuisje Citadel

Met name de Griekse zuilenorden, Dorisch (eenvoud), Ionisch (elegantie) en Korinthisch (voornaamheid) kwamen weer in zwang. De periode van het neoclassicisme (1800-1880) kent in de Franse tijd en in het (nieuwe) koninkrijk een hausse aan grotere bouwwerken: stadhuizen, kerken, paleizen van justitie, stationsgebouwen. Ook grotere woonhuizen worden in deze stijl gerealiseerd.

Schuifvensters met afnemend in hoogte 8, 6 en 4 ruiten. Ruiten vaak in geprofileerde omlijsting met halfronde bovenlichten. In de tweede helft van de neoclassicistische periode zien we in de huizenbouw als meest kenmerkend: bepleistering van bakstenen gevels, ornamentloos, groeven in het stucwerk, rondboogopeningen op de begane grond, vlakke hoekpilasters over beide verdiepingen.

Waterstaatstijl Na de gelijkstelling van de godsdiensten komt er in 1824 een subsidieregeling voor kerkenbouw. Het Ministerie van Waterstaat keurt deze kerken alvorens er subsidie wordt verstrekt. Dit levert ons een aantal neoclassicistische Waterstaatkerken. In onze stad de Grote Kerk, de voormalige kerken Sint-Jacob, SintCathrien en Sint-Pieter.

Peperstraat 14-16

6

Kenmerken Het meest in het oog springend kenmerk van het neoclassicisme wordt gevormd door het Griekse tempelfront: vrijstaande zuilen, een open portiek, gekroond met een fronton (driehoek). Bouwkundig zijn de geometrische basisvormen (eenvoud, regelmaat, symmetrie) en blokvormige bouwvolumes kenmerkend. De gevel van huizen kent veelal de volgende opbouw: basement, bel-etage, verdieping onder kroonlijst, flauw hellend dak. Tussen de verdieping en de kroonlijst treffen we vaak een ‘halve’ zolderverdieping, een mezzanino (zie bijvoorbeeld de bibliotheek in de Hinthamerstraat en het pand Parade 12). Voor de horizontalisering kordonbanden; voor de verticalisering pilasters of halfzuilen. Boven op de kroonlijst een borstwering (attiek).

Parade 12

KringNieuws november 2007, jaargang 33 nummer 6

Voorbeelden In ’s‑Hertogenbosch zijn als voorbeelden uit de neoclassicistische periode te noemen:

wachthuisje Citadel, bibliotheek Hinthamerstraat (72), voorgevel Hof van Zevenbergen in de Keizerstraat, Grote Kerk (Kerkstraat), voormalig Stedelijk Gymnasium in het Nachtegaallaantje, De Witte Laars (Oude Dieze 13), Parade 12, Huizinghe De Loet (Peperstraat 6), Peperstraat 14-16, De Berenbijt (Peperstraat 22). Ton Graus en Jan-Hein Schutselaars


I

Ingezonden brief Mevrouw, mijnheer, Geboren in Vught, maar vooral getogen in ’s‑Hertogenbosch, maar aldaar al ca. 40 jaar niet meer woonachtig, blijf ik het gevoel van Bosschenaar houden en dus ben ik lid (geworden) van uw kring.

KringNieuws lees ik van A tot Z. Het ene artikel boeit me meer dan het andere, maar ik ben misschien al te lang weg uit ’s‑Hertogenbosch. In KringNieuws van september 2007 las ik het (te?) korte artikel over het Concertgebouw, destijds aan de Jan Heinsstraat gevestigd. Dat bracht mij het volgende in herinnering. Ons gezin was destijds lid van de gereformeerde kerk, gevestigd aan de Jan Heinsstraat. Die was gelegen tegenover de brandweerkazerne en het Carolusziekenhuis.

7

Mijn vader maakte regelmatig deel uit van de Commissie van Beheer. Hij was als architect verantwoordelijk voor de talloze winkels en fabrieken van P. de Gruijter & Zn te ’s‑Hertogenbosch en elders. Omstreeks 1935 is de gereformeerde kerk aan de Jan Heinsstraat verbouwd. Ik weet daarvan niets, want ik was er nog niet. Maar in nagelaten stukken trof ik enige foto’s van de kerk aan de Jan Heinsstraat aan,

KringNieuws november 2007, jaargang 33 nummer 6

die door mijn vader moeten zijn gemaakt. Zij laten het exterieur en (vooral) het interieur zien van de kerk voor en na de verbouwing. Maar goed, nu de link naar het Concertgebouw. Omstreeks 1964 werd de kerk te klein voor de gereformeerde gemeenschap. Er werd uitgezien naar

een andere gebouw en het oog zou daarbij gevallen zijn op het Concertgebouw. Er kwam echter een probleem om de hoek kijken. Bioscoop Concertgebouw keek ook al uit naar een ander gebouw. Het toenmalige was te groot en de exploitatie te duur. Dus werd een ruil voorgesteld: de kerk naar het Concertgebouw en de bioscoop naar het kerkgebouw. In deze tijd zouden we het een prima ruil gevonden hebben (los van eventuele bijbetalingen, mij onbekend), maar in die tijd was het wijzigen van de bestemming van een bioscoop in een kerkgebouw een goede zaak. Daar stond echter tegenover, dat er (dus) ook een wijziging van bestemming van het kerkgebouw naar bioscoop zou zijn. Dat laatste was onaanvaardbaar en de deal ging niet door. Binnen een jaar veranderde het Concertgebouw door de in uw artikel genoemde gasexplosie in een ruïne. En dus is het voor de kerk maar goed geweest, dat er geen deal plaats vond. Kort daarna is de bouw gestart van de gereformeerde kerk aan de Rijnstraat. Ik kijk nog wat aan tegen de genoemde data, maar twijfel (toch) niet aan de juistheid ervan. Mijn vader was direct betrokken bij het ontwerp van de kerk aan de Rijnstraat, maar overleed op 3 december 1961. Ook mijn moeder leeft niet meer en kan mij dus geen informatie meer verstrekken. Maar wellicht kan het archief van de gereformeerde kerk Rijnstraat desgewenst meer vertellen. Met vriendelijke groeten, Wim Wilschut Hattem


D K Den Erwtenman

Korte berichten

Verhalen uit het bos van de hertog

Bosch kaartenboek

Er is nauwelijks een groter genoegen denkbaar voor een Bossche-kaartenverzamelaar dan een nieuwe ansichtkaart binnen te krijgen. Je bekijkt de voorkant met afbeelding: als het meezit, staat er een stukje ’s‑Hertogenbosch op dat je nog mist in je verzameling. Dan kijk je achterop: wie heeft wat geschreven, waar is de kaart geweest, staan er bijzondere zaken op?

Het is de verdienste van Jan Masselink en Huber van Werkhoven, dat ze vooral naar die achterkanten gekeken hebben voor hun nieuwe tentoonstelling – nog tot 15 december te zien in Het Bossche Prentenmuseum – en voor hun nieuwe boek, beide ’s‑Hertogenbosch op de kaart gezet geheten.

8

Voor de Tweede Wereldoorlog zwierven er altijd wel enkele ‘kwajongens’ rond de Bossche SintJanskathedraal. Ze klampten toeristen aan met de vraag: “Meneer, mag ik van de Erwtenman vertellen?” De Bossche journalist Niek de Rooy heeft het verhaaltje in mei 1935 letterlijk uit de mond van zo’n rondhangende jongen opgetekend. Dat ging als volgt: Heel lang geleje leefde hier ‘ns ’n man, zijn naam was de Erwtenman. Niemand wist hoe de Sint-Jan gebouwd moest worre, allenig hij, den Erwtenman. Deze kerk moest gebouwd worre op paarden- koeienen ossenhuiden voor alle fundamenten. Op zekere dag bracht zijn vrouw ’n ketel erwtensoep as middageten. Ontevreje over dieë alledaagse kost schupte ie dieë ketel van ’t dak en riep uit: “Is dè nou eten voor ’n man, die daags ’n braspenning verdienen kan?” (een braspenning was vier zestiende cent) Dè gong ’t zoontje aan de buurman verraaje voor zesduzend franks. Toen d’n Erwtenman dè te weten kwam, greep ie ’t zoontje bij de benen en smeet ‘m met ’t hoofd tegen de muur dood. De vrouw begon van droefheid te bidden en te wenen. Ze greep ’t zwaard en sloeg d’r eige hoofd af. En later is d’n Erwtenman door vier mannen van de kerk dood gestenigd. “Dubbeltje, meneer!” J. van Haaren KringNieuws november 2007, jaargang 33 nummer 6

Het boek is opnieuw – na ’s‑Hertogenbosch in de kaart gekeken van 2005 – een juweeltje. Het is prachtig uitgegeven: gebonden, groot formaat en full colour. In acht hoofdstukken gaan ze door de geschiedenis van de kaart, van 1875 tot heden. Daarbij hebben ze vooral oog gehad voor de achterkant, en soms de voorkant, want in de begintijd werd met name die voorkant beschreven. Soms gaat het hen om de postzegel, de afstempeling, zoals het echte filatelisten betaamt. Meestal gaat het om speciale zaken: een bijzondere stempel of postzegel, zoals de zegels uitgegeven bij gelegenheid van het 25-jarig ambtsjubileum van burgemeester Van der Does de Willebois in 1909. Dan weer zijn het de mededelingen op de kaart die de aandacht trekken. Zo schrijft een Duitser op vakantie in ’s‑Hertogenbosch op 7 mei 1940 een kaart aan ‘Hilda’: …ben benieuwd wat de komende dagen gaan brengen… De kaart is getooid met een stempel Vacantie in Vredig Vaderland… Een mooie kaart vind ik ook die van Brugstraat 1 uit 1914. De afzender is de bekende Herman Moerkerk, die in dat pand woonde. Het huis is helaas in 1973 afgebroken – net als de Leonarduskerk – om plaats te maken voor het monstrum van het Brabants Dagblad. Het boek biedt voor velen iets van hun gading: kaartenliefhebbers, filatelisten, verzamelaars van ’s‑Hertogenbosch, geïnteresseerden in geschiedenis en sociale toestanden. Kortom, iedereen zou dit boek moeten kopen. Het kost € 29,90 en is ook te koop in Het Bossche Prentenmuseum in de Verwersstraat. Nik de Vries


H

’s‑Hertogenbosch op de kaart gezet Een goed voorbeeld doet goed volgen. Met deze achterliggende gedachte is na de expositie in 2005 van ’s‑Hertogenbosch in de kaart gekeken gehoor gegeven aan het verzoek van vele mensen. Op 5 oktober 2007 opende de burgemeester van Vught, Roderick van de Mortel, in het Bossche Prentenmuseum, de vervolgexpositie ’s‑Hertogenbosch op de kaart gezet.

9

In zijn vooraankondiging merkte Jo Timmermans al op dat het misschien niet zo vreemd was dat de burgemeester van Vught hier aanwezig was. De Bossche wethouder van Cultuur & Sport, R. Weterings, en de Bossche burgemeester T. Rombouts waren op studiereis naar Londen vanwege de Olympische Spelen. Dus ook daar in Londen is ’s‑Hertogenbosch op de kaart gezet. Men zal daar nu weten dat er een mooie Flik Flak turnhal in aanbouw is. Er is een bijzonder feit te melden. In zijn openingstoespraak memoreerde Van de Mortel aan het feit dat hij een van de aanstichters is van deze expositie vanwege de door hem verrichte opening in 2005. In dat jaar was hij nog wethouder van Cultuur voor de gemeente ’s‑Hertogenbosch. Een ander feit is dat zijn grootvader jarenlang voorzitter is geweest van de ‘s-Hertogenbossche Filatelisten Vereniging. Hij woonde in Vught en alle vergaderingen en bijeenkomsten van de ‘sHFV werden in Vught georganiseerd. Voorts merkte hij op dat men als buitenstaander in de aanliggende gemeente Vught de contouren van ’s‑Hertogenbosch scherper kan waarnemen. Misschien zelfs nog een molen op de stadwallen, die op diverse prentbriefkaarten te zien is? De poststempelcirkel is weer rond om het maar eens KringNieuws november 2007, jaargang 33 nummer 6

zo te stellen. Bij deze expositie is ook het bijbehorende boek gepresenteerd waarin alle op de expositie getoonde 160 kaarten worden beschreven. Het eerste exemplaar is door Van de Mortel overhandigd aan de scheidende directeur van het Noordbrabants Museum, Jan van Laarhoven. Deze was er zeer vereerd mee. In zijn toespraak is duidelijk naar voren gekomen dat met deze expositie een kijkje kan worden genomen in de gebeurtenissen uit de verschillende tijdperiodes van de stad. Want het is de mens eigen om nieuwsgierig te zijn naar “die tijd van vroeger”; hij verwees naar de exposities Knus en Wauw. Deze expositie zou zijn plaats in het Noordbrabants Museum ook verdiend hebben. Echter als laatste thema voorstelling in het Bossche Prentenmuseum komt het hier ook zeer tot zijn recht. En hulde aan de samenstellers Jan Masselink en Huber van Werkhoven. In de afsluiting door Jo Timmermans is deze gelegenheid aangegrepen om de echtgenotes van deze heren in de bloemen te zetten. Want door al dat uitzoeken in duizenden kaarten en teksten schrijven zijn Jan en Huber menig uurtje van huis geweest of wel in huis maar niet thuis. Tijdens de rondgang hoorde ik veel informatie die nog meer pagina’s in het boek hadden kunnen opleveren. Ook de diverse zuchten van herkenning en opwinding over het getoonde materiaal en de gebruikte lijsten. Het mag ook best nog wel vernoemd worden dat Marcel van Heesewijk al deze kaarten stuk voor stuk heeft ingelijst met op maat gesneden passe-partouts. Echt onvervalst en arbeidsintensief handwerk. Bijzonder aan deze expositie is ook dat de combinatie kaarten en filatelie nog nooit eerder vertoond is in Nederland. Oftewel een primeur waarover nog lang zal worden nagepraat. Het venijn zat ook een beetje in het staartje. Tegen het einde van de middag bedankte de dochter van Jan Masselink in een emotionele toespraak de verdiensten van haar vader, Huber van Werkhoven en Jo Timmermans. Ze begreep nu ook waarom haar vader zo vaak met prentbriefkaarten in zijn hand liep en maar weer eens naar een verzamelaarsbeurs ging. Want zonder het vele werk van Jan en Huber en het ondersteunende werk van Jo zouden deze expositie en het boek er niet geweest zijn. Alleen moet dan nog wel een en ander in gang worden gezet en hieraan heeft ondergetekende gelukkig menig steentje kunnen bijdragen. Maar ja, dat is weer een heel ander verhaal. De expo is nog te zien tot 14 december 2007 in het Bossche Prentenmuseum. Rob Hoogeboom, Werkgroep Verzamelaars Hertog Jan


T

Terug naar de Zoete Moeder Bossche debuutroman

De roman Zoete Moeder is gesitueerd in ’s‑Hertogenbosch en omgeving tussen het einde van de jaren vijftig en tachtig van de vorige eeuw. Cruciaal is de rol die het katholieke geloof speelt in een tijd van op handen zijnde veranderingen van normen en waarden op het gebied van gezagsverhoudingen en seksualiteit. Een van de personages gaat hieraan te gronde, een ander verzet zich, maar moet de gevolgen hiervan ondergaan.

de Brug der Zuchten over de Binnendieze verbond de jongensafdeling met die van de meisjes van de R.K. Lycea

10

Het verhaal speelt zich af in de fictieve plaats Den Dommel. Het decor van het verhaal is allerminst fictie, al snel wordt duidelijk dat de achtergrond wordt gevormd door de binnenstad en omgeving van ’s‑Hertogenbosch. Tientallen namen van Bossche straten en gebouwen, situaties en gebeurtenissen, passeren de revue. De plek waar het Sint-Janslyceum vroeger stond (nu de parkeergarage aan de SintJosephstraat) bijvoorbeeld en het pand van het Marialyceum (nu de Muzerije), komen zeer herkenbaar over. Net als de Brug der Zuchten, het houten bruggetje over de Binnendieze, dat de verbinding vormde tussen de toentertijd gescheiden geslachten op de jongens- en meisjesschool. Gebouwen die er niet meer zijn of hun functie verloren hebben, zoals de Leonarduskerk, Sint-Josephkerk, het Concertgebouw, Bisschoppelijke Kweekschool, Brandweerkazerne, en het Paleis van Justitie worden terug in de herinnering gebracht. De Uilenburg is een bouwval en moet nog gerenoveerd worden. De eerste vaartocht over de Binnendieze wordt gehouden, de Beeweg wordt nog groots en vol hartstochtelijke devotie gelopen. Er kan zelfs een cursus Dommelogie (sic!) gevolgd worden. Toch is het geen documentair werk geworden; het is hoofdzakelijk fictie in een concrete situatie gevat. Het boek heeft autobiografische kenmerken, en het heeft er alle schijn van –gelet op de vele gefingeerde namen- dat de roman als een sleutelroman kan worden aangemerkt. Verschillende verhaallijnen Het boek is opgebouwd als een drieluik, afgezien van een proloog en epiloog. Als Ewald Vlimmen na 23 jaar een reünie van zijn middelbare school bezoekt, het Sint-Janslyceum in Den Dommel, raakt zijn leven in een stroomversnelling. Gesprekken met voormalige docenten en oud–leerlingen confronteren hem met het verleden. Er is hem veel aan gelegen om te achterhalen wat zich dat laatste jaar op school heeft afgespeeld rond de schorsing van klasgenoot Gregor Kerkhofs en rond de zelfmoord van een andere klasgenoot, Thomas Kamp. Hij gaat op zoek naar de waarheid van toen, van eind jaren vijftig en begin jaren zestig.

KringNieuws november 2007, jaargang 33 nummer 6

Vlimmen ontdekt dat het waarheidsgehalte niet alleen verbrokkeld en onvolledig is, maar dat iedereen er een eigen visie op heeft. Ewald wordt zich gaandeweg bewust van een ooit door hemzelf begane misstap. Deel 2 omvat het dagboek dat Thomas Kamp heeft nagelaten. Deze ging zowel met Ewald als Gregor om, maar pleegde kort na het eindexamen in 1962 zelfmoord. De zelfmoord vond plaats op de dag van de Plechtige Omgang. Op de avond van de reünie in 1985 krijgt Ewald het dagboek op een bijzonder vreemde wijze in handen. Hij vindt het in de kapel van de Zoete Moeder in de Sint-Jan, op de plaats van het Mirakelboek. Vlimmen raakt steeds meer in de ban van het dagboek, het herinnert hem aan een verleden dat hij al die jaren verdrongen heeft. De kortdurende verliefdheid tussen Thomas en Angela Vogel was hem bekend. Zijn eigen kortstondige, maar heftige relatie met Angela, na de dood van Thomas, kan hij nu pas onder ogen zien. In deel 3 transformeert de speurtocht naar de waarheid van toen, tot een innerlijke pelgrimage. Ewald Vlimmen voelt zijn eigen menselijke tekorten. Zijn zoektocht levert allerlei feitelijke gegevens op, maar de waarheid heeft ‘vele gezichten’. En voor zover die waarheid al bestaat, dient deze niet gezocht te worden in de gebeurtenissen van lang geleden, maar in hemzelf. Hij staat voor de beslissing om schoon schip te maken met het verleden. Als hij jaren later in Den Dommel een congres bijwoont, gaat hij terug naar de Zoete Moeder. In de Mariakapel in de Sint-Jan voltrekt zich een wonder.

Frank Mommersteeg (1944) is geboren en getogen in de Bossche wijk De Muntel. Hij doorliep het gymnasium op het voormalige Sint-Janslyceum, de universiteit en de (avond)kunstacademie. Hij was werkzaam als psycholoog in de jeugdhulpverlening en als docent in het hoger beroepsonderwijs. Sinds 1995 wijdt hij zich hoofdzakelijk aan schrijven en schilderen. Ook begeleidt hij cultuurreizen naar Toscane. Behalve enkele korte verhalen en essays publiceerde hij een vertaling van Etruscan Places (‘Etruskisch testament’) van D.H. Lawrence.


K

Korte berichten

toegangspoort van het St‑Janslyceum anno 1961, nu de ingang van de parkeergarage aan de St. Josephstraat

Tijdsbeeld Frank Mommersteeg schetst in zijn debuutroman een scherp tijdsbeeld van ’s‑Hertogenbosch anno 1960‑62, dat veel herkenning oproept. Het is een periode van voorvoelde veranderingen op het gebied van de moraal (religieus, maatschappelijk, seksueel). In het boek wordt gesproken over ‘het preconciliaire tijdperk’. Het is een schildering van een overgangstijd, waarin het bevoegde gezag verkrampt reageert op gedrag van jongeren die in verzet komen tegen traditionele en overgeleverde gebruiken op een katholieke middelbare school. In Zoete Moeder lopen werkelijkheid en verbeelding door elkaar heen. In zekere zin is het boek spannend, omdat het naar een plot toe werkt. De keuze van ’s‑Hertogenbosch als omlijsting van het verhaal, maakt het boek extra bijzonder. Het is alsof de auteur je meeneemt op een wandeltocht door de Bossche binnenstad. Aan de hand van de roman heeft Frank Mommersteeg ook daadwerkelijk wandelroutes in ’s‑Hertogenbosch uitgezet, ze zijn bij hem te verkrijgen. Het boek is verkrijgbaar bij de uitgever via www.freemusketeers. nl of bij de auteur via www.frankmommersteeg.nl en kost € 21,–. Ed Hupkens

Muzikale geschiedenis van Empel op cd uitgebracht

Op 18 november aanstaande komt de cd In het verre verlee uit. De cd is een muzikale geschiedschrijving van Empel en soortgelijke dorpen uit de periode

rondom de Tweede Wereldoorlog. In de teksten komen diverse dorpse onderwerpen aan bod, zoals de kerk, het boerenleven, kostwinning, het café, de kermis, carnaval, oorlog en vrede en voor- en tegenspoed. De muziek is een greep uit de composities van de onlangs overleden markante Empelnaar Leo de Bekker. Velen hebben hun medewerking verleend waaronder enkele Empelse zangers. Het tweede gedeelte van de cd is een meezingversie. Toegankelijke melodieën zonder tekst die als basis of inspiratie kunnen dienen voor uw eigen gelegenheidsliederen.

11 KringNieuws november 2007, jaargang 33 nummer 6

De cd wordt uitgegeven door Stichting Opus Leo en is verkrijgbaar bij het secretariaat van de stichting: Dennekampke 10, 5221 BJ ’s‑Hertogenbosch, 073-6330197 of www.opusleo.nl of info@opusleo.nl. Ook is de cd vanaf half november te koop bij verschillende verkooppunten in Empel.


H

Het eerste vrouwelijke raadslid van de

mevrouw Brouns-van Besouw (1879-1937)

“Zij kan er voorts niet genoeg bij het jonge geslacht op aandringen, niet bij de pakken te blijven neerzitten, maar erop uit te gaan, desnoods de wijde wereld in. Als spreekster in een dergelijk geval (namelijk op jonge leeftijd werkloos zijn, tp) verkeerd had als jong meisje, zou zij zich geen moeite ontzien hebben om zich een bestaan te verzekeren en zou zij niet ten laste van haar ouders willen blijven. Al moest zij dienstbode worden in Californië, zij zou er heen trekken.” (Notulen Raadsvergadering, 28-11-1930). Wie is deze spreekster en wat is haar rol in ’s‑Hertogenbosch geweest? sepia portret, jaartal en maker onbekend waarschijnlijk jaren dertig, komt uit het familie-archief van de familie Brouns

12

Een korte levensschets De spreekster is Wilhelmina Adriana van Bezouw, in de wandelgangen: ons Net. Zij wordt op 28 januari 1879 in Oosterhout geboren. Zij stamt uit de bekende Tilburgse fabrikantenfamilie Van Besouw. Om misverstanden te voorkomen het volgende. Zowel in het trouwboekje als in de overlijdensakte is er sprake van Bezouw. Zelf schrijft zij haar naam als Besouw. Deze spelling zal ik aanhouden. Over haar jeugd en opleiding heb ik geen gegevens kunnen vinden. Op 1 juli 1909 trouwt zij met Peter Nicolaas Brouns. Hij is op 28 april 1868 geboren in Stein. Hun huwelijk vindt plaats in Dordrecht. In 1909 staan beiden ingeschreven in de burgerlijke stand van ’s‑Hertogenbosch. Peter Brouns is journalist en hoofdredacteur van Het Noordbrabantsche Dagblad Het Huisgezin en hij zet zijn vrouw aan tot het schrijven van journalistieke stukken. Uit het huwelijk worden vier kinderen geboren. Peter Donatus Maria, op 12 november 1910. In oktober 1913 ziet Thomas Henricus Maria het levenslicht. Hij zal later in de voetsporen van zijn ouders treden. Hij wordt schrijver. De succesvolle musical/volksrevue Het Bosch Marieke die in 1946/1947 met veel succes in het Casino wordt opgevoerd is van zijn hand. Binnen een jaar wordt er weer een zoon geboren namelijk 7 september 1914. Hij heet Paulus Antonius Maria. Helaas wordt het dochtertje Maria Barbara Elisabeth, geboren in 1916 niet ouder dan dertien maanden. Volgens mijn zegsman hebben alle kinderen volgens goed ’s‑Hertogenbosch’ gebruik de voornaam Maria gekregen. Enkele maanden na het overlijden van haar dochtertje wordt mevrouw Brouns-van Besouw getroffen door het sterven van haar man op 1 mei 1918. Onmiddellijk neemt zij diens agentschap van het persbureau Vaz Diaz over. Het is voor haar een bron van inkomsten. Dat geldt ook voor haar journalistieke werk. Zij schrijft onder andere rechtbankverslagen.

KringNieuws november 2007, jaargang 33 nummer 6

In 1917 is het algemeen mannenkiesrecht ingevoerd én het passief vrouwenkiesrecht. Mannen kunnen dan zowel stemmen als gekozen worden, vrouwen mogen zelf niet stemmen, maar zich wel kandidaat stellen. Pas in 1922 geldt ook voor vrouwen algemeen kiesrecht. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1919 is mevrouw Brouns-van Besouw kandidate voor een raadslidmaatschap namens de Roomsch Katholieke Volkspartij. Ze wordt gekozen en zal tot haar dood in 1937 raadslid blijven.


gemeente ’s‑Hertogenbosch Zij is niet alleen journaliste en raadslid. Op allerlei maatschappelijk en politiek gebied is ze actief zoals in de vereniging tegen drankmisbruik Sobriëtas. Het schijnt dat ze persoonlijk arbeiders uit de kroeg haalde. Ze is ambtenares voor de kinderwetten in het arrondissement ’s‑Hertogenbosch. Hierdoor is ze goed op de hoogte van wat er gedaan moet worden om een beter klimaat te scheppen voor opgroeiende kinderen. Ze is bestuurslid van de speeltuinvereniging Sint-Nicolaas. Een zelfde functie bekleedt zij bij de R.K. volksuniversiteit. Als raadslid maakt ze deel uit van de financiële controle commissie van het Roomsch Armenweeshuis. Ze is onder meer secretaresse van de bond van R.K. Gemeenteraadsleden en lid van het hoofdbestuur van de R.K. Kieskringorganisaties.

13

Je zou kunnen zeggen dat zij een werkende vrouw is met een uitgebreid sociaal en politiek netwerk. Voor ons een geaccepteerd verschijnsel. In haar tijd moet mevrouw Brouns-van Besouw zeer modern en vooruitstrevend zijn geweest. Een van de gevolgen van haar activiteiten is dat er van een gezinsleven weinig sprake was. De jongens gaan allen naar kostschool. Ze hebben weinig contact met elkaar omdat ze in verschillende leerjaren zitten. En tijdens de schoolvakanties worden ze bij verschillende familieleden of vriendinnen van hun moeder ondergebracht. Pas als ze aan het volwassen worden zijn, krijgen ze meer contact met elkaar en met thuis. Thuis is dan het huis aan de Oude Vlijmenseweg. Het ligt in de nieuwbouwwijk Deuteren dat oorspronkelijk bij Cromvoirt hoorde. In de jaren dertig van de vorige eeuw is het bij ’s‑Hertogenbosch gekomen. Er wordt volop gebouwd. Hier is mevrouw Brouns-van Besouw actief op kerkelijk gebied. Ze is nauw betrokken bij de realisatie van de Sint-Anna parochie en bij de stichting die zich bezighoudt met de bouw van de Sint-Anna kerk, een ontwerp van de bekende architect Koldewey. In 1965 wordt deze kerk gesloten. Helaas zal mevrouw Brouns-van Besouw de ingebruikname ervan eind 1937 niet meer meemaken. Zij overlijdt op 21 december van dat jaar. Zij is het eerste parochielid dat vanuit deze kerk begraven wordt. Het raadswerk Bij de onderstaande beschrijving van de rol die mevrouw Brouns-van Besouw in de ’s-Hertogenbossche gemeenteraad in de periode 1919‑1937 vervulde, heb ik mij voornamelijk gebaseerd op de notulen van de gemeenteraadsverslagen uit die periode.

KringNieuws november 2007, jaargang 33 nummer 6

De voorzitter van de raadsvergaderingen is burgemeester Mr. F.J. van Lanschot. Burgemeester van ’s‑Hertogenbosch van september 1917 tot september 1941. Mevrouw Brouns-van Besouw waakt gedurende haar achttienjarig raadslidmaatschap over het lichamelijk maar vooral ook over het geestelijk welzijn van de ingezetenen van ’s‑Hertogenbosch. Zij doet dit vanuit haar katholieke levensovertuiging. Gedurende haar hele raadslidmaatschap zijn er twee onderwerpen die telkens opnieuw aan de orde komen. Het gaat om de manier waarop carnaval gevierd moet worden, als het al gevierd wordt én om de aanleg van kinderspeeltuinen in de stad. Maar niet alleen bij deze onderwerpen blijkt haar betrokkenheid bij het wel en wee van de inwoners van ’s‑Hertogenbosch, ook bij andere kwesties laat zij van zich horen. Ik zal er enkele van beschrijven die mijns inziens illustratief zijn voor haar bemoeienissen. Bovendien denk ik, dat er door het kennisnemen van al deze kwesties ook een beeld ontstaat van wat er toen leefde in de ‘s-Hertogenbossche gemeenschap. Vrouwenbelangen In 1920 komt tijdens een raadsvergadering het herinvoeren van het vieren van carnaval aan de orde. Ik zal hier nog uitgebreid op ingaan in het onderstaande. Mevrouw Brouns-van Besouw onderbouwt haar afwijzing van dit voorstel onder andere met het volgende argument: zij heeft contact gehad met vrouwen uit allerlei lagen van de bevolking en ook die verzetten zich tegen herinvoering van carnaval. In 1927 komt er een vraag van de Bond van Handels- en kantoorpersoneel “Mercurius” om een “...doelmatige inrichting der Arbeidsbemiddeling...” (Notulen Raadsvergadering 2-11-1927). Tijdens de discussie stelt mevrouw Brouns-van Besouw dat er dan misschien ook een speciale afdeling voor vrouwelijk personeel zou kunnen komen en dat daar dan een vrouwelijke ambtenaar aan verbonden zou kunnen worden. Voorts vindt ze dat er hier ook met het winkelen kantoorpersoneel over gesproken moet worden. Het komt er niet van. Haar voorstel wordt verworpen. Zij pleit er eerder in 1921 voor dat vrouwelijke bestuursleden van allerlei verenigingen en de vrouwen van raadsleden de raadsvergaderingen zullen kunnen bijwonen. Tot dan toe is dat welhaast onmogelijk omdat er zoveel belangstelling is vanuit het publiek dat de vrouwen in het gedrang komen. De voorzitter stelt voor gescheiden tribunes voor mannen en vrouwen in te stellen. Deze oplossing wordt in dank aanvaard.


H

Verkeersveiligheid Buiten de raadszaal dreigen andere gevaren. Mevrouw Brouns-van Besouw stelt bij een rondvraag aan de orde dat te snel rijdende auto’s een gevaar vormen voor de burgerij. Volgens haar vliegen de auto’s bij het station over de aankomende reizigers heen. De voorzitter geeft toe dat de maximumsnelheid van 20 km per uur wel eens overschreden zal worden. Hij zal de politie vragen extra toezicht te houden.

Handhaving van de zondagsrust Het geestelijk welzijn voor kinderen ging mevrouw Brouns-van Besouw aan het hart, maar ook het handhaven van de zondagsrust was voor haar belangrijk. Het bericht in De Federatie, het blad voor marktkooplieden, dat er op zondag 25 januari 1925 door hen vergaderd zal worden én dat er een officiële ontvangst zal plaats vinden op het stadhuis, wekt haar

Filmkeuring Niet alleen is mevrouw Brouns-van Besouw een warm voorstandster van een goede speelgelegenheid voor kinderen, waarover later meer, ook is zij bezorgd over het geestelijk welzijn van ‘s-Hertogenbossche jeugd. Zij vraagt zich in 1924 af of de commissie die zich bezig houdt met de filmkeuring, ook familie- en kinderfilms keurt. Volgens haar wordt de “...onschuld der kinderen bedreigd door zware drama’s met echtbreuk en ontrouw” (Notulen Raadsvergadering 4-8-1924). Er zijn ook gewaagde voorstellingen voor jongelui. Mevrouw Brouns-van Besouw vindt dat de volksopvoeding in gevaar is en zij stelt voor geen kinderen meer toe te laten in de bioscoop. Na overleg met de voorzitter wordt besloten dat er borden zullen worden geplaatst met: niet gekeurd voor kinderen. Het duurt even voor dit verwezenlijkt wordt. Wel wijst de voorzitter er nog op dat ouders in eerste instantie verantwoordelijk zijn voor hun kinderen.

verbazing. Het gaat hier om een puur materialistische aangelegenheid. Zij vermoedt dat het de israëlitische kooplieden zijn die er schuldig aan zijn dat er op zondag zo’n ontvangst zal plaats vinden. Volgens haar moeten zij de christelijke zondagsrust niet verstoren, net zoals de christenen hun sabbat ontzien. In de daaropvolgende discussie blijkt dat het merendeel van de marktkooplieden niet-joden zijn en dat het inkomstenderving zou betekenen als de marktkooplui door de week vergaderen. Men vindt het voor het moreel van de marktkoopstand belangrijk hen officieel te ontvangen. En bij zo’n ontvangst mag mevrouw Brouns toch niet ontbreken! Ook de voorzitter houdt een pleidooi voor de ontvangst op zondag. Hij stelt dat in de bijbel staat dat er geen “slavelijken arbeid” (Notulen Raadsvergadering 12-1-1925) mag worden verricht. En dit is iets anders. Bovendien heeft hij ook de Maatschappij voor Toonkunst ontvangen op een zondag na een uitvoering van de Missa van Diepenbrock. Het gaat toch alleen

tekening van de Sint-Annakerk door architect Koldewey, 1937 fotopersbureau Het Zuiden

14

KringNieuws november 2007, jaargang 33 nummer 6


maar om een vriendelijk woord over en weer. Mevrouw Brouns-van Besouw houdt voet bij stuk: ze heeft niets tegen marktkooplui, maar aan een ontheiliging van de zondag werkt ze niet mee. Vloekverbod Even vastberaden is zij als tijdens een andere raadsvergadering een Verordening houdende verbod tot vloeken aan de orde komt. Mevrouw Brouns-van Besouw wil dat vloeken net zo bestraft zal worden als het plegen van majesteitsschennis. Onder vloeken verstaat zij het oneerbiedig gebruik van Gods heilige naam en wat in de volksmond vloeken wordt genoemd. De voorzitter kan zich wel inleven in haar standpunt, maar meent dat de vloekers ervan overtuigd moeten worden Gods naam te eerbiedigen; innerlijke overtuiging is zijns inziens meer waard dan angst voor straf. Hij stelt dan ook voor om, net zoals de drankbestrijdingsbonden dat doen, versjes of aardige biljetten aan te plakken, zodat het publiek eerbied krijgt voor Gods heilige naam. Volgens mevrouw Brouns-van Besouw maken spreekwoorden en versjes niet genoeg indruk. Indruk maakt het als de overheid godslasteringen verbiedt. Dan komt het in de krant, dan wordt erover gepraat en zullen de schuldigen tot bezinning komen. Mijns inziens is hier duidelijk de journaliste Brouns-van Besouw te zien, zij gelooft in de kracht van het geschreven woord. Haar voorstel stuit echter op praktische bezwaren: door gebrek aan mankracht bij de politie is een dergelijk verbod niet te handhaven. Ik heb in het bovenstaande een schets willen geven van de manier waarop mevrouw Brouns-van Besouw zich inzette voor zaken die haar na aan het hart lagen. Ook bij de talrijke discussies in de raad inzake het al of niet vieren van carnaval, toont zij deze inzet. En dit onderwerp staat bijna ieder jaar op de agenda.

15

Carnaval Het carnavalsfeest in ’s‑Hertogenbosch kent een lange en interessante geschiedenis. In het kader van dit artikel: mevrouw Brouns-van Besouw, het eerste vrouwelijke raadslid van onze stad, kan ik daar niet diep op ingaan. Dus in het kort het volgende. Al vanaf de 17de eeuw is het vastenavondfeest, want zo heette het feest tot 1811, een typisch volksfeest geweest net zoals de kermis dat was. Het volk dat een zwaar en meestal armelijk bestaan had, kon bij deze feesten de teugels laten vieren. Bij dat vieren

KringNieuws november 2007, jaargang 33 nummer 6

van de teugels ontstonden nogal eens uitwassen: openbare dronkenschap, vechtpartijen, gemaskerden die de stad onveilig maakten, het hoorde er allemaal bij. En dat terwijl gedurende de jaren 1630-1794 het vastenavondfeest officieel verboden was. Pas in de Franse tijd mag het feest weer gevierd worden en dan komt de benaming carnaval voor het eerst voor. In de tweede helft van de 19de eeuw komen er twee elementen bij. In de eerste plaats gaan verschillende verenigingen en sociëteiten openbare bals organiseren. Straatschennerij komt daar niet voor, wel is er sprake van -volgens de autoriteiten- onzedelijk gedrag. Desondanks durft men het niet aan het carnaval te verbieden. Het is een evenement dat diep geworteld is in de gemeenschap van onze stad. Bovendien is het voor mensen van buiten een reden om naar ’s‑Hertogenbosch te komen, hotels, restaurants en cafés spinnen er garen bij. In de tweede plaats wordt er aan het einde van de 19de eeuw door een groep jongeren uit de gegoede middenklasse de Oeteldonksche Club opgericht. Zij willen proberen om een mooi feest te organiseren teneinde te voorkomen dat het carnaval verboden wordt door de kerkelijke overheid. Deze overheid keert zich bij monde van bisschop Godschalk hevig tegen de manier waarop het carnaval gevierd wordt. Het carnaval wordt afgeschaft Maar tijdens de raadsvergadering van 3 mei 1917 is het dan toch zover. Het carnaval is dat jaar volgens sommigen totaal uit de hand gelopen. Verkwisting, losbandigheid en dronkenschap vierden hoogtij. De Sint-Jan zou niet groot genoeg geweest zijn om alle gearresteerde dronkemannen op te nemen, volgens een van de raadsleden. Een schande is het geweest voor de vreemdelingen die in de stad waren. B. en W. willen dit feest waar toch alle rangen en standen aan mee kunnen doen en dat vooral de arbeiders even het harde leven doet vergeten, niet verbieden. De gemeenteraad beslist anders. Met 13 tegen 9 stemmen wordt het voorstel tot afschaffing van het carnaval aangenomen. Niet alleen de verloedering van het feest heeft hierbij een rol gespeeld. In 1917 heeft de Eerste Wereldoorlog al zeer veel slachtoffers geëist. En Nederland is dan wel neutraal maar door de omstandigheden in de rest van Europa gaat het slecht met de economie. Niet echt tijd voor feesten dus. Tineke Plettenberg Foto’s: Stadsarchief


S

Schatzoeken in ’s‑Hertogenbosch

De schatten van de draak is een uniek lespakket dat kinderen op een leuke en actieve manier de bijzonderheden van hun eigen gemeente leert kennen. De gemeente ’s‑Hertogenbosch heeft in samenwerking met de bekende schrijfster van kinderboeken en educatief materiaal Annemarie Bon dit lespakket ontwikkeld voor groep 5 van het basisonderwijs. Het doel is om het erfgoed en de cultuur in de gemeente extra onder de aandacht te brengen. Spelenderwijs worden de geheimen van de verschillende delen van ’s‑Hertogenbosch en omgeving ontdekt. Deze vorm van themagericht onderwijs sluit daarmee volledig aan op de kerndoelen voor wereldoriëntatie en kunstzinnige vorming.

Ontdekkingsreis door de gemeente In het lespakket komen de verschillende delen van de gemeente aan bod. Naast dat het lespakket bijzonder leuk is, is het ook handig in de opzet. Zo kan het pakket klassikaal, individueel of in groepjes gebruikt worden. Omdat het in modules is opgebouwd, kunnen leerlingen er een week, enkele maanden of zelfs een heel schooljaar mee bezig zijn. Het lespakket is uit te breiden met excursies naar verschillende locaties in de omgeving. Zo zijn schoolklassen bijvoorbeeld welkom bij Staatsbosbeheer, Grasso, de Melkfabriek, de Scouting, Museum Hertogsgemaal, de Schutterij en het Kruithuis. Schatkist De schatten van de draak wordt aangeboden in een grote schatkist. Daarin bevinden zich (schat) kaarten en een handleiding voor de docent. Per hoofdstuk worden uitgebreide achtergrondinformatie, lessuggesties en werkbladen gegeven die bij de twaalf schatten horen die verborgen liggen binnen het eigen stadsdeel. Maar dat is nog niet alles. In de kist bevindt zich ook allerhande archeologisch en archiefmateriaal om in de klas een eigen expositie mee in te richten. Verkiezing Aan de basis van het project ligt de verkiezing van een object/monument of archeologische vindplaats uit hun eigen omgeving. De leerlingen kiezen de voor hen belangrijkste schat. Om die keuze te kunnen maken, moeten ze hun eigen wijk onderzoeken met de schatkaart en het andere lesmateriaal. Die schat wordt symbolisch in een schatkistje gestopt en voor drie jaar in bewaring gegeven bij ‘de draak’ in de Muzerije. Na drie jaar openen de kinderen, die dan in groep 8 zitten, hun schatkistjes als start voor een nieuw project in groep 5. Het lespakket De schatten van de draak wordt vanaf september gratis via het centrum kunstzinnige vorming de Muzerije aangeboden aan het basisonderwijs in de regio ’s‑Hertogenbosch, als onderdeel van het programma Klas en Kunst. Tijdens een bijzondere bijeenkomst in de Citadel werden op woensdag 19 september de eerste schatkisten aangeboden aan het basisonderwijs waarmee een uniek project van start is gegaan. Voor meer informatie over dit project kan men terecht bij de afdeling communicatie van de gemeente ’s‑Hertogenbosch. De redactie

KringNieuws november 2007, jaargang 33 nummer 6


H

’s‑Hertogenbosch blijft verwonderen óók in de winter

Breek er eens uit en verstevig uw bekendheid met de stad! Kring Vrienden van ’s‑Hertogenbosch organiseert dit jaar van oktober 2007 tot april 2008 iedere maand winteractiviteiten. Dit zijn activiteiten die we naast het reguliere programma organiseren. Wandeling langs drie kerken In het overwegend katholieke ’s‑Hertogenbosch zijn er ook kerken van een andere signatuur. Zij zijn niet altijd meer in gebruik, maar de inrichting geeft nog steeds een stuk historie prijs. De gids opent voor u de deuren van de Lutherse Kerk, de Sint-Cathrien en de voormalige Synagoge en laat u kennis maken met de interieurs. Hij verhaalt u over het verleden en heden van respectievelijk de Lutherse, Byzantijnse en joodse godshuizen. Aansluitend is er facultatief een lunchconcert in Muziekcentrum de Toonzaal, de voormalige Synagoge, van licht klassieke muziek. Start 10.30 uur, Balie Kringhuis Verwersstraat 19a, ’s‑Hertogenbosch. Data: 7 en 21 november, 5 en 19 december 2007, 16 en 30 januari, 13 en 27 februari, 12 en 26 maart, 9 en 23 april en 7 mei 2008. Reservering en vooruitbetaling zijn verplicht, bij balie Kring Vrienden van ’s‑Hertogenbosch Verwersstraat 19a (in het Bossche Prentenmuseum). Prijs € 3,50 wandeling + € 7,50 concert = € 11,00 totaal.

17

Rondleiding Stadhuis en Raadskelder U wordt rondgeleid in het prachtig gerenoveerde stadhuis en daarna brengt u een bezoek aan de Raadskelder, waarvan de historie nauw verbonden is met die van het stadhuis. Een kopje koffie of thee met Bossche bol zorgt voor de afsluiting. De rondleiding vindt plaats op zaterdagmiddag van 14.00 uur tot ruim 16.00 uur. Start Bordes Stadhuis, Markt. Data: 17 november, 8 december 2007, 19 januari, 23 februari en 22 maart 2008. Reservering en vooruitbetaling zijn verplicht, bij balie Kring Vrienden van ’s‑Hertogenbosch Verwersstraat 19a (in het Bossche Prentenmuseum). Prijs: € 8,00 incl. consumpties. Rondleidingen Sint-Janstoren U krijgt uitleg over onder andere het klokkenspel en kunt genieten van een schitterend uitzicht over de stad. In november en december elke zaterdagmiddag om 13.30 uur.

KringNieuws november 2007, jaargang 33 nummer 6

Kom in de kerstvakantie de prachtige kerststal in de kathedraal bewonderen en combineer dit met een rondleidingen in de Sint-Janstoren. U kunt genieten van een schitterend uitzicht over de stad tijdens de schemering, door de feestverlichting versierd. Dit kan van 22 tot en met 31 december (niet op Eerste Kerstdag) en van 2 tot en met 6 januari ook om 16.00 uur. Reservering en vooruitbetaling zijn verplicht, bij balie Kring Vrienden van ’s‑Hertogenbosch Verwersstraat 19a (in het Bossche Prentenmuseum). Prijs € 3,50 p.p. De Hinthamerdriehoek We wandelen door Anthoniegaarde en omgeving met de nieuw opgetrokken vestingwallen. Start is op 12 januari 2008 bij het Jheronimus Bosch Art Centre om 11.00 uur. Reservering en vooruitbetaling zijn verplicht, bij balie Kring Vrienden van ’s‑Hertogenbosch Verwersstraat 19a (in het Bossche Prentenmuseum). Prijs € 3,50 p.p. Havenkwartierwandeling We bezichtigen de omgeving van de haven en de citadel met de ommuring. De wandeling vindt plaats op 16 februari 2008 en start om 11.00 uur in de Molenstraat. Reservering en vooruitbetaling zijn verplicht, bij balie Kring Vrienden van ’s‑Hertogenbosch Verwersstraat 19a (in het Bossche Prentenmuseum). Prijs € 3,50 p.p. Vestingwandeling Zuid Deze wandeling vindt plaats op 1 maart 2008. We starten vanaf Bastion Anthonie (Sluis 0) om 11.00 uur. Reservering en vooruitbetaling zijn verplicht, bij balie Kring Vrienden van ’s‑Hertogenbosch Verwersstraat 19a (in het Bossche Prentenmuseum). Prijs € 3,50 p.p. Vestingwandeling Noord Ook deze wandeling start om 11.00 uur vanaf Bastion Anthonie. Ze vindt plaats op 15 maart 2008. Reservering en vooruitbetaling zijn verplicht, bij balie Kring Vrienden van ’s‑Hertogenbosch Verwersstraat 19a (in het Bossche Prentenmuseum). Prijs € 3,50 p.p.


D

De geschiedenis van straten en pleinen

In de maand oktober was De Wijkreiziger aanwezig op veel pleinen in de gemeente. De Wijkreiziger was een rondreizende tentoonstelling over de ruimtelijke ontwikkeling in de stad, dorpen en wijken. Het Stadsarchief en de Openbare Bibliotheek organiseerden gezamenlijk deze tentoonstelling in het kader van het jaarthema Straten en pleinen van de De Tijdreiziger. Dit is een initiatief van de gemeentelijke werkgroep Stedelijke Historische Presentatie, die zich inzet voor het dichter bij het publiek brengen van de cultuurhistorie van ’s‑Hertogenbosch. De tentoonstelling was begonnen met een oproep aan de bewoners van de dorpen en de wijken om foto’s met bijschriften of verhalen over de woonomgeving in te leveren. Door deze inbreng was het mogelijk om de tentoonstelling wisselend af te stemmen op de aangedane dorpen, wijken en pleinen. Bij de presentatie in Empel waren zelfs de leden van de werkgroep Empel van de Kring aanwezig om samen met de dorpsgenoten aan de hand van oude foto’s en kaarten oude herinneringen op te halen en de ontwikkelingen van het dorp te bekijken. Met de vrijwilligers van de Bouwloods gingen de verhalen en vertellingen over de straten en pleinen rond de Sint-Jan. De Elekerlyc-speellieden zorgden

Het verhaal van een nederzetting die een stadt wierd mee straeten ende pleinen Het begon met een gehucht met veul woeste grond Waer un bietje handel was en waer nog geen huizeken stond…. Hier begint mun verhaal, dus spits uw oren. Hier groeit Den Bosch …Laat niemand ons storen. Er waer hier un bos, waer hertog Hendrik in jaagde Op herten en swienen, hij vondt dat so scoon. Hi sei: ”ick blief hier veur altied wel verdomme, Ick zet hier min fort. Hier is’t waer ick vort woon”.

18

Een corte tijd en dat duurde niet lanc Hij vont daer ook een mooi, lief vrouwe Sie brade het wilt mee kruiden en wijn Met heur wilde hij wel trouwen. ’t Scoon gehucht wierd so een stadt Mee poorters en mee muren. Er werden huizekens gebouwd Van hout!! Pas op mee vure!! De stadt wier groter er cwam meer volk Veul mertlui en veul looiers Maar door de poorten die open ginghe Cwam ook veul gespuis en veul schooiers.

KringNieuws november 2007, jaargang 33 nummer 6

hierbij voor muziek om de juiste sfeer op te roepen die paste bij de geschiedenis van een straat. De reis door de tijd ging van de Judasbrug tot op het SintJanskerkhof. Onderweg waren onder meer verhalen te horen over het kopje van de herenkelder, de klompenschool, de eerste geefmeester (Klaas de

Ook kreeg de stadt een scone naem, ’s‑Hertogenbosch so sou sij heten Mee paters, nonnen, begijnen, en so meer Veul lieden, mee un katholiek geweten. Toen cwam Johanna in den Bosch Een hertogin gevlucht veur knechten Sij riep so luit : m’n swager wil gewelt Maer Brabant blieft één, ick wil niet vechten. Een Grote kerck wierd gebouwd Maria wierd in een loedse gevonden En menigeen, dat moet geseit, Genas er van stinkende wonden. Er cwamen in de groeiende stadt Veul straete en veul pleinen Veul mensen cwamen er ook bie Veul grote, dus ook veul kleine. Die straete kregen al een naam Van mensen, die daer werckten Van Duhamel, Jan Heins en Bosch Van paapsen en hun kerken. Maar Duhamel werd weggevaagd Zijn plein en straat verdwenen! Maar veur die edele ambachtsman Is een naam op een school verschenen


19

Gruijter) en de ‘slok op’ op het Sint-Janskerkhof. Een uitstapje naar de Sint-Jan vertelde over de aansluiting van de gotische kathedraal op de romaanse toren en hoe Gijsbert Tael mogelijk de oplossing bracht met de halve toog. Voor de week van de geschiedenis heeft Resy Rabou een gedicht geschreven dat vertelt over het

verleden van de stad en de bouwers van de Sint-Jan. In dit gedicht vele historische gebeurtenissen, zaken en personen die invloed hebben gehad op het ‘rijke’ verleden van de stad en de inwoners.

En veur de klocken van ut kariljon Was Gheert van Wou d’allerbeste Door de concurrentie in die tied Deed hem naar Kampen vertrekken ten leste

Ai. Ophovius, unne predikheer En nog veul meer prelaten En Grobbedonck, de baas in Den Bosch Moesten de stad verlaten.

Maar ach! De clerus wierd echt boos Na dat Concilie ginds in Trente. Sie moesten delen geld en goed! Daer ginghen hun mooie centen.

Alle nonnen, ook die van de van de Klarastraat Die mochten nog effe blieven! Maar nieuwe mochten er niet mee bie, Dus restte ons ouwe wieven.

Een bliksemschicht! Een felle brand Verwoestte de gotische toren En in de kerk het scoon oksaal Een drama was geboren.

Maer protestant of katholiek Zij hebben hun naem gekregen Ga zoeken nu naar plein en straat Hun naemen kom je teghen.

Wie zien wij daar? Van Norembroch De beeldhouwer, dieje zeer bekwame Zeg, maak voor de kerk een nieuw oksaal Van marmer. Wij betaelen dat wel samen.

Zo vieren wij het feest Van alle Bossche straeten Van Bossche pleinen en ut Bossche volk Een fraai publiek … maar hou ze in de gaten.

De Bossche broek, die kende wel Stond vol moeras en water De Staatsen voerden un beleg De misère daarvan kwam later.

2007 Resy Rabou

Want d’orange-leeuw, die Frederik Die begeerde de Bossche wallen Hie cwam in 1629 Het rooms geloof vergallen. KringNieuws november 2007, jaargang 33 nummer 6

De redactie


N

Niet voor de Prins

Op 6 september is in de Ravensteinse molen De Nijverheid het rapport Niet voor de Prins door Jo Timmermans aangeboden aan de Bossche wethouder J. Eugster en burgemeester van Vught, R. van de Mortel. Het rapport gaat over molens in ’s‑Hertogenbosch. De titel Niet voor de Prins is gekozen, omdat de stad in 1629 alle windmolens liet draaien om tegenover de vijand de schijn op te houden dat er nog voldoende graan, dus voedsel was voor de bevolking.

Het rapport stelt dat ’s‑Hertogenbosch een rijke molengeschiedenis kent. Molens waren van grote betekenis voor de economie. Op een gegeven moment stonden er liefst twaalf windmolens op de Bossche stadswallen. Daarnaast betekenden rosmolens een keerpunt in de Bossche historie. In 1629 hebben deze immers het water rond de stad weggemalen, waardoor Frederik Hendrik in staat was de Moerasdraak in te nemen.

KringNieuws is het minimaal zes maal per jaar verschijnend tijdschrift van de Kring Vrienden van ’s‑Hertogenbosch. Redactie: Jan Korsten, Gerard ter Steege, Frans van Sundert, Marjan Vonk, Nik de Vries en Gerdie de ZeeuwNieuwenhuis (voorzitter). Vormgeving: Egbert van den Berg en Jack van Elten Redactie-adres: Secretariaat KringNieuws Postbus 1162 5200 BE ’s‑Hertogenbosch

Historie De eerste Bossche molen dateert van 1296. In een oorkonde geeft hertog Jan II van Brabant toestemming voor de bouw van een windmolen aan de Vughterdijk. Hendrik van Megen en Jan van Vught gaan deze exploiteren. In 1673 wordt de eerste stenen molen gebouwd. Deze stond op Bastion Oranje en verving een acht jaar eerder afgebrande standerdmolen. De molen werd genoemd De oude steenen molen. Op Bastion Deuteren stond De nieuwe steenen molen, ook wel genoemd de molen van van Esch. In 1938-1939 werd deze als laatste Bossche molen gesloopt. Gedurende zeven eeuwen hebben er derhalve molens op de wallen gestaan. Naast wind- en watermolens zijn er ongetwijfeld ook rosmolens geweest. Over hun aantal is echter geen zekerheid te krijgen, omdat ze vanwege het brandgevaar en het lawaai vaak buiten de stad werden gebouwd.

E-mail: redactie@kringvriendenvanshertogenbosch.nl Druk: Drukkerij Opmeer bv, Den Haag Oplage 2.800 stuks Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen zonder schriftelijke toestemming van de redactie. De redactie heeft getracht alle rechthebbenden van het illustratiemateriaal te achterhalen. Personen of instanties die desondanks van mening zijn aan deze uitgave aanspraken te kunnen ontlenen wordt verzocht om contact op te nemen met de redactie.

20

Conclusies en aanbevelingen Uit de conclusies en aanbevelingen van het rapport wordt duidelijk dat de samenstellers pleiten voor de herbouw van een windmolen en het terugplaatsen van een rosmolen. Herbouw en een sluitende exploitatie zijn mogelijk. Om de realisering van een windmolen kansrijk te maken moet er een Stichting komen die gesteund wordt door invloedrijke persoenen uit de Bossche samenleving. De Kring dient na te gaan hoe de draagkracht onder de Bossche bevolking kan worden vergroot. Natuurlijk is de locatie erg belangrijk. Gedacht wordt momenteel aan drie mogelijke locaties: Bastion Oranje, Bastion Deuteren en de Waterpoort/ Oliemolensingel. Een eventuele herbouw van een rosmolen kan het verhaal van het beleg en de verovering van ’s‑Hertogenbosch in 1629 beter zichtbaar maken. Deze zou kunnen gebouwd worden bij de Diezemonding, bij de Moerasdraakpont of tegenover het Segersgemaal in Vught.

Secretariaat Postbus 1162 5200 BE ’s‑Hertogenbosch E-mail: algemeen@kringvriendenvanshertogenbosch.nl Internet: www.kringvriendenvanshertogenbosch.nl Betalingen: Postgiro 3.119.716 Jaarlijkse bijdrage minimaal ¤ 15,00 Jeugdleden ¤ 7,50

De redactie Kringhuis Lombardpassage 14 Kringbalie

KringNieuws november 2007, jaargang 33 nummer 6

Telefoon

073 - 613 50 98

Telefax

073 - 614 60 21

Openingstijden: Dinsdag tot en met zaterdag van 10.00 - 17.00 uur Zon- en feestdagen van 12.00 - 16.00 uur


KringNieuws november 07