Page 1

6e jaargang | nr. 2 | april 2017

h

HULPVERLENERS MAGAZINE Themakatern: sportletsels Het debat als didactische werkvorm Sportletsels in de paardensport Op weg naar nieuwe brandveiligheid

www.hulpverlenersmagazine.nl

Het officiĂŤle orgaan van: Kenniscentrum Bedrijfshulpverlening


Voorwoord EHBO is topsport Voor veel mensen is EHBO een hobby. Je hebt gezellige en leerzame bijeenkomsten waar je gelijkgestemden ontmoet. Maar daarnaast zorgt de goed opgeleide hulpverlener er ook voor dat het in huis, op straat en op de werkplek een stukje veiliger is.

routine in het verlenen van hulp aan een medemens in nood. Dus volgen we herhalingslessen, doen mee aan praktische oefeningen en houden we onze kennis op peil, onder meer door het lezen van dit blad.

Om ervoor te zorgen dat onze hobby meer is dan alleen dat, blijven we trainen om onze kennis en vaardigheden op peil te houden. En dat maakt de hulpverlener een topsporter. We blijven trainen, zelfs als we het idee hebben dat we ‘het boek’ van de eerste tot de laatste bladzijde uit ons hoofd kennen. Gelukkig hebben we onze vaardigheden niet dagelijks nodig, maar daardoor krijgen we ook nooit

In dit nummer van het Hulpverleners Magazine vindt u informatie over sportletsels, over brandveiligheid, en speciaal voor de instructeurs onder onze lezers een artikel ‘Het debat als didactische werkvorm’. Met andere woorden: voor elk wat wils! De redactie wenst u veel leesplezier. Els Knaapen

Inhoud 4 →

6 → 8 → Het debat als didactische werkvorm Aan de redactie Test uw kennis: sportletsel

← 10 ← 13 ← 14 15 → 19 → 21 →

Sportletsels in de paardensport Op weg naar nieuwe brandveiligheid Productnieuws

Nieuws N.O.D.E. Nieuws KNV EHBO Nieuws NVB

Thema: sportletsels Dagboek van een instructeur Vraag en anwoord

← 22 ← 25 ← 29

30 → 31 →

Column Colofon en rebus


Verenigingsnieuws N.O.D.E. Algemene Vergadering N.O.D.E.

Op 25 maart 2017 hield de N.O.D.E haar 61e Algemene Vergadering. Zoals gebruikelijk waren afgevaardigden van een groot aantal rayons vertegenwoordigd. Een korte terugblik • In de jaarrede van de voorzitter noemt hij zaken die in het afgelopen jaar gepasseerd zijn, zoals de feestdag van 60 jaar N.O.D.E., de workshops Nazorg die in 2016 van start zijn gegaan, de andere opleidingen en nascholingen, overleg met Het Oranje Kruis, Rode Kruis en NIBHV. Uiteraard kijkt hij ook naar de toekomst, waarin maatschappelijke veranderingen van invloed zijn op ons handelen, ook binnen de Eerste Hulp. We kunnen niet op onze lauweren rusten en moeten mee veranderen. • Vijf bestuursleden zijn herkozen voor een periode van drie jaar. • Zeven leden worden onderscheiden voor het feit dat zij 40 jaar instructeur zijn, waaronder een echtpaar. 33 leden worden later in het rayon gehuldigd omdat zij 25 jaar hun diploma Instructeur Eerste Hulp bezitten.

4

Extra inzet voor de N.O.D.E. is een reden om een onderscheiding te ontvangen: mw. M.L.M.M. Barten - Vromans NB06 zilveren legpenning mw. T. Woldberg - Hendriks OV 05 zilveren legpenning mw. J.B. van den Broek - Willems GL 11 bronzen legpenning dhr. J. den Outer OV 09 draagmedaille • De financiële administratie van de organisatie is door de kascommissie en de accountant gecontroleerd. De vergadering keurt de financiële bescheiden goed. Om een constante controle mogelijk te maken, worden vanaf 2017 de financiële overzichten ook in de cloud bijgehouden. • Het middagprogramma werd verzorgd door Drs. Erik Stigter onder de titel ‘van Anatomie tot Forensisch onderzoek’. Hij bracht de relatie van forensisch onderzoek tot de EHBO in beeld. Als voorbeeld een kind dat, na een uur onder het ijs, met succes gereanimeerd is, zonder restschade.

HULPVERLENERS MAGAZINE


v.l.n.r.: Evelien, Elise (team-coördinator), Paul, Sietske, Ton, Ada, Jessica, Willeke Zittend v.l.n.r.: Sandra, Esther

NODE Nazorg Team (NNT)

Steeds vaker komen we als hulpverleners in aanraking met heftige gebeurtenissen. Soms blijken zaken een grotere impact op ons te hebben dan we verwacht hadden. Voor deze hulpverleners is sinds vorig jaar het NODE Nazorg Team in het leven geroepen, een groep van 20 Instructeurs Eerste Hulp die een professionele BOT-training hebben gevolgd. De EHBO’er die een heftige ervaring niet uit het hoofd kan zetten, klopt misschien bij zijn/haar instructeur aan. Vaak helpt dan een gesprekje al. Als dat geen oplossing is, kan worden verwezen naar het NNT. Het NNT zegt niet de wijsheid in pacht te hebben, maar kan wel goed luisteren en weet eventueel de weg naar de juiste hulpverlening. Zij doen dit door middel van een luisterend oor en gesprekken, zo snel mogelijk na een incident. Verder hebben zij geleerd een inschatting te maken over de manier waarop iemand een ernstig incident verwerkt. Belangrijk is dat niemand zou moeten blijven lopen met een niet verwerkt incident en er in een later stadium ziek van worden. Wilt u meer weten over het NNT en/of wilt u een workshop voor Instructeurs Eerste Hulp plannen? Neem gerust contact op via secretaris@ehbodocent.eu. De secretaris kan u in contact brengen met de juiste persoon.

v.l.n.r.: Willy, Bernie, Hettie, Renate (team-coördinator), Lizet, Edwin, Truus Zittend v.l.n.r.: Mien, Antoinette, Marjolein

Nieuws •

De aanmelding voor de nascholing NIBHV via een gereduceerd tarief voor N.O.D.E.-leden is gestopt. Er zijn zes curussen verzorgd. Aangezien er nog sporadisch een aanmelding binnenkwam, was het niet meer mogelijk om op billijke afstand een cursusplaats aan te bieden. We hechten er waarde aan, om u attent te maken op de nieuwsbrieven van Het Oranje Kruis. Bijvoorbeeld: u dient twee extra competenties te laten aftekenen betreffende de nieuwe leerstof over kinderen in de 27e druk OK-boekje. Ook vervalt uw aantekening Instructeur Eerste Hulp aan Kinderen als u geen geldig certificaat PBLS heeft. Er is een docententeam gevormd voor de opleiding Instructeur Eerste Hulp, dat in de stad Groningen van start gaat. Op 20 mei is er een informatiebijeenkomst gepland. Raadpleeg www.ehbodocent.eu onder ‘scholing’.

Nr 2 - april 2017

5


Verenigingsnieuws KNV EHBO Leren om te leren helpen Al bijna 125 jaar is het doel van de KNV EHBO om leken te leren helpen bij ongevallen. Dat kan natuurlijk niet zonder instructeur om die lessen te geven. Het is daarom dat de KNV EHBO van harte de initiatieven van het Prins Hendrik Fonds ondersteunt om de opleiding tot instructeur EHBO betaalbaar te houden voor verenigingen. Wil een van de leden van uw afdeling instructeur Eerste Hulp worden? Dan kunt u als afdeling via het landelijk bureau bij het Prins Hendrik Fonds om een bijdrage van maximaal € 1.750 vragen. Een stipendium bedraagt maximaal 70 percent van de door de vereni­ ging gemaakte opleidings- en examenkosten tot een maximum van € 1.750. Volgt uw lid de opleiding bij N.O.D.E. en haalt hij alles in één keer, dan heeft u op deze manier meer dan de helft van de kosten vergoed gekregen. Kijkt u dus snel op de site www.prinshendrikfonds.nl om de voorwaarden te zien.

Daar staan ook de standaarddocumenten die zowel de beoogd docent als u (als bestuur van de afdeling) moeten invullen en naar het landelijk bureau moeten sturen. De einddatum voor het aanmelden is 1 juli a.s. Nieuw is dit jaar het stipendium voor Instructeur LOTUS. Bent u in het bezit van het Diploma Lotus, bent u intussen een ervaren Lotusslachtoffer en lijkt het u bovendien leuk om die kennis en vaardigheden aan anderen over te dragen? Dan is de opleiding Instructeur Lotus misschien iets voor u. De KNV EHBO heeft op de laatstgehouden vergadering van het Prins Hendrik Fonds (februari 2017) van harte ingestemd met een voorstel dat het ook voor deze instructeursopleiding mogelijk is een bijdrage te krijgen van het Prins Hendrik Fonds. Een stipendium bedraagt maximaal 70 percent van de door de LOTUS-kring gemaakte opleidings- en examenkosten tot een maximum van € 1.288.

Afdelings- en docentenkorting Afdelingen ontvangen korting op de door hen bestelde producten waar geen vaste verkoopprijs voor geldt. Deze korting wordt verrekend als de afdeling bij de bestelling de in de extra nieuwsbrief van januari 2017 (en op Mijn KNV ) te vinden kortingscode invult. Docenten in het bezit van een geldig door Het Oranje

Kruis afgegeven Diploma Instructeur Eerste Hulp kunnen in aanmerking komen voor een docentenkorting. Zij verkrijgen de betreffende code door een e-mail te zenden met KVK-nummer en/of vestigingsplaats. Na controle in het bestand van Het Oranje Kruis wordt de code binnen zeven werkdagen toegezonden.

Waar zijn ze nu? Op de foto in de vorige editie is een aantal reacties gekomen. Consensus is dat de man op de foto voormalig Commissaris van de Koningin Hans Wiegel is. De dame naast hem is waarschijnlijk mevrouw Aaf Huisman, toentertijd lid van district Friesland.

6

De foto van deze maand is van 16 december 1980. Het is een uitreiking van een certificaat aan Robert Paul Moens (?), als 200.000ste EHBO’er. Wie kent deze meneer, is hij nog steeds actief binnen de EHBO, en wie weet meer over deze dag? >>

HULPVERLENERS MAGAZINE


Nr 2 - april 2017

7


Verenigingsnieuws NVB Uitnodiging Opleidersdag NVB Thema: De KIWA gecertificeerde BHV Docent Op woensdag 19 april 2017 organiseert de NVB in samenwerking met Trigon Training & Ontwikkeling een opleidersdag waarvoor wij u als BHV-opleider uitnodigen. NVB is het exameninstituut KIWA gecertificeerd BHV Docent voor de onderdelen Brand, Ontruiming en Communicatie (BOC) en het onderdeel Spoedeisende Eerste Hulpverlening (SEH) voorheen LEH. Trigon is het exameninstituut KIWA gecertificeerd voor het onderdeel Didactische Vaardigheden.

Met het KIWA-certificaat BHV Docent willen we de kwaliteit van de huidige BHV Instructeur verbeteren door het aanbieden van een certificeringstraject tot BHV Docent BOC en/of SEH. De bijeenkomst vindt plaats in het Fletcher Hotel Apeldoorn, Soerenseweg 73, 7313 EH Apeldoorn.

Programma 9.30 uur:

Inloop en ontvangst

10.00 uur:

Opening Waarom KIWA gecertificeerd BHV docent worden? (Han Swarts/NVB) Opzet van het KIWA certificatietraject Brand, Ontruimen en communicatie en Spoedeisende Eerste Hulp (Frits Schut/NVB) Opzet van het KIWA certificatietraject Didactische Vaardigheden (Els Schouenberg/Trigon) Welk routes leiden er tot KIWA certificering? (Els Schouenberg en Han Swarts)

12.30 uur:

Lunchpauze

13.30 uur:

Interactieve visieontwikkeling over de opzet van de opleiding KIWA certificatie BHV Docent aan de hand van de KIWA-eindtermen.

14.30 uur:

Beantwoording van de gezamenlijke vraag: “Zijn we ervan overtuigd dat met KIWA gecertificeerde BHV Docenten er een nieuw marktaandeel ontstaat?”

Kosten: leden van de NVB € 45,-- p.p. en niet leden € 75,-- p.p. excl btw. Aanmelden via: info@nvb-bhv.nl We zien u graag 19 april in Apeldoorn. Frits Schut, Voorzitter Kenniscentrum NVB

8

HULPVERLENERS MAGAZINE


Belangrijke data 2017 April 19/4

Oktober NVB opleiders dag

11-12/10

Mei 31/5

November Examen Hoofd BHV

1/11

Juni 15/6

Management leergang Hoofd BHV

Examen Docent BHV

December Hercertificeringsdag Hoofden BHV

7/12

Examen Hoofd BHV

September 27/9

Toelatingsexamen Docent BHV

27-28/9

Management leergang Hoofd BHV

Voor meer informatie en aanmelden zie: www.nvb-bhv.nl

Nr 2 - april 2017

9


Het debat als didactische werkvorm Els Knaapen, docent en instructeur eerste hulp Margreet Nederhoed, instructeur eerste hulp Voor instructeurs binnen het eerstehulponderwijs is het een voortdurende uitdaging om de herhalingslessen interessant en uitdagend te maken. Daarbij is het vaak zoeken naar een didactische werkvorm die aansluit bij de groep en die niet al vele malen is toegepast. Het debat als didactische werkvorm is voor velen een vrij onbekende werkvorm, waar de auteurs positieve ervaringen mee hebben opgedaan. Didactische onderbouwing Door middel van een debat leren cursisten niet alleen goede argumenten aan te dragen voor of tegen een bepaalde stelling, maar ze worden ook gedwongen zelf goed na te denken over het voor en tegen ervan. Onderzoek wijst ook uit dat cursisten veel beter de lesstof verwerken als ze actief betrokken worden bij de stof. Zij leren de materie niet woord voor woord te reproduceren, maar beter te begrijpen, te doorgronden en toe te passen. Kortom, de stof komt tot leven! Voorbeeld: De EpiPeni is een hulpmiddel dat ontworpen is voor leken en het gebruik ervan zou deel moeten uitmaken van onze eerstehulplessen.

Ongeacht of een deelnemer zich als voor- of als tegenstander van deze stelling moet opwerpen, zal hij eerst – samen met zijn groepsgenoten – moeten vaststellen wat de argumenten voor en tegen eigenlijk zijn. Het verdedigen of verwerpen van de stelling vergt het zich verdiepen in het onderwerp en wellicht zelfs een voorbereiding voorafgaande aan de les waarin het debat zal plaatsvinden. Een optie is ook om deelnemers voor aanvang van het debat meer voorbereidingstijd te geven om bronnen zoals internet, kranten, en dergelijke te kunnen raadplegen. Tijdens het debat spreken de cursisten de debat­leider/ instructeur toe en niet elkaar. Dit zorgt voor een veilige sfeer, waarin open gedebatteerd kan worden. Immers, er wordt niet gesproken over ‘jullie’, maar over ‘onze geachte tegenstanders’. Hierdoor wordt voorkomen dat het debat verzandt in een persoonlijke discussie tussen individuen. Een debat is geen discussie Op het eerste gezicht lijken een debat en een discussie veel op elkaar. Immers, mensen praten met elkaar en geven hun mening over een bepaald onderwerp. In een

Ook in de open lucht kun je goed debatteren.

10

HULPVERLENERS MAGAZINE


discussie praten mensen op een vrije manier met elkaar, praten misschien door elkaar heen en proberen de ander van hun standpunt te overtuigen. Dit soort gesprekken vinden over het algemeen heel spontaan plaats. Een debat daarentegen is aan vaste regels gebonden en dwingt de deelnemer om goed naar de ander te luisteren, zodat diens argumenten weerlegd kunnen worden. Dit maakt het debat tot een uitdagende werkvorm waarin iedereen gedwongen wordt kritisch naar de ander te luisteren en zelf goed na te denken over het onderwerp. De les De hieronder beschreven les is gegeven aan collega instructeurs tijdens een bijscholingsdag. Onder instructeurs wordt nog weleens gemopperd over de kwaliteit van de verplichte herhalingslessen. Maar juist die lessen zouden de mogelijkheid moeten bieden aan iedere instructeur om zaken uit te testen, zoals les- en hulpmiddelen of werkvormen. Immers, in de veilige atmosfeer onder collega’s kun je feitelijk niet ‘afgaan’. Jij en je collega’s lopen tegen dezelfde dingen aan en ondervinden dezelfde problemen. Maar al te vaak wordt er binnen de herhalingslessen een les gedraaid op het niveau van de eerstehulpverlener, in plaats van op het niveau van de instructeur. Een gemiste kans, want je collega’s zijn allemaal ervaringsdeskundigen en hebben wellicht goede tips voor je waarmee je je lessen nog interessanter en boeiender kan maken.

Voor je iets nieuws wilt proberen, zul je je eerst zelf goed moeten inlezen. Misschien pak je het didactiekboek uit je opleiding er nog eens bij of wellicht ga je ook direct googelen. Stel duidelijke lesdoelen voor jezelf vast en kijk of de door jou gekozen didactische werkvorm daar inderdaad bij past. Lesdoelen voor deze les: • de instructeur kan uitleggen wat het verschil tussen een discussie en een debat is; • uitleggen waaraan een stelling voor het debat moet voldoen; • de lengte van de sprekerstijd vaststellen en toelichten; • aangeven in welke lessituatie hij deze werkvorm zou kunnen kiezen; • uitleggen waarom het debat een didactisch hulpmiddel kan zijn bij het verdiepen van de kennis. Er werd deze keer gekozen om twee verwante stellingen te gebruiken. Dit is ietwat ongebruikelijk, maar omdat het in deze groep de eerste keer zou zijn dat deze werkvorm gebruikt ging worden, leek het eenvoudiger om mensen niet tegen een stelling te laten debatteren, maar uitsluitend voor. Bij de inleiding van de les werd uitleg gegeven over het debatteren en de regels die daarbij gehandhaafd worden (zie kader). Vanwege de eenvoud waren de regels minimaal gehouden, ook al omdat het hier om een

Spelregels voor het debat • Er is een duidelijk afgebakend onderwerp • Alle deelnemers krijgen even lange voorbereidingstijd en spreektijd • Deelnemers richten zich uitsluitend tot de instructeur/gespreksleider en niet tot elkaar • Sprekers hebben absolute vrijheid van het woord • Iemand die het woord wil hebben, gaat staan

Nr 2 - april 2017

11


Nee, we praten niet door elkaar. gemotiveerde groep ging, waarvan alle leden graag iets nieuws wilden uitproberen. De groep werd in tweeën gedeeld, die elk een stelling kregen om te verdedigen. Als voorbereidingstijd was gekozen voor vijf minuten. De deelnemers zijn bekend met de problematiek rondom de auto-injector (zoals de EpiPen) en zullen dus geen behoefte voelen het een en ander op te zoeken. De voorbereidingstijd was bedoeld voor het formuleren van standpunten en dit kon zowel individueel als samen met anderen gebeuren. Na de voorbereidingstijd werd per groep in eerste instantie een spreker aangewezen om de eigen stelling te verdedigen. De debatleider opende het debat met het herhalen van de twee stellingen: Stelling 1. De EpiPen bevat een medicijn en mag dus alleen door professionele hulpverleners gebruikt worden. Stelling 2. De EpiPen is juist ontwikkeld voor leken, en mag dus door getrainde hulpverleners gebruikt worden. In eerste instantie was er aarzeling binnen de groep voor deelname aan het debat: “Hoe kun je een stelling verdedigen waar je persoonlijk niet achter staat?” vroeg men zich af. Spreker 1 begon met het verdedigen van de eigen stelling. Vervolgens verdedigde spreker 2 de eigen stelling. Hierna kregen beide groepen vijf minuten de tijd om een reactie op de andere groep uit te werken. Vervolgens kwam er een geanimeerd debat op gang, waarbij niet alleen de aangewezen sprekers maar ook de andere groepsleden naar voren kwamen om de aangewezen stelling te verdedigen. Ondanks de initiële aarzeling werd iedereen toch gegrepen door deze werkvorm, en begon actief en enthousiast mee te doen. Uiteindelijk werd het debat afgesloten met aanvullende informatie over diverse juridische, medische en ethische aspecten rondom het gebruik van de EpiPen. 12

Debatteren geschikt voor… Het zal duidelijk zijn dat debatteren als didactische werkvorm niet voor alle groepen en alle onderwerpen geschikt is. Als eerste moet er een sfeer van veiligheid in de groep heersen, waarin iedereen zich voldoende op zijn/haar gemak voelt om vrijuit te spreken. Verder moet het onderwerp iedereen aanspreken en moeten de deelnemers over voldoende kennis beschikken of levenservaring hebben om over het onderwerp te kunnen meepraten. Verder moet de stelling (of de stellingen) zo gekozen zijn dat zij redelijk zowel te verdedigen als te verwerpen is. Een stelling als ‘Eerst water en de rest komt later is volkomen achterhaald’ is heel moeilijk te verdedigen gezien het feit dat het nog steeds de slogan is die de Brandwondenstichting hanteert. Maar als men zich aan deze adviezen houdt, blijven er nog een heleboel EHBO-onderwerpen over waarover het goed debatteren is. De debatleider Zorg dat je de regels handhaaft. Houd de tijd in de gaten en geef iedereen een gelijke kans om zijn/haar standpunt naar voren te brengen. Let op het gebruik van drogredenenii, zoals bijvoorbeeld: ‘EHBO’ers zijn slim genoeg om dit zelf te beslissen’. Laat het debat vooral feitelijk zijn of uitsluitend over de eigen gevoelens gaan. Let op wijzende vingers en mensen die elkaar direct aanspreken. Een debat is geen gespreks- of discussiegroep. Het gaat uitsluitend om het helder formuleren van het eigen – weloverwogen – standpunt en niet om het andere mensen aanspreken op hun standpunt. ‘Jij’ is een woord dat in een debat niet thuishoort. In plaats daarvan worden termen gebruikt als ‘de vorige spreker’. Sta erop dat alle sprekers gaan staan. Dit bouwt een natuurlijke rem in voor wat betreft het met elkaar in discussie gaan. Bovendien helpt staan ervoor dat de aandacht van de groep volledig naar de spreker uitgaat. Afhankelijk van de opstelling van de groep kun je ervoor kiezen om mensen naar voren te laten komen of om ze voor hun eigen zitplaats te laten staan. Debatteren kan een goed middel zijn om mensen hun kennis te laten verdiepen of ze dwingen wat dieper over bepaalde zaken na te denken. Het is zeker geen werkvorm die voor alle lessen geschikt is, maar is het wel waard eens uit te proberen. i Waar gesproken wordt over EpiPen, wordt in feite een autoinjector bedoeld, ongeacht het merk. De merknaam EpiPen is hier gebruikt omdat dat een algemeen gebruikelijke term is. ii Een drogreden is een redenering die aannemelijk klinkt maar in feite niet waar is.

HULPVERLENERS MAGAZINE


Aan de redactie Geachte redactie, Naar aanleiding van het voorwoord van de heer Bart van Walderveen in het Hulpverlenersmagazine nr. 1 graag uw aandacht voor het volgende. Bij de organisaties waar ik les geef, wordt dit toch nog steeds door mij herhaald niet alleen voor de gevorderden maar ook voor de beginners: de RAUTEKmethode uit een auto. Ook in het huidige verkeer gebeuren nog steeds ongevallen met auto’s waarbij bestuurder en/of medepassagier(s) betrokken zijn. Het is echt een avondvullende oefening, waarbij ook met behulp van een LOTUS, het stabiliseren van het hoofd kan worden geoefend. Uiteraard moet de instructeur zich realiseren dat deze methode toch wel wat problemen met zich mee kan brengen, bijvoorbeeld airbags die nog niet afgegaan zijn. Ik hoop hiermede een kleine bijdrage te hebben geleverd. M.R. Vink, instructeur eerste hulp

Reageren?

Antwoord van de redactie Dank u wel voor uw reactie met uw pleidooi om meer aandacht te besteden aan het toepassen van de Rautekgreep vanuit een auto. Weliswaar wordt dit onderwerp in het OK boekje op blz. 25-26 behandeld, maar daar wordt verder geen aandacht besteed aan de veiligheid van de hulpverlener. Airbags die niet zijn afgegaan vormen een reĂŤel gevaar en we zijn het met u eens dat iedere instructeur daar aandacht aan zou moeten besteden.

Heeft u ook een bericht voor de redactie, of wilt u reageren op een artikel? Wij ontvangen uw bijdrage graag! E-mail naar: redactie@ hulpverlenersmagazine.nl

U kunt ook reageren op onze facebookpagina: www.facebook.com/ hulpverlenersmagazine

Nr 2 - april 2017

13


Test uw kennis

“Hoe was het ook al weer?” Bob Berkemeier Op weg naar de herhalingslessen vraagt iedere EHBO’er of BHV’er zich dat wel eens af. Je bent niet dagelijks met de lesstof bezig en kennis die je niet dagelijks toepast verwatert, zakt weg. We willen u als onze lezers en lezeressen gelegenheid geven om, naast de herhalingslessen, ook individueel af en toe eens te testen wat van de verworven EHBO-kennis uit de (natuurlijk meest recente) lesboeken is blijven hangen. We doen dat door in iedere aflevering van het Hulpverleners Magazine een meerkeuzevraag over een onderwerp uit de lesstof voor te leggen. Het, kort toegelichte antwoord, staat op deze bladzijde ondersteboven. Voordat u ons magazine 180 graden draait en kunt ‘spieken’, kunt u daardoor eerst even nadenken over uw eigen antwoord.

Sportletsel Op de jaarlijkse sportdag voor het personeel van een gemeente wordt ‘s middags een partij voetbal gespeeld tussen raadsleden en ambtenaren. U bent er als collega en tevens als BHV’er bij, met een EHBO-koffer inclusief coldpacks. De veertigjarige ambtenaar Milieuvergunningen Danyal, die op het veld eerst met grote snelheid achter de bal aanrende, strompelt steunend op de schouder van een collega naar de kant. Hij klaagt over plotseling opgekomen felle pijn in zijn rechterkuit. Lopen doet verschrikkelijk zeer. U laat Danyal zitten en verleent als volgt eerste hulp. Welk van de vier antwoorden is juist?

A. U adviseert Danyal op te staan, de kuit te stretchen en door te spelen als de pijn weg is. B. U koelt de kuit vijf minuten met behulp van een coldpack en adviseert Danyal door te spelen als de pijn minder is geworden. C. U koelt de kuit vijftien minuten met een coldpack, raadt verder spelen af en belt 112. D. U koelt vijftien minuten met een coldpack, raadt verder spelen af, blijft Guido in de gaten houden en adviseert de huisarts(post) te bellen als de pijn die middag blijft of erger wordt.

De beschreven verschijnselen passen bij die van een ‘zweepslag’: een spierscheur in de kuit. Koelen is juist. Maar laten stretchen niet, want dat doe je als sporter immers om bepaalde spieren te rekken. Dat is niet de bedoeling als er een spierscheur is, je verergert dan het letsel. A is dus niet juist. B ook niet, alleen al omdat vijf minuten koelen volgens het Oranje Kruisboekje te kort is. Wordt er gekoeld, dan zeker tien a twintig minuten. C is juist wat betreft het koelen, maar 112 bellen (ambulance) is nu nog een stap te ver. De centralist op de alarmcentrale zal waarschijnlijk adviseren om eerst contact op te nemen met de huisarts(post) en hij zal het beperkte aantal ambulances in de regio liever paraat houden voor evidente spoedgevallen. D is juist. Koelen, afraden verder te spelen, wat verder doorvragen en bekijken hoe de klachten zich die middag ontwikkelen. Kan, bijvoorbeeld, Guido zijn zere been niet bewegen, of wordt de pijn erger, dan is het raadzaam dat Guido de huisarts(post) belt. In ieder geval zeker als de pijn na twee dagen nog niet weg is. Maar misschien kan hij meteen komen en wil een collega hem even brengen. Antwoord 14

HULPVERLENERS MAGAZINE


Thema: sportletsels

Jaarlijks zijn er in Nederland ongeveer 4.500.000 sportblessures, waarvan er ongeveer 1.900.000 medisch worden behandeld. Vaak is er daarbij ongetwijfeld eerste hulp verleend door de sporter zelf of door mensen in de omgeving van de geblesseerde. Zoals door EHBO’ers. Dikwijls hoeft de geblesseerde niet medisch te worden behandeld. Zeker als het om licht letsel gaat. Waarschijnlijk betreft dat een enorm aantal waarvan geen cijfers bekend zijn. Dikwijls kan meteen zulke goede eerste hulp worden verleend, dat de blessureklachten vlot verdwijnen, waardoor een rit naar de huisartsenpost of het ziekenhuis niet nodig is. Maar ernstig letsel mag niet worden gemist en ook daarmee krijgen EHBO’ers te maken. Alle EHBO’ers en BHV’ers zien deze letsels. Thuis in de eigen familiekring, maar vaak ook als ze langs het sportveld bij een wedstrijd of op een sportdag van bijvoorbeeld school of bedrijf staan. Dat gebeurt dan dikwijls in het kader van vooraf door de organisator aangevraagde inzet. In dit nummer worden enkele praktisch-organisatorische aspecten van dit type inzet besproken. En bij de bespreking van een letselvoorbeeld is te zien dat bij sportletsel meestal drie vragen opkomen: is eenvoudige EHBO voldoende, moet de geblesseerde naar de dokter en mag hij of zij meteen terug in het veld?

Nr 2 - april 2017

15


Themakatern

Sportletsel: doorspelen, stoppen, verwijzen Bob Berkemeier EHBO’ers bij onze verenigingen verlenen hun hulp dikwijls in het kader van vooraf bestelde inzet op aanvraag van een sportvereniging of van de organisator van een sportevenement, zoals een schoolsportdag of een regionaal hockeytournooi.

Vooraf nodig: duidelijkheid over wat, waar en wie? Bij het regelen van de inzet langs het sportveld is het belangrijk dat voor de EHBO’er die op pad gaat naar het veld of de kantine duidelijkheid is over de volgende punten.

Meestal ziet de EHBO’er dan licht letsel. Een schoon te maken schaafwond. Eventueel een pleister erop. Een pijnlijk scheenbeen door een tik met een uitgeschoten hockeystick koelen. Maar lastig zijn altijd de gevallen waarin de EHBO’er in het advies aan de geblesseerde na eerste hulpverlening moet kiezen tussen deze vier mogelijkheden: doorspelen, stoppen, verwijzing naar huisartspost/ziekenhuis of onmiddellijk 112 bellen voor ambulancehulp.

Eerst de vraag: wat voor type letsel kun je verwachten? Zijn de spullen in de meegenomen EHBO-tas daarop afgestemd? Bijvoorbeeld, als kneuzingen zijn te verwachten (meestal!), is er in het clubhuis een koelkast met ijsblokjes, liggen daar coldpacks in of moet de EHBO’er die zelf meenemen? Of is er geen overdekte plek voor de EHBO-post en vindt het evenement plaats op een open terrein of reeks landweggetjes waar nergens een kraan of koelkast aanwezig is?

In dit artikel richten we de focus kort op enkele aspecten van de organisatie van de EHBO rond het sportveld en op de genoemde vier keuzevragen voor de EHBO’er.

Wordt er gespeeld op vijf, zes uitgestrekte sportvelden, zodat er ook een vooruitgeschoven EHBO-post nodig is ver van de kantine met het weldadige water of de koel-

16

HULPVERLENERS MAGAZINE


sportletsels

n of 112? kast met ijsblokjes en coldpacks? Het is vervelend als je met het slachtoffer met zijn gekneusde been eerst tweehonderd meter moet hinkelen naar de kantine voordat met koelen kan worden begonnen. Is de meegegeven koffer van de eigen EHBO-vereniging na de vorige inzet weer volledig aangevuld? Is de Sterilon of Betadine niet over de houdbaarheidsdatum? Zitten de schaar en de pincet er nog in? Is ook EHBO-materiaal in het clubhuis of de kantine aanwezig? Zo ja wat en waar? En kan dat ook door de inzet-EHBO’ers worden gebruikt? Is er een AED, waar hangt die? En als het kastje op slot zit, bijvoorbeeld als de AED buiten hangt, waar is dan de sleutel? Is er een brancard? Waar? Praktische punten waarover de inzetregelaar en in elk geval de EHBO’er ter plaatse zich bij aankomst moet informeren om niet voor onaangename verrassingen te staan als de eerste blessure wordt gemeld. Waar moet ik zijn, met wie werk ik en wie is contactpersoon? Voor de hand liggende vragen, maar voor vlotte communicatie zijn ze belangrijk. Wie is verantwoordelijk voor de organisatie van het evenement en bij welke contactpersoon van de inzetaanvrager moeten de EHBO’ers zich melden? Waar en hoe is die persoon op het terrein te vinden en hoe is die telefonisch te bereiken? Relevante vragen zeker als het evenement een groot terrein beslaat waar allerlei functionarissen van de organisatie rondlopen zonder herkenbaar meldpunt. Ook is informatie over de mobiele nummers van de mede-EHBO’ers nodig. Immers, als een collega niet verschijnt of de locatie niet kan vinden, moet je elkaar, zo nodig ook de regelaar van de inzet, meteen kunnen bereiken. En als de ene EHBO’er bij een grote jeugdsportdag in de kantinepost zit, en de andere tweehonderd meter verderop naast het vijfde speelveld staat, is het wel handig elkaar te kunnen bereiken als onderling hulp nodig is. Is er voor de EHBO’ers een ruimte voor hun tijdelijke post? Kunnen ze daar fatsoenlijk zitten, is er water, of is dat vlakbij? Als het evenement een hele dag duurt, kunnen ze dan van de organisator koffie en een broodje krijgen? Of moeten ze dat zelf meenemen? Is er een hek dat het terrein voor auto’s afsluit? Is dat open, en zo

neen, waar is de sleutel, voor het geval een ambulance het terrein op moet? Ja, het is ooit voorgekomen; spoedgeval op het terrein, en het hek is op slot. Ambulance kan er niet door, vele minuten vertraging! Het spel begint: keuzevragen bij letsel In beginsel volgt de EHBO’er ook op het sportveld de richtlijnen van het meest recente Oranje Kruisboekje, dus nu de zevenentwintigste druk. Telkens gaat het om de volgende vragen: is eerste hulp afdoende, is verwijzing naar de arts nodig of moet meteen 112 worden gebeld? Langs de lijn is ook een vraag of het letsel verantwoord doorspelen mogelijk maakt of dat het advies aan de sporter moet zijn: stoppen en/of naar de dokter ermee! In het cursusboek Eerste Hulp langs de lijn (uitgave Het Oranje Kruis, 2007) lopen die vragen als een rode draad door de leerstof heen. We bespreken de vraag: doorspelen, stoppen of verwijzen aan de hand van één voorbeeld van letsels op het sportveld: verdenking op hersenletsel. Kneuzing of botbreuk? De sporter heeft enorme pijn in een enkel na verstappen, een ongelukkige sprong of een klap met een hockeystick. De speler meldt zich bij de EHBO’er en gaat zitten. Been op zachte stoel. Coldpack erbij. Kan de schoen uit? Ja, de geblesseerde kan dat zelf doen. Sok uit. Enkel bekijken. Dik. Pijnlijk. Coldpack erop, met een stukje textiel ertussen. Tien à twintig minuten koelen. Stop met koelen als de pijn erger wordt. Blijf erbij (com-

Nr 2 - april 2017

17


Themakatern: hulpverlening en ouderen Thema: sportletsels binatie van pijn en kou kan zorgen voor flauwte!) Als de geblesseerde dat wil, na de koelperiode enkel inzwachtelen met ideaalzwachtel of cohesieve zwachtel. Eventueel, niet langer dan 20 minuten, kan meteen al bij aanvang het coldpack met de zwachtel worden vastgezet. Maar pas op. Als de geblesseerde niet meer dan vier stappen kan zetten zonder hulp, als de pijn meteen al erger wordt, of meteen al bij twijfel tussen kneuzing of botbreuk, advies naar huisartspost of Spoedeisende Hulp te gaan. En zeker niet meer het veld op. Het is aan de EHBO’er om meteen al in overleg met de geblesseerde te kiezen welke hulp nodig is. Hersenschudding, wat te doen? Miskend hersenletsel kan fataal zijn. Juist bij het vermoeden van hersenletsel is de beoordeling door de EHBO’er dus erg belangrijk. Een voorbeeld. Een voetballer of hockeyer heeft per ongeluk een harde trap (of klap met een stick) tegen zijn hoofd gekregen. Hij blijft enkele seconden verward op het veld liggen en krabbelt overeind met hulp van andere spelers. Hij loopt met hen moeizaam naar de kant. De EHBO’er vangt hem daar op. Vervolgens hangt het van de reactie van de speler af, welke keuzes de EHBO’er, de speler en de spelleiding maken. In het genoemde lesboek over sportletsel staan richtlijnen van de Hersenstichting en de sportkoepel NOC/NSF die helpen bij het maken van een keuze voor de wijze van handelen. Zoals deze. Stel: de speler is enkele seconden verward of is zelfs enkele minuten buiten bewustzijn geweest. Daarna is hij wat suf, toont hij geheugenverlies. Hij weet bijvoorbeeld niet wat er is gebeurd, welke dag het is en tegen welke

18

club wordt gespeeld en beantwoord deze vragen traag. Misschien klaagt hij over hoofdpijn, duizeligheid, dubbelzien en/of oorsuizen. Als deze verschijnselen van (mogelijke) hersenschudding binnen vijftien minuten verdwijnen, is volgens de genoemde richtlijnen terugkeer in de wedstrijd mogelijk, maar de begeleiding dient de speler in de gaten te houden. Met de speler moet contact worden gehouden en in de rust of na afloop moet de toestand van de speler opnieuw worden beoordeeld. Bij twijfel speler wisselen. De richtlijnen noemen dit graad 1. Als de bewusteloosheid korter dan 5 minuten heeft geduurd en het geheugenverlies korter dan 30 minuten, moet de speler worden gewisseld. Blijf hem observeren in de kleedkamer. De speler mag naar huis, met melding aan de huisarts en het advies aan huisgenoten hem om het ieder uur wakker te maken en te observeren. De richtlijnen noemen deze situatie graad 2. En als (volgens de richtlijnen graad 3) nog op het sportveld het bewustzijn langer dan 5 minuten en het geheugenverlies langer dan 30 minuten heeft geduurd, is het devies: 112 bellen en een ambulance aanvragen. In de nieuwste druk van het Oranje Kruisboekje wordt een voorzichtigere richtlijn aan de EHBO’er gegeven. Slachtoffer is suf of verward. Is mogelijk kort bewusteloos geweest... Heeft last van hoofdpijn en/of duizeligheid. Reageert traag en onthoudt dingen moeilijk. Kan klagen over vermoeidheid, dubbelzien en oorsuizen. Kan misselijk zijn en braken. Dan meteen 112 bellen.

HULPVERLENERS MAGAZINE


Dagboek van een instructeur Improviseren Als instructeur bereid je je lessen heel goed voor. Je kijkt terug naar eerdere lessen die een groep gehad heeft en stelt vervolgens de lesdoelen vast. Als de hele les op papier staat, kun je met een gerust hart je tas inpakken in de veronderstelling dat er in een goed voorbereide les niets fout kan gaan. Of zoals een van de docenten van mijn lerarenopleiding altijd zei: “Zorg dat je altijd een krijtje bij je hebt!”

was schrikken. Was het echt de bedoeling dat de deelnemers de hele dag zouden blijven staan en al staande de lessen zouden volgen? Nee, het was duidelijk dat staan gewoon geen optie was. Maar wat dan wel? Was er wellicht andere ruimte beschikbaar waar tien groepen hun eerstehulpvaardigheden konden oefenen? Nee, die was er niet. We konden gebruikmaken van de sporthal en anders kon de training geen doorgang vinden.

Ook deze les had ik zeer uitgebreid voorbereid. Het ging om een grote groep van zo’n 100 reisbegeleiders die eenmaal per jaar een EHBO-dag hadden. Een dergelijke dag vergt een zeer intensieve en grondige voorbereiding. Dat begint al met het aantrekken van voldoende instructeurs en lotusslachtoffers, maar ook overleg met de organisator betreffende de lesruimtes die geboden worden. Op dat punt was er geen enkel vuiltje aan de lucht. De organisator liet me weten dat we een volledige sporthal tot onze beschikking zouden krijgen, waar voldoende ruimte was om met een aantal groepen tegelijkertijd te kunnen werken. Nu vergt een dergelijke opzet wel wat denkwerk. Immers, als er meerdere groepen in een ruimte werken, moet je veel aandacht besteden aan eventuele geluidsoverlast. Zo is het bijvoorbeeld niet handig als je een groep die met de AED gaat werken naast een groep zet die theorie krijgt.

Tja, dan denk je alles goed te hebben doordacht, maar is noch de organisator noch de verhuurder op het idee gekomen dat je ouderen niet een hele dag staande lessen kunt laten volgen. Gelukkig zitten er onder mijn collega’s zeer creatieve geesten en een van hen, keek naar buiten, zag het mooie aprilzonnetje en opperde dat we toch ook de lessen buiten zouden kunnen geven! En zo zaten we die dag met ons allen buiten op het grasveld, genoten van die heerlijke lentezon en konden we toch de lessen geven die we in gedachte hadden gehad. Dat we die dag hier en daar wat zonnebrand opliepen namen we maar op de koop toe, want de geïmproviseerde leslocatie bleek een enorm succes te zijn. Els Knaapen Instructeur Eerste Hulp / lid N.O.D.E.

Zoals mijn gewoonte is bij een dergelijk groot evenement was ik zeer ruim op tijd aanwezig om de ruimte in ogenschouw te nemen en te bedenken waar de verschillende groepen het best geplaatst zouden kunnen worden. Het bleek te gaan om een prachtige, grote sporthal waar voldoende ruimte was voor al onze groepen. Al puzzelend liep ik door de zaal: “Hier de groep die gaat reanimeren en daar achter de banken de groep die verbandleer gaat doen.” Ehhh… banken? Ja er stonden een paar van de bekende lage banken die in alle sporthallen wel staan, maar bij lange na niet voldoende voor al onze – meest oudere – deelnemers. “Kunnen we stoelen laten komen?” De zaalbeheerder keek me verschrikt aan: “Nee stoelen zijn niet toegestaan in de sporthal!” Oeps, dat

Lijkt instructeur EHBO jou ook een boeiend vak? Heeft jouw EHBO-vereniging behoefte aan meer instructeurs? Of zou je graag iets naast je reguliere werk willen doen? Misschien is de opleiding Instructeur Eerste Hulp dan iets voor jou! Kijk voor meer informatie op: www.ehbodocent.eu/scholing Nr 2 - april 2017

19


GRATIS AED TRAINER

CARDIAC SCIENCE POWERHEART G5 t.w.v. €469,Laerdal Resusci Anne QCPR De Resusci Anne QCPR is een volwassen reanimatiepop met meerdere feedback opties. Met deze pop is het mogelijk je te focussen op de competenties van de leerlingen. Meting, evaluatie en goede feedback zijn de sleutel tot het ontwikkelen van de juiste vaardigheden. De feedback-toestellen maken het voor de leerling mogelijk om:

+

GRATIS

AED TRAINER CODE:

HVMG5

 

Duidelijke feedback te krijgen over hoe zij hun prestatie kunnen verbeteren De mogelijkheid om competentie te verbeteren doormiddel van debriefing Nieuwe mogelijkheid om effectief te coachen in real-time en trainingsresultaten op te slaan en te anaylseren.

* Feedback-toestellen dienen apart besteld te worden.

SPECIALE AANBIEDING T/M 15 MEI 2017

Bestel direct via info@vivon.nl of 0499-490016 met de volgende code: HVMG5

Tijdelijk 10% korting bij bestelling van uw Ambu/ Laerdal gezichtshuiden, longen en luchtzakjes. Bestel direct via info@vivon.nl of 0499-490016. de volgende code: HVMAPRIL17

AmbuMan Wireless Met de nieuwe AmbuMan Wireless gaat Ambu nog een stapje verder. Dankzij de feedback van klanten is de Wireless technologie geperfectioneerd en sluit nog beter aan bij de opleidingsbehoeften.   

Stel de pop in op het gewenste opleidingsniveau De Mannekin Management Module zorgt voor draadloos gebruik en monitoring Verzamelt en bewaart data van de cursisten: compressiediepte, handpositie, beademingsvolume en maaginflatie.

Bestel direct via info@vivon.nl of 0499-490016 met de volgende code: HVMG5

+

GRATIS

AED TRAINER CODE:

HVMG5

Vivon Nederland B.V. I Ekkersrijt 1121 I 5692 AD SON I Tel: 0499 - 49 00 16 I info@vivon.nl I www.vivon.nl


Vraag en Antwoord

?! Frits Schut

Peter Schepers

Ervaringsdeskundigen Frits Schut (Kenniscentrum Bedrijfshulpverlening NVB) en Peter Schepers (intensive­careverpleegkundige en eerstehulpinstructeur) geven praktische antwoorden op prangende vragen! Mail uw BHV/brandpreventievragen naar info@nvb-bhv.nl en uw EHBO/medisch gerelateerde vragen naar p_schepers@hetnet.nl. Vraag Zijn verenigingen verplicht om een RI&E te maken en daarmee een bedrijfshulpverleningsorganisatie in te richten en in stand te houden?

Vraag Wat is de reden dat we iemand die zich verslikt heeft en waarbij de Heimlich is toegepast naar een arts moeten verwijzen?

Antwoord De Arbo-verplichtingen voor organisaties die werken met vrijwilligers zijn sterk beperkt. De Nota van Toelichting van de Arbowet zegt dat daarmee veel ergernis bij deze organisaties is weggenomen. Dit geldt voor alle organisaties, zoals stichtingen en verenigingen die uitsluitend met vrijwilligers werken. De wetgever vindt, dat aan bestuurders en andere vrijwilligers moeilijk eisen kunnen worden gesteld op een voor hen wezensvreemd terrein. Vrijwilligersorganisaties zonder personeel in loondienst zijn daarom ontlast van de plicht om een RI&E te maken en ook de bepalingen over de bedrijfshulpverlening zijn niet van toepassing, behalve waar het gaat om het werken met gevaarlijke stoffen. De zorg voor vrijwilligers in risicovolle situaties blijft wel bestaan, wat slechts voor een gering aantal organisaties zal gelden. Wel zijn voor deze veelal aan een stad, dorp of streek verbonden verenigingen de gemeentelijke verordeningen van politie en brandweer gewoon van toepassing.

Antwoord In de buik bevindt zich een aantal kwetsbare en rijk doorbloedde organen zoals de lever en de milt. Deze organen liggen op zich goed opgeborgen vlak onder de ribbenboog. Maar als er een Heimlich manoeuvre wordt uitgevoerd, dan drukken we juist met kracht schuin omhoog richting deze organen. En gezien dit met enige kracht gebeurt, moet er worden uitgesloten dat een van deze (of meerdere) organen letsel heeft opgelopen door deze handeling. Want het hoeft namelijk niet altijd direct duidelijk te zijn dat een van deze organen letsel heeft, dat kan zich zelfs pas uiten na 24-48 uur. Maar ook een (toegebrachte) zwakke plek aan deze organen kan later gaan zorgen voor problemen. Goede controle is dus vereist. Peter Schepers

Frits Schut

Nr 2 - april 2017

21


Sportletsels in de paardensport Yvonne Smits-Tuerlings, instructeur eerste hulp, hbo-verpleegkundige Een unieke band tussen mens en dier. Een passie, een levensstijl. Maar ook sporten met een 500 kilo zware kolos die intuïtief wegrent als hij schrikt, die een eigen wil heeft en daarbij nog eens keiharde hoeven. Nederland kent zo’n 820.000 fervente paardensportbeoefenaars. Hun paard is hun vriend, hun vrijetijdsbesteding, kortom hun leven. Maar hoe ongevaarlijk is paardrijden eigenlijk? Verdraaide duimen, gebroken ledematen, maar ook een gescheurde milt of ander ernstig inwendig letsel, een schedelbasisfractuur of een dwarslaesie. Bij de huisarts of op de Spoedeisende Hulp kun je het allemaal tegengekomen. Jaarlijks belanden bijna tienduizend ruiters met letsel op de Spoedeisende Hulp na een ongeval bij het paardrijden. Dit blijkt uit onderzoek van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. Ieder jaar moeten in Nederland 9.900 ruiters naar het ziekenhuis na een val, beknelling of ander ongeval tijdens het paardrijden. Van deze ruiters wordt 17 procent daadwerkelijk opgenomen. In 40 procent van die ziekenhuisopnamen gaat het om kinderen tussen de 10 en 19 jaar. Opvallend is dat de verwondingen als gevolg van het paardrijden ernstiger zijn dan van sporten als voetballen en badminton. Een op de vijf gewonde paardrijders wordt opgenomen in het ziekenhuis. Ook de nasleep van een paardrijongeluk is ingrijpender dan bij andere sportletsels. Uit literatuur blijkt dat 30 tot 40 procent na vijf jaar nog allerlei klachten heeft. Een kwart van hen sportte na vijf jaar niet meer en één op de tien was zelfs blijvend arbeidsongeschikt. Ernstig schedelhersenletsel Hoewel het aantal letselgevallen in de ruitersport niet groter is dan in andere sporten, is het letsel dat een ruiter oploopt meestal wel ernstiger. Hierdoor moeten ruiters vaker en langer in het ziekenhuis blijven dan andere sporters die letsel oplopen. Valt hier iets tegen te doen? De onderzoekers geven aan dat beschermende kleding bij het paardrijden helpt. Hoewel een cap bij de meeste maneges verplicht is, lopen jaarlijks nog altijd zo’n 70 ruiters ernstig schedelhersenletsel op. Kinderen zijn extra kwetsbaar voor hoofdletsel, omdat bij kinderen het hoofd in verhouding tot de rest van hun lichaam groter is, waardoor zij bij een val vaker op hun hoofd terechtkomen. 22

Een veiligheidscap beschermt het hoofd, als de ruiter valt, maar ook tegen laaghangende takken bij een buitenrit. Relatief veel en ernstige blessures aan de romp Op de Spoedeisende Hulpafdeling komen paardensportblessures aan de bovenste extremiteiten het meeste voor. Daarbij gaat het vaak om breuken, zoals fracturen aan hand of vinger, polsfracturen of sleutelbeenbreuken, fracturen aan de bovenarm. Blessures aan de onderste extremiteiten zijn in de regel niet heel ernstig. In de meeste gevallen gaat het om kneuzingen of ander oppervlakkig letsel. Het grote aandeel blessures aan de romp is opvallend,

HULPVERLENERS MAGAZINE


vooral het betrekkelijk hoge aantal ruiters met een fractuur aan de wervelkolom en/of ruggenmergletsel, wat als zeer ernstig letsel bekend staat. Eén op de drie ruiters met een blessure aan de romp wordt na behandeling opgenomen in het ziekenhuis. Letsel aan het hoofd, de hals of de nek is een probleem dat ondanks helmgebruik nog veel voorkomt. In 70 gevallen spreekt men van ernstig ingeschat hersenletsel. Een kwart van de ruiters met een blessure aan hoofd, hals of nek wordt opgenomen. Bodyprotector en cap, aan of uit? Hoe dien ik als EHBO’er nu om te gaan met een bodyprotector en een cap, wanneer de ruiter gewond is geraakt? Een bodyprotector is een veiligheidsvest dat eruit ziet als een strakke bodywarmer. Het biedt bescherming tijdens een val van het paard. Het beschermt de wervelkolom, ribbenkast en de onderliggende organen. Dit kan gekneusde of gebroken ribben voorkomen. Een bodyprotector beschermt de ruiter tijdens de val, vaak is de blessure dan minder ernstig. Aan de achterzijde is de bodyprotector langer dan aan de voorzijde, hierdoor wordt de rug tot en met het staartbotje beschermd. Zo wordt ook de kans verkleind op ernstige blessures, zoals gekneusde en gebroken ribben. Vooral een blessure aan de ribben of wervelkolom kan grote gevolgen hebben. Zo’n blessure ontstaat bijvoorbeeld wanneer de ruiter van het paard tegen een voorwerp aan valt, zoals een hindernis of een bakrand. Een bodyprotector is verplicht op crosscountry KNHS-wedstrijden. Wat staat voor de Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie wedstrijden, of te wel de Nederlandse federatie voor de paardensport. Bij andere takken van paardrijden is het advies altijd een bodyprotector te dragen. Tegenwoordig zijn er ook steeds meer maneges die kinderen in springlessen verplichten te rijden met een bodyprotector. Een bodyprotector wordt vervaardigd uit een spe­ ciaal soort schuim. Dit reageert op warmte. Door de lichaamswarmte van de ruiter wordt het foam warmer. Op deze manier wordt het foam soepeler en past het zich aan de vorm van het lichaam aan. De protector is door middel van klittenband bevestigd. Wanneer er gekleurde vlakken onderuit komen betekent dat, dat het vest niet goed is bevestigd of dat het vest mogelijk niet de juiste maat heeft. Het is dus noodzakelijk om dit als ruiter vooraf te controleren. Een bodyprotector wordt,

Sporten met een 500 kilo zware kolos. zoals de naam al zegt, op de body gedragen (en dus niet over een dikke winterjas). Wanneer een ruiter ten val is gekomen, met een bodyprotector en deze vertoont benauwdheidsklachten, dan is het als EHBO’er dus mogelijk om het vest los te maken, door het klittenband losser te doen. De rest van het vest kan dan gewoon aanblijven, totdat nek- en wervelletsel zijn uitgesloten. Je behandelt dus de ruiter als het ware, hetzelfde als een ski-/snowboardslachtoffer. De protector wordt alleen opengedaan wanneer de luchtweg belemmerd wordt. Draagt de ruiter een bodyprotector met een airbag, dan kan deze ook met behulp van een ‘klik-systeem’ worden geopend. Deze worden in de ‘gewone’ paardensport zelden gebruikt, omdat de paarden erg kunnen schrikken wanneer de airbag wordt geactiveerd. Deze airbags worden wel gezien bij eventing-ruiters. Eventing is een discipline in de paardensport, waarbij de verschillende aspecten van de training aan bod komen. Het meest spectaculair is wel de terreinproef (ook bekend als cross country). Deze wordt afgelegd in een natuurlijke omgeving zoals bos en weilanden. Tijdens de terreinproef dienen verschillende soorten hindernissen te worden overwonnen. Voorbeelden van hindernissen zijn: de waterbak, constructies met boomstammen, picknicktafels, op- en afsprongen en gaten.

Nr 2 - april 2017

23


Een groot verschil met een gewoon springparcours is dat de hindernissen waarover het paard dient te springen vast zijn, er kunnen dus geen balken vallen. Dit is risicovol, een hindernis geeft niet mee en kan het paard verwonden, maar ook de ruiter. Vandaar dat zij wel een bodyprotector met een airbag kunnen dragen. Ook deze bodyprotector met airbag, laat een EHBO’er aan, wel kunnen de bevestigingsclips worden losgemaakt wanneer het slachtoffer in ademhalingsmoeilijkheden komt. Het slachtoffer heeft een veiligheidcap op. Ga zonder noodzaak niet aan de cap prutsen, neem deze zeker niet af. Het risico op verergering van nek-/wervelletsel wordt hiermee vergroot. De enige uitzondering hierop is wanneer de helm op de één of andere manier de ademhaling in gevaar kan brengen. Dan zou het kinbandje los gemaakt kunnen worden door het kinstuk los te klikken. Laat echter de cap wel zitten. Als het slachtoffer zelfstandig zijn of haar helm open of af wil doen, dan is dat geen bezwaar. Wat moet ik als EHBO’er doen, wanneer ik een gevallen ruiter in het bos tegenkom? Natuurlijk: let op gevaar. Denk eerst even rustig na en kijk goed om je heen, voor je iets doet. Het gevaar kan jou zelf betreffen, maar ook omstanders en het slachtoffer. Misschien loopt er nog wel een rondrennend paard in de buurt. Is het paard mogelijk van iets gevaarlijks geschrokken, zoals bijvoorbeeld onweer? Kijk van een afstand of de ruiter in een ‘normale’ houding ligt. Of de benen en armen niet in een ongebruikelijke positie liggen. Houd er rekening mee dat het ongeluk een grote impact kan hebben gehad. Hoe ligt het hoofd van het slachtoffer erbij? Vervolgens ga je na wat er is gebeurd en wat het slachtoffer, de ruiter in deze mankeert. Voor een goede hulpverlening is het belangrijk te weten wat er is gebeurd: met welke snelheden is er gereden door de ruiter en door de eventuele botspartner? Hoe verliep de botsing precies? Stel het slachtoffer gerust en zorg voor beschutting, is natuurlijk het derde punt om op te letten. Het slachtoffer zal onrustig en angstig zijn. Je helpt al door hem of haar te vertellen: “Ik blijf bij je tot de ambulance er is”. Ga hierbij aan de aangezichtszijde van de ruiter staan en zorg dat deze je kan blijven zien. Zorg zo mogelijk ook voor beschutting tegen kou, wind, regen, felle zon. Zorg tevens voor deskundige hulp, door 112 te bellen. Bel zo mogelijk ook de boswachter, als daarvan een nummer bekend is. Vertel waar jullie je bevinden, leg de situatie kort uit en vertel in ieder geval hoeveel gewonden er zijn en de aard van het letsel. Tot slot help het slachtoffer op de plaats waar hij ligt. Zelfs 24

getrainde EHBO’ers kunnen in deze vaak erg weinig doen. Gewoon aanwezig blijven is al geruststellend voor het slachtoffer. Wachten op hulpverlening na een ongeval lijkt altijd heel lang te duren. Daarom is het belangrijk te blijven praten met het slachtoffer. Door te blijven praten met de ruiter kun je ook beoordelen hoe het is met zijn of haar bewustzijn. Als je 112 al had gebeld, maar de situatie daarna verslechtert (het slachtoffer zakt weg, lijkt in slaap te vallen, geeft onduidelijke antwoorden), bel dan nogmaals met 112 en geef de verandering in de situatie door. Letsels aan heupen, benen en voeten De meeste letsels in de paardensport zijn letsels aan de romp en de heupen, benen en bijvoorbeeld letsel aan de wervelkolom of onderrug. Het dragen van bodyprotectors verminderen de risico’s op ernstig letsel. Hoewel de protectors torsoletsel (nog) niet altijd kunnen voorkomen, beschermen ze in veel gevallen wel. Ook op het gebied van schoeisel en stijgbeugels is nog veel te winnen, daar is in Nederland bijna geen aandacht voor. Letsel van de voet is meestal het gevolg van een beklemming in de stijgbeugel. Veiligheidsstijgbeugels en goede schoenen/laarzen zijn daarom essentieel. Er zijn stijgbeugels die helpen voorkomen dat de ruiter vast komt te zitten. Bij schoeisel is de hakhoogte van belang. Daarnaast kan valtraining de ruiters helpen om beter (zachter) te landen. Naar schatting tenminste één dodelijk ongeval per jaar In de gangbare registraties van dodelijke ongevallen is het niet mogelijk om ruiters te onderscheiden. Daarom is in de Krantenknipselregistratie en het Letsel Informatie Systeem van VeiligheidNL gezocht naar informatie. Uit de Krantenknipselregistratie weten we dat er in de periode 1986-2012 in ieder geval 29 ruiters zijn overleden. Drie kwart (n=22) van hen viel van het paard. Vier slachtoffers kregen een trap van een paard (waarvan drie na een val). Drie van hen werden door de trap aan hun hoofd geraakt. Voor zover bekend overleden achttien van de negenentwintig ruiters aan hoofdletsel. Bronvermelding • Blessures door paardensport. Blessurecijfers - VeiligheidNL - april 2014 • Informatie over het enquêteonderzoek Ongevallen en Bewegen in Nederland, het Letsel Informatie Systeem (LIS), de Krantenknipselregistratie en het Continu LIS • Vervolgonderzoek allen van VeiligheidNL is te vinden op www. veiligheid.nl. • Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. https://www.ntvg.nl/ artikelen/preventie-van-letsels-de-paardensport.

HULPVERLENERS MAGAZINE


Brandveiligheid 2.0 Op weg naar nieuwe brandveiligheid Frits Schut De overheid realiseert zich dat het huidige systeem voor brandpreventie aan de grenzen van zijn mogelijkheden zit. In samenwerking met belanghebbenden is een Roadmap uitgewerkt, waarin een systematische basis is gelegd voor onderzoek en borging van brandveiligheidskennis voor de komende decennia. In haar Visie op Brandveiligheid onderkent de overheid dat de tot dusver gehanteerde regelgerichte benadering voor het handhaven van brandveiligheid van de gebouwde omgeving moet komen tot een risicogerichte benadering. De verantwoordelijkheid wordt daarmee uitdrukkelijker op het bordje van de eigenaar van een gebouw gelegd, waarmee men hoopt dat het brandveiligheidsbewustzijn wordt vergroot, de beschikbare middelen effectiever kunnen worden ingezet en dat het leidt tot brandveiligere bouwwerken. Echter, een risicogerichte benadering is een totaal nieuwe insteek voor brandveiligheid. Er is al onderkend dat er in de brandweerwereld sprake is van kennislacunes om regels voor een risicobenadering te ontwikkelen, laat staan deze onder te brengen in wetgeving. Het huidige regime De terugtredende overheid stuurt heel gericht op afslanking van regelgeving en het inrichten van eigen

verantwoordelijkheid van marktpartijen. Het huidige systeem richt zich vooral op het toepassen van regels. Echter, gelijktijdig zien we een grotere keuzevrijheid bij het invullen van gelijkwaardige oplossingen. Daarnaast gaan verwachtingen van snellere responstijden en betere schadeperking steeds duidelijker klinken. En dat terwijl de aanrijtijden de neiging hebben langer te worden en gecontroleerd laten uitbranden gemeengoed is geworden. Daar waar bedrijven zich meer bewust zijn van hun eigen verantwoordelijkheid, komt ook steeds meer discussie op gang over de reikwijdte van de Bedrijfshulpverlening binnen die bedrijven. Volgens het Verbond van Verzekeraars is er een verband tussen de financiĂŤle crisis en het aantal branden. Er wordt minder geĂŻnvesteerd in preventie, de brandweer moet bezuinigen en laat gebouwen vaker gecontroleerd uitbranden. Business Continuity Management is een tool dat in bedrijven steeds beter uitgewerkt wordt, maar op gespannen voet staat met brandbestrijding.

Nr 2 - april 2017

25


26

HULPVERLENERS MAGAZINE


Het huidige Bouwbesluit legt hoge prioriteit bij het redden en ontvluchten, maar rept met geen enkel woord over Business Continuity. Ondanks dat het Bouwbesluit het gelijkwaardigheids­ principe kent voor het vinden en toepassen van alter­ natieve brandveiligheidsoplossingen, vindt het in de praktijk weinig plaats. Een belangrijke factor daarbij is, dat op het niveau van de handhaver en vergunningverlener veelal de kennis ontbreekt om die alternatieve oplossingen te kunnen beoordelen. Men is daarom geneigd vast te houden aan het oude.   Nieuwe brandveiligheid De omzetting van regelgerichte benadering naar risico­ gerichte brandveiligheid eist een omslag en innovatie van het huidige systeem. Er is nieuwe kennis en nieuw onderzoek nodig om een nieuw fundament aan te brengen onder brandveiligheid. Deze nieuwe brandveiligheid vereist een samenwerking tussen overheid, maatschappelijke organisaties en bedrijven, om daarmee oplossingen te vinden die voor alle partijen acceptabel zijn nu en in de toekomst. Brandveiligheid 2.0 wordt benaderd als systeeminnovatie. Het moet een handreiking zijn naar partijen die als doelstelling hebben een keten van veiligheid te creëren in onze leefomgeving. Daarbij wordt onderkend, dat er andere veiligheidsdomeinen zijn, waarvan brandveiligheid een deel vormt of zou moeten vormen. De nieuwe benadering moet betere en veiligere gebouwen en bouwwerken opleveren, onnodige voorschriften vermijden en tot beduidende kostenbesparing leiden: 1. Risicobenadering en doelkwantificering Fire Safety Engineering (FSE) maakt het mogelijk om brand- en vluchtmodellen en gebeurtenissenbomen gecombineerd te gebruiken. Het geeft tevens de mogelijkheid te beoordelen of aan doelen en prestatie-eisen wordt voldaan. 2. Kennisontwikkeling en -overdracht Men onderkent dat kennisontwikkeling op acade­ misch niveau moet plaatsvinden en wil opleidingen inrichten op Universitair niveau, die aansluiting moeten vinden bij andere veiligheidsdomeinen als (proces)veiligheid en security, maar ook aan management en economie. 3. Leren van experimenten en pilot projecten Er moeten innovaties komen voor het hele brandveiligheidssysteem, van beleidsniveau tot competentieniveau. Dat moet tot stand komen

doordat partijen onderling een samenwerking aangaan en daarmee nieuwe mogelijkheden ontdekken en onderzoeken. Baanbrekende professionals geven met experimenten richting aan nieuwe doorbraken. 4. Kosten en risico’s optimaliseren Extra brandveiligheidsmaatregelen in relatie tot vermindering van risico’s is een kostenbaten analyse. Maatschappelijke objecten zoals ziekenhuizen, infrastructuur (bruggen/tunnels), musea, computercentra, hebben bij uitval grote maatschappelijke consequenties. Hier moeten maatschappelijke afwegingen gedaan worden ten aanzien van kosten en risico’s. Kennisagenda Er moet kennis ontwikkeld worden in case studies, experimenten en onderzoek. Er wordt in Nederland nauwelijks wetenschappelijk onderzoek gedaan naar brandveiligheid. Hiervoor zijn meerdere partijen nodig die samen bereid zijn stappen te zetten en dit te financieren. De kennis die daarvoor nodig is komt zowel van MBO, HBO als wetenschappelijk niveau. Essentieel is dat de kennis die verkregen wordt in dit innovatieproces kan worden geborgd via professionele netwerken. Het moet een dynamisch proces worden, dat nieuw onderzoek en nieuwe kennis genereert. Geagendeerde innovatieprojecten Er zijn op dit moment al actuele vraagstukken binnen sectoren die zich lenen om procesmatig te benaderen en als ontwikkeling van kennis kunnen dienen: Brandveiligheid in de zorg Het nemen en aanwijzen van verantwoordelijkheid, aandacht voor minderzelfredzamen en inzet van risicobenadering en doelkwantificering zullen hoofdthema’s voor onderzoek zijn. Optimale brandveiligheid bedrijfsleven Hier zal een kosten-baten analyse moeten worden gedaan of de opeenstapeling van brandveiligheidsmaatregelen wel bijdraagt aan de veiligheidstoename in bedrijfsgebouwen. Innovatietraject brandweer Hoe kan de rol van de brandweer veranderd worden van meer repressief naar meer preventief, met een verschuiving van regeldenken naar risicodenken. Referentie: Roadmap voor resultaat brandveiligheid 2.0. ISBN 978-90-5986-407-8

Nr 2 - april 2017

27


Instant coldpack 1-malig

First Aid Sport Bag gevuld met Sport & Evenementenvulling

Keuze uit pe of non-woven verpakking Bij afname doosje 25 st. prijs p/st.

€ 0,99

Veel extra ruimte om alles overzichtelijk op te bergen. Voorvak is bestemd voor coldpacks

Wondontsmetting voor schaafwonden

€ 14,95

€ 74,95

(incl. BTW € 1,05)

(incl. BTW € 15,85)

(incl. BTW € 79,45)

Medicall Life Support Zorgt voor Veiligheid en Eerste hulp

Hibicet 25 x 15 ml. Ampul

De nieuwe EHBO prijslijst met speciale maandaanbiedingen al ontvangen? Schrijf u in voor de maandelijkse mail met aanbiedingen.

AED systemen - Opleidingen: BHV - Beheerder BMI- Ploegleider BHV - VCA Basis - Instructie Kleine Blusmiddelen - Ademluchtbescherming PBLS - BLS - AED - CCV - EHBO (+Kinder EHBO) Verbandkoffers en Eerste Hulp Tassen - Verbandkoffercontrole op lokatie - Eerste Hulp-BHV artikelen - Beschermingmiddelen - Farmacie - AMBU reanimatiepoppen - Lesmateriaal - Promotieartikelen - Communicatiemiddelen - Etc. Medicall Life Support - Hogedijkseweg 18 - 4041 AW - Kesteren Tel: 0488-484350 - Fax: 0488-484924 E-mail: info@medicalllifesupport.nl - www.medicalllifesupport.nl

Kunt u iedereen evacueren tijdens een noodsituatie? Met de S-CAPEPLUS kiest u voor een evacuatie hulpmiddel dat vrijwel iedereen kan gebruiken.

Zó laat u dus niemand achter in een noodsituatie. Tijdens een calamiteit kan de lift vaak niet gebruikt worden. Een hulpbehoevende zal nu via de trap naar beneden moeten, maar wat als deze persoon dit niet kan vanwege een mobiliteitsbeperking? In zo’n situatie kunt u rekenen op het evacuatiematras S-CAPEPLUS. Honderden organisaties hebben zich, om deze redenen, al voorbereid door de S-CAPEPLUS te installeren. Van scholen tot ziekenhuizen en van bedrijven tot publieke instellingen. BHV’ers zijn keer op keer overtuigd van de snelheid en het comfort van de S-CAPEPLUS. Ze kunnen namelijk allemaal uit de voeten met dit evacuatiematras. Een kind kan de was doen. Een lage instapprijs, geen onderhoudscontract en geen terugkerende trainingen. De S-CAPEPLUS is door één of twee personen te bedienen.

Vragen? Neem contact op met Tetcon of één van de S-CAPEPLUS resellers.

Website: www.s-capeplus.com Email: info@tetcon-ge.com

Honderden organisaties gebruiken dit hulpmiddel bij noodsituaties


Productnieuws Acute Hulp Kind en Omgeving Kinderen, kleuters en peuters vormen een kwetsbare groep. Gelukkig zijn er veel momenten waarin volwassenen een dreigend gevaar onderkennen, maar een ongeluk zit in een klein hoekje. Op 1 januari 2010 is de nieuwe wet Kinderopvang ingegaan. Gastouders en de medewerkers in de kinderopvang zijn volgens deze wet onder meer verplicht een geregistreerd certificaat Eerste Hulp aan Kinderen in hun bezit te hebben. Dit boek sluit aan bij de termen die daartoe door de overheid vastgesteld zijn en kan gebruikt worden om het certificaat Eerste Hulp aan Kinderen te behalen. Behalve veel praktische informatie en handelingen, is er aandacht voor de totale situatie rond de eerstehulpverlening. Foto’s, en illustraties uit het dagelijkse leven, verhogen de toegankelijkheid van de aangeboden stof en maken de tekst begrijpelijk. De nieuwste richtlijnen van de NRR en de eindtermen van Het Oranje Kruis zijn in deze druk verwerkt.

Nu tijdelijk verkrijgbaar: EHBO sportpakket Ideaalzwachtel 6 cm, Ideaalzwachtel 8 cm en coolpack voor in handig meeneem zakje voor € 2,75 www.koninklijke-ehbo.nl

Aan de orde komen: • Ontwikkeling van een kind • Actie in noodgevallen • Kindermishandeling • Bewusteloosheid • Stoornissen in de ademhaling • Verstoring van het bewustzijn en de ademhaling • Bloedingen • Shock • Brandwonden • Vergiftigingen • Bot-, gewrichts- en spierletsels • Ongevallen • Ziektebeelden Acute Hulp Kind en Omgeving, Uitgave NVB Lochem. www.nvb-bhv.nl, ISBN 978-94-90100-30-8, 140 bladzijden. Prijs € 14,95 incl. btw

Nr 2 - april 2017

29


Column

Sport en EHBO; a match made in heaven? Men zegt dat ‘sport moet’ om het eigen lijf in goede conditie te houden. Daarnaast geeft sporten ook ruimte en rust in het hoofd. Dat zeggen (fanatieke) sporters. Er is ook een schaduwzijde. Wie plaatsneemt in de wachtruimte bij de Huisartsenpost van een groot ziekenhuis of bij de Spoedeisende Hulppost, zeker in de weekeinde, ziet dat. Kwetsuren te over. Dat nog los van de sportievelingen die hun inzet beloond zien met een reis met de ambulance naar het ziekenhuis. Ook werkgevers ervaren na elk weekeinde de mindere kanten van de sportieve prestaties van hun werknemers. Veel noodgedwongen ziekmeldingen. Kan de EHBO een positieve bijdrage geven om bij het optreden van blessures de schade te beperken en het herstel te bevorderen? Zeker, maar dat is beginnen aan de achterkant. Wie als EHBO’er bij een wedstrijd heeft gestaan, heeft zich vaak verbaasd over het feit dat sportverenigingen – de goeden niet te na gesproken – niet of nauwelijks beschikken over eigen EHBO’ers. De magische spons met koud water, een spray om de pijn te doven door de verzorger langs de lijn. Veel verder dan dat gaat het vaak niet. En dan heb ik het nog niet gehad over de abominabele staat van een EHBO-koffer. Als die er al is, is die vaak geplunderd en is het materiaal ver over de houdbaarheidsdatum heen. Dat is geen naargeestig sprookje maar de harde realiteit. Het zou bij het bestrijden van sportblessures – die treden onvermijdelijk op, laten we ons niets laten aanpraten – al heel veel verschil maken als zowel de menskracht als het materiaal op peil is. En dan graag ook een AED voorhanden hebben en weten hoe ermee om te gaan. Jaren geleden heeft Het Oranje Kruis al eens gepoogd om in de vorm van een speciale cursus dat in samenwerking met de KNVB te regelen. Een goed initiatief dat helaas een snelle dood is gestorven. Ook andere sportbonden waar fysieke contacten zich voordoen zijn overigens niet beter uitgerust om blessures naar behoren te verzorgen.

30

Er zijn gelukkig positieve uitzonderingen die laten zien dat het ook wel goed kan zijn geregeld. Een voorbeeld is de TT in Assen met een grote en geroutineerde ploeg EHBO’ers. Zeker bij sporten met een serieus risico op hoogenergetisch letsel is de eerstelijnshulpverlening goed geregeld. Dat is ook eigen behoud voor de organisatie zelf. Geen goede hulpverlening, dan volgt er negatieve publiciteit en dan wordt er volgend jaar ook geen vergunning afgegeven door de lokale overheid voor het evenement. Kortom, de lokale overheid kan hier sturend optreden door voorwaarden (goede eerstelijnshulpverlening in de vorm van vrijwillige, goed geoefende EHBO’ers) te stellen en daaraan de hand te houden via een daadwerkelijke controle voorafgaand en tijdens het evenement. Bij dit alles geldt dat afgezien van de pijn en het overige fysieke ongemak, het de maatschappij handen met geld kost als hulp niet snel en deskundig wordt geboden. De uitdrukking het gouden uur heeft in dat opzicht meer dan één betekenis. Bart van Walderveen

HULPVERLENERS MAGAZINE


Colofon www.hulpverlenersmagazine.nl Hulpverleners Magazine geeft infor­matie over alle mogelijke onderwerpen op het gebied van eerste hulp bij ongelukken (EHBO) en bedrijfshulpverlening (BHV). Hulpverleners Magazine verschijnt zes keer per jaar in de maanden februari, april, juni, augustus, oktober en december.

+ -g

-s

Hulpverleners Magazine is een uitgave van de Koninklijke Nederlandse Vereniging EHBO, de Nederlandse Vereniging Bedrijfshulpverlening en de Nederlandse Organisatie Docenten EHBO. Contact KNV-EHBO www.koninklijke-ehbo.nl T. 030 696 99 99 Contact NVB www.nvb-bhv.nl / info@nvb-bhv.nl T. 0573 256 570

-n

-v t+

+ t=k

aa = ee

Contact N.O.D.E. www.ehbodocent.eu T. 0161 223 843 Redactieadres Redactie Hulpverleners Magazine Kwikstaartlaan 28 3704 GS Zeist redactie@hulpverlenersmagazine.nl Redactie Els Knaapen, hoofdredacteur Bob Berkemeier Yvonne Smits - Tuerlings Bart van Walderveen Elly Warmelink Stijl C, eindredactie

Los de rebus op en maak kans op het Bedrijfshulpverlener Basis boek van NVB.

Concept / realisatie / vormgeving Stijl C, Amersfoort, www.stijlc.nl Drukwerk BDU Print, Barneveld Advertenties JN/Media Sales, Deventer www.jnmediasales.nl Abonnementen Abonnementsprijs 2016: € 17,00 Afdelingen: € 14,50 Een abonnement kan op elk gewenst moment ingaan. Na een periode van een jaar wordt uw abonnement automatisch verlengd. Opzeggen kan ten minste een maand voor het verstrijken van de abonnementsperiode. Kijk op www.hulpverlenersmagazine.nl voor meer informatie. ISSN: 2213-3011

Stuur uw oplossing vóór 3 mei 2017 naar: Redactie HM o.v.v. oplossing rebus HM 2-2017 Kwikstaartlaan 28 3704 GS ZEIST of per e-mail: puzzel@hulpverlenersmagazine.nl

Oplossing rebus Hulpverleners Magazine nr 1-2017: De mitella een gouwe ouwe Winnaar rebus nummer 1, 2017 Evert van Straaten uit Eindhoven is de winnaar van de Atlas van het Menselijk Lichaam beschikbaar gesteld door de NODE.


We help you to help...

BHVtotaal Alles voor de bedrijfshulpverlener

www.bhvtotaal.nl

Hm 02 17  
Hm 02 17  
Advertisement