Poldergeest 11

Page 1

POLDERGEEST NIEUWSBULLETIN STICHTING REGIONALE ARCHEOLOGIE “GHEESTMANAMBOCHT” ARCHEOLOGISCHE WERKGROEP KOP VAN NOORD-HOLLAND Jaargang 5, nr. 11

november 2010

Naar kerk, kroeg en Kerkmeer

Afbeelding 1 Allemanskerk in Oudkarspel. Lees het excursieverslag op blz. 5.

Inhoud Poldergeest 11 Reuring in de Polder en op de Geest......................................................................................................2 Een tolhuis onder Schoorldam...............................................................................................................3 Proefsleufonderzoek bij het ‘Huis de Brederode’ in Oudkarspel.........................................................4 Excursie naar kerk, kroeg en Kerkmeer, een verslag ...........................................................................5 Een terp in Koedijk ................................................................................................................................6 Ragebollen met Hans van der Geest-Donkers .......................................................................................8 Afsluiting restauratie van de Nuwendoorn ...........................................................................................8 Paardenmarkt Alkmaar.........................................................................................................................9 Nieuw boek: “Een Westfriese affaire, Malers in de Kerk- en Dergmeer” ......................................... 11 RAGenda .............................................................................................................................................. 12 Van de penningmeester ........................................................................................................................ 12 Uw e-mailadres graag! ......................................................................................................................... 12

-1-


Reuring in de Polder en op de Geest Ger Kalverdijk

A

ls Westfriese kinderen voor de op rust gestelde ouderen wat te “bedroivig” waren, werd dat door de verdraagzame types vergoelijkt en gerelativeerd met de uitspraak: “Dat brengt toch lekker reuring in de tent, wees bloi dat ze nag niet uit huis benne”. Onwillekeurig dacht ik hier een parallel te zien met onze eigen mensen, die wel van roering in de grond houden. Het RAG-bestuur was óók heel bedrijvig en wil nog làng niet de tent verlaten. Zolang wij onze leden blij kunnen maken met bijvoorbeeld verslagen van de archeologische en cultuurhistorische activiteiten, zullen wij op onze post blijven. Het doorgeven van niet alleen archeologische, maar ook algemene cultuurhistorische zaken is immers één van de belangrijkste doelstellingen in onze RAG-statuten. En we hadden dit tweede semester zeker niet te klagen over het aantal, de variatie en de kwaliteit van die activiteiten. Als goed gedresseerde postduiven vlogen we vanaf onze respectievelijke doorgeefluikjes steeds weer blij de zomerse polders en geestgronden tegemoet. Na wat enthousiast getrippel om het voer op te pikken, dat ons werd voorgeschoteld, keerden we met verzadigde nieuwsgierigheid èn een flinke hoeveelheid graan in de krop, terug op ons duivenplatje. En nu “voorbij is weer die mooie zomer” om Gerard Cox te citeren, willen we de graankorrels graag met jullie delen. Ze zijn opgepikt in: 1) Schoorldam, waar aanvankelijk zelfs het gerucht ging dat er een kleinere Nuwendoorn was gevonden. Maar Frans brengt meer helderheid met zijn primeur in dit blad. 2) Sint-Pancras, waar de Historische Vereniging haar Zilveren Jubileum vierde met een feestweek, waarin o.m. Charles Barten weer stralend de toverlantaarns bediende. 3) Oudkarspel, waar Wijb en Frans de opgravingen begeleidden bij het verbrande café Huis De Brederode en de ruïne van de nu gesloopte beroemde Kolfbaanzaal.

4) Eenigenburg, waar één van onze trouwste leden woont, die vanaf het eerste begin liefst aanwezig was, maar bij absentie altijd de moeite nam even af te melden. Dank!

Afbeelding 2 Michiel Bartels geeft uitleg bij de opgraving in de Westfriese Omringdijk bij Venhuizen. 5) Alkmaar, waar een sensationele opgraving plaats vond op de Paardenmarkt en Jaap als echte Alkmaarse kaaskop tot het zoete einde niet meer weg te slaan was. 6) Koedijk, het zuidelijke deel dat weliswaar tot Alkmaar behoort (waar dus ook de Alkmaarse archeologen actief waren) mocht in deze Poldergeest nr. 11 toch niet ontbreken. 7) De Westfriese Omringdijk, de Nuwendoorn, werd door Monique en Ger opnieuw bezocht, nu om de opvallende moderne stalen Uitkijktoren mede in te wijden. 8) Wormer, waar de Afdeling Zaanstad van de Archeologische Werkgroep Nederland (AWN) haar Gouden Jubileum vierde. Waarvan ik de volgende keer verslag doe. 9) De Krimpenerwaard, waarbij ik op de excursie van de Vereniging voor Landbouwgeschiedenis o.l.v. Chris de Bont met de bus omkantelde in een sloot bij Gouda.

-2-

10) Oudkarspel, waar onze KKKexcursie (Kerk, Kroeg en Kerkmeer) samen met Stg. COOG uitermate gezellig verliep en om een vervolg vraagt (Warmenhuizen?). 11) Schellinkhout en Venhuizen, waar Monique resp. Ger de resultaten van twee van de acht ontgravingen in de Westfriese Omringdijk met ontzag bekeken. De ophogingen van de dijk rechtvaardigen de kosten van deze unieke onderzoeken. Wij beluisterden ademloos de uitvoerige toelichting van de Hoornse stadsarcheoloog Michiel Bartels. Als een triomferende gladiator (zie Afbeelding 2) in de diepte van de arena bleef hij ons dermate boeien, dat ik hem direct gevraagd heb bij ons op bezoek te komen. Hij zal een lezing houden op 19 maart na een korte vergadering van mogelijk COOG en RAG in de benedenzaal van het molenhuis bij de nieuwe Koedijkse molen. Het leek ons een prima plek, omdat Koedijk immers ook op de Westfriese Omringdijk ligt! Zie de aankondiging elders in deze Poldergeest of onze (Jaap’s) prachtige website www.rag-archeologie.nl. 12) Het smakelijkste graantje, zeg gerust broodje, heeft Bjørn de Vries voor ons gebakken en is al door 200 snaveltjes besnuffeld en aangepikt. De tandarts/machinist van het gerestaureerde gemaaltje heeft na gedegen onderzoek voor een verrassing gezorgd met de uitgave van zijn rijkelijk in kleur geïllustreerde boek “Een WestFriese affaire, malers in de Kerk- en Dergmeer”. Monique geeft in deze Poldergeest 11 een eerste recensie van het boek, waarop al veel inschrijvingen voor een beperkte tweede uitgave zijn verricht tijdens de K&D-excursie. In de Poldergeest 12 hoop ik het Bjørn-broodje in hapklare brokjes te hebben verdeeld en zal ik ook mijn recensie laten volgen. Tenslotte wenst het RAG-bestuur jullie allen een fijne en behapbare winter toe met veel archeologische ontroering bij geroerde grond.


Een tolhuis onder Schoorldam Frans Diederik

O

ndanks het feit dat tegenwoordig alle grotere grondverstorende activiteiten onder archeologisch regiem vallen, houdt de Archeologische Werkgroep Kop van Noord-Holland er de goede gewoonte op na om zo veel mogelijk werken ‘na te lopen’. Op zaterdag 10 april 2010 werd gelopen langs de recent gegraven westelijke sloot zuidwaarts vanaf de Damweg in Schoorldam. Op de waterlijn werd een scherfje Badorf met radstempelindrukken opgeraapt, maar verder leken alle kleiafzettingen op het oude, deels veraarde veendek vrij homogeen en ‘schoon’.

Schoorl

Afbeelding 3 De groene pijl geeft de vindplaats aan; A = ± de bushalte westzijde van de Rijksweg te Schoorldam.

Op punt 52 42' 11.98'', 4 42 51.21'' (geschat, zie Afbeelding 3) werd aan weerszijden in de slootkant een puinsluier gezien naast wat een uitbraaksleuf bleek. De oorspronkelijke breedte werd geschat op 1 meter 20 of iets meer. Naast enkele stukjes 13de eeuws aardewerk werden slechts mortel en fragmenten van ‘kloostermoppen’ waargenomen. Dertig meter verder werd een vergelijkbaar fenomeen gezien, maar nu met veel meer steenfragmenten. Op de storthopen lagen vele tientallen hele en halve stenen. De globale maat is 30/15/8 cm met enkele grotere en kleinere stenen. In de zuidelijke uitbraaksleuf leken nog enkele stenen in situ te liggen. Op zondag 11 april werden de aangetroffen sporen globaal opgemeten en werd geconstateerd dat er, drie meter zuidelijk van de zuidmuur een sloot aanwezig was, gevuld met zeer slappe ongerijpte klei. De nazakking van deze sloot is een meter hoger in het maaiveld te zien als een laagte. Er werd een tiental stenen meegenomen voor verdere determinatie. In het weekeinde werd nog contact opgenomen met Drs. Rob van Eerden, die zijn verbazing uitsprak over de vondst en maandag 12 april met Hollandia Archeologen in contact zou treden om per direct een ervaren archeoloog naar de site te laten kijken.

-3-

Op dinsdag 13 april werd door mij samen met Arthur Griffioen van Hollandia Archeologen een hernieuwd veldbezoek uitgevoerd. Hierbij werden de sporen via GPS in een grid geplaatst. Speuren op het internet leverde een artikel op uit de bundel Oud Westfriesland uit 1959: ‘Heerlijkheden in Westfriesland’ van de hand van P(iet) Noordeloos. Bij het beschrijven van hem bekende kastelen, noemt hij: Tenslotte werd nog op de westzijde van de Rekere, maar ten oosten van de Evendijk nabij Schoorldam, op de Hoge Werf de Nyendoorn als bewaker van de noordelijke top van Kennemerland geplaatst. De plaatsaanduiding klopt 100% met het op 10 april 2010 gevonden materiaal, maar de naam Nyendoorn is fout. Hoe komt deze auteur aan deze plaatsaanduiding? De Nuwendoren was al wel gevonden, maar nog niet opgegraven; het kan dus zijn dat deze auteur daar onwetend van was. Toch moet er ergens in de literatuur een beschrijving van dit terrein bestaan. Noordeloos geeft geen enkele referentie over zijn opmerkingen. Inmiddels lijkt het er sterk op dat we te maken hebben met restanten van het oudste Tolhuis van de Graaf van Holland en met name de tol voor Vronen. Bij het veldbezoek op 13 april kwam de gebruiker van het tussen de sloot en de Evendijk gelegen perceel, dhr. Jeroen Dekker, langs en vertelde dat er bij het graven van de sloot een ‘legertje archeologen had staan blauwbekken’ en dat zij deze stenen dus ook hadden gezien. Verbazing alom, omdat noch in Haarlem, noch bij de gemeente Bergen iemand op de hoogte was van een eventuele archeologische begeleiding/vondst.

Afbeelding 4 Bij de werkzaamheden aan de N9 bij Schoorldam zijn de resten van een stenen huis gevonden.

Op 15 april zijn de steenformaten opgemeten. In totaal zijn 11 stenen (hele) en vele kleine stukjes leisteen (dakbedekking) meegenomen. Onder het aardewerk bevond zich 1 Badorf met radstempel (los op afstand), 1 Andenne (wit), 3 protosteengoed en 2 grijze kogelpot.


Proefsleufonderzoek bij het ‘Huis de Brederode’ in Oudkarspel Frans Diederik en Wijb Ouweltjes

O

p de plek waar voorheen de herberg het Huis de Brederode en de langs natuurlijke weg bijna vergane Kolfbaan van Oudkarspel stonden worden door bouwbedrijf Tauber appartementen gebouwd. Op grond van een aantal proefboringen die in 2009 zijn gedaan blijkt er aanleiding te zijn om in ’t kader van de wet van Malta een ‘proefsleuvenonderzoek’ uit te voeren. Op 19, 20 en 21 april van dit jaar is dit onderzoek door archeologen van RAAP1 uitgevoerd. Zij zijn bijgestaan door Willem Visser, Mike van der Zande (detectie), Frans Diederik en Wijb Ouweltjes. De eerste sleuf die is getrokken loopt precies over een sloot tussen Huis de Brederode en de Kolfbaan. Aan de noordzijde van de sloot, aan de kant van de voormalige herberg, bevindt zich een zware, in eikenhout uitgevoerde schoeiing. Voor en achter de schoeiing vinden we veel scherven aardewerk en pijpenkoppen. Het maken van de schoeiing is globaal te dateren tussen 1610 en 1620. Het is goed mogelijk dat het maken van de schoeiing en de bouw van de herberg in dezelfde tijd zijn gebeurd. De tweede sleuf is aangelegd over de lengterichting van de voormalige herberg. De fundering van de voormuur is niet bereikt omdat deze te dicht bij de Dorpsstraat ligt en door de aanwezigheid van leidingen en instortingsgevaar het graven daar niet mogelijk is. Op ca dertig centimeter onder het voormalig vloeroppervlak bevindt zich een donkergrijs venig kleipakket waarin enkele kogelpotscherven uit de dertiende tot de vroege 14de eeuw zijn gevonden. Dit pakket is opgebracht en komt van elders, net als de daarin gevonden scherven. Verder naar achter worden diverse tussenmuurtjes, een haardplaats en een waterkelder(tje) aangetroffen. De datering van deze bouwsels kan op basis van het formaat van de stenen van de 17de tot de 19de eeuw worden gesteld. Onder de uitgebouwde achterste delen van het huis bevinden zich eenvoudige straatjes die de fasering van de verbouwingen door de tijd goed illustreren.

1

Regionaal Archeologisch Archiveringsproject. In 1985 opgericht door wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam.

-4-

De gebruikte materialen zijn geen van alle afwijkend van wat er voor een boerenbehuizing in de 17de eeuw wordt gebruikt en een andere functie van het pand dan die van herberg ligt niet voor de hand. De sloot tussen de herberg en de Kolfbaan is waarschijnlijk aan het eind van de 17de of het begin van de 18de eeuw gedempt, misschien om de bouw van de Kolfbaan mogelijk te maken. Tussen de twee sleuven is een verbinding diep uitgegraven om de opbouw van de ondergrond te bekijken. Op een metersdikke laag wadafzettingen ligt een laag veen die is afgedekt met een laagje donkergrijze klei. Op deze klei heeft zich een laag veen ontwikkeld die waarschijnlijk in de Middeleeuwen aan de oppervlakte reikt. Op dit veen is, tenminste op deze plek, niet gewoond.

Afbeelding 5 Op deze tekening van Crescent van juli 1814 is de sloot niet meer te zien.

Bewoning vindt plaats vanaf ca. 1150, vermoedelijk eerst voornamelijk aan de oostkant van de inmiddels aangelegde (Lange)dijk. Aan het eind van de Middeleeuwen is het land aan de westkant van de dijk opgehoogd met de hiervoor genoemde donkergrijze klei. Mogelijk is in die tijd de Voorburggracht aangelegd en betekent Voorburg ‘voor-dijk’ als tegenstelling tot de bestaande oude dijk. Waarschijnlijk volgend jaar verschijnt er een door RAAP geschreven rapport waarin het onderzoek uitvoerig wordt beschreven.


Excursie naar kerk, kroeg en Kerkmeer, een verslag Jaap van Rossum

Afbeelding 6 Het gemaal Kerk- en Dergmeer uit 1916.

Afbeelding 7 Dieselmotordeskundige Han Mannaert (links) en eigenaar/machinist Bjørn de Vries.

Afbeelding 8 Belangstellend kijkt men toe hoe de vijzel in beweging wordt gebracht.

M

et ingrediënten als een historisch kerkgebouw, een gezellig lunchcafé en een schaars tastbaar restant uit een waterrijk verleden hebben de COOG- en RAGchefkoks Arie Leijen, Jacob Keizer en Ger Kalverdijk op 16 oktober 2010 een smakelijk cultuurhistorisch gerecht op tafel gezet. Het hoofdgerecht begon al om halfelf. Niet minder dan 60 belangstellenden meldden zich bij de Allemanskerk in Oudkarspel om een inlei-

ding bij te wonen van de in kerkgebouwen gespecialiseerde architectuur- en bouwhistoricus Carla Rogge. Talrijke aspecten van de Allemanskerk -oorspronkelijk Sint Maartenskerk geheten- werden door haar onder de loep genomen: het oorspronkelijke kerkgebouw en wat daarvan bekend en nog te zien is, een aantal stijl- en bouwkenmerken van het huidige kerkgebouw, de aanwezige en niet meer aanwezige meubelstukken en de veranderingen die deze door de eeuwen heen hebben ondergaan. Besproken werden o.a. de achtkantige basementen van de zuilen, het houten tongewelf met trekbalken, korbelen en sleutelstukken, de gotische vensters, de drie koperen kerkkronen, de wandarmen, het doopvont, de preekstoel, de vloertegels, het orgel en de bijzondere grafzerken in het koor. Eén van deze zerken behoort aan Willem Dircrs. Breeroo, een verwant van de bekende Brederodes? Bekijk de foto’s van de kerk op de voorpagina van deze Poldergeest. Na dit smakelijke gerecht maakte een deel van het gezelschap nog een rondje rond de kerk, om daar o.l.v. Carla Rogge een aantal authentieke bouwfragmenten, zoals de romaanse toren, enkele tufstenen muurdelen en een bijzonder grafmonumenten te bekijken. Een ander deel van de groep toog te voet naar Café De Knip met onderweg nog enige historische uitleg over het dorp Oudkarspel. In De Knip met zijn bijzondere interieur (een prachtige verzameling historische snuisterijen om de vingers bij af te likken) werd de inwendige mens royaal verwend met heerlijke soep, belegde broodjes, koffie, thee en melk. De cultuurhistorische maaltijd werd afgesloten met een wandeltocht naar het uit 1916 daterende gemaal van de voormalige Kerk- en Derg-

-5-

meerpolder, waar eigenaar Bjørn de Vries voor een smakelijk nagerecht zorgde. Hij liet de oorspronkelijke houten vijzel in beweging brengen met behulp van een door hem zelf geïnstalleerde Samofa dieselmotor. De foto’s van dit deel van de excursie staan op deze pagina. Bjørn schreef een lezenswaardig boekje over de geschiedenis van zijn gemaal (zie blz. 11 van deze Poldergeest), voor degene wiens honger naar polderhistorie nu nog niet gestild is….

Afbeelding 9 De Samofa dieselmotor, die de authentieke vijzel aandrijft.

Afbeelding 10 De originele vijzel met aandrijving is binnen goed te zien.

Afbeelding 11 De originele vijzel van buiten gezien.


Een terp in Koedijk

I

n 2006 heeft de afdeling Monumentenzorg en Archeologie van de gemeente Alkmaar een archeologisch onderzoek uitgevoerd in Koedijk. Omdat Koedijk in het Geestmerambacht ligt, besteden we in Poldergeest graag aandacht aan deze opgraving. De voormalige brandweerkazerne in Koedijk, gelegen aan de Kerkelaan tussen het voormalige raadhuis aan de Kanaaldijk en de kerk van Koedijk, werd gesloopt om plaats te maken voor de bouw van wooneenheden. De werkput (zie Afbeelding 12) mat globaal 25 bij 40 meter.

Afbeelding 13 Overzichtsplattegrond 14de eeuw.

Probleemstelling Het onderzoek diende o.a. informatie te geven over de aard en omvang van de gebruiks- en bewoningssporen ter plaatse. Een andere vraag was of men begin 14de eeuw een reeks afzonderlijke terpen heeft opgeworpen tegen de dijk aan met tussensloten, of dat er sprake is van één langgerekte nederzettingsterp met een sloot eromheen. Op basis van het onderzoek bleek hierover nog niet met zekerheid een uitspraak te kunnen worden gedaan.

Afbeelding 12 Kaart van het onderzoeksgebied. In rode arcering is de werkput weergegeven.

Op het perceel waar de opgraving heeft plaatsgevonden woonden vanaf de 17de eeuw een groot aantal notabelen, zoals secretarissen, schepenen en burgemeesters. In 1856 werd er door Cornelis Groenewoud, burgemeester van Koedijk, ter hoogte van de plaats van de opgraving een nieuwe kapberg gebouwd. Het boerengebruik eindigde in 1914, toen de boerderij in vlammen opging door brand in een naastgelegen bakkerij. Alleen de kapberg was bewaard gebleven en daar heeft de eigenaar na de brand een woonhuis voorgebouwd. Het deel van het erf waar de boerderij had gestaan liet hij braak liggen en uiteindelijk heeft de gemeente deze grond aangekocht voor de bouw in 1929 van het raadhuis van Koedijk.

-6-

Middeleeuwen Tijdens het onderzoek zijn restanten van een huis uit de 14de eeuw aangetroffen. De funderingen bestonden uit poertjes (1D, 1E, 1F, zie Afbeelding 13) en een huiswandgreppel (1C), op een terp van klei (1A) die werd begrensd door een sloot (1B). De terp was voor een groot deel opgeworpen met klei bovenop de natuurlijke lagen. De westelijke begrenzing van de terp werd gevormd door een sloot (1B) die aan de noordzijde leek af te buigen richting het oosten. Het vervolg van deze sloot is niet gevonden. Het is in ieder geval met zekerheid te zeggen dat de terp met bewoning ten oosten van de gevonden sloot (1B) lag. De afbuiging van de sloot naar het oosten doet vermoeden dat het de noordelijke begrenzing van de terp zou kunnen vormen, maar er is te weinig gevonden om hier een eenduidig antwoord op te kunnen geven. Het vondstmateriaal uit de sloot dateerde globaal vanaf de vroege 14de tot ongeveer het derde kwart van de 16de eeuw. Deze sloot is overigens al eerder tijdens archeologisch onderzoek aangetroffen. De gevonden greppel (1C) lijkt samenhang te hebben met een van de poertjes (1D). De (huiswand)greppel is Noord-Zuid georiënteerd met dezelfde richting als de gevonden terpsloot. Er zijn fragmenten van klooster-


moppen en tufsteen aangetroffen (o.a. 1D, 1E, 1F) die vermoedelijk als poer gebruikt zijn. Het lijkt waarschijnlijk dat, nadat de bewoners van Vronen rond 1300 werden verbannen naar Koedijk, men de kerk en andere bouwwerken aldaar sloopte en de bouwmaterialen meenam naar de nieuwe woonplaats en daar hergebruikte. Uit de periode tot het beleg is er ook nog een 15de eeuwse bakstenen kelder en een tonput gevonden. Uit de grond waarmee de put was gedicht werd divers vondstmateriaal aangetroffen, zoals roodbakkend aardewerk, steengoed, bot, maar ook een enkele Pingsdorf scherf. Een klein steengoed inktpotje was nog gaaf.

Bijzondere vondsten Het meeste geborgen vondstmateriaal valt in de categorie gebruiksaardewerk. Twee bijzondere vondsten zijn een koperen beslag met de afbeelding van David en Goliath, mogelijk een onderdeel van een paardentuig (zie Afbeelding 15), en een (incomplete) rundlederen koebek- of Tudorschoen uit de eerste helft van de 16de eeuw (zie Afbeelding 16). Dit destijds modieuze schoeisel, dankt zijn naam aan de neus die lijkt op een koeienbek.

Nieuwe tijd Het is bekend dat het dorp Koedijk tijdens het beleg van Alkmaar in 1573 is verwoest. Het is dan ook goed mogelijk dat de sloot (1B) is gedicht toen na de verwoesting het terrein weer opnieuw werd ingedeeld en er nieuwe huizen werden gebouwd. De gevonden fundamenten daarvan zijn deels bovenop de sloot gebouwd. Er werden resten gevonden van een haard uit die periode. Binnen de haard werden tegels gevonden met een bloemafbeelding waarvan de randen zijn versierd in de vorm van een kandelaber. Deze dateren uit het tweede kwart van de 17de eeuw. De haard heeft zeker tot in het laatste kwart van de 18de eeuw dienst gedaan. Aanwijzingen hiervoor zijn de vondst van fragmenten van faience borden uit de tweede helft van de 18de eeuw en een koperen munt (zie Afbeelding 14). Afbeelding 15 Koperen beslag met de afbeelding van David en Goliath.

Afbeelding 16 Resten van de koebek- of Tudorschoen. Afbeelding 14 Duit met de tekst: GELRIAE NOSTRA SPES 1786

Daarna is er continu bebouwing geweest en is er sprake van een aantal nieuw- en verbouwacties op het perceel.

-7-

Dit artikel is een door de redactie van Poldergeest ingekorte versie van het hoofdstuk “Brandweerkazerne op een terp, Opgraving aan de Kerkelaan te Koedijk in 2006� door Nancy de Jong - Lambregts, Rob Roedema en Karin Beemster in de publicatie RAMA 14, Sporen onder het maaiveld, Rapporten over de Alkmaarse Monumentenzorg en Archeologie, Gemeente Alkmaar, 2009.


Ragebollen met Hans van der Geest-Donkers Monique Zwetsloot

I

n een leuk oud stolpje in Eenigenburg woont Hans van der Geest samen met haar man, Klaas. Van het begin af aan is zij lid van de Historische Vereniging Harenkarspel, COOG en RAG. Dit allemaal door Jan Barsingerhorn. Ook zit ze één maal in de drie weken in het documentatiecentrum van het museum Surmerhuizen te Eenigenburg. Komend uit Amsterdam woont ze al bijna 40 jaar in Harenkarspel! Ze wonen op een terp genaamd de Harke. Hier woonden vroeger de arbeiders die waarschijnlijk werkten in een klooster voor de bisschop. Dus waarschijnlijk zitten daar nog wel wat archeologisch interessante vondsten in de bodem. Oorspronkelijk komt Hans uit de oudste stad van Europa, Nijmegen, en daar komt haar belangstelling voor het verleden vandaan. Ze ging vroeger vaak met haar opa naar het Valkhof en die kon goed vertellen. Over Claudius Civilis “die knarsetandend de Waal

afkeek toen de Batavieren aankwamen varen”. Haar opleiding is in de verpleging geweest. Ze heeft nog gewerkt in het Wilhelminagasthuis in Amsterdam. Toen de kinderen groter werd ze gevraagd als doktersassistente en in die periode ook is ze 12 jaar raadslid in Harenkarspel geweest.

Afbeelding 17 Hans van der GeestDonkers bij haar afscheid van de raad van Harenkarspel.

Haar moeder leeft nog steeds en woont nog steeds in het ouderlijk huis van haar en haar drie zusjes (waarvan er al twee overleden zijn) in Nijmegen. Daar heeft ze momenteel veel werk aan. Ook is ze actief in de Samenwerkende Ouderenbonden in de Provincie en de gemeente. Met specialiteit verkeer en vervoer. Ze was 12,5 jaar voorzitter van de eerste buurtbus Zijpe-Harenkarspel. Die belangstelling voor verkeer en vervoer komt omdat ze geen rijbewijs heeft en haar man ook niet! Dus de harde praktijkervaring, met de fiets naar de bushalte of niet gaan als er geen vervoer is, is daar de basis van. “Het is gewoon toevallig zo gegaan”, zegt ze, “mijn tweelingzusje had wel een rijbewijs en ik had vroeger in Amsterdam ook geen auto nodig!” Ze houdt alles goed in de gaten en als er wat leuks is van RAG is ze van de partij.

Afsluiting restauratie van de Nuwendoorn Monique Zwetsloot en Ger Kalverdijk

O

p 19 mei was het bestuur van de RAG uitgenodigd bij de openingshandelingen van de uitkijktoren op het terrein van de vroegere Nuwendoorn bij Eenigenburg. De wethouder van Harenkarspel Rob Treur heeft samen met Sascha Baggerman van de provincie een boompje geplant om het geheel weer wat meer begroeiing te geven. Nu is het allemaal nog heel kaal, want vanwege het archeologisch onderzoek was alle begroeiing weg gehaald, heel jammer want ook de flora en fauna van het gebied was door de natuurverenigingen geïnventariseerd en als bijzonder gekenmerkt. Maar goed, zaden blijven wel in de grond zitten, dus dit zal zich herstellen. Onder de brug ernaartoe liggen hele oude stenen van de oude slotgracht die goed te zien zijn. Het was een gemêleerd gezelschap, van aannemers, provincie, gemeente, geïnteresseerden. En het was die dag mooi weer dus bijna iedereen heeft de toren beklommen en genoten van het uitzicht wat ze vroeger ook gehad moeten hebben. De architect Paul van Vliet gaf uitleg waarom hij het toch modern maar wel herkenbaar had ontworpen. Nu was het aluminium van de toren allemaal nog blinkend en daardoor niet zo passend bij een oude uitstraling maar dit werd vanzelf dof en er werd nog begroeiing tegenaan gezet. Nettie Zander en Ina Broekhuizen-Slot van het West-Fries Genootschap plantten een stekje Klimop in het fundament van de stalen uitkijktoren

-8-

in de hoop dat uiteindelijk de hele toren tot in de verre toekomst steeds groener zal worden.

Afbeelding 18 Sascha Baggerman plant een boompje De oude fundamenten van de burcht zijn ook opnieuw gebruikt voor de nieuwe vormgeving als toeristische trekpleister. Ga zelf maar eens kijken! Een pad rechtstreeks vanaf de dijk wordt nog aangelegd om het je gemakkelijk te maken. Reacties welkom.


Paardenmarkt Alkmaar Jaap van Rossum

A

fgelopen zomer heeft uitgebreid archeologisch onderzoek plaatsgevonden op de Paardenmarkt in Alkmaar. Dit onderzoek trok veel belangstelling, niet alleen van het grote publiek, maar ook van kranten, radio en tv (zie Afbeelding 19 en de mediapagina op www.rag-archeologie.nl).

Afbeelding 19 Het onderzoek trok veel belangstelling

Aanleiding voor het archeologisch onderzoek is de bouw van een woningcomplex aan en de herinrichting van de Paardenmarkt. Dit laatste houdt o.a. in het planten van grote, volwassen bomen, met als consequentie veel graafwerk en daarmee verstoring van het bodemarchief. Op de plaats van de nieuwbouw (inmiddels reeds in ver gevorderd stadium) op het terrein van de voormalige Rabobank en de brandweerkazerne tussen Kanaalkade en Paardenmarkt, was in 2009 al onderzoek verricht. De Paardenmarkt zelf was in 2010 aan de beurt. Het beleid van de afd. Monumentenzorg & Archeologie van Alkmaar is er op gericht bij kleine projecten (bijv. bij een verbouwing van een winkel) het onderzoek in eigen beheer te doen. Grote projecten, zoals de Paardenmarkt, worden aanbesteed, in dit geval aan Hollandia, een bedrijf dat veel ervaring heeft in binnensteden. Een tweede partij die beschikbaar was, is de Universiteit van Leiden. Daar zocht men toevallig een project met stageplaatsen voor zo’n 60 archeologiestudenten. I.v.m. met vermoeden van aanwezigheid van een oude begraafplaats met veel geraamtes op de Paardenmarkt kwam dit zeer goed van pas.

Vooronderzoek Het onderzoekterrein ligt op een strandwal (zandrug) van 4000 jaar oud. Elders op deze rug waren in Alkmaar al sporen gevonden van prehistorische bewoning (Canadaplein: akkertjes met haakploegsporen uit de ijzertijd en ook ploegsporen uit de bronstijd) en van middeleeuwse bewoning (uit 7e en 9e/10e eeuw). Ook de aanwezigheid op de Paardenmarkt van een Minderbroederklooster met begraafplaats was bekend, o.a. uit de archieven en van afbeeldingen op kaarten en schilderijen. Het klooster lag pal achter een oude noordelijke stadsmuur van Alkmaar. De Minderbroeders waren een zgn. bedelorde, d.w.z. zij beoefenden i.t.t. andere kloosterorden geen ambachten uit (dit was hen niet toegestaan). De Minderbroeders beschikten over een forse kapel, die in 1566 getroffen is door de Beeldenstorm, in 1574 gevolgd door sloop, waarbij ook de begraafplaats buiten gebruik werd gesteld. Al rond 1800 zijn bij het planten van bomen geraamtes aangetroffen. In 2005 zijn proefputjes gegraven. Op grond hiervan luidde de verwachting dat ter plaatse zo’n 150-200 geraamtes verwacht konden worden. Vondsten Bij het onderzoek van 2009 op het bouwterrein tussen Kanaalkade en Paardenmarkt zijn resten aangetroffen van de eerste stadsmuur van Alkmaar en van een muur met een versterkt hoekstuk, dat mogelijk een restant is van het dwarsschip van de kapel van het Minderbroederklooster. Verder is er van deze kapel en andere kloostergebouwen niets teruggevonden.

Afbeelding 20 Vrijgelegd geraamte op de voormalige begraafplaats van het Minderbroederklooster

Bij het onderzoek op de Paardenmarkt 2010 ging het voornamelijk om het vrijleggen van talloze geraamtes op de voormalige begraafplaats. De geraamtes, die op-

-9-


vallend dicht onder de huidige pleinoppervlakte lagen, zijn van mannen, vrouwen en kinderen (niet van monniken, want die werden in de kapel begraven) en lagen in kisten, waarvan behalve grondverkleuringen niets meer terug te vinden was. De lijken waren ter aarde besteld in oost-westrichting, in rijen tegen elkaar aan en zonder tussenpaadjes. Een uiterst zeldzame vondst! Gebleken is al dat de gemiddelde leeftijd van de gestorvenen laag was. Dit kon worden afgeleid uit de betrekkelijk goede staat van de gebitten. Er zal nog uitgebreid onderzoek gedaan worden naar de lichamen en de doodsoorzaken. Van één overledene is dit laatste overigens al bekend: in zijn schedel is een levensbeëindigende musketkogel aangetroffen.

De geraamtes worden uitgebreid onderzocht door de Rijksuniversiteit van Leiden.

Afbeelding 23 Massagraf

Afbeelding 21 Waterspuit en stofzuiger

Het vrijleggen van de skeletten gebeurde één voor één. Ter plaatse werden zij gewassen met een waterspuit en schoongemaakt met een stofzuiger (zie Afbeelding 21). Voor het eerst is ook gebruik gemaakt van nauwkeurige GPS-apparatuur voor exacte plaatsbepalingen en zijn er 3D-foto’s gemaakt van de geraamtes (zie Afbeelding 22).

Andere vondsten op de Paardenmarkt: een waterput uit eind 19de eeuw, een keienweg met daarnaast een monsterbaan met schelpengruis (voor het keuren van de paarden), een greppel uit de ijzertijd, een paalspoor (restje van een bouwwerk?) uit de Romeinse tijd en nog meer greppels en waterputten. Van het klooster is een sloot en een muur gevonden. Een ware “historische sensatie” (en landelijk nieuws) was de vondst van twee massagraven (zie Afbeelding 23). De geraamtes lagen hier niet oost-west, wel in kisten en om en om. Dit moeten, mede gelet op de waargenomen oorlogswonden, slachtoffers zijn geweest van het beleg door de Spanjaarden in 1573, waarschijnlijk Geuzen.

Afbeelding 24 Graf uit de IJzertijd in Alkmaar

Enkele dagen voor het beëindigen van het veldwerkonderzoek op de Paardenmarkt stuitten de onderzoekers op nog een onverwachte verrassing, die ook nu weer landelijk in het nieuws kwam, nl. de vondst van een prehistorisch hurkgraf, waarvan inmiddels zeker is dat het gedateerd kan worden in de IJzertijd. Van dit uiterst zeldzame graf is een lakafdruk gemaakt, dat door de Universiteit van Glasgow is onderzocht.

Afbeelding 22 “Dubbele huishoudtrap” met de in de top gemonteerde 3D-fotocamera.

Dit artikel is grotendeels gebaseerd op een lezing die de stadsarcheoloog van Alkmaar, Peter Bitter, gaf op Open Monumentendag 11 september 2010 in het gebouw van de vm. Rijks-HBS.

- 10 -


Nieuw boek: “Een Westfriese affaire, Malers in de Kerk- en Dergmeer” Monique Zwetsloot

H

et boek begint met een paar mooie oude kaartjes. Met veel kaarten, foto's in zwart-wit en in kleur is dit een heel leesbaar boek geworden over de geschiedenis van het gemaal op de plaats waar vroeger een windmolen stond. Hoe de huidige eigenaar en schrijver van het boek Bjørn de Vries (zie Afbeelding 7 op blz. 5 van deze Poldergeest) het gemaal gerestaureerd heeft en hoe het contact met de gemeente is gelopen staat er allemaal in.

massaal kwamen en daarom was het verboden. Een welkome aanvulling!

Afbeelding 26 Man de blauwe pet: Bram Veltum, een oudere broer van Cees Veltum, die in het boek geïnterviewd is. Zij zijn zoons van de machinist Veltum en woonden vroeger in het Kerkmeerhuis.

Het boek, de eerste druk is inmiddels uitverkocht, verscheen in eigen beheer in mei 2010, ISBN 978-909025399-2 en is vormgegeven door Marian Teunis. In kleur met vele afbeeldingen, 155 blz. Voor € 20 is de tweede druk te bestellen (via e-mail: bpedevries@kpnmail.nl). Snel erbij zijn voor de 50 bijgedrukte exemplaren!

Afbeelding 25 Het boek, geschreven door de huidige eigenaar van het Kerkmeerhuis en het gemaal, Bjørn de Vries.

Zowel de Kerk- als de Dergmeer zijn wel de oudste droogmakerijen van Nederland. Op al deze vragen en twijfels gaat Bjørn de Vries in waarbij hij prima uitlegt welke bronnen hij gebruikt en waar hij het vandaan heeft. Zelfs zijn eigen mening heeft hij erin verwerkt, bijvoorbeeld dat er niet gevist mocht worden, dat vindt hij onzin. Op de excursie van 16 oktober (zie blz. 5) was Bram Veltum, een zoon van de oude machinist Veltum, en die legde uit dat het de sportvissers uit het dorp waren die

Afbeelding 27 De Kerkmeermolen (voorganger van het dieselgemaal) in 1914. Naast de molen v.l.n.r. molenaar S. Schuijt, machinist C. Wals en polderbaas H. Tauber. In het schuitje Grietje Bood.

- 11 -


RAGenda •

19 maart 2011, de Gouden Engel in Koedijk. Lezing door de stadsarcheoloog van de gemeente Hoorn, Michiel Bartels, over de ontgravingen in de Westfriese Omringdijk, die thans plaatsvinden. Zie ook Reuring in de Polder en op de Geest op blz. 2.

Van de penningmeester

D

e meeste donateurs hebben hun financiële bijdrage aan de Stichting RAG inmiddels aan ons overgemaakt. Hiervoor onze hartelijke dank. Op de betaling van enkele donateurs wachten wij echter nog. Aan hen het vriendelijke verzoek hun bijdrage 2010 van minimaal € 5,-- over te maken op betaalrekening 779146 t.n.v. Stg Reg Arch Gheestmanambocht te Alkmaar.

Uw e-mailadres graag!

W

ilt u van actuele zaken op de hoogte worden gehouden, bijvoorbeeld van lezingen en excursies, geef ons dan a.u.b. uw e-mailadres door (mail naar info@rag-archeologie.nl). Heeft u geen e-mail, houd dan regelmatig onze website in de gaten (rubriek Agenda en nieuws). Heeft u ook geen beschikking over internet, geef dan aan een van de bestuursleden door of u toch van actuele zaken op de hoogte gehouden wil worden (zie colofon voor onze telefoonnummers) en zo ja, hoe (telefonisch of schriftelijk). Poldergeest verschijnt twee maal per jaar. Hierdoor is het niet altijd mogelijk actuele zaken in dit informatiebulletin tijdig op te nemen. Hartelijk dank voor uw begrip en medewerking.

Colofon Poldergeest is het nieuwsbulletin van de Stichting RAG en verschijnt twee maal per jaar. Bestuur: Ger Kalverdijk, Monique Zwetsloot, Jaap van Rossum, Wijb Ouweltjes, Frans Diederik, Arend Grijsen, Stichting RAG Redactie: Jaap van Rossum

voorzitter, secretaris, penningmeester, bestuurslid, bestuurslid, bestuurslid,

g.kalverdijk@planet.nl m.zwetsloot@quicknet.nl javaros@hetnet.nl ouweltjes@quicknet.nl fransdiederik@quicknet.nl grijshaar@quicknet.nl info@rag-archeologie.nl

tel. 072-5330679 tel. 072-5095253 tel. 072-5157122 tel. 0226-313138 tel. 0224-296548 tel. 0224-215391

Inschrijvingsnummer Kamer van Koophandel: 37116370

Begunstiger worden van de St. RAG? Dit kost (m.i.v. 2011) slechts € 7,-- per jaar. Stort dit bedrag op betaalrekening 779146 t.n.v. Stg Reg Arch Gheestmanambocht te Alkmaar. Vermeld a.u.b. uw e-mail en bij internet bankieren ook uw adres.

Verantwoording van de afbeeldingen: Afbeelding 1, Afbeelding 6 t/m Afbeelding 11, Afbeelding 19 t/m Afbeelding 23, Afbeelding 26: Jaap van Rossum; Afbeelding 2: Allan de Monchy; Afbeelding 3: Google Maps; Afbeelding 4: website RTV Noord-Holland; Afbeelding 12 t/m Afbeelding 16: RAMA 14, Sporen onder het maaiveld, Rapporten over de Alkmaarse Monumentenzorg en Archeologie, Gemeente Alkmaar, 2009; Afbeelding 17: Hans van der Geest-Donkers; Afbeelding 18: Ina Broekhuizen-Slot; Afbeelding 24: Gemeente Alkmaar; Afbeelding 27: Boek “Een Westfriese affaire, Malers in de Kerk- en Dergmeer”.

- 12 -