Page 1


Thuis aan de Arteveldehogeschool Het is hartverwarmend om de oud-studenten te volgen in hun beroepsleven. Een ontmoeting met gediplomeerden van de Arteveldehogeschool levert dikwijls een verrassend verhaal op. Medewerkers van de hogeschool halen hieruit heel wat arbeidsvreugde. Oudstudenten zijn immers authentieke getuigen van een boeiend stukje verleden.

de competenties te ontwikkelen. De directe contacten door de stages en bachelorproeven in het werkveld bieden de beste voorbereiding op onmiddellijke tewerkstelling, maar blijken ook een sterke hefboom te zijn voor een vervolgopleiding. Ook in de studieresultaten aan de universiteit scoren onze gediplomeerden zeer goed.

Dit magazine is het werk van laatstejaarsstudenten journalistiek. Samen met de docenten die hen begeleidden, verdienen zij mijn oprechte waardering.

Ontmoetingsmomenten Goede slaagkansen voor onze gediplomeerden maken ons trots en gelukkig. Wellicht is dat zelfs de belangrijkste drijfveer voor elke gepassioneerde docent en medewerker. Ook daarom zullen we in de nabije toekomst nog

Bij de lectuur van dit magazine valt het op, hoe breed de uitstroommogelijkheden van de gediplomeerden zijn. Tewerkstelling in het buitenland, nieuwe carrièrekansen na een aanvullende opleiding of een heroriëntering naar een andere sector zijn reële mogelijkheden. De gedachte dat vrouwen hierin honkvaster of minder ambitieus zouden zijn, is hardnekkig maar fout. In zeer veel domeinen zijn onze vrouwelijke gediplomeerden de voortrekkers van vernieuwing en internationale verankering.

meer aandacht geven aan ontmoetingsmomenten tussen oud-studenten en de opleidingsteams. Dit magazine mag meteen een uitnodiging zijn om elkaar hierin te versterken. De opdrachthouders voor het alumnibeleid zullen in elke opleiding initiatieven nemen. Ze genieten hierbij de volle steun van Eva Booms als verantwoordelijke voor het uitstroom- en alumni­ beleid van de Arteveldehogeschool. Oud-studenten blijven welkom en zijn thuis bij de Arteveldehogeschool. Guido Galle Directeur Onderwijs- en studenten­ beleid Arteveldehogeschool

Engagement Het is ook opmerkelijk dat de competenties uit het informele leren belangrijke bijkomende troeven bieden aan onze gediplomeerden. Ervaring in een jeugdbeweging, als studentenvertegenwoordiger, als topsporter of als verantwoordelijke voor speelpleinwerking, maken jaren later vaak het verschil. Vrijwillig engagement in de samenleving maakt het leven boeiender en kansrijker. Studenten leven best heel actief in de echte wereld. Een diploma van de Arteveldehogeschool staat hoog aangeschreven. Professionele bachelors hebben in een economisch moeilijke periode de beste tewerkstellingskansen. Zowel de gezondheidszorg, de sociale sector, het onderwijs, de overheidsdiensten en het bedrijfsleven zijn op zoek naar onmiddellijk inzetbare medewerkers. Onze bachelors hebben een opleiding genoten waarin praktijk en theorie gezamenlijk worden aangewend om

3


t h u i s

a a n

d e

a r t e v e l d e h o g e s c h oo l

Na haar opleiding aan de Arteveldehogeschool schoot Eline Blanchaert uit de  start­blokken naar een internationale carrière. Chocolade werd haar wereld.

Pralines met  chilipeper in New  York Eline Blanchaert (29) studeerde in 2002 af in de bacheloropleiding Bedrijfsmanagement aan de Arteveldehogeschool. Daar deed ze nog twee jaar handelswetenschappen bij aan de Vlekho in Brussel om uiteindelijk international account manager te worden bij Klingele Chocolade. Een job die haar nog altijd boeit. “In mijn laatste jaar handelswetenschappen moest ik een businessplan uitwerken voor een kmo. Ik koos voor Klingele Chocolade, het bedrijf waar ik gewerkt had als jobstudente. Ik moest voor het project het bedrijf vaak bezoeken en het sprak me meer en meer aan. Toen de baas iemand zocht voor de sales-afdeling heb ik geen moment getwijfeld. Ik kende het bedrijf goed en dat speelde in mijn voordeel, want ik kreeg de job.” Buitenland “Ik moet nu klantenrelaties onderhouden en nieuwe klanten zoeken. Daarvoor moet ik regelmatig naar internationale beurzen of moet ik klanten bezoeken in het buitenland. Het reizen maakt mijn beroep zeer boeiend. Mijn klanten bevinden zich overal

4

ter wereld: in Dubai, New  York, GrootBrittannië, Griekenland en zelfs India.” “In elk land verschillen de eisen en smaken. In Dubai mogen we bijvoorbeeld geen pralines met alcohol i­nvoeren. New  Yorkers houden dan weer van chilipeper in hun ­pralines. Elk land is anders, heeft verschillende gewoonten en een andere cultuur. Zo mag ik de hand niet schudden van Arabische klanten en moeten zij vijf maal per dag de vergadering verlaten omdat ze moeten bidden. Dat maakt mijn job interessant en zo leer ik eigenlijk elke dag iets bij.” Chocoladeland “Toen ik enkele maanden geleden in India was, moest ik chocolade leveren voor  de bruiloft van de dochter van een klant. Omdat die klant mij dankbaar was, nodigde hij mij uit. Een Indiaas trouwfeest, dat maak je niet elke dag mee.” “België geniet nog steeds de reputatie als hét chocolade­land. Belgische bedrijven plukken daar ook de vruchten van in het buiten­land. Er zijn nauwelijks andere landen die met ons concurreren in de

chocoladesector. Iedereen wil Belgische chocolade, behalve Zwitserland. De Zwitsers produceren hem ook en ze zijn te trots om chocolade van een ander land te importeren.” Smaak “Klingele Chocolade maakt suikervrije en biologische fairtrade-chocolade. Daarmee speelt het bedrijf in op de bio­trend. In ons land valt het mij ook op dat mensen willen terug­gaan naar de echte smaak van chocolade. Ze zullen vaak kiezen voor pure chocolade met een hoger cacaogehalte in plaats van melkchocolade.” “Chocolade blijft scoren. Het is een luxeproduct en daarom is het ook gegeerd. Mensen kopen het niet alleen voor zichzelf, maar geven het ook als geschenk. Daarnaast is het ook een seizoensartikel. Sinterklaas of Pasen in België zonder chocolade­figuurtjes, dat is bijna ondenkbaar.”

“Het reizen maakt mijn  beroep zeer  boeiend”

“Ik heb altijd heel graag chocolade gegeten, maar sinds ik er elke dag mee in contact kom, proef ik het op een andere ­manier. Vroeger at ik chocolade ‘om chocolade te eten’ terwijl ik nu minder chocolade eet, maar veel meer geniet van de smaak. Ik heb ook veel meer respect voor het product, omdat ik ondertussen weet wat er allemaal achter schuilgaat. Ook mijn voorkeur veranderde. Voordien hield ik vooral van melk­chocolade, maar nu kies ik voor de pure, donkere chocolade.”

Eline Blanchaert

Naomi Schamp


5


t h u i s

a a n

d e

a r t e v e l d e h o g e s c h oo l

Na zijn lerarenopleiding aan de Arteveldehogeschool studeerde hij voort. Nu runt Jelle Van De Velde zijn eigen bedrijf. Stagiairs zijn er welkom.

Educatief gamen Jelle Van De Velde (30) studeerde in 2002 af aan de Arteveldehogeschool als leerkracht. Hij haalde ook diploma’s aan de Ehsal en aan de Vlerick Hogeschool. Samen met een vriend leidt hij nu PlayLane, een bedrijf gespecialiseerd in educatieve games. “Mijn opleiding als leerkracht speelde een grote rol bij de oprichting van mijn bedrijf.” “Aan de Arteveldehogeschool heb ik de lerarenopleiding voor het secundair onderwijs gevolgd - vooral informatica, geschiedenis en economie. Daarna heb ik een tijdje gewerkt, deels als leerkracht, maar even later zegde ik mijn job op om voort te studeren. Aan de Ehsal in Brussel studeerde ik Marketingcommunicatie en daarna volgde ik twee opleidingen aan de Vlerick Hogeschool in Gent: Innovatiemanagement en Brand Management. Ik had een grote interesse in economie en marketing, je bent nooit te oud om te studeren.” “Tussen de opleidingen Brand Management en Innovatiemanagement door heb ik mijn bedrijf opgericht. Innovatiemanagement was geen voltijdse opleiding, dus dat viel te combineren. Het

lesgeven heb ik niet volledig opgegeven, ik geef graag trainingen en nascholing. Ik geef momenteel trouwens nog enkele uren les in de lerarenopleiding.” “Uiteindelijk was mijn liefde voor alles wat met ondernemen te maken heeft groter dan mijn liefde voor het lesgeven. Als ik ooit stop met het ondernemerschap ga ik misschien wel meer doceren, om mijn ervaring door te geven.” Educatieve niche “Mijn opleiding als leerkracht speelde een grote rol bij de oprichting van mijn bedrijf. Tijdens het lesgeven viel me op dat jongeren heel erg multimediaal zijn. Omdat er in het onderwijs nog weinig ruimte voor multimedia was, besloot ik met een goede vriend PlayLane op te richten, gespecialiseerd in educatieve games en animaties. Wij voegen aan de klassieke handboeken van verschillende uitgeverijen een multimediaal luik toe.” “We richten ons vooral op educatieve spellen om in de klas samen met de leerkracht te spelen. Thuis spelen leerlingen liever een actiespel dan een educatiespelletje. Ze hebben op school al genoeg geleerd. Dit jaar is ondanks de crisis ons

“Veel studenten verstoppen zich en zijn te weinig bezig met de arbeidsmarkt” Jelle Van De Velde

6

beste jaar ooit, ik denk dat we gespaard zullen blijven. Maar dat zijn we natuurlijk nooit zeker.” Stagiairs “Ik geloof sterk in stagiairs. Elk jaar komen er zes mensen bij ons stage lopen en ongeveer de helft van hen krijgt een vast contract. Momenteel hebben we twee Arteveldestagiairs uit de opleiding Grafische en Digitale Media. Ik geloof in studenten, die kunnen hier echt iets bijleren en groeien.” “Mijn opleiding was vooral handig voor de inhoud van de games. Ik weet goed wat de studenten aangeleerd krijgen. Maar ook andere vaardigheden van de lerarenopleiding komen van pas in het bedrijfsleven zoals: coaching, presentaties geven, mondelinge vaardigheden en administratie.” Studentenraad “Ik heb goede herinneringen aan de studentenraad van de Artevelde­hogeschool. De kansen die je daar krijgt om je als student te bewijzen, zowel binnen de school als daarbuiten, zijn enorm. Weinig studenten beseffen dat de richting die ze volgen hun toegangsticket is tot een sollicitatiegesprek of een job. Veel ­studenten verstoppen zich in een hokje en zijn te weinig bezig met de toekomst, de arbeidsmarkt.” “Ik raad elke student aan om, als hij of zij de kans krijgt, in de studentenraad te zetelen. Ik was in mijn laatste jaar voorzitter en ik weet dat de samenwerking met andere studenten erg belonend kan zijn. Je ontmoet er medestudenten uit alle richtingen. Kortom, je bouwt een nuttig netwerk op.” Sander De Graeve


7


t h u i s

a a n

d e

a r t e v e l d e h o g e s c h oo l

Lobke Roygens keerde na haar bacheloropleiding Sociaal Werk aan de Arteveldehogeschool terug naar Zambia.   Als vrijwilligster. En als ze er een vaste job vindt, zal ze niet aarzelen.

De Afrikaanse kriebel Lobke Roygens (23) uit Wingene studeerde in 2007 af in de bacheloropleiding Sociaal Werk. In haar laatste jaar kreeg ze via de Arteveldehogeschool de kans om vier maanden stage te lopen in een centrum voor straatkinderen in Zambia. Ze raakte de Afrikaanse kriebel sindsdien niet meer kwijt. Twee jaar later keerde ze voor drie maanden terug. “Ik was eigenlijk al sinds mijn zestiende bezig met vrijwilligerswerk.Via het programma ‘Napels zien’ kwam ik in contact met ‘Mobiele school’, een organisatie die educatief materiaal bezorgt aan straatkinderen. Toen ik in mijn derde jaar de kans kreeg om naar Zambia te gaan, heb ik die kans met beide handen gegrepen.” “Het was een onvergetelijke ervaring en vanaf dag één terug in België wou ik al terugkeren. In mijn masteropleiding Antropologie mochten we ons thesisonderwerp zelf kiezen. Ik had snel beslist: terug naar Zambia, waar ik al veel contacten had opgebouwd. Het voelde aan als thuiskomen.”

“De jongens daar kenden me nog. Ze begroetten me heel enthousiast, maar meteen voelde ik ook een beetje verontwaardiging: ‘Waarom ben je zo lang weggebleven?’ Er komen heel wat studenten uit verschillende oplei­ dingen stage lopen in Zambia en telkens ­beloven zij terug te komen. Jammer genoeg lukt dat door omstandigheden niet voor iedereen.” Vrijwilligster “Deze keer was ik echt een vrijwilligster, in tegenstelling tot de vorige keer toen ik stagiaire was in het centrum voor straatkinderen. Daardoor kon ik nu meer verwezenlijken dan toen. Ik heb mijn best gedaan om concrete zaken aan te pakken. Toch moet je voorzichtig zijn, je mag het westerse beeld van sociaal werk en onze centra niet op hen projecteren.” “De bacheloropleiding Sociaal Werk benadrukt het woord ‘empathie’. Dat is een leidraad tijdens vrijwilligerswerk: je inleven in de mensen en hen de kracht geven om door te gaan.”

“Ook de manier van communiceren is belangrijk. Je leert zoveel mogelijk vanuit de ik-vorm te praten. Zeggen ‘ik ben bezorgd dat de kinderen niet genoeg voedsel krijgen’ helpt meer dan ‘waarom heb jij er niet voor gezorgd dat er meer voedsel is?’” “Aan de Arteveldehogeschool maken ze je zelfzekerder, dat merk ik ook aan mezelf. Ik durf tegen mensen ingaan, weliswaar op een diplomatieke manier.” “Ik zou iedereen die twijfelt om dergelijke uitdaging aan te gaan, aanraden om ervoor te gaan. Wie terugkeert uit Afrika is niet meer dezelfde mens. Let wel, het is niet voor iedereen weggelegd. Vooral de eerste dagen moet je op je tanden bijten.” “Als het me ooit lukt om daar een job te vinden, dan vertrek ik meteen. Je mag niet naar Afrika vertrekken met het idee dat je alle straatkinderen van de straat zal krijgen. Je moet tevreden zijn met de kleine dingen. Één kind helpen geeft je al enorm veel voldoening. Het klinkt misschien cliché, maar eigenlijk kan een simpele glimlach je dag maken.” Evi Brutin

“Aan de Artevelde­ hogeschool maken ze je zelfzekerder” Lobke Roygens

8


Pieter Van Maele was bij de eerste lichting in de nieuwe bachelor­ opleiding Journalistiek. Op zijn stageplaats in Suriname wilden ze hem heel graag vast in dienst, en liefst meteen.

kans om mij te bewijzen Pieter Van Maele (24) begon zijn studie journalistiek in 2004. Drie jaar later studeerde hij af na zijn stage in Suriname. Hij kon er definitief aan de slag maar wou nog voortstuderen. Straks keert hij terug naar zijn Surinaamse stageplaats ‘De Ware Tijd’. “Ik doorliep de opleiding zonder problemen en in mijn derde jaar koos ik voor een stage in Suriname. Dat gebeurde eigenlijk heel toevallig want normaal zou ik mijn stage bij Radio 1 doen.” “Op een dag vernam ik van de verantwoordelijke voor Internationalisering en Erasmus, dat er stageplaatsen waren bij de Surinaamse krant ‘De Ware Tijd’. Dat sprak mij aan en ik heb mij onmiddellijk kandidaat gesteld. Jammer genoeg waren alle stageplaatsen al bezet, maar ik was eerste reserve. En ik had geluk, een meisje haakte af. Zo kon ik toch nog naar Suriname.” Nieuwe wereld “Ik kwam in een heel nieuwe wereld terecht, maar ik kreeg de kans om mij te

“Ik doorliep de opleiding Journalistiek zonder problemen” Pieter Van Maele

bewijzen. Ik werd meteen als een volwaardig redactielid beschouwd. Na twee dagen moest ik al een kritisch interview doen met de minister van Onderwijs. Dat was even slikken.” “De taal is wel dezelfde, maar er heerst een totaal andere cultuur. In België ben je veel sneller een deskjournalist en werk je met persberichten. In Suriname bestaan er zelfs geen persbureaus.” “Je moet zelf op zoek gaan naar nieuws door mensen aan te spreken op straat en rond te bellen. Je leeft er ook op een heel ander ritme. Door de hitte begint iedereen ’s morgens om zeven uur te werken en om drie uur in de namiddag zit hun dag er al op. Als je dan nog informatie wil sprokkelen bij het ministerie, ben je dus te laat.” “Op het einde van mijn stage vroegen ze mij om er te blijven werken. Ik zag dat wel zitten maar het was niet gemakkelijk om dat zo snel te regelen. Bovendien wou ik nog voortstuderen. Daarom ben ik teruggekeerd naar België en heb ik twee jaar Politieke Wetenschappen gestudeerd.

Ondertussen bleef ik wel aan de slag als hun buitenlandse correspondent.” Meteen toegehapt “Na mijn tweede diploma kreeg ik opnieuw een aanbieding om te gaan werken bij ‘De Ware Tijd’. Ik heb meteen toegehapt. Ik zal misschien wel af en toe heimwee hebben, maar deze unieke kans kon ik echt niet laten liggen. Ik ben nog jong en hoef met niets rekening te houden. Later staat dat ook mooi op mijn cv.” “Ondertussen heb ik ook contact opgenomen met enkele Nederlandse kranten om als hun buitenlandse correspondent te werken. Door hun koloniale verleden volgen ze in Nederland het reilen en zeilen van Suriname van nabij.” “Ik heb een contract getekend voor minstens een jaar, dat vanaf februari ingaat. Mijn visum is twee jaar geldig en ik ben niet van plan om eerder terug te keren.” Stijn Moerman


10


t h u i s

a a n

d e

a r t e v e l d e h o g e s c h o o l

Haar Arteveldediploma leidde tot een baan in het onderwijs. Effie  Cocquyt leerde er dat gezag en flexibiliteit hand in hand gaan.

Lesgeven is geen exacte wetenschap Effie Cocquyt (29) werkt nu al zeven jaar in Mariagaard in Wetteren. Ze geeft Nederlands en Engels in het derde middelbaar. Van kindsbeen af wist ze dat ze wilde lesgeven. Ze startte een opleiding aan de universiteit en uiteindelijk ­behaalde ze een diploma als regentes aan de Arteveldehogeschool. “Toen ik afstudeerde in juni, schreef ik meteen sollicitatiebrieven. Na bijna twee maanden had ik van geen enkele school iets gehoord. Ik begon te panikeren. Eigenlijk was dat nergens voor nodig, want scholen reageren pas vanaf eind augustus, als de klassen verdeeld zijn. Een van mijn brieven ging naar het Instituut Mariagaard en daar kreeg ik een aanbod: een fulltimebaan als leerkracht Nederlands en Engels in het derde middelbaar.” “De job beantwoordde meteen aan mijn verwachtingen. Ik kende het klappen van de zweep. Natuurlijk is het soms even wennen. In het middelbaar zat ik op een zeer strenge meisjesschool met uniform. Het moest er altijd perfect stil zijn en iedereen was altijd met alles in orde. Bij Mariagaard kwam ik terecht in klassen waar veertienjarige jongens

zitten die het kot willen afbreken, bij wijze van spreken. Ik heb me moeten aanpassen…” Perfecte stilte “Als leerkracht moet je een manier vinden om daarmee om te gaan en het is belangrijk dat je beseft dat ‘perfecte stilte’ helemaal niet meer bestaat. Mijn leerlingen zeggen soms dingen die grof overkomen, maar ze bedoelen het niet altijd zo. Het is zelden persoonlijk.” “Het kan best wel uitputtend zijn om uur na uur het beste van jezelf te geven. Vooral in het begin van het schooljaar is het niet gemakkelijk om gezag te hebben. Het is een beetje zoeken. Veel hangt van jezelf af, want als leerkracht moet je er stààn.” “Je kan al eens een mindere dag hebben of je niet lekker voelen, maar dat mag je nooit laten merken. Leerlingen hebben daar als het ware een extra zintuig voor. Als ze het merken, dan ben je eraan voor de moeite. Het klinkt hard, maar dat is de realiteit. Je moet voor jezelf uitmaken wat je toelaat en wat niet. Lesgeven is geen exacte wetenschap.”

“Als leerkracht sta je mee in voor de opvoeding van  de kinderen” Effie Cocquyt

12

“Veel hangt ook af van het moment waarop je lesgeeft. Als het met een klas goed gaat in de voormiddag en tijdens de middagpauze gebeurt er iets, dan is diezelfde klas totaal anders in de namiddag. Flexibiliteit is dan het toverwoord. Streng zijn kan absoluut geen kwaad, maar je moet de leerlingen ook laten voelen dat je hen graag hebt.” Lieve kant “Adolescenten gedragen zich vaak stoer, maar eigenlijk zijn ze nog klein. Als lerares moet je dan ook een lieve kant hebben. Heel soms gebeurt het zelfs dat ze je mama noemen.” (lacht) “Als leerkracht sta je mee in voor de opvoeding van de leerlingen. Het is een deel van je taak om ze voor te bereiden op hun volwassen leven. Ik vind dat heel belangrijk. Je moet ze bijvoorbeeld meegeven dat ze respect moeten hebben. Je kan als jongere zoveel studeren als je wil en de beste resultaten behalen, maar je staat nergens in het leven als je geen respect hebt voor anderen.” “Als ik merk dat leerlingen tegen het einde van het jaar meer openstaan voor dingen die anders zijn, dan heb ik mijn taak volbracht. Voor mij is dat zelfs belangrijker dan de vraag of ze zinnen kunnen ontleden. In Mariagaard werken we bijvoorbeeld veel rond thema’s zoals aids en homoseksualiteit. Ik kan die onderwerpen makkelijk integreren in het vak Nederlands. Ik gebruik teksten die ervoor zorgen dat ze dieper nadenken over zichzelf en over anderen.” Robine Vanderhaeghe


13


t h u i s

a a n

d e

a r t e v e l d e h o g e s c h o o l

Een baan na anderhalve            m De Artevelde­hogeschool bevraagt om de drie jaar haar oud-studenten. Bijna de helft van de gediplomeerden van de Arteveldehogeschool volgt een bijkomende opleiding en de oudstudenten vinden na iets meer dan anderhalve maand hun eerste job. Die en andere bevindingen staan te lezen in het uitstroomonderzoek dat de Arteveldehogeschool om de drie jaar publiceert. Een overzicht. In de zomer van 2007 werd de enquête verstuurd naar iedereen die in 2004, 2005 en 2006 aan de Arteveldehogeschool afstudeerde in een professionele bacheloropleiding, een bachelor-na-bacheloropleiding of een postgraduaat. In totaal antwoordden 2.225 respondenten, samen goed voor 47 % van de gecontacteerde afgestudeerden. De Arteveldehogeschool peilde naar hun tevredenheid over de opleiding, naar hun werkervaring en naar bijkomende opleidingen die zij al dan niet gevolgd hadden. De dienst Interne Kwaliteitszorg voerde het onderzoek en publiceerde in 2008 de resultaten. Uit het onderzoek blijkt dat de meeste studenten tevreden zijn over de opleiding die ze aan de Arteveldehogeschool kregen. De lectoren kregen de beste punten van de studenten. De opleidingen kregen een gemiddelde score van 7,31 op 10. De meeste oud-studenten (80 procent) zouden de opleiding ook opnieuw volgen.

Voortstuderen Bijna de helft van de afgestudeerden van de Arteveldehogeschool studeert voort. Eén op de vijf oud-studenten kiest voor een bachelor-na-bachelor, kortweg banaba. 35 procent van de afgestudeerden wil nog een extra masterdiploma halen en één op de tien oud-studenten beslist om nog een extra bacheloropleiding te volgen.

Eerste job Werk vinden duurt meestal niet lang: acht op de tien afgestudeerden vindt binnen de drie maanden werk. De afgestudeerden in de opleidingen Vroedkunde, Office management en Verpleegkunde zijn zelfs binnen een maand na afstuderen aan het werk. Uiteindelijk is maar 4,2% na een jaar nog op zoek naar een relevante job.

Veel voorkomende redenen om een extra opleiding te volgen zijn: verdieping binnen een vakgebied, persoonlijke kennis­verrijking en betere tewerkstellingskansen. 61 procent van de studenten kiest ervoor om de opleiding te combineren met het werk.

Afgestudeerden vinden een job via uiteenlopende kanalen. Opvallend is dat één op de vijf studenten aan zijn eerste werkervaring geraakt via een stage. Eén op de vier studenten vindt zijn eerste job via een spontane sollicitatie.

De Arteveldehogeschool organiseert ook zelf vervolgopleidingen en bijscholingen. Eva Booms, verantwoordelijke voor het uitstroom- en alumnibeleid: “De Arteveldehogeschool biedt momenteel drie bachelor-na-bacheloropleidingen aan en twee masters in samenwerking met de Associatie Universiteit Gent. Daarnaast worden bijscholingen en postgraduaten georganiseerd door de opleidingen in samenwerking met COMPahs, het Centrum voor Onderzoek & Ontwikkeling, Dienstverlening en Postgraduaten & Bijscholing van de Arteveldehogeschool.”

De vraag rijst of die uitkomsten door de crisis nog altijd zo positief zijn. “Uit een onderzoek dat de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening onlangs voerde, blijkt dat er twintig procent meer werklozen zijn met een diploma hoger onderwijs dan vorig jaar.”

“Ze zijn actief op vier gebieden: gezondheidszorg, leraren en scholen, sociaal werk en business, communicatie en media. Dat aanbod is jammer genoeg maar bekend bij 26,2 % van de oud-studenten. Ook voor wie werken en studeren wil combineren zijn er mogelijkheden, onder andere via de zogenaamde Switch­ trajecten. Levenslang leren is bij ons geen hol begrip.”

Meer info: Eva Booms verantwoordelijke uitstroom- en alumnibeleid Dienst Studieadvies Hoogpoort 15 - 9000 Gent - 09 235 20 72 eva.booms@arteveldehs.be www.arteveldehs.be

14

“Maar onze professionele bachelors blijven nog relatief gespaard als men hen vergelijkt met de master- en doctoraatsstudenten, omdat we een aantal opleidingen aanbieden binnen studiegebieden met de hoogste kansen op een baan: de bachelor Gezondheidszorg 62%, de bachelor Sociaal-agogisch werk 62% en de bachelor Onderwijs 52%”, vertelt Booms. Dat blijkt uit een bevraging door Jobat bij 516 afgestudeerden in juni of september 2009. De vraag was, of ze in oktober 2009 werk hadden gevonden.


89,7% 84,0%

Ergotherapie 68,4%

Grafische en digitale media

87,8%

Logopedie en Audiologie

91,3%

Office management 79,0%

Onderwijs: kleuteronderwijs

90,6% 90,4%

Onderwijs: lager onderwijs Onderwijs: secundair onderwijs 68,8%

Podologie Sociaal werk

87,4%

job gevonden binnen de drie maanden

100

80

Communicatie en Journalistiek

61,0%

Verpleegkunde Vroedkunde

79,0%

Gemiddelde Arteveldehogeschool

80,7%

Eva Booms

Bedrijfsmanagement 64,5%

“Wie nog twijfelt over de keuze - voortstuderen of werken - kan terecht bij de dienst Studieadvies voor een beroepentest, een persoonlijke profielanalyse of het nalezen van een sollicitatiebrief.”

60

“Wie geregistreerd is, krijgt daarnaast gratis toegang tot e-learningcursussen van de VDAB gaande van sollicitatietrainingen tot taalcursussen. Via activiteitenkalenders per opleiding geven we afgestudeerden ook info over opleidingsinitiatieven, lezingen, jobbeurzen en reünies. Twee keer per jaar ontvang je ook een nieuwsbrief van je opleiding.”

40

“We zijn een kleine drie jaar geleden gestart met deze service en ondertussen registreerden zich ruim 2.000 werkgevers en ruim 4.000 oud-studenten. Er staan gemiddeld 200 vacatures online en er zijn al meer dan 400 cv’s te raadplegen.”

20

Laatstejaars en oud-studenten De Arteveldehogeschool doet heel wat inspanningen voor de (bijna) gediplomeerde studenten. Op de website van de school vind je het onderdeel ‘Je bent laatstejaars of oud-student’. Daar vind je interessante informatie. Zo kan je er de vacaturedatabank raadplegen en je eigen cv uploaden.

0

           maand

15


t h u i s

a a n

d e

a r t e v e l d e h o g e s c h o o l

Toen ze Verpleegkunde studeerde aan de Arteveldehogeschool, had Carine Stals maar één droom: voor baby’s zorgen. Nu werkt ze op de dienst neonatologie van het UZ Gent.

Dit is mijn plaats Het is stil op de dienst neonatologie in het UZ Gent. De gangen en de zalen zijn duister, de verpleegsters lopen op kousen­ voeten. Maar schijn bedriegt, want het is er druk. “Er liggen vandaag 39 kindjes, verspreid over vier zalen. Zaal A is de meest intensieve en in zaal D liggen de kindjes die zo goed als buiten levensgevaar zijn”, vertelt Carine Stals (26). Zij werkt sinds drie jaar op de dienst, en wil er nooit meer weg. “Hier werken was altijd mijn droom.” Zaal A. De overheersende geluiden zijn gepiep en getuut, gezoem en geblaas. Hier liggen de baby’s die het meest in gevaar zijn. Links ligt een klein wezentje in een couveuse, niet groter dan een handpalm, met een tiental buisjes in zijn minilichaampje. Hij ademt moeilijk, maar hij leeft. “Op deze dienst komen kindjes terecht die te vroeg geboren zijn, die een heel moeilijke bevalling hebben doorgemaakt of die bij een normale geboorte toch zwaar ziek blijken te zijn. Vanaf 25 weken zijn ze levensvatbaar, maar amper.” Carine Stals vertelt het met een mengeling van professionaliteit en liefde. “In het begin is het wennen, en soms ben je bang dat een kindje het niet gaat halen. Maar wij staan hier om hen zo goed mogelijk te doen groeien, zodat ze een fijn leven tegemoet gaan.”

De andere verpleegsters in zaal A maken grapjes onder elkaar, maar ze zijn alert: bij het eerste alarm komen ze meteen in actie. Hier is het soms een kwestie van seconden. Liefde geven Zaal C. Carine werkt vandaag bij de ietwat stabielere baby’s. “We werken in totaal met honderd verpleegsters, niet allemaal tegelijk natuurlijk, en we staan verspreid over alle zalen. We moeten de baby’s voeden, medicatie geven, verzorgen, maar ook liefde geven. Ze zijn misschien onooglijk klein en broos maar ze horen en begrijpen ons, daar ben ik zeker van.” Carine vertelt het terwijl ze met het grootste gemak een klein meisje van amper anderhalve kilo vakkundig draait en keert. Het kleintje laat zich makkelijk vertroetelen, en is haar handen duidelijk gewend. Vol tederheid spreekt ze haar toe, terwijl ze de temperatuur meet, de minuscule luier ververst en melk in de sonde brengt. En dat allemaal door twee kleine gaten in de onvriendelijk ogende couveuse. “Maar de kleintjes hebben dat nodig. Ze moeten in een constante temperatuur blijven, want ze zijn nog niet in staat om zelf warm te blijven.” Roeping Carine Stals twijfelde nooit. Ze studeerde Verpleegkunde aan de

“We moeten de baby’s voeden, medicatie geven, verzorgen, maar ook liefde geven” Carine Stals

16

Arteveldehogeschool om op een kinderafdeling terecht te komen. Tijdens haar opleiding vond ze haar roeping: de prematuurtjes. “Gedurende twee jaar heb ik mij op school toegespitst op kinderverpleegkunde. En al op de eerste dag van mijn stage hier wist ik het. Dit is mijn plaats, hier moet ik zijn”, zegt ze met overtuiging. Al haar handelingen, de blik in haar ogen, de zachtheid van haar stem: ze hoort thuis op neonatologie. “Ik begon onmiddellijk te werken toen ik mijn diploma had, maar niet hier. Toen er alsnog een plaats vrijkwam, sprong ik een gat in de lucht. Nochtans is het niet al vrolijkheid wat de klok slaat. Vorige maand stierf een van ‘mijn’ baby’s, heel plots. Een infectie was ons voorgeweest, al was er niets dat erop wees dat het fout zou gaan. Ze was er, en plots was ze weg.” Afstand bewaren Ze is geraakt, maar op een professionele manier: “We moeten een zekere afstand bewaren, mentaal dan. Als je dat niet kunt, dan red je het nooit. Je moet praten, praten, praten. Met je collega’s, met de arts, met de ouders. Dan kan je het loslaten en met volle moed je andere kleintjes verzorgen.” Vaak gaat het ook goed. Carine geeft een dappere jongen een flesje en blijft dan nog even, met hem op haar schoot. “Soms hebben we even tijd om te knuffelen. Ze hebben dat nodig, maar voor ons betekent dat ook veel. We zijn op een bepaalde manier verbonden, we zien ze groeien, maar vooral bloeien. Als er eentje naar huis mag, zoals dit baasje hier binnenkort, dan zijn we in de hemel.” Dat het een roeping is, dat is duidelijk. Marie D’haenens


17


t h u i s

a a n

d e

a r t e v e l d e h o g e s c h o o l

Als een van de eersten haalde Lore Hoornaert een bachelordiploma Podologie aan de Arteveldehogeschool. Nu heeft ze een eigen praktijk met drie therapeuten. Ze hield een dagboek bij.

Mijn beroep is mijn passie Lore Hoornaert (37) uit Aalter heeft als adoptiemama van drie Ethiopische kindjes en zelfstandige elke dag haar handen vol. Meteen na haar studie Kinesitherapie en Podologie aan de Arteveldehogeschool startte ze met een eigen zaak: Podokinea, goed voor meer dan vijftig uur permanentie per week. Haar diploma kinesitherapie behaalde ze in 1993 en in 1995 studeerde ze af als podologe, samen met tien andere studenten. “Artevelde is de enige Vlaamse hogeschool die de opleiding aanbiedt. Ik hoor bij de eerste lichting podologen. Enkele jaren later was ik zelf docente aan de school, maar dat kon ik al snel niet meer combineren met mijn praktijk.” Ondertussen is haar gezinssituatie grondig veranderd. Met de tweelingzusjes Haimi en Elsa (7) en een flinke zoon Seppe (3,5) is een gestructureerde dagplanning noodzakelijk. We lezen even mee in het dagboek van Lore. Maandag De kids naar school gebracht. Ik trek me terug in mijn atelier waar ik zolen pers, slijp en bijwerk. Mijn twee collega’s nemen de consultaties voor hun rekening. Het werk gaat vlot vooruit. Plotseling valt de elektriciteit uit. Een kortsluiting, veroorzaakt door de oven waarin ik zolen opwarm. Mijn atelierplanning valt hierdoor in duigen. Ik spring de auto in en haast me

18

om nieuw werkmateriaal. Al bij al valt het nog mee. Een uur later en enkele honderden euro’s lichter ben ik weer aan het werk in mijn atelier. In de namiddag behandel ik patiënten. Een dame trippelt de wachtkamer binnen op pumps van wel acht centimeter. Na een grondig biomechanisch onderzoek raad ik haar lagere hakken aan. Eerst wil ik haar schoengedrag aanpassen waardoor haar klachten ongetwijfeld zullen verdwijnen. Daarna kan ik nog altijd zooltherapie toepassen. Tussen 17 en 19 uur maak ik tijd voor de kinderen. Huiswerk maken, samen eten en wat rollebollen. Daarna duik ik nog twee uur mijn praktijk in. Dinsdag De voormiddag verloopt zonder problemen. Na het middageten heb ik een afspraak met een kurktegelplaatser die de aangebouwde kinderkamers onder handen zal nemen. In het atelier ben ik alweer zolen aan het persen en slijpen maar ik moet om 15 uur tijd vrijmaken om met Haimi bij de oorarts langs te gaan. Thuisgekomen dreunen we samen de tafels van twee op. De pas aangespoelde kat staat te miauwen bij het keukenraam. Vanavond lacht papierwerk me toe. Na de administratieve beslommeringen genieten mijn man en ik nog wat van de tv.

Woensdag Opnieuw start mijn dagtaak met het maken van zolen. Het is een tijdrovende activiteit waardoor ik er maximaal zes per week kan maken. Toch besteed ik ongeveer twintig uur per week aan consultaties. Een deel van de zolen besteden we uit aan een firma die zolen op maat van de podoloog ontwerpt en machinaal uitfreest. Vandaag zorg ik ervoor dat een professionele wielrenner van mijn werk zal kunnen genieten. Een snelle service aanbieden is voor ons heel belangrijk. De namiddag brengt me de nodige variatie. Ik controleer zolen, ik geef uitleg bij de afhaling ervan, ik voer instrumentele behandelingen uit. Mijn beroep is mijn passie. Soms ga ik er helemaal in op maar toch komt mijn gezin op de eerste plaats. Het is woensdagnamiddag. Er komen heel wat kinderen op consultatie voor zooltherapie en schoenadvies. Het betekent ook crossen van het rope skipping naar de zwemles en terug. De tijd haal ik ’s avonds in, wat best plezant is zonder onderbrekende telefoontjes. Donderdag Mijn collega vraagt me raad over een patiënte met rugklachten door een beenlengteverschil. Samen werken we een analyse uit. Daarna zoek ik via het internet informatie over een camera voor ganganalyse omdat de huidige begint te sputteren. Allemaal heel dure apparatuur. Sparen is de boodschap.

“Artevelde is de enige hogeschool die podologie aanbiedt”

Vrijdag Mijn moeder komt op bezoek. Ze brengt mij nieuwe kunstwerken om de wachtkamer en de praktijk op te smukken. Podokinea moet een professionele, verzorgde en aangename sfeer uitstralen.

Lore Hoornaert

Angelique Deserranno


19


t h u i s

20

a a n

d e

a r t e v e l d e h o g e s c h o o l


21


t h u i s

a a n

d e

a r t e v e l d e h o g e s c h o o l

Na haar bacheloropleiding Journalistiek aan de Arteveldehogeschool wilde Ann-Sofie Sabbe liefst meteen aan de slag. Haar stage bij Focus-WTV was een springplank naar een vaste baan.

klaar voor het echte leven Het gaat Ann-Sofie Sabbe (24) uit Waregem voor de wind. Amper een jaar nadat ze is afgestudeerd als journaliste aan de Arteveldehogeschool, presenteert ze het journaal bij de West-Vlaamse televisiezender Focus-WTV. “Aan de nieuwsdesk kom ik tot rust, ik voel dat ik er op mijn plaats zit.” “In het voorjaar van 2008 begon ik aan tien weken stage bij Focus-WTV. De eerste weken liep ik mee met de journalisten op de redactie. Ik zette mijn voelsprieten uit en door te observeren leerde ik de trucjes van het metier. Na vier weken werd het menens: ik werd als een volwaardige journaliste beschouwd en ik mocht geregeld met een cameraman de hort op om reportages te draaien.” “Mijn collega’s en de hoofdredacteur waren er als ik ze nodig had, maar eigenlijk lieten ze me vrij om alles zelf te ontdekken. Ik werd onmiddellijk in het diepe gegooid en die aanpak apprecieerde ik: zo kon ik tonen wat ik in mijn mars had.” “Op reportage gaan, onooglijke WestVlaamse dorpjes ontdekken, met mensen een babbeltje slaan, bindteksten schrijven: ik merkte dat het echt mijn ding was. Dat ontging de hoofdredacteur blijkbaar niet, want na mijn stage kreeg ik het aanbod om een zwangere collega te vervangen.

Daaraan heb ik geen seconde getwijfeld: natuurlijk wilde ik dat doen (lacht).” Naturel “In februari kwam er letterlijk een stoel vrij. Ik nam deel aan de screentest en kreeg de dag nadien al positief nieuws. Toch duurde het nog enkele maanden voor ik de allereerste keer echt presenteerde. In de tussentijd werd ik klaargestoomd met stem- en beeldcoaching. Gelukkig had ik op de kunstacademie al een woordopleiding achter de rug, zodat ik een streepje voor had.” “Toch is presenteren niet zo eenvoudig als het lijkt. Daarom bekijk ik elke uitzending om te zien waar ik misschien steken liet vallen. Ik wil dat het goed is, voor minder ga ik niet. Als nieuwsanker ben je bovendien meer dan sprekend behang. Ik probeer het nieuws zo naturel mogelijk te brengen, alsof ik aan het vertellen ben. Een eigen stempel drukken op het journaal is echt wel belangrijk en dat begint al bij de begroeting van de kijker.” “Het enige waar ik geen inspraak in heb, zijn de kleren die ik draag. Onze sponsor wil graag outfits die in het oog springen, terwijl ik het liever neutraal heb. Dat is soms een heikel punt (lacht).” “Dat er heel wat fout kan lopen tijdens een uitzending, spreekt voor zich. Vooral wanneer we een studiogast hebben die

“als nieuwsanker ben je meer dan sprekend behang” Ann-Sofie Sabbe

22

ik live interview, is het belangrijk om gefocust te blijven. Op zo’n moment voel ik me als een vis in het water. Echte stress heb ik niet, eerder een gezonde portie adrenaline.” Martine Tanghe “Werken bij Focus-WTV is een echte droomjob. Dat het een regionale zender is, zie ik niet als een belemmering, integendeel. We brengen een fijne mix van items en geven ook nationale berichten een regionale invalshoek. Ik kan echt mijn creativiteit botvieren in reportages uit mijn eigen regio.” “Of ik er binnen vijf jaar nog werk, weet ik niet. De sfeer onder collega’s is optimaal en mijn job is gevarieerd, maar ik ben ook ambitieus. Ik wil niet vastroesten in wat ik doe.” “Wie weet doe ik mee aan het journalistenexamen bij de VRT en word ik de nieuwe Martine Tanghe? Of misschien ga ik wel lesgeven aan de Arteveldehogeschool? De combinatie van het werkveld en ervaring doorgeven aan jonge mensen spreekt me wel aan.” “Toen ik de opleiding Journalistiek afrondde wist ik zeker dat ik wilde gaan werken. Het studeren had ik wel gehad, ik was klaar voor het ‘echte leven’. Toch had ik nooit kunnen denken dat ik al na één jaar een journaal zou presenteren. Over mijn opleiding aan de Arteveldehogeschool ben ik tevreden. De bagage die ik meekreeg, komt nu goed van pas. Toch heb ik de kneepjes van het vak pas op de werkvloer geleerd.” Jozefien Eggermont


23


t h u i s

a a n

d e

a r t e v e l d e h o g e s c h o o l

Frederik Kazimoto heeft een job als leraar, en daarnaast volgt hij aan de Arteveldehogeschool een bachelor-na-bacheloropleiding.  Alles draait er om zorgverbreding en remediërend leren.

leraar op de schoolbanken Op de campus Kantienberg wordt een generatie jongeren klaargestoomd voor het beroepsleven, maar na 18 uur nemen anderen plaats op de schoolbanken. Frederik Kazimoto (36) bijvoorbeeld. Hij is al twaalf jaar leerkracht in het beroepsonderwijs, maar zijn passie voor het werk bracht hem naar de Arteveldehogeschool. Hij combineert zijn studie ‘Zorgverbreding en remediërend leren’ met een job als leraar. Frederik Kazimoto: “Na mijn universitaire studie en een opleiding als leerkracht secundair onderwijs besloot ik mezelf bij te scholen in de avondcursus Zorgverbreding en remediërend leren. In mijn school krijg ik dagelijks te maken met leerlingen die kampen met leerstoornissen of moeilijke thuissituaties. Sommigen hebben nood aan socioemotionele begeleiding. Daarom heb ik besloten om na twaalf jaar nog iets bij te studeren in de avondschool van de Arteveldehogeschool. Stilzitten staat niet in mijn woordenboek.” Twijfel bij leraars Zorgverbreding en remediërend leren is er gekomen om mensen uit het onderwijs te stimuleren en te ondersteunen bij het lesgeven aan jongeren die een bijzondere zorg kunnen gebruiken. Omdat

ze soms twijfelen hoe ze best met deze leerlingen kunnen omgaan, besloot de school in samenspraak met ervaringsdeskundigen, de opleiding op te richten. Die bachelor-na-bacheloropleiding is een bijkomende, professionele opleiding bedoeld voor mensen die al een onderwijsdiploma op zak hebben. “De opleiding duurt twee jaar en bestaat uit een wekelijkse lesavond, maar ze kan ook over een langere termijn gespreid worden. Er zijn geen examenperiodes, de lesonderdelen worden getoetst via het schrijven van papers. Die berusten op zaken en situaties die in de dagelijkse praktijk aan bod komen. In het laatste jaar moeten we een zorgtraject uitschrijven dat toegepast wordt op het werk dat we op dit moment doen. Daar haal ik enorm veel voldoening uit. Het biedt mij perspectieven om mee aan de slag te gaan in mijn school.” Geen misstap “Kiezen voor de Arteveldehogeschool is tot op vandaag geen misstap geweest”, zegt Kazimoto. ”Ik kan dicht bij mijn gezin de lessen volgen. Bovendien hebben we maar één keer per week les, waardoor er genoeg tijd overblijft voor mijn werk. Ze biedt een praktijkgerichte opleiding op hoog niveau, wat in mijn

“stilzitten staat niet in mijn woordenboek” Frederik Kazimoto

24

werkomgeving alleen maar tot goede resultaten kan leiden. Ik kom dingen tegen waarmee ik dagelijks te maken krijg. Anderzijds kan ik problemen en situaties aan de andere studenten voorleggen.” Hij begint de vruchten van zijn opleiding te plukken. Zijn school bood hem onlangs een kans aan, zodat hij de theorie elke dag in de praktijk kan toepassen. “Ik heb nu vier GOK-uren (Gelijke Onderwijskansen) gekregen waarin ik ­deze opleiding perfect kan toepassen. Je zou verwachten dat de Arteveldehogeschool zelf haar opleidingsschema samenstelt, maar niets is minder waar. Ik zit zelf in de opleidingsadviesraad van de banaba Zorg. Aanvankelijk was die vooral gericht op het basisonderwijs, maar we hebben bij de opleidingscommissie de aandacht kunnen vestigen op het nijpende probleem in het secundair onderwijs.” “Die mensen hebben echt goed naar ons geluisterd en met meerdere studenten hebben we nu al de opleiding afgewerkt. Men heeft ons zelfs de kans gegeven om mee te stappen in het opleidingsproces door les te geven. Dat initiatief is nu een jaar aan de gang en het loopt perfect. En dat komt de studenten - en hun leerlingen - alleen maar ten goede.” Gauthier Vervaeke


25


t h u i s

a a n

d e

a r t e v e l d e h o g e s c h o o l

Tine Bode kon de lokroep van de Universiteit Gent niet weerstaan. Haar studie aan de Arteveldehogeschool had haar honger naar meer gegeven.

verdiepen in mijn vakgebied Tine Bode (21) uit Brugge heeft een diploma Sociaal Werk op zak. In de week is ze vooral in Gent te vinden, waar ze de voorbije drie jaar les volgde aan de Arteveldehogeschool. Ze volgde de bacheloropleiding Sociaal Werk, met als afstudeerrichting Maatschappelijk Werk. In principe kan ze aan de slag in de sector, maar ze houdt het studeren nog niet voor bekeken. Via een schakeljaar aan de Universiteit Gent wil ze een master Criminologie behalen. “Ik besloot vorig jaar dat ik nog niet meteen wilde gaan werken, maar liever bleef studeren. Ik wil me nog meer verdiepen in mijn vakgebied, wat perfect mogelijk is via een schakeljaar. Daarin krijg ik de kans om de universiteitsstudenten bij te benen. Ik volg nu het merendeel van de vakken die mijn medestudenten de voorbije drie jaar hebben afgelegd. Voor een aantal vakken heb ik een vrijstelling, aangezien ik daarvoor een credit heb behaald op de Arteveldehogeschool. Op het einde van dit academiejaar zou ik op hetzelfde niveau moeten staan als de anderen.” Contact “Waarom ik niet aan het begin van mijn studie voor een universitaire opleiding heb gekozen? Ik dacht dat ik het niet

zou aankunnen. Het werd mij ook niet aangeraden, omdat ik uit het technisch secundair onderwijs kwam. Nadat een kennis mij tijdens mijn hogeschoolopleiding had verteld dat het best meevalt, ben ik er alsnog voor gegaan.” “Toch was de overgang niet zo gemakkelijk. Aan de Arteveldehogeschool had ik een heel nauw contact met mijn medestudenten en met de leerkrachten. Aan de universiteit ben je veel meer op jezelf aangewezen en is de drempel om iemand aan te spreken veel hoger. Je krijgt er vrijwel geen begeleiding en je moet dus heel wat zelfdiscipline hebben.” “Eén keer per week kunnen we een praktische oefening volgen, maar ook hier komt vooral de theorie aan bod. We gaan dan wat dieper in op de leerstof die we tijdens de les hebben gezien, waarna we oefeningen maken. In zo’n groep zitten we steevast met minimaal vijftig studenten, waardoor ook op die momenten niet echt sprake is van een persoonlijke begeleiding.”

“Dankzij de stage kan ik de lessen beter begrijpen” Tine Bode

26

Leerstof “De universiteit heeft natuurlijk ook haar leuke kanten. Zo zal er niemand raar opkijken als je een halfuur te laat komt. Niet enkel de regels zijn er anders, ook de hoeveelheid leerstof verschilt enorm van die van de hogeschool. Tijdens mijn opleiding sociaal werk moest ik geregeld in handboeken van gemiddeld vijftig pagina’s studeren, terwijl men die hoeveelheid aan de universiteit in één les overloopt. Het gaat dan ook om boeken van meer dan ­duizend bladzijden. De leerstof is niet per definitie moeilijker, je krijgt er gewoon meer te verwerken.” “Ik hou toch heel wat positiefs over van mijn vooropleiding. Zo heb ik aan de Arteveldehogeschool geleerd om het hele jaar door veel te werken voor de school. Nu wordt daar niet op aangestuurd, maar ik voel aan dat het wel noodzakelijk is. Daarnaast heb ik tien weken stage gelopen in een psychiatrisch ziekenhuis. Daardoor kan ik heel wat elementen uit de les beter begrijpen, omdat ik ze in de praktijk ervaren heb.” “Ik denk ook dat ik het deels aan mijn bacheloropleiding te danken heb dat ik nu als een sociaal persoon in het leven sta, wat wel een vereiste is in mijn studierichting. Ik mis het contact met mijn vroegere medestudenten dan ook enorm.” Lindsay Moeyaert


(OS Foto:) Tine Bode: “Bij Artevelde leerde ik het hele jaar door te werken.”

27


t h u i s

a a n

d e

a r t e v e l d e h o g e s c h o o l

Na haar bacheloropleiding aan de Arteveldehogeschool volgde Griet  Teck een filmopleiding. Nu maakt ze kortfilms, schrijft ze scenario’s en droomt ze honderd dromen.

Een passie voor beelden Griet Teck (27) kreeg in het vijfde middelbaar de opdracht een film te maken voor het vak Media. De opdracht was een schot in de roos. “Vanaf dat moment wist ik dat ik later iets wou doen met beelden.” Ze koos eerst voor de bacheloropleiding Communicatiemanagement aan de Arteveldehogeschool. “Na het zesde middelbaar voelde ik me eigenlijk veel te jong om film te gaan studeren. Wat had ik op die leeftijd immers te vertellen? Uiteindelijk koos ik ervoor om de bacheloropleiding Communicatiemanagement te volgen aan de Arteveldehogeschool. Een wat vreemde keuze misschien, want mijn interesse lag eerder in het creatieve, in de kunst. De economische kant van onze samenleving boeide mij op dat moment niet echt.” “Dat neemt niet weg dat ik heel wat geleerd heb in die opleiding. Ik kreeg bijvoorbeeld drie jaar lang Nederlands, Frans en Engels. In het tweede en het derde jaar konden we kiezen tussen Spaans of Duits als bijkomende taal. Dat is heel positief aan die opleiding. Daarnaast had ik een heleboel algemene vakken. Zo wordt een brede basis gelegd die de algemene kennis vergroot en vooral interesse opwekt bij de studenten. Je haalt uit een opleiding wat je zelf wil.”

Dardenne “Het idee van films maken bleef al die tijd wel door mijn gedachten spoken. Elke opdracht die ik moest maken, elk onderzoek dat ik moest doen, had op een of andere manier te maken met film. Mijn eindwerk bijvoorbeeld maakte ik over het oeuvre van Luc en Jean-Pierre Dardenne. Het werd een enorm succes.” “Omdat ik graag een journalistiek eindwerk wou maken over dat inspirerende duo, moest ik toelating vragen aan de opleidingsdirecteur van mijn eigen richting en aan die van de opleiding Journalistiek. Dat was geen probleem, beiden stelden zich erg flexibel op.” “Zelfs toen heb ik mijn filmdroom nog een jaar uitgesteld. Na mijn opleiding aan de Arteveldehogeschool ben ik via Erasmus een jaar naar Valencia geweest. Ik wilde daar mijn opleiding aanvullen met pr-vakken.” “Maar toen ik in het oog kreeg dat ik ook vakken van de audiovisuele richtingen kon overnemen, begon de droom weer te kriebelen. Uiteindelijk heb ik het absolute minimum aan pr-vakken op

“In de bacheloropleiding Communicatiemanagement heb ik heel wat geleerd” Griet Teck

28

mijn lessenrooster geplaatst. Daarnaast volgde ik narratologie, fotografie, kunstgeschiedenis, noem maar op.” Portret en videoreportage “Dat beviel me zo goed dat ik me het volgende jaar onmiddellijk inschreef aan de Gentse Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, nadat ik voor de toelatingsproef was geslaagd. Aan die academie ben ik audiovisuele kunsten gaan studeren: film.” “Sinds september ben ik afgestudeerd aan de academie en werk ik als vrijwilligster voor het S.M.A.K.. Daar maak ik korte video’s over kunstenaars en hun voorstellingen, kleine portretten en videoreportages over de interne werking van het S.M.A.K. Ik ben blij met die job want zo kan ik mij creatief bezighouden terwijl ik op zoek ben naar vast werk. Intussen werk ik ook deeltijds in een telecombedrijf.” “Het leuke is dat ik mijn werk op mijn werk achterlaat. Als ik thuiskom kan ik al mijn energie steken in de opdrachten die ik van het S.M.A.K. krijg en in mijn eigen kleine projecten, want die zijn er ook. Zo werk ik aan kortfilms, ik schrijf scenario’s voor films die ik ooit wil maken en ik probeer de honderden ideeën die in mijn hoofd zitten een plaats te geven in mijn toekomst.” Lise Vanparijs


29


t h u i s

a a n

d e

a r t e v e l d e h o g e s c h o o l

Pascale Mokangi startte na haar studie aan de Arteveldehogeschool een zelfstandige praktijk als vroedvrouw. Een gesprek over opleiding en werkveld.

Zelfstandig zonder twijfel Aan de Gentse universiteit behaalde ze een diploma Bio-ingenieur, en aan de Vrije Universiteit Brussel een masterdiploma in Medisch en farmaceutisch onderzoek. In Nederland ging ze traditionele Chinese ­genees­kunde studeren en in 2006 studeerde ze aan de Arteveldehogeschool af als vroedvrouw. Sindsdien runt ze de vroedvrouwen- en acupunctuurpraktijk ‘De Bron’ in Oostakker. We legden Pascale Mokangi (38) vier keuzevragen voor. Een zelfstandige praktijk of werken in een ziekenhuis? “Een zelfstandige praktijk, zonder twijfel. Ik hou ontzettend van de individuele begeleiding van het gezin. Dat maakt het werk een stuk persoonlijker. Daarnaast is de continuïteit een groot pluspunt, want je mag mensen gedurende een langere ­periode opvolgen. Doorheen de zwangerschap bouw je een innige vertrouwensband op, niet alleen met de mama maar ook met haar partner en zelfs met de a­ ndere kinderen. De dankbaarheid die je dan krijgt, die geeft je heel veel voldoening.” “Ik vind het een grote eer om deel uit te maken van zo’n intens moment van geluk. En daar houdt het niet op. Na de geboorte kan het gezin nog een jaar op mijn steun en mijn advies rekenen. Daar ligt voor mij het verschil met een job in het ziekenhuis, omdat je als zelfstandige vroedvrouw een meer persoonlijke begeleiding kan garanderen zowel tijdens de zwangerschap als daarna.”

Valkuilen bij de start of rozengeur en maneschijn? “Er zijn natuurlijk valkuilen maar als je je goed informeert, kun je die omzeilen. Inwerken in de materie is noodzakelijk maar je moet ook over een gezonde portie lef en zelfvertrouwen beschikken. Het is niet evident om meteen na je studie met een zelfstandige praktijk te starten. Ik was vijfendertig toen ik aan de Arteveldehogeschool afstudeerde, ik had twee kinderen en ik had al een beroepsleven achter de rug. Dat heeft wellicht geholpen.” “Een tip voor zelfstandige vroedvrouwen in spe: informeer je bij organisaties als Unizo - de Unie van Zelfstandige Ondernemers - of neem contact op met vroedvrouwen die in het werkveld staan. De Vlaamse Organisatie van Vroedvrouwen (www.vlov.be) geeft trouwens cursussen over hoe je met een zelfstandige praktijk kan starten.” “Ikzelf kon ook rekenen op de openheid van praktijkcollega’s. Die zijn heus niet te beroerd om je heldere en juiste info te geven. We zien elkaar trouwens helemaal niet als concurrenten. We willen allemaal een gezonde baby op de wereld zetten en de gezondheid van de mama zien we als een prioriteit. Wederzijdse steun en collegialiteit zijn kernbegrippen in dit vak.”

“ik hou onzettend van de individuele begeleiding van het gezin” Pascale Mokangi

30

Kennis dankzij de opleiding of door de praktijk? “De opleiding Vroedkunde aan de Arteveldehogeschool was een solide basis om op voort te bouwen. Maar je moet vooral bereid zijn om zelf informatie te vergaren die je kennis en inzicht kan verruimen.” “Even was er sprake van, de opleiding Vroedkunde met een jaar te verlengen. Dat zou een kans zijn om fysiologie tijdens de zwangerschap, bij de bevalling en nadien, uitgebreider aan bod te laten komen. Natuurlijk moeten we ook pathologie kennen en die kunnen onderscheiden van fysiologie om zo de juiste beslissingen te nemen, maar momenteel is de verhouding fysiologie-pathologie iets te onevenwichtig.” Steun van de school bij de uitbouw van een praktijk of alles op eigen houtje? “Van een school mag je niet verwachten dat ze je bij de hand neemt wanneer je je eigen praktijk wil opzetten. De lessen zijn vooral bedoeld om de theoretische kant van het beroep te belichten. Ik denk dat mensen in het werkveld een globaler zicht hebben op het opstarten van een praktijk dan lesgevers.” “Toegegeven, in het lessenpakket was er wel aandacht voor wetgeving en reglementering. maar vooral mijn stage bij een zelfstandige vroedvrouw zette mij aan het denken over een eigen praktijk.” “In die tijd moest je als student zelf kiezen voor een stage, nu is die verplicht. Dat vind ik helemaal niet slecht, omdat je zo een uitstekende kans krijgt om een normale zwangerschap, de bevalling en de kraamperiode te volgen.” Sien Willaert


31


t h u i s

a a n

d e

a r t e v e l d e h o g e s c h o o l

Vormgeving was haar eerste keuze, maar ook fotografie beheerste haar dromen. Ellen Goegebuer behaalde twee bachelors en heeft nu twee zelfstandige banen.

Een heerlijke combinatie Ze twijfelde even, maar Ellen Goegebuer maakte uiteindelijk de juiste keuze: dankzij de bacheloropleiding Grafische en Digitale Media aan de Arteveldehogeschool legde ze de basis voor een tweede bachelor Fotografie. Tegenwoordig combineert ze haar twee beroepen als zelfstandige en dat is niet de gemakkelijkste weg. “Maar ik wil geen nine-to-five baan. Vastroesten aan een bureau is niets voor mij.” “Na mijn humaniora wou ik fotografie studeren. Men heeft mij dat toen afgeraden, omdat er weinig werkzekerheid is voor fotografen. Omdat ik absoluut iets creatiefs wou doen, ben ik dan de opleiding Grafische en Digitale Media gaan volgen. Na drie jaar op de schoolbanken voelde ik mij niet klaar voor het bedrijfsleven, en dan is die fotografie weer bovengekomen.” “Ik had geen ervaring, ik had nog nooit een foto gemaakt, maar dankzij mijn grafische opleiding had ik een solide basis en meer inzicht en kon ik sneller dingen begrijpen. Via een medestudente ben ik bij het Narafi terechtgekomen, een filmschool in Brussel met een afdeling fotografie. Zij had daar net haar studie afgerond en maakte prachtige foto’s. ‘Dat wil ik ook’, dacht ik.”

Uiteenlopend werk “Ik werk nu freelance, als fotografe en als vormgever. Dat is heel uiteenlopend werk, van vormgeving en foto-opdrachten voor Flair bijvoorbeeld, over kleinere privéontwerpen tot fotografielessen. En ik geef elk jaar een workshop fotografie aan de laatstejaarsstudenten Grafische en Digitale Media. Het is soms raar hoe de dingen draaien: blijkbaar heb ik twee richtingen gekozen die op de een of andere manier toch met elkaar te maken hebben.”

deadlines halen. Je wordt heel concreet opgeleid om in het werkleven te stappen, en vaak krijg je ook een job aangeboden na je stage.”

“Ik vind de combinatie van de twee heerlijk. Meestal ben je of het een of het ander, en moet je een deel van het werk uit handen geven. Als ik nu een affiche wil maken waar een foto bij hoort, kan ik de foto zelf maken zoals ik die in mijn hoofd heb, en dat fotografisch inzicht helpt de gepaste lay-out te maken.”

Zelfvertrouwen “Als freelancer moet je voor elke opdracht opnieuw vechten. Ik heb tijdens mijn studie fotografie een tentoonstelling opgezet in Oostende over het leven in Banjul in Gambia (‘Ma Natal La, Can  I  take a picture?’). Die was erg geslaagd, maar mijn telefoon staat nu niet roodgloeiend.”

Werk vinden “Het is vandaag de dag niet eenvoudig om werk te vinden. Ik maak het mezelf ook niet gemakkelijk. De meeste van mijn medestudenten zijn na hun studie in het bedrijfsleven gestapt, en daar word je op school ook echt voor klaargestoomd. Je krijgt niet alleen praktijklessen in de vormgeving, je leert ook communiceren met klanten, omgaan met een budget en

“Je wordt echt klaargestoomd om in het bedrijfsleven te  stappen” Ellen Goegebuer

32

“Voor mij was dat niet het geval omdat ik nog drie jaar bijgestudeerd heb, en omdat ik ook geen vaste nine-to-five baan nastreef. Ik wil beide blijven combineren: vormgeven doe ik meer aan mijn werktafel, terwijl ik voor mijn foto’s vaak op locatie ben.”

“Vorig jaar heb ik een prijs gewonnen, de Hilde Frunt Fashion Contest. Terwijl ik daarvoor mijn eigen persbericht schreef, dacht ik dat de wereld ging veranderen maar dat is natuurlijk niet zo (lacht). Ik moet toegeven dat het wel goed is voor mijn zelfvertrouwen.” “Soms moet ik opdrachten aannemen die niets met creativiteit te maken hebben. De dingen die ik echt graag doe, liggen immers niet voor het oprapen en er moet brood op de plank komen. Laat ons hopen dat het vooral aan de crisis ligt, en dat ik traag maar gestaag vooruitga.” Marie D’haenens


33


t h u i s

a a n

d e

a r t e v e l d e h o g e s c h o o l

Nog voor hij goed en wel zijn Arteveldediploma op zak had, kreeg Otto-Jan Ham een telefoontje van Jan Hautekiet. Hij kon aan de slag bij Studio  Brussel.

Je moet maximaal dromen Ondanks enkele dipjes tijdens zijn schoolcarrière nam hij professioneel een vliegende start. Nog voor hij zijn laatste herexamen had afgelegd, had Otto-Jan Ham een contract op zak bij Studio Brussel. Daarmee begon hij te bouwen aan zijn toekomst als radiopresentator en reportageheld. De 30-jarige StuBrustem studeerde in 2001 af als bachelor Journalistiek aan de Arteveldehogeschool.

“Ik liftte op vrijdagavond altijd terug naar Brussel. Vooral omdat ik graag praat en mensen ontmoet. Maar liften is ook gewoon cool. Uiteindelijk heb ik maar twee keer nadien gedacht: ‘Otto-Jan, dat was misschien toch niet zo verstandig.’ De mensen die me een lift gaven, zeiden elke keer opnieuw dat de studententijd de beste tijd van je leven is. Ik vond dat absoluut niet.”

“Na een mislukt jaar filmopleiding in Vorst had ik nood aan iets anders. De zoektocht begon naar de richting die het best bij mij paste. Uiteindelijk koos ik voor de journalistiek. Wat mij vooral aantrok was het concrete aan de richting. Je bent iets aan het studeren dat op dat moment ook gebeurt. Radio en televisie boeiden mij toen ook al.”

“Ik heb me toen twee dingen voorgenomen. Ten eerste: neem altijd lifters mee, vooral de gevaarlijke. Die zijn vaak het grappigst en in het slechtste geval stinkt je auto achteraf een beetje. En ten tweede zal je mij nooit horen zeggen dat de studententijd de beste tijd is. Werken is toffer. Vooral als je zoals ik mag doen wat je graag doet. Als student kwam ik vaak thuis tijdens het weekend en dacht ik: bon, ik heb de hele week basically niets gedaan, wat gaan we nu doen?”

Liever pintjes “Mijn studiejaren verliepen moeizaam. Het eerste jaar deed ik opnieuw en ook in het tweede en derde jaar had ik een fikse tweede zit. Als student was ik te veel met andere dingen bezig. In het hoger onderwijs beslis je zelf of je naar de les gaat of niet. Bij mij was het dus niet. Ik hing rond in cd-winkels en ik dronk pintjes op mijn kot. Zoiets hoort er natuurlijk bij en je moet dat gedaan hebben, maar eigenlijk vind ik werken leuker.”

Buitenkans “Het was een buitenkans toen Studio Brussel mij nog voor mijn diploma een baan aanbood. De meeste afgestudeerden hebben dat geluk niet. De dag voor mijn herexamen kreeg ik het positieve telefoontje van Jan Hautekiet. Plots was ik niet meer zo ontspannen aan het leren…”

“Ik heb best wel wat opgestoken tijdens de lessen journalistiek” Otto-Jan Ham

34

“De Arteveldehogeschool heeft me zeker goed voorbereid op de overstap naar het werkveld. De lectoren zijn dan ook mensen uit het veld en die hebben dus wel iets te vertellen.” “Veel zaken die ik toen leerde, gebruik ik nog steeds. Ik heb best wel wat opgestoken tijdens de lessen journalistiek, toch heb ik ook veel gevloekt. Er werd vooral gehamerd op regeltjes zoals actief schrijven en: nieuws hoort thuis in de eerste zin. Vandaag kan ik die nog opdreunen, maar ik merk dat ze nog altijd van pas komen.” “Het geldt waarschijnlijk voor elke job: in het eerste jaar werken leer je meer dan in drie jaar opleiding. Ik werk drie tot vier dagen per week voor de VRT en vanaf januari krijg ik een nieuw programma bij Studio Brussel. Ik presenteer al geruime tijd op zondagavond een eigen programma en dat blijft bestaan na januari. Ik zal dan ’s nachts live presenteren van middernacht tot zes uur. Helemaal alleen in die studio zitten, dat is een speciaal gevoel. Ik hou echt van die spanning.” Fancy Pants “In 2008 richtte ik ook mijn eigen bedrijf op, Fancy Pants. Het is altijd lachen wanneer een van die stijve boekhouders het verkeerd uitspreekt tijdens een vergadering. Het is geen groot bedrijf maar wat niet is, kan nog komen. Ik heb er niet echt grote plannen mee. De opdrachten komen binnen, ik doe leuke dingen en de rest zien we wel.” “Verder heb ik nog veel dromen en dat is tof. Je moet maximaal dromen. Als je dan iets waarmaakt, ook al is het maar klein, dan is dat een hele overwinning.” Lisa De Brabander


35


t h u i s

a a n

d e

a r t e v e l d e h o g e s c h o o l

De raad van je ouders volgen, het is niet vanzelfsprekend. Maar soms krijg je een duwtje in de juiste richting. Moeder Karin Smet getuigt over haar zoon Matthias

Luisteren naar mama De opstap naar het hoger onderwijs is voor nieuwe studenten niet altijd gemakkelijk. Opleidingen zijn er in overvloed en de juiste keuze maken is niet evident. Niet iedereen wil de raad van zijn ouders volgen. Of wel? Karin Smet uit Sint-Niklaas vertelt hoe ze haar zoon Matthias hielp de juiste opleiding te kiezen.

Luisterend oor “Maar ik wist dat het niet was wat hij echt wilde. We hadden toen een goed gesprek waarin ik suggereerde dat hij misschien beter sociaal werk zou gaan studeren. Matthias is een sociale jongen met een groot hart en een luisterend oor en hij staat altijd klaar voor anderen.”

“Er waren zoveel dingen die Matthias wou doen. Uiteindelijk koos hij voor sport­regentaat. In principe stonden zijn vader en ik daar achter omdat hij een sportieve kerel is. Hij maakte zijn eerste jaar af, maar in het tweede jaar had hij een tweede zit. Hij liep ook een rugblessure op tijdens een voetbalmatch en daardoor moest hij zijn sportstudie stopzetten.”

“Hij reageerde sceptisch maar hoe meer hij erover nadacht, hoe meer hij het zag zitten. Hij waagde de sprong en schreef zich in aan de Arteveldehogeschool voor de bacheloropleiding Sociaal Werk. Die opleiding beviel hem zo goed dat hij besloot voor een master te gaan.”

“Toen dat gebeurde, zat hij in de put. Hij wilde voortstuderen, maar zijn droom lag aan diggelen. Hij moest snel beslissen en hij wou dan maar ‘iets met economie’ gaan studeren, omdat dat zeker kansen bood op de arbeidsmarkt. Hoewel economie­toestanden en management totaal niet in zijn wereld pasten, wilde hij er toch mee doorgaan.”

“Sociaal werk was dan wel zijn tweede keuze, maar ik zie dat Matthias nu gelukkig is. Hij is nu straathoekwerker in Sint-Niklaas en hij haalt veel voldoening uit zijn werk. Zijn ogen lichten op als hij vertelt hoe zijn ‘gasten’ zich openstellen en met hun problemen bij hem terecht­ kunnen.”

“Het sociale zat in zijn bloed, maar hij wist het niet” Karin Smet

36

“Het sociale zat altijd al in zijn bloed, maar hij wist het gewoon zelf niet. Ik ben er nog altijd van overtuigd dat het de beste keuze was.” Wereldverbeteraar “Ik ben heel blij dat hij op de plaats is terechtgekomen waar hij hoort te zijn, ook al heeft hij een zware job. Het werk vraagt veel van hem en de werkuren ­liggen niet altijd ideaal, maar dat kan hem niet schelen. Hij is een echte wereld­verbeteraar geworden.” “Toen Matthias net begon te werken, vroeg ik hem of hij spijt had van zijn keuze en of hij toch niet liever zijn sportregentaat had voortgedaan. Hij antwoordde dat die rugblessure eigenlijk zijn redding is geweest. ‘Met wat ik nu weet, heb ik totaal geen spijt dat ik toen naar je heb geluisterd, mama,’ zei hij. Dat deed deugd.” “Ik kende zijn kwaliteiten en ik wist dat zijn plan om economie te studeren hoegenaamd niet waterdicht was. Zijn vader en ik hebben hem ook niet opgevoed met het idee dat hij moet presteren en werken om zo hoog mogelijk op te klimmen. Ik hoop dat hij dat in de toekomst ook doorgeeft aan zijn eigen kinderen. En ik denk dat Matthias wel zal proberen om zijn kinderen ook een sociale richting te laten zoeken. Dat heeft hij van mij. Zo moeder zo zoon, zeker?” Ruth Bouillon


37


t h u i s

a a n

d e

a r t e v e l d e h o g e s c h o o l

Je bent afgestudeerd, maar wat met je Arteveldevrienden? Een laatste handdruk, een laatste knuffel en dat was het dan? Het hoeft niet zo te zijn.

Keep in touch via het internet Het laatste studentenjaar zit erop. Door de jaren heen leerde je leuke mensen kennen en je spreekt af om elkaar niet uit het oog te verliezen. Maar vaak blijft het bij goede bedoelingen. De meesten keren terug naar huis, anderen verhuizen naar de andere kant van het land, sommigen stichten een gezin of studeren voort. Contacten verwateren. Gelukkig is er het internet: fora, groepen en sociale netwerksites zijn een fijn alternatief. Iedereen kan zich aanmelden op LinkedIn en de Arteveldehogeschool toevoegen aan zijn of haar opleiding. Zo kom je in contact met om en bij de 3 500 mensen die aan de school verbonden zijn. LinkedIn biedt ook de mogelijkheid om een aparte groep te maken voor de afgestudeerden van een bepaalde school. Je kan dan vrij gemakkelijk je ex-klasgenoten opzoeken en je ziet onmiddellijk waar ze nu werken en met wie zij contact hebben. Je weet maar nooit met wie je professioneel kan samenwerken en wie weet woont er wel iemand van je klas om de hoek zonder dat je het weet.

Facebook Wie internet zegt, zegt Facebook. Studenten kunnen fan worden van heel wat groepen - de lectoren van de Arteveldehogeschool worden daarbij niet gespaard. Je kan bijvoorbeeld lid worden van de groep ‘Arteveldehogeschool’. Die heeft ongeveer 650 leden en krijgt regelmatig nieuwe aanmeldingen. Een groep die wat meer op afgestudeerden gericht is, is ‘Artevelde Alumni’. Al is er niet bijster veel activiteit op, af en toe verschijnt er toch een bericht van iemand die naar ex-klasgenoten zoekt. Dileahs De studenten werken dagelijks met het portaalplatform Dileahs. Het is de plek bij uitstek waar lectoren en studenten kunnen communiceren. Er wordt momenteel fors gewerkt aan de verbetering en vernieuwing van het Dokeosplatform, zodat het gebruiksvriendelijk blijft. In het academiejaar 2010-2011 worden tests gedaan zodat het vanaf september 2011 volledig operationeel is. Forum De meeste studenten vind je op het studentenforum van de school. Wie een trouwe forumbezoeker was van bij de start van zijn hogeschoolloopbaan, kan het er wel moeilijk mee hebben om er afscheid te nemen na zijn studies. Het forum is erg handig om informatie uit te wisselen met studenten van dezelfde opleiding. Maar je kan er ook terecht in het onderdeel ‘Vrije tijd’ - een student heeft een overschot aan vrije tijd, toch? Een van die mensen die de school al hebben verlaten maar nog aan het forum is blijven plakken, is Greet Derudder. Nu studeert ze taal- en letterkunde aan de

38

Universiteit Gent, maar daarvoor volgde ze de bacheloropleiding Grafische en Digitale Media bij ons. “Ik heb het forum nooit bekeken als iets dat uitsluitend met de school te maken heeft. Ik heb er een heleboel mensen leren kennen en eigenlijk kan je op het vrijetijdsforum gewoon over alles babbelen”, zegt Greet. oud-studenten De Arteveldehogeschool heeft een speciaal portaal voor alumni. Je vindt er onder andere een activiteitenkalender en een vacaturedatabank. Je kan er je cv plaatsen en op elk moment aanpassen: werkgevers kunnen er dus ook zoeken naar geschikte werkkrachten. Na je opleiding krijg je nog een jaar gratis toegang tot alle mediatheken van de Arteveldehogeschool. Daarna kan je nog als externe gebruiker worden ingeschreven voor a­ mper vijf euro per jaar. Via het internet kan je ook na je studenten­ carrière in touch blijven met de school en de vrienden die je er hebt gemaakt. Gewoon doen. Isabelle Minnebo

Nuttige links Alumniwerking Arteveldehogeschool www.arteveldehogeschool.be doorkliken naar je bent laatstejaars of oud-student

Studentenforum www.arteveldestudent.be/forum Facebook www.facebook.com LinkedIn www.linkedin.com


Je kunt alles worden  

Magazine Arteveldehogeschool - Alumniwerking

Advertisement