Page 1

EDITIE 1. JGANG 1. OKT. NOV.


ZIE WAT ANDEREN NIET ZIEN Hier had een BIO kunnen staan. ‘Had kunnen staan’. Ik doe er beter aan mijn titel te verklaren, dus bij deze. Mensen zijn mensen, én doordat ze dat zijn hebben ze allemaal een andere kijk. Er mogen dan wel regeltjes zijn wat iets is, maar in principe staat niets vast. Zo ook niet de inhoud van een introtekst. Er zijn mensen die het pad volgen zoals velen dat doen, maar ik, ik kies het pad waarheen niemand durft. Heb ik alsnog iets over mezelf verteld. Bij een getuigenverslag zal niemand precies tot in de puntjes het voorval kunnen ophoesten. Sterker nog: ze komen allemaal met iets anders. Leo over de persoon, Thijs over de locatie, Sonja over het wapen. En ik, ik keek net de andere kant op. Zo die titel is verklaard.

ZIE NIET WAT ANDEREN ZIEN

.2


ZET ‘UM OP EXCLUSIEF BIJ DIT NUMMER!


OTOGRAFEN, JE HEBT ZE IN ALLE SOORTEN EN MATEN. PROFESSIONELE SNUITERS DIE UREN IN DE BOSJES LIGGEN TOT EEN OF ANDERE KATE ZICH NEERSPREID OP EEN LIGBEDJE EN ZICH TOP(LESS) GAAT VERMAKEN, TOT DE HOBBYFOTOGRAAF. OOK DIE CLICHÉ-VAKANTIEKIEKJES ZIJN NODIG. ‘GA, MAAR EVEN OP EEN RIJTJE STAAN, IETS MEER NAAR LINKS, ANDERS ZIE JE HET UITZICHT NIET MEER’. MAAR OOK HET MATERIAAL IS VERRE VAN HETZELFDE, VAN GROOTPATSERS ALS TELELENZEN DIE JE BIJNA NEERSCHIETEN TOT DE MINI-MINI’S DIE ZONDER ENIGE MOETE IN DE BINNENZAK PASSEN, MET ZELFS NOG RUIMTE VOOR JE PORTEMONNEE. ALLEMAAL ANDERS, MAAR UITEINDELIJK DOEN ZE ÉCHT ALLEMAAL HETZELFDE, ZE ‘KADEREN’ IETS IN, WAARDOOR DE WERKELIJKHEID ANDERS WORDT.

‘We gaan terug naar het jaaaar’, 1816. De Fransman Joseph Nicéphore Niépce, hele mond vol, maakte als eerste pionier ‘foto’s. Al is foto hier wel tussen hele grote aanhalingstekens. Waar wij tegenwoordig zitten te muggenziften over een megapixel’tje meer of minder, was het überhaupt kunnen vastleggen van lichtgevoelig materiaal dé uitvinding. En wel door een camera obscura, niet meer dan een donkere ruimte en een ‘kijkgaatje’ in de muur. Wat je kreeg, was een negatiefbeeld, waardoor

extra belichting buiten de camera verloren ging. En laat dat nu juist de bedoeling van de très intelligent Français zijn geweest. Alles zwart-wit én dat bleef nog wel 45 jaar zo. Maar toen was daar James Maxwell. Die vond al dat ‘denk-nietwit-denk-niet-zwart’ wel welletjes en kwam met drie kleurfilters én de kleurenfoto was geboren, zij het dat geel overheerste. Niet zeuren er was kleur! Maar eerdere uitvindingen zijn voor uitvinders vaak

prullenbakmateriaal of materiaal om gretig op door te ontwikkelen. De Amerikaan George Eastman was er zo eentje, twintig jaar later. Hij gebruikte slim, maar smiechterig, het niet ‘pattent-gestelde’ idee van zijn voorganger en ging ermee verder. Dus zonder hem was het ‘unieke Kodakmoment’ er nooit geweest. Of beter gezegd onze normale camera niet, die op een fatsoenlijke manier in de hand ligt, in plaats van het oncomfortabel achter een enorme joekel met doekje te moeten gaan staan. Zijn

ZIEZO

.5


slogan voor Kodak, "You press the button, we do the rest", zei en zegt precies wat camera’s doen.

Wij doen het domme werk én de camera zelf het slimme. Nouja, de fotograaf zelf moest wel meer doen, ook nog naar de winkel om zijn fotorolletjes af te geven én een week later weer terugkomen om de afdrukken op te ‘mogen’, liever moeten, halen. En het was maar de vraag of je bij die ene foto net niet teveel tegenlicht had waardoor de foto niet meer was dan een té creabea-kunststuk. Verre van praktisch dus. Dat kon praktischer. En zo gebeurde in 1981 het onvermijdelijke, de fotoservices ten spijt, de camera ging hiermee zijn laatste grote ‘ontwikkeling’ binnen, de digitale fotografie. De fotograaf speelt hierdoor eigen ‘fotoservice’ en het geknoei en gerommel met negatieve en fotorolletjes is voor iedereen voorbij. Naja, voor die hipsters nagelaten. Fotograferen dus. Niet meer dan het inkaderen van een omgeving. Iedereen wordt hierdoor op zichzelf een ooggetuige. Een deprimerende regenachtige dag die kan, door een beetje slimme en behendige fotograaf, zo overkomen als een zonnige zomerdag. De schoonheid van de regen bijvoorbeeld. Is die er? Op

foto’s weldegelijk! Hoe? Door nét even die juiste plekjes én momentjes vast te leggen. Met het maken van foto’s kun je natuurlijk ook de boel en alles of iedereen, hartstikke flessen. Want wie heeft er nu niet eens ‘heldhaftig’ geprobeerd de Eifeltoren eigenhandig een zetje te geven of de toerist uitgehangen bij de door jou tegengehouden Toren van Pisa, Euromast of… whatever. Het inkaderen van de werkelijkheid, kan dus ook anders. Slim. Het internet puilt niet voor niets uit van deze ‘creatieve hoogstandjes’. HET NADEEL DAT IEDEREEN BEKEND IS MET DEZE SCHONE SCHIJN, IS DAT RECLAMEMAKERS, MAAR OOK TOUROPERATORS ALLES MOOIER KUNNEN MAKEN. DE PLEKKEN WAAR ROB GEUS NIET BLIJ VAN ZOU WORDEN, WORDEN GEWOON NIET OP DE FOTO GEZET, OF LIEVER SLIM GEFOTOGRAFEERD. DIE HAAST GEVAARLIJK LOSKOMENDE PLAFONDPLATEN IN DE LOBBY? DE FOTO GEWOON LAGER MAKEN, NIEMAND DIE HET ZIET. NOUJA, IN DE BROCHURE NIET.

dat ‘behendig’ foto’s maken is ook niet eens meer nodig. Het manipuleren van de werkelijkheid was nog nooit zo gemakkelijk. Daar waar het fotograferen was uitgevonden om de werkelijkheid zo goed mogelijk weer te geven, is het tegenwoordig meer de onwerkelijkheid die we terugzien. Maar gelukkig zijn daar altijd nog de clichéZoover-fotovakantiekiekjes, die ons alles tonen zoals het is, tot het smerige vloertapijt en die loshangende plafondplaten aan toe. Door het ‘moderne’ fotograferen worden we dus ‘ooggetuige’ op zich, iedereen ziet het anders, doordat de ander het anders heeft gezien, maar allemaal door een lens.

Eenmaal aangekomen, ingecheckt en de ‘plek des onheils’ binnengestapt is het thuiskomen van een koude kermis. Gevaarlijk dus. Maar John, Johan, Matthijs, Rosanne, Lieke, Paul en Leo, kunnen ook nog fotosoepen én goed. Dus

ZIEZO

.6


ZIEZO

.7


lag. Benen over elkaar, dat zat net zo lekker. Naja, lekker was anders, maar het had iets van een comfortabele houding. Nee, zit niet. Oorlog. Het zijn die afzichtelijke stoelen. Leuk voor even. Nee, daarvoor zijn ze zelfs niet leuk genoeg. De huisarts mag dadelijk gelijk een gezellig zalfje aansmeren voor het verschijnsel ‘houten kont’. In de diagnose zal vast niet staan, zit niet op niet-zittende stoelen, tussen aanhalingstekens, die er nog niet eens uitzien ook. Die ene naast de mijne lijkt iets meer bekleding te hebben. Schuift op en inderdaad. Vrede met de stoel gesloten. Nu nog dat wachten.

W

AT HEBBEN KASSA’S, DE EFTELING, DOKTERSPRAKTIJKEN EN SNELWEGEN MET ELKAAR GEMEEN? Niet veel, buiten dat je er moet wachten. Ellenlang. Tot in den treuren zelfs. De wachtkamer van de huisarts bijvoorbeeld. ‘Wacht’kamer. Of toch beter ‘irritatiekamer’. Stoffige oncomfortabele stoeltjes. En blijkbaar doen we in diezelfde kamer alles wat god ons verboden heeft. Het op het irriterende af, tikken met nagels, bijvoorbeeld. Het ijsberen door de kamer waarna de volgende binnenkomt en vraagt hoeveel maanden de airco heeft aangestaan. En godsamme, die stoelen. Mijn stoel, die na 5 minuten al niet meer zat, kraakt het meest van allemaal.

Een oeroud tafeltje in het midden van de kamer, waarvan je bang bent dat bij ieder zucht de poten eronderuit breken. Viel me mee dat er een krant lag. Anders zijn het altijd tijdschriften waarvan de kleuren en bleekheid al verklappen hoe oud ze zijn. Als ze dat niet doen, doet de ‘houdbaarheidsdatum’ dat wel, maart 2007. Prehistorie dus. Een recentere krant daar links, überhaupt iets ‘diepgaander’ dan de haarcavia van Joling, om over zijn vriendjes maar niet te beginnen, is mooi meegenomen. Viel dus mee! Wel die van vorige week, maar we slikken nu alles. Even dan, want wat haat ik toch die stiltes in wachtkamers. Voelt altijd of jij de enige bent waarvan de jas kraakt en het vouwen van de krant klinkt als het wegschieten van André Kuipers. Die was nét geland, dat stond in de krant die naast die van vorige week

We puffen een beetje. Dat vreselijke, breed lachende prinsenhoofd van blotenbillen-piraat Harry blijft me maar aanstaren. Maar zelfs na vier keer is dat, niet meer hotte nieuws over die blijkbaar hotte Harry, zo hot niet meer. ‘Neemt u plaats in de wachtkamer’, alsof ik iets anders te kiezen had. En dat lachje daarbij. Het droop er gewoon vanaf, ‘gnagna, jij zit daar je tijd te doden met niets’. ‘Ik heb een computer, bel af en toe een beetje en heb een bioscoopbureaustoel waar je u tegen zegt’. ‘Owja, ik vergat ook nog te vertellen dat ik mijn benen op tafel gooi als je niet kijkt en een heel pak Tuc’jes naar binnen werk’. Maar mevrouw achter dat glazen raampje, wat had ik dan moeten doen? De deur van de huisarts met een smak open laten vliegen, me voor hem werpen met ‘Ho even, ik ben’? Nee. Balievrouwtje heeft de Tuc’jes op. Waren ze lekker? ‘Bedankt dat u wacht’. Met alle plezier hoor.

DOOR DE BRIL VAN

.14


Kuch. Had ik een keus, niet wachten en gewoon aanlopen? Nee toch!? De lusjes van het tapijt tellen dan maar. Nee, allang gedaan. 1679095909569090 om precies te zijn. En de tijd. Die lijkt nog niet eens voorbij te kruipen, maar gewoon stil te staan. Echt! Dezelfde mensen blijven maar zitten. Dat omaatje in de hoek, met rimpels als de oude landkaart van de Himalaya. Misschien hebben ze daar ook wel een zalfje voor. En die man, die de voortdurende tik heeft zijn benen om de stoelpoten te draaien. Weer die (@#$%^&) stoelen! De tijd tikt verder. Wat zeg ik die blijft stokstijf rond 4’en. De vraag of ik hier ook een ijsberend (koud)buffet krijg wordt niet in dank afgenomen. Kan ik begrijpen, een eitje-spek is ook prima. Iets van catering is misschien teveel gevraagd. Valt hier nu echt niets op te verzinnen? Vast niet. Of was iedereen echt zo kortzichtig een wachtkamer letterlijk een ‘wacht’kamer te laten zijn. Wat dat betreft, tien punten hoor! Walt Disney World Magic Kingdom, hele mond vol maar het thematische park ligt aan de andere kant van de oceaan, deed dat een stukje slimmer bij ‘Dombo’. Niet alleen voor dombo’s, ook voor kinderen. Juist voor kinderen. Voor ze wat wankel aan het handje van papa en mama worden meegenomen in van die vliegende objecten met slurf, mogen ze wachten. Weer wachten. Maar wel wachten in iets dat ze leuk vinden, een reusachtig spel-speelspring-en-schreeuw-je-helestem-aan-gort-toestel. Niet dat ik er aan zou moeten denken, kruipend door zo’n ding en die rimpelsauriër

tegenkomen, die tegenover me zat, maar het idee is goed. Erg goed zelfs. En überhaupt zit ik niet te wachten op een dergelijk speeltoestel in de wachtkamer van de huisarts. ‘Wil de huisarts Martijn komen ophalen uit de ballenbak?’. Willen verlossen! Nee, dank je hartelijk.

MAAR EEN VERGELIJKBAAR IETS MOET TOCH NIET ZO MOEILIJK ZIJN? DE ‘LEESBAK MET TIJDSCHRIFTEN VAN NIET JONGER DAN 4 WEKEN’ IS TOCH OOK OOIT IN HET LEVEN GEROEPEN OM ONS TE VERMAKEN TIJDENS HET WACHTEN? HETZELFDE GELDT TOCH VOOR DIE HARTSTIKKE FIJNE EN ALTIJD UP-TODATE’TE BEELDKRANTEN. KUCH. DIE VALLEN OP HETZELFDE MOMENT NOG NET NIET UIT ELKAAR VAN ELLENDE. MAAR ZE VERZACHTEN HET WACHTEN WEL. IETS. EEN IETSEPIETSIE BEETJE.

DOOR DE BRIL VAN

.15


ZAG IK

DE KABELS VAN DE FAKIR NIET WIL IK ZE NIET ZIEN

INTERVIEW

.18


BONTGEKLEURDE DUIVEN SPREIDEN DE VLEUGELS UIT,O BLAADJES AAN DE BOMEN SUIZEN ZACHTJES IN DE WINDO EN DE PADDENSTOELEN MAKEN ZICH VOORZICHTIG VUILO AAN HUN EERSTE LIEDJE. DE JORIS & DE DRAAK(1)O MAAKT AL SUIZENDE ZIJN LAATSTE TESTRITJE. TIKKENDO GELUID VAN DE KETTING.O HET PERSONEEL HARKT DE LAATSTE BLAADJES BIJO ELKAAR. ‘BEN JE ER NU ALWEER’, KLINKT HET.O

(1)

DUELING HOUTEN ACHTBAAN, NAAR VERHAAL VAN DE SAGE JORIS EN DE DRAAK

E

EN GEWONE DAG IN DE EFTELING, MAAR NIET VOOR INGRID VAN DIJK, 24 JAAR, FASHIONADDICT UIT EINDHOVEN EN WERKZAAM ALS VERPLEEGKUNDIGE BIJ DE MEERVOUDIG GEHANDICAPTENINSTELLING STE ZONHOVE. HAAR 51 KEER. IN ANDERHALF JAAR. ‘SINDS IK EEN ABONNEMENT HEB KOM IK ZOWAT IEDERE WEEK IN DE EFTELING, DAARVOOR KWAM IK ER RUIM 5 KEER PER JAAR’. ‘HOE ONMOGELIJK HET SOMS OOK IS, IK PROBEER IEDERE WEEK EEN DAGJE SPROOKJESPARK IN M’N AGENDA TE PROPPEN, DAT LUKT VRIJ AARDIG’. ‘EEN OBSESSIE DAT IS HET’.

NA 23 JAAR ZONDERo loopt Ingrid sinds een krappe 1,5 jaar rond met haar abonnement omdat het te duur werd anders. ‘Ik

kwam er eigenlijk te vaak, waardoor ik en m’n portemonnee zoiets hadden van dat wordt een abonnement’. Sindsdien komt ze er met wisselend gezelschap zowat iedere week. En dat zonder dat het begint te vervelen. Deze ste 51 keer belooft zelfs anders te worden dan haar ste 50 . ‘De attracties mogen dan hetzelfde blijven, maar de mensen in het park zijn dat niet, op een enkeling na, die net zo’n zot is als ik’. ‘Maar ook de Efteling doet er alles aan dat het leuk blijft’. Achter Ingrid wordt op dit moment gebouwd aan ste het nieuwe 27 sprookje in het Sprookjesbos, ‘De Nieuwe Kleren van de Keizer’. Zoals het een echte fan betaamd, gebruikt ze het bankje op de meest strategische plek als verhoging. Gouden ornamenten blinken in de zon. ‘Kippenvel geeft zoiets’, glimt ze.

HET GEEFT HETZELFDE GEVOEL als toen ik de eerste keer als klein lief blond meisje mijn oor liet luisteren aan die paddenstoelen’. ‘Elke keer weer bij het binnenlopen van het Sprookjesbos en ik die rood-witte dingen weer zie, voel ik me weer even 5’. Ze vervolgt: ‘Vroeger zag ik de kabels van de fakir niet, nu wil ik ze niet zien’. ‘Dat is wat de Efteling met je doet, het is een stukje magie’. Maar ook onderweg naar Kaatsheuvel gonst het door Ingrid’s lijf. ‘Yes, we gaan weer’, is iets dat door de auto klinkt onderweg. ‘Het is iets onbeschrijfelijks, een vakantiegevoel dat tijdens het dagje Efteling ook niet meer verdwijnt’. Ingrid lacht. ‘Dat wat ik toen had met die paddenstoel, had ik afgelopen week nog eens, maar dan 20 jaar later’. 1 september werd Ingrid 24 en dat moest gevierd worden, daar waar ze jarig wil zijn, ‘Dat werd de Efteling’.’S avonds hebben we met z’n allen gezellig gegeten bij Raveleijn’. ‘Alle jarigen werden tafelhoofd en moesten staan op de bank’. ‘Minstens 100 man zong luidkeels en applaudisseerde, ik voelde me weer even dat meisje van toen’.

INTERVIEW

.19


SOMS GAAT HET WAT VER ‘DAAR HEB JE ER WEER ZOEENTJE, zo’n fanatieke fan’, fluistert ze, met moeite haar lach inhoudend. Een volwassen man in streepjesblouse en Raveleijn-rugzak loopt in een drafje richting de poort waarachter ‘Raven Ruyters zullen zeyn’. Ze vervolgt: ‘Dat soort types vis ik er inmiddels gemakkelijk uit’. ‘Het toeval wil dat ik hen ook iedere keer weer zie’. ‘Al is dat bij Raveleijn niet moeilijk, daar zitten ze altijd vooraan’. Maar naar eigen zeggen is ze niet zoals zij: ‘De Efteling is leuk, maar dat ik werkelijk met een keykoord vol souvenirpins, een Raveleijn-tas of een drakenkostuum ga lopen, dat gaat me wat ver’. Haar eigen hakjes zijn haar heilig.

ALTIJD TOT UW DIENST Sommige Efteling-fanaten laten dan ook wel eens van zich horen tijdens de ruiteren paardenshow. ‘Eentje stroopte zijn mouwen op, stond op en bulderde dat de acteur wel echt zijn best moest doen de draak te verslaan’, dat ging de Eindhovense wat ver. ‘Je hebt fans en je hebt fans, noem mij liever iemand met een obsessie’. Wat haar Eftelling fanschap betreft is ze naar eigen zeggen, heel normaal gebleven, ‘Mijn huis is dan ook mijn huis en geen replica van de Laafse bierbrouwerij’. Maar als ze een week moet doorhalen, gaat dat haar niet in de koude kleren zitten, ‘Ik krijg haast afkickverschijnselen’, snift Ingrid komisch. Sinds dat heilige pasje heeft het echt een speciaal plekje in haar hart veroverd. ‘Het is geen race meer tegen de klok, maar iets dat op het gemakje kan’. ‘Zo gaat dat genieten veel gemakkelijker’, vervolgt ze.

‘KIJK DIE MENSEN DAAR MET DIE PLATTEGROND, typische dagjesmensen’. De ‘Truus uit Delft’ is dan ook meer dan eens onderwerp van gesprek, als Ingrid en haar gezelschap in de wachtrij staan te vertoeven. Geen tijdstress. ‘Vorige week liep er een Belgisch stel langs het Meisje met de Zwavelstokjes en ze waren er stellig van overtuigd dit het Sprookje was dat er al vanaf het beginjaar stond’. ‘Ze hoefden er niet heen, aangezien ze het toch al eens gezien hadden’. Ingrid grinnikt en vervolgt: ‘Ze beweerden enkel dat ze het verplaatst hadden, maar dat het Doornroosje was, dat was zeker’. Zelf speelt ze dan ook regelmatig ‘tourguide’ wanneer dagjesmensen radeloos de plattegrond op zijn kop houden. ‘Soms stuurt het vakantiepersoneel mensen met een omweg naar de dichtbijzijnste toiletgroep, wanneer ik dat oppik, laat ik diezelfde personen juist de andere kant op lopen, omdat dat veel korter is’. ‘Zulke dingen weet je inmiddels wanneer je er vaker komt’. Ingrid lacht.

INTERVIEW

.20


INTERVIEW

.21


BESTELLEN HOEFT NIET MEER HET PERSONEEL HELPT0 bij de Vogelrok een mindervalide uit het treintje. Ingrid maakt zich klaar voor de rit, maar begroet eerst even het personeel. ‘Dat is nog wel het leukste’, glimlacht ze. ‘Het personeel kent en herkent je gewoon’. Het informele bezoekerspraatje wordt zo plots een persoonlijk verhaal. En dat heeft naar haar zeggen zo zijn voordelen. ‘Bij Raveleijn bijvoorbeeld, als we daar aankomen wordt er al geroepen, 3 latte’s zeker?’. Waarna Ingrid en haar gezelschap hele gesprekken met het personeel aanknopen. ‘Drie weken geleden hier bij de Vogelrok vroeg het personeel zelfs of het na werktijd mee mocht naar de Mc Donald’s’. ‘Ik moet voortaan uitkijken wat ik zeg, met al dat Eftelingpersoneel overal’, grapt ze. Het inmiddels bekende personeel klinkt de beugel vast, de rit kan beginnen.

EIGEN SECRETARESSE

(PYTHON) ‘EEN KLASIEKER MAAR DAAROM NIET MINDER’ Efteling-liefhebster te zijn. ‘Ik loop er niet mee te koop, in tegen stelling tot anderen’. Haar Facebook wordt echter overladen door Eftelingfoto’s. ‘Mijn man en broer maken ontzettend veel foto’s in het park, ik probeer altijd een leuke selectie te maken van foto’s die de sfeer vatten’. Verder heeft ze naar eigen zeggen een ‘tik’. ‘Ik spaar de Raveleijnshowtickets om te zien hoe vaak we zijn geweest’. ‘Inmiddels is dat dus een hele stapel’. ‘Hierop staat precies de tijd en de datum, ik zie het als een stukje administratie’. De Joris & De Draak zoeft voorbij. Oorverdovend gegil van inzittenden. Ook Edna, moerasdraak, laat van zich horen en stoot een flinke

vuurbal uit. Het water kabbelt rustig en de Mexicaanse Pirãna-muziek maakt de zomerse dag nog zomerser. ‘Heerlijk deze plek’, zegt Ingrid met een glimlach van oor tot oor, zittend op het vlonderterras. ‘Het uitzicht is overweldigend’, schreeuwt ze boven het houtenachtbaan-geweld uit om verstaanbaar te blijven. ‘Op zo’n dag Efteling hoef ik, in tegenstelling tot eerst niet eens echt attracties te doen’. ‘Mensen kijken, het zonnetje en goed uitzicht, een lekkere latte en genieten van al het moois’. ‘Soms hoeft dat ook maar iets heel simpels te zijn, net als dit, heerlijk zitten’. Het moge duidelijk zijn, Ingrid en haar abonnement leefden nog lang en gelukkig.

BUITEN HET PARKo is Ingrid echter op weinig punten echt te betrappen een echte

INTERVIEW

.22


INTERVIEW

.23


BINNENSTE BUITEN BETER

E

INDHOVEN, AMSTERDAM, MAAR OOK HET NIEUWERE LELYSTAD EN VERDERE NEW YORK VERTONEN ALLEMAAL DIEZELFDE, STOMPZINNIGE OVEREENKOMST. IN DE LOOP DER JAREN, ZEG GERUST EEUWEN, IS MEN ER MAAR GEMAKKELIJK VAN UITGEGAAN DAT DAT HET IDEALE BEELD WAS. HET IDEALE BEELD: EEN BINNENSTAD MET WINKELS, UITGAANSGELEGENHEDEN, EEN ENKELE KERK EN DAAROMHEEN WOONWIJKEN. (GAAP), HET KLINKT AL TE SAAI VOOR WOORDEN. VRIJWEL NIEMAND DACHT DAT HET ANDERS KON, MAAR DAT KAN HET WELDEGELIJK.

Dat is ook waar paradigma’s voor staan. Iets is zo sterk ingeburgerd, dat het blijkbaar niet meer anders kan. Maar dat kan het wel. Kijk eens naar wat Rietveld deed met een doodnormale stoel. Die was tot die tijd doodnormaal. Vier poten. Na Rietveld ’s ingrijpen was diezelfde stoel even

PRECIES ZOALS ADAM EN EVA HET BEDOELD HEBBEN doodnormaal. Zonder poten, wel met zigzag-constructie. Het kon dus wel degelijk anders. Dat kan met die genoemde steden ook. Waarom is de opbouw ervan, maakt niet uit waar, toch altijd hetzelfde? Oersaai. Het Centrum centraal in het midden. Logisch, maar eigenlijk ook weer niet. Door de boel om te draaien wordt het er juist veel spannender op. Waarom gaan we als een stel zotten met z’n allen naar één plek, terwijl we ons ook kunnen verspreiden. De binnenstad wordt op deze manier de buitenstad en heeft veel meer groeimogelijkheden. Katsjing voor verkopers. Nooit meer ellenlange files naar één punt, want er is spreiding. Ook voor toeristen veel praktischer. En de binnenstad dan? Een goed park. Ideaal toch?

dus in: geen uitlaatgassen, geen irritant toeterend verkeer, maar rust en ruimte. Precies zoals Adam en Eva het bedoeld hadden, een stukje paradijs. Daar waar normaal gesproken de propvolle winkelstraten, cafés, bars en restaurants zich bevinden, het stadshart, zouden de woonwijken beginnen. En die eerder aangehaalde winkels krijgen op deze manier veel meer de ruimte die ze ‘verdienen’. Niet hutjemutje dus.

Om te beginnen die wegen. Onder de grond ermee. Ze nemen immers zoveel ruimte in die beter en efficiënter opgevuld kan worden. Volop groen, geen enkele auto. Dat houdt

WAAROMZO?

.24


SPUUGT

BEEN

U

REINOUT DE

TOT

KNUFFEL

BILLEN BORSTEN

UW WETTIGE ECHT-

WOUT

BOOK

GENOOT Nog zoiets raars, ringen. En dan vooral ringen bij het trouwen. Waarom? Als we elkaar iets beloven niet te vertellen dan spugen we op de grond. Als de traditie nu was op de grond te spugen tijdens bruiloften en partijen dan hadden we dat gedaan. Waarom kan een ring twee mensen verbinden? Want dat is in essentie de kracht van een ring. Je hoort bij elkaar, maar zo’n ring kan ook weer af, kan verborgen worden (tijdens de stapavond bijvoorbeeld) of kapot gaan. Iets in het lichaam, een (edel)steen bijvoorbeeld, is veel blijvender. Waarom iets om je vinger schuiven? Waarom niet om je oor, je neus of om je been? Het aantrekken van dezelfde shirts als je opstap gaat is in principe hetzelfde, je hoort bij elkaar. Maar nog steeds de vraag waarom ringen dan?

‘Wouten, Snorren, Joden en Ziverknoopjes’, allemaal synoniemen voor diezelfde personen. Maar ook allemaal even onvriendelijk. Politiemannen, maar ook – vrouwen, staan niet bekend als aanbeden personen. Ik ken immers niemand die trots en vol aanbidding een politiefiguur boven zijn bed heeft hangen. Maar wat nu als er lieve agenten zijn? Aan het geweer opzak doen ze niet. Nee, een goede stevige knuffel. Geen pepperspray, maar een gratis spuitbus. En om over de handboeien nog maar te zwijgen die zullen vervangen worden door een lief handje van een politieagente naar keuze. Als ze dit zouden doen zou de politie helemaal niet meer dat vervelende ‘blauw’ op straat zijn, maar eerder aanbeden worden. Signeersessies als gevolg. Optredens met het politieteam, drommen mensen die uit hun dak gaan. Mensenmassa’s bij het politiebureau, niet vanwege misdaden (die dan natuurlijk helemaal niet meer bestaan) maar vanwege de ongekende populariteit.

Facebook. Ongekend populair. Maar wat nu als Facebook het echte leven zou zijn. Iets of iemand like’n door een duim op zijn of haar rug te plakken, gelike-d! Alles en iedereen aan te spreken en met een megafoon door de stad lopen opzoek naar meer vrienden. Onbekende mensen porren, omdat ze ‘het verdienen’? En hetzelfde geldt voor Twitter. Als we in dat leven 2.0 nu echt eens in 140-tekens zouden gaan spreken. Blijkbaar kunnen we het virtueel, maar waarom niet live. Het zou het leven er namelijk een stuk verrassender op maken. Creatiever ook. Nooit meer dat veel te lange geblaat van die ene leraar. Kort, maar krachtig. Er zijn niet voor niets uitspraken als: ‘less is more’.

WAAROMZO?

.25


FOTOSTORY

.26


FOTOSTORY

.27


IN THE SPOTLIGHT

.28


D

E VERKEERDE VROUW, OP DE VERKEERDE PLEK OP HET VERKEERDE MOMENT. Ik weet niet wat te doen. Moet ik nu halsoverkop vertrekken, zonder ook maar één stom woord gezegd te hebben? Dat is laf, dus geen optie. Maar poeslief blijven liggen en zien waar het schip strand? Ook dat lijkt niet ideaal. Het is donker, haast te donker zelfs om nog maar iets te kunnen onderscheiden. Ergens piept er een klein streepje maagdelijk wit licht naar binnen. De maan die zich vannacht al eerder zo akelig fel had laten zien. Een voorteken? Vast niet. De lichtbundel gaat verder waar de fluwelen dekens en overtrekken ophouden. Een blote, licht gebogen, rug, lang krullend bruin haar en vooral dat poezelige gezichtje. Te poezelig zelfs in dit weinige licht. Waar gisteravond het vuur was, lijkt het nu uitgeblust. Haar rug gaat sierlijk op en neer in ritmische tempo, en d’r haren lijken te dansen op een zuchtje wind. Donker. De maan die eerder zo’n fel, bijna angstaanjagend wit, licht verspreidde lijkt te zijn gedoofd. Waar ik eerder iets, of iemand of iets van een ontblote rug kon onderscheiden, zal ik dat nu op de tast moeten doen. Verkeerde moment. Ik blijf roerloos liggen, wetende dat alles wat er nu zal voorvallen in een opwelling zal gebeuren. Verkeerde vrouw.

De wekker tikt het volgende uur in. 4uur. In het weinige licht van de in rode neon verlichte cijfers kan ik de ruimte eens goed in me opnemen. De vluchtige blikken van gisteravond waren niet voldoende om nu goed te weten waar te bevinden. Een akelig kippenvelgevoel kruipt van achterlangs over mijn rug, via mijn nekharen, richting armen en benen. Muren bedekt met glanzende voorwerpen. Scherp, maar niet allemaal. Zelfs het eerste ‘ding’ hangt verder dan het oog kan reiken in combinatie met zwak neonlicht. Het is onmogelijk te zien wat er nu precies alle muren lijkt te behangen. Verkeerde plek. Deze nacht lijkt steeds langer te duren. Hoe kan ik hier rustig liggen na alles wat er gisteravond is voorgevallen. Flits. Foute mannen met enorme bakkebaarden, geniepige lachjes, maar vooral een knappe dame. Krullend bruin haar. Mooi dansend. Ze werd eerder lastig gevallen door een van dat schorriemorrie. Afgezakte broeken, half afgesloft aan de onderhand met rafels en overal vlekken. Een harde doffe knal. Flits. Terug in de kamer waar ik nu al minstens anderhalf uur zit te zitten. Onder de dekens, kussen in de rug om het alsnog wat comfortabel te maken. De maan is terug, maar lijkt zich wat te verschuilen achter fladders wolkenmassa’s die voorbijtrekken. Door de opening tussen de

wapperende gordijnen valt het maanlicht nu telkens op andere plekken. Ze heeft zich omgedraaid, waardoor ook haar onderlichaam zichtbaar wordt. Deels bedekt onder iets dat een afgegleden nachtjapon moet zijn geweest. Witgrijze vlekjes glijden nu over haar ontblote glanzende benen. De afgesneden bandjes en het uit gelubberd kant van de roodzwarte japon worden nu in spotlights uitgelicht. Zwart weer. Haar hand lijkt akelig rood in dit magistrale steeds witter wordende licht. De plek waar ze hem zachtjes op haar lichaam laat rusten lijkt even rood en wat paarskleurig te zijn. Flits. Harde klappen die angstaanjagend terugkaatsen, doffe stemmen en bulderend gelach. Een kleine ruimte. Afgestompte stenen aan weerszijde, hier en daar wat vochtig of besmeurd met een dikke overlappende laag graffiti . Natte, plakkerige vloer met plasjes water. Weer klappen. Flits. Donkere kamer, nog verder afgegleden nachtjapon. Ze lijkt wat onrustig in haar slaap. Stilte. Mijn hand reikt naar daar waar ik mijn telefoon had gelaten. Het nachtkasje, dacht ik. Iets scherps prikt akelig in mijn aftastende hand. Opvallend rode bloeddruppeltjes steken zich akelig af tegen het witte maanlicht. Scherven. Verkeerd.

IN DE SPOTLIGHT

.29


HET IS HEEL SIMPEL, IEDERE MAAND TREF JE HIER HETZELFDE, EEN ONGEZOUTEN MENING. MAAR DAT MAAKT HET TOCH IEDERE IEDERE KEER WEER ANDERS. DEZE MAAND IN ’MOET JE ZIEN: ‘COPY & CONCEPT, PRIKKELS VOOR RECLAMEMAKERS’ EN HET SHEBANIAN BLOG. V HET ADVIES DAARNA IS OOK ALTIJD HETZELFDE: MOET LEZEN JE ZULZIEN! JE

Vergelijk het met een half lauwe pizza, misschien niet te vreten, maar meestal toch lekker. Nou, ‘Copy en Concept, prikkels voor reclamemakers’, hele mond vol, is zo’n boek. Voor de beginnende communicatiedeskundige onmisbaar dus. Waarom? Door alle praktijkvoorbeelden, heldere, maar bekende cases (vandaar die pizza), word je gelijk betrokken. Het geeft je inspiratie, laat je anders denken om je vervolgens te dwingen het vanaf dan anders te doen. En als beelddenker zijn de afbeeldingen natuurlijk verre van vervelend. Nou, een boek waar ik met gemak meer voor neer had willen leggen.

COPY & CONCEPT0 DOOR WIE? BERT THOBOKHOLTO BARRY DE WAALO MARTIN WESTBEEKo VOOR HOEVEEL? 45€O

SHEBANIAN-BLOG0 SHEBANIAN.COM/BLOG

Als logokwijler mag je meer dan eens je toetsenbord drogen. De boosdoener, Shebanian. Het Blog van Shebanian, de naam voor het gemak niet uitspreken, is er eentje die je op de automatische piloot iedere dag checkt. Waarom? Daar staan duidelijk en helder alle logo-veranderingen op een rijtje, met een kleine uitleg erbij over het hoe en wat. Dat die soms niet altijd even sterk zijn, tot daar aan toe. Het ‘deskundige oordeel van ‘Shebanian’ is vaak wat braafjes en té beschrijvend. Organisaties staan echt niet met de mattenklopper klaar na woorden die niet ‘Ja’ en ‘Amen’ zijn. Denk ik dan. Maar verder, dikke duim hoor!

MOET JE ZIEN

.30


JA LEUK, DIE SPREEKWOORDEN EN GEZEGDES, MAAR WAAROM? ZO GEK ALS EEN DEUR? IS DIE DEUR GEK DAN? OF KAN ‘IE DAT ÜBERHAUPT WEL ZIJN.? NEE TOCH! VANDAAR DEZE MOODSWINGS! ZIE HET ANDERS.


.33


.34


EN BEVIELEN MIJN ‘OGEN’? JA!? GRIJP DAN NU JE KANS OM JE TE ABONNEREN! WAAROM? OMDAT JIJ TOCH OOK OVERAL GETUIGE VAN WIL ZIJN! JA, IK WIL HET MET EIGEN OGEN ZIEN NAAM ADRES POSTCODE/ PLAATS GEBOORTEDATUM E-MAILADRES


TEKSTREDACTIE MARTIJN VAN GERWEN ART DIRECTOR MARTIJN VAN GERWEN DRUK PUNTSCHERP

Oogetuige-Magazine  

Ooggetuiges zien alles net even anders. Zo ook dit magazine. Zet die 'bril' op en durf het anders te zien. Wat je zult zien is dat er maar (...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you