Page 1

Iedereen Voetbalt


Iedereen leest Iedereen Voetbalt België is niet gekwalificeerd voor het WK Voetbal in Duitsland. Dus is er tijd om te lezen op en naast de grasmat. In deze minibundel vind je nieuwe voetbalverhalen en heerlijke leestips die je een voorzet geven naar spannende, frisse, vrolijke en passionele zomerboeken. Samengesteld door een elftal van voetbalminnende schrijvers, bekende en onbekende voetballers en supporters. Meer boekentips nodig of wil je er zelf één geven? Dribbel snel naar www.iedereenleest.be en ontdek er meer dan duizend boeken. Veel leesplezier!

Iedereen Leest is een project van Stichting Lezen

1


2

INHOUD


Gilles De Bilde leest Shampoo Isabelle Rodts leest Ex-bal Akin Beyazi leest Zonder penalty Filip De Wilde leest Schoppen Dante Moens leest Voetbal en literatuur Catherine Van Eylen leest

I P 04 Dimitri Verhulst I P 06 I P 10 Saskia de Coster I P 12 I P 14 Luc De Vos I P 16 I P 18 Margot Vanderstraeten I P 20 I P 22 Herman Brusselmans I P 24 I P 26

3


4


Gilles De Bilde leest

Gilles De Bilde verdedigde 25 keer de driekleur in de nationale ploeg “Biografieën zijn mijn favoriete boeken. Ik lees graag over mensen voor wie ik bewondering heb. Dat kunnen sportmensen zijn maar evengoed politieke figuren zoals Che Guevara of Bill Clinton. Het zijn stuk voor stuk charismatische persoonlijkheden die tot de verbeelding spreken. It’s Not About the Bike (2001, Berkley Trade), het levensverhaal van Lance Armstrong, is zo’n boek dat je niet kan wegleggen. Ik heb achteraf het geluk gehad om Lance Armstrong te ontmoeten. Het deed me wel wat om zo oog in oog te staan met een levende legende. Een andere aanrader is de biografie van een oud-wereldkampioen snooker: Ronnie: The Autobiography of Ronnie O’Sullivan (2004, Orion). Het is een verhaal van drugsmisbruik, een vader in de gevangenis, magnifieke sportieve overwinningen en diepe dalen. Soms overtreft de realiteit de fictie.” Meer (auto)biografieën lezen? Surf naar www.iedereenleest.be

5


SHAMPOO 6

Zijn naam was Timothy, en destijds vonden wij dat lollig omdat er een merk shampoo op de markt was dat met diezelfde naam onze moeders verleidde. Hadden wij die jongen nodig, dan spraken we hem aan met ‘Hey, Shampoo!’, want kinderen horen nu eenmaal rot te doen tegen elkaar, dat is hun aard. Voetballen kon hij niet, wat op een jongenscollege gelijkstond met een plaatsje in het sullendom. Op de betonvlakte, speelplaats genaamd, kon je weinig anders ter verpozing bedenken dan voetbal. Tenzij je geen angst had om de bijnaam ‘homofiel’ opgeplakt te krijgen en onbeschaamd tikkertje speelde. Of je er het talent voor had of niet, of je er zin in had of niet, op het college speelde je tijdens de pauzes voetbal, punt. Ook Timothy. Zodra hij, en dat was dan altijd per ongeluk, in het bezit kwam van de bal riep iedereen van zijn team luidkeels ‘Shampoo! Shampoo!’. Niet om hem aan te moedigen maar om als de bliksem een pass van hem te krijgen. Gaf hij die bal niet onmiddellijk af dan ging namelijk de tegenpartij ermee aan de haal, zo simpel was het. Wat moet de leraar-opzichter hebben gedacht van het feit dat een hele meute jongens zo’n paar keer per speeltijd plots in koor het woord shampoo uitkrijste? Het voetbal op zich stelde maar weinig voor. Angst voor brekende ruiten en brillen had het schoolreglement in die richting gedreven dat er alleen maar mocht worden gesjot met kleine, plastic balletjes. Te koop voor vijf frank per stuk op het secretariaat toen


we in het derde leerjaar zaten. Toen we in het zesde leerjaar zaten was dat al tien frank geworden; het leven werd al heel gauw veel duurder, je merkte het ook aan de prijs van een cha-cha. Die balletjes (leverbaar in blauw, geel of rood) lagen bijzonder slecht aan de voet, waren bovendien z贸 licht dat er bij het kleinste zuchtje wind niet meer aan voetbal werd gedaan maar aan marathon. Bovendien had je in de klas maar een drietal, hoogstens viertal jongens dat daadwerkelijk overweg kon met de bal en klooide de rest maar wat aan. Om de haverklap werd het spel stilgelegd voor een deliberatie over een penalty, een hoekschop, een vrije trap. Met een beetje geluk leidde dat dan tot een knokpartij, zodat er weer eens wat te beleven viel. Bloed! Bloed! Doelpunten werden gemaakt om te worden afgekeurd, bijvoorbeeld omdat de bal over doel was gegaan, dat viel immers niet te controleren: de doelpalen waren jassen, maar voor de deklat wisten we niets te bedenken. Kortom, er werd meer gepalaverd dan bewogen; deze klas zou meer advocaten dan profvoetballers voortbrengen, de wensdromen van velen ten spijt. Interessanter dan het spelletje was wat eraan voorafging: de ploegverdeling. Twee jongens, hun grote muil was hun enige leiderscapaciteit, gingen op ruime afstand van elkaar staan en naderden dan elkaar weer voetje voor voetje. Elk om beurt een voet. Tot ze tegen elkaar plakten. Wie op het eind van die wandeling een voet op de andere zijn voet

7


8

zette mocht beginnen kiezen. Deze hele pantomime noemden wij: Het Lot. Het waren altijd dezelfde kerels die als eerste werden gekozen, de machtsverhoudingen waren al de tweede week van september gekend, dat hele gedoe van eerlijk kiezen was compleet overbodig maar we hielden van het symbool. De spanning begon pas op te lopen toen de sportievelingen reeds in een team waren ondergebracht en de middelmatigen moesten worden verdeeld. Dit zei alles over de pikorde van de klas, over hoe je lag in de groep, hoe het met je populariteit gesteld was. Niemand wou als laatste worden gekozen, en naarmate het groepje nog onder te brengen spelers kleiner werd zag je ook steeds meer handen de lucht in gaan. ‘Kies mij! Kies mij!’ En niemand wou als voorlaatste gekozen worden, aangezien het vaststond dat Shampoo als laatste gekozen werd. Eens oktober gooide hij zijn handen niet meer in de lucht, staakte hij zijn smeekbedes om gekozen te worden. Hij wist dat hij het vijfde wiel aan de wagen was en maakte zich daar niet langer druk in. Het was zijn dagelijkse vernedering. Als laatste gekozen te worden tijdens de speeltijd van tien uur, de middagpauze én de speeltijd van tien voor drie. Daar hielden wij van. Iemand moest de minste zijn van dertig kandidaten, en zolang het Shampoo was


konden wij het niet zijn. Je merkte het wanneer Shampoo een dagje afwezig was van school, de middelmatigen werden dan nerveuzer. Een sukkelaar moest je koesteren en onderhouden, in het leven kwam het erop aan te liquideren wie beter was dan jezelf, niet wie slechter was. Februari 1994 zag ik Shampoo terug. Ik solliciteerde naar een job die mij niet gelukkig zou maken maar die ik nodig had om te kunnen bestaan. Een cha-cha was op dat punt in onze geschiedenis al bijna vijfentwintig frank en de huishuur en de elektriciteit waren die prijsstijging gevolgd. Shampoo zat aan het hoofd van een selectiebureau. Het was aan hem nu om te kiezen, en ik was één van de zevenhonderd drieëntachtig kandidaten. Kon hij zich maar herinneren dat hij steeds mijn stiften had mogen gebruiken. Dimitri Verhulst

9


Isabelle Rodts leest

Isabelle Rodts voetbalt al vanaf haar dertiende. Nu speelt ze bij FC Poesele

10

“Ik lees het hele jaar door. In de zomer nestel ik me zalig in een luie zetel met veel zon en veel tijd. In de winter duffel ik me graag in met een boek dicht in de buurt. Een halfuurtje lezen vlak voor het slapengaan is mijn dagelijkse ritueel. Als ik in een bijzonder goed boek bezig ben, ga ik zelfs speciaal vroeger slapen. Ik heb ook altijd een boek bij me. Ideaal om een verloren moment boeiend te maken. Het liefst van al lees ik filosofische romans en reisverhalen. Een gouden tip is Door Ierland met een koelkast van Tony Hawks (2002, Sirene) over een uit de hand gelopen weddenschap. Het is een bijzonder grappig geschreven verhaal over de schrijver zelf die de vier uithoeken van Ierland bezoekt met een frigo op zijn rug. Uiteraard maakt hij onderweg vanalles mee. Zeker lezen!� Meer reisverhalen lezen? Surf naar www.iedereenleest.be


Ex-bal 12

Niets is erger dan in een vrolijke massa zitten als je je zelf rot voelt, dacht Ini grimmig. Ini zat tussen een massa porseleinen beeldjes en een oma. Ini was een 31-jarige vrouw met een zachte stem die ze enkel gebruikte om intelligente en komische dingen te zeggen, bijvoorbeeld over het kale stuk onbenul dat zich tot twee uur geleden haar baas mocht noemen. Ini’s oma was naar het voetbal aan het kijken, Ini naar haar C4. ‘Aha, Diego Maradona!’ zei oma, ‘die ziet er goed uit, en zo eenvoudig gebleven.’ Ini keek op en zag een kleine, moddervette bierventer tussen het publiek. ‘Diego, Diego,’ mijmerde oma. Oma wist niet dat Maradona ondertussen ongeveer vijfhonderd kilo vermagerd was en een tv-show met dansende dwergen had. Als voetballer ben je al werkloos op je dertigste, dacht Ini. Het was een troost. Ik kan in de voetbalsector gaan werken, bedacht ze plots. Dat had niets te maken met haar vorige werk - handleidingen voor frietketels vertalen in het Chinees - al kon je het met een diploma Chinees in de voetbalsector ver schoppen. ‘Wie we daar hebben!’ oma gooide haar armen in de lucht. Een porseleinen postuur trilde. ‘Onze Patrice Tousson, hij heeft de bal!’ Sinds oma dertig jaar geleden vanuit haar hotelraam in Lourdes de spelers van FC Lourdes had zien oefenen, volgde ze alle


wedstrijden van de Fransen. Ze meende dat ze de spelers allemaal persoonlijk kende. ‘Zinédine Zidane heeft de bal...’ zei de commentator, ‘... verliest hem aan de Colombianen... De Valderrama in balbezit, jaja, hij heeft een opening naar het doel gevonden...’ De voetballer met het citroengele schaamhaar op zijn kop kwam voorbij de camera gestoven. ‘Die voetballers lijken toch allemaal zo op elkaar,’ zuchtte oma. ‘Maar het voornaamste is het spel.’ De bal flitste voorbij, de camera volgde de bal, zoomde in. Ini had een vreemde gewaarwording, het was alsof ze de bal herkende, de bal leek een kale kop die over de grond rolde. ‘Daar is de bal, De Valderrama gaat dwars door de verdediging...’ Ze herkende de kale kop van haar baas, een keiharde schoentip schopte er tegenaan, de bal vloog door de lucht, tolde misselijkmakend, knalde tegen de lat. ‘WAT EEN BAL!’ riep oma. Exact wat Ini tegen haar baas, nu ex-baas, had gezegd nadat hij haar tijdens een evaluatiegesprek had gevraagd hoe ze hem in drie woorden zou beschrijven. Saskia de Coster

13


Akin Beyazi leest Akin Beyazi was jeugdspeler bij A.A. Gent

“Op de middelbare school was lezen iets van ‘moeten’. Gelukkig ontdekte ik dat boeken zoveel meer kunnen betekenen. Ik studeer momenteel film en het fascineert me om te zien hoe een schrijver zijn creatieve proces beleeft. Een goeie vriend raadde me Het eindigt altijd in tranen van Akif Pirinçci (1996, Arbeiderspers) aan. Het is een verhaal over een ongelukkige eerste liefde. Het boek intrigeerde mij al van bij het begin omdat de auteur het schreef op z’n eenentwintigste. En toch spreekt er een enorme levenswijsheid uit. Het boek heeft raakpunten met mijn eigen leven en zo heeft het me geholpen om een aantal dingen in een breder perspectief te zien. Dat is eigenlijk het mooie aan lezen: je leert jezelf én de wereld kennen.” Meer intense levensverhalen lezen? Surf naar www.iedereenleest.be

15


Zonder penalty 16

Toen ik een kleine jongen was speelde de ploeg van ons dorp kampioen in vierde provinciale. Het was het jaar waarin Standard Luik landskampioen werd, en onze ploeg had dezelfde clubkleuren als Standard, rood en wit. Dat vond ik op dat moment een opmerkelijk feit. Ik ben toen gaan kijken naar de kampioenenviering. De ploeg moest nog een laatste match spelen maar ze waren al zeker van de titel. Zelf voetbalde ik niet en ik had er ook weinig belangstelling voor. Ik kroop liever in de bomen en verbeeldde mij dat ik Tarzan was. Ik was een echte bosaap. Maar die dag ging ik dus kijken, ik wilde delen in de vreugde van de kampioenen. Ik ging tussen het publiek staan aan de betonnen afsluiting. Er stonden twee mannen naast mij, twee arbeiders die in dezelfde fabriek als mijn vader werkten en die ik vaag kende. Ze hadden precies al een slok op. Ze waren altijd maar liedjes aan het zingen, van die voetballiedjes. Ik kende een paar van die liedjes. Die had ik al jongens op straat horen zingen, vooral dat ene liedje: ‘en als we winnen is dat zonder penalty!’ De mensen kennen dat liedje wellicht, het heeft dezelfde melodie als de beroemde hymne: ‘en als we dood zijn groeit er gras op onze buik.’ Ik liep dat liedje eigenlijk heel de tijd te zingen in huis. Mijn moeder werd er horendol van. En nu stonden die twee mannen mijn lievelingsliedje te zingen daar naast mij. Ik


genoot met volle teugen maar durfde niet mee te zingen. Ik was met moeite tien jaar en ik dacht: die mensen mochten misschien denken dat ik hen stond uit te lachen. Terwijl ze nu dit lied aan het zingen waren kreeg onze ploeg op dat moment een penalty van de scheidsrechter. De spits aarzelde niet en schoot de bal in de netten voorbij de kansloze keeper van de tegenpartij. We waren al kampioen en nu kregen we nog een penalty ook, het geluk was aan onze zijde. Toen het gejuich verstomde wilden de mannen weer gaan zingen. Ik zag de ene naar de andere kijken en ik zag die ene aarzelen. Maar plots begon hij met een ernstige blik in zijn ogen te zingen, alweer van: ‘en als we winnen is dat zonder penalty!’ De andere man onderbrak zijn broeder: ‘zeg, maar we hebben toch wél een penalty gehad,’ zo sprak hij, geheel terecht. Maar die ene zei: ‘ja, maar we waren dat liedje nu toch al aan het zingen en dat liedje dat gaat nu eenmaal zo.’ Waarop ze beiden inderdaad weer begonnen te zingen van: ‘en als we winnen is dat zonder penalty!’ Sindsdien heb ik het voetbal niet echt meer van dichtbij gevolgd. Luc De Vos

17


Filip De Wilde leest Filip De Wilde stond jarenlang in het doel zowel in België als in het buitenland

18

“Dankzij het voetbal ben ik veel beginnen lezen. Tijdens de afzonderingsstages hielpen boeken me echt om tot rust te komen. De tijd vliegt bovendien wanneer je in een verhaal verdiept bent. Ik vrees dat dat af en toe vervelend was voor mijn ploegmaats. Normaal zit je met vier op een kamer en als leesfanaat was ik vaak de spelbreker bij het kaarten. Ook tijdens lange verplaatsingen heb ik steevast een stapel boeken mee. Ik lees zowat alles maar ik heb toch een lichte voorkeur voor dikke boeken. Boeken waar je je tanden in moet zetten en waar je een tijdje zoet mee bent. De ontdekking van de hemel van Harry Mulisch (2002, De Bezige Bij) of De naam van de roos van Umberto Eco (1994, Bert Bakker) zijn boeken naar mijn hart. Ondertussen heb ik de reputatie een lezer te zijn en vrienden en familie geven me regelmatig boeken cadeau. Dat is fijn omdat ik zo steeds nieuwe dingen leer kennen. Zo las ik onlangs De schaduw van de wind van Carlos Ruiz Zafón (2004, Bruna Uitgevers). Een echte ontdekking!” Meer dikke turven lezen? Surf naar www.iedereenleest.be


Schoppen Neem me niet kwalijk dat ik weinig of niets van voetbal weet. Ik kan dat gebrek aan belangstelling niet verhelpen, het ligt buiten mijn schuld. Het is dat ik een vrouw ben. En vrouwen kennen niet veel van voetbal. Hoe dat zo komt, is me niet meteen duidelijk, al denk ik dat de kans groot is dat verstand en instinct hier voor iets tussen zitten. Wat ik wel perfect begrijp is waarom vrouwen meer vertonen in de corners van de lichamen van de spelers, dan in de corners van het veld. 20

Neem het me niet kwalijk, maar ik heb in mijn leven weinig of niet achter ballen aangelopen. Ik kan deze afwijking niet verhelpen, zij is, zonder dat ik me ervan bewust was, in me gekropen en met me vergroeid. Het is dat ik een schrijfster ben. En schrijfsters kennen niet veel van ballen. Hoe dat zo komt, is me niet meteen duidelijk, al denk ik dat de kans reĂŤel is dat verstand en instinct hierin een rol spelen. Wat ik wel perfect begrijp, is waarom schrijfsters meer interesse vertonen in het spel van het alfabet dan in het spel op het veld. Uiteraard laten ook de billen en benen van de spelers hen niet koud. Neem het me niet kwalijk dat ik Van Nistelrooy en Zidane, ongeacht hun billen en benen, toch wondermooie spelers vind. Ik kan deze bewondering niet verhelpen. Het is


dat ik, volkomen buiten mijn wil om, in zwijm val voor deze mannen die de bal bekoorlijk op de tippen van hun schoenen kunnen laten stuiteren, hem meesterlijk op hun voorhoofd kunnen laten dansen en hem als een precieuze diamant dribbelend tussen hun behaarde enkels leiden. Waar die bewondering vandaan komt, is me meteen duidelijk: ik zie de bal als een verlengstuk van hun lichaam. De taal is mijn verlengstuk. Schrijven is voetballen. Lezen ook. Ik dribbel al mijn leven lang met woorden. Ik dans ermee en schop er tegen. En de hele tijd vormt, in mij, het ene woord de voorzet van het andere, is de ene zin de aftrap van de andere. De woorden in mijn hoofd en de letters op papier zijn als de supporters op de tribune en de spelers op het veld. Ze huilen en lachen, vechten en vloeken, zwijgen en roepen. Ze bieden mij wat alle mensen, of zij nu iets of niets van voetbal afweten, broodnodig hebben. Drama, jawel. Margot Vanderstraeten

21


Dante Moens leest

Dante Moens voetbalt bij minivoetbalclub ’97 in Eke-Nazareth “Ik was nog vrij jong toen mijn vader me de boeken van Tolkien toestopte: De Hobbit, In de ban van de ring... Ik was helemaal onder de indruk van de wereld die in die boeken beschreven staat. Zo begon mijn leesleven en mijn leesplezier. Ik lees helemaal niet veel maar ik kan echt genieten van boeken. Vooral nu er op tv niet zoveel meer te beleven valt, maak ik liever tijd voor lezen. Geef mij maar een goeie dosis spanning in mijn boeken. Om te ontspannen. Zo lees ik op vakantie vaak de misdaadromans van Aspe. Momenteel ben ik in de ban van de boeken van Dan Brown. Het Bernini Mysterie (2003, Luitingh-Sijthoff) is mijn favoriet. Het zit vol samenzweringstheorieën en raadsels en daar hou ik wel van. Bovendien was ik toevallig net in Rome toen ik het boek las. Ik kon tot in de details de route volgen die het hoofdpersonage aflegt. Dat gaf zeker een extra dimensie aan mijn leeservaring.” Meer spannende boeken lezen? Surf naar www.iedereenleest.be

23


Voetbal en literatuur 24

Ik heb twee grote passies in m’n leven: voetbal en literatuur. Ik ben dan ook voetballer geweest en daarna schrijver geworden. Als er een wedstrijd op de televisie is schrijf ik niet, maar als ik bezig ben met schrijven sla ik een wedstrijd op de televisie over. En als er geen wedstrijd is, en ik schrijf niet, zal je mij vaak lezend aantreffen, zij het niet altijd, omdat ik me nu en dan bezighoud met m’n vrouw en dan praten we uren aan een stuk, soms ook over voetbal of literatuur, want m’n vrouw weet pakweg wat de buitenspelval is en kent bijvoorbeeld het oeuvre van J.D. Salinger tot op het bot. De maanden juni en juli worden een feest. Het WK in Duitsland verblijdt nu reeds mijn hart en je kan er zeker van zijn dat ik heel veel wedstrijden niet zal missen. Alleen jammer dat Onze Jongens niet van de partij zijn. Ik vergeef het hen nooit dat ze de kwalificatie gemist hebben en laatst kwam ik in de Lange Munt Olivier Deschacht nog tegen, maar ik weigerde om goeiendag tegen hem te zeggen, enkel en alleen omdat hij er mede had aan bijgedragen dat onze natie niet in Duitsland vertegenwoordigd is. Ik zal me dan maar behelpen met volop te supporteren voor Nederland. En tussen de wedstrijden door, als ik het voetbal voor een paar uur uit m’n geest ban, zal ik alleen maar boeken lezen van Nederlandstalige auteurs, bij voorkeur Hollanders, maar als het te pas komt zal ik ook onze recente Vlaamse literatuur op de voet volgen. Zo ligt de


nieuwe roman van Saskia de Coster klaar ter consummatie, Eeuwige roem. Ik heb al veel goeds gehoord over de Coster en bovendien blijkt ze, als je de foto op de achterflap bekijkt, een van de lekkerste mokkels in onze literatuur sinds Annelies Verbeke. Op de koop toe vernam ik dat Saskia de Coster veel van voetbal afweet en in haar jeugd een aardig balletje wist te trappen, dus dat komt goed uit. Kortom, voetbal Ên literatuur zullen nooit uit m’n bestaan verdwijnen. Herman Brusselmans

25


Catherine Van Eylen leest Catherine Van Eylen is journaliste bij Sporza en houdt van het spel op de grasmat

26

“Ik zal waarschijnlijk niet de enige zijn die vooral tijdens de vakanties tijd heeft voor lezen. Ik lees heel traag omdat ik echt van een boek wil genieten. Op vakantie lukt dat het beste. Dan ga ik ‘s morgens fietsen en na de middag kom ik tot rust met een boek. Je weet dat je in een erg goed boek bezig bent wanneer dat leesmoment steeds langer duurt. Meestal ga ik voor de klassiekers uit de wereldliteratuur. Eén van mijn favorieten is ongetwijfeld De gebroeders Karamazov van Dostojevski (2005, Van Oorschot). Zo’n spanning, zo’n sterk psychologisch inzicht. Ik hou ook wel van boeken die niet echt een einde hebben. Een andere aanrader is De Lotgevallen van de Brave Soldaat Swejk van de Tsjechische auteur Jaroslav Hasek (2001, Pegasus). Het gaat over hoe een soldaat tijdens de Eerste Wereldoorlog elk bevel tot in het absurde uitvoert. Het boek klaagt de waanzin van de oorlog aan en tegelijkertijd is het heel grappig. Bovendien is het nog steeds erg actueel.” Meer klassiekers lezen? Surf naar www.iedereenleest.be


Stichting Lezen staat voor het intense plezier van lezen en wil haar passie met velen delen. Daarom organiseert Stichting Lezen in samenwerking met professionele partners zoals het boekenvak, bibliotheken, media en onderwijs de Jeugdboekenweek, de Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen, de Voorleesweek en andere grote en kleine acties voor kinderen, jongeren en volwassenen.

28

Stichting Lezen lanceert nieuwe campagnes als Boekbaby’s en Iedereen Leest, coördineert de auteurslezingen, stimuleert wetenschappelijk onderzoek naar lezen en leesbevordering en onderhoudt internationale contacten. Als kennis- en expertisecentrum voor leesbevordering is Stichting Lezen het eerste aanspreekpunt van de Vlaamse overheid. www.stichtinglezen.be www.iedereenleest.be

Wettelijk depot: D/2006/9654/2 Vormgeving: Jo Adriaens – Foto’s: Koen Broos


Op zoek naar absurde, passionele of hartverwarmende boeken? Zin in poĂŤzie, strips of kookboeken? Op www.iedereenleest.be vind je meer dan duizend boekentips. Heb je zelf een favoriet boek? Laat het ons weten op www.iedereenleest.be en win een boekencheque.


Iedereen Leest is een project van Stichting Lezen. Stichting Lezen komt tot stand met steun van de Vlaamse Gemeenschap.

v.u. Majo de Saedeleer - Stichting Lezen - Frankrijklei 130/4 - 2000 Antwerpen

Iedereen Leest :: Iedereen Voetbalt  

De Rode Duivels zijn niet geselecteerd voor het Wereldkampioenschap Voetbal in Duitsland. We hebben dus tijd om te lezen! Op donderdag 8 ju...