__MAIN_TEXT__

Page 1


Inhoud Een traumatische gebeurtenis • 6 Vesting Naarden tot 1672 Van het oude naar het nieuwe Naarden • 8 Het bloedbad van Naarden in 1572 • 8 De vestingwerken van Adriaen Anthonisz • 10

De vesting krijgt zijn vorm • 16 Vesting Naarden 1672 -1685 De Hollandse Oorlog: het Rampjaar 1672 • 18 Naarden bezet en heroverd • 20 Nieuwe vestingwerken: 1673-1685 • 25

Pruisen en Fransen in Naarden • 38 Vesting Naarden 1685-1815 De vesting in de achttiende eeuw • 40 Naarden bezet door Pruisen en door Fransen • 46 Bevrijd door Nederlandse troepen 1813-1814 • 49

De vesting wordt gemoderniseerd • 54 Vesting Naarden 1815-1926 Naarden in de Nieuwe Hollandse Waterlinie • 57 Modernisering vesting tussen 1871 en 1880 • 64

Niet langer een militaire functie • 128 Vesting Naarden na 1926 1926: de vesting geen vestingwerk meer • 130 Vijftig jaar onderhoud en beheer door het Rijk • 135 De vestingwerken in particuliere handen • 136


4

Hollandse Waterlinie Erfgoed Vesting Naarden


De geschiedenis van de vesting tot 1672

5


6

Hollandse Waterlinie Erfgoed Vesting Naarden


Een traumatische gebeurtenis Vesting Naarden tot 1672

7


De Weeshuiskazerne Dit voormalige klooster bleef gespaard tijdens de plundering door de Spanjaarden in 1572. Tijdens de Reformatie verloor het zijn monastieke functie en vervielen de gebouwen aan de stad. Er werd een weeshuis in gevestigd. In 1809 werd het gebouw ten behoeve van de Franse troepen gevorderd als kazerne. Tijdens de belegering van 1813-1814 werd het complex ernstig beschadigd. Het werd niet snel opgeknapt en raakte in verval. Onder leiding van kapitein Van Rappard werd het gebouw rond 1820 hersteld en werd het weer kazerne. Daarnaast ging het dienst doen als gevangenis. Eerst voor krijgsgevangenen van de Belgische opstand en vervolgens, van 1862 tot 1881, als Depot van Discipline, een militaire strafinrichting. Tijdens de bezetting, 1940-1945, werd de kazerne overgenomen door Duitse soldaten.

14

Hollandse Waterlinie Erfgoed Vesting Naarden

Direct na de oorlog werden in het gebouw politieke gevangenen vastgehouden. Vanaf 1949 werd het weer een militaire kazerne. Dat bleef zo tot 1986, toen het leger Naarden definitief verliet. Kort daarop werd de kazerne getransformeerd tot woongebouw, waarbij de noord- en oostvleugel van het complex geheel werden vervangen en de rest van de gebouwen gerestaureerd. Het enige te bezoeken deel van de voormalige kazerne is het Comeniusmuseum, dat sinds de restauratie is gevestigd is in de vroegere kloosterkerk. De Tsjechische geleerde werd hier in 1670 begraven. Zijn grafsteen werd, samen met andere, bij de verbouwing van de kerk tot kazerne gebruikt als bestrating. In 1871 werd de grafsteen uit de bestrating gelicht en overgebracht naar Praag. Het Comeniusmuseum is een trekpleister voor Tsjechische toeristen.


LINKERPAGINA

BOVEN

Voormalige Weeshuiskazerne, 2019.

Postkaart, ca. 1916.

De geschiedenis van de vesting tot 1672

15


De vesting

Bastion Turfpoort met Vestingmuseum, 2019.

16

Hollandse Waterlinie Erfgoed Vesting Naarden


krijgt zijn vorm Vesting Naarden 1672-1685

17


T

N

1.

P

N L

6.

C B A

F

E

D

5. G

G

I

K

4.

O H Q 22

Hollandse Waterlinie Erfgoed Vesting Naarden


‘Abraham Saam fecit Anno 1686’. Plattegrond van de vestingwerken van Naarden waarop de oude omwalling met een enkele gele lijn is aangegeven. Op deze kaart is het zuiden boven getekend. De gehele bedekte weg is hier al aangegeven, hoewel deze pas begin achttiende eeuw werd aangelegd. Archief Kaartcollectie Ministerie van Oorlog, Plans van Vestingen.

2.

M

3. S

A. Kercke B. Stadthuys C. Gasthuys D. Weeshuys E. France Kercke F. Marckt G. Binnen Haven H. Buijten Haven I. Sluijs K. Magazijn L. Uijtrechtsche Poort M. Amsterdammer Poort N. Oranien Beer (Oostbeer) O. Amsterdammer Beer (Westbeer) P. Dijck naar Oude Naerden Q. Dijck naar Muijden R. Vaerth naar Muijden S. Kernmelcks Sloot T. Wegh naar Uijtrecht U. Traslandt (niet op de kaart) Bastions: 1. Promers 2. Turfpoort 3. Nieuw Molen 4. Oud Molen 5. Katten 6. Oranje

R 23


•••••• Zeefront

••••••

Landfront Poorten: 1 Amsterdamse Poort 2 Utrechtse Poort Bastions: 3 Oud Molen 4 Katten 5 Oranje 6 Promers 7 Turfpoort 8 Nieuw Molen

16

3 11

Ravelijnen: 9 Ravelijn 1 10 Ravelijn 2 11 Ravelijn 3 12 Ravelijn 4 13 Ravelijn 5 14 Ravelijn 6 15 Oostbeer 16 Westbeer 17 Fort Ronduit

Foto ca. 1935.

28

1 8

10

7


17

12 4 13

5

15

2 14

6

9

De geschiedenis van de vesting tot 1672

29


36

Hollandse Waterlinie Erfgoed Vesting Naarden


die tijd nog steeds het meest gebruikte materiaal voor vestingwallen. Er was voldoende voorhanden en er kon snel en goedkoop mee gewerkt worden. De meeste andere, zowel nieuwe als gemoderniseerde, vestingwerken uit de Oude Hollandse Waterlinie zijn dan ook vrijwel volledig hieruit opgebouwd. De aardwerken werden tijdens de modernisering van de negentiende eeuw volledig vernieuwd. Door de aanleg van de gebouwen met mortierkazematten verdwenen op de bastions Oranje, Promers en Turfpoort de bombelles volledig. Die op bastion Nieuw Molen werd aangepast en opgenomen in de nieuwe aardwerken. Alleen de bombelle op bastion Oud Molen bleef intact. Ravelijn 1 en bastion Nieuw Molen werden respectievelijk in 1975 en 1977 zoveel mogelijk teruggebracht naar hun zeventiende-eeuwse opzet. Hier was ruimte voor omdat het ravelijn vrijwel tot op de waterlijn was afgebroken en er op bastion Nieuw Molen in 1959 al wat stappen in die richting waren gezet. Hier waren toen de gebouwen uit de negentiende eeuw afgebroken en was men begonnen met het opnieuw profileren van de aardwerken in zeventiende-eeuwse stijl, waarbij onder andere de bombelle werd hersteld.

LINKERPAGINA BOVEN

Winter, Hendrik de (1717-1790), Utrechtse poort tot Naarden den 14 July 1742. LINKERPAGINA ONDER

Winter, Hendrik de (1717-1790), toegeschreven aan, Amsterdammer poort tot Naarden den 14 July 1742. BOVEN

Amsterdamse Poort. Deze was in 16831685 gebouwd naar een ontwerp van Adriaan Dortsman.

De geschiedenis van de vesting 1672-1685

37


Pruisen en Fransen in Naarden Vesting Naarden 1685-1815

Pieter Gerardus van Os, ‘Nationale Garde van Amsteldam op de Lunet voor Naarden, april 1814’, 1814-1815. INZET RECHTSBOVEN

Pieter Gerardus van Os, De kazematten langs de wallen in Naarden, aangelegd door Lobry in 1813, 1814. 38

Hollandse Waterlinie Erfgoed Vesting Naarden


De geschiedenis van de vesting tot 1672

39


54

Hollandse Waterlinie Erfgoed Vesting Naarden


De vesting wordt gemoderniseerd Vesting Naarden 1815-1926

55


56

Hollandse Waterlinie Erfgoed Vesting Naarden


Naarden en de Nieuwe Hollandse Waterlinie In 1815 werden de werkzaamheden aan het aangepaste tracĂŠ van de Hollandse Waterlinie weer opgepakt. Koning Willem I handhaafde Kraijenhoff in zijn positie en liet hem verder gaan met de werkzaamheden waarmee hij in 1811 was gestart. De linie die zo ontstond, kennen wij nu als de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Naarden was er een onderdeel van. In de loop van de negentiende eeuw nam het belang van de Nieuwe Hollandse Waterlinie door verschillende staatkundige veranderingen steeds meer toe. Nadat BelgiĂŤ zich in 1830 van het Koninkrijk der Nederlanden had afgescheiden, was Nederland gereduceerd tot een kleine staat. Dit leidde in 1840 tot het invoeren van een neutraliteitspolitiek. Nederland hield zich voortaan afzijdig bij conflicten. Dit betekende niet dat kon worden volstaan met een minder sterke landsverdediging, de neutraliteit moest immers gehandhaafd kunnen worden. Dit leidde tot de discussie waar die landsverdediging zich dan op moest richten. Nederland was een klein land met relatief lange landsgrenzen en onvoldoende middelen om die allemaal te verdedigen met vestingwerken. Was het niet beter om de verdediging met vestingwerken te concentreren rond het westen van het land en de rest ervan te verdedigen met een veldleger? In deze zogenaamde geconcentreerde landsverdediging zou de Nieuwe Hollandse Waterlinie de belangrijkste verdedigingslinie worden. De eerste jaren bleven de meningen hierover verdeeld en werd er geen definitieve keuze gemaakt voor een bepaald verdedigingssysteem. De neutraliteitspolitiek werd niet alleen ingegeven door het feit dat Nederland een klein land was geworden, maar ook omdat de buurlanden een steeds groter gevaar gingen vormen. Frankrijk was altijd al een gevaarlijke buur geweest, maar vanaf 1860 ging van Pruisen en de Duitse Bond ook steeds meer dreiging uit. Pruisen voerde onder Bismarck een agressieve buitenlandse politiek, die ook een bedreiging kon vormen voor Nederland. Engeland was Nederland over het algemeen gunstig gezind, maar was geen gegarandeerde bondgenoot. Dit voerde de druk op de discussie over de inrichting van de landsverdediging verder op, maar er werd nog altijd geen concrete keuze gemaakt. Wel werd de Nieuwe Hollandse Waterlinie steeds verder gemoderniseerd en nam het belang van de linie alleen maar toe. Voor Naarden had dit in eerste instantie weinig gevolgen. LINKERPAGINA

In de eerste decennia van de negentiende eeuw werden de vestingwerken in Naarden meermaals geĂŻnspecteerd. Hierbij kwamen vele kleine en grote gebreken naar voren. Er werden plannen voor verbeteringen gemaakt. Een voorbeeld hiervan was het plan om de lage flanken te bebouwen met bomvrije ruimtes en kazematten die waren voorzien van geschut. Een ander plan behelsde de aanvoer van water voor inundaties middels een stoommachine. Het was een oud plan van Cornelis Kraijenhoff uit 1797, dat rond 1820 weer in overweging werd genomen. Ook is

Kaart Hollandsche Waterlinie, met rond Naarden, historisch niet helemaal juist, een fikse inundatie. Kaartcollectie Ministerie van Oorlog, Situatiekaarten, 1852.

De geschiedenis van de vesting 1815-1926

57


Kazerne Promers


Op bastion Promers – het bastion dankt zijn naam aan Hendrik Promer, de aannemer die de wallen en kazematten in de zeventiende eeuw aanlegde – werden bij de modernisering van de vesting vier nieuwe gebouwen aangelegd. Een grote kazerne, twee remises en een gebouw met drie mortierkazematten. Het kruithuis uit de achttiende eeuw werd voor de bouw van de nieuwe kazerne gesloopt en de gracht eromheen gedempt. De kazerne werd aangeduid met de letter N, de twee remises met de Q en de S en het mortierkazemattengebouw met de R. Ze werden gebouwd tussen 1875 en 1877. De kazerne heeft een lange, lage voorgevel over de volle breedte van het ervoor liggende Adriaan Dortsmanplein. Achter de gevel gaan twee bouwblokken schuil, die gescheiden worden door een brede gang, parallel aan de voorgevel. In het midden van de voorgevel ligt de monumentale entreepartij. Vanaf daar loopt een gang dwars door het gebouw naar de achterzijde. Hier leiden twee brede poorten naar het binnenterrein van het bastion. Via de gang kon geschut door het gebouw heen naar het bastion worden gebracht. Bij de achteruitgang

van de kazerne leiden twee opritten naar de opstelplaatsen van het geschut op de wallen. In de kazerne werden verschillende functies ondergebracht. Allereerst was het een kazerne zoals de anderen, voorzien van verblijven voor manschappen en officieren, magazijnen, toiletten en opslag voor kruit en projectielen. Daarnaast werd er in het gebouw een hospitaal ingericht met apotheek en lag er een grote keuken, waar voor 500 manschappen gekookt kon worden. Het ontwerpproces van de kazerne laat heel mooi de verschillende visies zien die er zijn geweest op de inrichting van de verdediging van de vesting. Hierin stond de vraag centraal of een belegeraar zich zou richten op het front Oranje-Promers-Turfpoort of op het buitendijkse gebied in de driehoek Katten-OranjeFort Ronduit. In eerste instantie werd de kazerne zo ontworpen dat deze toegang gaf tot twee grote kazemattengebouwen in de beide flanken van het bastion. In totaal zouden daar tien kazematten aangelegd worden, van waaruit de gracht rond de naastliggende bastions verdedigd kon worden. Deze opzet ging uit van het scenario van

De geschiedenis van de vesting 1815-1926

85


Bastion Turfpoort Vestingmuseum

90

Hollandse Waterlinie Erfgoed Vesting Naarden


LINKERPAGINA EN ONDER

In het museum worden kanonnen en diverse

BOVEN

werktuigen tentoongesteld.

De schietgaten van de kazematten in

het bastionfront.

Op bastion Turfpoort werden tussen 1875 en 1877 twee gebouwen aangelegd: een remisegebouw en een gebouw met drie mortierkazematten, respectievelijk aangeduid met de letters X en Y. Remise X bestaat uit twee ruimtes waar geschut opgesteld kon worden. Gebouw Y met de mortierkazematten had dezelfde opzet als gebouw R op bastion Promers. Ook hier lag op de verdieping een schuilplaats, met een munitielift. Interessant is dat de buitentoegang tot die verdieping aan de zijkant van het gebouw lag, zoveel mogelijk afgewend van de aanvalsrichting. Op dit bastion lag geen kazerne. De ruimte op het bastion werd optimaal benut voor het opstellen van geschut. Sinds 1955 is op bastion Turfpoort het Nederlands Vestingmuseum gevestigd. De collectie wordt tentoongesteld in de oorspronkelijke militaire gebouwen. Een bezoek geeft dus ook de mogelijkheid om de kazematten uit de zeventiende eeuw en de mortierkazematten te bekijken.

De geschiedenis van de vesting 1815-1926

91


Bastion Oud Molen 94

Hollandse Waterlinie Erfgoed Vesting Naarden


Op bastion Oud Molen werden tussen 1877 en 1879 drie bomvrije gebouwen neergezet: een kazerne, een ijskelder annex kruitmagazijn en een bomvrij gebouw voor een bakkerij en slager. Ze werden aangeduid met de letters L’, M’ en N’. Opvallend is dat de aarddekking van deze gebouwen volledig naar de stad toe is gericht. Men verwachtte dat granaten bij een bombardement vanuit het zuidoosten, over de stad heen, de gebouwen zouden kunnen treffen. Een beschieting vanuit het noordwesten lag niet voor de hand. De gevels van de gebouwen zijn als gevolg daarvan vanuit de stad niet goed zichtbaar. Daardoor is met name de grote kazerne (gebouw L’) een onopvallend bouwwerk. De gevel ervan is in vergelijking met de kazernes op de bastions Promers en Oranje ook relatief sober van opzet. Dat strookt niet met de belangrijke functie die het bouwwerk vervulde. De kazerne was in tijd van oorlog namelijk het commandocentrum van de vesting. Alle commandanten en hoge officieren hadden hier hun woonvertrekken. De vestinggouverneur had er zijn werk- en verblijfsruimte en er was een tele-

graafkantoor in ondergebracht. Ook lag hier een groot hospitaal met apotheek en in de keukens kon voor zeker duizend manschappen gekookt worden. Hogerop het bastion werd het gebouw M’ aangelegd. Het bestond uit een ijskelder met op de begane grond een kruit- en projectielenmagazijn en een remise. Vanuit de remise leidde een trap naar de ijskelder. De ijskelder was nodig vanwege het hospitaal, de apotheek en de grote keukens die waren ondergebracht in de nabijgelegen kazerne. Ook voor het veraangenamen van het verblijf van de officieren was ijs nodig, evenals voor de slachterij die in gebouw N’ was ondergebracht. De gebouwen L’, M’ en N’ vormden samen het centrum van de legerleiding, de voedselvoorziening en de ziekenverzorging voor het garnizoen. Het is logisch om dat onder te brengen op het bastion dat het minst bedreigd werd tijdens een beleg. De poterne c, bij de kazerne, werd in de zeventiende eeuw aangelegd als doorgang door de bombelle, vergelijkbaar met die op bastion Nieuw Molen. Bij de modernisering eind

De geschiedenis van de vesting 1815-1926

95


BOVEN

Kippenbrug. RECHTERPAGINA

Gebouw M2 op de Bedekte Weg, 2019.

108

verharde weg aangelegd om de brug vanuit de stad te bereiken. Zo ontstond er ook voor de inwoners een korte route vanuit Naarden naar het station. Dat deze voetgangersbrug er kwam was mede te danken aan de noodbrug die hier eerder was aangelegd tijdens de bouw van de Utrechtse Poort, toen de stad langs die route een tijdlang niet bereikbaar was. Het verplaatsen van troepen door de stad en over de Bedekte Weg bleef een punt van aandacht. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleek er wederom een capaciteitsvergroting nodig. Vanuit de Voorstelling van Naarden moesten de soldaten zich snel kunnen terugtrekken, met hun zware materieel. De twee poorten waren daarvoor te krap. Bovendien bestond het gevaar dat deze, als ze bij een bombardement instortten, de weg zouden blokkeren. Doordat de vesting zelf een steeds kleinere rol speelde in de oorlogsvoering hoefde deze niet langer meer zo gesloten te zijn als voorheen. Er werd daarom in 1915 besloten om naast de Utrechtse Poort een coupure te maken en een nieuwe, brede weg aan te leggen op een dam door de gracht. Aan de andere kant van de stad was geen ruimte voor een coupure naast de bestaande poort. Bovendien werd de architectuur van de Amsterdamse poort minder gewaardeerd dan die van de Utrechtse Poort. Hierop besloot de Minister van Oorlog om deze poort volledig af te breken. Hiermee werden de troepenbewegingen aanmerkelijk vergemakkelijkt. De sloop van de Amsterdamse Poort en het maken van de coupure naast de Utrechtse Poort zijn dus door militair strategische redenen ingegeven.

Hollandse Waterlinie Erfgoed Vesting Naarden


De geschiedenis van de vesting tot 1672

109


De Utrechtse Poort 114

Hollandse Waterlinie Erfgoed Vesting Naarden


De geschiedenis van de vesting tot 1672

115


De Gele Loods 122

Hollandse Waterlinie Erfgoed De vestingwerken van Naarden


Vlak naast de Utrechtse Poort ligt de Gele Loods. Hij werd in 1882 gebouwd als bergplaats voor de genie. In de jaren 1930 werd hij gebruikt als opslag voor het Regiment Motorartillerie. De loods bevindt zich nog vrijwel volledig in zijn oorspronkelijke staat. Het is de enige houten loods die nog over is in Naarden. Er hebben er meer gestaan. Tussen de Gele Loods en het kantinegebouw lagen bijvoorbeeld nog twee loodsen, waarvan er een gebruikt werd als gymnastiekruimte. Zo waren er elders in de vesting nog vijf loodsen te vinden. Twee ervan zijn hergebruikt als winkelgebouwen op bastion Oud Molen. Ook stond er op het plein voor de kazerne van het Fort Ronduit nog een loods. Daarnaast bestond sinds de achttiende eeuw ook het complex De Vijf Loodsen, dat vijf gekoppelde loodsen telde. Zij waren opgebouwd volgens hetzelfde principe als de Gele Loods: houten wanden op een stenen plint met een houten draagconstructie. Ze werden in 1950 afgebroken.

LINKS

BOVEN

Detail van de bouwtekening van de Gele Loods, ca. 1882.

De dubbele affuitloods bij bastion Katten, inmiddels afgebroken.

De geschiedenis van de vesting 1815-1926

123


Niet langer een militaire functie Vesting Naarden na 1926

128

Hollandse Waterlinie Erfgoed Vesting Naarden


De geschiedenis van de vesting tot 1672

129


Het kleurgebruik in de vesting

Een onderdeel van het onderhouds- en restauratiebeleid van Monumentenbezit is historisch onderzoek. Daar hoort ook onderzoek bij naar het vroegere kleurgebruik op de gebouwen in de vesting. Zo werd bij de restauratie van de brugwachterswoning het wit van de kozijnen, daklijsten en goten vervangen door een okergeel, dat bij het kleurhistorisch onderzoek was aangetroffen. Door de toepassing van deze nieuwe kleur gaan de gele en rode verblendstenen in de gevel meer spreken en wordt de architectuur van het gehele gebouw een eenheid (zie pp. 126-127). Ook het kleurgebruik bij de bomvrije gebouwen uit de negentiende eeuw is onderzocht, zowel in archieven als door middel van onderzoek in situ: het maken van kleurtrappen en het nemen van verfmonsters. Bij het archiefonderzoek zijn de Algemene Voorwaarden voor de uitvoering van werken en leveringen voor den dienst der Genie (AV) geraadpleegd. Vanaf 1879 worden hierin kleuren voor het buitenschilderwerk gespecificeerd, waaronder een heldergroene kleur voor de deuren en luiken. Een dergelijke kleur werd tijdens het onderzoek in situ aangetroffen als de oorspronkelijke kleur van verschillende onderdelen uit de periode 1875-1878. De Algemene Voorwaarden laten een verschuiving van kleur zien. In de eerste editie van 1872 staat voor deuren

138

Hollandse Waterlinie Erfgoed Vesting Naarden

en luiken nog donkergrijs voorgeschreven. In 1879 wordt dit chromaat-groen en voor Naarden blauwgroen. In de periode dat de vesting werd gemoderniseerd is die kleurverandering dus doorgevoerd in de voorschriften. Afgaand op de rijke architectuur van de Utrechtse Poort en de Promerskazerne is voorstelbaar dat het donkergrijs hier voor een vervlakking van de architectuur zou zorgen. Het blauwgroen zorgt juist voor een verrijking. Men was bewust met de combinatie van architectuur en kleur bezig. Zo werd ook voorgeschreven dat deuren die naar buiten draaien aan beide zijden de kleur van het exterieur moeten krijgen, terwijl een naar binnen draaiende deur aan de binnenzijde de kleur van het interieur moet krijgen. Ze hebben elk een andere relatie met de architectuur van het gebouw. Het onderzoek heeft tot het besluit geleid om alle deuren en luiken van de militaire gebouwen de blauwgroene kleur te geven. Het standaard monumentengroen zal dus uit het beeld van de vestingwerken gaan verdwijnen: die kleur is daar oorspronkelijk nooit toegepast. Ook de andere onderdelen van deze gebouwen – kozijnen, ramen, binnendeuren, etc. – zullen worden voorzien van de kleuren zoals die in de Algemene Voorwaarden worden voorgeschreven. Het geeft de gebouwen een sprekende gevel met meer reliëf.


ontstond de stichting Monumentenbezit, een nieuwe, zelfstandige monumentenorganisatie, onafhankelijk van de NMO en haar leden. Deze organisatie zou de eigenaar van de monumenten moeten gaan worden. Op 15 januari 2016 werden de negenentwintig rijksmonumenten door de Staat der Nederlanden, voor het symbolische bedrag van ĂŠĂŠn euro, aan haar overgedragen. Monumentenbezit mag geen van de monumenten verkopen en is er in principe voor altijd eigenaar van en verantwoordelijk voor. Daarmee waren de vestingwerken van Naarden het eigendom geworden van een particuliere organisatie. Een unicum in Nederland. Voor Monumentenbezit staat het behoud van de monumenten en hun cultuurhistorische waarden voorop. Door verantwoord beheer en geregeld onderhoud wordt dit doel bereikt. In plaats van een projectgewijze en grootschalige aanpak kiest de stichting voor een kleinschalige, laagdrempeliger methode: een gestaag, rustig en terughoudend onderhoud op basis van langetermijncontracten met vaste partners op het gebied van metselwerkonderhoud en groenbeheer. Juist omdat Monumentenbezit een particuliere organisatie is, zijn dergelijke samenwerkingsverbanden eenvoudiger te bewerkstelligen. Voor een particuliere organisatie gelden immers minder stringente aanbestedingsregels dan voor een overheidsinstantie. Door in steeds terugkerende cycli met een vaste ploeg mensen werk uit te voeren komt een gestage onderhoudscyclus op gang, die in feite eindeloos door kan gaan. Door steeds aan de gebouwen en het groen te

BOVEN

Werk in uitvoering. Onderhoud aan het metselwerk van bastion Oud Molen in 2018. LINKERPAGINA

De nieuwe kleurstelling van de kozijnen en luiken van de militaire gebouwen.

De geschiedenis van de vesting na 1926

139

Profile for Stokerkade

Vesting Naarden - Hollandse Waterlinie Erfgoedreeks nummer 25  

Vesting Naarden Jeroen van der Werf – Stichting Monumentenbezit Hollandse Waterlinie Erfgoedreeks nummer 25 144 pag, 17 x 24 cm, paperback...

Vesting Naarden - Hollandse Waterlinie Erfgoedreeks nummer 25  

Vesting Naarden Jeroen van der Werf – Stichting Monumentenbezit Hollandse Waterlinie Erfgoedreeks nummer 25 144 pag, 17 x 24 cm, paperback...

Advertisement