1 minute read

5 Bergen op Zoom in de weer

Next Article

HET ONTSTAAN

door Gijs Asselbergs

In de kom van de Oosterschelde hebben ooit 25 tot 30 visweren gestaan. Als gevolg van de aanleg van de in 1986 voltooide Oesterdam zijn er nog maar vier plaatsen overgebleven. Drie daarvan zijn als zodanig ingericht. Twee op de Speelmansplaten en een op de Hooge Kraaijer of Tarweplaat. worden maar de weervisser heeft enige vrijheid zijn weer zo te plaatsen dat die optimaal gelegen is voor de vangst van ansjovis. Hij houdt daarbij rekening met de ligging van de plaat en de getijdenstroom. Dit luistert zeer nauw. Een voorbeeld waar het mis ging is de plaatsing van een visweer genaamd ‘Het Verbrande Paard’ op een zandplaat ten zuiden van de Slikken van de Dortsman. Deze plaat ligt aan een diepe geul waardoor de stroming ter plaatse zeer sterk is. Daar werd geen ansjovis gevangen.

Advertisement

De vleuken (vleugels) van een weer, zo’n 800 tot 1000 meter lang, staan in een V-vorm onder een hoek van ongeveer 45 o in de zeebodem. Aan het uiteinde van de vleuk staan de houten staken ongeveer een halve meter uit elkaar. Naarmate de vleuken de fuik naderen, staan de staken dichter bij elkaar. De fuik, ook wel weerkamer genoemd, is de kom waar de twee vleuken uitmonden. Dit onderdeel, het diepste punt van de weer, is helemaal afgezet met gaas of netten. Daar is er voor de vis geen ontkomen meer aan.

In de fuik zit aan het uiteinde het fuikgat. In het fuikgat, een opening van ongeveer een meter breed, worden twee flinke staken geplaatst, die zó lang zijn dat ze bij hoogtij nog ongeveer anderhalve meter boven het water uitsteken. Ongeveer tien tot vijftien centimeter voor deze twee eindstaken worden nog twee palen in de zeebodem gedreven, zodat deze vier tezamen een sponning bij het fuikgat vormen. In deze sponning komen twee horren te zitten die het fuikgat afsluiten. Om een boot te kunnen afmeren wordt aan één zijde van het fuikgat, buiten de weer, een schoorstaak geplaatst. Aan elke vleuk wordt aan de binnenzijde een stuit - een naar beneden gericht staketsel - aangebracht. Deze hebben tot doel de vis naar het midden van de weer te dirigeren en het terugzwemmen uit de weer te verhinderen. Bij de drie weren die nu in gebruik zijn blijft bij laagwater ongeveer een meter water in de fuik staan. Het fuikgat staat op het diepste gedeelte aan de rand van de zandplaat. Alleen bij harde oostenwind kan het gebeuren dat de fuik bij laagwater droogvalt.