Issuu on Google+

H E T

D E R D E

T E S T A M E N T

Kosmos tijdschrift over de geesteswetenschap van Martinus Jaargang 36 juni 2009

De oude en de nieuwe wereldbeschaving

Martinus deel 2

Sigbritt Therner uit: Martinus, zoals wij hem ons herinneren


INFORMATIE OVER HET WERK VAN MARTINUS Het tijdschrift Kosmos wordt uitgegeven om de lezer inzicht te geven in het wereldbeeld van Martinus, dat met zijn kosmische analyses de lezer tot humaniteit en naastenliefde wil inspireren. Dit wereldbeeld, dat de geestelijke wetten en principes van het leven helder uiteenzet, heeft Martinus beschreven in zijn levenswerk: het Derde Testament. Het werd geschreven voor mensen die een verklaring van het leven zoeken die zowel hun gevoel als hun intelligentie tevreden kan stellen, op verstand berust en logisch is. Martinus wilde zelf niet dat zijn werk tot de vorming van een sekte of vereniging zou leiden. Het is toegankelijk voor iedereen die de verklaring van de eeuwige levenswaarheden in de vorm van logische gedachtenreeksen wil leren begrijpen.

COLOFON

© 2009 Martinus Instituut, Kopenhagen, Denemarken Redactie: André Stroobant (m.m.v. Gerard Oude Groen), Den Haag Layout: Jan de With, Asperen Druk: Printstudio, Den Haag Een uitgave van: Stichting Martinus Centum P. Flintstraat 19 7412 JV Deventer tel. (0570) 600 447 of (070) 427 14 97 info@martinuscentrum.nl www.hetderdetestament.nl Prijs voor 4 nummers per jaar € 17,50 Informatiemateriaal wordt gratis toegestuurd. ing rek.nr. 2664692 Weergave van tekst- en beeldmateriaal uitsluitend na schriftelijke toestemming van het Martinus Instituut.


De oude en de nieuwe wereldbeschaving deel 2/2

Martinus

De nieuwe wereldbeschaving De ontwikkeling van de beginnende menselijke vermogens Wat de nieuwe wereldbeschaving betreft, deze is op bepaalde gebieden al lang begonnen. De gehele intellectuele ontwikkeling, die zich de laatste anderhalve eeuw voltrokken heeft, is een gevolg van de nieuwe wereldbeschaving. Heel de moderne wetenschap met alle goeds dat zij de mensen in de vorm van de technische en chemische kennis en kunde geschonken heeft, is ook een gevolg van de invloed van de nieuwe mentale of kosmische krachten. De intellectuele vermogens in de mens onderscheiden zich van de vermogens die door het instinct ontplooid worden. Een heel groot deel van het bewustzijn en gedrag bij het dier kosmos

3


wordt door het instinct veroorzaakt. Bij primitieve mensen wordt hun levenswijze in zekere omvang ook door het instinct gestuurd. Het instinct stimuleert eveneens hun religieuze leven. Het religieuze instinct is hetzelfde als een pril ‘menselijke’ vermogen. Bij dit menselijke vermogen voegen zich primitieve gevoelens zoals antipathie of haat tegen andere rivaliserende wezens ten aanzien van de fysieke levensbenodigdheden, terwijl ook de intelligentie zich gaat ontwikkelen. Daardoor werd de mens superieur aan het dier. In het dier ontstond dus een nieuwe natuur, en die natuur bestond uit primitief gevoel en primitieve intelligentie. De ontwikkeling van deze nieuwe natuur veranderde het ‘dier’ steeds meer in een ‘mens’. Dat deze mens in zijn eerste primitieve mensenstadia bijna hetzelfde bewustzijn had als het dier, spreekt vanzelf. De ontwikkeling gaat maar langzaam. De wordende mens is dus zowel ‘dier’ als ‘mens’, zolang hij in zijn ontwikkeling nog niet zo ver gekomen is dat hij de volmaakte of volschapen ‘mens naar Gods beeld, als zijn gelijkenis’ geworden is. Hoe verder iemand in deze

4

kosmos

juni 2009


ontwikkeling gekomen is, des te groter is de menselijke natuur in zijn psyche, en is de dierlijke natuur in zijn psyche evenredig kleiner.

De wet van het lot Omdat de volmaakte mens een volledig contrast vormt met het dier, moet hij dus de dierlijke toestand door ontwikkeling achter zich laten om mens te worden. Deze ontwikkeling of dit veranderingsproces wordt in eerste instantie tot stand gebracht door het lot van het wezen. Het lot bestaat uitsluitend uit de gevolgen van zijn eerder verrichte handelingen tegenover zijn omgeving of de andere levende wezens, die ook wel de ‘naasten’ genoemd worden. De wet is dus zo dat wat iemand zaait, dat zal hij oogsten (zie Gal. 6:7). Dat geldt niet alleen voor fysiek zaad, het geldt in even hoge mate ook voor geestelijk zaad, dat wil zeggen voor onze handelingen of ons gedrag. Zaaien we lijden, moord en doodslag ten aanzien van andere wezens, dan zal de oogst, dat wil zeggen ons lot, ook lijden, moord en doodslag zijn. Zaaien we naastenliefde, vreugde en zegen tegenover onze naaste, dan zal ons lot onvermijdelijk naastenliefde, vreugde en zegen zijn.

Naastenliefde is een kwestie van ontwikkeling en geen kwestie van willen Waarom is het dan bij de mensen nog steeds geen gewoonte om naastenliefde te manifesteren en een vreugde en zegen voor hun omgeving te zijn? Naastenliefde betonen vereist net zoals alle andere manifestaties een vermogen. Als iemand dat vermogen niet heeft, kan hij geen naastenliefde ontplooien. Net zoals we geen virtuoos in muziek of schilðe oude en nieuwe wereldbeschaving – De nieuwe wereldbeschaving

kosmos

5


derkunst kunnen worden zonder het vermogen te ontwikkelen om die takken van kunst te kunnen bedrijven, zo kunnen we ook geen absolute en ware naastenliefde ontplooien zonder dat we ons vermogen tot naastenliefde ontwikkeld hebben. Naastenliefde betonen is dus niet zomaar een wilsdaad, die we voor honderd procent kunnen verrichten als we daar zin in hebben, net zoals we, als we dat wensen of willen, bijvoorbeeld kunnen opstaan of gaan zitten, kunnen lopen of rennen en ja of nee kunnen zeggen. Is iemands vermogen tot naastenliefde volledig ontwikkeld, dan kan hij zelf bepalen op welke manier hij deze tot uiting wil laten komen. Is iemands vermogen tot naastenliefde echter niet volledig ontwikkeld, dan heeft het geen zin dat hij naastenliefde wenst te ontplooien. Hoe kunnen we iets manifesteren wat we niet hebben? We kunnen natuurlijk een soort hoffelijkheid of een soort vriendelijkheid ten toon spreiden, maar dat is natuurlijk geen werkelijk doorvoelde liefde; het is in het gunstigste geval slechts een soort vriendelijkheid. En zo’n vriendelijkheid kan in het ergste geval ook een gecamoufleerde onvriendelijkheid zijn, waarmee iemand degene tot wie deze gericht is voor de gek houdt. Of ons vermogen tot naastenliefde is in meer of mindere mate ontwikkeld en dan zijn we in overeenkomstige mate liefdevol, of het is in veel mindere mate ontwikkeld en dan zijn we in overeenkomstige mate minder liefdevol. Liefde is dus een kwestie van ontwikkeling en geen kwestie van willen. Natuurlijk is het wel heel belangrijk dat we werkelijke vriendelijkheid kunnen tonen, als we het vermogen om liefde te betonen nog niet hebben.

Het stadium waarop de huidige mensheid staat De mensen ontwikkelen zich dus door hun lijdenservaringen, die weer het gevolg zijn van hun overtredingen van 6

kosmos

juni 2009


de wet van de liefde tegenover hun naaste. De ontwikkeling door de lijdenservaringen stimuleert de ontwikkeling van het humane vermogen oftewel de naastenliefde. Als steun en richtsnoer voor het humane vermogen dienen de wereldverlossing en de hierdoor voortgebrachte humane wereldgodsdiensten. Maar omdat het richtsnoer van deze wereldgodsdiensten alleen aangepast is aan de tijdelijke ontwikkelingstrede van de mensen aan wie deze godsdiensten gegeven zijn, bieden ze maar tijdelijk leiding en hulp. Ze zijn dus niet definitief en moeten voorlopig door een nieuw richtsnoer vervangen worden, al naargelang de mensen de ontwikkelingstrede waarop het gegeven werd, ontgroeid zijn. En op dit moment bevinden alle mensen op aarde zich zo gezegd in zo’n situatie, ongeacht tot welke godsdienst ze dan ook behoren of behoord hebben.

De fysieke materie bestaat uitsluitend uit bewegingssoorten en kan niet de schepper zijn Op zuiver materieel gebied is de nieuwe beschaving in de vorm van de vele verschillende takken van de materiële wetenschap dus flink op gang gekomen. Maar op het zuiver kosmische of geestelijke gebied hebben de mensen zich nog niet erg ver ontwikkeld. Ja, je zou misschien zelfs kunnen zeggen dat de mensen stil zijn blijven staan, of zelfs in bepaalde gevallen achteruitgegaan zijn. Het gaat hierbij over alles wat met de onzichtbare kant van het levende wezen en van het heelal te maken heeft. Dat er zo’n onzichtbare kant van het leven is – dat wil zeggen een kant die niet toegankelijk is voor rechtstreekse fysieke waarneming – is toch zeker een feit waar niemand omheen kan. Rechtstreeks toegankelijk voor de fysieke zintuigen is alleen de materie die in veel verschillende vormen opgebouwd is tot geschapen dingen: alle verschijnselen in de natuur, de organismen ðe oude en nieuwe wereldbeschaving – De nieuwe wereldbeschaving

kosmos

7


van alle levende wezens en alle vaste, vloeibare en gasvormige materie. Al deze materie is door de wetenschap al lang onderkend als bewegingssoorten, trillingen en golflengten. Dat geldt net zo goed voor de hardste materie als voor de meest poreuze, zowel voor rotsen als voor water en lucht. Zelfs het vlees, het bloed en de botten en alles waar het fysieke organisme van een levend wezen uit bestaat, zijn alleen beweging en nog eens beweging. Ja, waar is er überhaupt iets wat met de fysieke zintuigen waarneembaar is, wat geen beweging is? Dat bestaat echt helemaal niet. Als alles wat met de fysieke zintuigen waarneembaar is niets anders dan beweging is, waardoor wordt al die materie op het fysieke vlak dan gestuurd en geleid? Wat zorgt voor die geweldige, gigantische organisatie en opbouw van de materie, die we in de talloze geschapen details in de natuur zien. Wat openbaart zich via de organismen van de levende wezens en wat bouwt ze op? Als alles wat we met de fysieke zintuigen kunnen zien, niets anders is dan bewegingen en bewegingscombinaties, dan kunnen die natuurlijk niet datgene zijn wat dirigeert of schept. Een beweging kan toch geen andere beweging beleven. Een beweging is geen levend wezen, maar het gevolg van ‘Iets’ wat er de oorzaak en ingangzetter van moet zijn.

Het instinctieve gevoel dat er een god of hogere machten bestaan, is geen fantasie De werkelijk levende oorsprong van een beweging komt dus niet voor op het fysieke vlak, waar alleen de bewegingen bestaan maar niet datgene wat de oorsprong van de beweging is. Deze oorsprong kan echter waargenomen worden met een aangeboren instinct, het instinct dus dat we ‘het religieuze instinct’ genoemd hebben. Dit instinct zorgt ervoor dat alle natuurmensen, dat wil zeggen mensen in de 8

kosmos

juni 2009


onintellectuele stadia van hun ontwikkeling, onwrikbaar geloven in hogere psychische machten of goden, die de wereld sturen en regeren, en het is belangrijk om in de gunst bij hen te staan om hun hulp en steun te krijgen in de strijd tegen de vijanden. Er bevindt zich dus vanaf het begin in de mensen een orgaan dat hun primitieve bewustzijn als het ware verbindt met een ‘levend Iets’ waarvan ze instinctmatig onfeilbaar voelen dat het bestaat. Dat er een god of hogere macht bestaan, is dus geen opvatting die voortgebracht is door een grote fantasie. Het uiterlijk en de leefwijze van deze god of hogere machten zijn echter wel uit de eigen fantasie van de betreffende mensen voortgekomen. Maar zonder het instinctmatige gevoel dat er een hoger ‘Iets’ achter het gehele bestaan voorkomt, hadden ze er zich natuurlijk geen fantasieën over kunnen vormen. Ze bezitten een aangeboren gevoel van het bestaan van een ‘Iets’ achter het leven en achter hun eigen bestaan.

Het godsbeeld van de mensen verandert in de mate waarin hun ontwikkeling en ervaringen toenemen Het bestaan van dit ‘Iets’, het leven en gedrag van deze hogere superieure macht of machten vormen de eerste mensen naar hun eigen beeld. Maar naarmate ze zich ontwikkelden en ervaringen verzamelden en ruimere bewustzijnsvermogens kregen, veranderden ze dit beeld ook in overeenkomstige mate. Met de hulp van profeten en wereldverlossers kwam er een godsbeeld dat meer naar hun eigen verbeterde beeld gevormd was. Van een godsbeeld van strijdende oorlogs- en vechtgoden werd het ten slotte omgevormd tot dat van één God, die alle macht in de hemel en op aarde bezat. Naarmate de mensen humane vermogens kregen en ze het humanisme of de beginnende naastenliefde tot hun ideaal maakten, kreeg deze God met behulp van de ðe oude en nieuwe wereldbeschaving – De nieuwe wereldbeschaving

kosmos

9


profeten en wereldverlossers de vorm van een God van vrede en liefde, die ook almachtig en alwijs was. Toen kon dit godsbeeld niet meer veranderen, omdat er geen hoger ideaal bestaat. Een God die alle macht in de hemel en op aarde bezit en bovendien alwijs en alliefdevol is, kan niet overtroffen worden. Hier vindt daarom een grote ommekeer plaats in de vorming van de beschaving van de mensen. Na God eerst naar hun eigen beeld gevormd te hebben zullen de mensen nu eveneens met behulp van de wereldverlossing zichzelf naar Gods beeld vormen.

De neergang van de beschaving van de twintigste eeuw Zo’n ommekeer in de beschaving voltrekt zich voor de mensen in de twintigste eeuw. De religieuze kant van deze ommekeer naar de nieuwe beschaving zien de mensen niet. Ze zien echter wel dat de religieuze kant van de oude beschaving in verval raakt. De mensen worden areligieus, materialistisch of goddeloos. De moraal verslapt en het ontplooien van verschijnselen van een lagere moraal wordt steeds meer mogelijk. Kunst, muziek en literatuur zakken af naar een niveau dat voorheen ondenkbaar was als cultuur. Tegelijkertijd hebben de mensen als gevolg van de beginnende resultaten van de nieuwe wereldbeschaving zoals film, radio, luidsprekers en televisie hun vermogen om bijvoorbeeld informatie, belering, wetenschap en amusement onder de massa te verspreiden, verveelvoudigd. Maar net zo goed als er werkelijk goede cultuur verspreid kan worden, kan ook al het slechte en primitieve verspreid worden waar de mensen zich in de huidige neergang van de beschaving mee inlaten. Maar deze neergang van de beschaving kan de mensen niet verweten worden. Het is een schakel in de ontwikkeling. Hoe meer de mensen de gelegenheid krijgen 10

kosmos

juni 2009


De test met de atoombom. Apple II House, Nevada Test Site, VS, 1953.

om hun meer of minder lagere dierlijke natuur te ontplooien, des te meer zal het gevolg van de ontplooiing van deze natuur een sabotage van hun lot, geluk of normale leven in de toekomst zijn. Maar een ongelukkig lot en lijdenservaringen hebben het goddelijke gevolg dat het humane vermogen van de mensen tot ontwikkeling komt. Kregen ze de gelegenheid om goede zowel als slechte oorzaken te manifesteren niet, dan konden ze natuurlijk nooit ofte nimmer beleven wat slecht was en wat goed. Die gelegenheid krijgen de mensen vooral tijdens de neergang van een beschaving. Als de mensen – zoals wij in de twintigste eeuw gezien hebben – vooral oorzaken gemanifesteerd hebben, waarvan de gevolgen lijden, oorlogen, onderdrukking van volken, ziekten, nood en ellende en marteling en verminking zijn, dan is dat een dag des oordeels die zich bij de ondergang van eerdere beschavingen altijd op vergelijkbare wijze voorgedaan heeft.

De verschrikkingen van de dag des oordeels zijn een gevolg van de eigen psyche van de mens De zucht naar het bezitten van de duivelse kernwapens, die steeds meer her en der in allerlei landen opduiken en ðe oude en nieuwe wereldbeschaving – De nieuwe wereldbeschaving

kosmos

11


waarmee de mensen nu al uitgeroeid kunnen worden en de aarde vernietigd kan worden, geeft geen aanleiding om optimistisch te zijn over hoe de godenschemering of de neergang van de beschaving, die allang ingezet heeft, zal eindigen. Christus heeft ‘grote verdrukking (Matth. 24:21) voorspeld, voordat zijn rijk op aarde vervolmaakt zou worden. De Openbaring van Johannes4) belooft beslist ook geen milde omstandigheden in het goddeloze, materialistische tijdperk van de mensheid, voordat zij rijp geworden is voor het grote licht. Waarom moeten er zulke verschrikkelijke gevolgen komen? Er is maar één reden waarom ze komen. En die enige reden is dat de mensen ze met hun gedrag zelf veroorzaken. Een psyche die zijn vijanden met atoombommen wil uitroeien of hen met andere wapens of het zwaard wil verdelgen, moet zelf op dezelfde manier verdelgd worden. Hoe moet die psyche anders verdwijnen? Heeft de bijbel niet het vijfde gebod: “Gij zult niet doden”, verkondigd? Heeft de bijbel niet op allerlei manieren de levenswet: “Gij zult uw Heer God liefhebben boven alle dingen en uw naaste als uzelf.”, aan de mensen verkondigd? Heeft de bijbel niet verkondigd dat we onze vijanden moeten vergeven en telkens weer vergeven? Heeft de wereldverlosser niet gezegd: “Hebt uw vijanden lief, zegent wie u vervloeken, doet wel degenen die u haten en bidt voor wie u smadelijk behandelen en u vervolgen” (zie Matth. 5:44, Luc. 6:27-28)? Heeft het naleven van deze goddelijke geboden voor de hedendaagse mensen de hoogste prioriteit? Is het tegenovergestelde juist niet het geval?

Dierlijk voedsel is ongezond voor het verfijnde mensenlichaam Behalve dat de mensen in oorlog met andere mensen zijn, en elkaar vermoorden en verminken, doden ze ook dieren 12

kosmos

juni 2009


bij miljoenen en nog eens miljoenen in het bijgeloof dat de mens, die al bezig is ‘naar Gods beeld, als zijn gelijkenis’ geschapen te worden, niet kan leven zonder het verteren van het ‘leven’5) van andere hoogontwikkelde wezens, dat wil zeggen van de dieren of wezens uit het rijk dat ze zelf nog niet ontgroeid zijn. Het is niet om deze mensen te bekritiseren of hen iets te verwijten dat deze regels geschreven zijn, maar alleen om erop te wijzen dat dit doden van dieren een van de grote hoofdoorzaken van de dag des oordeels of godenschemering is. De fysieke organismen van de mensen zijn qua zenuwen en spieren allang zo verfijnd, dat dierlijk voedsel niet gezond meer is voor de mens, nog afgezien van het karma van de moord op de dieren waarmee het lot van de moordenaar belast wordt. Dat het lichaam van de mens verfijnder wordt en hij geen dierlijk voedsel kan blijven eten, blijkt onder meer uit het feit dat bijvoorbeeld primitieve mensen uit de jungle min of meer onappetijtelijke etensresten kunnen eten, die ze in de vuilnisbakken van andere mensen kunnen vinden,. Denkt u niet dat deze etenswaar in meer of mindere mate giftig zal zijn voor de hoger ontwikkelde cultuurmens? En er is geen enkele reden om aan te nemen dat de cultuurmens van nu het hoogste punt van de ontwikkeling qua verfijnd gevoel en hygiëne bereikt heeft. Er zal een tijd komen dat de mensen net zo’n grote afkeer of walging zullen voelen bij het eten van vlees of dierlijk voedsel als ze op dit moment voelen, als ze gedwongen zouden worden om de min of meer bedorven inhoud van een vuilnisbak te eten of lijken zouden moeten eten.

Zie het laatste boek van het Nieuwe Testament, vert. Levenseenheden, voeding en spijsvertering zijn door Martinus nader beschreven in het boekje Het ideale voedsel vert.

4)

5)

ðe oude en nieuwe wereldbeschaving – De nieuwe wereldbeschaving

kosmos

13


De moord op dieren geeft de vleeseter een levensverzwakkend of -bekortend karma in de vorm van ziekte en dood Al het dierlijke voedsel is van lijken van dieren gemaakt. Tegenwoordig zijn er al mensen die dezelfde walging voelen bij het eten van vlees, als de cultuurmensen hebben bij de gedachte om mensenvlees te moeten eten. Er zal een tijd komen dat de mensen op dezelfde manier op de huidige cultuurmens terug zullen kijken als de laatstgenoemden terugkijken op het kannibalisme of het eten van mensen door de primitieve mensen. Maar de hedendaagse mensen hebben net zo’n ingewortelde gewoonte van vlees eten, als de alcoholist een ingewortelde gewoonte heeft om alcohol te gebruiken en de drugsgebruiker om morfine te gebruiken. Tussen vlees en alcohol en de andere giftstoffen bestaat qua werking dit verschil, dat vlees als voedsel voor het organisme een heel langzaam werkend vergif is, terwijl de

14

kosmos

juni 2009


werking van alcohol en andere gifstoffen snel en zichtbaar is. Het eten van vlees geeft echter ook een levensverzwakkend of -bekortend karma vanwege de moord op het dier waarvan het vlees gegeten wordt. We kunnen er niet onderuit dat het doden van dieren ook een overtreding van het vijfde gebod: “Gij zult niet doden”, is, en dat dat onherroepelijk zijn gevolgen voor het lot van de vleeseter heeft. Waarom liggen de ziekenhuizen anders vol zieke mensen? Waarom sterven miljoenen mensen lang voordat ze de leeftijd bereikt hebben, die eigenlijk bedoeld is als het tijdstip waarop mensen naar het geestelijke vlak overgaan? Staan de mensen er dan helemaal niet bij stil dat hun verkeerde eetgewoonten daar iets mee te maken hebben? We kunnen er niet onderuit dat al deze vele vormen van lijden de gevolgen van een verkeerde levenswijze zijn.

Het lijden ontwikkelt het vermogen tot medelijden en maakt de mensen ontvankelijk voor geestelijke ontwikkeling Wat zou anders het lijden en de ongelukkige lotsbeschikkingen van de mensen veroorzaken? En veranderen juist deze ongelukkige lotsbeschikkingen de mensen niet van bruutheid in humaniteit? En zorgen juist deze lotsbeschikkingen er niet voor dat de mensen geestelijke hulp gaan zoeken? Kan veel van dit leed juist niet gelenigd worden of bestaat er geen enkele fysieke hulp voor? Het is niet zo vreemd dat het lijden de mensen ertoe brengt geestelijke hulp te zoeken. Lijdenservaringen geven de mensen bovendien het vermogen om het lijden van andere wezens te herkennen en te begrijpen. Lijden ontwikkelt dus het vermogen tot medelijden en maakt de mensen ontvankelijk voor geestelijke ontwikkeling. Zelfs de hardste materialisten van dit moment zullen in de loop van hun levens veranderd ðe oude en nieuwe wereldbeschaving – De nieuwe wereldbeschaving

kosmos

15


of omgevormd worden van materialisme naar vergeestelijking. En deze vergeestelijking, die met behulp van de twintigste eeuwse wereldverlossing ontwikkeld kan worden, wordt nu niet gegeven in de vorm van dogma’s of postulaten maar in de vorm van kosmische analyses, die toegankelijk zijn voor de intelligentie of beschikbaar als materiaal voor onderzoek. Net zoals de mensen nu de materiële wetenschap al ontwikkeld hebben, die goddelijk is voor de fysieke wereld, zo zullen ze nu hun leven gaan baseren op een wetenschap van de geestelijke kant van het leven van de mensen.

De nieuwe kosmische wetenschap helpt de mensen zelf kennis te verkrijgen over de geestelijke gebieden De vorige wereldverlossingssituaties berustten op de geboden van een persoon, die de mensen dan moesten opvolgen omdat ze anders het leven niet konden begrijpen. De nieuwe wereldverlossing wijkt daar in die zin van af dat zij een geestelijke of kosmische wetenschap is waarmee de mensen, naarmate ze daar rijp voor zijn, zelf de oplossing van het leven voor alle fundamentele vragen kunnen vinden, zodat ze zelf kennis over deze geestelijke gebieden kunnen verkrijgen. Deze kennis is weliswaar theoretisch, maar onderbouwd met realiteiten die ze als feiten kennen. Daarom zal deze wetenschap gaandeweg de basis gaan vormen voor de verdere ontwikkeling van de mensheid naar het eindresultaat: “Gij zult de Heer uw God liefheben boven alle dingen en uw naaste als uzelf”. Hiermee zijn de mensen de mens ‘naar Gods beeld, als zijn gelijkenis’ geworden.

16

kosmos

juni 2009


De geestenwetenschap of ‘de voorspreker, de heilige geest’ is de wereldverlossing van de twintigste eeuw De nieuwe wereldverlossing is een wetenschap die de woorden en geboden van Christus onderbouwt en deze in de vorm van kosmische analyses tot wetenschap maakt. Wat zijn kosmische analyses? Kosmische analyses geven een logische onderbouwing van de eeuwige feiten of waarheden, die de mensen met een hoog ontwikkelde humaniteit of naastenliefde en een hieruit voortvloeiend evenredig ontwikkeld intuïtievermogen rechtstreeks kunnen beleven. Net zoals de intelligentie de basis vormt voor de materiële wetenschap, zo zal de intuïtie de basis vormen voor de geesteswetenschap of de oplossing van het levensmysterie. Deze intuïtiewetenschap zal de mensen naar God terugleiden, maar niet in de vorm van een godsdienst of sektevorming maar in de vorm van een religieuze wetenschap oftewel de intellectuele onderbouwing van de verkondiging en geboden van Jezus. Deze onderbouwing heeft hij ook voorspeld onder de naam ‘de voorspreker, de heilige geest’, die tot de mensen zou komen. En juist deze ‘voorspreker’ of ‘heilige geest’, met andere woorden deze kosmische analyses over God en de eeuwige feiten van het leven, waarvan liefde de grondtoon is, vormen de wereldverlossing van de twintigste eeuw.

Dit artikel is de weergave van een niet afgerond manuscript voor een serie lezingen die Martinus op rondreis door Denemarken heeft gegeven van 26 maart tot 3 april 1963. Het artikel is door het bestuur goedgekeurd op 25-11-2007. Het is voor het eerst in 2008 in de Deense Kosmos nr. 6 gepubliceerd met als titel Den gamle og den ny verdenskultur.

ðe oude en nieuwe wereldbeschaving – De nieuwe wereldbeschaving

kosmos

17


Uit het boek: Martinus, zoals wij hem ons herinneren

SIGBRITT THERNER Zweden ussen 1946 en 1951 kwam ik meerdere malen de naam Martinus tegen. Ik las onder andere in 1948 het introductieboekje van Gerner Larsson en in 1950 een van de kleine boeken. Het was me duidelijk dat dit iets was wat ik nader moest onderzoeken, maar ik was op dat tijdstip bezig met een studie van het spiritisme en de theosofie, en die wilde ik eerst afmaken.

T

Voorjaar 1951 las ik het eerste deel van Livets Bog. Wat een zeldzaam geluk! Hier had ik eindelijk gevonden wat ik zolang gezocht had: helderheid, logisch samenhangende 18

kosmos

juni 2009


gedachtenreeksen. Datzelfde jaar werd ik in het najaar de gelukkige eigenaar van een paar huizen met bijbehorende percelen in Varnhem (dorpje ten noorden van Gotenburg, vert.) aan de westhelling van de berg Billingen. Het was mijn bedoeling om hier te gaan wonen en een cursuscentrum over de Martinus kosmologie te beginnen. Dit had natuurlijk tot gevolg dat ik de mogelijkheid kreeg Martinus verschillende keren te treffen, vooral toen hij het centrum bezocht om lezingen te geven en vragenuurtjes te houden. Met name enkele dagen rond Pinksteren in verschillende jaren hebben voor mij een bijzondere glans. Martinus was buitengewoon inspirerend en leek zeer positief beĂŻnvloed te worden door de omgeving hier. Op een keer gesticuleerde hij zo enthousiast op het spreekgestoelte, dat hij tegen de waterkan sloeg. Maar met een bijna onbegrijpelijke tegenwoordigheid van geest lukte het hem deze in de lucht te grijpen en weer op haar plaats te zetten, waarna hij onverstoorbaar verder ging met spreken en gesticuleren. Uit vele goede herinneringen wil ik er nu een paar kiezen, die heel veel voor mij betekend hebben. De eerste is van een bezoek aan Martinus in Kopenhagen in het najaar van 1953, zover ik me herinner. Ik was op weg van Fuglebakken (halte van de hier bovengronds rijdende metro, vert.) naar het Martinus Instituut, waar ik een afspraak had voor een gesprek met Martinus. Maar plotseling vulden mijn ogen zich met tranen; mij was namelijk iets te binnen geschoten wat ik via omwegen gehoord had, en wat zo uitgelegd kon worden dat Martinus er niet echt blij mee was dat ik mijn kleine cursuscentrum in Varnhem, dat toen ‘Kosmos Vakantie- en studiecentrum’ Sigbritt Therner

kosmos

19


genoemd werd, had opgericht. Ik kon echter niet geloven dat dat waar was. Maar terwijl ik nu op de Ternevej liep, kwam de gedachte bij mij op: Stel je voor, als Martinus zegt, dat hij vindt dat ik op moet houden met mijn activiteiten? Wat doe ik dan? En toen begon ik te huilen, want dat werk was toch datgene wat ik met mijn leven wilde. Toen ik enige tijd later dezelfde weg naar de halte terugliep, was ik heel gelukkig. Wat had Martinus dan gezegd? Ik herinner het me niet letterlijk, maar zijn gehele wezen had blijdschap, vriendelijkheid en warmte uitgestraald. Ik voelde mij omstraald door deze atmosfeer. Ik had de bevestiging gekregen voor wat ik zelf gevoeld had: het was een zaak tussen God en mijzelf of ik wel of niet zou doorgaan met mijn werk in Varnhem. Wat Martinus zelf betrof, kon hij niet anders dan blij zijn voor iedere plek waar zijn kosmologie vaste voet kreeg. Hij zei overigens, dat er spoedig vele kleine en grote cursuscentra overal op aarde opgericht zouden worden, waar onderwezen zou worden in zijn kosmische analyses. Er was één brandende vraag, die me bezighield: Waarom was het zo moeilijk, waarom stapelden de materiële problemen zich op rond datgene, waarvan ik gevoeld had dat het een deel van Gods wil was? En weer kreeg ik een raak antwoord: ik moest altijd bereid zijn om nieuwe wegen uit te proberen en nieuwe oplossingen te zoeken, en daar kwam nog bij, dat het heel gewoon was dat er moeilijkheden opdoken, wanneer nieuwe gedachten ingang moeten vinden op onze planeet. Ik was uiterst tevreden en vervuld van blijdschap en vol vertrouwen, toen ik na het bezoek weer naar huis reisde. Het tweede herinneringsbeeld stamt van een bezoek van Martinus en Per Bruus-Jensen aan mij van 19 tot 22 oktober 20

kosmos

juni 2009


1964, in een stil en vredig Kosmos Vakantiecentrum, omdat het cursusseizoen immers allang afgelopen was. Toen ik op één van de dagen voordat Martinus en Per zouden komen om het huis liep, keek ik naar de kleurenpracht. Zouden ze nog kunnen zien hoe mooi het bos was, of zou alles verdwenen zijn? Maar er kwam geen najaarsstorm, en berk en esp stonden nog steeds in hun meest feestelijke pracht en straalden als goud, toen de negentiende oktober aanbrak. Het werden een paar drukke dagen voor mij, maar voor Martinus, die altijd zeer vitaal en vol energie was, was het eigenlijk een soort rustpauze. Ik herinner me feestelijke maaltijden, die dankzij Ingrid (ons keukenmeisje in het lezingenseizoen) ook heel lekker smaakten. Twee buren en vrienden van het centrum waren tijdens het eerste etentje aanwezig. Een van hen zong na het etentje liedjes begeleid door een gitaar, en daar was Martinus heel enthousiast over. Het was inspirerend om Martinus en Per samen te zien. De toon tussen hen was zo fijn, ongedwongen, blij en warm, levendig en humoristisch. Niet overdreven eerbiedig van de kant van Per, maar een respectvolle vriendschappelijkheid. Ik zag ze samen buiten op het terrein rond het centrum. Per was met een kaart en bouwschetsen Martinus aan het verklaren hoe hij zich de toekomst op deze plek voorstelde. En Martinus luisterde en was ogenschijnlijk zeer positief over de toekomstplannen van Per. Toen we later in gesprek kwamen over de toekomst en over praktische zaken, keek ik naar Martinus. Datgene wat naar voren gebracht werd, had zijn volle aandacht. Hij was geïnteresseerd en vol waardering over de ideeën waar we mee kwamen, maar toch was hij op een vreemde manier wat afwezig. Het viel mij op, dat het leek, alsof hij de gehele praktische realisatie van zijn ‘zaak’ aan ons overliet. Zijn missie bestond hierin, Sigbritt Therner

kosmos

21


datgene over te dragen wat hij door zijn intuïtieve begaafdheid gezien had. Als we over ‘zijn’ wereldbeeld spraken, was hij daarentegen een en al vuur. Op hun lange wandelingen in de omgeving, die rijk aan natuurschoon was, hadden ze het ook over de kosmologie. Ik kon merken hoe blij Martinus was over Pers diepe inzicht in en begrip van de kosmische analyses. Maar het leek ook alsof hij het niet kon nalaten erover te denken of Pers belangstelling voor Varnhem niet een te grote plaats in zijn bewustzijn zou innemen. Per had namelijk een belangrijke taak binnen de zaak van Martinus. Hij moest, zei Martinus, de stof systematiseren. Martinus had ook een levendig belangstelling voor de geschiedenis van de streek. We bezochten het dorpje Varnhem om de ruïne van het klooster en de mooie kerk te bezichtigen. Hij was geïnteresseerd in de geschiedenis van het klooster en ook in het verhaal (dat echter niet door onderzoekers bevestigd is), dat er een heilige plaats was geweest vóór de tijd van het Christendom, en dat die dicht in de buurt van het centrum zou hebben gelegen. Martinus dacht dat hier een oud geestelijk centrum geweest was.

Citaat

In de toekomstige wereldorde zullen we in de plaats van de huidige grote abattoirs en veefokkerijen, enorme bedrijven aantreffen, die tot taak hebben de veredeling van planten en de ontwikkeling van eetbaar vruchtvlees te bevorderen. (Het ide ideale voedsel, h 26)

22

kosmos

juni 2009


Op een van de avonden, terwijl we met elkaar wat zaten te kletsen met een kop thee, begon Martinus mopjes te vertellen. Sommige ervan waren misschien wel een beetje ondeugend, maar ze werden met een ontwapenende onschuldige charme verteld, zodat er die avond een lichte en bijna uitgelaten stemming van opgewekte gezelligheid heerste. De dagen vlogen alleen te snel voorbij. Ofschoon ze me in een bijzondere glans voor de geest staan, heb ik jammer genoeg toch veel te veel vergeten. Het is fijn om te weten dat ik later in mijn eeuwige bestaan (in het herinnerings- of zaligheidsrijk, vert.) de mogelijkheid heb om elk afzonderlijk detail op te roepen en me over hun lichtstralende inhoud te verblijden.

Sigbritt Therner

kosmos

23


À propos vegetarisme André Stroobant

Boom isbn 9789085067115 paperback | geïllustreerd 14,5 x 21,5 cm 560 blz. | € 29.50

I

n het juninummer van Plus stond een artikeltje met de titel: Weinig vlees, langer leven. Uit een onderzoek onder een half miljoen mensen tussen 50-71 jaar werd geconcludeerd dat mensen die veel vlees eten, ruim 30% meer kans hebben om binnen tien jaar te overlijden dan mensen die weinig vlees eten. Er werd in vijf categorieën onderscheiden. De meest bescheiden vleeseters aten ca. 25 gram vlees per dag, de grootste carnivoren zo’n 170 gram per dag. Het is natuurlijk allang geen geheim meer dat vlees eten een negatieve invloed op de gezondheid heeft. En, zoals Martinus zegt, vegetariër worden om gezondheidsredenen is in ieder geval een goed begin. Onlangs is er een boek over vegetarisme uitgekomen. Een radiorecensent van de Tros Nieuwsshow (zaterdagmorgen, Radio 1) was er zo enthousiast over dat je er volgens hem zo vegetariër van zou worden. Het boek heet: Het Dierloze Gerecht, een vegetarische geschiedenis van Nederland. De schrijver Dirk-Jan Verdonk promoveerde erop in april. Volgens een recensent in het blad van de Triodosbank is het boek wel wat te lijvig geworden (meer dan 500 bladzijden met noten) en had er best een redacteur over heen mogen gaan. Toch leest het ‘lekker weg’ en is het niet zonder humor. In dit boek zou het vegetarisme uit principe en uit dierenliefde aan bod komen. P. S. Ik heb het boek zelf (nog) niet gelezen.

Internationale weken in Martinus Centrum Klint 2009 van zaterdag 25 juli tot zaterdag 8 augustus. Reserveren via telefoon 00 45 3834 6280 ma t/m do 13.00-16.00 uur, vrij 9.00-12.00 uur, of e-mail: info@martinus.dk

een uitgave van stichting martinus centrum, den haag


Komos juni 2009