Issuu on Google+

7e jaargang, december 2013

PlusPunt is een uitgave van KansPlus

MENSLIEVEND ZORGVERLENEN KUN JE LEREN MÉT er ift ov r h c tijds zeggene) (med hap sc

Centrum voor Consultatie en Expertise Medezeggenschap bij reorganisaties PlusPunt is voortaan ook digitaal! Aanmelden op www.kansplus.nl/pluspunt Menslievende zorg

032

december 2013

PLUSPUNT

1


In ZEG’s: Leren op een manier die bij je past ............................................... 1 Hier wordt Daphne blij van ............. 3 “Ik vind dat wij het goed doen als cliëntenraad” .................... 5 “Van al die onzekerheid ga ik piekeren” ................................. 7

Inhoud

Te hard van stapel ........................... 3 Interview CCE en KansPlus ............ 4 Het leven van Daan ......................... 7 50 jaar collectant ............................. 8 Oproep: computergebruik .............. 8

Interview Rieneke de Wit (CCE)

04

Medezeggenschap bij reorganisaties

09

Pleidooi voor menslievend zorgverlenen

10

Medezeggenschap bij reorganisaties .................................. 9 Pleidooi voor menslievend zorgverlenen .................................. 10 Column Kees Marges.................... 13 Achter de schermen ...................... 14 Colofon ........................................... 16

2

PLUSPUNT

december 2013


Voorwoord

REIN BANEKE

CHRISTIAAN ZIELMAN

Te hard van stapel In het julinummer van PlusPunt maakten we melding van het afscheid van de papieren versie van ons ledenblad. Daarmee volgt KansPlus een tendens van veel verenigingen en stichtingen in de zorg. Voor KansPlus is daarbij het oogmerk van een stevige bezuiniging op jaarbasis van zo’n 30.000 tot 40.000 euro leidend, naast uiteraard overwegingen van efficiency om de leden sneller van ontwikkelingen op de hoogte te kunnen stellen. Uw reacties hebben het bestuur geleerd dat we met deze opzet te hard van stapel lopen. Niet alleen zijn veel leden nog niet tot de digitale wereld van e-mail en internet toegetreden. Net zo belangrijk is de constatering dat veel leden de papieren PlusPunt zien als dé verbinding met de vereniging KansPlus. De aankondiging leidde, zeer tot verdiet van uw voorzitter, zelfs tot een aantal opzeggingen. Maar beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald! Allereerst merkt u dat de najaarsuitgave van PlusPunt gewoon weer in de vertrouwde papieren versie is verschenen. Dat geeft het bestuur ruimte om goed om zich heen te kijken naar mogelijkheden om zowel een digitale uitgave te laten verzorgen alsook, op verzoek, een papieren versie te kunnen versturen. Maar er is meer: De nieuwe opzet zoals die nu wordt onderzocht, maakt het ook mogelijk om de uitgaven van de verschillende ledengroepen te koppelen aan het landelijke nieuws van PlusPunt. Vergelijkt u dat met de opzet van regionale dagbladen die samen een aantal pagina’s hebben met landelijk en buitenlands nieuws.

Meer op uw wensen en uw regio toegesneden informatie, dat is het oogmerk dat het bestuur met PlusPunt heeft, inclusief dus de mogelijkheid van een papieren versie. Ik reken daarbij wel op uw medewerking om toch zoveel als mogelijk de digitale weg te bewandelen, dat scheelt kosten. Aan de leden die in de digitalisering aanleiding hebben gezien om het lidmaatschap van KansPlus op te zeggen zou ik willen vragen: hou KansPlus sterk met uw lidmaatschap, we hebben uw steun hard nodig, zowel in financieel opzicht als in moreel opzicht. De komende tijd zal informatieuitwisseling sowieso een topic zijn. Vier belangrijke ontwikkelingen vertalen zich nu in wettelijke regelingen: de decentralisatie van de extramurale AWBZ naar de WMO, de nieuwe kern-AWBZ (die de wet-LIZ gaat heten), de nieuwe Jeugdwet en de Participatiewet. Bij drie van deze wetten zijn de gemeenten aan zet. KansPlus ziet een belangrijke taak weggelegd voor onderlinge informatieuitwisseling tussen ledengroepen, cliëntenraden en familieverenigingen over ervaringen en resultaten in de regio. Daarbij is PlusPunt een onmisbare schakel. Ik zie terug op een goed eerste jaar als voorzitter, een jaar waarin veel op stapel is gezet, zowel qua inhoud als qua het opnieuw inrichten van onze vereniging met de nadruk op onze ledengroepen. Wat dat betreft kan KansPlus niet hard genoeg van stapel lopen!

Rein Baneke, voorzitter

PlusPunt is voortaan ook digitaal! Aanmelden op www.kansplus.nl/pluspunt

december 2013

PLUSPUNT

3


CCE werkt het liefst achter de schermen

Rieneke de Wit: ‘Als we na meerdere consultaties een patroon zien, dan bespreken we dat met de verantwoordelijk bestuurders’

‘De rol van actievoerder past ons niet’ Ouders die niet gehoord worden in hun wanhoop, zorgverleners die niet meer weten wat ze nog meer kunnen doen en mensen met een zware beperking die in mensonterende omstandigheden leven. Het bekende verhaal van Brandon is inmiddels symbool geworden voor vergelijkbare en zelfs nog ernstiger vastgelopen situaties in de complexe zorg. Directeur Jo Terlouw van KansPlus en bestuurder Rieneke de Wit van het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE) in gesprek. Over verschillen in aanpak en gedeelde zorgen. De positie van cliënten en hun vertegenwoordigers wordt in bepaalde gevallen teveel over het hoofd gezien, daarover zijn Rieneke de Wit en Jo Terlouw het roerend eens. Maar over de vraag hoe je daar het beste wat aan kan doen, lopen de meningen uiteen. Jo Terlouw is er voorstander van om ‘de kat de bel aan te binden’, beleidsmakers met de neus op de feiten te drukken en in het uiterste geval zelfs de publiciteit te zoeken. ‘Ik durf de stelling aan dat het zorgsysteem

4

PLUSPUNT

december 2013

in Nederland in sommige gevallen niet in staat is om passende zorg te leveren. Ik vind dat niet kunnen, het gaat om kwetsbare mensen die ook het recht hebben om in fatsoenlijke omstandigheden te leven.’ CCE-bestuurder Rieneke de Wit staat er iets anders in.

Partij kiezen voor de cliënt Het CCE is als adviseur onafhankelijk, legt De Wit uit. ‘We kiezen geen partij. Niet voor de zorgverlener en niet voor de ouders of de

vertegenwoordigers van de cliënt. We zijn vooral betrokken bij het belang van de cliënt zelf, en daarvoor gaan onze mensen door roeien en ruiten.’ Het CCE wordt te hulp geroepen in vastgelopen situaties van complexe zorg in de gehandicaptenzorg, de ouderenzorg en de psychiatrie. Soms weten zorgverleners en cliëntvertegenwoordigers niet meer wat ze moeten doen, soms zijn beide partijen het diepgaand oneens over de beste aanpak. In


NETTY GABEL

andere gevallen is er geen passend zorgaanbod beschikbaar, zodat de cliënt van de ene zorgverlener naar de andere wordt geschoven. Met inzet van deskundigen van buitenaf probeert het CCE de situatie te verbeteren.

omgeving is. De manier waarop de zorg wordt aangepakt kan – onbedoeld – het probleem versterken. Een duidelijke visie op mogelijke oorzaken van probleemgedrag is dus nodig, en die visie moet heel consequent worden vertaald naar

NETTY GABEL CHRISTIAAN ZIELMAN

werken, zetten het belang van de cliënt voorop in hun organisatie. Maar als iemand binnen een raad van bestuur vooral bezig is met ‘stenen stapelen’, met organisatiesystemen en vastgoed, dan krijg je een werkvloer die bezig is met

Niet de grote klok De Wit vertelt dat het CCE ervoor kiest om achter de schermen te werken. ‘Wij werken aan de praktijk, in specifieke gevallen. En daar ligt onze kracht. De rol van actievoerder past ons niet. Maar soms zien we na meerdere consultaties in één instelling wel een patroon. Dat bespreken we dan met de verantwoordelijk bestuurders. En als we ernstige misstanden tegenkomen, alles hebben geprobeerd en geen stap verder komen, dan kijken we niet de andere kant uit. Zoiets melden we natuurlijk. Maar het is nu eenmaal onze rol om samen met cliëntvertegenwoordigers en zorgteams op zoek te gaan naar oplossingen. Hun problemen aan de grote klok hangen gaat daar niet mee samen.’

Jo Terlouw: ‘Het zorgsysteem is in sommige gevallen niet in staat passende zorg te leveren. Ik vind dat niet kunnen’

Top-3 van adviezen De top-3 van adviezen die het CCE uitbrengt is veelzeggend. Op één staat het advies om goed te kijken wie de cliënt nu eigenlijk is. Het gaat er niet alleen om wat iemand verstandelijk aankan, maar ook om wat hij in sociaal-emotioneel opzicht kan hebben. Ook zijn geschiedenis is van belang: Wat heeft hij meegemaakt, is hij al vaak overgeplaatst? Op de tweede plaats komt het aansluiten bij wat de cliënt aankan en nodig heeft, ook als dat indruist tegen de intuïtie van de verzorgers. Als derde volgt het advies aan verzorgers en hun managers om zich te realiseren dat probleemgedrag vaak een reactie is op de

de manier waarop de zorg wordt georganiseerd. Daar hoort ook scholing en ondersteuning van medewerkers bij. ‘Iedereen, van hoog tot laag, moet gefocust blijven op wat nodig is voor de cliënt. Dat kan alleen als ook het bestuur die gedachtengang actief ondersteunt’, stelt De Wit.

protocollen en beheersystemen. Ook van buitenaf wordt grote druk uitgeoefend om op de beheersmatige toer te gaan, denk maar aan de zorgverzekeraars met hun kwaliteitsdenken. Er zijn bestuurders die zich verzetten tegen die systeemdwang, maar hoe lang houden ze dat vol als deze opstelling de organisatie geld kost?’

Rol van de bestuurder Dit sluit naadloos aan bij de overtuiging van Jo Terlouw, dat de verschillen tussen zorginstellingen vaak terug te voeren zijn op de manier van werken van de mensen aan de top. ‘Uiteindelijk gaat het altijd over mensen. Bestuurders die vanuit hun gevoel voor de cliënt

Geen verlengstuk Het CCE geeft niet alleen advies in moeilijke gevallen, maar beoordeelt voor het zorgkantoor ook aanvragen voor Meerzorg. Als het toegekende zorgzwaartepakket niet toereikend is, kan een instelling een beroep doen op de Meerzorg-

PlusPunt is voortaan ook digitaal! Aanmelden op www.kansplus.nl/pluspunt

december 2013

PLUSPUNT

5


Rieneke de Wit: ‘We zijn geen verlengstuk van de

Jo Terlouw: ‘Is een bestuurder vooral bezig met organisa-

Inspectie of de cliëntenorganisaties. Maar we willen wel

tiesystemen en vastgoed, dan krijg je een werkvloer met

graag samenwerken’

protocollen en beheersystemen’

regeling. ‘Er gaat enorm veel geld in om, vorig jaar zo’n 170 miljoen euro. Om draagvlak voor de regeling te houden is het belangrijk dat bij elke aanvraag goed wordt bekeken of die aan de criteria voldoet’, stelt Rieneke de Wit. Bij een groot aantal toetsingen krijgt het CCE een goed beeld van de zorginstelling. Mogelijke

verbeteringen worden besproken met het bestuur, en verder overlegt het CCE met de zorgkantoren over zorginkoop en met het ministerie van VWS over het beleid. Rieneke de Wit: ‘Het CCE is geen verlengstuk van de Inspectie voor de Gezondheidszorg, en ook niet van de cliëntenorganisaties. Maar we willen wel graag samenwerken’.

De uitnodiging van Jo Terlouw om te overleggen over de soms schrijnende signalen van ouders die bij KansPlus binnenkomen, neemt ze graag aan. ‘Begin komend jaar, en eerder als dat nodig is.’ ‘Reken maar op eerder’, voorspelt Terlouw bij het afscheid.

Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE) Het CCE is er voor mensen die langdurig complexe zorg nodig hebben en in een uitzichtloze situatie terecht dreigen te komen. Er is vaak sprake van probleemgedrag en de kwaliteit van bestaan staat ernstig onder druk. Zorgverleners zijn vastgelopen en komen er zelf niet meer uit. Het CCE heeft een uitgebreid netwerk van deskundi-

6

PLUSPUNT

december 2013

gen die zorgverleners advies op maat bieden en kunnen helpen bij de uitvoering ervan. Zorgverleners, familie, naasten en cliënten kunnen iemand aanmelden bij het CCE. Aan een consultatie zijn voor hen geen kosten verbonden. Jaarlijks doet het CCE ongeveer 1.200 consultaties in de gehandicaptenzorg, in de gees-

telijke gezondheidszorg en in de ouderenzorg. De kennis en ervaring uit consultaties gebruikt het CCE om expertise op te bouwen en over te dragen aan zorgverleners. Zo worden nieuwe vastgelopen situaties zo veel mogelijk voorkomen. Meer info: www.cce.nl


BAS DOUWES

WILLEM JAN RITMAN

Feestje Daan is een 19-jarige jongen met het fragiele X syndroom. Hij woont in een provinciestad met zijn vader, moeder en zijn zusje Marthe. Daan gaat naar school, naar de laatste groep van het VSO (Voortgezet Speciaal Onderwijs). Hij gaat naar gymnastiek en naar muziekles. Over het leven van Daan.

Soms maak ik mij wel zorgen over Daan. Als hij thuis is, wil hij niet zoveel. Hij trekt zich het liefst terug op zijn kamer achter zijn laptop en kijkt via uitzending gemist naar kinderprogramma’s. Als het aan hem ligt, zit hij er de hele dag. Het zitvlak van zijn Ikeabureaustoel is inmiddels weggesleten... Hem te betrekken bij dingen in het gezin, hem deel te laten nemen aan het sociale leven, dat valt nog niet mee. Na het avondeten gaat hij snel weer naar boven. Mee boodschappen doen? Geen zin. Op bezoek bij vrienden? ‘Ik blijf liever thuis, pap’. Natuurlijk slepen we hem wel eens mee en soms vindt hij het dan ook wel leuk, maar altijd was hij liever thuis gebleven. Hij is echt blij als hij weer naar zijn kamer kan. Voor ons ook niet echt stimulerend. Daarom is het goed dat we voor deze huismus met laptop de boel eens hebben omgekeerd. In plaats van dat hij eropuit moet – onder de mensen – hebben we het zo georganiseerd dat de mensen naar hem komen. De aanleiding mag er dan ook zijn: Daan gaat van school, aan het werk. We besluiten voor deze gelegenheid een feestje te geven en familie, vrienden en bekenden uit te nodigen. We vertellen het Daan, en hij reageert in eerste instantie wat stilletjes. Vindt hij het wel leuk, zo’n feestje ter ere van hem? Dat zal toch wel? We hangen zijn schooltas aan de vlaggenstok en sturen de foto daarvan als uitnodiging rond. Vanaf dat moment begint het feest voor Daan

te leven. Hij houdt nauwlettend in de gaten wie er allemaal komen. Hij hangt over mijn schouder als ik achter de computer zit en scant onze mailbox op bekende namen die reageren op de uitnodiging. ‘Nee Daan, deze mail gaat heel ergens anders over...’ Hij schrijft de namen op lijstjes en komt dan bij ons zijn zorgen uiten. ‘Komt Sasja ook?’ ‘Nee Daan, die zit in Nieuw-Zeeland, dat is te ver voor een feestje.’ En Henriette? En Roel? Namen en lijstjes, eindeloos is hij er mee bezig, honderden velletjes volgeschreven. Je kunt inderdaad zeggen dat het feest nu echt bij hem leeft. Het houdt niet meer op. Als de grote dag daar is, heeft hij een prachtige deurposter gemaakt met ‘Welkom!’ erop, met daaronder alle namen van de mensen die gaan komen. Daan doet persoonlijk voor iedereen open en wat geweldig is: (bijna) iedereen is ook gekomen. Het huis is helemaal vol met Daan als stralend middelpunt. Hij gaat met hapjes rond en kletst met iedereen. Als iedereen iets te drinken heeft wil ik toasten en een kort toespraakje houden. Daan wil ook wat zeggen. Heel knap zoals hij de kamer vol mensen toespreekt. Tot midden in zijn toespraak de bel gaat. Daan weg, want hij ziet het als zijn taak om persoonlijk open te doen... Dit leidt tot algemene hilariteit! Daan geniet en is vrolijk en laat zich van zijn allerbeste kant zien. Bijzonder om de sociale kant van Daan in volle actie te zien. Wat dat betreft is het jammer dat het niet elke dag feest is!

PlusPunt is voortaan ook digitaal! Aanmelden op www.kansplus.nl/pluspunt

december 2013

PLUSPUNT

7


KANSPLUS REGIO GEMERT

50 jaar collectant Een halve eeuw collecteren voor het Fonds verstandelijk gehandicapten. Deze prestatie is geleverd door Frans Donkers. Afgelopen weekend werd hij hiervoor in de bloemetjes gezet en ontving hij een mooie onderscheiding van het Fonds. Frans Donkers werd gehuldigd voor een halve eeuw collecteren

KansPlus regio Gemert doet met een heleboel vrijwilligers jaarlijks mee aan de collecte van het Fonds verstandelijk gehandicapten. Deze collecte is nodig om mensen met een verstandelijke beperking veel meer te laten meedoen in de maatschappij. Voorzitter Maria Brans en penningmeester Anny Vorstenbosch van KansPlus regio Gemert mochten de huldiging van Frans Donkers verrichten.

Frans liep op 9-jarige leeftijd al met zijn moeder langs de deuren om te collecteren. Hij maakt zelf deel uit van de groep mensen met een verstandelijke beperking. Bij veel activiteiten van KansPlus regio Gemert is Frans aanwezig. Regelmatig is hij te zien in zijn creatie van Polleke de zanger. Daarnaast is Frans ook actief lid van het muziekgezelschap Nooit Gedacht. Voor het Fonds Vestandelijk gehandicapten en Kansplus regio Gemert is hij een onmisbare vrijwilliger.

Frans vindt het belangrijk dat geld wordt opgehaald om allerlei projecten te kunnen financieren in de regio. ‘Een gedeelte van het geld komt dus terecht bij projecten hier in buurt’, aldus Frans. De Stichting Verzorging Ontspanning Zorgenkinderen ontvangt jaarlijks een bijdrage uit de collecte om activiteiten te bewerkstelligen zoals een kerstviering of een bijdrage aan het muziekgezelschap Nooit Gedacht.

Oproep:

computergebruik dagbesteding Ik ben op zoek naar dagbestedingen en woonvoorzieningen met computergebruik als (succesvol) onderdeel van het dagprogramma voor mensen met een verstandelijke beperking aanbieden.

Ervaringen Waar ik vooral benieuwd naar ben zijn uw ervaringen met: 1. Veilig internetten 2. Leuke of educatieve spellen voor mensen met een verstandelijke beperking

8

PLUSPUNT

december 2013

3. Hoe het computergebruik binnen de dagbesteding of woonvoorziening is georganiseerd. Mijn 19 jarige zoon (ZMLK-niveau) woont sinds ruim een jaar in een woonvoorziening. Ik heb gemerkt dat ze daar nog huiverig zijn voor computergebruik en daar mogelijk ook onvoldoende kennis over hebben.

de computerlessen met educatieve en leuke spellen een vast onderdeel van het lesprogramma. Het was een groot succes. Ik denk dat de computer voor veel mensen met een verstandelijke beperking van toegevoegde waarde kan zijn op een dagbesteding of woning. Helaas kan ik over dit onderwerp niet veel informatie vinden. Vandaar deze oproep!

Educatief en leuk Toen mijn zoon nog op het voortgezet speciaal onderwijs zat, waren

Met vriendelijke groet, Jeannette Hoogervorst


KANSPLUS

Aandachtspunten voor cliëntenraden

Medezeggenschap bij reorganisaties Philadelphia, Dichterbij, Middin, Odion. Steeds meer gehandicaptenzorg­instellingen kondigen reorganisatieplannen aan of stellen een nieuw sociaal plan vast. Hoe reageer je hier als ouders en cliëntvertegenwoordigers op? Veel gehandicaptenzorginstellingen bereiden zich voor op de overheveling van AWBZ-taken naar de gemeenten. Omdat de gemeenten hiervoor minder budget meekrijgen, zullen zij naar verwachting aan instellingen lagere tarieven gaan betalen voor de begeleiding die ze leveren. Ook ligt het voor de hand dat gemeenten efficiënter en vooral minder zullen gaan inkopen bij zorginstellingen. KansPlus/VraagRaak heeft op de website kansplus.nl een document gepubliceerd met aandachtspunten voor cliëntenraden. Deze tips zijn terug te vinden door te zoeken op: ‘reorganisaties’.

Bevoegdheden Bij ingrijpende wijzigingen zoals een reorganisatie moeten cliëntenraden zo breed mogelijk gebruikmaken van hun bevoegdheden. Ten eerste moet de zorgaanbieder volgens de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen de cliëntenraad in de gelegenheid stellen om advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit tot een belangrijke wijziging in de organisatie. Dat advies moet op tijd gevraagd worden, zodat de cliëntenraad voldoende tijd heeft om tot een weloverwogen standpunt te komen. Ten tweede heeft de cliëntenraad ook altijd het recht om met ongevraagd advies te komen.

In beide gevallen, bij gevraagd en ongevraagd advies, mag de zorginstelling besluiten om af te wijken van het advies. Wel moet dit gemotiveerd worden.

Voorgenomen besluit Als het goed is, maakt de zorgaanbieder verschil tussen een zogeheten voorgenomen besluit en een beleidsvoornemen. Het is voor cliëntenraden belangrijk om heel duidelijk aan te geven dat ze slechts een advies geven over de voorgenomen besluiten van de zorgaanbieder en niet over de beleidsvoornemens. Over een beleidsvoornemen hoeft geen advies gevraagd te worden aan de cliëntenraad. Wel leidt een beleidsvoornemen in een later stadium vaak tot een voorgenomen besluit. Een voorgenomen besluit moet wél voor advies worden voorgelegd aan de cliëntenraad. En dit advies moet daadwerkelijk van invloed kunnen zijn op de besluitvorming door de organisatie.

Tijdig en volledig Bij reorganisaties is het zaak dat de cliëntenraad de lijnen kort houdt. Het gebeurt in de praktijk nog te vaak dat cliëntenraden nieuwe ontwikkelingen in een reorganisatieproces in de wandelgangen moeten

vernemen. Ga daar niet mee akkoord. Wijs de zorgaanbieder erop dat de cliëntenraad tijdig en volledig geïnformeerd moet worden. Dat betekent dus ook dat die informatie niet pas halverwege een in gang gezette reorganisatie komt. Het document met aandachtspunten wijst er ook op dat cliëntenraden de informatievoorziening naar regionale en lokale cliëntenraden goed op orde moeten hebben. En vergeet de afstemming met de ondernemingsraad niet. Die vertegenwoordigt weliswaar de belangen van de werknemers, maar vaak overlappen de belangen van cliënten en werknemers elkaar voor een deel.

Extern advies Behalve advies geven (gevraagd en ongevraagd) heeft de cliëntenraad er ook recht op om informatie te vragen aan het bestuur van de instelling. Bij ingewikkelde materie zoals een reorganisatie, is het meestal nodig om verhelderende gesprekken met het bestuur van de instelling te houden. Verder kan het nodig zijn om een externe deskundige in te huren die verstand heeft van de materie waarover de cliëntenraad advies moet geven. Cliëntenraden kunnen bij de zorgaanbieder aandringen op een budget voor externe ondersteuning. Dit komt de kwaliteit van het advies ten goede en is dus alleen daarom al in het belang van de organisatie. Ook bij KansPlus/VraagRaak kunnen cliëntenraden terecht voor ondersteuning. Zie ook www.vraagraak.nl.

PlusPunt is voortaan ook digitaal! Aanmelden op www.kansplus.nl/pluspunt

december 2013

PLUSPUNT

9


Menslievendheid:

DICKIE VAN DE KAA

YELLOW GARNET PHOTOGRAPHY

een onmisbare én trainbare competentie

Een pleidooi voor menslievend zorgverlenen In de verstandelijk gehandicaptenzorg wordt veel aandacht gegeven aan het ontwikkelen van nieuwe competenties voor zorgverleners. Petri Embregts sprak in haar intreerede als lector Zorg voor mensen met een verstandelijke beperking aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen over ‘menslievende professionalisering’ door zorgverleners. Het belang daarvan kan niet genoeg benadrukt worden.

10

PLUSPUNT

december 2013


n

In de zorgverlening aan mensen met een verstandelijke beperking gaat het erom de mens met een verstandelijke beperking zo te verzorgen en begeleiden dat er sprake is van kwaliteit van bestaan. Zorgverleners zijn voor cliënten en hun familie het gezicht van de zorgverlening. Zij hebben dagelijks en voor een langere periode met elkaar te maken. De manier waarop zorgverleners omgaan met mensen met een verstandelijke beperking (en hun familie) en inspelen op hun behoeften, bepaalt hoe de kwaliteit van de zorg door hen beleefd wordt. De relatie tussen de zorgverlener en de cliënt staat hierbij centraal. Menslievende zorg Om goede zorg te kunnen bieden moeten zorgverleners – naast de meer technische competenties – competenties ontwikkelen op het gebied van ‘aandachtige betrokkenheid’ en menslievendheid. Menslievende professionalisering is noodzakelijk om tot goede op het individu afgestemde zorg en ondersteuning te kunnen komen. Vanuit zorgethisch perspectief levert menslievende zorg een belangrijke bijdrage aan kwaliteit. In de kwaliteitssystemen is deze zogenaamde ‘zachte’ zorg echter zwaar onderbelicht. Wie menslievende zorg levert, doet zijn of haar werk vanuit de vakkundigheid van het beroep, ingebed in ‘medemenselijke betrokkenheid’. Naar mijn mening moet deze manier van zorgverlenen tot de competenties gaan behoren van een zorgverlener in de verstan-

delijk gehandicaptensector. Want hiermee kan de kwaliteit van zorg en hierdoor ook de kwaliteit van bestaan verbeteren. Ik noem twee argumenten. Ten eerste vormen menslievendheid en aandachtige betrokkenheid de basis van de zorgverlening en leveren ze een grote bijdrage aan de kwaliteit van bestaan van mensen met een verstandelijke beperking. Ten tweede is het verlenen van menslievende zorg leerbaar en trainbaar. Het draagt bij aan de kwaliteit van bestaan (argument 1) Menslievendheid en aandachtige betrokkenheid leveren een grote bijdrage aan de kwaliteit van bestaan (het eerste argument). Ik ben daarom van mening dat zorgverleners in de verstandelijke gehandicaptensector zich moeten scholen in menslievende zorgverlening. Nu ligt de nadruk nog vaak op het vakkundig technisch handelen. Maar menslievende zorg bieden is de essentie van het beroep van de zorgverlener in onze sector. Het gaat namelijk om het leven van kwetsbare mensen en om wat zij nodig hebben om een gelukkig leven te kunnen leiden. De zorg en ondersteuning aan hen is namelijk levenslang en levensbreed. Ze zijn hiervoor afhankelijk van de zorgverleners. En door hun beperkingen zijn ze in deze afhankelijkheid ook bijzonder kwetsbaar. Persoonlijke kernkwaliteiten Om als competente professional menslievend zorg te kunnen verlenen is de combinatie van kennis, vaardigheden, persoonlijkheid en

attitude (houding) belangrijk. Bij menslievende zorg en aandachtige betrokkenheid speelt de medemenselijke relatie een belangrijke rol, waarbij ook persoonlijke kernkwaliteiten van de zorgverlener belangrijk zijn. Want die kleuren de zorgverlener als mens, als persoon. De persoonlijke kernkwaliteiten onderscheiden de zorgverlener van anderen en maken hem een goede professional. Afstemmen op wat de cliënt van je vraagt is in deze tijd van groot belang. Het burgerschapsdenken heeft zijn intrede gedaan. Hierbij wordt uitgegaan van autonomie, zelfbeschikking en keuzevrijheid. Maar sturen, kiezen en beslissen is nu juist iets dat mensen met een verstandelijke beperking niet zomaar kunnen. Het roept voor zorgverleners ook grote vragen en dilemma’s op. Want wanneer gaan we voor de ander zorgen? Bieden we zorg en ondersteuning als er mankementen of verstoringen zijn? Zorgen we voor de ander op basis van een medemenselijke betrekking, inspelend op de afhankelijkheid van iemand? Menslievend zorgen en handelen vraagt ook om menslievend denken en proactief ondersteunen als je signaleert dat iemand niet in staat is om een zorgvraag te stellen. Zoek de zorgvraag Mensen met een verstandelijke beperking zijn vaak niet zomaar in staat een concrete zorgvraag te formuleren. Petri Embregts brengt het in haar intreerede op 4 juni 2009 als volgt onder woorden: ‘Vanuit de zorgethiek is de laatste

PlusPunt is voortaan ook digitaal! Aanmelden op www.kansplus.nl/pluspunt

december 2013

PLUSPUNT

11


jaren gewezen op de schijnbare autonomie van mensen die afhankelijk zijn van zorg maar als klant worden aangesproken. Het is de vraag of de term zorg- of hulpvraag niet misleidend is: mensen met een verstandelijke beperking hebben een zorgbehoefte omdat ze afhankelijk zijn. Iemand die zorgafhankelijk is, is een kwetsbare medemens en geen autonome klant. Professionals lijken te worden geïnstrueerd om louter op hulpvragen te reageren. En precies daar zit een probleem, want alleen een verbale, cognitief te beredeneren hulpvraag wordt snel als geldig erkend. Bovendien komen de meeste hulpvragen in de zorg voor verstandelijk beperkten heel anders tot stand: ouders stellen de hulpvraag of de persoon met een verstandelijke beperking stelt die zelf, non-verbaal door én in heel zijn gedrag. De hulpvraag wordt dan als het ware “afgelezen” door de professionals. Een “goed gesprek” is onvoldoende en het aflezen gebeurt door middel van het herkennen van kenmerken uit de ontstane relatie. Om de zorgsituatie in alle helderheid te analyseren is het tijd om meer aandacht aan het primaire proces te schenken, in plaats van de aandacht die momenteel gericht is op paradigma’s en beheersbaarheid.’ Onderkennen Ik onderstreep Embregts woorden van harte. We moeten voorkomen dat mensen met een verstandelijke beperking ten onrechte zorg onthouden wordt uit het zogenaamde

12

PLUSPUNT

december 2013

respect voor autonomie, zelfbeschikking en keuzevrijheid, terwijl het juist een gegeven is dat zij niet zomaar kunnen sturen, beslissen en beslissen zonder ondersteuning van anderen. Menslievende zorg is in staat te onderkennen waar de hulpvraag ligt zonder dat iemand daar expliciet om vraagt. Je kunt het trainen (argument 2) Menslievende zorg verlenen is iets dat je kunt leren en trainen (het tweede argument). Hoewel de attitude en de persoonlijkheidskenmerken die van belang zijn voor het verlenen van menslievende zorg lastig te meten en te beïnvloeden zijn, is de relatie met de kwaliteit van zorg aantoonbaar aanwezig. Zorgverleners kunnen zeggen dat ze deze kernkwaliteiten niet in huis hebben. Maar het is geen kwestie van ‘je hebt het wel of je hebt het niet’. Door onderzoek is vast te komen te staan dat gedrag, persoonlijke eigenschappen en attitude trainbaar zijn. Het vraagt wel de motivatie om je te ontwikkelen en een goede professional te worden in de verstandelijk gehandicaptensector. Competentieprofielen Volgens Embregts wordt de effectiviteit van de zorgverlening niet bepaald door de interventies van de zorgverleners, maar door de relatie tussen cliënt en zorgverlener. Het gaat om de combinatie van professionele vaardigheden met persoonlijke kwaliteiten. Een competente professional maakt gebruik van kennis, vaardigheden, attitude en persoonlijke eigenschappen.

Deze vier gebieden zijn stuk voor stuk trainbaar. Door het lectoraat ‘Zorg voor mensen met een verstandelijke beperking’ is er ruimte gekomen om creatief en innovatief te kijken naar de beroepscompetenties van zorgverleners in de verstandelijk gehandicaptensector en de bijbehorende scholingsbehoefte. Er bestaat al een landelijk competentieprofiel beroepskrachten primair proces gehandicaptenzorg en een beroepscompetentieprofiel voor professionals met een hogere functie. Nieuwe competenties en competentie-eisen worden nu ontwikkeld en er komen gewijzigde taakstellingen, mede gericht op de ambulante zorg en het begeleid wonen in de wijk. Nieuwe competenties We staan voor de uitdaging creatief om te gaan met het ontwikkelen en beschrijven van nieuwe competenties, protocollen en procedures. Menslievendheid en aandachtige betrokkenheid moeten hierin een plaats krijgen. Het is mijn overtuiging dat menslievende zorg en aandachtige betrokkenheid ook in de andere sectoren dan de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking zal bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van bestaan.

Dickie van de Kaa is adjunct-directeur van KansPlus en verpleegkundige


Kees Marges’ kijk op de zorg KEES MARGES

GAPS PHOTOGRAPHY

Gemeentelijk beleid wordt nú geschreven De overheveling van AWBZ-taken, jeugdzorg en participatiewetgeving naar de WMO en dus naar de gemeenten gaat in hoog tempo door. Elke gemeente heeft maximale beleidsvrijheid. De regering en het parlement bepalen wel de financiële en andere grenzen waar gemeentebesturen binnen moeten blijven. Het gemeentelijk sociaal domein wordt veel groter dan het nu is en binnen dat sociaal domein gaan gemeenten veel meer geld ontvangen en uitgegeven. Gemeenteraden krijgen dus een grotere verantwoordelijkheid om te controleren of hun college van B&W de juiste beslissingen neemt. Of ze dat in de praktijk ook goed kúnnen controleren is de vraag. De regering heeft bepaald dat de overheveling van AWBZ-taken naar de WMO op 1 januari 2015 formeel gerealiseerd moet zijn. Colleges van B&W moeten daarom eind 2013 of begin 2014 hun voorlopige plannen over de uitvoering van de nieuwe taken aan gemeenteraden presenteren. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van strategische uitgangspunten. Het gaat om voorlopige plannen, omdat het parlement de wetten die nodig zijn voor de overheveling nog moet vaststellen. De manier waarop B&W de gemeenteraden bij de vaststelling van gemeentelijk beleid betrekt verschilt per gemeente. Vast staat dat ambtenaren al die beleidsteksten in opdracht van wethouders schrijven en veelal ook moeten bedenken. Dat geldt vooral als het gaat om nieuwe doelgroepen, zoals mensen met een verstandelijke beperking. Natuurlijk krijgen de ambtenaren, wethouders en zelfs gemeenteraadsleden, ondersteuning van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).

Colleges van B&W moeten een dezer dagen hun voorlopige plannen presenteren

Sinds 2011 voeren we – de belangenorganisaties van burgers die onder de WMO (gaan) vallen – in Rotterdam overleg met de ambtenaren die de teksten voor de wethouders moeten schrijven. We overleggen ook met politici. Ik doe namens Platform VG Rijnmond actief mee aan dat overleg. Uiteraard overlegt de gemeente ook met andere betrokken partijen, zoals zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Dat overleg geeft ons de kans om ontwerpteksten te veranderen. Want soms bevatten die onzin over de WMO-zorg aan mensen met een verstandelijke beperking. Via de website www.platformvgrijnmond.nl doe ik daarvan verslag. Op 19 december 2013 stelt de gemeenteraad strategische uitgangspunten vast voor de aankoop van WMO-zorg (vroeger: AWBZ-zorg). Die uitgangspunten bevatten, mede dankzij ons vele overleg, de erkenning dat mensen met een ernstige of meervoudige verstandelijke beperking toch andere WMO-zorg nodig hebben dan ouderen of dan mensen met andere beperkingen. De uitgangspunten van de gemeente zullen ook eisen bevatten waaraan aan de kwaliteit van de zorg moet voldoen. Belangenorganisaties die denken nog veel tijd te hebben voor deze vorm van beleidsbeïnvloeding vergissen zich. Wie geen kansen wil missen om het gemeentebeleid in het belang van mensen met een verstandelijke beperking te beïnvloeden, moet vol aan de bak.

PlusPunt is voortaan ook digitaal! Aanmelden op www.kansplus.nl/pluspunt

december 2013

PLUSPUNT

13


ACHTER DE SCHERMEN Beste lezer, Betrokkenheid en vertrouwen familievereniging. Niet alleen is U heeft het kunnen lezen in het voorwoord van onze voorzitter, de heer Rein Baneke: PlusPunt ligt inclusief de ZEG’s weer bij u op de mat, in een papieren uitgave. Fijn dat u de moeite heeft genomen om te reageren. Gebleken is dat het bestuur met beide benen op de grond staat en gehoor geeft aan uw wensen. Het doet mij veel plezier te ervaren dat de vereniging KansPlus een echte vereniging is, met grote onderlinge betrokkenheid en vertrouwen in elkaar.

Niet alleen maar samen In de gesprekken die wij met besturen van ledengroepen door het land heen voeren, blijkt dat we ons als leden en betrokkenen bij de vereniging realiseren dat we er goed aan doen elkaar op te zoeken en meningen, ervaringen en informatie uit te wisselen. Hoe zorgen we er voor dat mensen met een verstandelijke handicap niet tussen het wal en het schip vallen? Gaat ieder dat voor zich doen of doen we dat met elkaar? We kunnen constateren dat alom in de vereniging het besef aanwezig is dat we het met elkaar en voor elkaar moeten doen. U als individueel lid, u als vrijwilliger die voor de vereniging onmisbaar is, u als bestuurder van een ledengroep, u als lid van een cliëntenraad. Binnenkort mag ik gelukkig daarbij zeggen: u als bestuurder van een

14

PLUSPUNT

december 2013

het fijn familieverenigingen weer in de kring van KansPlus welkom te mogen heten, het is ook een uiting van toenemende onderlinge verbondenheid. Dat is in een tijd van individualisering een opvallend en, zoals gezegd, verheugend gegeven. Op onze algemene ledenvergadering van 23 november zijn daar nadere mededelingen over gedaan. Kijk ook op kansplus.nl.

overspoeld met allerlei berichten, met name uit den Haag, en heb je per etmaal minimaal 36 uur nodig om de informatie tot je te nemen.

Alles op straat Nadenkend over mijn bijdrage voor deze achter de schermen, dringt zich de gedachte op dat ontwikkelingen zich steeds meer vóór de schermen aan het voltrekken zijn. Wil iemand al eens in een achterkamertje proberen zaken te doen, dan is er altijd wel iemand die Facebook gebruikt, twittert of op andere sociale media de zaak op straat legt. Dat heeft zo zijn charme, de goede dingen kunnen met elkaar snel gedeeld worden en wat minder goed het daglicht verdraagt komt vroeg of laat toch op tafel. Publicaties over afluisterpraktijken zijn daarvan natuurlijk een sprekend voorbeeld. Zo lang er nog wetenswaardigheden te noemen zijn die niet al te publiekelijk bekend zijn, hanteer ik de pen en probeer u bij te praten. Treffend vond ik een uitspraak van een van onze zeer actieve bestuurders in het zuiden: Waar je vroeger te weinig informatie kreeg, word je nu werkelijk

Kennis- en adviescentrum staat voor u klaar Achter de schermen is hard gewerkt door en met vrijwilligers om het Kennisen adviescentrum te kunnen blijven bemensen. Er zijn trainingen gevolgd, technische voorzieningen zijn getroffen en – jawel – intussen kunt u contact hebben gehad met een van de vier vrijwilligers die zich inzetten voor ons kennis-en adviescentrum. Zij worden uiteraard bijgestaan door Gerrie Beumer en Dickie van de Kaa, de medewerkers met wie u in de loop der tijd al contact kunt hebben gehad bij het Kennis- en adviescentrum. Wij hopen zo in staat te zijn u van dienst te blijven met ondersteuning en bijstand als het gaat om individuele vragen of zorgen, vragen op het gebied van zeggenschap en medezeggenschap en het besturen van ledengroepen.


JO TERLOUW

Besturen is hard werken Ons landelijk bestuur toont zich een daadwerkelijk meewerkend bestuur en heeft op het vlak van de organisatie en financiering van de vereniging forse stappen voorwaarts gezet. Ook op het vlak van de WMO en de kwaliteit van leven zitten we als vereniging niet stil en gaat het bestuur er vol voor. Verder schroomt men niet – ik zou bijna zeggen in de traditie van de vereniging – heldere en onomwonden standpunten in te nemen en op te komen voor gerechtvaardigde belangen. De verenigingsraad is voor de tweede keer dit jaar bijeen geweest. De verenigingsraad vervult in toenemende mate de adviesrol richting het bestuur en brengt de ervaringen in van de bestuurders in het land. Zo wordt de verbinding tussen het landelijk bestuur en de besturen van de ledengroepen sterker kunnen ervaringen goed worden uitgewisseld. Helaas moesten wij door ziekte de aanwezigheid missen van voorzitter Ben Schot van de verenigingsraad. Wij hopen van harte dat herstel zich aandient.

Ledengroep Valkenswaard Een zeer feestelijke bijeenkomst voltrok zich in de ledengroep Valkenswaard ter gelegenheid van haar 50-jarig bestaan. Als blijk dat men de volgende 50 jaar vol enthousiasme tegemoet treedt, had de ledengroep naast een zeer goed

bezochte receptie een minisymposium georganiseerd over de ontwikkelingen in de zorg. Natuurlijk komt dan het onderwerp AWBZ en zeker ook de WMO langs. Een zeer levendige bijeenkomst die de aanvankelijke verwachtingen van de voorzitter van de ledengroep over het te verwachten aantal personen verre overtrof. Ik ben zo vrij te constateren dat de voorzitter en andere bestuurders van de ledengroep ook aangenaam getroffen moeten zijn door de grote betrokkenheid en de aard en inhoud van de vragen en opmerkingen van de aanwezigen. Een aanwezige wethouder ga te kennen dat zij haar oor graag te luisteren wilde leggen bij KansPlus. ‘Het authentieke geluid van KansPlus moet gehoord worden’, aldus deze politica.

Leden zelf ook aan zet Als wij er vanuit de ledengroepen in slagen zo aandacht te vragen voor de gerechtvaardigde wens om mensen met een verstandelijke handicap een volwaardig leven te bieden, zijn wij een belangrijke stap verder. De gemeenteraadsverkiezingen in maart komend jaar bieden in dit opzicht kansen. Laat van u horen en zien, trek de plaatselijke politici aan de jas, signaleer naar het bestuur van uw ledengroep, toon u samen sterk en kom op voor de goede zaak.

ANDERS BELICHT FOTOGRAFIE

Dan nog dit Verder verkent KansPlus de mogelijkheid om tot een vorm van samenwerking te komen met een tweetal organisaties die zich bezig houden met vraagstukken als ‘Hoe moet het verder als ik er als ouder niet meer ben?’

Je gelooft je oren niet Wij meldden ons in Den Haag bij een ambtenaar verantwoordelijk voor de overgang van AWBZ naar WMO. Een weinig vruchtbaar gesprek dat ons tot de verzuchting bracht dat er nog veel moet gebeuren wil de Haagse beleidswereld enige aansluiting kunnen vinden bij de werkelijkheid van alledag. Het is bijna alsof het bestaan van mensen met een verstandelijke beperking en de daarvoor benodigde specifieke zorg en ondersteuning wordt ontkend. Het gesprek onderstreepte het belang van de visie van hoogleraar Evelien Tonkens in de vorige uitgave van PlusPunt, onder de kop ‘Mensen kruipen in hun schulp en schamen zich’.

Fijne dagen Ik wens u vooruitlopend op het einde van dit jaar alvast prettige feestdagen, een goed uiteinde en zeker ook een goed begin van 2014, met een PlusPunt waarvan u met volle teugen kennis neemt.

PlusPunt is voortaan ook digitaal! Aanmelden op www.kansplus.nl/pluspunt

december 2013

PLUSPUNT

15


KansPlus tot uw dienst! Landelijk bureau De Haag 15-1 3993 AV Houten Postbus 408 3990 GE Houten T (030) 236 37 44 E info@kansplus.nl W www.kansplus.nl

VraagRaak VraagRaak is het steunpunt medezeggenschap, een onderdeel van KansPlus. W www.vraagraak.nl

Kennis- en adviescentrum KansPlus-VraagRaak Voor leden, bestuursleden van ledengroepen en cliëntenraden. Voor informatie, advies en ondersteuning met betrekking tot de zorg voor iemand met een verstandelijke handicap. Voor ondersteuning en advies aan ledengroepen en voor vragen, informatie en advies over (mede)zeggenschap. Bereikbaar van maandag t/m donderdag van 10.00-13.00 uur. T (030) 236 37 50 E advies@kansplus.nl

COLOFON PlusPunt is een uitgave van KansPlus, Belangennetwerk verstandelijk gehandicapten en verschijnt vier keer per jaar.

PlusPunt digitaal ontvangen? Meld u aan op www.kansplus.nl/pluspunt

Oplage 10.000

Redactieraad Dr. Wil Buntinx, Ruud Koolen, Pouwel van der Siepkamp

ISSN 2212-2621

Vormgeving en drukwerk JCP Printing, IJsselstein

Tarieven 2014 Lidmaatschap KansPlus: € 37,50 Abonnement PlusPunt: € 27,50 Lidmaatschap 2e gezinslid: € 5,Mededelingen over het beëindigen van het lidmaatschap dienen schriftelijk aan het Landelijk Bureau te worden doorgegeven voor 1 oktober. Redactie Martijn Gort, hoofd- en eindredactie Buro Opaal, redactie ZEG’s Redactieadres KansPlus, Postbus 408, 3990 GE Houten T (030) 236 37 44, E pluspunt@kansplus.nl W www.kansplus.nl Feestdagen Het bureau van KansPlus en het Kennis- en adviescentrum zijn van 23 december 2013 tot 6 januari 2014 gesloten.

16

PLUSPUNT

december 2013

Deadline kopij Kopij voor nummer 33 dient uiterlijk 31 januari 2014 in het bezit te zijn van de redactie. Schenken Degenen die KansPlus testamentair willen gedenken, kunnen daarvoor de volgende formule gebruiken: Ik legateer € …,.. vrij van rechten en kosten aan KansPlus, Belangennetwerk verstandelijk gehandicapten, gevestigd te Utrecht. Donaties zijn altijd welkom. Het rekeningnummer van KansPlus is NL49RABO0159376769 KansPlus is een ANBI, giften zijn aftrekbaar van de belasting.

tdagen

KansPlus wenst u prettige kers en een goed 2014!


861689 pluspunt 032