Page 27

OISTAT

Oistat,

de stille kracht voor de onzichtbare man. tekst Ivo Kersmaecker

A

lle Belgische scenografen en theatertechnici zijn via STEPP ook lid van Oistat. Louis Janssens vertelde dat al in het vorige nummer. Hoezo en waarom? Er zit een historisch verhaal achter dat ook de structuur van Oistat verklaart. Op de bijeenkomst van 7 en 8 juni 1968 richtte het stichtingscomité de nieuwe Organisation Internationale des Scénographes et techniciens de Théâtre - OISTT - op. Het lidmaatschap van de nieuwe organisatie vertrok telkens vanuit een nationaal centrum dat bestond uit theaterexperts van de verschillende theaterberoepen, en uit vertegenwoordigers van de bestaande nationale instellingen die zich bezighielden met theatertechnologie. Al snel kwamen er de architecten bij, en werd de ‘A’’ toegevoegd. OISTAT. Door de jaren heen veranderde de wereld, en ook de functie van OISTAT. Na de Praagse lente viel het ijzeren gordijn, en OISTAT werd een middel om de reeds bestaande contacten met de collega theatermakers daar te behouden. Het werd een beetje een achterpoortje in de muur. Na de val van die muur werd de wereld groter: Zuid-Amerika, Afrika en vooral Azië hunkerden naar technologische expertise en wilden de blik verruimen op gebied van scenografie. De poort werd wijd opengezet voor Oistat-centers die geen land vertegenwoordigden, én voor individuele leden. Ook de laatste jaren, nu het internet ons op alle mogelijke manieren verbindt, blijven wereldwijde contacten noodzakelijk. Al was het maar als hulp om de weg te vinden in de informatie die ons overspoelt.   Oistat omvat een praktische organisatie in de vorm van een secretariaat in Taiwan - met een secretary general aan het hoofd, en een president die leiding geeft aan een executief comité. Het echte werk gebeurt echter in de commissies. Daarvan zijn er zes: educatie, publicatie, geschiedenis en theorie, architectuur, scenografie (met werkgroepen rond kostuum, licht en geluid), en technologie. De commissies funtioneren onafhankelijk en leggen hun eigen accenten. Commissieleden worden afgevaardigd door de leden van de organisaties: één officieel lid per organisatie. STEPP heeft zo bijvoorbeeld actieve leden bij educatie, kostuum en technologie. Ikzelf zetel bij die laatste. Nu ik voor een tweede termijn voorzitter ben, lijkt het me logisch hierover één en ander te vertellen.  

26 | STEPP OISTAT

Ook de technology commission maakte een evolutie door. Vòòr internet – jaren ‘80 - werd de nadruk gelegd op het verzamelen en doorgeven van informatie. Normen, procedures en werkmethodes werden opgezocht en ter beschikking gesteld. Normen voor theatertechnische installaties, regels voor frequentieverdeling bij zendmicrofoons, en zo meer, werden internationaal verzameld en verspreid. Maar die activiteiten werden snel ingehaald door de evolutie van het internet. In de jaren ‘90 steunde de commissie meer en meer normerende activiteiten. Uit die periode stamt de normering voor theatertechnische tekeningen, de theateratlas en de CEN WS 25 - de Europese norm voor ‘Lifting and Load-bearing Equipment for Stages and other Production Areas within the Entertainment Industry’. De wereld staat niet stil. Internet explodeerde, en ook ons wereldbeeld: niet alleen Afrika, Zuid-Amerika en Azië komen steeds meer in beeld, ook Centraal Europa - het voormalige Oostblok - is op zoek naar internationalisering. De laatste jaren ligt het accent van de technology commission vooral op het uitbreiden en gebruiken van het enorme netwerk dat OISTAT nu is. Dat gebeurt op uiteenlopende manieren. Zo zocht de TC aansluiting bij Opera Europa, een organisatie die honderdzeven opera’s in Europa vertegenwoordigt, en wiens doelstellingen grotendeels samenlopen met die van de TC. Zeer belangrijk is momenteel het project met het moeilijke acroniem SPP (Support to Practitioners Project).: we gaan actief op zoek naar mensen die gespecialiseerde opleiding kunnen verschaffen aan collega’s die erom vragen. Een paar voorbeelden: rigging, geluidstechniek, nieuwe materialen in Servië, Europese normeringen en risico-analyse in Bulgarije, nieuwe materialen in Cyprus, etcetera. Een andere taak is het bezoeken van theaters met TC leden, waar we praten met de technici over hun werking. Voor veel theaters is het een verrijking hun dagelijkse praktijk te kunnen toetsen aan wereldwijde ervaring en gewoontes. Dat deze doelstellingen niet altijd met bittere ernst moeten worden bereikt bewijst de TIP (Technical Invention Prize). Ja, bij OISTAT zijn ze dol op acroniemen... De TIP-prijs is een internationale wedstrijd voor de meest innovatieve of creatieve ‘gadgets’: kleine hulpmiddelen door theatertechnici in elkaar geknutseld, creatieve oplossingen voor vaak voorkomende problemen. Deelnemende inzendingen werden gebundeld en voorgesteld tijdens een prijsuitreiking. Hoe geinig dit initiatief ook lijkt, het is natuurlijk vooral een middel om OISTAT centers en hun leden te tonen dat ze niet alleen staan. Ze zitten niet opgesloten in hun eigen theater in hun eigen land: over de hele wereld zijn gelijkaardige mensen aan het werk, met gelijkaardige doelstellingen. Elk op hun eigen manier. Dat delen met elkaar is zonder enige twijfel een verruiming. 

STEPP Mag #02  

Melomaan of megalomaan? (Mia Vaerman), Katrollen in tien stappen (Chris van Goethem), Tegen de technische stroom in (Mia Vaerman), Getest: S...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you