Issuu on Google+

Naam: Nr.: Datum:

De maaltafel van 2 1. Verbind de ballon met de pijl die hem kan kapot prikken. 9X2

8

4X2

12

2s

2

1X2

18 8X2

16 6X2

2. Er wordt een prinses gevangen gehouden in de kelder van een kasteel. Er hangt een groot slot aan. Door de volgende oefeningen correct op te lossen, krijg je de code om het slot openen. Zo is de prinses bevrijd.

3.

6 X2=

5 X2=

0 X2=

10X 2 =

2 X2=

8 X2=

4 X2=

9 X2=

1 X2=

7 X2=

3 X2=

4 X2=

Wil jij tafelkampioen worden? Begin dan alvast met volgende oefeningen op te lossen. …X 2 = 2

…X 2 = 4

…X 2 = 14

…X 2 = 20

…X 2 = 10

…X 2 = 16

…X 2 = 0

…X 2 = 18

…X 2 = 8

…X 2 = 12

…X 2 = 6

…X 2 = 0


4.

Los de vraagstukken op en schrijf de formule, de uitkomst en het antwoord op.

An heeft 4 vrienden op bezoek. Ze wil elke vriendin 2 snoepjes geven. Hoeveel snoepjes heeft ze in totaal nodig? Formule: ....................................................................................................................................... Antwoord: .................................................................................................................................... Jan leest elke dag 2 pagina’s van zijn leesboek. Hij doet dat gedurende 9 dagen en dan heeft hij zijn boek uitgelezen. Hoeveel pagina’s telde zijn boek? Formule: ....................................................................................................................................... Antwoord: .................................................................................................................................... Een snoepverkoper moet 8 zakjes vullen met 2 snoepjes in. Hoeveel snoepjes moet hij verpakken? Formule: ....................................................................................................................................... Antwoord: .................................................................................................................................... Rob wandelt elke dag 2km. Hoeveel km wandelt hij in totaal gedurende een week? Formule: ....................................................................................................................................... Antwoord: .................................................................................................................................... Bart heeft thuis speelgoedautootjes en speelgoedgarages. In 1 speelgoedgarage kunnen maar 2 speelgoedautootjes staan. Hij heeft 3 speelgoedgarages en alle speelgoedgarages zitten vol. Hoeveel speelgoedauto’s heeft hij in het totaal? Formule: ....................................................................................................................................... Antwoord: ....................................................................................................................................

5.

Kleur het bolletje voor de oefening groen als de uitkomst juist is, maar kleur het bolletjes rood als de uitkomst fout is. En als de uitkomst fout is, schrijf je naast de foute uitkomst, de juiste.

o 5 X 2 = 18

o 0 X2=0

o 1 X2=4

o 4 X2=8

o 2 X2=4

o 8 X 2 = 10

o 10X 2 = 20

o 9 X 2 = 16

o 1X2=2

o 5 X 2 = 12

o 3X2=6

o 7 X 2 = 14


een fantastische taak