Issuu on Google+

KRING n i e u w s uitgave van kring ‘vrienden van ’s‑Hertogenbosch’

Jaargang 30

2004

nummer 1

INHOUD Agenda............................................... 2

januari 2004

Plaquette uitgereikt

bosch nieuws

Met vergetelheid beloond............ 2 Bloemen van Verlangen................ 2 Studiemiddag Bossche kronieken.. 2 Nieuwe erkenning voor Moerkerk................................ 3 Dagtrip naar Middelburg.............. 3 Van Moerasdraak tot City............ 4 Oud-Waterloostrijder Lambooij: was een van zijn zoons zoeaaf?.. 6 Theresiaantjes aan de Clarastraat...................................... 7 Louis Aarts........................................ 8 Kleding op de Markt....................... 9 Twee keer een lang weekend naar Trier....................................... 10 De ‘Altstad’ koesteren.................. 12 Plattegrond van ’s‑Hertogenbosch uit 1832........... 13 Opera La Madeira is kroon op jubileum..................................... 14 Puck van Veen................................ 15 Theater in drie eeuwen................ 15 Jan van der Eerden, strijdbaar architect..................... 16 Bijzondere historische kranten in ’s‑Hertogenbosch..................... 17 Jeroen Bosch in Lissabon............. 17 Moerasdraak vaart...................... 18 Bob Heinen, coördinator stadsgidsen.................................... 19 Heraldische verrassingen.......... 20

Kringnieuws januari 2004

foto Ad de Jongh

Op 8 december 2003 vond de slotmanifestatie architectuurbeleid plaats in de aula van de Hogeschool ’s‑Hertogenbosch. Tijdens deze avond werd eindelijk de plaquette uitgereikt die hoort bij de Architectuurprijs 2000. Deze prijs was indertijd toegekend aan de Kring Vrienden van ’s‑Hertogenbosch voor het kaartverkooppunt van de Diezerondvaarten aan de Molenstraat. Door het prijskaartje dat toen aan de plaquette hing, kon de Kring deze niet in ontvangst nemen. Nu is dat allemaal goedgemaakt via de overhandiging van het kleinood aan Cor Gillhaus, oud-voorzitter van de Kring. Het is de bedoeling dat de plaquette aan het kaartverkooppunt wordt bevestigd. 1


van de werkgroepen

Aankondiging

Met Bloemen van Verlangen vergetelheid beloond Lezing door Karel Scholten van Aschat over zijn boek, Met vergetelheid beloond.. Een andere kijk op het beleg van ’s‑Hertogenbosch in 1629. Woensdag 18 februari, 20.00 uur, Azijnfabriek, Bethaniestraat 4 ’s‑Hertogenbosch. Onderzoek naar de achtergronden en motieven van de belegeraars van ’s‑Hertogenbosch van 1629 en een verta‑ ling van een relatief onbekende kroniek over dat beleg vormen de kern van het boek Met vergetelheid beloond. Lang niet alle huurlingen van Frederik Hendrik waren ruige geldzoekers. Daarover vertelt Karel Scholten van Aschat tijdens zijn lezing in de Azijnfabriek en hij plaatst daarbij ook kanttekeningen bij het beeld dat de eco‑ nomische terugval van ’s‑Hertogenbosch in de 17de eeuw zou zijn veroorzaakt door de inname van de stad door Frederik Hendrik. Attentie: deze maandelijkse lezing van de werkgroep LEF vindt deze keer niet plaats op de derde dinsdag, maar op de derde woensdag van de maand. Zoals gebruike‑ lijk is de aanvang om 20.00 uur en is de toegang gratis. Paul Nuijten

Agenda 20-01-04 Lezing Geschiedenis Casino 24-01-04 Opening tentoonstelling Bloemen van verlangen 24-01-04 Concert Tribute to Vicky Brown 25-01-04 Zandhazenfestival 07 t/m Tentoonstelling Oetels 29-02-04 (Noordbrabants Museum) 13-02-04 Studiemiddag Bossche kronieken 17-02-04 40ste Oetelkonzert 18-02-04 Lezing Beleg 1629 21-02-04 Hots Knotsrit 22-02-04 Intocht Prins 23-02-04 Grote carnavalsoptocht 24-02-04 Kinderoptocht 2

In 2004 presenteren het Noordbrabants Museum, het Rijksmuseum Twenthe en het Fries Museum de tentoonstelling Bloemen van Verlangen. De tentoonstelling gaat over de relatie tussen mens en bloem, over schoonheid en teloorgang, over vreugde en verdriet, over volmaakt en onvolmaakt. De drie musea zijn de samenwerking aangegaan omdat ze stuk voor stuk bijzondere voorwerpen in de eigen collectie hebben die de verhouding mens-bloem uitdrukken. De combinatie van die drie museumcollecties levert een prachtig gevarieerd overzicht op van de late middeleeuwen tot heden: kostbare schilderijen uit de Gouden Eeuw, textiel, meubelen, moderne kunst en allerlei kunstvoorwerpen van zilver en glas. Het centrale onderwerp – de verbonden‑ heid die mensen hebben met bloemen – wordt aan de hand van drie thema’s uitgewerkt. In het eerste deel, Verlangen naar het Paradijs, zijn onder meer kunst‑ werken te zien die een lieflijke en geluk‑ zalige wereld vol bloemen illustreren: de erfenis van het paradijs. Het verlangen naar een betere wereld vinden we ook terug in objecten die verbonden zijn met de Flower Power beweging uit de jaren zestig: de gedroomde wereld krijgt gestal‑ te in een overdaad aan bloemenpracht. Het tweede deel, De vergankelijkheid, ver‑ wijst naar de tijdelijkheid van het aardse bestaan, waarvoor de bloem talloze malen symbool heeft gestaan. Dit vinden we terug in ‘vanitas’ (vergankelijkheid) schilderijen en het blijkt uit onze omgang met bloemen rondom dood en begraven.

In het afsluitende thema, De maakbare wereld, neemt de mens het heft in eigen hand en creëert hij zijn eigen paradijs. Binnenshuis of in de directe omgeving daarvan omringt hij zich met bloemen en kunstwerken en objecten waarin de bloem centraal staat. De maakbare wereld komen we ook tegen in de artistieke experimenten van moderne kunstenaars waarin zij hun persoonlijke visie geven op bloemen. Kortom, in deze tentoonstelling ontdekt u hoe de bloem verbonden is met onze emo‑ ties en onze zoektocht naar paradijselijke schoonheid. Het Noordbrabants Museum bijt het spits af op 24 januari 2004. Het Rijksmuseum Twenthe presenteert de tentoonstelling in de zomer en het Fries Museum volgt in de herfst. De expositie biedt een unieke kans om de mooiste bloemen uit de drie collecties in één over‑ zicht bijeen te zien.

Aankondiging

Studiemiddag Bossche kronieken 13 februari 2004

Naar aanleiding van de uitgave van de Kroniek van Molius organiseren Uitgeverij Adr. Heinen, het Rijksarchief in Noord-Brabant en het Stadsarchief ’s‑Hertogenbosch een stu‑ diemiddag over de laatmiddeleeuwse kronieken van ’s‑Hertogenbosch. Deze studiedag vindt plaats in de Statenzaal van het Noordbrabants Museum op vrijdag 13 februari 2004. De deelname aan deze middag is gratis, aanmelding vooraf is wel noodzakelijk en kan geschieden bij boekhandel Adr. Heinen aan de Kerkstraat. Kringnieuws januari 2004


Nieuwe erkenning voor Moerkerk

bosch nieuws

Het is zondag 21 december 2003. In Het Bossche Prentenmuseum is het warm, er zijn veel mensen, hapjes en drankjes. Kortom: er is iets bijzonders aan de hand. Inderdaad. Die dag wordt het eerste exemplaar van een nieuw boek over Herman Moerkerk aangeboden. Het heet Op zoek naar erkenning, leven en werken van Herman Moerkerk. Even na vier uur heet Jo Timmermans een ieder welkom, vooral Eugenie KamerbeekMoerkerk, dochter van Herman, wethouder Van de Mortel en de twee schrijvers van het boek, Frans van Gaal en Vincent Verstappen. Hierna vertelt Ton Meulman van Adr. Heinen Uitgevers over het boek en de totstandkoming ervan. Het is de tweede uitgave in samenwerking met Het Bossche Prentenmuseum –  eerder verscheen ’s‑Hertogenbosch cartografisch bekeken – en tevens de 102de uitgave van Heinen. Hij verklapt, dat er tot 2005 in ieder geval 12, maar mogelijk 20 nieuwe boeken zijn te verwachten, waaronder een biografie over Hendrik de Laat. Het boek over Herman Moerkerk is het resultaat van naarstig archiefonderzoek en vele interviews. Uit meer dan 500 illustra‑ ties, foto’s, documenten, enz. is een ruime keus gemaakt. Meulman stelt dat met het verschijnen van dit boek de erkenning voor Moerkerk vastgelegd is voor ons en voor vele generaties die volgen. Hij sluit zijn toespraakje af met een gedicht van Marie Koenen, dat zij in 1949 schreef bij de 70ste verjaardag van Herman Moerkerk. Politiek Frans van Gaal, een van de schrijvers van het boek, neemt het woord en ver‑ telt dat hij en zijn medeschrijver Vincent Verstappen op zoek zijn geweest naar herkenning en erkenning. Hij schetst Herman Moerkerk als een veelzijdig mens: carnavalsvierder, schil‑ der, journalist, middenstander, grafisch ontwerper, tekenaar, reiziger, katholiek, geëngageerd en monumentenbeschermer. Bij dat laatste kwam het goed van pas, dat hij gemeenteraadslid is geweest. In de visie van Moerkerk besteedt het gemeentebestuur onvoldoende aandacht aan gebouwen en plantsoenen. We schrij‑ ven dan 1915! Hij bepleit de instelling van een schoonheidscommissie voor de stad. Burgemeester Van der Does de Willebois reageert gereserveerd, maar iemand als Kringnieuws januari 2004

Van Lanschot is het eens met Moerkerk. Deze laatste stelt dat er teveel lelijke hui‑ zen gebouwd worden en daar moet een schoonheidscommissie iets tegen doen. Frans van Gaal herkent veel in deze visie. Als we bijvoorbeeld kijken naar de verbou‑ wing van het Catshuis, schieten de tranen ons in de ogen. Hier overheerst het cal‑ vinistische nuttigheidsbeginsel, waardoor veel wordt afgebroken van wat waardevol en oud genoemd mag worden. Van Gaal doet een oproep. Laat het Huis van de Stad de laatste ingreep zijn in de histori‑ sche binnenstad, maak van het Kruithuis zo snel mogelijk een vestingmuseum en zorg ervoor dat historiserend bouwen de overhand krijgt en als waardevol beschouwd wordt. Vincent Verstappen sluit zich hier vervol‑ gens bij aan. Hij vertelt nog over de wor‑ ding van het boek. Het was vooral een intensieve speurtocht naar relicten om de biografie inhoud te geven. Probleem hier‑ bij was dat er geen familiearchief bestaat. Dus moesten ze gezellig samen zoeken in andere archieven. Herman Moerkerk moest in het brandpunt van de belang‑ stelling komen en dat is gelukt, want nu is er het boek. Reactie en overhandiging eerste exemplaar Natuurlijk kan wethouder Van de Mortel de woorden van met name Frans van Gaal niet onweersproken laten. Hij wijst erop dat het altijd belangrijk is het verleden te begrijpen om zo op de toekomst te kun‑ nen anticiperen. Hij roemt Frans van Gaal door diens kennis van de stad als raadslid bij debatten, ondanks zijn opvattingen. Hij memoreert, dat verschillende raads‑ leden eindelijk bezig zijn met of denken aan een cursus Boschlogie. Ook Vincent Verstappen roemt hij, in dit geval doordat deze als docent de jeugd warm maakt voor onze prachtige stad.

Hij heeft een warm woord van dank voor Heinen, vanwege de vele uitgaven over ’s‑Hertogenbosch. Tot slot Herman Moerkerk: Van de Mortel noemt hem de vormgever van het culturele leven van ’s‑Hertogenbosch in de eerste helft van de 20ste eeuw. Hij denkt daarbij bijvoorbeeld aan Moerkerks bijdragen aan de viering van het 750-jarig bestaan van de stad in 1935 en aan de carnavalsvieringen. Dan wordt het eerste exemplaar van het boek uitgereikt aan mevrouw KamerbeekMoerkerk. In haar dankwoord zegt ze geëmotioneerd, dankbaar en trots te zijn. Ze vindt het wel wat vreemd, dat zij “een prijs van jewelste” krijgt, terwijl ze zelf niets gedaan heeft. Ze bedankt iedereen voor dit geweldige boek en wenst ieder‑ een veel lees- en kijkplezier. Op de inhoud van het boek hoop ik nog een keer terug te komen. Ik heb nog geen gelegenheid gehad het boek goed en kri‑ tisch door te werken.. Nik de Vries van de werkgroepen

Dagtrip naar Middelburg Voor degenen die niet willen of kunnen deelnemen aan de reis naar Trier biedt de werkgroep LEF een alternatief in de vorm van een interessante trip naar de Zeeuwse hoofdstad Middelburg. U kunt daarbij kiezen voor woensdag 18 of zaterdag 21 augustus 2004. Nadere bijzonderhe‑ den volgen in het volgende nummer van Kringnieuws. 3


Van Moerasdraak tot City Een bonte verzameling van mensen en bedrijven in het Theater aan de Parade op 18 september. Een dag waarop restauratie en vestingwerken in het zonnetje staan, een dag waarop innovatie, technologie en cultuur hand in hand gaan. Wethouder mevrouw Jetty Eugster opende het symposium Innovatief Restaureren met een schets van ontwikkelingen waarbij de inname door Frederik Hendrik in 1629 een belangrijke mijlpaal was. De verdedigingswerken maakten van ’s‑Hertogenbosch een ware moerasdraak, een onneembare vesting in een laaggelegen moerasachtig gebied met veel water. Er ligt (nog) ongeveer 6 km vestinggordel om

ontwikkelingsplan Versterkt Den Bosch gepresenteerd. De verbetering van de stadsmuren, de ves‑ tingwerken en de omgeving is opgesplitst in 78 deelprojecten die in een periode van ca. 15 jaar gerealiseerd moeten worden. Het gemeentelijk Ingenieursbureau heeft veel ervaring gekregen door de werken aan zowel de Binnendieze als aan de stadsmuren. Restaureren en onderhoud zijn noodzake‑ lijk maar er zijn enkele randvoorwaarden waarmee de restaurateurs rekening moe‑ ten houden. Zeldzame en beschermde planten die op de muren groeien moeten blijven, er gelden strenge veiligheidseisen en het geheel moet zo weinig mogelijk

restauratie vestingwerken mei 2003, foto Nik de Vries

de stad. Een gordel die door opheffing van de vestingwet in 1874 mocht verdwijnen. Dat deze muren, rondelen en bastions niet werden afgebroken, had vooral te maken met het gevaar voor overstromingen in de stad. De muren beschermden niet alleen tegen vijanden maar ook tegen hoge waterstanden. Anderzijds vergen deze verdedigingswerken veel onderhoud. Ontwikkelingsplan Na een lange periode van verwaarlozing en verval is in 1999 een geïntegreerd 4

hinder geven aan omgeving en verkeer. Waar we meestal niet bij stilstaan als we langs de muren lopen is de enorme hoeveelheid kabels, buizen, slangen en leidingen die een complex ondergronds netwerk vormen. Ook dat moet intact blijven. Door het Ingenieursbureau van de gemeente ’s‑Hertogenbosch is intensief samengewerkt met bouwondernemingen als Arcadis, Grontmij, Royal Haskoning, Witteveen+Bos maar ook met de Katholieke Universiteit van Leuven, TNO, aannemingsbedrijven en anderen.

nader bekeken

Een project dat opgedeeld is in een groot aantal deelprojecten duurt niet alleen lang maar levert ook voortschrijdend inzicht op. Hierdoor worden plannen aangepast en worden er nieuwe technie‑ ken ontwikkeld, getest en toegepast. Dit symposium heeft de bedoeling om deze nieuwe inzichten en ontwikkelingen voor het voetlicht te brengen zodat ze beschik‑ baar komen voor vergelijkbare projecten elders. Binnendieze De Binnendieze stond bekend als een stadsrivier met de functie van een open riool. Vooral in warme zomers hing er een penetrante lucht in de stad. Soms waren delen van muren ingestort, bouwvallig en er waren veel onveilige situaties. In de jaren 1960-’65 vond sanering van de wijk De Pijp plaats en een deel van de Binnendieze was toen al gedempt. Eind van de zestiger jaren werd de wijk Uilenburg aangepakt. In het begin van die restauratie werd vooral beneden het maai‑ veld de zaak aangepakt maar al snel werd een geïntegreerde aanpak ontwikkeld in overleg met bewoners en eigenaren. Het was juist deze aanpak die het aanzien van de hele wijk veranderde. Jaarlijks zijn er nu zo’n 125.000 bezoekers op de Binnendieze terwijl de belangstel‑ ling ervoor wel het dubbele is. Nu de Kruisbroedershekel klaar is, kunnen er vier verschillende tochten worden gevaren en kan het aantal bezoekers een beetje groeien. Stadsmuur Herstel en restauratie van de stadsmuur en directe omgeving is een ingewikkeld proces. Er moet rekening worden gehou‑ den met: – technische aspecten (economisch, toerisme, natuur, verkeer, wonen en werken); – inspraak en meedenken (maatschap‑ pelijke benadering); – kabels, utiliteitswerken (vele kilome‑ ters leidingwerk aan de stadszijde van de muur); – verkeer en vervoer (over Parklaan en wallen gaan duizenden auto’s per dag); – omwonenden (bereikbaarheid, over‑ last, voorkomen van schade); Kringnieuws januari 2004


– belevingswaarde (markering bij een breed publiek, verhoging cultuurhisto‑ rische waarde); – communicatie waardoor alle betrokke‑ nen op de hoogte kunnen zijn (vertel‑ len van spannende verhalen, publica‑ tie over architectuur en ontwikkeling, presentatie van delen die gereed zijn); – steunberen (bedrijven en instellingen die zich melden als (financiële) steun‑ beer en zo ambassadeurs van de stad worden). Hoe dan ook besluit mevrouw Eugster: “U zult nog veel van ons horen.” Het Symposium was ingedeeld in een aan‑ tal parallelle lezingen die jammer genoeg niet allemaal gevolgd konden worden. Ook hier was kiezen aan de orde. Relaties De heer Habib (Grontmij) sprak over de onderlinge relaties die er bestaan tussen bouwhistorie, actuele conditie, randvoor‑ waarden, technische oplossingen, fasering en uitvoering. Bij het ontwerp is het een kwestie van gaan zitten kijken, de omge‑ ving op je laten inwerken, waarnemen, zien hoe alles beweegt en rondlopen. Doelstellingen bij de uitvoering van werken zijn onder andere: verlagen van risico’s, weinig hinder geven, ruimtebe‑ slag beperken, bereikbaarheid behouden, de duur van het werk en natuurlijk een goede prijs-kwaliteit verhouding. In de loop der jaren is er veel veranderd. Er zijn nieuwe technieken ontwikkeld, materialen zijn veranderd, het materieel is verbeterd en ook in de uitvoering van de werkzaam‑ heden zijn verbeteringen opgetreden.

l: grondnagels tot diep in de grond achter de muur via geperforeerde buizen en een mengsel van specie en klei r: injectie van bestaand metselwerk met kalkcementmengsel, de voegen worden tijdelijk dichtgezet met klei tekeningen: Rob de Vrind

Er moet rekening worden gehouden met de omgeving maar ook met de randvoorwaarden van de gemeente Kringnieuws januari 2004

’s‑Hertogenbosch. Hoe reageren histori‑ sche panden op bepaalde aanpak: grond‑ wateronttrekking, trillingen. In de stads‑ muur en op veel plaatsen in de stad zijn ijkpunten aangebracht zodat is te meten of er sprake is van verzakking, scheuren, etc. Het bouwen van de vestingmuur gebeurde met materialen die in de omge‑ ving werden aangetroffen. De stadsmuur is in een aantal biotopen (leefgebieden) te onderscheiden zoals de voorlanden, de muurvegetatie, de groenvoorzieningen met zangvogels, etc. Biologische aspecten De heer De Vrind, bioloog, gaf een over‑ zicht van de natuurlijke omgeving van de stadsmuur. Hij besprak de muurvegetatie (tongvaren, muurleeuwebek, gele helm‑ bloem, klein glaskruid, korstmossen waar‑ van 69 soorten zijn aangetroffen, en het voorkomen van vogels zoals de zeldzame ijsvogel), de vestingwerken in een eco‑ logisch perspectief, de vestingwerken in een historisch-geografisch perspectief (de aanleg van een ringdijk, het droogmalen van het Bossche Broek met 23 rosmolens, de aanleg van loopgraven en aanvalswer‑ ken trokken de belangstellingen van veel buitenlanden die kwamen kijken), het behoud van de muurflora en muurfauna. Er bestaat goed overleg tussen de vele partijen die betrokken zijn bij de restaura‑ tiewerkzaamheden. Juist door een goede communicatie en informatie is er sprake van minder weerstand en meer betrokkenheid. De communicatiestructuur bestaat uit een stuurgroep, coördinatoren, klankbordgroe‑ pen en werkgroepen met achterbannen. Er is ‘horizontale’ communicatie tussen de werkgroepen en ‘verticale’ communicatie tussen de geledingen. Enkele aanbevelin‑ gen die kunnen helpen om zeldzame dieren en planten te behouden: aanbrengen van zitstokken in de muur, een bewaartuin voor bedreigde planten en dieren, verspringend metselwerk waardoor de vegetatie meer kansen krijgt dan op een gladde muur, een vegetatievriendelijke mortel en vleermuis‑ voorzieningen. De muur hoeft niet schoon te zijn maar de houtachtige struiken moe‑ ten verwijderd worden omdat de wortels de muur aantasten. Integrale benadering Professor D. van Gemert van de Katholieke Universiteit Leuven spreekt over de integra‑ le benadering van een opdracht. Het gaat niet om de gemakkelijke technische oplos‑ singen maar om betere en meer passende benaderingen. Gebruik maken van ervarin‑ gen elders, zoals in Tongeren, wordt aanbe‑

volen. Het metselwerk is een composietma‑ teriaal bestaande uit baksteen, natuursteen en mortel. Degradatie in de loop van de tijd is onontkoombaar. Consolidatie en versterkingsmethoden worden vervolgens ontwikkeld. Om na te gaan of de ontwik‑ kelde theorieën ook werkelijk toepasbaar zijn worden casestudies verricht. Afsluiting Alle genodigden konden een vaartochtje maken dicht langs de stadsmuur waarbij door een medewerker van het gemeentelijk Ingenieursbureau toelichting werd gegeven op welke wijze bepaalde gedeelten werden gerestaureerd. Bijzonder details (ijkpunten, plaats van ingebrachte trekstangen, beschoeiingen) werden aangewezen. De studiedag wordt afgesloten met een discussie over een aantal stellingen die de sprekers hebben geformuleerd. De stellin‑ gen leverden boeiende discussies. Enkele stellingen en uitspraken: “Restaureren met respect voor de natuur gaat tegen de natuur van restauratie in” ofwel “technici willen een resultaat voor de eeuwigheid”. De discussie geeft verschillende visies zoals gedeelten niet herstellen en prijsgeven aan de natuur (10% van de Moerputtenbrug geheel aan de natuur overlaten). “Nederlandse riviersteden onderkennen hun eigen cultuurhistorisch kapitaal niet” waar‑ mee wordt aangegeven dat veel steden hun ligging en hun cultuurhistorische gebouwen onderschatten. Er wordt veel nieuwbouw gepleegd met het oog op vergroting, uit‑ breiding en modernisering en men verliest het zicht op de historische kern. Ook de stelling “Restauratiesubsidie is een rem op innovatie” leverde veel dis‑ cussiestof. De heer Habib eindigde zijn voordracht met de stelling “Natuur en milieu dienen ondergeschikt te zijn aan de cultuurhis‑ torie”. Uit de discussie blijkt dat men van mening is dat natuur en milieu een wezen‑ lijk onderdeel vormen van de cultuurhis‑ torie van Nederland. Het is een kwestie van keuzes maken en het een of het ander laten prevaleren. De goed georganiseerde dag is, mede door het gevarieerde programma, bijzon‑ der geslaagd. Al met al is de conclusie dat de stad, in de schaduw van de Sint-Jan, uitstekend op weg is naar een prima ‘Versterkt ’s‑Hertogenbosch’. Met hartelijke dank aan P. van Roosmalen, Kerngroep Vestingwerken. Jos Paulusse, stadsgids 5


bossche historie

Oud-Waterloostrijder Lambooij: was een van zijn zoons zoeaaf? In het Kringnieuws van juli 2003 publi‑ ceerde ik een artikel over oud-strijders van Waterloo1). Een eerste reactie op dit artikel verscheen in het Kringnieuws van sep­tember 20032). Een tweede reactie kwam van twee achterachterkleindochters Van den Broek van veteraan Lambooij. In de genealogie van de familie Lambooij, die in 1976 ver­scheen, wordt weliswaar veteraan Jacobus Henricus Lambooij op pagina 26 genoemd, maar er wordt niet vermeld, dat hij Waterloovete­raan was3). Toch was dit volgens de gezusters Van den Broek uit de familieoverlevering bekend. Hun betovergrootvader staat op het schilderij vierde van links en raakt dus met zijn wang het vaandel. Een tweede verhaal uit de familieoverlevering betrof een zoon van de oud-strijder, die zoeaaf wilde worden, maar onderweg naar Rome van mening veranderde en zich in Parijs vestigde. Over deze zoon, Jacobus Henricus Lambooij, geboren ’s‑Hertogenbosch 2 januari 1843, worden in genoemde genealogie geen nadere bijzonderheden vermeld. Slechts ­ zijn geboortedatum wordt vermeld. De bevolkingsregisters van ’s‑Hertogenbosch geven echter meer informatie. In 1850 woont hij nog met zijn ouders in een huis aan de Scheidingssteeg (lees Scheidingstraatje), wijk A nummer 4404). In het vol­ gende bevolkingsregister, van 1860-1870, woont hij nog steeds bij zijn ouders, die inmiddels verhuisd zijn naar de Tolbrug­ straat, wijk C nummer 194. Jacobus Henricus Lambooij is dan van beroep kleermaker. Hij vertrekt op 26 maart 1867 naar Antwer­ pen, maar keert op 23 juli 1867 al weer terug. Op 12 november 1867 vertrekt hij naar Oss. Daar blijft hij tot 14 april 1869 en keert dan terug naar zijn geboortestad. Op dezelfde dag vertrekt hij naar Rome5). Sindsdien wordt hij niet meer genoemd in de bevol‑ kingsregisters van ’s‑Hertogenbosch. Hij is echter rond 1905 nog eenmaal voor korte tijd in zijn geboortestad teruggekeerd. Deze wetenschap danken we aan een verhaal, dat de vader van de gezusters Van den Broek in 1978 op 81-jarige leef‑ tijd op papier heeft gezet. De tekst luidt als volgt: “Als oudste zoon van Henricus van den Broek en Catharina Leocadia Lambooij 6

kwam ik als jongen al vaak bij mijn grootou­ ders van moederszijde dus bij Henricus Jacobus Lambooij en zijn vrouw Gerardina Wilhelmina Dumernit. Nu had mijn grootva­der een broer Jacobus Henricus, die ruim 8 jaar ouder was. Zijn roepnaam was Sjaak. Hij was, zoals ik van mijn moeder hoorde vertellen, al jong een hele goede kleermaker, doch op de leeftijd van ca. 20 jaar, het is dus ca. 1863, als pause­lijk zoeaaf naar Rome gegaan. Hij is hier echter niet gekomen, doch bleef in Parijs steken, alwaar hij als kleermaker aan het werk ging en een Frans meisje trouwde. Hij kreeg hier 12 kinderen bij. Toen zijn vrouw in Parijs stierf, waren al die kinderen getrouwd en uitgevlogen over het hele land. Hij stond dus alleen en kwam toen ca. 1905 weer naar zijn geboortestad ’s‑Hertogenbosch terug. Ik was toen 8 jaar en heb hem daar enkele malen ontmoet. Hij kwam nl. bij zijn jon‑ gere broer Henricus Lambooij (wat mijn grootvader was) thuis inwonen. Nu moet ik erbij vertellen dat hij vanuit Frankrijk nooit iets van zich had laten horen. Hij bezat geen cent (ja toch enkele sous, van die grote muntstukken, die ik me nog goed herin­ ner). Mijn grootmoeder kocht een naaimachine en strijkbout en strijk­ plank voor hem en verkreeg werk voor hem aan huis, waar hij prachtig werk maakte voor een 1e klas zaak. Toch kon hij hier niet meer aarden en zo trok hij binnen een jaar weer terug naar Parijs en heeft ook nu niets meer van zich laten horen, zodat we moeten aannemen, dat hij in Parijs gestorven is. Dit is een heel epistel, doch ik vind het leuk om deze herinne‑ ring uit mijn jeugd even op te schrijven. ’s‑Hertogenbosch, 16 sept. 1978. J.L.H. van den Broek, geboren 14 mei 1897 als zoon van Henricus van den Broek en Catharina Lam­booij”. In het bevolkingsregister van ca. 1905 komt Jacobus Henricus Lambooij overigens niet voor6). Hij zal zich dus niet offi­cieel in ’s‑Hertogenbosch gevestigd hebben. Tot slot nog enige genealogische gege‑ vens: I Jacobus Henricus Lambooij, oud-vete‑ raan, trouwt Catha­rina Loew. Uit dit huwelijk zijn onder anderen geboren:

1 Jacobus Henricus, geboren ’s‑Hertogenbosch 2 janua­ ri 1843 aan de Smalle Haven, wijk G num‑ mer 401 2 Henricus Jacobus, volgt II II Henricus Jacobus Lambooij, geboren ’s‑Hertogenbosch 22 december 1851 aan het Scheidingstraatje, wijk A num‑ mer 440, overleden Vught 29 januari 1939, trouwt ’s‑Hertogenbosch 24 juli 1875 Gerardina Wilhelmina Dumernit, geboren ’s‑Hertogenbosch 28 januari 1855, overleden Sint-Michielsgestel 25 december 1938. Uit dit huwelijk is onder anderen geboren: 1 Catharina Leocadia, volgt III III Catharina Leocadia Lambooij, geboren ’s‑Hertogenbosch 9 december 1875, overleden aldaar 23 september 1967, trouwt Henricus Cornelis Maria van den Broek, geboren ’s‑Hertogenbosch 5 maart 1873, overleden aldaar 29 november 1914. Hun oudste zoon is: Johannes Lambertus Henricus van den Broek, geboren ’s‑Hertogenbosch 14 mei 1897, trouwt Cornelia Antonia Le Brun, geboren Amsterdam 21 novem‑ ber 1896 Theo van Herwijnen Noten Alle genoemde bronnen zijn ter inzage in het stads‑ archief. 1 Kringnieuws juli 2003, pag. 14-19 2 Kringnieuws september 2003, pag. 3-4 3 Th.P.A. Lambooij en P. Eijkhout, Zeven eeuwen Lambooij (1976), aanwezig in bibliotheek van het stadsarchief, kenmerk: GHZ 124 4 Bevolkingsregister ’s‑Hertogenbosch 1850, wijk A, blad 619 5 Bevolkingsregister ’s‑Hertogenbosch 1860-1870, deel 10, blad 357 6 Bevolkingsregister ’s‑Hertogenbosch 1900-1910, deel C2, blad 459 en deel B1, blad 225 en 19101920, deel 20, blad 74. Hier worden het echtpaar Lambooij/Dumernit en hun kinderen genoemd. Jacobus Henricus Lambooij staat echter hier (en ook elders) niet ingeschreven

Kringnieuws januari 2004


Theresiaantjes aan de Clarastraat Wij noemden het Theresianenklooster steeds ten onrechte Claraklooster naar de Clarissen. Tot het midden van de jaren ’60 van de vorige eeuw vormde Clarastraat 14–16 een onderdeel van het klooster van de Theresiaantjes. De linkerzijmuur van het in 1962 gesloopte Rentmeestershuis aan de Clarastraat 14–16 dateert uit de 14de eeuw. Op het parkeerterrein achter het huis Hinthamerstraat 141 (thans het Inloopschip voor daklozen) is een middeleeuwse tuinmuur van het Claraklooster, dat rond 1359 gebouwd werd, waar te nemen. Let eens op de dichtgemetselde poort en venster in deze muur. Deze parkeerruimte was ooit de voormalige tuin van ridder Willem van den Bossche die aan de Hinthamerstraat 141 zijn ‘Kasteel’ had. Toch weer klokken De werkgroep Klokken Inventarisatie van de Kring “Vrienden van ’s‑Hertogenbosch” was door het Kringlid Harry Soors erop geattendeerd dat de twee klokjes van het voormalige klooster, die in 1971 bij de sluiting van het klooster mee naar het klooster in Beek (L) waren gegaan, op 6 april 2003 terug zijn gekomen. Het is de bedoeling van de bewoners‑ groep de klokjes terug te laten plaatsen in het torentje. De genoemde werkgroep heeft natuurlijk actie ondernomen en alle gegevens die op de twee klokken staan gedocumenteerd.

Ongeschoeid en een halve eierdop In Den Bosch sprak men over de ‘Theresiaantjes’. Het verkleinwoord hier betekent dat de Bosschenaren sympathie voor de Theresianen hadden vanwege hun bescheidenheid en het schone leven dat ze leidden. De zusters Ongeschoeide Karmelietessen zoals de Theresiaantjes oorspronkelijk heetten, waren tussen 1872 en 1971 in het klooster aan de Clarastraat gehuisvest. Hun hervormster was Teresa van Avila. De zusters aan de Clarastraat hadden het niet zo breed; een typisch voorbeeld hiervan is, dat er een tijd is geweest, dat het gebruikelijke wijwaterbakje in de cel uit een halve eierdop bestond die met een speld aan de muur was vastgeprikt. Verder in de cel was er een bed waar geen interi‑ eurarchitect aan te pas was gekomen, het bed bestond uit drie planken met een stro‑ zak en een strooien kussen. Ook stonden er een stoeltje en een boekenkastje dat tevens als tafel diende. Het was dus geen vetpot maar de armoe‑ de behoorde dan ook tot de regel die overigens later verzacht is. Het gezellig uurtje Bij die regels hoorden ook zelfverlooche‑ ning, boetvaardigheid, vasten en gebed. De zusters mochten niet met elkaar en anderen praten, behalve in de recreatie, want dat was meestal een gezellig en vrolijk uurtje. ‘s Morgens werden de zusters om 5.15 uur gewekt; dan was het bidden, werken en weer bidden en werken. Tijdens de recreatie die de zusters om 4.00 uur ‘s middags kregen moesten ze toch nog arbeid verrichten, zoals het herstellen van kleding.

moette nou toch’s kijke

O, die mannen toch Mannen mochten niet in het klooster komen, behalve de dokter en de biecht‑ vader of werklieden voor een reparatie. De zusters waren gesluierd en als er een manspersoon in de gang was, liep een zuster met bel voorop om de andere zusters te waarschuwen dat er iemand aankwam en dat ze de cel in moesten. Deze noodzakelijke bezoekers werden vergezeld door twee oudere zusters wier gelaat door een sluier bedekt werd.

De buurtbewoners gingen naar de H. Mis in de kapel van het klooster. Een zuster‑ koor zong achter een traliehek, onzicht‑ baar voor de gelovigen. Binnen de kloostermuren hadden de zusters een zeer sober leven en waren volledig van de buitenwereld afgezon‑ derd. Velen zal deze levenswijze vreemd en onwerkelijk voorkomen, maar hoeveel onbegrijpelijke zaken spelen zich niet in de wereld buiten de kloostermuren af. Eén ding echter was machtiger dan de regel van het klooster, dat was het kiesrecht. Het stemrecht werd omstreeks 1920 ook voor vrouwen ingevoerd en daar kwamen de Theresiaantjes niet onderuit. Ze gingen in hun bruine habijt, bevreemd en onwen‑ nig in een taxi naar het stembureau. Daar waren zusters bij die nog nooit een auto gezien hadden. Jo Hendriks, Verzamelaars Hertog Jan

Of de zusters ongeschoeid (zonder schoei‑ sel) waren, kan ik nergens achterhalen maar ik neem aan van wel, in ieder geval vroeger. Kringnieuws januari 2004

Ansichten en foto’s: verzameling Jo Hendriks Bronnen: J.A.M. Roelands, Den Bosch nogmaals, 1980 Den Bosch en zijn Religieuzen al 800 jaar, 1985 Mevrouw dr. Denise de Costa, de huidige bewoon‑ ster 2003 Jan van Dijk, Rond de Geerlingse brug, 1994 Ir. Ad van Drunen, Kloosters, Kronieken en Koormuziek, 1990 Kring Vrienden van ’s‑Hertogenbosch, Bossche Bouwstenen VI, 1983 Van Bos tot Stad, Opgravingen in ’s‑Hertogenbosch, 1983 Den Bosch: Als de Dag van Gisteren, 1987 - 1988

7


bossche personages

Louis Aarts

In het Kring-Nieuws Extra van april 1994 vond de redactie een nog steeds lezenswaardig stukje van John Vermulst over Louis Aarts. Naar aanleiding van de recente onthulling van de straat die zijn naam kreeg, plaatsen we het stukje hieronder opnieuw, met veel plezier. De bijzondere Bosschenaar Louis Aarts verdient het herinnerd te blijven. Als je, voor onderzoek naar de geschie‑ denis van de Kring Vrienden van ’s‑Hertogenbosch, navraagt wie lid num‑ mer 1 is, blijkt dat mevrouw Aarts te zijn, de weduwe van Louis Aarts. Onlangs ben ik bij haar op bezoek geweest, ik heb aan de tafel en op de stoel gezeten waar wijlen Louis altijd zat te schrijven. Uit de herinneringen van mevrouw Aarts blijkt dat Louis een bijzonder mens is geweest. Hij was niet iemand die graag

op de voorgrond stond, integendeel. Hij verstond echter wel de kunst om mensen enthousiast te maken voor zijn ideeën en plannen en wanneer ze ten uitvoer kwa‑ men, was het voor hem al genoeg. Altijd was het druk in zijn huis door de aanloop van mensen die hij ergens warm voor had gemaakt. Vele, vele verenigingen, organisaties, comités en exposities zijn door zijn toedoen van de grond gekomen, zoals: Vereniging De Stille Omgang, de Bossche Vogeltjesmarkt, Uilenburg Actief, ’s-Hertogenbossche vlooienmarkt, Comité ’s‑Hertogenbosch in mei, Het Bossche Palet, De Meijereijse week, herdenkings‑ tentoonstelling Moerkerk, tentoonstelling Hendrik de Laat, Dauwtrappen in het Bossche Broek, vliegerwedstrijden op Zuid, de Klompentocht, financiële actie voor de Artistieke Schuit, Vereniging Janus en Bet, Raadsgroepering Knillis, Vereniging voor heemkunde De Boschboom, Comité Red de Sint-Pieter en Kring Vrienden van ’s‑Hertogenbosch. In Lohengrin was van 21 tot 16 februari 1973 de fototentoonstelling Kijk hier eens ... Kijk daar eens, waar Louis Aarts ook bij was betrokken. Deze tentoonstelling was de directe aanleiding om onze Kring op te richten. Schrijver Louis Aarts was ook een veelzijdig schrij‑ ver. Onder andere was hij verbonden aan het weekblad Beatrijs.

advertentie

Hij bediende zich vaak van schuilnamen bij zijn schrijven, zoals: Wouter Govaerts, Jean Coevreur, Louis Walschot, Peter Selie, Tijl Uilenburg, Henri Borgerhout en Truus (speciaal voor BVV). In 1938 schreef hij een serie verhalen voor ONZE EIGEN KRANT, de jeugdbijlage van Het Huisgezin, onder de kop Verhalen van den Erwtenman. Een klein stukje uit zijn eerste artikel: “Ik kijk uit over mijn goeie trouwe stad. Ik luister naar de wind, de regen; naar het carillon en naar de muziek, die soms voorbij trekt. Ik zie de stad wanneer zij feest en ik zie haar wanneer zij lijdt. En de mensen zie ik, met al hun zorgen en vreugden, hun verwachtingen en teleur‑ stellingen. Door het kleine poortje vlak bij me zie ik ze de kerk binnentrekken, de een om te danken, de ander om te vragen, die weer met een hart vol zorg en die weer met een hart vol angst en weer een ander met een hart vol schaamte. Zo heel veel mensen heb ik zien komen en gaan. Ik ben in al die jaren een wijs man geworden en ken de wereld en de men‑ sen. En al spotten zij dan altijd over mij, toch houd ik van hen. Ik vergeef het hun, dat ze van mij ook nog een moordenaar maakten, die zijn kind tegen de muur sloeg en die door vier paarden uit elkaar werd getrokken. Zo gaat het met praatjes! Ik haal er mijn schouders maar over op en zoek liever het mooie en goede van mijn stad en de mensen.” Onderscheiding Drie maanden voor zijn dood kreeg Louis Aarts een koninklijke onderscheiding. Op het Mariabeeld aan het Keershuis staat zijn naam vereeuwigd en in het Mariakapelletje in de Lepelstraat is een gedenksteen aangebracht ter herinnering aan deze ‘echte Bosschenaar’ die nooit uit ’s‑Hertogenbosch weg wilde. Louis Aarts heeft zeer veel verdiensten gehad voor de stad en in het bijzon‑ der ook voor de Kring Vrienden van ’s‑Hertogenbosch. Op zijn begrafenis zei burgemeester Van Zwieten: “Deze man is veel te vroeg gegaan.” Gelukkig is hij indertijd erelid geworden van onze Kring, opdat wij ons nog vaak deze bijzondere man zullen herinneren. John Vermulst

8

Kringnieuws januari 2004


Kleding op de Markt In eerdere verhalen in het Kringnieuws (jaargang 2000) heb ik al eens mel‑ ding gemaakt hoe men de ouderdom van ansichtkaarten kan bepalen. De Werkgroep Verzamelaars Hertog Jan is al geruime tijd bezig om de Markt tussen 1900 en 2000 uit te pluizen, een traag maar boeiend werk; er is nu een concept tekst van 70 pagina’s aan gegevens. Het mes snijdt daarbij aan twee kanten: onze verzamelingen worden verder uitgebreid en uitgediept. Zo zijn er in al die jaren honderden ansichtkaarten van de Markt op de markt verschenen. Als je de verschillende kaar‑ ten naast elkaar legt, zijn er duidelijk modeverschijnselen waar te nemen. We kijken hierbij in eerste instantie naar de kleding die de mensen dragen. Nu is het alleen jammer dat de kaarten tot ongeveer 1960-1970 vooral in zwart-wit zijn gemaakt. Want je kunt aannemen dat in begin 1900 wel wat meer kleur werd gebruikt in de kleding. Voor je het weet, heb je er zo een hobby bij: kledingca‑ talogi en kledingboeken napluizen. Een gedachtekronkel zal met bewijzen moeten worden aangetoond. Gelukkig zijn in de wereld van verzamelaars en Boschlogen al deskundigen op dit gebied. En dat maakt de zoektocht een stuk eenvoudiger. We constateren echter ook een probleem aan het uitzoeken van kleding via prentbrief‑ kaarten: er staat weinig op of wat we zien is te ver weg om te kunnen onderschei‑

den. Tot deze conclusie kom je als alles is bekeken en uitgezocht. Kledingverschijnselen Juist omdat we ons nu richten op de Markt, zien we mensen die in opdracht of in dienst van een ander persoon waren komen kopen. Zeker in de periode tussen 1900 en 1950 zien we veel vrouwen met schorten aan, lange mantels en mandjes. En her en der nog Brabantse poffers. Bij de heren zien we vaak een slobberbroek, vestje, petje en een simpele jas. Hoe ver‑ der de tijd verschuift naar 2000, hoe meer de verschillen verdwijnen. Het modebeeld

van de werkgroepen

is wel veranderd. En dit is bij de vrouwen beter te zien dan bij de mannen. Op som‑ mige kaarten kun je het geluk hebben dat een bepaald modebeeld goed tot zijn recht komt. De hoog gesloten kleding en hoepelrokken van begin 1900. De zoge‑ noemde charleston-modellen zie je op kaarten tussen 1910-1930. De mini- en midi-rokken en kniekousen tussen 1960 en 1970. En in die zelfde tijd de Flower Power. Vanaf ongeveer die periode zie je de eerste broekpakken en dames in spijkerbroeken. Bij de mannen zijn vooral de hoofddeksels een referentiepunt. Van 1900 tot 1920 zien we de strohoed met daarbij een opstaande rand van het overhemd en een smalle stropdas. Daarna, van 1920 tot 1940, zien we veel bolhoeden. Na 1940 komt de gleufhoed sterk op. Vanaf de jaren ‘50 kent men tot op de dag van vandaag een vrij hoofddekselloze periode. De laatste jaren zijn de zogenaamde baseballpetjes meer in het straatbeeld te zien. Belangrijk is in ieder geval dat het bepalen van de ouderdom van een kaart door te kijken naar de kleding een lastige zaak is. Dit vraagt om een andere benadering in het onderzoek, namelijk welke kledingza‑ ken waren en zijn gevestigd rondom de Markt. In een volgende bijdrage hoop ik daar nader op in te gaan. Rob Hoogeboom Werkgroep Verzamelaars Hertog Jan Bronvermelding Kledingadviezen met dank aan Helma Thiers

Kringnieuws januari 2004

9


Aankondiging

Twee keer een lang weekend naar Trier: 14, 15 en 16 mei en 4, 5 en 6 juni 2004 Vorig jaar schreven zo’n 200 leden van de Kring Vrienden van ’s‑Hertogenbosch in voor een tweedaagse excursie naar Ieper en Lille. Die enorme belangstelling nood‑ zaakte de werkgroep LEF de aanvankelijk voor één weekend geplande reis twee weken later te herhalen. Uit een evalu‑ atie die onder de deelnemers na afloop is gehouden bleek dat vrijwel iedereen buitengewoon te spreken was over deze boeiende reis. Dat verschafte ons de inspi‑ ratie om voor 2004 een driedaagse reis naar onze zusterstad Trier te organiseren en dan meteen maar voor twee weekends te kiezen. Helaas is het niet mogelijk om net als vorig jaar met 2x100 deelnemers op stap te gaan. Per keer kunnen er maximaal 48 mensen mee. Snel boeken is daarom gewenst, want ook nu geldt: Wie ’t eerst komt, die ’t eerst maalt!

rijk in de 5de eeuw beleefde de stad afwisselend periodes van grote bloei en zwaar verval. Trier is nu bisschopszetel, centrum van cultuur, verkeer en economie in het Trierse land, havenstad aan de Moezel, cen‑ trum van wijnbouw en congresstad. De gezellige binnenstad met zijn pittoreske Hauptmarkt, aantrekkelijke winkelstraten en vele ‘Kneipe’, restaurants en terrasjes trekt het hele jaar door veel bezoekers. Met zijn ruim 100.000 inwoners is de stad van dezelfde schaal als ’s‑Hertogenbosch. Al sinds 1964 onderhouden beide steden met elkaar nauwe vriendschapsbanden.

Oudste stad van Duitsland Trier, of Augusta Trevorum, zoals de stad bij de Romeinen heette, werd omstreeks 16 v. Chr. onder de Romeinse keizer Augustus gesticht en is daarmee de oud‑ ste stad van Duitsland. In de 3de eeuw werd de stad verheven tot keizerlijke resi‑ dentie en ze werd daarmee de hoofdstad van het westelijke deel van het Romeinse rijk. Imposante gebouwen zoals de Porta Nigra, het Römische Palast, en de groten‑ deels intact gebleven Kaiserthermen en het Amphiteater herinneren aan die roem‑ ruchte tijd. Na de val van het Romeinse 10

Kringnieuws januari 2004


Het programma Het programma van deze driedaagse reis ziet er als volgt uit: Vrijdag 14 mei en vrijdag 4 juni: 07.30 Vertrek vanaf parkeerplaats sta‑ tion ’s‑Hertogenbosch-Oost 09.30 Stop voor koffie met gebak 12.30 Aankomst in Hotel Deutscher Hof; inchecken 13.00 Lunch in Hotel Deutscher Hof 14.00 U kunt op eigen gelegenheid gaan winkelen in de gezellige binnenstad, een terrasje pikken of een boottocht maken op de Moezel 17.00 Verzamelen in hotel en vertrek per bus naar Weingut von Nell voor een ‘Weinprobe’ met ‘Winzeressen’ (avondmaaltijd) 20.30 Terug in hotel. Avond vrij te besteden Zaterdag 15 mei en zaterdag 5 juni: 08.00 Rijk gevarieerd ontbijtbuffet in Hotel Deutscher Hof 09.30 Vertrek per bus naar de ‘Landesgartenschau’ op de Petrisberg. U kunt een aantal interessante en ontspannende uren doorbrengen op deze groots opgezette Floriade, waar kunst, natuur, geschiedenis en sport sleutelwoorden zijn. Het 44 hectare grote park telt vele gastronomische rustpunten, een wijnschenkerij en een schaduw‑ rijke ‘Biergarten’. 17.00 De bus brengt u weer terug naar het hotel 18.00 Diner (Bloemenmenu) in Hotel Deutscher Hof Zondag 16 mei en zondag 6 juni: 08.00 Rijk gevarieerd ontbijtbuffet in Hotel Deutscher Hof 09.30 Stadswandeling door de nu rus‑ tige historische binnenstad onder leiding van Nederlandstalige gidsen. Desgewenst ook kerkbe‑ zoek mogelijk. 12.00 Uitchecken uit hotel, bagage in de bus 12.30 Middagmaaltijd in Gasthaus Zur Glocke, het ‘ältestes Wirtshaus der Stadt’ 14.00 Vertrek naar Nederland 15.30 Koffiestop 18.00 Aankomst in ’s‑Hertogenbosch. Kringnieuws januari 2004

De kosten De kosten bedragen € 200,- per persoon, waarbij is inbegrepen: – vervoer per luxe touringcar met aircon‑ ditioning; – koffie/ thee met gebak op de heen- en terugreis; – middagmaaltijd op vrijdag en zondag en avondmaaltijd op vrijdag en zater‑ dag (incl. tafeldranken); – wijnproeverij (4 wijnen) op vrijdag‑ avond; – 2 overnachtingen met royaal ontbijt‑ buffet in driesterrenhotel Deutscher Hof; – géén toeslag voor 1-persoonskamer; – entreekaart voor de Landes-garten‑ schau; – begeleide stadswandeling met Nederlandstalige gidsen.

Aanmelding Aanmelding is mogelijk vanaf 23 januari. Vanaf de datum van verschijnen van het Kringnieuws liggen inschrijfformulieren gereed in het Kringhuis. U kunt zich ook per E-mail inschrijven via de website www.kringvriendenvanshertogenbosch.nl De inschrijving vindt plaats in volgorde van binnenkomst. Alle vóór 23 januari ontvangen inschrijvingen worden geacht te zijn ontvangen op 23 januari om 9.30 uur. Mocht het aantal beschikbare plaat‑ sen per reis (48) al op de inschrijfdag zijn overschreden, dan vindt loting plaats. Op deze manier willen wij tegemoet komen aan het bezwaar, dat niet iedereen het Kringnieuws op dezelfde dag ontvangt en daardoor in het nadeel kan zijn. Na ontvangst van uw aanmelding ont‑ vangt u een bevestiging met een accept‑ giro.

Algemeen Mogelijk kan de deelnameprijs nog op gunstige wijze worden beïnvloed indien de gemeente ’s‑Hertogenbosch in het kader van de subsidie-regeling 2003 voor uitwisselingen tussen zustersteden een subsidie verleent. Dat zal u dan bij de verzending van de acceptgiro worden medegedeeld. Internet Trier: www.trier.de www.landesgartenschau-trier.de Alle programmagegevens zijn onder voor‑ behoud van wijzigingen. Meer info: Paul Nuijten, tel 073 690 10 48, E-mail p.p.h.nuijten@planet.nl 11


De ‘Altstad’ koesteren Op het artikel van Aart Wijnen, ‘Altstad’: koesteren maar niet doodknuffelen (Kringnieuws november 2003) kreeg de redactie een uitgebreide brief. We plaatsen deze hierbij, omdat hij een nieuwe bijdrage levert aan de discussie over de toekomst van onze stad. Zoals dat ook het geval was met het stuk van Aart Wijnen is het geschreven op persoonlijke titel. De redactie treedt in dezen slechts op als doorgeefluik. De voorzitter van het Bosch Architectuur Initiatief (BAI) schreef in het Kringnieuws van november 2003 een artikel over de Bossche ‘Altstad’. Daarbij moest ik gelijk‑ tijdig denken aan wat onze voorzitter, Jo Timmermans, in zijn kenismakingsartikel van september 2003 schreef en welk artikel ook door de heer Wijnen wordt aangehaald. Onze voorzitter pleit ervoor méér te denken in termen van ‘altstad’ voor de binnenstad en ‘neustad’ voor het gebied buiten deze binnenstad. Welnu, het is juist de noodzaak van dit begrip dat ik mis in de pleitnotitie van de heer Wijnen in het hierboven genoemde artikel, waarbij hij zijn bezwaren uit tegen de briefkaartenactie, in een poging van de Kring Vrienden van ’s‑Hertogenbosch de plannen tot de bouw van vijf appartemen‑ ten aan de van der Does de Williboissingel/ hoek Stationsweg te verhinderen. Gezien zijn bezwaren, lijkt het mij als Kring nuttig om iets over het waarom van deze actie te zeggen. Waarom de werkgroep Bouwplannen van de Kring probeert dit bouwplan te voorkomen. Bij het beoordelen van een bouwplan kan het, naar mijn mening, niet anders dan dat mede wordt gekeken naar de beïn‑ vloeding ervan op de omgeving. Helaas -zonder een eigen oordeel te geven- geeft de heer Wijnen als voorzitter van het BAI alleen de mening weer van de welstands‑ commissie en die van de gemeentelijke monumentencommissie. Welnu, het is mijn sterke indruk dat beide commissies uitsluitend het bouwplan op zich hebben beoordeeld, zonder zich te bekommeren over de invloed ervan op de omgeving. Nochthans is één van de beoordelings‑ criteria van genoemde commissies: “de aanvaardbaarheid van het bouwwerk in relatie tot de karakteristiek van de reeds aanwezige bebouwing”. 12

Niet voor niets is de Stationsweg en omgeving door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg tot een beschermd stadsgezicht verklaard en heeft deze Dienst in eerste instantie een afwijzend advies uitgebracht over het bouwplan van de vijf appartementen. Het is bekend dat dezelfde dienst in een later stadium -na ambtelijk overleg met de gemeente- heeft gesteld dat de bebou‑ wing van de locatie op zich niet feitelijk leidt tot een wezenlijke aantasting van de historisch ruimtelijke karakteristiek van het bouwblok of de directe omgeving. Tevens daarbij de conclusie trekkend dat door de detaillering van de voorgevel -een glazen pui- het plan duidelijk afwijkt van de omringende bebouwing. De omringende bebouwing die, aldus dezelfde Rijksdienst, sterk eclectisch en decoratief is, met een dakschild aan de straatzijde, waarin trapen topgevels, kapkapellen en bijzondere accenten. Tot mijn niet geringe verbazing (en naar mijn idee is het nu niet meer te volgen) conclu‑ deert deze Rijksdienst thans echter, nota‑ bene ná een oorspronkelijke afwijzing: Gezien de relatief beperkte omvang van het project is deze dienst echter van mening dat door realisering geen oneven‑ redige afbreuk wordt gedaan aan de karakteristiek van de wijk. Mijn vraag is dan: wanneer wordt er dan wél afbreuk gedaan aan de karakteristiek van de wijk? Deze in mijn ogen onterechte conclusie van genoemde Rijksdienst voor het betreffende bouwplan, is uiteraard geheel voor verant‑ woordelijkheid van deze Rijksdienst, maar heeft nu ook kennelijk tot gevolg gehad dat, zowel de welstands- als de gemeen‑ telijke monumentencommissie, alsook Gedeputeerde Staten, die de te verlenen ontheffingen moesten goedkeuren, zich niet tegen het bouwplan hebben verzet. Daarbij zich scharend achter het advies van genoemde rijksdienst. En dit alles heeft weer tot gevolg dat het College van B en W op het verkeerde been is gezet en de bouwvergunning heeft verleend. Met het voorbeeld voor ogen van de naoorlogse nieuwbouw van een voor‑ malige bank -in een evenzeer sterk van zijn omgeving afwijkende architectuur in diezelfde Stationsweg- verbaast men zich, hoe dit alles mogelijk is.

ingezonden brieven

Deze inbreuk in de straatwand, door deze afwijkende nieuwbouw, is altijd een voor‑ beeld geweest van hoe het niet moet en het is nog altijd een ergernis voor velen. Het is dan ook geen wonder dat zovelen thans hebben geprotesteerd tegen het sterk in architectuur afwijkende bouw‑ plan van de vijf appartementen, die men tegen de achtergevel van het hoekpand Stationsweg 2 wil gaan aanbouwen. Op het achtererf van dit pand! Daarbij geen enkel respect tonend voor het Rijksmunument, noch voor de panden aan de van der Does de Williboissingel en de Luijbenstraat, noch voor de architectuur uit die tijd, de ambachtelijke uitvoering, noch voor de hoogten en de kapvormen. De sterk afwijkende ‘glazen’ nieuwbouw zal bóven de bestaande woningen aan de singel uitsteken en wordt plat afgedekt in tegenstelling tot de bestaande dakschil‑ den aan de straatzijde. Als het nog maar een vrijstaand gebouw zou zijn en er niet tegenaan gebouwd. En helaas: er is geen sprake van een rela‑ tief kleine ingreep; juist ook gelet op de saillante plaats van de ontworpen nieuw‑ bouw en op de grote tegenstellingen in schaal en architectuur. De voorzitter van het BAI verbaast zich in zijn artikel over het gebrek aan vertrou‑ wen. Maar gezien het bovenstaande: zou je niet? Hij trekt de conclusie dat bezwaar‑ den en dus ook de Kring een stolp over de binnenstad willen zetten. Maar dat laatste is gelukkig niet waar. Denk maar aan de door de Kring gerealiseerde kaartenver‑ kooplocatie van de bootvaarten in de Uilenburg, waarvoor in 2001 de architec‑ tuurprijs werd verkregen. En zo zijn ook wij van mening dat moderne architectuur een meerwaarde kan hebben, ook in de historische vestingstad. Maar je moet wel degelijk kijken, hoe men dat doet en waar het past. Het zal uiteindelijk een gaaf geheel dienen te blijven, waarbij soms contrastwerking ook tot de mogelijk‑ heden kan behoren. Natuurlijk niet op de manier: “als het maar genoeg contrasteert is het goed.” De manier waarop, is voor‑ waar geen eenvoudige opgave, maar dat maakt het vak boeiend. Juist hier kunnen de begrippen ‘altstadt’ en ‘neustadt’ hun waarde hebben. Men krijgt de induk dat de hedendaagse opleiding voor architect te weinig aan‑ dacht schenkt aan het restaurerend, recon‑ Kringnieuws januari 2004


struerend en historiserend bouwen. Men mist het gevoel voor het karakteristieke, de sfeer van een historische vestingstad en ook sfeer van de gezellige binnenstad. De zin in het artikel van de heer Wijnen, “Laten we het maar proberen en als het niet bevalt weer afbreken”, vertoont de onmacht en kan niet serieus zijn bedoeld. Aansluitend aan deze problematiek is het interessant is te weten dat in oktober 2003 bij de gemeente een discussienota Bouw -- Kundig en Kunstig” verscheen. Bedoeld als een nota die de discussie over het toekomstig Architectuurbeleid in deze stad zal aanzwengelen als voorloper op een in 2004 door de gemeente uit te brengen Nota Architectuur beleid. Binnen het BAI is de idee van een Wensplan ontstaan. Het betrekken van zo veel mogelijk Bosschenaren bij de discus‑ sie over ruimtelijke ordening en architec‑ tuur. Wat wil men het liefst? Hoe ervaren de inwoners hun stad? Om daar achter te komen werden er tien stadswandelingen georganiseerd -waar‑ aan enige honderden Bosschenaren aan deelnamen onder leiding van 40 gidsenrespectievelijk in de binnenstad en in onderscheidene stadsdelen en wijken. Daarbij werd de deelnemers gevraagd hoe men de wijk, de straten en pleinen, het groen, de gebouwen, de architectuur heeft ervaren. Alle positieve en negatieve ervaringen en gevoelens zijn door de wandelaars op papier gezet. Natuurlijk kwamen er ook de begrippen mooi en lelijk bij. Tijdens de wandelingen kon men de nodige foto’s maken. Deze reacties zijn thans uitgewerkt en tot een zeer lezenswaardig boek gebundeld,

met als titel De Taal van de stad. Het is verkrijgbaar bij boekhandel Adr. Heinen. Uit de reacties van de deelnemers proeft men duidelijk dat ook deze de ‘Altstad’ en ‘Neustad’ onderscheiden. Op 8 december 2003 was er een slotde‑ bat, georganiseerd door het BAI en de gemeente over het toekomstig architec‑ tuurbeleid, waarbij genoemd boek werd uitgereikt. In dit boek vind je ook het waarom van een architectuurbeleid en waarom een discussienota Bouw-Kundig en Kunstig. In deze discussienota is een twintigtal stellingen geponeerd als aanzet voor een debat. Een van deze stellingen (stelling 3) luidt: “ In ‘s Hertogenbosch willen we met respect voor het historisch erfgoed ruimte bieden voor eigentijdse nieuwe uitingen van bouwkunst”. De Stichting ‘s-Hertogenbossche Monumentenzorg schrijft in een reactie op deze stellingname deze enerzijds te onderschrij‑ ven; anderzijds wordt het gewenst geacht deze stelling méér te nuanceren. Daarbij wordt gepleit voor “harmonie met het bestaande”(...)”Een nieuw architectuur‑ beleid moet in alle gevallen aansluiten bij de eigenheid van de plek”(...) En ook “Dat impliceert niet dat overal in de oude stad traditioneel gebouwd moet worden. Maar het houdt ook niet in dat traditionele vor‑ men uitgesloten moeten worden.” Interessant is in dit verband ook nog het feit dat in het overleg over dit discus‑ siestuk door gemeentelijke commissie Ruimtelijke Ontwikkelingen en Beheer de stellingen 17 en 18 zijn toegevoegd. Stelling 17: “De gemeente moet het Altstadt/Neustadt concept introduceren.”

Mijns inziens terecht. Het maakt toch heel veel (alles) uit of een bouwlocatie gelegen is in de oude binnenstad/vestingstad met zijn waardevol cultureel erfgoed, zijn kleinschaligheid, zijn rijke historie, of dat een nieuwbouw buiten de binnenstad komt te liggen. Stelling 18: “Geen moderne blikvangers in de Binnenstad.” Wat deze laatste stelling betreft: Een zekere nuancering zal nodig zijn; immers welke locatie betreft het? Wat voor een bouwplan ligt eraan ten grondslag? Wat is de kwaliteit van het bouwplan? enz. Ondertussen wenst ondergetekende, als medewerker in de Werkgroep Bouwplannen van de Kring Vrienden, het BAI te complimenteren met het initiatief te komen tot een zo’n breed debat over architectuur en de idee de Bosschenaren te vragen wat zij van hun stad vinden. Het resultaat De Taal van de stad mag er zijn, dankzij ook de hulp van de gemeente, architecten, bouwondernemers en project‑ ontwikkelaars en uitgever Adr. Heinen. Met de aangekondigde cursus moderne architectuur wens ik het BAI alle succes toe. Maar wellicht kan deze cursus -na lezing van het bovenstaande en in het belang van de Bossche Binnenstad- worden ver‑ breed tot een cursus architectuur, waarbij zeker moderne architectuur niet moet worden uitgesloten. De cursus echter uitsluitend te beperken tot moderne archi‑ tectuur doet de binnenstad (Altstadt) te weinig eer aan en is zeker voor deze stad te onvolledig. Joseph Grooten

Plattegrond van ’s‑Hertogenbosch uit 1832 Na de inlijving van ons land bij Frankrijk in 1810 werd beslist om heel Nederland op perceelsniveau in te meten en in kaart te brengen. Het doel hiervan was om in het hele land op een uniforme manier grond‑ belasting te kunnen heffen. Het heeft jaren geduurd voor dit gigantische karwei geklaard was. Op 1 oktober 1832 werd het kadaster ingesteld. De oorspronkelijke kaarten werden minuutplans genoemd. Aan de hand van deze bestanden heeft Jan Wagenaars een kaart in oude stijl van de Kringnieuws januari 2004

stad ’s‑Hertogenbosch gemaakt op basis van het toenmalige grondgebruik. Ieder perceel, huis, schuur is tot op detail ingetekend. Op de kaart is een overzicht te zien van de toenmalige gemeente op schaal 1:15.000 en is de stad binnen de vestingwerken uit‑ vergroot op een schaal 1:5.000. De kleuren in de kaart (pasteltinten) zijn gebaseerd op kaarten zoals deze eind 1700, begin 1800 gemaakt werden. De noordpijl en schaal‑ balk zijn samengesteld naar voorbeelden uit deze tijd; ook met de lettertypen is geprobeerd hier zoveel rekening mee te

houden. De toponiemen op de kaart zijn overgenomen van de minuutplans. Dit wil niet zeggen dat dit altijd de officiële schrijfwijze was, het kwam wel voor dat de landmeter aan de eigenaren vroeg hoe de omgeving genoemd werd en dan uit het dialect de wijknaam overnam. De kaart heeft een formaat van 50x70 cm en is volle‑ dig in kleur gedrukt op 200 grams papier. De plattegrond van ’s‑Hertogenbosch is onder andere verkrijgbaar bij het Kringhuis in de Verwersstraat. 13


nader bekeken

Opera La Madeira is kroon op jubileum den voor een onvergetelijk uitgevoerde volksopera. Het Palazzo bood plaats aan 1100 bezoekers per avond. Dus heel wat mensen hebben kunnen genieten van dit nooit vertoonde muziekfestijn. Meer dan 500 vrijwilligers waren bij de organisatie betrokken. En dat alles vanwege de rijke Bossche historie.

De Oeteldonksche club in ’s‑Hertogenbosch bestond in 2003 121 jaar, oftewel 11 maal 11 keer. Gekker kan niet. “Dan maar een goed feestje,” moeten ze bij de club gedacht hebben. En gefeest werd er november jongstleden. Niet het hele jaar door, alles werd in een keer herdacht en gevierd. Met recepties en ontvangsten en als kroon op het jubileum een echte Bossche Opera, la Madeira genaamd. Toen de Oeteldonksche club in 2001 zocht naar ideeën voor de viering van het jubi‑ leum, werd het plan om een opera samen te stellen al gekoesterd. Vanaf het begin stond vast dat het geheel zich zou moeten afspelen in de Italiaanse operastijl. Jeroen van de Laar ontwierp het Palazzo, een logetheater waarbij niet alleen het publiek vanuit alle hoeken naar het toneel kon kijken, maar waar ook de vele acteurs de mensen in de zaal konden zien. Cees Slegers schreef een libretto in de stijl van de Opera Buffa (een populaire ItaliaansNederlandse volksopera doorspekt met onvervalste humor), op melodieën uit het bel canto repertoire. In september 2002 was het ontwerp voor het Palazzo klaar en was ook het libretto gereed en kon men starten met de voorbereiding van de uitvoering. Het Palazzo heeft in november 2003 enkele weken op de Parade gestaan. Er is twee weken aan gebouwd. Steigerpijpen en krimpfolie vormden de basis van het geheel. De opera werd acht maal opgevoerd. Acht solisten, 121 koorleden (11 maal 11) en 45 orkestleden zorg‑ 14

Oeteldonks historie Carnaval werd in ’s‑Hertogenbosch al in de middeleeuwen gevierd. Ofschoon in de generaliteitsperiode (1629-1794) verbo‑ den, is het feest toch, weliswaar beperkt, blijven bestaan. In de 19de eeuw bloeide het weer op maar de excessen leidden tot protesten. In 1881 protesteerde bisschop mgr. A. Godschalk fel tegen de uitwassen en dat vormde de aanleiding voor enige Bosschenaren uit de gegoede midden‑ stand om maatregelen te nemen ter bescherming van het volksfeest. Het doel was behoud van het feest door veredeling van het vermaak. Zij bedachten in 1882 de formule Oeteldonk. De, zeker toen, mondaine stad ’s‑Hertogenbosch werd voor drie dagen omgedoopt in het dorp Oeteldonk. Iedere inwoner van de stad was boer of durske. Aan het hoofd plaatste men de ‘burgervaojer’, Peer vaan den Muggenheuvel, met een of meer wethouders of ‘asses‑ sors’, een ‘geminteraod’ en één veld‑ wachter, Driek Pakaon. Dat alles was, in de stijl van carnaval, een parodie op de bestaande maatschappij. Op 1 oktober van dat jaar werd de Oeteldonksche Club opgericht. Het jaar daarop voegde men een nieuw element toe, namelijk het bezoek van Z.K.H. Prins Amadeiro Ricosto di Carnavallo, Ridder van het Reksam, Heer en Meester van Oeteldonk en deszelfs omliggende watervrije moerassen en zandwoestijnen enz.enz.enz. Een grote optocht met praal‑ wagens begeleidde hem bij zijn intocht. Op die manier gaf de Oeteldonksche Club het voorbeeld hoe op een waardige wijze het vastenavondfeest gevierd kon worden. Langzaam maar zeker slaagde de club in haar opzet: de excessen verdwenen. Gedurende ruim een eeuw koestert de Oeteldonksche Club nu het Oeteldonks Carnaval. Steeds opnieuw zijn elemen‑ ten toegevoegd en veranderd. Ondanks

regelmatige tegenslagen als verbods‑ bepalingen en oorlogssituaties wist de OCv1882 iedere keer weer, zich gesteund wetend door de Oeteldonkers, het feest nieuw leven in te blazen met de vanouds bestaande waarden en tradities. De opzet van het feest, zoals in 1882 begonnen, werd nimmer aangetast en geldt nog steeds. Het boertige, volkse karakter is essentieel voor het Oeteldonks carnaval. Dit unieke spel wordt alleen in ’s‑Hertogenbosch gespeeld, in tegenstelling tot de Rijnlandse carnavalsviering, zoals dat overal elders (met uitzondering van Bergen op Zoom), met grote pracht en praal wordt gevierd. Met zijn vele tradities, rijke historie, typi‑ sche spel en duizenden bezoekers vormt Oeteldonk een van de toonaangevende carnavals van ons land met een bekend‑ heid die tot ver over de grenzen reikt.

En over een maand is het weer zover. Dan zullen duizenden Oeteldonkers weer gaan feesten, zoals hun overgrootvaders en overgrootmoeders dat ook hebben gedaan. Want zeg nou zelf, in welke stad van Nederland kan men zo carnavallen en hebben ze nu een echt onvervalst carnavalsmuseum? Dat kan alleen maar in ’s‑Hertogenbosch! Gerdie de Zeeuw-Nieuwenhuis Foto’s Stadsarchief Kringnieuws januari 2004


Puck van Veen De Kring Vrienden van ’s‑Hertogenbosch timmert regelmatig aan de weg. Schippers en stadsgidsen loodsen duizenden mensen door de stad. Dat zou niet mogelijk zijn als de Kring niet beschikte over een deugdelijk bureau. Ook dat bureau wordt bemand en bevrouwd door vrijwilligers. Deze keer stellen we u Puck van Veen voor. Tegelijk met dit Kringnieuws krijgt u een enveloppe in de bus met het verzoek uw contributie over 2004 over te maken. Puck van Veen, die de ledenadministratie ver‑ zorgt, zorgt er ook voor dat die brieven de deur uitgaan. Dat is niet zo moeilijk, vertelt ze. Met een goed computerpro‑ gramma is dat te regelen. Ingewikkelder wordt het wanneer de betalingen bin‑ nenkomen. Gebruikt u de meegestuurde accept-girokaart? Geen probleem. Aan de hand van naam en lidmaatschapsnum‑ mer wordt u snel teruggevonden in het systeem. U krijgt een brief van Puck, al staat haar naam er misschien niet onder, met een bedankje voor uw betaling en uw lidmaatschapskaart. Als u op een andere manier betaalt, vermeld dan alstublieft uw lidmaatschapsnummer. Het staat op het adreskaartje dat bij het Kringnieuws gevoegd is. Echt problemen heeft Puck bij overschrijvingen die niets anders ver‑ melden dan: Jansen, ’s‑Hertogenbosch.

Bij een bestand van ruim 2000 leden is niet terug te vinden welke Jansen in ’s‑Hertogenbosch dit dan wel is. Deze meneer of mevrouw Jansen zal in mei waarschijnlijk een aanmaning krijgen, dat hij of zij nog niet betaald heeft. Hopelijk belt hij of zij dan op en zo komt alles dan weer terecht. Puck van Veen is naar eigen zeggen een puntje precies en wil dat haar werk zorg‑ vuldig afgerond wordt. Toen ze begon, kregen leden hun lidmaatschapskaart thuisgestuurd, los in een enveloppe. “Ik vind dat daar een briefje bij hoort. Zo doe ik het nu al vijf jaar.” Ze verzorgt niet alleen de administratie rond de contribu‑ tie, ze houdt ook het ledenbestand bij. “Voor nieuwe leden maak ik een klein welkomstpakketje: een recent nummer van het Kringnieuws en een paar folder‑ tjes.” Toen Puck na 40 jaar stopte met betaald werk, wilde ze wel iets doen om haar vaardigheden met de computer te behou‑ den en om wat meer sociale contacten op te bouwen. “Het leek me niets om alleen maar thuis te zitten lui-wezen.” De Kring vroeg iemand voor de ledenadministratie. “Dat leek me wel wat. Eerst heb ik dat hier thuis gedaan. Ik had mij 40 jaar moeten schikken naar de werkuren van het bedrijf waar ik de salarisadministratie deed, nu

bossche personages

wilde ik vrij over mijn tijd kunnen beschik‑ ken.” Sinds 2003 is een nieuw programma gekocht, dat in het Kringhuis geïnstalleerd is. Puck van Veen is nu een dag per week daar te vinden, en in drukke tijden vaker. “Nu moet alles overdag, ’s avonds is het Kringhuis dicht. Ik ben daardoor wel wat meer gebonden, maar het is leuk om op kantoor ook andere mensen te ontmoeten. En van de mensen van de balie hoor ik de laatste nieuwtjes die in de Kring de ronde doen. Maar ik hou eraan vast dat ik werk op het moment dat het mij uitkomt.” Het werken in het Kringhuis heeft meer voordelen. “Het is ook goed dat anderen op de hoogte zijn van je manier van wer‑ ken. Als ik dan eens weg ben, kan iemand anders het overnemen. Daar was geen sprake van toen ik thuis werkte. Nu, op het Kringhuis, bestaat die mogelijkheid wel. Dit voorjaar ga ik zes weken naar Amerika, dan kan ik alle werk gerust achterlaten.” Werken in een vrijwilligersorganisatie is anders dan in een bedrijf ervaart Puck. “Als mijn computer vroeger haperde, kwam er een systeembeheerder. Nu moeten we zelf veel uitdokteren. Dat lukt vaak ook. En dit is wat ik wilde. Wat meer sociale contacten en bij blijven in het gebruik van de computer. Ik hoop het nog jaren te kun‑ nen doen.” Marjan Vonk van de werkgroepen

Theater in drie eeuwen Lezing door Jacques Luyckx over Geschiedenis van de Vereniging Sociëteit Casino ’s‑Hertogenbosch 20 januari 2004, 20.00 uur, Azijnfabriek, Bethaniestraat 4, ’s‑Hertogenbosch. Al 175 jaar schrijft de Vereniging Sociëteit Casino theatergeschiedenis in ’s‑Hertogenbosch. Tot ver in de 20ste eeuw zorgde deze ‘heerensociëteit’ ervoor dat ’s‑Hertogenbosch een schouwburg had, zonder structurele steun van de gemeente. En ook nu nog ondersteunt zij het theaterleven en andere culture activi‑ teiten in de stad. Kringnieuws januari 2004

Tijdens zijn lezing vertelt Jacques Luyckx over de geschiedenis van deze bijzon‑ dere instelling. Over rekenmeester Albert Swane en publiekstrekker Pierre Martens, over het belang van carnaval voor het voortbestaan van de sociëteit, over geluidsoverlast in het ziekenhuis Joannes de Deo en over het sociëteitsleven van de Bossche heeren. Jacques Luyckx was vanaf 1966 chef van de stadsredactie van het Brabants Dagblad en later tot zijn pensioen adjunct-hoofdre‑ dacteur. Als journalist heeft hij destijds verslag gedaan van de heftige verwik‑ kelingen tussen de Vereniging Sociëteit

Casino en het gemeentebestuur. Met als rijke bron het twaalf meter lange archief van de Sociëteit Casino heeft hij nu het verhaal van de 175-jarige geschiedenis in een bij Adr. Heinen verschenen boek vastgelegd, dat haast evenveel drama’s als blijspelen omvat. De auteur zal in de Azijnfabriek zijn boek signeren. De lezing begint om 20 uur en de toegang is gratis. Paul Nuijten, Werkgroep LEF

15


bossche personages

Jan van der Eerden, strijdbaar architect Architect Jan van der Eerden is nog met van alles bezig: “In een vrij beroep ga je niet met pensioen.” Beroepsmatig houdt hij zich bezig met kleinschalige restauraties en kleine nieuwbouw. Maar hij is vooral bekend als een strijdbaar man als het gaat om het behoud van historische gebouwen. In het begin van de zestiger jaren ont‑ stond in de meeste grotere steden en natuurlijk ook in ’s‑Hertogenbosch een soort moderniseringsdrift. Ten koste van oude bebouwing moesten steden, meest‑ al onder de noemer toegankelijkheid, een nieuwe structuur krijgen. Er was in onze stad vanaf het begin ook veel weerstand tegen die plannen. Een groep die duidelijk aan de weg timmerde was het in 1962 opgerichte Comité Binnenstad. Van der Eerden was één van de initiatiefnemers. Later was hij medeoprichter en lid van de raadsfractie Beter Bestuur, een groepering die het opnam voor de oude binnen‑ stad. Vanaf het moment van oprichting van de Stichting ‘s-Hertogenbossche Monumentenzorg was Van der Eerden ook daar bestuurslid. Aanvankelijk ijverde deze stichting voor het behoud van kleine monumenten, die in het monumenten‑ beleid van de stad tussen wal en schip vielen. Van der Eerden: “Heel praktisch, met behulp van gemeentelijke subsidie, konden we kleine monumenten restau‑ reren en behouden.” De stichting was echter verontrust over het beleid van de gemeente ten aanzien van de hele binnenstad. Van der Eerden schreef een boekje Pleidooi voor ’s‑Hertogenbosch, een aanval op dat beleid. Dit pleidooi schoot de gemeente in het verkeerde keelgat. De subsidie voor de stichting Bossche Monumentenzorg stopte. Vanaf dat moment werd de organisatie een belangengroep, die zich inzette voor het behoud van het historische gezicht van de stad. Nu houdt ze zich onder andere bezig met het behoud van het Kruithuis en voert ze verweer tegen het nieuwe pand dat aan de van der Does de Willeboissingel moet komen. De Binnendieze Van der Eerden verhaalt met zichtbaar genoegen over zijn rol in de restauratie van de Binnendieze. Burgemeester en wethouders hadden in het kader van de 16

voor de aankoop en voor zijn restauratie‑ plan en de sloop was van de baan. Van der Eerden heeft nog meer verha‑ len over restauraties in de stad. Zo had hij opdracht om Het Misverstant in de Snellestraat te restaureren. Maar toen het gebouw al in de steigers hing, bleek de eigenaar niet aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen. Weg opdracht. Tenslotte is het pand door een andere architect afgebouwd. Ook heeft Van der Eerden voor de Vereniging Hendrick de Keyser het huis In de Put gerestaureerd. In dit pand was lange tijd Het Kringhuis gevestigd. stadsvernieuwing in 1968 een voorstel ontwikkeld om de Binnendieze te dempen. Dat kon, omdat de stadsrivier niet onder het ‘ontwerp beschermd stadsgezicht’ van ’s‑Hertogenbosch viel. De Rijksdienst voor de Monumentenzorg had dat bepaald. Van der Eerden was raadslid en had door zijn werk veel contacten met die‑ zelfde Rijksdienst. Hoewel de Rijksdienst voor de Monumentenzorg aanvankelijk dus geen interesse voor de Binnendieze had getoond, pleitte Van der Eerden in Den Haag met succes voor het behoud van het waterstelsel. Op het moment dat in ’s‑Hertogenbosch het raadsbe‑ sluit viel dat de Binnendieze gedempt mocht worden, kreeg de gemeente van de Rijksmonumentenzorg te horen dat het gebied ‘beschermd stadsgezicht’ uitgebreid was en ook de loop van de Binnendieze omvatte. Van dempen kon toen geen sprake meer zijn. “De politieke situatie rond de Binnendieze was toen wel wat verziekt,” aldus Van der Eerden. Daar moest de nieuwe burgemeester, Gerrit van de Ven, een oplossing voor zoeken. Louwsche poort De Binnendieze was dan behouden, maar ook oude panden werden door de gemeente met sloop bedreigd. Dat gold onder andere voor de twee middeleeuwse huizen aan de Louwsche poort. Ook hier kon Van der Eerden een rol spelen. De bouwvallige delen van die huizen waren al gesloopt, toen een vriend van Van der Eerden ze alsnog kon kopen. Van der Eerden zou de restauratie uitvoeren. Toen de vriend zich terugtrok, zat er voor Van der Eerden niets anders op dan zelf de panden kopen. Hij kreeg toestemming

Strijdbaar De strijdbare Van der Eerden heeft zich lang ingezet voor allerlei organisaties. Zo was hij als architect dertig jaar lid van de provinciale commissie van de bond Heemschut, vereniging tot bescherming van cultuurmonumenten. Voor die com‑ missie heeft hij veel werk verzet. Bij zijn afscheid werd hij dan ook geëerd met een onderscheiding van de Bond. Ook ontving hij op zijn zeventigste verjaardag de ere‑ penning van ’s‑Hertogenbosch en werd hij onderscheiden door Brabants Heem. Samen met Louis Aarts, die inmiddels overleden is, nam hij het initiatief tot het oprichten van de heemkundige vereniging De Boschboom. De Boschboom is wat elitair geworden, vindt Van der Eerden. Hij en medeoprichter Louis Aarts had‑ den de organisatie meer bedoeld als een vereniging van mensen die van de stad houden en haar willen bewaren. Vijf jaar na de oprichting van De Boschboom stond Aarts daarom aan de wieg van de Kring Vrienden van ’s‑Hertogenbosch, die deze doelstelling wél heeft gerealiseerd. Het geheim van de stad Van der Eerden is niet alleen architect en strijder voor het behoud van cultuurmo‑ numenten. Hij is ook schrijver. Hij wordt al jaren geboeid door de planmatige, zinvolle structuur van de stad. Die kan geen toeval zijn. Van der Eerden is ervan overtuigd dat gestichte middeleeuwse steden niet gewoon gegroeid zijn, maar dat ze bewust ontworpen zijn. U kunt dat lezen in zijn boek Spiegel van de Kosmos. Binnenkort komt er een nieuw boek uit, waarin Van der Eerden zijn ideeën verder onderbouwt. Marjan Vonk Kringnieuws januari 2004


nader bekeken

Bijzondere historische kranten in ’s‑Hertogenbosch Het Stadsarchief ’s‑Hertogenbosch, het Persmuseum, het Brabants Dagblad en de Vereniging van Kranten- en Tijdschriftenverzamelaars hebben vorige maand de handen ineen geslagen rond het aansprekende thema krant. Vanaf vrijdag 21 november tot en met zaterdag 6 december 2003 exposeerden zij in het Bossche Stadsarchief. Ook vond een populair-wetenschappelijke studiedag plaats over de rol van de krant, gisteren, vandaag en morgen onder de titel Dagblad! Dag blad? Op donderdag 27 november vormde de Nederlands Hervormde Kerk in ’s‑Hertogenbosch het decor voor een stu‑ diedag over de rol van de krant in het verle‑ den, heden en de toekomst. Onder leiding van dagvoorzitter Prof. Dr. Frank van Vree, hoogleraar Journalistiek en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam, schets‑ ten allereerst een viertal inleiders (Peter Altena, René Vos, Huub Wijfjes en Tony van der Meulen) de historische rol van de krant in en buiten ’s‑Hertogenbosch. In de namiddag ging een uitgebreid forum in op de toekomst van de krant: wat doen we

met het geschreven en gedrukte woord in de visueel en digitaal ingestelde 21ste eeuw en welke rol past het beste bij de krant van morgen? Onder leiding van dag‑ voorzitter Frank van Vree namen aan het forumgesprek deel: Angelie Sens (direc‑ teur Persmuseum), Jan Dijkgraaf (hoofd‑ redacteur Metro), Tony van der Meulen (hoofdredacteur Brabants Dagblad) en Joke van der Beek (oud-bestuurder en voormalig waarnemend burgemeester van ’s‑Hertogenbosch). Een lunch, een bezoek aan de expositie, een documentaire film van het Persmuseum en een afsluitende borrel lardeerden de studiedag. Expositie In samenwerking met dagbladenverzame‑ laars Jan de Wit en Louis Nierynck en met het Persmuseum organiseerde het Bossche Stadsarchief een expositie over de krant in de loop der eeuwen. Op de expositie werden unieke exemplaren getoond van (voorlopers van) de oudste Nederlandse kranten uit het begin van de 17de eeuw. Tot de topstukken behoorden een 16de-eeuwse (!) en enkele 17de-eeuwse voorlopers van de eerste Nederlandstalige

‘nieuwstydinghen’. Ook de eerste Bossche krant, uit 1771 was er te zien. De exposi‑ tie voerde de bezoeker door vier eeuwen krantenhistorie; van couranten, histori‑ sche, eerste en extra edities, raampam‑ fletten, de grootste en kleinste krant ter wereld naar indrukwekkende krantenkop‑ pen rond indrukwekkend nieuws. Jac. Biemans foto: Stadsarchief ’s‑Hertogenbosch/Gerrit Verbeek nader bekeken

Jeroen Bosch in Lissabon In het Nationaal Museum voor Oude Kunst in Lissabon hangt het beroemde schilderij De verzoeking van de H. Antonius van Hiëronymus Bosch. De beelden in de tentoonstelling op deze foto’s zijn geïnspireerd door dit schilderij. Zij dienen als decorstukken voor myste‑ riespelen en ter ondersteuning van korte teksten van Gil Vicente, een tijdgenoot van Bosch, die zijn thema’s uitwerkte in beschrijvingen van pelgrimages. Een treffend voorbeeld van wat lijkt op een terugkeer naar de middeleeuwen, waarin de toen universele, religieuze, beeldtaal van de rooms-katholieke kerk voor iedereen te begrijpen was! foto’s H. Serré Kringnieuws januari 2004

17


Moerasdraak vaart Op vrijdag 19 december jongstleden is een nieuwe Bossche attractie opengesteld voor het publiek. Onder en in de buurt van de Vughterbrug is het zogenaamde Vughtereiland ingericht voor recreatieve doeleinden. Enkele voetgangersbruggen en een pontje verbinden het Heetmanplein met het Bossche Broek. In 1999 is in ’s‑Hertogenbosch een ont‑ wikkelingsplan voor de vestingwerken opgesteld, Versterkt Den Bosch. Dit plan omvat de restauratieplannen van de Bossche vestingwerken. Hierbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de samenhang met ruimtelijke ontwikkelin‑ gen in de omgeving. Drie zaken staan voorop: tot leven brengen, behouden en vernieuwen. De gemeente wil zo de historische vestingwerken zichtbaarder en beleefbaarder maken, zowel voor de bewoners van ’s‑Hertogenbosch als voor toeristen.

Broek over te steken met een pontje, Moerasdraak gedoopt door G. van den Oetelaar, wethouder in Boxtel en voorzit‑ ter van het Innovatieplatform Duurzame Meierij. Dit platform verdeelt Europese subsidies en heeft meebetaald aan het pontje. Dat wordt door de passagiers zelf met de hand bediend: via een wiel wordt de ketting strak getrokken die het pontje naar de overkant trekt. Het pontje ligt ter hoogte van het oude gemaalhuisje. Vanaf de pont loop je via een zogenaamde knup‑ peltjesbrug onder de Vughterbrug door, vervolgens via de stuwbrug om te komen

Vughtereiland Een van de deelprojecten van het ont‑ wikkelingsplan betreft het gebied rond Bastion Vught. Het Vughtereiland is een onderdeel hiervan. Door de enorme ver‑ keersintensiteit van het Heetmanplein en omgeving is het voor voetgangers geen prettige omgeving: probeer de stad maar eens in of uit te komen.

op de Dommeloever, waar een grintpad is aangelegd tot aan de naamloze brug bij de PNEM en Der Blaue Engel. Helaas kun

Die voetgangers hebben nu een eigen domeintje gekregen: het Vughtereiland. Het is nu mogelijk vanaf de Vughterbrug in het Bossche Broek te komen. Bovendien is een vispassage aangelegd in de Dommel. Deze passage bestaat uit zes stenen drempels. Hierlangs zwemmen de vissen van en naar hun paaigebied. Voor voetgangers is het sinds 19 december mogelijk vanuit het Bossche

je hier wel omhoog met een vers trapje, maar dan sta je wel midden op Heetman. Het valt nog niet mee om hierna veilig naar de binnenstad te komen. Misschien moet de gemeente het pad nog verlengen naar de voetgangersbrug, ietsje verderop. Overigens kun je eerder al via een wentel‑ trap omhoog, de Vughterbrug op. Dan is het over Bastion Oranje een klein eindje naar de Vughterstraat.

18

bosch nieuws

Opening Op vrijdag 19 december is het geheel, zoals gezegd, officieel opengesteld voor het publiek. ’s Ochtends vond de opening plaats voor genodigden, ’s middags mocht het publiek kennismaken met de nieuwe attrac‑ tie. En daar werd veel gebruik van gemaakt. Het pontje voer af en aan; er was tevens een motorbootje ingezet. Bij het gemaalhuisje stond een tent opgesteld, waarin bezoekers een promotievideo over de restauratieplan‑ nen voor de vestingwerken konden bekijken. Onder het genot van een drankje, warm of koud, en een hapje, erwtensoep paste prima bij de temperatuur, maakten veel Bosschenaren gebruik van de gelegenheid eens te komen kijken. Ze werden daarbij onder andere ontvangen door een duo trou‑ badours, Bach en Broccoli uit Oirschot, die niet alleen de oude hertog Jan deden herle‑ ven, maar ook Metallica konden spelen. En na de inwendige mens versterkt te heb‑ ben, zoals het cliché luidt, kon er gewan‑ deld worden, konden er foto’s gemaakt worden en kon er vooral genoten worden van het mooie weer. ’s‑Hertogenbosch is een aardig nieuw‑ tje rijker. Opnieuw kan een stukje oude vesting van een andere kant bekeken worden. Over een kleine 15 jaar zou het geheel klaar moeten zijn, maar dan ziet ook dit facet van de stad er weer puik uit. Nik de Vries

Kringnieuws januari 2004


bossche personages

Bob Heinen, coördinator stadsgidsen “Je wordt geboren en je gaat op een gegeven moment dood. In die tussenliggende periode heb je tijd om iets te doen. Iets voor jezelf, maar ook iets waar anderen wat aan hebben,” zo formuleert Bob Heinen zijn filosofie. We hebben een afspraak gemaakt in het Kringhuis, waar Bob met enthousiasme vertelt. Over de opleiding tot stadsgids, over het dertigjarig bestaan van de Kring, over de collegialiteit en saamhorigheid tussen Kring-vrijwilligers. Bob Heinen is geboren in Winterswijk en werkte bij de afdeling goederenvervoer van de Nederlandse Spoorwegen. De laat‑ ste periode was de haven van Rotterdam zijn werkterrein. Een drukke baan, veel van huis. Als Bob met de vut gaat, wordt dat anders. Hij besluit te investeren in zijn woonomgeving. Omdat dat leuk is, maar ook omdat hij meer sociale contacten ‘dicht bij huis’ op wil bouwen. Hij geeft zich op voor de opleiding stadsgids. En sinds hij in het voorjaar van 2002 zijn diploma kreeg, heeft hij heel wat mensen mooie plekjes van onze stad laten zien en hen veel verteld over die stad. Bob: “In 2002 ben ik zo’n 40 keer op pad geweest en dit jaar al zeker 50 keer. En het is leuk, leuk.” De haven van Rotterdam laat hem overigens ook niet los. Daar leidt hij graag buitenlandse gasten rond. Het dertigjarig bestaan van de Kring Afgelopen jaar bestond de Kring 30 jaar. Het bestuur vroeg Bob om de organisatie van de festiviteiten op zich te nemen. U herinnert zich misschien de stijlvolle ledendag in de Sint-Jacobskerk. Een con‑ cert en daarna, onder het genot van hap‑ jes en drankjes een informatieve markt. Daar liet de Kring concreet zien wat ze allemaal doet. Het hele jaar door zijn er kleine activiteiten geweest voor leden en anderen: speciale wandelingen op moederdag en vaderdag. Twee fietstochten. Vaartochten over de Binnendieze waarbij op diverse plaatsen gedichten voordragen werden. Aan het eind van de zomer organiseerde Heinen met anderen een sfeervolle vrijwilligers‑ dag op het terrein van Citadel. Die dag stond in het teken van collegialiteit en saamhorigheid. Er was een kort formeel gedeelte en daarna een vrolijk en gezel‑ Kringnieuws januari 2004

lig samenzijn, mensen konden contacten met elkaar aanknopen, samen een glaasje heffen. Een organisatie als de Kring, met enkele honderden vrijwilligers, moet de collegialiteit en saamhorigheid van haar medewerkers stimuleren. Dat gaat niet altijd vanzelf. Veel mensen hebben een eigen taak. Stadsgidsen werken alleen, andere vrijwilligers zitten in een werk‑ groep of werken in een team. Onderling contact ligt niet altijd voor de hand. “Daar moet je dus als organisatie wat aan doen,” aldus Bob. Coördinatie stadsgidsen Sinds de zomer van vorig jaar is Bob Heinen samen met Cok Bekker coördina‑ tor stadsgidsen. Zij verzorgen de relatie tussen het bestuur van de Kring en de 65 stadsgidsen die de Kring telt. Zij zijn betrokken bij speciale activiteiten, bijvoor‑ beeld als het gaat om rondleidingen voor mensen met een handicap. Ze worden ook ingeschakeld als een organisatie een speciale activiteit wil. Onlangs verzorgden

ze een rondleiding per bus door de stad. In iedere bus een gids. “En we werken aan nieuwe rondleidingen. Er is nu een groepje mensen bezig een rondleiding te maken door het paleiskwartier. Die willen we volgend voorjaar aanbieden.” Juist voor de stadsgidsen wil Heinen werken aan het versterken van de saam‑ horigheid en de collegialiteit. Stadsgidsen werken per definitie alleen. Ze kunnen na afloop van een wandeling niet napraten met een collega. Tot nu toe is er een jaar‑ lijks overleg voor stadsgidsen, maar dat is wel erg weinig. Bob werkt nu samen met Cok aan een voorstel om stadsgidsen ten‑ minste drie maal per jaar een bijeenkomst aan te bieden, waarbij bijscholing en col‑ legialiteit de voornaamste ingrediënten zullen zijn. “De 35 mensen die in 2002 hun diploma kregen, hebben een fantastische oplei‑ ding gehad. Maar het kan geen kwaad om sommige onderwerpen nog een keer onder de aandacht te brengen. Door de cursus heeft de Kring contacten gelegd met tal van deskundigen van naam. Die willen we een keer terugvragen. Ook de gidsen van een vorige opleiding kunnen dan kennis nemen van de inbreng van deze docenten.” Bob denkt aan onder‑ werpen als kerken en kloosters, aan zieken- en armenzorg, aan carnaval in ’s‑Hertogenbosch en aan bepaalde aspec‑ ten uit de geschiedenis van de stad. De opleiding stadsgids Hoewel er nu 65 stadsgidsen actief zijn, is het toch tijd om te gaan nadenken over een nieuwe cursus. Stadsgidsen zijn bijna allemaal zestigplussers. Op een gegeven moment haken mensen af. En dan moet je voldoende nieuwe mensen kunnen inzetten. “Onze cursus duurt twee jaar. Als we in 2004 beginnen, zijn de mensen in 2006 beschikbaar.” Bob is vol lof over de cursus die door Jan Gielisse en zijn werkgroep ontworpen is. Hij geeft toe, het is een zwaar programma, dat veel van de deelnemers vraagt. “Maar je krijgt er als stadsgids enorm veel voor terug. Onze gidsen zijn zo goed toegerust, ze zijn zo enthousiast, dat is een groot goed. Er is geen stad in Nederland die zulke goed opgeleide gidsen heeft. Daar mogen we trots op zijn.” Tekst en foto: Marjan Vonk 19


Heraldische verrassingen

van de werkgroepen

Secretariaat van KRING VRIENDEN VAN ’s‑Hertogenbosch Postbus 1162 5200 BE ’s‑Hertogenbosch E-mail:

bestuur@kringvriendenvanshertogenbosch.nl

Internet:

In een vorige aflevering (Kringnieuws, juli 2003) is gesproken over de werkgroep Heraldiek van de Kring Vrienden van ’s‑Hertogenbosch. Die is begonnen met het bestuderen van de wapens die op één van de vier stations hebben gestaan. Dit moet resulteren in een advies, tot het opnieuw aanbrengen van de juiste heraldische kleuren op de wapenstenen, die op het huidige station te zien zijn. Al wandelend door de straatjes en steeg‑ jes, die ’s‑Hertogenbosch zo gezellig maken, werd in het Oud-Bogardenstraatje en in de Postelstraat onze aandacht getrokken door een klein puntig schildje, met de afbeelding van het wapen van ’s‑Hertogenbosch in de kleuren geel en zwart. We waren als werkgroep bekend met het feit, dat zo’n schildje een gemeen‑ telijk monument aanduidt. En daarvan komen er rond 400 in ’s‑Hertogenbosch. Maar wat schetst onze verbazing, bij het nader bekijken van het schildje? Het is een spiegelbeeld van het officiële wapen van ’s‑Hertogenbosch. Heraldisch herstel Nu is het zo, dat heraldiek is ontstaan door een behoefte aan onderscheidings‑ tekens; denk maar aan riddertoernooien, hofmerken, huismerken, enz. Daarom maakt de heraldiek gebruik van eigen regels (spreekt een eigen taal). Bij het benoemen van de kleuren bijvoorbeeld worden andere namen gebruikt. Van de zojuist beschreven kleur geel en zwart is de heraldische naam resp. goud en sabel. Om bij het aanbrengen van kleurendruk, wat ontzettend duur is, kosten te bespa‑ ren, is een standaard zwart/wit arcering uitgevonden en gebruikt. Maar ook: als men spreekt over heral‑ disch rechts (wat in de heraldiek ‘dexter’ genoemd wordt), dan is dit voor de aan‑ schouwer links. En wanneer men het heeft over heraldisch links (‘sinister’ genoemd), is dit voor de aanschouwer rechts.

www.kringvriendenvanshertogenbosch.nl

KRINGHUIS: verwersstraat 19A ’s‑Hertogenbosch Telefoon.....................073 - 613 50 98 Telefax........................073 - 614 60 21

COLOFON Openingstijden: Dinsdag tot en met zaterdag van 10.00 - 17.00 uur Zon- en feestdagen van 10.30 - 16.00 uur maandag 10.30 - 14.00 uur

En zo zou het gebeurd kunnen zijn, dat bij een drukopdracht verwisselingen van links en rechts plaats hebben gevonden. De werkgroep Heraldiek vindt het slordig als de gemeente haar 400 gemeentelijke monumenten trots gaat aanduiden met een heraldisch foutief schildje. De kans is echter niet groot, want niemand bij de gemeente ’s‑Hertogenbosch weet meer wie het huidige schildje heeft laten maken, hoeveel en waar ze in voorraad zijn en of ze bij de komende aanwijzing wel zullen worden geplaatst. En krijgen gemeentelijke monumenten in Bokhoven, Engelen, Empel, Orthen, Hintham en Rosmalen het Bossche wapenschild of hun eigenste? Of doen we maar helemaal niets aan monumentenaanduiding? Leuke discussie wordt dat. Het Brabants Dagblad meldt 4 juni 2003 dat Vught trots is op haar erfgoed (100 gemeentelijke monumenten): de gemeente draagt dat sinds die datum uit via nieuwe gevelplaatjes. Ze zien er schit‑ terend uit. Een voorbeeld ter navolging! Zo, u hebt weer wat opgestoken over heraldiek. En wij als werkgroep zoeken weer verder.

– Postgiro 3.119.716 – Jaarlijkse bijdrage minimaal  14,00 – Jeugdleden  7,00

KringNieuws is het zes maal per jaar verschijnend tijdschrift van de Kring Vrienden van ’s‑Hertogenbosch. Redactie: Jan Korsten, Frans van Sundert, Marjan Vonk, Nik de Vries en Gerdie de Zeeuw-Nieuwenhuis (voorzitter).

Vormgeving: Egbert van den berg en Jack van Elten

Redactie-adres: Secretariaat KringNieuws Postbus 1162 5200 BE ’s‑Hertogenbosch E-mail: redactie@kringvriendenvanshertogenbosch.nl

Druk: De Regenboog b.v. ’s‑Hertogenbosch

Werkgroep Heraldiek foto Cor Gillhaus

Kopij voor het eerstvolgende Kringnieuws dient uiterlijk woensdag 11 februari 2004 vóór 17.00 uur te worden ingeleverd bij Secretariaat Kringnieuws, Postbus 1162, 5200 BE ’s‑Hertogenbosch. Bezorgen in het Kringhuis of e-mailen naar redactie@kringvriendenvanshertogenbosch.nl mag natuurlijk ook. Uw beeldmateriaal dient u echter nog steeds analoog aan te leveren. 20

BETALINGEN

Oplage 2350 stuks

Niets uit deze uitgave mag Worden overgenomen zonder Schriftelijke toestemming van de redactie.

Kringnieuws januari 2004


Kringnieuws januari 2004