Page 1

Naam: ______________________________________________________ Nr: _________

Wero-Techniek

1


Hefbomen. 1. Vul alle cirkeltjes in met het juiste begrip. Je kan kiezen uit ďƒ L - Lp - M - Mp - S - Sp.

2. Verbind de prenten met de juiste gegevens. Lp Sp Mp Tussenstandige steun Hefboom van de 1ste soort

Lp Mp Sp Tussenstandige macht Hefboom van de 3de soort

Sp Lp Mp Tussenstandige Last Hefboom van de 2de soort

Wero-Techniek

2


3. Zie je nog ergens een hefboom? Zet dan een kruisje bij de prent.

4. Geef de volgende woorden een plaatsje in de zin. Zo bekom je een definitie… hefboom - een lastpunt - sterk - een machtpunt - een steunpunt Een werktuig dat voldoende ……………….is en waarop …………………....., ……………………....., en ……………………..... voorkomen, noemen we een ……………………………

Wero-Techniek

3


Hefbomen: Proef A. 1. Opdracht Open het flesje ENKEL met je handen. Lukt het zonder hulpmiddelen? Gaat het gemakkelijk? Welke werktuigen kan je gebruiken om het flesje te openen? Hoe gebruik je ze? _____________________________________________________________________ _____________________________________________________________________

2. Welke kenmerken heeft een hefboom? ۞ De kracht die overwonnen moest worden, noemt men ____________________ (___). ۞ De kracht die uitgeoefend moet worden, noemt men ____________________ (___). ۞ Het punt waar het werktuig de fles raakt, noemt men ____________________ (___). ۞ Het punt waar het werktuig wordt vastgenomen, noemt men ____________________ (___). ۞ Het voorwerp waarop we het werktuig gesteund hebben tijdens het openen, .....noemt men ____________________ (___). ۞ Het punt waar het werktuig de steun raakt, noemt men ____________________ (___). Noteer in de bolletjes op de tekening last (L), macht (M), lastpunt (Lp), machtpunt (Mp), steun (S), en steunpunt (Sp).

Wero-Techniek

4


3. Proef Materiaal: flesje met kroonkurk erop, flessenopener Uitvoering: Steek de flessenopener onder de kroonkurk zoals op de foto. Probeer nu de kroonkurk van het flesje te halen.

Waarneming: Gaat dit gemakkelijker dan wanneer je het enkel met de hand probeert? _____________________________________________________________________

4. Hoe komen we tot onze waarneming? Vul aan: Een werktuig dat voldoende _______________ is en waarop een _____________ -, _____________ - en _____________ punt voorkomen, noemen we een hefboom.

Voorbeelden: _____________________________________________________________________ _____________________________________________________________________

5. Slotvraag Waarom is het gebruik van een hefboom zo handig? _____________________________________________________________________ _____________________________________________________________________ ___________________________________________________________________________

Wero-Techniek

5


Hefboom: Proef B.

Probleemvraag: Hoe kan ik een zwaar boek naar een hoger punt krijgen? Speelt het een rol waar de steun ligt?

Ik veronderstel:

Wat heb ik nodig? -

Houten lat. Blokje. Een zwaar boek.

Hoe ga ik te werk? -

Leg het blokje op de grond. Leg de lat op het blokje zodat het blokje dicht bij de kist ligt.. Plaats het zware boek op het einde van de lat. Een leerling duwt rustig op het gedeelte van de lat dat omhoog staat.

Wero-Techniek

6


-

Variatie: Plaats nu het blokje zodat het in het midden van de lat ligt. Plaats het zware boek op het einde van de lat. Een leerling duwt rustig op het gedeelte van de lat dat omhoog staat.

Waarnemingsvraag: Wanneer gaat de last het makkelijkste omhoog! Als het blokje dicht bij de last ligt of ver van de last ligt?

Mijn antwoord: ____________________________________________________________ ____________________________________________________________ ____________________________________________________________ ____________________________________________________________

De kracht die moet worden overwonnen, noemt men …………………………………….. De kracht die moet worden uitgeoefend, noemt men…………………………................... Het punt waar het werktuig de steun raakt, noemt men……………………………………

Wero-Techniek

7


Hefbomen: Proef C. • Probleemvraag: Heb je wel eens gemerkt dat een verfpot zeer moeilijk open te krijgen is? • Hypothese: Kijk eens naar de lege verfpot… Hoe zou dat komen denk je? __________________________________________ __________________________________________ __________________________________________

• Leidraad: - Opsomming materiaal: * 1 Lege verfpot met deksel * 1 Lange schroevendraaier * 1 Kleine schroevendraaier

- Uitvoering: 1. Steek de punt van de korte schroevendraaier onder de dekselrand en probeer het deksel op te lichten. 2. Probeer hetzelfde met de lange schroevendraaier.

- Waarnemingsvragen en denkvragen: 1. Wanneer gaat het deksel het gemakkelijkst open? Met behulp van de korte of de lange schroevendraaier? ______________________________________ ______________________________________ 2. Hoe denk je dat dit komt? ______________________________________ ______________________________________________ Wero-Techniek

8


3. Noteer in de bolletjes op de tekening last (L), macht (M), lastpunt (Lp), machtpunt (Mp), steun (S), en steunpunt (Sp).

Wero-Techniek

9


Werkblad: verbonden vaten. Probleem: Op een feestje gisteravond werd er en spelletje gespeeld. Iemand vulde zijn glas met water en de rest moest proberen het water in hun glas even hoog krijgen. Iedereen probeerde maar het was heel moeilijk om precies hetzelfde niveau te krijgen. De daarbij komende moeilijkheid was dat bijna iedereen een ander glas had. Zou er geen manier zijn om dit te laten lukken? Wat denk jij?

Proef 1. De leerkracht neemt een doorzichtige darm en vult deze voor de helft met rood water. Wat zie je?

Teken wat je ziet in de darm.

De leerkracht doet dit opnieuw maar nu wordt ĂŠĂŠn opening met de hand afgesloten. Wat zie je?

Teken wat je ziet.

Besluit: Wat is heel belangrijk om de vloeistof op hetzelfde niveau te krijgen?

Wero-Techniek

10


De leerkracht vult de darm met olie bij? Wat zie je nu?

Ik heb 1 grote fles water, die moet ik verdelen met mijn zusje. Ik heb een volle en een lege fles en een doorzichtige darm. Hoe kan ik dit doen zonder maatbeker? ............................................................................................................................................. .............................................................................................................................................

Proef 2: 1. De leerkracht neemt de volle fles en steekt er de darm in. 2. De leerkracht zuigt de darm vol. Wat gebeurt er nu? ……………………………………………... ……………………………………………... 3. De juf sluit de slang af met haar duim

en stopt de slang in de lege fles. Wat zou er nu kunnen gebeuren? …………………………………………….. ……………………………………………..

4. Hoe kan ik nu het water in 2 gelijke delen verdelen? …………………………………………….. ……………………………………………..

Wero-Techniek

11


Besluit: Hoe je de twee uiteinden ook houdt, het water …………………………………… …

Hallo, ik ben professor Weetgraag, help jij me de definitie te maken? Wat zijn verbonden vaten?

Verbonden vaten zijn ………… vaten die ……………………………. met elkaar zodat de vloeistof van het ene vat naar het andere vat kan stromen. De vloeistofniveaus liggen allemaal op …………………… …………….niveau.

Ik ben heel blij met die definitie! Kunnen jullie mij ook voorbeelden van verbonden vaten geven die jij in het dagelijkse leven tegenkomt? ………………………………………………………………………………………… ……....... …………………………………………………………………………………………………... …………………………………………………………………………………………………... …………………………………………………………………………………………………... ………………………………………………………………………………………………….. ………………………………………………………………………………………………….. ………………………………………………………………………………………………….. …………………………………………………………………………………………………...

Kan jij ook eens voor mij hieronder zelf een verbonden vat tekenen?

Wero-Techniek

12


Verbonden vaten. 1)Wat gebeurt er hier? En wat heeft dit met verbonden vaten te maken? Aan welk voorbeeld uit het dagelijkse leven denk je?

 ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………

2) Vul de tekening aan.

3) Vul de kannen met koffie. Welke kan het meest koffie bevatten?

A

B

C

D

Waarom? ………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………

Wero-Techniek

13


4) Welke voorstelling is juist?

A

B

C

Waarom? ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………….

5) Zoek de 10 woorden die te maken hebben met verbonden vaten en schrijf ze op de lijntjes. Water

gesloten

gelijk

Vloeistofniveau Open

ongelijk

fontein

Koffiemachine Horizontaal

waterpas

verticaal meer

verbonden

koffiekan sluis

minder

deksel overstromen

vat zwembad

1) ………………….....................

6)………………………………..

2) ………………….....................

7) ………………….....................

3) …………………....................

8)

4) ………………….....................

9) ………………….....................

5) ………………….....................

10) ………………….....................

………………….....................

6) Help de professor. Professor Weetgraag is de definitie van verbonden vaten vergeten. Schrijf jij ze voor hem nog eens op? ……………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………. ………………………………………………………………………………. ……………………………………………………………………………………………. …………………………………………………………………………………………….

Wero-Techniek

14


7) Los op. Welk woord lees je?

1. Als je dit in verbonden vaten doet, dan staat het op een gelijk niveau. 2. De vloeistofniveaus liggen allemaal op een gelijk ………………….. niveau 3. Dit een voorbeeld uit het dagelijks leven. Heel mooi in de tuin of om naar te kijken. 4. Water staat op een gelijk niveau maar de vaten moeten wel ……… zijn. 5. Water staat op een gelijk niveau maar de vaten moeten wel ……… zijn

Wero-Techniek

15


Quiz. 1) Waarom zijn verbonden vaten open? A: omdat je er water in moet kunnen doen B: omdat de lucht dan niet op het water kan drukken C: er is geen verklaring voor 2) Waarom kan je geen olie in verbonden vaten doen? A: het is geen vloeistof is B: omdat de vloeistoffen gescheiden blijven en zo niet op dezelfde hoogte liggen C: omdat het water niet meer door kan 3) Wat is de juiste definitie van verbonden vaten? A: Verbonden vaten zijn open vaten die verbonden zijn met elkaar zodat de vloeistof van het ene vat naar het andere vat kan stromen. De vloeistofniveaus liggen allemaal op hetzelfde verticale niveau. B: Verbonden vaten zijn open of gesloten vaten die verbonden zijn met elkaar zodat de vloeistof van het ene vat naar het andere vat kan stromen. De vloeistofniveaus liggen allemaal op hetzelfde horizontale niveau. C: Verbonden vaten zijn open vaten die verbonden zijn met elkaar zodat de vloeistof van het ene vat naar het andere vat kan stromen. De vloeistofniveaus liggen allemaal op hetzelfde horizontale niveau.

4) Wat zijn de juiste voorbeelden van verbonden vaten? A: sluis, gieter, afvoer van toilet B: fontein, watertoren, koffieapparaat C: waterpas, fontein, gieter 5) Welke voorstelling is juist?

6) Als je beide kanten van het vat afsluit zijn het ook verbonden vaten. A: juist, er kan nu nergens meer lucht drukken. B: fout, de lucht blijft drukken. C: juist, want het water staat op gelijk niveau en dat is zo bij verbonden vaten. Wero-Techniek

16

Werkbundel WeroTechniek  

Een werkbundel ivm hefbomen en verbonden vaten. Leuke lessen binnen wero techniek.