Skip to main content

2026-01 Levend erfgoed in de praktijk

Page 1


Levend erfgoed in de praktijk

Een gids voor werken met verhalen, rituelen en relaties in de wijk

Nicole van Dijk

Levend erfgoed in de praktijk

Een gids voor werken met verhalen, rituelen en relaties in de wijk

Inhoudsopgave

p. 2 Voorwoord

p. 6 Hoofdstuk 1 - Inleiding

p. 8 Hoofdstuk 2 - Visie en onderbouwing

p. 10 Hoofdstuk 3 - Werkwijze en praktijk

p. 18 Hoofdstuk 4 - Kritische vragen en zorgvuldigheid

p. 20 Hoofdstuk 5 - De erfgoedkosmos

p. 22 Hoofdstuk 6 - Doorgeven en verder ontwikkelen

p. 24 Verhalenkaart

p. 26 Dankwoord

Voorwoord

Hoe deze praktijk is ontstaan

In 2024 en 2025 ontving Stichting Wijkcollectie financiële ondersteuning vanuit het Faro-programma, beheerd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed1. De steun was bedoeld voor het project het Reizend LeerCircus, met de afspraak dat we de geleerde lessen zouden delen met het werkveld in de vorm van een toolbox.

Na 2025 ben ik gaan schrijven. Zoals dat gaat, kwam er steeds meer bij en realiseerde ik me dat het Reizend LeerCircus onderdeel is van een bredere aanpak die Wijkcollectie gedurende de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Het ene kan niet los gezien worden van het andere. Vandaar deze praktijkgids, waarin ik beschrijf hoe deze werkwijze zich heeft ontwikkeld en hoe zij zich verder kan ontvouwen.

Ik schrijf dit vanuit mijn ervaring en zienswijze. Als oprichter en directeur ben ik zes jaar lang mét het team verantwoordelijk geweest voor deze werkwijze maar ik zie dat velen daaraan hebben bijgedragen. Immers we werken niet in isolement maar juist samen met vele anderen.

Gaandeweg realiseerde ik mij dat het hier niet alleen gaat om projecten of vormen, maar om een manier van werken waarin zichtbaar wordt hoe mensen zelf, via erfgoed, positie en richting geven aan hun leefomgeving en toekomst.

Deze praktijkgids beschrijft een manier van werken die niet ontstond vanuit een vooraf uitgewerkt plan, maar vanuit een heldere bedoeling. Verhalen worden daarin serieus genomen als erfgoed, omdat ze laten zien wat mensen belangrijk genoeg vinden om door te geven. Zo geven bewoners ook zelf richting aan de toekomst van hun stad.

Nicole van Dijk, oprichter en directeur tot juli 2026

Rond 2012 solliciteerde ik op de functie van projectleider tentoonstellingen bij Museum Rotterdam. Met meer dan zeventig geïnteresseerden leek de kans klein dat ik zou worden gekozen. Na een eerste afwijzing legde ik me daarbij neer. Des te verrassender was het dat ik alsnog werd uitgenodigd voor een gesprek en de dag daarna hoorde dat ik kon beginnen. Ik was dolgelukkig. In de eerste weken liep ik op wolken en voelde ik me opvallend vrij in een omgeving die voor mij volledig nieuw was.

Mijn achtergrond lag in de kunst en antropologie, aangevuld met jaren als zelfstandig ontwerper en maker van boeken. Die combinatie bleek goed aan te sluiten bij wat ik in het museum hoopte te kunnen doen. Tijdens het sollicitatiegesprek had ik al begrepen dat er ruimte was om niet alleen tentoonstellingen te maken, maar ook projecten in en met de stad te ontwikkelen.

Die ruimte was belangrijk. Het museum bood mij niet alleen een functie, maar ook een omgeving waarin experiment mogelijk was. De opdracht om met de stad te werken en de bereidheid om buiten de muren van het museum te kijken, maakten het mogelijk een eigen manier van werken te ontwikkelen.

Binnen het museum ontstond ruimte voor projecten zoals Stad als Muze, waarin we samen met onder anderen Linda Malherbe van Verhalenhuis Belvédère, daadwerkelijk in de wijk een tentoonstellingsruimte opzetten. Zulke projecten lieten zien dat er iets anders mogelijk was: niet alleen mensen naar het museum halen, maar het museum tijdelijk laten ontstaan in de stad.

Gaandeweg verschoof mijn aandacht. Het werken in de wijk werd minder een aanvulling op het museum en steeds meer een eigen praktijk.

Dat werd scherp zichtbaar in een project met Kamen, een Bulgaarse Rotterdammer die met zijn oude Volkswagenbus heen en weer reed tussen Rotterdam en Montana in Bulgarije. Voor hem was het busje een praktisch onderdeel van het dagelijks leven: familie bezoeken, spullen meenemen en verbonden blijven met een andere plek.

Voor mij belichaamde het iets groters: migratie, bewegen tussen werelden en het organiseren van een leven tussen hier en daar. Het leek mij logisch om het busje op te nemen in de museumcollectie. In overleg met het conservatorenteam bleek dat niet haalbaar. Het object was te groot, te alledaags en onvoldoende uitzonderlijk.

Daar werd voor mij een verschil zichtbaar. Waar binnen de klassieke collectie vooral werd gekeken naar zeldzaamheid en materiële waarde, keek ik vooral naar geleefde betekenis.

Ik besloot daarom een sticker op het busje te plakken met daarop Echt Rotterdams Erfgoed en het nummer 0001. Dat was een eenvoudige handeling, maar ook een belangrijk moment. Het busje verdween niet in een depot, maar bleef rijden en verhalen maken. Tegelijk ontstond met die nummering het begin van een andere collectie: niet gebaseerd op obejcten, maar op activiteiten door mensen.

Samen met collega’s van educatie en communicatie, aangevuld met zelfstandigen en studenten van Hogeschool Rotterdam, begonnen we meer plekken in de stad te markeren. We startten op de West-Kruiskade. Het waren geen uitzonderlijke plekken in klassieke zin, maar plekken waar verhalen samenkwamen over migratie, ondernemerschap, armoede en doorzettingsvermogen.

Kamen Echt Rotterdams Erfgoed nr. 0001 | copyright
Salah Kiliç

Tegelijkertijd groeide ook de kritiek. Vanuit meer traditionele hoeken van het erfgoedveld werd gevraagd wat hier eigenlijk erfgoed aan was. Die vraag bleef hangen, juist omdat ik merkte dat het mij niet ging om het object zelf, maar om wat mensen ermee doen en hoe dat handelen betekenis krijgt in de tijd.

In die periode kwam ik voor het eerst in aanraking met het werk van Hannah Arendt. Ik was al langer op zoek naar woorden voor iets wat ik intuïtief ervoer. Arendt maakt onderscheid tussen arbeid, werken en handelen2. Waar arbeid en werk gericht zijn op instandhouding en vormgeving van het bestaan, gaat handelen over het beginnen van iets nieuws in relatie tot anderen. Dat inzicht gaf woorden aan wat ik zag gebeuren. Niet alleen het object zelf was van waarde, maar het handelen van mensen rondom dat object: de keuzes, activiteiten en verhalen die daaruit voortkomen. Vanaf dat moment begon ik erfgoed anders te zien. Niet als iets dat vastligt in een verzameling, maar als iets dat ontstaat in het handelen van mensen en alleen kan blijven bestaan wanneer het wordt gedeeld.

In 2020 veranderde de situatie ingrijpend. Voor Museum Rotterdam waren het onzekere tijden. Door forse bezuinigingen moest het museum sluiten. Veel medewerkers verloren hun baan en de organisatie moest zichzelf opnieuw uitvinden. In diezelfde periode had ik samen met onderzoeksbureau Veldacademie subsidie ontvangen voor een nieuw project: de Wijkcollectie. Het plan stond nog aan het begin, maar sloot aan bij de richting waarin mijn werk zich al langer ontwikkelde. Waar aan de ene kant een institutionele bedding wegviel, ontstond aan de andere kant ruimte om iets nieuws op te bouwen.

Om het project voort te zetten, werd een nieuwe stichting opgericht waarin zowel de Wijkcollectie als het programma Echt Rotterdams Erfgoed kon doorgaan met een klein team. Ik kreeg ruimte om dit op te zetten, beperkte ondersteuning en een startbudget. Het was geen vanzelfsprekende stap, eerder een pragmatische oplossing in een onzekere tijd, maar achteraf gezien een beslissend moment.

Kort daarna brak de coronapandemie uit. Bijeenkomsten werden vrijwel onmogelijk. Daarmee leek het fundament onder het plan weg te vallen. Tegelijk bleek juist het relationele deel van het werk door te kunnen gaan. Want we gingen de wijken in, spraken mensen op straat of aan de deur en zochten naar manieren waarop contact toch kon ontstaan. Al snel ontstonden verhalenwandelingen: kleine groepen die door de wijk liepen langs plekken en verhalen van bewoners. Dat bleek onverwacht goed te werken. Niet alleen omdat er weinig anders mogelijk was, maar ook omdat de vorm precies aansloot bij de methode: aanwezig zijn in de wijk, verhalen vinden op verschillende plekken en mensen op een natuurlijke manier met elkaar in contact brengen.

Stichting Wijkcollectie is niet ontstaan uit een uitgewerkt plan, maar uit een opeenstapeling van keuzes in omstandigheden die zich niet lieten voorspellen. Steeds opnieuw bleek dat wat niet kon, ook ruimte bood voor andere vormen van werken.

Misschien is dat wel de belangrijkste les uit deze periode: dat de manier waarop je werkt niet alleen wordt bepaald door wat je bedenkt, maar juist ook door wat er gebeurt en hoe je daarop reageert.

VerhalenWandeling door Bospolder Tussedijken 2021, Verhalenstop Weggeefwinkel Yess!

Wat zich in deze periode uitkristalliseerde, is de kern van de werkwijze die in deze gids wordt beschreven. Het doel van deze werkwijze is om wat mensen zelf in gang zetten te herkennen en te versterken als erfgoed, zodat zij zich bewuster worden van de betekenis van hun handelen en meer positie krijgen om hun eigen omgeving en toekomst vorm te geven.

Door het erfgoed te benoemen en zichtbaar te maken, verandert niet alleen hoe anderen kijken, maar ook hoe mensen naar zichzelf kijken: zij ervaren dat wat zij doen ertoe doet, krijgen meer vertrouwen en nemen vaker initiatief.

Erfgoed wordt daarmee niet alleen iets wat wordt bewaard, maar iets wat mensen helpt om hun eigen wereld te begrijpen, vorm te geven, door te geven en daarmee richting te geven aan hun toekomst.

Hoofdstuk 1

Inleiding

Erfgoed van de toekomst

In iedere wijk zijn verhalen aanwezig. Verhalen over plekken, mensen, gebeurtenissen en veranderingen die samen de betekenis van een buurt vormen. Vaak blijven deze verhalen onzichtbaar, terwijl ze juist de basis kunnen zijn voor ontmoeting, verbinding en verandering.

Stichting Wijkcollectie richt zich in het bijzonder op verhalen van mensen die iets in beweging zetten. Mensen die iets starten, iets willen verbeteren, reageren op een probleem of simpelweg initiatief nemen om hun omgeving mooier of beter te maken. Wie goed kijkt, ziet dat veel bewoners dat op hun eigen manier doen. In kleine en grote handelingen dragen mensen bij aan hun straat, hun buurt en hun stad en dat wordt in verhalen heel zichtbaar. In wat mensen vandaag doen, wordt zichtbaar wat zij belangrijk vinden om door te geven. Juist daarom zijn deze verhalen van waarde voor de toekomst van de wijk.

Deze praktijkgids laat zien hoe je met die verhalen kunt werken. Niet als vast model, maar als een manier van werken die ontstaat in relatie tot mensen, plekken en situaties. Een werkwijze die meebeweegt, zich aanpast en verder ontwikkeld kan worden in iedere eigen context. De gids is bedoeld voor bewoners, makers, wijkorganisaties, beleidsmakers, musea en culturele instellingen die willen werken vanuit wat er al leeft. Hiervoor heb je geen groot budget of uitgewerkt plan nodig om te beginnen. Wel aandacht, nieuwsgierigheid en de bereidheid om samen te werken.

Rituelen spelen in deze werkwijze een belangrijke rol. Het zijn geen versieringen of ceremonies om de ceremonie, maar bewuste handelingen die zichtbaar maken dat er iets verandert tussen mensen, plekken of verantwoordelijkheden. Een ritueel markeert een overgang en bevestigt die in aanwezigheid van anderen. Daardoor wordt iets wat normaal onzichtbaar blijft herkenbaar, gedeeld en betekenisvol. Dat begint al wanneer iemands verhaal wordt opgenomen als erfgoed in de collectie van de wijk. Die handeling is eenvoudig, maar niet klein. Iemand wordt niet alleen geïnterviewd, maar erkend als drager van betekenis voor de wijk. Ook dat is een ritueel: een overgang van persoonlijk verhaal naar gedeeld erfgoed.

In buurten en steden zijn veel belangrijke overgangen vaak vormloos. Iemand zet zich jarenlang in voor de straat, maar krijgt nooit expliciete erkenning. Bewoners hebben wensen voor hun omgeving, maar die wensen blijven losse ideeën. Mensen ontmoeten elkaar, maar voelen zich nog geen gemeenschap. Rituelen geven juist aan zulke momenten vorm.

Wanneer het verhaal van een bewoner benoemd wordt als erfgoed van de wijk, verandert die persoon symbolisch van gewone inwoner naar drager van betekenis en herinnering. Wanneer iemand een schakel maakt voor het Sieraad van de Wijk en die toevoegt aan het geheel, verandert een individuele bijdrage in verbondenheid met anderen. Wanneer iemand het sieraad mag dragen en een wens voor de wijk kiest, verandert deelname in verantwoordelijkheid. Wanneer bewoners vervolgens samen aan die wens werken, verandert een idee in gedeeld eigenaarschap.

Bospolder Tussendijken nr. 0037

Rituelen maken in deze werkwijze zichtbaar wat ertoe doet. Zij helpen mensen de overgang te maken van toeschouwer naar deelnemer, van individu naar gemeenschap, van verhaal naar erfgoed en van wens naar gezamenlijk handelen. Daardoor gaat het niet alleen om meedoen aan een activiteit. Mensen krijgen tijdelijk een andere rol: als verteller, maker, drager of mede-eigenaar van iets dat groter is dan hun eigen verhaal.

De werkwijze is opgebouwd rond vier samenhangende fasen:

• Verzamelen

• Verbeelden

• Verbinden

• Verankeren

Dit zijn geen losse stappen die elkaar altijd op vaste wijze opvolgen, maar een ritme dat zich steeds opnieuw kan herhalen en verdiepen. In Zuidwijk begon dit bijvoorbeeld met gesprekken aan de deur, daarna werden verhalen verwerkt in een wijktekening en muurschilderingen, vervolgens ontstonden ontmoetingen rond de verhalen en uiteindelijk nam woningcorporatie Hef Wonen elementen over in een boek, theedoek en vervolgactiviteiten.

Na verloop van tijd hoeft niet alles meer opnieuw te worden aangejaagd. Nieuwe verhalen komen voort uit ontmoetingen. Verbeelding leidt tot nieuwe verbindingen. Verbinding roept weer nieuwe verhalen op. De fasen beginnen dan steeds meer in elkaar te grijpen. Tegelijk vraagt het onderhoud. Zoals een tol alleen blijft draaien wanneer hij af en toe opnieuw in beweging wordt gebracht. Vooral het verankeren vraagt discipline, aandacht en continuïteit. Maar wanneer het ritme eenmaal bestaat, kost dat vaak minder inspanning dan in de beginfase.

In deze gids vind je de visie achter deze manier van werken, de werkwijze, voorbeelden uit de praktijk en concrete vormen zoals verhalenwandelingen, het Sieraad van de Wijk, het LeerCircus, wijkkranten en de digitale Verhalenkaart. Het doel van deze werkwijze is niet alleen om verhalen te verzamelen, maar om omstandigheden te creëren waarin mensen zich met elkaar verbinden en gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor hun leefomgeving.

Hoofdstuk 2

Visie en onderbouwing

Erfgoed wordt vaak gezien als iets uit het verleden dat bewaard moet blijven. Een verzameling objecten, verhalen of tradities die we beschermen voor later. In de praktijk van Stichting Wijkcollectie zien we dat anders. Erfgoed is geen eindpunt, maar een start. Het is datgene wat mensen zó waardevol vinden dat zij het willen doorgeven3. Juist daarin kan richting worden gegeven aan de toekomst. Het gaat dus niet alleen over het verleden, maar ook over de keuzes die we vandaag maken. Het kan gaan over een voorwerp, maar net zo goed over een herinnering, een gewoonte, een plek of een verhaal over de straat. Wanneer iemand een verhaal vertelt en anderen dat herkennen en verder vertellen, ontstaat er iets dat blijft circuleren. Zo krijgt erfgoed vorm in het dagelijks leven van mensen.

Dit ontstaat niet in isolement, maar juist in en door ontmoeting. Het krijgt betekenis doordat mensen dat er samen aan geven. Daardoor verandert het ook mee met de tijd, met nieuwe bewoners en met nieuwe omstandigheden.

Binnen deze benadering spreken we van ontwikkelend bewaren. Erfgoed blijft niet hetzelfde zodra mensen ermee gaan werken. Wat wordt doorgegeven, verandert voortdurend van vorm, betekenis en context4. Een verhaal dat eerst aan de deur wordt verteld, kan later terugkomen in een wijkwandeling, daarna in een krant en uiteindelijk op de Verhalenkaart. Binnen deze werkwijze worden verhalen niet alleen verzameld, maar ook verbeeld, gedeeld en opnieuw toegankelijk gemaakt. Kunstenaars, schrijvers, ontwerpers en bewoners vertalen verhalen naar tekeningen, films, wandelingen, wijkkranten, objecten en rituelen. Ontwikkelend bewaren vraagt daarom om een andere

houding: niet beschermen op afstand, maar meebewegen. Niet controleren, maar mogelijk maken. Het vraagt vertrouwen in het vermogen van mensen om zelf betekenis te geven aan hun omgeving.

Rituelen spelen hierin een belangrijke rol. Het zijn bewuste handelingen die zichtbaar maken dat er iets verandert tussen mensen, plekken of verantwoordelijkheden. Een ritueel markeert een overgang en maakt die herkenbaar voor anderen. Zo kan het benoemen van een verhaal als erfgoed een moment zijn waarop iemand niet alleen zijn verhaal deelt, maar ook wordt gezien als drager van betekenis voor de wijk. Door zulke momenten te markeren, wordt zichtbaar wat ertoe doet.

Harde en zacht stad

Deze manier van werken staat niet los van de context waarin zij plaatsvindt. Steden bestaan uit verschillende logica’s die niet altijd vanzelfsprekend samengaan. Aan de ene kant is er de harde stad: systemen, structuren, beleid en procedures die nodig zijn om een stad te organiseren. Aan de andere kant is er de zachte stad: relaties, vertrouwen, aandacht en wederkerigheid. Deze twee bewegen vaak in een verschillend tempo. Waar beleid gericht is op planning en verantwoording, ontstaat gemeenschap in herhaling, ontmoeting en tijd. In de praktijk zien we dat die zachte laag onder druk kan staan. Processen versnellen, systemen worden complexer en bewoners ervaren niet altijd ruimte om zich te verbinden of invloed uit te oefenen.

Tegelijk blijkt juist daar de kracht van deze werkwijze te liggen. Wanneer verhalen worden opgehaald, gedeeld en verbeeld, ontstaat ruimte voor ontmoeting5. Mensen horen wat anderen meemaken en gaan hun wijk daardoor anders zien.

Voor professionals betekent dit vaak een verschuiving van sturen naar luisteren, van uitvoeren naar begeleiden. Voor beleidsmakers ontstaat een andere vorm van kennis: niet alleen cijfers en rapporten, maar ook ervaringen en betekenissen. Wat er dan ontstaat, is iets wat niet altijd direct zichtbaar is, maar wel merkbaar: mensen weten elkaar beter te vinden. Er ontstaan terugkerende momenten waarop verhalen worden gedeeld en ontmoetingen plaatsvinden. Kleine handelingen die zich herhalen en daardoor betekenis krijgen.

Dat noem ik relationele infrastructuur: een netwerk van relaties, gewoontes en ontmoetingen dat blijft bestaan, ook nadat een project is afgerond.6

In Zuidwijk bijvoorbeeld werd voortgebouwd op verhalen die eerder waren opgehaald. Hef Wonen organiseerde nieuwe ontmoetingen, realiseerde een muurschildering en verspreidde een boek en een theedoek waarin bewoners elkaars verhalen konden terugzien. In Spangen werden verhalen via een wijkkrant huis aan huis verspreid, waardoor bewoners opnieuw met elkaar in contact kwamen. Binnen Stichting Wijkcollectie wordt erfgoed daarom niet benaderd als een collectie, maar als een praktijk.7 Een manier van werken waarin verhalen, mensen en plekken voortdurend met elkaar in relatie worden gebracht. Die praktijk beweegt tussen verschillende werelden: tussen bewoners en professionals, tussen informeel en institutioneel, tussen heden, verleden en toekomst.

Radicale zachtheid

Dat vraagt om radicale zachtheid: blijven terugkomen, blijven luisteren en zorgvuldig omgaan met wat mensen delen, ook als het projecttempo iets anders vraagt.8 Radicaal, omdat het volharding en toewijding vraagt. Zachtheid, omdat het begint bij aandacht en erkenning.

Deze visie vraagt om een andere manier van kijken naar erfgoed, maar ook naar de stad. Niet als een verzameling losse projecten, maar als een geheel van relaties en betekenissen. Wat zichtbaar wordt, is dat kleine handelingen grote gevolgen kunnen hebben. Een gesprek kan leiden tot een netwerk. Een verhaal kan uitgroeien tot een ritueel. Een ontmoeting kan het begin zijn van een initiatief. Erfgoed wordt dan niet iets waar je achteraf naar kijkt, maar iets waarmee mensen vandaag kunnen werken.

Hoofdstuk 3

Werkwijze en praktijk

De methode in actie: van verhaal naar ritueel, van ontmoeting naar betekenis

In dit hoofdstuk laten we zien hoe de werkwijze van Stichting Wijkcollectie er in de praktijk uitziet. Niet als abstract model, maar als een aanpak die zich in verschillende wijken heeft ontwikkeld door te doen, te leren en steeds opnieuw bij te sturen.

Sinds 2019 werkte Stichting Wijkcollectie in meer dan twintig wijken in Rotterdam, waaronder Hoek van Holland, het Oude Noorden, Oosterflank, Tarwewijk, Hillesluis, Zuidwijk en Bospolder-Tussendijken. Inmiddels zijn meer dan 400 verhalen verzameld in 26 Rotterdamse wijken. Daarnaast wordt voortgebouwd aan de collectie Echt Rotterdams Erfgoed, met inmiddels 108 deelnemers.

In deze afgelopen zes jaar werden verhalen vertaald naar wandelingen, wijkmusea, films, wijkkranten, diners, manifesten, workshops en andere publieksvormen. Zowel in 2024 en in 2025 organiseerde Wijkcollectie jaarlijks meer dan 70 activiteiten en bereikten we per jaar ruim 22.000 deelnemers en bezoekers. Achter die aantallen schuilt vooral een manier van werken waarin verhalen het beginpunt vormen van ontmoeting, samenwerking en nieuwe betekenis. De werkwijze van Stichting Wijkcollectie wordt sinds 2022 onafhankelijk gemonitord aan de hand van een Theory of Change, ontwikkeld in samenwerking met Veldacademie.9 Jaarlijks wordt door extern onderzoeker De Vragenlijstexpert gemeten welke effecten deelname heeft op trots, ontmoeting, thuisgevoel, eige

naarschap en sociale netwerken. Daardoor kunnen niet alleen activiteiten worden beschreven, maar kan ook de maatschappelijke werking ervan inzichtelijk worden gemaakt.

Gemeenschappen ontstaan niet alleen omdat mensen toevallig bij elkaar wonen of eenzelfde achtergrond hebben. Ze ontstaan ook doordat mensen elkaar vaker zien, iets samen doen, elkaar herkennen en opnieuw terugkomen.10

Binnen deze praktijk krijgen zulke handelingen vorm in kleine en grote rituelen: het serieus nemen van een verhaal, het samen maken van iets nieuws, het publiek delen van ervaringen, het terugkeren naar een plek of het gezamenlijk dragen van verantwoordelijkheid.

De werkwijze is opgebouwd rond vier samenhangende fasen: verzamelen, verbeelden, verbinden en verankeren. Deze fasen vormen geen strak stappenplan. Ze lopen door elkaar heen, keren terug en versterken elkaar. In iedere wijk krijgt de methode een andere vorm, afhankelijk van de mensen, de geschiedenis, de partners en de vragen die er leven.

Fase 1 – Verzamelen

Verzamelen begint niet met een interview, maar met aanwezigheid. Je moet er zijn voordat mensen bereid zijn iets te delen.11 Op straat, in een buurthuis, bij een wijktafel, op een plein, in een portiek of aan de keukentafel. Het doel van deze fase is om vertrouwen op te bouwen en te begrijpen wat er leeft.12 Wie wordt gezien als belangrijk in de wijk? Welke plekken doen ertoe? Welke verhalen worden vaak verteld, en welke juist niet? Wie komt vanzelf naar voren en wie moet actief worden opgezocht? Daarna volgen de verhalen vanzelf.

Voor deze fase zijn mensen nodig die goed kunnen luisteren, relaties kunnen leggen en

zorgvuldig kunnen vastleggen. Het gaat om gespreksvoerders, buurtverbinders, schrijvers, fotografen, makers en coördinatoren die zorgen dat afspraken worden nagekomen en contact behouden blijft. Bij Wijkcollectie worden de verschillende rollen door een klein hecht projectteam uitgevoerd.

Na het eerste contact worden vaak dezelfde zorgvuldige stappen gezet. Er wordt een afspraak gemaakt, een gesprek gevoerd en een portretfoto gemaakt. De verteller gaat op de foto met een Wijkcollectie-bordje waarop een nummer kan worden ingevuld als teken dat het verhaal onderdeel wordt van het wijkerfgoed. Vervolgens wordt het verhaal uitgewerkt in tekst of audio en opnieuw voorgelegd aan de verteller. Na herkenning en goedkeuring wordt het verhaal opgenomen in de Wijkcollectie van de desbetreffende wijk.

In Zuidwijk, de Horstenbuurt werd zichtbaar hoeveel tijd het kost voordat bewoners werkelijk gaan vertellen. Gesprekken begonnen soms met een eenvoudige vraag: wie ben jij en waar zijn we? Uiteindelijke werden tachtig verhalen verzameld in samenwerking met woningcorporatie Hef Wonen. De opgehaalde verhalen vormden de basis voor een boek, een grote wijktekening, twee wijkterrassen en twee muurschilderingen. Daarmee werd verzamelen direct verbonden aan verbeelden en verbinden.

Niet iedereen deed meteen open. Sommige bewoners waren terughoudend of hadden eerder meegemaakt dat er projecten kwamen en weer verdwenen en wilden om die reden niet meedoen. Ook bestond het risico dat vooral mondige of al actieve bewoners zichtbaar werden. Daarom werd gewerkt met herhaling en geduld. We kwamen terug, meerdere keren. Verhalen werden later voorgelegd aan bewoners zodat zij konden aanvullen, corrigeren of alsnog besluiten iets niet te delen. Daardoor werd het verhaal geen extractie, maar een gezamenlijk proces.

Wat hieruit bleek, is dat vertrouwen vaak langzamer groeit dan een projectplanning. Maar juist die traagheid bepaalt de kwaliteit van het verhaal. In Hoek van Holland werkte Wijkcollectie aan de Straatverhalen. Straat voor straat werden verhalen verzameld over het dagelijks leven in de straat, herinneringen, veranderingen en ontmoetingen. In 2025 resulteerde dit in 62 Hoekse Straatverhalen, 10 pannenkoekenterrassen als vorm om elkaar te ontmoeten en verhalen te delen, 8 workshops, 3 straatverhalenfeesten, 3 publicaties en 388 deelnemers. De kracht van dit project lag in de schaal omvang. Niet één groot verhaal over Hoek van Holland, maar veel kleine verhalen naast elkaar. Daardoor ontstond een gelaagd beeld waarin bewoners hun eigen straat, buren en herinneringen herkenden.

Aanvankelijk kwamen vooral bewoners naar voren die al actief waren of al lang in het dorp woonden. Daardoor dreigde het project te nostalgisch te worden. Door actief op zoek te gaan naar jongere bewoners, nieuwe inwoners en minder vanzelfsprekende stemmen werd het beeld rijker en evenwichtiger.

Verzamelen

Rollen: gespreksvoerders, buurtverbinders, schrijvers, fotografen, makers, lokale sleutelfiguren en coördinatoren.

Impact: vertrouwen, bereik van minder zichtbare bewoners, zicht op informele netwerken, een verhalenbasis voor vervolgprojecten en erkenning van bewonerservaring als kennis.

Opbrengst in percentages: verhalen verzamelen loopt vaak direct over in ontmoeting en verbeelding. Wel blijkt uit de impactmetingen dat deelnemers in 2025 door deelname vaker met onbekenden spraken (76%), na bijeenkomsten meer mensen herkenden in de wijk (70%) en positiever gingen denken over buurtbewoners (51%). Dat laat zien dat het verzamelen vaak al ontmoeting en herkenning op gang brengt.

Aantallen deelnemers: meer dan 400 verhalen in 26 Rotterdamse wijken.

Fase 2 – Verbeelden

Wanneer verhalen eenmaal gedeeld zijn, ontstaat vaak de behoefte om deze zichtbaar te maken. Dat kan in tekst, beeld, film, theater, een wijktekening, een museumbox of een installatie.

Verbeelden is niet hetzelfde als illustreren. Het is een manier om beter te begrijpen wat een verhaal betekent. Door samen te maken, gaan bewoners anders kijken naar hun eigen verhaal en naar dat van anderen.

Deze fase vraagt makers: kunstenaars, schrijvers, fotografen, theatermakers, filmmakers, vormgevers en bewoners als mede-makers. Daarnaast is productie nodig: mensen die planning, materialen, locaties en samenwerking mogelijk maken.

Wijktekening

In Bospolder-Tussendijken werd gewerkt aan een wijktekening waarin verhalen, plekken en lokale trots samenkwamen. De wijk werd niet van buitenaf weergegeven als beleidsgebied, maar vanuit ervaringen van bewoners. Bij zo’n tekening bestaat altijd het risico dat vooral bekende of mooie plekken zichtbaar worden.

Daarom werden juist ook gewone straten, verborgen plekken, kleine ontmoetingen en onverwachte details opgenomen. Bewoners herkennen zichzelf vaak niet in het grote gebaar, maar juist in kleine precieze elementen. De wijktekening werd daardoor meer dan een beeld. Ze werd een gespreksstarter en een gedeeld geheugen van de wijk.

Film

Coolhaven the Movie onderzocht hoe film kan functioneren als wijkerfgoed. Bewoners werkten samen aan een wijkfilm waarin hun verhalen en perspectieven samenkwamen. Het maakproces, samen bedenken, spelen, filmen en presenteren, was minstens zo belangrijk als het eindresultaat. Het project dat in 2025 werd uitgevoerd bestond uit 8 workshops, 12 filmdagen, 1 première, 655 deelnemers en bezoekers en meer dan 2.000 views op YouTube.

Bij participatieve filmprojecten bestaat het risico dat techniek en kwaliteitseisen het proces overnemen. Dan worden bewoners figuranten in plaats van mede-maker. Daarom bleef eigenaarschap centraal staan. Bewoners dachten mee over scènes, plekken, personages en toon. De film gaf bewoners een andere positie. Zij waren niet onderwerp van beeldvorming, maar maker van een gezamenlijk verhaal. De première en vertoningen zorgden voor herkenning, trots en gesprek.

Theater

Het Reizend LeerCircus is een tijdelijke erfgoedplek in de wijk. In verschillende buurten werkten bewoners en kunstenaars samen aan tentoonstellingen, voorstellingen, verhalenkaarten, manifesten en workshops. In 2024 streek het Reizend LeerCircus neer in Hoek van Holland, het Oude Noorden en Oosterflank. Dat jaar ging het om 3 LeerCircussen met 15 voorstellingen, 34 workshops, circa 9.000

bezoekers, 3 wijkkranten met een gezamenlijke verspreiding van 14.000 exemplaren en 3 manifesten opgesteld in samenwerking met bewoners.

Het LeerCircus laat zien hoeveel energie vrijkomt wanneer maken en ontmoeten samenkomen. Tegelijk is het een vorm die gemakkelijk te vol kan worden. Wanneer alles tegelijk moet gebeuren, komt de ontmoeting onder druk te staan. Daarom werd geleerd scherper te kiezen: minder programma tegelijk, meer aandacht voor sfeer, begeleiding en ruimte om te blijven hangen. Een warme en veilige setting bleek belangrijker dan een overvolle agenda.

Verbeelden

Rollen: kunstenaars, schrijvers, filmmakers, theatermakers, fotografen, vormgevers, producenten, bewoners als mede-makers en mensen die materiaal, planning en locaties organiseren.

Impact: trots, zichtbaarheid, talentontwikkeling, nieuwe beeldvorming, mede-eigenaarschap en herkenning van bewoners in een gedeeld beeld of kunstvorm.

Opbrengst in percentages: in 2024 voelde 54% tot 75% zich trotser op de wijk. In 2025 bevestigt dit beeld zich opnieuw: 71% voelde zich trotser op de wijk en 65% voelde zich meer thuis in de wijk. Daarmee maakt verbeelding zaken zichtbaar en versterkt ze de identiteit..

Aantallen deelnemers: onder meer 9.000 bezoekers bij het LeerCircus en de voorstellingen in 2024, 34 workshops en 15 voorstellingen in datzelfde jaar, en bij Coolhaven the Movie 8 workshops, 12 filmdagen, 1 première, 655 deelnemers en bezoekers en meer dan 2.000 views op YouTube.

Fase 3 – Verbinden

In deze fase komen verhalen en verbeelding samen in gedeelde momenten. Wat eerst persoonlijk was, wordt iets waar anderen zich toe kunnen verhouden.

Dat gebeurt in verhalencafés, verhalenwandelingen, diners, filmvertoningen, wijkterrassen, tentoonstellingen en publieke presentaties. De vorm verschilt steeds, maar de beweging is hetzelfde: mensen ontmoeten elkaar via verhalen.

Voor deze fase zijn gastheren en gastvrouwen nodig, gespreksleiders, producenten, vrijwilligers, mensen voor ontvangst en catering, en vaak technici of makers die zorgen dat de activiteiten goed verlopen.

De verhalenwandelingen zijn mede ontstaan doordat bijeenkomsten tijdens corona niet op de gebruikelijke manier konden doorgaan. In plaats van mensen samen te brengen in één ruimte, liepen deelnemers door de wijk langs plekken waar bewoners hun verhaal vertelden. De wandeling bleek een sterke vorm voor ontmoeting omdat deze onderweg ontstaat. Mensen lopen samen, kijken samen en raken makkelijker met elkaar in gesprek dan in een formele zaal.

Aanvankelijk hadden sommige wandelingen te veel deelnemers of een te vol programma. Daardoor bleef weinig ruimte over voor gesprek. Door kleinere groepen te maken en meer rustpunten in te bouwen werd de kwaliteit beter. Sommige deelnemers liepen later opnieuw mee of werden zelf verteller. Zo groeide een publiek langzaam uit tot mede-drager van de vorm.

Het LeerCircus buurtdiner en het verhalencafé werken vanuit dezelfde gedachte. Verhalen worden sterker wanneer ze gedeeld worden in een gastvrije omgeving. Eten, koffie, muziek of een gezamenlijke tafel verlagen de drempel. Mensen hoeven niet direct deel te nemen aan een project, maar kunnen eerst gewoon aanschuiven.

Daarbij bleek dat ontmoeting niet vanzelf ontstaat. Mensen blijven vaak zitten bij wie zij al kennen. Daarom werd meer aandacht besteed aan hosting: mensen voorstellen, tafels mengen, een gezamenlijke start organiseren en zorgen dat niemand alleen blijft.

Volgens evaluaties werden deze bijeenkomsten ervaren als verbindend en laagdrempelig. Veel bezoekers ontdekten niet alleen nieuwe verhalen, maar ook nieuwe mensen achter die verhalen.

Bij wijkfilms zoals Tarwewijk the Movie en Coolhaven the Movie werd ook de vertoning zelf een collectief moment. Bewoners zagen zichzelf, hun buren en hun wijk terug op het grote doek. Een vertoning kan gemakkelijk alleen een eindpresentatie zijn. Daarom werden gesprekken, vervolguitnodigingen en nieuwe ontmoetingen toegevoegd. Zo werd de film niet alleen een product, maar een aanleiding voor nieuwe relaties.

Verbinden

Rollen: hosts, gastheren en gastvrouwen, gespreksleiders, producenten, vrijwilligers, cateraars, technici, programmamakers en mensen die actief verbinding leggen tussen deelnemers.

Impact: ontmoeting, overbruggende contacten, sociale cohesie, thuisgevoel, herkenning van mensen en plekken en versterking van bestaande en nieuwe netwerken.

Opbrengst in percentages: in 2024 gaf 60% tot 74% aan nieuwe mensen te hebben leren kennen en voelde 57% tot 82% zich meer verbonden met de wijk. In 2025 sprak 76% met mensen die zij nog niet kenden en voelde 65% zich meer thuis in de wijk. Dat bevestigt dat gedeelde activiteiten en ontmoetingsvormen leiden tot nieuwe relaties en versterkt thuisgevoel.

Aantallen deelnemers: onder meer 77 activiteiten met circa 28.060 deelnemers en bezoekers in 2024; in 2025 waren er bij de 2 LeerCircussen 4.167 deelnemers en bezoekers, naast 2 verhalenwandelingen en 6 verhalencafés en buurtdiners.

Fase 4 – Verankeren

Wat in een project ontstaat, moet kunnen blijven circuleren. Anders verdwijnt de energie zodra de activiteit stopt. Verankeren betekent dat verhalen, beelden, objecten, rollen en rituelen een plek krijgen waar ze opnieuw gebruikt kunnen worden.

Dat kan via een digitale kaart, een wijkkrant, een wijkmuseum, een terugkerende wandeling, een jaarlijks ritueel of een groep bewoners die zelfstandig verdergaat.

Voor deze fase zijn andere rollen nodig: mensen die relaties onderhouden, communicatie verzorgen, digitaal beheer doen, lokale trekkers ondersteunen en partnerschappen levend houden.

verscheen de WijkcollectieKrant Kralingseveer met een oplage van 1.000 en de WijkKrant Oosterflank met een oplage van 4.000; in 2024 werden bij het Reizend LeerCircus 3 wijkkranten verspreid met een gezamenlijke oplage van 14.000.

Het WijkMuseum is ontstaan als mobiele vorm waarin bewoners zelf museumdirecteur worden van hun eigen verhaal. Tentoonstellingsboxen reizen door de wijk en staan ook op grotere podia. Het succes zit niet alleen in de presentatie, maar in de rolwisseling. Bewoners worden niet alleen deelnemer, maar beheerder, verteller en vertegenwoordiger van hun eigen geschiedenis.

De digitale verhalenkaart brengt verhalen uit verschillende wijken samen in één structuur. Daarmee ontstaat niet alleen een archief, maar ook een netwerk waarin verbanden zichtbaar worden. Het risico van digitale platforms is dat zij stilvallen. Daarom wordt de kaart gekoppeld aan nieuwe projecten, wandelingen, tentoon stellingen en wijkactiviteiten. Een digitaal geheugen leeft alleen wanneer het gebruikt blijft worden.

Wijkkranten vormen een fysieke manier van verankeren. Verhalen komen letterlijk achter de voordeur terecht en bereiken ook bewoners die niet naar bijeenkomsten komen of online minder actief zijn. Wanneer een krant alleen door professionals wordt gemaakt, blijft afstand bestaan. Daarom worden bewoners betrokken als reporter, interviewer, meelezer en nog op vele andere manieren. Zo wordt de krant ook een participatief medium. In 2023

Het Sieraad van de Wijk is een groeiend object en ritueel waarin bewoners hun betrokkenheid toevoegen. Het werkt als tastbare drager van verhalen, wensen en verbondenheid. Bij zulke symbolische vormen bestaat het risico dat zij decor worden. Daarom werd steeds opnieuw betekenis toegevoegd via rituelen, verhalen en gezamenlijke momenten. Symbolen leven alleen wanneer mensen zich erin blijven herkennen.

Verankeren

Rollen: coördinatoren, redacteuren, digitale beheerders, communicatiekrachten, lokale trekkers, bewoners die rollen overnemen, partners in wijk of gemeente en mensen die het materiaal blijven activeren.

Impact: continuïteit, blijvende zichtbaarheid, lokaal eigenaarschap, overdraagbaarheid, hergebruik van verhalen en het ontstaan van duurzame relationele infrastructuur.

Opbrengst in percentages: in 2024 gaf 66% tot 69% aan iets of meer voor de wijk te willen doen. In 2025 wilde 51% actief iets doen voor de wijk en nog eens 31% misschien. Dat betekent dat ruim vier op de vijf deelnemers openstaan voor vervolg engagement of lokaal initiatief.

Aantallen deelnemers: onder meer 14.000 verspreide wijkkranten in 2024, 4.000 bezoekers bij WijkMuseum BoTu in 2025, 7.233 bezoekers bij WijkMuseum Grounds in 2025 en 6.206 deelnemers en bezoekers bij het project Duurzame Verhalen in 2025.

Van fasen naar ritme

In de praktijk volgen deze fasen elkaar niet lineair op. Een verhaal kan leiden tot een wijktekening. Een wijktekening kan leiden tot een gesprek. Een gesprek kan leiden tot een wandeling. Een wandeling kan leiden tot een wijkkrant. Een wijkkrant kan weer nieuwe verhalen oproepen. Zo grijpen de fasen steeds meer in elkaar. Wat eerst georganiseerd moest worden, gaat zich geleidelijk deels zelf dragen.

Dat betekent niet dat het vanzelf gaat. Verankering vraagt onderhoud, discipline en mensen die blijven terugkomen. Maar wanneer het ritme eenmaal bestaat, kost het minder energie dan steeds opnieuw beginnen. Door zo te werken kan een project langer doorwerken dan de activiteit zelf. Soms blijven mensen elkaar zien. Soms wordt een verhaal opnieuw gebruikt. Soms ontstaat er een nieuw initiatief. Niet altijd, maar vaak genoeg om serieus te nemen.

De kern van deze praktijk is niet dat er activiteiten worden georganiseerd, maar dat er omstandigheden ontstaan waarin verhalen kunnen blijven circuleren tussen mensen, plekken en generaties.

Bewoners uit Spangen maken samen het Sieraad van de wijk

Hoofdstuk 4

Kritische vragen en zorgvuldigheid

Werken met verhalen van bewoners roept terecht ook kritische vragen op. Wanneer wordt een verhaal gedeeld, en wanneer gebruikt? Wie bepaalt wat erfgoed is? En draagt deze werkwijze werkelijk bij aan het versterken van bewoners en gemeenschappen, of komt het vooral ten goede aan organisaties die werken met deze verhalen? Zulke vragen horen niet buiten deze praktijk, maar er middenin.

Een eerste risico is toe-eigening. Wanneer een organisatie verhalen verzamelt en presenteert, kan het lijken alsof die verhalen van de organisatie worden. Binnen de werkwijze van Stichting Wijkcollectie blijft een verhaal verbonden aan de verteller en de gemeenschap waaruit het voortkomt. Verhalen worden daarom waar mogelijk teruggekoppeld, voorgelegd en samen ontwikkeld. De bedoeling is niet om verhalen over te nemen, maar om ruimte te maken waarin zij gedeeld en doorgegeven kunnen worden.

Een tweede risico is eenrichtingsverkeer. Bewoners kennen veel projecten waarbij informatie wordt opgehaald en professionals daarna weer vertrekken.13 In zulke situaties blijven verhalen achter als materiaal, terwijl de relatie ontbreekt. Binnen deze werkwijze ligt de nadruk daarom niet op het verzamelen van verhalen als doel op zich, maar op het creëren van platforms waarin verhalen en vertellers zichtbaar blijven en elkaar kunnen ontmoeten.

Een derde risico is ongelijke zeggenschap. Wanneer professionals bepalen wat waardevol is, hoe verhalen worden verteld of hoe bewoners zichtbaar worden, ontstaat een scheve verhouding. Bewoners leveren dan inhoud,

maar hebben te weinig invloed op betekenis en gebruik. Binnen de werkwijze van Stichting Wijkcollectie moet zeggenschap daarom zoveel mogelijk gedeeld worden: door terugkoppeling, keuzevrijheid, mede-vormgeving en ruimte om nee te zeggen of het helemaal anders te willen.

Ook de vraag ‘is dit wel erfgoed?’ is begrijpelijk. Niet ieder verhaal is automatisch erfgoed. Een eenmalige herinnering blijft soms gewoon een herinnering. In deze gids gaat het daarom niet alleen om verhalen als inhoud, maar om de praktijk van vertellen, delen, verbeelden en doorgeven. Wanneer verhalen betekenis krijgen voor meerdere mensen en blijven circuleren tussen generaties, plekken of gemeenschappen, kunnen zij uitgroeien tot levend erfgoed.

Met name in een wijk ontstaat erfgoed vaak niet door één afzonderlijk verhaal, maar door het geheel van verhalen samen. Verhalen over straten, bewoners, werk, migratie, zorg, conflict, feestdagen, verdwenen plekken en nieuwe initiatieven vormen gezamenlijk een gelaagd beeld van wat een buurt is en hoe zij verandert. Juist in die samenhang ontstaat nieuw wijkerfgoed: een gedeeld geheugen dat niet vastligt in één object of canon, maar leeft in vele stemmen, perspectieven en ervaringen.

Tot slot kan deze manier van werken soms ingewikkelder klinken dan zij is. Begrippen als rituelen, relationele infrastructuur of radicale zachtheid zijn alleen zinvol wanneer zij helpen om concrete processen te begrijpen: hoe vertrouwen groeit, hoe mensen elkaar leren kennen en hoe kleine ontmoetingen later grotere gevolgen kunnen hebben. Zodra taal belangrijker wordt dan de praktijk, schiet zij haar doel voorbij.

Om zicht te krijgen op de effecten van deze werkwijze laat Wijkcollectie sinds 2022 impactonderzoek uitvoeren door een zelfstandig onderzoeker, op basis van een samen met Veldacademie ontwikkelde Theory of Change. Daarmee wordt geprobeerd om niet alleen activiteiten te tellen, maar ook veranderingen zichtbaar te maken op het gebied van ontmoeting, trots, eigenaarschap, samenwerking en betrokkenheid.

Ook impactonderzoek vraagt echter om nuance. Veel effecten binnen deze praktijk gaan over vertrouwen, verbondenheid en sociale dynamiek, en zijn niet eenvoudig exact meetbaar. Bovendien vindt onderzoek vaak plaats tijdens of kort na trajecten, waardoor vooral directe ervaringen zichtbaar worden. Resultaten moeten daarom niet gelezen worden als absolute

waarheid, maar als serieuze aanwijzingen over wat deelnemers ervaren en wat in beweging komt. Het combineren van cijfers, verhalen, observaties en het volgen op lange termijn blijft daarbij belangrijk.

Deze werkwijze vraagt daarom om voortdurende zelfkritiek. Wordt er echt geluisterd? Keren verhalen terug naar bewoners? Hebben mensen invloed op hoe zij zichtbaar worden? En draagt het werk werkelijk bij aan verbinding, erkenning en eigenaarschap? Alleen wanneer die vragen steeds opnieuw worden gesteld, blijft deze praktijk geloofwaardig en zorgvuldig.

Hoofdstuk 5

De erfgoedkosmos

Wat blijft als het project stopt

Wat gebeurt er wanneer een project eindigt? Vaak verdwijnt dan ook wat er tijdelijk is opgebouwd. Bijeenkomsten stoppen, de aandacht verschuift en de energie zakt weg. Op het eerste gezicht is dat wat overblijft herinneringen, losse contacten, een map met documentatie, soms nog een aantal kunstwerken én een vastgelegde collectie verhalen.

Er blijft echt ook iets anders achter. Mensen groeten elkaar anders dan voorheen. Iemand stapt opnieuw binnen bij een buurthuis.

Een verhaal dat ooit voorzichtig werd verteld, duikt later ergens anders weer op. Een wandeling wordt opnieuw gelopen. Een object krijgt een plek in huis of in de wijk. Men herkent elkaar van gezicht en voelt zich vertrouwder in de wijk.

Wat een eenmalige activiteit leek, blijkt sporen na te laten in het dagelijks leven. Daarmee wordt zichtbaar dat er iets anders is ontstaan dan een project. Niet iets dat strak georganiseerd is, maar een samenhang van verhalen, relaties, gewoontes en betekenissen die met elkaar verbonden raken. Die samenhang is moeilijk precies vast te pakken. Ik gebruik daarvoor het woord erfgoedkosmos. Uitdijend en voortdurend in ontwikkeling.

Radicale zachtheid

Deze manier van werken vraagt om aandacht voor wat zich langzaam ontvouwt. Om tijd, om aanwezigheid, om het vermogen om niet alles direct vast te willen leggen, om ruimte voor wat nog niet af is. Dat vraagt om radicale zachtheid. Niet zacht omdat het vrijblijvend is, maar omdat het begint bij luisteren, vertrouwen en zorg. Radicaal omdat het vasthoudend is ondanks alles, omdat het tegen veel projectlogica ingaat: niet versnellen, niet forceren, niet meteen opbrengst eisen.

Wie zo werkt, maakt niet alleen activiteiten mogelijk, maar helpt bouwen aan een onderlaag van verbondenheid waarop een wijk verder kan leven. Mensen weten elkaar sneller te vinden. Verhalen verdwijnen minder snel. Nieuwe bewoners kunnen gemakkelijker aansluiting vinden. Initiatieven krijgen meer kans om door te groeien. Wat ontstaat is niet altijd direct zichtbaar in cijfers of rapportages, maar wel voelbaar in het dagelijks leven.

Een andere kijk op resultaat

Veel projecten worden beoordeeld op aantallen deelnemers, looptijd of directe output. Dat is begrijpelijk, maar niet volledig.14 De werkelijke opbrengst zit soms in iets anders:

een nieuw vertrouwen tussen bewoners een ontmoeting die later samenwerking wordt een verhaal dat iemand anders inspireert een ritueel dat jaarlijks terugkeert een plek die opnieuw betekenis krijgt

Wie alleen kijkt naar directe resultaten, mist vaak wat langzaam groeit. Juist dat langzaam groeiende geheel vormt de duurzame waarde van deze praktijk.

Team van Stichting Wijkcollectie in gesprek met bewoners (desnoods via het raam) om contact te maken en vertrouwen op te bouwen.

Hoofdstuk 6

Doorgeven en verder ontwikkelen

De Verhalenkaart als overdraagbare vorm

Een van de vormen waarin deze werkwijze overdraagbaar is, is de online Verhalenkaart. In deze kaart worden verhalen verbonden aan plekken in de wijk, de stad of het dorp. Wat eerder vooral leefde in gesprekken, ontmoetingen en tijdelijke projecten, krijgt daarmee ook een duurzamere plek.

De Verhalenkaart maakt het mogelijk om verhalen niet alleen digitaal vast te leggen, maar ook toegankelijk te maken voor anderen via een app, QR-codes in de wijk en toegepaste filters. Tegelijk is de kaart meer dan een archief. Het is een werkend instrument dat uitnodigt tot gebruik en hergebruik.

Verhalen blijven verbonden aan locatie, kunnen opnieuw worden gelezen of gehoord en vormen materiaal voor nieuwe wandelingen, lessen, kunstprojecten en ontmoetingen. Bewoners kunnen zien welke herinneringen, ervaringen en verhalen verbonden zijn aan hun omgeving. Nieuwe bewoners kunnen kennismaken met de gelaagdheid van een plek. Professionals kunnen beter begrijpen wat ergens leeft. Bezoekers kunnen een wijk leren kennen vanuit het perspectief van de mensen die er wonen.

De kaart is dus niet alleen bedoeld om verhalen te bewaren. Ze maakt het mogelijk om verhalen opnieuw in beweging te brengen. Een verhaal dat gelezen of gehoord wordt, kan aanleiding zijn voor gesprek. Een gedeelde herinnering kan herkenning oproepen. Een plek krijgt nieuwe betekenis wanneer zichtbaar wordt wat zich daar heeft afgespeeld of nog steeds afspeelt.

De Verhalenkaart laat zien dat erfgoed niet alleen besloten ligt in gebouwen of collecties, maar ook in het dagelijks leven van mensen en in de betekenis die zij aan hun omgeving en activiteiten geven.

Wat wordt doorgegeven

Toch zit de overdraagbaarheid van deze werkwijze niet alleen in een instrument zoals de Verhalenkaart. Wat wordt doorgegeven, is vooral een manier van werken. Een manier van kijken, luisteren en handelen waarin verhalen het vertrekpunt vormen voor ontmoeting, verbeelding en verbinding.15

Het gaat om het herkennen van betekenis in wat mensen doen. Om het serieus nemen van alledaagse ervaringen. Om het creëren van situaties waarin mensen niet alleen hun verhaal delen, maar ook onderdeel worden van iets dat groter is dan henzelf.

Deze werkwijze vraagt geen vast format, maar een houding: aandacht, nabijheid en de bereidheid om samen te werken en verantwoordelijkheid te delen. Juist daardoor kan zij zich aanpassen aan verschillende contexten en blijven ontwikkelen.

Een volgende stap

Nu ik afscheid neem van Stichting Wijkcollectie zie ik ook hoe deze werkwijze verder kan groeien. In Rotterdam ligt een stevige basis waarop collega’s kunnen voortbouwen. De verhalenpraktijk, de digitale infrastructuur en de opgebouwde netwerken bieden ruimte voor nieuwe stappen.

De uitdaging ligt niet alleen in het voortzetten van wat er is, maar ook in het verdiepen ervan. Hoe kunnen verhalen nog sterker verbonden worden aan handelen? Hoe kunnen bewoners nog meer eigenaarschap ervaren? En hoe kunnen deze praktijken doorwerken in beleid, onderwijs en culturele instellingen?

Uitnodiging aan anderen

Wie met deze manier van werken aan de slag wil, wordt uitgenodigd om daarop verder te bouwen in de eigen wijk, stad of organisatie.

Deze praktijk vraagt geen kopie, maar vertaling naar de eigen context. Overal zijn andere verhalen, andere verhoudingen en andere mogelijkheden. Juist daarom moet deze werkwijze steeds opnieuw lokaal vorm krijgen.

Voor organisaties of initiatieven die behoefte hebben aan concrete draaiboeken, stappenplannen, formats of begeleiding bij de toepassing van deze werkwijze, is ondersteuning mogelijk via Stichting Wijkcollectie.

Zo kan wat in de praktijk is ontwikkeld, ook op andere plekken verder groeien.

Een verhaal blijft niet vanzelf bestaan. Iemand moet het vertellen, iemand moet luisteren, en iemand moet het later opnieuw kunnen gebruiken. Pas dan wordt het meer dan een herinnering. Dan kan het erfgoed worden. En wanneer gemeenschappen daarop verder bouwen, kunnen verhalen bijdragen aan een veerkrachtige stad. Daarvoor zijn bewoners nodig, maar ook musea, gemeenten en organisaties die ruimte maken om deze verhalen te blijven delen.

Eindnoten

1 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Faroprogramma.

2 Hannah Arendt, The Human Condition, 1958. In het Nederlands verschenen als Vita activa.

3 UNESCO, Convention for the Safeguarding of the Intangible Cultural Heritage, 2003.

4 Rodney Harrison, Heritage: Critical Approaches, Routledge, 2013.

5 X. Zabulis e.a., A Critical Review of the Function of Intangible Cultural Heritage, 2025.

6 Mariël van Pelt, Marcel Spierts en Peter Rensen, Wat werkt bij samenlevingsopbouw? Dossier, Movisie, 2024.

7 Laurajane Smith, Uses of Heritage, Routledge, 2006.

8 Movisie, Wat werkt bij samenlevingsopbouw? In het kort, 2024.

9 Movisie, Wat werkt bij samenlevingsopbouw? In het kort, 2024.

10 Mariël van Pelt, Marcel Spierts en Peter Rensen, Wat werkt bij samenlevingsopbouw? Dossier, Movisie, 2024.

11 Stichting Wijkcollectie, Evaluatie & Impactmeting 2025, p. 20.

12 Movisie, De terugkeer van de samenlevingsopbouw, 2021.

13 Movisie, De sociale basis versterken, investeren in de toekomst, 2024.

14 Mariël van Pelt, Marcel Spierts en Peter Rensen, Wat werkt bij samenlevingsopbouw? Dossier, Movisie, 2024.

15 Movisie, De terugkeer van de samenlevingsopbouw, 2021

Dankwoord

Deze praktijkgids had nooit kunnen ontstaan zonder alle Rotterdammers die de afgelopen jaren zo enthousiast met Stichting Wijkcollectie hebben meegewerkt. In de afgelopen zes jaar ben ik op zoveel plekken met open armen ontvangen. In buurthuizen, op pleinen, in speeltuinen, scholen, straten, parken en huiskamers ontmoette ik telkens opnieuw mensen die bereid waren hun verhalen, herinneringen, twijfels, ideeën en dromen te delen.

Ik moet vaak terugdenken aan het moment waarop wij met het Reizend LeerCircus naar Lombardijen kwamen. Ik wist vooraf niet wat het Reizend LeerCircus in het stille park van Lombardijen teweeg zou brengen. Maar al snel ontstond er iets bijzonders. Mensen hielpen mee, bleven hangen, brachten anderen mee en zorgden voor de plek alsof die van henzelf was. De warmte en betrokkenheid waren zo groot dat ik me begon af te vragen: hoe doe je recht aan zoveel lieve mensen? Wat geef je iemand die je dierbaar is? Een sieraad. Zo ontstond Het Sieraad van de Wijk.

Dat moment zegt eigenlijk alles over hoe deze werkwijze is ontstaan. Niet achter een bureau, maar in ontmoeting met mensen. Niet vanuit een vaststaand plan, maar vanuit luisteren, kijken, proberen, twijfelen en opnieuw beginnen. Veel van de projecten, rituelen en werkvormen uit deze praktijkgids zijn op die manier gegroeid: samen met bewoners.

Daarom gaat mijn grootste dank uit naar alle bewoners die hun verhalen deelden en daarmee mede-maker werden van deze werkwijze. Naar de mensen die kwamen luisteren, koffiezetten, stoelen sleepten, verhalen doorgaven, anderen meenamen of simpelweg aanwezig waren. Zij maken zichtbaar dat erfgoed niet

alleen gaat over het verleden, maar over de betekenis die mensen vandaag samen geven aan hun leven, buurt en stad.

Ook grote dank aan het team én de Raad van Toezicht van Stichting Wijkcollectie. Zonder hun betrokkenheid, creativiteit, energie en doorzettingsvermogen was deze ontwikkeling niet mogelijk geweest. Het team maakte telkens opnieuw ruimte voor ontmoeting, experiment en verbeelding, ook wanneer het ingewikkeld of onzeker is.

Daarnaast wil ik alle kunstenaars, makers, vrijwilligers en creatieve begeleiders bedanken die mee hebben geholpen om verhalen zichtbaar, tastbaar en deelbaar te maken.

Verder veel dank aan de vele samenwerkingspartners in de stad. Te veel om allemaal op te noemen, maar niet minder belangrijk. De afgelopen jaren werkte Stichting Wijkcollectie intensief samen met woningcorporaties zoals Hef Wonen, Woonstad Rotterdam en Woningcorporatie Hoek van Holland, maar ook met welzijnsorganisaties zoals SOL, WMO Radar en Welzijn op de Hoek. Daarnaast wil ik de vele betrokken mensen binnen de gemeente Rotterdam bedanken: wijkmanagers, netwerkers, programmamanagers, kwartiermakers, adviseurs en beleidsmedewerkers die ruimte maakten voor nieuwe manieren van werken in de stad.

Ook veel dank aan Museum Rotterdam, waar de kiem voor Stichting Wijkcollectie werd gelegd. Binnen het programma Echt Rotterdams Erfgoed ontstonden de eerste ideeën over erfgoed als iets dat niet alleen bewaard wordt, maar ook actief gemaakt, gedeeld en doorgegeven kan worden door bewoners zelf.

En natuurlijk grote dank aan alle fondsen en publieke partners die de ontwikkeling van deze werkwijze mogelijk hebben gemaakt. In het bijzonder de gemeente Rotterdam, het Mondriaan Fonds, het Faro-programma van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Stichting DOEN, Fonds voor Cultuurparticipatie, VSBfonds, Stichting Bevordering van Volkskracht en vele anderen die vertrouwen gaven aan experiment, samenwerking en verbeelding.

Deze praktijkgids is uiteindelijk geen handleiding van één organisatie, maar het resultaat van duizenden ontmoetingen verspreid over de stad. Zij laat zien dat erfgoed ontstaat waar mensen betekenis geven aan hun leven en die betekenis met anderen delen.

Dat deze werkwijze juist in Rotterdam kon ontstaan, voelt voor mij niet toevallig. Rotterdam is een stad van aanpakkers, van mensen die telkens opnieuw iets opbouwen en ruimte maken voor elkaar. Deze gids is daarom vooral ook een eerbetoon aan al die mensen die laten zien dat een stad zachter, sterker en menselijker wordt wanneer verhalen gedeeld worden.

Nicole van Dijk en Annapurna Ganguly aan het werk in Zuidwijk.

In deze praktijkgids beschrijft Nicole van Dijk hoe verhalen van bewoners kunnen uitgroeien tot levend erfgoed: erfgoed dat niet alleen herinneringen bewaart, maar ook ontmoeting, verbondenheid en nieuwe initiatieven in buurten en steden mogelijk maakt.

Vanuit zes jaar praktijkervaring van Stichting Wijkcollectie laat deze gids zien hoe verhalen, rituelen, kunst en ontmoeting kunnen bijdragen aan sterkere gemeenschappen en meer eigenaarschap in de wijk.

Aan de hand van projecten zoals het Reizend LeerCircus, wijkfilms, verhalenwandelingen, wijkkranten, het WijkMuseum en het Sieraad van de Wijk wordt zichtbaar hoe bewoners mede-maker kunnen worden van hun eigen leefomgeving.

De praktijkgids introduceert begrippen als ontwikkelend bewaren, radicale zachtheid en relationele infrastructuur, maar blijft tegelijkertijd dicht bij de dagelijkse praktijk. Met voorbeelden uit meer dan twintig Rotterdamse wijken biedt het boek inspiratie voor bewoners, makers, musea, gemeenten en culturele organisaties die willen werken vanuit wat al leeft in een buurt.

Deze praktijkgids is daarmee zowel een reflectie op erfgoed als een concrete uitnodiging om verhalen, relaties en gedeelde betekenis actief onderdeel te maken van de toekomst van de stad.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
2026-01 Levend erfgoed in de praktijk by Stichting Wijkcollectie - Issuu