Issuu on Google+

KRING n i e u w s uitgave van kring ‘vrienden van ‘s-Hertogenb o s c h ’

Jaargang 27

INHOUD Impressies van een moskeebezoek.................................. 3 stichting Muntelhistorie.............. 4 De voorzitter onthult…................ 5 Bewoners Orthen- en Peperstraat onder de loep............ 6 Lezerspanel Kringnieuws............... 7 Jacobus van Cruijsen, in 1820 veroordeeld door de krijgsraad................................... 8 Panorama op de Wereld, Het landschap van Bosch tot Rubens ....................................... 8 Afscheid van bezorgers ........... 10 Werkgroep LEF over Bossche kelders ........................... 10 Jan van Laarhoven vol plannen.................................... 11 Rondleiding op begraafplaats Groenendaal ................................. 11 ”Onze Binnendieze, een bewogen water”........................... 12 Stadhuistoren van ‘s-Hertogenbosch.......................... 13

Laatste boekennieuws.................. 13 Berichtje uit de kringwinkel.................................... 14 Namen ............................................ 16 Marius de Leeuw per fiets verkend .......................... 16 Lezing: Onze ouwe Sint-Jan ........ 16

Kringnieuws maart 2001

2001

nummer 2

maart 2001

Een nieuw huis

van de redactie

voor de Kring

Op 28 april a.s. wordt aan de Verwers­ straat 19 en 19A in ’s-Hertogenbosch voor het publiek een Prentenmuseum geopend. Trotse eigenaar van het pand is Bosschenaar, zakenman en cultuurmin­ naar Jo Timmermans. Hij nam een deel van kunsthandel Borzo over, liet dat ver­ bouwen en bracht in het schitterende interieur vervolgens zijn uitgebreide col­ lectie originele oude stadsplattegronden en prospecten onder. Ook authentiek werk van de Bossche kunstenaars Hendrik de Laat en Herman Moerkerk krijgt een eigen plek in het historische pand. Al in een pril stadium was Jo Timmer­mans in gesprek met het bestuur van de Kring “Vrienden van ’s-Herto­gen­bosch” om tot een bepaalde samenwerking te komen. Enkele weken geleden werden beide par­ tijen het eens: de Kring kan het prenten­ museum niet alleen gaan ‘beheren’, maar vindt ook onderdak in het pand. Voorwaar een fantastisch begin van het jaar 2001. “Het betekent voor ons een echte cultuur­ omslag,” zegt voorzitter Cor Gillhaus trots. Cultuuromslag Op veel terreinen gaat het voor de Kring anders worden. “Neem nu alleen al de organisatorische kant,” aldus Gillhaus. “Nu de plannen doorgaan, betekent dat tevens dat de Kring de Kruisstraat verlaat. Dat wil zeggen, dat de Kringwinkel gecombineerd wordt met de museumwinkel. Alle medewerkers zijn intussen geïnformeerd en krijgen straks aan de Verwersstraat een enigszins andere taak. Zij zullen de vele bezoekers van zowel de Kring als het museum op een meer informatieve manier benaderen. We zullen hen wegwijs maken in het

Het prentenmuseum aan de Verwersstraat 19 en 19A

De uitgave van dit vernieuwde Kringnieuws is mede mogelijk gemaakt dankzij een financiële bijdrage van Jacques Stienstra. 1


Het nieuwe pand van de Kring, aan de Molenstraat 27B waar veel interne activiteiten van de Kring, waaronder de opleidingen, de werkgroepen en de redactie, onderdak vinden. Foto’s: Wim Schouten.

nieuwe museum. Nieuwe activiteit wordt ook de opleiding van vrijwilligers voor rondleidingen door het prentenmuseum. Als dat goed verloopt, kunnen we te zijner tijd ook positief reageren op eventuele verzoeken van kleinere musea in het historisch centrum van ‘s-Her­to­ ge­nbosch om daar rondleidingen te verzorgen. Vooral voor onze wat oudere gidsen lijkt het erg aantrekkelijk om niet met gasten door weer en wind te lopen, maar hen wegwijs te maken in de unieke kleine musea van de stad. Als dat allemaal in kannen en kruiken is, kortom als we deze idealen hebben kunnen verwezenlijken, ligt er nog een nieuwe kans voor het grijpen. We zouden als Kring ons heel graag definitief willen vestigen aan het Hofje van Koolen. Dat blijft voor ons een gouden optie voor de toekomst, die we binnen 3 2

tot 5 jaar hopen te verwezenlijken. Een eerste stap daartoe hebben we vorige maand gezet door het pand Molenstraat 27B aan te kopen. Hier vinden straks de diverse werkgroepen en opleidingen onderdak. Ook de redactie vindt hier een prima plek om haar vergaderingen te houden.” Financieel plaatje Het financiële plaatje gaat er volgens Cor Gillhaus ook aantrekkelijk uitzien. “We gaan natuurlijk huur betalen voor huisvesting. Voor het beheer van het museum ontvangen wij een vergoeding. De inkomsten van kaartverkoop, publicaties en de verkoop van boekwerken van de museum- en Kringwinkel zijn voor de Kring. Dat betekent dat financiële effecten gunstig zijn.”

De consequentie van de nieuwe plannen betekent tevens een verhuizing van de Kring. Deze plannen zijn nu uitgekristalliseerd. “Wat we wel beseffen is dat we nu de bedrijfsefficiency nog moeten verbeteren, maar aan alles wordt gewerkt. Het belangrijkste is dat we, voor het seizoen begint, alles op de rails hebben om cultuur en historie onder een dak te verenigen.” Gerdie de Zeeuw-Nieuwenhuis

Kringnieuws maart 2001


nader bekeken

Impressies van een

moskeebezoek ver mee gekomen, moet ik zeggen, mede vanwege het feit, dat hij van meet af aan de gelegenheid tot vragenstellen gaf. Na een korte aarzeling kwamen de vragen los, ik zou bijna zeggen: vlogen we erop. Dit leidde tot een onverwachte, maar zeer geanimeerde zitting. Het waren, voor ons althans, brandende vragen, die meer duidden op de perikelen met onze eigen omgang met onze godsdienst en die hoogstens wat confronterend waren ten opzichte van de islamitische godsdienst, waarover we tot nu toe nog nauwelijks informatie hadden. Enerzijds maakte dit de zaak levendig, anderzijds vond ik het ook wat jammer. Tegenover de rust hunnerzijds van een totale aanvaarding van hun godsdienst en vooral ook hun godsdienstbeleving, leek het aan onze kant op een demonstratie van het –wellicht onder druk van het decadentieproces van onze westerse beschaving- wegebben van onze dagelijkse beleving van de godsdienst, en het leggen van de schuldvraag van dit loslaten van de beleving bij de godsdienstleer zelf en de institutionalisering hiervan. Met hoogstens als substituut een puur humanisme. Ik vraag me af, of onze gastheren zaten te wachten op onze worsteling met vrouwenemancipatie, met het ontkennen van een bang makend bestaan van hel en verdoemenis. Een eenling (gelukkig maar, hoop ik) getuigde zelfs van een ontkenning van de hemel. Wat weer de vraag opriep naar het onherroepelijk in de hemel

komen hunnerzijds bij een sneuvelen in de Heilige Oorlog. Onze gastheren deden hun best ons te overtuigen van hun onaantastbaar geloof: Allah is God en Mohammed is Zijn profeet. Dat je niet in de hemel gelooft, omdat je deze niet ziet, is voor hen hetzelfde als dat je je eigen verstand of ziel niet ziet; dit zegt nog niets over het bestaan ervan: je ziel bestaat immers, en waarom de hemel niet. Essentieel is voor hen, dat de islam behalve wereldgodsdienst, zoals boeddhisme en christendom, met nadruk een levensbeschouwing en een dagelijkse leefwijze is: ieder heeft een goede, maar ook een kwade ziel (de duivel) in zich. De goede ziel moet leven, want deze voert naar de hemel. Het inpakken van de godsdienst in regels komt op de tweede plaats en wordt logisch aanvaard als gevolg van het eerste: een beleven van de godsdienst. Hun godsdienstbeleving alsmede de gebedsoefeningen, waarbij iedereen welkom is, vinden plaats binnen locale gemeen-

schappen. Er is geen hiÍrarchische kerkopbouw. De bewaking van de overigens heldere leer is in handen van de imam (de plaatselijke voorganger) en van de korangeleerde. Informatie over de positie van de vrouw kwam later tijdens het bezoek aan de moskee zelf. Dat vrouwen praktisch onzichtbaar, afgescheiden zitten tijdens de godsdienstoefeningen, heeft niets te maken met een mindere positie van de vrouw, maar geeft veel meer een bescherming van de vrouw tegen opdringerigheid van de mannen. Hetzelfde motief ligt ten grondslag aan het feit, dat de vrouwen achter de mannen lopen en niet omgekeerd. De vrouwen zijn gesluierd als een uiting van achting voor hun omgeving. Gelukkig beloofde de heer Hamid Majaiti, dat hij zijn lezing op schrift naar mij zal opsturen, zodat deze, of een uittreksel hiervan, kan geplaatst worden in Nieuwsbrief of ( als de redactie dit wil) als inleg bij het Kringnieuws. De rondgang door de moskee was interessant, zij het in vrij stille vorm, omdat individueel werd gebeden. Ik vond het stille intense bidden in alle overgave van deze mensen indrukwekkender dan de ontegenzeggelijk fraaie moskee: je voelt je opgenomen in een gewijde ruimte. Ik denk, dat zo’n eerste kennismaking een aanrader is voor vele anderen onder ons; op 17 maart mogen we terugkomen. Een verdieping van deze contacten zou eveneens wenselijk zijn in onze multiculturele stad. Al bij al vonden mijn vrouw en ik het een bijzondere middag, waarover we nog lang hebben doorgepraat. Vincent en Anneke Verberk

Kringnieuws maart 2001

3


Stichting togenbosch wonen en door anderen op wie de wijk aantrekkingskracht uitoefent. Interessant is dat de wijk tachtig jaar bestaat. Veel van de geschiedenis van men­ sen valt ook voor amateur-historici nog te achterhalen! Het onderzoek richt zich ook op een nauwkeurige ‘biografie’ van ieder huis, te beginnen met de eerste bewoners. Tal van interessante zaken verdienen een beschrijving, zoals straatnamen, architecten, bouwtekeningen van huizen en van de wijk, het klooster, soorten scholen, religie, waar de eerste bewoners vandaan kwamen. De filosofie van de bebouwing door de bouwverenigingen in min of meer gesloten blokken en voor bepaalde groeperingen. Wat stond de woningbouwverenigingen, kloosters en andere instellingen voor ogen toen zij hun werkzaamheden startten? We kunnen niet vaststellen tot welke conclusies het onderzoek zal leiden, omdat in overleg met de Stichting Muntelhistorie uitvoerig inspraak is bij het starten van een onderzoek en bij het uitwerken van de onderdelen. Dat maakt onderzoek juist zo spannend en uitdagend! Er is al veel in onderzoek genomen, zoals de Van der Weeghensingel. Uit de woning- en gezinskaarten in het Stads­ar­ chief en van de verstrekte informatie van de huidige bewoners van de straat verwachten we binnen afzienbare tijd conclusies te kunnen trekken uit dit pilotproject. Een eenvoudige publicatie over deze uitkomsten is al in voorbereiding, waarin naast informatie over de bewoners ook beschrijvingen van rivier de Aa, de Rückert­ brug, Citadelbrug, etcetera zijn opgenomen. Zo’n publicatie zal zeker het nodige enthousiasme opwekken. Voelt u zich ook geroepen om mee te werken aan dit onderzoek? Het is inderdaad de bedoeling om tot zo’n 15 à 20 publicaties te komen; een wonderlijke competitie tussen straten? Wij zullen van iedere publicatie leren om de volgende nog weer beter te maken. Diverse projecten zijn gestart en lopen al volop. Vele staan nog op stapel; wie laat ze met ons te water?

John Vermulst

4

bossche historie

Muntelhistorie Misschien was u al op de hoogte dat enige tijd geleden de Stichting Muntel­ historie in het leven is geroepen. De opzet van deze stichting is historisch onderzoek te verrichten over, in en van de wijk de Muntel met als einddoel historisch verant-

woorde publicaties. In het kort samengevat is de doelstelling van het project Muntelhistorie: onderzoek te laten doen door de bewoners van de wijk, door mensen die ooit hier gewoond hebben en nu elders in of buiten ’s-Her­

Impressies van een moskeebezoek

vervolg

De redactie van het Kringnieuws vroeg mij mijn indrukken op papier te zetten van het bezoek aan de Marokkaanse moskee aan de Vogelstraat op zater­ dag 20 januari. Ik doe dit in briefvorm, omdat ik dan een aantal zaken minder formeel hoef te beschrijven. Over de organisatie van deze middag zeg ik niets, want dat wordt dan een preek voor eigen huis. Alles verliep goed. Buiten was het bar winterweer. Dat verwacht je niet bij een bezoek aan een moskee, want dan denk je aan zon, blauwe luchten en warmte. De opkomst was goed. Het binnentreden was al spannend: de schoenen uit. Voor de gewone gebruikers een rite, voor ons wellicht een kleine bijdrage aan de nede-

righeid: je voelt je een stukje kleiner; overigens gepaard aan een gevoel van huiselijkheid. De ontvangst in de (bibliotheek)zaal was verrassend: koffie en thee (uiteraard mintthee in prachtige gouden glaasjes) stonden klaar; een immense schaal met zelfgebakken koekjes op tafel, alsmede schalen met dadeltrossen. Heel feestelijk, zeer gastvrij. De bedoeling van ons, maar ook van de gastheren, was dat we eerst een inleiding zouden krijgen over de islam als godsdienst. Na het welkomstwoord van de voorzitter van de Marokkaans-Islamitische Vereniging, de heer Ilbernisi, begon de jeugdige heer Hamid Majaiti aan zijn zorgvuldig voorbereide lezing. Hij is daar niet

Op de redactie ontvingen we over het moskeebezoek ook een artikel van mevr. Schillop. We hebben het helaas niet kunnen plaatsen. We willen u er wel graag voor danken! Kringnieuws maart 2001


van het bestuur

De voorzitter onthult… De Kring “Vrienden van ’s-Hertogen­ bosch” gaat het nieuwe Prentenmu­ seum in de Verwersstraat beheren. Dat is niet alleen een nieuwe activiteit, maar het betekent ook een nieuw onderkomen voor de Kring. Om meer bekendheid te geven aan de activitei­ ten van de Kring zullen we zes maal per jaar een speciale pagina in de Bossche Omroep vullen. Twee nieuwe activiteiten waar ik u graag meer over wil vertellen. In het vorige nummer vertelde ik u dat de Kring door een van de partners in de organisatie van de Architectuurprijs van de stad ’s-Hertogenbosch betiteld was als besmet met het ‘oude-herenvirus’. De schrijver van het bedoelde artikel schreef echter ‘oude heldenvirus’. Wat mij tot het verkeerde citaat bracht is dat momenteel veel Kringleden, en dat zijn niet alleen oude heren, zich associëren met het oude heldenvirus. Zij maken zich grote zorgen over het huidige beheer van het cultuurhistorisch erfgoed van en in de stad.

het Kringnieuws. We willen echter graag een breder publiek informeren over de activiteiten van de Kring. Daarom gaan we zes maal per jaar nieuws en activiteiten van de Kring publiceren in de Bossche Omroep. Dit zondagsblad heeft een oplage van 93.000 exemplaren. We hopen op die manier een breed publiek te informeren en nog meer belangstelling te krijgen voor onze activiteiten. Mogelijk kunnen we op deze manier nieuwe leden werven en misschien ook meer vrijwilligers. De Bossche Omroep zal zesmaal per jaar een speciale pagina opnemen met onder andere onze visie op de cultuurhistorie van ‘s-Hertogenbosch en het beheer van dit erfgoed. Ook onze doelstellingen willen we graag breed uitdragen, met een concrete toelichting ten aanzien van die zaken die op dat moment actueel zijn. Verder denken we aan het publiceren van kennis en inzichten die in de werkgroepen ontwikkeld worden en natuurlijk aan activiteiten waardoor iedere bezoeker en iedere Bosschenaar onze stad nog meer leert waarderen.

De Kring in de Bossche Omroep Onze kring telt ongeveer 2000 leden, van wie er 250 actief meewerken. De communicatie met vrijwilligers wordt verzorgd door een maandelijkse nieuwsbrief. De leden worden van ons beleid en onze activiteiten op de hoogte gehouden door

Museumbeheer Dit voorjaar neemt de Kring een nieuwe uitdaging aan. Op verzoek van de heer Jo Timmermans, eigenaar van het nieuw te openen Prentenmuseum aan de Verwers­ straat, gaat de Kring dit museum beheren. Jo Timmermans heeft een grote collectie

(advertentie)

stadsplattegronden en prenten van ‘s-Her­ togenbosch vanaf de 16e eeuw verzameld. Daarnaast verzamelt hij origineel werk van Hendrik de Laat en Herman Moer­kerk. Hij wil zijn collectie graag aan het publiek laten zien. In de Verwersstraat is de laatste maanden hard gewerkt. De voorgevel is teruggebracht in 19e-eeuwse stijl. Ook het interieur is, waar dat nodig was, in oude stijl teruggebracht. En in die stijlvolle kamers hangen vanaf het mu­seumweekend (21 en 22 april) unieke kaarten, originele prenten en aquarellen die alle betrekking hebben op ’s-Hertogen­ bosch. De Kring vindt het een uitdaging en een eer om het museum en het gebouw te beheren. Kaartverkoop en informatie over de tentoonstelling worden door Kring­ vrijwilligers verzorgd. Een aantal van onze vrijwilligers wordt nu bijgeschoold. Zij zullen u straks graag in de Verwers­ straat 19 ontvangen. Het Kringhuis in de Kruisstraat zal sluiten. Ook voor de kaartverkoop, het regelen van stadswandelingen, rondleidingen en het organiseren van arrangementen, alsmede de aanschaf van boeken kunt u vanaf 28 april in de Verwersstraat terecht. Cor Gillhaus

(advertentie)

Kringnieuws maart 2001

5


Bewoners Orthen- en Peperstraat onder de loep In 1994 is door de Kring “Vrienden van ’s-Hertogenbosch” het initiatief geno­ men tot een onderzoek naar de woon­ cultuur van ‘s-Hertogenbosch. Samen met het stadsarchief werd de stichting “Wooncultuur in ‘s-Hertogenbosch van 1650 - 1850” opgericht. Zoals de naam van de stichting al zegt, is gekozen voor een periode van 200 jaar: begin­ nend in de 17de eeuw en eindigend in het begin van de moderne tijd. Het onderzoeksgebied bevat twee straten: de Peperstraat en de Orthenstraat. In een vorig artikel (Kringnieuws 24, 1998, nr. 3, pagina 14-15) is de Peper­straat uit­ voerig aan bod gekomen. Nu een blik op enkele bewoners van de veel langere Orthenstraat. De Orthenstraat In de Orthenstraat en de daarbij horende steegjes werden in 1750, toen deze nummering voor het eerst werd toegepast, 215 panden genummerd van B1 tot en met B215. Wat wij tegenwoordig de Orthenstraat noemen, heette vroeger, vanaf de Markt gezien, Orthenstraat tot aan de Orthen- of Brusselsepoort, daarna heette het het Ortheneind. De ‘opnemers’ begonnen meestal bij de Ruissche Poort, liepen door tot de Zevensteense brug en gingen aan de andere zijde terug. Maar in 1679 liep hij/ zij vanaf de Visstraat langs de westzijde van de Orthenstraat naar de Zeven­steense brug en daarna vanaf de Ruissche Poort aan de oostzijde ook in noordelijke richting naar dezelfde brug. In eerste instantie dachten we dat die ‘opnemer’ aan de oostzijde begon bij een pand dat wij kennen onder de naam De Brouwkuip, het eerste in de Orthenstraat, tegenwoordig Orthenstraat nummer 1 naast de Ruissche Poort. Maar uit het onderzoek blijkt dat hij eerst deze poort inliep en het pand De Pijnappel, genoemd naar Jan Pijnappel den Oude (1544), bezocht. Dat pand had vermoedelijk zijn toegang in die poort. De ‘opnemer’ liep daarna door de Ruissche Poort, over de Markstroom van de Binnendieze naar woning nummer B2: het refugiehuis Mariënhage. Voor 1629 woonden daar de kanunniken van Mariën­ hage en daarna kwam het in handen van 6

de Commissaris Ordinaris der StatenGeneraal Johann Ruysch. Toen was de Ruissche Poort nog geen openbare weg en had de steeg ook nog geen naam; pas in latere tijden werd deze poort naar de familie Ruysch genoemd. Mosmans schrijft op blz. 82 over de Ruis­ sche Poort: “Toen in mei 1684 de stads­ secretaris Ruysch overleed, veel schulde nalatende (zegt Hezenmans) en de familie niet wilde toestaan de meubelen openbaar te verkoopen, deed men de poort met geweld openbreken. De presidentschepen Kuchlinus in ambtsgewaad, staan­de op den stoep van het huis De Korenbloem, (perceel 71), leidde den formeelen stormloop op de poort, waaraan door smeden, kraan-kinderen, bier- en zakkedragers met hamers en stokken werd deelgenomen.” Vanaf 1688 tot 1850 woonde in Mariën­ hage een plebaan of pastoor. In het begin van de 18de eeuw werd het refugiehuis, de pastorie van de schuilkerk Achter de Tol­brug, de voorloper van de Sint Pieter­ parochie. Pas na het bezoek aan het refugiehuis ging de ‘opnemer’ naar het al eerder genoemde pand genaamd De (Gulden) Brouwkuip (B3). Hier was heel lang een brouwerij gevestigd waarvan onder meer de weduwe Henrick van Amelsfoort, Joost Ouwers, de heer Appelboom en Lambert van Roosmalen de eigenaren waren. In 1846 was in De Brouwkuip een branderij, eigendom van Johannes de Leijer, gevestigd. Hierna ging de voettocht van ‘de opnemer’ verder langs huizen met prozaïsche na­men als De Rode Roos, De Witte Hand en Het Brandijzer. En liep hij de vele stegen in zoals de Straatjes van Best, ‘s-Gra­ ven­lands Poort en de Kloostergang, waar meestal ‘gemene lieden’ woonden. Voorbij nummer B89 stond het vroegere Geertruiklooster dat na 1629, toen de nonnen waren ´uitgestorven’, een Staten­­ logement werd. Het pand naast het huis De Vier Heemkinderen (B100) heeft in verhouding weinig bewonerswisselingen gekend. Voor 1629 was het pand in bezit van de kloosterlingen van het Geertruiklooster. Hoe het in eigendom is gekomen van particulieren is onbekend, maar dat zal vermoedelijk op een oneerlijke wijze zijn

bossche historie

vervolg

gebeurd (Zie Sasse van Ysselt deel I pag. 93). Vanaf 1679 werd het pand bewoond door de familie Elsevier. Abraham Elsevier was drost van 1685 tot 1696. Pas in 1743 kwam het huis in bezit van advocaat Anthonie Versfelt die gehuwd was met een van de kleindochters van Elsevier. 14 november 1791 verkocht Jan Versfelt het huis aan Aart Hollander voor 1826 gulden. Zes jaar later verkocht deze het op 23 maart voor 200 gulden minder aan Frans Arend die het dezelfde dag met 300 gulden winst, voor 1926 gulden, doorverkocht aan Klaas Bunninger. Tussen 1790 en 1800 wisselde het pand dus enkele keren van eigenaar totdat Leonardus Eras, de pijpenfabrikant, er ging wonen en die bleef er tot 1850. In het huis met de naam Het Maasschip (B144) woonde van 1698 tot 1804 de slagersfamilie Van Herpen. Deze was ook eigenaar van het pand. De familie was tevens eigenaar van het ernaast gelegen pand (B145) waar in 1722 Dirk Pilet woonde die als kraankind de stadskraan aan de haven bediende. Na pand B144 stak de ‘opnemer’ de straat over om aan de westzijde terug te gaan. Hij kwam langs de gebouwen De Rooie Leeuw en de Sint Eloykapel (B171 en B172) die in 1766 werden samengevoegd en bestemd tot het stadsmagazijn. Later waren er de korenbeurs en het politiebureau gevestigd. Na het Bokhovenstraatje volgde nog de beroemde glasblazerij van Willem van Bree in het pand genaamd Het huis van Hemert (B195) dat op de plek stond waar later de fabrieken van De Gruyter zouden verschijnen. Deze kruideniersfamilie had in 1846, aan de overzijde van de straat, in het pand De Lintmolen (B28) tussen het Eerste en het Tweede Straatje van Best, een rosgrutmolen staan. Een rosgrutmolen is een molen aangedreven door een paard waar graan tot grutten wordt gebroken. Vrijwel aan het begin van de westzijde van de Orthenstraat bevond zich het pand De Strikkepoort dat bestond uit de samengevoegde percelen B210 en B211 (zie kaartje). In dat pand had Martinus van Someren van 1753 tot 1822 een logement en factorije (een kantoor en magazijn van een handelsonderneming in vreemde landen). Kringnieuws maart 2001


De Strikkepoort dankt zijn naam aan de man die het gebouw in 1538 kocht: Jan Strick. De familie Strick verkocht het in 1656 aan Anneke Martens, de weduwe van Jacob Creeft. In 1682 trouwde Isaac Elsevier zich in de familie en zijn kleinzoon verkocht het pand op 22 juni 1748 aan de eerder genoemde Martinus van Someren. Deze opsomming geeft aan wie de eigenaren van het pand B211 waren maar dat zegt niets over wie er woonden. Dat waren achtereenvolgens: Jan van Rosmalen, zijn weduwe, Herman van Munster, Thomas de Bendt, Joost van Gasselt, Willem Liebergen, Louis van Venroy, zijn weduwe en Cornelis van Warmond. Deze Cornelis van Warmond was architect en hout- en steenkoper en was ook eigenaar en bewoner van het naastliggende pand (B210). Hij heeft vermoedelijk de aanzet gegeven om de twee panden samen te voegen. Als laatste bespreken we het huis dat op de westhoek van de Orthen- en Visstraat staat, namelijk het huis De Hoge Stoep (B215). Waar deze naam vandaan komt, is onbekend. Het naastliggende pand heeft ook een mooie naam: Den Groenen Fluweelen Sadel. De eerste bekende bewoner van De Hoge Stoep is Willem Greijns die er tot 1705 woonde. Na hem kwamen schoenmaker Antoni Praet en meester kleermaker Johan­nes Fusie (1720-1753) in het pand wonen. Adriaan Leytens kocht op 19 mei 1773 het perceel van de familie Van Han­s­ wijk en ging er ook wonen. Eerst wordt hij in de bronnen omschreven als een hande­ laar in wijnen en gedestilleerde wateren, maar vanaf 1785 is hij een koop­man in glas. In 1814 worden hij en zijn echtgenote Eliabeth Haren als particulieren (ambteloos burgers, dit in tegenstelling tot ambtenaren en militairen en ook wel tot handelaren en winkeliers) omschreven. De laatste bewoner, binnen onze onderzoeksperiode, van het huis op de hoek van de Vis- en Orthenstraat was de timmerman Jan Schoonenberg. Conclusie De resultaten van dit onderzoek geven een nieuw en uniek inzicht in de bewoning van twee Bossche straten. Een inventarisatie als deze, van alle bewoners van één straat over tweehonderd jaar, is nog niet eerder verschenen. Op deze wijze heeft een onderzoek naar wooncultuur een belangrijke ‘spin-off’ voor andere onderzoeken. Zoals in het artikel ook al is Kringnieuws maart 2001

aangegeven, is deze inventarisatie een mogelijke aanzet tot verder onderzoek. De bronnen De gebruikte bronnen zijn in twee soorten te verdelen: primaire en secundaire bronnen. De primaire bronnen zijn gebruikt om de hoofdlijn van de gegevens te bepalen. De secundaire bronnen zijn gebruikt als controle en voor minder essentiële gegevens zoals bijvoorbeeld namen van huizen. Een van die secundaire bronnen is het Access-bestand HUIZEN; dit bevat inmiddels meer dan 3000 records met overdrachten van onroerend goed tussen 1768 en 1802. Het bestand zal uitgebreid worden tot 1832 en is toegankelijk op een terminal in de studiezaal van het Stadsarchief. Drs. Ed van Berge Henegouwen cultuurwetenschapper Om organisatorische redenen is het helaas niet mogelijk de illustratie van de Orthenstraat weer te geven.

Primaire Bronnen: • Gemeente Personele Omslagen van 1804 - 1809 (C120); • Volkstellingen van de jaren 1814; 1822; 1830; 1840 en 1850; • Huurbelasting van 1746 tot 1808 (C106); • Inkwartieringsboeken van1676 tot 1744 (C106); • Statistiek houdende alle Fabrijken, Trafijken etc van G.N. v Achterberg, van 1846 (H402); • Lijsten wegens Het Zout- en Zeepgelt van 1715; 1716; 1719 en 1723 (D201-D206); • Kadastrale gegevens van 1823; • Notarieelarchief Den Dungen: Inv 1082, 37. Secundaire Bronnen: • Sasse v Ysselt, Jhr. mr A.O.F. van: Voorname Huizen en Gebouwen van ‘s-Hertogenbosch, deel 1 t/m 3; Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noordbrabant, 1914 • Mosmans, J. en Mosmans, A: Oude Namen van Huizen en Straten te ‘s-Hertogenbosch; Mosmans, ‘s-Hertogenbosch, 1907 • Access-bestand Huizen.

van de redactie

Lezerspanel

Kringnieuws Conclusie lezerspanel: het Kring­ nieuws, het ledenblad van de Kring “Vrienden van ‘s-Hertogenbosch” is niet alleen een ledenblad, maar ook een blad over de cultuurhistorie van ‘s-Hertogenbosch. In 1999 heeft de redactie van het Kringnieuws gewerkt aan een nieuwe lay-out, het vaststellen van een bladformule en uitbreiding van het redactieteam. Alle reden om ook de inhoud van het Kringnieuws op een beter niveau te brengen. Daarbij is het oordeel van de lezers van groot belang. In het jaar 2000 heeft een eenvoudig lezersonderzoek plaatsgevonden. Een lezerspanel van acht personen heeft de uitgaven van het Kringnieuws beoordeeld aan de hand van vragenlijsten die zij na het verschijnen van ieder nummer toegestuurd kregen. Het is voor de redactie plezierig te vernemen dat het panel oordeelt dat het Kringnieuws niet alleen een ledenblad,

maar ook een blad over de cultuurhistorie van ‘s-Hertogenbosch is. Die mening komt overeen met de bladformule die de redactie voor ogen staat. Andere conclusies van het panel zijn: de artikelen in het Kringnieuws bevatten voldoende informatie en zijn over het algemeen goed leesbaar. De nieuwe lay-out is een aanzienlijke verbetering. Het panel mist informatie over actuele ontwikkelingen rond het Bossche cultuurhistorisch erfgoed en de opstelling van de Kring in de bovengenoemde ontwikkelingen. De informatie in het Kringnieuws is inderdaad niet altijd actueel. Dat is een moeilijke opgave voor een blad dat eens per twee maanden verschijnt. De redactie zal, waar mogelijk, meer aandacht schenken aan de opstelling van de Kring ten aanzien van de cultuurhistorische items in ‘s-Hertogenbosch.

Marjan Vonk

7


vervolg van Kringnieuws januari 2001

Er wordt geïnformeerd bij het Hoog Militair Gerechtshof, die op zijn beurt informatie inwint bij de Krijgsraad in ‘s-Hertogenbosch, hetgeen het volgende antwoord oplevert (7): “De ondergeteekende heeft de eer op nevensgaande rekweste van Jacobus van Kruijsen of van Kreusen den Hove te rapporteren: Dat dezelve inderdaad bij vonnis van de Krijgsraad in het Provinciaal Kommande­ ment van Noord Braband van den 30 December 1819 bij den Hove geapprobeerd den 7de en gepronuncieerd den 15e Januarij 1820 is verklaard vervallen van den militairen stand en geindemneerd tot de straffe van den kruiwagen voor den tijd van twee jaren wegens de misdaad van diefstal ge-pleegd jegens kamaraden in de kaserne dat er niet alleen geene omstandigheden ten processe zijn voorgekomen die het misdadige van dit feit konde verzagten of verschonen immers de verontschuldiging dat de rekwestrant dit goed stal om aan geld te komen daar hij met verlof zoude gaan zal wel in geene de minste aanmerking komen maar veeleer blijkt dat hij met rijpe rade en onbeneveld verstand moedwillig zijne kamaraden heeft bestolen dat er ook bij den ondergetekende volstrekt geen redenen voorhanden zijn

Jacobus van Cruijsen, op grond van welke hij tot eenige verzagting van straf zoude kunne adviseeren Weshalve hij den Hove in consideratie geeft om op het onderhavige rekwest defavorabel en declinatoir aan Z.M. te adviseeren Hopende mits dezen aan s’Hoves intentie te hebben voldaan met eerbiedige onderwerping van zijne gevoelens aan het wijzer en bitter oordeel van den Hove ‘s Bosch 6 Augustus 1820” Dit advies wordt naar het Hoog Militair Gerechtshof gestuurd, dat daarop de koning de volgende brief stuurt: “ Utrecht den 11 Augustus 1820 Aan den Koning Het Hoog Militair Geregtshof voldoende aan het renvoij van den 23 July ll. no. 67 heeft de eer Uwe Majesteit hiermede te dienen van consideratien en advies op den rekweste om gratie aan Uwe Majesteit gepraesenteerd door Jacobus Verkruijzen of van Kruizen geweezen kanonnier bij ‘t Corps Rijdende Artillerie thans geconfineert te ‘s-Bosch de suppliant is bij vonnis van den Krijgsraad in het Provinciaal Commande­ ment van Noord Braband van den 30 December 1819 den 7 Januarij ll. bij dit Hof geapprobeerd met vervallen verklaring van den militairen stand tot twee jaren kruiwagen

straf veroordeelt ter zake van diefstal gepleegd jegens zijne kameraad in de kazerne geene enkele gunstige consideratie leverd de instructie van suppliants proces ten zijne voordeele op en de reden dat hij het goed zoude hebben weggenomen om aan geld te komen vermits hij met verlof zullende gaan daar aan behoefte had, zal ook daartoe geenzints kunnen dienen de suppliant is overigens tot het plegen der misdaad met te veel overleg en moedwilligheid te werk gegaan dan dat hij Uwer Majesteits clementie eenigermate waardig zoude kunnen zijn en het Hof heeft alzoo de eer Uwe Majesteit tot rejectie van het onderhavige verzoek te adviseeren Het Hoog Militair Geregtshof voornoemd Ter ordonnantie van hetzelve P. Ras” De Koning beslist negatief. Op het rekest staat vermeld: “Gewezen van de hand sHage 13 Augustus 1820 nr. 71”. Jacobus zal zijn straf dus moeten ondergaan. Trouwplannen Al vrij snel na zijn ontslag uit het provoosthuis heeft Jacobus van Cruijsen trouwplannen. Hij heeft om te kunnen trouwen een verklaring betreffende de Nationale Militie nodig, waaruit blijkt, dat hij aan zijn mili-

Panorama op de Wereld Grote Voorjaarsexpositie over het Zuid-Nederlandse Landschap 17 maart tot en met 10 juni 2001 In het voorjaar van 2001 organiseert het Noordbrabants Museum een tentoonstelling onder de titel Panorama op de Wereld – Het landschap van Bosch tot Rubens. Deze loopt van 17 maart tot en met 10 juni 2001. De expositie toont de ontwikkelingen in de ZuidNederlandse landschapskunst tussen 1525 en 1675. Rond 1550 waren de uitgebeelde landschappen dikwijls nog fantasievol. Ze werden samengesteld uit motieven die in werkelijkheid niet in die com­binatie voorkwamen. 8

Met­­ter­tijd werd de landschapskunst echter realistischer. Rond 1600 kwam ze meer en meer in overeenstemming met het echte landschap. Die aandacht voor het échte landschap verbindt deze schilderijen met onze tijd, waarin de zorg voor en bezorgdheid over de leefomgeving politiek en maatschappelijk een ‘hot item’ is. Aan de basis van de beeldende en panoramische Zuid-Nederlandse schildertraditie met bijbelse of mythologische onderwerpen staat de kunst van Jeroen Bosch, wiens dikwijls raadselachtige landschappen de inspiratie vormden voor tal van latere ontwikkelingen. In de 16de eeuw was de fantasierijke Zuid-Nederlandse Kringnieuws maart 2001


nader bekeken

in 1820 veroordeeld door de krijgsraad taire verplichtingen heeft voldaan. Die heeft hij echter niet. Daarom schrijft hij op 11 februari 1822 de volgende brief aan Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant (15): “ Aan Heere Edele Grootachtbare Heeren Gedeputeerde Staten der Provincie Noord Braband Geeft met verschuldigden eerbied te kennen Jacobus van Cruijs-en, geboren te Boscappelle den 24e februarij 1795 wonende te ’s-Bosch dat hij suppliant zich in het begin van den jare 1814 vrijwillig bij het Korps Rijdende Artillerie in dienst heeft begeven en onafgebroken is blijven dienen tot in het laatst van 1819 wanneer hij suppliant wegens het verkoopen van deszelfs uniform (16) is gearresteerd met dat gevolg dat hij in het begin van 1820 is veroordeeld tot de straf van den kruiwagen voor den tijd van twee jaren met vervallenverklaring van den militairen stand blijkens bijlage ten deze gevoegd dat hij suppliant thans uit de gevangenis ontslagen zijnde en een wettig huwelijk willende aangaan hiertoe benoodigd heeft te bewijzen van aan zijne verpligting ten aanzien der Nationale Milicie te hebben voldaan waartoe hij zich in de onmogelijkheid bevindt, aangezien hij suppliant in 1815, 1816 en 1817 als in dienst zijnde ver-

meende ongehouden te zijn om aan de loting voor de Nationale Milicie deel te nemen en alzoo hier en dan ook ter goeder trouw nalatig is geweest redenen waarom hij suppliant zich tot Uwedele Grootachtbare wendt met eerbiedig verzoek dat het Uwedelgroot­achtbare moge behagen hem van de verpligting welke er ten aanzien der loting voor den Nationale Milicie op hem heeft berust vrij te stellen Het welk doende“ Gedeputeerde Staten geven het volgende antwoord (17): “11 februarij 1822 Litt. N.N. De Gedeputeerde Staten enz. gezien de rekweste van Jacobus van Cruijsen geboren te Boscapelle den 24 februarij 1795 en wonende te ‘s-Hertogenbosch te kennen gevende dat hij zich in den jare 1814 vrijwillig in dienst heeft begeven en vervolgens is veroordeeld geworden tot de straf van den kruiwagen welke straf hij ondergaan heeft en den 15 Januarij dezes jaars is ontslagen blijkens de stukken ten rekweste overgelegd, dat hij als in dienst zijnde geen deel aan de loting heeft genomen verzoekende dienvolgens van de verpligting welke ten aanzien der Nationale Milicie op hem berust hebben te worden gelibereerd Overwegende dat de suppliant tijdens

zijne lotingspligtige jaren in dienst is geweest en wegens zijne ondergane straf voor den dienst der Nationale Milicie onbekwaam is Besluiten Art. 1 De suppliant wordt van de verpligting welke ten aanzien der Nationale Milicie op hem heeft berust bij deze gelibereerd Art. 2 Een afschrift dezes zal aan den suppliant worden uitgereikt tot dispositie op zijne rekweste De Gedeputeerde Staten enz.” Het zou overigens nog bijna zeven jaar duren, voordat Jacobus zou gaan trouwen!

Theo van Herwijnen 15 RANB: Bijlagen bij de inventaris van het archief van het Provinciaal Bestuur (bloknummer 097.01), inventarisnummer 4982, 11.2.1822, litt. NN 16 Het verkopen van zijn uniform is niet de reden voor de veroordeling geweest, dat was diefstal van kleding uit een kazerne 17 RANB: Bijlagen bij de inventaris van het archief van het Provinciaal Bestuur (bloknummer 097.01), inventarisnummer 7813, 11.2.1822 litt. NN no. 154

nader bekeken

Het landschap van Bosch tot Rubens landschapskunst populair. Schilderijen van Joachim Patenier en Henri met de Bles vonden in heel Europa verspreiding. Er waren ook schilders, zoals Pieter Brueghel de Oude, die de landschappen die zij op hun reizen zagen in hun kunst verwerkten. Anderen maakten met hun verbeelding van het zuidelijke landschap carrière in Italië zoals Mathijs en Paulus Bril en Jan Soens. Rond 1600 werd in en om Frankfurt een belangrijke schilderskolonie, de zogeheten Frankenthaler Schule, gevormd door onder andere Gillis van Coninxloo en Frederik en Lucas van Valckenborgh. Hun bosgezichten en berglandschappen hebben grote invloed gehad op de 17deeeuwse landschapskunst. Tegelijkertijd bleef de enscenering van historische of religieuze thema’s steeds meer achterwege. De kunstenaars concentreerden zich meer en meer op de uitbeelding van stemmige landschappen, dikwijls met exotiKringnieuws maart 2001

sche elementen. Daarnaast maakten schilders als Peter Paul Rubens en Antoon van Dyck arcadische landschappen, die behoren tot de beste landschapskunst uit de 17de eeuw. Publicatie Mede onder invloed van het Zuiden kwam in de loop van de 17de eeuw het typisch Noord-Nederlandse realistische landschap tot bloei. De kenmerkende verschillen tussen beide scholen komen op de tentoonstelling, die 100 schilderijen, prenten en tekeningen omvat, en in de publicatie uitvoerig aan de orde. De catalogus bevat een aantal essays van de hand van dr. Hans Devisscher uit Gent, drs. Edwin Buijsen verbonden aan het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie te Den Haag en drs. Koen Brosens verbonden aan de Katholieke Universiteit te Leuven. De catalogus, met afbeeldingen en

beschrijvingen van alle geëxposeerde werken, kost ƒ 59,50. Audiovisual Bij de expositie wordt een audiovisual getoond, samengesteld door Kees Maas­ winkel/Lucas Productions. Deze duurt circa 12 minuten en wordt getoond op twee schermen. De beelden worden begeleid door commentaar en muziek. Achter de Horizon Van 17 maart t/m 13 mei 2001 wordt in de Tuingalerij een satellietexpositie georganiseerd onder de titel Achter de Horizon. Deze tentoonstelling toont landschappelijke elementen in het werk van vijf hedendaagse Brabantse kunstenaars: Eelco Brand, Marianne Breedveld, Gabriëlle van de Laak, Toon Laurense en Koen Vermeule.

9


van het bestuur

Afscheid van bezorgers Op 15 februari 2001 zijn de bezorg­ers­(sters) van het Kringnieuws en het bestuur van de Kring in het bovenzaaltje van Bar Le Duc in ‘s- Hertogenbosch bij elkaar gekomen. Dit gebeurde op verzoek van het bestuur van de Kring. Tijdens dit gezellig samenzijn heeft Cor Gill­ haus als voorzitter van de Kring de be­zorg­ers en sorteerders onder coördinatie van Atie Linders (helaas wegens ziekte afwezig) bedankt voor de geweldige inzet die deze vrijwilligers in de loop van de jaren als bezorger/bezorgster van het blad en bij­ be­ horende post, hebben getoond. Som­ migen hebben dit meer dan 20 jaar gedaan!

De reden waarom er een einde gekomen is aan deze manier van bezorgen, is het feit dat de leden van de Kring niet altijd het Kringnieuws in dezelfde week ontvingen. De ene vrijwilliger heeft nu eenmaal meer tijd dan de andere om het blad te bezorgen. Daardoor was er voor de ontvangers wel eens een probleem bij inschrijving voor de excursies.

Foto’s: Wim Schouten

Dit betekent niet dat er iets te verwijten valt aan de bezorgers. Het is immers ‘vrijwilligerswerk’. En dat betekent niet dat iedereen op dezelfde tijd vrij heeft. Namens het bestuur: nogmaals bedankt! Frans van Sundert

van de werkgroepen

Werkgroep LEF over Bossche kelders Een avondvullend program over Bossche kelders, en dat nog bovengronds ook. Sinds december 1997 kent ’s-Herto­ gen­ bosch een Bosch Keldergenootschap van afgestudeerden van Boschlogie I. Hun eerste activiteit was een keldertocht door ca. 20 kelders in de Bossche binnenstad. De interesse voor de Bossche kelders wordt steeds groter. De ons bekende ir. Ad van Drunen is een boek over dit onderwerp aan het afron10

den. Het Bosch Keldergenootschap heeft hem gevraagd om over dit onderwerp een lezing te geven. Hij deed ons de suggestie deze lezing niet alleen voor het Keldergenootschap, maar voor alle leden van de Kring te houden. Wij vinden dit een prima idee, vandaar dit bericht in het Kringnieuws. Ad van Drunen houdt zijn lezing op donderdag 26 april in de Azijnfabriek,

Bethaniëstraat. Aanvang is 20.00 uur. Iedereen is van harte welkom. Hij zal spreken aan de hand van lichtbeelden over de kelders in de Bossche binnenstad. Over hoeveel kelders gaat het? Grote? Kleine? In gebruik of niet? Met welke bouwhistorische waarde? etc. Werkgroep LEF, Vincent Verberk

Kringnieuws maart 2001


bosch nieuws

Jan van Laarhoven

vol plannen

met een spotje er op is niet meer van deze tijd. Mensen zijn geïnteresseerd in de wereld achter dat object. Waarom is het gemaakt, welke functie had het in de tijd waarin het gemaakt is? Een museum is een medium dat historische objecten kan laten zien in de wereld waarin dat object een rol had. “Neem bijvoorbeeld de expositie over De Gruyter. Aanvankelijk stond hier een berg dozen, pakken koffie, zakken snoepjes van de week. Daar leek geen tentoonstelling van te maken. Maar door de winkel van De Gruyter na te bouwen en al die spullen daarin een plek te geven, krijg je een informatief en levendig geheel.” Het Jeroen Bosch jaar “Daar moeten we natuurlijk wat aan doen. Toeristen verwachten dat ze hier iets van de schilder vinden.” Het museum beschikt niet over werk van Bosch, maar we hebben dit jaar twee tentoonstellingen waarmee we verwijzen naar Jeroen Bosch. In maart ‘Het landschap van Bosch tot Rubens’ en in september ‘De wereld van Bosch’ met aandacht voor de stad ‘s-Her­ to­genbosch aan het eind van de zestiende eeuw en het culturele klimaat in de stad. Op de langere termijn De directeur van het museum wil naar een nieuwe presentatie. Daarbij zal de huidige indeling verlaten worden. De zaal waar geschiedenis van ‘s-Hertogenbosch getoond wordt, is een goed voorbeeld. “Die inrichting is nu al twaalf jaar hetzelfde. In de toekomst wordt de geschiedenis meer geïntegreerd in de hele opstelling. De opstelling wordt flexibel, zodat we regelmatig kunnen veranderen.” Die nieuwe presentatie laat nog even op zich wachten. Het museum krijgt de beschikking over een gedeelte van het gebouw van de provinciale griffie aan de Waterstraat. Dat gebouw sluit mooi aan bij ons huidige gebouw. Het pand wordt verbouwd om het geschikt te maken voor de nieuwe functie. Van Laarhoven verwacht dat het in 2004 opgeleverd wordt. In het nieuwe pand komt expositieruimte, maar ook kantoren en depotruimte. Dat is dan ook de gelegenheid om het museum opnieuw in te richten. Marjan Vonk

Kringnieuws maart 2001

Jan van Laarhoven is de nieuwe direc­ teur van het Noordbrabants Museum. Het museum interessant maken voor nieuwe doelgroepen, dat ziet hij als zijn opdracht. Op termijn volgt een compleet nieuwe inrichting van het museum, als de voorgenomen uitbrei­ ding met het gebouw van de provinci­ ale griffie gerealiseerd is. Jan van Laarhoven is kunsthistoricus, hij beheerst ook een aantal technieken in de beeldende kunst. Toch is hij vooral manager. Zijn eerste baan was conservator in het Noordbrabants Museum. Daar­na volgden banen in Helmond en Nijmegen. De laatste twaalf jaar was hij directeur van het Bijbels Openlucht Museum. Een grote verandering? Niet zo heel erg. Het Bijbels Openlucht Museum krijgt geen subsidie. “Ik moest dus altijd op zoek om de financiering van het museum en de tentoonstellingen rond te krijgen. Dat is hier in ‘s-Hertogenbosch eigenlijk ook het geval. Dit museum krijgt wel subsidie, maar dat is onvoldoende om de plannen die we hebben te verwezenlijken.” Provinciaal museum Het Noordbrabants Museum is een provinciaal algemeen museum met diverse collecties. In de provincie beheren de mees­te musea een specifieke collectie. “We streven er niet naar een Brabants museum te zijn met alleen Brabantse tentoonstellingen. Daar krijg je de handen niet voor op elkaar. We voeren een eigen programmering. Daarbij kijken we vooral naar: wat zal het goed doen in ons museum. Wat kunnen we aan, wat kennis en logistiek betreft. Een Zuid-Nederlandse invalshoek speelt soms een rol, maar niet altijd. Het is

ook leuk om mensen hier eens iets moois te laten zien waar ze niet voor naar elders hoeven te reizen. We zullen in de toekomst dan ook vaker tentoonstellingen van andere musea overnemen, of samen met andere musea een tentoonstelling maken, die dan op verschillende plaatsen te zien zal zijn.” Nieuwe doelgroepen Een van de opdrachten die Van Laarhoven zich stelt is het binnenhalen van nieuwe doelgroepen. Het huidige museumpubliek is voornamelijk 50-plus. De groep sterft aan de bovenkant af, maar vult aan de onderkant niet automatisch bij. Onderzoek heeft geleerd dat mensen op latere leeftijd zoeken naar kunstuitingen die aansluiten bij hun beleving van kunst uit hun jeugd. De toekomstige 50-plussers zullen eerder aangesproken worden door pop en rock, dan door de traditionele vormen van kunst. Het museumbeleid moet er daarom op gericht zijn meer tentoonstellingen in dat genre te brengen om deze doelgroep te interesseren. De wereld achter het object Ook de wijze van presenteren zal veranderen. Een prachtige penning in een vitrine van de werkgroepen

Rondleiding op begraafplaats Groenendaal Op zondag 6 mei a.s. organiseert werkgroep LEF weer een rondleiding op begraafplaats Groenendaal. Er is plaats voor 40 personen die in twee groepen over de begraafplaats worden geleid. Men doet er goed aan zich voor 1 mei in het Kringhuis op te geven. Kosten zijn

ƒ 5,-. Dit bedrag wordt bij werkelijke deelname terugbetaald. We beginnen om 11.00 uur bij de hoofdingang van de begraafplaats te Orthen.

Joos van Zantvliet

11


Aankondiging

”Onze Binnendieze,

een bewogen water”

In maart, april en mei 2001 is onder deze veelzeggende titel de foto-exposi­ tie te zien van ondergetekende en wel in Eet- en Beugelcafé De Dry Hamer­ kens, Hinthamerstraat 57. Dit is mede mogelijk dankzij de gastvrijheid van eigenaar Marcel van Oorschot. Voor een historisch overzicht van dit etablis­ sement verwijs ik naar het verhaal van Jo Hendriks in het Kringnieuws van juli 2000. Wat als aanvulling wel leuk is om te vermelden, is dat deze uitspanning in 1997 de eerste was die door Grolsch werd aangewezen als beugelcafé. Maar goed, we moeten niet te ver afdwalen oftewel van de route vandaan varen.. Vanaf de eerste gerestaureerde doorkijk tot aan de mooiste en laatste gevelsteen. Met deze referenties geeft de foto-expositie een beeld van de Binnendieze-restauratie. Het is een selectie van de diverse exposities in de afgelopen 12 jaar, die door ondergetekende zijn gehouden. Mijn eerste expositie was in 1989 in het voormalige Kringhuis De Put achter de HEMA. Door het enthousiasme van onze oudvoorzitter Nort Lammers en Bert Bartels werd het mij mogelijk gemaakt mijn foto’s aan een groter publiek te tonen. Er zouden nog vele exposities volgen, onder andere 12

in café Bar Le Duc, café Anders, Stadsschouwburg Casino, de Stadsbibliotheek, Dansinstituut Voetisch, café ‘t Duvelke en café Septem­ber. Een oplettende lezer zal het opvallen: veel cafés. Maar ja, dat heeft weer te maken met die andere hobby van mij. Zie de voorgaande nummers van het Kring­ nieuws over Bossche bieren. Mede dankzij onze ‘oude helden’ heeft het virus mij ook in de jaren tachtig van de vorige eeuw te pakken gekregen. En helaas voor een journalist tiert dit virus in ‘s-Hertogenbosch nog welig rond. Het behoud van onze Binnendieze heeft de stad een motor gegeven dat ze bewuster omgaat met ons historisch en cultureel erfgoed. In een rapport uit begin van de jaren tachtig is een voorzichtige schatting gemaakt van 25.000 bezoekers per jaar. In het afgelopen jaar 2000 heeft men de 100.000 gehaald. Misschien moet men de vraag stellen of het er nog meer moeten worden.Het typisch rustieke van de Binnendieze wordt een onrecht aangedaan of misschien toch een recht. Want voorgaande eeuwen was er een bedrijvigheid waar te nemen die de stad heeft gemaakt tot wat ze nu is. In ieder geval wens ik u veel kijkgenot. En mocht u na deze droge Binnendieze-

wandeling de inwendige mens willen versterken, doe net als bij ‘de Wandeling’ op Omroep Brabant wat Rene steevast op het einde doet. Rob Hoogeboom

Kringnieuws maart 2001


Stadhuistoren van ’s-Hertogenbosch Op dinsdagavond 12 december jl. kre­ gen leden van de werkgroep Ver­ zamelaars Hertog Jan en de werkgroep Klokkeninventarisatie van de Kring van beiaardier Joost van Balkom een rond­ leiding in de toren en bovenverdieping van het Bossche stadhuis op de Markt. Daar Hertog Jan de Markt als onder­ zoeksobject heeft, stond dit nog steeds op onze agenda. Wij wilden wel eens weten of boven nog iets te zien was van de drie panden waar het stadhuis uit bestaat. Na de ijzeren branddeur moesten we vele smalle houten trapjes op om in het hokje te komen waar het oude uurwerk met de ‘perdjes’ (Bosch voor paardjes) stond. Dan besef je ter­ dege dat je de historie instapt. Het mooie oude uurwerk met zijn bronzen tandraderen is in 1920 door Eijsbouts gemaakt. Het doet nu alleen nog dienst voor het uurwerk aan het plafond in de raadszaal, en voor het uurwerk in de burgemeesterkamer. Sinds 1954 wordt het niet meer met gewichten, maar elektrisch aangedreven, evenals de gesmede muziektrommel die in 1649 gemaakt zou zijn door Juriaan van Sprakel uit Zutphen. Het automatisch muziekspel is aange­ sloten op de trommel. Op de trommel met een omvang van twee octaven zijn de toonstiften gestoken die de melo­ dietjes bepalen. Door een uniek dra­ denstelsel, het zogenaamde broeksy­ steem –anders dan de beiaard in de Sint-Janstoren die heeft een tuimelaar­ systeem-, worden via de stokkentoet­ sen de klokken bespeeld.

Aankondigingen

Laatste boekennieuws In de winkel hebben we een nieuwe vi­deo­band over het landgoed Coudewater. De verteller loopt over het terrein en geeft uitleg over de oorsprong en het gebruik tot nu toe. Niet alleen over de gebouwen, ook over de tuin en met name de diverse bijzonKringnieuws maart 2001

dere bomen krijgt u veel informatie en mooie beelden. De prijs is ƒ 35,00. Ook is er een nieuw boek in de winkel over de restauratie van de Sint-Jan. Het kost ƒ 17,50. Verder zijn alle artikelen van de Erfgoed­ winkel per 1-1-2001 uit ons assortiment.

Broek- of tuimelaarsysteem Iemand uit de groep had gehoord dat bij grote restauraties aan beiaards het oude broeksysteem herplaatst zou worden omdat vroeger dit systeem overal werd toegepast. Volgens Joost ligt het besluit voor hedendaagse of authentiek restaureren in eerste instantie bij de eigenaar van de beiaard. Deze laat zich meestal adviseren door de bespeler, de beiaardier. Hij ging verder: in de muziekpraktijk vind je in het algemeen gesproken twee kampen: de musici die zoveel mogelijk willen uitvoeren op de 13


Bericht van Joost van Balkom

Tijdens de 12e Bossche beiaardweek die van 20 t/m 27 mei 2001 in ’s-Hertogenbosch zal worden gehouden, wordt een internationale amateur-beiaardiersdag georganiseerd op zaterdag 26 mei. Op die dag zal aan een beperkt aantal amateur-beiaardiers de gelegenheid krijgen om op een drietal locaties in de stad beiaardconcerten te geven. Tijdens deze dag zullen 3 groepen van 3 amateur-beiaardiers concerten van ieder 20 minuten uitvoeren op de klassieke Stadhuisbeiaard, de romantische beiaard van de Sint-Jan en de rijdende beiaard van Eijsbouts. De laatste zal geplaatst worden in het hart van de stad. Aan een beperkt aantal auditoren zal de gelegenheid geboden worden om tijdens de concerten de bespeling mee te maken in de toren van de St.Jan. Men kan zich uiterlijk tot 1 april aanmelden bij de Bossche Beiaardstichting. manier van toen, en degenen die het alleen maar om de muzieknoten gaat. Deze twee kampen vinden elkaar praktisch nooit en je zult begrijpen, dat dit op zich zelf geen probleem behoeft te zijn, maar bij een grote restauratie ligt het anders, omdat er zoveel geld mee gemoeid is. Wat is authentiek en wat niet Bekijk onze beiaards eens; daar rijst de vraag: wat noem je monument en wat niet. De Rijksmonumenten Dienst (RMD) is daar heel kort in: de gehele inboedel wordt als monument behandeld. D.w.z. dat je, als je iets wilt doen, bijvoorbeeld aan de klokken van de Sint-Jan en of het Stadhuis iets wil veranderen, of dat nu een klok uit de jaren tachtig betreft of een oudere, dit altijd moet melden aan de RMD. In feite is dus ook de uurwerk-computer hierbij een monument. Op dit moment wil de beiaard/orgelafdeling van de RMD niet meer dat beiaarden en orgels gemoderniseerd worden. Zij wil

dat er conserverend gerestaureerd wordt. Over tien jaar is dat misschien weer anders. Wat doet de RMD nu eigenlijk De RMD geeft restauratieadviezen om terug te restaureren naar een bepaald jaar. Welk jaar neem je dan en waarom? In de praktijk komt het hier op neer, dat de RMD niet de gehele restauratie bekostigt, maar dat ook de eigenaar met eventuele sponsors een steentje bijdraagt. In zo’n geval heeft de RMD alleen maar een adviserende taak. In feite heeft zij alleen maar zeggenschap over het aandeel dat zij zelf bekostigt. Het hangt dus ook van de eigenaar van de beiaard af hoe er gerestaureerd moet worden. Wat zeker is: er moet gerestaureerd worden aan de stadhuisbeiaard! Het broeksysteem Het besluit om terug te restaureren naar een broeksysteem is niet zo maar genomen. Veel beiaardiers vinden het niet fijn

Berichtje uit de

Aankondigingen

kringwinkel

Geachte Kringnieuwslezer, Mede door uw hulp en aandacht is het project Unicef gaan lopen als een trein. Uw bijdrage zal vast op de goede bestemming aankomen. Constance Braspenning 14

om op een broeksysteem te spelen en zij zullen altijd de gemeente adviseren om een tuimelaarsysteem te blijven gebruiken. Je moet je ook realiseren, dat het broeksysteem in onbruik is geraakt omdat het moeilijk te installeren en te onderhouden is. Ridders in het Stadhuis De vier beschilderde ridders op hun paarden zagen we nu aan de binnenkant, zij hadden vooruit gestoken lansen in de aanslag. Elk heel uur wordt het ruiterspel aangedreven door het uurslagwerk, zodat men staande op de markt de ‘perdjes’ kan zien rondgalopperen. Verder klimmend langs smalle trapjes en via een luikje kwamen we in het heiligdom van de beiaardier, waar de beiaardiersfamilie Van Bal­ kom al drie generaties, 85 jaar lang, zetelt. Hier staat een klein stokkenklavier waar Joost enkele bekende liedjes ten gehore bracht zoals Ik sta op wacht van Joop de Knecht, een mooie gedachte zo net voor de Kerst. Boven het klavier is een luikje dat toegang geeft tot de klokken. Smalle mensen kunnen er door, maar om bij de klokken te komen is heel moeilijk door de wirwar van de carillondraden. In het donker was het uitzicht over de stad, als een kerstboom met brandende lichtjes. De Mariaklok In de torenspits hangen 36 klokken, bestaande uit: een uurslagklok, Maria geheten, en een beiaard van 35 klokken, waarvan de grootste klok de halve uren Kringnieuws maart 2001


Ansicht: Verzameling Jo Hendriks Foto’s: Verzameling Rob Hoogeboom

slaat. De oudste klok heeft de naam Maria en is naar alle waarschijnlijkheid in 1372 gemaakt door de Bossche klokkengieter Jacobus van Helmont; deze weegt 750 kg. In 1649 zijn er 15 klokken van de gebroeders Hemony in de toren gehangen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn alle klokken op één na onbeschadigd gebleven. Eijsbouts vulde in 1951 het aantal aan met 13 klokken, terwijl in 1975 met de actie Een ton voor een carillon nog eens 7 klokken door deze firma in de toren werden gehangen. 1670 Na een binnenbrandje in het stadhuis begint men met de verbouwing door de Haagse architect Pieter Minne. Het huidige stadhuis met zijn klassicistische barokke voorgevel bestaat uit drie panden, wat op de drie zolders aan de houten balkconstructie van het dak, die honderden jaren oud is, nog goed te zien is. Zouden deze bomen in het bos van de hertog hebben gestaan? Het is net of de zeskantige stadhuistoren tussen de twee naast gelegen daken naar boven is getrokken. Het noordelijke pand dat bij het stadhuis is gekomen heet de Gaffel (hooivork) of stadsteerhuys (eethuis). Het zuidelijke pand dat bij het stadhuis is gekomen heet Sinterklaes en was tot 1598 de vergaderkamer van het Kramersgilde (reizend koopman). Jo Hendriks Rob Hoogeboom

Kringnieuws maart 2001

Bronnen: • Joost van Balkom, beiaardier • J. en A. Mosmans, Oude namen van huizen en straten te ’s-Hertogenbosch • Mr. F.J. van Lanschot, Historische schoonheid van ’s-Herto­gen­bosch • Sjef van Balkom, De carillons van ’s-Hertogenbosch 15


Namen Tegenwoordig is de Dieze een rivier die bij ’s-Hertogenbosch ontstaat uit de samenvloeiing van de Aa en de Dommel. Van hier stroomt de Dieze naar de Maas. Vroeger moet de naam Dieze ook verder stroomopwaarts gegolden hebben. In een akte van 1434 wordt de waterloop van Oisterwijk tot aan ’s-Hertogenbosch “Dieze” genoemd: “De stroem van der rivieren geheiten die Diese tussen Den Bosch ende Oesterwijk”. Nog tot in de negentiende eeuw wordt de stroom bij Vught Dieze, Dies, of Diest genoemd. van de werkgroepen

bossche historie

De waternaam Dieze vinden we nog verder stroomopwaarts terug in de plaatsnaam Diessen. Het plaatsje Diessen is al zeer oud. Er zijn munten gevonden uit de tweede helft van de derde eeuw waarop de plaatsnaam reeds vermeld staat. De tekst op de munten luidt: ”Herculi Deusoniensi”. De waternaam Dieze is een van de weinige namen in Nederland waarin een Keltische herkomst wordt vermoed. Het Keltische ‘deusone’ betekent zoveel als ‘heilige waterloop’. De naam is etymologisch verwant met het Latijnse ‘deus’=’goddelijk’. In zekere zin is de Dieze dus heilig te noemen.

Marius de Leeuw Lezing: Onze per fiets verkend ouwe Sint-Jan Onze Ouwe Sint-Jan is weer aan een grote opknapbeurt toe; dat weet iedere Bosschenaar. Wij voelen ons daar ten zeerste bij betrokken. En we willen ook alles er van weten. Wij hebben de restauratie-architect zelf, F. Sturm, bereid gevonden om ons in te lichten over de organisatie van de restauratie van de Sint-Jan. De heer Sturm spreekt hierover voor de pauze. Na de pauze zullen de ons bekende bouwhistorici Ronald Glaudemans en Harry Boekweit ingaan op nadere bouwkundige aspecten van de restauratie; in het bijzonder zullen zij spreken over de natuursteen en materialen voor het beeldhouwwerk. Met deze informatie uit de eerste hand, zijn wij na deze avond weer helemaal bij. De lezing vindt plaats op donderdag 22 maart, aanvang 20.00 uur in de Azijnfabriek aan de Bethaniëstraat. Iedereen is van harte welkom. Werkgroep LEF, Kok de Bekker-Dupont

Paul Nuijten

MEDEDELING: Wegens ziekte van de heer Christ Strijbos kan kan helaas de lezing over Aken op 3 mei a.s. geen doorgang vinden. We zien uit naar een later tijdstip. Werkgroep LEF, Vincent Verberk

Kopij voor het eerstvolgende Kringnieuws dient uiterlijk woensdag 18 april 2001 te worden ingeleverd bij Secretariaat Kringnieuws, Postbus 1162, 5200 BE ’s-Hertogenbosch. E-mailen naar redactie@kringvriendenvanshertogenbosch.nl. Bezorgen in het Kringhuismag natuurlijk ook. Uw fotomateriaal dient u echter nog steeds analoog aan te leveren. 16

“VRIENDEN VAN ’s-HERTOGENBOSCH” Postbus 1162 5200 BE ’s-Hertogenbosch KRINGHUIS: Kruisstraat 34 ’s-Hertogenbosch Telefoon....................... 073 - 6135098 Telefax.......................... 073 - 6146021

COLOFON Openingstijden:

Gerald van Berkel van de werkgroepen

Op zaterdag 31 maart organiseert de werkgroep LEF een fietstocht door de stad met als doel een specifiek deel van het oeuvre van de onlangs overleden Bossche kunstenaar Marius de Leeuw te gaan be­kijken. Het gaat daarbij om in opdracht van kerk- en schoolbesturen, (nuts)bedrijven en de gemeente vervaardigde gebrandschilderde glas-in-loodramen. Deze zijn onder meer te zien in het voormalige Paleis van Justitie, het Stadhuis, de Sint-Jan, Het Sint–Janslyceum, het kantoor van Grasso, het telefoongebouw aan de Prins Bernhardstraat, het hoofdkantoor van Essent (voorheen PNEM), het Noord­ bra­ bants Museum en de Salvatorkerk in Orthen. De fietstocht start om 9.30 uur in het Stadsarchief aan de Bloemenkamp met een inleiding over leven en werk van Marius de Leeuw. Daar is ook koffie en worden de routebeschrijving en een ‘reader’ uitgereikt. Er kunnen maximaal 25 deelnemers worden ingeschreven. Ter bestrijding van de kosten wordt een bijdrage van ƒ 5,- per persoon gevraagd. De intekenlijst is aanwezig in het Kringhuis.

Secretariaat van KRING

Maandag van 13.00 tot 17.00 uur Dinsdag tot en met zaterdag van 10.00 - 17.00 uur Zon- en feestdagen van 12.00 - 15.30 uur en van 1 april tot 1 oktober van 12.00 - 17.00 uur bovendien van 1 april tot 1 oktober op donderdag van 17.00 - 20.00 uur

BETALINGEN

– Postgiro 3.119.716 – Jaarlijkse bijdrage minimaal ƒ 28,— ( 12,71) – Jeugdleden ƒ 15,— ( 6,81)

Kring-Nieuws is het zes maal per jaar verschijnend tijdschrift van de Kring “Vrienden van ’s-Hertogenbosch”. Redactie:

Aart Bogers, Jack van Elten, Carel de Groot, Theo van Herwijnen, Nathalie van den Heuvel, inge ophelders (secretaris), Jan Korsten, Hein Kropman, Frans van Sundert, Marjan Vonk, Nik de Vries en Gerdie de ZeeuwNieuwenhuis (voorzitter).

Aan dit nummer werkten verder mee:

Kok de bekker-dupont, drs. Ed van Berghe Henegouwen, Gerald van berkel, constance Braspenning, Jo Hendriks, Rob Hoogeboom, Cor Gillhaus, Paul Nuijten, Frans van Sundert, Vincent en Anneke Verberk, John Vermulst, joos van Zantvliet.

Redactie-adres:

Secretariaat Kring-Nieuws Postbus 1162 5200 BE ’s-Hertogenbosch E-mail: redactie@kringvriendenvanshertogenbosch.nl

Vormgeving:

Jack van Elten en Nathalie vaN den Heuvel

Druk:

De Regenboog b.v. ’s-Hertogenbosch Oplage 2100 stuks

Niets uit deze uitgave mag Worden overgenomen zonder Schriftelijke toestemming van de redactie.

Kringnieuws maart 2001


KringNieuws maart 2001