Issuu on Google+

P.B. /P.P. 2/111 3000 LEUVEN MAIL  P802021. AFGIFTEKANTOOR 3000 LEUVEN MAIL

V.U. Koenraad De Meulder, Zirkstraat 36, B-2000 Antwerpen Cover: Mr. Henry

stemband #16 DRIEMAANDELIJKS TIJDSCHRIFT VAN KOOR&STEM VZW JAARGANG 10, 12 > 2013, NR 16


// GENRE

INHOUD 3 GRENZELOOS KOORPLEZIER Interview 6 60 JAAR Europees Muziekfestival voor de Jeugd 8 A VOICE FOR VOCAL TRAINING 10 1914-2014 11 DE STEM VAN ONS GEHEUGEN The making of

AAN DE SLAG

• Beautiful Dreamer – Jeroen D’hoe • De straat waar ik woon – Geert Van der Straeten • De liefde kan niet zonder hoop – Joost Termont • Hoe betaal ik een dirigent? 17 BINNEN BIJ SAMWD-Lier 21 BOEK Gids voor kerkmuziek 22 REPERTOIRENIEUWS

Even dit… Het zit in de kleine dingen Toen Jurn Verschraegen, de directeur van het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen, aan Koor&Stem vroeg om mee te werken aan een project rond zingen met mensen met dementie, heb ik niet lang getwijfeld. Het was meteen duidelijk dat je met dit project de kracht van het samen zingen echt tastbaar kan maken. De koorwereld spaart tijd noch moeite om over zichzelf te zeggen dat zingen goed is voor de culturele, sociale, intellectuele en emotionele ontwikkeling van mensen. Wie zelf in een koor zingt, zal dit argument onmiddellijk beamen. Voor heel wat mensen is er niets zo verfrissend, inspirerend en versterkend als de wekelijkse repetitie van het koor. Door enkele uurtjes samen te zingen verdwijnt de stress en komen mensen volledig tot rust. Voor wie wat verder af staat van het zingen, blijft dit pleidooi pro domo heel abstract. Wie nooit gezongen heeft, kan de kracht van het samen zingen moeilijk inschatten en waarderen. Het is echt wonderbaarlijk hoe snel dit voorbehoud wegvalt wanneer iemand ondervindt hoe er met mensen met dementie wordt gezongen. De essentie van het zingen komt hier op een heel diepmenselijk manier tot uiting. De kracht van het zingen zit in de kleine dingen: de tinteling in hun ogen, de spontane glimlach, het kleine gebaar of de zachte beweging.

25 CD 27 COLUMN

Zingen met mensen met dementie krijgt met het project ‘De Stem van ons Geheugen’ een kwaliteitsvolle ondersteuning. Mantelzorgers, vrijwilligers, koorzangers en dirigenten worden opgeleid om op boeiende en creatieve manier te zingen met mensen met dementie. Het project kreeg van bij de start een heel breed maatschappelijk draagvlak waardoor een uitgebreide wisselwerking van kennis en ervaring op gang kwam en er een stevige – wellicht unieke – samenwerking werd uitgebouwd tussen de zorgsector en de cultuursector. Dat brede kader hebben we ook nodig om het project ‘De Stem van ons Geheugen’ lokaal te verankeren. Voor dit project rekenen we immers op het engagement van vrijwilligers die als dirigenten, als begeleiders of als animatoren kunnen meewerken aan de opstart van lokale initiatieven. Binnen de koorwereld is heel wat expertise beschikbaar om die succesvol uit te bouwen. Wij hopen dat heel wat zangers en dirigenten de gids ‘De Stem van ons geheugen’   zullen aangrijpen om zich te engageren in dit project. Gewoon... omdat de kleine dingen belangrijk zijn ^

KOENRAAD DE MEULDER // Directeur Koor&Stem

2 // STEMBAND


// INTERVIEW

Grenzeloos koorplezier Een koorreis ondernemen of deelnemen aan een koorwedstrijd of koortreffen in het buitenland laat meestal een diepe indruk én een fijn gevoel na bij de deelnemers. Koren trekken om diverse redenen de landsgrenzen over. Ze ontmoeten er graag andere koren en oogsten er nieuwe ideeën en repertoire.

Voor wie het lokale koorlandschap en de plaats van het eigen koor daarin al goed kent, kan een koorreis naar het buitenland een nieuwe uitdaging betekenen. De ontmoeting met buitenlandse koren verschaft niet zelden meer inzicht in de eigen artistieke kwaliteiten. “Als je enkel lokaal optreedt, kan je rekenen op een soort fanclub die altijd enthousiast is”, zegt Filip Haentjens, dirigent van Makeblijde. “Dat is natuurlijk leuk, maar het zorgt niet voor een objectief beeld van waar je koor staat. Als je internationaal gaat, dan kom je andere groepen tegen die vaak dezelfde ambities hebben. Natuurlijk wil je graag weten hoe zij die doelstellingen trachten te verwezenlijken. Enkele jaren geleden deden we mee aan een wedstrijd in Tours. We strandden toen in de halve finale. In de finale hoorde ik koren die inderdaad ritmisch accurater zongen, die meer projectie en dynamische nuances brachten dan wij. Dat

gaf me een concreet beeld waar we naartoe moesten streven. We maakten de maanden daarna nog heel wat progressie. We namen deel aan de koorwedstrijd in Maasmechelen en hebben dan uiteindelijk Koor van het Jaar gewonnen. Uiteraard is het doel van een koor niet om internationale wedstrijden te winnen, maar het is wel een uitstekend middel om vooruit te komen. Als je de internationale scène gaat betreden, lijkt de lat ook tijdens de voorafgaande repetities al wat hoger te liggen. Als dirigent wil je dan het onderste uit de kan halen. Je repeteert een keer extra en iedereen is trouw op post. Er wordt wat meer per stemgroep gewerkt om aan de kleurvorming te sleutelen, en er wordt zelfs iemand bijgehaald die ook individueel met een zanger kan werken.” Ook voor een koor dat niet meteen mikt op internationale koorwedstrijden kan een koorreis of een internationale uitwisseling een boost voor de werking betekenen. Mathieu Vinken, voorzit-

Rondinella o.l.v. Rudy Van der Cruyssen © Marcel van Coile

REALISTISCHE KIJK

DRIEMAANDELIJKS TIJDSCHRIFT VAN KOOR&STEM // 3


// GRENZELOOS KOORPLEZIER

Natuurlijk is het sociale aspect van het samen onderweg zijn even belangrijk als het zingen op een koorreis

Uyt Jongsten Versaemt o.l.v. Wouter Van Gucht

FLEXIBILITEIT

ter van Uyt Jonsten Versaemt uit Schilde trok vorig jaar met zijn koor naar het Franse Léran. “Wie niet meer doet dan elke week in het eigen repetitielokaal zingen, verliest voeling met de realiteit”, zegt ook hij. “Wanneer je andere groepen ontmoet dan geef je je oren en ogen de kost: zingen ze ook vierstemmig? Werken ze met begeleiding of niet? Zingen ze zonder partituur? Integreren ze bewegingen bij het zingen? Zo toets je je eigen groep af aan de realiteit van het koorleven.”

REIZEN OM TE ZINGEN Acantus Beveren gaat al meer dan 20 jaar, op aansturen van dirigent Godfried Van de Vyvere, afwisselend op weekend, en op een iets langere koorreis naar het buitenland. “We gaan altijd op zoek naar ontmoetingen met gelijkaardige koren, met een zelfde filosofie en niveau als wij”, zegt Ria Van Huffel, die de reizen voor Acantus mee uitstippelt en organiseert. Onze leden variëren in leeftijd tussen 24 en 69 jaar. Omdat we een terugval vaststelden in het aantal deelnemers voor de langere koorreizen, deden we drie jaar geleden een bevraging bij onze leden. Daaruit leerden we dat zingen het hoofddoel van de reizen moet zijn, en als het kan op een mooie locatie. We hebben sindsdien gezocht naar meer wedstrijden, festivals en meer mogelijkheden om op te treden bij het plannen van die reizen. Het enthousiasme en de opkomst zijn daardoor terug optimaal. Dit jaar zijn we een weekend naar Amiens geweest waar we een mis gezongen hebben en volgend jaar doen we mee aan het koorfestival van Verona.”

4 // STEMBAND

De ontmoeting in het buitenland met koren die op de ene of andere manier toch anders zijn, is vaak een trigger die de zelfreflectie bij onze koren op gang brengt. Het Zeelse vrouwenkoor Makeblijde nam afgelopen zomer deel aan de Istanbul International Chorus Competition & Festival. De Zeelse dames namen het in de categorie vrouwenkoren op tegen twee koren uit Bulgarije en een uit Turkije en werden voor hun prestaties beloond met de eerste prijs in hun categorie en ook voor de hele wedstrijd. “De juryleden die uit Turkije, Wit-Rusland, Bulgarije en Macedonië kwamen, vertegenwoordigden een heel andere vocale traditie dan wij”, zegt Filip Haentjens. “Voor ons was dat een enorme uitdaging en we waren dus heel tevreden dat ze onze aanpak en stijl apprecieerden.” “Ik denk dat we als Vlaamse koren ook wel opgemerkt worden in het buitenland omdat we op het vlak van taal en stijl opvallend flexibel zijn”, gaat Filip Haentjens verder. “Net als de Scandinavische koren leven we ons gemakkelijk in als we werken uit andere culturen moeten brengen in een andere taal, een andere zangtraditie. We pikken die andere stijlen kennelijk gemakkelijker op dan bijvoorbeeld Oost-Europese koren die vaker vasthouden aan hun vertrouwde manier van zingen.”

REPERTOIRE Naast andere zangtradities ontdekt men tijdens ontmoetingen met andere koren ook vaak nieuw repertoire. “Tijdens een wedstrijd in Verona hoorde ik het ene koor na het andere”, zegt Rudy Van der Cruyssen, dirigent van Rondinella uit Knokke-Heist. “Je schrijft dan meteen titels op. Even later spreek je de dirigent aan en vraag je om de partituren eens in te mogen kijken. Zo schat je veel beter in wat het potentieel van een compositie is, dan wanneer je nieuwe stukken op internet zoekt waar je slechts een deel van kan bekijken of beluisteren.” “Acantus werd in 2009 in Portugal ontvangen door een gospelkoor”, zegt Ria Van Huffel. “Wij zijn zelf hoegenaamd geen gospelkoor, maar we hebben toen ook wel wat gospelliederen aangeleerd. De ontdekking van de plaatselijke cultuur en muziektraditie is altijd wel verrijkend, en een stimulans om er zelf ook muzikaal in te investeren.” Tegelijk geven onze koren ook muziek door aan buitenlandse collega’s. Zo zijn de koren die de internationale toer op gaan uitstekende ambassadeurs voor het Vlaamse koorleven en niet zelden ook voor de muziek van eigen bodem. “Wij zorgen er alvast voor dat we elke keer als we meedoen aan een buitenlandse wedstrijd of koortreffen, Vlaamse muziek op repertoire


// INTERVIEW

websites: www.acantusbeveren.be www.dekunstacademie.be/rondinella www.makeblijde.be www.uytjonstenversaemt.be

VIRTUEEL De reis naar het wereldforum gebeurt in de 21ste eeuw niet noodzakelijk met de autobus of het vliegtuig. Ook de snelweg van het internet biedt soms een boeiend alternatief. Die lijkt zelfs de aangewezen weg om internationaal faam te verwerven. Zo kaapte Rondinella uit Knokke-Heist deze zomer de derde plaats weg op de eerste European Choral Video Award in Turijn. Hun filmpje werd door de VRT in Brussel geregistreerd en gemonteerd tijdens hun deelname aan Koor van het Jaar 2011. “De uitslag werd bekendgemaakt op het moment dat de Olympische Spelen plaats vonden”, zegt Rudy Van der Cruyssen, dirigent van Rondinella. “De persmededeling waarin stond dat we ‘brons’ behaalden werd wellicht daarom meteen door onze nationale pers opgepikt. De wedstrijduitslag en de link naar ons filmpje werden ook via ChoralNet.org verspreid, en zo kregen we een concert aangeboden door een concertbureau uit New York. De virtuele prestatie blijkt dus internationaal gemakkelijk traceerbaar. Ook Tobin Stokes, de componist waarvan we werk zongen in onze clip plaatste het filmpje op zijn website. En zo konden we via die bekende componist weer een nieuw publiek bereiken.”

SOCIAAL CEMENT “Natuurlijk is het sociale aspect van het samen onderweg zijn even belangrijk als het zingen op een koorreis”, klonk het bij de vier betrokkenen die we contacteerden in koor. Uit ontmoetingen op internationale koorevenementen ontstaan niet alleen vriendschappen met koorzangers uit andere landen, ook de zangers van het eigen koor leren elkaar beter kennen. Mathieu Vinken, van Uyt Jonsten Versaemt vindt dat een koorreis het sociaal cement voor je koorgroep levert: “Koorleden hebben uiteraard ook zorgen die op een reis gemakkelijker gedeeld worden. Een koorreis biedt tal van gelegenheden om te luisteren of om raad te geven. En zowel de gevers als de ontvangers gaan met een voldaan gevoel naar huis. Zo worden er banden gesmeed en nieuwe afspraken gemaakt. Al die ervaringen samen creëren een draagvlak om meer engagement te krijgen bij volgende projecten, repetities en concerten.”

PRIJS Tegenover de ontelbare artistieke en sociale bonussen die reizende koren zomaar opstrijken, staat uiteraard ook een kostenplaatje. Enkele jaren tussen twee reizen laten is een optie, maar wie de smaak te pakken heeft, zoekt natuurlijk naar oplossingen om vaker te kunnen reizen. “Een koorreis naar het buitenland is een meerwaarde, zeker voor de jongeren waar wij mee werken”, zegt Rudy Van der Cruyssen, dirigent van Rondinella uit Knokke-Heist. “Jongeren zitten vaak in verschillende organisaties, en gaan al op bos-en sneeuwklassen. We beseffen dat het vandaag niet meer evident is om dan aan ouders nog eens 500 euro te vragen voor een koorreis. Daarom kiezen we voor gastgezinnen. De ervaring om een week in een Spaans gezin mee te draaien is uiteraard ook onvergetelijk voor onze zangers. We genieten bovendien gelukkig ook steun van het stadsbestuur zodat we niemand om financiële redenen hoeven uit te sluiten.” “Het financiële speelt soms echt wel een rol”, zegt Ria Van Huffel van Acantus. “Door de economische crisis in Portugal kon het koor dat ons uitgenodigd had, zelf niet meer naar Vlaanderen komen het jaar later. Als de inhoud van de reis goed zit, dan zijn onze koorleden gemotiveerd. We proberen de prijs te drukken door een spaarpot aan te leggen en die te verdelen over de leden die mee gaan. Dat doen we door met eigen mensen ieder jaar een tent met drankjes op de Beverse feesten te runnen. En we proberen voor onze reis naar Verona volgend jaar ook subsidies* voor de vervoersonkosten te krijgen van het Vlaamse bestuursniveau.” ^ *www.sociaalcultureel.be/volwassenen/intprojecten.aspx // TOM EELEN

Makeblijde o.l.v. Filip Haentjens

zetten”, zegt Rudy Van der Cruyssen van Rondinella trots. Hetzelfde enthousiasme horen we bij Acantus waar bij het opluisteren van misvieringen in het buitenland steevast voor een vierstemmige mis van een Vlaamse componist gekozen wordt, en waar ook recentere muziek van Vlaamse componisten mee naar het buitenland reist om uitgevoerd te worden.

DRIEMAANDELIJKS TIJDSCHRIFT VAN KOOR&STEM // 5


// REPORTAGE

60 jaar Europees Muziekfestival voor de Jeugd Ideale spreekbuis voor onze Vlaamse componisten 86 kinder- en jeugdkoren uit 23 landen, goed voor ruim 4.000 jongeren: alweer bleek het Europees Muziekfestival voor de Jeugd een schot in de Neerpeltse roos. 60 jaar jong en nog altijd een festival dat competitie met verbroedering combineert. En ‘en passant’ onze Vlaamse componisten een wereldwijd forum biedt.

Het Noord-Limburgse Neerpelt heeft zijn plaats op de wereldkaart verdiend. En dat dankzij het Europees Muziekfestival voor de Jeugd. Dat vond dit jaar voor de zestigste keer plaats, en wel van 27 april tot 1 mei. De anders zo rustige gemeente ziet er haar bevolking – heel even – van 17.000 naar 21.000 zielen exploderen. Leon Houben is persverantwoordelijke van het festival. Hij legt uit hoe het festival in elkaar steekt: “De meeste jeugdkoren komen uit Europa, maar er zijn ook vertegenwoordigers uit China, Singapore en Zuid-Afrika. Een week lang nemen ze deel aan deze koorwedstrijd. Dat kunnen ze doen in zes categorieën: kinderkoren, gelijkstemmige jeugdkoren, gemengde jeugdkoren, met telkens een onderscheid tussen gewone reeksen en wimpelreeksen. In die wimpelreeksen zingen de beste koren van hun categorie. Ten slotte is er ook nog een vrije reeks.”

Het mag dan wel om een koorwedstrijd gaan, toch wil het Europees Muziekfestival voor de Jeugd niet als een harde competitie gebrandmerkt worden. Daarom krijgen de deelnemende koren geen exact puntenresultaat. Koren kunnen een vermelding, een derde prijs, een tweede of een eerste prijs krijgen. De jury maakt dan nog een onderscheid tussen ‘gewone’ eerste prijzen en eerste prijzen ‘cum laude’. Heel af en toe krijgt een koor ook de vermelding ‘summa cum laude’. Vice-voorzitter van het festival Frans Ulens is erg in zijn nopjes: “Wat ons festival zo uniek maakt, is dat het een wedstrijd is waarin je gewaardeerd wil worden zonder dat het een echte competitie is. Dat is belangrijk omdat we ook de internationale ontmoetingen tussen al die jeugdige deelnemers willen stimuleren. Je kan gerust zeggen dat wij met het Europees Muziekfestival voor de Jeugd de Europese gedachte al aan het uitdragen waren nog voor Europa bestond.” Niet geheel toevallig allicht dat zelfs Herman Van Rompuy, voorzitter van de Raad van Europa, in het beschermcomité zit.

PLICHTWERK

© EMJ

Dat die internationale verbroedering niet bij woorden blijft, merken we ook als we ‘s avonds aan de enorme barbecue aanschuiven in een tent achter het college van Neerpelt. Honderden, honderden – of zijn het er duizenden – kinderen, jongeren en hun begeleiders rennen rond, eten, babbelen, zingen, roepen, maken plezier. Voor sommigen allicht nog uit stress voor de wedstrijddag van morgen, voor anderen veeleer een ontlading na hun zangprestatie van de voorbije dag.

6 // STEMBAND

Een cruciaal onderdeel van de competitie is het plichtwerk. Dat wordt al jaar en dag door Vlaamse componisten geschreven. Ondertussen zijn er op die manier al meer dan 150 werken gecomponeerd. Dit jaar behoren onder andere Geert Van der Straeten, Jan Van der Roost en Maarten Van Ingelgem tot de componisten. Persverantwoordelijke Leon Houben: “Ons festival heeft ook als doel de Vlaamse cultuur over de hele wereld uit te dragen. We krijgen daarvoor ook de uitdrukkelijke steun van het ministerie van de Vlaamse overheid. Zij financiert deze compositie-opdrachten. De werken kunnen in het Nederlands


© EMJ

// REPORTAGE

geschreven zijn, of in een andere taal (dit jaar onder andere in het Spaans en het Engels). Het valt ons wel op dat die composities zowel door onze eigen Vlaamse koren als door de buitenlandse groepen heel positief ontvangen worden. Hier en daar hoor je wel eens een koor mopperen over de uitspraak van het Nederlands, maar dat is logisch. Soms horen we ook dat koren de opgelegde werken nogal aan de moeilijke kant vinden.” Maar ook dat is evident, want het gaat tenslotte om een wedstrijd. Het Europees Muziekfestival voor de Jeugd heeft in zijn zestigjarig bestaan een hele evolutie meegemaakt. Houben: “In 1953 organiseerde het scoutskoor van Neerpelt samen met het Davidsfonds een klein regionaal festivalletje: een soort van uitwisseling met naburige gemeenten. Het initiatief is gaandeweg gegroeid. Er kwamen buitenlandse koren, initieel uit Tsjechië, Portugal, Duitsland en Nederland. Het festival is een Europees festival geworden.” En vandaag zie je dat er ook almaar meer niet-Europese jeugd- en kinderkoren naar Neerpelt afzakken.

STIJGEND NIVEAU Niet alleen de omvang van het festival is blijven toenemen, ook het niveau van de deelnemende koren stijgt jaar na jaar. Toen de Oostbloklanden afvaardigingen begonnen te sturen, viel op hoe ver die landen al stonden. Houben herinnert zich in dat verband een grappig voorval: “Ik hoorde dat een Oost-Europees koor aan de grens werd tegengehouden: het koor mocht niet naar Neerpelt en dat had niets met politiek te maken maar alles met kwaliteit. De nationale overheid vond dat het koor niet goed genoeg zong. Dus mocht het niet naar ons festival afreizen!”

gemaakt.” Ook het succes van een koor als Scala zal wel mee aan de basis liggen van de opnieuw groeiende populariteit van jongerenkoren. Het festival in Neerpelt heeft dan ook niet de minste moeite om Vlaamse koren te vinden die aan de wedstrijd willen en kunnen deelnemen. Het Europees Muziekfestival voor de Jeugd bestaat zestig jaar. Gelukkige verjaardag. Maar: vinden er voor zo’n verjaardag speciale activiteiten plaats? Limburgse nuchterheid krijgt hierbij de bovenhand, zo blijkt uit het antwoord van Houben: “Ons budget laat ons niet toe om te te gekke dingen te doen. Wél nieuw is de masterclass koordirectie. De deelnemers aan die masterclass vormen een soort van schaduwjury. En op maandag 30 april hebben we een workshop voor zo’n 600 zingende jongeren georganiseerd. Dat resulteerde in een avondconcert in samenwerking met Jo Annemans (van Voice Male). Zij brachten er de musical The Silence of the La. Wat er al niet kan gebeuren als de noot La het plots voor bekeken houdt! Klassieke onderdelen tijdens het festival blijven natuurlijk de grote stoeten, concerten, workshops en verbroederingsconcerten. Het festival alterneert koormuziek met instrumentale ensembles. In 2013 is het dus opnieuw de beurt aan instrumentale ensembles. Het wordt het eerste festival onder de leiding van de nagelnieuwe voorzitter Rutger Nuyts. Tot dan mag Neerpelt opnieuw haar honderden EMJ-vlaggen opbergen en een eenvoudige gemeente van zo’n 17.000 inwoners zijn. ^ // AART DE ZITTER

Na de val van het IJzeren Gordijn is het niveau van de deelnemende landen homogener geworden. Opvallend daarbij is dat de Vlaamse jongerenkoren het altijd maar beter blijven doen. Van leuk-amateuristisch naar bijzonder hoog. Niet evident, want zingen werd bij jongeren lang als on-cool beschouwd. Houben: “Tja, zingen was helemaal niet sexy. Maar een Amerikaanse tv-serie als ‘Glee’ (over een koor op een Amerikaanse highschool) bij onze jongeren toch weer aantrekkelijker

DRIEMAANDELIJKS TIJDSCHRIFT VAN KOOR&STEM // 7


// PROJECT

A voice for vocal training

Goede praktijkvoorbeelden rond zingen met kinderen Het project A voice for vocal training is een onderdeel van het Europees project VOICE – Vision on Innovation in Choral Music in Europe en wordt ontwikkeld door Koor&Stem in samenwerking met Chorverband Österreich (Oostenrijk), Expertisecentrum Stem (België), KÓTA (Hongarije) en Moviment Coral Català (Catalonië). Komen volgende uitspraken of vragen je bekend voor? Kinderen zingen niet meer op school. Leren leerkrachten nog wel zingen met kinderen? Waarom wordt er zo weinig aandacht gespendeerd aan vocale opvoeding? Wie de discussie over de muziekeducatie en vooral de vocale educatie in Europa volgt, komt deze opmerkingen vaak tegen. En al snel wordt er met de vinger gewezen naar het onderwijs en de trainingen van leerkrachten. Het debat verzandt dan heel snel in een lange klaagzang zonder enig positief effect. Het is natuurlijk niet zo dat het onderwijs de grote schuldenbok is. De druk op de kunst- en muziekeducatie en vooral op vocale educatie is een breed maatschappelijk fenomeen dat overal in West-Europa opduikt. Met het project A voice for vocal training wil Koor&Stem de dialoog over de vocale opvoeding van kinderen en de vocale training van leerkrachten in het hoger onderwijs in een positieve richting sturen. Dat kan door een aanzet te geven tot een constructieve dialoog rond de vocale ontwikkeling van kinderen in het onderwijs, ondanks de beperkte tijd, bescheiden middelen en een klein budget. Het project A voice for vocal training start met de opmaak van een inventaris van alle initiatieven die door de koorwereld, de koororganisaties of het onderwijs in Europa werden of worden ontwikkeld om de zangcultuur in het lager onderwijs te bevorderen. Die kennis wil Koor&Stem verzamelen via een onderzoek   in de koorwereld. Het onderzoek spitst zich toe op de volgende vier hoofdvragen: ¬ Welke impulsen geeft de koorwereld aan zingen met kinderen in het lager onderwijs? ¬ Welke impulsen geeft de koorwereld aan zingen met kinderen binnen de lerarenopleiding? ¬ Welke innoverende en inspirerende projecten ontwikkelt het onderwijs zelf rond het zingen met kinderen in het lager onderwijs?

8 // STEMBAND

¬ Welke zijn de innoverende en inspirerende praktijkvoorbeelden die in de lerarenopleiding ontwikkeld worden rond het zingen met kinderen? Binnen dit onderzoek heeft Koor&Stem ervoor geopteerd om die vraagstelling niet aan alle actoren in het werkveld voor te leggen zoals administraties voor onderwijs, administraties voor cultuur, hogescholen, conservatoria, enz. Om tot een goede afbakening te komen, richt het onderzoek zich uitsluitend tot mensen die professioneel of als amateur actief zijn in de koorwereld en tegelijkertijd ook als leerkracht les geven in het lager onderwijs of in de trainingen van leerkrachten in het hoger onderwijs. Het onderzoek inventariseert bijgevolg innovatieve en inspirerende initiatieven rond de vocale opvoeding van kinderen in het lager onderwijs en rond creatieve impulsprogramma’s voor de vocale training van studenten in de opleiding tot leerkrachten binnen het hoger onderwijs. Het project A voice for vocal training wil uit die inventaris 20 goede praktijkvoorbeelden selecteren die inspirerend, kwalitatief, attractief, breed muzikaal en innovatief zijn. Die goede voorbeelden worden uitvoerig beschreven en gedocumenteerd zodat zij model kunnen staan voor de ontwikkeling van nieuwe en vernieuwende projecten rond zingen met kinderen in het lager onderwijs en in trainingen van toekomstige leerkrachten in het hoger onderwijs. Op die manier kan het project A voice for vocal training een bijdrage leveren tot de bevordering van de zangcultuur in het lager onderwijs en de lerarenopleidingen van de hogescholen. Naast de opmaak van een inspirerende inventaris wil het project A voice for vocal training ook zelf een impulsprogramma ontwikkelen waarbij toekomstige leerkrachten aan het zingen worden gebracht. Het impulsprogramma moet de jonge studenten kennis laten maken met hun eigen stem en het zingen in groep én hen tips geven om op een kwaliteitsvolle manier te zingen met kinderen in de lagere school. Koor&Stem zal zich bij de ontwikkeling van dit impulspro-


// PROJECT

gramma uiteraard laten inspireren door de goede voorbeelden die uit het onderzoek naar voren zullen komen. Het impulsprogramma wordt opgestart in het academiejaar 2013-2014 op Vlaamse hogescholen. Koor&Stem hoopt partners over heel Europa te vinden voor de lancering van dit impulsprogramma. Hoe meer input en reacties, hoe kwaliteitsvoller de praktijkvoorbeelden en impulsprojecten worden! ^ // KOENRAAD DE MEULDER

Hoe

praktijkvoorbeeld melden? Ken je interessante projecten waarbij er gezongen wordt met kinderen op de lagere school? Of begeleid je zelf zo’n project? Vind je zingen met kinderen belangrijk? Wil je dat toekomstige leerkrachten goed opgeleid zijn om op een inspirerende en kwaliteitsvolle manier te zingen met kinderen? Neem dan contact met ons op! Ben of ken je iemand die bezig is met innovatieve en vernieuwende projecten rond zingen met kinderen in de lagere school? Ga dan zeker naar www.koorenstem.be/  a-voice-for-vocal-training en vul de enquête in. Daar kan je alle details over je project opgeven. De projecten worden later gebundeld en verspreid over heel Europa, zodat vele mensen zich erdoor kunnen laten prikkelen.

June 2012 May 2015

www.eca-ec.org/voice The many associate partners include:

INTERNATIONAL FEDERATION FOR CHORAL MUSIC

Supported by the Culture programme of the European Union Pictures: Polyfollia (Sylvain Guichard), FENIARCO - Alpe Adria Cantat, University of York, ECA-EC, Epilogi, Zangmakers (Rinie Bleeker)

Valerie Konings   valerie.konings@koorenstem.be 0032 3 237 96 43).

DRIEMAANDELIJKS TIJDSCHRIFT VAN KOOR&STEM // 9


// PROJECT

1914-2014 Binnenkort organiseert het hele land herdenkingen rond de Eerste Wereldoorlog met de vredesgedachte als centrale thema. Het samenbrengen van mensen rond vrede is daarbij een belangrijk element. De initiatiefnemers Altra Voce (Kortrijks Gemengd Koor) en Koor&Stem doen dat door samen te zingen met zangers van alle leeftijden.

VREDESORATORIUM De muziek van het oratorium wordt geschreven door de jonge componist Maarten Van Ingelgem (°1976), die reeds heel wat ervaring heeft in componeren voor koor. Hij heeft meer dan 40 composities op zijn naam staan, o.a. een kameropera voor het Jeugd Opera Festival in Utrecht, een pianoconcerto dat al in Sint-Petersburg uitgevoerd werd en tal van opdrachtwerken voor koren. In 2008 won hij de Gouden Klaproos voor koorcompositie, een prijs uitgereikt door SABAM. In 2012 ontving hij de European Award for Choral Composers met het werk 1914. De teksten zijn van de hand van Annelies Verbeke (°1976). Verbeke kon in Vlaanderen op veel bijval rekenen met haar debuutroman Slaap. De meertalige tekst, gedeeltelijk gedeclameerd, gedeeltelijk gezongen worden, is gebaseerd op thema’s rond alle tegenstellingen die in de oorlog terug te vinden zijn: oorlog-vrede, lokaal-internationaal, vriend-vijand, leven-dood, wanhoop-hoop, individu-gemeenschap, herinnering, bewustwording enz.

IN DE WESTHOEK EN ELDERS Eind oktober 2014 creëert Altra Voce het werk in Zonnebeke in de Westhoek. In die gemeente vonden destijds heel wat gevechten plaats. In de deelgemeente Passendale bevindt zich het Tyne Cot Cemetery, de grootste Britse militaire begraafplaats ter wereld. Na oktober 2014 kan het oratorium op andere plaatsen in het land worden opgevoerd. De compositie is zo opgebouwd dat koren van verschillende niveaus verschillende delen van het oratorium kunnen zingen. Een concertkoor van technisch eerder hoog niveau staat in voor de hoofdbrok van het werk, basiskoren en/of jeugdkoren zingen driestemmige koralen. Om de verbroederingsidee kracht bij te zetten, streven we ook naar deelname van buitenlandse koren. Een professioneel verteller verhaalt. De componist voorziet een bescheiden instrumentale begeleiding. Het project kan in elke gemeente een andere invulling krijgen, als deel van een herdenking of als een op zichzelf staand evenement. Het is de

10 // STEMBAND

bedoeling dat het oratorium ook buiten de specifieke context van de oorlogsherdenking gebruikt kan worden, zodat het een zinvolle repertoire-aanvulling voor de koren is.

MET JE KOOR IN JOUW GEMEENTE? De tekst van dit oratorium zal in het voorjaar van 2013 beschikbaar zijn, de afgewerkte compositie verwachten we begin 2014. Draag je koormuziek van jonge componisten een warm hart toe, zoek je naar een intergenerationeel en origineel project of is er ruimte in je gemeente om de Grote Oorlog zinvol te herdenken? Neem dan contact met ons op. Samen met je koor of gemeente bekijken we hoe dit project bij jou geprogrammeerd kan worden vanaf eind 2014. ^ // LIESBETH SEGERS


// ZINGEN MET DEMENTIE

The making of

In 2011 vroeg Koor&Stem componiste Hanne Deneire om projectleider te worden van De Stem van ons Geheugen, een initiatief dat de brug slaat tussen de koorwereld en de welzijnssector. En dat is absoluut nodig. Dementie wordt de komende decennia één van de grote uitdagingen voor onze samenleving. Een op de vijf mensen zal later de aandoening krijgen. Muziek en zang zijn unieke instrumenten om de levenskwaliteit van mensen met dementie te verhogen. Hanne Deneire laat je nader kennismaken met het project. We hebben het woord ‘contactkoor’ geïntroduceerd omdat er in Vlaanderen nog geen term was om dergelijk koor te benoemen. Men sprak wel eens van geheugenkoor maar wij vonden dat dit een negatieve connotatie heeft. Een contactkoor is een setting die gecreëerd wordt om samen te zingen, om contact door muziek te bevorderen tussen ouderen, mensen met dementie, hun familie, mantelzorgers, vrijwilligers en verzorgenden. Als iemand ouder wordt, zakt zijn stem. Dit komt door de verandering van de flexibiliteit van de stembanden. De liedjes die je dus zingt met oudere mensen kan je beter naar beneden transponeren, zodat niemand zich moet forceren. Senioren spreken en denken vanaf een bepaalde leeftijd rustiger. Heel hun levenstempo is trouwens niet meer hetzelfde als dat van jonge mensen. Als je de repetitie van je contactkoor in aangename banen wil laten verlopen voor iedereen, kan je dus beter je tempo aanpassen aan hen. Het hele verloop mag op het gemak, geef hen tijd om af en toe iets te vertellen tussen de stukken. Door het zingen van liedjes uit hun jeugd komen namelijk veel herinneringen naar boven. Hoe ga je zingen met mensen met dementie? Wat is er verschillend aan zingen met deze doelgroep of met een gewoon amateurkoor? Welk repertoire zing je dan? Wat is er naast het zingen nog belangrijk voor deze contactzangers in je koor? Het is een zoektocht van een jaar geweest. Door vele observaties in verschillende woonzorgcentra in Vlaanderen, en bij gemeentes die contactkoren opzetten, kwam het inzicht in deze nieuwe werkwijze van samen zingen.

De liedjes zelf zing je beter ook niet in het standaard tempo. Het mag trager zodat ze al de woorden, die ze zich meestal zeer goed herinneren, kunnen uitzingen. Voor jonge mensen klinkt dit soms wel grappig. We hebben voor dit project een cd van 20 bekende liederen bij ouderen opgenomen en dan vertraagd zodat zij het vlot kunnen meezingen. De woorden gaan daardoor soms wat vreemd in het

DRIEMAANDELIJKS TIJDSCHRIFT VAN KOOR&STEM // 11


// DE STEM VAN ONS GEHEUGEN

oor klinken maar als je het enthousiasme van het contactkoor ziet, weet je waarom je dat doet. Het plezier van de mensen is enorm, het contact dat ontstaat tussen de deelnemers is uniek. Je geeft hun een kader waarin ze zichzelf mogen zijn, waarin er (soms gesloten) deuren worden geopend. De muziek inspireert en stimuleert. Ook voor en na het zingen kan een ontmoeting ontstaan tussen lotgenoten. Daardoor kan je de ziekte dementie bespreekbaar maken en mantelzorgers en familie hun ervaringen laten delen. De mensen zijn zo blij met een beetje aandacht en contact, geleid door een goeie portie muziek.

OP BEZOEK BIJ FOTON IN BRUGGE Op een koude maar zonnige namiddag word ik hartelijk ontvangen in de prachtige gebouwen van Familiezorg West-Vlaanderen vzw, een integrale en autonome thuiszorgdienst. Daar komt maandelijks het Fotonkoor samen om te zingen. Dit contactkoor is een mix van mensen met dementie, hun familie en vrijwilligers. Op de uitnodiging staat duidelijk dat je welkom bent in duovorm: een persoon met dementie en zijn verzorger / familie / mantelzorger. Dankzij het brede netwerk van het Fotonkoor is er een uitgebreide promotie gevoerd. De repetities vinden plaats in de gebouwen van Familiezorg. Daaronder is ook het Regionale Expertisecentrum Dementie Foton gevestigd. Dat centrum staat in voor een thuisbegeleidingsdienst (waardoor er veel rechtstreeks contact is met thuiswonende mensen met dementie) en voor het expertisecentrum als informatiepunt. Doorslaggevende factoren daarbij zijn: een sterk uitgedachte visie over zingen met dementie en over de betrokkenheid van de omgeving, een perfect kader om het koor te laten repeteren en een optimale promotie om de doelgroep te bereiken. Dit contactkoor werkt en zingt erop los. Voor en na de repetitie voel je het warme contact dat ontstaat tussen de lotgenoten. Ze zijn niet bang voor het woord dementie en praten openlijk met elkaar over hun ervaringen en de hindernissen die ze overwonnen hebben en willen overwinnen. Ze kunnen er altijd een kopje koffie drinken want de deuren van dit huis staan steeds open. Door het zingen hebben ze een reden om er naartoe te gaan en te blijven komen. Door het koor komen ze op een eenvoudige wijze in contact met anderen in dezelfde situatie. De vrijwilligers van Foton staan ter beschikking tijdens de repetitie maar ook ervoor en erna. Een project dat voor vele gemeentes kan dienen als voorbeeld en inspiratie.

Music for Life in het teken van dementie Studio Brussel lanceert in de week van 17 tot 23 december 2012 een nieuwe solidariteitsactie Music for Life. De jongerenzender plaatst het doorbreken van het taboe rond dementie centraal. Jurn Verschraegen, coördinator van het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen, is bijzonder enthousiast over het engagement van Studio Brussel. “Het is ontzettend belangrijk dat de mentaliteit in Vlaanderen verandert want er er hangt momenteel nog, in tegenstelling tot in sommige andere landen, een taboesfeer rond dementie. De ziekte wordt maar moeilijk sociaal aanvaard.”

Samen zingen met mensen met dementie doet recht aan een behoefte om in deze samenleving nog mee te tellen. Een hernieuwd contact is mogelijk, met de eigen partner, maar ook met vrienden en gelijkgestemden. Op die manier focussen we op de mogelijkheden die er nog zijn ondanks dementie. In het kader van dit project bieden we een praktische gids, een cd, partituren en tekstbundels aan. Met de gids ‘De Stem van ons Geheugen’ willen we inspireren. We willen iedereen die een contactkoor wil beginnen op weg helpen. Tegelijk willen we geen vast parcours opleggen. Het is de bedoeling om mensen met een verschillend profiel (vrijwilliger, dochter/ zoon, medewerker, zanger van een koor, directie…) ideeën aan te reiken om te starten te zingen met mensen met dementie. We beschreven hoe dit kan gebeuren, maar hoe jij dit aanpakt, hangt natuurlijk af van de mogelijkheden die je zelf hebt. Voel je dus vrij om hiermee creatief aan de slag te gaan!  ‘De Stem van ons Geheugen’ is een initiatief van het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen vzw en Koor&Stem vzw met medewerking van volgende partners: het regionaal expertisecentrum dementie West-Vlaanderen-Foton, het Imeldaziekenhuis vzw en het Woon- en Zorgcentrum Den Olm. Het project wordt ondersteund door de Provincie Antwerpen, CERA en het Forum voor Amateurkunsten ^ // HANNE DENEIRE Zie www.zingenmetdementie.be voor meer info.

12 // STEMBAND


BEAUTIFUL DREAMER STEPHEN COLLINS FOSTER SATB CHOIR ARRANGEMENT: JEROEN D’HOE Stephen Foster (1826-1864) schreef Beautiful Dreamer in de laatste jaren van zijn leven, twee maanden na zijn dood. Oorspronkelijk schreef hij het als serenade voor sopraan met een eenvoudige, arpeggio pianobegeleiding. Jeroen D’hoe (°1968) bewerkte deze klassieker voor vierstemmig gemengd (basis-)koor.

AMERIKAANSE KLASSIEKER Beautiful Dreamer is een lied dat meteen goed in het oor ligt en dat je ook meteen herkent. Stephen Foster (1826-1864) gebruikt hier geen ingewikkelde ritmes, maar hanteert gedurende het hele lied een relatief simpele melodie en harmonie die doorgaans iedereen wel kan smaken. Foster, ook wel bekend als de ‘father of American music’, heeft verschillende klassiekers op zijn palmares staan. Denk maar aan Oh! Susanna, Camptown Races en Swanee River, die vandaag nog steeds even populair zijn als honderdvijftig jaar geleden. In deze koorbewerking vinden we het eenvoudige van Fosters origineel terug, aangepast aan de karakteristieken van een koor: D’hoe schrijft lange, gebonden lijnen.

bogen lopen (let erop dat de gepunteerde halve noot in maat 2 haar spanning niet verliest naar maat 3 toe!), kun je overgaan naar het vierstemmig instuderen. Zorg er daarbij voor, dat de melodie niet te veel naar de achtergrond verhuist en dat in maten 9 en 10 de heren genoeg op de voorgrond treden met hun deel van de melodie. Het geheel kun je het beste in een grote maat van 3 slaan. In maat 12 kan de laatste tel onderverdeeld worden om de alten en tenoren te begeleiden in een kleine vertraging, zodat het koor niet halsoverkop doorloopt naar maat 13. Verzeker je er wel van, dat de alten en tenoren op deze laatste tel van maat 12 niet elke noot onder ‘-dy’ (van ‘melody’) apart terug aanzetten (met dikwijls dan een lelijke ‘h’-klank ertussen). Dit dient legato gezongen te worden, in één lange lijn. Om het stuk rustig neer te leggen kan die techniek ook in de voorlaatste maat toegepast worden. Leg je lijn echter na de eerste strofe niet te veel neer: hou dat voor het échte einde, na strofe 2. Houd je klinker helder. Vlamingen zijn geneigd om een doffere (luiere) uitspraak te hanteren. Voor het Engels is dat zeker uit den boze. Het woordje ‘dreamer’ dient dan ook niet te eindigen op een te doffe sjwa. De eerste r van het woordje ‘dreamer’ is gerold, de tweede wordt niet uitgesproken. Ook in starlight: deze r wordt niet gezongen. In een fonetisch Engels woordenboek kan je al deze woorden gemakkelijk terugvinden ^ // KOEN VITS

Beautiful Dreamer Text and Music: Stephen C. Foster (1826 - 1864)

S.

mf Y C ! Y Y 98 h [

moderato (

C O = 62)

C C h h

g g g f C XC C BO

CO CO

Beau - ti - ful dream -er, Beau - ti - ful dream -er,

LEGATO EN LIJNEN De mooie melodie van Beautiful Dreamer kenmerkt zich in de eerste plaats door de lange, doorlopende lijnen over vier maten. Het is dan ook aangewezen dat het koor deze lijnen tracht te onderhouden. Vermijd een gezamenlijke ademhaling tussen maten twee en drie. De lijnen lopen mooi per vier maten over het hele stuk. Het zal niet voor alle koren evident zijn om deze lijn door te trekken, koorademhaling blijkt hier dan ook de gepaste oplossing. Om het lied in te studeren, is het aan te raden om eerst met het koor te ontdekken waar de melodie zit: die verspringt immers van de sopraanstem naar de bassen in maten negen en tien. Als het koor zich daarvan bewust is, kan iedereen samen de melodie zingen. Door het hele koor de melodie te laten zingen, kun je de aandacht reeds vestigen op de lange legatolijnen en wordt meteen ook de eenvoudige structuur van het werkje duidelijk: de eerste twee zinnen zijn melodisch quasi identiek (enkel het einde verschilt), daarna volgt een B-gedeelte, om af te sluiten met A’, verlengd met een klein ‘staartje’. Wanneer iedereen van het koor begrijpt waar de melodie zit en hoe de

A.

Y mf g ! Y Y 98 C

g g C C

Y mp Õ! Y Y 98 B O

CO CO

Beau Beau

B.

-

mp # YY 9 B O Y8 ]

Beau Beau

[

5

mf Y C ! YY h

h

C

C

C

g

g

CO

CO

sounds va

-

-

sounds va

-

-

mp # YY B O Y ]

C C

h

C

CO

g

mf CO

g C

g

g

g

g

C h

C

g g mp C C BO CO

g C

h

C

C

g

g

C

C

g

g

C

C

g g mp C C BO CO

g

CO

mp BO CO

CO

light maids

for lore

-

thee; lei;

-

er, er,

star mer

-

light maids

for lore

-

thee; lei;

h

C

g

f

CO

C C h h

C

h

CO

C h

g

C C

mp BO CO

g C

g C

g C

lull’d by the moon - light have all pass’d a wait - ing to fade at the bright com - ing

BO

C

BO

CO

day borne,

C

-

mf CO CO

CO

in the pors are

h

star mer

BO

day borne,

C

er, er,

heard in the day, va - pors are borne,

in the pors are

C C C h h h

C

h

-

heard in the day, va - pors are borne,

C

h

star - light and dew - drops are wait - ing for thee, mer - maids are chaunt - ing the wild lore - lei;

g g g f C XC C BO

CO

sounds of the rude world o - ver the stream - let,

Y mp Õ! Y Y B O

BO

ti - ful dream ti - ful dream

CO C

wake un - to me, out on the sea,

BO

sounds of the rude world o - ver the stream - let,

mf Y g ! YY C

g

C

C

C

star - light and dew - drops are wait - ing for thee, mer - maids are chaunt - ing the wild lore - lei;

f g g C C BO

ti - ful dream ti - ful dream

C C C h h h

-

h

g g C C C

h

h

wake un - to me, out on the sea,

Beau - ti - ful dream -er, Beau - ti - ful dream -er,

T.

Arrangement: Jeroen D’hoe (º1968)

g

h

C C

g

C

g

C

g

C

g

g

C

C

g

g

C

lull’d by the moon - light have all pass’d a wait - ing to fade at the bright com - ing

mf CO

CO

C

all fade

pass’d at

a the

-

all fade

pass’d at

a the

-

mf CO

CO

CO

C

g

© 2012 Centrum voor Vocale Muziek vzw, Antwerpen, info@cvm.be

DRIEMAANDELIJKS TIJDSCHRIFT VAN KOOR&STEM // 13

AAN DE SLAG

// GENRE


// GENRE

DE STRAAT WAAR IK WOON GEERT VAN DER STRAETEN In 2005 componeerde Geert Van der Straeten De straat waar ik woon op tekst van Christina Guirlande voor de koorpagina’s bij StemBand. Het is een pittig, folky nummer voor gelijke stemmen in de stijl van Laïs. Ondertussen schreef hij ook een versie voor gemengde stemmen. Nele Dufait bespreekt de gelijkstemmige versie en zet die naast de nieuwe voor gemengd koor.

EEN PITTIGE MELODIE MET EEN QUASI INSTRUMENTALE BEGELEIDING De straat waar ik woon is een lied met 4 strofen waarbij de hoofdmelodie ondersteund wordt door een vrij ritmische begeleiding. De hoofdmelodie is als het ware doorgecomponeerd over de strofen heen en beperkt zich niet tot de eerste stem. In de tweede strofe wordt de melodie door de tweede stem overgenomen. In de begeleiding zien we drie verschillende motieven. We hebben allereerst het ‘Nah’-motief ( strofe 1 en 2) met veel gebonden noten, dat aan strijkers doet denken. Daarnaast staat het heel levendige ‘Lalalalai’-motief (vooral in strofe 3) met een speels fluitkarakter en ten slotte het ‘Diridom’-motief met twee verschillende karakters: in de tweede stem klinkt het als een kleine trom, terwijl het in de laagste stem de typische basondersteuning geeft door pauken of bastuba.

OPBOUW In deze ode aan ‘De straat waar ik woon’ wordt de camera gericht op een doodgewone straat waar alles zijn gewone gangetje gaat en iedereen rustig zijn eigen ding doet. Maar als er iets te vieren valt, feest iedereen uitbundig mee om achteraf weer rustig thuis te komen in eigen huis. Na een ‘instrumentale’ inleiding (Nah) die ons onmiddellijk het folky karakter van het stuk laat horen, zet de bovenstem heel duidelijk in met de hoofdmelodie; éénstemmig, zonder begeleiding. Heel snel vervoegt de tweede stem deze melodie maar ze gaat al na enkele noten haar eigen gang. Op dat moment zet ook de derde stem de instrumentale begeleiding in waarbij de middenstem zich kort daarna aansluit. De tweede strofe start met de instrumentale inleiding door de laagste stem, die bij de inzet van de melodie in de middenstem door de bovenstem

overgenomen wordt. De derde strofe is heel kleur- en klankrijk. Het feest in de straat start met het slagwerk van kleine trom en pauken (Diridom) en de melodie wordt begeleid door fluiten (Lalalalai) en bastuba (Diridom) in een groot crescendo naar het einde van de strofe toe (het feest dat bruist en knalt). Bij de aanvang van de vierde strofe wordt het feest afgesloten met een spetterend vuurwerk (Lalalai). De melodie zet, zoals in strofe 1, in één stem in. De anderen komen er één na één bij.

INSTUDEREN Bij het instuderen is het zeer handig om het hele koor de volledige melodie aan te leren zodat die door alle zangers goed gekend is en duidelijk op de voorgrond kan komen. Hier is vooral de tekst van belang. Een duidelijke pittige articulatie en een mooie boogspanning per zin zijn heel belangrijk. De begeleidende stemmen moeten het vooral hebben van het ritme en het juiste karakter.

GELIJKSTEMMIG VERSUS GEMENGD Wanneer we de twee verschillende versies naast elkaar plaatsen, merken we op dat door de verschillende ligging van de stemmen het lied een totaal andere sfeer krijgt. Waar in de gelijkstemmige versie alles dicht bij elkaar ligt, krijgen we in de gemengde versie (met de mannenstemmen) veel meer diepte. Zo liggen bijvoorbeeld in de gelijkstemmige versie in strofe 2 vanaf maat 17 de midden- en laagste stem heel dicht bij elkaar terwijl in de gemengde versie de bariton zijn eigen weg gaat met een melodie over een veel grotere tessituur waardoor het geheel veel uitbundiger klinkt. In de nieuwe versie voor gemengd koor speelt de componist met de klankkleuren wanneer hij de oorspronkelijke partijen onderling van plaats verwisselt. Dat is vooral in strofe 3 het geval: de sopranen zetten de melodie in maar de alten nemen die over terwijl de sopranen de feestelijke hoge noten zingen. Daartegenover staat dan het mooie kleurenspel in de gelijkstemmige versie waar de melodie volledig door de bovenstemmen wordt gezongen en de middenstemmen met hun vollere klanken de discantmelodie zingen. 26 [

g g g C C C C C C C C C T C C C C CO C h h h h h h h In defeesgelijkstemmige versie, alle stemmen in dalende - te - lij - ke straat la la waar lai op uit g la lag lai lag la la lag lai la lai g T S g van T S C C om T de Y C C C moeilijk lijn! gaan op het einde strofe 3, C C C C C isC het C echt CO CO C C C h g

C

T SO

C

S

-dom, dite - ribewaren - dom - te - lij feest - ke men dat -sen zobruist - als jijen knalt’ en ik, la spanning f C metopfees‘een C C C C C in maat C C C # Y RO CO CO SO T C C CO h h h h 31-32. In de recente versie voor gemengde stemmen met een h ] di - ri - dom, di - dom, di - ri - di - ri - di - ri -dom, lai - la stijgende baritonlijn is de opbouw echter gemakkelijker te bewerkstelligen. ^ 29

[

! Y C

C

C C

C

h

h

h

C

C

- zon - der - lij - ke da -gen dat // NELE DUFAIT

! Y CO #

Y C

]

CO C

C h

lai

h

BO

C CO

[

! Y C

32

g C

g

C

# ] [

Y

C

C C C h

C

g g

C

g

CO C

straat waar ik woon is

Q

C

g

de

h

CO lai CO

CO

C

T S

C

(

C

la,

C O)

lai

T

Lai lai

lai

g g g CO C C C C Q

la la la lai

g C C

h

g

C

CO

C C

C

de

C

C

de

h

C

g C

we - reld in het klein

Q

C

C

g

h

C

C

g

C

C

C

C

C

C

C

h

h

CO

C

C

he - le buurt een feest,

h

C

C g

h

C O S mf g C

C CO

g g g g C C C C CO SO

la

la lai

la lai

la

lai

la la la la lai.

C

g

voor

C

C

C

mf

g C

een

la

C C

g

C

C

BO

la

T S

g

he - le buurt een feest

C g

h

he - le buurt de straat op voor een

lai - la la, de

CO

Lai

C

C

ff O C CO ff

CO SO

en knalt!

C

CO

SO

CO

feest dat bruist

C C

iets te vie - ren valt,

CO SO

en knalt!

h

er

h

lai

en knalt!

C C C

C

C O)

(

dat bruist

! Y CO ! Y

C

C

lai

C

feest dat bruist

! Y C

h

CO

la

lai - la lai la lai

35

14 // STEMBAND

g C C

! Y C

lai.

4. De

Q

g C

C

g C

g C C

C

g C

gro - t’en klei - ne men -sen zo - als

S

C

g

C

C

g

C

g C C

C

g

Voor klei - ne men -sen zo - als


DE LIEFDE KAN NIET ZONDER DE HOOP JOOST TERMONT

Op de bekende uitspraak van de H. Augustinus schreef Joost Termont een charmant en goed zingbaar koorwerk voor drie gemengde stemmen (S-A-Bar), voorzien van een eenvoudige orgelbegeleiding. De duidelijke AB-structuur maakt het werk overzichtelijk en bevattelijk. De componist hield rekening met het stembereik (ambitus) wat de haalbaarheid ervan bij een groot aantal liturgische koren in Vlaanderen reëel vergroot.

met het samen zetten van de sopraan en de mannenstem en laat vervolgens het geheel driestemmig klinken.  Verzorg de verschillende steminzetten in maat 19 (met opmaat) en houd de eenvoudige imitaties doorzichtig. De syncope in de sopraan is ook een aandachtspunt.  Vanaf maat 23 wordt de intonatie hét aandachtspunt! De grote sprongen in de mannenstem behandel je beter even apart. Breng ze vervolgens samen met de sopraan waarbij je focust op het kwint-interval in maat 26. De alt heeft de taak om het verschil te leren horen tussen sol en sol kruis.   Vanaf maat 27 tot 30: laat eerst de sopraan en de alt samen laten klinken en voeg nadien een strakke bas toe.   Voorzie in maat 35 even tijd voor de fa hersteld in de alt. Stem vervolgens de drie slotmaten mooi op elkaar af (Sib!). Let erop dat de spanning in de slotnoot van de sopraan niet verslapt.

WOORDEXPRESSIE EN UITSPRAAK Maak het koor gevoelig voor woordexpressie en uitspraak: vermijd in het woord allebei dat de ‘ei’ een éénklank wordt. Zing de doffe e van het woord liefde niet te donker. Dat kan door een lichte kleuring naar de ‘eu’ mee te geven. Zing de compositie volgens een rustige puls en niet volgens de wetmatigheid van een 2/2 (zwaar-licht): beeld je in dat er geen maatstrepen staan.  Veel succes! ^ // LUDO CLAESEN

HOU HET TEMPO GAANDE Opvallend en misschien wat ongewoon is het gebruik van de maatsoort 2/2 waardoor de indruk kan ontstaan dit stuk erg langzaam uit te moeten uitvoeren. Niets is minder waar: hou het tempo gaande en laat de muziek niet stilstaan maar stromen op basis van de natuurlijke tekstprosodie. Bovendien draagt de overwegend homoritmische behandeling sterk bij tot een betere verstaanbaarheid. Een tweede opvallend element is het zelfstandige verloop van elke stem: in wezen gaat het om drie zelfstandige melodieën die hier en daar wat ‘botsingen’ toelaten ten voordele van nieuw klinkende samenklanken. Daardoor komt dit werk, ondanks zijn eenvoud, erg verfrissend over, terwijl het voor sommige zangers wat ongewoon zal aanvoelen. (bv. van maat 11 tot 17)  De overwegend syllabische behandeling van de tekst vraagt extra aandacht in het legatozingen; de vocalen moeten erg gestroomlijnd blijven klinken!

De liefde kan niet zonder de hoop

A

B

Orgel

AANDACHTSPUNTEN BIJ HET INSTUDEREN Let op de syncope in de eerste maat voor de alt: word niet onrustig en zing op basis van de pulserende mannenstem.  Zorg ervoor dat de alt in maat 6 voorzichtig in het unisono terechtkomt.   Vertraag niet op de triool in maat 9. Je mag wel meer tijd nemen in maat 17 – het einde van het A-deel – om de zin mooi neer te leggen en te ontspannen.  Geef het verschil in ritme goed aan in maat 11 en werk vervolgens aan de intonatie tot en met maat 18. Begin daarbij eerst

Tekst : Augustinus Muziek : Joost Termont

   = 60 S  

  

mp

 

De

lief - de,

mp

  

zon - der de



niet zon - der de

hoop,

   



hoop.



hoop.

De mf

De

   

hoop,

 mf 

zon - der de

  

Bestelcode : KW / SAB / 10

 

 

   

 

 

lief -

de,

de,

lief - de,



 

 lief

 -

de

   lief

hoop.

-

 

mf

de

Lief - de

de

lief -

 hoop,

 

lief - de kan

de,

de

  

     



  

mf

lief - de kan niet zon -der de

lief - de,

6

-

         

De

lief - de, lief

  

 

De

 mp  

mp

kan niet zon -der de hoop. 

     

kan niet zon -der de hoop.

      

kan niet zon -der de hoop.

  



  

De

 

De

De

 



Copyright VCLM, Leuven, 2012

DRIEMAANDELIJKS TIJDSCHRIFT VAN KOOR&STEM // 15

AAN DE SLAG

// GENRE


// GENRE

HOE BETAAL IK EEN DIRIGENT? #2 In de vorige editie van Stemband hebben we de reële kostenvergoeding, de forfaitaire kostenvergoeding en de kleine vergoedingsregeling onder de loep genomen. Je kan al die regelingen gebruiken om je dirigent een financiële vergoeding te bezorgen voor het werk dat hij of zij levert binnen je koor. In feite zijn het hulpmiddeltjes omdat een echt statuut voor de dirigent van een amateurkoor niet bestaat. Als je toch een duurzame oplossingen wil, dan kan je als dirigent kiezen voor het statuut van zelfstandige in hoofdberoep of zelfstandige in bijberoep. Dit heeft het grote voordeel dat beide statuten wettelijke geregeld zijn en dat bestaande procedures kunnen gevolgd worden. Je kan natuurlijk ook gebruik maken van het sociaal statuut van de kunstenaar om als werknemer betaald te worden voor artistieke prestaties.

ZELFSTANDIGE IN HOOFDBEROEP De praktijk wijst uit dat er binnen de koorwereld weinig gebruik gemaakt wordt van het statuut van zelfstandige. De meeste dirigenten hebben een job in loondienst en komen dus niet in aanmerking voor dat statuut. Wie toch de stap wil wagen, moet voldoen aan een aantal verplichtingen: inschrijving bij een ondernemingsloket, aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen, aansluiten bij een ziekenfonds, een BTW-nummer en een zelfstandigheidsverklaring aanvragen. Het is een eenmalige investering in tijd en moeite om dit statuut rond te krijgen.

ZELFSTANDIGE IN BIJBEROEP Het statuut van zelfstandige in bijberoep vind je frequenter terug in de koorwereld. Dirigenten die naast hun hoofdberoep in het onderwijs of elders nog enkele uren dirigeren kunnen terugvallen op het statuut van zelfstandige in bijberoep. De voorwaarden om in dit statuut in te stappen zijn gekoppeld aan de tijd die je aan je hoofdactiviteit besteedt. De normen zijn verschillend voor werknemers, ambtenaren, docenten en leerkrachten. Een zelfstandige in bijberoep is grotendeels onderworpen aan dezelfde regels als een zelfstandige in hoofdberoep. De verschillen zitten vooral in de sociale bescherming en in de bijdragevoeten van de sociale bijdragen. Het statuut van zelfstandige in bijberoep is zowel voor het koor als voor de dirigent zelf heel transparant. De dirigent is in feite een free-lancer die in het koor werkt zonder dat er sociale of fiscale band met het koor bestaat.

16 // STEMBAND

SOCIAAL STATUUT VAN DE KUNSTENAAR Als je als dirigent een vergoeding ontvangt die geen kostenvergoeding is en je met de werkgever niet bent verbonden door een arbeidsovereenkomst, dan treedt het sociaal statuut van de kunstenaar in werking. Je wordt dan gelijkgesteld met een werknemer. In principe is de werkgever dan verplicht alle werkgeversverplichtingen te vervullen. Omdat koorbesturen of andere culturele organisaties vaak niet in staat zijn om al die verplichtingen te vervullen, werden er Sociale Bureaus voor Kunstenaars (SBK’s) opgericht die tegen vergoeding alle werkgeversverplichtingen op zich nemen. Het grote voordeel is dat een SBK alle papierwerk voor je regelt. Je maakt een (schriftelijke) afspraak met je opdrachtgever/werkgever over de prijs, de locatie, enz. Het SBK, dat je zelf hebt gekozen, betaalt je nettoloon na afhouding van bijdragen, RSZ en een kostenpercentage en bezorgt je de loonfiches en alle andere documenten. Er bestaan soms verschillen in de kosten en werkwijzen van SBK’s. Wij raden je dan ook aan je eerst grondig te informeren. Voor meer informatie over deze statuten verwijzen we graag naar www.kunstenloket.be. Op die site vind je alle praktische informatie over deze statuten. ^ Bron: www.kunstenloket.be // KOENRAAD DE MEULDER


// BINNEN BIJ

BINNEN BIJ

SAMWD-Lier

een academie waar al jaren koormuziek in zit Het is de bedoeling van deze vierdelige reeks interviews die academiën wat meer in de schijnwerpers te zetten die met meer dan gewoon succes het vocale aspect van hun opleidingen hebben uitgebouwd. Daarmee willen we vooral voorbeelden aanbieden die anderen kunnen stimuleren.

Hoe komt het dat de Netestad – naast andere muzikale troeven – zo’n bloeiend koorleven heeft? Natuurlijk is daar nooit slechts één oorzaak voor, maar we kunnen er niet naast kijken: de plaatselijke SAMWD o.l.v. directeur Freddy Marien speelt daarin al 20 jaar een prominente rol. We laten het hem graag zelf vertellen, en dat doet hij met verve, voor de vuist weg, als een levend geschiedenisboek, als een kenner van het oude en het nieuwe decreet, enthousiast, overtuigend en innemend. ¬ Freddy MARIEN “De visie die we ontwikkelden, bouwt op twee pijlers. Ten eerste: toen ik directeur werd, was nog maar net het nieuwe decreet in voege. Ik kon zelf accenten leggen en ging daarbij uit van de idee dat muziek maken vertrekt vanuit samen zingen. Dat legt de basis van ademhaling, zinsbouw, techniek, dynamiek, zowel voor instrumentalisten als voor zangers. Voordien genoot samenzang om verschillende redenen zeker geen voorrang. Ten tweede bood zich een belangrijke extra kans aan: aan het Lemmensinstituut studeerden net enkele generaties jonge koordirigenten af. Ik kon Noëlle Schepens, Marleen De Boo en Geert Hendrix aanwerven. Zij zouden dat nieuwe vak ‘samenzang’ geven. Reeds na een half jaar ontstond de idee om het uit te breiden (van slechts een half uur per leer-

jaar) tot een uur tussen de notenleerlessen van L1 en L2 in. Dat werkt natuurlijk pas – en dat geldt ook voor het komende decreet! – als de samenzangleerkracht ervoor opgeleid is. Het resultaat was zo overtuigend dat we het volgende schooljaar de werkwijze uitbreidden over de hele school en de filialen. Het gevolg was duidelijk, niet in de laatste plaats in de instrumentklassen. Toch wordt het steeds moeilijker om te realiseren waar we twintig jaar geleden mee begonnen zijn. Er studeren minder koordirigenten af; leerkrachten samenzang in de lagere graden willen o.a. om financiële redenen hogerop; ook de wettelijke regeling van het ‘vereiste bekwaamheidsdiploma’ is daarvoor verantwoordelijk.”

KOREN BINNEN EN BUITEN DE ACADEMIE. ¬ Freddy MARIEN “Door onze opvatting en organisatie zie ik alle samenzanggroepen als koren, 35 in de SAMWD-Lier. Specifiek bezig met koorwerking buiten de samenzang zijn er in de hoofdschool drie: het volwassenenkoor Euterpe, het kinderkoor Julica (tot 14 jaar) en het meisjeskoor Amarylca. De filialen Zandhoven, Ranst en Nijlen vormen samen nog het volwassenenkoor VocaLierza. De leden van al die koren kiezen er bewust voor anderhalf uur naar het koor te komen (i.p.v. een

Freddy Mariën © Ivo Jacobs

DE KRACHT VAN DECRETEN

uur les). In Julica en Amarylca gaan we zelfs met audities te werk. Maar zangplezier is er in alle formaties! Een moeilijkheid: de besparingen vanaf schooljaar 2009-10 gaven leerlingen zang/stemvorming de mogelijkheid om aan de verplichting samenzang te voldoen in een koor buiten de academie. Die werden slechts voor 70% gesubsidieerd, terwijl de (kleinere) klas bleef bestaan en evenveel uren vroeg! Dat scheelde in 2010 ineens 50 lesuren! We pasten het systeem aan door de verenigingen waar een leraar van de school de leiding heeft, als een cursus samenzang in te schrijven. Verenigingen zonder zo’n leraar kwamen alleen in aanmerking als ze binnen het grondgebied van de gemeente actief waren. Het reduceerde het aantal vrijstellingen met 50%. Toch sta ik achter dat systeem: de band en wisselwerking met de muziekwereld buiten de academie zijn een absoluut be-

DRIEMAANDELIJKS TIJDSCHRIFT VAN KOOR&STEM // 17


// BINNEN BIJ

Noëlle Schepens

langrijk gegeven. Die moet vroeg genoeg worden aangehaald en niet pas als de leerling uit H3 afstudeert. Als tegenbeweging motiveren de verenigingen hun leden ook meer om naar de academie te gaan. Daardoor kunnen er ook makkelijker projecten worden opgezet in samenwerking met verenigingen!”

TROEVEN ¬ Freddy MARIEN “De dirigentenopleiding – elf jaar geleden een experiment; daarna een ‘tijdelijk project’ – is twee jaar geleden, met een aantal beperkingen, officieel gemaakt en in het decreet ingeschreven. De belangrijkste beperking was: “slechts één per provincie”; voor Antwerpen is dat Lier geworden. In de nieuwe structuur wil men het decreet inschrijven in de Europese kwalificatiestructuur. Dat zou dan kunnen leiden naar een diploma waaraan een civiel effect verbonden is. Er zijn – gezien het grote aantal koren in Vlaanderen – te weinig koordirigenten. Zo’n Europese erkenning van de opleiding kan hen kansen geven om een betere (beroeps) situatie te bereiken. Dat zou werkelijk een vooruitgang betekenen. Een kruisbestuiving met de initiatieven van Koor en Stem zou geen slechte zaak zijn: als wij de geïnteresseerden op hun kortere kennismakings- of initiatiecursussen attent maken, en zij de geschikte kandidaten op onze zwaardere opleiding, kunnen we de goede zaak alleen maar bevorderen. We willen ook de mogelijkheid bespreken om een kinderkoordirigentopleiding aan te bieden. Natuurlijk is ook de Jezuïetenkerk een extra troef: we wilden een grote ruimte om te kunnen musiceren en optreden. Het was van bij het begin onze bedoeling die kerk, die aan de academie aanleunt, akoestisch te ontwikkelen voor koor-

18 // STEMBAND

Die Julica’s werden ouder en we stonden voor een nieuwe keuze: meisjeskoor of gemengd jeugdkoor? Er waren bij het begin van Julica zeer weinig jongens komen opdagen. Daardoor boden zich ook niet zoveel knapen aan om in het tweede koor mee te zingen. Uiteindelijk heb ik gekozen voor meisjeskoor, dat is Amarylca geworden. Ondertussen zijn er jaarlijks toch een 15-tal knapen die tot aan hun stemmutatie in Julica blijven.”

SUCCESVOL zang, haar beste kwaliteit die we willen optimaliseren. We brengen er toneel, we treden er op met orkesten, maar ze moet een koortempel worden!”

VÓÓR HET KOOR Een directeur met goede plannen en schitterend management is één zaak; de uitvoering vergt ook sterke leerkrachten. Van die soort lopen er veel rond in de SAMWD-Lier! We gingen luisteren naar één van hen: Noëlle Schepens, zangleerkracht en dirigente van Julica en Amarylca, al even behept als haar directeur met een visie omtrent zang en koor en zeker even daadkrachtig! Noëlle SCHEPENS: “Ik werd gecontacteerd om een koorklas op te zetten: ze kreeg mettertijd de naam Euterpe. Dat koor bestaat nog altijd en is ook toegankelijk voor geïnteresseerden van buiten de academie. Ook bij de kinderen vonden we al snel veel enthousiasme. We grepen het aan om hun muzikale talent verder te ontwikkelen. Zo is Julica gestart. Nu vragen we nog steeds in de klas wie er graag in Julica wil komen zingen… anderhalf uur op een andere dag dan de AMV-les. We moeten dan nog selecteren, omdat de groep anders te groot wordt.

In de week van 3 tot 7 juli behaalde Amarylca onder Noëlles leiding in de befaamde koorwedstrijd te Llangollen (Wales) volgende overwinningen: 1ste plaats met 91,7% in de categorie Chamber Choir; 4de plaats met 83% in de categorie vrouwenkoren en laureaat van de competitie ‘Choir of the Year’. Hoe doet ze het? ¬ Noëlle SCHEPENS “Wij zijn daar bekroond, maar omdat de meisjes niet daar waren om te winnen, zijn ze heel relaxed het podium op gegaan. Ze wilden wel weten hoe de juryleden over onze manier van werken oordeelden. Als ze die niet o.k. vinden, zou ik toch op dezelfde manier voortwerken. Dat is hun kracht geweest. We brengen onze programma’s vanuit ons sterke groepsgevoel. Ik ben helemaal geen wedstrijddirigent, maar ik wil wel altijd de uitdaging aangaan om het koor zo goed mogelijk gefocust te krijgen op wat een koor kan bereiken als musicerende groep. De intensiteit waarmee Amarylca heeft leren luisteren en vocale technieken verworven heeft om gevoelens om te zetten in klank is voor mij het belangrijkste; daarin is de groep ook het sterkst gegroeid. De zangers hebben nu de vaardigheden om zelf een grote verantwoordelijkheid op zich te nemen. De


relatie tussen dirigent en zangers wordt daarmee zoveel rijker en boeiender. Een koor is zo’n ‘menselijk’ instrument waarvoor mijn respect met de jaren groeit. Bij om het even welke partituur gaat het erom dat zij zichzelf als zanger altijd meer ontdekken en waarderen. Ik vind het luisteren zo belangrijk dat ik ervan uitga dat dat een automatisme is. Ik zeg hen ook regelmatig dat het hun verantwoordelijkheid is. Dat maakt het na 15 jaar samenwerking niet gemakkelijk voor de nieuwelingen. Zij zitten nog in een groeiproces. Amarylca zelf ook natuurlijk – we zijn er nooit – maar het luisterproces, de aandacht voor tonus, samenklank, kleur, gevoel, stijl komt elke repetitie aan bod en daarin meegroeien is een hele uitdaging voor jongeren van 15 jaar. Wanneer het hen lukt, zijn er werkelijk goede koorzangers geboren. Dan is zingen een manier om muziek samen te beleven en zo ervaar ik met Amarylca bijzonder sterke artistieke momenten. Dat is het mooist!”

DE BLIK VOORUIT ¬ Noëlle SCHEPENS “Het is goed dat we erover nadenken welke vorm de vocale richting in het nieuwe decreet zal aannemen. We moeten onze werkwijze in vraag stellen en bijsturen. De visie is goed, maar de maatschappelijke context is veranderd. Dat brengt me in de kleuter- en basisscholen. Als we daar met heel veel mensen kunnen ‘zaaien’, kunnen we over een paar jaar oogsten. In de lerarenopleidingen is er echt werk aan de winkel. Belangrijk is ook ‘zingen met kinderen’ op alle mogelijke terreinen onder de aandacht brengen. Wij (als koor- en/of stempedagogen, …) moeten naar de werkvloer, want alle (kinder)koordirigenten en kleuterleid(st) ers moeten een aantal dingen bezitten alvorens met kinderstemmen aan de slag te mogen gaan:

© Bart De Vos

// SAMWD-LIER

×× wat het belang van kinderzang is; iemand die dat weet, handelt vanuit een visie en zingt niet zomaar ’n beetje met kinderen; ×× wat een kinderstem is; ×× wat zingen met kinderen inhoudt; liederen in een ‘te’ lage tessituur zijn zeer ongunstig voor kinderen; ×× hoe een stem zich ontplooit van pasgeborene over kleuter tot lagere schoolkind; Daarom zijn we gestart met de cursus ‘Zingen met Kinderen’, georganiseerd door Koor&Stem. We moeten die kennis niet enkel aanbieden met theorieboeken en/of cursussen maar ze ook overdragen. Dat moet gebeuren door mensen die uitstralen en tonen hoe boeiend het is om met kinderen te zingen. Wil een kind in de academie voor samenzang kiezen, dan moet het al ergens geproefd hebben wat zingen is, thuis, in de kleuterklas, in het prille begin van de basis-

school. Die stap naar de scholen moeten wij nú zetten. De klok tikt, elke dag is er één om een kind zingend blij te maken! Er moet in Vlaanderen ook echt een opleiding kinderkoordirigent – in mijn optiek de masters van de dirigenten – komen. Ik ben er voorstander van om de opleiding binnen de academiestructuur uit te bouwen. Een andere optie is: kooren stempedagogen in de kleuter- en basisscholen te engageren om op regelmatige basis bijscholingen te geven. We hopen intussen dat de leerkrachten basisonderwijs ook een goede vocale opleiding krijgen, ook al zijn zij dan nog geen kinderkoordirigent. Mij valt op dat de samenzangleerkrachten van de laatste lichtingen vaak geen zingende kindertijd hadden of zelf niet of weinig in koor gezongen hebben. Zingen is meer een levensfilosofie die je niet in 10 lessen kan leren of inhalen. Voor zingen gaat op : “Jong geleerd is tot je oud bent graag gedaan”.

DRIEMAANDELIJKS TIJDSCHRIFT VAN KOOR&STEM // 19


© Bart De Vos

// GENRE

SAMENWERKING ¬ Noëlle SCHEPENS “Op 7 september organiseerden we in de SAMWD Lier een hele studiedag voor al onze leerkrachten samenzang en koor. Het eerste deel van de dag stond in het teken van een degelijke ‘lesaanpak’ waarmee onze jonge leerkrachten kunnen komen tot goed gestructureerde lessen waarin aan vocaliteit in ruime zin kan worden gewerkt. In een tweede sessie spraken we, aansluitend bij deel één van de dag, over repertoirekeuze. ’s Namiddags gaf Dr. Wivine Decoster een lezing over de kinderstem. Momenteel voer ik met de directies en leerkrachten van de basisscholen van Lier-centrum gesprekken rond die thematiek om zo een duidelijk beeld te krijgen van de noden en vragen op de werkvloer. Diegenen waarmee ik al gesproken heb, zijn enthousiast om in de toekomst bewuster aan de slag

20 // STEMBAND

te gaan rond ‘zingen met kinderen’. Ik wil het nu allemaal aftoetsen; weten waar hun interesses liggen om daaraan te kunnen beantwoorden. Dat is wel tijdrovend, maar ik geloof erin. Ik wil investeren en op deze manier anderen zover krijgen om mee te investeren; alleen kunnen we dat niet. Onze samenzangklassen hebben dit schooljaar de eerste twee maanden gewerkt rond themaliederen, niet louter toevallig rond ‘vogels’. Eind oktober was er binnen de feestelijkheden ‘90 jaar academie’ een hele studie-/concertweek waarin de samenzangklassen en koren met dat project een groot aandeel hadden. Ook kwam er een samenwerking tot stand komen met de SASK, de Stedelijke Academie voor Schone Kunsten: de lagere graden werkten op hun manier rond onze themaliederen. Een toonmoment in de Jezuïetenkerk met enkele honderden ‘ goed zingende

EN luisterende kinderen’ was een eerste doel dat we nastreefden. Dergelijke projecten kunnen misschien voor kleuter- en basisscholen een extra impuls geven op momenten van schoolvieringen en/of -feesten.” Er bestaan geen toverformules, maar enthousiasmerende voorbeelden kunnen niet voldoende worden aangehaald en nagevolgd! // IVO JACOBS


// BOEK

Gids voor kerkmuziek Na de Gids voor lectoren (2009) publiceert ICLZ nu een Gids voor kerkmuziek. Die 40 pagina’s tellende brochure reikt in vijf hoofdstukken achtergrondinformatie en ideeën aan om ervoor te zorgen dat zang en instrumentale muziek zich op een harmonische manier integreren in het geheel van de liturgie. Daarvoor moeten de verschillende liturgische actoren bekwaam zijn en de handen in elkaar slaan. Pas dan zijn er garanties voor de zeggingskracht van een viering. Het eerste kapittel stelt de vraag Waarom musiceren in de liturgie? In de liturgie ontmoeten God en mens elkaar. De mens antwoordt met zang en gebed op het Woord dat God is. Die dialoog vieren we: door te luisteren, te spreken en te zingen verheffen wij ons hart. Zang en muziek zijn wezenlijke liturgische bouwstenen, geen opsmuk of louter opluistering. Een gemeenschap geeft zingend vorm aan haar geloof en andersom geeft een gezongen geloof vorm aan een gemeenschap. Ook vandaag gebeurt dat als we zoeken naar evenwicht tussen muziek en stilte, zingen en spelen, oud en nieuw, koorzang en samenzang, mee maken en meemaken, iedereen samen en ieder zijn rol met goede taakverdelingen en duidelijke afspraken. Hoofdstuk twee luidt Zeg niet zomaar ‘lied’ … Onze liturgie kent uiteenlopende soorten gezangen, elk met eigen inhoudelijke en vormelijke kenmerken: psalmen, kerkliederen, hymnen, acclamaties, litanieën en de vaste en wisselende gezangen in de eucharistie, ook bekend als ordinarium en proprium. Kerkliederen mogen niet te moeilijk zijn maar moeten toch voldoende tekstuele en melodische kwaliteiten bezitten. Een rijke schat aan goede Nederlandstalige kerkliederen en gregoriaanse gezangen biedt de bundel Zingt Jubilate. Op pagina 34 zijn daarover toelichtingen voorzien.

Hoofdstuk drie handelt over Zingen en spelen als dienst. Alles vertrekt van de verzamelde gemeenschap die draagster is van de viering. Actieve deelname is daarbij een sleutelwoord. Uiteraard is een duwtje in de rug welkom. Een uitgelezen taak voor koor, cantor, organist, voorganger, zangleider en andere aanwezigen. De voorganger moet zeer betrokken zijn bij zang en muziek, maar voor hem is zingen vooral ook luisteren. Meezingen door de micro is nefast: de gemeenschap dreigt te zwijgen omdat zijn zang alles overstemt. De organist stuwt de gelovigen op naar God en opent hen de mond voor het lied. Het orgel participeert in de liturgische gezangen en alterneert ermee. Op inspirerende wijze intoneert en begeleidt de organist de liederen. Hij roept de juiste sfeer op bij koorleden en kerkgemeenschap, o.a. door zijn registratie. Daarnaast speelt hij met een groot liturgisch aanvoelen zelfstandig op daartoe geëigende momenten. Het koor ondersteunt de volkszang op een gevarieerde wijze. Af en toe zingt het zelfstandige meerstemmige koormuziek die stem geeft aan het geloof van de verzamelde gemeenschap. Zingende kinderen en jongeren brengen nieuw leven in de gezongen liturgie als ze hun plekje krijgen, al was het maar om een strofe of refrein te zingen. De zangleider coördineert de (samen)zang en zorgt voor een integratie ervan in de liturgie,

mee door zijn houding en gebaren. De cantor, vaak tegelijk de zangleider, zingt o.a. de antwoordpsalm en aanroepingen voor. Uiteraard zijn beiden onmisbaar in vieringen zonder koor. Kapittel vier buigt zich over Wanneer wat zingen en/of spelen? Om ervoor te zorgen dat zang en muziek geïntegreerde bouwstenen zijn van de liturgie die de coherentie en de dynamiek van het geheel versterken, is een goede voorbereiding met alle betrokkenen noodzakelijk en wel in drie stappen. Vertrekkend

DRIEMAANDELIJKS TIJDSCHRIFT VAN KOOR&STEM // 21


// REPERTOIRENIEUWS

REPERTOIREvan de soort viering, de liturgische tijd en de schriftlezingen over de concrete omstandigheden (wie viert, is er een koor, organist enz.?) naar de concrete uitwerking met de keuze van liederen en muziek. Het gaat dus niet om criteria zoals dit lied horen we graag en dat hebben we al lang niet meer gezongen. Het vijfde en laatste hoofdstuk Praktisch omvat een pertinent vragenlijstje om de eigen muzikale praktijk te bevragen. Daarnaast levert het praktische informatie over zangbundels, cd’s, websites en het tijdschrift Zacheüs. In de verluchte brochure zijn af en toe kaders voorzien met citaten uit kerkelijke documenten en nuttige tips om bepaalde aspecten te faciliteren en te stimuleren. Ook informatie over vormingskansen komt aan bod. Bovenop liturgisch aanvoelen is een degelijke liturgische en muzikale vorming onontbeerlijk. Aangezien de liturgie een weerspiegeling moet zijn van de actuele kerk zoals zij nu leeft en zich opbouwt met een groeiende inbreng van de leek, is de ‘mondigheid’ van die leek erg belangrijk. Ze kan haar neerslag vinden in volwaardige (hedendaagse) religieuze muziek en degelijke muzikale ondersteuning in de vieringen, onder de verantwoordelijkheid van geschoolde musici, die als cantor, dirigent, zangleider en organist hun beste stem, handen en beentjes voorzetten om de gemeenschap op te tillen in de liturgie van U komt de lof toe, U het gezang. ^ Interdiocesane Commissie voor Liturgische Zielzorg (ICLZ), Guimardstraat 1, 1040 Brussel ISBN-nummer: 978-94-6196-017-7 // JEF ANAF

22 // STEMBAND

MAGNIFICAT AND NUNC DIMITTIS Onlangs verscheen bij muziekuitgeverij Proza Musica in Veenendaal (NL) het Magnificat and Nunc Dimittis voor gemengd koor en orgel van Wijnand van Klaveren (°1975). Van Klaveren studeerde piano en orgel aan het Conservatorium van Amsterdam. Hij is jarenlang actief als arrangeur/componist voor diverse ensembles zoals Amsterdam Sinfonietta, Frommermann, Vocaal Talent Nederland, de Kinderkooracademie Nederland en saxofonist Ties Mellema. De laatste jaren besteedt hij steeds meer aandacht aan zangers en koren. Muzikaal voelt hij zich thuis in de eerste helft van de 20ste eeuw. In zijn Magnificat en Nunc Dimittis zijn duidelijk invloeden te horen van John Rutter. Hoewel de muziek liturgisch bedoeld is, kan elke compositie afzonderlijk in concert uitgevoerd worden.   Via www.prozamusica.nl kan je fragmenten beluisteren.   Meer info: www.wijnandvanklaveren.nl

NIEUWE BUNDELS MET KERST­L IEDEREN

Bij Carus verschenen twee bundels met kerstliederen, één voor driestemmig en één voor vierstemmig gemengd koor. In Weihnachtslieder Chorbuch Vierstimmig vind je de mooiste advents- en kerstliederen voor liturgie en concert, veelal a cappella, soms met klavierbegeleiding. Hoewel dit de zoveelste verzamelbundel met kerstmuziek is, blijken de uitgaven toch interessant. In de vierstemmige bundel vinden we een arrangement van het lieflijke Catalaanse kerstlied A vint-i-cinc de desembre, het warme Am Neujahrstage van Felix Mendelssohn, een bewerking van het melodieuze Auf dem Berge, John Rutter broederlijk naast Johan Sebastian Bach, Georg Friedrich Händel en Tomas Luis de Victoria. Uit onze contreien treffen we werkjes van François-Auguste Gevaert aan en zettingen van Vic Nees en Ria Vanwing. Een aantal werken overstijgt de vierstemmigheid. De driestemmige bundel Weihnachtslieder Chorbuch Dreistimmig bundelt eenvoudige kerstdeuntjes voor koren met een tekort


// REPERTOIRENIEUWS

NIEUWS aan mannenstemmen of voor gebruik in huiselijke kring. Van beide bundels bestaat er een ’Edition Chor’, tegen zeer gunstige prijs, en een Chorleiterband mit cd. Erg waardevolle bundels, alleen jammer dat de cd van de bundel met driestemmige koormuziek ingezongen werd door een solistentrio in plaats van een volledig koor. Te raadplegen in de bib van Koor&Stem.

uit het hooglied: Pulchra es amica mea. Het werk ontstond in de kerstperiode van 2007, op een zolder in Noorwegen. Als het Noorderlicht of aurora borealis werkelijk zo mooi is als de muziek evoceert, moet het een wonderlijk spektakel zijn. Gjeilo vertaalt het natuurfenomeen naar vierstemmige delicate, ijlheid vol weidse zichten die je verstild achterlaten. Vocaal vraagt het werk behoorlijk wat concentratie en beheersing van de koorleden. Uitgegeven bij Walton Music. Een aanrader!

Een andere ontdekking bleken de Vier redeloze zangen van Albert de Klerk (1917-1998). De Nederlander bundelde vier luimige teksten van Daan Zonderland. Zo verhaalt het vierstemmig koor in Er woonde in Jemeppe over ‘een graaf die Vlaams en Frans sprak en bovendien nog buik’. Het tweede kluchtige koorwerk uit de bundel vertelt over twee nachtegalen die hun relatie beëindigen omwille van tegenstrijdige muzikale voorkeuren. De pianobegeleiding refereert daarbij ten gepaste tijde muzikaal aan Bach en Mozart, de voorwerpen van hun gekrakeel. De muziek is eenvoudig doch beeldend. Geen grootse muziek, maar wel een lustig koorwerk dat meteen aanslaat. Uitgegeven bij Harmonia. Aanwezig in de bib van Koor&Stem.

Het Handboek Podiumpresentatie van de hand van Walter Roozendaal, is een vlot geschreven boek dat bedoeld is voor koren en muzikanten die voor een publiek optreden. Het boek biedt oefeningen en tips aan om beter op een podium te staan en om te communiceren met je publiek. Roozendaal heeft als docent veel ervaring opgebouwd op het gebied van (theater-)regie, muziek en vertelkunst. Vanuit die ervaringen kan hij een aantal zeer eenvoudige, maar erg efficiënte adviezen geven die voor elk koor praktisch en waardevol zijn. Met een paar levendige beschrijvingen maakt Roozendaal onmiddellijk duidelijk waarover hij het precies heeft. Uitgangspunten zijn oefeningen voor een open, publieksvriendelijke houding. Daarnaast wordt er ook aandacht besteed aan het opkomen, het ontvangen van applaus, het aankondigen e.a. Ondanks de (te?) sobere lay-out en het zeer beperkte gebruik van afbeeldingen, is dit een bruikbaar boek voor alle koren en muzikanten die hun podiumpresentatie willen verbeteren. Walter Roozendaal heeft dit boek in eigen beheer uitgegeven. Je kan het bestellen via www.lulu.com (zoek op ‘Roozendaal’). Daar kan je ook het eerste deel van het boek online lezen. Via de website www.muzemuzette.com kan je het boek bij de auteur zelf bestellen. Of raadpleeg het boek in de bibliotheek van Koor&Stem.

Als je er op 6 oktober 2012 niet bij kon zijn, kan je wel de partituren van de repertoiredag nog nabestellen via liesbeth.segers@koorenstem.be.

Walter Roozendaal geeft ook een workshop tijdens de Koor&Dirigentendag op 23 februari 2013 (Gent) en op 27 april 2013 (Leuven).

Speciaal voor de repertoiredag voorzag Koor&Stem een nieuwe uitgave van In de lente is mijn liefje gekomen van Lode Dieltiens. Het werkje kan steeds op veel bijval rekenen omwille van zijn heldere melodie en krachtige tekstzegging. Te koop bij Koor&Stem.

ONTDEKKINGEN OP DE KOOR&STEM REPERTOIREDAG Tijdens de repertoiredag op 6 oktober reikten Joop Schets en Wim Verdonck interessant materiaal aan. Menig deelnemer werd gecharmeerd door het ongecompliceerde O magnum mysterium van de Zwitser Ivo Antognini (°1963). Naast de versie voor SATB, bestaat er ook één voor SA, cello en piano. In beide versies geen extreme tessituren, maar uitgebalanceerde melodische lijnen die zowel het grote mysterie als de vreugde van nieuw leven van de kersttijd verklanken. Uitgegeven bij Annie Bank, aanwezig in de bib van Koor&Stem. Voor het wondermooie Northern Lights koos Ola Gjeilo voor de even fraaie tekst

HANDBOEK PODIUM­ PRESENTATIE

DRIEMAANDELIJKS TIJDSCHRIFT VAN KOOR&STEM // 23


// REPERTOIRENIEUWS

VON 55 ENGELN BEHÜTET WOLFRAM BUCHENBERG

De titel verwijst naar één van zijn koorwerken die Cantabile uit Regensburg uitvoerde en dat door ‘Choral Festival Network’ op youtube werd geplaatst. Dit jaar viert Buchenberg zijn 50ste verjaardag. Wolfram Buchenberg is een ‘Oberallgäuer’, een bescheiden en sympathieke verschijning. Hij studeerde aan de muziekacademie in Marktoberdorf waar hij ook lid werd van het jeugdkoor. Daar gaf dirigent Arthur Gross hem de koormicrobe door. Aan de ‘Hochschule für Musik und Theater München’ studeerde hij compositie. Wolfram Buchenbergs composities voor stem beslaan de helft van zijn totale oeuvre. Zijn muziek is aangenaam om naar te luisteren omdat hij aandacht heeft voor het zingbare en ook de gave heeft om mooie koorklanken te produceren. Hoewel hij ook voor kinderkoren schreef en interesse toonde voor volksliederen, componeert hij het liefste voor semi-professionele koren. Ook in Vlaanderen hebben dirgenten interesse voor Buchenbergs oeuvre. Luc Anthonis zong met Cantando Vidi calumnias et lacrymas op concerten in Ekeren en Antwerpen. Een moeilijk werk, vertelt hij, zowel ritmisch als harmonisch, maar het koor zong het graag. Hetzelfde positief verhaal bij Kurt Bikkembergs. Hij heeft met Buchenberg gemeen dat ze beiden componisten zijn en vanuit eigen ervaring voor koor schrijven. Met zijn Capella di Voce bracht hij de 7 Zaubersprüche, een repetitief stuk dat gebruik maakt van vocale en tekstuele nonsens. Een kolfje naar de hand van zijn jeugdkoor, liet Kurt me weten.  

24 // STEMBAND

Buchenbergs partituren vind je bij Carus Verlag, Edition Ferrimontana en Gustav Bosse Verlag. Nieuwe cd te bestellen bij www.spektral-records.de, waarop 12 a cappella koorwerken van Buchenberg staan, uitgevoerd door Cantabile Regensburg o.l.v. Matthias Beckert // SC

JAZZ SONGS OF INNOCENCE

JONGLEREN Harmonia bracht een herziene uitgave van Jongleren uit. Silvère van Lieshout ontwikkelt daarin een methode om iedereen zelfstandig van blad te leren zingen. De koorzanger leert zelfstandig zijn partij in te studeren en te zingen, ontwikkelt een meer actieve deelname aan het repetitieproces en verwerft inzicht in de structuur van muziek. Silvère van Lieshout is directeur en artistiek leider van de Academy of Vocal Arts (de Kinderkoor Academie Nederland). Met Jongleren wil hij (jonge) mensen dichter bij de taal van muziek brengen. Aanwezig in de bib van Koor&Stem.

Bij Oxford University Press verscheen Jazz Songs of Innocence voor SSA, piano van Bob Chilcott. In de bundel vind je vijf jazzy zettingen op gedichten van William Blake’s Songs of Innocence uit 1788-1789. Elk van die klassieke gedichten krijgt een verschillende jazzgeïnspireerde stijl toebedeeld; je vindt swing naast ballade naast jazz wals. Een stijlvolle pianobegeleiding maakt het geheel compleet; je hoeft die begeleiding echter niet strikt te volgen en tot improvisatie overgaan. Er is een aparte uitgave voor begeleiding door jazz trio beschikbaar bij de uitgever. De werkjes zorgen alleszins voor een kleurrijke aanvulling op je concertprogramma. De koorpartituur is aanwezig in de bibliotheek van Koor&Stem.


// CD

Blijf mij nabij Cantus Amici

Cantus Amici uit Mechelen en de Mechelse Liedertafel hebben een cd uitgebracht met liederen voor de uitvaart. Urbain Van Asch dirigeert. De cd biedt delen uit de gregoriaanse requiemmis, een aantal Nederlandstalige afscheidsliederen, enkele bekende meerstemmige motetten, het Pie Jesu van Rutter en het Lacrimosa van Mozart. De liederen zijn geordend zoals ze in een eucharistie aan bod kunnen komen. In een gebedsdienst kunnen de liederen om het even waar een plaats krijgen. De cd wil een hulp zijn voor al wie betrokken is bij de programmering van een uitvaartliturgie.   De liederen werden verzorgd vertolkt. Het gregoriaans, in een opname van 1979, klinkt mooi gefraseerd; de Nederlandse liederen worden in een doordachte uitvoering gepresenteerd: eenstemmig, a capella, afwisseling dames heren, meerstemmig, met orgelbegeleiding… De keuze van de liederen is terecht, maar ik mis toch Als God ons thuisbrengt (ZJ 922), of Niemand van ons leeft voor zichzelf (ZJ 928) en Die in ons hart geschreven staan (ZJ 934), om er enkele te noemen. Dat de cd vertolkingen bevat van Purcell (Thou knowest Lord), Charles Ives (Search me O Lord), Schütz (Also hat Gott die Welt geliebt), Brahms (Geistliches Lied), Jacob van Berchem (O Jesu Christe), Duruflé (Ubi Caritas) en Bortnjanski (Tibjè pajom) kan je verantwoorden, maar niet elk lied is even fraai vertolkt. De Engelse (en Duitse) uitspraak mocht mooier. In een eredienst zes minuten luisteren naar een lied op cd (Brahms) is erg lang. Live gezongen valt dat beter mee. Veel mensen worden zeker vertederd door het Pie Jesu van Rutter, ietwat kwetsbaar

vertolkt, en het Lacrimosa van Mozart. Deze cd is zeker bruikbaar en ze biedt een voortreffelijk keuzeaanbod aan. Het tekstboekje bevat alle teksten met een inleiding en motivering van Guy A. J. Tops. De druk is evenwel erg bleekjes en daardoor moeilijk leesbaar // PVL.

This Blasted War Les Voix Perdues

15 jaar geleden begonnen 4 mannen samen te zingen, simpelweg omdat ze samen muziek wilden maken. Al kozen ze ervoor om uit te pakken met straffe liederen uit en over de Eerste Wereldoorlog. Ook al was deze keuze helemaal niet evident, ze kregen al snel de smaak te pakken van de afwisselend dreigende, bijtende en zalvende poëzie over jongens aan het front, maar evengoed door de liederen over de thuisblijvers, de vaders en moeders van ongelukkigen die vochten voor het vaderland. Onlangs verscheen hun eerste cd This Blasted War, waarvoor heel wat van deze liederen werden gebundeld in een zeer geslaagde opname vol nostalgische, grommende en bijtende, ontroerende en strelende a capellamuziek die niemand onberoerd laat. Les Voix Perdues zijn: Bart Pilate, Koen Herweyers, Hugo Van Dyck en Steven Daeseleire. Ze zijn ook al jaren actieve koorzangers in o.a. het koor Klankjorum (Antwerpen-Linkeroever) en het solidariteitskoor Frappant (Wilrijk). Op deze manier kunnen ze zich helemaal uitleven: solozanger in het kwartet, zanger in een groter koor, instrumentist... Bij Les Voix Perdues springen ze met veel zorg om met repertoire, concept én ensembleklank. Hiervoor worden ze o.a. gecoacht door zangeres Kristien Vercammen // DG.

Het ritme van de stad diverse uitvoerders De cd Het ritme van de stad is een initiatief van de stad Ieper. Met deze cd wil de stad een staalkaart aanbieden van wat de Ieperse amateurmuziekverenigingen anno 2012 te bieden hebben. En dat is heel wat! Cd 1 is bestemd voor de Ieperse koren en op cd 2 kan je alle instrumentale groepen beluisteren. Daartoe behoren de klassieke harmonie, het accordeonorkest, een doedelzakband, een drumband: wat een verscheidenheid . Voor de koorcd zijn niet minder dan tien koren op de uitnodiging ingegaan om een opname te maken. Van kinder-en jeugdkoor, over mannenkoor tot gemengd koor: alle koren zetten zich in om het beste van zichzelf te geven. Je hoort geestelijke en wereldlijke muziek door elkaar. Af en toe is het schrikken wat de overgang van de ene naar de andere stijl brengt. Soms a cappella, dan weer met orgel- of pianobegeleiding, en soms zelfs met een heus orkest. De cd ontleent zijn naam aan het winnende lied (van een reeks van 5 nieuwe stadsliederen). Tekst en muziek zijn van Mattie Archie en Vincent Coomans. Het nummer bezingt het leven in Ieper. Geslaagd initiatief! // JDL.

DRIEMAANDELIJKS TIJDSCHRIFT VAN KOOR&STEM // 25


// CD KORT

CD KORT Bij de nieuwe koorcd’s vinden we twee keer Bach, er is opnieuw een opname van Mozarts Krönungsmesse en koormuziek van Sibelius, uitgevoerd door zijn landgenoten. Ook de Engelsen vertolken hun Britten en we ronden onze kleine cd-keuze af met koorwerken van Imogen Holst. Zegt jullie de naam iets? Juist, ze is de dochter van niemand minder dan Gustav Holst. Het Collegium Vocale en Philippe Herreweghe zetten hun opnamen van werken van Johann Sebastian Bach voort. Dit keer zijn de eerste cantates van de meester aan de beurt toen hij in mei 1723 tot Thomascantor in Leipzig werd benoemd. Een verzorgde opname en uitgave (met tekst in het Nederlands) zoals we het van Herreweghe gewoon zijn. (PHI) De eerste uitvoering van het Kyrie en Gloria uit de Hohe Messe van Johann Sebastian Bach vond plaats in 1733 in Leipzig. Onder de titel Missa 1733 verscheen nu een uitgave van de Franse groep Pygmalion o.l.v. Raphaël Pichon met een koor van 25 zangers. Het is een frisse vertolking die een nieuwe kijk op dit werk brengt. (Alpha)

26 // STEMBAND

De Finnen verzorgen hun muzikale erfenis voorbeeldig. Dominante – een studentenkoor uit Espoo o.l.v. Seppo Murto – realiseerde een cd met koorwerken van Jean Sibelius. Op het schijfje defileren een vijftiental werken van Rakastava tot Finlandia. Dominante is een eerder middelmatig koor, maar de solisten, Monica Groop en Jorma Hynninen, doen hun naam alle eer aan. (BIS) Wie van de muziek van Benjamin Britten houdt, moet zich de cd met onder meer Five Flower Songs aanschaffen. In de reeks ‘Eloquence’ verschenen opnamen door de Elizabethan Singers o.l.v. Louis Halsey uit de jaren zestig, die het hoge niveau van Engelse koren bevestigen. Het London Symphony Chorus (Hymn to the Virgin) en Westminster Cathedral Choir (Missa Brevis) dienen als aanvulling. (Decca) Tot slot koos ik een zeer interessant schijfje. Imogen Holst (1907-84) heeft haar hele leven gecomponeerd en gedirigeerd en in Engeland was ze een toonaangevend personage. Op de cd vinden we slechts een keuze uit haar oeuvre, drie werken ervan werden sinds hun creaties niet meer uitgevoerd. Het geldt ook voor de orkestratie van de cantate Rejoice in the Lamb van Benjamin Britten. Hij schreef die voor het Aldeburgh Festival en vroeg later aan Holst om de orgelbegeleiding te instrumenteren. Het Choir of Clare College uit Cambridge en The Dmitri Ensemble worden door de opkomende Engelse dirigent en componist Graham Ross geleid. (Harmonia Mundi USA)//MC ^


// COLUMN

Zenit en Zonsondergang Net als alle vaardigheden kent het samenzingen, naast een opgang en een hoogtepunt, ook een periode van decline and fall. Naast lente en zomer ook herfst en winter. Vele koren bevinden zich in de fase van een late lente, slaan de zomer over en landen automatisch in een vroege herfst. Dat is nu eenmaal de realiteit. Het is niet anders in vele groepsdisciplines. Er zouden in het voetbal geen derde en vierde provinciale bestaan indien alle ploegen op internationaal niveau speelden. Excellentie is voorbehouden aan een minderheid. Zoals echter talloze lokale ploegen in het voetbal de humus vormen waaruit ooit het internationale niveau kan groeien, zo vormen vele middenmoters de koorpiramide waarop tijdelijk de kroon kan rusten. Die wisselt even veelvuldig als de kroon van miss België. Koren halen de top en kennen vervolgens een inzinking. Het is een kwestie van komen en gaan, zoals Omega Pharma-Lotto en Astana, zoals de raden van bestuur van intercommunales. Omnia tempus habent zei Prediker. Maar als een koor het doorzettingsvermogen en het talent heeft om internationaal te scoren, dan heerst er een euforie die maandenlang nazindert. De gensters spetteren eraf. Het koor staat in het zenit van zijn bestaan. In het beste geval kan het dat niveau behouden. Of na een dipje weer opstaan zoals Boonen en Contador. Puur auf Flügeln des Gesanges, op eigen kracht, zonder illegale hulp, zero, zero, zero... Bij de Vlaamse koren waren er dit jaar drie die zo’n triomf beleefden: Amarylca in Llangollen, Reflection in Tours en Makeblijde in Istanboel. Internationale contacten hebben daarnaast een grote vormende waarde: oren en ogen gaan open voor andere stijlen, afwijkende vocale tradities, voor een onbekend repertoire. Er valt altijd wat te leren, zelfs voor hen die hoge toppen scheren. Als de zomer voorbij is, volgt dikwijls een genereuze Indian Summer. Tijdens mijn persoonlijke Indian Summer voelde ik de behoefte iets te ondernemen voor mijn generatiegenoten die zich niet meer lekker voelden bij hun jongere collega’s. Aangezien de schaarse seniorenkoren onvoldoende kwalitatieve opvang boden, ontwierp ik voor deze ervaren koristen de pretentieloze formule Grijs gezongen. Een integrale benadering: vocaal, interpretatief, literair en cultuurhistorisch. Verdieping in plaats van vernieuwing. Inspannend voor de dirigent en relaxed voor de zangers, maar steeds met een verrassend positief resultaat. Het verwarmt mijn herfstige hart dat het initiatief door jongere dirigenten wordt voortgezet. Als de Indian Summer overgaat in een troosteloze herfst verliezen de stemmen hun kleur zoals de bomen hun bladeren. Het volume is nog net toereikend voor ‘s zondags in de kerk en voor

bijeenkomsten van Okra. Maar er wordt gezongen. Niet voor het artistieke genot, maar voor het primaire genoegen van samen in klanken uit te ademen. De verbeelding vult aan wat de longen niet meer presteren. Als de zingende mens zwijgt, is het winter. Wat daarop volgt, laat ik verwoorden door de dichter Han van der Vegt: Wanneer de stem zeker weet dat de dood is ingetreden, pelt ze zich los van het strottenhoofd, en als een vliesje, onzichtbaar voor de omfloerste ogen van de rouwenden, stijgt ze op, op de stuwing van de kaarsenvlammen. Maar er is hoop. Ik denk aan de vertegenwoordiger van producten voor slechtzienden die een speciale lichtbron kwam leveren voor mijn toenemende maculadegeneratie. Hij gaf mij moed door de opsomming van producten die in een gevorderd stadium nog konden helpen: een Daisy-scherm voor mijn computer, een lectuurprocédé via spraaktechnologie en finaal ook een geleidehond. Welnu, als er hoop is voor slechtzienden is er die evenzeer voor mensen die wegdeemsteren in winterse nevels. Zolang zij fysiek functioneren kunnen zij zingen. Niet als artistieke belevenis, maar voor de essentiële ervaring van het zingen. Uit documentaire bronnen leer ik dat bijvoorbeeld Alzheimerpatiënten uit het geheugen liederen uit hun jeugd kunnen meezingen. Als zij in hun jeugd tenminste liederen geleerd hebben, wat voor de huidige generatie niet meer evident is. Onze poetsvrouw zal er voldoende kennen indien dementie ooit haar lot zou zijn. Terwijl ze de slaapkamers poetst, zingt ze een eindeloze reeks melodietjes uit haar jeugd in Nigeria. Niet voor een extra dienstencheque. Just for comfort. Een zoveelste argument dus om in ons onderwijs opnieuw werk te maken van een canon voor lied- en zangcultuur. Zingen is in alle levensfasen een gezonde, zinvolle bezigheid. Artistiek in de eerste plaats, maar zo nodig ook als troost en therapie. Volg in dat opzicht het parcours van componiste Hanne Deneire en leer van haar hoe breed een zangpatroon zich kan spreiden. Ik beweer anderzijds niet dat zieltogende mensen tot zingen in staat zijn, hoewel Johannes Berchmans op zijn sterfbed nog het Ave maris stella aanhief. Hij was dan ook een heilige. Toen ik dat verhaal in mijn oratorium Anima Christi op muziek moest zetten, liet ik de melodie spelen door een basklarinet. Ik waagde het niet Zeger Vandersteene te verplichten tot een soort stervend zingen, hoewel hij voorzeker ook dat tot een goed einde zou gebracht hebben ^ // VIC NEES

DRIEMAANDELIJKS TIJDSCHRIFT VAN KOOR&STEM // 27


AAN DIT NUMMER WERKTEN MEE:   Koenraad De Meulder, Tom Eelen, Aart De Zitter, Liesbeth Segers, Hanne Deneire, Koen Vits, Nele Dufait, Ludo Claesen, Ivo Jacobs, Jef Anaf, Patrick Van Looy, Dimitry Goethals, Johan De Lombaert, Simonne Claeys, Mirek Cerny, Vic Nees. EINDREDACTIE: Ivo Jacobs, Liesbeth Segers, Jan Stofferis COÖRDINATIE: Jan Stofferis KOORAANSLUITING: € 70, Individueel abonnement: € 22,5 Rek. nr. 735-0037517-63 t.n.v. Koor&Stem vzw DRUK: Van der Poorten OPLAGE 3.000 ex. VORMGEVING: apple-n.be, brand-ink.be REDACTIEADRES: Koor&Stem vzw, Zirkstraat 36, 2000 Antwerpen,   T. 03 237 96 43, redactie@koorenstem.be, www.koorenstem.be

koorenstem.be 28 // STEMBAND


Stemband nr. 16 (2012)