Page 1

Scholen zijn markante verschijningen in de stad.Toch werd pas vanaf 1801, met de invoering van de eerste onderwijswetten, serieus gekeken naar de gebouwen waar het onderwijs werd gegeven. Daarvoor nam men het niet zo nauw: toen werden ‘tot berging van de schooljeugd alleen voor elk ander doel onbruikbare gebouwen of woonhuizen gebruikt’. Er kwamen richtlijnen, want per slot van rekening moest er een geheel nieuw gebouwtype worden ontworpen. Van bescheiden lagere schooltjes tot imposante onderwijsburchten voor het voortgezet onderwijs.

Dit boek biedt een prachtig overzicht van de mooiste voorbeelden van schoolarchitectuur in Den Haag. Aan de hand van een beschrijving en foto’s ziet u hoe de scholen in de loop van de jaren van uiterlijk veranderen. Een rijk geornamenteerd neorenaissance ‘sprookjeskasteel’ geeft een heel andere beleving dan een antroposofisch gebouw. Ook vertellen oud-leerlingen hoe zij hun schooltijd hebben ervaren.

‘Ook de Fokker S14 hebben we aan de praat gekregen. Binnen no time regende het klachtentelefoontjes vanwege de herrie.’ Een leerling van de Luchtvaartnijverheidsschool ‘Natuurlijk niet vergeten de schoolmelk die je iedere ochtend kreeg, dat waren glazen kwartliterflesjes met een aluminium capsule erop.’ Een leerling van de Prins Willemschool ‘Op de banken van die statige hal zaten de jongeheren in lange broek vaak met de deukhoed in de hand. Ik liep altijd naar hen te gluren.’ Schrijfster Jeanne van Schaik-Wilting over het gymnasium Haganum ‘Gaandeweg ontdekte ik nog veel meer kunst in de school en op het schoolplein.’ Een leerlinge over de christelijke hbs Overvoorde

10 met een griffel, Portretten van de mooiste Haagse scholen is een publicatie van de gemeente Den Haag, afdeling Monumentenzorg en Welstand, uitgegeven door Stokerkade cultuurhistorische uitgeverij. VOM-reeks 2018, nummer 1

MET EEN

GRIFFEL

PORTRETTEN VAN DE MOOISTE HAAGSE SCHOLEN

Al deze schoolgebouwen vertellen in steen de geschiedenis van het onderwijs die gekenmerkt wordt door een continue verandering van visies en regelgeving. Een boeiende geschiedenis, zeker in Den Haag waar opvallend veel ‘eerste scholen van Nederland staan’, zoals het eerste gymnasium en de eerste openluchtschool.

10

10

MET EEN GRIFFEL PORTRETTEN VAN

DE MOOISTE HAAGSE SCHOLEN

Botine Koopmans


Gevelsteen voormalige lagere school uit 1911, Kepplerstraat 301.


Inhoud 8 Geschiedenis van het onderwijs 22 Onderwijsmethoden en leermiddelen 30 Portretten van de mooiste Haagse scholen De periode tot 1918 • 32 Lager Onderwijs • 38 Voortgezet Onderwijs • 78 Hoger Onderwijs • 112 Het interbellum (1918-1940) • 118 Lager Onderwijs • 120 Voortgezet Onderwijs • 174 Hoger Onderwijs • 232 De periode na 1940 • 240 Lager Onderwijs • 244 Voortgezet Onderwijs • 292 Hoger Onderwijs • 342 Noten • 362 Registers • 364 Bronnen en literatuur • 366 Colofon • 368


Derde klas van de Alexanderschool aan het Alexanderplein omstreeks 1930.


GESCHIEDENIS VAN HET ONDERWIJS


Fröbelschool aan de Paulinastraat (omstreeks 1910).

1955 was het zover. Aanvankelijk lag het accent bij deze scholen op het bewaren of opbergen van kleine kinderen, kleinkinderschooltjes of matressenschooltjes genoemd. Zij ontstonden meestal als particulier initiatief waar ‘matressen’ in hun huis op de kinderen pasten. Maar tegen het midden van de negentiende eeuw begon het besef door te dringen dat de schooltjes toch iets meer moesten zijn dan alleen het opbergen van kleintjes. De kinderen moesten ook iets leren als voorbereiding op het lager onderwijs en de gebouwen moesten goed geoutilleerd zijn. Deze scholen werden bewaarscholen genoemd, tot aan de tweede wereldoorlog ook vaak aangeduid als fröbelscholen. Friedrich Fröbel was een Duitse opvoedkundige die in 1837 de eerste Duitse kleuterschool oprichtte. Hij leerde de kinderen zich bezighouden met allerlei werkjes die hun ontwikkeling stimuleerden, zoals papiervouwen en het spelen met blokkendozen.

DE SITUATIE IN DEN HAAG Hoe was tegen de achtergrond van al deze onderwijshervormingen de situatie in Den Haag? We gaan een eind terug in de tijd. De eerste school van Den Haag, de ‘scole’ uit de veertiende eeuw, droeg het kapittel tijdens de Reformatie definitief over aan de stadsmagistraat,

16

10 MET EEN GRIFFEL SCHOOLARCHITECTUUR IN DEN HAAG

na de school vanaf 1516 steeds al voor bepaalde tijden te hebben verpacht. Deze stadsschool of Latijnse school verhuisde in 1592 van de Schoolstraat naar het brouwhuis van het voormalige Agnietenklooster aan het Westeinde. Dat had de stadsmagistraat aangekocht om daar de school in onder te brengen. Het was een royaal complex met een grote tuin aan wat toen de Nieuwe Schoolstraat heette. Later werd deze in Zuilingstraat herdoopt. Voor de rector en conrector werden woningen bijgebouwd. Hoewel er geen afbeelding van bekend is, is aan de hand van een kaart uit ongeveer 1825 ongeveer na te gaan hoe de Latijnse school eruit heeft gezien. Hij had een langgerekte gevel en was twee bouwlagen hoog met daarop een schuin rood pannendak.9 Erg opvallend zal de Latijnse school niet geweest zijn, omdat hij zelden of nooit genoemd werd in beschrijvingen van Den Haag. De nadruk op school lag op het klassieke Latijn, Grieks was meer een bijvak. De lessen werden in het Latijn gegeven en ook de publicaties waren in het Latijn. Hoogtepunten in het jaar waren de prijsuitreikingen aan leerlingen. Elk half jaar waren er promoties waarbij de beste leerlingen in leer gebonden boeken met goudopdruk als prijs kregen. In een uiterst plechtstatig en gezwollen Latijn spraken de winnaars hun dank uit aan de curatoren, ‘vol van roem en mijn hoofd als het ware


getooid met een lauwertak’. 10 De feestelijkheden vonden plaats in de Engelse kerk aan het Noordeinde. Hoeveel belang en prestige men ook hechtte aan de Latijnse school als voorbereiding op de universiteit, de huisvesting liet nogal te wensen over. Het oude brouwhuis was erg onderhoudsgevoelig en er waren voortdurend herstelwerkzaamheden nodig. Maar dit kon niet verhinderen dat het schoolgebouw steeds verder achteruitging. In 1811 schreef schoolopziener A. van den Ende dat het gebouw zich in erg slechte staat bevond. Na jaren van klachten hakte het gemeentebestuur eindelijk de knoop door en kocht in 1820 Raamstraat 28. Het was een dubbel huis met zes kamers, erf en een tuin met vruchtbomen. Achterin in de tuin stond nog een huis. Het pand werd tot school en woning voor de rector verbouwd. Boven de voordeur in de Raamstraat troonde een gevelsteen met de woorden Palladis Haganae Sedes, zetel van de wijsheid in Den Haag. En daar ontstond op initiatief van rector Casparus Bax uit een fusie van de Latijnse school en de pas opgerichte Stedelijke Middelbare School het eerste gymnasium in Nederland (het latere gymnasium Haganum). Omdat er meer loka-

17

GESCHIEDENIS VAN HET ONDERWIJS

BOVEN • Prijsuitreiking van de Latijnse school in de Engelse kerk

aan het Noordeinde. Ets van M.M. la Fargue uit 1792. ONDER • Raamstraat 28-30. De gemeente kocht nummer 28 voor

de Latijnse school. Na omzetting in gymnasium werd nummer 30 erbij gekocht. Na het vertrek van het gymnasium in 1865 naar het Westeinde, werden de oude panden in 1884 vervangen door nieuwbouw voor een hbs met driejarige cursus.


Jan Ligthart kijkt toe bij een buitenles op zijn school aan de Tullinghstraat (omstreeks 1910).


ONDERWIJSMETHODEN EN LEERMIDDELEN


Schoolplaat Bij de ruïne van Marinus Koekkoek. In de lucht vliegen een grootoorvleermuis en verderop twee gierzwaluwen. Een kerkuilenpaartje zit bij een opening in de ruïne; het mannetje heeft een dode rat onder zijn poot, het vrouwtje bewaakt het nest met eieren. Linksonder kijkt een bruine rat bezorgd naar het uilenpaar. Ook een bunzing op de rand van de richel houdt de uilen scherp in de gaten.

De voorloper van de schoolplaat was de kinderprent of schoolprent. Door de uitvinding van de druktechniek kwamen grote hoeveelheden populair en goedkoop drukwerk op de markt. Op school was het de gewoonte dat onderwijzers leerlingen beloonden voor hun prestaties of goed gedrag met een prent. De Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen vond vele voorstellingen op de prenten echter niet zo geschikt voor kinderen; naast planten en dieren, bijbelse en historische verhalen toonden de prenten bijvoorbeeld ook gruwelijk oorlogsgeweld, bordeelbezoek en het bespotten van gehandicapten. ’t Nut nam daarom het initiatief om leerzame prenten te maken, die behalve als beloning ook voor het onderwijs gebruikt konden worden. De nadruk lag op deugdzaamheid. Dat sloeg aan en de Nutsprenten werden al spoedig nagevolgd. De bloeiperiode viel tussen 1800 en 1870; toen hebben de schoolprenten hun belangrijkste rol als leermiddel in het aanschouwelijk onderwijs gespeeld.

26

10 MET EEN GRIFFEL SCHOOLARCHITECTUUR IN DEN HAAG

ONDERWIJSVERNIEUWERS De naam Jan Ligthart is nauw verbonden met Den Haag. Hij geldt als één van de belangrijkste pedagogen en vernieuwers op onderwijsgebied in Nederland. Hij werkte in de Schilderswijk van 1885 tot 1916 als hoofdonderwijzer op de ‘school voor onvermogenden’ in de Tullinghstraat. Zijn visie was dat het onderwijs meer moest aansluiten bij de belevingswereld en de interesses van het kind en ontwikkelde daartoe een eigen lesprogramma, Het Volle Leven. Hier hoorden de hierboven genoemde schoolplaten bij. Kinderen moesten zelf op ontdekkingsreis gaan, en niet passief luisteren naar de meester of de juffrouw. Het werd zaakonderwijs genoemd, dat het accent op de zaken in het werkelijke leven legde en zo dat de kinderen ze ook echt konden zien en beleven. Tijdens de lessen die bij Het Volle Leven hoorden maakten de kinderen bijlen van karton en gingen houthakken. Soms werd er melk gekarnd en


beschuitjes gehaald, besmeerd met eigengemaakte boter. Of de kinderen bakten zelfgemaakte steentjes van klei in de oven. Voor zijn kinderen had Ligthart een klein schooltje aan de Koningin Emmakade gekozen, waar leren door doen het uitgangspunt was. Toen dit schooltje werd omgevormd tot de school van de Haagsche Schoolvereeniging aan de Nassaulaan, was hij daar als adviseur nauw bij betrokken. Aan de Rijslag in Scheveningen draagt een school de naam van zijn onderwijsprogramma Het Volle Leven, waar zijn ideeën ook daadwerkelijk in de praktijk worden gebracht (zie pagina 286). Onderwijsvernieuwers als Ligthart waren niet ongewoon in Den Haag. Het valt op dat er nogal wat ‘eerste scholen van Nederland’ in Den Haag staan. Een hele vroege is de Haagsche Teeken-academie in 1682, waaruit de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten aan de Prinsessegracht is voortgekomen. In 1838 ging het eerste gymnasium van Nederland van start, ontstaan uit een fusie van de Latijnse school met de Stedelijke Middelbare School. De eerste op het huishouden gerichte opleidingsschool was de Haagsche Kookschool uit 1888.

27

ONDERWIJSMETHODEN EN LEERMIDDELEN

BOVEN • De schoolbioscoop aan de Hoefkade, omstreeks 1918.

ONDER • In 1896 betrok de Haagsche Kookschool een monumen-

taal nieuw pand in de vorm van een schilderachtige villa aan de Van den Boschstraat, ontworpen door architect W.B. van Liefland. De kookschool werd in 1903 opgeheven,het schoolgebouw werd bij het bombardement op het Bezuidenhout op 3 maart 1945 verwoest (foto omstreeks 1900).


Detail lagere school, Beeklaan 184.


Lager onderwijs tot 1918


3

3

2

1

Luchtopname van de voormalige armenschool. Op de voorgrond het lage gymnastiekgebouwtje (1) en links daarvan met trapgevel, de onderwijzerswoning (2). Hierachter strekt zich de school tot aan de Nieuwe Laantjes uit (3).

Keizerstraat 71c / Nieuwe Laantjes 44 • Scheveningen Lagere school A.C. Paardekooper • 1889 In de Keizerstraat in Scheveningen liet de gemeente een ‘kostelooze’ school voor het lager onderwijs met gymnastieklokaal en onderwijzerswoning bouwen. Dat was een hele verbetering voor de leerlingen, die tot dan toe les hadden gekregen in een oud gasthuis. Het gasthuis werd afgebroken en op dezelfde plaats werd de school gebouwd. De bouw werd in1889 gegund aan aannemer A.C. Paardekooper die de school op een prachtige prent heeft vereeuwigd. Hij is ontworpen in de schilderachtige neorenaissance stijl, prachtig symmetrisch

46

10 MET EEN GRIFFEL SCHOOLARCHITECTUUR IN DEN HAAG

met de ingang in het midden, dat bekroond wordt door een trapgeveltje. Links staat de onderwijzerswoning, ook met trapgevel. Het bescheiden geveltje in de Keizerstraat doet niet vermoeden dat de school een forse omvang bezat, zoals zovele kosteloze scholen die enorme aantallen kinderen moesten herbergen. Achter de gevel aan de Keizerstraat bevond zich alleen het gymnastieklokaal, en daarachter stond in L-vorm het eigenlijke schoolgebouw met elf leslokalen, vijf op de begane grond en zes op de verdieping. Samen omsloten zij een ruime speelplaats. Bij een verbouwing in 1918 kwamen er nog twee lokalen bij. De ingang van de school bevond zich aan de Nieuwe Laantjes. Drie jaar later, in september 1921, werd de school opgeheven. Het gebouw biedt nu onderdak aan Galerie KopS van de kunstenaarsvereniging Kunst op Scheveningen, die sinds 2012 actief is in de Keizerstraat. De korte poot van de L doet dienst als kinderopvang.


BOVEN • Pentekening van de school

met onderwijzerswoning van A.C. Paardekooper uit 1888. LINKS • In dit bescheiden gebouwtje

met het opschrift Lager Onderwijs aan de Keizerstraat bevond zich het gymnastieklokaal. Links staat de onderwijzerswoning.

47

PORTRETTEN VAN DE MOOISTE HAAGSE SCHOLEN • LAGER ONDERWIJS TOT 1918


Industrieschool voor Meisjes aan de Van Diemenstraat.


Voortgezet onderwijs tot 1918


De ingangspoort, met links de conciërgewoning. Vanuit de houten erker kan de conciërge de poort in de gaten houden. Bovenin het poortgebouw troont de godin Pallas Athene.

100

10 MET EEN GRIFFEL SCHOOLARCHITECTUUR IN DEN HAAG


Gymnasium Haganum, een ‘sprookjeskasteel’ aan de Laan van Meerdervoort.

Laan van Meerdervoort 57 Duinoord Gymnasium J. van Lokhorst en J.A. Vrijman • 1905-1907 Het is niet zo vreemd dat vooral Japanse en Chinese toeristen soms bij het sprookjesachtige kasteel van gymnasium Haganum aan de Laan van Meerdervoort terechtkomen in plaats van bij het Vredespaleis vlak in de buurt. De ‘kastelen’ zijn ongeveer even oud, zijn allebei geïnspireerd op de Hollandse bouwkunst uit het verleden en hebben ieder een hoge toren.

101

Rijksbouwmeester J. van Lokhorst maakte het eerste ontwerp voor het gymnasium, maar na diens ziekte en overlijden in 1906 nam J.A. Vrijman de opdracht over en maakte het definitieve ontwerp. De architecten hebben gekozen voor een architectuurstijl uit het verleden, de renaissance uit de zeventiende eeuw, die de overheid bij voorkeur voor haar gebouwen hanteerde. Het was de bloeitijd van de republiek, die men graag tot voorbeeld nam. Ook vele lagere scholen, hbs’en en ulo’s uit deze periode zijn in neorenaissance uitgevoerd. Het gymnasium is echter met afstand het meest uitbundig vormgegeven; daarvan getuigen het rijke poortgebouw, de talrijke beelden en ornamenten, de vele trapgeveltjes, de kleurige luiken met zandlopermotief en de dakkapellen met voluten, rolwerk, obelisken en frontons. En dat alles bekroond door de imposante toren. De school bestaat uit twee vleugels, een korte vleugel aan de Laan van Meerdervoort en een langgerekte

PORTRETTEN VAN DE MOOISTE HAAGSE SCHOLEN • VOORTGEZET ONDERWIJS TOT 1918


Een kopie van de Kouros van Tenea, aan de voet van de wenteltrap. Het originele marmeren beeld uit omstreeks 560 voor Christus is gevonden in Tenea en staat in de Glyptotheek in München.

106

10 MET EEN GRIFFEL SCHOOLARCHITECTUUR IN DEN HAAG


In het trappenhuis steunen pijlers en zuilen gemetselde kruisrib- en stergewelven. De lambriseringen bestaan uit blauwe kwadraattegels.

107

PORTRETTEN VAN DE MOOISTE HAAGSE SCHOLEN • VOORTGEZET ONDERWIJS TOT 1918


Keuken op de begane grond van de Nutsschool, Laan van Poot 355-357.


Lager onderwijs 1918-1940


BOVEN • Een warme cape voor de buitenlessen.

LINKS • In capes gehulde leerlingen gaan naar de buitenklas

(1946).

Nellie, leerling van 1964 tot 1970 Soms was het zo koud in de duinpan, dat we de adem uit onze mond zagen komen. Maar dat was gezond werd er dan gezegd. Met name de heren bleven wat langer buiten dan de dames. (…) Op de kapstok hingen groene winterjassen, die je alleen aan mocht als het vreselijk koud was. Ik heb hem in die zeven jaar maar één keer aan mogen hebben en elk jaar zeurden we weer om die cape want dan was je net een kabouter. Er waren heel veel dieren op school en er was geen kind die ze iets aandeed. We groeiden met ze op en het waren vriendjes van ons. 78

154

10 MET EEN GRIFFEL SCHOOLARCHITECTUUR IN DEN HAAG


BOVEN • Rustuurtje in de lighal in 1949. Op de achtergrond het glazen hokje van waaruit de leerkrachten toezicht hielden.

ONDER • Les in de buitenklas, omstreeks 1930.

155

PORTRETTEN VAN DE MOOISTE HAAGSE SCHOLEN • LAGER ONDERWIJS 1918-1940


Vestibule en gang van Christelijk College De Populier aan de Populierstraat.


Voortgezet onderwijs 1918-1940


BOVEN • De grandeur van de rijk betegelde hal, waar fraai gedecoreerde granieten pijlers het plafond steunen.

ONDER • De entree met glas in lood in art deco.

186

10 MET EEN GRIFFEL SCHOOLARCHITECTUUR IN DEN HAAG


BOVEN • De glas-in-loodramen in de kapel beelden de relatie

van God tot de mens uit. Links: Noach en de duif die door hem was uitgezonden om te kijken of de aarde al was drooggevallen. Midden: De vogel Phoenix verrijst uit zijn eigen as, na door het vuur te zijn verteerd. Rechts: Jezus geeft het woord van God door aan leerlingen. LINKS • Verbeelding van de wetenschap in de ramen van de aula.

De uil als wijze, het boek en de veer als hulpmiddelen om de kennis te verspreiden en de kaars als licht voor de onwetenden. De kaars symboliseert tegelijk ook Jezus als Licht in de wereld.

187

PORTRETTEN VAN DE MOOISTE HAAGSE SCHOLEN • VOORTGEZET ONDERWIJS 1918-1940


De principes van de Nieuwe Zakelijkheid zijn perfect afleesbaar in de vormgeving en het materiaalgebruik.

Peter van der Toorn Vrijthoff HTV Architecten De zoektocht naar de originele kleur van het gebouw leverde een verrassing op. Oorspronkelijk was de gevel geschilderd met een aluminiumverf. Niet voor het mooie, waarschijnlijk ooit bedoeld als een warmtewerend schild. De aluminiumverf heeft er maar heel kort opgezeten. Over het verdwijnen ervan doen verschillende verhalen de ronde. Zo zouden omwonenden geprotesteerd hebben vanwege de schittering van het gebouw. Aannemelijker is echter dat de verf al snel door vochtschade is afgestoten.106

222

10 MET EEN GRIFFEL SCHOOLARCHITECTUUR IN DEN HAAG

beton. De lokalen zijn volgens een vast maatsysteem bepaald; steeds één of meerdere stramienen van 8.10 meter lang en één stramien breed. Het gebruikte kleurenpalet was koel: aluminium, donkerblauw en zwart voor het exterieur, lichtgrijs, donkerblauw, chroom en aluminium voor het interieur, in combinatie met enkele warme tinten bruin, okergeel en blankgelakt hout. Op 8 oktober 1931 ging de derde ambachtsschool van start. De school leidde op tot schilder, machinebankwerker, instrumentmaker, meubelmaker, monteur en timmerman. Ook vaktekenen, handtekenen en theorie stonden op het lesprogramma. De jongens stonden onder streng toezicht, daar was de school op ingericht. Als zij hun jas hadden opgehangen in de garderobes, moesten zij wachten tot de conciërge de stalen gaasdeuren had geopend. Door lange kaarsrechte gangen zonder nissen om je te verbergen en via een trappenhuis waar de koperen leuningen van knopjes waren voorzien zodat je er niet van af kon glijden, bereikten zij de leslokalen. Deze hadden eigen toiletten en bergruimtes om heen en weer geloop zoveel mogelijk te voorkomen.


De oorspronkelijke glazen bouwstenen met ronde lens zijn na lang zoeken weer in het trappenhuis teruggebracht.

Detail van de constructie met betonnen moeren kinderbalken.

223

PORTRETTEN VAN DE MOOISTE HAAGSE SCHOLEN • VOORTGEZET ONDERWIJS 1918-1940


Leslokaal van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten.


Hoger onderwijs 1918-1940


Bij een paviljoenschool zijn de klaslokalen als losse gebouwtjes over het terrein verspreid (Paddepad 6-8).

In architectonisch opzicht maakten de stoere, donkere en veelal monumentale scholen uit de jaren twintig en dertig plaats voor lichte en transparante gebouwen. Het streven naar licht, lucht en ruimte was natuurlijk niet nieuw – ook in de negentiende eeuw en in het interbellum gebeurde dat – maar mede door de seriematige wijze van bouwen ontstond een luchtige en sobere architectuur, met grote glasvlakken in de gevels. Van grote invloed op het uiterlijk van het schoolgebouw was de percentageregeling beeldende kunst die in 1951 van kracht werd. De regeling hield in dat 1,5% van de bouwsom werd gereserveerd voor kunstopdrachten. Vooral bij scholen vond men dit belangrijk omdat ‘het voor de opgroeiende jeugd immers van het allergrootste belang moet worden geacht, dat zij in een aesthetisch goed verzorgde omgeving verkeert’.117 Naast de landelijke regeling konden gemeenten ook op eigen initiatief een regeling invoeren. Zo werd in Den Haag 2% van de bouwsom besteed aan kunstopdrachten voor nieuwe gemeentelijke gebouwen. Vooral bij scholen voor voortgezet onderwijs heeft dit geresulteerd in monumentale kunstwerken van landelijk gerenommeerde kunstenaars zoals Karel Appel en M.C. Escher. De jaren zeventig en tachtig worden wel architectuurloze jaren genoemd vanwege de ondergeschikte rol die de architectuur voor de scholen toen speelde. Dat had te maken met het feit dat de aandacht meer uitging naar hoe het onderwijs georganiseerd moest worden dan naar de vormgeving van de gebouwen waarin dat onderwijs werd gegeven. ‘Een school is een onderwijsconcept in de eerste plaats en zaken als de situering en de gevel zijn ondergeschikt’, vertelde architect Dirk

242

10 MET EEN GRIFFEL SCHOOLARCHITECTUUR IN DEN HAAG

Roosenburg.118 Een tweede reden waren de beperkte budgetten, zeker in de crisisjaren tachtig waarin de scholen een sobere uitstraling hebben door het veelvuldige gebruik van goedkope bouwmaterialen zoals trespaplaten. Wat dat ook in de hand werkte was het nieuwe financieringsstelsel, dat in 1985 tegelijk met de Wet op het basisonderwijs werd ingevoerd; het Londostelsel. Elke school ontving een bepaald bedrag dat gebaseerd was op een gemiddelde norm en dat het schoolbestuur naar eigen inzicht kon verdelen. In de praktijk leidde het stelsel echter tot grote budgetoverschrijdingen, waarna bezuinigingen onvermijdelijk waren en er terughoudend gebouwd moest worden. Toch is het niet zo dat de scholen in deze periode verstoken zijn van architectonische stijlkenmerken. De architecten maakten doorgaans hun ontwerp conform de heersende trends, waardoor de scholen uit de jaren zeventig zich duidelijk onderscheiden van die van de jaren tachtig: ‘schuin en bruin’ versus ‘strak en grijswit’. In de jaren negentig was de crisis voorbij en kwam een goed architectonisch ontwerp weer in de belangstelling te staan. Dat blijkt ook uit de in 1992 ingestelde Scholenbouwprijs, die om de twee jaar beurtelings wordt toegekend aan goed opdrachtgeverschap in het basisonderwijs en in het voortgezet onderwijs. De Scholenbouwprijs wordt toegekend door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De organisatie ligt in handen van het ICS, het in 1956 in Rotterdam opgerichte Informatiecentrum voor Scholenbouw dat is uitgegroeid tot een belangrijk adviesorgaan op het gebied van onderwijshuisvesting.


BOVEN • De scholen uit de jaren vijftig en zestig zijn licht, luchtig

en transparant (Diamanthorst 10). RECHTSONDER • Jaren zeventig-interieur van de lagere school aan

de Donker Curtiusstraat 4-6 uit 1972. LINKSONDER • Jaren tachtig-interieur van de lagere school aan de

Slicherstraat 5-7 uit 1983.

243

PORTRETTEN VAN DE MOOISTE HAAGSE SCHOLEN


Basisschool Het Volle Leven aan de Rijslag in Scheveningen.


Lager onderwijs na 1940


Zuidlarenstraat 6-10 • Morgenstond Lagere school Dienst Gemeentewerken • 1955

BOVEN • De voormalige Burgemeester Marijnenschool, met

de voor de wederopbouwperiode kenmerkende strakke en transparante gevelarchitectuur. ONDER • Kunstwerk van Lotti van der Gaag op de muur van de

gymnastiekzaal. In de vormen zijn kruisen, ankers, dolken, drietanden en pijlen te herkennen.

248

10 MET EEN GRIFFEL SCHOOLARCHITECTUUR IN DEN HAAG

De strakke, doosvormige architectuur van deze openbare lagere school op de hoek van de Zuidlarenstraat en de Exloostraat heeft van de architect van de dienst Gemeentewerken twee opvallend vormgegeven elementen meegekregen: de ingang van de school en de trap van de gymnastiekzaal. Zowel ingang als trap zijn opgebouwd uit een prachtig lijnenspel van betonnen onderdelen. Vooral de trap oogt als een buitenaards wezen dat toevallig tegen de gevel lijkt geland. Om de hoek van de gymnastiekzaal wacht een verrassing: een wandreliëf van kunstenares Lotti van der Gaag uit 1963, op een smalle strook tussen de gevelplaten van ribbelbeton. Het is bijna 21 meter lang en bestaat uit een mix van kruisen, ankers, dolken, drietanden en pijlvormen. Het is gesigneerd met ‘Lotti 63’. Het is niet gebruikelijk dat de kunstwerken bij scholen op een bijna verborgen plek zitten. Dit reliëf is alleen zichtbaar voor wie op het pad achter de school loopt. In 1985 ging de lagere school die in 1977 de naam Burgemeester Marijnenschool had gekregen, op in basisschool De Drentse Hoek en verhuisde naar de Oosterhesselenstraat. De oude school is in gebruik door ROC Mondriaan, en de gymnastiekzaal is doorverkocht aan tafeltennisvereniging Wibats.


Opvallend vormgegeven betonnen trap tegen de voorgevel van de gymnastiekzaal.

249

PORTRETTEN VAN DE MOOISTE HAAGSE SCHOLEN • LAGER ONDERWIJS NA 1940


Centrale ruimte van het Maris College Kijkduin aan de LandrĂŠstraat, met de herplaatste pilaren van M.C. Escher.


Voortgezet onderwijs na 1940


Met dit mooie functionalistische ontwerp liet Oud de klassieke en meer ornamentele vormprincipes weer los. Hiermee had hij vlak voor de oorlog geëxperimenteerd bij het gebouw voor de Bataafsche Import Maatschappij (beter bekend als Shell-gebouw) aan de Wassenaarseweg en dat was hem op veel kritiek komen te staan. In het interieur is de invloed van het daltononderwijs zichtbaar. Het dalton werd op het Tweede VCL op 1 oktober 1951 gedeeltelijk ingevoerd. Met deze onderwijsvorm trachtten de docenten de zelfstandigheid van hun leerlingen te bevorderen, maar voor een volledige doorvoering van dit systeem koos men niet. Voor godsdienstlessen achtte men de daltonmethode bijvoorbeeld minder geschikt. Wel probeerde de school het beste van de twee werelden te verenigen. Bij het ontwerp van het nieuwe gebouw werd rekening gehouden met het daltonsysteem. De lokalen zijn zo ruim mogelijk van opzet, zodat de leerlingen konden rondlopen zonder anderen te veel te storen. Tegen de achterwand waren lage vaste kasten bevestigd, met daarin naslagwerken. Ook kregen leerlingen toestemming om aan een tafeltje op de gang te werken. Een jaar na het vertrek van rector Kazemier in 1967 stopte de school met het daltononderwijs; er bestond al langere tijd verschil van inzicht over deze onderwijsmethode.

Rob Vlasblom

BOVEN • De hoofdingang met expressief vormgegeven betonnen

luifel. MIDDEN • Zicht op de vleugel met de gymnastieklokalen. Op de

richel naast de ramen de estafettelopers van Rudi Rooijackers. ONDER • De conciërgewoning staat bij de toegang tot het school-

plein aan de Goudsbloemlaan.

302

10 MET EEN GRIFFEL SCHOOLARCHITECTUUR IN DEN HAAG

Als piepjonge leraar (rond de 26, 27 jaar) geschiedenis verving ik in 1972 en 1973 Frits Boersma. Lastig en leuk, boeiend en soms vermoeiend, naast een studie politicologie. Fijne sfeer. Met rector Fred Adam en conrector Hetty Magyar een prima schoolleiding. Herinner me nog mijn verbazing over het pleidooi van collega (leraar Nederlands) en D66-coryfee Eddy Schuyer voor fluor in al het drinkwater (beetje dictatoriaal voor een D66-er). Inspirerende gesprekken met docent klassieke talen Wijnand Ponte. Verder nog de ‘broertjes Bolland en Bolland’. Catharine Keyl waarde er ook ooit nog rond. Woon inmiddels al jaren in Arnhem, na een journalistiek-redactionele en onderwijsloopbaan (docent filosofie in het HBO).126a


De muurschilderingen van Karel Appel in de hal. Daarachter de vroegere garderobe, die nu dienst doet als studieruimte.

Karel Appel is bezig met de muurschildering (1955). Links het resultaat.

303

PORTRETTEN VAN DE MOOISTE HAAGSE SCHOLEN • VOORTGEZET ONDERWIJS NA 1940


Hal en trappenhuis van de MTS voor Fotografie en Fototechniek aan de Tarwekamp.


Hoger onderwijs na 1940


De kleur voor de Strip is steenrood.

Het brandend hart bij de luchtbrug. Het is één van de verzelfstandigde onderdelen van het turquoise beeld van Hans van Bentem dat buiten bij de hoofdingang staat.

360

10 MET EEN GRIFFEL SCHOOLARCHITECTUUR IN DEN HAAG


Waldorpstraat 41 • Laakkwartier MBO LIAG architecten • 2009-2011 De gevels van de witte betonnen blokken waaruit deze school is opgebouwd, zijn onderverdeeld in talloze vierkante vakjes, met de huiskleuren van het ROC Mondriaan. Het effect is als een reusachtig schilderij van Mondriaan, de beroemde naamgever van het ROC (een afkorting van Regionaal Opleidingscentrum). Hier en daar worden de vakjes onderbroken door grote ramen. De begane grond hebben LIAG architecten teruggelegd en de bovenverdiepingen laten rusten op een reeks ronde kolommen. Zo is een luchtige arcade ontstaan, als aangename verbindingsroute van het station Hollands Spoor naar de toren met studentenwoningen. De school staat op een drukke plek, op een perceel grond tussen de spoorlijn vlakbij het station en de Waldorpstraat. Hij is prachtig gesitueerd in de zichtas van het Leeghwaterplein. Aan dit plein staat een tweede locatie van het ROC, bestaande uit drie vrolijk geel en

361

roze gekleurde blokkendozen die voor een lange donkere gevel staan. Dit deel was er het eerst, het werd in 2006 gebouwd naar een ontwerp van AGS Architecten en is met een glazen voetgangersbrug verbonden met het gebouw aan de Waldorpstraat.

BOVEN • Het kleurrijke gebouw van het ROC Mondriaan.

ONDER • De tweede locatie aan het Leeghwaterplein, van

AGS Architecten.

PORTRETTEN VAN DE MOOISTE HAAGSE SCHOLEN • HOGER ONDERWIJS NA 1940


Colofon 10 met een griffel, Portretten van de mooiste Haagse scholen is een publicatie van de gemeente Den Haag, afdeling Monumentenzorg en Welstand, uitgegeven door Stokerkade cultuurhistorische uitgeverij. Dank gaat uit naar de directies en leerkrachten van scholen voor hun bereidwillige medewerking, aan Roger Joosten, afdeling Monumentenzorg en Welstand voor het uitzoeken van de bouwtekeningen en aan Marry Remery-Voskuil voor haar hulp en adviezen.

Auteur Botine Koopmans Redactie Dick Valentijn Fotografie Dick Valentijn Luchtopnamen Gemeente Den Haag, Geoinformatie en Erfpachtbedrijf, WebGis Historisch beeldmateriaal Haags Gemeentearchief (beeldbank) Archief bouwtekeningen, gemeente Den Haag Ontwerp en opmaak Pim van Schaik (Stokerkade), Amsterdam Druk Finidr, TsjechiĂŤ

Š 2018, Gemeente Den Haag VOM-reeks 2018, nummer 1 ISBN 9789079156436

Uitgave Stokerkade cultuurhistorische uitgeverij Stokerkade 124 1019 XB Amsterdam T 020 3208178 www.stokerkade.nl info@stokerkade.nl

10 met een griffel. Portretten van de mooiste Haagse scholen.  

Auteur: Botine Koopmans Fotografie: Dick Valentijn

10 met een griffel. Portretten van de mooiste Haagse scholen.  

Auteur: Botine Koopmans Fotografie: Dick Valentijn

Advertisement