Issuu on Google+

I

n f o b l a d

OHM • P

r o g r a mm a

’s

12e jaargang • januari/maart 2006 • nr 1 • prijs E12,00 per jaar

Vele wegen, één bergtop? Holi: geschenk aan een gespleten samenleving Trouwen en geluk


COLOFON OHM-Vani is een uitgave van de Stichting Organisatie voor Hindoe Media. OHM-Vani geeft achtergrondinformatie over de programma’s van OHM en maakt melding van relevante ontwikkelingen in de hindoe-gemeenschap. Wij nodigen u uit opmerkingen of commentaar op onze programma’s of op dit blad te zenden aan Stichting OHM. De redactie behoudt zich het recht voor om ingezonden stukken in te korten, te redigeren of niet te plaatsen. Geplaatste stukken geven niet altijd de visie van de OHM weer. Een jaarabonnement kost 12 euro, opzegging dient uiterlijk 1 maand voor het verstrijken van dat jaar schriftelijk plaats te vinden. Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Stichting OHM.

Het licht van de zon delen we met de hele mensheid. Het is niet van jou en niet van mij. Het is de levensbron die allen gelijkelijk haar energie geeft. Wie met zijn hart geniet van de schoonheid van de zonsondergang straalt zijn vreugde uit over de mensheid.

Eindredactie Savitrie Marhe-Benie Caspar Dullemond Auteurs Vinod Bhagwandin Anna Brolsma Corstiaan van der Burg Chan E.S. Choenni Robert H. Swami Persaud Pandit Attry Ramdhani Wierish Ramsoekh Gursev Singh Stoka Krishna Dasa Douwe Tiemersma Nico Waagmeester

Krishnamurti

Uit: Wijsheid uit India - 365 dagen, van Uitgeverij Lannoo

Subh Holi

Met dank aan Ruud Chander Bikram Lalbahadoersing Chander Mathura Esther van Renswoude Grafische verzorging ExLibras Adri Segaar Logistiek René van der Linden Druk Practicum Grafimedia Groep b.v. Stichting OHM (redactie OHM-Vani) Koninginneweg 8 1217 KX Hilversum Telefoon: 035 - 6260920 Fax: 035 - 6280843 E-mail OHM: info@ohmnet.nl Website OHM: www.ohmnet.nl ABN-Amro: 44.09.38.694

2 - januari / maart 2006


INHOUD pagina 5

Voorwoord

pagina 6

OHM Televisie

pagina 13

OHM Televisie Hindi

pagina 14

OHM Radio De

pagina 18

OHM Radio Darshan

pagina 22

Religie en rationalisering

Pagina 25

Vele wegen, één bergtop?

pagina 28

De persoon die niet verandert

pagina 30

Is de advaita universeel?

pagina 33

Shiva-bhakti: eenvoud en complexiteit in balans

Pagina 36

Tentoonstelling over rituelen in het hindoeïsme

Pagina 40

Holi-Phagwa: een geschenk aan een gespleten samenleving

Pagina 43

Maatschappelijk succes en seva

Pagina 46

Wat heeft trouwen met geluk te maken?

Pagina 50

Ayurveda en overgewicht

Pagina 52

Welkom bij de Sikhs

3 - januari / maart 2006

Lotusvijver


 - januari / maart 2006


Voorwoord

Beste lezer, Wat zal het nieuwe jaar ons brengen? Meer vrede, minder zelfzucht? Meer delen van alles wat de schepper ons heeft gegeven, niet alleen met de armen in de wereld maar ook met de andere schepselen? Zal er eindelijk een eind komen aan al het geweld dat wij via de media elke ochtend en avond krijgen voorgeschoteld? Zullen er meer vogels en vlinders vliegen in de lucht of meer bommen en vuil? Zo zou ik nog veel meer vragen kunnen stellen en u ook. Helpt dat? Stelt het gerust? Ik denk van niet. Vragen helpen je wel bewuster om te gaan met je zelf en met je omgeving. Ze doen je twijfelen aan de zogenaamde zekerheden. Maar of het helpt? Wat in ieder geval wel helpt, is je er niet bij neerleggen. Als je niets doet, aanvaard je de conflictueuze toestand waarin je verkeert; een toestand van agressie, hebzucht, onrechtvaardigheid. Hieraan iets doen, met grote of kleine daden, met toewijding… Daarmee maak je deze wereld een betere plek, ook in 2006. Met onze programma’s en dit blad hopen wij daar ook een steentje aan bij te dragen. Een voorspoedig, gezond en actief jaar toegewenst en… dank voor uw steun en bijdrage. Ruud Chander Directeur OHM

 - januari / maart 2006


TELEVISIE 1e kwartaal 2006 Iedere zondag op

Nederland 1

13.00 - 13.30 uur

Zondag 1 januari

Herhaling zaterdag 7 januari om 10.00 uur

OHM Magazine Een actueel programma, dat behalve verslag ook nadere interpretatie geeft aan sociale, culturele en religieuze ontwikkelingen binnen de hindoesamenleving in Nederland. In het Magazine ook aandacht voor de beleving van het hindoeïsme door autochtone hindoes. Vast onderdeel van het Magazine is ‘De Vraag.’ In deze aflevering wordt er o.a. aandacht besteed aan de volgende onderwerpen: l Opening nieuwe mandir in Wijchen l Opening tentoonstelling ‘De Goden verzoeken’ in het Trol penmuseum in Amsterdam. l En het team van OHM Magazine bezocht een specialist op l het gebied van Indiase astrologie, wat zal het jaar 2006 lons brengen?

Zondag 8 januari

Het ‘nieuwe’ hindoeïsme Het gedachtegoed van nieuwe spirituele bewegingen als de New Age bestaat voor een groot deel uit inzichten, maar ook uit symbolen en rituelen e.d. die uit het hindoeïsme afkomstig zijn.Terwijl aanhangers van deze bewegingen weglopen met deze nieuwe vorm van spiritualiteit, raken hindoes juist hun weg kwijt, omdat ze kennismaken met een nieuw soort hindoeïsme dat geen verankering heeft in de oor6 - januari / maart 2006

Herhaling zaterdag 14 januari om 10.00 uur


spronkelijke context. Zo werden yoga en meditatie verengd tot antistress- en ontspanningstechnieken en wordt tantra een techniek voor uitsluitend een beter seksleven. Hoe kunnen wij deze nieuwe vormen van het hindoe誰sme opnieuw in de oorspronkelijke grondtekst verankeren? Herhaling zaterdag 21 januari om 10.00 uur

Zondag 15 januari

Praatprogramma: Succes van Hindoestanen in Nederland Volgens verschillende publicaties zijn Hindoestanen in Nederland succesvol. Een groot deel van de Hindoestanen denkt er zelf ook zo over. Op grond waarvan denken we dat? In hoeverre kan dit zelfbeeld een bron worden van onverschilligheid? Kan het een bron worden van zelfgenoegzaamheid, waardoor we als groep onvoldoende motivatie genereren om onszelf in te spannen voor werkelijk succes? Wat is succes eigenlijk? En wanneer ben je succesvol? Zie ook het artikel op pagina 43.

Herhaling zaterdag 28 januari om 10.00 uur

Zondag 22 januari

Gezinsvorming (grihast) als bron van zingeving Mensen die in gezinsverband leven zijn gelukkiger, leven langer en zijn gezonder. Dat blijkt uit verschillende onderzoekspublicaties. Het gezin wordt binnen de hindoetraditie gezien als de hoeksteen van de samenleving. Toch neemt het aantal scheidingen, met name onder jong gehuwde Hindoestanen sterk toe. Ook het aantal mensen dat een beroep doet op hulpdiensten zoals het gezinsinterventieteam, neemt toe. Het Hindoestaans gezin in Nederland staat onder druk. Staan de grihast-idealen van vroeger, zoals beschreven in diverse geschriften, wellicht op gespannen voet met de huidige samenleving? Of kunnen die basiswaarden (zoals bijvoorbeeld die van artha en kama) ons ook nu nog helpen of inspireren tot een meer betrokken invulling van het leven in gezinsverband? Zie ook het artikel op pagina 46.

7 - januari / maart 2006


Televisie Zondag 29 januari

Ch@tney.nl: Cross over-muziek

Herhaling zaterdag 4 februari om 10.00 uur

Cross over-muziek is voor Hindoestaanse jongeren ĂŠĂŠn van de vele uitingsvormen van hun zelfwording. Zowel bij makers als luisteraars wordt deze vorm van muziek gezien als een product van artistieke innovatie en expressie. Maar er zijn ook mensen, cultuurpuristen, die zich heel erg storen aan de cross over-muziek. Zij vinden muziek iets dat de eigen identiteit bevestigt en daarom zo authentiek mogelijk gehouden moet worden. Jongeren daarentegen gaan ervan uit dat muziek een taal is die eenieder verstaat en dat juist een mix ervan in de vorm van cross-over muziek bij uitstek geschikt is voor dialoog en wederzijdse interesse. Is cross over-muziek een product dat snel en zonder artistieke inspanning geproduceerd kan worden, zoals tegenstanders beweren? Of is het echt kunst?

Zondag 5 februari

Ayurveda als verbinding tussen lichaam, geest en leefstijl Er is in Nederland een toenemende belangstelling voor de Ayurveda. Diverse studies bevestigen dat het aantal mensen met gezondheidsproblemen, veroorzaakt door een verkeerde leefstijl, toeneemt. Het Rathenau instituut organiseerde samen met het Centrum voor Landbouw en Milieu vorig jaar zelfs een publiek debat over het toenemend aantal kinderen met overgewicht en andere ziekten die daarvan een gevolg zijn, zoals diabetes. Vanwege de grote omvang van dit probleem riepen verschillende wetenschappers en instellingen de overheid op tot het nemen van maatregelen die een gezondere leefstijl zouden kunnen bevorderen. Welke bijdrage kan de Ayurveda, die met haar holistische kijk op de wereld een samenhang propageert tussen voeding, fysieke en psychische constitutie, maar ook tussen leefstijl en mensbeeld, leveren bij het terugdringen van de gezondheidsproblematiek waarmee we hier te maken hebben? Zie ook het artikel op pagina 50.

8- januari / maart 2006

Herhaling zaterdag 11 februari om 10.00 uur


Herhaling zaterdag 18 februari om 10.00 uur

Zondag 12 februari

Chakra’s

Dat ons lichaam en onze geest een energiebron zijn, is zo vanzelfsprekend dat we er pas bij stilstaan als we een tekort aan energie ervaren. Chakra’s zijn centra in ons lichaam, die onze energiehuishouding reguleren. Waar zitten de chakra’s precies? Welke chakra’s zijn er? En hoe moeten we de chakra’s activeren en onderhouden zodat ze voor ons een bron worden voor optimale en uitgebalanceerde energiehuishouding? (I.v.m. de Davis-cup komt de uitzending van de OHM op 12 februari mogelijk te vervallen. Wel wordt de uitzending herhaald op 18 februari.) Herhaling zaterdag 25 februari om 10.00 uur

Zondag 19 februari

God, mens en natuur Dat zijn drie existenties die volgens de grondlegger van de Arya Samaj beweging in India, Swami Dayanand, in kwalitatieve zin van elkaar verschillen, maar onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Deze gedachte heeft echter consequenties voor de wijze waarop elk individu in het leven staat en de relaties die hij met zijn omgeving ontwikkelt.Wat kan ik hier en nu met deze gedachte? Hoe kan deze gedachte, die bekend staat als de Trait Vad filosofie, mij helpen betekenis te geven aan mijn relatie met mijn medemens, de natuur, de kosmos en God?

Herhaling zaterdag 4 maart om 10.00 uur

Zondag 26 februari

Ch@tney.nl: Omgangsvormen Omgangsvormen en leefstijlen die vanuit de hindoetraditie bepalen hoe we met elkaar omgaan kunnen bij buitenstaanders ingewikkeld, maar vooral betekenisloos overkomen. Zo trekken we bij binnenkomst in de gang de schoenen uit. Eenmaal binnen blijkt bij de begroeting elke oma en elke opa een eigen aanspreektitel te hebben, net als oudere broers, zussen, ooms en tantes. Wat zit er achter deze gebruiken? Is het een puur traditioneel overblijfsel? Of is het meer? 9 - januari / maart 2006


Televisie Zondag 5 maart

Maha Shiva Ratri: De grote nacht van Shiva

Herhaling zaterdag 11 maart om 10.00 uur

Shiva is voor veel hindoes het hoogste Godssymbool. Devotie aan Shiva betekent voor hen een moment van intense Godservaring. In dit programma volgen we enkele Nederlandse hindoes in hun devotie voor Shiva. Als ultieme uitdrukking van hun devotie maken sommige hindoes ter gelegenheid van Maha Shiva Ratri een pelgrimstocht. Weer anderen vasten, reciteren mantra’s en mediteren. Wat betekent deze laatste vorm van devotie voor hun spiritualiteit?

Zondag 12 maart

Herhaling zaterdag 18 maart om 10.00 uur

OHM Magazine Een actueel programma, dat behalve verslag ook nadere interpretatie geeft aan sociale, culturele en religieuze ontwikkelingen binnen de hindoesamenleving in Nederland. In het Magazine ook aandacht voor de beleving van het hindoeïsme door autochtone hindoes. Vast onderdeel van het Magazine is ‘De Vraag.’ Hierin gaat een kijker op zoek naar het antwoord op een vraag die hij/zij heeft ten aanzien van ceremonies, rituelen, gebruiken of andere uitingsvormen uit de hindoetraditie.

Dinsdag 14 maart 17.10 uur

Holi 2006

extra uitzending

Een programma vol muziek en dans rond de verschillende betekenissen van Holi, dat OHM samen met het Tropen Instituut heeft ontwikkeld.

10 - januari / maart 2006

Herhaling Nog niet bekend


Herhaling zaterdag 25 maart om 10.00 uur

Zondag 19 maart

Praatprogramma: Zelfwording in het ontmoetingsvlak van meerdere culturen Binnen de Surinaams-Hindoestaanse traditie is het wenselijk als je als meisje thuis volgzaam, bescheiden en vooral respectvol bent. Eigenschappen die je buitenshuis nodig hebt zoals assertiviteit, zelfstandigheid en een kritische houding, worden niet altijd voldoende ontwikkeld, blijkt uit onderzoek van dr. B. Salverda, B. Mungra en M. Niekerk. Dit leidt ertoe dat deze meisjes in hun ontplooiingsdomein kansen missen omdat ze de benodigde vaardigheden niet hebben. In hun verwachting van bovenstaand gedrag refereren ouders aan waarden uit de hindoetraditie die ze zelf niet kunnen duiden. Maar ook de diepere betekenis die achter deze waarden schuilgaat kunnen ze niet uitleggen. We praten hierover met een groep deelnemers uit de drie culturen die op onze zelfwording van invloed zijn: de Surinaamse, de Nederlandse en de Indiase cultuur. Met als centrale vraag: vind je dat trouw blijven aan je eigen traditie conflicterend werkt met je huidige maatschappelijke ontplooiingsdomein? Of geeft het juist een vertrouwd gevoel en een solide basis?

Herhaling 1 april om 10.00 uur

Zondag 26 maart

Ch@tney. nl: Geluk als maakbaar product Wie innerlijke harmonie kent, heeft geen uiterlijke impulsen voor gelukservaring nodig. Echt geluk komt van binnenuit. Dat zegt het hindoe誰sme. Toch neemt het aantal jongeren dat zich ongelukkig voelt, ook in de Hindoestaanse gemeenschap, toe, onder meer omdat deze jongeren maatschappelijk niet succesvol zijn. Het hindoeisme gaat ervan uit dat eenieder die voldoende inspanning pleegt en vanuit de juiste levenshouding en intenties leeft, maatschappelijk succesvol kan zijn. Dit kan een bron van geluk zijn. Deze gedachte gaat ervan uit dat je je eigen geluk bepaalt. Welke zijn die intenties? Kun je werkelijk je eigen geluk regisseren? Waar ligt het evenwicht tussen maatschappelijk en spiritueel geluk? 11 - januari / maart 2006


12 - januari / maart 2006


Vertaling door: Dr. pt. A. Bierdja

Televisie Hindi

Met dank aan Shami Chander voor sponsoring 13 - januari / maart 2006


Radio de 1e kwartaal 2006

Zondag 14.15 - 15.00 uur

Radio 747 747 AM en via de kabel: Den Haag 88.1 FM Amsterdam 96.6 FM Rotterdam 90.0 FM op

via de ether:

of vraag uw kabelexploitant naar de juiste frequentie in uw regio.

Zondag 1 januari

Hoe werkt de virtuescoop? Zoals een horoscoop informatie geeft over je karakter, je mogelijkheden en je toekomst, zo is de virtuescoop bedoeld om innerlijke krachten en persoonlijke kwaliteiten in kaart te brengen. De virtuescoop is door de Brahma Kumaris ontwikkeld. Hoe werkt deze en wat kun je er op spiritueel gebied mee?

Zondag 8 januari

Is spiritualiteit wel universeel? Vaak wordt er gezegd dat alle religies en spirituele wegen naar hetzelfde doel leiden. Maar wat is de onderbouwing van dit principe van eenheid? In De Lotusvijver een kritisch onderzoek naar de eenheid van religies en spirituele wegen.

Zondag 15 januari

Toch naar de Veda’s? De TM (Transcendente Meditatie) als organisatie houdt zich momenteel met tal van Vedische kennisgebieden bezig, zoals astrologie, Ayurveda, klassieke muziek, Vedische bouwkunde etc. Dit is opvallend, omdat de TM vanaf de jaren zestig zich vooral presenteerde als een universele 14 - januari / maart 2006


lotusvijver beweging met op wetenschappelijk onderzoek gebaseerde meditatietechnieken. Waarom heeft de TM dan nu zoveel aandacht voor de Vedische traditie?

Zondag 22 januari

Paranormale verschijnselen en het hindoe誰sme In veel religies, waaronder het christendom, wordt gelovigen aangeraden zich verre te houden van paranormale zaken. Maar in het hindoe誰sme is er wel ruimte om zich bezig te houden met het paranormale. Hoe het hindoe誰sme en het paranormale zich tot elkaar verhouden hoort u in deze uitzending van De Lotusvijver.

Zondag 29 januari

Gandhi en de kracht van eenvoud Een kleine en oude man gehuld in een lendendoek met een brilletje en een wandelstok; dat is het beeld dat we doorgaans van de grote Mahatma Gandhi hebben. Zijn eenvoud is typerend voor hem. In deze uitzending van De Lotusvijver hoort u verhalen van mensen die zelf ook de weg van eenvoud beoefenen.

Zondag 5 februari

Orgaandonatie volgens de Ayurveda De Ayurveda is een traditionele Indiase geneeswijze die een andere kijk heeft op de mens en op ziekte en gezondheid dan de westerse geneeskunde. Leidt dit ook tot een andere visie op het afstaan van organen aan een ander lichaam?

Zondag 12 februari

Kritische hindoebewegingen Zoals in elke traditionele religie zijn ook in het hindoe誰sme in de loop der tijd hervormingsbewegingen ontstaan die zaken wilden veranderen. Wat waren en zijn de grootste punten van kritiek op de traditie? Wat wilden deze hervormingsbewegingen zo graag anders zien? 15 - januari / maart 2006


Radio Zondag 19 februari & Zondag 26 februari

Erotiek in het hindoe誰sme; vroeger en nu Door de Kama Soetra en de erotische tempelsculpturen kunnen we opmaken dat erotiek (voorheen) een belangrijke plaats binnen de hindoebeleving moet hebben (gehad). Nu leiden deze expliciet erotische taferelen tot veel verwarring en hilariteit. Wat vinden Nederlandse hindoes van de erotische symboliek binnen hun religie?

Zondag 5 maart

Bedevaart naar India Jaarlijks trekken honderden mensen uit Nederland naar India om de aloude bedevaartsplaatsen te bezoeken. In De Lotusvijver vertellen pelgrims over hun ervaringen met heilige plaatsen in India. Wat trekt hen zo daarin aan en vonden zij wat zij zochten?

16 - januari / maart 2006


de lotusvijver Zondag 12 maart

De oorsprong van het kwade Tijdens de Holi-Phagwa viering op 14 maart wordt de overwinning van het goede op het kwade gevierd. Wat is de oorsprong van het kwade binnen het hindoeĂŻsme? Is er ook sprake van iets als een gevallen engel, zoals in het christendom? De Lotusvijver ging op zoek.

Zondag 19 maart

Holi, de viering van het goede Op 14 maart vierden hindoes over de hele wereld het Holifeest. Dit ging gepaard met veel luide muziek en elkaar (wild) bepoederen met geurige en gekleurde talkpoeder. In deze Lotusvijver hoort u op welke manieren het Holifeest in de Nederlandse hindoegemeenschap wordt gevierd.

Zondag 26 maart

Relishoppen Een dag mantra’s zingen, een cursusje kundalinimeditatie en Shiva als inspiratiebron. Maar nog wel zondags in de kerk bidden en lezen in de bijbel en een kruisje dragen om je hals. Kunnen de rituelen en gebruiken uit deze twee religies samengaan?

17 - januari / maart 2006


Radio 1e kwartaal 2006

Maandag 16.00 - 17.00 uur

Radio 747 747 AM en via de kabel : D en H aag 88.1 FM A msterdam 96.6 FM Rotterdam 90.0 FM op

via de ether:

of vraag uw kabelexploitant naar de juiste frequentie in uw regio.

Maandag 2 januari

Scheppingsverhalen Aan het begin van het nieuwe jaar staat Darshan stil bij het grote begin, namelijk de schepping (manifestatie/creatie zijn betere begrippen volgens de hindoefilosofie). De scheppingsverhalen worden besproken tegen de achtergrond van de huidige discussie rondom intelligent design.

Maandag 9 januari

Hindoes en de New Age New Age wordt vaak gebruikt voor een zoektocht naar zingeving buiten de gevestigde wereldreligies. Het is een praktijk die halverwege de vorige eeuw ingang vond. De grote groep hindoes woont inmiddels enkele decennia in Nederland. Wat is hun ervaring met New Age?

Maandag 16 januari

Niet kunnen lezen of schrijven? We denken altijd dat iedereen in Nederland alfabeet is. Toch zijn er ook nog steeds Hindoestanen die niet kunnen lezen of schrijven. Lastig in het dagelijks leven: het roept een gevoel van schaamte op. Darshan kijkt naar de inspanningen die men verricht om toch te leren lezen en/of schrijven. 18 - januari / maart 2006


Darshan Maandag 23 januari

Hindoe opvoeding? Kinderen hebben de toekomst, wordt vaak gezegd. Maar hebben onze kinderen wel een toekomst als een hindoe? Hoe geven we hen de cultuur mee? Het is opvallend dat er ontzettend weinig materiaal voor hindoekinderen beschikbaar is. Waar ligt dat aan?

Maandag 30 januari

Gandhi in Nederland Gandhi is hoogst waarschijnlijk de bekendste hindoe ooit. Rondom zijn sterftedag worden er in talloze gemeenschappen activiteiten georganiseerd. Opvallend is dat er binnen de Hindoestaanse gemeenschap weinig aandacht is voor deze grote hindoe. Waarom?

Maandag 6 februari

Maagdelijkheid (on)belangrijk? Door de discussies rond de islam is er veel aandacht voor de wenselijkheid van maagdelijkheid. Hoe kijken hindoes hier tegen aan? Darshan bespreekt dit onder hindoes controversiĂŤle onderwerp.

Maandag 13 februari

De filosofie van Swami Dayanand Swami Dayanand wordt vooral als een maatschappelijke hervormer gezien die het kastenstelsel afwees, vrouwen een gelijkwaardige positie toekende etc. Minder bekend is dat de swami ook een grote yogi en filosoof was. In deze uitzending aandacht voor de Trait Vada, de filosofie van Swami Dayanand.

19 - januari / maart 2006


Radio Maandag 20 februari

Erotiek in hindoegeschriften Door de Kama Soetra en de erotische tempelsculpturen kunnen we opmaken dat erotiek (voorheen) een belangrijke plaats binnen de hindoebeleving moet hebben (gehad). Nu leiden deze expliciet erotische taferelen tot veel verwarring en hilariteit. Wat vinden Nederlandse hindoes van de erotische symboliek binnen hun religie?

Maandag 27 februari

De Shivalingam Elk jaar wordt de nacht van Shiva door hindoes gevierd door te mediteren op Shiva in al zijn verschijningsvormen, dus ook de Shivalingam. Sommigen vinden het moeilijk dit fallusachtige symbool te duiden. In Darshan hoort u over de symboliek en verering van Shiva als lingam. Š Arca Vigraha

20 - januari / maart 2006


Darshan Maandag 6 maart

Wij willen Sarnami leren Sarnami is een taal die kinderen al sprekende van hun ouders, familie en vrienden leren. Momenteel krijgen veel jongeren deze taal niet meer van huis uit mee. Sommige jonge Hindoestanen vinden dit zo lastig, dat zij graag alsnog Sarnami willen leren. Darshan bekijkt met hen hun drijfveren en de mogelijkheden deze taal alsnog te leren.

Maandag 13 maart

Holi-Phagwa Ter gelegenheid van het Holifeest besteedt Darshan in deze uitzending aandacht aan de Holiverhalen. De essentie hiervan is de overwinning van het goede op het kwade. Waar komt het kwade vandaan in het hindoe誰sme?

Maandag 20 maart

Beleven of verklaren? Veel gewoonten, gebruiken en rituelen in het hindoe誰sme hebben geen rationele of sluitende basis. We doen dat gewoon zo. Is dat acceptabel of proberen we toch verklaringen te zoeken?

Maandag 27 maart

Geen vriend op je vijftiende! Er is veel aandacht voor de beperkingen die ouders vooral hun opgroeiende dochters opleggen. Daar worden sommige dochters zo ongelukkig van dat zij zelfs parasu誰cidaal gedrag vertonen. Maar hoe is het om opvoeder te zijn van opgroeiende pubers? Darshan praat met ouders over hun angsten en verwachtingen.

21 - januari / maart 2006


Religie en rationalisering

Corstiaan van der Burg

Veel hindoes die sinds de onafhankelijkheid van Suriname in Nederland wonen hebben een andere kijk op hun religie gekregen. Sommigen onder hen hebben een emotionelere manier gevonden om met ‘het heilige’ om te gaan, anderen zijn op sommige punten gaan twijfelen en zijn zich vragen gaan stellen over hun geloof. Zijn die laatsten daarom een minder soort hindoe geworden, of kunnen ze zelfs niet meer als hindoe beschouwd worden? Of moeten ze juist serieus genomen worden en verdienen ze adequate antwoorden op hun indringende vragen? We laten een godsdienstwetenschapper hierover aan het woord.

Wat meer en meer opvalt bij hindoes is, dat ze zo veel elementen in het hindoeïsme, die ze vroeger als vanzelfsprekend accepteerden, nu graag uitgelegd willen hebben, en er zelfs onderzoek naar willen doen. Neem bijvoorbeeld bepaalde mantra’s die iedereen wel kent. Vroeger nam men er genoegen mee om ze onbegrepen uit te spreken. Nu willen vooral jongeren graag weten wat de mantra betekent en waarom die op een bepaald moment gezegd moet worden. Het lijkt wel alsof ze de mantra’s pas willen gebruiken als ze het nut en de zin van het uitspreken ervan inzien, en als ze weten wat ze betekenen.

In het algemeen zegt men dat geloven vooral een zaak van het hart is. Bhakti is daar een prachtig voorbeeld van: ‘deel hebben aan de glorie van God, door Hem toegewijd te vereren’. Maar hoe zit het met je intellectuele behoeften? Moet je je verstand maar uitschakelen als gelovige hindoe? In de lange en rijke traditie van het hindoeïsme is er altijd ruimte geweest voor zowel de rituele, spirituele en devotionele, als voor de intellectuele behoeften van de gelovigen. Denk maar aan de zes filosofische tradities, waarvan er zeker vier, de Samkhya-, de Yoga-, de Nyaya- en de Vaisheshika-scholen, primair uitgaan van de logica, de rede, en niet van de

22 - januari / maart 2006


Vedische openbaringen. Neem daarentegen de beroemde filosoof Ramanuja, die, in tegenstelling tot Shankara, ervan overtuigd was dat Godskennis pas tot verlossing leidde als het gedragen werd door bhakti.... Rationaliteit heeft dus altijd een plaats gehad in de eeuwenlange traditie van het hindoeïsme. Dat wordt in hindoe-kringen in Nederland wel eens vergeten. Dat komt onder meer omdat het hindoeïsme van de Hindoestanen vooral de rituele kant van de traditie benadrukt, ten koste van de spirituele en rationele aspecten. Dat zou dan komen door de bijzondere ontstaansgeschiedenis van het Surinaamse hindoeïsme. Toen vervolgens de Surinaamse hindoe-traditie ook mee naar Nederland kwam, heeft zij hier in dertig jaar weliswaar de nodige veranderingen ondergaan, bewust en onbewust, maar tot een minder eenzijdig hindoeïsme is het tot nu toe nog niet erg gekomen. Weliswaar krijgen de gelovigen alle ruimte om hun religie naar eigen wens te bestuderen en te beleven, maar van een centraal georganiseerd stimuleringsbeleid op dit punt is niet veel te merken. En dat is op zijn minst jammer te noemen. Afgezien van de vraag of zo’n centrale sturing nu wel zo nodig en passend is, moet een ‘leefbaar’ hindoeïsme in ieder geval voldoende aandacht schenken aan de emotionele, maar ook aan de intellectuele behoeften van de gelovigen. Een religie die daaraan voorbij gaat loopt het gevaar als ongeloofwaardig van de hand te worden gedaan. Dat geldt natuurlijk niet alleen voor het hindoeïsme. Alle godsdiensten die relevant willen

blijven voor hun belijders moeten zich rekenschap geven van het feit dat de gelovigen leven in een snel veranderende wereld, waarin de maatschappelijke en wetenschappelijke ontwikkelingen en ontdekkingen een voortdurende aanslag vormen op de traditionele geloofsopvattingen. Hoe het ook zij, in Nederland zijn mogelijkheden genoeg om kennis te nemen van andere - spirituele of filosofische - vormen van hindoeïsme. Dit legt een grote verantwoordelijkheid op de schouders van hen die moeten zorgen voor de overdracht en het bewaren van de religie voor de toekomstige generaties. Zij zullen zo gelovig en deskundig moeten zijn, dat zij de uitdaging durven aangaan om ook de meest rationele twijfelaar van repliek te dienen. Op dit punt is er nog veel te winnen. Immers, als niemand meer weet waarom een bepaald ritueel moet worden uitgevoerd, of hoe de Nederlandse vertaling van een bepaalde mantra is, dan is het hoog tijd om zich op zijn religie te bezinnen. Als men zijn eigen religie ernstig neemt, en ook wil dat anderen dat doen, dan is het een opdracht aan zowel de hindoe-geestelijken als aan de leken om zich nog meer te verdiepen in de eigen religie. In ieder geval is het weinig zinvol om zich af te sluiten voor kritische geluiden van twijfelaars binnen of buiten de hindoegemeenschap, of om die kritiek te overstemmen met een bombardement van mantra’s of het verkondigen van tijdloze onthechte wijsheden. Rituelen en monologen bieden uiteindelijk geen antwoord op vragen naar de zin van het

23 - januari / maart 2006


leven. Het uitleggen waarom een bepaald ritueel of een mantra zinvol is, of waarom een bepaalde filosofische gedachtegang waardevol is, moet niet alleen als plicht gezien worden, maar vooral als noodzakelijk voor het voortbestaan van de religie. En een religie die het verstand uitschakelt en de verstandelijke behoeften van de gelovige miskent, is immers geen lang leven beschoren. Evenmin trouwens als een religie die onvoldoende tegemoetkomt aan de emotionele behoeften van de gelovigen. Het mooie van het hindoeïsme is juist, dat het zo’n rijke traditie heeft, en daarbij zoveel soorten van geloofsovertuigingen omvat, dat er volop ruimte en keuze voor iedereen is. Een nadeel daarbij is soms, dat ieder mag geloven

en beweren wat hij wil, omdat er in het hindoeïsme geen centrale autoriteit is die dat kan verhinderen of veroordelen. De hindoe gezagsdragers en deskundigen op alle niveaus wacht de moeilijke taak om de gelovigen op

hun zoektocht te begeleiden. Daartoe hebben ze scholing nodig op terreinen die nu vaak nog onvoldoende betreden worden. In die zin heeft het hindoeïsme in Nederland nog een inhaalslag te maken. Men hanteert nog te veel de oude succesformules uit Suriname. Maar als de moderne gelovige zich daarbij niet serieus genomen voelt en geen antwoord krijgt op zijn vragen, dan keert hij zich teleurgesteld af. Een hindoe hoort immers de waarom-vraag te kunnen stellen, en niemand zou hem dat mogen ontzeggen. Hindoes hebben al eeuwen geleden ingezien, dat juist het discussiëren over religieuze kwesties het geloof alleen maar ten goede kan komen. In plaats van bevangen te blijven door koudwatervrees voor de rationaliteit van de kritische leek, kunnen de deskundigen er ook voor kiezen om de uitdaging aan te gaan, en hun door studie, opleiding en kadervorming – en daaraan ontbreekt nu nog wel behoorlijk wat! - opgebouwde kennis van de eigen traditie te gebruiken om, in samenspraak met de gelovigen, te komen tot een modern en volwassen hindoeïsme dat op een geloofwaardige manier omgaat met de vragen en de behoeften van de mondige hindoe van deze tijd. n Dharsan besteedt op 20 maart uitgebreid aandacht aan dit thema.

24 - januari / maart 2006


Vele wegen, één bergtop?

Douwe Tiemersma

Op welke wijze moet het leven geleefd worden? Wat is de juiste weg om te gaan? Antwoorden op deze vragen zijn in de vele verschillende levensbeschouwingen, religies en spirituele wegen te vinden. Meer dan in het christendom en de islam, die op grond van hun heilige geschriften een exclusieve heilsopvatting hebben, is in het hindoeïsme de stelling te vinden dat de vele wegen naar eenzelfde doel leiden.

Welke kant van de berg je ook naar boven gaat, iedereen zal de top bereiken. Welke rivier je ook volgt, elke rivier stroomt uit in de grote oceaan. Ramakrishna, de Indiase heilige uit de negentiende eeuw zei: ‘Ik heb alle godsdiensten – hindoeïsme, islam, christendom – in de praktijk gebracht en ik heb ook alle paden gevolgd van de hindoe-sekten. Ik heb ontdekt dat het dezelfde God is naar wie allen op weg zijn, hoewel langs verschillende paden. ... De werkelijkheid is één met verschillende namen en iedereen zoekt dezelfde werkelijkheid.’ (Ramakrishna, Gesprekken opgetekend door M., Mirananda 1987, p. 79-80) Er zijn van oudsher veel wegen in het hindoeïsme. Er is het ascetisme waarin vrijheid wordt gezocht door zich te onthouden van alle zaken die men als bindend ervaart. Er is de weg van de re-

ligieuze werken (karma), het uitvoeren van de voorgeschreven rituelen. In de Bhagavadgîtâ wordt deze weg getransformeerd tot karma-yoga, het handelen waarbij de resultaten van het handelen aan God worden opgedragen. Dat behoort tot de weg van de religieuze devotie, de liefdevolle toewijding aan God (bhakti). Verder is er de weg van het inzicht, waarin ook de rationaliteit een duidelijke plaats heeft, de weg van de bevrijdende kennis (jñâna) van de identiteit van het hoogste zelf-zijn (Âtman) met de wereldgrond (Brahman), het ‘Dat ben Jij’ in de Chândogya Upanishad. De grote variatie in soorten wegen binnen het hindoeïsme is blijkbaar geen belemmering voor de visie die zij in hun doel overeenkomen. Maar, hoe kan men zeggen dat al deze wegen tot hetzelfde doel leiden? Dat is alleen

25 - januari / maart 2006


mogelijk omdat er een notie is van een ‘doel’ dat alle wegen en vormen overschrijdt. Dit betekent dat dit ‘doel’ niet kan worden omschreven, hoewel er een besef of zijnservaring van is. Er kunnen nog positieve aanduidingen zijn van het hoogste zoals ‘God’ of ‘Bewustzijn’, maar principieel gaat het hoogste voorbij elke vorm en naam. Dat is op allerlei plaatsen in de klassieke teksten gezegd. Bijvoorbeeld, in het eerste hoofdstuk van de Kena Upanishad staat: 4. Dat is anders dan het gekende en ook verheven boven het niet-gekende. Zo hebben wij vernomen van de oude leraren die ons over Dat onderrichtten. 5. Dat wat niet in het spreken wordt uitgedrukt, maar dat waardoor het spreken tot uitdrukking komt, weet dat Dat Brahman is, en niet dit wat men als god aanbidt. * Ten opzichte van dat Absolute zijn alle vormen en alle wegen betrekkelijk. Alles wat meehelpt in de richting te komen van Dat, is als middel nuttig. Een gevolg van deze visie is dat het hindoeïsme altijd erg syncretistisch en verdraagzaam is geweest. Het was syncretistisch omdat vanaf de Vedische tijd voortdurend elementen van buiten werden opgenomen. India is een smeltkroes van volkeren die gezamenlijk het hindoeïsme hebben vormgegeven. Het hindoeïsme was mede daarom altijd erg verdraagzaam ten opzichte van andere religies en spirituele tradities. Hindoes leefden zonder problemen samen met

boeddhisten, moslims, christenen, met wie ze elementen van levensbeschouwing en filosofie uitwisselden. Een belangrijke, zo niet de belangrijkste factor die dit mogelijk maakte was de notie van het allesoverstijgende ÂtmanBrahman, het absolute aspect van God waarmee het hoogste zelf-zijn één is. In onze tijd zien we in India meer onverdraagzaamheid opkomen. Dat is ten dele te begrijpen vanuit de onverdraagzaamheid van andere groeperingen en sociaal-politieke factoren, maar het heeft ontegenzeggelijk ook te maken met het vergeten van het allesoverstijgende, transcendente ‘doel’ of centrum van het hindoeïsme. Als dit ‘doel’ niet als notie aanwezig is, staan de veelheid en de verschillen voorop. Als er wel een doel van de heilsweg expliciet wordt omschreven, wordt dit doel in de wereld van de condities getrokken en daarmee worden direct andere doelen uitgesloten. Dan kunnen er harde twistgesprekken en zelfs fysieke confrontaties zijn. Alle grote Indiase leraren hebben echter het transcendente doel benadrukt en zo de verdraagzaamheid. Een hindoe-renaissance zal dus het transcendente centraal moeten stellen en niet de natie en de cultuur. Als de waarde van de verschillende wegen afhangt van de hulp die zij bieden om dichter bij de realisatie van het Absolute te komen, is er geen

26 - januari / maart 2006


enkelvoudige weg voor alle mensen in alle fasen van leeftijd en ontwikkeling. Wat nuttig is, hangt steeds van de situatie af. Alle grote leraren waren zich ervan bewust dat er voor verschillende mensen in verschillende fasen van leven en ontwikkeling een eigen stuk onderricht voor de hand ligt. Traditioneel worden in het hindoeïsme de vier levensfasen (âshrama’s) onderscheiden, die van de leerling, de huisvader, de teruggetrokken oudere en de bezitsloze sannyâsin. Wat voor de hand ligt om te doen, ook op het spirituele vlak, is in elke levensfase verschillend. Dat verschil geldt ook voor mensen uit verschillende bevolkings- en beroepsgroepen. Bij de grote leraren zoals Ramana Maharshi kreeg elke vragensteller een antwoord dat bij hem of haar paste (Bijvoorbeeld: Sri Ramana Maharshi, Gesprekken, Ankh-Hermes, Deventer 2002). Mensen verschillen en het kan niet anders dat ieder een eigen unieke spirituele weg heeft. Wat blijft staan is dat de betrekkelijkheid van de wegen alleen wordt gezien vanuit het besef of de realisatie van het Ene. Vroeg of laat komt een ieder in de situatie waarin een totale overgave wordt gevraagd. Tot op zekere hoogte kan er worden gesproken over spirituele wegen, deze wegen leiden

alle, als het goed is, naar die grens. Naar het Hoogste zelf dat over de grens ligt is geen weg. Over de grens heen gaan betekent alles opgeven. Deze radicaliteit van overgave is de essentie van alle echte spirituele wegen. Daarin is het dat ze overeenkomen en daarin zijn ze aan elkaar gelijk. Velen vinden de ruimte waarin alles moet worden losgelaten wat tot de eigen wereld behoorde erg beangstigend. Zelfs Arjûna beefde en stamelde van schrik, toen hij het visioen kreeg van de kosmische vorm van Krishna, de Tijd die alles verwoest, Vishnu die om overgave vraagt (Bhagavadgîtâ, hoofdstuk 11). Overal in de Bhagavadgîtâ echter staat dat God de mensen die tot hem komen zal opvangen. Op de weg van de realisatie van het Zelf blijft men altijd al zich-zelf, ook in de kosmische en goddelijke sfeer om dan te herkennen dat Zelf-zijn altijd al met het Hoogste samenvalt. Dat is niet beangstigend, maar als bevrijding onuitsprekelijk prachtig. n * Douwe Tiemersma (red.) De elf grote Upanishaden. Tekst en toelichting, Advaitacentrum, Leusden 2004 (www.advaitacentrum.nl).

De Lotusvijver besteedt op zondag 8 januari uitgebreid aandacht aan dit onderwerp.

27 - januari / maart 2006


Een uitleg over het Krishna-bewustzijn

De persoon die niet verandert

Stoka Krishna dasa

Het Krishna–bewustzijn is een wetenschap, de wetenschap van God. Iedereen heeft bewustzijn. Maar wat is dat? De Bhagavad-gita legt uit: ‘Avinasi tu tad viddhi yena sarvam idam tatam,’ ofwel: ‘Het bewustzijn is dat wat eeuwig is en het hele lichaam doordringt.’ Hoe kan het bewustzijn eeuwig zijn? Dit kunnen we begrijpen door een heel eenvoudig experiment. In onze kinderjaren waren we bewust, in onze jeugd waren we bewust en als we oud zijn zullen we ook bewust zijn. Het lichaam verandert, maar het bewustzijn blijft hetzelfde. Dat kunnen we niet ontkennen. Daarom legt de Bhagavad-gita uit: ‘Na hanyate hanyamane sarire,’ ofwel: ‘Bewustzijn is eeuwig.’ Het sterft niet wanneer het lichaam sterft. Zodra er geen bewustzijn meer aanwezig is in het lichaam, is het lichaam dood. Wat is dan precies bewustzijn? Het is het symptoom van de aanwezigheid van de ziel. Zoals vuur hitte en licht verspreidt, zo verspreidt de ziel het bewustzijn door het gehele lichaam. En zoals de belichaamde ziel in dit lichaam voortdurend overgaat van kinderjaren naar jeugd en van jeugd naar ouderdom, zo gaat de ziel op het moment van de dood over naar een ander lichaam. Spiritualiteit begint met kennis omtrent de ziel en het zuiveren van het bewustzijn. Als het bewustzijn is gezuiverd verhuist de ziel niet langer van lichaam naar lichaam. Het leven is een continuïteit. Het hui-

dige leven is slechts een flits van een moment op onze reis van vele miljoenen levens. De beweging voor het Krishnabewustzijn is een beweging om het bewustzijn te zuiveren. Krishna-bewustzijn is heel simpel. Reciteer simpelweg de zestien woorden van de maha-mantra: ‘Hare Krishna Hare Krishna Krishna Krishna Hare Hare Hare Rama Hare Rama Rama Rama Hare Hare.’ Ook al staat het in het Sanskriet geschreven, het is een universele, transcendentale geluidsvibratie. Door het reciteren van de mantra komen we direct in contact met God. Dit zuivert het bewustzijn.

28 - januari / maart 2006


en God is ook geestelijk (Brahman). Er is geen verschil in kwaliteit. Stel, men neemt een druppel water van de Atlantische oceaan en analyseert de ingrediënten. De samenstelling van de druppel water is gelijk aan de grote hoeveelheid water in de oceaan. Hetzelfde geldt voor ons: wij zijn kleine geestelijke vonkjes van de allerhoogste geestelijke ziel, God. We hebben alle geestelijke kwaliteiten die God heeft, maar God is groot en wij zijn klein. Hij is onbeperkt en wij zijn beperkt. God en wij zijn kwalitatief gelijk maar we zijn kwantitatief verschillend.

Wanneer we dichtbij het vuur komen worden we warm en op dezelfde manier begint onze zuivering als we direct in contact komen met God. Het reciteren van de Hare Krishna-mantra zuivert het bewustzijn en vervolgens kunnen we begrijpen wie we werkelijk zijn. Het basisprincipe van Advaita-filosofie is dat het levend wezen gelijk is aan God. Dit is een feit. Wij zijn niet verschillend van God. De koningin is Nederlands en een gewone burger is ook Nederlands. Er is wat dat betreft geen verschil tussen de koningin en de burger, omdat ze alle twee Nederlands zijn. Maar tegelijkertijd is de burger niet de koningin. De burger is een Nederlander maar dat betekent niet dat de burger gelijk is aan de koningin. Wij zijn ook kwalitatief gelijk aan God. Wij zijn geestelijk (Brahman)

Degenen die alleen maar het aspect accepteren dat we kwalitatief gelijk zijn met God worden advaita-vadis genoemd. Ze vergeten dat we niet kwantitatief gelijk kunnen zijn aan God. Als het levend wezen kwantitatief gelijk is aan God, waarom is de ziel dan in dit miserabele materiële bestaan terecht gekomen? Omdat de ziel beperkt is, is hij onderhevig aan de invloed van maya, illusie. Hoe kan de ziel onderhevig zijn aan maya als hij de allerhoogste is? Dat zou betekenen dat maya groter is dan God. Onze filosofie, de Vedanta filosofie, is acintya-bheda en abheda-tattva: we zijn tegelijkertijd één met en verschillend van God. We zijn kwalitatief gelijk aan God, maar kwantitatief verschillend. Dat is onze Vaishnava filosofie. Advaita-vada (eenheid) en dvaita-vada (ver-scheidenheid) zijn beide waar. We zijn niet verschillend van God in kwaliteit, maar verschillend in kwantiteit. Dat is een alomvattende en perfecte filosofie. n

29 - januari / maart 2006


Is de advaita universeel?

Vinod Bhagwandin

Traditioneel stellen hindoes dat je alleen het geluk kunt hebben een hindoe te zijn, vanwege een niet zo toevallige geboorte als hindoe. Je kunt het niet worden, noch door bekering noch door enige andere inspanning in dit leven.

Je kunt wel als hindoe door in dit leven zedelijk en redelijk te leven verdienstelijk karma verzamelen en daardoor jezelf heel langzaam en met het nodige geluk in ontelbaar veel geboorten upgraden naar een steeds hoger klassement van hindoes. Tot je uiteindelijk zelfs aankomt bij de hoogste kaste, die van de brahmanen, die het dichtst bij de goden en bij het hoogste levensdoel voor hindoes staat: moksha, de bevrijding van het mens-zijn, oftewel hindoe-zijn. In deze zin is het hindoeïsme in de kern een etnische en exclusieve godsdienst, net als het jodendom, en geen universalistische godsdienst die zich voor alle mensen leent zoals de islam, het christendom en het boeddhisme. Maar hoe zit het dan met de bevrijding die tegenwoordig vele, met name niet-hindoes aanspreekt in een van de orthodoxe hoofdscholen in het duizelingwekkend veelvormige hindoeïsme: de advaita vedanta? Is deze alleen aan hindoes voorbehouden en kunnen alleen zij bevrijding realiseren? En wat is bevrijding precies; waarvan word je eigenlijk bevrijd en waarom wordt daar zo naar verlangd? Hoe universeel is die bevrijding?

De advaita vedanta is een oeroude, streng mystiek-filosofische en vroeger strikt geheime stroming die in vergelijking tot het uitbundig devotionele volksgeloof van de grote massa uitzonderlijk weinig aanhangers kent onder hindoes – in India net zo min als daarbuiten. Toch wordt, op basis van de inhoudelijke universele en inclusieve claims ervan, de advaita vedanta door in ieder geval de aanhangers als het absolute hoogtepunt in het hindoeïsme beschouwd. Veel van die aanhangers zijn heden ten dage, zoals gezegd, niethindoes, en ze zijn vooral in het Westen te vinden, waar zich een bonte advaitabeweging heeft ontwikkeld. Door charismatische Indiase en westerse leraren en hun uitdagende vragen of juist hun diepe stilte, de grootse en krachtige belofte van bevrijding die in principe voor iedereen in dit leven bereikbaar is ongeacht je karmische ‘staat van dienst’, de intellectuele eenvoud, de afwezigheid van instituties, priesters en rituelen, het directe, persoonlijke appèl en de zowel rationeel als intuïtief radicaal onderzoekende geest ervan die zich naadloos verdraagt met vertrouwdere spirituele praktijken als yoga en meditatie, sluit

30 - januari / maart 2006


het perfect aan bij de behoeften van veel postmoderne spirituele zoekers. De populariteit van de zogenoemde ‘neo-advaita’ groeit de laatste decennia dan ook zienderogen – nog niet zo hard als van het westerse boeddhisme, maar dat lijkt slechts een kwestie van tijd. In deze zin is er sprake van een langzaam maar gestaag globaliserende – universaliserende – advaita-beweging. Advaita vedanta richt zich net als het boeddhisme op de radicale bevrijding van alle begrenzingen en beperkingen waaraan je maar denkt en dus ervaart te lijden. Radicaal, dus uiteindelijk blijft er niets over van de ‘oude’ scheidslijnen tussen ‘dit/ik hier’ en ‘dat/hij daar’ – zelfs niet van de tegenstelling tussen bevrijding en niet-bevrijding (samsara) of tussen hindoe en niet-hindoe of de gescheidenheid tussen mens en god. A-dvaita betekent dan ook ‘geen-twee-

heid’ en stoot daarmee op en door de grenzen van het normale menselijke denken en ervaren, dat immers altijd uit tweeheden bestaat: dit en dat, hij en ik, vrouw en man, lichaam en geest, hoofd en hart, haat en liefde, oorzaak en gevolg, hindoe en niet-hindoe, mens en god, spiritueel en materieel, leven en dood, alles en niets, samsara en moksha. Door het vervallen van de tweeheid ontstaat volgens de advaitische leer een onuitsprekelijke, want grenzeloze eenheid van het hoogste en dus onpersoonlijke zelf met de grond van alles: van Atman en Brahman. Deze oneindige totaliteit is per definitie voor elk ‘deeltje’ van het geheel, Brahman, realiseerbaar, dus zowel voor hindoes als niet-hindoes. Etniciteit, godsdienst en alle namen, vormen en kwaliteiten vallen weg in de kosmische en zelfs trans-kosmische

31 - januari / maart 2006


eenheid van Atman en Brahman zoals de ‘verlichten’ die hebben beschreven. Dit zijn claims die universeler zijn dan de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens, omdat zij zelfs de menselijke vorm overstijgen. Is het voor vele wereldbewoners uitermate lastig zo niet onmogelijk om hun aangeboren mensenrechten te effectueren, het is eenvoudig in te zien dat ieder die op welke wijze of in welke mate dan ook aan zijn menselijke vorm of inhoud lijdt, soelaas kan vinden in advaita. Dit en de bovengenoemde aspecten verklaren de grote aantrekkingskracht van advaita vedanta. Maar is advaita vedanta nu universeler dan andere spirituele tradities, radicale filosofieën of de godsdienstige reli-

gies? Vanuit het advaita-perspectief is alles wat waargenomen of ervaren kan worden in enigerlei vorm, zoals een god of goden, van een ‘lagere’ werkelijkheidsgraad dan de ‘hoogste’, meest universele werkelijkheid van Atmanis-Brahman. Maar elk perspectief blijft – hoe universeel de claims én hoe authentiek, waardevol, heilzaam en absoluut de realisatie van bevrijding ook mogen blijken – toch ook altijd precies dát: een perspectief, ook al zou dat het perspectief van Alles (Brahman) op Zichzelf (Atman) als Alles (Brahman) zijn. Is er een perspectief dat zó universeel is dat het geen perspectief meer is? Wie het weet mag het zeggen! n De Lotusvijver besteedt op zondag 8 januari uitgebreid aandacht aan dit onderwerp.

32 - januari / maart 2006


Eenvoud en complexiteit in balans

Shiva-bhakti

Pandit Attry Ramdhani

Als ik iets wil weten over Shiva Bhagvaan dan lees ik voornamelijk twee boeken: de Shiva Mahapuraan en de Shiva Samhita. De verhalen over Shiva Bhagvaan lees ik in de Shiva Mahapuraan; de filosofie van mantra-yoga in de Shiva Samhita. Deze twee boeken vertonen opvallend veel verschillen terwijl ze meer licht proberen te werpen op wie de ene Shiva is en hoe hem te bereiken. Je zou verwachten dat beide geschriften een éénduidige beschouwing zouden laten zien over één en dezelfde manifestatie. Dat is dus niet het geval.

In de verhalen van Shiva zie ik een ‘bhola’ (onschuldige, naïeve) verschijning, die de harten van alle levende wezens steelt. Niet alleen van mensen maar ook van dieren en van lichaamloze wezens (preta-atma). Hij is ook het toonbeeld van oprechtheid als het gaat om het belonen van zijn toegewijden. Bekend is het verhaal van Bhasmaasur die begiftigd wordt door Shiva met een zekere vernietigingskracht. Bhasma-asur is in staat een ieder te verassen, enkel door zijn hand boven die persoon uit te steken. Uiteindelijk achtervolgt Bhasma-asur Shiva zelf om de door Hem geschonken krachten uit te testen. Ik zie in dit verhaal de naïeve en onschuldige Shiva die niet twijfelt aan de oprechtheid van zijn toegewijde. Al is dat een demon die uit is op vernietiging. Ook zie ik Shiva-baba

hierin geen voorbeeldfunctie (aadarsha) hebben. Immers, ik wil kritisch blijven ten aanzien van het goede en kwade in mijn leven en niet die naïeve houding hebben zoals Shiva Bhagvaan die ten toon spreidt. Ik wil in mijn leven grenzen blijven stellen. En toch heeft Shiva met name in dit verhaal iets dat mij aantrekt. Het is niet Zijn kracht of wijsheid maar wellicht juist die niet-rationele houding ten aanzien het leven en de levende wezens. Eigenlijk zou ik ook zo spontaan en zelfverzekerd mijn niet-complexe leven willen leiden. Die eenvoud van Shiva dwingt mij tot een enorm respect voor hen die op een eenvoudige manier tevreden zijn met hun leven. Een dergelijke levenshouding zou ik willen omschrijven als ‘santosha-daayaka’: een leven dat steeds weer leidt tot ‘innerlijk geluk’ omdat er

33 - januari / maart 2006


niet over dingen wordt nagedacht maar ze gewoon gedaan worden. Deze overgave is aan het leven zelf en niet aan de denkers over het leven. Ik weet niet of ik hiermee recht doe aan wat de Shivabhakta zelf beleven aan de verhalen, maar zo beleef ik het wel. Aan de andere kant, wanneer ik dan de beschouwingen lees in de Shiva Samhita over de weg van zelfrealisatie en mantra-yoga, dan proef ik daar weer iets anders, namelijk: de leer der cakra’s en de manieren waardoor ik een reis kan maken door mijn eigen van goed en kwaad doordrenkte innerlijk. Dat inzicht in mijn eigen binnenwereld lijkt zo complex en zo doordacht dat ik de teksten keer op keer en uiterst zorgvuldig moet lezen voor ik ze begrijp. Heel wat exercities later ben ik dan in

staat om ze ook nog toe te passen in mijn sadhanaa. De Shiva Samhita opent voor mij een repertoire aan geestesoefeningen, die mij uiteindelijk wel zullen leiden en begeleiden naar samadhi, de samensmelting tussen atma en paramatma, maar die van mij inspanning na inspanning verwachten. De eerste inspanning is om de teksten te begrijpen voor ik me kan inspannen om ze toe te passen. Dit geschift staat vol voorschriften aangaande voeding en reinheid van lichaam en geest en hoe die reinheid binnen een periode van drie maanden al te bereiken en te ervaren is. Er staat eigenlijk niets over het bereiken van parmatma maar stapsgewijs hoe je je eigen ervaringswereld binnendringt en met je geesteskracht je cakra’s kunt penetreren. Deze pene-

34 - januari / maart 2006


tratie wordt als de lingam beschreven die vanuit de kundalini vertrekt en vervolgens alle cakra’s doorboort. De yogi die deze zaken beoefent heeft een Shiva-shakti ervaring en kan zijn eigen energie met de gemanifesteerde Shivashakti verbinden. Ik ben gefascineerd geraakt door beide geschriften en ook door de twee bijzondere manieren van Shiva-ervaring. De eerste is die waarbij ik geneigd ben om Shiva als een heel gewone verschijning te zien en die vanwege Zijn opvallende gewoonheid mij tot overgave dwingt. Dit is de Shiva vanuit de verhalen. De Shiva die mijn metgezel en beste vriend, maar ook mijn guru is. De Shiva die ik ook zou willen zijn en ook in de ander zou willen zien. Dit is de Shiva die ik vereer als zijnde een Goddelijke manifestatie. De tweede Shiva-ervaring ervaar ik diep

in me zelf. Deze dwingt mij niet tot overgave maar tot zelfdiscipline. Vanuit die zelfdiscipline kan ik mijn energie beter herkennen en kanaliseren. Deze ervaring is van Shiva die altijd in mij aanwezig was en die ik heb gevonden door mijzelf te ontwaken. Dit is de Shiva geïntegreerd in mij als een Goddelijke ervaring. Ik denk na en soms wil ik dat ook niet. Ik ben als mens in staat tot vrijwillige overgave en ook in staat tot gerichte activiteiten. Ik ben in staat tot bhaktiyoga en ook in staat tot karma-yoga. Ze komen allebei in mij samen: liefhebben en handelen. Shiva is de leermeester der yogi’s (Yogisvara). Hij is waar ik me op concentreer. Hij werkt door mij heen en ik werk naar Hem toe. n Meer weten over dit onderwerp? Kijk op zondag 5 maart naar OHM.

35 - januari / maart 2006


Tentoonstelling over rituelen in het hindoeïsme

Anna Brolsma

Het Tropenmuseum in Amsterdam presenteert tot en met 10 september 2006 de tentoonstelling ‘De Goden Verzoeken – Rituelen in het hindoeïsme’. Deze tentoonstelling laat bezoekers kennismaken met de vele goden, gebruiken, geuren en kleuren van het hindoeïsme. Het publiek wordt uitgenodigd zelf ook ‘de goden te verzoeken’. Via de route naar rijkdom, wijsheid of liefde vinden bezoekers in de tentoonstelling hun weg door de wereld van het hindoeïsme.

Het belangrijkste thema in de tentoonstelling is het contact tussen hindoes en hun goden. Uitbundige rituelen rond belangrijke feestdagen als Holi en Divali komen aan bod, evenals rituelen rond belangrijke momenten in het leven als geboorte, huwelijk en dood. Maar ook de veel eenvoudiger rituelen voor gebruik van dag tot dag worden belicht in de tentoonstelling. Want of het nu in een tempel is, op het werk, thuis of in de auto, voor hindoes zijn de

goden overal. Met India als belangrijkste plaats van handeling, de beeldtaal van Bollywood en honderden prachtige objecten is de tentoonstelling een kleurrijk en theatraal schouwspel. In een tweede laag, door de tentoonstelling heen gevlochten, komen rituelen van Hindoestanen in en uit Suriname en Nederland aan de orde. De klassieke Indiase objecten in de tentoonstelling worden vergezeld door

36 - januari / maart 2006


Dansmasker

een scala aan audiovisueel materiaal. Het publiek waant zich bijvoorbeeld voor even aan de oevers van de Ganges, de heiligste rivier voor hindoes. Aan de oevers van deze rivier liggen ghats, de trappen naar het water, die pelgrims en gelovigen de gelegenheid bieden zich te wassen. Op andere ghats worden crematies verricht. Niet alleen water reinigt, ook vuur vervult deze functie. Doden worden doorgaans gecremeerd en de asresten worden zo mogelijk aan een rivier toevertrouwd. De overgangsrituelen rond de dood zijn een aanknopingspunt voor de hindoeĂŻstische geloofsbeleving in Suriname. Van 1873 tot 1913 betrok Nederland voor zijn toenmalige kolonie contractarbeiders uit Brits-IndiĂŤ. Ongeveer tweederde van deze Hindoestanen keerde na afloop van hun contract niet terug naar het moederland. Zij zagen zich gedwongen om hun rituelen aan te passen aan het nieuwe land. Pas in 1969 was Babu Ramkisoen Oedayrajsingh Varma de eerste persoon in Suriname aan wie toestemming werd verleend gecremeerd te worden. Zijn verhaal wordt in de tentoonstelling verteld met een documentaire van de OHM. Mobiel bellende Ganesha

37 - januari / maart 2006

Beschilderd houten sierbeeld Vamana (incarnatie avataras van Vishnu in Varmana (dwerg).


Tentoonstelling over Door te kiezen voor één van de drie persoonlijke ‘levenspaden’ door de tentoonstelling, krijgt de bezoeker de kans zich uitgebreider te verdiepen in de wereld van het hindoeïsme. Men kan de weg naar wijsheid volgen (gekoppeld aan de god Ganesha), de weg naar liefde (gekoppeld aan de god Krishna) of de weg naar rijkdom (gekoppeld aan de godin Lakshmi). Afhankelijk van de weg van hun keuze ontvangen bezoekers een sleutel waarmee interactieve presentaties geactiveerd kunnen worden. De sleutel biedt toegang tot tal van extra’s, zoals deelname aan rituelen, kleine (digitale) attenties en toegang tot allerlei wetenswaardigheden. Zo krijgt iedere bezoeker van het Tropenmuseum de kans ook zelf De Goden te Verzoeken.n

Beeld Krishna Venugopala, vervaardigd door dhr. Shrikant Deodhar (2005)

Albasten beeldengroep van een fluitspelende Krishna met Radha

Gipsen beeld van de hindoegod Brahma

38 - januari / maart 2006


rituelen in het hindoeïsme ‘OM’ (geglazuurde tegel). ‘OM’of ‘AUM’ wordt gebruikt aan het begin van elk ritueel in het hindoeïsme. Dergelijke tegels worden op vloeren of wanden aangebracht. In India komt men ze ook in schrijnen tegen.

Shri Shehashai (kleurenlitho)

Schildering van Ganesha in de vorm van de klank OM.

Ganesha en zijn twee vrouwen (fotolitho)

U vindt het Tropenmuseum aan de Linnaeusstraat 2 te Amsterdam. Het museum is dagelijks geopend van 10 tot 17 uur (gesloten op 30/4 en 5/5).

Meer informatie: www.tropenmuseum.nl of 020 – 568 8215. 39 - januari / maart 2006


Een geschenk aan een gespleten samenleving

Holi-Phagwa

Nico Waagmeester

Een meerwaarde van de multiculturele samenleving is dat je heel wat van je zelf moet vertellen. In eigen kring behoeft het eigen gedrag nauwelijks uitleg. Iedereen doet wat iedereen altijd gedaan en geleerd heeft, en zelden wordt een vraag gesteld naar de betekenis en het waarom ervan. Maar hoe leg je het Holifeest en alles wat bij de viering ervan komt kijken uit aan een niet-hindoe? Dan grijpt menige hindoe naar zijn boeken, want inderdaad: waar staat het Holifeest voor?

Twee dimensies komen in de beschrijvingen ervan steeds terug: enerzijds het verhaal van Prahlรกd en zijn vader Hiranyakashipu, anderzijds de wisseling van jaargetijden, de overgang van de winter naar de lente, de aankondiging van het nieuwe jaar. Het maatschappelijk thema rond Prahlรกd is dat van de afstraffing van politieke arrogantie, het thema rond de viering van de lente (Vasantoetsaw) is dat van levensvernieuwing, maar dan wel in een bijzondere zin. Neem eerst Hiranyakashipu. Hij was een geliefd en rechtvaardig vorst, zelfs geliefd in de ogen van Shiwa, die hem op een gegeven moment een gunst bewees na alle opofferingen, die hij voor Hem gepleegd had. Toen ging het echter fout. Heel menselijk. Opeens

waande hij zich groter dan iedereen, en eiste ook volledige overgave en gehoorzaamheid. Er was niemand groter dan hij. Prahlรกd, zijn zoon, wilde daar echter niet aan, en moest het bijna met de dood bekopen. Zijn oprechtheid en geloof redden hem en zijn vader vond uiteindelijk de dood. De vernieuwing van het leven in het voorjaar staat in het verhaal van Holi ook als een doorbraak in het vastgelopen leven van onze samenleving met al zijn rangen en standen, alle groepen en vijandigheden, alle uitsluitingen en gevoelens van meer- en minderwaarde. Even wordt bij de Holiviering stil gestaan bij de boodschap van de menselijke eenheid en gelijkheid. Alle onderscheid die door het jaar heen opgehouden wordt, wordt even weg-

40 - januari / maart 2006


gemaakt. Tegenover de harde werkelijkheid van alledag, van afgunst en naijver, van arrogantie en minderwaardigheid, wordt het ideaal gesteld van eenheid en gelijkwaardigheid. We omarmen elkaar, we besprenkelen elkaar met reukstoffen, diverse poeders en vloeistoffen van allerlei kleur –symbolen van de lente en de veelkleurigheid van het leven van de natuur dat net weer tot groei en bloei komt. Het Holifeest wordt uitbundig gevierd. En met reden, want wat een vreugde geeft het niet dat politieke arrogantie wordt afgestraft en maatschappelijke discriminatie aan de schandpaal wordt genageld. Dat geeft een goed gevoel, en zo zouden we het eigenlijk moeten houden, maar zo wordt het bijna altijd de volgende dag alweer vergeten. In 1970 werd het Holi-Phagwa feest tot officiÍle vrije dag van Suriname uitgeroepen. Een belangrijk feest van de hindoes kreeg nationale erkenning. Toch werd het nog niet echt een nationaal feest. Er wordt wel aandacht aan de viering gegeven, vooral jongeren doen er aan mee, maar het blijft aan de buitenkant. De kleuren, de omhelzingen, de reukstoffen, het gezang: het zijn uitingen van vreugde die zonder meer aanstekelijk werken, maar de vreugde

die het gevolg is van de innerlijke herkenning van de boodschap van eenheid en gelijkwaardigheid en van de afstraffing van politieke arrogantie is er nauwelijks. De diepere betekenis van het feest gaat aan de mensen voorbij, vooral omdat daaraan zo weinig uitleg is gegeven. Jammer, want die boodschap is van enorm belang voor de wereld van vandaag, en wat een indruk zou de hindoe niet maken als hij die boodschap vrolijk feestvierend zou brengen. Hij moet hem dan wel overtuigd brengen, niet alleen in woorden en mooie teksten, van het goede dat het kwade overwint, en het licht dat de duisternis verdrijft. Nee, hij moet ook laten zien dat zijn maatschappelijk gedrag op het streven naar gelijk-

41 - januari / maart 2006


waardigheid, vrijheid, rechtvaardigheid en vrede is gebaseerd. Juist daarom raken vele religieuze feesten in verval, de boodschappers ervan zijn in hun eigen gedrag nauwelijks goede voorbeelden - of het nu om het Kerstfeest gaat, het Idul Fitr of het Holi-Phagwa feest. Stuk voor stuk gaat het om grote boodschappen van vernieuwing, van zuivering en van een leven dat spiritueel geleid wordt. In de praktijk verworden de feesten echter tot reclamecampagnes voor de commercie of voor de identiteit van een bepaalde culturele / religieuze groep, puur folklore, waarmee in feite in stand wordt gehouden wat de feesten eigenlijk juist zouden moeten afbreken: alle onderscheid en alle discriminatie, alle uitsluiting en alle menselijke ellende die daar het gevolg van zijn.

Het Holifeest zou voor de Nederlandse samenleving van bijzonder belang kunnen zijn, juist in de tijd dat onderlinge verdeeldheid en onverdraagzaamheid groeiende zijn. Maar dan moet de boodschap weer eerst overtuigend worden gebracht dat solidariteit en rechtvaardigheid hogere waarden zijn dan materiĂŤle welvaart, rivaliteit en arrogantie. Om maar niet te spreken van commercie. De oprechte boodschapper daarvan is de beste pleitbezorger voor de invoering van het Holifeest in elke samenleving waar hindoes deel van uitmaken: hun bijdrage aan een meer rechtvaardige samenleving. n Meer weten over dit onderwerp? Kijk op dinsdag 14 maart naar OHM.

42 - januari / maart 2006


Maatschappelijk succes en seva

Chan E.S. Choenni

Over het algemeen wordt aangenomen dat Hindoestanen in Nederland en in het bijzonder de hindoes maatschappelijk succesvol zijn in de Nederlandse samenleving.* Met succes wordt in dit verband meestal gedoeld op bepaalde aspecten van maatschappelijk succes. Vaak refereert men hierbij aan succes op materieel gebied. Dit succes betreft met name het verwerven van een hoge opleiding en - heel belangrijk! - daaraan gekoppeld een hoog inkomen. Meestal wordt het hoge inkomen gebruikt om met materiële goederen, zoals een groot huis en een dure auto, én door opzichtige consumptie, de verworven rijkdom te etaleren. Overigens heeft een deel van de hindoes niet zozeer een hoog inkomen verworven als gevolg van een hoge opleiding, maar door goed ondernemerschap en niet te vergeten: door hard werken.

Opgemerkt moet worden dat niet iedereen succesvol is. Vooral met betrekking tot ondernemerschap zijn er ook vele verliezers. Daarom is het verworven succes zeker een compliment waard. Op zich is er dan ook niks mis mee dat degenen die door hard werken - of het nou via onderwijs of ondernemerschap is - rijkdom hebben vergaard, deze rijkdom ook tonen. Men geniet met volle teugen en laat via (huwelijks- en verjaardags-)feesten ook anderen genieten. Prima! ‘Celebrate your success’, zegt men in het Engels. Afkomstig uit een agrarisch milieu en als nakomelingen van Hindoestaanse

contractarbeiders zijn ijver en zuinigheid belangrijke deugden gebleven. Deze deugden dragen bij tot dit succes. Maar het is wel opvallend dat bij hindoes het succes grotendeels beperkt blijft tot bepaalde sectoren i.c. beroepen in Nederland. Hindoes zijn sterk vertegenwoordigd in ondernemerschap, medische, juridische en financieel-economische beroepen. In de krijgsmacht, maar ook in de politiek en in het bijzonder in de sport, kunst, amusement en media zijn Hindoestanen niet sterk vertegenwoordigd. Wat betreft de krijgsmacht is dat ten dele te begrijpen, omdat vanwege familieverplichtingen, zoals de verantwoordelijkheid van de

43 - januari / maart 2006


volwassen zoon ten opzichte van de familie en de gewenste zekerheid, velen niet kiezen voor een militaire functie, hoewel vanwege de krijgers (Kshatrija) achtergrond van veel Hindoestanen een keuze voor militaire functies logisch lijkt. Dat hindoes ook in de sport en kunst zijn ondervertegenwoordigd is begrijpelijk. Dit zijn lucratieve beroepen die echter ook veel (financiële) onzekerheid met zich meebrengen. Verkleinen van onzekerheid en kiezen voor zekerheid wordt als het ware bij hindoes met de paplepel ingegoten. De professionele ondervertegenwoordiging van hindoes in (fysieke) sporten is hardnekkig. In India, Groot-Brittannië en natuurlijk bij de Olympische spelen schitteren Hindoestanen / Indiërs, die met ruim een miljard een zesde van de wereldbevolking uitmaken, door hun afwezigheid - op de verspringster Anju Bobby George na. Naast discriminatie op grond van kaste - er vindt immers hierdoor onderling geen eerlijke competitie plaats tussen getalenteerden - zijn er waarschijnlijk ook andere redenen die de slechte prestaties van Hindoestanen / Indiërs op (fysiek) sportgebied verklaren. Het voert echter te ver hier verder op in te gaan. Wat betreft amusement en media vraagt de ondervertegenwoordiging van Hindoestanen meer aandacht. Immers: gelet op de populariteit van

Bollywood en de voorkeur voor glitter en glamour bij vooral de jonge generatie zou men een grotere deelname en zichtbaarheid van Hindoestanen verwachten. Blijkbaar draagt hun bescheidenheid en het feit dat Hindoestanen kennelijk niet bijzonder of afwijkend genoeg door de dominante samenleving worden gevonden bij tot hun geringe participatie. Maar ook in dit verband speelt (financiële) onzekerheid een rol bij de keuze voor deze beroepen. Nu veel Hindoestanen in materieel opzicht zekerheid hebben verworven is het zaak dat gestimuleerd wordt dat Hindoestanen ook in beroepen terechtkomen die weliswaar financiële onzekerheid met zich meebrengen, maar ook bijdragen tot het verhogen van hun zichtbaarheid in de brede samenleving. Een ander verhaal is de relatieve onzichtbaarheid van hindoes in het maatschappelijk debat en de deelname in politieke functies. Een heel kleine minderheid doet mee aan het maatschappelijk debat in Nederland. Opgemerkt moet worden dat hindoes over het algemeen nogal genuanceerd zijn in hun opvattingen en minder dogmatisch. Dat is zonder meer een positieve eigenschap. Maar door hun gematigde

44 - januari / maart 2006


opstelling zijn hindoes hoogstwaarschijnlijk minder interessant voor het gepolariseerde klimaat dat het huidige debat in Nederland kenmerkt. Met name de media zijn geporteerd voor extreme standpunten, terwijl matiging kan bijdragen aan een nieuw evenwicht. Het blijft een uitdaging voor hindoes om in dit verband een toonaangevende rol te spelen en maatschappelijk succesvol te worden. Een ander aspect van maatschappelijk succes is dat met inzet van je talenten en kwaliteiten de samenleving wordt gediend. Het woord seva is hier op zijn plaats. Hindoes zijn echter in geringe mate actief in de politiek of als bestuurder van algemene verenigingen en organisaties. Ook in dit opzicht is nauwelijks sprake van maatschappelijk succes. Toch is het zaak dat hindoes ook buiten de eigen gemeenschap hun maatschappelijke bijdrage leveren. Dat kan ook hun zichtbaarheid en waardering verhogen. Bovendien hebben ook hindoes een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Zingeving in het leven en goede daden verrichten kunnen ook op deze wijze vorm krijgen. Wel zijn hindoes actief binnen de vele en verschillende organisaties van de eigen groepen. Het is vermeldenswaard dat steeds meer Hindoestanen en hindoes binnen de eigen gemeenschap bereid zijn anderen dan de naaste familie te helpen. Er zijn thans vele Hindoestaanse organisaties die projecten ondersteunen in Suriname of in India. Van oudsher hebben hindoes een sterke oriëntatie op de familie. Eerst komt de familie, dan de eigen geloofsgenoten of

de eigen etnische groep. Seva voor de brede gemeenschap i.c. andere etnische groepen is wellicht voor velen nog een brug te ver. De vraag is of het maatschappelijk besef en de betrokkenheid bij de tweede generatie hindoes wel breder zal zijn. Vooralsnog lijkt dat ook niet zo sterk het geval. Veel jongeren blijven in dit verband georiënteerd op de eigen etnische groep. Met de toenemende invloed van Bollywood en de (aanstaande) prominentie van India op het wereldtoneel lijkt het dat er geen verandering op komst is wat betreft seva voor de bredere gemeenschap onder succesvolle hindoes. Bij dit alles moet in ogenschouw worden genomen dat het hier om slechts 1% van de Nederlandse bevolking gaat. Er moet dan ook niet al te snel worden geconstateerd: ‘Ik zie (helemaal) geen Hindoestanen; waar zijn de Hindoestanen?’ Waarna vaak ten onrechte wordt geconcludeerd dat Hindoestanen onvoldoende participeren in de brede samenleving. Niettemin kan het bespreekbaar maken van het toch wel eenzijdige maatschappelijk succes van Hindoestanen aangrijpingspunten bieden voor verbreding van dit maatschappelijk succes. *Ik gebruik de termen Hindoestanen en hindoes door elkaar omdat het grootste deel van de Hindoestanen hindoe is en om de leesbaarheid te vergroten. n Meer weten over dit onderwerp? Kijk op zondag 15 januari naar OHM.

45 - januari / maart 2006


Wat heeft trouwen met geluk te maken?

Wierish Ramsoekh

Enige tijd geleden stond er zo’n typisch klein berichtje in de krant, zo’n berichtje dat je bijblijft. Een zoon uit India had zijn moeder gedood, omdat hij vond dat zij te weinig deed om hem aan de vrouw te helpen. Was het immers niet de taak van de ouders om een geschikte bruid te vinden voor hun zoon? Dit verhaal sluit aan bij mijn eigen waarneming. Hoezeer ook in grote Indiase steden de westerse levensstijl zijn intrede doet, met alle seksuele suggestie in de Indiase MTV als dieptepunt, kennelijk heeft het individualisme zijn grenzen en blijft het gearrangeerde huwelijk het dominante sociale patroon. Zelfs voor veel Indiërs die naar het buitenland zijn gemigreerd.

Kavita Daswani groeide op in Hong Kong, beschouwt Mumbai als haar emotionele thuis, is een relatief succesvolle modejournaliste en is pas na haar dertigste getrouwd met een Indiase Amerikaan uit Los Angeles. In haar debuutroman Huwelijksvoorwaarden, dat het gearrangeerde huwelijk als hoofdthema heeft, is veel van haar persoonlijke leven terug te vinden. Zo is zij zelf drie maanden naar Mumbai gegaan met als doel gekoppeld te worden aan een man. En dit voor een journaliste werkzaam voor CNN en de International Herald Tribune. Kennelijk hoeft modernisering niet altijd samen te gaan met individualisme. Voor veel westerlingen blijft het moeilijk te begrijpen, hoe be-

langrijk de familie en sociale netwerken blijven in India, Azië en zelfs binnen de Aziatische diaspora. Huwelijksvoorwaarden beschrijft de Grote Officiële Mannenjacht van Anju uit een welgestelde familie in Mumbai. Gemeten naar de essentiële criteria van de Indiase uithuwelijkingmarkt (hoe rijk, hoe groot, hoe oud, hoe slank, hoe blank, hoe inschikkelijk) is zij geen topper. Hoe braaf Anju ook is, zij neemt toch geen genoegen met de mannen van mindere kwaliteit die haar via haar moeder worden voorgelegd, zoals de Indiër uit Ghana die haar vooral ziet als hoofd huishouding. Haar moeder wordt steeds wanhopiger (want Anju

46 - januari / maart 2006


wordt in Indiase ogen te oud) evenals Anju zelf. Mede vanwege de sociale druk wordt Mumbai steeds ondragelijker voor haar. Met de verlokking dat er in Amerika veel geschikte huwelijkskandidaten wonen, weet Anju haar ouders zover te krijgen dat ze in Amerika mag gaan studeren. Hier ondergaat ze de invloed van het westen (o.a. een flirt met een blanke Amerikaan), vestigt zich als modepubliciste, maar blijft toch vooral de Indiase vrouw in de dertig, die steeds wanhopiger op zoek is naar een geschikte man. Huwelijksvoorwaarden is geen zware literatuur en leest makkelijk weg. Hoewel het boek voor mij iets meer diepgang had mogen hebben, is het niettemin voor mij als Nederlandse Hindoestaan erg herkenbaar en vermakelijk om te lezen over het huwelijksdilemma van jonge schipbreukelingen tussen Oost en West: ‘Ik wilde dat hij hetzelfde leven zou leiden als ik, dezelfde dingen leuk zou vinden, en daarnaar uitzag. En tegelijkertijd wilde ik dat hij zou zijn uitgekozen door mijn ouders en goedgekeurd door de rest van de familie. Dat was toch niet te veel gevraagd?’ En dat tegen de achtergrond van een oudere generatie, die anders denkt: ‘Mam, ik wil alleen maar gelukkig worden.’ ‘Beti,’ antwoordde ze. ‘Ik wil niet dat je gelukkig wordt. Ik wil dat je trouwt.’ Een boeiend thema in het boek, iets dat mij altijd blijft verbazen, is de fascinatie van veel Indiërs met het niet teleurstellen van hun ouders. Zo sterk lijkt dit soms, alsof het in de Indiase DNA ingemetseld zit, ‘een of andere culturele osmose waaraan ik had blootgestaan.’

Voor Anju weegt dit extra zwaar, omdat ze weet dat een dochter als eerste kind een grote teleurstelling voor haar ouders was: ‘Ik was de troostprijs… Vroeg trouwen en goed trouwen zou voor mij de manier zijn geweest om het goed te maken tegenover mijn ouders.’ De ongerustheid van haar ouders achtervolgt Anju constant. Zelfs in Amerika beseft ze: ‘Maar hier, met al die nieuwe ervaringen in die hippe vrijgevochten omgeving, leek de mate waarin ik aan mijn familieleden was vastgeketend, wel heel absurd… De schaduw van de verantwoordelijkheid tegenover mijn ouders hing nog steeds over mij heen.’ Als ze op aanraden van een Amerikaanse vriendin een psychotherapeut bezoekt, zegt deze voorspelbaar ‘Het wordt tijd om de navelstreng door te snijden.’ Een Amerikaanse vriendin houdt haar boos voor: ‘Waar houdt je moeder op en waar begin jij?’ Maar Anju weet het: ze blijft een Indiase met een op liefde gebaseerde plichtsbesef jegens haar ouders. Uiteindelijk herkent ze zelfs de reden voor haar groeiende wanhoop: ‘Mijn meest zwaarwegende angst, de angst van het kleine meisje dat nog steeds in me leefde, was dat één van mijn ouders zou sterven, zodoende de ander achterlatend met de dan ongedeelde last van mijn ongetrouwde staat.’ Een ander even boeiend thema in Huwelijksvoorwaarden is de moeder van alle thema’s, de liefde. Anju is er zich van bewust, dat Indiase liefde anders is dan Amerikaanse liefde: ‘Wij hebben in onze taal zelfs geen woord voor “verliefd worden”. Wij zeggen pyar hogaya - de liefde is ons overkomen. Daar gaat het om. Je ziet hoe aardig iemand is, hoe goed hij bij je past, je hart opent zich voor die ander

47 - januari / maart 2006


Wat heeft trouwen

en dat is het moment waarop de liefde je overkomt. En met beider voltallige familie eromheen om hun zegen en steun te geven aan de vereniging - er bestaat geen grotere magie dan dat.’ Haar vader houdt haar voor, dat een westerse “love marriage” is als “champagne die sprankelt als je de fles net hebt open getrokken, maar na een tijdje verschaalt.” Maar toch is Anju zelf een beetje anders, ze wil meer, wat ze haar turbulente innerlijke leven noemt. Daarom neemt ze geen genoegen met de mindere goden, die haar als huwelijkskandidaat worden voorgesteld. Daarom kan ze niet voldoen aan een belangrijke eis voor een Indiase bruid, namelijk inschikkelijk zijn. Ze voelt,

ondanks haar eenzaamheid: ‘Er moet iets beters zijn op de wereld voor mij, een leven waarin ik me niet zo’n mislukking voelde, mensen die iets in me zagen wat niemand hier in Bombay zag.’ Uiteindelijk groeit ze in Amerika door de westerse invloeden van vrijheid en individualisme als persoon: ‘Sheryl had me ooit gevraagd waardoor ik was wie ik was, en ik had daar toen geen antwoord op geweten. Nu wel: niet door mijn ouders, niet door mijn zoeken naar een man, niet door mijn vreemde religieuze aanvechtingen. Ik wilde zijn wie ik was door het werk dat ik deed, de vrienden met wie ik omging, en de invloed die ik zou uitoefenen op mijn kleine, maar steeds gelukkiger wordende wereld.’

48 - januari / maart 2006


met geluk te maken? Ten aanzien van emancipatie blijft Huwelijksvoorwaarden eigenlijk onuitgesproken. Aan de ene kant wordt geconstateerd, dat de vrouw binnen de hindoecultuur vaak lijdend voorwerp en geen onderwerp is. Anju constateert: ‘Waar gaat het om in het huwelijk. Offervaardigheid en inschikkelijkheid. Wat zij wilde, kwam er niet op aan, het kwam erop aan wat hij wilde, voor hen allebei.’ Aan de andere kant blijft Anju als puntje bij paaltje komt toch te gedwee richting haar afkomst om de echte feminist te kunnen behagen. Een thema dat mij minder bevalt in Huwelijksvoorwaarden is de oppervlakkige en ritualistische beleving van het hindoeïsme. Mantra’s worden uit de kast gehaald om het geluk van een goede huwelijkskandidaat af te dwingen. Anju gaat daarom ook drie dagen per week overdag vasten. Geestelijken draven op als koppelaar en astroloog: ‘Overal boog ik mijn hoofd aan de voeten van levende heiligen of voor marmeren beelden van hen. Ik at enorme hoeveelheden prasad, zong bhajans met mijn valse stem, keek toe hoe mijn ouders schenkingen aan tempels overhandigden om zegeningen te kopen.’ Gaat het hindoegeloof om zegeningen kopen of om het spirituele en het naleven van het goede? Anju is wel erg bevangen door Maya als ze maar door blijft kwijlen over de modewereld en een luxe bruiloft plant. Maar is mijn boosheid terecht? Niet iedereen kan toch een Gandhi zijn? Gaat het in de grahast-fase van een hindoeleven naast dharma en moksha ook niet om kama (begeerte) en arth (rijkdom)?

In het verlengde hiervan is een voor mij herkenbaar thema de oppervlakkigheid van veel Indiërs. Uiterlijk lijkt vaak belangrijker dan het innerlijk: ‘In die babyroze sari van je zie eruit als een marshmallow. Zacht en zoet en van binnen alleen maar lucht. Precies zoals hij zich een vrouw wenst.’ De kleur van een vrouw is belangrijker dan haar ziel: ‘Een blanke huid hebben was een even belangrijk criterium als dat al je ledematen nog intact waren.’ Kennis is een minpunt: ‘De vrouw die streeft naar een steeds hogere opleiding en naar een hogere sociale status, kan een storende factor worden voor de gevestigde familieorde.’ Mensen zijn wel heel erg weinig geïnteresseerd in de persoon zelf. Als ik denk aan de oppervlakkige conversatie tijdens Hindoestaanse bruiloften, dan kan ik mij daar veel bij voorstellen. Al met al is het meest interessante van Huwelijksvoorwaarden van Kavita Daswani, dat het met de nodige zelfspot de Indiase gemeenschap een spiegel voorhoudt voor wat betreft opvattingen over het huwelijk. In het verlengde daarvan geeft het ons Nederlandse Hindoestanen ook het nodige ter overdenking. En dat met een glimlach.n Meer weten over dit onderwerp? Kijk op zondag 22 januari naar OHM.

49 - januari / maart 2006


Ayurveda en overgewicht

Robert H. Swami Persaud

Obesitas (overgewicht) is letterlijk een zwaar probleem in onze tijd; alleen in Nederland al lijdt één op de acht kinderen aan obesitas en dit aantal wordt alsmaar groter. Suikerziekte, een aandoening waar een groot deel van met name de Hindoestaanse bevolking aan lijdt, kan door obesitas worden opgeroepen of bevorderd. En vooral hierbij geldt: voorkomen is beter dan genezen. Maar hoe voorkom je het dan? Wat heeft de Ayurveda daarop te zeggen? Een oud gezegde in de Ayurvedische geneeskunde luidt: ‘De helft van je maaltijd is voor jouw gezondheid, de andere helft voor de gezondheid van je dokter.’ Een beetje rare uitspraak, maar er wordt mee bedoeld dat wanneer je je maaltijden niet met de helft vermindert, je al gauw met tal van klachten bij je dokter komt waardoor hij een hoop aan je verdient. Hoewel dit een oude uitspraak is, is zij vandaag de dag uiterst actueel. Wij eten gewoon teveel, en als we niet teveel eten, eten we ongezond. Dat ongezonde zit hem niet altijd in de aard van de voedingsmiddelen, zoals bijvoorbeeld een te grote hoeveelheid ongezonde vetten, maar vaak ook in de combinaties. Helaas moeten we daarbij ook menige typisch Hindoestaanse maaltijd bekritiseren; een voorbeeld: gekookte aardappelen, klaargemaakt in massala (aloë), gegeten met roti en witte rijst, is

feitelijk roepen om het noodlot! Met de voedingsmiddelen op zichzelf is niets mis, maar de combinatie is een ramp. De zetmeelconcentratie van zo’n maaltijd is zó extreem hoog dat het vroeg of laat voor problemen gaat zorgen, en dat is geen stelling maar feit als we kijken naar de gezondheidssituatie van de Hindoestaanse bevolking. Nu is heel af en toe zondigen niet slecht, maar als het een gewoonte is, moeten we er wel op wijzen dat dit een riskante gewoonte is vanwege de vetophoping die er het gevolg van is. Obesitas gaat ook gepaard met een hoog cholesterolgehalte, wat de kans op hart- en vaatziekten vergroot. Nu beschikken zowel de allopatische geneeskunde als de natuurgeneeskunde, zoals de Ayurveda, over verschillende middelen die het cholesterol kunnen verlagen, maar daar betaal je flink voor. In onze praktijk moeten we de patiënt

50 - januari / maart 2006


bij je persoonlijke type en als je je type niet kent gebruik dan de Ayurvedische wijsheid die voor iedereen geldt: l Eet matiger; l combineer niet teveel zetmeel en l vetten met elkaar; l eet met aandacht; l eet met aflopende hoeveelheid (dus l in de ochtend meer dan in de avond); l ga geen dutje doen na het eten maar l kom in beweging; l probeer je voeding aan te passen aan l je type; l eet geen of weinig vlees.

er daarom dikwijls op wijzen dat al die medicijnen helemaal niet nodig zijn, als de voeding maar goed gekozen wordt. Menig patiënt raakt zowel overtollig lichaamsgewicht als cholesterol kwijt door een combinatie van juiste voeding en lichaamsbeweging. Een andere klassieke uitspraak luidt: ‘Eet in de ochtend als een keizer, in de middag als een koning en in de avond als een bedelaar,’ met andere woorden: laat je ontbijt lekker stevig zijn, je lunch matig en je diner karig. Wie zo eet kán bijna niet meer dik worden, terwijl je de hele dag energie hebt! Het heeft weinig zin om allerlei afslankmiddelen te consumeren die voor een jojo-effect zorgen en alleen maar stress opleveren; valt het niet op dat er bijna jaarlijks een nieuw bestsellerdieet verschijnt? De westerse bevolking wordt al jaren heen en weer geslingerd tussen Montignac en Atkins, tussen Diamond en D’Adamo en allemaal spreken ze elkaar tegen. Maar in de Ayurveda-praktijk zegt men al drieduizend jaar hetzelfde: pas je voeding aan

Wat we niet moeten vergeten is dat ook gevoelens kunnen leiden tot overgewicht; veel mensen eten hun verdriet weg, hun stress, hun innerlijke ontevredenheid, hun woede. Daar gaan al die diëten niet over. Wel opnieuw de Ayurveda; het levensgedrag wordt bij de patiënt met overgewicht óók onder de loep genomen. Als Ayurvedische dokters proberen wij de geestelijke gezondheid in een dusdanig betere conditie te krijgen dat de vetzucht verdwijnt. Want reken maar dat je als mens met een overgewicht in een vicieuze cirkel bent terechtgekomen: hoe hoger je lichaamsgewicht, hoe meer stress, en hoe meer stress, hoe meer en hoe ongezonder je gaat eten. Ook alcohol dient gemeden of zeer beperkt te worden, want die werkt zeer verstorend op de stofwisseling. Kortom: om je overgewicht te verliezen heb je geen diëten nodig of afslankmiddelen, maar verstand en wijsheid zoals de Ayurveda ons dat leren kan.n Meer weten over dit onderwerp? Kijk dan op zondag 5 februari naar OHM.

51 - januari / maart 2006


Welkom bij de Sikhs

Gursev Singh

De meeste Sikhs komen uit Punjab, een deelstaat in het noordwesten van India. In Punjab ligt ook de oorsprong van dit geloof, dat met de geboorte van de eerste Guru, Guru Nanak (1469), aanving. Het sikhisme is een geloof dat gebaseerd is op vrijheid en rechtvaardigheid voor allen. Het is een monotheïstisch geloof waarbij gelijkheid tussen man en vrouw en respect voor elkaar en voor elkaars religie hoog in het vaandel staat.

Naast een grote bijdrage die Punjab vandaag de dag nog altijd levert op het gebied van industrie, landbouw, landmacht, sport, cultuur, muziek (bhangra) en educatie heeft het land ook een rijke en gevarieerde keuken. De lekkernijen (gekruide recepten en zoetigheden) uit deze keuken worden de bezoeker van een Sikh familie dan ook snel voorgeschoteld. Het is de bezoeker tevens geraden dat hij dan niet op dieet is. Zo ligt de gastvrijheid bij de Sikhs nu eenmaal. Deze gaat zelfs een tikje verder dan wat in de rest van India gangbaar is. Bij de Sikhs komt deze gastvrijheid voornamelijk voort uit het Sikh geloof en is ingebed binnen het huis en de Gurdwara (Sikh gebedshuis) van de Sikhs. Binnen het huis van een Sikh is het volgende gangbaar. Bij ontmoeting

groeten de Sikhs elkaar met ‘Sat shri akal’, hetgeen ‘God is de waarheid’ betekent. Bij het binnen komen van het huis van een Sikh dient men de schoenen uit te doen. Dit gebeurt in verband met respect voor de aanwezigheid van gebedsboeken in het huis en voor God. Aan tafel dient men het hoofd te bedekken. In het algemeen wordt er, na wat fris, Indiase thee gedronken, vergezeld van bijvoorbeeld ‘samosa’s’ (gekruide aardappelen en doperwten in een driehoekig gevormd deegje) en ‘ladoos’ (ronde zoetwaren). Vervolgens wordt men gevraagd aan te sluiten bij de warme maaltijd, die minimaal twee keer per dag wordt genuttigd. Een echt toetje na het diner is niet echt gangbaar, maar er worden wel zoetigheden als ‘Gulab Jamun’ en ‘barfi’ (beide zoetigheden) genuttigd, als tussendoortje of bij de thee.

52 - januari / maart 2006


Binnen het gebedshuis van de Sikhs gaat het bijna net zo, want de Gurdwara is niet zomaar een gewone gebedsplaats. Het is een centrum van spirituele, sociale en educatieve activiteiten. Het woord Gurdwara is een samenvoeging van twee aparte woorden namelijk Guru en Dwara (verblijfplaats). Het verwijst dus naar ‘het verblijf van de Guru’. In elke Gurdwara is het Sikh spirituele geschrift (Guru Granth Sahib) in de centrale hal aanwezig. De centrale hal wordt gebruikt voor de dagelijkse diensten. De Gurdwara is toegankelijk voor iedereen, van welke kaste, geloof, cultuur, ras of nationaliteit dan ook. Vóór het binnentreden van de Gurdwara moet men de schoenen

uittrekken en het hoofd bedekken. Eenmaal binnen gekomen zal een Sikh de Sri Guru Granth Sahib benaderen en uit respect voor het spirituele geschrift buigen, waarna hij plaats neemt in de congregatie. De Sikhs zien de Guru Granth Sahib als een levende Guru. Zij buigen uit respect voor de wijsheden achter de woorden, opgenomen in het heilige geschrift, die de leidraad voor menig Sikh vormt. Een integraal onderdeel van de Gurdwara is ‘Langar’, de warme vegetarische maaltijd. De gemeenschapskeuken is toegankelijk voor iedereen, Sikh en niet-Sikh, en is bedoeld om ieder die de Gurdwara bezoekt kosteloos van eten te voorzien. De Gurdwara is voor alle mensen en dus niet alleen

53 - januari / maart 2006


voor de Sikhs. Het is een symbool van vrijheid, gelijkheid en broederschap: hiervoor gaf de negende Guru van de Sikhs, Guru Tegh Bahadur, zijn leven; ter behoud en bescherming van het hindoegeloof. Een Gurdwara is een plaats waar rijken en armen, geleerden en onwetenden, koningen en paupers samen in rijen zitten en dezelfde spijs met elkaar delen.

Het communiceren van de Sikh filosofie, de composities van de Sri Guru Granth Sahib en het belichten van belangrijke gebeurtenissen uit de geschiedenis van het sikhisme vormen samen een belangrijk deel van de dienst. De dienst eindigt met ‘Ardas’ - een gebed, dat om Gods zegen vraagt voor vrede, welzijn en bescherming voor allen.

De Langar wordt in stand gehouden door gemeenschapsbijdragen (zowel financieel als door de inzet van vrijwilligers). De eerste Guru had de Langar ingesteld om meer sociale gelijkheid onder alle mensen te creëren. De diensten in de Gurdwara beginnen met Goddelijke lofzang, soms met, soms ook zonder muziekinstrumenten.

In Nederland wonen er ongeveer tienduizend Sikhs. Er zijn drie Gurdwara’s: in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. Voor nadere informatie over de Sikhs en de adressen van de Gurdwara’s, zie www.sikhs.nl. Sat shri akal! n

54 - januari / maart 2006


55 - januari / maart 2006


56 - januari / maart 2006


OHM Vani 1e kwartaal 2006