__MAIN_TEXT__

Page 1

P.B. /P.P. 2/111 3000 Leuven mail  p802021. Afgiftekantoor 3000 Leuven mail

V.U. Koenraad De Meulder, Zirkstraat 36, B-2000 Antwerpen illustratie: Stefaan Van Damme

stemband #18 Driemaandelijks tijdschrift van Koor&Stem vzw jaargang 11, 05 > 09 2013, NR 18

stemband-15-03.indd 1

16/05/13 14:50


// genre

inhoud 3 INTERVIEW In iedere dirigent zit een publiek 6 ZINGEN MET EEN VISUELE BEPERKING 7 PROJECT Zing voor meer bewustzijn! 8 THEATRE OF VOICES
 Karmina Šilec als spil achter professionele auteurs 10 BINNEN BIJ deKunstAcademie Knokke-Heist

AAN DE SLAG

• La Fourmi – Roland Coryn • Water van Kharâbât – Liselotte Sels • Op vleugels van liefde – Luc Ponet • Nieuwe concertkalender Koor&Stem 18 RAYMOND SCHROYENS 80
 Kurt Bikkembergs 20 REPERTOIRENIEUWS 22 CD 24 Hommage aan Vic Nees

Even dit… Es ist vollbracht Vic Nees 1936 – 2013 ‘Mijn werk is af. Ik heb alles geschreven wat ik dacht te schrijven: een Magnificat, een Te Deum, een Mis, een Requiem en een Passie. Daarenboven heb ik niets nieuws meer te bieden, ik herhaal mezelf ‘ Woorden die hij sprak einde januari van op zijn ziekbed, zich volledig bewust van de ernst van zijn toestand. Het was geen moment om hem tegen te spreken, noch om zijn cynisme te milderen. Hij laat inderdaad een afgerond oeuvre na waarin alle genres van de koormuziek vertegenwoordigd zijn. Maar hij was niet uitgepraat. Zolang zijn krachten het toelieten bleef hij componeren. Vooraleer zijn oogkwaal het hem zou verhinderen, wilde hij nog een en ander op punt stellen. Dat hij niet meer vernieuwend zou zijn, moet eveneens met een korrel zout genomen worden. Het is juist dat zijn stijl tijdens de laatste decennia niet wezenlijk evolueerde. Maar zijn werk bleef origineel. En uniek. Dat bewees nog maar eens zijn Passie, zijn laatste werk van grotere omvang. Nees werd alom geprezen als componist, als dirigent, als columnist, als gastspreker. Bij dat alles bleef hij bescheiden. En toch zelfbewust. Hij wist dat hij kwaliteit bracht. Hij wist wat hij kon maar beroemde er zich niet op. Op de vraag of zijn werk de tijd zou trotseren, antwoordde hij voorzichtig. Ook indien hij vergeten zou worden, was hij overtuigd dat vroeg of laat iemand zou opstaan om het stof eraf te blazen zoals hij het deed bij zovelen van zijn voorgangers. Hij was intelligent, aangenaam in de omgang en had zin voor humor. Daarnaast was hij ernstig en betrouwbaar. Bestelde werken, bestelde artikels werden lang voor de deadline afgeleverd. Afspraken werden steeds stipt nagekomen. Als succesrijk componist kon hij zich veroorloven om het gebrek aan interesse voor zijn collega’s aan te klagen. Hij vond het zijn verdomde plicht. Vic was een grote persoonlijkheid. Een homo universalis van deze tijd. Het is een cliché – hij had een hekel aan clichés – maar het mag gezegd: we zullen hem missen al was het maar op de laatste bladzijde van Stemband. ^

// KAMIEL COOREMANS

2 // stemband

stemband-15-03.indd 2

16/05/13 14:50


// INTERVIEW

Er zit een publiek in iedere dirigent

Hoe klantvriendelijk zijn onze koren eigenlijk? Schuwen dirigenten risico’s bij het programmeren van een concertprogramma om hun trouwe luisteraars niet voor het hoofd te stoten? Of willen ze hen net graag verrassen en de muzikale horizonten verruimen – ook in de hoop een nieuw publiek te overtuigen? Na enkele boeiende gesprekken met koordirigenten werd alvast duidelijk dat ze vanaf de voorbereiding, vele maanden voor het concert, tot aan de receptie na het concert er alles aan doen om de wensen van hun zangers met die van hun luisteraars te verzoenen. En dirigent, zangers en publiek delen uiteraard hun passie voor muziek.

Eerlijk duurt het langst Johan Clerckx brengt met zijn gemengd koor Klankjorum meestal een gevarieerd poprepertoire omdat dat zijn zangers nu net in vuur en vlam zet. “Ik programmeer liefst vanuit de interesses van de koorleden”, zegt Johan Clerckx. “Als je goed wil overkomen bij het publiek dan moeten de koorleden er zelf eerst honderd procent in geloven. Professionele zangers kunnen veel sneller in heel uiteenlopende stijlen een flinke dosis expressiviteit en overtuiging stoppen. Bij amateurs ligt dat veel moeilijker. Ik bouw programma’s meestal op vanuit een sterke opener en zorg ook steeds voor een afsluiter die iedereen met een goed gevoel naar huis laat gaan.” Ada Bakelants leidt onder meer het gemengd koor Floriaan. Ook volgens haar is het belangrijk dat de zangers het repertoire helemaal zien zitten. “De kriebels die je zelf voelt als je goed aan het zingen bent, moeten echter ook nog het publiek bereiken”,

vult ze aan. “Het kan helpen om het publiek dieper te raken als je dingen uitbeeldt, als je mee beweegt, acteurs inschakelt of het koor eens op een andere manier opstelt.” Het visueel aantrekkelijk maken van een concert is een vaak gehoorde tip om een publiek te overtuigen. An Willems van het gemengd koor Egidius uit Beerse kreeg dat advies tien jaar geleden van een kritische toeschouwer na een concert. “Bij mijn eerste concert met Egidius had ik maar drie maanden tijd om alles voor te bereiden”, herinnert ze zich. “Ik had alles gegeven om het programma met volksliederen uit verschillende landen klaar te stomen en was tevreden dat het allemaal was gelukt. Na het concert hoorde ik van een luisteraar dat het eigenlijk nogal saai was om ons daar zo statisch in zwart uniform op het podium te zien staan. Ik geef toe dat ik er een paar nachten slecht van geslapen heb. Die man kwam zich ‘s anderendaags zelfs verontschuldigen omdat hij gemerkt had dat zijn opmerking me diep geraakt had. Ik had enkele dagen tijd nodig om te bekomen,

driemaandelijks tijdschrift van Koor&Stem // 3

stemband-15-03.indd 3

16/05/13 14:50


Ann Willems

// ER ZIT EEN PUBLIEK IN IEDERE DIRIGENT

“Door telkens andere genres en combinaties te brengen, verrassen we telkens weer. Het publiek staat versteld dat een basiskoor zoveel in zijn mars heeft.”

maar besefte snel heel goed dat hij gelijk had. Ondertussen is alles bij onze optredens veel dynamischer en kleurrijker geworden. Ook hebben we al canons samen met het publiek gezongen, terwijl de koorzangers zich onder hen verspreid hadden.” “Het koor laten bewegen is een mogelijkheid; uiteraard valt er nog veel te bedenken op het vlak van kleding, attributen, belichting of projectie. Maar je moet ook roeien met de riemen die je hebt”, zegt Ada Bakelants. “Want als je niet over de logistiek beschikt of op vrijwilligers kan rekenen die het allemaal realiseren, wordt het al gauw onbetaalbaar. We proberen met weinig middelen creatief te zijn, want ook eenvoudige vondsten kunnen leuk en effectief zijn.” Ook Wim Verdonck, dirigent van het Kortrijks Vocaal Ensemble, die met zijn groep in het klassieke repertoire van barok tot nu actief is, werkte al met projectie, sfeervolle belichting en experimenteert met kooropstellingen omdat hij voelt dat het publiek dat bijzonder apprecieert. Hij merkt ook op dat er aan klassieke programma’s die een groot publiek naar concerten halen, spijtig genoeg ook een prijskaartje hangt: “De Bachpassies of het Weihnachts-Oratorium zijn echte publiekstrekkers maar de programmering ervan houdt ook financiële risico’s in”, zegt Wim Verdonck. “Zonder belangrijke sponsoren valt dat niet te realiseren. Wanneer die in crisistijden afhaken, is de programmering van a capella-repertoire of werk met een beperkt instrumentaal ensemble uiteraard een veel veiligere keuze.” Welk genre of stijl er gebracht wordt, maakt volgens Ada Bakelants niet zoveel uit als een koor er tenminste helemaal in gelooft. Ze meent echter wel dat een publiek alle kunde en enthousiasme van een koor na maanden hard repeteren pas echt weet te smaken als de muziek in een thema of concept aangeboden wordt. “Ik vraag me altijd af wat ik zelf boeiend zou vinden als ik in het publiek zou zitten”, zegt ze. “Als je ergens een kort optreden moet verzorgen, kan je gewoon even uitpakken met je koor, maar voor een volledig concert vertel je best iets meer om de mensen een leuke tijd te laten beleven. Ik zou zelf afknappen op een loutere opsomming van liederen. Een boeiend programma heeft volgens mij dus niet zozeer met het genre of de stijl te maken: een programma met popliedjes-zomaar-na-elkaar kan ook saai zijn. Daarom proberen we bij onze koorconcerten een creatieve verhaallijn of boodschap in te bouwen. Een vorige keer hebben we zelf een verhaal verzonnen: Floriaan, niet toevallig de nieuwe naam van ons vroegere Cecilakoor, werd in dat verhaal de geliefde van Cecilia, zoals ook gezongen wordt in het lied Ik zag Cecila komen... De liederen die oorspronkelijk misschien heel anders waren bedoeld, werden zo door een rode draad met elkaar verbonden. Om de spanning tijdens zo’n concert op te bouwen heb ik ook liefst dat er geen pauze ingelast wordt.”

Promo De mond-aan-mond-reclame van enthousiaste koorleden of van luisteraars die eerdere concertbelevenissen niet vergeten zijn, is wellicht de meest gebruikte promotie. “Ik ben zelf niet de geknipte persoon om op voorhand mensen warm te maken”, zegt Ada Bakelants. “Als dirigent denk ik in de aanloop naar een concert nog vaak dat het programma misschien niet zal aanslaan, maar als het concert gedaan is, zou ik willen dat de hele wereld het gehoord had! Gelukkig voert het bestuur wel de administratie om sympathisanten op de hoogte te houden van onze activiteiten.” Onlangs kreeg ik net voor een optreden van het Kortrijks Vocaal Ensemble een enquête aangeboden. Men wilde van de concertgangers onder meer weten hoe ze over het concert geïnformeerd werden en hoe ze in de toekomst op de hoogte gehouden wilden worden. “We sturen nog veel info rond met de post”, zegt dirigent Wim Verdonck. “Daarnaast merken we dat we toch meer en meer mensen bereiken via Facebook. Met de gegevens van die enquête willen we onze informatie en inspanningen efficiënter maken. We concerteren niet altijd op hetzelfde moment van het jaar en ook niet op dezelfde locatie en daarom is het belangrijk dat we mensen die enthousiast waren bij eerdere concerten, op de hoogte kunnen houden van volgende projecten. We merken echter dat de mensen niet zo gemakkelijk hun contactgegevens prijsgeven. Daarom willen we hen stimuleren om de lijst in te vullen door hen een gratis drankbonnetje te geven dat ze na het concert kunnen gebruiken. “ Ada Bakelants stond enige tijd geleden versteld van het effect dat enkele affiches in de stad Antwerpen genereerden. “Met mijn kinderkoor Sterling dat nog niet zo lang bestaat, hielden we een uitwisselingsconcert met een Nederlands ensemble”, vertelt ze. “Mijn buurvrouw die professioneel met communicatie bezig is, had een mooie affiche gemaakt met zingende kindergezichten en gestileerd afgebeelde strijkinstrumenten in basiskleuren. Ik was echt verbaasd dat er toch een aantal mensen die ons koor totaal niet kenden door die affiche overtuigd werden om kaarten te bestellen.” Ook An Willems hecht veel belang aan een sprekende affiche met daarop een goedbekkende titel. Ze toonde voorbeelden als ‘Life is a Tango’ en ‘Talk about pop’. Ze liet ze tegen betaling ontwerpen door de leerlingen publiciteit van het Heilig-Grafinstituut in Turnhout, waar ze zelf ook lesgeeft.

Publieksverruiming Toen An Willems tien jaar geleden besloot een koor over te nemen, hield ze een enquête bij haar koorleden. Hun wensen waren zo verscheiden dat een grote variatie in het repertoire de beste optie leek om iedereen tevreden te stellen. Zo werden

4 // stemband

stemband-15-03.indd 4

16/05/13 14:50


Wim Verdonck

Ada Bakelants

// INTERVIEW

het koor kennen. En we participeren ook aan een project van de gemeente voor sociaal zwakkere groepen die voordelig onze concerten kunnen bijwonen. “

Nieuwe markten veroveren Tot slot nog een mooi voorbeeld van een actieve verovering van nieuw publiek. Toen Johan Clerckx gevraagd werd een seniorenkoor over te nemen, bleek dat hij de jaarlijkse uitvoeringen met Kerstmis en Pasen niet op zich kon nemen omdat hij verplichtingen had als dirigent bij andere koren. Koor en dirigent besloten om het over een andere boeg te gooien en Johan Clerckx suggereerde zijn bestuur om rust- en verzorgingstehuizen te contacteren. Het nieuwe avontuur begon met acht uitvoeringen tijdens het eerste jaar en bereikte ondertussen pieken van boven de vijfendertig uitvoeringen per jaar. “Voor die gelegenheden bouw ik mijn programma’s helemaal op maat van dat publiek op”, zegt Johan Clerckx. “De liederen moeten aangenaam zijn voor het publiek, maar als je meer dan dertig keer per jaar optreedt, natuurlijk ook voor mijn koorleden. Ik begin met liederen die bij de luisteraars van die leeftijd een belletje doen rinkelen, en we sluiten het eerste en het tweede deel telkens af met echte klassiekers die ze kunnen meezingen. We denken ook aan het visuele: we beelden woorden uit of tonen tekeningen bij bepaalde woorden uit de verschillende strofen. Dat is heel prettig voor ons en voor de bewoners van de RVT’s. Ik hoor van de animatoren dat er ook wel eens koren komen die willen tonen wat ze allemaal kunnen, maar dat blijkt in die context niet de goede aanpak.” ^ // TOM EELEN

Johan Clerckx

verrassing en onvoorspelbaarheid twee sleutelwoorden van een succesverhaal dat zowel voor nieuwe koorleden als voor publieksverruiming zorgt. “We bedenken altijd andere thema’s of concepten voor een jaarconcert”, legt ze uit. “Door telkens andere genres en combinaties te brengen, verrassen we de mensen telkens weer. Het publiek staat versteld dat een basiskoor zoveel in zijn mars heeft.” Egidius heeft zoals de meeste koren een eigen fanclub, een vaste kern die geen concert wil missen. Die zekerheid weerhoudt het koor er echter niet van om steeds nieuwe mensen te willen overtuigen. Dat gebeurt vooral dankzij een weloverwogen en goed voorbereide samenwerking met andere partners. “Zoiets garandeert telkens een andere invalshoek en dat werkt verrijkend”, zegt de dirigente. “We kiezen een vereniging en dan wordt er een werkgroep opgericht met enkele bestuurs- en koorleden en alle betrokkenen hebben hun inbreng. We werkten al samen met de filmclub van Oud-Turnhout die beelden maakte bij onze muziek. Voor ons programma ‘Talk about pop’ deden we een beroep op de dansers van de Rocking Chevy’s. ‘Life is a Tango’ was in samenwerking met de accordeonklas van de Muziekacademie van Turnhout. Al die verschillende ontmoetingen hebben ons altijd al enkele nieuwe koorleden opgeleverd. Zo’n samenwerking zorgt er telkens ook voor dat een nieuw publiek ons koor hoort. Vaak kunnen we de concerten zelfs ontdubbelen, wat ook leuk is. En als er heel veel belangstelling voor onze concerten is, stellen we ook de generale repetitie wel eens open tegen een goedkopere prijs.” “Een samenwerking moet wel zinvol zijn en moet zeker meer zijn dan een gemakkelijkheidoplossing om de zaal te vullen”, gaat An Willems verder. “Zo ben ik heel voorzichtig om met fanfares of koperensembles samen te werken al is dat aanbod best wel groot. Dan is het opletten dat het koor hoorbaar blijft wanneer er samen gemusiceerd wordt. Daarom moet je de stukken ofwel heel tactisch kiezen, ofwel ook eens met slechts enkele instrumenten van de fanfare en het koor werken. Hard repeteren met het koor om dan tijdens het concert overspoeld te worden door een klanktsunami, dat is heel frustrerend.” “Publieksverruiming komt bij Egidius ook aan bod door eens naar een andere locatie te trekken”, besluit An Willems. “We deden een aperitiefconcert in een zaaltje van de nieuwe gemeentelijke sportaccommodatie gemeente, zodat de mensen de nieuwe ruimte én het koor ontdekten. Een andere keer gingen we in op een aanbod van de gemeente om in een spiegeltent op te treden. Toen legden we weer nieuwe contacten met andere verenigingen die er voor of na ons optraden. Via de communicatiekanalen van de gemeente leren weer andere mensen

driemaandelijks tijdschrift van Koor&Stem // 5

stemband-15-03.indd 5

16/05/13 14:50


// ZINGEN ZONDER BEPERKINGEN

Zingen met een visuele beperking Slechtzienden en blinden hebben meestal een heel goed gehoor en geheugen en kunnen zich ontpoppen tot volwaardige koorzangers. Het is goed om binnen je koor enkele afspraken te maken rond de opvang van een slechtziende of blinde koorzanger. Graag geven we enkele tips die bijzonder nuttig kunnen zijn: ×× Zorg binnen je koor voor een duidelijke en transparante communicatie want blinden en slechtzienden zijn afhankelijk van hun gehoor en hun gevoel om te kunnen communiceren. ×× Maak dat alle documenten van of over je koor toegankelijk zijn voor je slechtziende of blinde zangers. Pas je partituren en ander gedrukt materiaal aan de behoeften van de blinden of slechtzienden aan door bijvoorbeeld gebruik te maken van vergrotingen of van brailleschrift. Niet alles hoeft echter in braille te worden omgezet. Je kunt ook vaak communiceren via-e-mail. ×× Voor een slechtziende is het soms voldoende dat het document in een groter lettertype wordt gezet of vergroot naar A3. ×× Partituren (zowel tekst als melodie) kunnen door mensen met een visuele beperking ook worden aangeleerd door middel van een goede voorgezongen opname zodanig dat hij/zij alles eerst thuis kan instuderen.

Getuigenis William Windels William Windels is 32 jaar, een geëngageerd zanger en blind. Hij getuigt voor Stemband over zijn koorervaringen: “Sinds 2005 ben ik lid van een koor. Ik startte in het Antwerps solidariteitskoor Amahoro en na mijn verhuis naar Gent was ik een tijdje lid van het (solidariteitskoor) Karibu en het Livinuskoor, een lokaal parochiekoor. Dit schooljaar wou ik een pauze inlassen maar ik kon het niet laten om mij toch te engageren in een gelegenheidskoor Coro Maín. Het koor steunt via concerten de werking van een opvangtehuis in Bolivië. Ondanks het harde werk, de zenuwen voor een optreden, de vele repetities, geniet ik er enorm van. Ik heb er ook vele vrienden gemaakt. Om als blinde goed te kunnen zingen, worden de teksten meestal voor me ingetikt. Ik kan wel braillemuziek lezen maar het blijft onmogelijk om zowel de tekst als de noten samen te lezen. Tekst en muziek staan dan op dezelfde lijn genoteerd. Ook de herhaling van de tekstblokken, de aanduiding van de

stemgroepen en de maten zijn het duidelijkst als ze volgens een afgesproken methode worden genoteerd. Zo worden alle herhalingen voor me uitgeschreven, staan de maatnummers tussen de tekst en worden de andere stemmen waarop ik mij moet baseren in hoofdletters aangeduid. De dirigent kan ik natuurlijk niet zien maar ik kan meestal probleemloos meezingen dankzij de bijzondere inzet van mijn collega-tenoren die de aanwijzingen van de dirigent via afgesproken gebaren vertalen. Zo weet ik hoelang de noten duren of waar er pauzes zijn ingelast. Een voorbeeld: aanhoudend duwen met de ellenboog betekent dat die toon aangehouden moet worden. Natuurlijk zijn we ook maar mensen en loopt er soms wel eens iets fout waardoor ik alleen sta te buigen, ergens blijf haperen of tegenaan loop. Dat hoort erbij voor mij. Het zijn al zeer mooie jaren geweest en zingen zal ik altijd graag blijven doen. Mits de nodige afspraken is zingen in een koor volgens mij perfect haalbaar als je blind of slechtziend bent.” ^

zingen 6 // stemband

stemband-15-03.indd 6

16/05/13 14:50


// PROJECT

Zing

Internationale bijeenkomst ‘A voice for vocal training’ VOICE wordt gefinancierd met de steun van de Europese Commissie. De verantwoordelijkheid voor deze mededeling ligt uitsluitend bij de auteur; de Commissie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor het gebruik van de informatie die erin is vervat.

voor meer bewustzijn! De koorwereld is de drijvende kracht achter verschillende creatieve en innovatieve projecten die impulsen geven aan het zingen met kinderen. Tegelijkertijd zet de onderwijswereld steeds meer interessante experimenten om kinderen aan het zingen te brengen. Veel van die initiatieven worden genomen door professionals en vrijwilligers die betrokken zijn bij de koorwereld. Die blijkt een bijna natuurlijke reflex te hebben om muziek-educatieve projecten voor kinderen en jongeren te ontwikkelen. Dat is de algemene conclusie van een bijeenkomst van internationale experts in Brussel op 1 maart 2013, die werd gehouden in het kader van het Europese samenwerkingsproject ‘A voice for vocal training’. Op die bijeenkomst kwamen 20 experts uit heel Europa samen om te bespreken wat er gedaan kan worden om kinderen binnen en buiten schoolverband tot zingen te stimuleren. De internationale experts onderschrijven de algemene Unescodoelstellingen van de Seoul Agenda voor de ontwikkeling van kunsteducatie. Zij zijn ervan overtuigd dat de koorwereld er mee toe bijdraagt dat kunsteducatie toegankelijk is als een fundamenteel en duurzaam onderdeel van een kwalitatieve hernieuwing van het onderwijs. De koorwereld heeft de kennis en de ervaring in huis om te zorgen voor kwalitatief hoogwaardige kunsteducatieve activiteiten en programma’s, zowel waar het gaat om de opbouw van het concept als om de uitvoering ervan. De koorwereld ontwikkelt een groot aantal waardevolle projecten die kwalitatief zingen met kinderen stimuleren. De internationale experts benadrukken dat die projecten bijdragen tot een oplossing voor sociale en culturele uitdagingen waarmee wij tegenwoordig te maken hebben. Zij drukken dan ook de wens uit dat beleidsmakers in heel Europa meer ondersteuning geven aan kwalitatief zingen met kinderen en aan de vorming van leraren. Ten eerste moeten overheden in mensen investeren. De maatschappij heeft de verantwoordelijkheid om (toekomstige) leraren op te leiden en te motiveren en ook om hen de instrumenten te geven om met kinderen op een creatieve en inspirerende manier te zingen. Daarom is het nodig de samenwerking tussen overheden en organisaties op het gebied van onderwijs en cultuur te versterken.

Kwaliteitsvolle vocale training is gebaseerd op een persoonlijke benadering tussen de begeleidende docent en de (toekomstige) leerkracht. Daarnaast kan een digitale omgeving, die toch al deel uitmaakt van ons dagelijks leven, een goed instrument zijn voor vocale training. Samen met organisaties uit de profit en non-profit sector kunnen overheden investeren in de ontwikkeling van die digitale omgeving om te zingen met kinderen. Die kan zingen voor alle kinderen toegankelijk maken en tevens de flexibiliteit bieden die nodig is om snel en adequaat een antwoord te geven op de specifieke behoeften van kwetsbare groepen. Het zorgen voor en stimuleren van een vocale cultuur in de maatschappij is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Het is onontbeerlijk dat alle partners die betrokken zijn bij muziekeducatie en vocale training samenwerken om mensen bewust te maken van de waarde die zingen met kinderen heeft. De experts benadrukken ook de behoefte aan zowel een Europees netwerk – waarin ideeën, goede praktijkvoorbeelden en kennis kunnen worden uitgewisseld – als een Europees platform voor vorming van leerkrachten. Het project ‘A voice for vocal training’ maakt deel uit van het Europese samenwerkingsproject ‘VOICE’. ‘VOICE’ staat voor ‘Vision on Innovation for Choral Music in Europe’ (Visie op innovatie voor koormuziek in Europa). Op 1 maart 2013 organiseerde de Vlaamse organisatie voor vocale muziek Koor&Stem vzw een internationale bijeenkomst in Brussel met experts uit heel Europa. Aanwezig waren: ×× ×× ×× ×× ×× ×× ×× ×× ×× ×× ×× ×× ×× ×× ×× ×× ×× ××

Dorte Bille - Den Jyske Sangskole - Denemarken Thomas De Baets - LUCA Campus Lemmensinstituut - België Sarah Englert – ReMuA - België Gunnel Fagius - Uppsala University - Zweden Côme Ferrand Cooper – VOICE - Duitsland Alois Glaßner - University of Music and Performing Arts Vienna - Oostenrijk Dimitry Goethals - Koor&Stem - België Sarah Goldfarb - Institut Supérieur de Musique et de Pédagogie België Michelle James – SingUp - Engeland Valerie Konings - Koor&Stem - België Lucille Lamaker - Koor&Stem - België Monique Lesenne - Koor&Stem - België Silvère van Lieshout - Academy of Vocal Arts – Nederland Assumpció Malagarriga – Auditori - Spanje Koenraad De Meulder - Koor&Stem - België Gabrielle Thész - Children’s Choir of Hungarian Radio – Hongarije Penelope Turner – ReMuA - België Anneliese Zeh - Chorverband Österreich - Oostenrijk

Voor meer informatie: Koor&Stem vzw, Zirkstraat 36, 2000 Antwerpen, België -   00 32 3 237 96 43 - koenraad.de.meulder@koorenstem.be www.koorenstem.be, www.thevoiceproject.eu ^

Tegenwoordig daalt het aantal zingende scholen echter omdat de randvoorwaarden om dergelijke zangactiviteiten op school te organiseren, niet vervuld kunnen worden. Ministeries van onderwijs kunnen dit probleem verhelpen door betere voorwaarden voor het zingen op school te creëren. Daarbij kunnen zij samenwerken met actoren uit het culturele veld. driemaandelijks tijdschrift van Koor&Stem // 7

stemband-15-03.indd 7

16/05/13 14:50


Theatre of voices

Karmina Šilec als spil achter professionele amateurs Onder de zoekterm Carmina Slovenica vind je op Youtube heel wat indrukwekkende filmpjes. Adiemus, Boogie Woogie Bugle Boy, Balkanika, Placebo, Perspective east... zijn stuk voor stuk auditieve en visuele pareltjes. Stuwende kracht is Karmina Šilec, artistieke duizendpoot die naast haar taak als dirigente van de Carmina Slovenica (Slovenië) ook professor directie is aan de universiteit van Maribor. Ze is koorconsulente, geeft workshops aan dirigenten en wordt regelmatig gevraagd als gastdirigent of als jurylid voor internationale festivals en wedstrijden. Choregie of Vocal Theatre blijkt haar sleutel tot succes bij het publiek. Šilec: ‘Vocal theatre is een concept, methode en artistieke benadering rond koorzingen. Het gaat over theater dat geen opera, noch operette of musical is. Ik vond mijn inspiratie in het Griekse theater. Daar vervult het koor de rol van de ideale toeschouwer, een beschouwende partij die meeleeft met de gebeurtenissen, erop reageert, gevoelens uitdrukt en de onvermijdelijke goden bezingt. Spreken gaat natuurlijk over in zingen en vice versa. Muziek, woord, beweging, dans, licht: alles valt organisch samen. Je kan het vergelijken met het Japanse muziektheater Noh of met het Kathakali, de Indische variant waarin literatuur, muziek, schilderkunst, toneel en dans verenigd worden. ‘ Šilec spreekt over theatre of voices, de stem als basis van het drama. Haar grote interesse voor theater en etnische muziek lagen aan de basis van het concept. ‘Ik ontdekte dat zingen en bewegen in etnische muziek sterker verbonden zijn. Daarbij is het wel belangrijk te beseffen dat het zingen in choregie geen louter hoofdgerecht is waarbij beweging en woord als bijgerechten fungeren, maar dat het over één schotel gaat. Ieder element heeft zijn betekenis en rol in het project.’ Net zoals bij opera gaat het dus over een gesamtkunstwerk. Dat uit zich ook in de repertoirekeuze. Šilec vertrekt bij haar zoektocht naar muziek vanuit een thema, niet vanuit regiemogelijkheden. Ze ontwerpt zo een algemene boodschap in de muziek die bij het thema aansluit. Karmina zingt in haar Carmina Slovenica met jonge meisjes en vrouwen. ‘Het koor bestaat uit scholieren en studenten tussen 12 en 20 jaar, niet-professionelen dus. Voor mijn choregie probeer ik methodisch en organisch te werk te gaan. Het gebeurt regelmatig dat ik expliciete drama- en bewegingsoefeningen houd. Het repertoire wordt – indien nodig – afzonderlijk ingeoefend en pas in een volgend stadium met de andere elementen verbonden. In andere gevallen ontstaan muziek en beweging gelijktijdig. De zangers zijn het ondertussen gewoon om op die manier te wer-

ken. Zangkwaliteiten zijn ondergeschikt; ik geef er de voorkeur aan te werken met jongeren die een sterke persoonlijkheid hebben en waarvan ik de groeimogelijkheden hoog inschat.’ Nochtans werkt Carmina Slovenica niet echt met audities. Šilec voelt goed aan dat het in de huidige samenleving moeilijk is om een koor te vormen nu jongeren zoveel activiteiten aangeboden krijgen. Ze zou heel graag meer dan enkele uren per week repeteren, maar dat is praktisch onhaalbaar. Gelukkig zijn er de vele festivals en concertreizen waardoor de zangers een langere periode samen kunnen werken aan een productie en de groep ten volle aan teambuilding kan doen. Individueel werken doet de dirigente niet. Iedere zanger moet zelf uitdrukking kunnen geven aan het totaalconcept. Die sterke uitdrukkingskracht valt duidelijk af te lezen van de gezichten in de filmpjes.

Drukke agenda De hoge kwaliteit en expressiviteit maken indruk bij het publiek. Die zorgden er ook voor dat Carmina Slovenica tal van prijzen won, een overvloed aan buitenlandse optredens gaf en deelnam aan evenementen als World Music Days, Moscow Easter Festival, Dresdner Musikfestspeile, World Symposium on Choral Music, European Symposium on Choral Music, Polyfollia, America Cantat, Choir Olympics, Europa Cantat, Ruhrtriennale, ... De lijst is indrukwekkend. ‘Maar vermoeiend, we zijn een beetje het slachtoffer van ons eigen succes’, zucht de Sloveense. ‘Anderzijds zijn de buitenlandse activiteiten vaak professionele en bijgevolg betaalde engagementen. Ze zorgen ervoor dat we kunnen investeren in een volgend project.’ Daarnaast krijgt Carmina Slovenica wel subsidies van de regering en van de stad Maribor, de tweede stad in Slovenië na Ljubljana. Zo is er geld voor enkele internationale festivals en publicaties en kan het koor een klein team betalen voor de organisatie van het geheel: amateurs met een professionele omkadering.

8 // stemband

stemband-15-03.indd 8

16/05/13 14:50


© Koritnik Ziga

// KARMINA SILEC

Keuze van Karmina Tijdens de repertoiredag voor vrouwenkoor op 9 februari liet Karmina Šilec ons proeven van heel wat etnische muziek die zonder mannen gezongen kan worden. Igraj Kolce is een Sloveens volkslied, een rondedans, in een arrangement voor driestemmig vrouwenkoor van Jakob Jež. Een pittig werkje in het Sloveens; doch notenleermatig niet veeleisend. Urok van Lojze Lebicˇ daarentegen zal voor veel zangers en dirigenten veel te hoog gegrepen zijn. Het staat bol van hedendaagse technieken: spreekstem, glissandi, kwarttonen, roepen, enz. in het Sloveens. Op bepaalde momenten moet er ook opnieuw toon genomen worden. Hard labeur dus, maar ook uiterst interessant en met een indrukwekkend resultaat. Beide werken zijn uitgegeven bij earthsongschoralmusic.com. Niška Banja in een tweestemmige bewerking van Nick Page is wel haalbaar voor veel koren. Natuurlijk moet je even wennen aan de Centraal-Europese dansritmiek in 2+2+2+3 metrum. Iedere maat bestaat namelijk uit 8,5 tel. Je kan dat beschouwen als een 4/4 maat met een lange vierde tel. Daardoor wordt het einde van iedere maat als het ware naar de volgende maat geduwd en ontstaat een opzwepend karakter. Uitgegeven door Boosey&Hawkes. Uit Zuid-Amerika kwam het melodieuze Aires de Quisqueya in arrangement van Pascale Denis en Laurina Vasquez aan bod. Dit driestemmige arrangement ligt goed in de stem. Je waant je meteen onder de Zuiderse zon. Het is echter onduidelijk waar dit werk werd uitgegeven. Ook het vrouwenkoorarrangement van José A. Sutti op El dia que me quieras uit de gelijknamige film van 1935 doet je verlangen naar tango en zon. In die bewerking heb je wel een begeesterende solostem nodig voor het middendeel. Uitgegeven bij Ediciones Schola Cantorum de Caracas.

Russisch romantisch werk voor vrouwenkoor vinden we bij Alexander Kastalsky (1856-1926). In The Doors of thy Mercy kan je koor al zijn registers aanspreken en heerlijk doorzingen. Enerzijds is dit werk misschien een uitdaging vanwege van de Russische uitspraak, maar anderzijds blijkt het harmonisch niet moeilijk. Uitgegeven bij Musica Russica. Uit de Sloveense renaissance stelde Šilec twee korte haalbare werkjes voor in het Latijn: het driestemmige Quare tristis es anima mea van Daniel Laghner (ca. 1550-1607) en het vierstemmige Pueri Hebraeorum van Jacobus Gallus (of Handl, 1550-1591). Uitgegeven bij Centrum voor Vocale Muziek. Dé ontdekking tijdens de repertoiredag was Hanacpachap. Het werkje diende als processielied in de Peruviaanse katholieke liturgie uit de 17de eeuw. Het werd anoniem overgeleverd voor vierstemmig gemengd koor en wordt beschouwd als het eerste gepubliceerde polyfone werk in het Quechua. De tekst is een ode aan de maagd Maria en bevat ook talrijke metaforen op de liefde en de natuur die eigen zijn aan de Quechuacultuur. Šilec bewerkte dit juweeltje zelf voor vierstemmig vrouwenkoor. De versie voor gemengd koor werd uitgegeven bij Ascolta, die voor vrouwenkoor is beschikbaar in handschrift. Ik voorspel dat je er niet genoeg van kan krijgen; al na minder dan de overgeleverde twintig strofes blijkt dit stuk een hardnekkige oorwurm te zijn... ^ // LIESBETH SEGERS

driemaandelijks tijdschrift van Koor&Stem // 9

stemband-15-03.indd 9

16/05/13 14:50


// BINNEN BIJ

BINNEN BIJ

deKunstAcademie Knokke-Heist Knokke-Heist. Geen Lippens of luitjes te zien – op enkele pluutjes tegen de plensregen na – ik ben er gelukkig niet als koelboxtoerist. deKunstAcademie, knus genesteld in een totaal vernieuwd voormalig hotel, is niet zomaar een toevluchtsoord: ze is duidelijk een aantrekkingspool voor muzikale, creatieve jongeren. Het bruisende hart ervan zit in zijn kantoor op me te wachten: directeur en dirigent Rudy Van der Cruyssen. De Gemeentelijke Muziekacademie te Knokke – de voorloper van deKunstAcademie – werd in 1977 opgericht door Jacques Maertens, meteen de eerste directeur. Voordien had die in de kuststad en de omgeving de muziek – vooral de vocale – op vele manieren uitgebouwd en gestimuleerd: als stichter van het jaarlijkse Concertenfestival (1955), van het Gemengd Koor Cantabile (1957), van de wedstrijd Europese Beker voor Gemengde Koren (1962-1980) en van het Jeugdkoor Rondinella (1976). Hij viel met de directeursfunctie niet stil: hij startte nog het Gemengd koor Domini Canentes (1994) en de Schola Gregoriana Dominicana (1998).

Bâton en bezieling door(ge)geven Zijn opvolger was er in 1985 binnengekomen als leraar notenleer – “de beste leerschool om in een academie te beginnen: je leert er wat het is om met kinderen te werken, je ondervindt meteen hun vocale ontwikkeling”. Hij werd door Jacques Maertens gevraagd om hem te assisteren en leerde zo Rondinella kennen als een zeer gedisciplineerd koor met een streng-klassiek repertoire. In 1994 – straks 20 jaar – nam hij diens functies en kort erna ook de koren

Cantabile en Rondinella over. Vier jaar later werd het jeugdkoor laureaat van de wedstrijd Koor van het jaar – afdeling gelijke stemmen. Ik moet nauwelijks vragen stellen, de dictafoon kan amper volgen bij zijn intens verhaal vol anekdotes. Rondinella en deKunstAcademie blijken zeer met elkaar verweven: Rudy leidt ze beide vanuit eenzelfde bezieling voor jongeren en vocale opleiding; hij heeft twee petten maar slechts één hart. Alles wat hij vertelt over de ene groep, geldt automatisch ook voor de andere en omgekeerd. “De overgang zorgde natuurlijk voor accentverschuivingen, gedeeltelijk gekoppeld aan de maatschappelijke evolutie: je kan een muziekopleiding of een koor niet loskoppelen van de tijdsgeest. In Rondinella bv. gaan we nu voor repertoire en visie uit van een totaalconcept. Zo krijgt de luisteraar een beeld dat een visueel-auditief geheel vormt. Dan kan je het publiek grijpen met het vocale luik en het tegelijkertijd voeden met ondersteunende beelden (door choreografie maar vaak ook door projectie). We plaatsen het vocale in een context zonder toegevingen te doen op het artistieke vlak. De luisteraars beleven zo alles veel intenser.”

Verrassend: Rudy Van der Cruyssen is niet begonnen als koorzanger; als organist kwam hij echter wel met de koorwereld in contact. Enkele mensen hebben hem dan gestuwd en gestuurd. Hij roemt Juliaan Wilmots als zijn grote leraar; beiaardier Jo Haazen (“Als die voor je staat, word je een ander mens!”) en Erik Van Nevel, die hem naar Currende haalde (“Een van de mensen die me het meest gevormd hebben als muzikant. Hij bezorgde me een ongelooflijk repertoire.”), en last but not least, zijn grote mentor Johan Duijck. “Zij zetten mensen in beweging, ze doen mensen zichzelf overstijgen. Zo moet je in je leven personen tegenkomen die met jou iets willen doen; voor mij is daar de wereld open gegaan. Die rol wil ik nu spelen voor mijn leerlingen en koorzangers.”

“Sing, sing, sing, sing!” Kinderen moeten zingen “Singen ist das Fundament zur Musik in allen Dingen”, was ooit Telemanns overtuiging. “Dat geldt nog steeds: het vocale opent de weg naar heel wat andere zaken, het doet ‘zin krijgen’. Muziek en zingen vormen een tegengif tegen al wat onze maatschappij tegenwoordig verzwaart, tegen het hele facebookverhaal, tegen het computerverhaal. Kinderen houden van pure en mooie zaken, van dingen die hen op een of andere manier voordien onbekend waren. Door in deKunstAcademie en in Rondinella de muziektaal te ontdekken, leren ze die dingen waarderen. Dat luik is duidelijk inherent aan de muzikale opleiding van een kind en dus heel belangrijk. In de projecten die we met onze samenzangklassen opbouwen,

10 // stemband

stemband-15-03.indd 10

16/05/13 14:50


© deKunstAcademie

// DEKUNSTACADEMIE KNOKKE-HEIST

blijkt dan ook dat er – waar samenzang elders vaak ‘erbij’ komt – hier tegen het vocale helemaal geen aversie is. In onze academie krijgt het ruimte en tijd en een podium. Zo groeide er enkele maanden geleden een werk van een eigen leerkracht amv, het verhaal gezongen door de kleintjes van de samenzangklas, begeleid door de boomwhackers (n.v.d.r. buizen uit zachter kunststof die bij het slaan een juiste toonhoogte produceren). We tonen zulke dingen graag aan de ouders: zij moeten weten dat hun kinderen hier niet alleen een instrument maar ook zang (kunnen) komen volgen. Ik heb jaren tegen het decreet moeten vechten, waarin zang voor kinderen eigenlijk niet bestond. Er was alleen maar stemvorming, alsof zang niet mogelijk was. Een kind van zeven kan leren fluit spelen, waarom zou het niet kunnen leren zingen? Bovendien was stemvorming oorspronkelijk een keuken waar je een beetje kon komen proeven... Zang kan je ook ernstig en goed studeren.” “Leerkrachten met een specifieke opleiding daarvoor hebben we niet, maar in de aanwervingspolitiek waak ik er wel over dat ze vocaal denken, dat ze vocaal zijn, dat ze de vocaliteit in zich dragen, dat ze een vocale traditie hebben door bv. zelf gezongen te hebben.” “Het belang is ook zichtbaar in andere zaken: we zijn een academie met een volledige opleiding voor musical, een voor pop en jazz (met een volledige zangopleiding) en voor klassieke zang. De zon

schijnt voor iedereen: we proberen een aanbod te geven dat zeer nauw aansluit bij wat het kind, de leerling zelf wil.”

De nodige decretale steun voor kwaliteit “Wat het nieuwe decreet brengt…? Als ik vergelijk hoe het denken daarover destijds gestart is met de situatie waar we nu aanbeland zijn, ben ik benauwd dat heel veel waardevolle dingen veel minder kans zullen krijgen. Ja, er is een verbreding – er komt een opleiding vanaf zes jaar – maar ik ben bang van het umag-overal-eens-van-proeven-verhaal. Dat werkt niet! Pak het van bij het begin goed aan: een basisvorming notenleer en ritmiek moet men hebben. De vijf domeinen – muziek, woord, dans, beeldende kunsten, media – vakoverschrijdend samen zetten en van elk aspect iets meegeven doet me de vraag stellen naar de kwaliteit van de opleiding. Ik doe absoluut een oproep om kinderen van zes kansen te geven en te geloven dat ze wél keuzes kunnen maken. Het moet een én-én-verhaal zijn. Kennis maken met andere domeinen is fantastisch, maar blijf altijd het einddoel voor ogen houden.” “Aan de andere kant zie ik er ook mogelijkheden in. Ik denk niet dat het vocale luik zal verkleinen. Het accent wordt meer op het groepsgebeuren gelegd, waar het vroeger veel meer om individuele coaching ging. De omringingsvakken zullen nu veel meer mogelijkheden bieden: bv. samenspel – dat kan ook samen-

zang of koor zijn – zit van bij het begin in de structuur ingebed. De keuze hangt nog meer af van de directeur. Op zich is dat niet verkeerd: laten we de eenheidsworst vergeten en gaan voor academies met een duidelijk profiel. Dat is nu eenmaal de sterkte van ons onderwijs.” “Een ontzettend grote verantwoordelijkheid ligt bij de lerarenopleiding, waarvoor we – denk ik – nu de bocht verkeerd nemen. Ik zoek leerkrachten die de energie, de interesse en de motivatie hebben om bij het begin van de opleiding met leerlingen te gaan werken: die moeten het leuk vinden, zelf een instrument willen vastnemen, zelf het initiatief nemen om drie uur per week naar het koor te komen. Die goesting kweken is ontzettend belangrijk. En de hogescholen creëren nu in de opleiding eenheidsworst: één opleiding voor alle richtingen van de hogeschool waarbij de eigenheid dreigt te verdwijnen.”

Een muzikaal bad Het koor Rondinella is zeker een extra trekpleister voor deKunstAcademie: Finalist Koor van het Jaar 2010-11; om de twee jaren een buitenlandse concertreis (dit jaar naar Barcelona met optredens in Montserrat en Vilafranca).

driemaandelijks tijdschrift van Koor&Stem // 11

stemband-15-03.indd 11

16/05/13 14:50


// BINNEN BIJ

“Het eerste jaar notenleer start in september en in oktober sta ik aan de deur. Dus veel van die kinderen kennen dan nog maar drie noten. Bij Rondinella worden ze eerst zes weken individueel of in kleine groepen gecoacht; dan nemen wij ze – quasi onmiddellijk dus – in het grote koor op (geen ‘kleintjes’, ‘middenkoor’ en ‘concertkoor’ apart, meteen bij de 40 zangers, tussen 10 en 20 jaar). Alleen al door dat leeftijdsverschil is dat niet eenvoudig voor die mini’s. Bovendien zingen ze meteen mee in een programma in vijf-zes verschillende talen. Maar het bad, waarin dat kind op dat moment wordt gegooid, is zó rijk dat het er ontzettend door geboeid wordt en daardoor zijn de sprongen voorwaarts ongelooflijk groot. Na die zes weken houden we een miniconcertje: twee, drie nummers, eenstemmig, misschien tweestemmig. Ik nodig de ouders uit en zeg hen: “Besef goed welke stap uw kind nu zet. Vanaf nu gaat het mee met de groten, het komt bij Rondinella en zal er waarschijnlijk 10 jaar blijven. Ik weet uit ervaring dat ze, eenmaal ik ze bij mij binnen heb, gaan ze niet meer weg. Die groep is zo fantastisch.” Ik vertel daar graag het volgende bij: dat betekent dat, als ik start met nieuwe zangers, er vaak kinderen bij zijn die absoluut hun toon niet kunnen houden. De oudsten – de maxi’s – kijken dan naar mij: “Meneer Rudy, dat gaat niet goed met die of die…” en ik antwoord dan: “Dat komt wel!”. En dan blijkt – anekdote uit het eerste weekend van maart – dat op een optreden van de zangklas 8 mini’s een liedje zingen met een solist en de anderen zowat backing vocals. Aan die solist had ik het vorige jaar nog getwijfeld: die kon absoluut geen toon houden…! De correcte klank die ze in het koor rondom hen krijgen, maakt de uitspraak ‘Iedereen kan leren zingen’ meer dan ooit waar.”

Inbreng “Zowel voor het repertoire als voor de choreografie kunnen de koorleden voorstellen doen. En dat doen ze ook! Je moet als dirigent weten waar je specialist in bent. Is dat niet de choreografie, blijf er dan ook af; m.a.w. ga voor professionele ondersteuning. Wij hebben binnen onze school een sterke musicalopleiding, met o.a. Kevin De Bruyne als leerkracht, die het dansante en het vocale in zich heeft. Hij adviseert ons altijd in choreografische aspecten. Zijn inbreng is sober en ondersteunend. Daarnaast is ook heel belangrijk – en dat is het voordeel van het internetverhaal – dat ik aan de kinderen vraag om iets bij een lied te maken. Zo heeft Lisa Van den Abeele (17) bij Can You Hear Me van Bob Chilcott een choreografie ontworpen en aangeleerd. Een

ander voorbeeld is dat een zanger van Rondinella, Jacobe, het A-B-C van Mozart dirigeert en daarbij een parodie van mij brengt. Dat was ontstaan op het gezellige samenzijn op reis, maar we hebben het op concerten ingeschakeld. Ik ga dan zelf in het koor staan en meezingen. Dat is zalig en hilarisch voor het publiek. De werken die tot nu toe de koorleden het meest geraakt hebben, zijn meestal nummers die zij zelf hebben aangebracht. Als iemand iets voorstelt, luister ik ernaar, zoek ik het op youtube en schaf ik het aan. Zo heeft Faldona een nummer voor het kerstconcert aangebracht, Hymne des Fraternisés – telkens we het zingen, denk ik eraan dat zij met die partituur naar mij gekomen is –     Lees verder op p. 17

Justine: “Ik zing al 12 jaar in Rondinella en geraak er niet uit!”. Astrid: “Het is mijn 10de jaar; normaal gezien zou ik moeten stoppen, maar dat is niet echt afgesproken.” Eva: “Het is mijn 9de jaar, ik heb er nog altijd zin in.” “De grote kracht is dat de groep zo aaneen hangt. Als er iets is met de kleintjes, zullen de groten altijd meteen helpen. Die samenhorigheid wordt gevoed door de koorstage en de koorreizen. Ook het repertoire is heel tof! We zijn geen klassiek kerkkoor; de afwisseling met gospel en jazz vinden we heel leuk. We hebben een facebookgroep, de Rondinella’s; Daar bespreken de oudsten met elkaar wat ze aan nieuwe liedjes vinden. En de choreografieën. Het is ook mooi dat er emotionele momenten zijn, bv. bij het afscheid.”

12 // stemband

stemband-15-03.indd 12

16/05/13 14:50


Instuderen

La Fourmi

Elk vers kan worden onderverdeeld in 3 stukjes die het beste afzonderlijk worden ingestudeerd. Ondersteuning aan de piano kan zeker bij het instuderen op notennamen. De overgang naar de tekst gebeurt het gemakkelijkste door eerst te ritmeren met aandacht voor de dynamiek. Pas als dat afgewerkt is, worden tekst en muziek samen gezet, a capella!

Roland Coryn

La Fourmi uit Une Ménagerie minuscule is het 5e stuk uit een suite op een gedicht van Robert Desnos, op toon gezet door Roland Coryn (°1938). De vocale composities nemen een belangrijke plaats in in het oeuvre van Coryn. Een partituur van hem is als een puzzel die perfect in elkaar steekt: inspirerende en boeiende teksten, kleurrijke toonzetting, op de adem geschreven vocale bogen; een luxe om als dirigent mee aan de slag te gaan!

Tekst & structuur De surrealistische tekst van Robert Desnos (1900–1945) omvat 3 verzen die muzikaal in een A-B-A-structuur worden omgezet: A: m 1 – 26

B: m 27 – 44 A’: m 45 – 70 Codetta: m 71 - 74

A en A’ zijn zo goed als identieke delen. Het gebruik van asymmetrische maatsoorten maakt dit deeltje zeer levendig. De accentverschuivingen en dissonanten voelen heel natuurlijk aan: alles kent een logische opbouw en voorbereiding. De herhalingen in de tekst worden dynamisch ondersteund. Dat gebeurt ook met de verrassende dissonanten. B kent een totaal andere toonspraak: in een trager tempo speelt Coryn op een subtiele manier met ‘het trekken’ van de kar. Geen asymmetrische maatsoorten maar een ‘slepende beweging’ in 4/4. De dissonanten zijn prominenter aanwezig en krijgen, door het tragere tempo, een sterke kleur.

aan de slag

// genre

A1: maat 1 – 7: Plaats een kleine cesuur na U-ne four-mi. Op die manier krijgt de tekst meer ruimte en het crescendo een natuurlijke opbouw. De parallelle tertsakkoorden leiden naar de eerste dissonant op mè-tres (maat 5). Een marcato op die noot versterkt het effect. Let op voor de juistheid van het daaropvolgende akkoord. A2: maat 8 – 16: Schenk aandacht aan het spel tussen stijgende en dalende lijnen. A3: maat 17 – 26: Hier is het heel belangrijk dat het koor de spanningsboog volhoudt, zowel in tekstfrisheid als dynamiek. Opgelet: het tempo in maat 22 is identiek aan het begintempo! B1: maat 27 – 30: Deze passage vraagt om een intens legato. De ‘wringende dissonanten’ moeten extra aandacht krijgen en mooi in balans worden uitgevoerd. Let op de ademsteun aan het einde van de zin (et de ca-nards). Niet eenvoudig… B2: maat 31 – 34: Kijk goed naar het kommateken in de tekst, een zeer subtiele aanwijzing voor een kleine tekstcesuur. Prachtig geschreven… Geen ademhaling na char in maat 32! Blijf de spanning volhouden tot maat 34. B3: maat 35 – 44: schenk veel aandacht aan de dynamiek. De f heeft een sterk bevestigend karakter. Volhouden tot maat 38! A’: zie A, maar andere tekst. Codetta: Kies onmiddellijk het juiste tempo, en denk vooruit: blijf niet hangen op de eerste 2 kwartnoten. Let op de juistheid van het akkoord op pas?

Tot slot Als dirigent overkomt het je niet vaak: een partituur in de hand nemen en glimlachen bij de eerste lezing. Geloof me vast: La Fourmi is een pareltje! ^ // Rudy Van der Cruyssen

Het codetta is een leuke uitsmijter: een snedig tempo met een rijke dissonant op het laatste woord (Pourquoi pas?).

Tempowisselingen Wie de partituur ter hand neemt, wordt misschien overvallen door de maat- en tempowijzigingen. Geen nood: alles vertrekt vanuit hetzelfde hoofdtempo. De maatwisselingen zijn gekoppeld aan de tekstplaatsing. Voor de dirigent wordt het een uitdaging om met een lichte maatslag de woordaccenten te ondersteunen met aandacht voor de dynamische tekens in de partituur. driemaandelijks tijdschrift van Koor&Stem // 13

stemband-15-03.indd 13

16/05/13 14:50


// genre

De structuur

Water van Kharâbât

Liselotte Sels

Je zou bij de berichtgeving over Iran bijna de rijke culturele traditie van het land vergeten. Vandaag denk je dan misschien aan Marjane Satrapi, Abbas Kiarostami of Jafar Panahi, en bij uitbreiding aan het spanningsveld tussen kunst en politiek. Met Water van Kharâbât keren we terug naar de tijd van Petrarca, Boccaccio of, in onze streken, het Egidiuslied.

De dichter Hâfez Shirâzi (Iran, 14de eeuw) wordt algemeen beschouwd als de grootste dichter die Iran ooit gekend heeft en als de dichter die het typische Iraanse cultuur- en gedachtegoed het treffendst tot uitdrukking bracht. Tot op de dag van vandaag spelen zijn gedichten een centrale rol in de Iraanse cultuur.

De componiste Na haar studies piano en compositie startte Liselotte Sels (°1981) een doctoraat in de kunsten over Turkse volksmuziek in Gent. Daarnaast is ze actief als pianiste, uitvoerder van Turkse volksmuziek en dirigente van het gemengd koor Collegium Cum Splendore waarvoor ze Water van Kharâbât schreef. In dit werk komen duidelijk een aantal van haar interessesferen samen waardoor deze persoonlijke compositie een uniek cultureel perspectief biedt aan de uitvoerder.

Het gedicht Het centrale begrip in het gedicht Kharâbât heeft verschillende betekenisnuances die gelinkt zijn aan het mithraïsme, een pre-christelijke en pre-islamitische religie verwant met het zoroastrisme en het mazdeïsme. Kharâbât is een plaats waar je jezelf verliest (in een roes) en terugvindt (met nieuw inzicht). Meer concreet verwijst het naar een tempel waar je kon mediteren, wijn drinken en dansen. Hâfez verheerlijkt hier dus zowel de wijn als de mystieke cultus van Kharâbât, een duidelijk standpunt tegen de dominante religie van die tijd, waarin wijn een verboden drank was.

Het gedicht dat in Water van Kharâbât wordt getoonzet is een ghazal, vergelijkbaar met het sonnet bij ons. Opvallend daarin is het eindrijm per twee verzen. Een typisch kenmerk is dat de naam van de dichter opduikt in de laatste strofe. De componiste koos voor een organisch idioom, de muzikale structuur is dezelfde als de tekstuele: één muzikale zin per vers van het gedicht. Inhoudelijk volgt de compositie de wensen van Hâfez op de voet: eerst komen drie bijna vrolijke wensen (maat 5-30), daarna volgen twee serieuzere waarschuwingen, in het Perzisch zeer krachtig uitgedrukt met de woorden ‘marizid’, ‘mayârid’ en ‘mabâdâ’ (maat 31-46). Op het einde spreekt de dichter tegen zichzelf de berustende conclusie uit, de bevestiging van de totale vrijheid van zijn doen en laten.

De taal De notatie van het Perzisch is gebaseerd op de transcriptie naar het Engels. De tabel onderaan de partituur maakt duidelijk hoe je de tekst uitspreekt. Daarbij moet je je wel wat verzetten tegen je reflexen uit het Nederlands, vooral bij klanken als ‘kh’, ‘a’ en ‘â’. Oefen de tekst en de uitspraak zeker ook los van de partituur, het is een klankwereld op zich.

Vocaal-instrumentaal De robâb (een soort luit) en de harp waarvan sprake in het gedicht hoor je het hele stuk door in de instrumentale klanknabootsing in de vrouwenstemmen (klong, pling...) Bij staccatonoten werkt dat automatisch, bij langere notenwaarden (bv. vanaf maat 9) laat de componiste de keuze of je meteen naar de ‘ng’-klank gaat of eerder de klinker uitzingt. De eerste optie klinkt instrumentaler, de tweede sluit beter aan bij de dubbelmelodie in de mannenstemmen. Qua tonaliteit hangt de muziek grotendeels in de sfeer van mi klein waardoor dissonanten aan de zachte kant blijven. Meestal worden ze ook melodieus aangebracht. Door bij het repeteren telkens een andere stem weg te laten, kan je meer zekerheid creëren op vlak van intonatie.

De notatie Hedendaagse partituren zijn meestal rijkelijk voorzien van aanduidingen op vlak van bv. dynamiek en articulatie. Dat heeft het voordeel van de duidelijkheid maar het daagt de uitvoerder wel uit in de soms snelle afwisseling. Water van Kharâbât kolkt soms op vlak van dynamiek zoals bij de plotse overgang van forte naar piano (maat 32). En dat zonder te ademen! De tempowisselingen kan je oefenen door de tekst op het ritme te spreken, waarmee je meteen de uitspraak weer opfrist. ^ // Maarten Van Ingelgem

14 // stemband

stemband-15-03.indd 14

16/05/13 14:50


Op vleugels van liefde Luc Ponet Het Vlaams Centrum Liturgische Muziek, kortweg VCLM, geeft regelmatig nieuwe eenvoudige koorwerken uit voor breed liturgisch gebruik. De koorwerken zijn bedoeld voor basiskoren en in opdracht gecomponeerd door Vlaamse componisten. In samenwerking met Koor&Stem Leuven worden die werken telkens op een cursusdag “Zingen in het Lemmensinstituut” aangeleerd en gecreëerd. Op vleugels van liefde van Luc Ponet is er een uit die reeks. Dit gloednieuwe werk kreeg zijn creatie op de zangdag van 8 april laatstleden. Alle bestaande koorwerken uit de reeks (tot 2012) werden trouwens gebundeld op een koor-cd ‘CANTATE, koormuziek voor de liturgie’. (zie koorkrant voor meer info)

Afwisseling tussen kooren volkszang De tekst van Op vleugels van liefde is geïnspireerd op de belijdenissen (Confessiones) van Augustinus Van Hippo (354-430) en op de zaligsprekingen uit het evangelie van Mattheus (Mattheus 5: 1-12) Dit koorwerk is erg geschikt voor liturgische viering waar men zoekt naar afwisseling tussen koor- en volkszang. De compositie kan ook integraal éénstemmig met orgelbegeleiding uitgevoerd worden maar uiteraard geeft de meerstemmige zetting een grote meerwaarde aan de compositie. Misschien schrikt de lengte en de verschillende zettingen van de strofen en refreinen sommige koren wat af. Toch laat het werk zich gemakkelijk zingen.

Unisono met orgelbegeleiding De melodie (maat 5-20) van het refrein die na het voorspel te horen is, ligt heel goed in het oor. Als geopteerd wordt voor een uitvoering in combinatie met volkszang, zal de gemeente die melodie heel snel kunnen meezingen. Ze moet legato, in een vloeiende beweging, uitgevoerd te worden. Dat legato-zingen, over de sprongen heen met soms twee noten op dezelfde lettergreep, zal tijdens de repetitie wel de nodige aandacht vragen. De octaafsprong (maat 1516) legato uitvoeren zonder glissando zal ook wel wat extra oefening vragen.

aan de slag

// genre

Heren unisono met orgelbegeleiding Dan volgt de eerste strofe (maat 25-40). De laatste 4 maten van de strofe lijken sterk op de laatste 4 maten van het refrein. De strofe cadenseert echter niet naar de tonica maar trekt de melodie open naar de dominant. Eventueel kan op die maten een kleine crescendo gezongen worden.

Tegenstem in de alt Als het refrein voor de 2de maal verschijnt, ligt de melodie in de bovenstem. Let op: maten 43-44 wijken af van het 1ste refrein. De tegenstem in de alten wordt gekenmerkt door enkele dissonanten op de 1ste tel van maten 45,46,48 en 52. Let ook op het verschil tussen maten 47-48 en maten 53-54.

Driestemmig a capella Ook in strofe 2 (maat 57-72) bevindt de melodie zich in de bovenstem. Vanwege de tekstplaatsing zijn er enkele ritmische verschillen met de eerste strofe. Om de intonatie in deze a capella-strofe op toon te houden, moet er extra aandacht besteed worden aan de kwart- en kwintsprongen in de tegenstemmen.

Tot slot Door de vele kwart- en kwintsprongen is de baritonpartij van het refrein in maat 73-88 niet zo evident. De moeilijkste maten zijn de laatste vier. Bij het laatste refrein (maat 109-124) kunnen de sopranen zich al dan niet aan een melodieuze discant wagen. ^ // Kristel Verpoten

Aanleren Bij het aanleren van deze compositie leer je eerst het hele koor de melodie van refrein en strofe aan. Nadien kunnen de verschillende zettingen van strofen en refrein aangepakt worden. Geef daarbij al de nodige aandacht om een mooi legato en een vloeiende beweging te bekomen. Werk ook aan het zingen van zuivere en lange klinkers. De orgelbegeleiding ondersteunt voortdurend het koor, behalve in de 2de strofe, die a capella gezongen wordt. Uiteraard zal er extra gewerkt moeten worden om in die strofe de intonatie op toon te houden. Het orgel speelt niet colla parte mee met het koor maar de akkoorden ondersteunen volledig de koorzettingen.

driemaandelijks tijdschrift van Koor&Stem // 15

stemband-15-03.indd 15

16/05/13 14:50


Nieuwe concertkalender vocale muziek

Koor&Stem presenteert een nieuwe concertkalender in samenwerking met UitinVlaanderen.be Op UiTinVlaanderen.be kan je terecht voor de meest volledige cultuur- en vrijetijdsagenda van Vlaanderen en Brussel. De site bereikt dagelijks duizenden actieve Vlamingen en brengt een geïnteresseerd publiek rechtstreeks in contact met cultuur. Hij geldt als hét startpunt voor wie wil weten wat er waar wanneer te doen is. De activiteiten die gecommuniceerd worden via UitinVlaanderen.be worden bovendien ook lokaal en per evenement of discipline ontsloten. Vandaar dat je ook terecht kan op sites als UiTinGent, UiTinAalst, UiTinWaregem, UiTinLeuven, enz… De openbare bibliotheken, Boek.be, Okra, de erfgoedsector, Danspunt en bamart.be – om er maar enkele te noemen – putten eveneens uit de databank van UitinVlaanderen. Een overzicht van alle kanalen vind je op www.cultuurnet.be/uitdatabank/ over-uitdatabank/publicatiekanalen. Vanaf heden is dit ook het geval met de nieuwe concertkalender vocale muziek van Koor&Stem, te raadplegen via www. koorenstem.be/concertkalender. Je concert zal er, na correcte invoer in de UiTdatabank, automatisch worden gepubliceerd, mits rekening te houden met enkele eenvoudige richtlijnen.

Hoe ga je te werk? ×× Surf naar www.UiTdatabank.be en meld je aan. Heb je nog geen login dan moet je eerst een UIT-ID account aanmaken via www.uitid.be. Dat gaat makkelijk en snel. ×× Je voert je concert zo lang mogelijk op voorhand in. Als je nog niet alle details weet, dan kan je die later steeds aanvullen. Hou daarom je login en paswoord goed bij! ×× De invoer gebeurt in twee fases. Eerst vul je de verplichte velden in (titel, waar, wie, soort activiteit, korte omschrijving, contact ...) en vervolgens de optionele velden. Duid daarbij absoluut aan dat het een CONCERT betreft én voeg het trefwoord KOOR toe in het voorziene veld. Want pas dan komt je concert ook in de concertkalender van Koor&Stem terecht. ×× Aanrader: voeg een mooie foto of affiche toe in jpeg. Het verhoogt de herkenbaarheid van je concert in de zoekresultaten. Bovendien maak je dan kans om op de homepage van Koor&Stem te worden gepromoot in de dagen voorafgaand aan je concert.  Veel succes! ^ // JAN STOFFERIS

www.koorenstem.be/  concertkalender 16 // stemband

stemband-15-03.indd 16

16/05/13 14:50


© deKunstAcademie

// DEKUNSTACADEMIE KNOKKE-HEIST

Vervolg van p.12 en zo is het ook gelopen met de muziek van Les Choristes. Als we naar een wedstrijd of naar een concert gaan, bepaal ik het repertoire, maar in de voorbereidende fase kiezen zij mee.

© deKunstAcademie

Een werk kan je aan kinderen niet opleggen, het moet klikken en daarom mogen zij mee bepalen wat al dan niet op het repertoire komt van Rondinella. Anderzijds moeten ze dingen ook leren smaken, zeker – vervelend dat we dat moeten zeggen – als het over Vlaamse muziek gaat. De moeilijkheid om over die grens te stappen is groter dan bij de easy listening muziek. Je moet dus altijd een balans hebben, waarbij je als dirigent moet kiezen voor kwaliteit. Als je werk van Vic Nees, Rudi Tas, Roland Corijn kiest, moet je dat anders inkleden. Zo hebben we Ode aan een kind van Rudi Tas gecreëerd, nadat ik de zangers van de schoonheid overtuigd had. Ik ben ook leraar notenleer aan het Conservatorium van Brussel. De ritmiek loopt als rode draad door mijn didactiek: “Im Anfang war der Rhythmus”.

In optredens is ritmiek essentieel. Dat wordt alleen al duidelijk bij Rondinella in het spreekkoor Me zinke van Jan Huylebroeck (de titel is de West-Vlaamse verbastering van ‘Me think’, ‘me dunkt’ – op de website staat er een kort filmpje van). Het bouwt helemaal op het commentaar dat kinderen hebben als ze een clochard zien lopen, vallen, slapen enz. Het werk vertrekt vanuit ritmiek. Ook dat moeten kinderen meekrijgen! Maar we zingen ook heel wat Jubilate’s en Gloria’s met complexe ritmes.”

Samenwerking “Ik vind het belangrijk om een langere tijd met een bepaalde componist samen te werken. Dat doen we nu al een hele tijd met Rudi Tas. Je moet een vorm van relatie opbouwen, en dat kan niet op basis van één nummer. Iedereen in het koor weet nu ook wie Rudi Tas is. Met Voices (een vrouwenkoor met haast uitsluitend oud-Rondinellaleden) creëer ik in het komende concert weer een werk van hem, het vierde alweer. Dan weet je wie hij is als componist. Ik weet – ik wik mijn woorden – dat zijn werk zo perfect is: hij schrijft zó vocaal dat alles klopt. Je kan meteen vaststellen wat hij wil bereiken op die bepaalde tekst, dat bepaalde woord, die bepaalde lettergreep. Je krijgt als koorleider een schat aan materiaal. Hij heeft ook een heel eigen taal en kleur, zowel breed lyrisch als ritmisch. Hij weet perfect hoe een stem werkt en wat je ermee kan doen. Zo is het ook met het werk van Vic Nees: zo veelzijdig dat je niet bij één nummer kan blijven. Ik vind het ook belangrijk dat we altijd onze Vlaamse componisten programmeren en altijd een kinderlied, eenvoudig eenstemmig, bv. Broertje van Van den Broeck (een meisje zegt aan zijn ouders dat het graag een broertje zou

willen; het heeft ervoor gespaard) dat wordt gezongen door een kind dat vooraan op het podium zit, waarna het koor meerstemmig het refrein zingt.”

Ontroering “Ik sta heel dicht bij de leerlingen en bij mijn zangers. Ik voel me ook op geen enkel moment beschaamd om te tonen wie ik ben en wat ik voel als muzikant. Als iets mooi is, als het echt af is, gedragen en goed, dan gebeurt het heel dikwijls dat ik de tranen in mijn ogen krijg. De koorleden weten ook dat het dit is waarvoor we gaan: de puzzelstukken vallen samen tot een geheel. Die momenten blijven ook in het geheugen plakken. Zo sluiten we, al zolang ik dirigeer, elk Rondinellaconcert af met het nummer Unity, een heel rustig lied dat de eenheid van de volken bezingt. Daarbij slaan we de handen in elkaar en staan we dicht tegen elkaar aan. Op koorreizen is dat tegelijkertijd het moment waarop ik mijn koorleden één voor één aankijk en bedank voor de jaren dat ze erbij zijn. Op het einde van dat lied staat bijna het hele koor in tranen. De mensen voelen dat ook aan. Het is dan het einde van het concert, van de reis en voor sommigen ook van de samenwerking.” Als ik het ‘hotel’ verlaat, is het opgehouden met regenen. De zon schijnt zelfs. Op de lange weg naar huis vergezellen me sterke overtuigingen, warme beelden en mooie klanken. ^   // IVO JACOBS

driemaandelijks tijdschrift van Koor&Stem // 17

stemband-15-03.indd 17

16/05/13 14:50


// MEESTERS

RAYMOND SCHROYENS 80!

Raymond Schroyens is 80 geworden en ‘woont’ nu, zijn eigen bewoordingen, een verdieping hoger. Hij luistert enkel nog naar de vogels en wordt (nog) minder gestoord door de rumoerige wereld. Wie Raymond persoonlijk kent, verwondert zich daar waarschijnlijk over maar tegelijk toch weer niet. Hij is goed op de hoogte van wat er zich in de wereld afspeelt en heeft over alles een uitgesproken mening. Of het je nu zint of niet, hij zal het toch zeggen. Mijn eerste ervaring met Schroyens kwam er door zijn muziek. Als student werd ik koud gepakt door uitvoeringen van Door de neev’len van de avond en A voice in Rama. Atmosferen, door een vocaal ensemble, die ik nog nooit had gehoord en die ik ook niet begreep. Als student aan het Lemmensinstituut zat mijn hoofd vol met de klanken van Jules Van Nuffel. Raymond heeft nog gezongen onder de roede van de Mechelse Kapelmeester. In 1942 vervoegde hij de 270 zangertjes van het Sint-Romboutskoor. Tijdens de oorlogsjaren was hij leerling aan het Sint-Romboutscollege en op aandringen van zijn vader (een ex-lid) schreef Raymond zich in voor een stemtest. Meezingen o.l.v. Jules Van

Nuffel was voor ‘de dromer’ een nieuwe wereld die openging. Iedere morgen na de mis, voor de les, was het tijd voor de repetitie. Als de knapen hun partij kenden, werden ze ingeschakeld in het geheel. Vittoria, Palestrina en Vaughan Williams lieten een onwisbare indruk na; evenzo Flor Peeters, op het doksaal, aan het orgel. Hier werd tevens de relatie met Vic Nees versterkt. “Reeds in 1939 speelden wij samen in de recreatiezaal bij de nonnekens, en drie jaar nadien loodsten wij onszelf hand in hand naar de Grote School, daar Vicske volgens onze mama’s te jong was om die lange, gevaarlijke tocht door de stad heel alleen af te leggen”1. Piet van den Broeck, een inwonende kotstudent aan het Lemmensinstituut, bracht hem belangstelling bij voor piano en orgel. Raymond leerde Bach, Haydn en Schubert kennen en nam zich voor om artiest te worden… Onze eerste persoonlijke ontmoeting verliep zeer chaotisch. In de Gentse Sint-Pauluskerk begroette een man met levendige ogen mij met de frase “Dag Kurt, hoe maak je het?” Ik herkende hem niet en antwoordde “Wie zijt gij, ik ken u niet!”

En zoals Raymond typeert “kon ik vanaf dan de boom in!”2 Het heeft me altijd verwonderd waarom dat hij vrij onbekend bleef voor ons - dirigenten of collega’s componisten - laat staan voor de Vlaamse en internationale populatie. Na zijn eerste prijs orgel in de klas van Flor Peeters, in 1958, reisde hij met zijn verloofde Aleine Lurton naar de Verenigde Staten en werkte er als organist in Detroit en als Kapelmeester aan de St.-Alfonsuskerk in Dearborn (Michigan). Heimwee en moeite met de Amerikaanse mentaliteit deden hem in 1960 terugkeren naar Vlaanderen waar hij op aanraden van Vic Nees het examen aflegde voor programmator bij de BRT. Hij slaagde in 1963, werd producer, in 1974 eerste producer en in 1981 productieleider tot aan zijn pensioen in 1993. Raymond is een koorcomponist zonder koor; hij hoopt steeds op een koor en dirigent om zijn werk uit te voeren. Dat maakt hem natuurlijk enorm kwetsbaar. Wel geeft hij de uitvoerder daardoor steeds een zelfstandige opdracht: zich inleven en een persoonlijke interpretatie geven. “De uitvoering beschouw ik als een voortzetting van de compositie, het logische, noodzakelijke gevolg van het scheppingsproces. Mijn werk is pas voltooid als het uitgevoerd wordt.”3 Raymond Schroyens componeert graag voor de hem omringende, betere liefhebberskoren en houdt rekening met de vocale mogelijkheden van die koren. Gekneed door het gregoriaans, gebruik makend van vele modale wendingen en ongelukkige hoge tonen, moeilijk te nemen intervallen en moeizaam uit te brengen klinkers vermijdend, … schrijft hij goed zingbare werken. “Al wat ik schrijf, probeer ik zelf te zingen, en ik moet het zelf mooi vinden.”4 Zijn werken zijn heel herkenbaar door het grote belang aan een doorlopende,

18 // stemband

stemband-15-03.indd 18

16/05/13 14:50


// RAYMOND SCHROYENS 80

soepel melodische curve in alle stemmen, ondersteund door akkoorden met een toegevoegde seconde (gefascineerd door kleurrijke, subtiele esoterische harmonieën). De keuze van de tekst is een moeizaam proces: hij moet aanspreken, zingbaar zijn; hij is de leidraad met respect voor de prosodie en het ritme. In het verleden werden er echte Schroyens-concerten georganiseerd en het is op een van deze concerten dat ik hem opnieuw ontmoette; dit maal bij mijn buren in Herk-de-Stad. Marcel Lambrechts had een fijn programma opgesteld met kleine en grotere werken. Nadien hebben we op de receptie een fijn gesprek gehad waar Raymond me toevertrouwde dat hij het leuk vond dat er ook andere werken van hem gezongen werden dan het eeuwige My love is like a red red rose dat vrij snel uitgegroeid was tot een schlager - het is dat trouwens nog steeds. Enkele collega-dirigenten zijn echte fans van Schroyens (geworden); ik noemde al Marcel Lambrechts en ik herinner me tevens creaties, opdrachten en speciale aandacht vanwege o.a. Vic Nees, Sabine Haenebalcke, Jos Venken, Dieter Staelens … ik vergeet er waarschijnlijk enkelen. In 2006 verraste Schroyens vriend en vijand met het componeren van een mis. In opdracht van de Capella Sanctorum Michaelis et Gudulae componeerde hij Missa Spes et Dubitatio voor de 25ste verjaardag van het Brussels kathedraalkoor. Vanuit een rooms katholieke kathedraaltraditie is Raymond geëvolueerd naar een luthers-protestantse cantorij-esthetiek: de dimensies worden kleiner, de innerlijke drift minder exuberant en apologetisch, en het spel van motieven en imitaties belangrijker. Het koor heeft een kluif gehad aan de repetities maar de uitvoering was een hemelse ervaring!

De laatste twee jaren heeft Montefagorum zich ingezet om de koormuziek van Raymond de plaats te geven die ze verdient door twee cd’s met zijn koormuziek te produceren in de reeks a portrait of… In november 2011 bivakkeerde de Capella di Voce met Raymond én Aleine vier dagen in Mariagaarde te Hoepertingen. Een onvergetelijke ervaring voor de zangers, pianist en dirigent om, na eerst enige schroom, te praten en te filosoferen met een Vlaams monument. Raymond Schroyens is een bevlogen verteller; hij dweept met Flor Peeters en Jules Van Nuffel, zong in het koor van Marcel Andries… De samenstelling van het programma van de cd Voorbij de zon en de wind gebeurde in samenwerking met Raymond. Opvallend zijn de weinige allegro’s; de meeste werken zijn langzaam gedragen. Hij is een zeer ernstig componist, misschien een pessimist, alleszins bezig met het leven, het waarom van de dingen, en met de dood; merkbaar aan de keuze van de teksten. Naar buiten uit is hij steeds te vinden voor

een plezierige samenkomst, een lekker etentje, een stevig wijntje of pint, een goede mop of een grappige anekdote. Maar wie hem beter leert kennen, merkt dat die buitenkant een andere Schroyens schuilt. Ik ben blij dat ik weer de boom   uit mocht. ^ // Kurt Bikkembergs PS. Met dank aan Kamiel Cooremans voor “Raymond Schroyens, een zelfportret”; VFJH berichtenblad jg. 27/8, oktober 1993 1 Raymond Schroyens;   Hulde en nagedachtenis aan Vic Nees 2 Raymond Schroyens; Aandenken aan de feestelijke viering Kurt Bikkembergs 50 jaar 3 Raymond Schroyens 3 Raymond Schroyens

driemaandelijks tijdschrift van Koor&Stem // 19

stemband-15-03.indd 19

16/05/13 14:50


// Repertoirenieuws

Repertoirenieuws

Canto General De bibliotheek kocht de directiepartituur van Canto General van Mikis Theodorakis (°1925) aan. Het werk kwam tot stand tussen 1972 en 1982. De tekst van Pablo Neruda dateert echter van 1950 en verhaalt over het ontstaan van de wereld tot de hedendaagse tijd, over het Amerikaanse continent, de natuur en het volk. Het werk behandelt het leven en de dood alsook de heropbouw door liefde, vechtlust, hoop en vrijheid. Het stuk kwam in ballingschap tot stand. Neruda werd namelijk door de regering van Gabriel Gonzalez Videla vervolgd omdat hij deel uitmaakte van de verboden Communistische Partij waarvoor Neruda als senator gekozen was. De muziek verzamelt tal van melodieën en ritmes, Grieks-Byzantijnse en Latijns-Amerikaanse thema’s en is technisch haalbaar voor veel amateurkoren. ‘Het volk zingt’ als remedie tegen dictatuur. Uitgegeven bij Schott, aanwezig in de bib van Koor&Stem.

Vocavoleer De cursus Vocavoleer omvat zangmomenten voor kleuterleiding en leerkrachten uit het lager onderwijs en bouwt op twee sessies van 2,5 uur per schooljaar. De eerste sessie vond plaats in september/oktober en de tweede in januari. Zo wordt een haalbaar vervolgtraject opgebouwd waarbij je als leerkracht doorheen de jaren sterker in je schoenen komt te staan wanneer het op zingen aankomt. In het kader van de cursus stelde Jos Bielen een aantal liedboekjes en cd’s samen. Zo bestaan er momenteel 3 op kleuterniveau en 3 voor de lagere school, die telkens rond een thema ontwikkeld zijn (herfst, carnaval, ...). Erg bruikbaar en vaak nieuw materiaal voor het basisonderwijs. www.vocavoleer.be

Shanties Shanties zijn arbeidsliederen die vroeger aan boord van grote zeilschepen werden gezongen. Zwaar werk dat door vele handen licht gemaakt moest worden, vereist een gelijkmatige verdeling van de kracht en het ritmisch uitroepen van een kreet is dan ook de basis van alle werkliederen. In Shanties & Sea songs vind je 12 a cappella arrangementen van Hanging Johnny, Eddystone Light, Haul Away Joe, Glos’ter Girls, Leave her Johnny e.a.... De bewerkingen kunnen zowel door gelijke stemmen als gemengde koren gezongen worden. De toegevoegde akkoordsymbolen zorgen ervoor dat eenvoudige ondersteuning door gitaar, accordeon of piano vlot kan gebeuren. Uitgegeven bij Harmonia en aanwezig in de bibliotheek van Koor&Stem.

20 // stemband

stemband-15-03.indd 20

16/05/13 14:50


// Repertoirenieuws

de meerstemmige versie volgde enkele jaren later in 1973 in een koorliedbundeling die tevens Ik ben van nergens en overal heette. Van nergens en overal was hij én blijft hij.

Inter­national Compe­tition for Choral Composition

The Second International Competition for Choral Composition van het IFCM (International Federation for Choral Music) werd gewonnen door de Ier Francis Corcoran (°1944) met het werk Eight Haikus. Het wordt later in 2013 uitgevoerd door de Philippine Madrigal Singers en zal daarna ook als partituur beschikbaar worden gemaakt voor andere koren. De bibliotheek van Koor&Stem zal het werk dan ook aanschaffen. Uit de 637 inzendingen van over de hele wereld kreeg ook het werk Pie Jesu van Rudi Tas de speciale derde prijs voor harmonische originaliteit. Hartelijk gefeliciteerd! We kijken ernaar uit dit werk te beluisteren. De jury die zich doorheen de honderden inzendingen worstelde bestond uit Olli Kortekangas (Finland), Graham Lack (UK en Duitsland), Libby Larsen (USA), John Pamintunian (Filippijnen) and Paul Stanhope (Australië). De volgende IFCM International Competition for Choral Composition staat gepland voor 2014. Componisten die geïnteresseerd zijn kunnen Andrea Angelini contacteren via aangelini@ifcm.net of www.ifcm.net

koorpagina’s Bij deze StemBand vind je maar liefst drie koorpagina’s. Liselotte Sels schreef een werkje voor vierstemmig gemengd koor op tekst van een Iranees dichter uit de 14de eeuw. Hij schrijft over Kharâbât, een plaats waar je jezelf verliest en terugvindt, met nieuwe inzichten. De uitspraakregels van het Perzisch zitten erbij. Je kan dit unieke werkje alvast live beluisteren op vrijdag 13 september om 20u. Cum Splendore voert het dan uit in de Sint-Petrus en Pauluskerk in de Bachtekerkstraat in Bachte-Maria-Leerne. Roland Coryn (foto) wordt op 21 december 75 jaar! Met La Fourmi levert de componist een surrealistisch pareltje aan de gelijkstemmige koren. Rudy Van der Cruyssen beschreef in Aan de slag uitgebreid hoe je dat werk het beste aanleert aan je koor. Naar aanleiding van het overlijden van Vic Nees (1936-2013) besloot Koor&Stem Wandellied en Ik ben van nergens en overal opnieuw uit te geven. De teksten zijn van Albert Boone, die zich het pseudoniem Filip van de Wouwer aanmat. De eenstemmige melodie van beide werkjes ontstond in 1967;  

Jetse Bremer

Lang geleden, in 1995, verscheen er een bundeltje Nieuwe liedjes voor tweestemmig kinderkoor a cappella op teksten van John Collee en met muziek van Jetse Bremer (foto). De bundel werd opgedragen aan het Nationaal Kinderkoor o.l.v. Silvère van Lieshout. De onderwerpen zijn divers: ze reiken van Ik wil een zusje, Als het circus in de stad is, Later als ik groot ben voor de jongere kinderen tot Puistjes, Ze heeft mijn vriendje afgepikt, Het meisje dat ik aardig vind voor de beginnende pubers. Deze ondertussen minder Nieuwe liedjes zijn nieuw in de bibliotheek.

driemaandelijks tijdschrift van Koor&Stem // 21

stemband-15-03.indd 21

16/05/13 14:50


// CD

CD

Sebastiaan van Steenberge Sebastiaan van Steenberge (°1974) schreef voor Koor&Stem het swingende La Noche sin Estrellas. Het werk zal eind oktober gecreëerd worden in AMUZ naar aanleiding van de internationale conferentie Hearts in Harmony. Na Hartverwarmend op muziek van Hanne Deneire en tekst van Dimitri Leue geeft Koor&Stem opnieuw een impuls aan een samenwerking tussen gemengde en inclusieve koren. Vier Latijns-Amerikaanse dansen vormen de basis: Rumba, Merenque, Tango en Frevo, op teksten van Jan Coeck. Van Steenberge weet de sfeer van de dansstijlen perfect te vertalen naar een koorpartituur. Heerlijke muziek die koorleden motiveert om zich ook de occasionele moeilijke passages volledig eigen te maken. Verkrijgbaar bij Koor&Stem na de creatie.

Jules Van Nuffel Om tegemoet te komen aan de groeiende vraag ontwikkelde Koen Vits in overleg met de familie Van Nuffel een website rond de figuur en de muziek van Jules Van Nuffel (1883 - 1953). Op termijn is het de bedoeling dat die webstek kan uitgroeien tot een knooppunt  waar dirigenten, koren en muziekliefhebbers informatie kunnen uitwisselen en terecht kunnen met al hun vragen over het leven en werk van Van Nuffel.  Thans bevat de website reeds een beknopte biografie, een discografie en een volledige catalogus van de composities met hun vindplaats.  Neem zeker eens een kijkje en laat je indrukken en suggesties achter op het contactformulier  www.julesvannuffel.be. Een goed initiatief waar nood aan was! ^ (LS)

Vox Luminis English Royal Funeral Music Vox Luminis: een relatief recente speler in het veld van de Oude Muziek. Lionel Meunier die zelf ook meezingt, timmert al een aantal jaren aan de weg en slaagt er nu in het aanstormend talent van de Europese conservatoria onder zijn leiding te verenigen. Op hun cd English Royal Funeral Music brengt het ensemble naast de genoegzaam bekende ‘funeral sentences’ van Purcell ook werk van tijdgenoten Morley, Weelkes en Tomkins.  De cd opent met Hear my prayer van Purcell en grijpt de aandacht met een doorzichtige, ietwat breekbare, verfijnde uitvoering. Ook de in Vlaanderen iets minder bekende werken van Tomkins en Morley nodigen uit tot aandachtig luisteren en herbeluisteren. Daarbij valt op dat de klankkleur van nummer tot nummer verschilt. De verklaring is te lezen in het booklet: de kern van Vox Luminis bestaat uit twee zangers per stem maar wordt regelmatig aangevuld naargelang van de muzikale noden. Een te waarderen oplossing die overigens past bij de huidige tijdsgeest van flexibi-

22 // stemband

stemband-15-03.indd 22

16/05/13 14:50


// CD

lisering op alle niveaus. De stemtimbres passen zeer goed bij elkaar én bij de muziek; de herenstemmen verdienen een speciale vermelding voor de sonore, edele klank. De vocale fijnproeverij komt even tot rust tijdens enkele geslaagde instrumentale intermezzo’s van Guy Penson op virginaal. Ook de musici van Lingua Franca en les Trompettes des plaisirs dragen bij tot de fijnmazige mix van klankkleuren en nuances. Het booklet bevat interessante achtergrond en vertalingen in het Frans, het Engels en het Duits. Naar Nederlands zoek je vergeefs, ondanks de naar verhouding grote vertegenwoordiging van Vlaamse musici onder de uitvoerders. Enkele foto’s van het repetitieproces verfraaien het geheel. Op de laatste grote foto ziet men een Vlaamse organist aan het werk (David Van Bouwel) die niet vermeld wordt als uitvoerder. Bovendien staan enkele zangers er op die foto schijnbaar ongeïnteresseerd bij, met de handen in de zakken. Een fout signaal naar de geïnteresseerde melomaan, hoewel dat gelukkig niet in de klankkwaliteit tot uiting komt.   De cd is een aanrader, zowel voor de liefhebbers van vocale muziek als voor iedereen die zich afvraagt hoe het intussen gesteld is met de vaardigheden op het gebied van de authentieke uitvoeringspraktijk van de nieuwe generatie musici, vaak opgeleid door de pioniers van enkele decennia geleden. ^ (PM)

Antwerps kathedraalkoor Lauda Sion Salvatorem Deze cd brengt – op één werk van organist Peter Van de Velde na – alleen werk van de Vlaamse componist en koordirigent van het Antwerps kathedraalkoor Sebastiaan van Steenberge. Het is een mooie staalkaart geworden van zijn muziek én tevens een tijdsdocument van het Antwerps kathedraalkoor. Met een fantastische organist als Peter Van de Velde en violiste Nadja Nevolovitsch in een glansrol beschikt de opname over veel muzikale troeven. Bij het eerste werk  O Magnum Mysterium lijkt er iets fout gegaan te zijn bij de opname, maar gelukkig zijn de andere werken op deze cd wel prima opgenomen. Buiten twee missen (Missa haec dies en Missa in festo corporis Christi ) zijn er nog een aantal religieuze werken opgenomen. Het tweede werk Quem pastores laudavere brengt me onmiddellijk naar twee andere werken van van Steenberge, nl. Marc groet ’s morgens de dingen en Canticum Scaldis-Torenlied  op tekst van onze stadsdichter. Het  kathedraalkoor zingt goed maar toch mocht er meer reliëf zijn tussen de mannenstemmen en de knapen. Sebastiaan van Steenberge en het Antwerps Kathedraalkoor hebben hun visitekaartje afgegeven: het is een stevige kaart geworden! ^ (JDL)

Water, water, babbelwater Het uitstekende Vocaal Ensemble Reflection zingt de pannen van het dak op de cd water, water, babbelwater met uitsluitend werk van Kurt Bikkembergs. De delicaat geschreven muziek vraagt om een uitvoering door een koor dat een breed kleurenpalet beheerst. Dat krijgen we hier vast en zeker te horen; uiterst stille passages wisselen af met machtige forte’s in een zuiver geïntoneerde uitvoering. Dirigent Patrick Windmolders en de zangers van Reflection hebben mooi werk verricht en doen de muziek van Bikkembergs, doorspekt met zeer chromatische passages, stuwende klapbegeleidingen, spreekkoren... alle eer aan. Jammer dat het cd-boekje niet meer informatie geeft over de uitgevoerde werken en dat ook de compositiedata niet vermeld worden. Uitgebracht op het label Montefagorum. www.montefagorum.be ^ (JDL)

driemaandelijks tijdschrift van Koor&Stem // 23

stemband-15-03.indd 23

16/05/13 14:50


Hommage

Vic Nees STIMULANS EN STEUN

Het was op Vics voorstel dat ik mijn eerste en enige medewerking aan de Koordagen in Wetteren (2001) verleende. De partituur van De zee is een orkest was niet te complex, de melodie perfect voor de doelgroep en de tekst zeer inspirerend voor de kinderen. Toen de jongsten moesten afhaken bij de meerstemmigheid werden met een beetje kunst- en vliegwerk de stemmen herverdeeld en, m.m.v. Maaike en Koen aan de piano, kwam alles op zijn pootjes terecht.   Vic was zeer opgetogen met de opdracht van de Capella (CSsM&G), naar aanleiding van zijn 70ste verjaardag, om vier motetten te schrijven voor de belangrijkste vieringen in de Brusselse Kathedraal. In diebus festivis Cantica: interessante, goede koormuziek die de aandachtige luisteraar doet bezinnen over de religieuze context was ons beider ‘dada’. Zover ik mij kan herinneren was Vic aanwezig bij elke creatie en kwam hij telkens het koor groeten en danken voor de geleverde inspanning (2006). Tevens voor zijn 70ste verjaardag, componeerde hij in opdracht van het Koor van de Vlaamse Opera een drieluik. Drie

Pelgrimsliederen van David zijn motetten die op maat van de zangers van een operakoor geschreven werden. Op Vics verzoek werd deze compositie opgenomen in de samenstelling van de cd Dit denken aan u met muziek van componisten die in 1936 het levenslicht zagen. Vic bracht ons, de Capella di Voce, tijdens het repetitie- en opnameproces in Oostmalle een bezoek en verrijkte met zijn opmerkingen het resultaat. Deze cd zal dit voorjaar nog verschijnen. Jammer dat hij het uiteindelijke resultaat niet meer mag horen en zien. Kurt Bikkembergs, componist

EEN REQUIEM ALS DANK Vic Nees componeerde zijn Requiem in opdracht. Het is het geschenk van een koorlid aan zijn koor, het Gents Madrigaalkoor, uit dankbaarheid omdat hij al die jaren mocht koorzingen. Dat het een requiem zou zijn, was de vurige wens van de opdrachtgever. Vic Nees had het er aanvankelijk wat moeilijk mee: hij wou zich niet meer aan een “groot werk” wagen en een requiem vond hij misschien een beetje onaangenaam. Na enkele maanden en een (h)eerlijk gesprek aanvaardde Nees uiteindelijk toch. Van dan af werkte hij er met toenemend enthousiasme aan en kwamen de verschillende delen van het werk met grote regelmaat via de post bij de opdrachtgever. Ze werden steevast vergezeld van een korte toelichting in de typische stijl van Vic Nees: kort en ad rem, even virtuoos met de taal als met de muziek. Vanaf de eerste lezing was het koor overtuigd door het werk: het ontroerde ons meteen. Ook nu, wanneer we het mogen uitvoeren, is het nog steeds een bijzondere beleving voor het koor. We zijn Vic Nees voor altijd dankbaar: hij wist perfect het koor tot hoge prestaties te inspireren – het is geen gemakkelijk werk – zonder het daarom tot

technische hoogstandjes te dwingen. Het Requiem van Vic Nees is al lang het stadium van opdracht, geschenk aan een koor ontstegen. Het is een geschenk van Vic voor de hele muziekwereld, voor alle muziekliefhebbers. Bedankt Vic, et lux aeterna luceat tibi. Carlos Bourgeois,   Koorlid Gents Madrigaalkoor

GRENZELOZE DIENST Ich kam 1990 zum ersten Mal mit Vic Nees‘ Musik in Berührung. Sein Magnificat für Sopran und Chor hat damals alle in Neuss begeistert und so war es mein Wunsch, für das Jubiläum 2000 eine Messe von ihm komponieren zu lassen: Neusser Messe. Die Stadt Neuss vergab dann den Auftrag und Vic besuchte unsere Kirche und machte sich ein Bild von den musikalischen Möglichkeiten. Im Verlauf der kompositorischen Arbeit wurde deutlich, dass ein vielfältiges Ordinarium für unterschiedliche Besetzungen sowohl a cappella wie auch mit Trompete und Orgel entstand und der Messe eine bunte Gestalt verlieh. Die Uraufführung durch den Münsterchor Neuss im Mai 2000 hat alle überzeugt. Auch denken wir voller Stolz an die belgische Erstaufführung im September 2000 in der Kathedrale von Brüssel zurück. Joachim Neugart, Münsterkantor am Quirinusmünster Neuss.

24 // stemband

stemband-15-03.indd 24

16/05/13 14:50


// VIC NEES

1936 – 2013 NOG MEER MUZIKALE EXPORT

EEN WERELDWIJD BLIJVENDE ERFENIS

We will miss him, but his smile and friendship will endure through his legacy, which are his marvelous compositions.

Spreken over het Europees Muziekfestival voor de Jeugd te Neerpelt zonder het hierbij te hebben over Vic Nees is bijna onmogelijk. Het was Wim Kersters die hem in 1968 introduceerde in het festival. Als autoriteit op vlak van de koormuziek nam hij de taak van jurylid gedurende 15 edities en gespreid over de jaren 1968-2002 met zeer veel inzet en ijver waar. Ook verwoordde hij zijn muzikale kennis in de 21 verplichte liederen die hij in opdracht van het festival componeerde. Ze blijven, zoals tot op heden blijkt, een vaste waarde in het repertoire van meerdere nationale en internationale koren. Ter gelegenheid van het gouden jubileum van het EMJ getuigde Vic: “Het festival zorgt voor de export van de Vlaamse componisten. Via Neerpelt gaat behoorlijk wat Vlaamse muziek naar heel Europa en verder. Andere festivals introduceren buitenlandse muziek in Vlaanderen, Neerpelt exporteert ze, beide zijn belangrijk maar het tweede is quasi uniek.”

Vic Nees was for our family in the Fundación Schola Cantorum de Venezuela one of our best friends. We admired his music since the first time we heard it and were able to share with him and his wife Lea wonderful moments of friendship and music. We remember well when the Cantoría Alberto Grau sang Vic’s Memoria Justi in the Europa Cantat Festival in Vitoria, back in 1991 and he was always present in our rehearsals and concerts; also when he came to Caracas for a seminar in 1992 and conducted several of his compositions with the Schola Cantorum (photo). We even recorded a CD we named Nees and Grau, with works of both composers who became close friends over the years. His Magnificat will remain one of our favourite compositions in the history of the Schola Cantorum. The last project we shared together was in Cataluña in 2010 during the wonderful ‘Singing Week’ also dedicated to both composers. Vic had a unique sense of humor, he liked boxing and admired all the Venezuelans who were ‘stars’ in this sport.

Alberto Grau and María Guinand Componist en dirigente

Frans Ulens, Vice-voorzitter Europees Muziekfestival voor de Jeugd, Neerpelt Logo EMJ

EEN PASSIE VOL MUZIEK Het is een nazomerse dag in Maastricht, als wij, Vic Nees, Jean Lambrechts, Kurt Bikkembergs, onze gezamenlijke vriend Jean Servais en ondergetekende onder het genot van een Belgisch biertje bij elkaar zijn. Het is de vooravond van Musica Sacra, waar ik een stuk van Kurt zal uitvoeren met Studium Chorale. Vic informeert nog eens naar de première van zijn nieuwe passie die hij speciaal voor ons geschreven heeft. Gekscherend: “Ik word natuurlijk ook een dagje ouder en wil toch echt graag de creatie meemaken.” Op dat moment leek er nog geen vuiltje aan de lucht... Op 10 maart werd de opname (VRT) van zijn kleurrijk en buitengewoon indringend werk ‘s middags bij hem aan het ziekbed bezorgd. Hij heeft zijn muziek niet meer bij bewustzijn mogen beleven. Een groot man is gestorven, een voorbeeld voor ons allen in vele opzichten. Ik wens zijn familie alle sterkte bij dit verlies. Hans Leenders, dirigent

KLANK EN KLEUR, TEKST EN TAAL Toen Vic in 1969 stopte met zijn Vocaal Ensemble Philippus De Monte uit Mechelen, zijn geboortestad, werd er niemand bereid gevonden om zijn plaats in te nemen. De mannen besloten dan alleen verder te gaan en vroegen mij om te dirigeren. Vic bleef altijd sterk verbonden met zijn oud-koorleden en het lag dus voor de hand dat hij bereidwillig en spontaan voor ons werken schreef.  

driemaandelijks tijdschrift van Koor&Stem // 25

stemband-15-03.indd 25

16/05/13 14:50


// VIC NEES

Carlos Bourgeois: We zijn Vic Nees voor altijd dankbaar: hij wist perfect het koor tot hoge prestaties te inspireren zonder het daarom tot technische hoogstandjes te dwingen.

In 1969 kwam het Seventh Army Soldier Chorus een mannenkoor van het Amerikaanse garnizoen in Heidelberg een concert geven in Mechelen. Dat koor zong een voor ons geheel onbekend repertoire zoals hun grote succes Those magnificent men in their flying machines. Wij vroegen aan Vic om een lied dat ermee kon concurreren en we kregen een partituur met de ritmische bewerking van Gekwetst ben ic van binnen; gedurfd om een dergelijk serene en lieflijke melodie te bewerken in een ritmische zetting vol afwisseling en verrassende wendingen. De eerste versie is homofoon en rustig, con malinconia zoals de componist aangeeft. De tweede versie wordt gezongen door de bassolo met een vierstemmige begeleiding op mm en noe. In de derde versie wordt de melodie bene legato gezongen door de baritons op een ritmische begeleiding in de lage baspartij op doob doo wah roob doo-wah... De twee tenorpartijen interveniëren met ritmische fragmenten eveneens op klanknabootsende woorden. Het slot molto lento sluit het lied af met enkele prachtige close-harmony-akkoorden. Hoewel niet voor ons geschreven voerden wij het werk menigmaal uit. Dat gebeurde steeds met groot succes, niet in het minst door de ingebouwde humor en ironie.   Toen wij deelnamen aan de koorwedstrijd in Tours en op zoek waren naar een volkslied in eigentijdse bewerking schreef Vic prompt een pittige bewerking van het vergeten geuzenlied Fransche ratten. Gelukkig begrepen onze zuiderburen niet veel van de tekst...   In 1977 schreef hij voor ons twee werken op tekst van Jo Gisekin (kleindochter van Stijn Streuvels): Stilten en Krokuswit. Voor ons als mannenkoor ging daarmee een nieuwe wereld open; Vic paste een originele schrijfwijze toe waarbij de mannenstemmen duidelijk onderscheiden konden evolueren. Hij bereikte dat door vaak

driestemmige delen in te voeren ofwel éénstemmige melodievoering met een close begeleiding. Tekstinhoud en -ritmiek voerden steeds de boventoon. Alles in flagrante tegenspraak met de mannenkoren uit de laatromantiek.  Toen we in 1983 vroegen om een groter werk voor de Mechelse Liedertafel kregen we na enige tijd een vijfdelige compositie op tekst van Mieke Martens. Op de voorpagina stond te lezen: voor Urbain Van Asch en de vrienden van de Mechelse Liedertafel. Het meest merkwaardige was echter de titel: Van as en ander schuim. Die titel ontleende hij aan de verhalenbundel Schuim en Asch (1930) van de Nederlandse dichter en prozaschrijver Jan Jacob Slauerhoff (1898-1936). Het werk is eens te meer een schoolvoorbeeld van samengaan van tekst met muziek. En het geheel bulkt van verrassende wendingen en speelse omschrijvingen waaruit duidelijk Vics geweldig gevoel voor humor en ironie blijkt. In 2001 vroeg ik Vic om een werk te maken voor het O.-L.-Vrouwkoor uit Mechelen. De hoofdopdracht van dit koor

was (en is) wekelijks de liturgie op te luisteren met kwaliteitsvolle gezangen. Dus kregen we een partituur met de titel Sion, de Nederlandstalige versie van Psalm 87 met de uitzonderlijke bezetting van drie sopranen, vierstemmig koor en tamboerijn. Dit laatste instrument met een knipoog naar de dansende dames uit de bijbel. Ook dit werk was weerom helemaal aangepast aan bestemming en bestemmeling. Tot slot nog een woord over het bijna vergeten werk Birds and Flowers for Flor and William’s birthday. Alleen Vic was in staat om de 450ste geboortedatum van William Byrd en de zeventigste verjaardag van Flor Peeters te verbinden in een muzikaal pareltje. En om de woordspeling in de namen van beide componisten op een speelse manier te koppelen. Dat blijkt ten overvloede uit de titels van de onderscheiden delen: 1. Flowers, 2. Birds, 3. Birds and Flowers, 4. Flowerbird. De tekst is – hoeft het nog gezegd – een collage van Vic zelf. Urbain Van Asch, gewezen dirigent Mechelse Liedertafel

TUNE THE TRUMPETS Einde 2002 pleegde ik een telefoontje met Vic. Of hij voor het 15-jarig bestaan van Musa Horti (Heverlee) in 2004 een werk zou willen schrijven. Het mocht een feestelijk tintje krijgen en daarom suggereerde ik een enigszins aparte bezetting: koor en twee trompetten. Vic bezat de gave om zo’n mondelinge aanvraag meteen in de goede richting te sturen. Mocht het een religieus werk zijn? En van enige omvang? Mocht het meerdere delen bevatten? Vanaf het eerste moment was het duidelijk dat Vic al iets op het oog had. Hij keek al jaren uit naar een aanleiding om een Te Deum te schrijven. Het was er nog nooit van

26 // stemband

stemband-15-03.indd 26

16/05/13 14:50


// VIC NEES

Peter Dejans: Het was een voorrecht om zo intens en tegelijk ongedwongen met hem te mogen samenwerken in wat voor Musa Horti een onvergetelijke ervaring zal blijven.

gekomen, maar nu zou hij de gelegenheid eindelijk te baat nemen. Na enkele weken belde Vic me op. Hij zat geblokkeerd in het schrijfproces, maar wist meteen ook aan te geven waar de muze gevonden KON worden: of hij wat aan de bezetting mocht sleutelen door er een uitdagend hoge sopraanpartij aan toe te voegen? En zo geschiedde. Het werd een prachtwerk, één van de hoogtepunten in zijn rijke oeuvre. De creatie vond plaats in de abdijkerk van Grimbergen in september 2004. Vic genoot van de thuismatch. Het was meteen een schot in de roos: pers en publiek waren laaiend enthousiast. Met meer dan 10 uitvoeringen en een cd-opname heeft Musa Horti geen enkel ander werk zo vaak mogen programmeren. Bij al die gelegenheden was Vic trouw op post, telkens met blijken van waardering en aanmoediging. Het was een voorrecht om zo intens en tegelijk ongedwongen met hem te mogen samenwerken in wat voor Musa Horti een onvergetelijke ervaring zal blijven.

klaar was. Het laatste, en meteen het moeilijkste, bereikte ons enkele weken voor ons vertrek naar Nevers….. Zonder mijn medeweten had Jan Theuwissen, toenmalig voorzitter van Audite Nova, bij Vic een werk besteld om het twintigjarig bestaan van het koor onder mijn leiding luister bij te zetten. Het manuscript van het Magnificat werd me in 1980, tijdens het jaarlijkse Ceciliafeest, plechtig overhandigd door de componist. Ditmaal had ik ruim de tijd om het werk in te studeren. De creatie greep plaats op een sombere dag in december 1981. Voor een beperkt publiek, want zware mist hield vele potentiële luisteraars thuis. Wie kon toen vermoeden dat het Vics bekendste werk zou worden? ^ Kamiel Cooremans

Peter Dejans, Dirigent Musa Horti

MIJN ZIEL PRIJST HOOG DE HEER Was het Marcel Andries, ons beider oudleraar, of ikzelf die de opdracht gaf? Het is mij niet meer duidelijk. In ieder geval werden de Fünf Motetten gecomponeerd voor mijn toenmalig koor Audite Nova dat ze creëerde tijdens het koorfestival Europa Cantat II in Nevers in 1964. Toen droegen ze nog als titel Vijf Offertoria. Het is pas sinds hun verschijnen in 1966 bij de Duitse uitgever Möseler dat ze een nieuwe titel kregen. De instudering had veel weg van een avontuur. Toen we begonnen met het eerste motet, wisten we niet wat het volgende zou zijn omdat het nog niet

driemaandelijks tijdschrift van Koor&Stem // 27

stemband-15-03.indd 27

16/05/13 14:51


Aan dit nummer werkten mee:   Kamiel Cooremans, Tom Eelen, Koenraad De Meulder, William Windels, Liesbeth Segers, Ivo Jacobs, Rudy van de Cruyssen, Maarten van Ingelgem, Kristel Verpoten, Kurt Bikkembergs, Peter Maus, Johan De Lombaert, Mirek Cerny, Carlos Bourgeois, Joachim Neugart, Frans Ulens, Alberto Grau en María Guinand, Hans Leenders, Urbain Van Asch, Peter Dejans. EINDREDACTIE: Ivo Jacobs COÖRDINATIE: Jan Stofferis Kooraansluiting: € 70, Individueel abonnement: € 22,5 Rek. nr. 735-0037517-63 t.n.v. Koor&Stem vzw DRUK Van der Poorten OPLAGE 3.000 ex. VORMGEVING apple-n.be, brand-ink.be

28 // stemband

stemband-15-03.indd 28

16/05/13 14:51

Profile for Koor&Stem vzw

Stemband nr. 18 (2013)  

Stemband nr. 18 (2013)  

Profile for stemband
Advertisement