Page 40

Techniek

6

geheel in evenwicht te houden. We kunnen de krachten voorstellen als vectoren. Vectoren zijn pijltjes die de kracht op papier weergeven. De lengte geeft de kracht aan. We spreken af dat 1 N bijvoorbeeld voorgesteld wordt door 1 cm. De richting van de pijl geeft de richting van de kracht aan. In ons voorbeeld zijn de twee pijlen tegengesteld aan elkaar. Het grote voordeel van werken met vectoren is dat we niet moeten rekenen om een kracht te bepalen (tenminste als het niet te nauwkeurig moet en als er geen extreme hoeken aan te pas komen). We kunnen de krachten op schaal voorstellen en het resultaat meten. Als we de twee pijlen 'optellen', zal het resultaat nul zijn. Het geheel is in evenwicht. 8 Wat gebeurt er als we een katrol aan een vast punt bevestigen en er een gewicht mee optrekken? Het gewicht (de last) 'trekt' naar beneden met een kracht van bijvoorbeeld 10 N. Ikzelf trek aan het touw met een gelijke kracht van 10 N. Het gewicht zal nu blijven hangen. Maar wat is dan de belasting van het vaste punt? Op het vaste punt waaraan we de katrol bevestigden zal een 8

7

kracht worden uitgeoefend van 20 N 10 N veroorzaakt door het gewicht en 10 N veroorzaakt door mijn trekkracht (ik kan mijn trekkracht vervangen door een last met even grote trekkracht). Het vast punt moet nu 20 N 'tegen trekken' en wordt dus twee keer zo zwaar belast als toen het gewicht rechtstreeks aan het vast punt was bevestigd. We kunnen dit voor meerdere katrollen berekenen. Stel dat we een aantal katrollen hebben die samen een verhouding 1/3 veroorzaken. De berekening levert het het volgende op: 10 N + 3.3 N = 13.3 N Het vast punt is dus minder belast bij het gebruik van meerdere katrollen. 9 Wat als we de richting van de krachten veranderen? We trekken immers niet altijd evenwijdig met de richting van de trekkracht van het gewicht. Het omloopwiel in een trekkeninstallatie zal de verticale kracht omleiden naar een horizontale kracht. De twee krachten zijn gelijk. De tegenkracht is een samenstelling van beide krachten. Ook dit kunnen we grafisch oplossen: als we van de twee vectoren een parallellogram maken vormt de tegenkracht de diagonaal . Je ziet dat

goed als je een katrol aan een touwtje hangt: het touwtje ligt in de richting van de samengestelde kracht. 10 Tot hiertoe gingen we uit van een situatie in rust. We spreken dan van statische krachten. In de praktijk veroorzaakt het in beweging brengen of tot stilstand brengen van een voorwerp bijkomende krachten . Dan spreken we van dynamische krachten. Dynamische krachten worden veroorzaakt door het feit dat een voorwerp in beweging zijn snelheid wil aanhouden. Vergelijkt het met een hamer op je vinger. Leg je de hamer op je vinger, zal je amper iets voelen. Laat je de hamer van een meter hoog op je vinger vallen, voel je niet alleen de kracht veroorzaakt door het gewicht van de hamer, maar ook de kracht nodig om de hamer af te remmen. Hetzelfde gebeurt als we voorwerpen verplaatsen. De krachten die daarbij ontstaan zijn groter, waardoor ook de krachten op het vaste punt toenemen. Leesvoer: Stage Rigging, Jay O. Glerum, ISBN 0-8093-1744-3

9

KATROLLEN IN TIEN STAPPEN STEPP | 39

STEPP Mag #02  

Melomaan of megalomaan? (Mia Vaerman), Katrollen in tien stappen (Chris van Goethem), Tegen de technische stroom in (Mia Vaerman), Getest: S...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you