Issuu on Google+

www.GenadeBijbel.nl VRIENDSCHAP MET DE WERELD door Gregg Bing Abraham wordt in de Schrift “de vriend van God” genoemd. Deze speciale relatie ontwikkelde zich door Abraham’s geloofsleven. Abraham geloofde Gods beloften en het werd hem tot rechtvaardigheid gerekend. Abraham wandelde ook door geloof, en gehoorzaamde Gods geboden. Abrahams neef, Lot, hoewel een rechtvaardige man, koos om een ander pad te bewandelen en ervoer de pijn en zorgen die het resultaat zijn van “vriendschap met de wereld.” Lot woonde bij Abraham toen hij verbleef in Ur der Chaldeeën in Mesopotamië, een land overgegeven aan afgodendienst en werelds plezier. Daarom zei God, toen Hij Abraham riep “Ga uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis naar het land dat Ik u wijzen zal” (Gen.12:1). Hoewel Abraham het land Mesopotamië verliet, met zijn afgodische levenswijze, verliet hij niet direct zijn familie of zijn vaders huis. Hij reisde met zijn vader, Terah, en zijn neef, Lot, naar Haran en verbleef daar tot zijn vader stierf. Na Terah’s dood, hervatte Abraham zijn reis, en de Heere leidde hem naar het land Kanaän; echter, Abraham hield Lot nog bij zich. Toen Abraham in Kanaän aankwam, verscheen de Heere aan hem en beloofde het land als een erfenis te geven aan zijn nakomelingen. In het beloofde land scheidde Abraham zichzelf getrouw af van de mensen van Kanaän, want zij waren ook afgodendienaars. Hij leefde in tenten en bouwde altaren, en verzekerde zich ervan dat zijn wandel en godsdienst afgezonderd waren van de goddeloze steden van Kanaän. Toen er een hongersnood uitbrak in het land, wankelde Abraham’s geloof, en hij vluchtte naar het zuiden naar het land Egypte. Zolang Abraham in Egypte bleef was hij buiten de gemeenschap met God. Abrahams zondige misleiding van de mensen van Egypte leidde er toe dat Farao hem opdracht gaf om te vertrekken. Abraham en Lot hadden echter grote bezittingen in Egypte verworven, levende have, kuddes, en dienstknechten. Op hun terugtocht naar het land Kanaän, brak er een twist uit tussen de herders van Abraham en die van Lot. Het land kon al hun bezittingen niet bevatten als zij door bleven gaan met bij elkaar te wonen. De tijd was gekomen voor Abraham om helemaal te breken met zijn familie en met zijn vaders huis. Abraham gaf Lot opdracht om van hem te scheiden, maar hij gaf Lot de keus om het land te kiezen waar hij wilde wonen. Als wij onze aandacht richten op Lot, dan vinden we drie stadia in zijn leven van “vriendschap met de wereld” en de lessen die wij daaruit van elk leren. Vriendschap met de wereld - Gregg Bing

Pagina 1


www.GenadeBijbel.nl Lot’s keuze Lot had zich moeten onderwerpen aan Abraham en hem de keus laten maken. Hij wist dat God Abraham had geroepen en het land had beloofd aan Abraham’s nakomelingen; de keus zou aan hem moeten zijn. Maar wij lezen in de Schrift dat: Gen.13:10-11 10 En Lot hief zijn ogen op en hij zag de ganse vlakte der Jordaan, dat zij die geheel bevochtigde; eer de HEERE Sodom en Gomorra verdorven had, was zij als de hof des HEEREN, als Egypteland, als gij komt tot Zoar. 11 Zo koos Lot voor zich de ganse vlakte der Jordaan, en Lot trok tegen het oosten; en zij werden gescheiden, de een van den ander. Lot “koos voor zichzelf.” Het was een zelfzuchtige keus, een keus gebaseerd op de begeerten van het vlees. Wetend dat zijn kuddes water nodig zouden hebben, koos hij voor de vlakte van de Jordaan omdat “zij die geheel bevochtigde.” Dit leek het enige criterium om dit gebied te kiezen. De Schrift vergelijkt deze vlakte met “de Hof des HEEREN,” die Lot nooit had gezien, maar waar hij waarschijnlijk van gehoord had. De andere vergelijking was dat de vlakte van de Jordaan was “als Egypteland.” Dit was waar, niet alleen omdat het geheel bevochtigd was, maar omdat het een slecht en goddeloos land was. Dus lezen wij dat: Gen.13:12-13 Abram dan woonde in het land Kanaän, en Lot woonde in de steden der vlakte, en sloeg tenten tot aan Sodom toe. En de mannen van Sodom waren boos en grote zondaars tegen den HEERE. Abraham verbleef in het land dat God aan zijn nakomelingen als bezitting had beloofd. Hoewel de Kanaänieten afgodendienaars waren, hield Abraham afgescheiden van hun goddeloze wandel. Lot koos een land dat er naar buiten toe mooi uitzag, maar dat verbonden was met twee steden, Sodom en Gomorra, steden vervuld met mensen die “boos en grote zondaars waren tegen de HEERE.” Helaas leek dit van geen invloed te zijn op Lot’s keuze. Ongetwijfeld deed hij wat velen van ons soms ook doen: hij rationaliseerde. Lot sloeg zijn tent op in het land, “tot aan Sodom toe”, redenerend dat, omdat hij vlakbij die slechte stad woonde dit nog niet wilde zeggen dat hij er deel van uit maakte. Dit is een gevaarlijke gedachtegang, niet gebaseerd op de wijsheid van God maar op de wijsheid van mensen. Vriendschap met de wereld - Gregg Bing

Pagina 2


www.GenadeBijbel.nl Lot’s compromis Lot kwam er al snel achter dat hij te maken kreeg met de gevaren van Sodom en Gomorra. Toen de koningen van Sodom en Gomorra (en hun bondgenoten) vochten tegen een groep naburige koningen, werden Lot en zijn familie gevangengenomen (Gen.14:11-12). Abraham bracht, uit bezorgdheid om zijn neef, een leger op de been van zijn dienstknechten en werd door God gebruikt om Lot en zijn familie te redden. De koning van Sodom probeerde Abraham een beloning te geven voor deze bevrijding. Hij bood Abraham om de overwinningsbuit voor zichzelf te houden. Maar Abraham, toen hij terugkeerde van het slaan van de vijandelijke koningen, had Melchizedek, de priester van de Allerhoogste God ontmoet. Melchizedek herinnerde Abraham er aan dat God, de bezitter van hemel en aarde, Abraham’s vijanden in zijn handen had overgegeven, en deze zelfde God zou in al zijn noden voorzien. Abraham wilde niet in de schuld staan bij deze slechte koning, en weigerde om ook maar iets uit zijn handen aan te nemen (Gen.14:17-24). Abraham’s weigering om iets uit de buit aan te nemen laat een mooie illustratie zien van het belang om jezelf afgescheiden te houden van slechtheid van de wereld, maar Lot faalde om iets te leren van deze ervaring. Vele jaren later lezen we dat God twee engelen zond die Sodom en Gomorra bezochten en die de verschrikkelijke verdorvenheid van deze steden vaststelden voordat ze verwoest werden. Toen de engelen de stad binnenkwamen zagen ze dat Lot “in de poort zat te Sodom.” Lot stond op, en boog zich met het aangezicht ter aarde, en nodigde hen om “ten huize van uw knecht te vernachten” (Gen.19:1,2). Lot woonde niet meer in een tent bij Sodom; hij had nu een huis in de stad. En dat niet alleen, hij zat in de poort van de stad, de plaats waar wettelijke zaken werden behandeld. Lot’s redenering dat hij buiten de stad kon wonen zonder betrokken te raken bij de activiteiten was verkeerd. Hij was niet alleen naar de stad verhuisd, hij was ook deel geworden van het bestuur. Misschien was Lot doorgegaan met redeneren, denkend dat als hij meer betrokken was bij de plaatselijke zaken, hij een positieve invloed kon hebben op de mannen van Sodom. De realiteit was echter dat Lot weinig tot geen effect had op de geestelijke conditie van de mensen van Sodom. Abraham had God gevraagd om de stad te sparen als er genoeg rechtvaardige mensen werden gevonden. Wat er die nacht gebeurde bewees dat de verdorvenheid van Sodom alleen maar erger was geworden. De twee engelen, in de gedaanten van mannen, aten die avond met Lot en voor ze wilden gaan slapen hebben Vriendschap met de wereld - Gregg Bing

Pagina 3


www.GenadeBijbel.nl “de mannen van Sodom, van de jongste tot de oudste toe, dat huis omsingeld”(Gen.19:4). Zij vroegen of Lot de twee mannen buiten wilde brengen zodat zij hen “seksueel konden bekennen”. Terwijl Lot met hen onderhandelde om niet zulke slechte dingen te doen, kleineerden ze hem, “Kom verder aan. Deze ene is gekomen om als een vreemdeling hier te wonen, en zou hij alleszins rechter zijn? Nu zullen wij u meer kwaad doen dan hun (Gen.19:9). De twee engelen trokken Lot terug naar binnen in de veiligheid, en sloegen de mannen buiten met blindheid om ze tegen te houden. De engelen vertelden Lot dat God de steden van Sodom en Gomorra zou gaan verderven en instrueerde hem om zijn familie te nemen en de stad uit te gaan. Maar Lot’s schoonzonen namen deze waarschuwing op als een grap. Toen de morgen aanbrak spoorden de engelen Lot aan om haast te maken en zijn vrouw en zijn twee ongetrouwde dochters met zich te nemen. Toen Lot vertoefde, pakten de engelen hem, zijn vrouw en zijn twee dochters bij de hand en brachten hen buiten de stad (Gen.19:16). Waarom hield Lot vast aan zo’n verdorven plaats, en in het bijzonder nadat hij gehoord had dat God die zou gaan verwoesten? De wereld heeft dat soort greep op de mens, zelfs op de rechtvaardige mens als zij wandelen “naar het vlees.” De engelen vertelden Lot om zijn familie mee te nemen en de bergen in te vluchten, maar Lot was zo gewend geraakt aan de pleziertjes van de stad Sodom dat hij pleitte, “Neen toch, Heere. Zie toch, Uw knecht heeft genade gevonden in Uw ogen, en Gij hebt Uw weldadigheid groot gemaakt, die Gij aan mij gedaan hebt om mijn ziel te behouden bij het leven; maar ik zal niet kunnen behouden worden naar het gebergte heen, opdat mij niet misschien dat kwaad aankleve en ik sterve. Zie toch, deze stad is nabij om derwaarts te vluchten, en zij is klein; laat mij toch derwaarts behouden worden (is zij niet klein?), opdat mijn ziel leve” (Gen.19:18-20). Wat een deerniswekkende man was Lot geworden, nog steeds rationaliseren: “Deze stad is nabij om derwaarts te vluchten, en zij is klein!” Nadat Lot en zijn familie in veiligheid waren, regende God vuur en zwavel op de verdorven steden en de vlakte van de Jordaan. Deze omgeving die eens zo weelderig, groen, en mooi was was nu een verlaten gebied en zou zo blijven, zelfs nu vandaag. De engelen waarschuwden Lot dat hij en zijn familie moesten vluchten en niet omkijken, maar Lot’s vrouw keek verlangend om (want ze hield van de wereld waar ze al die jaren in had geleefd), en, toen ze dat deed, werd ze een zoutpilaar (Gen.19:24-26). 1 Johannes 2:15-17 waarschuwt ons met betrekking tot het liefhebben van de dingen van deze wereld. Vriendschap met de wereld - Gregg Bing

Pagina 4


www.GenadeBijbel.nl 1 Joh.2:15-17 15 Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. 16 Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses en de begeerlijkheid der ogen en de grootsheid des levens, is niet uit den Vader, maar is uit de wereld. 17 En de wereld gaat voorbij en haar begeerlijkheid; maar die den wil van God doet, blijft in der eeuwigheid. Lot’s leven waarschuwt ons voor de gevaren van compromissen. Lot sloot een compromis met zijn waarden. Hij was een rechtvaardig mens (omdat hij in God geloofde), maar hij koos om te leven in gemeenschap met de verdorvenheid van Sodom en Gomorra. Het resultaat: 2 Petr.2:7-8 7 En den rechtvaardigen Lot, die vermoeid was van den ontuchtigen wandel der gruwelijke mensen, daaruit verlost heeft. 8 Want deze rechtvaardige man, wonende onder hen, heeft dag op dag zijn rechtvaardige ziel gekweld door het zien en horen van hun ongerechtige werken. Niet alleen Lot zelf leed deze kwelling, hij bracht zijn familie in gevaar door ze bloot te stellen aan dezelfde “ontuchtige wandel.” Met als resultaat dat zijn zonen en hun families, samen met zijn getrouwde dochters en hun families (Gen.19:12), omkwamen in de verwoesting die God zond. Zijn vrouw veranderde in een zoutpilaar omdat ze het leven dat ze daar liefhad niet los kon laten. Alleen zijn twee ongetrouwde dochters ontkwamen, en, zoals wij zullen zien, waren zij ook bedorven door het kwaad van de wereld waarin zij waren opgegroeid. Uiteindelijk bracht hij zijn getuigenis in gevaar. Zoals wij eerder zagen, hadden de mensen van de stad geen respect voor Lot. Zijn pogingen om met hen recht te spreken werd met minachting bekeken. De geestelijke invloed die hij dacht te hebben op hen ging verloren omdat hij koos om deel van hun wereld te worden. Het geestelijke leiderschap dat hij zou moeten oefenen op zijn vrouw en kinderen was leeg door de arme beslissingen die hijzelf had gemaakt. In zijn brief aan de Filippenzen leert Paulus de gelovigen hoe ze een effectief getuigenis kunnen uitdragen in de wereld. Fil.2:14-16 14 Doet alle dingen zonder murmureren en tegenspreken, 15 Opdat gij moogt onberispelijk en oprecht zijn, kinderen Gods zijnde, onstraffelijk in het midden van een krom en verdraaid geslacht, onder welke gij schijnt als lichten in de wereld. 16 Voorhoudende het woord des levens, mij tot een roem tegen den dag van Christus, dat ik niet tevergeefs heb gelopen noch tevergeefs gearbeid. Vriendschap met de wereld - Gregg Bing

Pagina 5


www.GenadeBijbel.nl Als wij willen “schijnen als lichten in de wereld, voorhoudende het woord des levens,” dan moeten we levens leven in het midden van dit “krom en verdraaid geslacht,” die “onberispelijk en oprecht” zijn. Als wij belijden dat wij “kinderen van God” zijn moeten wij ons gedragen als kinderen van God. Hoewel we geen zondeloos leven kunnen leiden, kunnen we proberen een levensstijl te hebben waar mensen niet snel aanmerkingen op hebben. Onze wandel zou moeten laten zien dat Christus het verschil maakt in ons leven. Lot’s vriendschap met de wereld ruïneerde zijn getuigenis dat hij had kunnen hebben onder de mensen van Sodom en Gomorra.

Lot’s einde De enige reden waarom Lot werd gered was omdat “God aan Abraham gedacht, en Hij leidde Lot uit het midden dezer omkering” (Gen.19:27-29). Omdat hij bang was om in Zoar te wonen vluchtte hij met zijn twee ongetrouwde dochters naar de bergen om daar te wonen. Wat volgt is de trieste conclusie van het leven van Lot, een man die de Heere kende maar niet leefde voor de Heere. Hoewel Lot’s twee ongetrouwde dochters de enigen waren die God’s verwoesting van Sodom en Gomorra waren ontvlucht, waren zij nooit echt ”de wereld” ontvlucht. Deze twee jonge vrouwen overlegden met elkaar dat zij voor “nageslacht moesten zorgen” van hun vader. Hoe wilden zij dat doen? Ze lieten Lot wijn drinken tot hij zo dronken was dat hij niet meer wist wat hij deed. De eerstgeboren dochter ging die nacht naar haar vader toe en lag bij hem zodat zij zwanger zou worden van zijn kind. De volgende nacht werd dit schandelijke tafereel herhaald zodat de jongere dochter ook zwanger werd van zijn kind (Gen.19:30-36). Hoe treurig is het om te zien hoe ver Lot en zijn familie waren gezonken, moreel en geestelijk. Wat voor nageslacht heeft Lot gekregen? Zijn eerstgeboren dochter baarde Lot een zoon “en noemde hem Moab; hij is de vader van de Moabieten, tot op dezen dag” (Gen.19:37). Zijn jongste dochter baarde hem ook een zoon “en noemde zijn naam Ben-Ammi; hij is de vader der kinderen Ammons, tot op dezen dag” (Gen.19:38).

Vriendschap met de wereld - Gregg Bing

Pagina 6


www.GenadeBijbel.nl De Moabieten en de Ammonieten werden beiden vijanden van Abraham’s familie en het volk Israël. Zij waren ook afgodendienaars van het meest afschuwelijke en verfoeilijke soort. De Moabieten aanbaden Kamos, terwijl de Ammonieten Moloch aanbaden. Beiden eerden hun “god” door hun kinderen door het vuur te laten gaan (1 Kon.11:7; 2 Kon.16:3, 23:10). Wat een erfenis heeft Lot nagelaten! In Lot vinden we een sterke waarschuwing van de gevaren van leven in “vriendschap met de wereld.” Lot kwelde niet alleen zijn eigen ziel, hij offerde de levens van zijn eigen familieleden op, en verwoeste het getuigenis dat hij had kunnen hebben voor de Heere. De apostel Jakobus schrijft: Jak.4:4 Overspelers en overspeelsters, weet gij niet, dat de vriendschap der wereld een vijandschap Gods is? Zo wie dan een vriend der wereld wil zijn, die wordt een vijand Gods gesteld. Vriendschap met de wereld brengt ons in vijandschap met God, en houdt ons af van het ervaren van de liefde, blijdschap en vrede van een dagelijkse wandel met Hem. Vriendschap met de wereld levert alleen een leven op van teleurstellingen en zorgen. Mag de les van Lot’s leven en de consequenties die hij daarvan ondervond ons er aan herinneren hoe belangrijk het is om ons afgescheiden te houden van de wereld. Noot : Wij van Genade Bijbel Gemeente distantiëren ons van de opmerking dat wij ooit in vijandschap met God gebracht kunnen worden door vriendschap met de wereld, omdat wij volgens Rom.5:1 altijd vrede met God hebben en wij verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon aan het kruis (2 Kor. 5:18; Kolos. 1:21-22). Als Jakobus dit zegt moeten wij dit zien in het kader waarin het geplaatst is, nl. de Jood in de Grote Verdrukking die kiest om het wereldsysteem van de antichrist lief te hebben zal het merkteken ontvangen en zeer zeker dan een vijand van God gesteld zijn. Wel is het zo dat wij die nu leven in deze Bedeling der Genade door vriendschap met de wereld inderdaad in onze wandel de ervaring van de vrucht van de Geest zullen ontberen.

Vriendschap met de wereld - Gregg Bing

Pagina 7


Vriendschap met de wereld - Gregg Bing