Issuu on Google+

Kring Nieuws uitgave van kring

vrienden van ’s‑Hertogenbosch

Jaargang 33 nummer 3 Mei 2007

Voorwoord 2 Koninklijk bezoek in ’s‑Hertogenbosch 3 Korte berichten

3

Museum koopt portret

4

Opening JBC

4

Bossche Stadstuinen staan weer in bloei

5

Het verhaal in de Sint-Janstoren 6 Prijs schooljeugd

7

Opening van het seizoen

8

Bijzonder raam voor Kringhuis 9 Meimaand Mariamaand

10

Muziek op de Binnendieze 1997-2007 12 Korte berichten

13

Een nieuwe mantel voor de Zoete Moeder

14

Bouwstijlen: Renaissance

15

De Bossche muntslag

16

Nelleke de Laat ‘op kamers’

18

Verrassende (vaar)combinaties 19 NS-station 20

Dè´k jou hier nou zie…


V K Voorwoord

Vandaag verschijnt de derde editie van het KringNieuws van dit jaar. Wat we nog nooit tijdens de uitgave van ons blad hebben weten te bereiken is het feit dat we erin geslaagd zijn een koninklijke voorpagina voor ons blad te maken. De foto van koningin Beatrix is gemaakt tijdens Koninginnedag 2007 door Ellie de Vries. Die dag is ook voor de Kring heel belangrijk geweest. De inzet van de vele vrijwilligers op die dag was enorm. Op die manier kon die dag dan ook uitgroeien tot een groot succes!

Verder kunt u in het KringNieuws lezen over het glas-in-loodraam dat in het nieuwe Kringhuis is geïnstalleerd. Ook werd een prachtige spreuk aangebracht op de gevel van het Kringhuis in het Lombardje. Redactiemedewerkers tekenden alles op zodat u niets hoeft te missen. Ook de opening van het nieuwe seizoen vond plaats en opnieuw werden twee boten aan de armada toegevoegd. Gerard ter Steege, ons nieuwe redactielid, schreef samen met Jos Holland een verhaal over Bossche penningen en munten. Ook de initiatiefneemsters van de binnenstadstuinenwandeling doen weer van zich spreken. Op 17 juni kunt u weer een prachtige wandeling maken door de tuinen van de binnenstad. Hoe u daarvoor kunt reserveren leest u in het KringNieuws. Ook de werkgroep LEF timmert deze maanden flink aan de weg. Er zijn drie tweedaagse excursies naar Leuven en er staan fietstochten naar Sint-Oedenrode en Waalwijk op stapel. Van 19-26 mei wordt de jaarlijkse Bossche Beiaardweek gehouden. Bij het ter perse gaan van het KringNieuws was nog geen programma bekend; meer informatie kunt u vinden op www.bosschebeiaardstichting.nl. In deze column wil ik namens de redactie Saskia van Amstel heel hartelijk danken! Zij werkt als stagiaire bij Studio Van Elten en kreeg van haar opleiding in Boxtel de opdracht mee om de vormgeving van het KringNieuws mei 2007 voor haar rekening te nemen. Natuurlijk werd er door onze eigen vormgevers over haar schouders meegekeken! Ook maakte ze foto’s, bezocht redactievergaderingen, kortom ze maakte de totstandkoming van het KringNieuws mee van het startpunt tot het eindresultaat. Saskia, we hebben heel wat telefoontjes gepleegd, foto’s en teksten op elkaar afgestemd, foto’s doorgemaild, teksten aangepast, en het resultaat mag er nu zijn! Proficiat daarmee.

2

Kopij voor het KringNieuws van juli dient uiterlijk 20 juni in het bezit van de redactie te zijn. Gerdie de Zeeuw-Nieuwenhuis

foto omslag: Ellie de Vries KringNieuws mei 2007, jaargang 33 nummer 3

Koninklijk bezoek


in ’s‑Hertogenbosch

K

Korte berichten

Lezers reageren

Hallo Marjan,

Misschien mag ik je attenderen op een vergissing in je artikel in het KringNieuws. De kaart van Jacob van Deventer kan niet in 1595 getekend zijn, want toen was die cartograaf al 20 jaar dood. Volgens mij bedoel je de vogelvlucht-perspectief tekening die hij rond 1545 heeft afgeleverd. Met al zijn molens.

Hartelijk gegroet, Ton Vogel.

Lezers reageren 2 Geachte redactie, In een recent nummer staat te lezen dat de Molen Werkgroep streeft naar de herplaatsing van in elke geval één molen op de wallen van ’s‑Hertogenbosch. Een prima initiatief. Succes en geduld toegewenst. Het artikel meldt onder andere dat tijdens het beleg van ’s‑Hertogenbosch rosmolens de wieken van windmolens hebben aangedreven, dit om de vijand te misleiden. Heb ik dit goed gelezen? Windmolens worden door windkracht, uitgeoefend op de wieken, aangedreven en door middel van een ingenieus radersysteem bereikt die kracht de maalstenen. Bij rosmolens gaat het net zo, zij het dat een paard de kracht levert om het radersysteem in gang te zetten. Met vriendelijke groet, J.I. Heymeijer

Koninginnedag 2007, Beatrix bezocht ’s‑Hertogenbosch Foto’s: Ellie de Vries

KringNieuws mei 2007, jaargang 33 nummer 3


MO

Museum koopt portret Opening JBC

Het Noordbrabants Museum heeft op de TEFAF in Maastricht het zelfportret van Thomas Willeboirts Bosschaert gekocht. De uit Bergen op Zoom afkomstige kunstenaar werd in de 17de eeuw beschouwd als een van de belangrijkste ZuidNederlandse schilders, in een adem genoemd met Rubens, Van Dijck en Jordaens. Het museum bezit reeds twee schilderijen van zijn hand en ook in de Sint-Jan is een schilderij van hem te zien. Kortom een zeer welkome aanvulling op de collectie van het Noordbrabants Museum.

zelfportret Olieverf op doek, 76 x 67 cm door Noordbrabants Museum, ’s‑Hertogenbosch Verworven met steun van de Vereniging Rembrandt en de Mondriaan Stichting

4

Thomas Willeboirts Bosschaert (1613/1614-1654) werd geboren in Bergen op Zoom. In 1628 ging hij in de leer bij Gerard Seghers in Antwerpen. Daar werd hij in 1637 ingeschreven als meesterschilder in het Sint-Lukasgilde. Hij ontving al in 1641 de eerste opdrachten van stadhouder Frederik Hendrik. Later, na diens dood, vervaardigde hij enkele schilderijen voor de Oranjezaal op Paleis Huis ten Bosch. Deze opdrachten geven aan dat hij op dat moment werd gerekend tot de belangrijkste Zuid-Nederlandse schilders. In 1651 werd hij deken van het SintLukasgilde, drie jaar later overleed hij. Willeboirts Bosschaert schilderde zowel religieuze voorstellingen als historiestukken, allegorieën en portretten.

Het schilderij De vaststelling dat het om een zelfportret gaat, is gebaseerd op een tekst op de achterkant van het doek en op de vergelijking met de twee kopergravures van zijn portret. Het laat de nog jonge kunstenaar zien met een palet in de hand. Mogelijk heeft hij zichzelf hier geportretteerd toen hij in 1637 lid werd van het Lukasgilde. Hij presenteert zich als een jonge schilder aan het begin van zijn carrière, die de toeschouwer zelfbewust aankijkt. Het schilderij is een prachtige aanvulling bij de twee schilderijen van Willeboirts Bosschaert die het museum al bezit, voorstellende De treurende Venus bij het lijk van Adonis en het Visioen van de heilige Antonius van Padua met een verschijning van Maria en Kind. Financiële steun Het Noordbrabants Museum heeft voor deze aankoop (160.000 euro) steun gekregen van zowel de Vereniging Rembrandt als de Mondriaan Stichting die ieder 40.000 euro hebben bijgedragen. Omdat ook andere, buitenlandse, musea interesse hadden, was het noodzakelijk snel te beslissen. Beide fondsen hebben dan ook alles op alles gezet om binnen een termijn van slechts enkele dagen tot een besluit te komen en daarmee deze belangrijke toevoeging aan het Nederlandse kunstbezit mogelijk gemaakt. Te zien vanaf vandaag in de schilderijenzaal Van Bruegel tot Van Gogh in het museum.

KringNieuws mei 2007, jaargang 33 nummer 3

Op een mooie zonnige maandagmiddag in maart werd het JBC, het Jheronimus Bosch Art Center officieel geopend. Het leek wel op een zonnige dag in de Middeleeuwen: Tientallen mensen hadden zich verzameld achter de hekken op het Jeroen Boschplein. Binnen de hekken rookte de pas ontworpen fontein en liepen allerlei figuren rond: engelen en duivels die zo konden zijn weggelopen uit de schilderijen van Jeroen Bosch. Theaterstudenten van het Koning Willem I college tekenden voor deze figurantenrollen. Bij binnenkomst van het Centrum werd die indruk nog eens extra geaccentueerd door Jheronimus Bosch zelf, die gedurende de hele openingsceremonie in dezelfde houding in zijn atelier bleef staan. Alleen toen Prof Mr. Pieter van Vollenhoven naar voren kwam om de openingshandeling te verrichten, schoot Jeroen Bosch hem te hulp en haalde hem persoonlijk naar voren.

De commissaris van de Koningin in Noord-Brabant, mevrouw H. May-Weggen, vergezelde Pieter van Vollenhoven; burgemeester Rombouts, bisschop Hurkmans en de Tjechische ambassadeur in Nederland, Petr Mares, bevonden zich ook in het gezelschap. Prof. dr. Jos Koldeweij, voorzitter van de wetenschappelijke raad van het Jeroen Bosch Centrum zei verheugd te zijn dat het Centrum er eindelijk is gekomen en sprak de hoop uit dat het de komende jaren veel bezoekers zal weten te boeien en inspireren. Vanaf heden is het Jheronimus Bosch Art Center geopend van dinsdag tot en met zondag van 10.00 tot 18.00 uur. Toegang is 5 euro. Gerdie de Zeeuw-Nieuwenhuis


B

Bossche Stadstuinen staan weer in bloei

Op zondag 17 juni aanstaande zal voor de tweede keer een unieke tuinenwandeling in het hartje van ‘s- Hertogenbosch worden gehouden. Het evenement dat vorig jaar voor het eerst plaatsvond, was toen zo’n groot succes dat het Kringbestuur de initiatiefnemers verzocht heeft om deze activiteit te continueren. Ook al kost het organiseren van een dergelijk evenement Antoinette de Vries en Wilna Quekel veel inzet, vrije tijd en doorzettingsvermogen, zij gaan er gewoon mee door.

Antoinette en Wilna hebben er zin in en hebben veel vertrouwen dat het weer een unieke wandeling gaat worden

5

“Het begon allemaal tijdens de opleiding tot stadsgids,” vertelt Antoinette de Vries. “Als eindwerkstuk van die opleiding deden we een haalbaarheidsonderzoek naar de mogelijkheid om een binnenstadstuinenwandeling te organiseren, in navolging van een soortgelijke wandeling in Amsterdam. Dat deden we met drieën: Janine van de Kamp, Wilna Quekel en ik. De wandeling werd vorig jaar een groot succes. Het was prachtig zonnig weer, we hadden de beschikking over 25 prachtige tuinen, van kloostertuinen tot juweeltjes van binnenstadstuinen en de tuinbezitters werkten enthousiast mee.” Bossche Stadstuinen in bloei, zoals de tuinenwandeling vanaf toen ging heten, werd onder de vlag van de Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch uitgevoerd. Ook verscheen er een prachtig zelfgemaakt informatieboekje bij dat tevens passe-partout was, zodat de wandelaars in hun eigen tempo en voorzien van optimale informatie de wandeling door de stad konden maken. Geen wonder dat veel belangstellenden meteen al vroegen: “Kunnen we het volgend jaar

KringNieuws mei 2007, jaargang 33 nummer 3

weer wandelen?” De dames hebben hier serieus over nagedacht, omdat de organisatie van een dergelijk evenement bepaald geen sinecure is. Janine van de Kamp trok zich terug omdat ze al overbezet was, maar Antoinette en Wilna sloegen de handen ineen en begonnen vanaf januari al met de eerste initiatieven voor de tuinenwandeling 2007. Wilna: “We stellen zelf de boekjes samen. De studenten van het Koning Willem I college, die ons vorig jaar hielpen, droegen allen een groene polo en dat zal ook dit jaar het geval zijn. Ook nu komen weer 50 à 60 studenten onder leiding van vijf ouderejaars van de afdeling Toerisme ons helpen in de tuinen.” Dit jaar zijn er tuineigenaren die een jaartje overslaan, maar intussen hebben zich alweer nieuwe tuineigenaren gemeld om mee te doen en zijn er op verrassend stille plekjes weer nieuwe unieke tuinen te bewonderen. Ook dat vinden de dames geweldig. Belangstellenden voor de wandeling kopen een passepartout dat tevens het toegangsbewijs tot de tuinen is. De studenten tekenen bij een tuinbezoek vervolgens het passe-partout af. Enthousiast geworden? Op 29 mei start de voorinschrijving voor Kringleden. Tel. 073 - 613 50 98. Er zijn 200 kaarten bij voorintekening te bestellen, speciaal voor Kringleden. Daarnaast zijn er nog 600 kaarten beschikbaar. Deze passe-partouts kosten 10 euro per stuk. De eigenlijke verkoop voor leden en belangstellenden start op 5 juni aan de balie van het Prentenmuseum. Op die datum worden de kaarten en boekjes daadwerkelijk meegegeven. Mochten de reeds bestelde kaarten op 9 juni 2007 nog niet zijn afgehaald, dan worden deze alsnog in de vrije verkoop gedaan. Voor het goede weer hebben de damens de zusters ingehuurd. Ze brengen ook dit jaar weer een ronde worst naar de zusters die zullen bidden tot de heilige Clara om mooi weer. Vorig jaar is dat gelukt, dus wie weet dit jaar weer… Gerdie de Zeeuw-Nieuwenhuis Foto Studio Van Elten (Saskia van Amstel)


H

Het verhaal in de Sint-Janstoren

Er moeten 218 treden worden beklommen om de spits van de Westtoren van de Sint-Jan te bereiken. Het lijkt een hele klus maar uiteindelijk valt het toch wel mee. In de toren is verrassend veel te zien en te ontdekken. Bovendien eindigt de beklimming met een wijds uitzicht over de stad. Dus niet alleen in de kerk kan de bezoeker deelnemen aan een rondleiding, ook in de toren bestaat die mogelijkheid. De toren kan alleen met een gids worden beklommen en meestal gaat dat in groepen. Deze speciaal opgeleide gidsen zijn ook vrijwilligers van de Kring evenals de kerkgidsen, de schippergidsen, de stadsgidsen en de overige (object)gidsen.

de nieuwe torengidsen zijn staand van vlnr: Martin Jansen, Gabriele van der Meijs, Jan Ram, Gerard ter Steege, Dirk Jongejans, zittend: Joop Thisssen, Toos Neyndorff, Bert Schoot, Maggy de Jong, Gerda de Rouw en Pieter van der Schoot

6

Dagelijks komen er veel bezoekers in de Sint-Jan. De ene komt een kaarsje opsteken in de Mariakapel, de andere zoekt een moment van bezinning of gebed, weer een ander komt alleen om het kerkgebouw te bezichtigen. Maar lopend naar de Sint-Jan fronst menigeen de wenkbrauwen bij het zien van een prachtige natuurstenen kerk met daaraan vast een bakstenen toren. De verschillende bouwstijlen versterken bovendien het idee dat beide geen geheel vormen maar toch onafscheidelijk met elkaar verbonden zijn.

Een bezoekje aan de toren leert echter dat de Westtoren ouder is dan het kerkgebouw. De toren stamt deels uit de 13de eeuw en hoorde al bij het eerste romaanse kerkje dat buiten de eerste stadsmuur stond. De torengidsen kennen de geschiedenis van de toren en tijdens de beklimming krijgen de bezoekers een uitvoerig verhaal te horen. Een verhaal dat gaat over het ontstaan van het eerste romaanse kerkje en de bouwkundige ontwikkelingen die bij de toren door de eeuwen heen hebben plaatsgevonden. Maar ook over de bouw van de gotische Sint-Jan en waarom de oude toren overeind is gebleven. Op de verschillende verdiepingen gaat het verhaal verder over de torenbranden, de vele restauraties, de imposante luidklokken, het bespelen van de beiaard en in de spits over het uitzicht vanaf de balkons op een hoogte van 43 meter.

foto links: Brandweer geeft instructie foto rechts: Joost van Balkom vertelt

KringNieuws mei 2007, jaargang 33 nummer 3

Certificaat Ook bij de torengidsen is de continuïteit van de rondleiding een aandachtspunt. De Kring moet jaarlijks aanzienlijk investeren in opleidingen en bijscholingen om de kwaliteit en de continuïteit van de activiteiten te kunnen handhaven. In de afgelopen maanden is een groep vrijwilligers opgeleid tot torengids. Opmerkelijk is dat deze groep uitsluitend bestond uit stads- of schippergidsen. De opleiding voor torengids vraagt om een goede fysieke conditie. Dit is nodig om het intensieve scholingsprogramma tot een goed einde te kunnen brengen. Een programma met veel aandacht voor het

verhaal van de toren en de geschiedenis van de kerk. Ook wordt aangegeven op welke wijze de spiltrappen ‘slim’ kunnen worden beklommen. De brandweer kwam de groep informeren over het plan van aanpak bij een eventuele brand en toonde de vluchtroutes. De GGD gaf voorlichting over het verlenen van eerste hulp bij fysieke ongemakken. Joost van Balkom, de stadsbeiaardier, vertelde over de geschiedenis van de beiaards, demonstreerde het bespelen van de beiaard en door het luiden van alle luidklokken verwelkomde hij de nieuwe torengidsen. In Utrecht werd de


P

Prijs schooljeugd

Domtoren beklommen en werd kennis gemaakt met het handmatig luiden van de klokken, waarbij ook het verschil tussen de vliegende en de vallende klepel ter sprake kwam. Aan het eind van de cursus moest in de toren de ‘proeve van bekwaamheid’ worden afgelegd waarna op 17 april het certificaat Torengids aan de deelnemers werd uitgereikt. Eigendomsdeling Een bezoekje aan de Westtoren is zeker de moeite waard. Onder leiding van ervaren gidsen is het een verrassende klim waarbij het verleden en het heden veelvuldig aan bod komen. Zodra het carillon de wereldse muziekklanken laat horen komt ook het eigendom van de toren ter sprake. In tegenstelling tot de kerk is de Westtoren eigendom van de gemeente.

7

Na het Staatse bewind was het Napoleon die de kerk aan de hervormden heeft onttrokken en teruggaf aan de katholieken. De toren bleef echter eigendom van het burgerlijk bestuur. Naast de oproep voor gebed heeft een kerktoren ook een publieke functie als tijdaanwijzer en als uitkijk- en alarmpost. Tot op de dag van vandaag is deze eigendomsdeling zo gebleven en blijft de gemeente verantwoordelijk voor het ‘wel en wee’ van de oude toren van de Sint-Jan. Het opleidingsteam Frans vd Smissen / Bert Coenen / Wil Peters KringNieuws mei 2007, jaargang 33 nummer 3

Het is zaterdag 14 april. Buiten schijnt de zon uitbundig, het lijkt zomer. Tegen 14 .00 uur lopen er meer mensen dan normaal rond in de Bossche bibliotheek. Leerlingen, begeleiders, ouders, mensen van het BAI (Bosch Architectuur Initiatief) komen samen voor een prijsuitreiking. Op initiatief van het BAI hebben leerlingen van de onderbouw van Bossche middelbare scholen zich gestort op een ontwerpuitdaging: maak een podium voor de Parade in 2515. Een beetje weggestopt staan de maquettes opgesteld. Het is er druk. Deelnemers gaan op zoek naar hun eigen ontwerp om dat trots te laten zien aan hun ouders. Ze zijn een beetje zenuwachtig, want zo dadelijk krijgen ze te horen of ze in de prijzen zijn gevallen. Na een Bosch kwartiertje neemt een van de mensen van het BAI het woord. Hij vertelt over het educatieproject, dat al aan zijn vijfde aflevering toe is. Dit keer is er een mooie lesbrief voor de leerlingen. Het onderwerp is een maquette te ontwerpen voor een podium. Dat kan in het kader van het vak techniek. Ruim 1000 scholieren hebben meegedaan. Vijf scholen stuurden 40 plannen in. Al deze plannen worden gepresenteerd, inclusief de opmerkingen van de jury.

Winnaar De spanning wordt langzaam opgebouwd. Dan volgen de acht genomineerde ontwerpen. Hier wordt iets langer bij stilgestaan. De jury heeft vooral gekeken naar de mogelijkheid het podium op de Parade te plaatsen en naar de mogelijkheden die het podium biedt voor diverse voorstellingen. Na de nominaties volgt het grote moment. En de winnaar is… BOP. Dit blijkt volgens de makers te staan voor Bosch Openbaar Podium. De jury zegt erover: “De ingenieuze constructie van de overkapping heeft de doorslag gegeven. Die is erg origineel en bovendien opvallend vernuftig gemaakt. De invallende zon of verlichting leveren een geraffineerd lichtspel op, (…) De jury merkt op dat in de makers een architect schuilt. BOP is een juweel op de Parade!” De ontwerpers blijken twee jongens uit 3 VMBO-t van het Van Maerlantcollege, Thomas Jonkergouw en Casper Rozen Jacobsen. Begeleidend docent is de heer Heerkens. Thomas vertelt me dat hij misschien iets met bouwen wil gaan doen, maar het kan ook iets zijn in de grafische hoek. In ieder geval kunnen de drie zich alvast verheugen op hun prijs: een ballonvaart over ’s-Hertogenbosch. Het KringNieuws wenst de winnaars van harte geluk en veel succes in de toekomst. Wie weet horen we meer van deze jonge ontwerpers. Nik de Vries


O

Opening van het seizoen

De Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch biedt toeristen en belangstellenden het hele jaar activiteiten aan. ’s Winters wordt er niet gevaren. In april gaan de boten weer het water in. Daarom wordt in die maand het seizoen officieel geopend.

vlnr. Jo Timmermans en Nort Lammers met Sjef Beekwilder

Op een prachtige zonnige dag, vrijdag dertien april, verzamelen zich meer dan 150 vrijwilligers bij het Kringhuis. Het pleintje voor Lombardje 14 staat helemaal vol. Nort Lammers van de werkgroep Klein Monument vertelt hoe blij en trots al deze vrijwilligers zijn. De genoemde werkgroep heeft dat gevoel omgezet in een gebaar. Het Kringhuis wordt verrijkt met een gevelsteen waarop een uitspraak van Domien van Gent. Op verschillende plaatsen in de stad komt u deze gevelstenen tegen. Het is een manier om het Bossche dialect levend te houden. Als u naar het Kringhuis gaat, ziet u daar nu ook zo’n strakke grijze steen

glaasje witte wijn en er worden heel wat onderlinge afspraken gemaakt. Het is goed om elkaar zo eens zonder programma te zien. Dan doopt wethouder Rodney Weterings twee nieuwe boten: Singelgracht en Zwarte water. “Die boten zijn niet aangekocht omdat we meer mensen willen trekken,” aldus voorzitter Jo Timmermans, maar het is andersom. “Omdat er zoveel belangstelling is, dat we met de veertien boten die we al hebben niet meer aan de vraag kunnen voldoen.”

De vrijwilligers van de Kring blijven in en om Restaurant Het Diezehuys nog lang napraten. In dat restaurant is inmiddels ook een verkooppunt van kaartjes voor de rondvaarten over de Binnendieze gerealiseerd. Marjan Vonk

Foto’s: Studio Van Elten (Saskia van Amstel)

ingemetseld, deze met de toepasselijke tekst “Dè ‘k jou hier nou zie”. De steen wordt onthuld in het bijzijn van de broer van Domien, Luc van Gent. Het gezelschap verplaatst zich vervolgens naar het Voldersgat. Het Binnendiezekoor zingt, de vrijwilligers van de Kring drinken een pilsje of een

KringNieuws mei 2007, jaargang 33 nummer 3

Zwarte water Een van de nieuwe boten heeft de naam ‘Zwarte Water’ gekregen. Deze naam is ontleend aan de oude naam van de Dieze. Het Zwarte Water was vroeger het vrij afstromende vaarwater waarin het water van de Dommel en de Aa van ’s-Hertogenbosch naar de Maas bij Crèvecoeur stroomde. In het boek “’s-Hertogenbosch Waterstad” door Bram Steketee staat precies aangegeven waar het Zwarte Water heeft gelegen. In 1902 is een nieuwe monding gegraven met de naam ‘Nieuwe Dieze’. De naam ‘Zwarte Water’ heeft (naar alle waarschijnlijkheid) niets met de kleur zwart te maken, maar met zwet wat grens betekent. Gerard Ter Steege


B

Bijzonder raam voor Kringhuis

Op vrijdag 2 maart is in het nieuwe Kringhuis aan het Lombardje een bijzonder kunstwerk onthuld. Het is een speciaal voor de Kring vervaardigd glas-inloodraam. Na enkele inleidende woorden van voorzitter Jo Timmermans vertelt Frans van der Smissen over de totstandkoming van het raam. De maker ervan is Robert Schmidt. Hij stamt uit een glazeniersgeslacht uit de Elzas. In de 17de eeuw trekt een voorvader van Robert naar Maastricht om er aan de Sint-Servaes te werken. In de 19de eeuw werkt een andere voorouder mee aan de Petruskerk in Vught. Eind 19de eeuw komt de familie naar ’s-Hertogenbosch en vestigt zich in de Lange Putstraat. Op de hoek Kerkstraat-Torenstraat, waar nu een bank staat, is tegenover de Sint-Jan het atelier gevestigd. In 2000 heeft Robert Schmidt een raam gemaakt voor de toren van de Sint-Jan. Ook zijn grootvader en vader hebben aan de kerk meegewerkt.

Voorstelling Het bovenstuk bestaat uit roosjes. Die geven het raam een kleurrijk uiterlijk. Het water staat centraal in het raam: de togen van de Binnendieze zijn gevisualiseerd. Verder zijn de contouren van de vesting te zien, inclusief de drie waterwegen Dommel, Aa en Dieze. In deze omkadering staat de Sint-Jan als symbool van de

stad. Er zijn verschillende technieken en glassoorten gebruikt bij het vervaardigen van het raam. De roosjes zijn gebrandschilderd. Er zijn 59 roosjes aangebracht. Deze staan symbool voor het grote aantal actieve groepen van de Kring. Momenteel staan er 59 genoteerd, vandaar. Een deel van het raam is gezandstraald. Er is gebruik gemaakt van neu Antik Glas. Dat wordt eerst geblazen en dan platgegooid. Daardoor ontstaat een niet overal even dikke plaat en dat geeft weer een bijzonder effect. Bovenin het raam zit ook kathedraalglas. Dat is hetzelfde soort glas dat ook in de toren van de Sint-Jan is gebruikt. Rond de vestingcontouren is waterglas gebruikt. Wens In ’s-Hertogenbosch hebben verschillende glasfabrieken gestaan. Zo is onlangs duidelijk geworden dat er een glasfabriek is geweest op de plaats waar nu de voormalige Bank van Leening staat, in de Schilderstraat. In die fabriek werkten in de 18de eeuw liefst 96 werknemers, onder wie 12 kinderen. De grote wens van Frans van der Smissen is: aan de Groote Stroom na de keramiek nu de glaskunst. Er zijn mogelijkheden te over. Nik de Vries

KringNieuws mei 2007, jaargang 33 nummer 3


M

Meimaand Mariamaand

De maand mei is vanouds de tijd dat er extra aandacht besteed wordt aan Maria, de moeder van Jezus. In veel katholieke landen worden dan processies en bedevaarten ter ere van Maria gehouden. In ’s-Hertogenbosch kenmerkt de volksdevotie rond Maria zich door twee omgangen. Allereerst kennen we de Plechtige Omgang op de tweede zondag van mei (Moederdag), waarbij het mirakelbeeld van de Zoete Lieve Vrouwe van de Sint-Jan wordt rondgedragen. Daarnaast is er de Stille Omgang die in juli plaatsvindt, negen avonden achtereen vanaf het feest van Maria op 7 juli. Het is een rondgang langs tien Mariabeelden over een eeuwenoude loopweg. De Plechtige Omgang is in 1368 ontstaan, ter herinnering aan de nachtelijke ‘ommeganck’ die het wonderbeeld van Maria volgens de volkslegende in 1315 zou hebben gemaakt, waarna de stad verlost werd van een pestepidemie. De organisatie van de Plechtige Omgang is altijd in handen geweest van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap. Na 1629 werd door de Staatse overheid een verbod op het houden van processies ingesteld. Mariabeeld en Mirakelboek werden naar Brussel in veiligheid gebracht om pas in 1853 in ’s-Hertogenbosch terug te keren. De katholieke Bosschenaren lieten zich door het processieverbod niet weerhouden en liepen ‘stilletjes’ (zwijgend bij zichzelf biddend) toch door de bekende straten. Zo ontstond tijdens de Staatse overheersing de Stille Omgang: de gewoonte om rond de Bossche feestdag van Maria op 7 juli, negen dagen achtereen (een noveen) in stilte de Bidweg, ook Beeweg genoemd, te lopen. Route Beeweg Zowel de Plechtige als de Stille Omgang volgt de route van de eeuwenoude Beeweg. Als men besluit om het aloude traject eens te lopen, kan men het beste bij de Sint-Jan beginnen. Mariakapel Lepelstraat Mariabeeld met kind

De Goede Moeder Ons Lief Vrouwke

St. Anna ten Drieën

10

Regina Pacis

Mozaïek v.d. Heilige Rozenkrans

Maria van de Beurdsestraat Bosch Marieke In ‘t Sevengester

KringNieuws mei 2007, jaargang 33 nummer 3

De Sint-Jan uitkomend, slaan we linksaf en lopen we via de Parade naar de Peperstraat. Aan het eind van de Peperstraat slaan we rechtsaf de Verwersstraat in. Na ongeveer dertig meter gaan we linksaf de Beurdsestraat in. Als we de parkeerplaats aan onze rechterhand voorbij zijn, gaan we meteen rechtsaf de Weversplaats op en al doorlopend komen we via de Oude Hulst op de Prins Bernhardstraat. Nu moeten we schuin naar links oversteken en rechts de St. Jorisstraat ingaan. Aan het eind hiervan slaan we linksaf de Vughterstraat in en direct weer rechtsaf de Postelstraat in. Deze loopt vanzelf over in de Kruisstraat, we slaan linksaf de Korenbrugstraat in en na de Korenbrug, bij het beeld van Zoete Lieve Gerritje, gaan we rechtsaf de Lepelstraat in. Deze straat uitlopend, gaan we rechtsaf de Visstraat in. Aan het eind hiervan gaan we rechtsaf de Hooge Steenweg in, richting de Markt. Als we nu met de bocht naar links meelopen, de Markt steeds aan de rechterzijde houdend, komen we vanzelf in de Hinthamerstraat terecht. Bij het eerste kruispunt gaan we rechtsaf de Torenstraat in en zo komen we weer bij de Sint-Jan uit, en is de aloude route waarlangs ooit Maria heeft gelopen, ten einde. Zie ook het in dit artikel opgenomen routekaartje van de Beeweg. Tien Mariabeelden De Beeweg wordt door een aantal Mariabeelden gemarkeerd. Deze afbeeldingen worden door de Vereniging Stille Omgang ’s-Hertogenbosch onderhouden; een aantal beelden is ook door de Vereniging geplaatst. De beeltenissen worden twee maal per jaar door de Vereniging van bloemstukken voorzien: tijdens de Plechtige Omgang op de tweede zondag van mei en tijdens de negen dagen durende Stille Omgang van 7 tot en met 15 juli. Tevens heeft de Vereniging het onderhoud van de Mariakapel aan de Lepelstraat op zich genomen. Ook zorgt ze ervoor dat bij alle beeltenissen de blauw /witte Mariale vlag wordt uitgehangen. Maria in ‘t Sevengester Het pand Verwersstraat 79, op de hoek van de Beurdsestraat, heet In ’t Sevengester. Boven de winkeldeur bevindt zich een gevelsteentje van Franse kalksteen, waarin zeven sterren zijn te onderscheiden. Pand en gevelsteen dateren van begin 16de eeuw. In de zijgevel van het pand aan de Beurdsestraat bevindt zich een nis met een Mariabeeldje. Huiseigenaar Gerard Hurkens (van de verfhandel) plaatste in 1970 een Mariabeeldje in de nis. Dat beeldje was op zekere dag verdwenen. Inmiddels was Hurkens in het bezit van een ander Mariabeeldje gekomen. Dit staat nu, verankerd aan de gevel,


in de nis, beveiligd met een hekje. Het beeldje van kunststeen is ontworpen door Willem Friese en uitgevoerd door Klaas van Rosmalen van de firma Parastone. Het is een gestileerd beeldje met een grove oppervlak van de zittende Maria met Kind; de kleding en zetel zijn schematisch aangegeven. Officieel behoort dit Mariabeeld niet tot de Mariale markeringen van de Beeweg. Het wordt wel door de Vereniging onderhouden, en tijdens de meimaand en de omgangsdagen worden er ook bloemen geplaatst. Maria van de Beurdsestraat De Beurdsestraat is de eerste straat geweest waar bewoners tijdens de Plechtige Omgang Mariabeeldjes met kaarsen en bloemen voor de ramen zetten. In het begin van de 20ste eeuw bestonden de Plechtige Omgangen uit langgerekte, uitbundige optochten waarin het mirakelbeeld van de Zoete Lieve Vrouwe uit de Sint-Jan werd meegedragen. In 1916 werd in het hoekpand Beurdsestraat-Kemelsharenhoek een Mariale gedenksteen gemetseld, als herinnering aan de omgang van 1915. Het was een grote, rechthoekige, van kalksteen vervaardigde gevelsteen. Onder de gevelsteen hing een lantaarn waarin kaarsjes gebrand konden worden. In 1966 werden de huizen aan de Beurdsestraat gesloopt en verdween ook de gevelsteen, en wel naar de gemeentewerf. Op 3 mei 1981 is op initiatief van de Vereniging aan de andere zijde van de Beurdsestraat, in de zijgevel van het huis aan de Binnendieze, wederom een Mariale afbeelding geplaatst. Dit van terracotta gemaakte Mariabeeldje is vervaardigd door de kunstenaar Frans van Amelsfoort en ingezegend door pater Barnabas van den Brule. Een traditioneel, naturalistisch beeldje van een staande Maria met Kind. Tevens werd een plaquette geplaatst, met de tekst: “Aan de overkant is

na sloop Maria’s beeltenis verdwenen. Aan deze gevel is zij weer verschenen. 1916 mei 1981”. Op 8 juli 2001 vond de huidige voorzitter van de Vereniging het beeld in honderden stukken op de grond. Na een geldelijke inzameling kon een nieuw Mariabeeld gemaakt laten worden, ditmaal in bronzen uitvoering, vervaardigd door Emmy Peters uit Bokhoven. Op 30 april 2002 heeft bisschop Hurkmans het Mariabeeldje ingezegend. Bosch’ Marieke In de gevel van het Refugiehuis van Sint-Geertrui aan de St. Jorisstraat, bevindt zich het derde Mariabeeld: Bosch’ Marieke. Het beeldje, in 1947 door beeldhouwer Manus Evers vervaardigd, is gehakt in een driehoekig blok natuursteen, dat ingepast is in

de hoek van het gebouw. Het is een afbeelding van een staande vrouwelijke figuur in zeer hoog reliëf met scherpe en hoekige vlakken. Eronder staat de tekst: “Herinnering aan Bosch’ Marieke 1947”. Bosch’ Marieke was een volksstuk en tevens een Mariaspel naar een idee van een toenmalige kapelaan van de parochie van Sint-Cathrien. Deze wilde een beter contact bewerkstelligen met en tussen de bewoners van de Oude Hulst, Weverplaats, De Mortel, Bandsche Poort en Berenbijt. In het spel speelden ongeveer 100 bewoners mee. Op 29 mei 1947 vond in het Casino de première plaats, in 1955 werd het voor het laatst opgevoerd. Daarna verdwenen de oude buurt en het spel. De oorspronkelijke plaats van Bosch’ Marieke was op de hoek Bandsche Poort en Oude Hulst. Toen daar de huizen werden afgebroken, is het beeldje op 18 oktober 1976 herplaatst in de St. Jorisstraat. In het julinummer van KringNieuws komen in een vervolgartikel de resterende zeven Mariabeelden langs de Beeweg voor het voetlicht. Tekst en foto’s: Ed Hupkens

KringNieuws mei 2007, jaargang 33 nummer 3


M

Muziek op de Binnendieze 1997-2007

De vijf heren die de concerten op de Binnendieze organiseren vormen een hecht clubje. “We gaan ermee door tot iemand van ons niet meer kan,” zegt Frans Sluyter. “Dat betekent ook dat niemand mag stoppen,” vult Jacques Quaars aan. We praten in hun clubhuis, een kamer in het huis van Quaars. De concerten organiseren ze deze zomer tien jaar. Tijd om hun verhaal op te tekenen. De Stichting Havenconcert verzorgde al vanaf 1989 concerten op een podium in de Haven bij de Boombrug. Het publiek stond op de kant. Na enige jaren werd de belangstelling minder en de Stichting leidde vervolgens een slapend bestaan. Het bescheiden kapitaal werd overgemaakt aan een goed doel.

Locatie Het vinden van een locatie geeft de meeste problemen. Sluyter en Quaars doen verslag van de opeenvolgende oplossingen die ze gevonden hebben. Ter gelegenheid van 25 jaar Kring is een podium gebouwd bij het Herman Moerkerkplein. Het publiek staat op de trappen. Een prachtige plek, maar hiervoor is slechts eenmaal vergunning verleend door de gemeente. Een andere locatie is achter de Vier Azen. Een podium voor de musici en het publiek luistert in de rondvaartboten.

Nieuw elan Het bestuur van de Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch krijgt op een gegeven moment de lege Stichting Havenconcert cadeau. Hein Kurvers, de toenmalige voorzitter van de Kring, vraagt Frans Sluyter, zowel lid van het Kring-bestuur als bestuurslid van de Stichting om het initiatief nieuw leven in te blazen. Sluyter ziet daar wel wat in, maar hij heeft niet zoveel contacten in de muziekwereld. Hij benadert Quaars. Deze laatste heeft wel banden met muziek en musici. Hij was onder andere voorzitter van de stichting Vrienden van de Azijnfabriek waar 80 lunchconcerten per seizoen worden gegeven. Met Frans van Kollenburg, René Bokslag en Jan Tervoort vormen zij het nieuwe bestuur van de Stichting Havenconcert. Het eerste jaar worden twee concerten gegeven bij de Vier Azen. In 1998 worden de concerten verplaatst naar een podium nabij de Groote Hekel. In datzelfde jaar organiseren zij ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Kring, zes extra concerten bij het Herman Moerkerkplein. 1988 was ook het jaar dat het bestuur het aandurfde een concert te organiseren met Het Brabants Orkest, met dirigent Jaap van Zweden en de Belgische zangeres Vera Mann, op de Dommel bij de Wilhelminabrug.

12

In 1999 worden nog vier concerten gegeven, een jaar later staan er zes concerten op het programma. Die worden elk twee keer uitgevoerd. Dat betekent dus jaarlijks 12 uitvoeringen. De concerten worden gegeven onder de naam Muziek op de Binnendieze. De organisatie werkt nauw samen met de Kring en in het bijzonder met de stichting Binnendieze. Er wordt gebruik gemaakt van de schippers en de boten die zomers op de Binnendieze rondvaarten verzorgen. Zo is een unieke muzikale presentatie ontstaan. Inmiddels wordt komende zomer het tweede lustrum gevierd.

KringNieuws mei 2007, jaargang 33 nummer 3

Een mooie plaats, maar een beetje luidruchtig. Tussen de muziek door kletteren de messen en vorken. Een jarige trakteert op een etentje in het restaurant en wordt toegezongen. Deze locatie is niet voor herhaling vatbaar. De laatste jaren wordt met veel genoegen gebruik gemaakt van een podium aan de Groote Hekel, gebouwd door de firma Van Drunen, die in die tijd ook de restauratie van de Binnendieze verzorgt. Het bestaat uit een vast deel, dat onder water ligt en het eigenlijke podium dat jaarlijks opgebouwd wordt. De welstandscommissie vindt deze situatie niet langer wenselijk. Volgend jaar moet een andere oplossing gezocht worden. Een drijvend podium, dat weggesleept kan worden zou ideaal zijn, maar wie gaat dat betalen? De heren hebben goede moed. Ze krijgen veel waardering voor hun werk en de gemeente vindt de muziekuitvoeringen één van de activiteiten die de stad op de kaart zetten.Maar het gaat niet alleen om het podium. Er is ook ruimte nodig waar de musici zich kunnen omkleden en kunnen inspelen. Tot nu toe is er een vriendelijke familie die vlak bij de Groote Hekel woont en die zes keer per jaar haar huis beschikbaar stelt.


K

Korte berichten

De concerten Verschillende kleine ensembles verzorgen de zes concerten. Zij brengen licht klassieke muziek. De laatste jaren wordt die aangevuld met wereldmuziek. Deze zomer worden de concerten verzorgd door ensembles die zich in de afgelopen tien jaar met succes hebben gepresenteerd. Het seizoen wordt op 23 juni gestart met het befaamde Van Dingstee Strijkkwartet. Zij spelen het Klarinet Kwintet van W.A.Mozart met als soliste Céleste Zewald op klarinet. Het tweede concert, op 30 juni, wordt verzorgd door de Nederlandse fado-zangeres Maria Femandes die wordt begeleid door het ensemble Os Solitários. Het ensemble Consorcio Fuente y Caudal brengt op 7 juli naast tango’s van Astor Piazzolla ook Spaanse muziek en bossa’s. De vierde avond, 25 augustus, treden de vier charmante harpistes van Harpe Diem uit België op. Oleg Fateev is een virtuoos bayanspeler (knoppenaccordeon). Hij speelt op 1 september met zijn trio melancholieke Russische en Moldavische volksliederen. Als laatste concert, op 8 september, zal Sandra Coelers met haar kwartet Flor de Amor u laten genieten van Argentijnse en Cubaanse muziek. Het concert is alleen per boot te beluisteren. Het publiek wordt in de avond met de bekende rondvaartboten naar het podium gebracht. De opstapplaats is in de Molenstraat. Op zichzelf is dat al een hele ervaring, zo’n avondvaartocht. Na het concert vaart u in de stille avond terug. Het is geen wonder dat Muziek op de Binnendieze nationaal bekendheid heeft gekregen. Dat vertaalt zich ook in de belangstelling. In de eerste jaren zijn zo’n zestig procent van de beschikbare plaatsen verkocht, nu zijn de concerten bijna altijd uitverkocht. Marjan Vonk

13

Er is voor het podium plaats voor vijf boten. Dat betekent dat er per voorstelling tachtig plaatsen beschikbaar zijn. Er zijn twee concerten per avond: afvaart steeds om 19.45 uur en om 21.30 uur. Kaarten zijn te koop bij de balie van het Diezehuis, Molenstraat 15a en kosten € 12,-. Kaarten zijn ook telefonisch te reserveren op nr. 0900 2020178. Voor meer informatie zie www. muziekopdebinnendieze.nl

KringNieuws mei 2007, jaargang 33 nummer 3

Fietstocht naar Waalwijk

Op zaterdag 2 juni organiseert LEF opnieuw een fietstocht, dit keer richting Waalwijk. We hebben weer moeite gedaan om er een aantrekkelijke tocht van te maken. Om 9.00 uur verzamelen we bij het winkelcentrum de Helftheuvel, bij het parkeerterrein aan de Kooikersweg. Via Heusden fietsen we langs mooie weggetjes richting Waalwijk om daar een bezoek te brengen aan het Nederlands Leder- en Schoenenmuseum. Een leerrijk museum, vol geschiedenis en mode, traditie en trends, ambacht en techniek. Halverwege de fietstocht houden we even een pauze voor een kopje koffie. Opgefrist fietsen we weer verder naar Waalwijk. We worden in het museum rondgeleid door een gids. Tijdens de rondleiding krijgen we koffie of thee met een ‘halve zool’ en we kunnen dan kijken naar een videofilm Lederbewerking en een dia-klankbeeld. Kosten voor het geheel bedragen acht euro. Gaarne z.s.m. inschrijven aan de balie in de Verwersstraat ’s‑Hertogenbosch. Agnes Heijting, werkgroep LEF

Fietsen naar Rooi Een vooruitblik! Op veler verzoek willen we de fietstocht naar St.-Oedenrode herhalen. Na telefonische informatie ter plekke of we met een groepje fietsers terecht kunnen, hebben we een optie gekregen op 29 september. We hebben gekozen voor die datum omdat de wijngaard dan op zijn mooist is. De kosten zijn … 8.50,-. Deze prijs geldt voor het complete arrangement. Ontvangst met koffie/thee en wat lekkers erbij. Daarna een uitleg van de wijngaardenier, en een rondgang door de wijngaard. Vervolgens de videofilm ‘Van slok tot stok en tot slot’ de wijnproeverij. Meer informatie komt in september in het KringNieuws. Voor nu willen we graag weten op hoeveel mensen we kunnen rekenen. We moeten namelijk aan een minimum aantal komen willen we als groep een rondleiding krijgen. Mocht u belangstelling hebben voor deze fietstocht, dan graag een telefoontje (liefst na 18.00 uur) op nr. 073-644 33 06 of per E-mail /-p.heijting@ hetnet.nl Agnes Heijting, werkgroep LEF


E

Een nieuwe mantel voor de Zoete Moeder

Het Noordbrabants Museum houdt in de meimaand een kleine expositie rond de nieuwe mantel van de Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch. De Broederschap van Onze Lieve Vrouw heeft vier kunstenaars uitgenodigd om een ontwerp te maken voor de nieuwe schutsmantel. Uit deze ontwerpen is de opzet van kunstenaar Janpeter Muilwijk gekozen. De expositie laat de ontwerptekeningen en verschillende stoffen zien en een documentaire over de totstandkoming van de mantel. Bovendien worden de losse panden van de mantel tijdens de tentoonstellingsperiode geborduurd door –traditiegetrouw – Bossche dames. De Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch geniet grote bekendheid. Aan het 13de-eeuwse beeld van Maria met het kindje Jezus op de arm worden wonderbaarlijke krachten toegeschreven. Het trekt jaarlijks vele pelgrims uit alle delen van Europa en vormt al meer dan zes eeuwen het brandpunt van een sterke Mariadevotie. In de loop van de geschiedenis zijn er verschillende mantels gemaakt waarmee de Zoete Moeder werd getooid, naast andere kostbaarheden als zilveren en gouden kronen, scepters, kruisen en rozenkransen. De huidige, bijna honderd jaar oude mantel – donkerrood en met gouden borduursels versierd – is aan vervanging toe. Daarom heeft de Broederschap van Onze Lieve Vrouw de opdracht gegeven om een nieuwe schutsmantel voor Maria te ontwerpen.

14

De opzet van Janpeter Muilwijk (1960) is gekozen. Hij ontwierp een dubbelmantel, waarvan de buitenkant ‘het leed in de wereld’ verbeeldt waartegen de ‘boetelingen’ bescherming zoeken. Het leed wordt gesuggereerd door een patroon van doornen, distels, stenen en vuur op een zware rode ondergrond. De lichte binnenkant daarentegen verbeeldt de beschutting die de mens zoekt bij de Zoete Moeder, de Moeder van Christus. In deze ‘schuilplaats’ gaat het over de troost van het geloof. De symboliek is

KringNieuws mei 2007, jaargang 33 nummer 3

duidelijker aanwezig dan in de oudere schutsmantels. De inhoud is oecumenisch en heeft een openheid naar andere culturen en godsdiensten, hoewel de beeldtaal teruggaat op de Christelijke traditie.

De ontwerpen voor deze spectaculaire hedendaagse schutsmantel worden samen met de schetsontwerpen van Stop Bleeding (Diane Schouten en Marc Mulders), Gijs Frieling en Addy van den Krommenacker – de andere uitgenodigde kunstenaars – geëxposeerd in de Tuingalerij van het Noordbrabants Museum.


B

Bouwstijlen: Renaissance Refugiehuis Mariënhage

Omstreeks 1420 vond in Italië een ‘wedergeboorte’ plaats van de waarden van de klassieke beschaving. Het individu met eigen persoonlijkheid kwam centraal te staan; een emancipatie-beweging ten opzichte van kerk, vorst en corporaties. Dit werd primair in de literatuur tot uitdrukking gebracht, maar ook in andere kunstvormen, waaronder de bouwkunst. Wat West-Europa betreft bleef in de bouwkunst de gotiek nog heel lang doorwerken. Pas in bouwwerken van een eeuw later vinden we belangrijke kenmerken van de Renaissance (1530-1630) terug. De bouwkunst heeft hier een onderverdeling gekregen in vroegRenaissance en Maniërisme/Hollandse Renaissance.

Dit is in Vlijmen, Smalle Haven

Voorbeelden Het Kasteel van Breda is in Brabant een fraai voorbeeld van Renaissancebouw. In ’s-Hertogenbosch is Refugiehuis Mariënhage te rekenen tot de vroeg-Renaissance en de kosterij van Sint-Cathrien tot het Maniërisme. Daarnaast zijn fraaie voorbeelden: De Goudsbloem (Hoge Steenweg 32), Korte Putstraat 9/9a, De Gulden Hopsack (Orthenstraat 3), de Brabantse Poffer (Postelstraat 3A), Dit is in Vlijmen (Smalle Haven 23), ’t Misverstant (Snellestraat 28), Refugiehuis (Spinhuiswal 1), de Gulden Steur (Visstraat 24), de Vier Azen (Vughterstraat 102/104/106).

Kostery St. Cathrien Kruisbroedershof

15

Kenmerken In de bouwkunst greep men terug naar de Griekse en Romeinse ‘zuilenorden’: Dorisch/Toscaans, Ionisch, Corinthisch en de combinatie van deze twee Composiet. Deze orden waren uitgangspunt voor de gehele maatvoering van de bouw. Men streefde naar harmonische verhoudingen en symmetrie; horizontalisme van de gevelindeling. In de vormentaal kwam dat tot uitdrukking in zware, ruw gehakte blokken in de onderste laag van een gebouw (rustica), ronde bogen in galerijen en speklagen, de afwisseling van lagen baksteen met natuursteen. De trap- en topgevels werden met zandstenen platen afgedekt. De topgevels werden met band- en rolwerk versierd. Frontons, diamantkoppen, leeuwenkoppen, siermetselwerk, sierankers, festoenen en medaillons met portretkoppen als decoratie.

KringNieuws mei 2007, jaargang 33 nummer 3

Tekst Ton Graus en foto’s Jan-Hein Schutselaars


B

De Bossche muntslag

We werken om geld te kunnen verdienen, om brood te kunnen kopen, om te eten, om te kunnen werken, om geld te kunnen verdienen, om…etc. etc’. Dit oude gezegde is ook heden ten dage voor velen nog steeds actueel. Een onbekende dichter schreef al rond 1050: ‘Het geld regeert en het geld spreekt recht’. Door de eeuwen heen heeft geld altijd en overal een belangrijke en bepalende rol gespeeld en het doet dat nog steeds. Tussen het muntgeld uit de 12de eeuw en de euro’s van vandaag ligt een traject dat zeker voor numismaten een ware uitdaging is. Numismatiek is het vak dat zich bezighoudt met de studie van munten en penningen uit heden en verleden. Meer dan normale belangstelling voor munten en penningen kan op vele manieren ontstaan. Door veel te reizen, door kennis te maken met andere culturen of vanuit een geschiedkundige interesse. Het verzamelen van munten leidt ook tot vragen waarop antwoorden vaak in archieven terug te vinden zijn. Een diversiteit aan vragen, want in de numismatiek komen politiek, economie, geschiedenis, communicatie, ambacht en kunst samen. Iedere verzamelaar kiest zijn eigen accenten en meestal liggen deze in het verleden van de munten of penningen. Bij de Numismatische Kring Brabant (NKB), verbonden met het Noord-Brabants Genootschap, staat de kennis over munten en penningen voorop.

de Pieterspenning

16

De leden onderling wisselen de verkregen kennis uit en publiceren daarover. De geschiedenis van de Bossche muntslag is daar een voorbeeld van. Jan die Leeuwe De muntslag bestaat reeds 2500 jaar. De Grieken ontdekten dat door het bolletje muntmateriaal te verhitten de slijtage van de stempels werd verminderd. De Romeinen zagen later kans om de stempels te harden, zodat de verhitting van het

KringNieuws mei 2007, jaargang 33 nummer 3

bolletje muntmateriaal niet meer nodig was. In de Middeleeuwen ontstond geleidelijk een techniek, waarbij platen materiaal werden gegoten, die met een hamer op juiste dikte werden gebracht. Uit deze platen werden rodellen (ronde plaatjes) geknipt, waarna de munt werd geslagen. Op 27 december 1576 wordt in de notulen van het Bossche stadsbestuur vermeld, dat aan ‘Brussel’ was gevraagd om een munt te mogen oprichten. Jan die Leeuwe diende op 3 februari 1578 bij het stadsbestuur het verzoek in om de munten te mogen slaan. Hij krijgt op 18 juni 1578 het octrooi om voor de stad het kleingeld of kleine munten te slaan (oorden, duiten en halve duiten). Het slaan van de munten moest hij wel zelf bekostigen. Bovendien moest hij vier jaar lang een bedrag van duizend gulden in de stadskas storten en werd hem geen vrijstelling van het betalen van stedelijke accijnzen verleend. Over de betaling van duizend gulden, de salarissen van de waardijn en van de essayeur en de verschuldigde sleischat, heeft Jan die Leeuwe een ernstig meningsverschil gehad met de Magistraat maar de afloop van dit conflict is niet te achterhalen. Munthuis Een munthuis werkte in opdracht van de muntheer (Stad ’s-Hertogenbosch). Deze verkreeg van de koning of keizer het recht om, met name genoemde, munten te vervaardigen van een bepaald gewicht, gehalte en uiterlijk. De muntheer verpachtte de productie meestal aan de meestbiedende muntmeester ( Jan die Leeuwe, en anderen). Deze was een zelfstandig ondernemer, die het muntbedrijf voor eigen rekening uitoefende. De muntmeester stelde gebouwen en personeel ter beschikking. De muntmeester deed de goud-, zilver- en koperaankopen en betaalde het personeel. De waardijn vertegenwoordigde de muntheer in het munthuis en controleerde uiterlijk, gewicht en aantal geslagen munten in verband met de sleischat die door de muntmeester aan de muntheer betaald moest worden. De waardijn beheerde ook de stempels in verband met mogelijke valsemunterij. Verder was in het munthuis een essayeur werkzaam. Een scheikundige die in opdracht van de muntheer het gehalte van de munten controleerde en de ingekochte partijen goud, zilver en koper onderzocht. Periode 1579-1624 Bij de onderhandelingen tussen ’s-Hertogenbosch en het Hof te Brussel heeft de hertog van Parma in december 1579, namens Philips II, het verzoek van het stadsbestuur ingewilligd om een eigen muntatelier te mogen oprichten voor het slaan van munten. In de bevestiging van 28 februari 1580 worden de


voorschriften genoemd ten aanzien van vorm, gewicht en het gehalte van de gouden, zilveren en koperen munten. In de Ordonnantie ende instructie van 1581 tussen de stad en de muntmeester worden de munten genoemd die Jan die Leeuwe geoorloofd is te slaan en de waardeverhouding ten opzichte van het aantal stuivers.

Jos Holland biedt wethouder Pauli de Pieterspenning aan

17

Bossche Muntmeesters: Jan Hermans die Leeuwe Reinier van de Laer Adriaan Franszn Cornelts van den Leemputten Nicolaes Bloemaerts Cornelts van den Leemputten Lieven van Craywinckel

van - tot: 1578 - 1591 1591 - 1594 1595 - 1604 1606 - 1613 1614 - 1616 1616 - 1619 1620 - 1624

Sinds het begin van de 15de eeuw werden de waardeverhoudingen gerelateerd aan de stuiver. Koperen munten zijn geslagen op naam van Philips II en op naam van de aartshertogen Albertus en Isabella (dochter van Philips II). Deze munten dragen Bourgondische en Spaanse wapens en op sommige typen komt ook het wapen van ’s‑Hertogenbosch voor. De muntslag was gericht op de zuidelijke Nederlanden en ze lijken dan ook sterk op munten die elders in de zuidelijke Nederlanden zijn geslagen. Alleen door het muntteken (bij ’s‑Hertogenbosch een boompje) en soms door het jaartal kan men de penningen, duiten en oorden onderling onderscheiden.

KringNieuws mei 2007, jaargang 33 nummer 3

Kenmerken van het Bossche oord De munt was oorspronkelijk gevestigd in het Hof van Zevenbergen aan de Keizerstraat. Na een brand werd het pand echter niet meer geschikt geacht en vanwege gevaar van mogelijke herhaling werd een ander pand betrokken. Muntmeester Nicolaes Bloemaerts huurde toen van ene Erasmus van Grevenbroeck in 1614 het pand in de Postelstraat genaamd het huis van de vrouwe van Deventer dat later de Munt zou gaan heten. Bloemaerts kreeg ontslag omdat hij verdacht werd van dubieuze praktijken en zelfs werd verdacht de brand in de munt te hebben aangestoken. Naast Jan die Leeuwe zijn er nog vijf muntmeesters geweest, die de koninklijke muntslag in ’s-Hertogenbosch hebben uitgeoefend. Nadat koning Philips IV niet langer medewerking verleende aan de muntslag werd in 1624 het vuur in de Munt definitief gedoofd. Gouden Pieter van Brabant De Numismatische Kring Brabant (NKB) bestaat nu 50 jaar. Om dit jubileum niet ongemerkt voorbij te laten gaan zijn er verschillende activiteiten georganiseerd. Op 28 april werd de voorjaarsvergadering van het Koninklijk Nederlands Genootschap van Munt- en Penningkunde in ’s‑Hertogenbosch gehouden. Tijdens deze vergadering werd een speciaal nummer van De Beeldenaar gepresenteerd. Op het stadhuis kreeg wethouder Pauli een exemplaar van de speciaal geslagen jubileummunt aangeboden. Deze zilveren penning is gemodelleerd naar een gouden munt uit 1375, die in Leuven werd geslagen. Bij de kenners staat deze bekend als de gouden Pieter van Brabant. Na het officiële gedeelte werd onder leiding van stadsgidsen door het oude centrum gewandeld en verzorgden de schippergidsen een vaartocht over de Binnendieze. Aan het eind van de dag kregen ook de gidsen de jubileummunt uitgereikt voor hun enthousiaste bijdrage aan het welslagen van deze dag. Jos Holland en Gerard ter Steege


N

Nelleke de Laat ‘op kamers’

De beste omschrijving voor Nelleke de Laat is fenomeen, of fenomenaal. Ooit zei iemand over haar: «Dè wéfke kan’t gelijk». Dat mag dan overdreven zijn, maar dat ze op vele gebieden actief is staat vast. Deze zomer laat ze dat zien in het Noordbrabants Museum. In de portierswoning op het voorplein toont ze twee maanden lang haar omvangrijke collectie zelf gemaakte kleding, haar doodskist, haar kunstwerken en nog veel meer. Nog belangrijker is dat Nelleke er zelf ook is om alle bezoekers te vertellen over haar (kleur)rijke leven. Al vanaf haar kinderjaren tekent en schildert zij en waar mogelijk zocht zij de artistieke kanten van het leven op. In ‘s-Hertogenbosch is zij een bekend verschijnsel op straat, in het theater, de musea en daar waar ‘het allemaal te doen is’. Het meest opvallend is de wijze waarop ze zich kleedt. Al zeer jong heeft zij geleerd om die kleren zelf te maken en zij doet dat nog

Brabantse Ze vertelt in een heerlijk Brabants dialect dat deel uit maakt van haar persoon. Haar gevoelens en gedachten weet ze er perfect in uit te drukken en je merkt pas hoe goed ze dat doet wanneer ze overgaat op ‘normaal’ Nederlands. Zo geeft ze als geen ander inhoud aan de dichtregel ‘Op weg naar Brabant wordt de wereld warmer’. Ze is gastvrij, open en deelt haar enthousiasme en creativiteit graag met anderen. Daarom biedt het Noordbrabants Museum tijdelijk gastvrijheid aan Nelleke door haar de beschikking te geven over de portierswoning op het voorplein van het museum waar zij letterlijk ‘op kamers´gaat. Twee maanden lang mag zij hier alles laten zien, haar omvangrijke collectie zelf gemaakte kleding, haar doodskist, haar kunstwerken. En het belangrijkste is: Nelleke zelf zal er ook zijn om alle gasten te ontvangen en te vertellen over haar (kleur)rijke en gevulde leven. Familie Bijna gelijktijdig met Nellekes aanwezigheid zal van 21 juli tot 2 september in de Tuingalerij van het museum een expositie te zien zijn van schilderijen van

steeds. Daarmee maakt ze zichzelf tot een wandelend kunstwerk. Gehuld in zijden japonnen, meestal met een passend hoedje en tas en dat alles in kleuren die in het Hollandse straatbeeld zeer zeldzaam zijn.

18

Haar huis Wie Nelleke beter kent, weet dat ook haar huis vol is van haar artistieke explosies. Net zoals zij fraaie zijden stoffen in haar kleding combineert met stoffen, kralen, knopen en materialen van uiteenlopende herkomst, zo is het interieur van haar huis één grote verzameling van alles wat haar leven bepaalt: gevarieerd, kleurrijk en met aandacht voor het detail, het speelse en het onverwachte. Haar huis heeft een Chinese kamer, vol met van alles dat naar China verwijst. Nelleke heeft zelfs haar eigen doodskist al klaar staan, beschilderd en bekleed.

KringNieuws mei 2007, jaargang 33 nummer 3

haar zoon, Gurt Swanenberg. Gurt heeft het artistieke talent van zijn moeder meegekregen en zich in korte tijd ontwikkeld tot een door velen bewonderd schilder in het realistische genre. Tenslotte is er op de laatste dag van de tentoonstelling, zondag 2 september om 14.00 uur, een voordracht met muziek van haar echtgenoot Cor Swanenberg, een kenner van de Brabantse dialecten. U kunt plaatsen reserveren op telefoonnummer 073-687 78 77. Jan Korsten. 7 juli tot en met 2 september 2007 in de portierswoning


V

Verrassende (vaar)combinaties Varen met de koninklijke familie op de Singelgracht is een unieke belevenis, zeker voor de schippers van de Binnendieze. Op 30 april vond een feestelijke koninklijke happening plaats in de stad en de schippers hebben daaraan graag hun steentje bijgedragen. Vele duizenden belangstellenden hebben de koninklijke vaartocht vanaf de Zuidwal gevolgd. Op de Dommeldijk waren het de in historische kleding uitgedoste groepen en de gilden die een sfeervolle bijdrage leverden aan deze onvergetelijke tocht over de voormalige stadsgracht. Bij het binnenvaren van het Voldersgat werd de koninklijke familie enthousiast toegezongen door de zangers van het Binnendiezekoor. Varen met de koningin blijft voor de schippers een unicum, gelukkig geldt dat niet voor andere verrassende vaarcombinaties. Een feestelijke combinatie op de Binnendieze is het varen met de huwelijksboot. Aanstaande bruidsparen zijn vaak op zoek naar nieuwe mogelijkheden om de dag van hun leven zo romantisch mogelijk in te vullen. Op de huwelijksdag met de boot van of naar het stadshuis is een unieke en speciale combinatie. Dankzij de stadsrivier van ’s-Hertogenbosch kan dat in onze gemeente. Het is een ware belevenis voor een bruidspaar om in de feestelijk versierde boot, over de Binnendieze te varen. In de onderaardse gewelven van de stad bevindt zich een steigertje en een oud stenen trapje waarlangs de trouwzaal kan worden bereikt. Deze tocht draagt zeker bij aan een onvergetelijke trouwdag, al wordt bij het inschepen na het ‘Ja-woord’ vaak gehoord dat het paar dan echt de boot in gaat.‘Varen en trouwen’ vormen een feestelijke combinatie in het hart van de historische stad.

19

Er zijn meer verrassende combinaties mogelijk. Wat te denken van muziek en de Binnendieze. De komende maanden wordt weer een aantal zomeravondconcerten op het water georganiseerd (zie elders in dit blad). Vanuit de boot kunnen de gasten in de sfeervolle ambiance van het Voldersgat genieten van de licht klassieke concerten op het water. Tijdens de terugtocht over de Binnendieze komt het niet zelden voor dat de vleermuizen zich laten zien in het licht van de bootlampen. Dat kan ook gebeuren tijdens een aantal avonden met Poëzie op het water. Tijdens deze tochten worden in de boot gedichten en verhalen voorgedragen, veelal uit het werk van regionale schrijvers en dichters. Van een heel andere allure is de vaarwandelroute ‘In de voetsporen van de vijand’. Op een aantal zondagen bestaat de mogelijkheid om met een gids van Staatsbosbeheer door het Bossche Broek te wandelen. In dit van oorsprong uitgestrekt moerassig grondgebied ontmoeten cultuur en natuur elkaar op imposante wijze. Met voortdurend een prachtig zicht op de skyline van de stad kan de bezoeker genieten van de unieke flora en fauna in dit beschermde natuurgebied.

KringNieuws mei 2007, jaargang 33 nummer 3

Afhankelijk van de indeling brengt de schipper u per boot naar het wisselpunt op de Dommel bij Vught of vaart u weer terug naar het Voldersgat. De combinatie van wandelen en varen bestaat ook binnen de stadsmuren. Afhankelijk van de indeling wordt bij de vaarwandelroute Bossche Binnenstad begonnen met lopen of met varen. De stadsgids neemt de deelnemers mee door het historische hart van de oude vestingstad waarbij uitvoerig wordt verteld over de interessante aandachtspunten. Het wisselpunt van deze tocht ligt bij de fontein van Dieske op het Herman Moerkerkplein. Daar vervolgt u de route per boot of andersom wordt de stadswandeling gemaakt. Met de schippergids vaart de bezoeker over de waterstromen en onder de vele overkluizingen door. Het unieke van de Binnendieze komt daarbij uitvoerig aan bod waardoor de gasten dat zo ook kunnen ervaren. Een besloten gezelschap in een of meer privé-boten is al een veel gevraagde combinatie. Deze mogelijkheid bestaat in de vroege avonduren waarbij de Historische route wordt gevaren. Dit privé varen moet tijdig worden vastgelegd om er zeker van te zijn dat de boot met de schippergids op het afgesproken tijdstip klaar ligt. Naast de dagelijkse vaartochten, de wandelroutes en de objectexcursies staan deze verrassende combinatietochten vermeld in de speciale Kringfolder ‘Ontdek ’s-Hertogenbosch’. Bovendien wordt in het Prentenmuseum (Verwersstraat) en in het Diezehuis (Molenstraat) alle informatie gegeven die de bezoekers nodig hebben om het motto “Laat u verrassen in de stad van Jeroen Bosch” optimaal te kunnen beleven.


N

NS-station

Verhalen uit het bos van de hertog Regelmatig breng ik een bezoek aan de fraaie begraafplaats Groenendaal. Meestal ga ik dan ook even naar het graf van een voormalig prominent lid van de Kring, de veel te vroeg overleden Peter-Jan van der Heijden (19471999). Ik denk op zo’n moment terug aan de fijne gesprekken die ik mocht voeren op het Stadsarchief, waar ik ook vol aandacht naar hem luisterde. Hij vertelde eens over de station van Eduard Cuypers.Het oorspronkelijke plan van de directie van de NS was het station te bouwen op de plaats waar nu het kantoor staat van Essent, bastion Deuteren. Het kon dan gebouwd worden op niveau begane grond, waarvandaan reizigers via de Vughterdijk, nu Vughterstraat, naar het centrum konden.

KringNieuws is het minimaal zes maal per jaar verschijnend tijdschrift van de Kring Vrienden van ’s‑Hertogenbosch. Redactie: Jan Korsten, Gerard ter Steege, Frans van Sundert, Marjan Vonk, Nik de Vries en Gerdie de ZeeuwNieuwenhuis (voorzitter). Vormgeving: Saskia van Amstel, Egbert van den Berg en Jack van Elten Redactie-adres: Secretariaat KringNieuws Postbus 1162 5200 BE ’s‑Hertogenbosch E-mail: redactie@kringvriendenvanshertogenbosch.nl Druk: Drukkerij Opmeer bv, Den Haag Oplage 2.750 stuks Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen

20

Dat is door de eeuwen heen altijd de meest gebruikte route geweest vanuit het zuiden. Als het plan van de NS-directie was doorgegaan, had de Vughterstraat nog meer allure gehad, vooral het gedeelte tussen wat nu het Heetmanplein is en de Kuipertjeswal. Misschien is het maar goed dat het plan niet doorgegaan is. Want nu is het in de historie een straat geweest met wisselende winkelpanden, hier en daar een gesloten huis en diverse steegjes. Zo had dat deel toch zijn eigen karakter. Voor de NS-directie was er nog een technische reden om daar te bouwen. Zo konden de rails geleidelijk oplopen naar de spoorbrug over de Dieze, minder hellend dus. Maar de gemeente had andere plannen in verband met de stadsuitbreiding. Men trok een lijn vanuit de Visstraat naar het spoor over ’t Zand en zo werd de ligging van het station bepaald. Dat betekende dat het hele terrein van het spooremplacement moest worden opgehoogd, zodat de rails niet te steil richting Diezebrug zouden lopen. Anders kon de locomotief met zijn wagons de helling niet nemen. Die ophoging gaf het station ook een statiger aanblik: men keek ertegenop, met een brede trap, geflankeerd door onder andere twee leeuwen. Deze zijn nu aan de achterzijde van de passerel te zien. Helaas is het fraaie station kapotgebombardeerd in de Tweede Wereldoorlog. Waar het station oorspronkelijk gepland was, lag de wijk Lombok. Ook deze heeft in de oorlog zwaar te lijden gehad. Na 1945 is de wijk nog even bewoond geweest, maar de woningen voldeden niet meer en zijn begin jaren ’50 gesloopt. Daarna is het PNEM-gebouw daar neergezet en in 2006 is dat gebouw deels gesloopt en vervangen door een nog grootschaliger kantoor van Essent. Zo blijft een stad zich steeds weer vernieuwen, een stad die constant werkt aan zijn toekomst, een toekomst die voor Peter-Jan abrupt werd afgebroken. J. van Haaren

zonder schriftelijke toestemming van de redactie.

Secretariaat Postbus 1162 5200 BE ’s‑Hertogenbosch E-mail: algemeen@kringvriendenvanshertogenbosch.nl Internet: www.kringvriendenvanshertogenbosch.nl Betalingen: Postgiro 3.119.716 Jaarlijkse bijdrage minimaal ¤ 15,00 Jeugdleden ¤ 7,50 Kringhuis Lombardpassage 14 Kringbalie Verwersstraat 19A ’s‑Hertogenbosch Telefoon

073 - 613 50 98

Telefax

073 - 614 60 21

Openingstijden: Dinsdag tot en met zaterdag van 10.00 - 17.00 uur Zon- en feestdagen van 12.00 - 16.00 uur

KringNieuws mei 2007, jaargang 33 nummer 3


KringNieuws Mei 2007