Issuu on Google+

s t u d i o

s c h r e v e r



u i t g e v e r i j

e i g e n b e g e e r

d e k u i t e n b i j t e r s va n d e O m l o o p - H e t Vo l k i n b e e l d


de kuitenbijters van de Omloop-Het Volk in beeld

aan de wielerpassie


de kuitenbijters van de Omloop-Het Volk in beeld

aan de wielerpassie


de kuitenbijters van de Omloop-Het Volk in beeld

Het Beginboek d e k u i t e n b i j t e r s va n d e O m l o o p - H e t Vo l k i n b e e l d

Wim Schrever Geraardsbergen, 2006

aan de wielerpassie


Het Beginboek K a t t e n b e r g , A ch t e r b e r g , O u d e K wa r e m o n t , K r u i s b e r g , Po t t e l b e r g , M u u r, K a p e l m u u r, Kleiberg, Eikenberg, Leberg, Berendries, Molenberg, B e r r i n g s t ra a t , Ko n i n g s t ra a t , H e i s t ra a t , Vo g e l z a n g s t ra a t


Fotografie en Vormgeving Studio Schrever

Uitgeverij Eigenbegeer


Š Wim Schrever, 2006. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieÍn, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgegeven door uitgeverij Eigenbegeer, Geraardsbergen. Fotografie & vormgeving: Studio Schrever, Geraardsbergen, www.studioschrever.be Druk: Jules Senior, Geraardsbergen. Lettertype: Optima. Wettelijk Depot: D/2006/9840/5. Omslag: De Molenberg.


i n h o u d s t a f e l

Inleiding O ve r z i ch t s p l a n

11 12

P ro l o o g : k o e r s i s f e e s t Gent, startstad de Kattenberg O u d e n a a r d e , c e n t ra a l s t a d d e A ch t e r b e r g d e O u d e K wa r e m o n t d e p i e k e n va n d e K wa r e m o n t de Kruisberg o p d e k a m va n d e K r u i s b e r g d e Po t t e l b e r g B ra k e l d e Pa r i k e b e r g de Muur t e r u g n a a r B ra k e l de Kleiberg S ch o r i s s e de Eikenberg Horebeke de Haaghoek

13 14 20 24 28 32 38 42 44 50 54 58 62 70 74 78 82 86 88

de Leberg de Berendries de Molenberg d e Pa d d e n s t ra a t d e k a s s e i e n va n h e t n o o r d e n Lokeren, eindstad

92 94 96 102 106 118

E p i l o o g : R e n n e r s & Ke n n e r s M a r k U y t t e r h o e ve n Jo s ĂŠ D e C a u w e r M a rc C o u ck e Wi m O p b r o u ck K a r l Va n n i e u w k e r k e D i r k N a ch t e r g a e l e Wi l l y Ve k e m a n s Wi m Va n h u f f e l Serge Baguet Ke v i n Va n I m p e

123 124 126 128 130 132 134 136 138 140 142

D a n k wo o r d B i b l i o g ra f i e

144 144

9


Inleiding Na een donkergrijze winterperiode begint het licht opnieuw te zomeren: het breekt door de bladerloze boomtakken en beschijnt sinds lang opnieuw de keiharde stenen van de wielerwegen. Met de zon bloeit ook de wielerpassie open. De profrenners hebben hun eerste trainingen en wedstrijden erop zitten, in het warme zuiden. Vele naamloze hobby-renners bevolken intussen onze Vlaamse wegen. Allemaal kennen ze die drang, dat wielerverlangen. Om samen met makkers uitdagingen aan te gaan, om met hen kameraadschap te beleven in de strijd van de koers. Elk van hen willen ze die banen beleven, die bergen bedwingen die ook hun wielerhelden krijgen voorgeschoteld. Het epos van de koers, de Vlaamse koers kan beginnen. Deze eerste voorjaarsklassieker doet bij wielerpassionato’s het bloed borrelen, ze horen de stenen rammelen. Gefocust hebben ze lang naar deze wedstrijd uitgekeken. Hun ogen bespieden zoekend het televisiescherm naar hun favoriet. Elk wil zijn juiste voorspelling in krachtige woorden laten weerklinken terwijl gerstenat in glazen de

opgejaagde zielen tot enig bedaren brengt. Oude wijzen worden snel aanhoord hoe het in hun tijden anders en beter was. Dit boek wil een beeld geven van onze knoestige landschappen waarin de waarheid voor het eerst in het nieuwe wielerjaar vorm krijgt. De foto’s tonen het sierlijk bonkige van de Vlaamse Ardennen, in verschillende seizoenen. In de epiloog ‘Renners & Kenners’ zijn naast de profrenners ook mensen uit de directe entourage aan het woord. Zij vertellen hun historie met de koers. Vanaf de dag dat de Omloop wordt gereden, is het nu elke week feest. Feest van de historie, feest van de wielerhelden, feest ook van de ware supporter die de pijn van het zijn op twee wielen zelf ervaart, elke zondag weer. Zondagsheld Wim Schrever. 11


Overzicht parcours Omloop-Het Volk 2005 1. Kattenberg 2. Achterberg 3. Oude Kwaremont 4. Kruisberg 5. Pottelberg 6. Muur - Kapelmuur 7. Kleiberg 8. Eikenberg 9. Leberg 10. Berendries 11. Molenberg

12


Koers is een Vlaams

feest

Het Vlaamse feest dat koers heet, begint met deze wedstrijd. Met een eerste verkenning van de Vlaamse heuvels. Voor de renners is het ook een eerste verkenning van hun conditie. En van hun zin naar winst.

Flandrien van de acteurs, Wim Opbrouck, omschrijft het in zijn woorden: “De meerwaarde van de Vlaamse koers is dat die wedstrijden het begin van de lente inluiden, als ge de Omloop ziet, dan begint uw bloed op te borrelen, vanaf dan is het elke zondag en woensdag feest, die wedstrijden boren iets aan wat met je jeugd, met Vlaanderen en met je roots te maken heeft. Het speelt zich ook af in een gekende lokatie, hier bij ons. En dan vooral die grote wedstrijden zoals de Omloop en de Ronde, die hebben iets heel diep, dat is Breugel ten top, dat is mytisch. Het is ook zeer dichtbij en alomtegenwoordig, en onveranderlijk ieder jaar opnieuw, zoals de soep van je oma waarnaar je verlangt, en die je niet meer kan terugkrijgen omdat je oma er allang niet meer is. Maar de Ronde is er elk jaar weer wèl: diezelfde soep van oma, elk jaar weer. De Vlaamse koers in 3 woorden, dat is: knoestig, flandrien en souvenirs. Het is ook zo oer-Vlaams. Allé, zie nu: Briek Schotte, de Flandrien bij uitstek, dat die man zijn laatste loodje legt op de dag van de Ronde! Dat is toch uit een film, en moest ge dat in een scenario zetten, ze zouden zeggen dat het erover is. Dat is toch wel een teken dat het allemaal geen toeval is, en het écht de Ronde van Vlaanderen! De Vlaamsche koers ten top!”

p r o l o o g 13


de stad van het startsein

Gent

Krachtig groot torenen de torens torenhoog uit. Welke renner, wie o wie wordt hier uitverkoren?


het eeuwige monster

De Kwaremont

Rigoureus Rigoureus Ri-gou-reus En altijd anders.

32


steen stamp stomp stom stok stuk stuik steek stik slik slok slak lam tam ram kam kan kun kon kin traan gaan slaan gedaan over en uit


op de kam van

De Kruisberg

Langs wijngaarden en olijfbomen langs pittoreske landwegen langs zonloos avondgloren trekt de route zich een baan naar de eeuwenoude horizon.

44


het baken van

De Pottelberg

In mist gehuld en onverguld op Pyreneese wijze schreeuwt de Pottel hier om aandacht, in twee landstalen om attentie.


het bronbekken van

Brakel

Brakel bronnenbronstig, brullend brekend allesbehalve braafkes.

54


Een hoogtepunt

De Muur

We naderen de ‘M’, van ‘Magistraal’ en hoe we dan die Muur willen attaqueren. De kerk op de Markt van Geraardsbergen wuift ons al van ver 'Welkom, Kom maar, Hierlangs, Hoeveel lef heb je nog?'

62


Terug naar

Brakel

De omweg naar de Hoogheid was kort maar zeker noemenwaard. Losgeketend moeten ze nu terug naar àf waar ze weer òp moeten.

70


duik in de diepte

Schorisse

Het kleine vrouwtje bij het begin bidt voor heil van de renners die nu even de benen lossen kunnen maar niet de koppen: die moeten ze erbij houden in deze descente.


altijd overeind

De Eikenberg

De oude Eik ‘enberg’ ligt roerloos grinnikend naar coureurs die hier hikkend spugend hijgend vloekend in hun banden bijten.

82


het gebulder van

De Haaghoek

Ik volhardde in mijn longue ĂŠchappĂŠe, schakelde bij het dorpsplein zelfs nog een tandje bij: intussen hadden er al verschillende renners van de achtervolgende groep geprobeerd me bij te halen, zonder succes. Voorbij het plein kwamen er dan twee renners me vervoegen. Weerom schakelde ik bij, met de gespierde benen dan, en bleef de twee volgers meester. De laatste jump volgde op het hellend stuk: recht op de trappers scheerde ik met ruwe halen het kleine euvel binnen. De machtstrijd en de overwinning waren de mijne. Ook de benenkracht, het koersinzicht en het overschot aan pure lef mocht ik me toeĂŤigenen. Het was een schoone koersdag.

88


klein maar dapper

De Leberg

In het gesuis van de wielerwielen druppen droppen regendruppels. Gespierd gevormd gladgeschoren rennersbenen glanzen in de nacht en in wild gezwier met natte haren klimmen knarsende kuiten naar de top. Gezwoeg, gezucht, gesteun.


buitengewoon beresterk

De Berendries


glimmend goud op

De Molenberg

De achterhoede drijft nu de vluchters, als opgejaagd wild, naar de glitter van de eindstreep. ‘t Is ‘t goud dat blinkt en enkel voor die ene. De rest houdt zich een spiegel voor in de harde stenen.

96


het laatste lood

De Paddestraat

De beruchte, bebotste, vervloekte, geblutste die in de Ronde de eerste is mag hier de laatste zijn. Kristus kijkt verhamerd op een spar arm- en beenloos toe.

102


de kasseien van het noorden

Berringstraat Heistraat Koningstraat Vogelzangstraat

106


Renners & Kenners over wat het was en wat het zou kunnen geweest zijn

e p i l o o g


Mark Uytterhoeven televisiemaker, wielergek, Merckxist "Koers, dat is goed kunnen rekenen." Mijn sportpassie heb ik door de Malinois: als kind speelde ik voetbal in den hof, in een truike van de Malinois. Ik ging slapen met KV Mechelen, en ik stond ermee op, toen ik een jaar of tien was. En die passie is altijd dezelfde gebleven: de passie die ik toen had voor voetbal heb ik nu des te meer voor wielrennen. Ik reed wel met de fiets in de zomer, maar verder was koers veraf in mijn jeugd. Ik heb ook nooit een koersfiets gehad, want koers dat was toen voor de arbeidersklasse. Tennis dat was dan weer te chic voor ons. Wij behoorden tot de middenklasse, en daardoor komt het dat ik nooit gekoerst heb. Maar later is mijn passie overgeslagen naar de koers, en dat had verschillende redenen: voetbal bracht te veel blessures mee en ik bedacht dat ik beter specialiseerde in één sport i.p.v. een beetje te weten over voetbal en een beetje over wielrennen. In de koers was ik meteen een Vanspringel-fan, nog altijd trouwens. Zeker niet van Merckx, dat ben ik pas geworden na zijn carrière. Toen hij nog koerste won hij alles, en dat was 124

veel te saai. Net als met Armstrong nu. Ik ben dan als een maniak beginnen koersen, en mijn grote kick kreeg ik van afstand en cols. Dat was echt mijn ding. Maar ik nam het allemaal niet zo strikt met voeding en drank: ik herinner me wielertochten, met o.a. Paul D' Hoore in de Alpen, en dat we toen de avond ervoor -of ik toch- teveel pousse-café hadden genomen en ik de volgende dag met een kater op de fiets de Demoiselle Coiffée (in de buurt van de Izoard) opreed. Paul D' Hoore reed toen beter dan ik en toen dacht ik wel 'minder zuipen, Mark'. Ja , toen durfde ik dat nog wel. Nu beleef ik het allemaal veel rustiger. Deze zomer ben ik nog de Ventoux opgereden, met een triple plateau. En eigenlijk heb ik er op die manier veel meer aan, en kan ik onderweg of met diegene die ik passeer nog een woordje vertellen. Vroeger was dat anders, en kwam ik uitgeput boven. Ik was er ook niet in te stoppen. Ooit was ik zo gedreven de Ventoux opgereden dat ik hem meteen afgereden ben en direct langs de andere kant weer opgereden. En toen dacht ik 'moest ik


hem nu nog 's langs de derde kant oprijden?', maar dat is bij die gedachte gebleven. In september 1986 fietste ik bij WTC Tilt -waar ik nog altijd bij aangesloten ben, maar tot fietsen kom ik niet echt meer- en toen kwam ik op het idee om een wielertocht te organiseren voor wielertoeristen, en ik vroeg Herman Vanspringel of hij wou meerijden. Hij zei dat ik Roger De Vlaeminck ook moest vragen om mee te rijden. Ik had iets van 'allé, dat durf ik niet, die mens gaat dat niet zien zitten, jong', maar ik heb dat dan toch gedaan en Roger was meteen akkoord. En Roger raadde me aan om Eddy Merckx mee te vragen. Dat durfde ik dan zeker niet! Maar uiteindelijk heb ik het dan toch gevraagd, en Eddy zei meteen "Tuurlijk". Die wielertocht was meteen een succes, en dat groeide elk jaar. Eigenlijk was ik de eerste die zo'n tocht organiseerde. Vroeger bestond dat niet. En pas later zijn die andere tochten georganiseerd, zoals de Ferynpijl. Ze hebben me voor de organisatie van de Ferynpijl 's veel geld aangeboden om die te organiseren, maar dan heb ik geweigerd: als het voor geld of roem is, dan stop ik ermee. Dat interesseert me niet.

“‘Moest ik de Ventoux nu nog 's langs de derde kant oprijden?', dacht ik toen.”


José De Cauwer kampioenencoach, wielermind, koersproff "’t Is zeker de meest veeleisende sport." Ik ben zelf ook profrenner geweest. Dat was in de jaren '70. In 1975 ben ik als derde over de eindstreep van de Omloop gereden en ik heb vijf keer de Tour de France gereden. Mocht alles te herdoen zijn, en wetende wat ik nu weet, ik zou zeker opnieuw profrenner willen worden, renner willen worden, zoals Karl (Vannieuwkerke, red.) het zo mooi zegt. Willy Van Dooren zei 's dat je gek moet zijn om wielrenner te worden. Awel, hij heeft gelijk. Het is beslist de meest veeleisende sport. En er is ook maar één categorie: je rijdt bij de profs of je rijdt er niet bij. Dat is heel anders dan bij voetballers. Daar zijn veel verschillende categoriën. Een voetballer kan zich ook makkelijker verstoppen. Een wielrenner kan dat niet. Wielrenner zijn is ook mentaal veel zwaarder geworden. Alleen al de trainingen zijn moeilijker door het drukke verkeer. De stress van de ploeg is ook veel groter. Dan nog te zwijgen van de publieke aandacht. Dat is allemaal niet te onderschatten! En je mag zeker niet vergeten dat er in elke wedstrijd maar één moment is, en dat kiest de renner zelf, in een fractie van een seconde! Kijk naar de overwinning van Tom (Boonen, red.) in 126

de Ronde van Vlaanderen dit jaar (2005, red.). Hij voelde in dat ene ogenblik aan wat hij moest doen. En dan mag je als ploegleider nog kunnen spreken met je renner via de oortjes, op zo'n moment telt dat allemaal niet: de renner beslist. Naast de wedstrijd die zich onder de renners afspeelt, speelt er zich in die wedstrijden ook vaak een strijd af tussen de volgwagens. Dat is een gewriemel dat je je niet kan voorstellen. Vooral de Italianen zijn daar heel sterk in. En sterk te beïnvloeden. Zo kon ik Manolo Saiz heel gemakkelijk den boom inkrijgen als hij druk doende naast me kwam rijden en ik dan deed alsof er niets aan de hand was. Na mijn carrière als profrenner ben ik meteen bij de Belgische Wielerbond gaan werken. En in die tijd was er absoluut geen oog voor de uitstraling ervan. Wij, Tom Van Damme en ikzelf, mogen toch wel zeggen dat we daar verandering in gebracht hebben. We hadden meer oog voor detail, voor het beeld naar buiten toe, ook voor de rust van de renners. Zo hebben we van in het begin geëist dat bij grote wedstrijden het hotel van de renners buiten de grote drukte lag. En ook dat er geen


andere wielerploegen in ons hotel waren. Want dat gaf altijd spanningen en onrust. Waar ik ook voor gezorgd heb, is het uniforme wagenpark van de Bond. En de outfit van de renners. Dat zijn allemaal belangrijke zaken. Soms ging het om eenvoudige dingen zoals de koffiemachine. Maar al die dingen samen maken het geheel uit en dat is belangrijk, dat zowel diegene die voor de Bond werken als de renners, er zich goed voelen. Dat maakt de sterkte van een team. Als federatie steken we er nu zeker bovenuit. We moeten niet onderdoen voor de federatie van ItaliĂŤ of Nederland. Voor de selectie van het W.K. in Madrid (sept. 2005) kreeg ik vrij spel. 't Was van "Doe maar". Tom Boonen stond meteen vast en Toms ploegleider, Patrick Lefevere, had de druk meteen opgedreven dat ik beslist en zonder twijfel een team moest bouwen rond Tom. Maar voor de andere renners heb ik er dan toch heel lang over nagedacht. En dan plots stond het vast en op een maandagmorgen heb ik het nieuws bekend gemaakt. De negatieve reactie van Lefevere was te verwachten. Maar dat heeft me alleen maar meer geprikkeld om te slagen in mijn opzet. Ik heb ook lang en vaak ingepraat op de renners. Aan Peter Van Peteghem heb ik vanaf het begin gezegd: "Gij zijt mijn man! Nu kan je bewijzen aan iedereen dat ge de beste zijt." En dat heeft hij met verve gedaan. En Tom is niet alleen een groot renner, maar ook een wijze man, en hij zal niet vergeten wat Peter daar in Madrid heeft gepresteerd.


Wim Opbrouck theatermaker, wielerminner, Bourgondiër "Allez Johan!! Allez! En pas toch op!" Er is altijd koers geweest in mijn leven. In 1974 heb ik het als kind meegemaakt dat mijn vader het samen met zijn wielerploeg had verkregen om de arrivé en de départ van een rit in de Ronde van Frankrijk in Harelbeke te krijgen. Als klein manneke heb ik dat dan allemaal van heel dichtbij mogen meemaken, en die gebeurtenissen zijn voor mij zeker het begin geweest van mijn liefde voor de koers. Mijn vader en moeder waren beide hevige wielerfans en ze hebben duizenden kilometers gereden om naar de koers te gaan kijken. En ik mocht dan altijd mee. Mijn vader was een leraar, en in zijn vrije tijd hevige wielerfan en wielertoerist, meegelokt door de Eurotrappers van Tielt en de Tokyorijders van Harelbeke. Samen met zijn wielervrienden heeft hij ‘s één koers georganiseerd voor wielerliefhebbers: Tielt- Mont St.-Haubert-Tielt. En ik herinner me levendig dat ik als kind dan vanin een bakkersautooke verscheurde bierviltjes moest uitstrooien langs het parcours, zoals de kruimels van Klein Duimpje, de renners de juiste weg te tonen. Ja, dat was van in de bak van 130

die bakkersauto dat we die stukjes biervilt op het parcours lieten dwarrelen, in de bochten en op de kruispunten, als richtaanwijzer voor de renners. En bovenop de Mont St.Haubert in Doornik, dan moesten we sinaasappels in stukken snijden voor de uitgeputte coureurs. Ik herinner me de geur van Algipan en sinaasappels, daar boven op die berg. Door met mijn vader mee te gaan naar al die koersen, ben ik echt verliefd geworden op de koers. Maar eigenlijk was ik zot van die hele sfeer, het circus errond, en dan vooral van die motards: dat waren zo stevige mannen, met grove baarden, en op die vuile moto's, en die motards stonden aan de arrivé dan altijd apart een pint te drinken, en eigenlijk was ik daar zo door gefascineerd. Laat het mij zo zeggen: het is het veelkoppige monster van de koers dat mij geweldig aantrekt. Als ge daar dan uren staat te wachten, op de Kwaremont, en uitkijkt naar de voorbode, en dat de helikopters dat roterende geluid maken, van heel dichtbij, en dat de eerste renners en en en … dat is fantastisch fascinerend! Pure kippenvelmo-


menten zijn dat. Dat het maar vlug weer voorjaar is! En toen ik voor het eerst mee mocht in de Ronde, als invité in de eerste wagen, dat was in de Ronde dat Tafi won, en Johan (Museeuw) weende aan de arrivé omdat hij verloren had, toen was er een hele lange ontsnapping geweest, van wel 30 kilometer en ik was mee in die eerste wagen van de koers, als enige wagen zo vlak achter die gedemarreerde renners: fan-tas-tisch! Zelf mogen deel uitmaken van het monster, het monster van de Ronde!! Ongelooflijke ervaring was dat. De tweede keer dat ik dat zo dichtbij mocht meemaken, was als motard in de E3-prijs Harelbeke. Het toelatingsbewijs als motard in die koers staat nog altijd op mijn moto. Apetrots was ik. Koers is zeker een theatraal gegeven. Maar het zou heel moeilijk zijn om dat in een theatervoorstelling om te zetten. Ik droom er soms van. Bijvoorbeeld, zo'n renner als Frank Vandenbroucke, daar zit een film in, over de fallen angel, en over wat een moeilijk leven die renners wel niet hebben! De storie van VDB, dat is bigger than life! Aan zo'n man zie je hoe sterk een renner moet zijn. Het is een heel boeiend figuur. Soms is het medelijden dat ik ervoor krijg.

“Als enige wagen zo vlak achter die gedemarreerde renners: fan-tas-tisch!”


Dankwoord Mark Uytterhoeven Inge Sierens José De Cauwer Marc Coucke Sabine Van Coppenolle Wim Opbrouck Jim Seynaeve Karl Vannieuwkerke Dirk Nachtergaele Willy Vekemans Wim Vanhuffel Serge Baguet Kevin Van Impe Hendrik Redant Il Stefano Kamiel ‘Cam Cole’ Franceus de de de de

144

flandriens wielerfans kuitenbijters van de Omloop-Het Volk kasseistroken van de Omloop-Het Volk

Bibliografie Het Wonder van Vlaanderen; Rik Van Walleghem. De Ronde van Vlaanderen; Rik Van Walleghem. De wielerklassiekers tot 2000.


Foto: C. Lermyte

Fotograaf-auteur Wim Schrever (°7/3/’70) is met dit wielerfotoboek niet aan zijn proefstuk toe. Eerder realiseerde hij al ‘De Muur van Geraardsbergen’ en ‘Het Bergboek, de kuitenbijters van de Ronde van Vlaanderen in beeld’. Samen met het laatstgenoemde vormt ‘Het Beginboek’ een tweeluik over twee belangrijke Vlaamse voorjaarsklassiekers: de Ronde van Vlaanderen, die absoluut de grootste is, en de Omloop, die de eerste van het jaar is en om die reden niet minder belangrijk. Bovendien is Wim Schrever -zoals hij het zelf graag zegt- een zondagsheld, een coureur op zondag.

d e O m l o o p - H e t Vo l k , e e n o r g a n i s a t i e


Het Beginboek, de kuitenbijters van de Omloop-Het Volk in beeld © Studio Schrever