Issuu on Google+

                     Groep  Gezondheid  &  Welzijn                        Verpleegkunde                        Zandpoortvest  60/1                        2800  Mechelen                        tel  015/369250  -­‐  fax  015/369259  

Greet Van den Eynde 3e jaar verpleegkunde in avondonderwijs Keuzetraject Ziekenhuisverpleegkunde

Quality assurance en patiëntentevredenheid bij coloscopie: wat is de verpleegkundige rol?

Bachelorproef aangeboden tot het bekomen van de graad van bachelor in de verpleegkunde

Academiejaar 2011-2012


Quality assurance en patiĂŤntentevredenheid bij coloscopie: wat is de verpleegkundige rol?


Voorwoord Verpleegkunde is een roeping zegt men. En bij mij was het er één; een late weliswaar. Als uit huis werkende moeder van drie jonge zonen, na meer dan tien jaar terug op de schoolbanken zitten,… het was niet evident. Het is een boeiende, doch slopende tocht geworden, waarmee ik met deze bachelorproef bijna aan de eindmeet ben. Ik ben er wel rijker uitgekomen. Ik heb veel geleerd, niet enkel over de verpleegkunde materie, maar ook over mezelf. Dat laatste was soms zeer confronterend en emotioneel uitputtend. Toch heb ik de kracht gevonden om door te zetten, maar dat is enkel mogelijk geweest door een heleboel fijne mensen, die ik dan ook graag wil bedanken:

Mijn echtgenoot Hans, voor alle steun die hij mij gegeven heeft, voor alle tranen die hij geveegd heeft, voor al het extra werk dat ik hem bezorgd heb en dat hij zonder klagen erbij genomen heeft Mijn kinderen, omdat het minder beschikbaar zijn van mama voor hen niet altijd even gemakkelijk was Mijn schoonouders, voor alle huishoudelijke steun Mijn moeder, voor de morele steun Elza, voor de opvang van de kinderen Alle familie, vrienden en kennissen, in het bijzonder Sigrid, die altijd in mij blijven geloven zijn en me aangemoedigd hebben Dhr. E. Genbrugge, verpleegkundige consultatie gastro-enterologie van het St.-Vincentiusziekenhuis en tevens externe begeleider voor het wegwijs maken op de dienst, voor zijn onmisbare raad en steun, voor de fantastische begeleiding,voor zijn vertrouwen en aanmoediging Dr. L. Colemont, diensthoofd gastro-enterologie van het St.-Vincentiusziekenhuis voor de tijd die hij voor mij heeft kunnen vrijmaken, toen de zoektocht naar informatie nog moest beginnen, voor het ter beschikking stellen van zijn twee boeken Het hele team van de consultatie gastro-enterologie voor het warme welkom, voor alle geduldige antwoorden op mijn spervuur van vragen


Greet Van den Eynde

Verpleegkunde in avondonderwijs

Bachelorproef

Inhoud 1.

Abstract.............................................................................................. 6

2.

Literatuuronderzoek ............................................................................... 7 Keywords ............................................................................................... 7 Literatuuranalyse ..................................................................................... 8

3.

Methode ............................................................................................ 13

4.

Corpus............................................................................................... 13

5.

Resultaten .......................................................................................... 18 Informatiebrochure: Wat u moet weten over een colonoscopie. ............................ 19 Inzichten die deze bachelorproef mij bezorgd heeft........................................... 22 Wat er goed en minder goed vorderde ........................................................... 22

6.

Discussie en conclusie ............................................................................ 23

Bibliografie .............................................................................................. 25 Bijlagen .................................................................................................. 27

5


Greet Van den Eynde

Verpleegkunde in avondonderwijs

Bachelorproef

1. Abstract Colonkanker is één van de meest voorkomende kankers in de industriële landen. Vanaf vijftig jaar bedraagt de morbiditeit één op 20 voor de gemiddelde Vlaming. Tijdens coloscopie kunnen darmpoliepen verwijderd worden, zodat deze niet meer kunnen ontaarden naar een carcinoom. Naast therapeutische- en screeningsdoeleinden wordt een coloscopie ook nog uitgevoerd om bestaande abdominale klachten te onderzoeken, of ter controle na reeds gevonden poliepen of carcinomen. Het is een onderzoek dat barrières oproept bij veel patiënten. De Europese Commissie heeft in 2010 een aantal adviezen opgesteld in verband met een kwalitatief hoogstaande colonoscopie: de patiënt dient in de eerste plaats voldoende geïnformeerd te worden. De darmvoorbereiding moet nauwgezet uitgevoerd worden om een goede zichtbaarheid van de darmmucosa tijdens het onderzoek te verkrijgen. Tijdens de uitvoering van de coloscopie zijn er verschillende mogelijkheden om het discomfort bij de patiënt te verminderen. Het gebruikte materiaal dient zeer goed onderhouden te worden. Bij elk van deze opgesomde kwaliteitsparameters heeft de verpleegkundige een belangrijke bijdrage. Een niet te onderschatten rol is deze van “tweede paar ogen van de gastro-enteroloog” bij het volgen van de coloscopie op de monitor. Door de patiënt degelijk in te lichten, zowel mondeling als via de (vernieuwde) patiëntenbrochure en de daarop volgende kwaliteitsvolle colonoscopie, wordt een grote patiëntentevredenheid bekomen.

6


Greet Van den Eynde

Verpleegkunde in avondonderwijs

Bachelorproef

2. Literatuuronderzoek Keywords Er werd vertrokken vanuit de titel “De verpleegkundige rol bij de screening naar darmkanker”. Initieel was er contact met de consultatie gastro-enterologie van het SintVincentiusziekenhuis, wat ook de laatste stageplaats was. Dr. Colemont, hoofdgastroenteroloog van deze dienst, stelde zijn eerste en tweede boek ter beschikking. (Colemont 2010) (Colemont, 2011). Hierin werd de link gevonden naar een aantal websites. Enkele trefwoorden werden weerhouden, alsook de verwijzing naar het boek van de Europese Commissie. De aanbevelingen uit dit boek werden als leidraad gebruikt. Via de schoolbibliotheek werd gezocht in Invert, Google en Vakbibliotheek BSL op volgende trefwoorden: dikke darmkanker, colonkanker, rectumkanker, screening darmkanker. Via Pubmed en Science Direct werden volgende trefwoorden ingevoerd: screening colorectal cancer + nurse. De limits werden ingesteld op journals, maximum 5 jaar oud en talen Engels, Frans en Nederlands en “humans”. Op verpleegkundig gebied werd niet veel literatuur geschikt bevonden. Via de watervalmethode werd nog gezocht op: bowel cancer screening, academic detailing, health education, primary health care professionals, gastroenterology nurses, cancer prevention, CRC screening, patient care team + colorectal cancer screening. Uit de gevonden literatuur werd een mogelijke inhoud in grote lijnen uitgewerkt. Na overleg met de interne begeleidster werd besloten dat het onderwerp nog te algemeen was uitgewerkt en er een meer concrete probleemstelling vooropgesteld diende te worden. Aangezien screening naar colonkaner vooral start met faecesonderzoek en de verpleegkundige rol hierbij nagenoeg onbestaande is, werd de zoekstrategie vernauwd tot de colonoscopie. Via de dienst gastro-enterologie werd vernomen dat er zich problemen voordoen bij de darmvoorbereiding: er heerst onduidelijkheid bij de patiënt over de manier van voorbereiden. Ondermaatse darmvoorbereiding heeft een slechte visualisatie van de darmmucosa tijdens colonoscopie tot gevolg. Dit leidde tot gerichter onderzoek naar de kwaliteitsparameters van de colonoscopie en de verpleegkundige rol bij de minimalisering van het discomfort van de patiënt. De zoektermen colonoscopy + nurse en endoscopy nurse werden ingevoerd in pubmed, CINAHL en via CINAHL, in Springer Link. Later ook gecombineerd met patient en discomfort en pain. Na overleg met zowel de interne als de externe begeleider werd gekomen tot de titel “Quality assurance en patiëntentevredenheid bij coloscopie: wat is de verpleegkundige rol”.

7


Greet Van den Eynde

Verpleegkunde in avondonderwijs

Bachelorproef

Literatuuranalyse In Europa bedraagt de incidentie van colonkanker ongeveer 400 000 per jaar; in Vlaanderen is dat 4250. Colonkanker behoort tot de top drie van de meest voorkomende kankers in de industriële landen. Het precancereuze stadium, zijnde de darmpoliep, evolueert zeer traag. Als deze tijdig en volledig verwijderd wordt (tijdens coloscopie), volgt hieruit geen degeneratie naar een carcinoom. Vanaf vijftig jaar ligt de gemiddelde morbiditeit in Vlaanderen op één kans op twintig, de mortaliteit bedraagt één op veertig en hangt af van het stadium op het ogenblik van de diagnose. (Colemont, 2010). Het is dus zinvol om na te gaan of er een screening op grote schaal kan opgezet worden. Daarom heeft de Europese Commissie (Valori, et al., 2010) een aantal adviezen voor colonkankerscreening opgesteld. Hierin wordt de iFOB (faeces occult bloed test) geprefereerd als primair screeningsinstrument. Bij een positieve test wordt doorverwezen voor coloscopie, waarvoor eveneens richtlijnen geformuleerd worden door de Europese Commissie. “People undergoing endoscopy, whether for primary screening, for assessment of abnormalities detected in screening, for assessment of symptoms, or for surveillance, should have as good an experience as possible, permitting them to encourage screening, assessment and surveillance of appropriate quality to their friends, family and colleagues”. (Valori, et al., 2010, p.147). Inderdaad, roept het meer ingrijpend aandoend karakter van de coloscopie bij heel wat patiënten barrières op. Zo vermelden Jones, Devers, Kuzel, & Woolfs (2010) onder andere het gebrek aan kennis , het volhouden van de colorectale voorbereiding, angst, schaamte en pijn als drempelverhogend. Zij specifiëren de angst nog als: vrees voor de procedure op zich, voor de complicaties, voor de testresultaten of voor kanker. Sommige mensen willen gewoon de diagnose niet kennen (“wat niet weet, niet deert”). Anderen vinden het moeilijk om tijd te vinden voor het onderzoek, of hebben juist tijd nodig om bij zichzelf de motivatie op te bouwen om een coloscopie te ondergaan. Omdat in deze studie gewerkt werd met open vragen, kwamen zij tot antwoorden die in vorige studies zelden gerapporteerd werden: ervaringen uit het verleden, zoals pijn bij sigmoidoscopie, reacties op de anesthesie, of koele en onbeleefde dokters en gezondheidsmedewerkers. Enkele patiënten ondervonden een co-existerende chronische ziekte of weinig sociale ondersteuning als demotiverend. Anderen maakten een associatie met homoseksuele handelingen. Eén participante had psychologische bezwaren, door haar verleden van seksueel misbruik . Er dient dus ook aandacht besteed te worden aan psychosociale barrières. Zo vinden onderzoekers de Jonge, et al. (2010) dat een grote patiëntentevredenheid nodig is om het onderzoek te aanvaarden en erin mee te kunnen gaan. Zij stellen de ervaringen van de patiënt als belangrijke kwaliteitsindicator. Zij hebben na afloop van de coloscopie vragenlijsten uitgedeeld, betreffende comfort, sedatie, de houding van het personeel op de endoscopie-afdeling en de nazorg. Het resultaat leerde dat patiënten veel belang hechten aan privacy en waardigheid. Het is voor patiënten ook belangrijk om de indicatie voor hun coloscopie te begrijpen. Ze dienen eveneens ingelicht worden over de zeldzame, maar belangrijke complicaties. 8


Greet Van den Eynde

Verpleegkunde in avondonderwijs

Bachelorproef

Informatie wordt best zowel schriftelijk als mondeling gegeven. Volgens de Jonge (2010) blijkt dat de meeste patiënten die voorafgaandelijk een consult bij een dokter hadden, de procedure als meer oncomfortabel ervaren hadden, dan ze op voorhand verwacht hadden. Daarom oppert hij om meer aandacht te besteden aan het geven van informatie over het discomfort dat een patiënt tijdens coloscopie kan ondervinden en welke maatregelen genomen worden om dit zoveel mogelijk te beperken. Werd er effectief voorafgaandelijk duidelijke informatie gegeven over de ongemakken tijdens het onderzoek, schatten patiënten het onderzoek vervelender in, dan ze het later daadwerkelijk ervaren hadden. Ook de Europese Commissie (Valori, et al., 2010) doet aanbevelingen in verband met informatieverstrekking aan patiënten. Patiënten dienen geïnformeerd te worden vóór de coloscopische procedure aanvangt. Inhoudelijk betreft het elementen die ook bij de Jong (2010) en Jones (2010) terug te vinden zijn: de indicatie, de coloscopische procedure, de voorbereiding, de sedatiemogelijkheden en de nevenwerkingen hiervan, de risico’s, de verwachtingen na afloop van de colonoscopie en de eventuele nabehandeling. Ook worden best de interventies besproken bij het gebruik van anticoagulantia en de aandachtspunten bij comorbiditeit. Verder stelt de Jonge (2010) dat patiënten over de eerste bevindingen van het onderzoek dienen ingelicht te worden en dat ze bovendien op de hoogte gebracht moeten worden over de manier van mededeling van de definitieve resultaten (indien verder anatomopathologisch onderzoek noodzakelijk is gebleken). De Vlaamse Werkgroep bevolkingsonderzoek (2011) zegt dat als de coloscopie volgt op een afwijkende screeningstest, de wachttijd tot het bekomen van een afspraak niet te lang mag zijn, omwille van de psychosociale beleving. Valori (2010) specifieert deze tijdsspanne als niet later dan 31 dagen na de verwijzing. Een ander belangrijk kwaliteitscriterium voor coloscopie, dat zowel naar voren komt bij Morán Sánchez, et al., (2009), als in de Europese richtlijnen en waarop de Vlaamse werkgroep bevolkingsonderzoek (Vlaamse werkgroep bevolkingsonderzoek, 2011) zich ook baseert, is het belang van een goede darmvoorbereiding. Immers, als de visualisatie tijdens de coloscopie bemoeilijkt wordt door faecale resten, kunnen poliepen en carcinomen over het hoofd gezien worden. Een slechte darmvoorbereiding verhoogt ook de kostprijs, aangezien dit de proceduretijd verlengt of soms een nieuwe afspraak noodzakelijk maakt. Een doeltreffende darmvoorbereiding hangt ondermeer af van het gekozen laxativum (Atreja, Nepal, & Lashner, 2010). Er zijn veel verschillende producten op de markt. Volgens Valori (2010) is er geen product dat echt merkelijk beter is dan een ander, maar sodium fosfaat zou het best getolereerd worden. Dit laxativum werkt osmotisch: het trekt hierbij water in het darmlumen en stimuleert zo de darmperistaltiek. Dit kan elektrolytenverschuivingen met zich meebrengen. Dus bij oudere mensen, patiënten met nier- of hartproblemen is voorzichtigheid geboden, waarschuwt Atreja (2010). Omwille van de significante hoeveelheid vocht die onttrokken wordt, is er gevaar voor dehydratie. Het is belangrijk patiënten aan te moedigen de dag voor en de dag na de coloscopie veel te drinken. (Lichtenstein, Cohen, & Uribarri, 2007). Men ziet minder elektrolytenverschuivingen bij het gebruik van polyethyleen glycol oplossingen, maar hier moet de patiënt 4 liter drinken en dat, samen met de slechte smaak van het product, is de reden waarom velen dit moeilijk volhouden. 9


Greet Van den Eynde

Verpleegkunde in avondonderwijs

Bachelorproef

Het grote volume dat gedronken moet worden, brengt een opgeblazen gevoel, krampen en misselijkheid teweeg. Enkele faciliterende middelen zijn: de vloeistof koelen, citroensap toevoegen, of bij vb. mensen met gestoorde slikfunctie toediening van het laxativum via een maagsonde. Volgens de Europese adviezen worden zowel sodium fosfaat, als polyethyleen glycol best in gesplitste dosis genomen: een gedeelte wordt de dag voor het onderzoek genomen, de rest wordt de morgen van het onderzoek gedronken. Deze manier maakt het meer aanvaardbaar voor de patiënt en verbetert bovendien de properheid van de darmen. Chorev, et al., (2007) alsmede Rosenfeld, Krygier, Enns, Singham, Wiesinger, & Bressler (2010) zeggen dat de darmvoorbereiding bij gehospitaliseerde patiënten vaak te wensen overlaat. Het is gebleken dat men door patiënteneducatie (een korte counseling voorafgaandelijk in combinatie met schriftelijke richtlijnen), de patiënt in staat stelt zijn eigen voorbereidingsproces in handen te nemen. Dit heeft een positieve invloed op het volhouden van de voorbereiding en bijgevolg op de kwaliteit van de colonoscopie. De kwaliteitsparameters tijdens de coloscopie hangen af van het hele endoscopisch team en de gepaste materiële uitrusting. Als verpleegkundige ziet men er vooral op toe dat de patiënt comfortabel en stabiel is. Men geeft technische ondersteuning aan de uitvoerend gastro-enteroloog en zorgt ervoor dat het materiaal naar behoren werkt en onmiddellijk bereikbaar is. Verder bieden verpleegkundigen een ondersteunende rol bij het uitvoeren van therapeutische procedures. Zowel de verpleegkundige als endoscopist dienen te reflecteren over hun handelen en in samenspraak met de diensten pathologie en chirurgie na te gaan hoe ze de resultaten van patiënten kunnen optimaliseren. (Valori, et al., 2010). Zo kan het assisteren door een ervaren endoscopisch verpleegkundige (meer dan 2 jaar ervaring) de detectie verhogen van het aantal poliepen en adenomen. Eigenlijk komt het er op neer dat twee paar ogen meer zien, dan één paar, vooral als het moeilijk op te sporen letsels zijn. Om de impact van de endoscopisch verpleegkundige tijdens coloscopie te maximaliseren, zou een trainingsprogramma voor verpleegkundigen over de endoscopische opsporing van niet-polypeuze colorectale neoplasmen nuttig kunnen zijn (Lee, et al., 2011). In hun studie komen Dellon, Lippmann, Sandler, & Shaheen (2008) eveneens tot deze conclusie. “Nieuwe” verpleegkundigen weten in het begin nog niet hoe een poliep endoscopisch te herkennen of voelen zich nog niet zelfzeker genoeg om de gastro-enteroloog op een gemiste poliep te wijzen. Vaak zijn ze ook nog gefocust op hun verantwoordelijkheden tijdens de coloscopie, zoals sedatie, monitoring en assisteren bij biopsies of polypectomies. Dellon (2008) stelt dat ervaren verpleegkundigen beter zijn in multitasken. Misschien zijn ze ook beter in meer effectieve sedatie, positionering van de patiënt en aanbrengen van abdominale druk, wat allemaal helpt om de coloscopie te vergemakkelijken. Hoff, et al. ( 2011) zegt dat de vraag naar pijnloze en complete coloscopie toeneemt. Dit is het opvoeren van de coloscoop tot de caecumbodem, d.w.z. tot in de blindedarm, een zakvormige uitstulping op de overgang van dunne darm naar dikke darm. Caecale intubatie graad is ook één van de kwaliteitsparameters, gebruikt door de Europese Commissie. 10


Greet Van den Eynde

Verpleegkunde in avondonderwijs

Bachelorproef

Om intubatie tot het caecum op een comfortabele manier te bereiken, zijn er het gebruik van sedatie, een aantal technische hulpmiddelen, maar vooral de bekwaamheid van de endoscopist, die een rol spelen. In deze optiek werd bekeken of de éénpersoons- of tweepersoonstechniek voor het invoeren van de coloscoop een verschil maakt. Bij de tweepersoonstechniek voert de verpleegkundige de coloscoop op, onder begeleiding van de endoscopist, terwijl hij ondertussen de darmwand inspecteert. Bij de eenpersoonstechniek is het enkel de gastroenteroloog die de endoscoop inbrengt. De gerapporteerde pijn die patiënten ervoeren, bleef hetzelfde bij zowel de éénpersoons- als tweepersoonstechniek. Maar de intubatietijd en de vraag naar verdoving en/of pijnstilling was minder bij de tweepersoonstechniek. Waarom dit zo is, blijft onduidelijk. Men kan enkel speculeren dat het teamwork de intubatietijd verkort. De tijd die normaal gespendeerd wordt door de verpleegkundige om de patiënt op zijn gemak te stellen, wordt nu een stuk ingevuld door het opvolgen van de instructies van de gastro-enteroloog. Sedatie draagt bij tot het comfort van de patiënt. Het geeft een hogere patiëntentevredenheid (Vlaamse Werkgroep Bevolkingsonderzoek, 2011). Het is gebruikelijk om sedatie te geven in België. Men maakt een onderscheid in matige sedatie, diepe sedatie en algemene anesthesie. Bij matige sedatie worden opiaten en/of benzodiazepines toegediend. De patiënt ademt spontaan en de cardiovasculaire functie blijft bewaard; hij kan nog antwoorden op verbale of tactiele stimuli. Bij diepe sedatie wordt propofol toegediend. In België is daarom verplicht een anesthesist aanwezig. Immers de spontane ademhaling kan onvoldoende zijn, waarvoor interventie noodzakelijk wordt. De cardiovasculaire functie blijft meestal bewaard. Enkel bij herhaaldelijke of pijnlijke stimuli zal de patiënt reageren. Bij algemene anesthesie is de patiënt niet te wekken, zelfs niet door pijnlijke prikkels. Er is geen spontane ademhaling. Routine coloscopies kunnen meestal gemakkelijk uitgevoerd worden onder matige sedatie. Slaat deze sedatie niet aan of is de procedure langduriger of complex, kan diepe sedatie nodig zijn. De sedatiekeuze ligt bij de uitvoerend arts. Evenwel, vooral bij ouderen kan diepe sedatie meer cardiorespiratoire complicaties veroorzaken. Daarom raadt de Europese Commissie aan de zuurstofsaturatie en de bloeddruk te monitoren bij alle gesedeerde patiënten. Zwaar gesedeerde patiënten zijn moeilijker te draaien en dit kan de caecale intubatie en mucosale visualisatie in het gedrang brengen. Verder vermeldt Valori (2010) dat hypoventilatie, cardiovasculaire problemen of vasovagale reacties in verband kunnen gebracht worden met pijn, maar evengoed geassocieerd worden met het gebruik van sedativa en opiaten. De reacties zouden kunnen verminderen wanneer sedatie “on-demand” wordt gegeven. Sedatieloze coloscopie geeft minder bloeddrukvallen en minder episodes van hypoxie. Er bestaan echter nog andere technieken die het comfort van de patiënt tijdens de coloscopie kunnen verhogen, maar die meestal in Vlaanderen nog weinig gebruikt worden. Zo kan ondermeer beperkte waterinstillatie, CO2-insufflatie, het gebruik van een gastroscoop of pediatrische coloscoop bijdragen tot pijnvermindering. Dit zijn echter allemaal technische middelen, waar men als verpleegkundige niet veel bijdrage bij heeft en hier wordt dan ook niet verder op ingegaan. 11


Greet Van den Eynde

Verpleegkunde in avondonderwijs

Bachelorproef

Een eenvoudig hulpmiddel is, is het gebruik van muziek. Angst werkt niet bevorderlijk op de pijnbeleving en het comfort en kan bijdragen tot het bemoeilijken van de procedure en een groter medicatieverbruik tijdens de coloscopie. Het angstniveau van patiënten daalt aanzienlijk als men kan luisteren naar muziek, zowel terwijl men wacht op de coloscopie, als tijdens de procedure (El-Hassan, Mckeown, & Muller, 2009). Ook Leung (2008) komt tot deze conclusie. Hij zegt dat muziek de angst en de pijn doet afnemen. Het aantal volledige coloscopies was groter en de onderzoekstijd was korter. Patiënten vroegen minder sedatie. Bovendien, als patiënten inspraak mogen hebben in de toediening van verdoving, verlaagt dit de toegediende dosis verdovende medicatie significant, wat resulteert in een kortere recoverytijd. Volgens Ylinen, Vehviläinen-Julkunen, Pietilä, Hannila, & Heikkinen (2009) is het mogelijk om bij de meeste mensen een medicatieloze coloscopie uit te voeren. Evenwel moet men voorbereid zijn om medicatie toe te dienen, bij mensen die toch pijn ondervinden tijdens de procedure. Verpleegkundigen kunnen vóór de coloscopie inschatten of een bepaalde patiënt meer risico loopt op het hebben van meer pijn. Bijvoorbeeld, vrouwen hebben een iets langer colon en hebben zo meer kans dat de coloscoop een looping maakt, wat erg pijnlijk is. Ook bij jongeren en patiënten met lage body mass index verloopt de caecale intubatie moeilijker, evenals bij mensen die al eens een operatie in de onderbuik hebben gehad, diarree hebben, angstig zijn of voor de eerste keer een coloscopie ondergaan. Het is voor dit type patiënten en erg zenuwachtige personen dat sedatie gereserveerd kan worden. Blijkbaar beoordelen endoscopisten en verpleegkundigen de pijnintensiteit ervaren door de patiënt minder groot dan de patiënt zelf. Meer informatie en kennis over de pijnbeleving en de erkenning ervan is nodig om het pijnmanagement bij coloscopie te verbeteren. Hiervoor zou systematische pijneducatie voor de endoscopische staf kunnen georganiseerd worden. Een laatste punt waarin men als verpleegkundige bijdraagt tot de kwaliteit van coloscopie is het onderhouden van het materiaal. Immers, een slecht onderhouden coloscoop geeft minder goede visualisatie van de mucosa. De endoscopen dienen mechanisch en manueel gereinigd te worden vooraf en gedesinfecteerd na gebruik, liefst in een wasmachine. Accessoires worden gesteriliseerd. De scopen dienen bewaard te worden in een propere omgeving. (Vlaamse Werkgroep Bevolkingsonderzoek, 2011). Na afloop van de procedure en vóór de patiënt het ziekenhuis verlaat, krijgt de patiënt best al mondelinge informatie over de eerste bevindingen bij de coloscopie. Geschreven informatie over de follow-up wordt meegegeven en een telefoonnummer, waar men terecht kan als er zich proceduregebonden complicaties voordoen. Een kopie van het endoscopieverslag wordt naar de huisarts van patiënt gezonden. Conclusie: - Colonkanker is een veelvoorkomend probleem. - Een goede screening is belangrijk. - De Europese Commissie heeft een aantal adviezen opgesteld over wat een “goede, kwaliteitsvolle” colonoscopie is. 12


Greet Van den Eynde

-

Verpleegkunde in avondonderwijs

Bachelorproef

Een adequate darmvoorbereiding in onontbeerlijk voor een goede screening. De verpleegkundige taak bij colonoscopie is uitgebreid en ondersteunend voor een kwaliteitsvolle uitvoering van het onderzoek. Een voldoende geïnformeerde patiënt en een kwaliteitsvol onderzoek resulteren in een grote patiëntentevredenheid.

3. Methode Er wordt nagegaan hoe patiënten geïnformeerd worden over hun colonoscopie, wat de voorbereiding is en wat de verpleegkundige assisterende taken zijn tijdens colonoscopische onderzoeken op de dienst gastro-enterologie van het GZA St.-Vincentiusziekenhuis in Antwerpen. Met deze informatie in het achterhoofd, kunnen de bestaande informatiebrochures van de GZA-ziekenhuizen herwerkt worden tot een nieuwe brochure: “Wat u moet weten bij een colonoscopie”. Het is mogelijk dat er in andere ziekenhuizen/centra op een verschillende manier gewerkt wordt. Dit is gezien het tijdsbestek niet mogelijk om verder te onderzoeken.

4. Corpus Er is nog geen bevolkingsonderzoek voor darmkankeropsporing lopende in Vlaanderen. Er is wel een pilootproject (Vlaams bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker, 2011) geweest in Borgerhout, Schilde en Vosselaar, waarbij men mensen aanschreef om een faecesstaal te nemen en te testen met een iFOBT-testkit. Dit staat voor immunochemische Fecaal Occult Bloed-test, of ook wel “mascara-test” genoemd, wat een beeld schept over de manier van afname. Er is maar één enkel staaltje nodig, wat dan getest werd op de aanwezigheid van menselijk bloed. Bij een negatieve test wordt herhaling na twee jaar aangeraden. Bij een positieve test werd doorverwezen voor coloscopie. Er was een doelgroep van 18 541 personen, waarvan 44,3 % effectief deelnam. 5,3 % bleek een positieve iFOB-test te hebben. Hiervan volgde 85 % het advies tot coloscopie op. Bij 1,2 % werden poliepen of tumoren gevonden, waarvan 0,10 % (= 18) anatomopathologisch bevestigde adenocarcinomen. Om na te gaan of een gegeneraliseerd bevolkingsonderzoek mogelijk is, werd een inschatting gemaakt voor de extra capaciteit aan colonoscopieën (bij een participatie van 60 % zou dit neerkomen op 1,91 coloscopieën méér per week). Hiervoor werden een aantal gastro-enterologen bevraagd, dewelke aangaven dat dit haalbaar zou zijn. De werkgroep darmkankeropsporing stelt verder dat de sedatiekeuze bij de uitvoerend arts ligt. Als belangrijkste kwaliteitsparameters van de coloscopie weerhoudt de werkgroep onder andere: korte wachttijd na afwijkend screeningsresultaat, best voorafgaandelijke consultatie, desinfectie van het gebruikte materiaal volgens de bestaande aanbevelingen, 90 % van de patiënten dienen goed voorbereid te zijn, monitoring van de polsslag en oximetrie in de endoscopieruimte, een minimaal aantal uitgevoerde onderzoeken door de endoscopist om de techniek te verkrijgen en te behouden (de vooropgestelde 300 per jaar

13


Greet Van den Eynde

Verpleegkunde in avondonderwijs

Bachelorproef

door de Europese Commissie is voor Vlaanderen waarschijnlijk niet haalbaar), en caecale intubatiegraad boven de 90-95 % (Vlaamse Werkgroep Bevolkingsonderzoek, 2011). De adviezen geformuleerd uit de resultaten van dit pilootproject werden in 2011 aan Minister Vandeurzen voorgelegd. Maar gezien de moeilijke regeringsvorming van het afgelopen jaar, is daar voorlopig nog niets actiefs mee gedaan. Omdat er dus nog geen georganiseerde darmkankerscreening is in Vlaanderen, worden patiënten doorverwezen voor colonoscopie door de huisarts of na consultatie bij de gastroenteroloog. De indicatie voor dit onderzoek is niet enkel screening naar darmkanker (bij positieve iFOBT, bij verhoogd familiaal risico, op eigen initiatief van de patiënt). Colonoscopie wordt ook uitgevoerd omwille van bestaande klachten: bloed in de stoelgang, een veranderd stoelgangspatroon, aanhoudende diarree, … of ter controle na een voorgeschiedenis van vb. poliepen, reeds darmkanker (gehad), … Onmiddellijk na de initiële consultatie bij de gastro-enteroloog in het St.-Vincentiusziekenhuis worden patiënten, bij wie beslist werd een coloscopie uit te voeren, doorverwezen naar de verpleegkundige om een afspraak voor dit onderzoek vast te leggen. Tevens wordt op dat moment een gesprek gevoerd, waarin de voorbereiding en het belang hiervan worden uitgelegd: wat houdt het dieet in, wanneer wordt dit gestart, welk laxativum wordt gebruikt en hoe wordt dit ingenomen, wat gebeurt er de dag van opname in het dagziekenhuis. Patiënten krijgen deze informatie ook schriftelijk mee (zie Bijlage 1: restenarm dieet, p.28 - Bijlage 2: voorbereiding Moviprep, p.30 - Bijlage 3: voorbereiding Picoprep, coloscopie in de voormiddag, p.31 - Bijlage 4: voorbereiding Picoprep, coloscopie in de namiddag, p.32). Deze bestaat ook in het Engels en het Frans. De voorlichting van de patiënt gebeurt hier dus zoals de Jonge (2010) het voorstelt: zowel mondelinge als schriftelijke informatie. Als laxativum wordt Moviprep® (klasse polyethyleen glycol) of Picoprep® (klasse sodium fosfaat) aangeraden. In het gesprek wordt nog eens nagegaan of patiënten anticoagulantia nemen. Als de dokter het nodig acht, wordt een ombouwschema gestart naar laag-moleculair gewichtsheparine (Clexane® subcutaan). Dit is zeker het geval voor Marevan®, Marcoumar® en Sintrom® (zie Bijlage 5: ombouwschema antico, p.33). Hierbij wordt op doktersvoorschrift de laatste tablet van het anticoagulantium ingenomen 8 tot 5 dagen voor het onderzoek, afhankelijk van het product. Daarna wordt volgens INR gestart met subcutane injecties laag-moleculair gewichtsheparine. De dag van het onderzoek worden geen heparine-inspuiting toegediend tot 6 uur na het onderzoek. De dagen na het onderzoek worden de injecties verder gegeven in combinatie met een herstart van de orale anticoagulantia. Dit doet men tot de gewenste INR bereikt is. De labocontroles van de bloedstolling kunnen via de huisarts gebeuren. Daarna mogen de heparine-injecties gestopt worden. Ook ijzertabletten mogen niet meer ingenomen worden. Deze kleuren de darmwand zwart en verhinderen zo de zichtbaarheid. Volledige colonoscopies, tot aan het terminale ileum, worden in het St.-Vincentiusziekenhuis altijd onder volledige narcose met propofol 1 % uitgevoerd. De artsen maken deze keuze, omdat ze dit een zeer comfortabele manier voor de patiënt vinden. 14


Greet Van den Eynde

Verpleegkunde in avondonderwijs

Bachelorproef

Propofol is een veilig en kortwerkend product. De nevenwerkingen van propofol zijn zeer beperkt en komen uiterst zeldzaam voor. Vooral bij mensen met zwaar leverfalen (propofol is een vetoplossing) is er extra voorzichtigheid geboden. Bovendien benadert via deze werkwijze de caecale intubatiegraad de 100 %, wat een belangrijke kwaliteitsparameter is voor de Europese Commissie. Dit cijfer ligt lager bij de centra die er voor kiezen om zonder diepe sedatie te werken. Omwille van de narcose, is een ziekenhuisopname vereist. De meeste patiënten worden verwacht in het daghospitaal. Soms worden mensen opgenomen op de verpleegafdeling gastro-enterologie, als ze problemen hebben om de voorbereiding thuis uit te voeren. Dit is meestal leeftijdsgerelateerd. De verpleegkundigen controleren de stoelgang van patiënt. Ideaal ziet deze eruit als lichtgeel gekleurd water, zonder stukjes of vlokjes. Indien nodig kan de patiënt nog extra laxativum drinken. Het is opvallend dat patiënten die van een ziekenhuisafdeling komen, vaak minder goed voorbereid zijn en dus een minder propere darm hebben, wat eveneens door Rosenfeld (2010) geopperd wordt. Dit is dikwijls ook een probleem bij mensen die in de voormiddag hun coloscopie hebben. Er wordt momenteel uitgezocht, hoe men hier een oplossing voor kan bieden. Men overweegt om de onderzoeken een uur later te laten beginnen, zodat patiënten sowieso nog een extra dosis laxativum kunnen drinken de morgen van het onderzoek. De beste voorbereiding volgens de literatuur (Atreja, Nepal, & Lashner, 2010) is immers de split dosis voorbereiding. In optimale omstandigheden volgt de colonoscopie dan binnen de vier uur na de inname van de laatste dosis. In de huidige situaties, is deze periode vaak langer. Bij een tijdspanne die groter is dan vier uur, beginnen de nog residuele maag- en dundarmvochten door te zakken naar het colon, door de normale en soms hyperreactieve persistaltiek, tengevolge van de voorbereiding. Patiënten komen in hun hospitaalbed toe in het operatiekwartier. Afhankelijk van de dokter die het onderzoek uitvoert, mogen zij in bed blijven liggen, of dienen ze verbed te worden op de operatietafel. Hier zorgt de operatieverpleegkundige voor, die ook de anesthesist assisteert. Hij/zij brengt de elektroden aan voor het ECG en legt de bloeddruken saturatiemeter aan. Het plaatsen van een infuus is noodzakelijk gezien de algemene anesthesie. Meestal is dit al voorzien door de verpleegkundige van het daghospitaal, maar als dit nog niet het geval is, wordt er één geprikt door de anesthesist. Ondertussen heeft de endoscopieverpleegkundige al het nodige materiaal binnen handbereik klaargelegd: coloscoop, biopsiepotjes, biopsietang. Daarna verwelkomt hij/zij de patiënt en doet navraag naar de darmvoorbereiding. De meeste patiënten ervaren deze als niet aangenaam, maar ook niet als onoverkomelijk. Meestal vindt men dat het al bij al vlot verlopen is. De gastro-enteroloog komt gedag zeggen en stelt de patiënt nog eens gerust. De anesthesist of operatieverpleegkundige overloopt de time-out procedure. Dit is een checklist voor veilige heelkunde, waarin de identiteit van de patiënt wordt nagegaan, voor welk onderzoek hij/zij komt, of er allergieën zijn, of al het nodige materiaal beschikbaar is, of de steriliteit gegarandeerd is, enz. Daarna wordt de patiënt onder narcose gebracht met propofol en geïntubeerd door middel van een larynxmasker. De patiënten die in bed blijven, worden op de linkerzijde gepositioneerd. Anatomisch is deze houding gemakkelijker. Het rectum wordt rechtdoor geïntubeerd.

15


Greet Van den Eynde

Verpleegkunde in avondonderwijs

Bachelorproef

Het linker colon ligt tegen het bed aan en wordt zo naar beneden gedrukt en als het ware stilgehouden door de totale buikinhoud. De scoop “valt” als vanzelf in het linker colon door de zwaartekracht en is zo gemakkelijker op te schuiven. Patiënten die ruggelings op de operatietafel liggen, worden tot aan de knieholten gesteund, de onderbenen afhangend van de tafel. Dit heeft als voordeel dat de scoop niet tegen de zwaartekracht in dient opgeschoven te worden. Opnieuw bestaan er verschillende werkwijzen, dewelke ook Hoff (2011) beschrijft: de endoscoop kan ingebracht worden door de gastro-enteroloog, maar ook door de endoscopieverpleegkundige. Hetzelfde wat betreft het opvoeren van de scoop en het zachtjes terug extuberen. Gelijk welke techniek gebruikt wordt, is er tijdens het invoeren van de scoop vaak druk op de buik nodig, om loopings van de scoop te voorkomen. Deze druk wordt uitgeoefend door de endoscopieverpleegkundige. Deze laatste volgt ook mee op het beeldscherm. Er wordt steeds gebruik gemaakt van video-endoscopie, waardoor alle uitvoerders steeds de beelden kunnen volgen op een beeldscherm en niet door het occulair van de scoop hoeven te kijken. Als men tijdens het invoeren voelt dat men verder kan opvoeren, maar het beeld verandert niet, dan zit de scoop in een lus en dient er zachtjes teruggetrokken te worden. Men mag nooit verder opvoeren als men tegen de wand van de darm zit. Dit geeft immers gevaar voor perforatie. Soms is het ook nodig de patiënt te draaien, om verder te kunnen opvoeren. De endoscopieverpleegkundige speurt mee naar eventuele afwijkingen. Zoals ook door Hoff, et al. (2011) gesteld, zien twee paar ogen immers meer dan één paar. Tijdens de coloscopie heeft de gastro-enteroloog de mogelijkheid de darmen te ontplooien door lucht in te blazen via de scoop. Hij kan hij ook spoelen met water. Faecesresten kunnen geaspireerd worden na verdunning met water, anders gaat de scoop verstoppen . Door het werkkanaal van de scoop kunnen ook biopsies genomen worden of kunnen therapeutische technieken als polypectomie uitgevoerd worden. Hiervoor is de assistentie van de endoscopieverpleegkundige vereist. Het is belangrijk dat de verpleegkundige voldoende anatomische kennis heeft, zodat hij/zij weet op welke plaats de biopsies genomen zijn en deze bijgevolg in het juiste recipiënt terechtkomen. De meeste letsels worden opgespoord bij het terugkomen met de scoop, maar ook als men bij het opvoeren al een afwijking ziet, wordt hiervan dadelijk een biopsie. Het is immers best mogelijk dat hetzelfde letsel zou gemist worden als men wacht tot het extuberen. Tevens let de verpleegkundige ook op het comfort van de patiënt tijdens de procedure. Vb. als een patiënt dient gedraaid te worden tijdens de procedure, dat de onderste arm vrij ligt. Vanaf het moment dat het terminale ileum bereikt is, wordt dit aan de anesthesist gemeld. Hij/zij begint dan de narcose af te bouwen. Het extuberen van het colon duurt gemiddeld zes minuten; twee minuten per deel van het colon. Als de colonoscopie afgelopen is, neemt de endoscopieverpleegkundige de scoop over van de gastro-enteroloog. De verpleegkundige zorgt voor het manueel schoonmaken en doorspoelen van de scoop, om hem daarna in de wasmachine te borstelen en aan te sluiten. Ondertussen heeft de operatieverpleegkundige zich ontfermd over de patiënt en kan de endoscopie-verpleegkundige nog helpen met het verbedden van de patiënt. Deze laatste wordt dan naar de recovery gebracht door de operatieverpleegkundige en anesthesist, dewelke dan nadien ook de volgende patiënt meebrengen naar de operatiezaal. Daarna wordt de administratie nog gedaan door de endoscopieverpleegkundige. De biopsiestalen worden gelabeld en naar de koelkast gebracht, waar ze ook ingeschreven worden in het register van het labo anatomopathologie. 16


Greet Van den Eynde

Verpleegkunde in avondonderwijs

Bachelorproef

Eens de patiënt vertrokken is uit het operatiekwartier, heeft de endoscopieverpleegkundige geen rol meer in de nazorg van de patiënt. De gastro-enteroloog gaat wel nog diezelfde namiddag langs op de kamer van patiënt, om de onmiddellijke bevindingen van tijdens de coloscopie aan patiënt uit te leggen. Omdat op deze dienst de colonoscopies enkel onder volledige narcose worden uitgevoerd, kon de gevonden literatuur over het bestrijden van discomfort bij colonoscopies zonder verdoving, niet vergeleken worden. Wat enigszins wel toepasbaar is, is de praktijksituatie bij de linker coloscopie (sigmoïdoscopie), die ambulant op de consultatie-eenheid wordt uitgevoerd. Hierbij wordt de scoop maximaal tot het begin van het colon descendens ingebracht. Dit onderzoek wordt uitgevoerd bij mensen met abdominale klachten, zoals aanhoudende diarree. Sigmoïdoscopie wordt in Vlaanderen niet direct voor screeningsdoeleinden gedaan. Als een afspraak vastligt voor sigmoïdoscopie, kan men zich thuis voorbereiden door één à twee keer een Fleet®-lavement te gebruiken. De patiënt krijgt voor dit onderzoek geen verdoving. Hij/zij gaat met ontblote stuit op de linkerzijde liggen. Tijdens het positioneren van de patiënt, legt de endoscopieverpleegkundige uit wat er allemaal tijdens het onderzoek gebeurt en welke ongemakken (druk in de buik, flatulentie, pijn, …) men kan ondervinden. De patiënt kan het onderzoek desgewenst mee volgen op het beeldscherm. Ook hier is het afhankelijk van de arts of de verpleegkundige de scoop invoert en/of terugtrekt. Men probeert vaak eerst de gastroscoop te gebruiken, dewelke dunner en korter is, om pijn bij de patiënt te bestrijden. Deze maatregelen worden ook beschreven bij Leung (2008). De endoscopieverpleegkundige volgt mee op de monitor, maar probeert ook geruststellend en aanmoedigend op patiënt in te praten. Tevens houdt hij/zij de reacties van patiënt in het oog en verifieert of patiënt het nog draaglijk vindt. Als de patiënt aangeeft dat voor hem/haar het onderzoek te pijnlijk wordt, wordt niet verder aangedrongen en wordt de scoop teruggetrokken. De arts geeft de scoop aan, dewelke de verpleegkundige vervolgens veilig bij de spoelbak legt, zodat de aandacht eerst op de patiënt gericht kan worden. De stuit van patiënt wordt gereinigd, patiënt wordt nogmaals gerustgesteld dat flatulentie normaal is en dat hij/zij zo dadelijk het toilet mag bezoeken. De patiënt wordt van de onderzoekstafel geholpen en er wordt zo nodig hulp bij het aankleden geboden. Daarna wordt hij/zij naar het toilet geleid en eventjes tijd gegund. Ondertussen wordt het endoscopische materiaal gereinigd en de endoscopiekamer klaargemaakt voor het volgende onderzoek. Nadien wordt de patiënt terug naar de consultatieruimte van de dokter verwezen, voor verdere bespreking van de bevindingen. De eventuele verpleegkundige administratie wordt verder door de endoscopieverpleegkundige afgehandeld. Conclusie: • De taken van een endoscopieverpleegkundige zijn uitgebreid en kunnen al van bij de informatieverstrekking vóór het onderzoek bijdragen tot de kwaliteit van de colonoscopie. • De dienst gastro-enterologie van het St.-Vincentiusziekenhuis is ongeveer een jaar geleden uitgebreid met drie nieuwe dokters, waardoor er nu zes gastro-enterologen zijn. Hierdoor is de tijdsdruk sterk toegenomen, zodat minder flexibele darmvoorbereidingen mogelijk zijn.

17


Greet Van den Eynde

Verpleegkunde in avondonderwijs

Bachelorproef

Zo blijkt de voorbereiding bij de colonoscopies van de voormiddag, minder goed te zijn, dan deze van de onderzoeken gepland in de namiddag. Tijdens het informatiegesprek met de patiënt, benadrukken we als verpleegkundige het belang van het nauwgezet opvolgen van het dieet en de inname van het laxativum, met daarna veelvuldig drinken. Verder wordt bekeken hoe men in de toekomst ervoor kan zorgen dat dit drinken toch in twee tijden kan gebeuren: de dag voorafgaand en de dag van het onderzoek zelf, met de uitvoering van de coloscopie maximum vier uur na de laatste inname. Dit zoals vooropgesteld in de wetenschappelijke literatuur. Er is het afgelopen jaar al heel wat gewerkt rond kwaliteitsverbetering op deze dienst. Er zijn voor verschillende onderzoeken procedures uitgeschreven. Ondertussen werkt men aan een informed consent voor de colonoscopie. Er is al meer gestandaardiseerd in de werkwijze van de verschillende gastro-enterologen qua voorbereiding. De informatiebrochure is echter nog niet aangepast. Het loont dus de moeite om dit eens te bekijken. De Europese Commissie (Valori, et al., 2010, p 330) doet aanbevelingen over welke punten er allemaal in zo’n informatiebrochure zouden opgenomen moeten worden. Hier baseer ik de opstelling van mijn brochure op. In de huidige informatie voor de patiënt heb ik geen bijzondere aandacht voor diabetespatiënten teruggevonden. Dit zou ik mee willen opnemen in mijn brochure.

5. Resultaten Hieronder wordt de tekst voor een nieuwe informatiebrochure voorgesteld. De structuur werd gebaseerd op de aanbevelingen van de Europese Commissie (Valori, et al., 2010, p 330). De definitie en het doel van een colonoscopie werden beschreven door Colemont (2010). In het St.-Vincentiusziekenhuis wordt door de arts bepaald welk laxativum wordt gebruikt: Picoprep (sodium fosfaat) of Moviprep (polyethyleen glycol). Uit de literatuur (Atreja, Nepal, & Lashner, 2010), wordt weerhouden dat geen van deze soorten laxativum opmerkelijk beter resultaat geeft dan het andere. De gesplitste dosis wordt aangeraden, maar dit is gezien de praktische organisatie op de werkvloer niet haalbaar. In samenspraak met de externe begeleider, werd er bewust gekozen om het dieet en de stapsgewijze voorbereiding niet op te nemen in de brochure, maar in aparte kopie bij te voegen. Dit heeft twee redenen: enerzijds verloopt het informatiegesprek met de patiënt eenvoudiger en duidelijker. De patiënt heeft zo alle belangrijke informatie over de voorbereiding en de data hieromtrent onmiddellijk bij de hand. De naam van één enkel laxativum wordt vermeld en de uren zijn aangepast aan het tijdstip van onderzoek (voorof namiddag). Bovendien is deze informatie eveneens beschikbaar in het Engels en het Frans. Anderzijds heeft het ook economische redenen. Er wordt nog volop aan de voorbereiding gesleuteld. Verandert er hier iets aan, zou ook de hele informatiebrochure weer moeten herdrukt worden. Er wordt verkozen om naast de schriftelijke informatie, ook mondeling inlichtingen te geven aan de patiënt, zoals de Jonge (2010) vooropstelt. Aanpassingen aan het medicatieschema, zoals bij bepaalde anticoagulantia of diabetesmedicatie het geval is, worden voorgeschreven door de gastro-enteroloog. 18


Greet Van den Eynde

Verpleegkunde in avondonderwijs

Bachelorproef

Patiënten krijgen dit mee in aparte kopie. Colemont (2011) beschrijft het verloop van het onderzoek, de risico’s en complicaties, alsmede de kostprijs van de colonoscopie.

Informatiebrochure: Wat u moet weten over een colonoscopie. Geachte mevrouw, geachte heer, U ondergaat binnenkort een colonoscopie of onderzoek van de dikke darm. Deze brochure helpt u een beeld te vormen van wat dit onderzoek inhoudt. Wat is een colonoscopie? Bij een colonoscopie wordt de binnenzijde van de dikke darm onderzocht met behulp van een coloscoop. Dit is een flexibele holle buis verbonden met een camera. Doel van een colonoscopie Enerzijds is er de diagnostische colonoscopie. Deze wordt uitgevoerd om bestaande klachten te onderzoeken of letsels op te sporen. Er kunnen kleine staaltjes darmslijmvlies (biopsies) afgenomen worden voor microscopisch onderzoek. Anderzijds is er de therapeutische colonoscopie. Hierbij wordt een lokale behandeling uitgevoerd: vb. het verwijderen van poliepen, behandeling van een vernauwing, het stelpen van een bloeding. De instrumenten nodig voor biopsiename of voor plaatselijke behandelingen kunnen eenvoudig doorheen de scoop worden opgevoerd. De voorbereiding  De darmvoorbereiding werd samen met u door de verpleegkundige overlopen. U heeft de informatie over de werkwijze en het restenarme dieet afzonderlijk meegekregen. Het is zeer belangrijk dat u de voorbereiding nauwgezet opvolgt. Onder achtergebleven stoelgangsresten kunnen zich immers letsels verschuilen, die bijgevolg niet opgemerkt worden door de dokter. Bij een slechte zichtbaarheid, dient het onderzoek en dus ook de voorbereiding te worden herhaald.  Een geplande coloscopie kan ook aanpassingen in uw gebruikelijke medicatie teweegbrengen. In samenspraak met uw dokter heeft u een aangepast ombouwschema gekregen als u bepaalde bloedverdunners neemt. IJzertabletten worden niet meer genomen. Alle andere medicatie mag u de ochtend van het onderzoek om 6.00 uur met een kleine slok water innemen.  Verwittig de dokter als u diabetespatiënt bent. Hij zal samen met u bekijken of een dosisaanpassing van uw medicatie noodzakelijk is.  De dag van het onderzoek, wordt u opgenomen in het daghospitaal (tenzij u reeds gehospitaliseerd bent, dan verblijft u op de verpleegafdeling). Het is mogelijk dat u nog meer laxeermiddel te drinken krijgt, als de darm niet helemaal schoon is.

19


Greet Van den Eynde

Verpleegkunde in avondonderwijs

Bachelorproef

U krijgt een operatiehemd om aan te trekken, waaronder u geen slip draagt. Deze zou immers bevuild kunnen worden tijdens het onderzoek. U brengt ook best wat wasgerief mee voor na het onderzoek.  Tandprothesen, hoorapparaten, make-up, nagellak, juwelen, … dienen verwijderd te worden vóór het onderzoek.  Er wordt een infuus geplaatst, waarlangs later ook de verdoving zal gebeuren. Verloop van het onderzoek Omdat het onderzoek steeds onder lichte, volledige verdoving plaatsvindt, wordt dit in aanwezigheid van een anesthesist in het operatiekwartier uitgevoerd. Nadat u onder narcose gebracht bent, start uw dokter de colonoscopie. Hiervoor wordt de coloscoop via de anus ingebracht en langzaam opgevoerd door de gehele dikke darm, meestal zelfs tot het laatste stukje van de dunne darm. Er kan lucht ingeblazen worden langs de scoop of vocht afgezogen, om de zichtbaarheid te verbeteren. De verpleegkundige zal meestal ook druk uitoefenen op de buik, om de coloscoop te http://www.pouch.nl/pforum/showthread.ph 1 sturen. Tijdens het terugkeren met de scoop, wordt het darmslijmvlies grondig geïnspecteerd. Als de dokter het nodig acht, kunnen biopsies genomen worden. Eventuele poliepen worden verwijderd. Dit is niet pijnlijk, maar het kan wel een beetje bloedverlies veroorzaken. Gemiddeld duurt een colonoscopie ongeveer 20 minuten. Na het onderzoek U slaapt nog even op de recovery. Hier wordt u van nabij gevolgd. Nadien wordt u terug naar de verpleegafdeling gebracht. U kan een drukkend, opgeblazen gevoel of darmkrampen hebben. Dit is volledig normaal en wordt veroorzaakt door de ingeblazen lucht tijdens het onderzoek. Deze last verdwijnt snel als u enkele keren naar het toilet bent geweest. Het is mogelijk dat u een weinig bloedverlies via de anus heeft. U kan zich nog enkele uren suf voelen van de verdoving. Daarom mag u de dag van de ingreep geen voertuig besturen. U laat zich het best begeleiden door een familielid of kennis. Na ongeveer een uur, als u voldoende wakker bent, mag u terug drinken en een broodmaaltijd eten. Uw arts komt later op de dag langs. Hij zal u dan op de hoogte brengen van de bevindingen tijdens het onderzoek. De resultaten van het eventuele weefselonderzoek zijn niet onmiddellijk beschikbaar. Deze worden met u besproken op een volgende consultatie met de gastro-enteroloog ongeveer twee weken na de coloscopie. Ook uw huisdokter krijgt een kopie van de resultaten. Als u opgenomen bent in het dagkliniek, mag u na het bezoek van de dokter naar huis. De dag na het onderzoek, mag u de dagelijkse activiteiten hervatten.

20


Greet Van den Eynde

Verpleegkunde in avondonderwijs

Bachelorproef

Risico’s en complicaties Coloscopie is een zeer veilig onderzoek. Uiterst zelden treden er complicaties op (1/1000). Behandelingen tijdens een coloscopie houden iets meer risico in (1 à 2/100 als er poliepen worden verwijderd). De mogelijke complicaties zijn:  Perforatie of een scheur in de wand van de dikke darm. De kans hierop vergroot als de darmwand veel uitstulpingen (divertikels) vertoont, erg ontstoken of vernauwd is. Hiervoor is meestal heelkundig herstel noodzakelijk.  Bloeding. Dit kan optreden na het verwijderen van een poliep, maar dit wordt bijna altijd verholpen tijdens het onderzoek zelf. Soms kan er laattijdig nog een bloeding optreden. Daarom is het belangrijk dat bepaalde bloedverdunnende medicatie op voorhand gestopt wordt. Een beetje anaal bloedverlies is normaal, bij ernstige bloeding dient onmiddellijk een arts gewaarschuwd te worden.  Infectie. Vóór elk gebruik wordt de coloscoop grondig gereinigd en gedesinfecteerd volgens de bestaande wetgeving en recentste internationale wetenschappelijke normen. Het optreden van een infectie is uiterst zeldzaam (1/1 800 000), maar kan nooit volledig uitgesloten worden. Kostprijs van de procedure in dit ziekenhuis (daghospitalisatie) Ten laste van het ziekenfonds Ten laste van de patiënt Coloscopie zelf € 150,71 € 8,68 Anesthesie € 130,30 / Medicatie en materiaal € 23,12 € 10,89 Honorarium van de arts € 14,65 € 4,96 Forfait dagkliniek € 186,56 / (Weefselonderzoek) € 51,88 € 8,68 Totaal zonder € 505,34 € 24,53 weefselonderzoek Totaal met weefsel€ 557,22 € 33,21 onderzoek De artsen zijn geconventioneerd, wat wil zeggen dat ze de normale tarieven zonder supplementen hanteren. De voorbereidende producten kosten u nog € 10 à 15. Hiervoor is nog geen terugbetaling voorzien. Contactgegevens Hebt u nog vragen? Aarzel niet deze te stellen!  Secretariaat consultatie gastro-enterologie: tel. + 32 3 285 28 15  e-mail: consultatiegastro.SVZ@gza.be  website van het ziekenhuis: http://www.gza.be

21


Greet Van den Eynde

Verpleegkunde in avondonderwijs

Bachelorproef

Inzichten die deze bachelorproef mij bezorgd heeft Als verpleegkundige kan men op een dienst endoscopie een belangrijke bijdrage hebben in de kwaliteit van de coloscopie en bijgevolg de patiëntentevredenheid. Het takenpakket is uitgebreid en begint al bij een goede informatieverstrekking aan de patiënt. Als men eenvoudig kan uitleggen waarom die voorbereiding zo belangrijk is, zal een patiënt meer geneigd zijn het dieet en de darmvoorbereiding nauwgezet op te volgen. Het persoonlijke contact met de patiënt en het geruststellen op de dag van het onderzoek, neemt angst weg bij de patiënt. Een niet te onderschatten taak is het actief mee de darmwand inspecteren op poliepen tijdens het onderzoek. Deze rol geeft een grote professionele voldoening. Verder werden een aantal overeenkomsten, maar eveneens verschillen opgemerkt tussen literatuur en praktijk. Het brengt een professionele meerwaarde als men voorstellen kan opperen aan de arts, of reflecteren over onderwerpen die men in de wetenschappelijke literatuur heeft teruggevonden.

Wat er goed en minder goed vorderde De start was moeilijk: er bleek iets misgelopen met de lijst externe begeleiders, waardoor ik halsoverkop zelf op zoek moest naar een nieuwe begeleider, binnen de sowieso al krappe deadlines voor de 3 VIA-student, die in januari wil afstuderen. Het oorspronkelijke onderwerp darmkankerscreening bleek een hot topic, waarover ik veel informatie vond, maar wat niet altijd direct terug te koppelen was naar de verpleegkundige rol. Na overleg met de interne begeleidster, werd afgesproken een vernauwing van het onderwerp door te voeren. Die zoektocht verliep niet zo gemakkelijk. Nadien bleek de interne begeleidster langere tijd ziek en het heeft toch eventjes geduurd om een vervangster te vinden. Heel wat mail- en telefoneerverkeer is nodig geweest, maar gelukkig heeft de nieuwe interne begeleidster snel tijd gevonden om een feedbackmoment in te lassen. Er kon verder gewerkt worden met mijn afgebakende onderwerp en ik kon dus volop gaan samenvatten. De communicatie met de externe begeleider liep vlot. We kwam tot de beslissing een informatiebrochure als eindproduct op te stellen. Vanaf de start van mijn stageperiode op de consultatie gastro-enterologie, kwam alles in een stroomversnelling. De externe begeleider stond me met raad en daad bij. Ik ondervond zelf hoe het er in de praktijk aan toe gaat en kon daar ook actief aan deelnemen. Het is echter pas tijdens het schrijven, dat ik toch nog op een aantal vragen stuitte. Ik kon hiervoor steeds bij mijn externe begeleider terecht.

22


Greet Van den Eynde

Verpleegkunde in avondonderwijs

Bachelorproef

6. Discussie en conclusie De zoektocht in de wetenschappelijke literatuur naar artikels waar de verpleegkundige rol naar voor komt, is niet altijd evident gebleken. Toch werd in de praktijk ondervonden dat de verpleegkundige bijdrage belangrijk is voor een kwaliteitsvolle colonoscopie. Weliswaar werd meer informatie gevonden, dan er kon teruggekoppeld worden naar de praktijk. Dit heeft te maken met de keuze van de artsen om colonoscopies onder narcose te laten doorgaan. Dit is voor hen een belangrijke maatregel om het discomfort bij patiënten te verminderen. Andere in de literatuur beschreven manieren om het de patiënt zo comfortabel mogelijk te maken, spelen vooral een rol in de situatie waar patiënten niet onder algehele verdoving gebracht zijn. Dit werd gedeeltelijk toegepast op de ambulante sigmoïdoscopie. Buiten het gebruik van de dunnere gastroscoop, worden er in dit ziekenhuis nog niet zo veel alternatieve middelen gebruikt. Het is niet de plaats van een student om veel voorstellen tot verandering te gaan uiten. In een latere werksituatie, waar literatuurstudies deel uitmaken van het professionalisme van een verpleegkundige, is het ongetwijfeld interessant om met collega-geneesheren hierover van gedachten te wisselen. Natuurlijk speelt het beleid en de praktische haalbaarheid in het ziekenhuis hier ook een rol. Voor de zes gastro-enterologen is er een operatiezaal ter beschikking, dewelke moet renderen. Men kan zich de vraag stellen of de patiënt de keuze dient gelaten te worden om al dan niet onder narcose gebracht te worden. Bij verdoving met opiaten en benzodiazepines is geen anesthesist nodig. Bijgevolg zouden deze onderzoeken ook in de namiddag en buiten de operatiezaal kunnen uitgevoerd worden. Het drukt de kosten van de ziekteverzekering en het lost gedeeltelijk het probleem van de darmvoorbereiding op. Het voorbereidende gesprek waarin het belang van de darmvoorbereiding benadrukt wordt, in combinatie met de geschreven informatie, zou volgens de literatuur een goede methode zijn. De moeilijkheid bij het schrijven van de brochure was de verwoording. Het diende duidelijk te zijn, niet te medisch-technisch en niet te lang, maar toch wel op zo’n manier geformuleerd dat alle punten, die de Europese Commissie vooropstelt, aan bod kwamen. Eén van die punten is de kostprijs van de coloscopie. (Terugbetalings)tarieven veranderen ook regelmatig. Dat houdt in dat bij zulk een verandering, ook de brochure aangepast dient te worden. Dat is misschien een nadeel. Echter, het zou een onhandige werkwijze worden om nog maar eens een aparte kopie met de prijzentabel te verspreiden. Dit kan eventueel opgelost worden door de aangepaste prijzentabel op sticker af te drukken en deze in de brochure te kleven. Ook kan men zich de vraag stellen naar anderstalige patiënten. Dient deze brochure ook nog vertaald te worden? En zo ja, in welke talen? Desalniettemin blijft het gesprek met de patiënt zelf ook belangrijk. Men kan wel bij wijze van spreken een brochure in het Chinees opstellen, maar de uitleg kunnen we niet geven in het Chinees. De volledigheid en correctheid van de brochure werd nagegaan met de verpleegkundigen op dienst, inclusief de interne begeleider. Omdat op dit ogenblik een heel aantal reorganisaties gebeuren op de dienst (verandering in consultatie- en coloscopieschema’s, nieuwe dienstverantwoordelijke, mogelijkheid tot wijziging van de colorectale 23


Greet Van den Eynde

Verpleegkunde in avondonderwijs

Bachelorproef

voorbereiding, …), is het niet het moment om de informatiebrochure te laten drukken en verspreiden. Eens deze praktische veranderingen zijn doorgevoerd, kan de brochure worden voorgelegd aan de artsen. Indien Dr. Colemont, diensthoofd gastro-enterologie, zijn toestemming geeft, zouden enkele proefexemplaren uitgedeeld kunnen worden aan de patiënten. Op die manier kan er nagegaan worden of er voor de patiënt nog onduidelijkheden bestaan en kan de inhoud eventueel aangevuld/aangepast worden. Uiteindelijk wordt zo een definitieve resultaat bekomen, dat ter goedkeuring aan de administratief verantwoordelijke van de polikliniek wordt voorgelegd. Daarna kan de informatiebrochure van een artikelnummer voor de voorraadbedeling voorzien worden en gedrukt worden. Deze studie is redelijk beperkt geweest. Er zijn nog een aantal medisch-technische zaken, die als kwaliteitsparameter worden gebruikt door de Europese Commissie, vb. adenomadetectiegraad, de ervaring van de endoscopist, … Gezien het hier niet direct over de verpleegkundige rol gaat, heb ik besloten om hier niet verder over uit te weiden. Omwille van dit medisch-technische karakter werden enkele artikels uit de literatuurlijst niet vernoemd in de literatuuranalyse. Als endoscopisch verpleegkundige komt men echter wel met deze technische mogelijkheden in aanraking, waardoor ik de artikels toch opgenomen heb in de bibliografie. Mocht de mogelijkheid er geweest zijn om het onderzoek uit te breiden, zouden zeker centra zijn bezocht waar men ook colonoscopies zonder narcose uitvoert. De werkwijzen met en zonder diepe sedatie hadden dan met elkaar vergeleken kunnen worden. Maar gezien het vooropgestelde tijdsbestek, werd er een bevredigend resultaat bekomen.

24


Greet Van den Eynde

Verpleegkunde in avondonderwijs

Bachelorproef

Bibliografie Atreja, A., Nepal, S., & Lashner, B. A. (2010). Making the most of currently available bowel preparations for colonoscopy. Cleveland Clinic Journal Of Medicine, 77 (5), 317-326. Chartier, L., Arthurs, E., & Sewitch, M. J. (2009). Patients satisfaction with colonoscopy: A literature review and pilote study. 23 (3), 203-209. Chorev, N., Chadad, B., Segal, N., Shemesh, I., Mor, M., Plaut, S., et al. (2007). Preparation for Colonoscopy in Hospitalized Patients. Dig Dis Sci, 52, 835-839. Colemont, L. (2010). Een wereld zonder darmkanker. Gent: Luster. Colemont, L. (2011). Samen sterk tegen darmkanker. Gent: Luster. Cotton, P. B., & Williams, C. B. (2008). Practical Gastrointestinal Endoscopy: the fundamentals. Oxford: Blackwell Science. de Jonge, V., Sint Nicolaas, J., Lalor, E. A., Wong, C. K., Walters, B., Bala, A., et al. (2010). A prospective audit of patient experiences in colonoscopy using Global Rating Scale: A cohort of 1187 patients. Can J Gastroenterol, 24 (10), 607-613. Dellon, E. S., Lippmann, Q., Galanko, J. A., Sandler, R. S., & Shaheen, N. J. (2009). The effect of GI endoscopy nurse experience on screening colonoscopy outcomes. NIH Public Access, 70 (2), 331-343. Dellon, E. S., Lippmann, Q., Sandler, R. S., & Shaheen, N. J. (2008). GI endoscopy nurse experience and polyp detection during screening colonoscopy. Clin Gastroenterol Hepatol., 6 (12), 1342-1347. El-Hassan, H., Mckeown, K., & Muller, A. F. (2009). Clinical trial: music reduces anxiety levels in patients attending for endoscopy. Alimentary Pharmacology & Therapeutics, 30, 718-724. Hoff, G., Volker, M., Bretthauer, M., Aabakken, L., Hoie, O., deLange, T., et al. (2011). Gastronet survey on the use of one- or two-person technique for colonoscopy insertion. BMC Gastroenterology, 11 (73), z.p. Hsieh, Y.-H., Lin, H.-J., & Tseng, K.-C. (2011). Limited water infusion decreases pain during minimally sedated colonoscopy. Word Journal of Gastroenterology, 17 (17), 2236-2240. Hsieh, Y.-H., Tseng, K.-C., & Chou, A.-L. (2010). Patient Self-Administered Abdominal Pressure to Reduce Loop Formation During Minimally Sedated Colonoscopy. Dig Dis Sci, 55, 1429-1433. Jones, R. M., Devers, J., Kuzel, A., & Woolfs, S. H. (2010). Patient-Reported Barries to Colorectal Cancer Screening: A Mixed-Methods Analysis. Am J Prev Med., 38 (5), 508516. 25


Greet Van den Eynde

Verpleegkunde in avondonderwijs

Bachelorproef

Lee, C. K., Il Park, D., Lee, S.-H., Hwangbo, Y., Soo Eun, C., Soo Han, D., et al. (2011). Participation by experienced endoscopy nurses increases the detection rate of colon polyps during a screening colonoscopy: a multicenter, prospective, randomized study. Gastrointsestinal Endoscopy, 74 (5), 1094-1102. Leung, F. W. (2008). Methods of Reducing Discomfort During Colonoscopy. Dig Dis Sci, 53, 1462-1467. Lichtenstein, G. R., Cohen, L. B., & Uribarri, J. (2007). Review article: bowel preparation for colonoscopy - the importance of adequate hydration. Alimentery Pharmacology & Therapeutics, 26, 633-641. Morán Sánchez, S., Torella, E., Esteban Delgado, P., Baños Madrid, R., García, A., Ono, A., et al. (2009). Colonoscopy quality assessment. Revista Española de enfermedades digestivas, 101 (2), 107-116. Ng, S., & Lau, J. Y. (2011). Technical Advances in Getting to the Cecum. Curr Colorectal Cancer Rep, 7, 16-23. Patel, S. G., & Ahnen, D. J. (2011). Isn't It Time to Stop Talking About Colonoscopy Quality and Start Doing Something About It?. Dig Dis Sci, 56, 2776-2779. RobertThomson, I., & Teo, E. (2009). Colonoscopy: Art or science? Journal of Gastroenterology and Hepatology, 24, 180-184. Rosenfeld, G., Krygier, D., Enns, R. A., Singham, J., Wiesinger, H., & Bressler, B. (2010). The impact of patient education on the quality of inpatient bowel preparation for colonoscopy. Can J Gastroenterol, 24 (9), 543-546. Valori, R., Rey, J.-F., Atkin, W., Bretthauer, M., Senore, C., Hoff, G., et al. (2010). Quality assurance in endoscopy in colorectal cancer screening and diagnosis. In European Commission, European guidelines for quality assurance in colorectal cancer screening and diagnosis - First Edition (pp. 145-186). Luxembourg: Publications Office of the European Union. Vlaams bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker. (2011). Aanbevelingen van het Centrum voor Kankerpreventie (UA) m.b.t. bevolkingsonderzoek voor dikkedarmkankeropsporing. Opgeroepen op 2 november 2011, van Vlaams bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker: http://www.dikkedarmkanker.be/sites/default/files/Aanbevelingen.pdf Vlaamse Werkgroep Bevolkingsonderzoek. (2011). Adviesvraag betreffende een Vlaams bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker. Opgeroepen op 2 november 2011, van Vlaams Agentschap Zorg en gezondheid: http://www.zorg-engezondheid.be/uploadedFiles/NLsite_v2/Beleid/Adviesvraag%20Vlaams%20bevolkings onderzoek%20naar%20dikkedarmkanker.pdf Ylinen, E.-R., Vehviläinen-Julkunen, K., Pietilä, A.-M., Hannila, M.-L., & Heikkinen, M. (2009). Medication-free colonoscopy - factors related to pain and its assessment. Journal of Advanced Nursing, 65 (12), 2597-2607.

26


Greet Van den Eynde

Verpleegkunde in avondonderwijs

Bachelorproef

Bijlagen Bijlage 1: restenarm dieet ....................................................................... 28 Bijlage 2: voorbereiding Moviprep .............................................................. 30 Bijlage 3: voorbereiding Picoprep, coloscopie in de voormiddag .......................... 31 Bijlage 4: voorbereiding Picoprep, coloscopie in de namiddag ............................. 32 Bijlage 5: ombouwschema antico ............................................................... 33 Bijlage 6: artikel: Making the most of currently available bowel preparations for colonoscopy ......................................................................................... 34 Bijlage 7: artikel: A prospective audit of patient experiences in colonoscopy using the Global Rating Scale ................................................................................ 44 Bijlage 8: artikel: Gastronet survey on the use of one- or two-person technique for colonscopy insertion ............................................................................... 56 Bijlage 9: artikel Patient-reported barriers to colorectal cancer screening .............. 62 Bijlage 10: artikel methods of reducing discomfort during colonoscopy .................. 79 Bijlage 11: artikel: the impact of patient education on the quality of inpatient bowel preparation for colonoscopy ..................................................................... 85

27


Greet Van den Eynde

Verpleegkunde in avondonderwijs

Bachelorproef

28


Bijlage 1: restenarm dieet

Restenarme voeding Toegelaten 

Verboden 

Graanproducten, brood, gebak en meelspijzen

Wit brood, beschuit, toast Meelspijzen zoals macaroni, noedels, spaghetti en vermicelli Gepelde rijst, griesmeel, maïzena, tapioca,Vanillebloem

Bruin brood, fantasiebrood, brioches, broodjes,krentenbrood, suikerbrood e.d.Volkorenbeschuit, volkorenbrood. Peperkoek, speculaas. Havermout

Vetstoffen, eieren en kaas

Boter of margarine: vers of gesmolten, niet gebruind, olie (kleine hoeveelheden). Hardgekookte eieren. Witte zachte kaas en jonge broodkaas, (matig gebruiken), smeerkaas, 20+.

Gebruinde boter of margarine. Frituurvet of frituurolie, runds-en varkensvet. Vette sauzen, mayonnaise, béarnaise of tartaarsaus. Alle bereidingsvormen van eieren, behalve hardgekookte eieren. Alle kaassoorten, behalve diegene vermeld onder “toegelaten”.

Suikers, zoet beleg en snoepgoed Soepen

Suiker. Gelei, vruchtensiroop, honing.

Suikerwaren die fruit en noten bevatten. Confituur. Snoepgoed

Ontvette bouillon, bouillonblokjes. Vleesextract: verdund gebruiken

Alle soorten met uitzondering van ontvette bouillon.

Vlees en Vis

Mager zacht vlees: licht bakken en koken. Magere vis zoals kabeljauw, rog, schelvis, tarbot, tong, leng steeds koken. Kip en gevogelte steeds ontvellen. Filet Americain natuur. Als beleg bij het brood: rookvlees, ossenvlees, kalkoenham, kippenwit, gebraad, e.a.

Vet vlees zoals bacon, ham, lamsvlees, schapenvlees, spek, vet rundvlees. Bereide vleeswaren zoals saucijzen, vleespasteien, worst, vleesslaatjes. Vleesconserven. Wild.

Aardappelen

Geen enkele bereidingsvorm.

Alle bereidingsvormen.

Nagerechten

Cake zonder fruit, biscuits, droge koekjes zoals petit beurre, boudoirbiscuits. Sojamelk om pudding te maken (Alpro).

Alle soorten gebak. Alle producten bereid met melk en fruit. Koekjes met fruit en / of chocolade als vulling.

Gastro-­‐enterologie  GZA  SV                                            Versie:  september  ’11  

    29


Groenten, fruit en peulvruchten

Appelsap, tomatensap, gezeefd sap van grapefruit Of sinaasappel.

Alle soorten groenten en fruit met uitzondering de sappen vermeld onder “toegelaten”.

Dranken

Water, mineraalwater, koffie, thee, sojamelk. Vruchtensiroop verdund gebruiken.

Melk, melkdranken, levensmiddelen bereid met melk. Gashoudende dranken.

Diverse

Zout, laurier, tijm, kaneel, saffraan.

Olijven, pickels, kappertjes. Andere specerijen of smaakstoffen. Pindakaas. Witte sauzen, sauzen uit pakjes en blik. Kant en klare maaltijden en gerechten.

Bij problemen kan U ons steeds bellen op het nummer 03/285 28 15 Gastro-­‐enterologie  GZA  SV                                            Versie:  september  ’11  

    30


Bijlage 2: voorbereiding Moviprep

Werkwijze voorbereiding coloscopie onder algemene narcose Product : Moviprep af te halen in apotheek zonder voorschrift.

Datum onderzoek: …………….. Drie dagen voor het onderzoek : ……………….. Restenarme voeding; zie bijgevoegde bladzijden.

Dokter: ……………………….…..

Dag voor het onderzoek : ………………..……… ’s ochtends :

Maaltijden gebruiken op het uur dat u gewend ben. Wel rekening houden met het restenarm dieet

Rond 12:00 uur

Laatste maaltijd van de dag volgens dieet Nadien niet meer eten, u mag wel drinken (water, koffie, thee, fruitsap zonder pulp.)

Rond 16:00 uur

Voeg de inhoud van zakje A en B samen in 1 liter water en minstens 2 min . goed roeren, tot het poeder goed opgelost is . Deze oplossing uitdrinken over 1 uur , nadien zeker nog 1 l helder vloeistof drinken (water, gezeefd vruchtensap, frisdrank , thee of koffie zonder melk)

Rond 19:00 uur

Voeg de inhoud van zakje A en B samen in 1 liter water en minstens 2 min . goed roeren, tot het poeder goed opgelost is . Deze oplossing uitdrinken over 1 uur , nadien zeker nog 1 l helder vloeistof drinken (water, gezeefd vruchtensap, frisdrank , thee of koffie zonder melk)

Dag van het onderzoek: ……………………………. GEEN ontbijt, GEEN drinken. Medicatie in overleg met arts (inname voor 6:00 uur) -

U wordt verwacht op het dagziekenhuis op de vierde verdieping om 7:15 uur ’s morgens.

Wij wensen uw aandacht te vestigen op volgende punten: - Na de intraveneuze verdoving is het gedurende de rest van de dag NIET toegestaan zelf met de wagen te rijden. Voorzie vervoer . - Na het onderzoek zal de arts de resultaten komen bespreken op de kamer. Nadien mag U het ziekenhuis verlaten.

Veel succes ! Bij problemen kan U ons steeds bellen op het nummer 03/285 28 15 Gastro-­‐enterologie  GZA  SV                                            Versie:  september  ’11   31


Bijlage 3: voorbereiding Picoprep, coloscopie in de voormiddag

Werkwijze voorbereiding coloscopie onder algemene narcose (Voormiddag) Product : Picoprep af te halen in apotheek zonder voorschrift. Datum onderzoek: ……………….. Drie dagen voor het onderzoek : ……………….. Restenarme voeding; zie bijgevoegde bladzijden.

Dokter: ……………………….…...

Dag voor het onderzoek : ………………..……… ’s ochtends :

Maaltijden gebruiken op het uur dat u gewend ben. Wel rekening houden met het restenarm dieet

Rond 12:00 uur

Laatste maaltijd van de dag volgens dieet Nadien niet meer eten, u mag wel drinken (water, koffie, thee, fruitsap zonder pulp.)

Rond 18:00 uur

Drink 1 oplossing van Picoprep, los het poeder van 1 zakje op in 1 groot glas water. Goed roeren gedurende 2 à 3 minuten. Na 30 minuten drinkt u 1,5 à 2 l water of heldere vloeistof zonder koolzuurgas (bv appelsap, druivensap zonder pulp en/of sportdrank)

Rond 21:00 uur

Maak een 2de oplossing Picoprep: los het 2de zakje op in 1 glas water ,2 à 3 minuten goed roeren en na 30 minuten drinkt u terug 1,5 à 2 liter water.

Dag van het onderzoek: ……………………………. GEEN ontbijt, GEEN drinken. Medicatie in overleg met arts (inname voor 6:00 uur) -

U wordt verwacht op het dagziekenhuis op de vierde verdieping om 7:15 uur ’s morgens.

Wij wensen uw aandacht te vestigen op volgende punten: - Na de intraveneuze verdoving is het gedurende de rest van de dag NIET toegestaan zelf met de wagen te rijden. Voorzie vervoer . - Na het onderzoek zal de arts de resultaten komen bespreken op de kamer. Nadien mag U het ziekenhuis verlaten.

Veel succes ! Bij problemen kan U ons steeds bellen op het nummer 03/285 28 15

Gastro-­‐enterologie  GZA  SV                                            Versie:  september  ’11  

    32


Bijlage 4: voorbereiding Picoprep, coloscopie in de namiddag

Werkwijze voorbereiding coloscopie onder algemene narcose (Namiddag) Product : Picoprep af te halen in apotheek zonder voorschrift. Datum onderzoek: ……………….. Drie dagen voor het onderzoek : ……………….. Restenarme voeding; zie bijgevoegde bladzijden.

Dokter: ……………………….…...

Dag voor het onderzoek : ………………..……… ’s ochtends en ‘s middags:

Maaltijden gebruiken op het uur dat u gewend ben. Wel rekening houden met het restenarm dieet

Rond 17:00 uur

Laatste maaltijd van de dag volgens dieet Nadien niet meer eten, u mag wel drinken (water, koffie, thee, fruitsap zonder pulp.)

Rond 19:00 uur

Drink 1 oplossing van Picoprep, los het poeder van 1 zakje op in 1 groot glas water. Goed roeren gedurende 2 à 3 minuten. Na 30 minuten drinkt u 1,5 à 2 l water of heldere vloeistof zonder koolzuurgas (bv appelsap, druivensap zonder pulp en/of sportdrank)

Rond 21:00 uur

Maak een 2de oplossing Picoprep: los het 2de zakje op in 1 glas water ,2 à 3 minuten goed roeren en na 30 minuten drinkt u terug 1,5 à 2 liter water.

Dag van het onderzoek: ……………………………. GEEN ontbijt, GEEN drinken. Medicatie in overleg met arts (inname voor 6:00 uur) -

U wordt verwacht op het dagziekenhuis op de vierde verdieping om 8:30 uur ’s morgens.

Wij wensen uw aandacht te vestigen op volgende punten: - Na de intraveneuze verdoving is het gedurende de rest van de dag NIET toegestaan zelf met de wagen te rijden. Voorzie vervoer . - Na het onderzoek zal de arts de resultaten komen bespreken op de kamer. Nadien mag U het ziekenhuis verlaten.

Veel succes ! Bij problemen kan U ons steeds bellen op het nummer 03/285 28 15

Gastro-­‐enterologie  GZA  SV                                            Versie:  september  ’11   33


Quality assurance en patiëntentevredenheid bij coloscopie: wat is de verpleegkundige rol?